Krachtig Verbonden Het HOE.docx
Tekst van het document
VISIEDOCUMENT KRACHTIG VERBONDEN 2021 HET “HOE”
2
BURGERPARTICIPATIE Hoe willen we het bereiken? Algemeen Om de gemeentelijke organisatie in te richten conform de veranderende rol en verwachtingen, zal een Implementatieplan burgerparticipatie worden opgesteld. In dit plan staat beschreven hoe de gemeente omgaat met burgerparticipatie. Ook beschrijft het hoe we binnen de organisatie en met inwoners willen communiceren over dit onderwerp. Het convenant met de stads- en dorpsraden zal worden herzien. Uitgangspunt daarbij vormen de veranderende rollen en verwachtingen van beide partijen omtrent burgerparticipatie en een bepaalde mate van flexibiliteit. Er zal nadrukkelijk aandacht besteed worden aan communicatie over en promotie van succesvolle voorbeelden van burgerparticipatie. Goed voorbeeld doet immers goed volgen. Mindere voorbeelden zullen ook benoemd worden, met als doel daarvan te leren. Er komt een tweejaarlijkse evaluatie en eventuele bijsturing van de wijze waarop met burgerparticipatie wordt omgegaan. Daarbij spelen praktijkervaringen van zowel inwoners als gemeente nadrukkelijk een rol. Burgerinitiatieven Inwoners vinden op onze website informatie over hoe de gemeente hen kan adviseren en ondersteunen bij burgerinitiatieven. Deze informatie is gebaseerd op het eerdergenoemde implementatieplan.
Er komt een centraal aanspreekpunt binnen de gemeente waar burgerinitiatieven terecht kunnen voor advies en ondersteuning. Dit aanspreekpunt vervult tevens een coördinerende rol binnen de organisatie. Er is een duidelijk handelingskader waarin staat beschreven hoe de gemeente een burgerinitiatief van begin tot eind behandelt. Daardoor is het voor zowel initiatiefnemers als gemeente duidelijk hoe met het initiatief wordt omgegaan en welke kansen en (on)mogelijkheden er zijn. Er wordt bekendheid gegeven aan burgerinitiatieven in onze gemeente middels diverse communicatiekanalen. Dit heeft tot doel om diverse partijen te inspireren en eventueel met elkaar in contact te brengen (onderlinge uitwisseling en leren van elkaar). Meedoen Er wordt zorggedragen voor het faciliteren, ondersteunen en waarderen van vrijwilligers die betrokken zijn bij de uitvoering van gemeentelijke taken. Er wordt onderzocht hoe de gemeente vraag en aanbod van vrijwilligers beter op elkaar kan laten aansluiten. Indien er onvoldoende aanbod is, wordt de vraag uitgezet bij professionele organisaties. Meedenken De gemeente gaat stads- en dorpsraden, individuele burgers en/of belanghebbenden gericht bevragen. Een vraag tot meedenken wordt rechtstreeks gekoppeld aan een bepaald belang / probleem wat ergens speelt.
Stads- en dorpsraden worden hoofdzakelijk bevraagd op vraagstukken die spelen in hun kern. Voor zaken die niet direct een kern raken, of voor zaken waarbij het zeer lastig is om uitspraken te doen namens een hele kern, wordt vaker een beroep gedaan op de individuele burger. Om de individuele burger meer te laten meedenken kan een burgerpanel een optie zijn. Deze optie wordt nader onderzocht, waarbij rekening wordt gehouden met hoe dit mogelijke burgerpanel zich verhoudt tot de bestaande stads- en dorpsraden. Bij een verzoek tot meedenken wordt op voorhand vastgelegd en gecommuniceerd wat het doel is van de burgerparticipatie. Dit geldt ook voor de fase waarin het meedenken plaatsvindt, wat er met de input wordt gedaan en hoe het vervolgproces eruit ziet. Deze verwachtingen kunnen worden bepaald samen met de mee te denken partijen of inwoners. Communicatie loopt als een rode draad door het proces van meedenken en stopt niet na het leveren van input door meedenkers. Het is voor hen van belang om te weten wat er met hun input is gedaan. Als inwoners wordt gevraagd mee te denken, moeten ze dit kunnen doen binnen een fatsoenlijk tijdsbestek dat vooraf duidelijk is vastgelegd. De deadlines moeten realistisch zijn.
3
Burgerparticipatie wordt nadrukkelijk níet ingezet voor de beeldvorming: geen burgerparticipatie om de burgerparticipatie. Het is een gericht middel om te komen tot een beter besluit. Als er geen reden of belang is om inwoners te laten meedenken, dan moet dit op voorhand duidelijk zijn. De wijze waarop jongeren betrokken kunnen worden bij meedenken, wordt nader onderzocht. Hiervoor sluiten we aan bij het traject waarbij provinciebreed wordt gekeken hoe jongerenparticipatie verder vormgegeven kan worden. We onderzoeken de oprichting van een jongerenraad met daarin jongeren in de middelbareschoolleeftijd. Hiertoe zal actief samenwerking gezocht worden met leerlingen van het Zwincollege. Voor basisschoolleerlingen gaan we kijken hoe we deze op een laagdrempelige manier bekend kunnen maken met de lokale politiek. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het aanstellen van een kinderburgemeester.
Uitvoeringsparagraaf:
Implementatieplan communicatieplan).
burgerparticipatie
opstellen
(waaronder
handelingskader
en
HOOFDSTUK 1: RUIMTE EN BEHEER 1.1.
VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING
1.1.1 RUIMTELIJKE ORDENING OMGEVINGSWET Hoe willen we het bereiken? Om de Omgevingswet in de praktijk uit te voeren is een projectplan opgesteld. Aan de hand daarvan wordt het proces uitgevoerd, dat voorafgaat aan het werken met het nieuwe stelsel. Daarmee zorgen we ervoor dat de gemeente Sluis op de invoeringsdatum kan voldoen aan de wettelijke vereisten.
DIGITALE BEREIKBAARHEID Hoe willen we het bereiken?
We blijven in gesprek met providers om de mobiele dekking in de gemeente Sluis te versterken. Dit doen we via de vereniging Monet, die namens een aantal belangrijke aanbieders de plaatsing van antennes afstemt met overheden. Samen met andere Zeeuwse gemeenten werken we aan nieuw gemeentelijk antennebeleid. We bereiden de implementatie voor van de Telecommunicatiewet. Vragen over de gezondheidseffecten van 5G beantwoorden we op basis van informatie van de Rijksoverheid. We voeren gesprekken met marktpartijen over de uitrol van breedband internet (glasvezel) in de gemeente Sluis en hebben daarbij specifieke aandacht voor de positie van het buitengebied. We bepalen onze rol ten aanzien van de uitrol van breedband internet.
Uitvoeringsparagraaf:
We zorgen voor een gemeentelijk antennebeleidsplan.
4
1.1.2 WONEN EN BOUW ALGEMEEN Hoe willen we het bereiken?
We stellen kaders voor het behoud en de realisatie van een aantrekkelijke woonomgeving. Daarbij houden we rekening met zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve woningbehoefte en geven we prioriteit aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Toevoeging van woningen sluiten we niet uit, mits de ‘juiste’ woningen worden toegevoegd. Hierdoor zijn we aantrekkelijk voor bijvoorbeeld Belgische migranten en werknemers. Door middel van adaptief programmeren (een planning die rekening houdt met actuele ontwikkelingen én lange termijn ambities) maken we een realistisch woningbouwprogramma. We stemmen dit af met de gemeenten Terneuzen en Hulst omdat krachtenbundeling noodzakelijk is en om scheefgroei en onbedoelde concurrentie tussen de regiogemeenten te voorkomen. We gaan de bouw van nieuwe woningen mogelijk maken om te voldoen aan de kwalitatieve woningbehoefte. Nieuwbouw wordt zo veel mogelijk ontwikkeld gelijktijdig met al geplande woningen en de aanpak van de verouderde woningvoorraad. We onderzoeken de mogelijkheden tot verbreding van het Vereveningsfonds Woningbouwontwikkeling, Dit zowel op het gebied van voeding van het fonds tot de inzet ervan. We gaan de aanpak van de bestaande (permanente) woningvoorraad uitwerken in een uitvoeringsprogramma (in afstemming met de Woonvisie Regio Zeeuws-Vlaanderen 2020).
Daarbij maken we de taakstelling voor woningcorporatie Woongoed Zeeuws-Vlaanderen concreet. Ook bepalen we welke positie de gemeente inneemt (passief, faciliterend of actief) ten aanzien van de aanpak van de particuliere woningmarkt. De mogelijkheid tot toepassing van het instrument “Opkoopbescherming” nemen we daarbij mee. Uit oogpunt van het algemeen belang, zoals leefbaarheid, gaan we actief sturen op de ontwikkeling van de permanente woningmarkt. Daarbij hanteren we de volgende woonmilieus: centrum-dorps, dorps en landelijk. Dit zal worden uitgewerkt in het Plan van aanpak plancapaciteit. Voor de regulering van de bestaande recreatieve verhuur gaan we gebruik maken van de kansen die het instrument Wet Tijdelijke verhuur woonruimte na herziening van de Huisvestingswet biedt. Voorwaarde is dat deze wetswijziging van kracht wordt.
Uitvoeringsparagraaf:
.
Vaststellen realistisch woningbouwprogramma, bestaande uit: o Plannen die vallen binnen de harde planvoorraad (alle procedures zijn doorlopen, waardoor in principe direct kan worden gebouwd); o sloop- en renovatieplannen en o Kwalitatief gewenste ‘zachte’ plannen (die aansluiten op de kwalitatieve woningbehoefte) Opstellen afwegingskader voor nieuwe woningbouwinitiatieven en dit kader evalueren (inclusief de overige vastgestelde beleidskaders). We gebruiken de Planmonitor Wonen, een webbased systeem waarmee ‘real time’ woningbouwplannen gemonitord kunnen worden. Acties in het Plan van aanpak plancapaciteit Sluis 2020 uitvoeren. Middelen voor (co-)financiering van deze aanpak reserveren in de gemeentelijke begroting en plancyclus.
5
WOONWAGENS EN STANDPLAATSEN
Hoe willen we het bereiken?
De bestaande gemeentelijke huurstandplaatsen en –woonwagens houden we in stand en we benutten de nog aanwezige ruimte aan de Willemsweg te Schoondijke voor extra standplaatsen. We treden in overleg met Stichting Woongoed Zeeuws-Vlaanderen, om te komen tot overdracht van de eigendom en exploitatie van de in de gemeente Sluis aanwezige huurstandplaatsen en –woonwagens.
Uitvoeringsparagraaf:
De overdracht van de huurstandplaatsen en –woonwagens naar de Stichting Woongoed Zeeuws-Vlaanderen.
1.1.3 KERNENBELEID: Hoe willen we het bereiken?
In verband met de geconstateerde diversiteit geldt dat er voor de individuele kernen maatwerk nodig is. In verband met de geconstateerde diversiteit geldt dat er voor de individuele kernen maatwerk nodig is. Dit zal worden uitgewerkt in het Plan van aanpak Plancapaciteit / uitvoering Regionale Woonvisie. Aspecten zoals tweede woningen en recreatieve verhuur worden daarbij meegenomen. We werken de keuzes in het kernenbeleid verder uit bij de herziening van het Masterplan Voorzieningen en het Plan van aanpak plancapaciteit Sluis 2020. Uitgangspunt daarbij zijn de keuzes die gemaakt zijn in het kader van het project Toekomstige Zorg (West) ZeeuwsVlaanderen. Er is gekozen voor twee kernen met een woonzorgcentrum, drie kernen met geclusterd wonen met basisvoorzieningen en voor de overige kernen enkel ambulante zorg. De visies voor Aardenburg, IJzendijke als Retranchement werken we verder uit in samenspraak met de betreffende dorpsraden. We ondersteunen actief de concentratie van voorzieningen, zoals sportaccommodaties, basisscholen, culturele voorzieningen en zorg, in de (vijf) grotere kernen. Voor de overige kernen kan worden volstaan met een ontmoetingsruimte voor algemeen gebruik (een dorpshuis).
Uitvoeringsparagraaf:
Herziening Masterplan Voorzieningen en Plan van aanpak plancapaciteit Sluis 2020. Uitwerken visies voor Aardenburg, IJzendijke en Retranchement.
1.1.4 CULTUREEL ERFGOED Hoe willen we het bereiken?
Voor het cultureel erfgoed in eigendom van de gemeente stellen we onderhoudsplannen op. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzakelijke verduurzamingsmaatregelen. In de gemeentebegroting wordt zo nodig rekening gehouden met de kosten, verbonden aan deze onderhoudsplannen. De bestaande subsidieregelingen voor molens en kerken worden gehandhaafd en zo nodig aangepast. De gemeente onderzoekt op welke wijze zij kan bijdragen aan behoud van cultureel erfgoed dat in eigendom is bij particulieren. De waarde van cultureel erfgoed wordt geborgd door monitoring van de aangewezen gemeentelijke monumenten. Dit doen we door de gemeentelijke monumentenlijst bij te houden en te actualiseren. De gemeente onderzoekt op welke wijze het cultureel erfgoed (onder andere de StaatsSpaanse Linies) een rol kan spelen in toerisme en recreatie. Dit doen we zo mogelijk in samenwerking met bedrijven die werkzaam zijn in deze sector.
6
We streven naar behoud van het (historische) polderlandschap. Dit doen we door het opstellen van een landschapsplan. Daarbij houden we onder andere rekening met de ontwikkelingen in de agrarische sector (bedrijfsbeëindiging, schaalvergroting, monotonie). De gemeente onderzoekt of toenadering tot het landelijk netwerk van vestingsteden wenselijk is.
Uitvoeringsparagraaf:
Onderzoek naar de wijze waarop de gemeente kan bijdragen aan het behoud van cultureel erfgoed in eigendom van derden. Bijhouden en actualiseren van de gemeentelijke monumentenlijst. Het opstellen van een landschapsplan.
1.1.5. GEBOUWEN EN OPENBAAR GROEN Hoe willen we het bereiken?
We maken een goede inventarisatie van het gemeentelijk vastgoed (gebouwen, infrastructuur en openbaar groen). We stellen op basis van deze inventarisatie een meerjarenonderhoudsplan op, inclusief een investerings- en beheerskostenraming. De kostenraming nemen we mee in de gemeentelijke budget- en begrotingscyclus. Bij verkoop van gemeentelijke gebouwen staan we open voor verandering van de functie van het gebouw, mits dit kan volgens de geldende regelgeving en er kwalitatief sprake is van een toegevoegde waarde. We stellen huurbeleid voor gemeentelijke gebouwen op en de verhuur van gemeentelijke accommodaties wordt verder geautomatiseerd. We prioriteren de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen op basis van de duurzaamheidscore en de bezettingscapaciteit. Indien aan voorwaarden wordt voldaan, stoten we snippergroen af. We stellen een onderhoudsbestek op voor het bomenareaal. Om schade aan onze beplanting door droogte te voorkomen, zetten we in op innovatieve manieren of producten om zoetwater te bufferen. Bij de inrichting van het openbaar groen kiezen we voor minder intensief onderhoud en houden we rekening met klimaatverandering en biodiversiteit. Behoud en versterking van de biodiversiteit.
Uitvoeringsparagraaf:
Een goede inventarisatie en daaraan gekoppeld een meerjarenonderhoudsplan voor gemeentelijk vastgoed. Opstellen huurbeleid voor gemeentelijke gebouwen. Opstellen onderhoudsbestek voor het bomenareaal.
7
1.2 NATUUR EN DUURZAAMHEID 1.2.1 DUURZAAMHEID EN ENERGIETRANSITIE Hoe willen we het bereiken?
We onderzoeken hoe we de gemeentelijke bedrijfsvoering verder kunnen verduurzamen. Dit kan onder andere op het gebied van afvalinzameling, gebouwenbeheer, inkoop- en aanbestedingsbeleid, het gemeentelijk wagenpark et cetera. Hiertoe stellen we een plan ‘verduurzaming gemeentelijke organisatie Sluis’ op. Bij aanbestedingen, prijsvragen en andere soortgelijke procedures wordt duurzaamheid een onderdeel waar (mede) op geselecteerd wordt. We continueren de samenwerking met Natuur & Zo voor educatie over duurzaamheid (zie 1.2.2 Natuur en landschap). We zetten ons blijvend in om de bewustwording onder inwoners te vergroten en hen waar mogelijk te adviseren. Hiertoe zetten we de samenwerking voort met Duurzaam Bouwloket. Er wordt onderzocht hoe Stichting Energiek Zeeland hierin een rol kan spelen. We zetten een stimuleringsregeling op om woningeigenaren te stimuleren energiebesparende maatregelen te nemen. De gemeente neemt de rol van regisseur op zich in de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte, die voor 2022 is opgesteld. De visie wordt ontwikkeld samen met verschillende belanghebbenden zoals de netbeheerder, de woningcorporatie en (belangenvertegenwoordigers van de) inwoners. Hoewel de voorkeur uitgaat naar zonne-energie, sluiten we windenergie voor de lange termijn (na 2030) niet uit. Wat betreft windenergie zijn de mogelijkheden beperkt.
Van uitbreiding van het aantal windturbines in de Hoofdplaatpolder is geen sprake op de korte termijn. We onderzoeken of de maximaal toegestane tiphoogte van kleine windturbines gelijkgetrokken kan worden met het huidige provinciale beleid. Dit alleen bij agrarische bedrijven en onder voorwaarden. Binnen de bebouwde kom blijft opwekking van duurzame energie via zonnepanelen mogelijk conform het huidige beleid. We hanteren de zonneladder als uitgangspunt voor het plaatsen van zonnepanelen. Dat houdt in: zonnepanelen bij voorkeur allereerst op daken van woningen en overige gebouwen. Vervolgens kijken we naar mogelijkheden op vervuilde gronden of gronden die niet gebruikt worden. Als laatste wordt er gekeken naar landbouwgronden grenzend aan andere functies. De zonneladder wordt wel toegepast vanuit een realistisch perspectief en passend bij de ambities uit de RES: Het is niet de bedoeling dat pas naar de volgende trede gegaan kan worden wanneer de vorige trede volledig is afgerond. Zonneparken buiten bebouwd gebied staan we toe onder voorwaarden. Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden wijzen we twee locaties voor zonneparken aan in het buitengebied: het hoofdverdeelstation nabij Oostburg (maximaal 10 MW) en nabij de windturbines in de Hoofdplaatpolder (max 8 MW).
De overige 4,6 MW die mogelijk is gezien de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk, wordt in afstemming met de netbeheerder gereserveerd voor zonnepanelen op daken en andere ontwikkelingen. Ditzelfde geldt voor eventuele vrijkomende capaciteit door het mogelijk vervallen van het N-1 principe. De hierboven genoemde mogelijke zonneparken dienen te voldoen aan essentiële randvoorwaarden, zoals een adequate landschappelijke inpassing, een goede vorm van bewonersparticipatie (procesmatig en financieel) en behoud of versterking van de biodiversiteit. Van de opbrengst van zonneparken gaat een deel naar een nog op te richten duurzaamheidsfonds. Afspraken over zo’n (jaarlijkse) bijdrage zullen in een overeenkomst worden vastgelegd alvorens planologisch medewerking wordt verleend. We werken nader uit waaraan het nog op te richten duurzaamheidsfonds zal worden besteed, ook in relatie tot de nog te ontwikkelen stimuleringsregeling voor woningeigenaren. Kleinschalige locaties voor duurzame energieopwekking in het buitengebied staan we niet toe (met uitzondering van bestaande agrarische bouwvlakken). Dit om het karakteristieke landschap zoveel mogelijk te behouden en verrommeling tegen te gaan. De technische en financiële aspecten van zonnepanelen boven parkeerplaatsen worden nader onderzocht.
8
Elke twee jaar publiceren we een monitoring van de effecten van het energietransitiebeleid. We ontwikkelen een Zeeuwse visie op laadpalen. De provincie Zeeland neemt de regie en pakt dit op samen met de gemeenten. De uitwerking hiervan wordt indien mogelijk opgepakt samen met ondernemers .
Uitvoeringsparagraaf:
Plan ‘verduurzaming gemeentelijke organisatie Sluis’. Transitievisie Warmte Uitwerking duurzaamheidsfonds (in relatie met stimuleringsregeling). Opstellen beleidsregel/toetsingskader zonnepanelen.
1.2.2 NATUUR EN LANDSCHAP Hoe willen we het bereiken?
Als vervolg op de klimaatstresstest en de risicodialoog stellen we, in samenwerking met Hulst en Terneuzen, een regionale klimaatadaptatiestrategie op. Voor de inrichting van het buitengebied faciliteren we een goede samenwerking tussen betrokken partijen, waarbij natuur, water, recreatie en landbouw samenkomen. We hanteren als beleidsuitgangspunt dat nieuwe natuur geen op zichzelf staand doel is, maar een bijdrage levert aan eerdergenoemde opgaven en uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie, verzilting, landbouw en biodiversiteit. De gemeente neemt een positieve grondhouding aan tegenover een transitie naar kringlooplandbouw en daar waar mogelijk faciliteert zij landbouwbedrijven hierbij. (Zie hoofdstuk Economie.) Klimaatadaptatie en behoud of versterking van de biodiversiteit worden vast onderdeel van nieuwe plannen op diverse terreinen. Voor plannen van derden nemen we deze aspecten mee bij beoordeling en belangenafweging. Bij gemeentelijk groenbeheer nemen we behoud en versterking van de biodiversiteit nadrukkelijker mee. Een concreet voorbeeld hiervan is dat we ons conformeren aan de Zeeuwse bijenstrategie. Het rapport Kansen voor recreatienatuur in West-Zeeuws-Vlaanderen’ is uitgangspunt voor de inzet van rood-voor-groen middelen. Versterking en verbinding van bestaande recreatienatuurgebieden staat hierbij centraal.
Een goed beheer en onderhoud van deze gebieden is daarbij een vereiste. Voor nieuwe uitbreidingen van terreinen voor verblijfsrecreatie, waarbij een rood-voor-groen bijdrage verschuldigd is, stimuleren we de initiatiefnemer zelf nieuwe recreatienatuur aan te leggen (zelfrealisatie). Het reeds vastgestelde kader voor zelfrealisatie is hierbij leidend. We stellen een helder toetsingskader op, dat duidelijk maakt wat we verstaan onder een goede landschappelijke inpassing. Dit ter aanvulling op het bestemmingsplan Buitengebied. Het toetsingskader vormt ook een aanvulling op de in de Kustvisie gestelde voorwaarde dat uitbreiding mogelijk is, wanneer deze “ontworpen wordt in samenspraak met het landschap”. In het laatste geval doen we dit samen met de andere Kustvisie-partijen. De uitvoering van onze natuur- en milieueducatietaken in samenwerking met Terneuzen en Hulst wordt voortgezet. Eventuele uitbreiding van de doelgroep of een andere focus qua thema’s is altijd mogelijk in overleg met Terneuzen en Hulst. Door het opstellen van een landschapsplan streven we behoud van het (historisch) polderlandschap na.
Uitvoeringsparagraaf: Regionale klimaatadaptatiestrategie (op Zeeuws-Vlaams niveau). Uitwerking kader landschappelijke inpassing (op Zeeuws niveau).
9
1.3 VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT 1.3.1 VERKEER Hoe willen we het bereiken:
We geven uitvoering aan GGA-projecten in het kustgebied en het achterland (GGA staat voor gebiedsgerichte aanpak). Samen met de andere wegbeheerders en belanghebbenden maken we duidelijke keuzes. Als coördinerende partij neemt de gemeente hierin het voortouw. We kiezen voor landschapsbewuste weginrichting: die laat zien waar de verkeersdeelnemers zijn en gebruik maakt van de omgeving om het gewenste verkeersgedrag te bereiken. Een route langs de kust moet ook de uitstraling hebben van een kustroute! We kiezen voor proactief in plaats van reactief beleid: niet reageren op klachten of ongevallen maar aan de hand van duidelijk beleid en uitvoering juist inzetten op het voorkomen ervan.
Uitvoeringsparagraaf: Uitvoeren van GGA-projecten in de gemeente Sluis.
1.3.2 PARKEREN Hoe willen we het bereiken:
Beleid ten aanzien van parkeernormen wordt reeds opgesteld. We ontwikkelen een parkeervisie voor parkeren aan de kust en in de kernen. Uitvoering en beleid ten aanzien van parkeren worden op elkaar afgestemd.
Uitvoeringsparagraaf:
Opstellen parkeervisie voor parkeren aan de kust en in kernen.
1.3.3 MOBILITEIT (INCLUSIEF OPENBAAR VERVOER) Hoe gaan we het bereiken?
Zoals reeds in het verkeersveiligheidsplan opgenomen werken we een mobiliteitsbeleid op hoofdlijnen uit. Door duidelijk de beleidslijnen vast te leggen, kunnen we een regierol oppakken en beter samenwerken met onze mobiliteitspartners (wegbeheerders en belanghebbenden). We kiezen voor monitoring: om meer sturing te kunnen geven, verzamelen we jaarlijks open data (vrij beschikbare informatie) en waar nodig winnen we zelf gegevens in (tellingen, onderzoeken). Conform het programma Slimme Mobiliteit van de provincie Zeeland werken we een voorkeursysteem uit voor openbaar vervoer in Sluis: waar zetten we wat in? Denk aan snelle busroutes, mobiliteitshubs (plekken waar allerlei vormen van mobiliteit samenkomen) et cetera. Samen met de recreatiesector werken we een systeem uit om autogebruik in de gemeente te reduceren. Welke vervoersbehoefte is er bij de verblijfsgasten en hoe vullen we dit het beste in? Moet er een hop-on hop-off bus gaan rijden op de route Breskens-Groede-NieuwvlietCadzand-Sluis-Oostburg-Breskens of zetten we juist in op vraaggericht vervoer? Zowel analoog (door bebording) als digitaal (apps, website, et cetera) geven we nog meer sturing aan de vervoersstromen. Een parkeerverwijssysteem kust kan hier ook een onderdeel van zijn. Verblijfsrecreanten worden gestimuleerd om de auto te laten staan. Dit moet op diverse manieren tot uiting komen.
Een ervan is sturen in de locatie van parkeerplaatsen ten opzichte van verblijfseenheden, bijvoorbeeld alleen het terrein voor verblijfsrecreatie oprijden voor uiten inladen en parkeren aan de rand. Belangrijk is dat er uitnodigende alternatieven zijn. In het geval van recreanten speelt hierbij, naast bijvoorbeeld beschikbaarheid en snelheid van alternatieven, ook beleving een grote rol.
Uitvoeringsparagraaf:
Het uitwerken van mobiliteitsbeleid. Het uitwerken van een voorkeursysteem voor openbaar vervoer in de gemeente Sluis.
10
HOOFDSTUK 2: ECONOMIE 2.1 ECONOMISCHE ONTWIKKELING 2.1.1 ARBEIDSMARKT Hoe willen we het bereiken?
We continueren de provinciale en Zeeuws-Vlaamse samenwerking, binnen respectievelijk de Zeeuwse Werkkamer en het WSP (WerkSerivcePunt). Via deze samenwerkingsverbanden participeren we in het Aanvalsplan krapte Zeeuwse arbeidsmarkt en de bijbehorende Doeagenda Perspectief op Werk. Dit is een publiek-private samenwerking gericht op: o het plaatsen van 400 extra werkzoekenden; o het ‘werkfit’ maken van werkzoekenden die gebrek hebben aan arbeidsritme en vaardigheden, wat moet resulteren in nog eens 160 extra plaatsingen; o werving van 50 extra werkgevers die zich richten op inclusief ondernemerschap, waarbij zij worden ondersteund bij het uitvoeren van arbeidsmarktanalyses; o een stimulans voor werkgevers om anders te werven en te organiseren. Zoals het loslaten van traditionele functieprofielen en opleidingseisen, ‘open hiring’ (zonder sollicitatieprocedure) en het aantrekken van ‘buitenlandse’ werknemers. We stimuleren het benutten van technologische innovaties en onderzoek naar andere manieren van werken, wat kan leiden tot minder intensieve arbeidsprocessen. We continueren het Sectorbureau Grensarbeid en het Grensinformatiepunt Scheldemond, door deze financieel te blijven ondersteunen. Dit enerzijds voor het geven van informatie en advies en anderzijds voor het versterken van de publiek-private samenwerking in relatie tot grensoverschrijdende arbeidsmarktvraagstukken.
Het sectorbureau richt zich ook op het oplossen van knelpunten, door het makkelijker organiseren van grensoverschrijdende stages en het gelijkstellen van diplomawaardering over de landsgrenzen. We werven extra arbeidskrachten en onderzoeken hoe de gemeente kan meewerken aan kleinschalige initiatieven om deze werknemers te huisvesten. We dragen bij aan de ontwikkeling van het Expat Centre Zeeland. Dat richt zich op het aantrekken van kennismigranten, arbeidsmigranten, buitenlandse starters en studenten. Het expatcentrum biedt publieke- en commerciële dienstverlening zoals het regelen van documenten, school, huisvesting, sport, taalonderwijs, kinderopvang en financiële zaken. We geven invulling aan de bestuursopdracht werkgeversdienstverlening. Dit doen we met de intentie om meer Zeeuws samen te werken en de instrumenten die voor werkgevers beschikbaar zijn zo veel mogelijk te harmoniseren. We investeren gericht in re-integratie, coaching, opleiding en nazorg van de onbenutte arbeidsreserve en van kwetsbare werkenden zoals statushouders, flexwerkers, zzp’ers en mensen zonder startkwalificatie. Daarnaast inventariseren we wat kansrijke sectoren en beroepen zijn om kwetsbare werknemers meer zicht te bieden op duurzame bemiddeling en plaatsing.
Uitvoeringsparagraaf:
Het ontwikkelen van het Expat Centre Zeeland. Invulling geven aan de bestuursopdracht werkgeversdienstverlening.
11
2.1.2 ONDERWIJSKETEN Hoe willen we het bereiken?
De gemeente speelt als intermediair een verbindende rol, zowel tussen onderwijs en bedrijfsleven als tussen scholen onderling. Concreet betekent dit dat we (actief) de samenwerking tussen schooltypen willen stimuleren (zowel tussen kinderopvang en basisonderwijs, basisonderwijs en voortgezet onderwijs, als tussen voortgezet onderwijs enerzijds en middelbaar en hoger beroepsonderwijs anderzijds). Ook willen we de samenwerking bevorderen tussen onderwijs en sport, cultuur, kinderopvang en (jeugd)zorg en tussen onderwijs en bedrijfsleven. Behoud van leerlingen in het Nederlandse onderwijssysteem door de vernieuwing van het basisonderwijs (startgroepen). Om de kinderen van jongs af aan te behouden voor het Nederlandse onderwijs, zetten we concreet in op startgroepen in grensdorpen. Het gaat dan specifiek om Eede, Aardenburg, Sluis en Cadzand. We hechten aan het behoud van een volwaardige, brede scholengemeenschap in Oostburg (Zwin College), mits de kwaliteit voldoende gewaarborgd kan worden. Daarbij willen we uitwisselingprogramma’s realiseren tussen voortgezet onderwijs en kinderopvang, bedrijven, instellingen en overheid (school in de samenleving). Ten aanzien van het beroepsonderwijs zetten we in op kleinschalige onderwijsvoorzieningen in de regio in samenwerking met het bedrijfsleven.
Daarbij past het stimuleren van hybride onderwijs, dat wil zeggen onderwijs gericht op een combinatie van leren en werken (onder andere praktijkroutes: onderwijs vrijwel geheel binnen bedrijven of instellingen). Hiervoor is intensief overleg nodig tussen het bedrijfsleven en het onderwijs over de opleidingsprofielen (wat moeten leerlingen leren). Binnen het publiek-private project Porta Cura investeren we in de ‘zorghaven van de toekomst’. We onderzoeken de mogelijkheden van onderwijs op afstand, digitaal onderwijs en grensoverschrijdend onderwijs. Daarbij hoort ook het realiseren van huisvesting voor studenten, het oplossen van knelpunten in het openbaar vervoer en het stimuleren van innovatief, duurzaam grensoverschrijdend vervoer. Hetzelfde geldt voor het samenbrengen van van (onderwijs- en zorg)personeel en het bundelen van opleidingsbudgetten en onderwijsvoorzieningen ten behoeve van het (beroeps)onderwijs en de om- en bijscholing binnen de zorginstellingen.
Uitvoeringsparagraaf:
Inzetten op de continuering van startgroepen in grensdorpen.
2.1.3 BEDRIJVENLOKET EN BEDRIJFSREGELINGEN Hoe willen we het bereiken?
Waar mogelijk verminderen we de regeldruk voor ondernemers. Binnen de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, streven we naar eenvoudiger procedures. Met het oog op het benutten van kansen voor de vestiging van nieuwe én de ontwikkeling van bestaande bedrijven, hebben we meer aandacht voor vernieuwende initiatieven. We zetten in op voldoende en adequate randvoorzieningen op het gebied van onderwijs, kinderopvang, wonen en openbaar vervoer. We pakken de werving op van nieuwe bedrijven (internationaal, nationaal en lokaal). Het actief voeren van acquisitie leggen we neer bij een derde partij waarmee we gerichte afspraken maken. De insteek is een brede en doelgerichte acquisitie, zowel qua type bedrijven als qua vestigingslocatie. We formuleren eenduidig beleid en uniforme samenwerkingsafspraken voor de verschillende economische sectoren en ondernemersverenigingen.
Uitvoeringsparagraaf:
Acquisitie beleggen bij een derde partij plus het maken van afspraken. Uniforme samenwerkingsafspraken met de verschillende ondernemersverenigingen. Opstellen van een economische agenda waarin de economische opgaven, ontwikkelingen en uitgangspunten in beeld zullen worden gebracht
12
2.1.4 ECONOMISCHE PROMOTIE Hoe willen we het bereiken?
We gaan de ontstane versnippering tegen op het gebied van promotie van wonen en werken enerzijds en recreatie en toerisme anderzijds. De promotie van wonen en werken doen we samen met de provincie Zeeland en de regio Zeeuws-Vlaanderen. Voor de toeristische promotie kiezen we voor samenwerking met de provincie en binnen de Zwinstreek. Spreiding van bezoekers over kust en achterland bewerkstelligen we door de aantrekkelijkheid van het achterland te vergroten. Dit doen we door het nog meer op de kaart zetten van de grensoverschrijdende Zwinstreek en het ontwikkelen en faciliteren van aanbod dat aansluit bij de identiteit van de Zwinstreek. We voeren het traject Trots op je regio uit, door actieve en transparante communicatie richting inwoners en ondernemers in de streek over de effecten van toerisme. We ontwikkelen het Expat Center Zeeland dat zich richt op het aantrekken van kennismigranten, arbeidsmigranten, buitenlandse starters en studenten.
Uitvoeringsparagraaf: Uitvoeren Trots op je regio. Ontwikkelen Expat Center Zeeland.
2.2 BEDRIJFSINFRASTRUCTUUR
2.2.1 BEDRIJVENTERREINEN Hoe willen we het bereiken?
Acquisitie richting bedrijven (internationaal, nationaal en lokaal) oppakken. Het actief voeren van acquisitie leggen we neer bij een derde partij en met die partij maken we gerichte afspraken. Bedrijventerreinen worden ingevuld door vestiging bedrijven dan wel met alternatieve functies zoals bijvoorbeeld zonneparken. Hierbij moet wel aandacht zijn voor (de impact op) het landschap. We zetten verdere stappen tot het weg bestemmen van (delen van) de nog uit te geven particuliere bedrijventerreinen. We stimuleren landschappelijke inpassing van bestaande bedrijventerreinen. We zetten in op uitbreiding van het bedrijventerrein in Eede met 2,5 hectare. We stimuleren de opwekking van duurzame energie op bedrijventerreinen. Essentiële randvoorwaarden voor mogelijke zonneparken zijn onder meer een adequate landschappelijke inpassing, een goede vorm van bewonersparticipatie (procesmatig en financieel) en behoud of versterking van de biodiversiteit. Klimaatadaptatie wordt als vast onderdeel geïntegreerd bij de planvorming. Voor plannen van derden zullen we dit aspect meenemen in de totale beoordeling en afweging.
Uitvoeringsparagraaf:
Weg bestemmen van (delen van) de nog uit te geven particuliere bedrijventerreinen. Uitbreiding van bedrijventerrein De Vlaschaard.
13
2.2.2 DETAILHANDEL Hoe willen we het bereiken?
We nemen een sturende rol om winkelgebieden sterker en compacter te maken. We maken actief gebruik van de instrumenten die ons ter beschikking staan voor het terugbrengen van de planologische ruimte voor winkels. Waar wenselijk en mogelijk zetten we de bestemming detailhandel om naar (in basis grondgebonden) wonen. We maken beter gebruik van het onderscheid tussen de vier winkelkernen en van de specifieke functies die ze vervullen. Het aldus aanbrengen van differentiatie heeft een versterkend effect op het geheel. We besteden meer aandacht aan de uitstraling van de openbare ruimte in de winkelgebieden (optimaliseren klantbeleving). Voor nieuwe bedrijven binnen centrumgebieden creëren we meer flexibiliteit in vestigingsmogelijkheden. Detailhandel in het buitengebied is niet toegestaan (met uitzondering van verkoop van boerderijproducten op agrarische bedrijven en beperkte detailhandel op recreatieparken). We treden in overleg met de detailhandelsbranche, om samen de wensen en mogelijkheden op het gebied van blurring nader te onderzoeken.
Uitvoeringsparagraaf:
Het terugbrengen van de planologische ruimte voor detailhandel. Onderzoek naar blurring, in samenhang met de te maken samenwerkingsafspraken met de ondernemersverenigingen (Zie 2.1.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen.)
2.2.3 LANDBOUW Hoe willen we het bereiken?
We bieden de agrarische sector de ruimte voor duurzame ontwikkeling en groei. Hiertoe hebben we de planologische mogelijkheden voor schaalvergroting verruimd. Een goede landschappelijke inpassing is voorwaarde. In het kustgebied sluiten we co-vergisting uit. Nieuwvestiging van intensieve veehouderijen is in de gehele gemeente niet meer toegestaan. We stimuleren ontwikkelingen waarbij landbouw wordt gekoppeld aan toeristische functies. Voorbeelden zijn de Foodregio West-Zeeuws-Vlaanderen (samenwerking tussen restauranthouders, streekproducenten en agrariërs met voedsel als verbindend thema) en het integreren van landbouwfuncties in routestructuren. We houden de Ruimte-voor-Ruimte-regeling in stand om verpaupering van detonerende bedrijfsmatige (agrarische) bebouwing tegen te gaan. De bouw van nieuwe woningen in ruil voor de sloop van bedrijfsmatige (agrarische) bebouwing mag echter niet ten koste gaan van nieuwbouw in de kernen. (Zie 1.1.2 Wonen en bouw algemeen.) We stimuleren de realisatie van NED’s, rekening houdend met de verblijfsrecreatieparadox en de impact op het landschap. Bij uitbreidingsverzoeken van bestaande agrarische bedrijven leggen we nadrukkelijk de koppeling met leegstaande agrarische bedrijven. Herstructurering van de bestaande locaties heeft de voorkeur boven uitbreiding op nieuwe locaties.
We faciliteren een goede samenwerking op het gebied van inrichting van het buitengebied tussen alle betrokken partijen, waarbij zowel de aspecten natuur, water, recreatie en landbouw samenkomen. In samenwerking met overheden, natuurorganisaties en de agrarische sector werken we aan goed waterbeheer, waaronder waterberging. We stimuleren maatregelen tot natuurondersteuning en diervriendelijker ondernemen. Binnen de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt streven we naar eenvoudiger procedures.
Uitvoeringsparagraaf:
Het komen tot een goed waterbeheer in samenwerking met overheden, natuurorganisaties en de agrarische sector.
14
2.3 RECREATIE, TOERISME EN CULTUUR
2.3.1 VERBLIJFSRECREATIE Hoe willen we het bereiken?
Uitbreiding van terreinen voor verblijfsrecreatie is nadrukkelijk geen doel op zich, maar kan worden toegestaan wanneer er sprake is van een aantoonbare verbetering door die uitbreiding. Kwaliteit is leidend. We bewaken de authenticiteit van ons gebied door bij nieuwe ontwikkelingen bewust rekening te houden met het landschap. Hiertoe wordt een apart kader opgesteld. (Zie ook 1.2.2 Natuur en Landschap.) In het achterland bieden we meer ontwikkelmogelijkheden dan in het kustgebied. Dit wordt nader uitgewerkt in de kadernota Verblijfsrecreatieterreinen. De bestaande mogelijkheden voor kleinschalige kampeerterreinen blijven gehandhaafd. We onderzoeken de mogelijkheden tot verbreding van het Vereveningsfonds Recreatieontwikkeling, Dit zowel op het gebied van voeding van het fonds tot de inzet ervan. We leggen in bestemmingsplannen vast dat permanente bewoning op verblijfsrecreatieterreinen in principe niet is toegestaan (dit geldt niet voor de eigenaar en/of de beheerder). We bieden de drie bestaande landschapscampings in onze gemeente de mogelijkheid om een kwaliteitsslag te maken naar een reguliere camping. Hiervoor gelden uiteraard de bestaande regelingen ten aanzien van uitbreiding, kwaliteit, landschappelijke inpassing en verevening.
Om de eigenheid en authenticiteit van onze streek te bewaken, gaan we terughoudend om met extra bebouwing in met name ons kustgebied, conform de Zeeuwse Kustvisie. We faciliteren campertoerisme op bestaande kampeerterreinen; overnachting in campers is niet toestaan op parkeerterreinen. Het toetsingskader uit de Kustvisie hanteren bij nieuwe ontwikkelingen. Permanente bewoning op recreatieparken is niet toegestaan. Dit uitgangspunt wordt verder uitgewerkt in de kadernota Verblijfsrecreatie
Uitvoeringsparagraaf: Het opstellen van de kadernota Verblijfsrecreatieterreinen.
2.3.2 TOERISME Hoe willen we het bereiken?
We voeren het traject Trots op je regio uit. Dit met als doel het bewaken van de balans tussen toerist en inwoner, behoud van de rol van inwoners en ondernemers als ambassadeurs en gastheren- en vrouwen van de streek en het vergroten van het draagvlak voor (waardevol) toerisme onder inwoners. (Zie ook 2.1.4 Economische promotie) We bewerkstelligen spreiding van bezoekers over kust en achterland door de aantrekkelijkheid van het achterland te vergroten (inzet Zwinstreek) en door het ontwikkelen en faciliteren van hierbij passend aanbod (zie 2.1.4 Economische promotie). We bewerkstelligen behoud, en waar nodig verbetering en uitbreiding, van kwalitatief volwaardige recreatieve routes en optimalisering van beheer en onderhoud. Toeristische mobiliteit wordt onderdeel van onze samenhangende visie op mobiliteit (met daarin aandacht voor bereikbaarheid voor inwoner, verblijfs- én dagtoerist en vervoer op bestemming). We zetten in op spreiding van de druk op wegen en parkeergelegenheden door het faciliteren van alternatieve vervoersconcepten op bestemming (bijvoorbeeld een hop-on hop-off bus zoals genoemd in 1.3.3 Mobiliteit). We geven verder uitvoering aan het in 2016 vastgestelde strandbeleid en houden vast aan de daarin benoemde speerpunten, waarbij we inzetten op de instandhouding van de kwaliteitskust (waaronder het behoud van de Blauwe Vlaggen).
We voegen de Westerscheldekust toe aan het strandbeleid, waarbij behoud van kwaliteit en openheid leidend is en het toevoegen van bebouwing wordt uitgesloten.
15
We gaan met een brede vertegenwoordiging van de toeristische en aanverwante sectoren in gesprek over de besteding van de toeristenbelasting, zodat we een breed gedragen visie hierover kunnen opstellen. Door het opstellen van een visie op streekpromotie bewerkstelligen we eenduidige promotie en profilering van de streek. Daarbij dienen het gedachtegoed ‘waardevol toerisme’ en het gemeentelijk DNA als uitgangspunt. Zo kunnen we ook verder invulling aan de promotie van en het gastheerschap in de (Zwin)streek. We stimuleren innovatieve cross-overs tussen gezondheid en toerisme, door uitvoering te geven aan het Stimuleringsprogramma gezondheidstoerisme. We geven uitvoering aan de verdere ontwikkeling van de streek als foodregio, door het stimuleren en faciliteren van initiatieven. We bouwen de badstatus van Cadzand verder uit (als onderdeel van het Stimuleringsprogramma gezondheidstoerisme).
Uitvoeringsparagraaf: Uitvoering geven aan het traject Trots op je regio. Het in 2016 vastgestelde strandbeleid uitbreiden met een visie op het onderdeel Westerscheldekust. Opstellen van een visie met betrekking tot de besteding van de toeristenbelasting. Opstellen van een visie op streekpromotie. Uitvoering geven aan het Stimuleringsprogramma gezondheidstoerisme.
2.3.3 MUSEA EN ARCHEOLOGIE (CULTUUR) Hoe willen we het bereiken?
We nemen het initiatief tot oprichting van een georganiseerd overleg of platform cultuur en erfgoed. Daarbij komen alle instanties een paar keer per jaar samen en bespreken onderwerpen zoals afstemming van activiteiten, promotie, samenwerking (ook met toeristische sector) en financiering. Dit vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid. We gebruiken de erfgoedverhaallijnen van Erfgoed Zeeland en de cultuur-historische biografie van de gemeente Sluis als basis voor promotie van de streek (aantrekkelijkheid achterland). Voor behoud van beeldbepalend (materieel) erfgoed moeten we strategische keuzes maken, afhankelijk van de waardering van het object en in samenhang met andere erfgoedvormen. We maken materieel en immaterieel erfgoed meer zichtbaar en zetten het meer in. We zoeken actief naar een passende herbestemming van waardevol erfgoed dat dreigt te verdwijnen, aansluitend bij de oorspronkelijke functie. Erfgoed, zoals agrarisch erfgoed, kan ingezet worden als Nieuwe Economische Drager, op basis van maatwerk. We richten een ‘monumentenloket’ in bij de gemeente om eigenaren met vragen over regelgeving te ondersteunen.
Uitvoeringsparagraaf:
Het oprichten van een georganiseerd overleg cultuur en erfgoed. Het inrichten van een monumentenloket.
2.3.4 MEDIA Hoe willen we het bereiken?
We kiezen voor gedeeltelijke financiële ondersteuning op basis van nog vast te stellen prestatieafspraken met de lokale media. We kiezen voor gedeeltelijke financiële ondersteuning van de bibliotheek op basis van nog vast te stellen prestatieafspraken. Deze afspraken hebben tenminste betrekking op: kosten, wijze van informatievoorziening, projecten op het gebied van leesbevordering (zowel gericht op kinderen als op laaggeletterden), huisvesting (centrale locatie in relatie tot uitgiftepunten, wisselcollecties en/of bezorgservice in de kleine kernen) en samenwerking met kinderopvang,
16 onderwijs en overige partijen. Speerpunten daarbij zijn in ieder geval uitbreiding van het project Bibliotheek op School (bevordering leesplezier en mediawijsheid, gericht op kinderen in basisonderwijs en kinderopvang), uitbreiding van de maatschappelijke functie van de bibliotheek en de uitbouw van de samenwerking tussen de mediatheek van het Zwin College en de bibliotheek Oostburg.
Uitvoeringsparagraaf:
Komen tot prestatieafspraken met de lokale media en met de bibliotheek (eventueel voorafgegaan door een herziening van de bibliotheekvisie).
HOOFDSTUK 3: SOCIAAL DOMEIN 3.1 SAMENKRACHT
Hoe willen we het bereiken?
Het welzijnswerk in de gemeente brengt behoeften, signalen en vragen van inwoners van de kernen in beeld. Aldus komt het tot een preventieve aanpak om zo een sociaal vangnet te creëren voor groepen kwetsbare inwoners. Er wordt onder andere samengewerkt met stadsen dorpsraden, actieve inwoners, (dorps)verenigingen, (praktijkondersteuners van) huisartsen, woonzorgcentra en woningcorporatie Woongoed. Via het welzijnswerk ondersteunen we alle vormen van vrijwilligerswerk. De focus ligt hierbij op het georganiseerd vrijwilligerswerk, omdat er een toenemende vraag is naar informele hulp om aan de zorgvraag van onze inwoners te kunnen voldoen. Hiervoor gaan we actief vrijwilligers werven en nieuwe en bestaande vrijwilligers beter faciliteren. Maatschappelijk werk wordt uitgevoerd door gekwalificeerde professionals die individuele inwoners met een ondersteuningsbehoefte onafhankelijk ondersteunen. De maatschappelijk werker geeft informatie en advies, doet aan vraagverheldering en verleent psychosociale hulp. De maatschappelijk werker maakt gebruik van en verwijst door naar het georganiseerd vrijwilligerswerk en opbouwwerk en verwijst door naar zorg waar je een indicatie voor nodig hebt .
Het maatschappelijk werk is onderdeel van het netwerk voor integrale toegang tot zorg/de centra voor Zorg en Ondersteuning (alle zorgvragen op één plek) en de daarbij behorende preventie en het ombuigen van zorg (anders organiseren, om schaarse middelen en mensen optimaal te benutten). Ten aanzien van de mantelzorgondersteuning en –waardering zetten we in op de volgende acties: o Het clusteren van wonen, zorg en voorzieningen (zowel fysiek als inhoudelijk) en het stimuleren van (zorg)corporaties en sociale netwerken. (Zie 1.1.2 Wonen en bouw.) o Op grond van populatieonderzoek voldoende aanbod (capaciteit) inkopen om te kunnen voldoen aan de vraag naar respijtzorg/dagbesteding voor de verschillende doelen en doelgroepen. Daarbij aandacht voor de spreiding (in relatie tot de hierboven genoemde clustering). (Zie ook 3.3.3 Toekomstige Zorg.) o Mantelzorgondersteuning en –waardering vormgeven in samenspraak met aanbieders van dagbesteding, thuiszorg, huisartsen, zorgverzekeraar en welzijnsorganisatie Porthos Sluis.
Het aanbod bestaat onder andere uit: informatie en advies over ziektebeeld (onder andere verloop) en omgaan met ziekte via zorgaanbieders; informatie en advies over arbeidsrechtelijke vraagstukken (zoals zorgverlof), huisvesting, vervoer et cetera via gemeente; ontmoeting en lotgenotencontact via subsidie wijk- of kerkcentrum en/of via zorgaanbieders; indien netwerk onvoldoende mantelzorg kan bieden, organiseren van ondersteuning door vrijwilligers via sociaal makelaar (georganiseerd vrijwilligerswerk);
17 mantelzorgers attenderen op, informeren en adviseren over de mogelijkheden van respijtzorg. o We zetten een campagne op om meer aandacht te geven aan het thema mantelzorg en om het ondersteuningsaanbod breder en duidelijker te communiceren. Dit om dreigende overbelasting van de informele zorgverleners te voorkomen. o De gemeente Sluis zet stappen om het keurmerk mantelzorgvriendelijke werkgever te behalen. Daarnaast worden andere werkgevers gestimuleerd om mantelzorgvriendelijk te gaan werken. o We gaan verder met de samenwerking binnen het programma Toekomstige Zorg (West) Zeeuws-Vlaanderen en het stimuleren en bevorderen van samenwerking tussen partijen op het gebied van mantelzorgondersteuning. We zetten in op alle vormen van jeugd- en jongerenwerk, maar kijken kritisch naar de mate waarin we dat doen. Het jeugd- en jongerenwerk voeren we zoveel mogelijk uit in eigen beheer. Daarbij worden jongeren ondersteund in het vergroten van hun zelfredzaamheid en stimuleren we actief burgerschap. Jongeren hebben een rol in en/of stem bij zowel de inrichting van het jongerenwerk als de activiteitenprogramma’s en kunnen zelf zaken organiseren. We voeren geen beleid specifiek gericht op ouderen. Het gaat om maatwerk voor mensen die niet of niet zelfstandig kunnen participeren in de samenleving.
Een leeftijdsgrens is geen goede indicator voor de behoefte aan ondersteuning en begeleiding. Ook jongere mensen met bijvoorbeeld een fysieke beperking, niet aangeboren hersenletsel en/of jong dementerenden moeten een beroep kunnen doen op de gemeente. Het doelgroepenbeleid komt vooral terug in het Wmo- en het Volksgezondheidsbeleid en in het programma Toekomstige Zorg (West) Zeeuws-Vlaanderen. Het doelgroepenbeleid is vooral gericht op het langer zelfstandig kunnen wonen, het stimuleren van maatschappelijk participatie en mobiliteit en het bestrijden van (chronische) ziekte, armoede en eenzaamheid onder kwetsbare groepen.
3.1.2 SOCIAAL-CULTURELE ACCOMMODATIES Hoe willen we het bereiken?
We ondersteunen actief de concentratie van voorzieningen, zoals sportaccommodaties, basisscholen, culturele voorzieningen en zorgvoorzieningen in de (vijf) grotere kernen. Voor de overige kernen kan worden volstaan met een ontmoetingsruimte voor algemeen gebruik (dorpshuis), dat niet per definitie gevestigd hoeft te zijn in een gemeentelijke accommodatie. Vervoer van en naar de voorzieningen vinden we niet primair de verantwoordelijkheid van de gemeente, tenzij mensen hier redelijkerwijs niet zelf in kunnen voorzien. We investeren in “rendabele” voorzieningen en stoten voorzieningen af die niet aan dat criteria voldoen. Voor sociale ontmoeting gelden andere, lagere tarieven (omdat er geen sprake is van intensieve begeleiding door een zorgprofessional). Daarnaast geldt voor sociale ontmoeting – in tegenstelling tot dagbesteding – de eis dat dit voor een ieder vrij toegankelijk moet zijn. Specifiek voor sportaccommodaties geldt dat we streven naar goede sportaccommodaties in de 5 grootste kernen. Deze krijgen ook een functie voor omliggende kernen. Dit betekent niet automatisch een kwantitatieve dan wel een kwalitatieve opwaardering van de accommodaties maar een inventarisatie welke investeringen nodig zijn en welke besparingen mogelijk zijn. We evalueren het huidige Masterplan Voorzieningen, beoordelen alle bestaande exploitatieovereenkomsten en passen deze waar nodig aan.
Uitvoeringsparagraaf:
Opstellen van een onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen. Opstellen van een vervolgnotitie Masterplan Voorzieningen en strategisch eigendommenbeleid.
18
3.1.3 TOEGANKELIJKHEID Hoe willen we het bereiken?
De gemeente doet een onderzoek naar het toegankelijk maken van de eigen accommodaties en de openbare ruimte. Voor niet-gemeentelijke accommodaties en activiteiten stimuleren we de toegankelijkheid, door randvoorwaarden te stellen bij het verstrekken van een bouw- en/of evenementenvergunning.
Uitvoeringsparagraaf:
Onderzoek naar het toegankelijk maken van de eigen gemeentelijke accommodaties. Stellen van randvoorwaarden bij het verstrekken van een bouw- en/of evenementenvergunning.
3.1.4 CULTUURBEOEFENING EN –SUBSIDIES Hoe willen we het bereiken?
We gaan actief sturen op het aanbod aan gesubsidieerde activiteiten. Op grond van onze eigen prioriteiten en doelstellingen stellen we een subsidiebudget vast per doelstelling, doelgroep of beleidsterrein. o Hiertoe is het van belang dat we onze beleidsdoelen scherp formuleren en rangorde aanbrengen in de verschillende beleidsdoelen. Deze prioriteiten zijn zowel financieel als inhoudelijk. o We gaan de besteding van de subsidiegelden beter monitoren. o We zetten in op beter contact tussen subsidieverstrekker en subsidieontvanger over de te realiseren doelen.
Uitvoeringsparagraaf:
Opstellen van nieuw subsidiebeleid.
3.2 ONDERSTEUNING EN BEGELEIDING
3.2.1 TOEGANG TOT ZORG Hoe willen we het bereiken?
Om te zorgen dat we de juiste dingen op de juiste wijze doen, gaan we onze dienstverlening inrichten samen met inwoners en andere relevante partijen. Denk daarbij aan de participanten in het programma Toekomstige Zorg (West) Zeeuws-Vlaanderen. We gaan hierbij uit van leren in netwerken en flexibele (organisatie)vormen. Middelen zijn schaars en daarom doen we blijvend onderzoek naar de effectiviteit van de geleverde ondersteuning, met name als het gaat om complexe, duurdere zorg. We zetten in op efficiënte ondersteuning, waarbij we ook ‘buiten de lijntjes’ kleuren als dit zorgt voor het terugdringen van maatschappelijke kosten. We versterken proces- en casusregie.
Uitvoeringsparagraaf:
Het verder uitvoeren van het programma Toekomstige Zorg (West) Zeeuws-Vlaanderen.
3.2.2 INKOMENSREGELINGEN Hoe willen we het bereiken?
19
We continueren de door ons ingezette dienstverlening, met als uitgangspunt dat een aanvraag om een uitkering een aanvraag om werk is. Voor de omvangrijke groep mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt, maken we gebruik van de mogelijkheid om een verplichte tegenprestatie te vragen (voor hun uitkering). Aanvullend op het raadsbesluit van december 2019 om het ingezette armoedebeleid te bestendigen: o We onderzoeken de mogelijkheid om een sportfonds voor volwassen te realiseren (zodat ook mensen met een laag inkomen kunnen sporten). o Voor mensen die gebruik maken van een collectieve ziektekostenverzekering voor minima vergroten we de mogelijkheden om zelf hun pakket samen te stellen. o We intensiveren de samenwerking met onze partners in het programma Toekomstige Zorg en binnen de integrale zorgcentra, om meer ouderen te bereiken die leven op of onder het bestaansminimum (verborgen armoede). We communiceren gericht over onze minimaregelingen om het bereik te vergroten onder mensen die het echt nodig hebben. Hierbij denken we ook aan kwetsbare zzp’ers die we beter in beeld hebben door de uitvoering van de Tozo-regeling (compensatie van inkomensverlies door COVID-19).
Uitvoeringsparagraaf:
Uitvoeren communicatieplan minimaregelingen. Herijken beleidsregels tegenprestatie.
3.2.3 ARBEIDSPARTICIPATIE Hoe willen we het bereiken? Om mensen te ondersteunen richting een passende werkplek of een andere vorm van participatie: maken we aan de kop van het proces een grondige analyse van de kandidaat om een passend profiel (plan) te kunnen maken gericht op (beschut) werk, scholing of dagbesteding; werken we met alle gemeenten samen binnen de Zeeuwse arbeidsmarktregio. Via deze samenwerking genereren we extra middelen om toe te voegen aan ons schaarse budget; bundelen we in Zeeuws-Vlaanderen onze krachten en stroomlijnen de processen van werkgeversservicepunt en sociaal werkbedrijf Dethon. Hier leren mensen werknemersvaardigheden aan, worden getraind en gecoacht, zodat ze kunnen re-integreren op een voor hen passende plek. Daarnaast zorgen we waar nodig voor nazorg; krijgt elke inburgeraar een persoonlijk integratieplan (PIP), waarbij de eerste maanden in het teken staan van kennismaking met de nieuwe omgeving en een intensief taaltraject. De leerroutes binnen het nieuwe inburgeringsstelsel kopen we gezamenlijk in met de gemeenten Hulst en Terneuzen bij erkende taalaanbieders.
Uitvoeringsparagraaf:
Inkoop leerroutes nieuwe Wet inburgering. Opstellen verordening Inburgering.
3.2.4 BEGELEIDE PARTICIPATIE Hoe willen we het bereiken?
We geven uitvoering aan het transformatieplan Dethon, gericht op de doorstroom van medewerkers die ‘binnen’ werken naar de afdelingen groen en cleaning (schoonmaak bij andere organisaties). Daarnaast het realiseren van extra detacheringen bij reguliere werkgevers. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die extra begeleiding nodig hebben gaan we actief opsporen en toeleiden naar het UWV om een indicatie beschut werk te verkrijgen. Zodra de indicatie rond is, kunnen deze mensen een dienstverband bij Dethon krijgen. We zien arbeidsmatige dagbesteding als een algemene voorziening (toegankelijk zonder indicatie). We stellen de benodigde capaciteit, spreiding en variëteit (in doelgroep en soort
20 dagbesteding) vast aan de hand van een populatieonderzoek. De arbeidsmatige dagbesteding heeft bij voorkeur een maatschappelijke functie, zoals het faciliteren van een sociale ontmoetingsruimte, een maaltijdvoorziening of een was- en strijkservice. Arbeidsmatige dagbesteding op grond van de Wmo, Wlz (Wet langdurige zorg) en Participatiewet worden zoveel mogelijk gecombineerd. We benutten kansen over de domeinen heen (bijvoorbeeld geestelijke gezondheidszorg (GGZ), zorg en arbeidsmarkt).
Uitvoeringsparagraaf:
Uitvoeren transformatieplan Dethon. Projectmatige aanpak algemene voorziening dagbesteding.
3.2.5 ONDERWIJSONDERSTEUNING EN LEERLINGZAKEN Hoe willen we het bereiken?
De ondersteuning en begeleiding van leerlingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van scholen (onderwijs) en de gemeente (jeugdzorg). De kosten worden verdeeld op basis van de wettelijke verantwoordelijkheden. We houden het aanbod nog eens samen met het onderwijs en de kinderopvang tegen het licht, zodat het beter op de vraag aansluit en verschillende onderdelen beter op elkaar zijn afgestemd. In het kader van het onderwijsachterstandenbeleid subsidiëren we in de kinderopvang en het basisonderwijs ruimer dan alleen de bijdrage voor risicoleerlingen met een (mogelijke) taalachterstand, zodat deze partijen ook voor leerlingen met andere ontwikkelingsachterstanden en/of gedragsproblemen volgprogramma’s kunnen ontwikkelen en zorg kunnen dragen voor een warme overdracht van de kinderopvang naar het primair We beperken ons tot de wettelijke eisen ten aanzien van het leerlingenvervoer (en verruimen de mogelijkheden niet). Op grond hiervan kiezen we voor aanscherping van onze verordening en van contracten met vervoerders. We sturen ook op een striktere naleving hiervan. (We vragen het RBL om strenger te toetsen of een specifieke beperking reizen met openbaar vervoer daadwerkelijk onmogelijk maakt). Ook kijken we samen met het onderwijs hoe we het vervoer efficiënter kunnen inrichten. Dit betekent dat we het combineren van vervoersstromen gaan toestaan.
Een andere mogelijkheid is afspraken met het onderwijs over bijvoorbeeld naschoolse opvang op school, waardoor alle leerlingen op hetzelfde tijdstip opgehaald moeten worden. Hierdoor zijn op één dag nog maar twee ritten nodig zijn: heen en terug (en niet iedere leerling afzonderlijk). We maken afspraken met het onderwijs over de spreiding en bereikbaarheid van het primair onderwijs. De discussie over het scholierenvervoer nemen we hierin mee. Dit kan betekenen dat er één uniforme regeling komt voor het scholierenvervoer. Een andere mogelijkheid is dat we een budget aan het onderwijs geven om het vervoer van en naar school zelf (naar eigen inzicht) te organiseren. Ook het invoeren van veilige fietsroutes en/of netwerken van ouders met wie een kind kan meerijden zijn opties.
We bestrijden laaggeletterdheid door: o een kwalitatief educatief aanbod, gericht op het ontwikkelen van basisvaardigheden: taal, rekenen en digitale zelfredzaamheid; o het opstellen van een regionaal plan laaggeletterdheid 2020-2024 door deelname aan het Zeeuwse projectteam namens de regio Zeeuws-Vlaanderen; o voor de regio Zeeuws-Vlaanderen de regie te voeren op de inzet van de middelen voor laaggeletterdheid en volwasseneducatie en jaarlijks een subregionaal plan te maken met betrekking tot de inzet van de beschikbare middelen; o de regie op de aanpak van laaggeletterdheid te beleggen bij een Zeeuws-Vlaams kernteam, bestaande uit taalaanbieders, welzijnsorganisaties (inclusief Porthos), de bibliotheek en de stichting Lezen en Schrijven. We continueren de dienstverlening van het Regionaal Bureau Leerlingzaken (een samenwerking tussen de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen voor uitvoering van de leerplicht), waarbij o het bedrijfsplan wordt herzien; en