231018 Bijlage 3 bij brief college - Programma van Eisen Museum Dr8888 augustus 2023
Tekst van het document
Museum Dr8888 Programma van Eisen renovatie en uitbreiding museum
Augustus ‘23
"Mei in fernijd museum gean we Drachten grutsker op 'e kaart setten." "Met een vernieuwd museum gaan we Drachten trotser op de kaart zetten."
Wybren Jorritsma – directeur Museum Dr8888
2
Renovatie en uitbreiding Museum Dr8888 Programma van Eisen Datum:
Plaats:
30 augustus 2023
Programma van Eisen Museum Dr8888
Opdrachtgever:
Gemeente Smallingerland
Auteurs:
Omschrijving
0.1
Eerste concept
0.2
Tweede concept
0.3
Derde concept
0.4
Vierde concept
0.5
Vijfde concept
1.0
Eerste definitieve versie
2.0
Tweede definitieve versie
3.0
Derde definitieve versie
4.0
Vierde definitieve versie
Drachten
Projectnaam:
Projectnummer:
Versie
220086 N. Wolters
Akkoord:
Draaijer
3
Inhoudsopgave 1. Introductie
5
4.5 Relatieschema op hoofdlijnen
62
1.1 Aanleiding en doel
6
4.6 Relatieschema
63
1.2 Totstandkoming document
7
5. Ruimtelijk Programma van Eisen
65
1.3 Leeswijzer
8
5.1 Ruimtestaat op hoofdlijnen
66
2. Uitgangspunten & kaders
9
5.2 Toelichting en vormfactoren
67
2.1 Gemeente Smallingerland
10
6. Esthetisch Programma van Eisen
69
2.2 Projectambities & hoofduitgangspunten
11
6.1 Kernpunten
70
2.3 Inpassingsstudie
13
6.2 Sfeerbeelden architectuur
71
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden
14
6.3 Sfeerbeelden museum
72
3. Visie en organisatie Museum Dr8888
31
6.4 Sfeerbeelden ontmoeting & inrichting
73
3.1 Taakvelden Museum
32
7. Technisch Programma van Eisen
74
3.2 Visie en ambities Museum
33
7.1 Algemeen en nieuwbouw
75
3.3 Samenwerkingen en gebruikers
35
7.2 Duurzaam, circulair en klimaatbestendig
76
3.4 Doelgroepen en aantallen
37
7.2 Bestaande bouw
77 76
3.5 Overzicht overige gebruikers
38
8. Bijlagen
78
4. Functioneel Programma van Eisen
39
Bijlage 1 – Huidige situatie en waardestelling Museum Drachten
4.1 Activiteiten en capaciteit
40
Bijlage 2 – Locatie- en modellenstudie DAAD architecten
4.2 Gebouwlogistiek
43
Bijlage 3 – Ruimtestaat Museum Drachten
4.3 Horeca concept
45
Bijlage 4 – Technisch Programma van Eisen
4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie
46
Bijlage 5 – Technische opname bestaand gebouw Museum Drachten
1. Introductie
5
1.1 Aanleiding en doel INTRODUCTIE 1.1.1 Aanleiding
1.1.2 Doel van het document en vervolgproces
Museum Drachten, ook Museum Dr8888 genoemd, is een museum voor moderne en hedendaagse kunst gevestigd in het centrum van Drachten.
Het doel van dit document is het vastleggen van de eisen en wensen van de gemeente Smallingerland en het Museum.
De huidige huisvesting van Museum Dr8888 – een gemeentelijk monument – voldoet niet aan de eisen van modern museumgebruik. Het gebouw is te klein, technisch verouderd en niet duurzaam.
Op basis van het Programma van Eisen zal de investeringsraming worden geactualiseerd. Het Programma van Eisen wordt vervolgens gebruikt als contractdocument voor de ontwerpende adviseurs. De ontwerpen zullen in verschillende ontwerpfasen aan het Programma van Eisen wordt getoetst.
In het voorjaar van 2021 is op hoofdlijnen onderzocht waar een toekomstbestendige huisvesting voor het museum aan moet voldoen. De knelpunten zijn onderzocht en vervolgens is globaal de ruimtebehoefte bepaald. Ook zijn de diverse varianten voor de huidige locatie en de financiële impact van verschillende varianten bepaald. Hierbij gaat de voorkeur uit naar renovatie en uitbreiding op de huidige locatie.
In de vervolgfase (de definitiefase) is een uitwerking gedaan om tot de gewenste toekomstbestendige huisvesting te komen. Resultaat hiervan is het voorliggende Programma van Eisen. Doelstelling is om op basis van de resultaten van de definitiefase een projectbesluit (go/no go) te laten nemen door de raad inclusief het beschikbaar stellen van een krediet.
Draaijer
6
1.2 Totstandkoming document en bronnen INTRODUCTIE 1.2.1 Totstandkoming document
1.2.2 Bronnen
Aan Draaijer is gevraagd een Programma van Eisen op te stellen. Draaijer heeft samen met het Museum en de gemeente Smallingerland verschillende werksessies georganiseerd. Bij het traject is ook DAAD architecten aangesloten voor de stedenbouwkundige visie, een inpassingstudie en de bouwkundige opname. Daarnaast heeft Bureau 1232 voor de installatietechnische opname, technische prestaties en verduurzamingsaanpak gezorgd.
Voor dit rapport zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
De output van de werksessies is verwerkt in het voorliggende Programma van Eisen. Dit rapport betreft het eindproduct van de definitiefase.
→ Eindrapportage Museum Dr8888 Toekomstvast, Gordion cultureel advies, 22 november 2020
→ Bespreeknotitie huisvesting Museum Dr8888, gemeente Smallingerland, 16-04-2021 → Beleidsplan “Niet bang voor het nieuwe” 2020-2024, museum Dr8888 → Cultuurnota “Cultuur Smallingerland
is
(g)een
eiland”
2022-2025,
gemeente
→ Tekeningen bestaande huisvesting (bijlage 1) → Waardestelling van het gemeentelijk monument
→ Redengevende omschrijving Museumplein 2 Drachten
Draaijer
7
1.3 Leeswijzer INTRODUCTIE In de volgende hoofdstukken beschrijven we achtereenvolgens: → De kaders en uitgangspunten → De visie, ambities en concrete projectdoelen → De organisatie en belangrijkste gebruikers inclusief een doorkijk naar de gebruiksfase → De functionele eisen inclusief de belangrijkste activiteiten, interne logistiek, en relaties → De ruimtelijke eisen inclusief ruimtestaat → De eisen voor beeldverwachting voor de sfeer & uitstraling voor de architectuur en inrichting → De technische prestaties Teksten grijs gearceerd betreft een wens, de overige teksten zijn eisen.
Draaijer
8
2. Uitgangspunten & kaders
9
2.1 Gemeente Smallingerland UITGANGSPUNTEN EN KADERS Gemeente Smallingerland is een gemeente in het oosten van de provincie Friesland. De gemeente bestaat uit Drachten en diverse omliggende dorpen. De gemeente heeft circa 55.000 inwoners. De gemeente Smallingerland heeft een cultuurnota opgesteld ‘Cultuur is (g)een eiland’, de cultuurvisie voor Smallingerland 2022-2025. De gemeente wil graag meebewegen met de trends van de afgelopen tijd waarin ad hoc projecten ontstaan en succesvol blijven. Deze projecten sluiten vaak aan bij bestaande structuren en zorgen voor een hoge participatie. Ook wil de gemeente graag crossovers stimuleren op het gebied van duurzaamheid, ondernemen, innovatie, zorg, recreatie en andere maatschappelijke doelen. De gemeente subsidieert Museum Drachten. De gemeente is eigenaar van het gebouw en verhuurt aan het Museum. Naast een subsidie vanuit de gemeente is het Museum ook afhankelijk van een provinciale subsidie. Deze subsidie is onzeker omdat elke vier jaar opnieuw hiervoor een aanvraag moet worden ingediend. Een groot deel (ca. 70%) van de collectie van het Museum betreft eigendom van de gemeente. Het beheer hiervan is ondergebracht bij het Museum. De gemeente zal opdrachtgever zijn van de verbouwing en uitbreiding van Museum Dr8888.
Draaijer
10
2.2 Projectambities & hoofduitgangspunten UITGANGSPUNTEN EN KADERS 2.2.2 Adviestraject Gordion 2020
2.2.3 Haalbaarheidsonderzoek 2021
In 2020 is door Gordion een algemeen onderzoek uitgevoerd naar de toekomstmogelijkheden van Museum Dr8888 (o.a. positionering en samenwoningsmogelijkheden). Enkele conclusies uit dit onderzoek:
Op basis van het rapport van Gordion is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd wat geresulteerd heeft in een notitie ‘huisvesting Museum Dr8888, globale ruimtebehoefte en kosten’. Uitgangspunten vanuit dit haalbaarheidsonderzoek destijds zijn als vertrekpunt meegenomen bij het opstellen van dit Programma van Eisen. Dit waren vertrekpunten als dat er gekozen wordt voor renovatie en uitbreiding op de huidige locatie. De locatie van het museum in het centrum is zowel voor het centrum als het museum positief.
→ “Volgens vele stakeholders in de Museumwereld heeft het Museum een eigen plek en doet het goed. Het heeft een zinnig profiel waarin het op punten excelleert.” → “Laagdrempelig participatief platform dat voortgaat met excellent presteren op zijn iconische kant (De Stijl), maar zich daarbij sterker verstaat met eigen gemeenschap, in thematiek, manier van werken en optreden en faciliteren van betrokkenheid.” → Met betrekking tot de huisvesting is geconcludeerd dat de huidige huisvesting wat betreft locatie voldoet, maar de huisvesting “te klein” is en naar “aard en kwaliteit om een ingrijpende vernieuwing vraagt”.
Draaijer
11
2.2 Projectambities & hoofduitgangspunten UITGANGSPUNTEN EN KADERS 2.2.4 Projectambities Voor het project zijn de volgende ambities geformuleerd: 1. Toekomstbestendig Museum: het vernieuwde museum draagt bij aan een toekomstbestendig en levensvatbaar museum door de juiste ruimtes te realiseren voor het tentoonstellen en opslaan van de collectie (in afmetingen, hoogte en klimaat). 2. Behalen gestelde bezoekersaantallen: het vernieuwde museum draagt bij aan het behalen van de gestelde doelstelling voor het aantal bezoekers per jaar. De verblijfskwaliteit voor publiek dient sterk te verbeteren. 3. Duurzaam en technisch up-to-date: het vernieuwde museum is weer bij de tijd op het gebied van de huisvesting. Op het gebied van duurzaamheid en klimaat voldoet de nieuwbouw aan de eisen vanuit het bouwbesluit. Ook de bestaande bouw krijgt een duurzaamheidsslag waarbij monumentale waarden, kosten en duurzaamheid tegen elkaar worden afgewogen. 4. Goede inpassing omgeving: het vernieuwde museum neemt een duidelijke plek in, in het centrum (en in de centrumaanpak). Het is goed ingepast in de omgeving, ook aan de zijde van het park en de naastgelegen gebouwen zoals het gemeentehuis.
Draaijer
12
2.3 Inpassingsstudie UITGANGSPUNTEN EN KADERS Vooronderzoek In samenwerking met de gemeente Smallingerland, het Museum Drachten en DAAD architecten zijn diverse inpassingsscenario’s onderzocht. Hierbij is gekeken hoe het programma van het Museum in te passen is in het bestaande gebouw en in het nieuwe volume en ook hoe het nieuwe volume ingepast kan worden op het terrein. Het doel van dit onderzoek was drieledig:
Geconcludeerd is dat er geen duidelijke voorkeursvariant is en er nog vele (sub)varianten denkbaar zijn. Uit het modellenonderzoek is een groot aantal wezenlijke conclusies getrokken. Deze zijn als stedenbouwkundige randvoorwaarden, programmatische eisen en ontwerpuitdagingen in dit Programma van Eisen verwerkt. De modellen- en locatiestudie van DAAD architecten is als bijlage 2 toegevoegd ter informatie, niet als kader/uitgangspunt. Onderdeel van het modellenonderzoek is ook een historisch onderzoek.
1. Toetsen of het programma ingepast kan worden in het bestaande gebouw en hoeveel uitbreiding er benodigd is. 2. Kijken naar mogelijke modellen en wat modellen doen met de gewenste relaties tussen ruimten, maar ook met de beleving van het gebouw voor gebruikers.
3. De stedenbouwkundige randvoorwaarden scherper formuleren. Voor de inpassing op het terrein zijn na een onderzoek van meerdere modellen twee kansrijke modellen overgebleven. 1. Concept in twee lagen met omsloten binnentuin en rondgang. 2. Concept in twee lagen bovengronds met halfomsloten veel langere binnentuin.
Draaijer
13
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 2.4.1 Bestemmingsplan De grond en opstallen van het Museum zijn in eigendom van de gemeente Smallingerland. Het Museum grenst aan de westzijde aan openbaar groen. De bestemming van het gebied is Maatschappelijk en Groen. Voor een uitbreiding van het Museum is een wijziging van het bestemmingsplan benodigd.
2.4.3 Stedenbouwkundige randvoorwaarden De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn uitgewerkt rondom de volgende 12 thema’s/ punten. 1. Gebouwcontour in relatie tot openbaar groen 2. Aansluiting op monumentaal museum 3. Zichtbaarheid en hoofdentree museum
Maatschappelijk Groen
4. Maximale bouwhoogte 5. Levendige plint 6. Zichtbaarheid horeca 7. Relatie Museumtuin en openbaar groen
8. Ontsluiting 9. Bijzondere gevelopeningen 10. Aandacht voor de vijfde gevel 2.4.2 Grond- en locatieonderzoeken Er zijn nog geen onderzoeken verricht op de locatie zoals een flora & fauna quickscan en een bodemonderzoek.
Draaijer
11. Open kopse gevel 12. Inpassing alle zijden Voor de afbeeldingen bij de thema’s geldt dat hier geen gebouwvorm wordt voorgesteld, maar een mogelijk gebouwvolume.
14
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 1 – Gebouwcontour in relatie tot openbaar groen Randvoorwaarden De nieuwe aanbouw dient zodanig ingepast te worden dat het openbaar groen niet overkomt als restruimte. Het openbaar groen heeft een bepaalde waarde. Bij de gebouwcontour zijn de volgende punten belangrijk:
1. Directe aansluiting met de bestaande bebouwing. 2. De grootte van de bestaande binnentuin moet in de nieuwe situatie minimaal even groot zijn. 3. Tussen het gemeentehuis / de bestaande gemeentelijke fietsenstalling en de nieuwbouw van het Museum dient geen restruimte te ontstaan, of opvullen of een openbare ruimte met kwaliteit.
Uitdagingen 1. Wanneer er gebouwd wordt tot de zijde van de Gauke Boelensstraat en de Pier Panderstraat dient de Museumtuin een directe relatie aan te gaan met de groene openbare ruimte om de groene kwaliteit van de plek zoveel mogelijk te behouden. De kwaliteit van de ‘restruimte’ moet mee doen in het totaal.
Draaijer
15
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 2 – Aansluiting op monumentaal museum Randvoorwaarden 1. Voldoende respect voor de bestaande monumentale waarde van het gemeentelijke museum. Voor een zorgvuldige aansluiting tussen oud en nieuw dient het nieuwe volume voor de aanbouw in schaal en verhouding te worden afgestemd op het volume van het bestaande museum. Hierbij mag het contrast opgezocht worden. Ook is er aandacht voor de overgang van bestaand naar nieuw.
2. De wens is een groene, natuurlijke en duurzame uitstraling voor het nieuw te bouwen museum. Met een open, transparant en licht karakter waar dit mogelijk is, als tegenhanger van het meer gesloten bestaande museum.
2. Alle aanpassingen aan en bij het bestaande gebouw worden in nauw overleg afgestemd met de monumenten- en de welstandscommissie. 3. De nieuwe aanbouw wordt achter het bestaande museum gerealiseerd. Het volume dient zo compact mogelijk te worden vormgegeven, zodat de impact van het nieuwe volume het achterliggende park aan de Gauke Boelensstraat/ Pier Panderstraat zo min mogelijk aantast. Uitdagingen 1. De koppeling tussen het bestaande museum en de nieuwe aanbouw is als het ware het toevoegen van een nieuw hoofdstuk aan een verhaal. De koppeling mag een contrast vormen tussen oud en nieuw in vorm en materiaal, waarbij de nieuwe bouwdelen in schaal en vorm op een natuurlijke manier aansluiten op het bestaande museum.
Draaijer
16
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 3 – Zichtbaarheid en hoofdentree museum Randvoorwaarden 1. Het museum behoudt een duidelijke voorzijde richting het plein. 2. De hoofdentree van het museum behoudt zijn plek aan het Museumplein. Stedenbouwkundig is dit ook de aanlooproute naar het museum. Uitdagingen 1. De monumentale, gesloten gevel nodigt niet direct uit als entree. Juist de gevels zijn monumentaal aan dit gebouw. De hoofdentree dient inclusiever en toegankelijker gemaakt te worden en zich te laten openen naar het museumplein, zonder daarbij afbreuk te doen aan het bestaande monument.
Draaijer
17
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 4 – Maximale bouwhoogte Randvoorwaarden 1. De bouwhoogte van de nieuwbouw is gemaximaliseerd tot twee bouwlagen. Teveel bouwlagen zorgt voor een verbrokkeling van het museumprogramma, wat voorkomen moet worden.
Draaijer
18
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 5 – Levendige plint Randvoorwaarden 1. De plint van het bestaande museum verlevendigen. De bestaande plint is gesloten van karakter en vanaf de buitenzijde is moeilijk te zien wat er zich achter de muren van het museum afspeelt. De plint dient opener en toegankelijker te worden gemaakt voor publiek vanaf het Museumplein en de Pier Panderstraat. Dit door het plaatsen van een publiek toegankelijk programma direct achter deze gevels. Deze voorwaarde geldt vooral voor de hoek Museumplein/ Pier Panderstraat. Uitdagingen 1. Aanpassingen/ veranderingen van het exterieur dienen met zorgvuldigheid te worden uitgewerkt vanuit de monumentale waarde van het gebouw. 2. Het grootste deel van het programma voor de nieuwe aanbouw heeft een gesloten functie. De uitdaging is om de plint en de gevel van het nieuwe bouwvolume zo open en transparant mogelijk vorm te geven, daar waar het programma dit toestaat, om zo de connectie met de directe omgeving en het museum te versterken.
Draaijer
19
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 6 – Zichtbaarheid horeca Randvoorwaarden 1. Het realiseren van een terras aan de voorkant/ zijkant voor het creëren van meer reuring aan de buitenzijde van het museum. Uitdagingen 1. De zichtbaarheid te vergroten door toevoeging van een café/ terras, met respect voor de monumentale uitstraling.
Draaijer
20
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 7 – Relatie Museumtuin en openbaar groen Randvoorwaarden Bij het nieuwe museum dient de kwaliteit van de Museumtuin en de ruimtelijke kwaliteit van het achtergelegen openbaar groen zoveel mogelijk behouden te blijven. Dit gaat vooral over de kwaliteit van verblijven en van groen. Daarbij is van belang: 1. Het openbaar groen (onderdeel van de kloostertuin) als integraal onderdeel zien van de opgave. De overgang tussen openbaar groen en de semiopenbare Museumtuin is vloeiend en oogt als één geheel. 2. De Museumtuin dient minimaal zo groot te zijn als de bestaande tuin. 3. Bij de uitbreiding dient gekeken te worden naar het behoud van aanwezige bomen op het terrein. Er is geen sprake van monumentale/ beschermende bomen. Uitdagingen 1. De uitdaging is de groene openbare ruimte en de Museumtuin integraal op te lossen, waarbij de semiopenbare binnentuin van het museum in een vloeiende en open verbinding staat met het groene openbare park. 2. De Museumtuin dient te kunnen worden afgesloten na sluitingstijd. Dit om de beelden in de beeldentuin te beschermen tegen mogelijk vandalisme.
Draaijer
21
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 8 – Ontsluiting Randvoorwaarden 1. De hoofdentree voor bezoekers blijft gesitueerd op dezelfde plek in het bestaande museum aan het Museumplein. Stedenbouwkundig is dit de directe aanlooproute naar het Museum.
2. De Museumtuin is op diverse plekken vanuit het Museum te bereiken voor bezoekers. 3. Ook is de Museumtuin vanaf de openbare ruimte bereikbaar. De toegang tot de Museumtuin dient genoeg breedte te hebben voor het binnenbrengen of weghalen van beelden in de Museumtuin. 4. Personeel heeft een eigen entree die ook gebruikt wordt voor kleinere goederen (facilitair en horeca). De ontsluiting van het personeel en de goederen dient uit het zicht te zijn van de bezoekers. 5. Kunstwerken en overige grotere objecten komen binnen via de goederenentree die verbonden is met de openbare weg.
Draaijer
22
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 9 – Bijzondere gevelopeningen Randvoorwaarden Het nieuw te bouwen volume dient meerzijdig te zijn. Dit om het volgende te stimuleren: 1. De interactie versterken tussen het museum en de straat door bijzondere gevelopeningen te plaatsen. Eventueel gericht op belangrijke herkenningspunten in de omgeving. 2. Gevelopeningen plaatsen om een glimp te laten opvangen van wat er zich achter de gevel in het museum afspeelt. De relatie tussen binnen en buiten versterken. Uitdagingen
1. De uitdaging is het opener en toegankelijker maken van het bestaande museum zonder het monumentale gebouw aan te tasten. 2. Het nieuw te bouwen volume open, transparant en toegankelijk te laten ogen, aangezien het programma overwegend vraagt om een gesloten karakter.
Draaijer
23
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 10 – Aandacht voor de vijfde gevel (het dak) Randvoorwaarden 1. Installaties uit het zicht vanaf het maaiveld. 2. Nieuwe daken zoveel mogelijk vergroenen voor een betere isolatie en om de omgeving te vergroenen en hittestress te beperken.
Draaijer
24
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 11 – Open kopse gevel Randvoorwaarden 1. De aanrijroute vanaf de J.G. van Blomstraat op het nieuw te bouwen museum moet een aantrekkelijke en open kopse gevel worden, die duidelijk de straat markeert.
Uitdagingen 1. De uitdaging is een gevel te maken die openheid uitstraalt met een achterliggend programma dat om een gesloten gevel vraagt. Denk ook aan ongewenst lichtinval van koplampen van autoverkeer.
Draaijer
25
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 12 – Inpassing alle zijden Randvoorwaarden Aandacht bij nieuw te bouwen museum voor inpassing in de context aan alle zijden. Er dient goed gekeken te worden naar de grens met het naastgelegen gemeentehuis en de bijbehorende gemeentelijke fietsenstalling. Er dient geen ruimte te ontstaan/overblijven die geen kwaliteit heeft en een potentiële hangplek is voor de jeugd. Een mogelijkheid is het opvallen van de tussenruimte tussen de fietsenstalling van het gemeentehuis en het nieuw te bouwen museum.
Draaijer
26
Luchtfoto
Draaijer
27
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 2.4.4 Erfgoed Het bestaande gebouw betreft een gemeentelijk monument. In de bijlage is de waardestelling van het gebouw toegevoegd (bijlage 1). Van algemeen belang zijn: → De architectonische waarde: de bouwstijl (met name de gevels) en de bijzondere samenhang tussen het exterieur en het interieur. → De stedenbouwkundige waarde: de bijzondere situering en aanzien van het centrum. → Herkenbaarheid en grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur. Er is ontwerpvrijheid gewenst om het monument aan te passen. De gemeente staat open voor de volgende aanpassingen: → Het realiseren van een terras aan de voorkant/ zijkant voor het creëren van meer reuring aan de buitenzijde van het museum.
→ Aanpassingen in de gevel of de entree om het museum meer uitnodigend en/ of toegankelijker te maken. De toegang tot het museum is nu letterlijk en figuurlijk een drempel door het overbruggen van het hoogteverschil met een trap. → Vanuit praktisch oogpunt zou een verbinding op het niveau van de eerste verdieping tussen de bestaande bouw en de nieuwbouw wenselijk kunnen zijn. De gemeente staat er voor open dat de mogelijkheden verder onderzocht worden. Alle aanpassingen aan en bij het bestaande gebouw (het monument) moeten in nauw overleg worden afgestemd met de monumentencommissie en de welstandscommissie. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor verduurzamingsmaatregelen. De monumentencommissie heeft aangegeven dat ze het belangrijk vinden dat het monument een goed nieuw leven krijgt. Hierbij dient goed gekeken te worden naar de kwaliteiten van het gebouw en het inzetten van deze kwaliteiten door niet te krampachtig vast te houden hieraan, maar ook te kijken naar het geven van een twist hieraan.
→ Het creëren van meer ruimte in het entreegebied en te zorgen dat meer ruimtes aan het entreegebied kunnen liggen. Een mogelijke oplossing hiervoor is het toepassen van een vide.
Draaijer
28
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS 2.4.5 Aansluiting op de openbare ruimte Bij de inpassing van het museum dient aandacht besteed te worden aan de relatie met de openbare ruimte (omgeving). Stedenbouwkundig dient een (landschappelijke) symbiose nagestreefd te worden met het omliggende groen en bijbehorende maatschappelijke functies (kerk, gemeentehuis, 'horecaplein', Lawei, Bibliotheek) met het museum als belangrijk cultureel centrum van het omliggende 'parklandschap’. De ruimte rond het gebouw kan worden verdeeld in 4 gebieden: 1 - Museumplein (inrichting plein is geen onderdeel van het project): → Vroeger lag het gebouw, het klooster in het groen (in de tuin). In de huidige situatie staat het klooster voor de tuin. Alleen aan de achterzijde en deels aan de zijde van het gemeentehuis is tuin (groen) aanwezig. Gedacht kan worden aan het plaatsen van het museum weer in het groen (in de tuin) waardoor meer samenhang met het Museumplein ontstaat. Hierbij moet ook aandacht zijn voor de zijkant aan de Pier Panderstraat en aan de zijde van het gemeentehuis voor de verbinding van de voor- en achtertuin. → Het pleingebruik wordt vanuit het Museum nu niet als optimaal ervaren. Het draagt niet bij aan de versterking van het Museum, nodigt niet extra uit om het Museum te verkennen en bezoeken.
Ook is er geen groen aanwezig, is het versteend en zijn er geen goede zichtlijnen door o.a. de bomen en lantaarns. Zichtlijnen over het plein zijn erg belangrijk. Draaijer
→ Voor het versterken van de entree en overgang met het plein kan ook gedacht worden aan het aanbrengen van een ‘podium’ rondom de voorgevel van het bestaande gebouw. Hiermee krijgt de entree meer aandacht en kan ook de toegankelijkheid beter worden opgelost. → De functie van het plein kan versterkt worden door het Museum een sterker gezicht te geven aan het plein. Het Museum wil meer onderdeel van het plein zijn in vergelijking met de huidige situatie. Zo wordt er vanuit de centrumaanpak gedacht aan het adres van het Museum meer aan de Zuiderbuurt te leggen (zijde bibliotheek) zodat de fysieke entree duidelijker zichtbaar is. Het museum → mag meer/beter gezien worden en herkenbaar zijn als museum. → Door de geslotenheid van de gevel van het bestaande gebouw is het lastiger om in te zetten op de interactie tussen binnen en buiten. Vanuit de centrumaanpak willen ze hier op inzetten door dit thema mee te nemen bij de inrichting van het plein (hoe is op dit moment nog niet bekend). → Een mogelijkheid is om het plein in te zetten om de verhalen van het Museum zichtbaar te maken in de openbare ruimte. Dit zou kunnen door het realiseren van kunst en/of activiteiten op het plein. → Ook wordt gedacht aan het realiseren van een klein terras aan het plein.
29
2.4 Stedenbouwkundige randvoorwaarden UITGANGSPUNTEN EN KADERS → De wens is meer zichtbaarheid en het toevoegen van groen en beleving.
3 - Zone tussen gemeentehuis en Museum
→ Het Museum juicht het toe als er maatregelen worden getroffen waardoor er meer permanent en intensiever van het plein gebruik wordt gemaakt door bezoekers van de stad (meer verblijfskwaliteit).
→ Deze ruimte is in gebruik bij de gemeente, maar wordt weinig benut. Het gemeentehuis wordt de komende jaren ook gerenoveerd. Momenteel is nog onduidelijk welk gebruik vanuit het gemeentehuis wenselijk is. Onderdeel van de opgave is om deze ruimte een goede invulling te geven. Afstemming met het project gemeentehuis is reeds opgestart.
2 - Openbaar groen (park achterzijde) → Het openbaar groen zal na de uitbreiding van het Museum kleiner worden. Doelstelling is om het openbaar groen als integraal onderdeel te zien van de vernieuwingsopgave voor het Museum, waarbij openbare verblijfskwaliteit zo veel mogelijk gewaarborgd blijft. → De samenhang tussen binnen en buiten staat centraal. → De Museumtuin is semiopenbaar toegankelijk, eventueel af te sluiten als het Museum dicht is.
→ Vraag aan de ontwerper om onderzoek te doen ten aanzien van het gebruik en de meerwaarde van deze ruimte voor het Museum (kansen). 4 - Straatzijde (Pier Panderstraat) → Aan de noordzijde is het wenselijk om meer levendigheid te creëren, bijvoorbeeld door het toepassen van een terras of zicht op de functies zoals het auditorium of de Museumtuin.
→ De uitwerking van de aanbouw moet er niet voor zorgen dat het openbaar groen aan de achterzijde ook gaat voelen als een park aan de achterkant.
Draaijer
30
3. Visie en organisatie Museum Dr8888
31
3.1 Taakvelden Museum VISIE EN ORGANISATIE MUSEUM DR8888 Museum Dr8888 behoudt, verzamelt en presenteert de kunst- en cultuurhistorische collectie van Drachten en Smallingerland met als topstuk de vooruitstrevende museumwoning ‘Het Van Doesburg-Rinsemahuis’. Museum Dr8888 inspireert en vermaakt bezoekers van het museum met een brede collectie en onderscheidende tentoonstellingen en educatieprogramma’s van regionaal en (inter)nationaal belang op het gebied van moderne kunst. De focus ligt op de stromingen De Stijl, Dada en (Fries) Expressionisme. Kunst en cultuur laten bezoekers kennis maken met andere denkbeelden, culturen en andere tijden, waardoor er ruimte om anders te kijken, inzicht en ruimte voor nieuwe perspectieven ontstaan. Kunst is daarmee een belangrijke aanjager voor beweging en vernieuwing. De functies van Museum Dr8888 bestaan uit: 1. Het bewaren van collectie De collectie bestaat uit circa 13.000 objecten. 70% van de collectie is in eigendom van de gemeente Smallingerland. Het museum zorgt dat de collectie in goede staat blijft en goed beheerd wordt. De collectie van Museum Dr8888 geeft een overzicht van de beeldende kunst in de twintigste eeuw. Van het Interbellum via Fries Expressionisme naar hedendaagse kunst.
Draaijer
Het grootste deel van de werken richt zich op het Interbellum (periode tussen de twee wereldoorlogen) en het verhaal van de gebroeders Rinsema uit Drachten. Zij kwamen in contact met de internationale avant-garde en haalden vertegenwoordigers van De Stijl en Dada naar deze regio. 2. Het tentoonstellen van collectie
Door het tentoonstellen van de collectie kunnen bezoekers uit Drachten, de omgeving en nationaal kennis maken met de collectie en de verhalen er achter. Daarnaast zullen er wisseltentoonstellingen worden geëxposeerd. Naast de expositie van kunstwerken in het Museum is er ook een museumwoning die bezocht kan worden: ‘Het Van Doesburg-Rinsemahuis’. 3. De sociaal maatschappelijke functie voor Drachten en omgeving Het Museum wil ook een plek zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Ontmoeting van bezoekers met verschillende achtergronden die zich welkom voelen. Het Museum wil als een shared space werelden verbinden. Het Museum wil partner zijn van de gemeente bij het oppakken van maatschappelijke vraagstukken met cultuur als motor. Het museum biedt diverse activiteiten aan en heeft een uitgebreide museumeducatie. Museum Dr8888 heeft een aanbod voor scholen voor kinderen van 4 tot 18 jaar. Met dit aanbod wordt ingezet op inspiratie, educatie en verdieping. Met bijeenkomsten zoals lezingen, workshops en diverse manifestaties buiten de museummuren wordt ingezet op inspiratie en draagt Museum Dr8888 bij aan haar sociaal maatschappelijke functie. 32
3.2 Visie en ambities Museum (1/2) VISIE EN ORGANISATIE MUSEUM DR8888 De visie en ambitie van het Museum is in haar beleidsplan 2020-2024 ‘Niet bang voor het nieuwe’ uitgebreid beschreven. Ook in het rapport van Gordion ‘Museum Dr8888 Toekomstvast’ is ingegaan op de toekomstmogelijkheden van het Museum aan de hand van de kansen, mogelijkheden en ambities. Museum Dr8888 is een ondernemend en innovatief museum voor jong én oud. Er worden niet alleen aansprekende en spraakmakende tentoonstellingen en evenementen georganiseerd, maar het museum vertelt ook verhalen over kunst en cultuur aan de hand van de unieke collectie. Museum Drachten wil hierbij de verbinding met de buitenwereld aangaan. Kunst moet voor iedereen toegankelijk zijn. Museum Dr8888 wil midden in de samenleving staan en wil meer landelijke bekendheid verkrijgen. Focus
Museum Dr8888 focust zich op: Dada x De Stijl, Fries Expressionisme, Constructivisme en het DNA van Drachten (samenleving, Philips, familiebedrijven, ontwikkeling omgeving, etc.). Doelgroep Museum Dr8888 wil er voor iedereen zijn. Momenteel is het grootste deel van de bezoekers 50+. Hier is en blijft aandacht voor, maar voor de toekomst van het museum wordt ook op de nieuwe generatie gericht. Hierbij is de ambitie om de educatie met focus op kinderen/ jeugd te behouden en uit te bouwen. Draaijer
Verhogen bezoekersaantallen Museum Dr8888 zal inzetten op het vergroten van het belevingsbezoek (experience) en het aanbod meer op maat maken door bijvoorbeeld het toevoegen van digitaliseringsvormen. Ook zal worden ingezet op combinatiebezoek. Zo trekt verbeterde horeca extra bezoekers of houdt bezoekers langer vast. Dit geldt ook voor het onderbrengen van het VVV in het Museum of het verhuren van ruimten aan externe partners en zakelijke relaties. Door middel van activiteiten en randprogrammering kan het belevingsbezoek vergroot worden en kunnen bezoekersaantallen verhoogd worden. Hoge verblijfskwaliteit Het Museum is in Drachten een duidelijke, uitnodigende en fijne plek om te ontmoeten. Dit wil het Museum bereiken door o.a. in te zetten op een hoge participatie waarbij bij inwoners verhalen worden opgehaald en deze te laten vertellen. Ontmoeting tussen bezoekers wordt gefaciliteerd en gestimuleerd door het aanbieden van gezamenlijke events, activiteiten en bijeenkomsten, maar ook in de openbaar toegankelijke ruimtes zoals de horeca en op pleinen buiten het museum. Het gebouw dient de ontmoetingsplek te faciliteren. Hierbij is een goede verblijfskwaliteit van de horeca gewenst, maar ook zitjes verspreid door het gebouw en een buitenruimte waar zowel kinderen als ouderen prettig kunnen verblijven. 33
3.2 Visie en ambities Museum (2/2) VISIE EN ORGANISATIE MUSEUM DR8888 Museum Dr8888 wil 35.000 bezoekers per jaar trekken (bron: Beleidsplan “Niet bang voor het nieuwe” 2020-2024, museum Dr8888). Hiervoor is het belangrijk om in te spelen op de behoeften van de potentiële bezoekers. Museum Drachten wil deze bezoekers aantrekken door hiervoor het volgende Museum te realiseren en bezoekers het volgende te bieden: → Bezoekers komen voor kwalitatief hoogstaande en aansprekende (thematische) tentoonstellingen, voor randprogrammering en doelgerichte activiteiten. → Het Museum is uitdagend; er worden veel verschillende activiteiten georganiseerd en er valt veel te beleven. → Het Museum is spannend en maakt nieuwsgierig. → Het Museum is verrassend en heeft een eigen identiteit, onderscheidend van andere musea. Bezoekers moeten na afloop zeggen: “Dit had ik niet verwacht.” → Het Museum is een gezellige plek en heeft een fijne sfeer. Het Museum straalt rust uit, waardoor de focus op tentoonstellingen en/ of activiteiten goed mogelijk is.
→ Het Museum is inspirerend. Bezoekers komen er om iets nieuws te ontdekken en leren, bijvoorbeeld over de omgeving van Drachten en de geschiedenis ervan. → Bezoekers komen voor goede horeca en een fijne museumtuin, voor kwalitatief hoogstaande en aansprekende (thematische) tentoonstellingen, voor randprogrammering en doelgerichte activiteiten. → Het Museum vertelt en laat mooie verhalen en achtergronden zien. → Het Museum biedt (h)erkenning voor bezoekers en heeft voor ieder wat wils. Organisatie Museum Dr8888 is een kleine professionele organisatie, waarbij veel gewerkt wordt met vrijwilligers. Museum Dr8888 heeft 10 medewerkers (7 FTE) in dienst en werkt met circa 80 vrijwilligers. Dit vraagt een bepaalde mate van laagdrempeligheid en een bijpassende sfeer (intimiteit) van de ruimtes die ontworpen worden.
→ Het Museum is verbindend, het is de plek om nieuwe/ andere mensen en culturen te leren kennen.
Draaijer
34
3.3 Samenwerkingen en gebruikers (1/2) VISIE EN ORGANISATIE MUSEUM DR8888 Museum Drachten zet in en wil inzetten op laagdrempelige sponsoring, maar ook op het werken aan verbinding en relatiebeheer. Vanuit de insteek ‘samenwerken’ wordt ingezet op: sponsoring/ binnenhalen inkomsten, zichtbaarheid, verbondenheid, maar ook ‘bijverkoop’. Er is een Stichting Vrienden van Museum Drachten opgericht met als doel het Museum te steunen. Door de bijdragen van de Vrienden kunnen nieuwe tentoonstellingen gerealiseerd worden en kan de collectie worden uitgebreid. Museum Drachten zoekt graag de verbinding op met de buitenwereld (gemeenschap, zorginstellingen, onderwijs en het bedrijfsleven) voor het laten ontstaan van interessante crossovers, maar ook om nog meer het Museum te zijn dat midden in de samenleving staat. Uitgangspunt voor het PvE is dat het Historisch Centrum en het VVV in het Museum worden ondergebracht. Op dit moment is het Historisch Centrum reeds in het Museum gevestigd. Ook het VVV is sinds kort in kleine vorm ingetrokken. De eerste resultaten zijn dat het goed werkt en dat het een stevigere samenwerking en plek verdiend.
3.3.1 Smelne’s Erfskip Smelne’s Erfskip is een stichting die zich sinds 1991 in zet voor cultuurhistorische waarden in de gemeente Smallingerland. De stichting heeft circa 900 donateurs en werkt zonder betalende medewerkers. In de gemeente Smallingerland zijn circa 130 (gemeentelijke) monumenten.
Sinds een aantal jaren is het Historisch Centrum Smallingerland op de begane grond, naast de entree van het museum, gevestigd. De ruimte betreft een huiskamer waar iedereen die geïnteresseerd is in geschiedenis, vrij naar binnen kan lopen. Een aantal dagdelen per week zijn er vrijwilligers aanwezig die voorlichting geven en vragen beantwoorden. In de huiskamer is een kleine expositie aanwezig en er zijn beeldschermen waarop films/ documentaires vertoond worden. Ook worden er boeken verkocht. Smelne’s Erfskip verzorgt ook stadswandelingen (o.a. voor het VVV), beheert een website en schrijft een aantal keer per jaar een eigen magazine voor haar donateurs. Ook voert Smelne’s Erfskip historisch onderzoek uit op verzoek van de organisatie Hûs en Hiem (welstand & monumentenzorg). De samenwerking met het museum is ook inhoudelijk versterkt sinds het samenwonen. Zo heeft het meerwaarde om een gezamenlijk en gedeeld archief te hebben waar beide gebruik van maken en is er sprake van combibezoek en/ of kunnen bezoekers voor het museum ook bezoekers voor Smelne’s Erfskip worden en andersom.
Draaijer
35
3.3 Samenwerkingen en gebruikers (2/2) VISIE EN ORGANISATIE MUSEUM DR8888 3.3.2 VVV Drachten VVV (ook wel Toeristisch InformatiePunt genoemd) is een organisatie die allerlei informatie biedt over Drachten, de gemeente en de regio. Door onderwijsinstelling Friese Poort is het VVV nieuw leven ingeblazen een aantal jaren geleden. De gemeente verstrekt een subsidie aan het VVV. Het VVV werkt veel met vrijwilligers. Het VVV heeft op dit moment te maken met diverse organisatieontwikkelingen, waarbij het de ambitie heeft om verder te groeien onder regie van Platform Gastvrij Smallingerland. De gemeente vindt het belangrijk dat er een goede plek is voor het VVV. Op dit moment zijn zij gevestigd op een slecht zichtbare plek. Een plek in het museum zou, naast dat het een goede en zichtbare plek is, ook zorgen voor een nauwere samenwerking met het museum. Bezoekers van het VVV kunnen potentiële bezoekers voor het museum worden en ook andersom. De doelgroep voor beide organisaties komt grotendeels overeen.
Voor alle gebruikers (Museum, Smelne’s Erfskip en het VVV) geldt het belang van zichtbaarheid en herkenbaarheid direct vanaf de hoofdentree. Een goede herkenbaarheid en zichtbaarheid direct vanaf de entree zorgt voor extra bezoekers en het creëren van meer toegevoegde waarde voor de bezoekers. 3.3.3 Overig Naast het Museum, Smelne’s Erfskip en de VVV zullen externe huurders gebruik gaan maken van het gebouw. Via ruimteverhuur genereert het Museum inkomsten. Dit betreft verhuur voor vergaderingen, maar ook voor events (zoals een bruiloft). Deze verhuur is geen primaire functie voor het Museum; er worden hiervoor geen ruimtes gerealiseerd. Verhuring vindt plaats op momenten dat ruimtes niet door het Museum worden gebruikt.
In het afgelopen jaar is het platform ‘Gastvrij Smallingerland’ opgericht. Een platform waar allerlei toeristische ondernemers bij zijn aangesloten. Het VVV ontvangt bezoekers hiervoor. Ook is er een samenwerking tussen Smelne’s Erfskip en het VVV. Zo verzorgt Smelne’s Erfskip de rondleidingen voor het VVV.
Draaijer
36
3.4 Doelgroepen en aantallen VISIE EN ORGANISATIE MUSEUM DR8888 3.4.1 Doelgroepen
3.4.2 Bezoekersaantallen
De belangrijkste doelgroepen voor het Museum zijn:
Het Museum streeft de komende jaren naar de volgende aantallen bezoekers:
→ De bewuste museumbezoekers zoals dagrecreanten, 55-plussers, docenten en studenten kunstopleidingen (65% is een herhaalbezoeker). De primaire doelgroep bestaat uit bovengemiddeld opgeleiden met interesse voor kunst, cultuur en architectuur. → De onbewuste museumbezoeker, zoals verblijfsrecreanten in de omgeving. Met een specifieke focus op de inwoners van Drachten en omgeving. → De educatiebezoeker: kinderen van 6 tot 12 jaar, leerlingen van het speciaal onderwijs, families en mensen met dementie en hun dierbaren.
Aantal bezoekers
2022
2023
Na oplevering vernieuwd museum
Museum (excl. educatie)
8.200
16.150
22.800
Educatie
2.400
2.700
3.000
Workshops
50
150
200
Bijeenkomsten (brede publieksprogrammering)
1.000
1.500
3.000
Verhuur ruimten
350
400
1.000
Buitenprogramma
8.000
8.500
9.500
20.000
28.500
39.500
60
70
100
Totaal
Gem. aantal bezoekers binnen/dag
Bij piekmomenten zijn er in het gehele gebouw 150 personen aanwezig. Dit vindt vooral plaats bij openingen (circa 2 keer per jaar).
In bovenstaande aantallen zijn de bezoekers van Smelne’s Erfskip en het VVV niet meegenomen. Draaijer
37
3.5 Gebruikstijden VISIE EN ORGANISATIE MUSEUM DR8888 → Het Museum is geopend van dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur → Het Museum is gesloten tijdens eerste paasdag, eerste pinksterdag, eerste en tweede kerstdag en nieuwjaarsdag. → Smelne’s Erfskip en het VVV Drachten volgen de openingstijden van het Museum. → Incidentele avondopenstelling is in het nieuwe Museum gewenst. Hierbij dient rekening gehouden te worden met segmentering. Zo moet het mogelijk zijn om alleen de expositieruimte open te kunnen stellen, maar ook bijvoorbeeld alleen de horeca met het auditorium. → De ruimte waar de wisselexpositie aanwezig is, dient bij een wisseling van de collectie afgesloten te kunnen worden. Hierbij dienen de overige expositieruimtes zonder geluidsoverlast en zonder andere overlast en beperkingen in gebruik te kunnen blijven.
Draaijer
38
4. Functioneel Programma van Eisen
39
4.1 Activiteiten en capaciteit (1/3) FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Het Museum dient te kunnen voorzien in activiteiten die hieronder per thema zijn opgenomen inclusief bijbehorende capaciteit. Aankomen en vertrekken Activiteit
Exposeren Activiteit Vast tentoonstellen van kerncollecties kunst
Capaciteit
Vast tentoonstellen van collectie erfgoed
Fiets parkeren personeel
10
Exposeren tijdelijke exposities (van bepaalde MBO richtingen)
Afzetten (kiss & ride)
1
Tentoonstellen van wisselcollectie
(laten) bezorgen (post en pakketjes met bestelbus)
1
Selfies maken en input socials creëren
(laten) leveren/ ophalen goederen en afval
1
Ophangen jassen en opbergen tassen
80 / 25
Capaciteit
Eten en drinken bezoekers
48
Lezen
8
Diverse horeca-activiteiten, arrangementen (lunch/ high tea)
48
Informeren (inloopfunctie)
2
Draaijer
75-150
2-6
Ondersteunen expositie Activiteit
Ontspannen, ontmoeten en informeren Activiteit
Capaciteit
Capaciteit
Opbergen van tentoonstellingsmaterialen
n.v.t.
Opbergen van kunstwerken/ objecten
n.v.t.
Opbergen van expositie onderdelen (papier, schilderijen, etc.)
n.v.t.
Registreren, inlijsten, passe-partout snijden, conditiechecks
2
Fotograferen van expositiestukken
1
Werkzaamheden t.b.v. bouwen tentoonstelling/ werken met machines en gereedschappen
1-2
40
4.1 Activiteiten en capaciteit (2/3) FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Het Museum dient te kunnen voorzien in de volgende activiteiten (vervolg). Deelnemen (educatie en bijeenkomsten) Activiteit
Werken Capaciteit
Activiteit
Capaciteit
Workshops en activiteiten (bijv. schilderen en tekenen)
12-15
Aanlanden/ werken medewerkers Museum (incl. stagiaires)
Lezingen
25-70
Eten en drinken voor personeel
12
Poëzieavonden
25-70
Buiten kunnen zitten/ verblijven
8
Presentaties geven/ Colleges (interne/ externe spreker)
25-70
Aanlanden/ werken medewerkers Smelne’s Erfskip
2
Vergaderlunches
8-20
Vergaderen medewerkers Museum en Smelne’s Erfskip (o.a. interne teamoverleggen)
Openingen
150-200
Rondleidingen (ook achter de schermen/ depotbezoek)
8-20
Concerten
50-70
Veilingen
25-70
Ontvangen (familie) groepen en specifieke doelgroepen
8-25
Cultuurdagen (in 1 dag 100 leerlingen in het museum)
100
Filmvertoningen
25-70
Werken met groepen (vanuit onderwijs) Uitvoeren van ‘vieze’ werkzaamheden (kleien, schilderen, etc.) Draaijer
12-15
4-15
Onderzoeken
2
Collegiaal overleg voor kruisbestuiving intern binnen team en extern met andere collega’s
4-8
Printen, scannen, lamineren en inbinden
1
30 15-30 41
4.1 Activiteiten en capaciteit (3/3) FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Het Museum dient te kunnen voorzien in de volgende activiteiten (vervolg). Ondersteuning facilitair Activiteit
Ruimteverhuur Het gebouw monitoren (facilitair, veiligheid, etc.)
Capaciteit
4-80 1
Schoonmaken, (gescheiden) afval verzamelen, etc.
n.v.t.
Lunch voorbereiden
2-4
Levering catering ontvangen en voorbereiden voor uitserveren
2-4
Afwas van vies serviesgoed
2
Koffie & thee zetten
2
Opslag kunnen neerzetten en uitpakken
n.v.t.
Koeling goederen
n.v.t.
Draaijer
42
4.2 Gebouwlogistiek (1/2) FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN De gebouwlogistiek is voor het Museum een belangrijk aspect en bestaat uit drie logistieke stromen: de logistiek van de kunst, de logistiek van de bezoeker en de facilitaire logistiek.
→ Na de entree is het belangrijk dat de bezoeker zich zelfstandig door het gebouw kan bewegen. Een heldere routing is hierbij het uitgangspunt, bewegwijzering geldt hierbij alleen als extra hulpmiddel.
Elke stroom heeft zijn eigen ingang: een centrale ingang voor de bezoekers, een ingang voor de kunst gerelateerde goederen en een ingang voor personeel en overige goederen (facilitair, eten & drinken).
→ Het heeft de voorkeur zoveel mogelijk functies bij de entree te positioneren. Denk hierbij aan een ontvangstbalie, winkel, horeca, maar ook Smelne’s Erfskip en het VVV. Om zoveel mogelijk functies bij de entree te positioneren kan gedacht wordt aan het realiseren van een vide bij de entree. Dit zorgt voor de gewenste openheid bij binnenkomst, zodat de bezoeker zich direct goed kan oriënteren.
Oriëntatie voor bezoekers: → Bij binnenkomst moet een bezoeker op een natuurlijke wijze begrijpen hoe het gebouw in elkaar zit en waar hij/ zij naar toe moet. Hierbij kan gedacht worden aan een zo open mogelijke plattegrond in het entreegebied. Aandacht is nodig voor zichtlijnen. → Belangrijk voor een goede oriëntatie voor de bezoeker is een duidelijke herkenbaarheid van de functie. Dit is het meest aan de orde bij de entree. Vanaf buiten moet het goed zichtbaar zijn waar de entree is en wat de functie van het gebouw is. Het is een uitdaging voor de ontwerper hoe de interactie tussen binnen en buiten te versterken. → Een heldere en logische zonering in het gebouw is ook belangrijk. Het gebouw beschikt over een zone die gratis (openbaar) toegankelijk is, een zone voor de betalende bezoeker en een zone niet toegankelijk voor publiek.
Draaijer
→ Bij voorkeur kan de bezoeker een route (rondgang) lopen en hoeft de bezoeker niet via een lange gang terug te lopen als hij/ zij klaar is. De ontwerper wordt uitgedaagd om een logische routevorming en logisch gepositioneerde entrees te realiseren.
Logistiek kunst: → Voor kunstwerken voor met name de wisseltentoonstellingen die worden geleend, geldt dat er speciale huurvoorwaarden gelden. Denk hierbij aan: verlicht horizontaal vervoeren en geconditioneerd transport (constante temperatuur/ luchtvochtigheid). In het gebouw moeten alle ruimtes waar kunstwerken door heen moeten, voldoen aan de afmetingseisen (hoogte en breedte van deuren en gangen) en aan de gestelde klimaateisen.
43
4.2 Gebouwlogistiek (2/2) FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN → Kunstwerken worden aangevoerd door een grote bestelbus/ kleine vrachtwagen waarbij de kunst ‘droog’ kan worden uitgeladen. Na ontvangst van de kunstwerken worden deze direct in de acclimatiseringsruimte geplaatst. Hier blijven de kunstwerken staan tot ze naar het depot worden gebracht of ze worden direct naar de expositieruimte gebracht.
→ Vanuit het depot (of de acclimatiseringsruimte) worden kunstwerken gehaald die in het werkatelier onderhanden worden genomen (conditiecheck, inlijsten en/of fotograferen). Van hieruit gaan ze terug naar het depot of naar de expositieruimte. In paragraaf 4.4 wordt verder ingegaan op de eisen per ruimte en de ruimterelaties.
Draaijer
44
4.3 Horeca concept FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN De horeca is een middel om bezoekers langer in het Museum te laten verblijven en heeft ook de functie van ontmoeting en het bieden van een extra service voor de bezoekers.
Voor een goede horeca, waarbij wordt ingezet op het langer verblijven van (en meer geld uitgeven door) bezoekers, is een aantal aspecten belangrijk:
Er is in de omgeving van het Museum al diverse horeca te vinden. De horeca van het Museum heeft niet het doel hiermee te concurreren. De horeca van het Museum moet vooral gezien worden als een extra service voor bezoekers, passend bij de identiteit van het Museum en passend bij de organisatie waarin veel met vrijwilligers gewerkt wordt. Juist op deze manier kan de horeca als kracht en onderscheidend worden gezien.
▪ Door de horeca te plaatsen nabij de entree ziet elke bezoeker die binnenkomt direct en altijd de horeca.
Gezien de beperkte omvang van de horeca wordt het runnen van de horeca niet uitbesteed en blijft het in eigen beheer aangestuurd door een te werven horecaprofessional. Hierdoor kan met vrijwilligers gewerkt blijven worden. Dit creëert een bepaalde sfeer die goed past bij de uitstraling die het Museum wenst. Daarbij wil het Museum ook gaan samenwerken met het Middelbaar Beroepsonderwijs om van de horeca ook een opleidingsplek te maken en mensen tot de afstandsmarkt een plek te geven in de horeca.
▪ Door de horeca aan de Museumtuin te plaatsen, is er altijd zicht op een fijne groene omgeving die ook uitnodigt om in de Museumtuin te gaan drinken en eten.
Het uitgangspunt is nu dat er wordt gewerkt met bediening van de bezoekers aan tafel en niet met een uitgiftebuffet i.c.m. zelfbediening.
Draaijer
→ De positie van de horeca:
▪ Het heeft de voorkeur dat de bezoeker in haar route vanaf de entree direct langs of door de horeca moet lopen. De verleiding om een kop koffie te genieten is dan groter.
▪ Door de horeca aan de straatzijde te positioneren, is er een betere interactie mogelijk tussen buiten en binnen. Van binnen is er reuring op straat te zien en van buiten is er activiteit binnen te zien. → De verblijfskwaliteit (sfeer en uitstraling) van de horeca: ▪ door de juiste sfeer en uitstraling te kiezen (zie ook hoofdstuk 6), zorgt dit ervoor dat bezoekers zich prettig voelen om er te verblijven. Hierbij dient ook aandacht te zijn voor de juiste zitelementen (loungebank of een actievere zit) en een fijne akoestiek.
45
4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – centrale functies FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN
In dit hoofdstuk worden de functionele en ruimtelijke uitgangspunten van de centrale functies (balie, museumwinkel, café/ horeca, etc.) weergegeven.
→ Het is wenselijk om de balie van het Museum samen te voegen met de balie van het VVV, wel dienen beide organisaties hun eigen deel te hebben achter de balie (ook op het gebied van signing).
Balie
Garderobe/ kluisjes
→ De balie heeft diverse functies zoals: het ontvangen van bezoekers, uitoefenen sociale controle, informeren bezoekers, kaartverkoop, afrekenen aankopen winkel, afrekenen bestedingen horeca, telefoon opnemen en het uitvoeren van (lichte) administratieve werkzaamheden.
→ In de garderobe is het mogelijk dat bezoekers hun jassen kunnen ophangen. Ook is er de mogelijkheid voor het opbergen van tassen. Groter formaat tassen (of koffers) mogen niet mee de expositieruimtes in.
→ De balie ligt in de directe nabijheid van de entree en heeft daarbij een zichtrelatie op de entree. Ook is een goed overzicht nodig over alle vrij toegankelijke ruimtes.
→ De garderobe is gelegen nabij het sanitair en nabij de balie.
4.4.1 Centrale Functies
→ De kaartcontrole van bezoekers van de expositie mag direct bij de balie al plaatsvinden, maar als dit voor de compartimentering beter is, mag de kaartcontrole ook elders in het gebouw plaatsvinden (in dat geval zal worden gewerkt met een gastvrouw/-heer of d.m.v. een technische oplossing zoals poortjes; nader uit te werken).
→ Het gaat om haakjes voor circa 80 jassen en om circa 25 lockers van verschillende maten (formaat groter dan A4). Kinderwagens worden incidenteel gestald, hiervoor wordt een tijdelijke plek in een bestaande ruimte gekozen. → De garderobe is geen afgesloten en bewaakte ruimte. → Naast de centrale garderobe is er ook voorzien in kapstokken in de ateliers.
→ De balie is uitgerust met twee baliewerkplekken en voldoende kastruimte. In de directe nabijheid van de balie is een werkplek t.b.v. achtervang/ ondersteuning). Het betreft geen volledig afgesloten ruimte, maar het is wel een werkplek waar een medewerker zich terug kan trekken en uit het zicht is van bezoekers.
Draaijer
46
4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – centrale functies FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN Café/horeca → De functies van het café/de horeca is verblijven, ontmoeten, eten & drinken, ontspannen en ook lezen.
→ Het afrekenen van kassa/receptiebalie.
de
consumpties
vindt
bij
plaats
bij
de
→ Er is een mogelijkheid voor kleine optredens, voordrachten/presentaties.
Sanitair
→ Er is ruimte voor het presenteren/uitlenen van kunsthistorische boekencollectie (dit kan ook onderdeel van de verkeersruimte zijn).
→ Het gebouw is voorzien van minimaal 10 toiletten conform het Bouwbesluit en over twee mindervalide toiletten.
→ De horeca ligt in het openbaar toegankelijke gebied, voor de kaartcontrole. De horeca is goed zichtbaar vanaf de entree. Ook is een nabije relatie gewenst met de terrassen buiten, in ieder geval met de Museumtuin en bij voorkeur ook aan de voorzijde (Museumplein). De horeca is herkenbaar en bij voorkeur zichtbaar vanaf de straatzijde.
→ De toiletten zijn goed verspreid door het gebouw aanwezig waarbij met de positionering goed is nagedacht dat er voldoende toiletten aanwezig zijn nabij de horeca, in het openbaar toegankelijke gebied en bij het Auditorium (i.v.m. piekmomenten zoals een pauze tijdens een lezing).
→ De horecaruimte ligt in de directe nabijheid van de keuken, bij voorkeur direct aangrenzend. Er is aandacht voor goede logistieke stromen voor invoer van goederen, de verwerking en het uitserveren van bestellingen. → De horeca is uitnodigend en heeft een goede akoestiek. De horeca is prettig als een bezoeker alleen een boek wil lezen, maar ook als er na een bijeenkomst met z’n allen gegeten wordt.
→ Voor de mindervalide toiletten geldt ook een goede spreiding waarbij één toilet gelegen is op de begane grond in het openbaar toegankelijke gebied. Het verschonen van baby’s vindt plaats in het miva-toilet. → Naast de toiletten voor bezoekers is er een apart toilet voor medewerkers gelegen nabij de werkplekken (in het niet publiektoegankelijke gebied). Ook is er voorzien in een douche voor medewerkers.
→ De horeca beschikt over 50 zitplaatsen inclusief een leestafel. Door de ernaast gelegen verkeersruimte er bij te betrekken is het mogelijk om minimaal 80 staplaatsen in de horeca te realiseren.
Draaijer
47
4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – expositieruimte FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN 4.4.2 Expositieruimte → In de expositieruimte vindt het primaire doel plaats van het Museum, namelijk het tentoonstellen van kunstwerken en aansprekende verhalen en activiteiten. → Het kwaliteitsniveau van deze ruimte is hoog, heeft een minimale netto hoogte van 3,6 meter (wenselijk is 4,0 meter voor de wisselexpositieruimte), is vrij indeelbaar en kolomvrij. Het heeft de uitstraling waarbij de kunstwerken optimaal tot hun recht komen. → Er is uitsluitend indirect daklicht en kunstlicht aanwezig en er zijn geen obstakels aan de wanden. Techniek aan het plafond mag in het zicht blijven. → Het gaat om circa 300 m² vaste expositieruimte en circa 300 m² wisselexpositieruimte waarbij de wisselexpositieruimte bestaat uit twee ruimten van elk circa 150 m². De exacte indeling dient in overleg met het Museum nader bepaald te worden. Wenselijk is een totale expositieruimte van 800m2. → Er dient een logische route gelopen te kunnen worden door de bezoekers. De oriëntatie voor bezoekers is vanzelfsprekend. → De vorm van de ruimte(n) zorgt dat er voldoende afstand tot de werken gecreëerd kan worden. Transport van sommige collectiestukken moet horizontaal plaatsvinden, doorgangen zijn daarom minimaal 2m breed.
Draaijer
→ Ook zijn er in de expositieruimte één of twee kleinere ‘ruimten’ die ingezet kunnen worden voor het tonen van een film, gekoppeld aan de vaste en wisselende tentoonstellingen. Ook kunnen deze ruimten worden ingezet voor het exposeren van werken van kinderen (vanuit educatie), vriendenkabinet of digitalisering toepassingen. Het is niet nodig om volledig afgesloten ruimtes te creëren binnen de 600 m² expositieruimte. Wel moeten er afgeschermde gebieden gecreëerd kunnen worden op verschillende plekken (flexibiliteit). Gebieden moeten hierbij natuurlijk in elkaar overlopen. → Wanneer de wisselexpositieruimte wordt vernieuwd, moet de vaste expositieruimte open kunnen blijven voor bezoekers (afscherming gebied en geen toegang d.m.v. scheidings- en presentatiewanden zodat werkzaamheden uit het zicht zijn en geluidsoverlast wordt beperkt). → De ruimte is ingericht met flexibele scheidingswanden, waaraan werken worden opgehangen. Er is aandacht voor een mooie inpassing van de glas-in-lood collectie en wandmozaïeken. → Vanuit buiten moet het mogelijk zijn om rechtstreeks de expositieruimte te bereiken. Dit is nodig voor de grote objecten die incidenteel naar binnen en buiten gebracht moeten kunnen worden. Hiervoor is een deuropening benodigd van minimaal 3 meter. Mogelijk kan deze functie gecombineerd worden met een vluchtdeur.
48
4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – expositieruimte FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN → De wisseltentoonstelling ligt op het maaiveldniveau (begane grond). Dit werkt prettig omdat het dicht bij binnenkomst van de kunstwerken ligt in verband met de transportbewegingen. De vaste expositieruimte kan op de verdieping gerealiseerd worden (eerste verdieping). Door de wisseltentoonstelling op de begane grond te leggen, ontstaat ook minder druk op de lift.
→ Het moet mogelijk zijn om in de toekomst de expositieruimte op begane grondniveau uit te breiden met 200m2 nuttig. Hier dient in het ontwerp rekening mee gehouden te worden. → Op de begane grond is het mogelijk tot 30cm vanaf maaiveld direct daglicht toe te laten. Dit zorgt voor een subtiele interactie tussen binnen en buiten (en tilt het gebouw een beetje op).
Voor de ontwerper zijn er op het gebied van de expositieruimte een aantal uitdagingen: → Vanuit de expositieruimte is zicht op de binnentuin wenselijk om bezoekers vast te houden. Het is de uitdaging voor de ontwerper om de juiste verbinding met buiten te krijgen (met de binnentuin, maar ook met de buitenwereld) zonder dat er ongewenste lichtinval plaatsvindt. Dit geldt ook voor gewenste lichttoetreding, maar niet hinderlijk. Hierbij wordt gedacht aan toetreding van indirect daglicht. → De klimaateisen en de hoogte die aan de expositieruimte gesteld worden, zorgt ervoor dat de expositieruimte in de nieuwbouw komt. De uitdaging voor de ontwerper is ervoor te zorgen dat de expositieruimte een prominente en zichtbare plek in het gebouw krijgt. → De ruimten in het cluster ‘ondersteuning expositie’ dienen bij elkaar gelegen te zijn. In verband met de aan- en afvoer van goederen zal dit cluster op maaiveld gelegen zijn. In verband met de eisen op het gebied van hoogte en klimaat liggen deze functies eveneens in de nieuwbouw.
Draaijer
49
4.4 Functionele en ruimtelijke uitgangspunten per functie – depot FUNCTIONEEL PROGRAMMA VAN EISEN 4.4.3 Depot → In de depotruimte worden alle soorten kunstwerken opgeslagen (textiel, papier, hout). De ruimte grenst direct aan de acclimatiseringsruimte en ligt in de nabijheid van het werkatelier en de expositieruimte. Het depot mag over twee verdiepingen opgesplitst worden, mits dicht bij elkaar.
→ In de ruimte staan stellingkasten en speciale systemen voor het opbergen van bijvoorbeeld schilderen. Deze (ophang)systemen zorgen voor het efficiënt en praktisch opslaan. → Het is mogelijk om het depot op te splitsen in diverse ‘ruimten’, zodat er onderscheid kan worden aangebracht tussen verschillende delen van de collectie (bijv. schilderijen los van andere delen van de collectie). → Een goede toegankelijkheid voor deze ruimte is erg belangrijk, zodat de grote kunstwerken goed in en uit de ruimte kunnen. Verder zijn de bouwfysische eigenschappen (klimaat, luchtvochtigheid, etc.) belangrijk.