Beheerplan Nieuwe Marke Peinder Mieden sept 2013
Tekst van het document
Wanneer
Parameters
Grazige weilanden
Jaar 1, (3), 6, 11, 16…
% houtige gewassen (max 10%)
Singels
Jaar 1, (3), 6, 11, 16…
Lengte en kwaliteit singels (meters/ kwaliteitsklassen)
Sloten met beheer
Jaar 1, (3), 6, 11, 16…
(Afstemming waterschap)
Toezicht grazers
continu
Functioneren kudde(s) en gezondheid van de dieren
Controle hekken/
jaarlijks
Hekken in tact (100%); P/ wandelpad: grashoogte
Soorteninventarisatie
Naar wens
Aantal soorten, zeldzaamheid soorten, abundantie
Veldcheck
jaarlijks
Algehele stand van zaken
infrastructuur
max. 10 cm, loopbreedte min. 75 cm
Samenvattende tabel: zie voor de verantwoordelijkheden hoofdstuk 6. 33
6
Organisatie, verantwoordelijkheden, financiering en kwaliteitsborging
6.1 Organisatie en verantwoordelijkheden Uiteindelijk is het beheer inclusief de monitoring van het gemeenschappelijke natuurgebied de verantwoordelijkheid van de bewoners. Dit geldt ook voor de toegankelijkheid en het
onderhoud aan watergangen en infrastructuur (uitgezonderd het mogelijk nog aan te leggen
fietspad). Dit is echter niet vanaf morgen het geval; er zijn vijf fasen te onderscheiden. In elk van die fasen is de rolverdeling tussen de initiatiefnemer(s) en de bewoners een andere: geleidelijk schuift de verantwoordelijkheid naar de bewoners. 1. voordat de bewonersgroep zich heeft georganiseerd
2. de fase waarin de toekomstige bewoners zich verenigen t.b.v. de ontwikkeling van het stedenbouwkundig/inrichtingsplan
3. de fase waarin verschillende cpo-locatieverenigingen een woonplan gaan maken;
4. de bouwfase 5. eindfase
Fase 1a: Er heeft zich nog geen bewonersgroep georganiseerd Geen wijzigingen in het beheerregime.
Fase 1b: Er is een bewonersgroep, met wie een intentieovereenkomst is gesloten
In deze periode, waarin er serieuze belangstellenden zijn maar nog geen overdracht van
grond heeft plaatsgevonden, kan een begin worden gemaakt met het inrichtingsbeheer. Dat kan zodra de groep voldoende omvang heeft om een intentieovereenkomst te kunnen sluiten. Onder het opstarten van het inrichtingsbeheer vallen diverse zaken, zoals een
verbod op het telen van maïs, het instellen van het waterpeil op het nieuwe niveau, het graven van poelen, waar nodig opknappen van singels, aanleg van ingangen en
wandelroutes etc. en het starten met het begrazingsbeheer. Niet alle stappen kunnen tegelijkertijd worden opgestart, omdat voor een deel ervan een wijziging van het
bestemmingsplan nodig is. Wat wel kan, is het instellen van een verbod op het telen van maïs en het starten van het begrazingsbeheer op gronden die al beschikbaar zijn voor het project. Mogelijk kan ook het opknappen van singels al starten.
Het inrichtingsbeheer wordt uitgevoerd door de initiatiefnemer(s); de kosten ervan zijn versleuteld in de uitgifteprijs van de kavels.
Fasen 2&3&4: De toekomstige bewoners hebben zich georganiseerd
Het graven van poelen, watergangen en het instellen van het waterpeil op het nieuwe niveau, evenals het aanleggen van ingangen, wandelroutes en andere voorzieningen, kan pas nadat het bestemmingsplan is gewijzigd.
Naast de relatie met het bestemmingsplan, is er bovendien ook een relatie tussen het inrichtingsbeheer en de woonkavels, omdat grond die vrijkomt bij het graven van
waterpartijen benut wordt voor het ophogen woonkavels. Het graven van de poelen kan zodoende een iets afwijkende planning kennen.
Dit alles start idealiter voordat met de bouw van de woningen wordt begonnen, omdat de (toekomstige) bewoners dan vanaf het begin in een natuurlijke omgeving kunnen wonen. 34
Belangrijk is op deze wijze te garanderen dat hier niet gebeurt wat elders soms bij “rood voor groen” projecten gebeurt: dat het rood er wel komt maar het groen niet of mondjesmaat.
Ook in deze fase blijven de initiatiefnemers verantwoordelijk voor het inrichtingsbeheer; de toekomstige bewoners worden ontzorgt. Er vinden wel gesprekken plaats met (een
vertegenwoordiger van) de bewoners zodat kennisuitwisseling kan starten (eisen natuur en landschap, relatie tussen beheer en kosten etc.) en de wensen van de bewoners meegenomen kunnen worden in het inrichtingsbeheer.
Fase 5: Eindfase
Als bovenstaande stappen zijn doorlopen en de Nieuwe Marke is gerealiseerd, wordt de
verantwoordelijkheid voor het beheer geheel overgedragen van de initiatiefnemers naar de
bewoners. De kosten worden vanaf dat moment gedragen uit een verplichte bijdrage aan de VVE. Inzet is dat een externe professionele partij de bewoners advies geeft m.b.t. het
beheer. Leidraad voor deze adviseur is het beheerplan. Het beheerplan wordt op het moment van overdracht (eind jaar 5) geactualiseerd: ervaringen met en resultaten van het
inrichtingsbeheer zijn daarin verwerkt. Er vindt onafhankelijke toetsing plaats conform het beheerplan. Qua verantwoordelijkheden en organisatie is het volgende vastgelegd:
Het (inrichtings)beheer wordt in de eerste 5 jaar gevoerd door een partij die daartoe wordt geselecteerd door het kernteam van de Nieuwe Marke (gemeente,
InnovatieNetwerk, Urbannerdam en Stroming). Deze partijen consulteren daarbij een vertegenwoordiger van de bewoners.
Reden: Het is belangrijk om de eerste 5 jaar het beheer goed “in te stellen” – dat
vereist vakkennis en het maken van fouten in het begin kan zeer negatief uitpakken voor de natuurlijke ontwikkeling en frustrerend werken. Bovendien kan op deze wijze vroegtijdig gestart worden met het beheer.
De inhoudelijke randvoorwaarden zijn vastgelegd in een beheerplan en zullen
aangevuld worden met de ervaringen die in de eerste jaren worden opgedaan. In de splitsingakte wordt vastgelegd dat de bewoners gehouden zijn het beheer uit te voeren conform het beheerplan.
Reden: op die manier zijn alle bewoners ermee mee bekend en eraan gehouden.
De bewoners zijn gehouden het beheer binnen de gestelde randvoorwaarden uit te
voeren en nemen vanaf jaar 6 de inhoudelijke verantwoordelijkheid op zich. Ze zijn
vrij het beheer zelf te doen of uit te besteden aan een externe partij. Ze kunnen het werk wél, maar de verantwoordelijkheid níet overdragen.
Reden: uitgangspunt Nieuwe Marke. Voor achtergrond, zie Nadere uitwering.
Er vindt externe toetsing (monitoring) plaats van het beheer door een professionele partij zoals Fryske Gea. Toetsing vindt plaats aan de hand van het beheerplan.
Reden: behoud van natuur en landschap gaat meer mensen aan dan de bewoners alleen en de kwaliteit ervan moet duurzaam geborgd zijn.
35
Voor de organisatie van het inrichtingsbeheer (jaar 1 t/m 5) en het reguliere beheer (jaar 6 t/m 30) is een overzicht van de verantwoordelijkheden opgenomen.
Het definitieve beheerplan voor het inrichtingsbeheer zal gereed zijn voordat met de
verkoop van de kavels wordt begonnen, zodat (toekomstige) bewoners op dit punt maximale
duidelijkheid hebben t.a.v. de te verwachten natuur- en landschapswaarden en de kosten die gemoeid zijn met het ontwikkelen en behouden daarvan. Na afloop van het
inrichtingsbeheer wordt het beheersplan geactualiseerd: de ervaringen die opgedaan zijn in de eerste 5 jaar worden daarin verwerkt, alvorens het als leidraad aan de bewoners wordt meegegeven.
Korte termijn toezicht op beheer (jaar 1 t/m 5) Actie
Verantwoordelijkheid
Uitvoering
Advisering
Controle en goedkeuring
Opstellen beheerplan
Gemeente
(incl. toetsingscriteria)
Product: beheerplan
Stroming
jaar 1-5
It Fryske Gea of
Gemeente,
gelijkwaardig
InnovatieNetwerk, Stroming en
Urbannerdam Vaststellen nulmeting
Gemeente
It Fryske Gea of
Gemeente,
Inventarisatie
Stroming en
Uitbesteed
Stroming
Gemeente
It Fryske Gea/
Stroming
Stroming
gelijkwaardig; LBF aanwezig
Beheer (uitvoering)
Gemeente
Beheer (monitoring
Gemeente
adhv toetsingscriteria;
gelijkwaardig
incl. rapportage)
Jaarlijkse schouw
aan derden
Gemeente
It Fryske Gea/
InnovatieNetwerk, Urbannerdam
Gemeente (afschrift
provincie) Stroming
Gemeente
gelijkwaardig
Lange termijn toezicht op beheer (jaar 6 t/m 30) Actie
Verantwoordelijkheid
Uitvoering
Advisering
Controle en
Opstellen beheerplan
Gemeente
Stroming
It Fryske Gea of
Gemeente
(incl. toetsingscriteria)
Product: beheerplan
gelijkwaardig
(afschrift
Beheer (uitvoering)
Bewoners/ VVE
Bewoners of
It Fryske Gea of
-
uitbesteed
gelijkwaardig
(afschrift
jaar 6-30
aan derden Beheer (monitoring
adhv toetsingscriteria;
Bewoners/ VVE
incl 5 jaarlijks rapport) Indien nodig
Bewoners/ VVE
Jaarlijkse schouw
Bewoners/ VVE
aanpassen beheerplan
goedkeuring
provincie)
gemeente)
It Fryske Gea
Gemeente
gelijkwaardig
provincie)
of
(afschrift
Uitbesteed
It Fryske Gea of
Gemeente
It Fryske Gea/
-
Gemeente
aan derden
gelijkwaardig
(afschrift
provincie) gelijkwaardig
36
PM KAARTBEELD: ruimtelijke verantwoordelijkheden regulier beheer (begrenzing begrazingseenheid; fietspad verantw. gemeente, verantw. Wetterskip, etc). Deze kaart wordt toegevoegd zodra het bestemmingsplan gereed is.
6.2 Financiering De financiering van het beheer is geborgd doordat een beheersfonds wordt ingesteld. Daarin wordt vanuit de grondexploitatie een bedrag gestort dat voldoende is voor het beheer in de eerste 5 jaar (inrichtingsbeheer). De financiering in de jaren daarna is geborgd door
verplichte bijdragen die de bewoners moeten doen aan de Vereniging van Eigenaren.
Uitgaande van 45 gezinnen, zal het gaan om een totaalbedrag in de ordegrootte van €50–75 (incl. BTW) per maand per gezin. Het risico dat dit door de bewoners niet kan worden
opgebracht is gering; in de splitsingsacte worden de consequenties van het niet betalen van de VVE bijdrage opgenomen, zoals gangbaar in iedere VVE.
In de toekomstige situatie is het de verantwoordelijkheid van de bewoners van de Nieuwe Marke maar het is ook in het belang van de gemeente, provincie en Wetterskip dat het gebied aantrekkelijk en functioneel wordt en blijft.
6.3 Kwaliteitsborging De kwaliteit van het beheer in de eerste 5 jaar is geborgd doordat het beheer is uitgestippeld (dit beheerplan) en gedurende de eerste 5 jaar wordt begeleid door een professionele partij. Het beheer is gericht op realisatie van het landschapsbeeld dat in de ontwerpstudie is
beschreven. Dit landschapsbeeld wordt vastgelegd in de splitsingsakte van de Nieuwe Marke voor een lange periode; verplichting vanuit de provincie is 30 jaar. Daarna kan het worden
gewijzigd met een meerderheid van stemmen van 80% (of zoveel meer als in de splitsingakte wordt vastgelegd), waarbij de uitgangspunten van de provincie te allen tijde gewaarborgd worden. De kwaliteit van het beheer na jaar 5 is geborgd doordat óf de
“inrichtingsbeheerder” het beheer voortzet in opdracht van de Vereniging van Eigenaren het recht van schouw heeft op het beheer. In een volgende fase zal worden onderzocht hoe dit laatste kan worden verankerd.
De borging van de kwaliteit van het natuur- en landschapsbeheer vindt als volgt plaats:
− in het bestemmingsplan is vastgelegd dat 95% van het gebied bestemd is voor behoud en ontwikkeling van natuur en landschap.
− het ontwerp van de Nieuwe Marke in deze rapportage is het vertrekpunt voor het beheer. In de “splitsingsakte” die alle bewoners tekenen, wordt vastgelegd dat de bewoners die natuur- en landschapsbeeld moeten realiseren.
− het beheer van natuur en landschap wordt betaald uit een verplichte bijdrage van de bewoners aan de VVE.
− er is toezicht op het beheer. Er is een beheersplan aan de hand waarvan door
een externe partij, waarschijnlijk Fryske Gea, getoetst wordt of het beheer goed
wordt uitgevoerd. Deze externe partij geeft aan of en zo ja welke wijzigingen in het beheer nodig zijn.
37
Het ontwerp, het beheerplan en de verplichte financiële bijdrage aan het beheer maken
onderdeel uit van de splitsingsakte van de VVE. Voor wijziging van de splitsingsakte is een
grote meerderheid van stemmen nodig (unanimiteit of 80%). De VVE-constructie waarvan de splitsingsakte onderdeel uitmaakt, biedt hiermee een hoge mate van garantie op continuïteit van beheer van het gemeenschappelijke eigendom. Sancties
Als de externe adviseur constateert dat het beheer desondanks niet voldoet aan het
vastgestelde beheerplan, zal de gemeente de VVE aanmanen hier verandering in te brengen. De VVE krijgt hierna een bepaalde hersteltijd om maatregelen te nemen opdat het beheer wel voldoet. Gebeurt dit niet, of onvoldoende dan kan de gemeente deze maatregelen
nemen op kosten van de VVE. Deze bepaling wordt in de splitsingsakte opgenomen, in een zogenaamde ‘in gebrekestelling clausule’ (zie CROW).
38