CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Scenarios visiedocument Krachtig verbonden (behandeld 23 juni 2020)

Commissie Samenleving/Middelen 19 januari 2021, gemeente SluisBij agendapunt: RV tot het vaststellen van het gewijzigd visiedocument Krachtig Verbonden12.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

We handhaven de verschillende regelingen voor scholierenvervoer. We beperken ons tot de wettelijke eisen voor het vervoer van leerlingen. Het scholierenvervoer komt hiermee te vervallen. We gaan afspraken maken met het onderwijs om het onderwijs en het vervoer efficiënter in te richten. De discussie over het scholierenvervoer nemen we hierin mee. Dit kan betekenen dat er één uniforme regeling komt voor het scholierenvervoer of dat we een budget aan het onderwijs geven om het vervoer van en naar school zelf (naar eigen inzicht) te organiseren.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

11

MAATWERKVOORZIENING WMO

11.1

Huishoudelijke Verzorging

35

Waar hebben we mee te maken? Het aantal cliënten dat gebruik maakt van huishoudelijke verzorging ligt vele malen hoger dan bij vergelijkbare gemeentes. Desondanks liggen de kosten op een vergelijkbaar niveau. Scenario’s: 1. 2.

3.

We handhaven het huidige beleid. De uitgaven liggen binnen de Rijksbudgetten die we hiervoor ontvangen. We gaan geen uren meer indiceren voor bepaalde taken zoals wassen, strijken, maaltijd bereiden, etc., door hier voorliggende voorzieningen voor te gaan organiseren (via dagbesteding of koppelen aan bestaande voorziening). We geven aanbieders die zorg leveren in een woonzorgcomplex (zoals bv. Hooge Plaaten of Coensdike) een vast bedrag voor de uitvoering van de huishoudelijk hulp in plaats dat we per cliënt een indicatie afgeven. Hierdoor kan de zorgaanbieder de zorg flexibeler inzetten en hoeven er minder indicaties te worden afgegeven.

11.2

Vervoersvoorzieningen

Waar hebben we mee te maken? We hebben in het sociaal domein een financiële taakstelling van in totaal € 1,7 miljoen. Dit noopt ons om kritisch te gaan kijken naar ons beleid ten aanzien van het verstrekken van maatwerkvoorzieningen. Scenario’s: 1. 2.

3.

We handhaven het huidige beleid. We gaan alternatieven zoeken om het aantal scootmobielen dat op individuele basis wordt verstrekt naar beneden te brengen. Hierbij kan worden gedacht aan een heronderzoek naar het feitelijke gebruik van de toegekende voorziening, een uitleenservice voor scootmobielen voor incidenteel gebruik en/of het beschikbaar stellen van een pool van scootmobielen voor algemeen gebruik bij ieder woonzorgcentrum (i.p.v. elke bewoner op dat adres een eigen maatwerkvoorziening aanbieden). We gaan standaard scootmobielen niet meer als individuele maatwerkvoorziening verstrekken, maar onderzoeken de juridische mogelijkheid om deze voorziening aan te merken als algemeen gebruikelijk en/of hiervoor een voorliggende voorziening te creëren via het minimabeleid.

Alvorens tot een voorkeurscenario te komen, moeten we eerst nader onderzoek doen naar de juridische haalbaarheid van beide alternatieven onder scenario 3. Dus zowel het aanmerken van scootmobielen als algemeen gebruikelijk, als het creëren van een voorliggende voorziening via het minimabeleid. 11.3

Collectief vraagafhankelijk vervoer

Waar hebben we mee te maken? We hebben in het sociaal domein een financiële taakstelling van in totaal € 1,7 miljoen. Dit noopt ons om kritisch te gaan kijken naar ons beleid ten aanzien van het verstrekken van collectief vervoer.

36

1. 2. 3.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

We gaan kritischer indiceren (meer maatwerk leveren), bijvoorbeeld in de vorm van het beperken van het maximaal aantal zones / km’s afhankelijk van de reële vervoersbehoefte per persoon. We voeren een lichte toets in voor het beschikken van collectief vervoer. We doen dit op basis van leeftijd. Concreet betekent dit dat iedereen van 75 jaar en ouder automatisch recht heeft op taxivervoer. We voeren een lichte toets in voor het beschikken van collectief vervoer. De toets bestaat uit een doorverwijzing van de huisarts, wijkverpleegkundige, praktijkondersteuner Ouderenzorg, medisch specialist en/of andere behandelaar van de aanvrager.

11.4

Extramurale begeleiding

Waar hebben we mee te maken? Er is op dit moment geen helder beleid ten aanzien van extramurale begeleiding. Scenario’s: 1. 2. 3.

We zetten extramurale begeleiding vroegtijdig in om grotere problemen te voorkomen. Onderdeel van deze strategie is dat specialistische ondersteuning en begeleiding op tijd wordt betrokken. We kijken kritisch naar de inzet van extramurale begeleiding en proberen zoveel als mogelijk te volstaan met de inzet van maatschappelijk werk en georganiseerd vrijwilligerswerk. We bieden uitsluitend begeleiding binnen een collectieve voorziening (dagbesteding). Eventuele individuele begeleiding vindt alleen plaats op afstand (via beeldschermzorg) vanuit deze collectieve voorzieningen.

11.5

Dagbesteding

Waar hebben we mee te maken? Er is op dit moment geen helder beleid ten aanzien dagbesteding. Om keuzes te kunnen maken ten aanzien van onze rol en verantwoordelijk en/of prioriteiten te kunnen stellen, onderscheiden we drie soorten dagbesteding: Arbeidsmatige dagbesteding; Respijtzorg; en Sociale Ontmoeting. Scenario’s arbeidsmatige dagbesteding: 1.

2.

We zien arbeidsmatige dagbesteding als individuele maatwerk-voorziening. Op deze manier houden we zicht op de balans tussen vraag en aanbod. En op de behaalde resultaten. En op de toepassing van de juiste wet. We zien arbeidsmatige dagbesteding als een algemene voorziening. We stellen de benodigde capaciteit, spreiding en variëteit (in doelgroep en soort dagbesteding) vast aan de hand van een populatieonderzoek. De arbeidsmatige dagbesteding heeft bij voorkeur een maatschappelijk relevante functie. Arbeidsmatige dagbesteding op grond van de Wmo, Wlz en/of participatiewet worden zoveel mogelijk gecombineerd.

Scenario’s respijtzorg/dagopvang: 1. 2.

We zien respijtzorg/dagopvang als individuele maatwerkvoorziening. Op deze manier houden we zicht op de draagkracht van de mantelzorger, de balans tussen vraag en aanbod. En de toepassing van de juiste wet. We zien respijtzorg/dagopvang als een algemene voorziening. We stellen de benodigde capaciteit, spreiding en variëteit (in doelgroep en soort dagopvang) vast aan de hand van een populatieonderzoek. a. We bekostigen de algemene voorziening alleen voor het aandeel Wmo-klanten in de dagopvang. b. We richten een gezamenlijk algemene voorziening in voor zowel de Wmo-klanten als de Wlzklanten en maken afspraken met het zorgkantoor over de verdeling van de kosten en eventuele shared savings.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

37

Scenario’s sociaal ontmoeting: 1. 2.

3. 4.

We bekostigen een ontmoetingsfunctie in ieder woonzorgcentrum en bij iedere geclusterde woonvorm. Zowel in de ouderenzorg als in de GGZ. We zorgen dat ouderen- en/of GGZ-patiënten voor hun sociale ontmoeting gebruik kunnen maken van een ontmoetingsruimte in hun woonkern. We financieren geen eigen ontmoetingsfunctie per doelgroep of woonlocatie. We organiseren via de arbeidsmatige dagbesteding vanuit de GGZ en/of gehandicaptenzorg een ontmoetingsfunctie voor ouderen. We vinden sociale ontmoeting geen dagbesteding, maar welzijnswerk. Hierbij horen andere tarieven en eisen (vrij toegankelijk)

38

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

12

MAATWERKVOORZIENING JEUGD

12.1

Preventief jeugdbeleid

39

Waar hebben we mee te maken? Er is veel collectief preventieaanbod, maar er is niet altijd duidelijk of het aanbod aansluit bij de (individuele en maatschappelijke) vraag en/of bij de alledaagse praktijk van problemen die de jeugdzorgmedewerkers ervaren. Ook is er geen zicht op de resultaten. Scenario’s: 1. 2. 3. 4.

We handhaven van huidige aanbod. We nemen een kleine taakstelling op voor het collectief preventieaanbod. We verruimen het huidige aanbod. Omdat we geloven in de preventieve werking van dit aanbod. We schrappen het volledige aanbod. Omdat we meer geloven in vroegsignalering en maatwerk, dan in collectieve preventie.

12.2

Algemene voorziening voor opvoed- en opgroeiondersteuning

Waar hebben we mee te maken? In het Verbeterplan Jeugd is ingezet op meer vrij toegankelijke opvoedhulp om geïndiceerde specialistische (opvoedkundige) jeugdzorg, zoals Intensieve Pedagogische Thuisbegeleiding (IPT) te voorkomen. Onze medewerkers hebben hiertoe een SKJ-certificering behaald en ook in de functiewaardering is rekening gehouden met het uitvoeren van jeugdhulp. De algemene voorziening voor opvoedondersteuning en jeugdhulp werkt op locatie en onderhoudt nauwe contacten met het onderwijs, de kinderopvang en de huisartsen. Er is (nog) geen beleid vastgesteld ten aanzien van de benodigde omvang en deskundigheid van deze voorziening. Scenario’s: 1. 2. 3.

We vergroten de omvang van de algemene voorziening jeugdhulp (cluster Jeugd & Gezin) om geïndiceerde ambulante jeugdhulp te voorkomen We kopen een algemene voorziening in voor opvoedondersteuning in bij een andere partij (zoals de GGD, de huisartsenkoepel, maatschappelijk werkorganisatie of een zorgaanbieder). We handhaven de huidige situatie waarbij ambulante jeugdhulp meestal een geïndiceerde voorziening is.

Er is nader onderzoek nodig om tot een voorkeurscenario te komen. 12.3

Toegang tot geïndiceerde jeugdzorg

Waar hebben we mee te maken? We hebben een forse overschrijding op de budgetten van jeugdzorg. In de huidige situatie maken (SKJ-gecertificeerde) medewerkers van de gemeente een ondersteuningsplan bij meervoudige complexe zorg. Indien nodig kopen zij gericht de benodigde specialistische jeugdzorg in. Volgens het nieuwe inkoopmodel zijn aanbieders van jeugdzorg verplicht om onderling samenwerkingsverbanden vormen, zodat zij gezamenlijk “wrap around care” kunnen leveren (d.w.z. samen alle vormen van jeugdhulp in huis hebben om gezamenlijk een integraal ondersteuningsplan vorm te kunnen geven). Ook moet ieder samenwerkingsverband een eigen toegang inrichten. Dit biedt voor lokale toegangsorganisaties – indien gewenst – de mogelijkheid om ontzorgd te worden. In theorie kan de rol van de gemeentelijke toegang hierdoor worden beperkt tot het bieden van een voorliggende, algemene voorziening voor opvoed- en opgroeihulp.

40

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Als deze algemene voorziening niet toereikend is, kan zij een samenwerkingsverband in de tweede lijn inschakelen om de regie op het betreffende dossier over te nemen. Scenario’s: 1.

2.

3.

We blijven als gemeente zelf de volledige toegang tot geïndiceerde jeugdhulp (indicatiestelling, opstellen ondersteuningsplan, inkoop en casemanagement) uitvoeren.En zoeken daarbij nauwe samenwerking met samenwerkingspartners (binnen de TZWZV) zoals het onderwijs, de huisarts, basis GGZ en de jeugdgezondheidszorg (in de 1e lijn); We beleggen onderdelen van de toegang (het opstellen van een ondersteuningsplan en het casemanagement) bij de samenwerkingsverbanden van jeugdzorgaanbieders (in de 2e lijn). De rol van de gemeente beperkt zich tot het aanbieden van een algemene voorziening voor opvoed- en opgroeihulp en het verstrekken van de opdracht aan een samenwerkingsverband in de 2e lijn; We gaan op een andere manier sturen op de uitgaven van de geïndiceerde jeugdhulp, door actief te sturen op het zorglandschap. Het beschikbare budget wordt als budgetfinanciering verdeeld over de preventieve jeugdzorg; de vrij toegankelijke jeugdhulp (algemene voorziening voor opvoed- en opgroeihulp); en de geïndiceerde jeugdzorg. Deze verdeling wordt jaarlijks herzien.

Op dit moment lijk scenario 1 (tevens voorkeurscenario) het enige haalbare scenario. Scenario 2 is nog niet (volledig) operationeel en voor scenario 3 is Zeeuws geen draagvlak. 12.4

Jeugdbescherming / jeugdreclassering (geëscaleerde zorg)

Waar hebben we mee te maken? De Jeugdbescherming en jeugdreclassering mag alleen worden uitgevoerd door een gecertificeerde instelling (GI). De Zeeuwse GI, Intervence, dreigde om te vallen. Een fusie met een andere, naburige GI bleek niet mogelijk. De gemeenten hebben daarom gezamenlijk de aansturing van de GI overgenomen en betalen jaarlijks – totdat er een passende oplossing is gevonden – een instandhoudingsbijdrage om de tekorten te dichten. Daarnaast heeft de GI – door een grote uitstroom van personeel – te weinig menskracht om zowel de dwangzaken (jeugdbescherming en jeugdreclassering ) als de drangzaken (preventieve jeugdbescherming) uit te voeren. Wij hebben daarom onze eigen medewerkers opgeleid om ook drangzaken op te kunnen pakken. Scenario’s: 1. 2.

3.

We beleggen zowel de drang- als de dwangzaken in de nieuw te vormen Zeeuwse (gecertificeerde) organisatie. We beleggen alleen de wettelijke taken (jeugdbescherming en jeugdreclassering) bij een Zeeuwse GI en blijven de preventieve jeugdbescherming zelf uitvoeren. Omdat er dan een (te) kleine Zeeuwse GI overblijft, hebben we twee keuzes: a. We blijven meerjarig een instandhoudingsbijdrage betalen om de overhead te kunnen financieren. b. We laten de GI fuseren met andere organisaties in de veiligheidsketen (zoals Veilig Thuis, het Veiligheidshuis Zeeland en indien mogelijk de Raad voor de Kinderbescherming) waardoor één solide veiligheidsorganisatie ontstaat. We gaan samen met de gemeenten Terneuzen en Hulst (eventueel in combinatie met het Regionaal Bureau Leerlingzaken) een regionale jeugdzorgorganisatie oprichten, waarin we zowel onze algemene voorzieningen voor opvoed- en opgroeiondersteuning als onze indicatieorganen onderbrengen en laten deze nieuwe organisatie certificeren tot GI.

We wachten de Zeeuwse, regionale en interne onderzoeken af om tot een voorkeurscenario te komen.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

13

VOLKSGEZONDHEID EN SPORT

13.1

Volksgezondheid

41

Waar hebben we mee te maken? Meerdere partijen hebben aangegeven zich verantwoordelijk te voelen voor de volksgezondheidsbevordering van mensen, zoals het Rijk, de zorgverzekeraars, het onderwijs, de voedingsindustrie, de sportverenigingen, de huisarts en de gemeenten. Deze partijen hebben in 2018 het Nationaal Preventieakkoord gesloten. Het Nationaal Preventieakkoord richt zich op 3 speerpunten: het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Sinds 2018 zijn we een erkende JOGG-gemeente (Jongeren op gezond gewicht). De raad heeft in het coalitieakkoord aangegeven het project JOGG te willen continueren en mogelijk uit te breiden. In het coalitieakkoord staat verder dat de raad wil inzetten op preventie in de breedste zin, waaronder preventief voorlichtingsbeleid over roken, drugs- en alcoholgebruik, gokken en overgewicht. Maar ook op eenzaamheid bij ouderen. Scenario’s t.a.v. doelstellingen: 1. 2.

3.

We richten ons – in lijn met het Nationaal Preventieakkoord – primair op overgewicht en overmatig middelengebruik. De vertaling vindt plaats in de Regionale Nota Volksgezondheid; We richten ons – in lijn met het coalitieakkoord – op gezondheids-bevordering in de breedste zin van het woord, zowel fysiek als mentaal. En gaan hierbij dus verder dan de afspraken in het Nationaal Preventieakkoord. Gezondheid en leefstijl zijn primair een eigen verantwoordelijkheid van mensen. Daarnaast hebben in het Nationaal Preventieakkoord zich al heel veel andere partijen verantwoordelijk getoond voor de gezondheids-bevordering. De rol van de gemeente kan zich dus beperken tot het monitoren van de gezondheidssituatie (wettelijke taak Wpg) en het als intermediar koppelen van instellingen en organisaties aan doelstellingen.

Scenario’s t.a.v. de doelgroep: 1. 2.

We richten ons op alle inwoners, jong en oud. We richten ons als gemeente uitsluitend op specifieke doelgroepen, zoals kinderen (met overgewicht), kwetsbare ouderen, chronisch zieken, langdurig werklozen / uitkeringsgerechtigden en statushouders.

Scenario’s t.a.v. rol gemeente: 1. 2. 3. 4.

We zetten zelf actief activiteiten op, geven voorlichting en stimuleren anderen. De gemeente maakt beleidskeuzes en stelt doelen en budgetten vast. Anderen voeren uit. De gemeente maakt hierover prestatieafspraken met de netwerkpartners. De gemeente belegt haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de preventieve volksgezondheid bij de GGD Zeeland. We geven onze verantwoordelijkheid ten aanzien van preventieve volksgezondheid gezamenlijk vorm binnen het samenwerkingsverband Toekomstige Zorg (West) Zeeuws-Vlaanderen, waarin de (Zeeuws-Vlaamse) gemeente(n), huisartsen, zorgaanbieders, en zorgverzekeraar samenwerken. Indien nodig worden vanuit die samenwerking coalities aangegaan met scholen, sportverenigingen en ondernemers.

42

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

13.2

Sportbeleid en activering

Waar hebben we mee te maken? De gemeente heeft geen wettelijke taak ten aanzien van sport, anders dan het opzetten van programma’s voor gezondheidsbevordering (Wet publieke gezondheid) en/of de sociale samenhang en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen (Wmo). Daarnaast kan sport een rol spelen in het preventief jeugdbeleid. Tevens liggen er kansen op het gebied van sport in relatie tot (gezondheid)toerisme, zoals het organiseren van (meerdaagse) evenementen (Zwintriatlon, kustmarathon), meer gebruik maken van het strand (yoga, kitesurfen, suppen, paardrijden) en de fysieke infrastructuur (ruiterpaden, fietsroutes, moutainbikeroutes, kanoroutes in de kreken). We zien de afgelopen jaren een ontwikkeling van minder georganiseerd sporten in team- of verenigingsverband naar meer individualistisch sporten via een sportschool of zelfstandig hardlopen of fietsen. Mede hierdoor en door de vergrijzing en ontgroening hebben sportverenigingen het moeilijk. In 2019 hebben we het Zeeuws Sportakkoord ondertekend. Scenario’s t.a.v. sport- en bewegingsbevordering: 1. 2. 3. 4.

5. 6.

We gaan als gemeente zelf sport bevorderende activiteiten organiseren voor kinderen en jongeren (en andere specifieke doelgroepen). We stimuleren – via subsidies – scholen, (sport)verenigingen, zorgcentra en ondernemers om sport bevorderende activiteiten voor specifieke groepen op te zetten. We laten een externe organisatie de JOGG-taken (en daarmee de sportbevordering) coördineren en uitvoeren. We laten het initiatief aan (sport)verenigingen om kennismakings- en introductielessen op scholen te geven. Hiermee snijdt het mes aan twee kanten: kinderen worden gestimuleerd om te gaan sporten en verenigingen kunnen nieuwe leden werven. We stimuleren de inzet van een vakleerkracht gymnastiekonderwijs in basisonderwijs. We bekostigen de vakleerkracht gymnastiekonderwijs in basisonderwijs.

Scenario’s t.a.v. sportaccommodaties: 1. 2. 3. 4.

We vinden het belangrijk dat de sportverenigingen goed gefaciliteerd worden en zetten dus blijvend in op het faciliteren van accommodaties voor binnen- en buitensport in alle grotere kernen. We streven naar goede sportaccommodaties in de 5 grootste kernen. Deze krijgen ook een functie voor de omliggende kernen. We streven naar een hoogwaardige sportaccommodatie in de 2 grootste kernen. Deze krijgen een regiofunctie. We laten de spreiding en kernenkeuze van (buiten)sportaccommodaties over aan de (voetbal)verenigingen. Eventueel beperken we de bijdrage voor het onderhoud tot het aantal voetbalvelden waar de verenigingen volgens de KNVB-norm recht op hebben.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

14

43

TOEKOMSTIGE ZORG

Waar hebben we mee te maken? We hebben te maken met een zogenaamde Zorgkloof: De vraag naar zorg neemt toe (o.a. door een dubbele vergrijzing) terwijl het aanbod c.q. de beschikbaarheid van zorg afneemt (o.a. door een krimpende beroepsbevolking). Om het probleem van deze Zorgkloof het hoofd te bieden zetten we binnen de Toekomstige Zorg in op drie programmalijnen: 1.

2. 3.

Zorginfrastructuur a. Clusteren wonen, zorg en voorzieningen b. Samenwerking huisarts – ziekenhuis (1e en 2e lijn) c. Acute of spoedzorg / Samenwerking HAP – SEH (1e en 2e lijn) d. Samenwerking ziekenhuis – verpleeghuis Integrale centra voor zorg en ondersteuning (inclusief preventie/positieve gezondheid) Arbeidsmarkt en opleiden a. Kennis en inzicht b. Kiezen en toeleiden c. Leren en opleiden d. Werken en behoud

14.1

Wonen en zorg (en andere voorzieningen)

Waar hebben we mee te maken? Doordat steeds meer verzorgings- en verpleeghuizen door rijksbeleid noodgedwongen hun deuren moeten sluiten, is er in toenemende mate meer zorg aan huis nodig. In stedelijk gebied levert dit een besparing op omdat de huisvestingscomponent in de bekostiging van de zorg wegvalt. In landelijk gebied maakt het de zorg niet alleen duurder (er gaat veel tijd verloren aan vervoer), maar ook moeilijk organiseerbaar. Er is landelijk een tekort aan wijkverpleegkundigen, maar in een streek als de onze is het probleem door de hoge vergrijzing, de krimpende (beroeps)bevolking en de grote reistijden in verhouding tot het aantal patiënten welhaast onhoudbaar. Onderzoek leert dat de mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen als er voorzieningen zoals (thuis) zorg, een supermarkt, de huisarts, een apotheek, dagbesteding en een goede openbaar vervoerverbinding in de directe nabijheid is. Ook scheelt dit in de kosten van Wmo-vervoer en de thuiszorg, omdat de noodzaak tot reizen afneemt. Bovendien zijn er minder mantelzorgers en vrijwilligers nodig omdat mensen in geclusterde woonvormen beter voor zichzelf en voor elkaar kunnen zorgen. Vanuit de bevolking bestaat er dan ook grote belangstelling voor deze woonvormen. Scenario’s / kernenkeuze wonen en zorg: 1. 2.

We houden vast aan het uitgangspunt dat iedereen in zijn of haar woonplaats oud moet kunnen worden en daar die zorg krijgt die hij of zij nodig heeft; We gaan zorgwoningen, zorg en voorzieningen clusteren in een beperkt aantal kernen. We hanteren daarbij drie servicelevels of zorgniveaus, te weten: a. Twee kernen met woonzorgcentrum / 24-uursbezetting / intramurale verpleging / verpleeghuiszorg (nu in 5 kernen), supermarkt, apotheek, ontmoetingsruimte i.c.m. arbeidsmatige dagbesteding, dagbesteding zware zorg (respijtzorg), (openbaar) vervoer en grote huisartsenpraktijk / integraal centrum voor zorg en ondersteuning + indien mogelijk anderhalvelijnszorg (diagnostiek en spreekuur medisch specialisten) --> Oostburg en Breskens.

44

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

b.

c.

14.2

Drie kernen met geclusterd wonen met basisvoorzieningen, zoals huisarts (volwaardige praktijk of spreekuurlocatie), supermarkt, apotheekvoorziening/uitgiftepunt, ontmoetingsruimte en (openbaar) vervoer --> IJzendijke, Sluis, Aardenburg. Overige 12 kernen: Enkel ambulante zorg, zoals huishoudelijke verzorging en thuiszorg + ontmoetingsruimte (en eventueel spreekuurlocatie huisarts). Transformatie woningvoorraad

Waar hebben we mee te maken? Bij nieuwbouw zien we vaak dat er weinig rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat de woning in de toekomst geschikt moet zijn voor zorg. In de meeste gevallen wordt slechts aan de minimale eisen die op dat punt gesteld worden, voldaan. Hierdoor wordt veelvuldig een beroep op de gemeente gedaan voor het realiseren van woningaanpassingen. Dit kan voorkomen worden door strengere eisen te stellen bij nieuwbouw. Scenario’s: 1. 2.

Beperken tot wettelijke eisen (bouwbesluit). We stellen meer eisen aan woninginrichting met het oog op levensloopbestendigheid dan wettelijk is voorgeschreven (bijv. via bestemmingsplan).

14.3

Zorginfrastructuur

Waar hebben we mee te maken? Veel voorzieningen in de zorg staan onder druk. Formeel zijn wij als gemeente niet verantwoordelijk voor deze voorzieningen, maar deze voorzieningen zijn wel van groot belang voor de leefbaarheid, het vestigingsklimaat en de veiligheid van onze inwoners. De vraag is daarom telkens per (zorg) voorziening welke rol wij als gemeente willen spelen? Geen rol, stimulerend (intermediair), faciliterend of sturend. Deze keuzes hebben gevolgen voor de vraag of, en zo ja, hoeveel menskracht we hierop in moeten zetten en/of wel al dan niet financieel willen bijdrage aan de instandhouding van de genoemde voorzieningen. Scenario’s t.a.v. rol gemeente: 1. 2. 3. 4.

Rol gemeente t.a.v. E-health/digitalisering (Wifi, glasvezel, sensoren)? Rol gemeente t.a.v. (ontschotten) spoedzorg (HAP, SEH, SPOR, verwarde personen)? Rol gemeente t.a.v. instandhouding huisartsen en ziekenhuis c.q. samenwerking huisarts/ziekenhuis? Rol gemeente t.a.v. samenwerking ziekenhuis/verpleeghuis (combinatie verpleging einde levensfase en verpleging na operatie)?

14.4

Integrale zorgcentra/toegang tot zorg

Waar hebben we mee te maken? Eerder heeft u besloten om de toegang tot de Wmo, het welzijnswerk, het maatschappelijk werk en de jeugdzorg onder te brengen, dan wel te integreren in de integrale zorgcentra. Een integraal zorgcentrum is een (netwerk) samenwerking tussen de huisarts, de wijkverpleging, het welzijnswerk, het maatschappelijk werk, de toegang tot de Wmo, de toegang tot jeugdzorg, opgroei- en opvoedondersteuning en de basis-GGZ. Bij voorkeur onder één dak, laagdrempelig, in de verschillende (dragende) kernen. Dit beleid wordt nu uitgerold naar de rest van Zeeuws-Vlaanderen.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

45

Scenario’s (inhoudelijk): 1. 2.

3.

4.

We handhaven het bovenstaande beleid. We intensiveren het bovenstaande beleid en streven naar één uitvoeringsorganisatie voor alle eerstelijnszorg, zowel vanuit het medisch domein (Zorgverzekeringswet) als vanuit het sociaal domein (Wmo en Jeugdwet). Dit betekent dat we onze uitvoerende (zorg)taken in het sociaal domein zoveel als mogelijk buiten de deur organiseren. We intensiveren het bovenstaande beleid en kijken of we ook het armoedebeleid en de lichtere vormen van schuldhulpverlening ook aan de ontwikkeling van de integrale zorgcentra kunnen koppelen c.q. deze taken in de netwerksamenwerking kunnen inbrengen. We stoppen met deze ontwikkeling en oriënteren ons primair op onze wettelijke taken en de verbinding daartussen.

Scenario’s (kernkeuze): 1. 2. 3. 4.

In één kern (Oostburg). In twee kernen (Oostburg en Breskens). In 5 grotere kernen (Oostburg, Breskens, IJzendijke, Sluis en Aardenburg). In de meeste kernen een servicepunt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=0207a8ce-cc0d-4f08-baa8-597ec95b0eaa