Bestemmingsplan Toelichting - 20230504 t NL.IMRO.0090.BP2022BGB094-0401
Tekst van het document
bestemmingsplan
Naast Fallaetswei 12a, Drachtstercompagnie Gemeente Smallingerland
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0090.BP2022BGB094-0401
Datum:
4 mei 2023
Kenmerk Buro SRO:
SR210522
Opdrachtgever:
Wijsman BV
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 4 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 5 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 7
2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ........................................................................................................................................... 9
3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 12 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 12 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 13 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 15
4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 17 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 17 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 18 4.3 Geluid ................................................................................................................................................................ 19 4.4 Milieuzonering .................................................................................................................................................. 21 4.5 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 22 4.6 Ecologie ............................................................................................................................................................. 23 4.7 Externe veiligheid ..............................................................................................................................................
25 4.8 Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................................................... 27 4.9 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 28 4.10 Verkeer en Parkeren ....................................................................................................................................... 30
5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 32 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 32 5.2 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 33
6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 34 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 35 7.1 Participatie ........................................................................................................................................................ 35 7.2 Overleg .............................................................................................................................................................. 35 7.3 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 37
3
1 Inleiding
1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om een woning te realiseren op het perceel naast Fallaetswei 12a in Drachtstercompagnie. Dit gebeurt in samenhang met de sloop van de bestaande tweede bedrijfswoning op het perceel gelegen aan de Fallaetswei 17 in Drachtstercompagnie. Er is hiervoor in april 2022 een principeverzoek ingediend bij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Smallingerland. De gemeente heeft bij brief van 19 april 2022 (verzonden 20 april 2022, kenmerk 2022007508/1) aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan deze ontwikkeling. Het beoogde initiatief past niet binnen de mogelijkheden van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Buitengebied’, waarin de gronden zijn voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Besloten gebied’. Binnen deze bestemming is wonen niet toegestaan. Om de ontwikkeling op het perceel naast Fallaetswei 12a juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld te worden, waarbij de tweede bedrijfswoning op het perceel Fallaetswei 17 komt te vervallen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2 Ligging plangebied De planlocatie bestaat uit terrein gelegen naast de woning Fallaetswei 12a, aan de westrand van de kern Drachtstercompagnie. Drachtstercompagnie is een dorp met ca 1.600 inwoners, gelegen ten noordoosten van Drachten. De planlocatie is kadastraal bekend onder de gemeente Drachten, sectie B, perceelnummer 6708. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
Globale ligging plangebied, rode omcirkeling (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
4
Globale begrenzing plangebied, rode omkadering (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied, 1ste herziening 2015’, vastgesteld door de raad van de gemeente Smallingerland op 13 december 2016. De regels van dit bestemmingsplan zijn van toepassing op de verbeelding van het bestemminsplan 'Buitengebied 2013' (vastgesteld op 11 juni 2013), met uitzondering van enkele herziene delen. De onderhavige delen zijn niet herzien. De navolgende afbeeldingen tonen een fragment van de verbeelding ter plaatse van het plangebied en eenuitsnede van de bijbehorende Landschapskaart.
Uitsnede geldend bestemmingsplan, plangebied binnen rode kader (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
5
Uitsnede Landschapskaart bij geldende bestemmingsplan, plangebied binnen zwarte kader (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In het vigerende bestemmingsplan zijn de gronden van het plangebied voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Besloten gebied’. Deze gronden zijn mede bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, bedrijfswoningen en agrarische cultuurgrond. Bovendien zijn de gronden bestemd voor behoud en herstel van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Zoals aangegeven op de bijbehorende Landschapskaart. Ter plaatse van het voorliggende plangebied zijn bij recht geen bouwmogelijkheden aanwezig (geen bouwvlak). Wel is sprake van een afwijkingsbevoegdheid voor kleine agrarische bedrijfsgebouwen buiten het bouwvlak tot een maximum van 50 m² en een bouwhoogte van maximaal 5 m Tevens geldt voor het plangebied de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartzone – laagvliegroute’. Bestemmingen waarbij bouwwerken van meer dan 40 meter kunnen worden opgericht zijn in de laagvliegroute niet toelaatbaar.
6
Voor wat betreft de tweede bedrijfswoning op het perceel Fallaetswei 17 geldt eveneens het bestemmingsplan 'Buitengebied, 1ste herziening 2015’. De gronden zijn hier voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Besloten gebied’. De woning is gesitueerd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Bedrijfswoningen zijn hierop niet aangeduid. In de regels is aangegeven dat per bouwvlak is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan, dan wel maximaal het bestaande aantal indien dit meer is. Met het onderhavige initiatief wordt toegewerkt naar een situatie waarin sprake is van 1 bedrijfswoning.
Uitsnede geldend bestemmingsplan, tweede bedrijfswoning binnen rode cirkel (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Voor het plangebied geldt tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeernormen’, vastgesteld door de raad van de gemeente Smallingerland op 10 januari 2017. In dit bestemmingsplan wordt voor de parkeernormen verwezen naar de Parkeernormennota Smallingerland. De parkeernormen genoemd in het Parkeernormennota dienen bij iedere ontwikkeling te worden gehanteerd. Daarnaast geldt voor het plangebied het ‘Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland’. Dit bestemmingsplan gaat over het tegengaan van woningsplitsing of kamerverhuur. Het initiatief om een woning te realiseren op het perceel naast Fallaetswei 12a past niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Middels voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling mogelijk gemaakt, in samenhang met het planologisch 'verwijderen' van de tweede bedrijfswoning op het perceel Fallaetswei 17.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de economische en hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7
2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied bevindt zich in aan de rand van de kern Drachtstercompagnie in de gemeente Smallingerland. Drachtstercompagnie is een kleine kern waar voornamelijk vrijstaande woningen en tweeonder-één-kapwoningen staan. Ten zuiden en ten westen van het plangebied bevindt zich het open landschap welke zich typeert door het agrarische karakter met de vele houtsingels en bomenrijen. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich de woningbouwlocatie ‘Drachtstercompagnie-Zuid’. De grens van de bebouwde kom bevindt zich thans ter hoogte van het plangebied, maar er zijn concrete plannen om die grens in zuidelijke richting op te schuiven. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de Fallaetswei en het naastgelegen perceel Fallaetswei 12a.
Impressie plangebied (bron: google streetview, d.d. juni 2016)
De locatie van de beoogde woning betreft een onbebouwd terrein naast Fallaetswei 12a, aan de rand van de kern Drachtstercompagnie. Het plangebied is momenteel onbebouwd en is in gebruik als landbouwgrond door initiatiefnemer. Direct ten zuiden wordt het plangebied begrensd door een bomenrij. Ten noorden van het plangebied staat een woning met één laag en een kap op het perceel Fallaetswei 12a. Tussen het plangebied en die woning bevindt zich een sloot. Het plangebied is gelegen aan Fallaetswei, welke in Drachtstercompagnie uitkomt op de Smidswei en de Tsjerkebuorren. Ten zuiden komt de Fallaetswei uit op de weg De Dammen welke ten zuiden uitkomt bij Vliegveld Drachten.
8
Onderstaande afbeelding geeft een impressie van het plangebied.
Impressie plangebied (bron: google streetview, d.d. juni 2016)
2.2 Toekomstige situatie Principemedewerking Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Smallingerland heeft bij brief van 19 april 2022 (verzonden 20 april 2022, kenmerk 2022-007508/1) aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan deze ontwikkeling. Hierbij worden de volgende voorwaarden gesteld aan de beoogde ontwikkeling: 1.
2.
De sloop van de tweede bedrijfswoning op het adres Fallaetswei 17 wordt als voorwaarde gesteld. Deze woning wordt als het ware uitgeruild, zodat er per saldo geen sprake is van een toename van het aantal woningen. Ten aanzien van de vorm, situering en inrichting van het nieuwe woonperceel zijn de volgende voorwaarden gesteld: a. het nieuwe bouwvlak sluit aan bij het grootte van het perceel Fallaetswei 12a en de landschapsstructuren. Dat betekent een perceel van ongeveer 40 bij 40 meter; b. de bouw- en gebruiksregels van de bestemming 'Wonen - 1' uit het bestemmingsplan 'Kleine kernen oost' worden van kracht; c. dat betekent een woning met een oppervlakte van max. 150 m² en een bijgebouw met een oppervlakte van max. 100 m²; d. het hoofdgebouw en bijgebouw moeten aansluiten bij het dorpsbeeld (geen industriële uitstraling); e. voor het hoofdgebouw geldt: 1 bouwlaag met duidelijke kap, de nokrichting haaks op de weg; f. voor de gewenste beeldkwaliteit wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing; de lintbebouwing G4 uit de welstandsnota.
9
Stedenbouwkundige voorwaarden vorm, situering en inrichting van het nieuwe woonperceel (bron: principebesluit 19 april 2022)
Sloop tweede bedrijfswoning Fallaetswei 17 De beoogde ontwikkeling ziet toe op het realiseren van een woning naast de woning gelegen aan de Fallaetswei 12a. Het terrein is in handen van initiatiefnemer. De nieuw te bouwen woning dient ter vervanging van de bestaande (bedrijfs-)woning op de locatie Fallaetswei 17. Deze woning zal worden verwijderd.
Bestaande te slopen bedrijfswoning Fallaetswei 17 (bron: Google Maps juni 2016)
Nieuwbouw naast Fallaetswei 12a De nieuwe woning op het perceel naast Fallaetswei 12a zal in grootte en karakter aansluiten op de andere vrijstaande woningen ten noorden van het plangebied. De beoogde woning zal worden uitgevoerd in 1-1,5 laag met een kap en met een oppervlakte van maximaal 150 m². De woning wordt zorgvuldig ingepast in de bestaande landschappelijke structuur, waarbij de bomenrij aan de zuidzijde van het onderhavige perceel in stand wordt gehouden, zoals ook bedoeld met de Landschapskaart bij het nu geldende bestemmingsplan.
10
De sloot gelegen achter het perceel aan de Fallaetswei 12a wordt achter het plangebied doorgetrokken, een en ander conform de stedenbouwkundige voorwaarden van de gemeente Smallingerland. De beoogde woning vormt in de voorgestelde vorm een passende aanvulling op het bestaande patroon van lintbebouwing aan Fallaetswei. Het betreft een locatie aan de rand van Drachtstercompagnie, aansluitend aan bestaand stedelijk gebied. Verder sluit de woning aan op de nieuwe woningen aan de zuidkant van Drachtstercompagnie, waarvoor het bestemmingsplan ‘Drachtstercompagnie-Zuid’ is vastgesteld. In dat kader wordt voorzien in een nieuwe aansluiting op Fallaetswei, ten zuiden van het onderhavige initiatief. Zoals blijkt uit het onderliggende bestemmingsplan ‘Uitbreiding Drachtstercompagnie-Zuid’ (2008) is het voornemen om de grens van de bebouwde kom te verplaatsten tot de bocht van de Fallaetswei, waarmee een verkeersveilige aansluiting wordt gerealiseerd op een weg waar dan een 30 km-regiem gaat gelden. Op dat moment komt ook de onderhavige woning binnen de bebouwde kom te liggen. Bovendien waren er ooit plannen om een zone met wonen en werken verder naar het westen langs Fallaetswei door te trekken, maar die lijken thans niet meer actueel.
11
3 Beleidskader
3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek De aard en kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkeling maakt dat er, los van de ladder voor duurzame verstedelijking, geen raakvlak is met het rijksbeleid. In toelichting paragraaf 3.1.3 wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de NOVI zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016, 1 januari 2017 en 1 december 2020 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Het plangebied bevindt zich binnen de zone van een laagvliegroute waar vliegtuigen op een hoogte van 75 meter mogen vliegen. Op basis van artikel 2.6.10. van het Barro (beperkingen in verband met militaire laagvliegroutes jacht- en transportvliegtuigen) gelden onder de route beperkingen voor de bouw van obstakels. Bestemmingen waarbij bouwwerken van meer dan 40 meter kunnen worden opgericht zijn in de laagvliegroute niet toelaatbaar.
In de artikel 6.1 van de regels van dit bestemmingsplan zijn de noodzakelijke bouwhoogtebeperkingen opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling heeft verder geen raakvlak met het Barro, waarmee het geen belemmering vormt voor voorliggende planontwikkeling.
12
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.
3.
4.
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen, afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Voorliggend plan heeft betrekking op het realiseren van één woning. Deze woning dient ter vervanging van de bedrijfswoning gelegen aan de Fallaetswei 17, welke gesloopt zal worden. Daarmee is er per saldo geen sprake van een toename in het aantal woningen en is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de 'treden' van de ladder is voor de beoogde ontwikkeling niet benodigd. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie De Romte Diele De Omgevingsvisie De Romte Diele geeft de provincie de komende jaren richting welke activiteiten zij zullen uitvoeren. De omgevingsvisie is vastgesteld op 23 september 2020. De provincie streeft naar een brede welvaart, in een vitaal, veerkrachtig en gezond Friesland. Dit heeft de provincie uitgewerkt in vier ambities. Allereerst willen ze vitaal zijn, wat inhoudt dat ze streven naar brede welvaart door slimme economische groei. Ten tweede wil de provincie veerkrachtig worden. Dit betekent dat de provincie ingrijpende ontwikkelingen kunnen opvangen, zoals klimaatverandering. Ten derde wil de provincie haar eigen identiteit behouden. De Friese ruimte heeft een eigen karakter. Ten vierde wil de provincie gezond houden om deze ook gezond te kunnen doorgeven aan de volgende generaties. De provincie wil vruchtbare landbouwgronden en een grote biodiversiteit in natuurgebieden. De vier ambities heeft de provincie verwerkt tot de vier opgaven. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling heeft voornamelijk raakvlak met de eerste opgave van de omgevingsvisie. De provincie streeft naar het afstemmen van het aanbod woningen op de bevolking en het stimuleren van nieuwe economische impulsen, gekoppeld aan aantrekkelijke huisvesting voor (nieuwe) doelgroepen. In de
13
omgevingsvisie wordt duurzaamheid en de energietransitie als een belangrijk opgave gezien. Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuwe, duurzame woning gebouwd en wordt een oude bedrijfswoning gesloopt. Daarmee kan er gewerkt worden aan energiebesparing in de bebouwde omgeving. Natuurinclusief bouwen In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Natuurinclusief bouwen is een aspect dat echter niet in een bestemmingsplan geregeld kan worden. Het gaat om uitvoeringszaken, zoals het toepassen van speciale stenen met invliegmogelijkheden voor vleermuizen of een tuininrichting die biodiversiteit stimuleert. Als inspiratiekader hiervoor is een checklist van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging met 40 punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden, bij de initiatiefnemer kenbaar gemaakt. Voor de ontwikkeling worden vanuit de gemeente geen aanvullende eisen gesteld op dit vlak. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie De Romte Diele van de provincie Fryslân. 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014 Provinciale Staten hebben op 25 juni 2014 de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld.
De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De verordening voorziet niet in nieuw beleid. Uitsluitend geldend provinciaal ruimtelijk beleid is omgezet in algemeen geldende regels. Het gaat met name om beleid in het Streekplan Fryslân 2007, het Derde provinciale Waterhuishoudingsplan 2010-2015 en het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan. Uitgangspunt is dat de verordening niet meer regelt dan noodzakelijk is. Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling zijn de artikel met betrekking tot het 'zorgvuldig ruimtegebruik 'en 'woonplan' relevant. Planspecifiek In de verordening is onderscheid gemaakt tussen het begrip bestaand bebouwd gebied en het begrip landelijk gebied. Voor bestaand bebouwd gebied geldt een grotere mate van beleidsvrijheid bij het realiseren van stedelijke functies zoals woningnieuwbouw. Voor ruimtelijke plannen gelegen in het landelijk gebied geldt dat een woningbouwproject niet meer dan 3 woningen mag bevatten, moet er rekening worden gehouden met de draagkracht en inpassing van het landschap en dient verantwoord te worden waarom een ontwikkeling plaatsvindt in het buitengebied en niet binnen het bestaand stedelijk gebied. De gronden van het plangebied zijn volgens de verordening gelegen in het landelijk gebied.
De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van één woning, net buiten Drachtstercompagnie, ter vervanging van een bestaande woning. Per saldo blijft het aantal woningen in het landelijk gebied gelijk. Hierop is de 'saldoregeling woningen' (artikel 1.5.1 van de provinciale verordening) van toepassing. Aan de daaraan gestelde voorwaarden wordt voldaan. Zo dient de nieuwe woning qua omvang en uitstraling te worden ingepast binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. In dat verband kan worden opgemerkt dat de kenmerken van het wijkenlandschap met de beoogde ontwikkeling niet worden aangetast. De houtsingels aan de randen van het plangebied blijven behouden. Aan de westzijde van het plangebied, vanaf de Fallaetswei 12a, wordt de sloot doorgetrokken langs het plangebied. Daarbij is het realiseren van een vrijstaande woning passend in het lint van de woningen aan de Fallaetswei en sluit ruimtelijk en functioneel ook goed aan bij de nieuwbouwwoningen van Drachtstercompagnie-zuid. Hier is beoogd ca. 29 woningen te realiseren, welke uit een mix van vrijstaande woningen en twee-onder-éénkapwoningen dienen te bestaan. In dat verband wordt ook beoogd om de bebouwde kom te verplaatsten tot de bocht van de Fallaetswei. Daarmee komt het plangebied binnen de bebouwde kom te liggen en is het veeleer onderdeel van bestaand stedelijk gebied.
Derhalve kan gesteld worden dat geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Gezien het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de verordening Romte Fryslân.
14
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Smallingerland Op 2 maart 2022 is door de gemeenteraad van de gemeente Smallingerland de Omgevingsvisie Smallingerland vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst de contouren van Smallingerland in de toekomst. In het Koersdocument zijn vier opgaven omschreven om het toekomstbeeld voor 2040 waar te kunnen maken.
• • • •
Versterken van de positie van Drachten als regionaal verzorgingsgebied; Versterken van Drachten als stad voor innovatieve maakindustrie; Versterken van levendige, aantrekkelijke wijken en dorpen; Versterken van de kwaliteit van het buitengebied.
Tot deze opgaven kwam de gemeente samen met de inwoners, ondernemers en instellingen. Uitvoering van deze opgaven kan ook alleen samen gebeuren. Planspecifiek In de Omgevingsvisie Smallingerland wordt gesteld dat alle dorpen binnen de gemeente, waaronder Drachtstercompagnie als een van de grotere, een eigen identiteit hebben, nauw verweven met het omliggende (cultuur)landschap. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied plaats te vinden. Er wordt evenwel ook ruimte geboden voor o.a. nieuwe woningen daarbuiten, als het niet anders kan. Het onderhavige initiatief gaat uit van de mogelijkheden die de Omgevingsvisie op dit punt biedt, zeker als de zuidelijke verplaatsing van de bebouwde kom-grens een feit is. Met de beoogde ontwikkeling wordt daarnaast aangesloten bij de derde opgave van de omgevingsvisie: Het versterken va levendige, aantrekkelijke wijken en dorpen. De ontwikkeling ziet toe op het realiseren van één woning aan de rand van Drachtstercompagnie. De beoogde woning wordt qua schaal en uitstraling passend bij de woning gelegen ten noorden van het plangebied en de woningen die met de uitbreiding van Drachtstercompagnie-zuid worden gerealiseerd. Tevens wordt de woning gasloos gerealiseerd en zal deze minimaal voldoen aan de BENG-eisen.
Gezien het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de omgevingsvisie van de gemeente Smallingerland. 3.3.2 Woonvisie Smallingerland Op 6 oktober 2020 heeft de raad de Woonvisie 2020-2025 vastgesteld. Met de nieuwe woonvisie geeft de gemeente richting aan de woningmarktontwikkelingen in Smallingerland. Ook fungeert de woonvisie als leidraad bij veel ruimtelijke en woningbouw vraagstukken. Verder is in de woonvisie een woningbouwprogramma voor de komende vijf jaren opgenomen. De woonvisie gaat over actieve betrokkenheid van de inwoners en over samenwerking met de stakeholders, over gezamenlijke ambities en bovenal over hoe de gemeente samen mét anderen ambities waarmaken. De gemeente vindt erg belangrijk om inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te betrekken bij het maken van gemeentelijke visies en plannen. De woonvisie en de visie op sociaal wonen vormen het uitgangspunt voor de prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersvereniging De Bewonersraad. Ook is het een belangrijk en breed gedragen instrument voor de opgaven en ambities in de woningvoorraad en daarmee gebiedsontwikkeling. De ambities van Smallingerland zijn: 1. 2. 3.
Aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw. Ruim 1.000 woningen erbij in vijf jaar. Duurzamer en toekomstbestendiger woningvoorraad. Op weg naar energieneutraal. Wijs met grijs; meer ruimte voor initiatieven gericht op senioren & woningaanpassing.
15
4. 5.
Sterker inzetten op ‘mienskipssin’ en vitale dorpen en wijken. Sociaal wonen; betere beschikbaarheid, betaalbaarheid en zorg voor kwetsbare doelgroepen.
Het woningbouwprogramma voor de gemeente Smallingerland over de periode 2016 t/m 2025 bedraagt 1.251 woningen. Hiervan zijn er reeds 430 woningen tussen de periode 2016 t/m 2019 gerealiseerd. De resterende reguliere woningbouwopgave tot 2026 komt daarmee uit op 820 woningen. Met de provincie is afgesproken om maximaal 250 woningen over te programmeren voor het binnenstedelijk gebied. Dit biedt de mogelijkheid om planologisch 1.070 woningen te plannen. In de 'harde' woningbouwplannen voor de periode 2020-2025 zitten op dit moment 642 woningen. Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling wordt er een nieuwe woning gerealiseerd ten westen van Drachtstercompagnie. Deze woning komt ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning behorend bij het perceel gelegen aan de Fallaetswei 17. Deze bedrijfswoning zal met de beoogde ontwikkeling gesloopt worden. De beoogde woning wordt duurzaam gerealiseerd. De gemeente is terughoudend bij het realiseren van woningen in het buitengebied, maar staat wel open voor woningbouw aan de randen van de dorpen, aansluitend aan bestaand stedelijk gebied. Het plangebied bevindt zich aan de rand van Drachtstercompagnie. De beoogde woning wordt, gezien de ligging naast de bestaande woning aan de Fallaetswei 12a en nabij de nieuwe uitbreiding van Drachtstercompagnie, hier dan ook passend geacht.
Gesteld kan worden dat de ontwikkeling past binnen de intenties van Woonvisie Smallingerland.
16
4 Milieu- en omgevingsaspecten In een bestemmingsplan moet aandacht worden besteed aan milieu- en omgevingsaspecten. Van belang is te weten of een planvoornemen in overeenstemming is met wettelijke normen. Er wordt aandacht besteed aan de volgende thema's: 1. Milieueffectenrapportage; 2. bodem; 3. geluid; 4. milieuzonering; 5. luchtkwaliteit; 6. ecologie; 7. externe veiligheid; 8. archeologie en cultuurhistorie; 9. waterhuishouding; 10. verkeer en parkeren.
4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.
c.
d.
het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.
Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:
• •
Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;
17
•
De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).
De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Planspecifiek Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:2414, 18 juli 2018) dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij mogen de bestaande planologische mogelijkheden worden meegewogen bij de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De bebouwingsmogelijkheden nemen met de beoogde ontwikkeling beperkt toe. Met de beoogde ontwikkeling wordt een bedrijfswoning gesloopt en wordt er een nieuwe woning gerealiseerd. De nieuwe woning wordt conform BENG gebouwd. Er zullen duurzame en niet uitlogende materialen worden gebruikt en afval wordt gescheiden afgevoerd. Gelet op de aard en de omvang van de beoogde ontwikkeling kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.
Desondanks zijn in het kader van dit ruimtelijk plan de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht. Hieruit is niet gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit ruimtelijke plan te nemen. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. De kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zijn niet van dien aard dat er aanleiding bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapportage.
4.2 Bodem Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek Met voorliggend plan wordt er met de ontwikkeling woningen mogelijk gemaakt. Voor delen van het plangebied is er sprake van een wijziging naar een strenger bodemgebruik. Derhalve is een Verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Inventerra, d.d. 15 augustus 2022). Het betreffende onderzoek is als bijlagen bij toelichting, bijlage 1 bijgevoegd. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk 'onverdacht voor bodemverontreiniging'. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd:
•
de zintuiglijk onverdachte bovengrond op de locatie (0 – 0,5 m-mv) is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte kwik in mengmonster 2;
18
• •
in de zintuiglijk onverdachte ondergrond op de locatie (0,8 – 2,0 m-mv) zijn geen verontreinigingen aangetoond; het grondwater op de onderzoekslocatie is niet verontreinigd.
Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek dient de hypothese ‘onverdacht voor verontreiniging’ (strikt genomen) verworpen te worden, vanwege het aangetoonde licht verhoogde gehalte aan kwik in de bovengrond. Het aangetoonde verhoogde gehalte is echter zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de huidige en de toekomstige bestemming. Het aspect bodem vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3 Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh):
• •
woningen; geluidsgevoelige terreinen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft);
•
andere geluidsgevoelige gebouwen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, niet zijnde een woning).
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. De meest voorkomende vorm van geluidhinder is degene die wordt veroorzaakt door het wegverkeer. Zo stelt de wet dat in principe de geluidsbelasting op woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet mag overschrijden. De voorkeursgrenswaarden is de waarde die zonder meer kan worden toegestaan. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur wegen, op een bepaalde afstand van de geluidsgevoelige functie(s). Indien na akoestisch onderzoek blijkt dat de grenswaarden van de gevelbelasting worden overschreden dient er een ontheffing te worden verkregen via een hogere voorkeursgrenswaarde procedure. De maximale ontheffingswaarde voor nieuw te bouwen woningen in stedelijk gebied is 63 dB. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling ziet toe op het mogelijk maken van een woning. Woningen zijn in het kader van de Wgh geluidsgevoelige objecten.
Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een bedrijventerrein, waardoor onderzoek naar industrielawaai achterwege kan blijven. Desalniettemin is in het kader van het bedrijven en milieuzonering wel gekeken naar het geluid van de omliggende bedrijven. Dit is behandeld in toelichting paragraaf 4.4. Wegverkeerslawaai Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke onderzoekszone van Fallaetswei. In het kader van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd: 'Geluidbelasting wegverkeer woning
19
Fallaetswei naast 12 te Drachtstercompagnie' (Adviesburo van der Boom, d.d. 5 september 2022). Dit rapport is als bijlagen bij toelichting, bijlage 2 bijgevoegd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting door wegverkeer op de Fallaetswei op de oostgevel van de woning ten hoogste 49 dB bedraagt, na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt hiermee met 1 dB overschreden. De maximale hogere waarde van 53 dB wordt niet overschreden. Voor de woning dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Een hogere waarde kan slechts worden vastgesteld als maatregelen tot het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, of als er ernstige bezwaren zijn op het gebied van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De volgende maatregelen dienen te worden afgewogen om de geluidbelasting ten gevolge van de Fallaetswei op de woningen zo mogelijk tot de voorkeursgrenswaarde te doen afnemen:
•
•
•
Maatregelen aan de bron: stil asfalt. De Fallaetswei is ter hoogte van de locatie voorzien van het wegdek met oppervlaktebewerking (slijtlaag). Door het toepassen van een standaard wegdek (DAB) zou de geluidbelasting met ca. 4 dB afnemen. Het vervangen van een wegdek is een taak van de wegbeheerder. Indien de weg over een lengte van ca. 200 meter wordt vervangen door een standaard wegdek kan een geluidreductie van 4 dB worden bereikt. Het is echter financieel en praktisch niet haalbaar om dit hier te doen. Maatregelen aan de bron: verlagen van de maximumsnelheid. De maximumsnelheid op de Fallaetswei bedraagt ter hoogte van de locatie 60 km/uur. Door de woning onderdeel te laten worden van de bebouwde kom, en daarbij het kombord ca. 50 meter te verplaatsen, daalt de verkeerssnelheid naar 30 km/u. Voor de woning hoeft dan geen hogere waarde te worden verleend. Maatregelen in de overdracht. De woning kan in principe van de Fallaetswei worden afgeschermd door het aanbrengen van een verdiepinghoge afscherming (geluidscherm) op het eigen terrein. De hoogte van het geluidscherm dient, voor een effectieve afscherming van alle woonlagen, ca. 4,5 meter te bedragen. Een scherm met een dergelijke hoogte op deze locatie is echter stedenbouwkundig en landschappelijk ongewenst gezien de aantasting van de ruimtelijke kwaliteit.
Geconcludeerd kan worden dat voor de woning een hogere waarde dient te worden aangevraagd van 49 dB door wegverkeer op de Fallaetswei. Het verlenen van een hogere waarde kan achterwege blijven in geval de verkeerssnelheid ter hoogte van de woning wordt teruggebracht naar 30 km/u (maatregel aan de bron). Toets goede ruimtelijke ordening Voor het aspect geluid zal voorts sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als voor de woning daarnaast wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit. Hierbij wordt uitgegaan van het beperken van de geluidbelasting binnenshuis in de verblijfsgebieden van een woning tot 33 dB. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex. artikel 110-g Wgh.
•
De geluidbelasting op de oostgevel van de woning bedraagt op de verdieping 54 dB zonder aftrek. De benodigde karakteristieke geluidwering bedraagt dan 21 dB. Dit dient te worden aangetoond in het kader van de omgevingsvergunning.
•
Voor de geveldelen met een geluidbelasting van ten hoogste 53 dB zonder aftrek zijn geen voorzieningen noodzakelijk. De benodigde karakteristieke geluidwering bedraagt dan 20 dB. Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit.
Spoorweglawaai In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig. Conclusie Het aspect geluid vormt hier geen belemmering ervan uitgaande dat een hogere waarde wordt verleend, danwel dat de verkeerssnelheid ter hoogte van de woning wordt teruggebracht naar 30 km/u.
20
4.4 Milieuzonering Het aspect bedrijven en milieuzonering gaat in op de invloed die bedrijven kunnen hebben op hun omgeving. Deze invloed is afhankelijk van de afstand tussen een gevoelige bestemming en de bedrijvigheid. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Bij een ruimtelijke ontwikkeling kan sprake zijn van reeds aanwezige bedrijvigheid en van nieuwe bedrijvigheid. Milieuzonering zorgt er voor dat nieuwe bedrijven een juiste plek in de nabijheid van de gevoelige functie krijgen en dat de (nieuwe) gevoelige functie op een verantwoorde afstand van bedrijven komen te staan. Doel hiervan is het waarborgen van de veiligheid en het garanderen van de continuïteit van de bedrijven als ook een goed klimaat voor de gevoelige functie. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals: geluid, geur, gevaar en stof. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend.
De 'Vereniging van Nederlandse Gemeenten' (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen, met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Indien van deze richtafstanden afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Het scheiden van milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen dient twee doelen:
•
het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige bestemmingen;
•
het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen.
Daarnaast is hier de 'Wet geurhinder en veehouderij' relevant, alsmede de 'Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Smallingerland 2008', waarmee de gemeente invulling geeft aan gebiedsgericht geurbeleid op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Planspecifiek Het plangebied bevindt zich aan de rand van Drachtstercompagnie. Gezien de ligging kan het gebied worden gezien als een rustige woonwijk/rustige buitengebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere bedrijfsactiviteiten. Enkel de agrarische bedrijvigheid gelegen aan de Fallaetswei 12, 14 en 17 is relevant voor de beoogde ontwikkeling. De andere bedrijfsactiviteiten ten zuiden van het plangebied zijn gelegen op meer dan 200 meter en zijn daarmee, gezien de specifieke bedrijfsactiviteiten, niet relevant. Fallaetswei 12 Ten noorden van het plangebied, aan Fallaetswei 12, is een agrarisch bedrijf gevestigd. Volgens het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied' zijn hier grondgeboden agrarische bedrijven toegestaan. De afstand tot aan de beoogde woning bedraagt ruim 50 meter. Daarmee wordt er voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Tevens wordt voldaan aan de afstandsnormen uit de 'Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Smallingerland 2008'. Daarnaast ligt er tussen het plangebied en de agrarische bedrijvigheid de woning aan de Fallaetswei 12a.
Deze woning kan als maatgevend worden beschouwd. Derhalve kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling de agrarische bedrijvigheid niet zal belemmeren in zijn uitvoering en dat er ter plaatse van het plangebied sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Fallaetswei 14 en 17 Ten zuiden van het plangebied zijn enkele agrarische bedrijven gevestigd. Volgens het vigerende bestemmingsplan bevindt zich aan de Fallaetswei 14, ca. 175 meter ten zuidwesten van het plangebied,
21
een ‘landelijk bedrijf’. Hiervoor geldt ten hoogste de milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter. Tevens bevindt zich aan de Fallaetswei 17 volgens het vigerende bestemmingsplan ten zuiden van het plangebied een ‘intensieve veehouderij. Ook hiervoor geldt maximaal de milieucategorie van 3.2 met een richtafstand van 100 meter. De afstand van de intensieve veehouderij tot het plangebied bedraagt ca. 120 meter. Ook hier wordt voldaan aan de afstandsnormen uit de 'Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Smallingerland 2008'. Overige bedrijven Er zijn geen andere relevante bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied aanwezig. Conclusie Er kan gesteld worden dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat wat betreft bedrijven en milieuzonering. Omliggende bedrijven worden daarnaast nu en in de toekomst niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Het aspect milieuzonering zal geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling.
4.5 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit. Deze paragraaf vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005 en staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in een de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3% bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3% bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een woonwijk van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'.
Een belangrijk onderdeel voor de verbetering van de luchtkwaliteit is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Binnen dit NSL, dat sinds 1 augustus 2009 in werking is, werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Vanaf 1 januari 2015 geldt er ook een grenswaarde voor een kleinere fractie van fijn stof namelijk PM 2,5. De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 µg/m³. Gezien het grote verschil tussen de grenswaarde en de achtergrondconcentratie zullen overschrijdingen van deze grenswaarde niet vaak voorkomen. Het blijkt dat als de grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden, er geen overschrijding van de grenswaarde voor PM2,5 zal zijn. Het is de verwachting dat door het schoner worden van de autotechniek de concentratie van met name stikstofdioxide in de toekomst nog verder afneemt. Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Het Besluit gevoelige bestemmingen is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Met het Besluit wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening.
Het Besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken. Indien een project betrekking heeft op een gevoelige bestemming en geheel of gedeeltelijk is gelegen op een afstand van 300 m aan weerszijden van rijkswegen en 50 m langs provinciale wegen (gemeten vanaf de rand van de weg) mag het totaal aantal
22
mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen als overschrijding van de grenswaarden voor PM10 of NO2 dreigt/plaatsvindt. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming:
• • •
scholen; kinderdagverblijven; verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.
Het gaat niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. In 2021 is gebleken dat NO2 en fijn stof schadelijker zijn dan gedacht. De WHO heeft daarom de advieswaarden voor zowel NO2, PM10 en PM2,5 op 21 september 2021 verlaagt naar respectievelijk 10, 15 en 5 μg/m³. Deze richtlijn wordt ook door de GGD gevolgd. Als voldaan wordt aan de advieswaarden, zal er sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moeten er twee aspecten in beeld gebracht worden. Ten eerste of de luchtkwaliteit de nieuwe functie toelaat. Ten tweede moet bekeken worden of het plan de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ verslechtert. Indien het plan wel ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is het van belang om te toetsen of de grenswaarden niet overschreden worden. Indien geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt, kan het plan alsnog gerealiseerd worden. Planspecifiek De ontwikkeling kan, gezien de zeer beperkte omvang (< 1.500 woningen), aangemerkt worden als een NIBM-project. Het realiseren van de beoogde woning is een project dat 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is met behulp van Atlas Leefomgeving gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. De achtergrondconcentraties over 2020 van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) nabij het plangebied bedragen respectievelijk maximaal 13,4 μg/m³, 6,6 μg/m³ en 8,2 μg/m³. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden van 40 μg/m³ voor fijnstof PM10 en stikstofdioxide en 25 μg/m³ voor fijnstof PM2,5. Er wordt net niet voldaan aan de aangescherpte WHO-advieswaarden. Hierbij dient vermeld te worden dat deze waarden dermate streng zijn dat ze momenteel nergens in Nederland worden gehaald. Op basis van het Schone Lucht Akkoord wordt gestreefd naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. Het aspect luchtkwaliteit vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6 Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied. Wat betreft soortenbescherming is per 1 januari 2017 de huidige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie)
23
kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de algemene zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menig soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt, een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling wordt er een bedrijfswoning Fallaetswei 17 gesloopt en wordt het terrein naast de Fallaetswei 12a een woning gerealiseerd. Omdat deze beide onderdelen van de onderhavige initiatief mogelijk gepaard gaan met aantasting van beschermde flora en fauna, is in het kader van de Wet natuurbescherming ecologisch onderzoek uitgevoerd: 'Quickscan Wet natuurbescherming Fallaetswei 12a en 17 te Drachtstercompagnie' Blom Ecologie, d.d. 2 november 2022: zie bijlagen bij toelichting, bijlage 3. Soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep.
Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de rapportage is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Geconcludeerd wordt onder andere dat er essentiële habitatsonderdelen aanwezig zijn van de boommarter op de planlocatie. Ook is functioneel leefgebied voor de waterspitsmuis uitgesloten en zijn negatieve effecten ten aanzien van kleine marterachtigen uitgesloten. Tevens is beoordeeld dat de woning Fallaetswei 17 niet geschikt is voor vleermuizen en dat op de beide onderzochte locaties geen sprake is van een essentieel foerageergebied of vliegroute. Ook voor wat betreft amfibieën, reptielen, vissen, insecten en andere ongewervelden, vogels en jaarrond beschermde nestlocaties en algemene broedvogels en vogelsoorten onder categorie. 5 is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 7,1 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Wijnjeterper Schar’. De planlocatie maakt voorts geen deel uit van een beschermd gebied betreffende het Natuurnetwerk Nederland (op een afstand van circa 3,8 km gelegen), Groene contour of weidevogelkerngebied.