CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

231018 Bijlage 3 bij brief college - Programma van Eisen Museum Dr8888 augustus 2023

Ronde Tafel 31 oktober 2023, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Begroting 202416.267 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

→ Het depot dient zo te worden ontworpen dat het op termijn ook deels (tijdelijk) kan worden ingezet als expositieruimte.

De totale collectie (ca. 13.000 objecten) kan als volgt worden opgedeeld:

Schilderijen 6,7%

→ Schilderijen: 900-950 objecten → Papier: 4527 objecten → Textiel: 1216 objecten

Erfgoed 20,8%

→ Goud en zilver: circa 400 objecten

→ Munten en penningen: 16 objecten → Fotoarchief: ca. 1000 objecten

Goud en zilver 4,2% Papier 58,3%

→ Van Doesburg-Rinsemahuis: 13 objecten

→ Compartimentering in relatie tot brandveiligheid speelt een belangrijke rol voor het opslaan van de kunstwerken. Het is niet toegestaan te werken met een sprinklerinstallatie.

→ Diverse materialen: ca. 3000 objecten (erfgoed, archeologie, gebruiksvoorwerpen, etc.)

→ De netto hoogte is minimaal 3,0 meter. Opslaan in de hoogte is mogelijk, mits er goed gekeken wordt naar een veilige en praktische bereikbaarheid van stukken op een hogere hoogte (bijv. met een schilderij vasthoudend een trap aflopen is niet veilig).

→ Beeldhouwwerken: 100 objecten

Draaijer

Textiel 8,3%

Bron: Collectiescan Museum Dr8888

Het grootste object (schilderij) is 2,5 x 3m.

50

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – depot FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN De oppervlakte voor het depot is bepaald op een efficiënt opslagsysteem waarbij een kleine groei van de collectie in de toekomst mogelijk is. Van de totale collectie, bestaande uit circa 13.000 objecten, is een aantal objecten te bestempelen als ‘niet kwetsbaar’. Deze objecten hoeven niet in een geconditioneerde ruimte opgeslagen te worden. Het gaat hier om beperkte aantallen waarvan de oppervlakte verwaarloosbaar is.

Ruimtebehoefte per onderdeel van de collectie Aantal items

Schilderijen

900-950

Papier

4.527

Textiel

1.216

Goud en zilver

Ca. 400

Munten en penningen Fotoarchief Van Doesburg-Rinsemahuis

Draaijer

16 Ca. 1.000 13

Diverse materialen

Ca. 3.000

Beeldhouwwerken

100

51

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – ondersteuning FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN 4.4.4 Ondersteuning expositie De ondersteunende ruimten van de expositie bestaan uit ontvangstruimte/ acclimatiseringsruimte, werkatelier en werkplaats.

de

Ontvangstruimte goederen (laad-/ loszone) → In de ontvangstruimte goederen vindt het laden en lossen van goederen (expositiestukken) plaats. De ruimte grenst direct aan de buitenruimte/ straat en grenst direct aan de acclimatiseringsruimte. Ook de werkplaats is in de nabijheid aanwezig. → De ruimte is voorzien van een deur/ loadingdock voor een grotere bestelbus/ kleine vrachtwagen (formaat nader uit te werken). Het loading dock/ de deur moet van buiten goed bereikbaar zijn. Bij het toepassen van de verharding dient aandacht te zijn voor behoud van het groene karakter. Laden en lossen moet plaatsvinden rechtstreeks vanuit de (klep van de) vrachtwagen, maar ook via maaiveld. De opening is minimaal 4 meter hoog (niveau klep vrachtwagen tot bovenkant) en 3 meter breed. Acclimatiseringsruimte

→ De ruimte grenst direct aan de laad-/ loszone, het werkatelier en aan het depot. De ruimte ligt in de nabijheid van de expositieruimte (met name de wisseltentoonstelling). → De ruimte is voorzien van een systeem waarbij de kunstwerken goed en efficiënt opgeborgen kunnen worden.

→ De ruimte is goed toegankelijk en heeft de juiste bouwfysische eigenschappen (temperatuur, luchtvochtigheid, etc.). Werkatelier (fotografeerruimte) incl. opslag → In het werkatelier vinden de volgende werkzaamheden met kunstwerken plaats: registreren, inlijsten, passe-partout snijden, conditiechecks en het fotograferen. → De ruimte is gelegen nabij de werkplaats en de expositieruimte. Ook is de ruimte gelegen nabij de acclimatiseringsruimte en het depot. → In de ruimte is plaats voor een: snijtafel, werktafel (2x2 meter), bureau (werkplek), scantafel, lampen, ezel, inlijstapparaat, opslag passepartouts (moet horizontaal) en een pantry met wasbak.

→ In de acclimatiseringsruimte (6 meter breed en 8 meter lang) vindt tijdelijke opslag plaats van bruikleen expositiestukken.

→ In de ruimte is ook een opslaggedeelte aanwezig. In de vorm van een ‘inloopkast’ vindt opslag plaats van o.a. dozen en lijsten. De opslag is voorzien van stellingkasten.

→ Voordat de werken meedoen met een tentoonstelling moeten deze gecheckt worden op o.a. conditie.

→ De ruimte is stofvrij i.v.m. werken met collectiestukken.

Draaijer

52

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – ondersteuning FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN De ruimte moet zo ingericht kunnen worden dat de twee hoofdfuncties werkatelier en fotograferen beide kunnen plaatsvinden. Voor het fotograferen moet de ruimte verduisterd kunnen worden. Het fotograferen gebeurt niet dagelijks, daarom is gekozen om dit niet in een aparte ruimte plaats te laten vinden. Hiervoor is het wel nodig dat voor het fotograferen een deel van de ruimte door middel van bijvoorbeeld een gordijn tijdelijk afgeschermd kan worden zodat de overige activiteiten (werkatelier) ook kunnen plaatsvinden (zij het dan tijdelijk in een kleinere ruimte). Door de gehele ruimte moet een kar van 1 meter breed kunnen manoeuvreren.

Werkplaats incl. opslag → In de werkplaats wordt gewerkt met machines en gereedschappen, vinden onderhoudswerkzaamheden aan het gebouw plaats en werkzaamheden t.b.v. het bouwen van de tentoonstellingen. Het is de werkruimte voor de technisch medewerker/ tentoonstellingsbouwer.

→ De ruimte is gelegen in directe nabijheid van de laad-/los zone, nabij de expositieruimte en nabij het werkatelier. → In de ruimte vindt ook opslag plaats van goederen en gereedschap. De opslag heeft de vorm van een ‘inloopkast’. → In de ruimte is een pantry met wasbak en bezinkselbak aanwezig, een werkbank en er kunnen diverse machines worden aangesloten en gebruikt. Door de gehele ruimte moet een kar van 1 meter breed kunnen manoeuvreren.

Inlijstapparaat

Werktafel

Draaijer

Opslag passe-partouts Snijtafel

Kleine snijder

Werkbank

Lampen

Pantry en stellingkast

→ De ruimte heeft voldoende afzuiging en ventilatie vanwege het gebruik van machines. Ook is er een goede geluidsisolatie zodat boor- en zaagwerkzaamheden geen overlast geven aan naastgelegen ruimten. → De toegang tot de ruimte is voldoende groot zodat grote plaatmaterialen er door naar binnen kunnen. Er is voldoende ruimte om te bewegen en om te werken met grote objecten (bijv. sokkels van 2 x 3 meter). Gereedschap kan worden opgehangen, zodat er veilig gewerkt kan worden. Ook moet de ruimte goed tegen trillingen kunnen (een ligging op de begane grond heeft hierbij de voorkeur). 53

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – ondersteuning FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Berging tentoonstellingsmaterialen → In de berging tentoonstellingsmaterialen staan sokkels, kisten, vitrines, verwerkings- en transportmateriaal, doeken, etc. opgeslagen. → De ruimte is bij voorkeur gelegen nabij de expositieruimte en in de buurt van het werkatelier en de werkplaats.

→ De ruimte is voorzien van stellingkasten.

Draaijer

54

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – educatie FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN 4.4.5 Educatie en bijeenkomsten Onderdeel van educatie en bijeenkomsten zijn het atelier, workshopruimte, auditorium en opslag. Educatieruimte → De educatieruimte heeft als doel het kunnen laten plaatsvinden van educatie-bijeenkomsten met kinderen. Hierbij wordt (vanuit onderwijs) gewerkt met groepen en worden ook ‘vieze’ werkzaamheden uitgevoerd zoals kleien en schilderen. Ook vinden hier bijeenkomsten en workshops plaats met andere doelgroepen. → De educatieruimte is gelegen nabij sanitair, zodat de kinderen zelfstandig (zonder begeleiding) naar het toilet kunnen. De educatieruimte is gelegen in de directe nabijheid van een opslagruimte (waar ook de opslag plaatsvindt van de workshopruimte). Hiermee ontstaat een cluster bestaande uit de educatieruimte, de workshopruimte en de opslag. Hierdoor kunnen vanuit de educatieruimte kinderen bij grote groepen ook aan het werk in de workshopruimte. Dit cluster is gelegen voor de kaartcontrole, in het openbaar toegankelijk gebied; een zichtrelatie met de entree is niet nodig. Het is wenselijk om de expositieruimte in de nabijheid te hebben, aangezien de groepen kinderen ook altijd de expositie gaan bezoeken tijdens hun activiteit (een directe relatie hiermee is niet benodigd).

Draaijer

→ De ruimte biedt plaats aan 30 personen en is voorzien van een wasbak/ wastrog met verfbezinksel en 4 kranen warm/ koud water. → Voldoende ventilatie en een goede akoestiek zijn randvoorwaarden vanuit het gebruik van deze ruimte en de doelgroep. Zo is het van belang dat er geen geluidsoverlast is naar de aangrenzende ruimten.

Opslag educatieruimte en workshopruimte In de opslagruimte wordt materiaal opgeslagen dat wordt gebruikt voor de educatieruimte en de workshopruimte. → De ruimte is gelegen tussen/ in de directe nabijheid van de educatieruimte en de workshopruimte en is voorzien van stellingkasten. De vorm van de ruimte draagt bij aan het zo optimaal mogelijk opslaan van materialen.

55

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – educatie FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Auditorium

Workshopruimte

→ Het auditorium is een grote ruimte waar de grotere bijeenkomsten plaats kunnen vinden zoals filmvertoningen, lezingen en presentaties. Ook wordt deze ruimte verhuurd aan externen (ook buiten openingstijden Museum).

→ In de workshopruimte worden workshops en activiteiten gehouden (bijv. schilderen en tekenen) waarbij in groepen van circa 12-15 personen wordt gewerkt. Ook wordt deze ruimte verhuurd aan externen.

→ De ruimte is geen standaard bijeenkomstruimte, maar is door een hogere ruimte en meer aandacht voor materialisering en kleurgebruik een bijzondere ruimte in het Museum. → Het auditorium is gelegen in het openbaar toegankelijk gebied (voor de kaartcontrole). Wel dient er bij de evenementen bij de toegang van deze ruimte incidentele kaartcontrole te kunnen plaatsvinden. De ruimte is gelegen nabij een verkeersruimte die bij grote evenementen bij de ruimte getrokken kan worden voor het vergroten van de capaciteit.

→ De ruimte is gelegen in de directe nabijheid van de opslag en educatieruimte en in het openbaar toegankelijke gebied (voor de kaartcontrole). → De ruimte biedt plaats aan 12-15 personen. → Randvoorwaarden van deze ruimte zijn voldoende ventilatie en een goede akoestiek.

→ De ruimte is geschikt voor 70 zitplaatsen en heeft een capaciteit voor 80 personen. Er wordt gebruik gemaakt van flexibel meubilair (verrijdbare tafels en stapelbare stoelen) zodat er verschillende opstelmogelijkheden van het meubilair ontstaan. Het betreft een vlakke zaal met een verhoogd flexibel podium voor een spreker. → De ruimte heeft een goede akoestiek voor de diverse activiteiten.

→ Bij voorkeur ligt de ruimte aan de binnentuin waarbij de gevel naar de tuin opengezet kan worden.

Draaijer

56

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – personeel FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN 4.4.6 Personeel

Vergaderruimte

Onderdeel van de personeelsruimten zijn de kantoren, vergaderruimten, personeelsruimte, repro en opslag.

→ In de vergaderruimte vinden overleggen plaats tussen medewerkers onderling en met externen. Ook Smelne’s Erfskip kan deze ruimte gebruiken voor vergaderingen. In de vergaderruimte kunnen medewerkers ook een digitale vergadering houden (Teams, Zoom), even geconcentreerd werken en een telefoongesprek voeren.

Kantoorruimten → Voor het uitvoeren van bureauwerkzaamheden door de medewerkers van het Museum zijn 12 werkplekken benodigd. Hierbij geldt de volgende verdeling:

→ De vergaderruimte ligt op een centrale plek, nabij de werkplekken.

▪ 1 ruimte met 1 werkplek en spreekkamer 3-5 personen (directeur) – 16 m²

→ De vergaderruimte biedt plaats aan 8 personen.

▪ 1 ruimte met 2 werkplekken (financiën/ office manager) – 12 m²

Personeelsruimte

▪ 1 ruimte met 3 werkplekken collectiebeheer) – 24 m²

(conservator,

registrator

en

▪ 1 ruimte met 6 werkplekken (o.a. educatie, stagiaires) – 48 m² → De werkplekken zijn gelegen nabij de reproruimte en in de nabijheid van de vergaderruimte. De kantoorruimten liggen in het niet-openbare gebied en zijn niet te bereiken via de expositie. Een rustige omgeving is gewenst, niet nabij bijvoorbeeld de educatieruimte. → De werkplekruimtes zijn uitgerust met kasten voor archief, opslag en boeken en werkplekken met een beeldscherm.

Draaijer

→ De vergaderruimte wordt ook verhuurd aan externen. → In de personeelsruimte verblijven medewerkers en vrijwilligers tijdens hun pauze. Hier worden ook hun jassen opgehangen. De ruimte kan ook gebruikt worden als vergaderruimte en voor incidenteel gebruik door horeca bij piekmomenten (grotere evenementen). → De personeelsruimte ligt in een niet publiek toegankelijk gebied en ligt in de nabijheid van de kantoorruimte en de vergaderruimte. → De ruimte beschikt over een pantry met een wasbak, vaatwasser, magnetron, koelkast en koffieautomaat en biedt voor 8 personen zitplaatsen.

57

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – personeel/facilitair FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Reproruimte

4.4.7 Facilitair

De functies van de reproruimte zijn: opslag geldlade (dagomzet), printen, scannen, lamineren en inbinden.

Onderdeel van facilitair zijn de keuken (incl. opslag), schoonmaakkast, de algemene opslag en de winkelopslag.

→ De reproruimte ligt in een niet publiektoegankelijk gebied, nabij de werkplekken.

Keuken

→ In de ruimte zijn een printer/ scanner (MFA) aanwezig en een kluis. Opslag archief (boeken, etc.) In de opslagruimte vindt opslag van onder andere boeken plaats. De ruimte wordt gebruikt door medewerkers van het Museum en door medewerkers van Smelne’s Erfskip. Gemiddeld 2x per jaar wordt de ruimte ook bezocht door publiek. Dit gebeurt op verzoek en op afspraak.

→ De opslagruimte ligt op een centraal gelegen plek, bij voorkeur nabij het Historisch Centrum. → De ruimte is voorzien van (stelling)kasten.

→ In de keuken vinden de voorbereidingswerkzaamheden plaats voor de horeca, ook vinden hier de werkzaamheden plaats zoals het afwassen van serviesgoed. Voor grote evenementen en diners worden door een externe cateraar de goederen aangeleverd die in de keuken worden uitgepakt en klaar gemaakt voor het uitserveren. → De keuken heeft een directe relatie met het café/ de horeca en met de opslag van de keuken. De keuken is bij voorkeur niet bereikbaar via een publiek toegankelijke verkeersruimte.

→ De inrichting van de keuken dient nader uitgewerkt te worden met een horeca-adviseur. In ieder geval zijn aanwezig: een vaatwasser, koffiemachine, wasbak, keukenkasten, een elektrische kookplaat met afzuiging, een werkblad voor het bereiden van soep en lunches. → De ruimte voldoet aan de HACCP-norm.

Draaijer

58

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – facilitair FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Opslag keuken

Schoonmaakkast

→ In de opslagruimte vindt de opslag plaats van alle voorraad/ goederen die gebruikt worden in de keuken.

→ In het gebouw is een aantal schoonmaakkasten aanwezig, verspreid over het gebouw. In deze kasten vindt de opslag van schoonmaakgoederen plaats.

→ De ruimte heeft een directe relatie met de keuken en is bij voorkeur niet bereikbaar vanaf de publiek toegankelijke verkeersruimte. → De opslag voldoet aan de HACCP-norm.

→ De ruimte biedt plaats aan de opslag van een mogelijke scrobmachine (1 in totale gebouw), een schoonmaakkar (per ruimte), een stellingkast, een uitstortgootsteen met warm en koud water, een stofzuiger, bezem en mop.

Opslag facilitair

Opslag winkel

→ In de opslagruimte facilitair vindt de opslag plaats van statafels, opklaptafels en circa 85 (stapelbare) stoelen. Ook vindt de opslag van serviesgoed hier plaats. Bij voorkeur is de opslag van serviesgoed een aparte ruimte.

→ In de opslag van de winkel liggen de voorraadartikelen, zoals boeken, kaarten en flyers.

→ De ruimte is voorzien van stellingkasten, een koeling en een vriezer.

→ De opslag is gelegen nabij de horeca en de groepsruimten zoals het auditorium.

→ De opslag ligt bij voorkeur in de nabijheid van de winkel en is goed bereikbaar. → De ruimte is voorzien van stellingkasten.

→ De ruimte is voorzien van een beperkt aantal stellingkasten.

Draaijer

59

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie - Museumtuin FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN 4.4.8 Museumtuin

Prioritering van de eisen t.a.v. de Museumtuin:

De Museumtuin wordt multifunctioneel gebruikt voor de volgende activiteiten: eten & drinken, tentoonstellingen/ exposities, bijeenkomsten, evenementen zoals een lezing, filmvertoningen en openingen.

1) Zichtbaarheid van de Museumtuin vanaf de straatzijde

→ De Museumtuin heeft een goede relatie met binnen. Op verschillende plekken is de Museumtuin vanuit het gebouw te bereiken. De Museumtuin is tijdens openingstijden openbaar toegankelijk gebied. Na openingstijden kan het worden afgesloten zodat het niet meer toegankelijk is vanaf de straat/ het openbaar groen (bijv. door middel van een hekwerk).

2) Een goede afsluitbaarheid 3) Het semiopenbaar toegankelijk maken van de Museumtuin

→ De Museumtuin kan ook gebruikt worden als routing door het Museum. De Museumtuin is voorzien van tafels en stoelen op een terras waar beschutting en zonlicht aanwezig is. → De Museumtuin is voldoende groot, zodat alle activiteiten er kunnen plaatsvinden (minimaal de oppervlakte van de bestaande binnentuin, ca. 325m2). Ook staan er expositiestukken zoals beelden in de Museumtuin. → De buitenruimte is rolstoeltoegankelijk en ook toegankelijk voor grote beelden. De Museumtuin mag een open verbinding aangaan met de omgeving. Hierbij is afsluitbaarheid een belangrijk aandachtspunt. De Museumtuin heeft een verbinding en zachte overgang met het openbaar groen.

Draaijer

60

4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – overige gebruikers FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN 4.4.9 Historisch centrum Smelne’s Erfskip → Voor het Historisch Centrum Smelne’s Erfskip is een huiskamer aanwezig, waarin bezoekers worden ontvangen, maar waar ook bureauwerkzaamheden en onderzoek door medewerkers plaatsvindt. In de huiskamer kunnen bezoekers vragen stellen, kunnen ze boeken kopen, kleine exposities zien, maar vinden ook kleinere bijeenkomsten plaats. → De huiskamer heeft een zichtfunctie vanaf de entree en bevindt zich in een openbaar toegankelijk gebied. De ruimte nodigt uit om te betreden door een laagdrempelige toegang. → In de huiskamer zijn twee werkplekken aanwezig, een grote tafel voor 8 personen, een verrijdbaar scherm en een scherm aan de wand. Verder wordt er gebruik gemaakt van vitrines voor kleine exposities en is er een boekenkastwand voor archief. 4.4.10 VVV Ontvangstruimte → In de ontvangstruimte van het VVV worden bezoekers ontvangen en geïnformeerd. Ook worden hier routekaarten en andere dingen zoals souvenirs verkocht. De ontvangstruimte heeft een zichtfunctie vanaf de entree. De ruimte mag liggen in de buurt van Smelne’s Erfskip.

Draaijer

→ De ruimte is voorzien van een balie met een kassa, folder(rekken) en etalagestelling. In de ruimte is een beeldscherm aan de wand waarop informatie wordt getoond. → VVV is zichtbaar gehuisvest in het gebouw van het Museum, bijvoorbeeld door een duidelijk en zichtbaar logo. Zichtbaarheid vanaf het plein is ook benodigd, zodat het VVV goed gevonden kan worden. Het VVV wenst geen eigen ingang, maar wil gebruik maken van een gezamenlijke ingang met het Museum. Kantoor/spreekruimte → In de kantoorruimte vinden bureauwerkzaamheden plaats; ook kan hier een overleg/ vergadering plaatsvinden. → De ruimte is gelegen in de nabijheid van de ontvangstruimte. Een zichtrelatie is niet benodigd. → De ruimte is voorzien van een tafel met stoelen. → De ruimte hoeft niet akoestisch afgesloten te zijn, maar is wel op een rustige plek gelegen. → De ruimte kan ook door Smelne’s Erfskip en het Museum gebruikt worden als die niet wordt gebruikt.

61

4.5 Relatieschema op hoofdlijnen FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN De belangrijkste functionele principes zijn:

Kaartcontrole

→ Bezoekers zoveel mogelijk op de begane grond en personeel op de verdieping.

→ Kaartverkoop vindt plaats bij de (ontvangst)balie. Kaartcontrole vindt plaats bij de toegang tot de expositieruimte. Ook moet het mogelijk zijn om bij de bijeenkomstruimten incidentele kaartcontrole toe te passen bij de toegang tot deze ruimten. Kaartcontrole kan d.m.v. een gastvrouw/heer of door techniek (bijv. poortjes).

→ Alle ruimten die vrij toegankelijk zijn voor bezoekers liggen rondom de entree en hebben een duidelijke zichtrelatie met de entree. Dit gebied moet uitnodigend en vrij toegankelijk voelen voor bezoekers die niet naar de tentoonstelling gaan. → Ruimten in een cluster zijn zoveel mogelijk aansluitend aanwezig.

Vrij toegankelijk Hoofdentree

Ontvangst/ balie / winkel/ sanitair/ garderobe/ horeca/ Smelne’s Erfskip / VVV

Draaijer

Goederenentree (kunstwerken)

Personeelsentree (facilitair/keuken)

Publiekstoegankelijk (deels betaald / incidentele kaartcontrole)

Publiekstoegankelijk (betaald/ kaartcontrole)

Niet publiek toegankelijk (ondersteuning expositie)

Niet publiek toegankelijk (personeel)

Auditorium, educatieruimte, workshopruimte

Expositieruimte

Depot, werkatelier, werkplaats, acclimatiseringsruimte, berging tentoonstellingsmaterialen

Personeelsruimte, kantoorruimten, opslag archief, reproruimte

62

4.6 Relatieschema

Sanitair

Opslag educatie/ atelier

Educatieruimte Expositieruimte Wissel/multifunctionele ruimte

Expositieruimte Vaste tentoonstellingen Workshopruimte

Kantoor-/ spreekruimte (VVV)

Auditorium

Ontvangstruimte VVV

Expositieruimte Wisseltentoonstellingen

Historisch Centrum

Magazijn VVV Balie

Opslag Facilitair

Garderobe/ kluisjes Museumwinkel

Schoonmaakkast Sanitair

Opslag Winkel

Café/horeca

Opslag Historische vereniging Opslag Archief boeken

Berging tentoonstellingsmaterialen

Opslag Werkplaats

Werkplaats Depotruimte

Keuken

Opslag Keuken

Personeelsruimte

Opslag Werkatelier Vergaderruimte

Reproruimte

Personeelstoilet

Werkatelier

Acclimatiseringsruimte

Ontvangstruimte goederen Kantoor personeel

Draaijer

63

4.6 Relatieschema Functioneel Programma van Eisen Toelichting relatieschema → De horeca bevindt zich op de begane grond. Voorkeur dat Museumbezoekers door de horeca lopen als ze binnenkomen en als ze vertrekken. Daarmee neemt de verleiding om een consumptie te nuttigen toe. De relatie tussen horeca en Museumtuin is van groot belang. Het moet goed mogelijk zijn om consumpties in de Museumtuin te nuttigen.

→ De berging tentoonstellingsmaterialen kan in het bestaande gebouw worden geplaatst. → De relatie tussen de Museumtuin en de expositieruimte is zeer gewenst. → Gezien de logistiek van wisseltentoonstelling heeft het de voorkeur de expositieruimte voor wisseltentoonstellingen alsmede de logistieke ruimten op de begane grond te situeren.

→ Het auditorium en de educatieruimte met workshopruimte hoeven niet nabij bij elkaar gelegen te zijn. → De ruimtes in het cluster facilitair hebben geen directe relatie met elkaar; wel is het de wens om deze functies centraal in het gebouw te huisvesten zodat de loopafstanden beperkt worden.

→ De depotruimte hoeft niet aaneengesloten te worden ingepast, bij voorkeur zijn de ruimtes dicht bij elkaar, maar het is ook mogelijk een deel apart te positioneren in het gebouw.(bijvoorbeeld op de zolder van het bestaande gebouw). → Gezien de klimatologische eisen aan de ruimtes van de expositie en de ondersteunende ruimtes van de expositie, heeft het de voorkeur dat deze clusters in de nieuwbouw worden ondergebracht. De depotfunctie kan deels worden ondergebracht in het bestaande gebouw ervan uitgaande dat het klimaat in het bestaande gebouw wordt verbeterd.

Draaijer

64

5. Ruimtelijk Programma van Eisen

65

5.1 Ruimtestaat op hoofdlijnen RUIMTELIJK PROGRAMMA VAN EISEN De functionele eisen zijn vertaald naar de ruimtestaat, die is bijgevoegd als bijlage 3. Hieronder is de ruimtestaat samengevat van het Museum inclusief het Historisch Centrum en de VVV. Zone

Capaciteit

m² nvo

57-65

232

48

60

125

205

75-150

600

5

540

Personeel

12-20

189

Facilitair

3

63

Centrale functies Waarvan horeca Educatie en bijeenkomsten Expositie Ondersteuning expositie

Totaal m² nvo

Draaijer

1.829

66

5.2 Toelichting en vormfactoren RUIMTELIJK PROGRAMMA VAN EISEN De opdrachtgever heeft een beperkt budget en streeft daarom naar een kostenefficiënt gebouw. Dit betekent dat de architect die het ontwerp vervaardigt, zal moeten zoeken naar een efficiënt functioneel ruimtegebruik zowel in de oudbouw als in de nieuwbouw. Dit houdt onder andere in dat:

→ gaat te veel ten koste van groen. Het is wel denkbaar een deel uit te voeren met één bouwlaag en een deel met twee bouwlagen.

→ in overleg met het Museum gezocht moet worden naar een functioneel passende benutting van ruimtes in de oudbouw zoals de zolder en de kelder, zonder dat deze ruimten ingrijpend verbouwd moeten worden.

→ De (verkeers)ruimten in het gebouw waar expositie-onderdelen door heen moeten, dienen minimaal 2 meter breed te zijn, dit geldt ook voor de deuren (breedte). Een werkkar van 1 meter breed moet door het gehele gebouw kunnen.

→ er zeer beperkt horizontale verkeersruimte gerealiseerd wordt. → van de architect wordt verwacht te komen met voorstellen voor het ruimtelijk slim en efficiënt benutten van bijv. bergruimten en depotruimte. → de nieuwbouw als compact gebouw met slimme vormfactoren wordt uitgewerkt. De compacte vorm draagt bij aan een gunstige verhouding tussen geveloppervlak en bruto vloeroppervlak. Deze factor heeft een gunstige uitwerking op bouw- en exploitatiekosten zoals energieverbruik. → de afmetingen van de diverse ruimten compact en gebruiksefficiënt zijn. Toelichting: → De nieuwbouw dient uitgevoerd te worden in twee bouwlagen. Vanuit het gebruik is het verdelen van de functies over drie verdiepingen niet gewenst. Eén bouwlaag zorgt voor een te groot bebouwd oppervlak en

Draaijer

→ Gekeken wordt naar het zo multifunctioneel mogelijk inzetten van ruimten.

→ Alle verblijfsruimten (ruimten zoals de werkplekken, het auditorium, de educatieruimte, maar ook het werkatelier en de werkplaats) komen uit op een verkeersruimte. → Voor een goede gebouwlogistiek is een voldoende grote lift benodigd: (minimale afmetingen 3 x 3 meter). Daarnaast dient de bestaande lift een ‘facelift’ te krijgen. → Voor installaties dient rekening gehouden te worden met een oppervlakte van ca. 20m² nvo in de nieuwbouw (patchruimte, verdeelinrichting, en schachten) en behoud van de aanwezige installatieruimten in het bestaande gebouw. Ook dient rekening gehouden te worden met een oppervlakte van 60 m² op het dak van de nieuwbouw (exclusief kanalen en vrije ruimte voor onderhoud met een hoogte van ca. 2 meter). Ook is een dakluik met goed beloopbare trap voor onderhoudswerkzaamheden aan de installaties op het dak benodigd. 67

5.2 Toelichting en vormfactoren RUIMTELIJK PROGRAMMA VAN EISEN De maximaal toegestane uitbreiding in m2 bvo bedraagt 1.235. Dit is inclusief de vervanging van het gesloopte bouwdeel dat verbonden is met het gemeentehuis exclusief de installatieruimten op het dak van de nieuwbouw (die maximaal 1,5 meter hoog mogen zijn). Dit metrage wordt streng door de opdrachtgever bewaakt met als doel de totale kosten van het project te beheersen.

Toelichting maximale oppervlakte nieuwbouw: → Bestaande gebouw: ▪ De bestaande oppervlakte van het museum (exclusief de uitbouw dienend als verbinding met het gemeentehuis) is: ca 1.400 m2 BVO.

▪ Een factor van 1,2 gezien het feit dat er weinig verkeersruimten benodigd zijn. ▪ Dit maakt de maximale uitbreiding 1.235 m2 bvo. ▪ Het is mogelijk om het verbindingsstuk tussen het Museum en het gemeentehuis te handhaven als dit in het ontwerp goed kan worden ingepast en bouwfysisch voldoet aan de gestelde eisen in dit PvE. Een verbinding tussen het Museum en het gemeentehuis dient bij voorkeur mogelijk te blijven tenzij dit voor de inpassing in het groen niet wenselijk is (bijvoorbeeld als Museum ‘in’ de tuin wordt geplaatst en rondgang mogelijk wordt gemaakt).

▪ In de huidige situatie is in het bestaande gebouw ca. 876 m2 nuttig gehuisvest.

▪ Voor de nieuwe situatie is uitgegaan van het onderbrengen van minimaal 800 m2 nuttig in het bestaande gebouw, zodat het bestaande gebouw optimaal wordt gevuld. → Nieuwbouw: ▪ Totaal moet er 1.829 m2 nuttig worden ondergebracht, door minimaal 800 m2 nuttig in de bestaande bouw toe te passen, moet er nog 1.029 m2 nuttig aan nieuwbouw worden gerealiseerd.

Draaijer

68

6. Esthetisch Programma van Eisen

69

6.1 Kernpunten ESTHETISCH PROGRAMMA VAN EISEN Voor de beeldverwachting zijn de volgende kernpunten geformuleerd: 6.1.1 Exterieur → In de architectuur van de nieuwbouw het DNA van het museum zichtbaar maken: ‘Niet bang voor het nieuwe’. → De functie van een museum vraagt om meer zichtbaarheid en herkenbaarheid. De nieuwbouw mag een tikkeltje spannend zijn. → Iconisch, maar wel goed ingepast in de omgeving. → Het bestaande gebouw kent een redelijk gesloten gevel. Vooral vanaf het Museumplein is de levendigheid en de herkenbaarheid van het Museum niet als vanzelf gewaarborgd. Dit dient in de nieuwe situatie verbeterd te worden. Hierbij wordt gedacht aan middelen zoals het realiseren van een terras zichtbaar vanaf het plein, het aanpassen van de huidige toegang met hoogteverschillen en het buiten zichtbaar maken van wat er binnen gebeurt. Ook andere beeldmiddelen kunnen gebruikt worden. Het is een uitdaging voor de architect om hier met voorstellen voor verbetering te komen. → Uitnodigend, nieuwsgierig makend, welkom. Waar dat kan door meer openheid te creëren. → De aansluiting bestaand met nieuw is zorgvuldig uitgewerkt. Zie hiervoor ook de stedenbouwkundige randvoorwaarden.

Draaijer

→ De nieuwbouw mag lef tonen en een statement zijn en uitdrukking geven aan deze tijd. Hierbij wordt gedacht aan de toepassing van bijzonder en duurzaam materiaalgebruik en ruime aandacht voor de inpassing in het groen. → Respect voor het intieme karakter van het monument, niet historiserend.

→ Het exterieur laat de tijd van nu zien. 6.1.2 Interieur → Vooral in het interieur mag het ‘niet bang voor het nieuwe’ uitgestraald worden met respect en behoud van de bestaande kwaliteiten en identiteit. → Het interieur in de bestaande bouw sluit aan bij dat van de nieuwbouw.

→ De inrichting straalt kwaliteit uit, geen ‘kunststof of blik toepassingen’. → Bijzondere elementen in de bestaande bouw die een goede inpassing in het vernieuwde Museum moeten krijgen, zijn: de (klooster)gewelven en de rondlopende gang met zicht op de binnentuin. 6.1.3 Buitenruimte → De buitenruimte kent veel groen in de Museumtuin en er omheen. De tuin geeft een vakantiegevoel/ ‘uitje’. Het biedt ruimte voor rust en verstilling.

70

Warm en kleurig

6.2 Sfeerbeelden architectuur ESTHETISCH PROGRAMMA VAN EISEN

Welkom, beleving

Groene, natuurlijke en duurzame uitstraling

Open, transparant en licht

Contrast bestaand & nieuw

Speels Rust, omgeving, buiten Uitdagend, spannend

Draaijer

71

6.3 Sfeerbeelden museum ESTHETISCH PROGRAMMA VAN EISEN

Uitnodigende en flexibele zitplekken Expositie op andere plekken laten zien

Licht, ruimtelijk met verrassende doorkijkjes, open

Spannend

Draaijer

Multimedia

72

6.4 Sfeerbeelden ontmoeting & inrichting ESTHETISCH PROGRAMMA VAN EISEN

Oud & nieuw één geheel maken

Ruim, overzichtelijk en licht

Transparant en verbinding met buiten/ groen Pure en natuurlijke materialen

Kleuraccenten

Draaijer

73

7. Technisch Programma van Eisen

74

7.1 Algemeen en nieuwbouw TECHNISCH PROGRAMMA VAN EISEN De technische prestaties zijn uitgewerkt in bijlage 4. In het functionele Programma van Eisen is ook een aantal technische uitgangpunten per ruimte genoemd. Die worden in dit hoofdstuk niet herhaald. Voor zover gebruik gemaakt wordt van gelijkwaardigheden dienen deze door de opdrachtgever te worden goedgekeurd. Daartoe wordt door opdrachtnemer een rapportage opgesteld waarin de voor- en nadelen van de voorgestelde gelijkwaardigheden worden belicht. In een latere fase zal een ruimteboek worden uitgewerkt met per ruimte opgenomen een overzicht van vaste voorzieningen, aansluitingen en wand-, plafond- en vloerafwerking. Ook is in de bijlage een rapport van de uitgevoerde gebouwinspectie toegevoegd (bijlage 5).

Nieuwbouw Uitgangspunt is dat de nieuwbouw volgens de nieuwbouwvoorschriften van het huidige Bouwbesluit wordt uitgevoerd dus gasloos. Ruimten waar kunstwerken verblijven, moeten geconditioneerd zijn op temperatuur en relatieve luchtvochtigheid (RV). Dat resulteert vooralsnog in de navolgende planopzet: → Warmte wordt opgewekt door middel van warmtepompen. In eerste instantie zijn dat luchtwarmtepompen, opgesteld op het dak van de nieuwbouw. In de zomer worden deze warmtepompen ingezet als koelmachine. → Voor de expositieruimten, depot en andere ruimten waar kunstwerken verblijven is een goede conditionering van de binnenlucht gewenst. Voor deze ruimten wordt uitgegaan van 4-voudige ventilatie met een aparte luchtbehandelingskast. Deze luchtbehandelingskast wordt voorzien van verwarming, koeling, bevochtiging en ontvochtiging. Deze LBK wordt opgesteld op het dak van de nieuwbouw. → Voor de overige ruimten wordt een aparte luchtbehandelingskast toegepast waarmee die ruimten worden geventileerd o.b.v. de bezetting. → In de expositieruimten, depot e.d. is geen verder afgiftesysteem van warmte of koude nodig. In overige ruimten komt een aanvullend afgiftesysteem waarmee de ruimtetemperatuur individueel geregeld kan worden.

Draaijer

75

7.2 Duurzaam, circulair en klimaatbestendig TECHNISCH PROGRAMMA VAN EISEN De gemeente heeft een duurzaamheidsvisie opgesteld ‘Samen duurzame stappen zetten’ en vormt samen met het bijbehorende ‘Uitvoeringsprogramma 2023-2026’ het duurzaamheidsbeleid. Hierin is opgenomen dat Smallingerland in 2040 duurzaam, schoon, sociaal en veilig is. Hierbij kijkt de gemeente naar duurzaamheid in de breedste zin (energie, mobiliteit, afval & grondstoffen, voeding & gezondheid en ruimtegebruik & leefomgeving). Doestelling is dat in 2040 het percentage duurzame energie en het percentage energiebesparing stijgt. Nieuwe ontwikkelingen zijn energieneutraal en zonder aardgasaansluiting en hebben 100% waterberging, zodat wateroverlast altijd opgevangen kan worden. Daarnaast is het doel efficiënt en multifunctioneel ruimtegebruik, met name voor de maatschappelijke functies. De huisvesting van Museum Drachten is duurzaam en toekomstbestendig.

Energie

bestrating, situering, vormgeving van het gebouw dient rekening te worden gehouden met het veranderende klimaat. Ook ecologie hierin meenemen. Regenwater wordt afgekoppeld en wordt apart opgevangen richting een apart rioolsysteem. Op het dak dient water vastgehouden te worden in het kader van klimaatadaptatie. Ook kan gedacht worden aan het opvangen van hemelwater voor het doorspoelen van toiletten.

Circulariteit: De gemeente Smallingerland streeft naar een circulaire samenleving waarbij zorgvuldig wordt omgegaan met de beschikbare grondstoffen en materialen. Tijdens de ontwerp- en uitvoeringsfase wordt hier aandacht aan besteed. 1. Hoogwaardig hergebruik van het bestaande gebouw, onderdelen en materialen; 2. Realisatie met secundaire, hernieuwbare en herbruikbare materialen;

Museum Drachten is energieneutraal en aardgasvrij.

3. Flexibel en adaptief: toekomstige losmaakbaarheid, aanpasbaarheid en flexibiliteit;

Klimaat

4. Gezonde materialen om te komen tot een gezond binnenklimaat;

Toepassen van veel groen (ook op daken, bijvoorbeeld mossedumdak, klimaatadaptief dak) en een goede afwatering en waterbufferingssystemen om de effecten van de klimaatverandering te beperken. Ten aanzien van

5. Zo laag mogelijke milieu-impact (MPG) van de toe te passen materialen, uit te voeren werkzaamheden en gebruik (modules A, B & C); 6. Bouwen volgens Het Nieuwe Normaal.

Draaijer

76

7.2 Bestaande bouw TECHNISCH PROGRAMMA VAN EISEN Voor het bestaande gebouw is het uitgangspunt om het gebouw te verduurzamen. Dit kan bestaan uit de volgende opties: 1) het bestaande gebouw gasloos maken door middel van extra warmtepompen (ook is dan koeling mogelijk) en nieuwe afgiftesystemen, waarmee de ruimtetemperatuur individueel geregeld kan worden. Hiervoor zal de gebouwschil waar mogelijk verder geïsoleerd moeten te worden. 2) conditionering van de zolder zodat hier een deel van het depot kan worden geplaatst. Dit gebeurt d.m.v. een separaat systeem. 3) warmtepompen toepassen die warmte/ koude onttrekken vanuit de bodem in plaats van vanuit de lucht. Dit levert een beter rendement op van de warmte-opwekking, ruimtekoeling is nagenoeg gratis bruikbaar en er zijn geen geluidproducerende buitendelen nodig. Werkzaamheden globaal De volgende werkzaamheden worden verwacht in het bestaande gebouw: → Geen werkzaamheden buitenzijde, tenzij er meer transparantie wordt toegevoegd. → De bestaande trappen en toiletten blijven op dezelfde plaats, inrichting en afwerking blijft gehandhaafd. Toevoegen van een trap van de begane grond naar de eerste verdieping vanuit het centrale entreegebied.

Draaijer

→ De vloeren/ constructie blijven in takt m.u.v. toevoegen van een eventuele vide en de vloer in het huidige auditorium. Deze vloer van hout is aangetast. Beoordeeld moet worden of deze vloer vervangen moet worden door bijvoorbeeld een geïsoleerde broodjesliggervloer. → Alle ruimten worden opnieuw ingedeeld en krijgen nieuwe vloerafwerking en opknapbeurt wanden en plafonds. → Bestaande lift een ‘facelift’ geven. Knelpunt van het bestaande gebouw is dat in de bestaande situatie niet of nauwelijks wordt geventileerd. Er is alleen enige plaatselijke afzuiging (bijvoorbeeld toiletten) aanwezig en een luchtbehandeling voor het bestaande auditorium. Voor het bestaande gebouw is een mechanisch ventilatiesysteem (in het zicht) voorzien dat bestaat uit:

→ Luchtbehandelingskast met warmteterugwinning, capaciteit afgestemd op de bezetting. Deze kan bijvoorbeeld worden opgesteld op zolder. Een andere variant is wellicht om deze te combineren met de luchtbehandelingskast van de nieuwbouw. → Kanaalsysteem door het gebouw waarmee per ruimte ventilatielucht wordt toegevoerd. → Centrale afzuiging in verkeersruimte, gecombineerd met afzuigen toiletten e.d.

77

8. Bijlagen

78

Begane grond en kelder Opslag Kantoor/overlegruimte Atelier

Expositie Auditorium

Horeca Smelne’s Erfskip Personeelsruimte Sanitair

januari ’23

11

Eerste verdieping Opslag Kantoor/overlegruimte Atelier

Expositie Auditorium

Horeca Smelne’s Erfskip Personeelsruimte Sanitair

2

2

Tweede verdieping Opslag Kantoor/overlegruimte Atelier

Expositie Auditorium

Horeca Smelne’s Erfskip Personeelsruimte Sanitair

3

Ruimtestaat bestaande situatie Ruimte

Kelder

Expositieruimte - kerncollecties kunst - kerncollectie erfgoed - wisseltentoonstellingen - kleinere ruimten voor audiovisuele presentaties Educatieruimte Auditorium Ruimte Smelne's Erfskip (huiskamer/werkruimte) Café/horeca Balie Garderobe/kluisjes Personeelsruimte Functioneel kantoor en archief boeken Berging/depot/opbergkasten/technische werkruimte - opslag educatie atelier - bergingen diverse plekken - technische werkruimte - depot - berging Smelne's Erfskip Sanitair TOTAAL M2 NUTTIG OPPERVLAK Installatie Horizontaal verkeersruimte - gangen + entree Vertikaal verkeersoppervlak - trappen en lift TOTAAL M2 NETTO VLOEROPPERVLAK Tarra (buitenmuren, wanden, schachten, etc.) TOTAAL M2 BRUTO OPPERVLAK Factor Draaijer

Begane grond gemeentehuis

39 34

34 12

39 15

7 53 15 68

54 28 82

Begane grond monument

1e verdieping

23

256

2e verdieping

Depot A7

Totaal bestaand

279

36 75 49 35 8 in gang 13 5 38

36 75 69 35 8

28 18

12

9

294 3 167 34 498 80 578

311

237

75

58 21 390 64 454

6 23 266 45 311

10

20

217

75

13 72 382

21

85 9 94

990 15 256 85 1346 241 1587 1,6 januari ’23

4

OBJECTGEGEVENS Monumentnummer Provincie Gemeente

DR15 Friesland Smallingerland

Plaatselijke aanduiding Plaats Postcode Straatnaam Huisnummer Toevoeging

Drachten 9203 KK (DD?) Museumplein 2

OBJECTOMSCHRIJVING Inleiding Het in 1936-1937 gebouwde KLOOSTER was bestemd voor de monniken van de orde van de Minderbroeders (Franciscanen), die van 1934 tot 1937 waren gehuisvest in de voormalige burgmeesterswoning aan de Noorderbuurt 95. Het aan een voorplein staande voormalige klooster is gebouwd in de destijds in zwang zijnde stijl van de Delftse School, naar een ontwerp van de architect H.H. de Graaf uit Den Bosch. De bouwwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de Firma Doedens en Schilder uit 't Zandt (N.H.). In 1945 is het klooster­ gebouw enige tijd in gebruik geweest bij de Duitse bezetter. In 1948 werd de linker zijvleugel voorzien van een extra bouwlaag, waarvoor wederom architect De Graaf het ontwerp leverde. Nadat het klooster de oorspronkelijke bestemming verloor in 1970 werd het voornamelijk inwendig verbouwd en in 1972 in gebruik genomen als onderdeel van het gemeentehuis. Een deel van de voormalige kloosterhof met moestuin en boomgaard werd ingericht als een openbaar parkje. In 1986 nam de DGD (Districts Gezondheidsdienst) na enkele aanpassingen zijn intrek in het gebouw. In 1994-1995 werd het voormalige klooster opnieuw inwendig verbouwd en kreeg het de huidige, museale functie voor het Museum Smallingerland. Het gebouw is met de voorgevel in oostelijke richting georiënteerd op een rechthoekig plein, waar zich oorspronkelijk een kleine formele tuin bevond.

Omschrijving Het voormalige kloostergebouw is opgetrokken in schone baksteen van kloosterformaat, vanuit een [-vormige plattegrond. Het gebouw bestaat uit een breed hoofdvolume en twee kortere dwarsvleugels en heeft twee bouwlagen onder met pannen gedekte, iets uitkragende zadeldaken, waaruit rechthoekige dakkapellen met openslaande ramen steken. Onder de vensters op de begane grond liggen doorlopende rollagen. De gevels bevatten rechtgesloten en rondboogvormige vensters met roedenverdeling in de originele stalen ramen en onderdorpels met afzaat. Het gebouw heeft een symmetrische, op het oosten georiënteerd vooraanzicht. De hoofdentree bevindt zich achter gemetselde muurtjes in een iets hoger opgaand middenrisaliet met steekkapachter de puntgevel. De deur is rechtgesloten en staat onder een betonnen luifel en een rondboogvormig bovenlicht met radiale roeden. De twee verdiepingsvensters zijn rechtgesloten en staan onder strekken. De geveltop is voorzien van een rond venstertje met stalen raam, zegen, kraagstenen aan de aanzetten en rollagen in de vorm van uitgemetselde deklijsten. De drie vensters per bouwlaag aan weerszijden van de risaliet zijn op de begane

grond getoogd en hebben iets bredere onderramen. De rechtgesloten verdiepingsvensters staan ook hier onder strekken. De terugliggende geveldelen aan weerszijden van de voorgevel maken deel uit van de dwarsvleugels en zijn voorzien van iets lagere kappen en vensters, die eveneens zijn ingevuld met stalen ramen. De daken van de vleugels staan aan de voorzijde evenwijdig aan die van het hoofdvolume. Daarachter staan ze er loodrecht op. De linker vleugel heeft geheel rechts een topgevel met onder meer een samengesteld rondboogvenster met een bakstenen penant met afgeronde kop. De vensters in het linker van de vleugel zijn rechtgesloten. De in 1948 toegevoegde verdieping van deze vleugel staat onder een geknikt zadeldak. In de lagere rechter vleugel, waarin zich aan de voorzijde een rondboogvormig spaarveld bevindt en die oorspronkelijk de kapel bevatte, zijn ten behoeve van de huidige museumftmctie de vensters in de langsgevel dichtgemetseld. De deur in de puntgevel links is de oorspronkelijke, boven een gemetseld stoepje staande houten rondboogdeur. Deze staat onder een samengesteld rondboogvenster als die in voomoemde linker vleugel. Hoofdvolume en vleugels omsluiten aan drie zijden het restant van de kloostertuin. De op de tuin georiënteerde westgevel bevat op de begane grond een grote dubbele rondboogdeur van glas en staal met aan weerszijden twee grote rondboogvensters.

De vensterreeks op de verdieping bestaat uit rechtgesloten vensters. Uit het dakschild hierboven steeks een reeks rechthoekige houten dakkapellen. De noordgevel van de linker zijvleugel bevat op de begane grond een reeks grote rond­ boogvensters als die in de westgevel en op de toegevoegde verdieping staat een reeks rechtge­ sloten vensters, eveneens identiek aan die in de zuidgevel. De zuidelijke gevel van de voormalige kapel is voorzien van drie kleinere rondboogvensters. De westelijke kopgevel van de kapel wordt bekroond door een angelustorentje in de vorm van een dakruitertje met zadeldak. In het inwendige van het voormalige klooster is de oorspronkelijke structuur voor een deel intact gebleven, waardoor onder meer de kapel en de kloostergang als zodanig herkenbaar bewaard zijn. Waardering Het voormalige kloostergebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de stedenbouwkundige en de architectuurhistorische waarde. - Het kloostergebouw heeft cultuurhistorische waarde vanwege de vroegere en de huidige functies en als een bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling. - Het kloostergebouw heeft architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een bouwstijl, vanwege de kwaliteiten van het ontwerp en vanwege de bijzondere samenhang tussen het exterieur en het interieur.

- Het kloostergebouw heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de bijzondere situering en vanwege de betekenis voor het aanzien van het centrum van Drachten. - Het kloostergebouw is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaaflieid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur.

DA AD Haalbaarheidsstudie Museum Drachten 29.11.2022

Bestaande binnentuin museum 2

Haalbaarheidsstudie Museum Drachten

DAAD architecten is gevraagd om een bijdrage te leveren aan de productie van het Programma van Eisen als onderdeel van het uitvraagdocument voor de verbouw van het Museum Drachten. Het museum kampt met ruimtegebrek en is voornemens uit te breiden. De plek van de uitbreiding is een belangrijk onderdeel van het onderzoek, vanuit de logistieke organisatie van het museum, de ruimtelijke relatie tussen de nieuwbouw en het monumentale gebouw en vanuit een stedenbouwkundig perspectief.

Opdrachtstelling 3 Analyse 4-13 Modellenstudie 14-31 Overig onderzoek 32-39

Dit boekje bevat een analyse van de plek, mogelijke volume uitbreidingen en een verdere studie naar de twee voorkeursmodellen.

Contactpersonen: Rob Hendriks rob@daad.nl Jorinde van der Wal jorinde@daad.nl Projectnummer: 22.049 DAAD Architecten B.V. Paltz 21 Oude Kijk in ‘t Jatstraat 6 9411 PM 9712 EG Beilen Groningen 0593 582 450

050 313 0847

info@daad.nl www.daad.nl

DA AD

3

4

ANALYSE

5

Luchtfoto bestaande situatie ---------------------------------------------------------------------

PI ER PA ND ER ST RA AT MUSEUMPLEIN

GA UK E BO EL EN SS TR

AAT

MUSEUM

GAUKE BOELENSSTRAAT N

6

Foto’s bestaande situatie exterieur ---------------------------------------------------------------------

7

Foto’s bestaande toestand interieur ---------------------------------------------------------------------

Entree en café

Historisch centrum Smelne’s Erfskip

Expositieruimte

Kloostergang en museumwinkel

Kantoorruimte

Kloostergang

Kantine ruimte 8

Personeelsruimte

Stijlkamer

Auditorium

Werkplaats

Zolder als opslagruimte

Kloostergang verdieping dienst doen als expositieruimte 9

Historische kaarten --------------------------------------------------------------------Naam kerk: Kapel Minderbroedersklooster Genootschap: Rooms Katholieke Kerk Provincie: Friesland Gemeente: Smallingerland Plaats: Drachten Jaar ingebruikname: 1937 Architect: Graaf, H.H. de Huidige bestemming: auditorium museum Monument status: Gemeentelijk monument Stijl: Delftse stijl

Gebouwd als kapel van het Minderbroeders (Franciscanen) klooster. Het klooster is ingewijd op 1 april 1937 en opgeheven in 1970. Van 1972 tot 1992 diende het als gemeentehuis van de Gemeente Smallingerland. Nu in gebruik als Museum Smallingerland; de kapel van het klooster is nu auditorium.

kloostertuin

klooster tuin kloostertuin

1936-1937 Minderbroedersklooster (Burg. Wuiteweg 2) werd gebouwd naar plannen van H.H. de Graaf

10

1970 1970 1972

opheffing klooster minderbroederklooster verandert in gemeentehuis, verbouw plan Van Manen & Zwart architecten uit Drachten

katholieke basisschool St. Lukas

1980

katholieke kerk

1990 1993 1994-1995 1996

bijbehorende kapel verbouwd tot trouwzaal oude klooster/gemeentehuis verbouwd tot museum (architect Rein de Valk) museum trekt in het oude klooster/gemeentehuis

2000

2021

11

Historische tijdreis tijdlijn ---------------------------------------------------------------------

Klooster Minderbroeders 1948

1949

Minderbroedersklooster Dit klooster werd in 1937 in gebruik genomen door de monniken. Minderbroerdersklooster 1939

1920

1958

1930

1940

1950

1960

1949 Burg._Wuiteweg_Minderbroedersklooster_1946

Achterkant Minderbroedersklooster ca. 1940 12

19

970

Museumplein heden

In 1970 werd het klooster gesloten. Vanaf dat moment werd het pand in gebruik genomen als gemeentehuis. Raadhuisplein en omgeving 1970

Raadhuisplein en omgeving 1969

1980

1990

2000

2010

HEDEN

Gemeentehuis 1976 Museum DR888 - heden Voormalig klooster verbouwd tot gemeentehuis 1962

Vanaf 1996 zit Museum Dr8888 in het pand. Het is nog goed te zien dat het vroeger een klooster was, want de kloostergang en kapel zijn nog zichtbaar. De oude kloostertuin in tegenwoordig een openbaar park. 13

14

BIJLAGE MODELLENSTUDIE

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13393296/2