CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Scenarios visiedocument Krachtig verbonden (behandeld 23 juni 2020)

Commissie Samenleving/Middelen 19 januari 2021, gemeente SluisBij agendapunt: RV tot het vaststellen van het gewijzigd visiedocument Krachtig Verbonden12.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Scenario’s visiedocument Krachtig verbonden

2

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING 05

1

VOLKSHUISVESTING, RO EN STEDELIJKE VERNIEUWING 07

2

RECREATIE, TOERISME EN CULTUUR 11

3

VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT 15

4

DUURZAAMHEID 17

5

ECONOMISCHE ONTWIKKELING 19

6

BURGERPARTICIPATIE

7

SAMENKRACHT 25

8

ONDERSTEUNING EN BEGELEIDING

9

PARTICIPATIEWET / WERK EN INKOMEN 31

10

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID (OAB) 33

11

MAATWERKVOORZIENING WMO 35

12

MAATWERKVOORZIENING JEUGD 39

13

VOLKSGEZONDHEID EN SPORT 41

14

TOEKOMSTIGE ZORG 43

23

29

3

4

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

5

INLEIDING Op 25 juni 2019 is tijdens een raadsbrede commissie aan ons college opdracht gegeven om te komen tot een herziening van visiedocument Krachtig verbonden. De looptijd van het huidige visiedocument loopt af in 2020, maar er zijn ook andere ontwikkelingen die herziening van het visiedocument noodzakelijk maken. Te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan het in 2018 vastgestelde coalitieakkoord, het verlopen van een aantal gemeentelijke beleidsdocumenten, de ontwikkelingen die spelen binnen het Sociaal Domein, maar ook de wens om te komen tot een regionale visie en de mogelijkheid om gebruik te maken van de beschikbaar gestelde ‘Balkenende gelden’. Voor een verdere toelichting op de aanleiding om te komen tot deze herziening en een overzicht van de verschillende thema’s, verwijzen wij u naar het procesvoorstel in Bijlage 1. Op grond van voormelde opdracht zijn we gestart met een evaluatie van het huidige visiedocument, het inventariseren van de wensen uit het coalitieakkoord en het in beeld brengen van de overige trajecten die al lopen ten aanzien van de verschillende thema’s. Vanaf december 2019 zijn we vervolgens informatie op gaan halen bij u als stakeholder. Al deze informatie levert input om te komen tot een herziening van het huidige visiedocument.

Het geeft ons inzicht in de problematiek die speelt ten aanzien van een aantal thema’s, mogelijke oplossingen en de manier waarop ze elkaar kunnen versterken. En soms conflicteren ze met elkaar en maakt het duidelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden. Deze dwarsverbanden tussen de verschillende thema’s, hebben we samen gebracht in de voorliggende scenario’s. Uit deze scenario’s blijkt bijvoorbeeld dat hoe we omgaan met onze voorzieningen invloed heeft op ons mobiliteitsvraagstuk, de wijze waarop we invulling geven aan onze woningvoorraad zijn weerslag heeft op onder andere de leefbaarheid en zo kunnen er nog tal van voorbeelden geschetst worden. Zoals vermeld volgt uit de scenario’s dat er keuzes gemaakt moeten worden. En de keuze voor het ene scenario kan vervolgens weer gevolgen hebben op vraagstukken bij andere thema’s. Dit geldt zeker ook voor de onderwerpen binnen het Sociaal Domein. Ook deze vindt u op hoofdlijnen terug in dit document. Overigens zult u niet alle onderwerpen terug vinden in de scenario’s. Voor de thema’s waarover het beleid/de richting helder is, zijn geen scenario’s opgesteld. Die thema’s komen straks terug in de teksten in het visiedocument. Waar mogelijk zijn er voorkeursscenario’s aangegeven. Nadrukkelijk wijzen wij er op dat dit concept voorkeuren zijn en hierover nog geen besluitvorming heeft plaats gevonden. Ook niet door ons college.

We gaan over deze scenario’s dan ook graag het gesprek met u aan wanneer de tijd daarvoor rijp is. Zoals uit het procesvoorstel (bijlage 1) blijkt, dient de herziening van het visiedocument meerdere doelen. Zo is het tevens de bedoeling dat deze herziening dient als input voor zowel de Provinciale Omgevingsvisie als de Zeeuws Vlaamse Regiovisie. Beide trajecten vragen momenteel om een herziening van het proces door de situatie waarin we ons door het coronavirus bevinden. Wij beseffen ons dat deze situatie ook voor u als stakeholder gevolgen heeft en dat uw aandacht momenteel naar andere zaken uit gaat. Bovendien kan de huidige situatie ook consequenties hebben voor een aantal scenario’s. Om deze reden leggen wij het voorliggende document vooralsnog ter kennisname aan u voor. Wij menen er goed aan te doen u mee te nemen in het proces zoals dat tot op heden is doorlopen en u te laten zien wat er met uw input is gedaan. Op een nader te bepalen moment zullen wij u dan in de gelegenheid stellen om uw input te leveren op de scenario’s die vervolgens betrokken zal worden bij het besluitvormingsproces.

6

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

1

7

VOLKSHUISVESTING, RO EN STEDELIJKE VERNIEUWING

1.1 Ruimtelijke ordening Waar hebben we mee te maken? Landelijk speelt de implementatie van 5G en de uitrol van glasvezel. Sommige mensen geven aan gezondheidsklachten te ervaren ten gevolge van straling. Landelijke geldt echter de verplichting dat een dekking van 98% gegarandeerd moet zijn. Digitale bereikbaarheid is van groot belang voor o.a. landbouw, toerisme en zorg. Hierbij moet worden aangemerkt dat de praktische kant van het vinden van locaties voor het plaatsen van masten ingewikkeld is. Ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Scenario’s: 1.

2.

1.2

Als gemeente hechten wij waarde aan de digitale bereikbaarheid. We zien daarbij een faciliterende rol voor onszelf ten opzichte van andere partijen zoals de markt, het Rijk en de provincie ten aanzien van het proces, de inhoud en de kosten. Wel sturen we vroegtijdig bij nieuwe (gemeentelijke) ontwikkelingen op implementatie van 5G. Tevens zijn we bereid een meer sturende rol te nemen indien er zogenaamde ‘blinde’ vlekken in het dekkingsgebied ontstaan. We hechten veel waarde aan de digitale bereikbaarheid en zien om die reden een initiërende rol voor onszelf weggelegd. In dit scenario nemen we een actieve rol en zijn we ook bereid om zelf investeringen te doen.

Wonen en bouwen - Aantallen

Waar hebben we mee te maken? We hebben meer woningen dan huishoudens, hetgeen niet automatisch betekent dat er sprake is van leegstand en/of dat deze woningen op de markt beschikbaar zijn. Door de provincie wordt een en ander cijfermatig benaderd, terwijl wij als gemeente inzetten op faciliteren van initiatieven. Deze cijfermatige benadering strookt mogelijk niet met werkelijkheid (kwantitatief ) en met vraag (kwalitatief ). Scenario’s: 1. 2.

3.

1.3

We volgen de provincie (op grond van cijfers) en accepteren dat het toevoegen van woningen maar in zeer beperkte mate plaats kan vinden. We gaan (regionaal) in overleg met de provincie om gezamenlijk afspraken te maken over de wijze waarop we de woningvoorraad aan gaan pakken en creëren daardoor mogelijkheden voor het toevoegen van (wenselijke) woningen waarbij we voldoen aan de wettelijk verplichte laddertoets. We volgen de markt en nemen het op ons om de behoefte aan woningen te onderbouwen. Dit betekent dat we zelf aanvullende onderzoeken gaan uitvoeren om te voldoen aan de verplichte laddertoets. Rol gemeente t.o.v. particuliere woningvoorraad

Waar hebben we mee te maken? Er is sprake van een deels verouderde woningvoorraad (minder kwaliteit), het overgrote deel van de woningen is in particulier bezit, door de vergrijzing verandert de vraag naar woningen en zal een deel van de woningen op termijn leeg komen te staan, verder in beeld brengen van de situatie ten aanzien van de particuliere woningvoorraad kan door verdere uitwerking van het Kwalitatief Woningonderzoek Zeeland (KWOZ).

8

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s: 1.

2.

We gaan actief sturen op de woningvoorraad en maken daarbij gebruik van het fonds woningbouwontwikkeling. De functie en de werking van het fonds wordt opnieuw tegen het licht gehouden. Tevens wordt invulling gegeven aan uitwerking van het KWOZ in concrete uitvoeringsprogramma’s, zodat beschikbare gelden gericht kunnen worden ingezet; We laten het kwaliteitsvraagstuk over aan de markt. We accepteren daarmee dat er sprake kan zijn van verpaupering en (tijdelijke) leegstand van woningen.

Zie ook Transformatie woningvoorraad (14.2). 1.4

Tweede woningverordening

Waar hebben we mee te maken? De tweede woningmarkt wordt gezien als een luxe goed. Deze markt heeft een prijsopdrijvend effect, waardoor sommige huishoudens geen geschikte woning kunnen kopen (de woonparadox). Deze markt heeft tevens zijn weerslag op de leefbaarheid (onder andere minder draagvlak voor voorzieningen). Aan de andere kant worden er dankzij deze markt meer woningen verkocht en wordt er meer geïnvesteerd. Scenario’s: 1. 2.

3. 1.5

We roepen geen Tweede woningverordening meer in het leven en accepteren dat een aantal kernen als het ware veranderen in ‘recreatieparken’; We roepen voor een aantal kernen de Tweede woningverordening terug in het leven. Het gaat dan om de kernen in het kustgebied. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de wens om de leefbaarheid ook hier zo veel mogelijk te waarborgen (verwezen wordt naar het leefbaarheidsonderzoek onder inwoners); We roepen de Tweede woningverordening voor de gehele gemeente terug in het leven. Recreatieve verhuur

Waar hebben we mee te maken? Recreatieve verhuur van woningen voorziet in een behoefte. Regulering zorgt voor een beperking van het vrije beschikkingsrecht van eigendom. Recreatieve verhuur veroorzaakt in sommige gevallen overlast (parkeren, geluid, e.d.) en kan negatieve gevolgen hebben voor de leefbaarheid. Het betekent een extra groei van het verblijfsrecreatieve aanbod (buitenom de reguliere recreatiesector) waarbij er weinig tot geen grip is op de kwaliteit en de wenselijkheid. Scenario’s: 1. 2. 3. 4.

We accepteren deze ontwikkeling en treden niet regulerend op; We accepteren deze ontwikkeling onder voorwaarden in de kernen aan de kust. In de overige kernen staan we deze ontwikkelingen niet toe; We accepteren deze ontwikkeling maar treden op tegen excessen; We betreuren deze ontwikkeling en treden hier in alle gevallen tegen op.

Zie ook Recreatie en Toerisme (2.5).

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

1.6

9

Tijdelijke huisvesting

Besluitvorming heeft plaats gevonden. Kleinschalige ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt. Grootschalige ontwikkelingen zijn niet wenselijk. 1.7

Kernenbeleid

Zie Sociaal-culturele voorzieningen (7.2.), sportaccommodaties (13.2), Wonen, zorg en voorzieningen (14.1), Zorginfrastructuur / integrale zorgcentra (14.4).

10

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

2

RECREATIE, TOERISME EN CULTUUR

2.1

Verblijfsrecreatie - Kustvisie

11

Waar hebben we mee te maken? Kustvisie is vastgesteld maar nog niet volledig geïntegreerd in beleid. Op dit moment wordt duidelijk wat de geboden mogelijkheden van de Kustvisie betekenen in relatie tot concrete projecten. Onze conclusie nu is dat deze ruimer zijn dan destijds beoogd en wenselijk geacht werden. Aspecten die hieraan gelinkt zijn, zijn de verblijfsrecreatieparadox (genoeg kwantiteit, omslag naar meer kwaliteit), aansluiting vraag-aanbod (chalets/recreatiewoningen vs toeristisch kamperen) en de Verdichting van het landschap (balans openheid – bebouwing). De kustvisie reikt nu tot aan de Provinciale weg. Scenario’s: 1. 2. 3.

2.2

Kustvisie 1 op 1 integreren op alle onderdelen, inclusief voor het achterland; Kustvisie 1 op 1 integreren voor het kustgebied, specifiek beleid voor het achterland; De mogelijkheden die de Kustvisie biedt, aanscherpen op onderdelen (onder andere ten aanzien van het bebouwingspercentage) met als doel het sturen op kwaliteit. Voor het achterland formuleren we specifiek beleid. Verblijfsrecreatie - Campers

Waar hebben we mee te maken? Een toename van het aantal campers en gewenste overnachtingsmogelijkheden. Op dit moment geen vastgesteld beleid hoe hiermee om te gaan. Coalitieakkoord geeft aan open te staan voor particuliere solitaire initiatieven. Scenario’s: 1. 2.

2.3

Campers zijn welkom op de bestaande verblijfsrecreatieterreinen en niet daarbuiten voor overnachting. Hierop kan door ondernemers ook ingespeeld worden d.m.v. een kwaliteitsslag; Naast de bestaande verblijfsrecreatieterreinen worden ook initiatieven gefaciliteerd om campers te laten overnachten losgekoppeld van verblijfsrecreatiebedrijven.

Verblijfsrecreatie – Verevening

Waar hebben we mee te maken? Op dit moment hanteren we een vastgestelde Rood voor Groen bijdrage à €34.000 per ha. Dit ongeacht het aantal eenheden of de invulling van deze hectaren. In de praktijk betekent dit dat de keuze van een ondernemer voor lagere dichtheden kan leiden tot een onevenredig hoge vereveningsbijdrage. Dit remt het doel om te streven naar kwaliteit. Scenario’s: 1. 2.

Het vastgestelde vereveningsbedrag handhaven we. Dit is destijds onderbouwd opgenomen in gebiedsplan Natuurlijk Vitaal; We zetten in op een meer flexibele systematiek waarbij het streven naar kwaliteit uitgangspunt is. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een vast bedrag per aantal eenheden per hectare.

12

2.4

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Besteding toeristenbelasting

Waar hebben we mee te maken? De toeristische sector wenst inzicht in inkomsten en uitgaven toerisme + Eerlijke koppeling tussen inkomsten en uitgaven. De sector is het niet eens met de rapporten van de rekenkamer commissie waarbij wordt aangetoond dat we als gemeente meer geld uitgeven aan toerisme dan er binnenkomt. Zij wensen een andere systematiek om de inkomsten en uitgaven in beeld te brengen. Daarnaast willen ze ook transparantie in de besteding van de toeristenbelasting en een meerjarenvisie op de toeristenbelasting die gezamenlijk met de sector wordt opgesteld. Scenario’s: 1.

2.

3.

2.5

Als gemeente gaan we mee in deze wens en onderzoeken we met de sector op welke manier we de toeristische inkomsten en uitgaven in beeld kunnen brengen, anders dan via de rapportage van de rekenkamercommissie. Daarnaast maken we samen met de sector een visie op de toeristenbelasting gekoppeld aan het toeristisch beleid; Als gemeente gaan we niet mee in deze wens en onderzoeken we niet met de sector op welke manier we de toeristische inkomsten en uitgaven in beeld kunnen brengen, anders dan via de rapportage van de rekenkamercommissie. Daarnaast gaan we niet mee in de wens om samen met de toeristische sector een visie op de toeristenbelasting te ontwikkelen gekoppeld aan het toeristisch beleid; Als gemeente gaan we niet mee in deze wens en onderzoeken we niet met de sector op welke manier we de toeristische inkomsten en uitgaven in beeld kunnen brengen, anders dan via de rapportage van de rekenkamercommissie. Daarnaast willen we wel als gemeente samen met de sector een visie op de besteding van de toeristenbelasting vormen, gekoppeld aan het toeristisch beleid. Groei toerisme

Waar hebben we mee te maken? Toerisme in de streek groeit elk jaar. In het voorjaar 2019 heeft een inwonersonderzoek plaatsgevonden. De perceptie van toerisme is overwegend positief maar wel met een aantal kanttekeningen. Inwoners ervaren zowel voor- als nadelen van toerisme. Mede naar aanleiding daarvan moeten we ons afvragen of voor toerisme ‘groei’ het uitgangspunt moet blijven. Scenario’s: 1. 2.

2.6

We gaan uit van de groei de komende jaren, waarbij we accepteren dat het imago van toerisme bij de inwoners onder druk komt te staan en we voorbij dreigen te gaan aan de kernkwaliteiten van onze regio; We zetten in op ‘waardevol toerisme’ waarbij groei geen automatisch uitgangspunt is maar waarbij we op zoek gaan naar een goede balans tussen toerist, inwoners en bedrijven. Hierbij geldt het uitgangspunt ‘kwaliteit boven kwantiteit’. Musea & cultuur

Waar hebben we mee te maken? Er is veel cultureel aanbod (waaronder musea) maar weinig onderlinge samenhang en regie op verschillende vlakken. Daarnaast is er ook veel potentie op het gebied van samenwerking tussen cultuur en erfgoedinstellingen en tussen cultuur en toerisme en ontbreekt het nu aan concreet cultuurbeleid voor de komende jaren.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

13

Scenario’s: 1. 2.

2.7

Als gemeente nemen we een regierol in het stimuleren van de samenhang in het cultureel aanbod en gaan we een gericht cultuurbeleid opstellen; Als gemeente nemen we een faciliterende en ondersteunende rol in het stimuleren van de samenhang. We stellen hiertoe een kaderstellend cultuurbeleid op. Media – Bibliotheek

Waar hebben we mee te maken? Het bestaansrecht van het bibliotheekwerk kent twee functies: informatie verstrekken en leesbevordering. Voor informatievoorziening zijn tegenwoordig veel mogelijkheden online. Voor leesbevordering zijn ook andere mogelijkheden denkbaar. Het huidige beleid gaat uit van één 1 centrale locatie in Oostburg, te ontstaan uit een fusie tussen de openbare en schoolbibliotheek. Tot een fusie is het nog niet gekomen. De opbrengsten zouden worden geïnvesteerd in innovatieve projecten. Momenteel ligt er een initiatief vanuit de bibliotheek om een kleinschalige bibliotheekvoorziening op te starten. Hiervoor hebben ze een eenmalige subsidie van het Rijk ontvangen. Scenario’s: 1.

2. 3.

Behoud één centrale bibliotheek locatie in Oostburg (incl. fusie openbare en schoolbibliotheek) en inzetten op innovatieve vormen van leesbevordering bijvoorbeeld via scholen en het bestrijden van laaggeletterdheid onder volwassenen. Inzetten op meerdere – kleinschalige en/of onbemande – bibliotheek locaties in de dragende kernen (in MFC of woonzorglocatie). Stoppen met bibliotheekwerk en inzetten op innovatieve vormen van leesbevordering en bestrijden van laaggeletterdheid bv via scholen.

14

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

3

VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT

3.1

Mobiliteit woon-werk

15

Waar hebben we mee te maken? In de Gemeente Sluis zijn we sterk gericht op autogebruik. Veel inwoners gebruiken de auto om naar het werk te gaan (uitgaand verkeer bijna 2-3 maal zo groot als inkomend) en om gebruik te maken van voorzieningen. Tevens neemt het gebruik van het openbaar busvervoer steeds verder af. Het huidig vervoerssysteem past steeds minder en vraagt om andere, nieuwe oplossingen/ alternatieven. Scenario’s: 1. 2.

3.

We accepteren het forse autogebruik en we faciliteren het autogebruik optimaal (parkeerplaatsen, laadpalen, etc.) We accepteren het autogebruik, maar zetten daarbij tevens in op aanpassing van het huidige vervoerssysteem. Te denken valt bijvoorbeeld aan omschakeling van openbaar vervoer naar slimme mobiliteit en intensiveren van het fiets-voetveer; We ontmoedigen het autogebruik door het stimuleren van andere vervoersstromen.

Zie leerlingenvervoer en Wmo-vervoer (nr 10.3, 10,4, 11.2, 11.3). 3.2

Toeristische mobiliteit

Waar hebben we mee te maken? Gasten en inwoners gebruiken veelvuldig de auto, ook als ze eenmaal op de plaats van bestemming zijn. Met name de slagenstructuur is daardoor overbelast en behoeft aanpassing. Tevens is het aanbod van mobiliteitsvormen (die ook de beleving van het gebied vergroten), te beperkt. Scenario’s: 1. 2.

We accepteren het toenemend gebruik van de auto door inwoners en gasten en daardoor toenemende druk op de kust (Zeeweg) voor inwoners en gasten en faciliteren dit. We ontmoedigen het gebruik van de auto langs de kust (Zeeweg) door het bieden van alternatieven. Te denken valt aan het stimuleren van het aanbod van mobiliteitsvormen. Tevens verbeteren we de slagenstructuur en trekken deze door naar de kernen Oostburg en Breskens. Daarnaast zetten we in op hoogwaardige routestructuren (wandelen, fietsen, enz).

Om de kust enigszins te kunnen ontlasten willen we mensen stimuleren om de auto op hun vakantiepark te laten staan gedurende hun verblijf. Ten aanzien van het stimuleren van alternatieve verkeersvormen het volgende. Scenario’s: 1.

2.

We accepteren de signalen van ondernemers en de vervoerder dat de kustbus geen passend alternatieve vervoersvorm is die voldoet aan de vraag; We willen inzetten op alternatieve duurzame vervoersvormen die meer gericht zijn op beleving en meer vanuit de maatwerkgedachte. Denk bijvoorbeeld ook aan het intensiveren en opwaarderen van de ferry als toeristisch vervoer in samenspraak met de provincie. We gaan onderzoeken of herinvoering van de kustbus tot de mogelijkheden behoort. Het is van belang dat er een bus op gezette tijden langs een vaste route rijdt.

16

3.3

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Bereikbaarheid voorzieningen

Waar hebben we mee te maken? De gemeente vergrijst waardoor het draagvlak voor voorzieningen afneemt. Inwoners van Sluis wonen daardoor steeds vaker niet in de nabijheid van voorzieningen. De bereikbaarheid hiervan, fysiek dan wel digitaal, is wel een bepalende factor voor leefbaarheid. Scenario’s: 1. 2.

We zorgen ervoor dat voorzieningen bereikbaar zijn door deze, indien mogelijk, naar de mensen ‘toe te brengen’, hetzij fysiek, hetzij digitaal; We zetten in op concentratie van voorzieningen waardoor behoud beter gewaarborgd is en zorgen dat de mensen deze kunnen bereiken.

Zie ook Sociaal-culturele accomodaties (7.2). 3.4

Parkeren

Waar hebben we mee te maken? Huidig uitgangspunt is de juiste parkeerder op de juiste plek. Om afstemming te vinden tussen de parkeervraag en het parkeeraanbod, worden momenteel parkeernormen opgesteld. De vraag naar parkeerplaatsen is overigens veelal seizoensgebonden. Tevens is er een verschil in de vraag naar kort- en lang parkeren. Scenario’s: 1.

2.

3.5

We zien de parkeerterreinen als een bron van inkomsten en handhaven betaald parkeren. We accepteren dat mensen alternatieve parkeerplaatsen zoeken (wild parkeren) en parkeerterreinen deels onbenut blijven. We sturen op het principe van de juiste parkeerder op de juiste plaats. Dit doen we onder andere door aangepaste parkeertarieven in het hoog- en laagseizoen (gratis indien mogelijk). Elektrische laadpalen

Waar hebben we mee te maken: Ook in de mobiliteitssector is een transitie gaande richting elektrisch rijden. Deze trend zal verder doorzetten en het is zaak om deze groeiende markt ook van voldoende oplaadpunten te voorzien. De afweging hierbij is hoe proactief en sturend je daarbij als gemeente wilt zijn of dat je dit hoofdzakelijk aan de markt overlaat. Scenario’s: 1.

2.

De markt bepaalt waar behoefte is aan laadpalen. Er zijn bedrijven die laadpalen plaatsen wanneer zij denken dat er op een bepaalde locatie behoefte is. Onze enige taak als gemeente is dan om het noodzakelijke verkeersbesluit te nemen zodat deze laadpaal geplaatst mag worden; We sluiten aan bij een Zeeuwsbreed onderzoek waarbij gericht wordt gekeken op welke strategische plekken laadpalen nodig zijn en worden. Hiermee stellen we ons proactief op en werken we toe naar een gewenst eindbeeld. Zodoende gebruiken we de plaatsing van laadpalen ook om deels te sturen in mobiliteits- en parkeervraagstukken. De werkelijke plaatsing zal in samen met daarin gespecialiseerde bedrijven worden gerealiseerd.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

4

DUURZAAMHEID

4.1

Rol en ambitieniveau gemeente (als overheid)

17

Waar hebben we mee te maken? Duurzaamheid is een item wat steeds belangrijker wordt binnen onze samenleving. Het draait hierbij om verantwoorde keuzes maken waarbij een evenwicht ontstaat tussen mens, economie en milieu. In het kader van duurzaamheid dient ook de gemeente een ambitie te bepalen vanuit zowel haar publiekrechtelijke taak als vanuit haar rol als organisatie: Scenario’s: 1.

2.

3.

4.2

Als gemeente wordt duurzaamheid leidend in ons beleid. We gaan ruimhartig om met initiatieven voor duurzame energie, zetten zeer actief in op subsidies, informatievoorziening richting burgers en bedrijven en faciliteren bij allerlei initiatieven. Hiermee willen we op het gebied van duurzaamheid zeer vooruitstrevend en pionierend zijn; Duurzaamheid wordt integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Er zal op een afgewogen manier gekeken worden naar initiatieven voor duurzame energie, in lijn met de visie vanuit de regionale energiestrategie (RES) en werken geleidelijk toe naar de gestelde doelen voor 2050. De gemeente zal commerciële initiatieven voor energieopwekking koppelen aan subsidiemogelijkheden voor particulieren middels een vereveningsmodel. Tevens zullen we daar waar mogelijkheden zijn onze burgers informeren over de mogelijkheden en zal duurzaamheid ook een randvoorwaarde worden voor subsidies en evenementen; We doen datgene op het gebied van duurzaamheid wat vanuit hogere wet- en regelgeving noodzakelijk is. Verder is duurzaamheid een aspect wat meegenomen kan worden wanneer dat financieel lonend is maar niet vanuit een specifieke ambitie. Ambitie duurzaamheid gemeentelijke organisatie (inkoopbeleid, aanbestedingen, gebouwen, energie, afval)

Scenario’s: 1.

2.

3.

4.3

Duurzaamheid speelt geen rol binnen de processen van de gemeentelijke organisatie. De huidige structuur waarbij duurzaamheid niet of nauwelijks een rol speelt blijft gehandhaafd. Duurzaamheid kan worden toegepast wanneer dat financieel loont; Als organisatie gaan we onze processen tegen het licht houden en bekijken in relatie tot duurzaamheid. Dit zal resulteren in een speciaal intern duurzaamheidsplan waarbij gekeken zal worden op welke wijze duurzaamheid geïmplementeerd kan worden bij zowel het inkoopbeleid, aanbestedingen, gebouwenbeheer, energie en afvalverwerking. Uitgangspunt hierbij is dat we als gemeente onszelf een voorbeeldfunctie aanmeten vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Duurzaamheid wordt een leidend principe binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering. Alle niet duurzame processen zullen worden vervangen door duurzame processen en ook bij aanbestedingen zal de meest duurzame variant gekozen worden. Dit zal extra geld kosten maar hiermee zijn we wel zo duurzaam mogelijk. Natuur en landschap – Ruimtelijk beleid

Waar hebben we mee te maken? Ons landschap is een uniek onderdeel van de aantrekkingskracht van onze gemeente. Er spelen zich in het buitengebied veel ontwikkelingen af waar de gemeente vaak een van de betrokken partijen is.

18

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Denk hierbij aan kustontwikkeling met recreatief medegebruik, inrichting van recreatienatuurgebieden of het optimaliseren van verkeersstromen door fysieke ingrepen. De rol van de gemeente hierbij is niet altijd even helder. Vaak zijn we hierbij geen eigenaar van de desbetreffende gronden/wegen maar speelt er wel een gemeentelijk belang. De praktijk is dat andere partijen toch vaak naar de gemeente kijken om hier een leidersrol in te nemen en ook voor burgers is de gemeente toch vaak het eerste aanspreekpunt. Scenario’s: 1.

2.

4.4

Als gemeente voelen we ons betrokken bij deze ontwikkelingen maar de verantwoordelijkheid moet blijven liggen daar waar hij hoort (de grondeigenaar). Wanneer partijen hun verantwoordelijkheid niet nemen zullen wij als gemeente hen daarop aanspreken, we gaan de verantwoordelijkheid niet overnemen. Primair zien we voor onszelf een kaderstellende- en faciliterende rol weggelegd; Als gemeente vinden we het dusdanig van belang dat ontwikkelingen doorgaan, ook als de grondeigenaar daar zelf geen verantwoordelijkheid in neemt. In dat geval zullen we zelf de regie naar ons toe trekken en zorgen dat ontwikkelingen waar een gemeentelijk belang aan gekoppeld zit te allen tijde doorgang kunnen vinden. Natuur

Waar hebben we mee te maken? Er zijn tal van opgaven in het buitengebied waar we momenteel voor staan en die er nog aan zullen komen. Denk hierbij aan de opgaven ten aanzien van klimaatadaptatie, de transitie binnen de landbouw, behoud/versterking van de biodiversiteit, de energietransitie, de stikstofproblematiek, verziltingsproblematiek, balans openheid-dichtheid buitengebied etc. Nieuwe natuur zou hierbij een oplossing kunnen bieden als verbindend element binnen deze opgaven. De vraag is hoe wij als gemeente aankijken tegen dit uitgangspunt. Scenario’s: 1.

2.

We hanteren als gemeente het uitgangspunt van geen nieuwe natuur. We hebben genoeg natuur en extra natuur gaat ten koste van andere functies. De opgaven in het buitengebied zullen elk afzonderlijk moeten worden opgepakt; Nieuwe natuur is geen doel op zich maar indien het een middel kan zijn om de opgaven in het buitengebied verder vorm te geven staan we hier niet negatief tegenover. Streven hierbij is wel dat deze mogelijk nieuwe natuur passend en zoveel als mogelijk toegankelijk moet zijn in het landschap en streekeigen moet zijn.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

5

ECONOMISCHE ONTWIKKELING

5.1

Arbeidsmarkt

19

Waar hebben we mee te maken? De opgave waar we mee te maken hebben is zowel kwantitatief als kwalitatief. Het kwantitatieve aspect heft betrekking op het krimpend arbeidspotentieel. Dit als gevolg van de combinatie van een dalend inwonersaantal en vergrijzing en een toenemende vraag naar arbeid. Het kwalitatieve aspect heeft betrekking op de mismatch tussen vraag en aanbod. Scenario’s: 1. 2.

5.2

We zetten de ingezette richting door en houden vast aan het Zeeuws en Zeeuws Vlaams beleid. We gaan er daarbij van uit dat er op deze schaal ook de specifieke aandacht is voor de situatie in Sluis; Naast de Zeeuwse en Zeeuws-Vlaamse opgave en beleid, zetten we in op het ontwikkelen van eigen (specifiek) beleid. Dit gebaseerd op de lokale opgave en behoefte. Onderwijsketen

Waar hebben we mee te maken? Er is een afname van het aantal leerlingen. Hierdoor staan onderwijsvoorzieningen onder druk. Dit zowel wat betreft instandhouding als kwaliteit. Tevens hebben de verschillende niveaus (PO, VO, MBO) ieder een eigen strategie. Zo kennen we in het PO en de kinderopvang startgroepen om de concurrentie met België aan te gaan. In het VO zien we onderwijskundige vernieuwing (meer individueel, digitaal en projectmatig i.s.m. bedrijfsleven, waarmee we ons juist verder onderscheiden van het Belgische onderwijs), maar ook regionalisering en samenwerking met het MBO (CTT). In het MBO zien we schaalvergroting (Zeeuws) en onderwijskundige vernieuwing i.s.m. het bedrijfsleven (praktijkroutes). In het HBO/WO zetten we in toenemende mate in op samenwerking met België (Gent). Geconcludeerd kan worden dat een eenduidige strategie en regie ontbreekt. Ook de aansluiting tussen het aanbod vanuit het onderwijs en de vraag op de arbeidsmarkt is niet optimaal: Er is vooral aanbod van laag opgeleid personeel terwijl er vraag is naar hoog- en laagopgeleid (horeca, zorg, techniek). Scenario’s Startgroepen: 1. 2. 3.

Om de kinderen van jongs af aan te behouden voor het Nederlandse onderwijs, zetten we in op stargroepen in alle grensdorpen. Om de kinderen van jongs af aan te behouden voor het Nederlandse onderwijs, zetten we in op startgroepen in alle kernen. Om leerlingen te behouden voor het Nederlandse onderwijssysteem gaan we uit van onze eigen kracht en zetten we in op een eigen onderscheidend en hoogwaardig aanbod. In dit scenario gaan we niet concurreren op een vergelijkbaar aanbod als België (startgroepen).

Zie ook Onderwijsachterstanenbeleid (OAB) (10.1) Scenario’s VO: 1. 2.

We hechten als gemeente aan behoud lokaal VO/Zwincollege. We zetten in op één sterke VO voorziening in Zeeuws-Vlaanderen i.c.m. vervoer/bereikbaarheid.

20

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s beroepsonderwijs: 1. 2.

We zetten in op kleinschalige onderwijsvoorzieningen in de regio in samenwerking met het bedrijfsleven (praktijkroutes). We zetten in op één sterke educatieve campus voor heel Zeeland. Ook als deze buiten Zeeuws-Vlaanderen ligt.

Scenario’s rol gemeente: 1. 2. 3. 5.3

De gemeente heeft geen rol t.a.v. de afstemming in de onderwijsketen. De gemeente speelt als intermediair een verbindende rol zowel tussen onderwijs en bedrijfsleven als tussen scholen onderling. De gemeente wil een regierol in het voortbestaan van het onderwijs. Bedrijvenloket & bedrijfsregelingen

Waar hebben we mee te maken? We willen nieuwe bedrijven en ondernemers aantrekken. Daarvoor is een gunstig vestigingsklimaat noodzakelijk. Dit wordt op dit moment als onvoldoende ervaren. We voeren op dit punt te weinig beleid en hebben weinig tot geen samenwerkingsafspraken. Bovendien wordt onvoldoende acquisitie gepleegd en blijven alternatieve mogelijkheden/locaties vaak buiten beeld. We richten ons nu veelal op de bestaande situatie en minder op nieuwe kansen. Scenario’s: 1. 2.

We zetten ons actief in om nieuwe bedrijven aan te trekken en te faciliteren. We zien daarbij vooral een rol voor onszelf weggelegd. We zijn faciliterend bij het aantrekken van nieuwe bedrijven. Het primaat op dit punt wordt bij een derde belegd (bv. Impuls) en we maken daarover gerichte afspraken.

Scenario’s: 1. 2.

We richten onze acquisitie met name op de bestaande situatie. Dat betekent dat we onze aandacht richten op de bedrijventerreinen en detailhandel. We gaan onze acquisitie met name inzetten voor het benutten van nieuwe kansen. Denk hierbij onder andere aan de potentie van vrijkomende locaties in het buitengebied. Dat wil zeggen dat we ons met name richten op niet locatie gebonden bedrijven (passend binnen de uitgangspunten van de NED-regeling). Aandacht voor de bedrijventerreinen en detailhandel blijft.

Er is op dit moment een groot verschil tussen hoe we met bijvoorbeeld recreatieondernemers, landbouw en detailhandel omgaan. Zelfs per kern zijn er verschillen. Zowel organisatorisch als financieel. We hebben geen vastgesteld beleid hiervoor en geen (uniforme) samenwerkingsafspraken. Scenario’s: 1. 2.

We gaan voor een minimum variant en reageren enkel op vragen vanuit het bedrijfsleven; We willen volwaardig gesprekspartner zijn om samen met de verschillende sectoren economisch beleid te ontwikkelen en een strategie voor de toekomst te ontwikkelen.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

5.4

21

Economische promotie

Waar hebben we mee te maken? De promotie op het gebied van wonen, werken, recreëren is versnipperd en vraagt om een toekomstbestendige benadering. Scenario’s: 1. 2.

5.5

We kiezen voor een volledig Zeeuwse aanpak van de promotie op het gebied van wonen, werken en recreëren en zetten daarbij niet in op lokale profilering middels streekpromotie. We spelen in op de ontstane versnippering op het gebied van promotie tussen wonen en werken enerzijds en recreatie en toerisme anderzijds. Voor het promoten van wonen en werken kiezen we voor een combinatie van Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen en voor de toeristische promotie kiezen we voor een combinatie van Zeeland en de Zwinstreek. Bedrijfsinfrastructuur/bedrijventerreinen

Waar hebben we mee te maken? Er is een zeer wisselende vraag naar bedrijventerreinen en bovendien is deze vraag sterk afhankelijk van de locatie. Zo is er veel vraag naar gronden op het terrein in Eede (vooral vanuit België), maar hebben we daar geen capaciteit. Voor andere kernen geldt vervolgens dat er wel capaciteit is, maar veel minder vraag. Het betreft onder andere particuliere terreinen. Gemeente breed is er sprake van overaanbod (meer capaciteit dan vraag). Scenario’s: 1. 2.

5.6

We accepteren dat de terreinen die niet zijn gelegen in Eede, op termijn niet ingevuld worden. We nemen de stap om deze gronden af te waarderen en gaan over tot sanering. We zetten in op invulling van de terreinen die niet zijn gelegen in Eede, ofwel door vestiging van bedrijven dan wel door het zoeken naar alternatieve functies (bijvoorbeeld zonneparken). Tevens zetten we stappen tot het wegbestemmen van (delen van) de particuliere terreinen. Detailhandel

Waar hebben we mee te maken? De beschikbare (planologische) ruimte voor detailhandel is niet afgestemd op de behoefte, waardoor er sprake is van overaanbod. Ook is er sprake van te veel versnippering van de winkelgebieden waardoor er sprake is van leegstand. Tevens lopen door toenemende internetverkoop, de bestedingen in de winkelgebieden fors terug. Scenario’s: 1. 2.

3.

We zien hiervoor onszelf geen rol weggelegd en laten de markt zijn werk doen; We nemen een sturende rol en gaan daarbij actief gebruik maken van de instrumenten die ons ter beschikking staan. Te denken valt daarbij aan het terugbrengen van de planologische ruimte. Waar mogelijk wordt detailhandel omgezet naar wonen. Daarbij maken we geen onderscheid in kernen; Aanvullend op scenario 2 maken we in dit scenario 3 wel onderscheid in kernen en de functies die ze vervullen. Als gevolg daarvan accepteren we het verschil tussen Sluis / Breskens / Cadzand als toeristische kernen versus Oostburg als functioneel koopcentrum.

22

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

6

23

BURGERPARTICIPATIE

Waar hebben we mee te maken? De samenleving verandert en ook de rolverdeling tussen inwoners en overheid verandert mee. Inwoners willen meer meedoen en meedenken met taken waar de overheid primair verantwoordelijk voor is en voelen zich verantwoordelijk voor hun leefomgeving. Dit geldt op allerlei vlakken en beleidsterreinen en van belang is om goed na te denken over de wijze hoe we burgerparticipatie vorm willen geven. Ook de naderende Omgevingswet vraagt op het punt van burgerparticipatie een duidelijke ambitie van de gemeente. Hierbij onderscheiden we burgerparticipatie in drie pijlers; meedoen, burgerinitiatieven en meedenken. Als uitwerking op de Nota Burgerparticipatie zal per pijler de voorgestelde aanpak worden beschreven. Meedoen: Het thema meedoen ziet met name op de rol die vrijwilligers hebben bij het uitvoeren of assisteren van gemeentelijke taken. Belangrijkste speerpunt hierbij is dat we vrijwilligers als volwaardige krachten beschouwen en ze ook als zodanig faciliteren. Dit zowel in materiële zin, toegang tot voorzieningen als qua opleidingen. Op dit moment zijn er minder beschikbare vrijwilligers dan wenselijk, hopelijk kan deze benadering bijdragen aan een toename van het aantal vrijwilligers. Burgerinitiatief: Het is van belang om een eenduidig kader te ontwikkeling op het gebied van burgerinitiatieven, op dit moment ontbreekt het hieraan.

Daarbij moet duidelijk zijn hoe een burgerinitiatief ingediend kan worden, welke routing het volgt, wat wel en niet mogelijk is en wat men daarbij wel en niet van de gemeente mag verwachten. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat het burgerinitiatief ook de verantwoordelijkheid van de burger blijft. Goed voorbeeld doet volgen; vanuit die gedachte zal de gemeente ook in de communicatie aandacht besteden aan goede voorbeelden van burgerinitiatieven en wat die hebben opgeleverd voor inwoners. Meedenken: Hoe stakeholders betrokken worden bij vraagstukken zal voorafgaand worden vormgegeven en niet pas tijdens een traject. Een vraag tot meedenken wordt rechtstreeks gekoppeld aan een bepaald belang / probleem wat ergens speelt. Deze verwachtingen kunnen samen worden bepaald met de mee te denken partijen/inwoners. Hierbij zal minder vanuit de vaste structuren bevraagd worden maar meer vanuit een flexibele insteek, afhankelijk van het vraagstuk en de belanghebbenden daarbij. De rol van de individuele burger zal hierbij groter worden. Ook zal de oprichting van een burgerpanel en een jongerenraad onderzocht worden, dit met name op het gebied van gemeentebrede vraagstukken. Communicatie binnen een proces van meedenken stopt niet na het aanleveren van input maar loopt als een rode draad door het gehele proces.

Het is van belang voor meedenkers om te weten wat er met hun input is gedaan en hoe vervolgstappen eruitzien.

24

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

7

SAMENKRACHT

7.1

Algemeen

25

Waar hebben we mee te maken? Ten aanzien van onze wettelijke taak om de sociale samenhang en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen zetten we op dit moment (op grond van de Wmo) grofweg drie instrumenten in, te weten: • • •

Sociaal culturele accommodaties/ Ontmoetingsruimten; Financiële middelen in de vorm van subsidies; Menskracht in de vorm van sociaal of welzijnswerk.

Scenario’s: 1. 2. 3. 4.

7.2

Om de samenhang en leefbaarheid te bevorderen zetten we primair in op ontmoetingsruimten (zoals dorpshuizen) in de verschillende kernen. Om de samenhang en leefbaarheid te bevorderen zetten we primair in op het subsidiëren van activiteiten en evenementen. We blijven alle drie instrumenten inzetten, maar kijken kritisch naar de mate waarin we dit doen. De nadere uitwerking hiervan volgt in 7.2 t/m 7.6. We richten ons als gemeente primair op het behoud van de noodzakelijke infrastructuur (wonen, werk, voorzieningen en mobiliteit) om de leefbaarheid te bevorderen. Het in stand houden van verenigingen en activiteiten vinden we de verantwoordelijkheid van de samenleving zelf. Sociaal-culturele accommodaties

Waar hebben we mee te maken? Vanwege een afnemend gebruikerspotentieel, de rendabiliteit van voorzieningen en de mogelijkheid om inhoudelijk zinvolle activiteiten te kunnen (blijven) organiseren, zien een noodzaak tot schaalvergroting en/of een clustering van voorzieningen. Scenario’s: 1. 2. 3.

7.3

We proberen in alle kernen een zo gevarieerd mogelijk aanbod van verschillende accommodaties en voorzieningen in stand te houden. We zetten in op één multifunctionele accommodatie in alle kernen, waarbij zoveel mogelijk voorzieningen zijn of worden geclusterd. We ondersteunen actief de ontwikkeling dat voorzieningen, zoals sportaccommodaties, basisscholen, culturele voorzieningen en zorgvoorzieningen zich in de (vijf) grotere kernen concentreren. Voor de overige kernen kan worden volstaan met een ontmoetingsruimte voor algemeen gebruik (dorpshuis). Vervoer van en naar de voorzieningen vinden we niet primair de verantwoordelijkheid van de gemeente. Tenzij mensen hier redelijkerwijs niet zelf in kunnen voorzien. Sociaal-culturele activiteiten

Waar hebben we mee te maken? Er zijn in verhouding tot het aantal inwoners relatief veel activiteiten, clubs en verenigingen. Er is echter weinig variatie. Zowel in tijd als in inhoud. Met andere woorden: Er is veel soortgelijk aanbod in dezelfde periode. Er is weinig afstemming tussen verenigingen en organisatoren onderling over het aanbod. Voor bepaalde doelgroepen is er weinig tot geen aanbod aan activiteiten.

26

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s: 1.

2.

3.

7.4

De organisatie van activiteiten is primair de verantwoordelijkheid van inwoners, verengingen en ondernemers. De gemeente faciliteert enkel in de vorm van het beschikbaar stellen van een ontmoetingsruimte en/ of materiaal (zoals dranghekken) De gemeente subsidieert ruimhartig allerlei sociaal culturele activiteiten. Er is één subsidiebudget voor alle activiteiten. Op grond van vooraf bepaalde criteria wordt het beschikbare budget verdeeld over de activiteiten die worden ingediend. We gaan actief sturen op het gesubsidieerde activiteitenaanbod. We stellen hiertoe – op grond van onze eigen prioriteiten en doelstellingen - een subsidiebudget vast per doelstelling, doelgroep of beleidsterrein. Welzijnswerk – Ondersteuning vrijwilligers

Waar hebben we mee te maken? De meeste vrijwilligers willen zich wel kortdurend voor iets inzetten, maar gaan liever geen langdurige verplichtingen aan. We onderscheiden drie verschillende soorten vrijwilligerswerk: • • •

Informeel vrijwilligerswerk/burenhulp: Betreft het helpen van buren, iets betekenen voor je buurt. Vrijwilligerswerk / maatschappelijke participatie: Betreft de inzet die inwoners doen t.b.v. een maatschappelijke vereniging en/of activiteiten in hun omgeving. Georganiseerd vrijwilligerswerk / zorg: Betreft het ondersteunen van kwetsbare inwoners en instandhouding voorzieningen. Denk aan de ondersteuning en begeleiding van statushouders (inburgering) of laaggeletterden (taalmaatje); de formulierenbrigade / burgeradviseurs; vrijwillige thuishulp ; en/of de bemensing van voorzieningen zoals de buurtbus, voedselbank, museum of ouderensoos.

Scenario’s: 1. 2. 3.

7.5

We blijven alle vormen van vrijwilligerswerk actief ondersteunen via ons opbouwwerk. We richten ons met onze ondersteuning primair op het georganiseerd vrijwilligerswerk omdat er een toenemende vraag is naar informele hulp om aan de zorg- en/of participatievraag van onze inwoners te voldoen. Vrijwilligerswerk is primair de verantwoordelijkheid van de samenleving. De overheid heeft hier geen rol in. We ondersteunen vrijwilligers dan ook niet in de vorm van menskracht. Welzijnswerk – Ondersteuning mantelzorg

Waar hebben we mee te maken? Een groot deel van zorg, ondersteuning en begeleiding wordt momenteel ingevuld door informele zorg in de vorm van mantelzorg. Door een dubbele vergrijzing blijft de vraag naar zorg, en daarmee ook naar mantelzorg, in de toekomst toenemen waardoor kans op overbelasting groot is. Daarbij vergrijst het aanbod van mantelzorgers zelf ook. Mantelzorgers weten vaak niet welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn binnen onze gemeente. Behalve de gemeente zijn er nog meer partijen die zich bezig houden met de ondersteuning van mantelzorgers, waaronder bijvoorbeeld de huisartsen, de zorgaanbieders en de zorgverzekeraar.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

27

Er is onlangs een nieuw beleidsplan Mantelzorgondersteuning vrijgegeven voor inspraakperiode / vastgesteld. De belangrijkste beleidsrichtingen hierin voor dit visiedocument zijn: •

•

We zetten vooral in op het voorkomen van de vraag naar vrijwilligers en mantelzorgers (omdat deze er straks niet meer zijn of zelf ook te oud worden en hulp nodig hebben) door het creëren van een collectief dat voor elkaar kan zorgen en elkaar helpt. We doen dit via clustering van wonen, voorzieningen, dagbesteding, ontmoetingsruimte, e.d. en het stimuleren van zorgcorporaties) – relatie met Toekomstige zorg en kernenbeleid. We zetten daarnaast in op het aanbieden van voldoende respijtzorg (dagopvang of vervangende hulp) zodat mantelzorgers de zorg voor hun kind, ouder of partner langer volhouden en kunnen combineren met werk, huishouden, vrije tijd en de zorg en aandacht voor andere familieleden. We gaan hiertoe de benodigde variatie, capaciteit en spreiding in beeld brengen (relatie met Wmo – dagbesteding).

Scenario’s: 1.

2.

7.6

Het organiseren van ontmoetingen en lotgenotengroepen c.q. –bijeenkomsten voor mantelzorgers is geen taak van de gemeenten en laten we over aan de wijk-, kerkcentra en/of zorgaanbieders. Eventueel geven we subsidiebijdrage hiervoor (nieuw beleid); Het organiseren van ontmoetingen en lotgenotengroepen c.q. –bijeenkomsten voor mantelzorgers is een taak van de gemeente (huidig beleid/uitvoeringspraktijk). Welzijnswerk – Jeugd- en jongerenwerk

Waar hebben we mee te maken? In het coalitieakkoord wordt de wens uitgesproken voor specifiek jeugd- en ouderenwerk. Uitgangspunt hierbij is dat niet de gemeente “iets” gaat verzinnen, maar dat initiatieven van onderop / uit de samenleving komen. We kennen op dit moment twee soorten jeugd- en jongerenwerk: Accommodatie gebonden jeugd- en jongerenwerk en ambulant jeugd- en jongeren werk. •

•

Accommodatie gebonden jeugd- en jongerenwerk – De functie van het accommodatie gebonden jeugd- en jongerenwerk (Time Out) is enerzijds een fysieke plek bieden waar jongeren terecht kunnen met vragen, niet zijnde hun ouders of de school. Het is belangrijk dat jongeren een rol of stem hebben in zowel de inrichting als het activiteitenprogramma. En mogelijk ook zelf zaken kunnen organiseren. Anderzijds is het doel vroegsignalering en ondersteunen bij de ontwikkeling van de persoonlijke groei van de jongere. Alsmede vraagbaak voor ouders, leerkrachten en overige netwerkpartners. Ambulant jeugd- en jongerenwerk: Het ambulante jeugd- en jongerenwerk kan bestaan uit het aanwezig zijn en aanspreken van jongeren op feesten en evenementen (over bijvoorbeeld het middelengebruik), het in contact treden met jongeren op pleintjes in de wijken (vaak na meldingen van overlast), buurtbewoners, maatschappelijk partners en/of het helpen van jongeren bij opzetten van activiteiten in hun eigen omgeving die bijdragen aan hun persoonlijk groei en talentontwikkeling. Het doel is sociale verbinding in buurten en kernen.

Scenario’s (wat): 1.

We zetten uitsluitend in op het ambulante jeugd- en jongerenwerk. Het accommodatie gebonden jeugden jongerenwerk (Time Out) komt te vervallen.

28

2. 3. 4.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

We zetten uitsluitend in op accommodatie gebonden jeugd- en jongerenwerk. Het ambulante jeugd- en jongerenwerk komt te vervallen. We zetten in op beide vormen van jeugd- en jongerenwerk, maar kijken kritisch naar de mate waarin we dat doen. We stoppen met het jeugd- en jongerenwerk (en stellen een X-bedrag ter beschikking voor het subsidiëren van jeugdactiviteiten).

Scenario’s (hoe): 1. 2. 3.

7.7

De gemeente voert het jeugd- en jongeren zelf, in eigen beheer uit; De gemeente gaat actief op zoek naar een partij die deze taken (op afroep) voor ons kan uitvoeren en maakt prestatieafspraken met deze partij; De gemeente stimuleert het gewenste aanbod door het publiceren van een specifieke subsidieregeling. En wacht af of er zich een uitvoerende partij aandient. Toegankelijkheid

Waar hebben we mee te maken? In juni 2016 heeft Nederland het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap geratificeerd. Gemeenten zijn verplicht het verdrag uit te voeren. In 2019 is daartoe de Lokale agenda toegankelijkheid Sluis 2019-2022 vastgesteld. Deze richt zich op de thema’s: Bewustwording; Toegankelijkheid; Cultuur, vrije tijd en sport; Werk en dagbesteding. Het gaat hierbij om de toegankelijkheid van zowel de openbare (gemeentelijke) gebouwen, als de openbare ruimte en de informatievoorziening. Zowel fysiek als digitaal. Voor het aanpassen van de gemeentelijke gebouwen is eenmalig een bedrag van € 203.000 begroot. De overige maatregelen worden bekostigd uit de reguliere budgetten. Scenario’s ambitieniveau gemeente 1. 2. 3.

We voldoen minimaal aan de eisen die het VN Verdrag stelt; We willen een voorbeeldgemeente zijn als het gaat om toegankelijkheid en ons profileren als zeer gastvrije gemeente. Ook voor mensen met een beperking; De gemeente accepteert dat we – als landelijke gemeente met veel kleinschalige voorzieningen, historische kernen, een uitgestrekt kustgebied en een gering aantal mensen met een specifieke beperking – niet op alle punten, locaties en/of voor alle soorten beperking kunnen voldoen aan de eisen die het VN Verdrag stelt.

Scenario’s rol gemeente 1.

2.

De gemeente is alleen verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van de eigen accommodaties en openbare ruimte. Voor niet gemeentelijke accommodaties en activiteiten stimuleren we de toegankelijkheid door randvoorwaarden te stellen bij het voeren van planologische procedures en/of het verlenen van een evenementenvergunning. De gemeente bevordert de toegankelijkheid van alle belangrijke accommodaties en activiteiten door financiële middelen c.q. subsidies beschikbaar te stellen aan derden.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

8

ONDERSTEUNING EN BEGELEIDING

8.1

Sturingsvisie

29

Waar hebben we mee te maken? De kosten en de kwaliteit van de ondersteuning en begeleiding van inwoners blijven constant om aandacht vragen. Er zijn verschillende sturingsvisies / manieren om te sturen op de kwaliteit en de kosten van ondersteuning en begeleiding. Scenario’s: 1.

2.

3.

Sturen op de klantvraag. In dit geval bepaalt de gemeente de benodigde zorg (via indicatie). De prijs per eenheid (p) ligt vast en het (gemeentelijke) indicatieorgaan bepaalt de hoeveelheid (Q). Op deze manier heeft de gemeente rechtstreeks invloed op de hoeveelheid en daarmee op de uitgaven. De kwaliteit van de zorg wordt bewaakt door de doelrealisatie (op klantniveau) te monitoren. De sturing op kwaliteit gebeurt via het wel of niet inkopen van bepaalde producten of diensten. Sturen op het landschap. Hiervoor is regionale en/of bovenregionale samenwerking nodig. Via budgetfinanciering c.q. het verdelen van het budget over de verschillende organisaties of taakvelden sturen de gemeenten op zorglandschap. De gemeenten sturen hierbij gezamenlijk (als collectief ) op de kosten. De kwaliteit van de zorgt wordt bewaakt door het monitoren van resultaten op instellingsniveau. De sturing op kwaliteit gebeurt (collectief ) via de inkoopvoorwaarden/-afspraken. Een combinatie van beide. Het voorkeurscenario ziet er dan als volgt uit: A. Speciale voorzieningen in de jeugdzorg (klinische of intramurale zorg en de Gecertificeerde Instelling) en in de Wmo (bepaalde vormen van Beschermd Wonen) à Sturen op zorglandschap (Zeeuws), omdat deze voorzieningen kwetsbaar zijn en mogelijk in hun voorbestaan worden bedreigd. B.

Arbeidsmatige dagbesteding, respijtzorg en lichte vrij toegankelijke hulp (zoals maatschappelijk werk en opvoedondersteuning) à Sturen op zorglandschap (lokaal of regionaal). Hierdoor kunnen we de kosten beheersen, zijn de voorzieningen laagdrempelig voor inwoners, en neemt de vraag naar ambtelijke inzet af. C. Ambulante hulp (Jeugd en Wmo) à Sturen op klantvraag (via indicatie). Hierdoor hebben we zelf zicht en grip op de hoeveelheid (Q) en daarmee op de hoogte van de uitgaven. En op de kwaliteit in termen van doelrealisatie en recidive.

Zie voor nadere uitwerking zie ook Wmo (11) en Jeugdzorg (12).

30

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

9

PARTICIPATIEWET / WERK & INKOMEN

9.1

Tegenprestatie

31

Waar hebben we mee te maken? We hebben op dit moment een laag uitkeringsbestand. Dit heeft te maken met economische groei in de afgelopen jaren in combinatie met een krimpende beroepsbevolking. Dit leidde in de afgelopen jaren tot (grote) schaarste op de arbeidsmarkt. Ondanks deze ontwikkeling heeft een groot deel van de uitkeringsgerechtigden nog altijd geen perspectief op de arbeidsmarkt. Circa 65% van de uitkeringsgerechtigden heeft al langer dan 3 jaar een uitkering. En 40% zelfs langer dan 6 jaar. De uitstroom naar de arbeidsmarkt lijkt voor deze doelgroep geen haalbaar scenario. De wet biedt de mogelijkheid om deze mensen verplicht aan het werk te zetten via een zogenaamde tegenprestatie. Scenario’s: 1. 2.

9.2

We stimuleren mensen, die langdurig in een uitkeringssituatie zitten, op vrijwillige basis om zich via algemene voorzieningen in te zetten voor maatschappelijk relevante taken (huidig beleid). We verplichten mensen, die langdurig in een uitkeringssituatie zitten, om zich via algemene voorzieningen in te zetten voor maatschappelijk relevante taken (verplichte tegenprestatie). Re-integratie / Werkgeversbenadering

Waar hebben we mee te maken? De werkgevers vragen in toenemende mate om harmonisatie van het Zeeuws beleid en afspraken ten aanzien van de instrumenten voor re-integratie, zoals werkstages, jobcoaching (begeleiding op werkvloer) en/of loonkosten- en werkgeverssubsidies. Er komt wetgeving om een Zeeuws Publiek Servicepunt te realiseren. De Arbeidsmarktregio Zeeland / Zeeuwse Werkkamer neemt vooruitlopend hierop de regie om zowel het beleid als de instrumenten voor re-integratie te harmoniseren. Scenario’s: 1. 2. 3.

9.3

We beleggen niet alleen het beleid maar ook het loket voor ondernemers en de uitvoerende dienst voor re-integratie bij een Zeeuws Publiek Servicepunt. We zetten in op een combinatie van Zeeuws beleid en regionale uitvoering (via het Zeeuws-Vlaamse Werk Service Punt (WSP)). We zetten in op een combinatie van Zeeuws beleid en lokale uitvoering (via ons eigen lokale ondernemersloket). Minimabeleid

Waar hebben we mee te maken? We hebben afgelopen jaren een ontwikkeling doorgemaakt van zelf vanuit het minimabeleid bijdragen vaststellen en toekennen (oude beleid) naar een subsidie aan derden en doorverwijzen naar voorliggende voorzieningen (nieuw beleid). Het maken van afspraken met voorliggende voorzieningen zoals het Jeugdsportfond, het jeugdcultuurfonds, en stichting Leergeld was ook voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op de extra (rijks)middelen voor kinderen in armoede. Naast de subsidies aan de voorliggende voorzieningen (zoals de Voedselbank, de Kledingbank, Stichting Leergeld, Jeugdsport- en cultuurfonds) bestaan de middelen en mogelijkheden vanuit ons eigen minimabeleid ook nog. Al zijn deze met de komst van de voorliggende voorzieningen wel beperkt.

32

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

Scenario’s: 1. 2. 3.

We kunnen het minimabeleid versoberen. We kunnen het huidige minimabeleid continueren. We kunnen het minimabeleid verruimen.

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

10

ONDERWIJSONDERSTEUNING EN LEERLINGZAKEN

10.1

Onderwijsachterstandenbeleid (OAB)

33

Waar hebben we mee te maken? De focus in het Onderwijsachterstandenbeleid ligt nu vooral op de jongste doelgroep. Dit vanuit de overtuiging dat je de grootste resultaten behaalt als je vroegtijdig bijstuurt op het moment dat er voor het eerst taal- of ontwikkelingsachterstanden dreigen te ontstaan. We ontvangen geoormerkte middelen voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): in dit kader zijn wij verlicht om een X-aantal dagdelen kinderopvang aan te bieden voor risicoleerlingen. Verder betalen we de startgroepen uit de middelen voor het Onderwijsachterstandbeleid. Voor onderwijsachterstanden die op latere leeftijd ontstaan of zichtbaar worden, is er het project Kwetsbare leerlingen vanuit het RMC. Dit project wordt betaald uit de VSV-middelen (Voortijdig Schoolverlaten). Scenario’s: 1.

2.

3.

We beperken onze inzet tot de wettelijke taken op het gebied van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): verplicht aantal dagdelen voor risicoleerlingen. De bestrijding van onderwijsachterstanden vinden we verder een taak van het onderwijs en de kinderopvang. We subsidiëren de kinderopvang ruimer dan alleen de bijdrage voor risicoleerlingen, zodat ze ook voor andere leerlingen volgprogramma’s kunnen ontwikkelen en zorg kunnen dragen voor een warme overdracht van de kinderopvang naar het primair onderwijs. We bieden voor alle leerlingen tot 4 jaar gratis kinderopvang aan (startgroepen). Hiermee bestrijden we onderwijsachterstanden bij alle leerlingen en behouden we jonge kinderen voor het Nederlandse onderwijssysteem.

Zie ook Economie / Onderwijsketen (5.2). 10.2

Leerlingzorg en –begeleiding

Waar hebben we mee te maken? De ondersteuning en begeleiding van leerlingen en het onderwijs vanuit de gemeente in de kinderopvang, het Primair Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs is op dit moment redelijk divers en versnipperd. We willen meer structuur en eenheid in dit aanbod aanbrengen. Zowel voor het primair als voortgezet onderwijs. Scenario’s: 1. 2.

3.

Het onderwijs is – op grond van het passend onderwijs – primair verantwoordelijk voor de begeleiding van en zorg voor hun leerlingen. De gemeente heeft hier geen rol in. De begeleiding van en zorg voor leerlingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de school (onderwijskundig) en de gemeente (jeugdzorg). De kosten worden verdeeld op basis van de wettelijke verantwoordelijkheden. Dit betekent dat alleen de taken op grond van het Onderwijsachterstandenbeleid en de Jeugdzorg voor rekening van de gemeente komen. Onderwijskundige zorg, interne zorgstructuren en passend onderwijs zijn de verantwoordelijk van de schoolbesturen. 3. Het onderwijs heeft al moeite genoeg om het onderwijs ook in de toekomst betaalbaar en organiseerbaar te houden. De school moet daarom haar tijd, geld en energie steken in het behoud van de kwaliteit van het onderwijs. De gemeente neemt alle taken en verantwoordelijkheden op zich ten aanzien van de leerlingenzorg en –begeleiding.

34

Scenario’s visidocument Krachtig verbonden

10.3

Leerlingenvervoer

Waar hebben we mee te maken? Er loopt op dit moment een nieuwe aanbesteding voor het leerlingenvervoer. Het leerlingenvervoer kent verschillende kavels om leerlingen van verschillende leeftijden en problematiek te kunnen scheiden. Ook mogen er geen combinaties worden gemaakt met andere vervoersstromen zoals de Wmo. Tevens zijn er vanwege wisselende schooltijden verschillende ritten. Scenario’s: 1. 2.

3.

We handhaven het huidige beleid. We beperken ons tot de wettelijke eisen. Op grond hiervan gaan we onze verordening en beleidsregels aanscherpen en gaan we sturen op een striktere naleving (bijv. toets op beperking die reizen met openbaar vervoer onmogelijk maakt). We gaan afspraken maken met het onderwijs en het taxibedrijf om het vervoer efficiënter in te richten. Dit betekent dat we het combineren van vervoersstromen gaan toestaan, overgaan tot het instellen van centrale opstapplaatsen en/of afspraken met het onderwijs gaan maken over bijvoorbeeld bloktijden en/of opvang op school, waardoor op één dag nog maar twee ritten nodig zijn: 1x heen en 1x terug.

10.4

Scholierenvervoer

Waar hebben we mee te maken? Naast het leerlingenvervoer kennen we ook nog het scholierenvervoer. Dit bestaat uit het vervoer van scholieren in het basisonderwijs vanuit kernen waar de laatste basisschool is verdwenen, maar die op grond van de verordening leerlingenvervoer geen recht hebben op vervoer. De regelingen verschillen per kern. Veel regelingen lopen komende tijd af. Scenario’s: 1. 2. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=0207a8ce-cc0d-4f08-baa8-597ec95b0eaa