Krachtig Verbonden Het HOE.docx
Tekst van het document
21 het RBL moet samenwerken met andere (gemeentelijke) partijen op het gebied van zorg en werk. We doen aanspraak doen op de middelen uit de convenanten VSV (Voortijdig Schoolverlaten) 2020-2024 om: o kwetsbare jongeren te begeleiden naar werk, door meer leerwerkplekken te realiseren; o plusvoorzieningen (speciale trajecten) binnen het vo/mbo voort te zetten voor leerlingen met multiproblematiek, en om een betere aansluiting te waarborgen tussen praktijkonderwijs, vso (voortgezet speciaal onderwijs), vmbo basis en mbo; o (ongeoorloofd) verzuim te voorkomen en bestrijden; o ‘studie switchers’ te ondersteunen en zo uitval te voorkomen; o aandacht te generen voor de groei van het aantal anderstaligen in het onderwijs en voor de problematiek van de geringe taalbeheersing van deze jongeren. o
Uitvoeringsparagraaf:
Masterplan kindvoorzieningen. Verordening leerlingenvervoer. Regionaal plan laaggeletterdheid 2020-2024. Herijken bedrijfsplan RBL (Regionaal Bureau Leerlingzaken) en aanvraag doen in het kader van convenanten VSV 2021-2024.
3.2.6 MAATWERKVOORZIENINGEN WMO Hoe willen we het bereiken?
Met name in de kernen waar de 24-uurs bezetting van de zorg verdwijnt, doen we verschillende experimenten. Op die manier willen we ervaringen opdoen met slimme sensoren, waarbij een signaal wordt opgevolgd door respectievelijk zorg op afstand (beeldschermzorg), informele zorg (vanuit eigen sociale netwerk) en/of reguliere, professionele thuiszorg. Belangrijke aspecten die we in beeld willen brengen zijn de klantbeleving, de kosten en de effecten op de inzet van zorgpersoneel. Dit moet leiden tot het meest geschikte model, dat verder uitgerold kan worden. Om het aantal scootmobielen dat op individuele basis wordt verstrekt naar beneden te brengen, gaan we op zoek naar alternatieven. Hierbij kan worden gedacht aan (her)onderzoek naar hoe de toegekende voorziening feitelijk wordt gebruikt, een uitleenservice voor scootmobielen voor incidenteel gebruik en/of een gemeenschappelijke voorraad scootmobielen voor algemeen gebruik bij ieder woonzorgcentrum (in plaats van elke bewoner op dat adres een eigen maatwerkvoorziening aan te bieden). Daarnaast gaan we de juridische mogelijkheden onderzoeken om standaard scootmobielen niet meer als individuele maatwerkvoorziening te verstrekken. In plaats daarvan kunnen we deze voorziening aanmerken als algemeen gebruikelijk en/of hiervoor een voorliggende voorziening te creëren via het minimabeleid.
We onderzoeken of het beter is om extramurale begeleiding vroegtijdig in te zetten om grotere problemen te voorkomen (onderdeel van deze strategie is dat specialistische ondersteuning en begeleiding op tijd wordt ingeschakeld), of dat we extramurale begeleiding als laatste redmiddel zien en vooral moeten proberen zoveel mogelijk te volstaan met de inzet van maatschappelijk werk en georganiseerd vrijwilligerswerk. Zowel de kosten als de kwaliteit van de zorg zullen een rol spelen bij deze afweging. We onderzoeken of de huishoudelijke verzorging als niet-geïndiceerde voorziening kan worden aangeboden en anders kan worden georganiseerd. Dat laatst bijvoorbeeld door bepaalde taken, zoals wassen, strijken en maaltijd bereiden te laten uitvoeren door mensen die in aanmerking komen voor (arbeidsmatige) dagbesteding of deze te koppelen aan bestaande voorzieningen. Daarnaast geven we aanbieders die zorg leveren in een woonzorgcomplex (zoals bijvoorbeeld Hooge Plaaten of Coensdike) een vast bedrag voor de uitvoering van de huishoudelijk hulp, in plaats van dat we per cliënt een indicatie afgeven. Zo kan de zorgaanbieder de zorg flexibeler inzetten en hoeven er minder indicaties te worden afgegeven. We zien respijtzorg/dagopvang als een algemene voorziening. We stellen de benodigde capaciteit, spreiding en variëteit (in doelgroep en soort dagopvang) vast aan de hand van een
22
populatieonderzoek. We richten een gezamenlijke algemene voorziening in voor zowel de Wmo-cliënten als de Wlz-cliënten. Ook maken we afspraken met het zorgkantoor over de verdeling van de kosten en eventuele gezamenlijke besparingen. Daarbij hebben we aandacht voor de spreiding (in relatie tot de clustering van wonen en zorg in de grotere kernen). We voeren een lichte toets in voor aanvragers van collectief vervoer (Wmo-taxivervoer). De toets bestaat uit een doorverwijzing van de huisarts, wijkverpleegkundige, praktijkondersteuner ouderenzorg, medisch specialist en/of andere behandelaar. Schuldhulpverlening. Preventie, vroegsignalering en stabiliseren (niveau 0 en 1) doen we zelf. Dit raakt heel het sociale domein. En omdat financiële omstandigheden een belangrijke voorwaarde zijn voor functioneren, is het goed schuldhulpverlening mee te nemen in het integrale hulp- of ondersteuningsplan). Schuldenregeling (niveau 2) beleggen we bij de Plangroep, die is gespecialiseerd in schuldhulpverlening. Via folders op scholen en bij huisartsen bijvoorbeeld, het Zeeuws-Vlaams Advertentieblad en Facebook vragen we aandacht voor schuldenproblematiek. Verder is het nodig een ander systeem aan te schaffen, want het huidige systeem is niet toereikend voor schuldhulpverlening. Tenslotte is koppeling met een bank een voorwaarde.
Uitvoeringsparagraaf: Aanpassen Wmo-verordening. Beleidsplan en beleidsregels schuldhulpverlening.
3.2.7 MAATWERKVOORZIENINGEN JEUGD Hoe willen we het bereiken?
We gaan de uitgaven en resultaten beter monitoren en laten de toekenningen (van jeugdzorgvoorzieningen) niet alleen juridisch maar ook inhoudelijk toetsen. Ook gaan we de toegekende zorg beter evalueren. We zetten minder in op algemeen collectief preventieaanbod en meer op vroegsignalering en snelle, adequate ondersteuning en begeleiding van kinderen en gezinnen (eventueel aangevuld met specifieke, op maat gemaakte, gerichte trainingen). We bieden een algemene voorziening voor opvoed- en jeugdhulp aan als onderdeel van een jeugdzorgorganisatie (in de vorm van vrij toegankelijke jeugdhulp). Dit kan zowel intern als extern bij een bestaande jeugdzorgorganisatie. We gaan hiertoe (eerst) de benodigde omvang en deskundigheid voor deze voorziening in beeld brengen. We beleggen de toegang tot de jeugdzorg (indicatiestelling, opstellen ondersteuningsplan, inkoop en casemanagement) bij de (netwerk)samenwerking in de integrale zorgcentra, bestaande uit de gemeente, het onderwijs, de huisarts, de jeugdgezondheidszorg en een orthopedagoog (in de eerste lijn). En we gaan de uitgaven en behaalde resultaten beter monitoren.
Uitvoeringsparagraaf:
Transformatieplan Jeugdzorg.
3.2.8 GEËSCALEERDE ZORG Hoe willen we het bereiken?
We beleggen alleen onze wettelijke taken (jeugdbescherming en jeugdreclassering) bij een Zeeuwse GI en blijven de preventieve jeugdbescherming zelf (in eigen beheer) uitvoeren. Omdat er dan een te kleine Zeeuwse GI overblijft, laten we de GI fuseren met andere organisaties in de veiligheidsketen (zoals Veilig Thuis, het Veiligheidshuis Zeeland en indien mogelijk de Raad voor de Kinderbescherming), waardoor één solide veiligheidsorganisatie ontstaat. We zijn hiervoor afhankelijk van Zeeuwse afspraken.
23
Aan de hand van het stappenplan in de regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang bereiden we ons voor op de komende decentralisatie. Overigens zal er sprake zijn van een geleidelijke overgangsperiode met een ruime overgangsregeling.
Uitvoeringsparagraaf:
Uitwerken regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.
3.3 ZORG EN VOLKSGEZONDHEID
3.3.1 VOLKSGEZONDHEID Hoe willen we het bereiken?
We continueren de uitvoering van de afspraken in het Zeeuws Sportakkoord (met diverse speerpunten, zoals MQ-scan (testen motorische vaardigheid kinderen met een app), voeding, weerbaarheid, gezonde school et cetera) Hetzelfde geldt voor onze inzet tegen eenzaamheid en binnen de projecten JOGG-gemeente (door inzet van GIDS-gelden: Gezond In De Stad), Laat ze niet verzuipen (jeugd en alcohol), Zeeland zonder Zelfmoord (Suïcide). We gaan een duidelijk beleid formuleren ten aanzien van gezondheidsbevordering, inclusief een subsidiebeleid met duidelijke kaders (doelstellingen, doelgroepen en budget plus monitoring van bereik, resultaten, variatie in aanbod en doelgroepen). Ook komt er één budget voor gezondheidsbevordering in plaats van de huidige potjes en regelingen. De rol van de gemeente in gezondheidsbevordering is voortaan regisserend en minder uitvoerend. We gaan prestatieafspraken maken met netwerkpartners om onze doelen te halen en doelgroepen te bereiken. We geven onze verantwoordelijkheid ten aanzien van preventieve volksgezondheid gezamenlijk vorm binnen het samenwerkingsverband Toekomstige Zorg (West) Zeeuws-Vlaanderen (TZZV), waarin de (Zeeuws-Vlaamse) gemeente(n), huisartsen, zorgaanbieders en een zorgverzekeraar samenwerken. Indien nodig gaan we vanuit die samenwerking coalities aan met scholen, sportverenigingen en ondernemers.
De afspraken binnen het samenwerkingsverband TZZV kunnen worden vertaald in een regionale nota.
Uitvoeringsparagraaf:
Beleid opstellen ten aanzien van gezondheidsbevordering.
3.3.2 SPORTBELEID EN ACTIVERING Hoe willen we het bereiken?
We zetten in op diverse acties ter bevordering van de volksgezondheid: o We stimuleren – via subsidies – scholen, (sport)verenigingen, zorgcentra en ondernemers om sport bevorderende activiteiten op te zetten voor specifieke groepen (zoals kwetsbare ouderen, chronisch zieken, statushouders, minima, mensen met een beperking, kinderen met overgewicht). o We stimuleren (sport)verenigingen om kennismakings- en introductielessen op scholen te geven. Hiermee snijdt het mes aan twee kanten: kinderen worden gestimuleerd om te gaan sporten en verenigingen kunnen nieuwe leden werven. o We stimuleren de inzet van een vakleerkracht gymnastiekonderwijs in het basisonderwijs. o We continueren de JOGG-activiteiten.
24
De sportverenigingen hebben geen (extra) ondersteuning nodig om de sociale samenhang te bevorderen. Zo lang de verenigingen bestaan, is de sociale samenhang een ‘gratis’ bijproduct. Wel subsidiëren wij sportverenigingen (kortdurend), indien zij nieuwe activiteiten opzetten met als doel om de sociale samenhang te bevorderen. We stimuleren het gebruik van het strand en de toeristische infrastructuur voor individuele sportbeoefening (door onze eigen inwoners) (Voor voorbeelden zie vijfde bullet ‘Waar hebben we mee te maken?). We spelen hiermee in op de trend van minder teamsporten en georganiseerd sporten naar meer individualistisch sporten. Daarnaast stimuleren wij het organiseren van meerdaagse (nationale en internationale) sportevenementen om het verblijfstoerisme buiten de vakantieperioden te bevorderen. De binnensportaccommodaties (gymnastiekzalen) zijn gekoppeld aan de basisscholen. Wat betreft buitensportaccommodaties laten we de spreiding en de keuze voor kernen primair over aan de (voetbal)verenigingen. We zien wel noodzaak tot meer samenwerking tussen de verenigingen, om evenwichtige teams te kunnen vormen. Dit betekent niet automatisch een kwantitatieve dan wel een kwalitatieve opwaardering van de accommodaties. Indien nodig beperken we de bijdrage voor het onderhoud tot het aantal (voetbal)velden waar de verenigingen volgens de binnen de sportbond (bv.
KNVB) gehanteerde norm recht op hebben, om deze samenwerking verder te stimuleren.
Uitvoeringsparagraaf:
Verder uitwerken sport- en bewegingsondersteuning (door de gemeente en anderen) in de herziening van het subsidiebeleid. Meenemen in het accommodatiebeleid en het meerjarenonderhoudsprogramma van het beter benutten van de toeristische infrastructuur en het clusteren van sportaccommodaties in de vijf grootste kernen.
3.3.3 TOEKOMSTIGE ZORG 3.3.3.1 Wonen en zorg (en andere voorzieningen) Hoe willen we het bereiken?
We gaan zorgwoningen, zorg en voorzieningen clusteren in een beperkt aantal kernen. We hanteren daarbij drie servicelevels of zorgniveaus, te weten: o twee kernen met woonzorgcentrum/24-uursbezetting/intramurale verpleging/ verpleeghuiszorg (nu in vijf kernen), supermarkt, apotheek, ontmoetingsruimte in combinatie met arbeidsmatige dagbesteding, dagbesteding zware zorg (respijtzorg), (openbaar) vervoer en grote huisartsenpraktijk/integraal centrum voor zorg en ondersteuning plus indien mogelijk anderhalvelijnszorg (diagnostiek en spreekuur medisch specialisten). Het gaat hierbij om de kernen Oostburg en Breskens; o drie kernen met geclusterd wonen met basisvoorzieningen, zoals huisarts (volwaardige praktijk of spreekuurlocatie), supermarkt, (uitgiftepunt) apotheek, ontmoetingsruimte en (openbaar) vervoer. Het gaat hierbij om de kernen IJzendijke, Sluis en Aardenburg; o in de overige twaalf kernen enkel ambulante zorg, zoals huishoudelijke verzorging en thuiszorg, en een ontmoetingsruimte (plus eventueel spreekuurlocatie huisarts).
3.3.3.2 Transformatie woningvoorraad Hoe willen we het bereiken?
We stellen meer eisen aan woningindeling met het oog op levensloopbestendigheid dan wettelijk is voorgeschreven (bijvoorbeeld via het bestemmingsplan).
25
3.3.3.3 Zorginfrastructuur
Hoe willen we het bereiken?
De gemeente heeft een stimulerende en faciliterende rol ten aan zien van e-health/digitalisering (wifi, glasvezel, sensoren). De gemeente heeft een stimulerende rol ten aan zien van het wegnemen van de ‘schotten’ tussen de aanbieders van spoedzorg (HAP, SEH, SPOR, verwarde personen). De gemeente heeft een stimulerende rol ten aanzien van de instandhouding van de huisartsenen ziekenhuiszorg dan wel de samenwerking tussen huisarts en ziekenhuis. De gemeente heeft een stimulerende rol ten aanzien van de samenwerking tussen ziekenhuis en verpleeghuis (combinatie verpleging einde levensfase en verpleging na operatie, met name tijdens de nacht-, avond- en weekenddiensten).
3.3.3.4 Integrale zorgcentra/ toegang tot zorg Hoe willen we het bereiken?
We intensiveren het bovenstaande beleid. Ook kijken we of we het armoedebeleid en de lichtere vormen van schuldhulpverlening kunnen koppelen aan de ontwikkeling van de integrale zorgcentra of deze taken in de netwerksamenwerking kunnen inbrengen. We voorzien een (fysiek) integraal zorgcentrum in twee kernen (Oostburg en Breskens). In de drie overige grotere kernen (IJzendijke, Sluis en Aardenburg) vindt de samenwerking en afstemming op afroep plaats. Uiteraard kan in alle kernen – incidenteel, indien nodig – een gesprek op een spreekuurlocatie plaatsvinden. Binnen het netwerk van de integrale zorgcentra gaan we, naast het bieden van toegang tot zorg en ondersteuning (indicatiestelling), ook (meer dan voorheen) inzetten op preventie en ombuigen (zie 3.2.1.) van zorg. We doen dit vanuit het gedachtengoed van Machteld Huber (waarin positieve gezondheid centraal staat) en de nieuwe definitie van gezondheid van de wereldgezondheidsorganisatie WHO. Dit houdt in dat de gezondheid die mensen ervaren niet alleen wordt bepaald door de fysieke gezondheid, maar ook door de financiële, mentale, en sociaal-maatschappelijke omstandigheden. Een landelijk project als ‘Welzijn op recept’ past in deze filosofie en daarmee zou dus geëxperimenteerd kunnen worden.
Uitvoeringsparagraaf: De acties die genoemd zijn onder de Toekomstige Zorg (3.3.3) worden verder uitgewerkt in de programma’s Toekomstige Zorg West-Zeeuws-Vlaanderen (TZWZV), Toekomstige Zorg ZeeuwsVlaanderen (TZZV) en de Z