c regiopark Oostburg - versie 220225.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN REGIOPARK OOSTBURG Toelichting
Titel: Gemeente: Status: IMRO: Project: Datum: Opgesteld door: In opdracht van: Informatie mede afkomstig van:
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg Sluis Ontwerp NL.IMRO.1714.bpregiopark-ON01 18-193 25 februari 2022 Van Kerkhoff Maatwerk in RO Van Damme Recreatie Twigt-OM, Wieland Advies, Kragten
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 2
INHOUDSOPGAVE H1. Inleiding
5
H2. Plan
8
1.1 Voorgeschiedenis 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende planologische situatie 1.4 Opbouw
5 5 6 7
2.1 Historie 2.2 Bestaande situatie 2.3 Marktconcept 2.4 Hoofdopzet 2.5 Nader inzicht in de beoogde activiteiten 2.6 Zonering
8 8 10 11 13 16
3. Beleidskader
17
H4. Toetsing
24
H5. Juridische vormgeving
41
H6. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
44
Bijlagen bij de toelichting
45
3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 18 21
4.1 Archeologie 4.2 Cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Verkeer 4.6 Parkeren 4.7 Natuur: gebiedsbescherming 4.8 Natuur: soortenbescherming 4.9 Milieuzonering 4.10 Verkeerslawaai 4.11 Luchtkwaliteit 4.12 Externe veiligheid
24 25 26 27 28 30 32 34 35 37 38 39
5.1 Plansystematiek 5.2 Gehanteerde bestemmingen
41 42
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlage 1. Zoneringskaarten Bijlage 2. Verkennend bodemonderzoek Nieuwstraat (ongenummerd), Bijlage 3. Verkennend bodemonderzoek Euregiotuinen Bijlage 4. Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen Bijlage 5. Prognose aantal bezoekers Bijlage 6. Aeriusberekening Bijlage 7. Natuuronderzoek Bijlage 8. Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 9. Geluidberekeningen wegverkeerslawaai Bijlage 10. Notitie beantwoording inspraak- en overlegreacties voorontwerp bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’
44 44 46 47 48 49 52 53 54 55 56 60
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 3
Stampershoek
Oostburg
Golfbaan
Groote Gat
Naar Sluis-Knokke Figuur 1. Ligging plangebied (Pdok, 2020)
Figuur 2. Plangebied (Pdok, 2022)
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 4
H1. Inleiding 1.1 Voorgeschiedenis De aanleiding: Euregiotuinen De Euregiotuinen worden in het begin van deze eeuw net buiten de bebouwde kom van Oostburg aangelegd. Al bij de aanleg dienen de problemen zich aan. De bouw van het hoofdgebouw loopt vertraging op waardoor een Europese subsidie wordt gemist. De tuinen gaan niet open in het voorjaar van 2002 – zoals de bedoeling was – maar pas op 30 september 2003. De verwachte 100.000 bezoekers worden bij lange na niet gehaald. In 2004 gaat het complex al dicht vanwege faillissement van de eigenaar. De gemeente Sluis wordt eigenaar van het terrein en in de jaren erna zijn er verschillende plannen die allemaal een vroege dood sterven. Intussen verloedert het hoofdgebouw en groeien de tuinen ‘natuurlijk’ hetgeen zowel positieve als negatieve effecten heeft. Er staat daardoor een landschappelijk casco, maar wel één met achterstallig onderhoud. Het proces: van prijsvraag naar overeenkomst Medio 2017 schrijft de gemeente Sluis een prijsvraag uit en nodigt belangstellenden uit een bod te doen op de gronden met een plan voor de ontwikkeling van de gronden. De beste inschrijving op de prijsvraag wordt gedaan door Van Damme Recreatie. Inmiddels is een intentieovereenkomst gesloten tussen de gemeente Sluis en de initiatiefnemer.
In de intentieovereenkomst wordt ontwikkeling van een plan voorgestaan, bestaande uit dagrecreatie, horeca, programmering van culturele, muzikale, culinaire en sportieve evenementen, een broedplaats voor startups en partners voor het ontwikkelen van nieuwe producten (diensten), de realisatie van maximaal 20 verblijfseenheden, de ontwikkeling van één woningbouwkavel, maximaal 3 groepsverblijven, het organiseren van meerdaagse evenementen inclusief overnachtingsmogelijkheden voor meerdaagse evenementen, mogelijkheden om campers te laten overnachten. Uitgangspunt is dat in het plangebied nieuwe toegevoegde waarde gecreëerd wordt. Dat creëren is geen vanzelfsprekende weg over gebaande paden, waar alles van te voren vast te leggen is, maar veel meer een ontdekkingstocht. Een ontdekkingstocht op organische wijze, in samenhang met de omgeving, op een ecologisch en economisch verantwoorde wijze. Een groeimodel, samen met anderen. Dat betekent ook dat het park flexibel moet kunnen meebewegen op de snelle veranderingen die in de maatschappij in het algemeen en in de belevingseconomie in het bijzonder plaatsvinden. Niet alle onderdelen van het plan, zoals benoemd in de intentieovereenkomst, passen in het vigerende bestemmingsplan.
Derhalve wordt een nieuw bestemmingsplan in procedure gebracht, waarbij het plan zoveel mogelijk ruimte en flexibiliteit krijgt voor ontwikkeling, zonder de belangen van de direct omwonenden uit het oog te verliezen.
1.2 Plangebied
Het plangebied ligt aan de zuidwestzijde van de kern Oostburg en heeft een omvang van ruim 13 hectare. Het heeft een ontsluiting op de Nieuwstraat die een rechtstreekse verbinding vormt tussen het centrum van Oostburg en de N253, de provinciale weg die het westelijk deel van ZeeuwsVlaanderen ontsluit.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 5
Het plangebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Nieuwstraat. De percelen Nieuwstraat 83, 85 en 87 in de noordoostelijke punt zijn private eigendommen met vrijstaande woningen en behoren niet tot het plangebied. Aan de noordoostzijde vormt de Dierkensteenweg de plangrens. Aan de zuidoost- en zuidwestzijde vormt de hoofdwatergang van het waterschap de grens. Figuur 1 en 2 tonen de ligging en begrenzing van het plangebied.
Figuur 3. Vigerend bestemmingsplan (Pdok viewer, 2018)
1.3 Vigerende planologische situatie
In het plangebied is het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening, vastgesteld op 28 mei 2015, van kracht. Het gehele bestemmingsplan heeft de bestemming Recreatie met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-tuinbezichtiging’. Ter plaatse is uitsluitend een terrein voor de bezichtiging van tuinen met bijbehorende voorzieningen voor dienstverlening en beheer toegestaan. Ook parkeervoorzieningen zijn toegestaan. Centraal in het gebied ter plaatse van het hoofdgebouw is een ruim bouwvlak opgenomen (figuur 3). Op het plangebied rust verder de dubbelbestemming Waarde-Archeologie; deze dubbelbestemming is in het parapluplan archeologie verder aangescherpt (zie verder paragraaf 4.1). De omliggende gronden zijn voorzien van de bestemmingen Agrarisch (met één bouwvlak ten zuiden van het plangebied), Wonen, Verkeer en Bedrijventerrein (tot en met categorie 3.1). In dit bestemmingsplan blijft de bestemming Recreatie gehandhaafd, wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-tuinbezichtiging’ verwijderd en worden er specifieke regels opgesteld voor het gebruik en de bebouwing binnen de bestemming Recreatie. Verder wordt de dubbelbestemming Waarde-Archeologie uit het Parapluplan overgenomen.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 6
1.4 Opbouw
De toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het plan toegelicht. Vervolgens wordt het plan in hoofdstuk 3 getoetst aan het beleid en in hoofdstuk 4 aan alle aspecten van ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 5 wordt de wijze waarop het plan juridisch wordt verankerd, weergegeven met een beschrijving van verbeelding en regels. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aangetoond.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 7
H2. Plan 2.1 Historie
In figuur 4 is de ontwikkeling rond de locatie weergegeven, zoals die is af te lezen van oudere topografische kaarten. Daaruit blijkt dat de structuur vanaf 1865 min of meer onveranderd is. De Nieuwstraat en het verlengde daarvan was in die tijd het tracé van de stoomtram en de watergang aan de zuidoostkant die in het Groote Gat uitmondt, vormde ook toen al de begrenzing van een lange smalle strook. Daar waar de kern Oostburg in de periode tussen 1865 en nu gestaag doorgroeit, blijft de ontwikkeling rond het plangebied beperkt tot een aantal vrijstaande woningen. Pas in de jaren zestig is er ten noorden van het plangebied wat bedrijfsmatige ontwikkeling te zien. Die is pas na 2005 vervangen door een appartementengebouw en een kantoorgebouw. De bedrijven zijn naar de andere kant van de Nieuwstraat verplaatst. De ontwikkeling van Euregiotuinen is op de topografische kaart van 2005 duidelijk zichtbaar.
1865
1965
1935
2005
Figuur 4. Historische ontwikkeling (Topotijdreis, 2020)
2.2 Bestaande situatie
De omgeving van het plangebied kent verschillende dimensies. Ten noorden van het plangebied begint de kern van Oostburg met langs de Nieuwstraat vrijstaande woningen en aan de overkant van de Dierkensteenweg een kantoor, een appartementencomplex, een woonhuis en een oud lintje (Grotendam). Ten oosten en ten zuiden van het plangebied is het gebruik agrarisch met direct ten zuiden van de hoofdwatergang een strook volkstuinen en centraal ten zuiden van het park de huiskavel van een akkerbouwbedrijf. Aan de overzijde van de Nieuwstraat staan enkele vrijstaande woningen en wat verder naar achteren enkele bedrijfspanden. In figuur 5 is de situatie weergegeven. Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 8
Daaruit wordt ook duidelijk dat de hoofdwatergang die oorspronkelijk dwars door het plangebied van noord naar zuid liep, bij de ontwikkeling van de Euregiotuinen om het plangebied is gelegd.
Figuur 5. Bestaande situatie (Pdok, 2020)
Het plangebied zelf is opgezet als een sterk ingekaderd tuinencomplex met verschillende typen showtuinen. De inkadering van de tuinen is verwezenlijkt met een dubbele bomenrij. Midden in het tuinencomplex is een hoofdgebouw gerealiseerd. In figuur 6 is een beeld van de oorspronkelijke aanleg en een beeld van het hoofdgebouw ten tijde van oplevering opgenomen.
Figuur 6. Beeld van tuin en hoofdgebouw bij oplevering (bron: BN De Stem/Architectenweb)
Het hoofdgebouw staat in het verlengde van de hoofdentree aan de Nieuwstraat. Via een brede houten trap kunnen bezoekers op het gebouw naar boven wandelen en krijgen eenmaal daar een uitzicht over het plangebied en de omliggende polders. Tussen gebouw en hoofdentree is het terrein aan weerszijden met halfverharding ingericht ten behoeve van parkeren. Het pad naar de entree met aan weerszijden grote azobé balken brengt de bezoeker naar de ingang. Na de entree komt de bezoeker in een grote hal. Tussen deze hal en de voorgevel zijn over de hele voorzijde ruimtes voor sanitair, keuken en kantoor. Aan de zuidzijde van de hal staat centraal een hoge ronde kas.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 9
Het gebouw is ontworpen om veel verschillende functies in één ruimte mogelijk te maken, zoals horeca, expositieruimte, dienstverlening en detailhandel. Gebruikte materialen zijn houtwerk van onbehandeld lariks, grind, roodbruine vloertegels en glas. Deze natuurlijke materialen geven het geheel een informeel en tegelijkertijd warm uiterlijk. Het gebouw is drempelvrij en daarmee toegankelijk voor minder validen. Het gebouw verkeert in een desolate staat, omdat er al veel glas is gesneuveld en aan de binnenzijde vernielingen zijn aangericht. Tegelijkertijd staat de structuur van het gebouw en lijkt de bouwkundige kwaliteit nog ruim voldoende. Van de aangelegde tuinen is weinig tot niets meer over, maar de dubbele bomenrij heeft de tijd gehad om te groeien en vormt een sterk kader dat alleen onderhoud nodig heeft.
Figuur 7. Landschappelijke en ecologische kwaliteiten (Wieland/Van Kerkhoff Maatwerk, 2018)
Rondom heeft de natuur ook deels de gelegenheid gehad om te groeien. Het westelijk deel van het plangebied is als landbouwgrond in gebruik en kent nauwelijks ecologische waarde. Tussen de laanstructuur en de woningen aan de Nieuwstraat is een ruigte ontstaan met beperkte ecologische waarde. Aan de zuidzijde zijn de ecologische waarden hoger in de kleinere dichte beplantingszones en voor een deel aan de oever van het open water waar een kruidenrijk hooiland is ontstaan. Beschermenswaardig daarbij is één dichte beplantingszone, waar de Ransuil broedt. Ten slotte vertegenwoordigt de bomenrij langs de Nieuwstraat een belangrijke waarde, zowel landschappelijk als in het gebruik als vliegroute voor vogels en vleermuizen.
2.3 Marktconcept
Trends in toerisme en recreatie volgen elkaar in rap tempo op en voor bezoekers is het vanzelfsprekend dat aan zijn of haar verwachtingen moet worden voldaan. De verwachtingen van morgen zijn nog nauwelijks te duiden. De Corona-pandemie benadrukt dat nog eens. Deze ontwikkelingen vragen een nieuwe benadering voor de ontwikkeling van het toeristisch-recreatief product. Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 10
Een benadering: • waarbij authenticiteit de basis vormt voor de geloofwaardigheid van de beleving; • waarin met flexibele concepten het beste ingespeeld wordt op de korte levenscyclus van de trends; • waarbij organisch ontwikkelen op basis van circulaire principes en samenwerking in co-creatie, steeds belangrijker wordt. De kwaliteit van West Zeeuws-Vlaanderen wordt in belangrijke mate bepaald door de gouden rand van de kust. Maar ook het achterland speelt een belangrijke rol in de beleving van ZeeuwsVlaanderen. Juist hier zijn kansen voor de ontwikkeling van een park voor iedereen. Niet meer van het zelfde, maar gericht ingezet op nieuwe belevingen en activiteiten, aanvullend op het huidige regionale aanbod. Een park waar je kunt zien, luisteren, ruiken, proeven, beleven, genieten. Voor elk wat wils. Niet altijd alles, maar alles op zijn tijd. Ook als de weersomstandigheden eens wat minder zijn. Onderscheidend en aanvullend, op wat er al in de regio wordt geboden, biedt het park ruimte voor thematische fairs en kleine festivalactiviteiten. Denk aan muziek, kunst, culinaire en sportieve evenementen. Deels meerdaags met ruimte om te overnachten. Met daarbij ruimte voor creatieve en culinaire initiatieven van startups. Een afwisseling van drukkere en stillere tijden.
Plus een twintigtal kleinschalige, bijzondere vormen van verblijf, een drietal familieaccommodaties en ruimte voor campers. Gebruikers van deze accommodaties zullen soms bewust kiezen voor een drukkere periode tijdens een evenement en soms voor een stillere periode om van de omgeving te genieten. Het marktconcept is niet zozeer een helemaal uitgekristalliseerd plan, maar meer een ontwikkelingsperspectief, met concrete planonderdelen die op korte termijn worden gerealiseerd, maar ook met ideeën, die nader uitgedacht en uitgewerkt gaan worden, voor een deel ook samen met andere partners. Randvoorwaarde daarbij is een positieve exploitatie in elke fase van ontwikkeling.
2.4 Hoofdopzet
De landschappelijke hoofdopzet verandert niet in de beoogde situatie. De belangrijkste landschappelijke waarden blijven gehandhaafd en zo mogelijk versterkt. Het gaat daarbij om de dubbele bomenrij, de bomenrij langs de Nieuwstraat, het water aan de zuidzijde en de dichte beplanting waar de Ransuil broedt. Deze landschappelijke waarden worden in dit bestemmingsplan ook beschermd (figuur 8). Gebruik van het bestaande water om te zwemmen, wordt uitgesloten. De dubbele bomenrij vormt het kader voor de meer intensieve vormen van recreatie, zoals de initiatieven van startups en de horeca. Horeca is geconcentreerd in en rond het hoofdgebouw, waarbij de zone tussen het hoofdgebouw en het water als terras kan worden ingezet. Binnen het kader van de bomenrij die ook op meer dan 50 meter van de dichtstbijzijnde woningen ligt, is het mogelijk om bebouwing (onder meer voor startups) te realiseren. De exacte locaties zijn nog niet duidelijk en afhankelijk van de verschillende initiatieven. In de regels wordt voorkomen dat het gebied te veel bebouwd wordt en wordt ook de hoogte gereguleerd. Het bomenkader en de afstand zorgen er voor dat de omliggende woningen noch visueel noch qua milieu overlast ondervinden. Het parkeren vindt plaats direct bij de hoofdingang ter weerszijden van de toegang naar het hoofdgebouw. De parkeerplaats biedt ook ruimte voor campers.
De strook grond tussen de woningen Nieuwstraat 85 en 87 maakt in de toekomst geen deel uit van het park; ter plaatse kan een woning gebouwd worden. Hierdoor ontstaat een duidelijkere begrenzing van het park.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 11
Figuur 8. Te beschermen landschappelijke waarden (Van Kerkhoff Maatwerk, 2022)
De gronden in het zuidwesten die nu worden gebruikt voor landbouwkundige doeleinden worden ingezet als ruimte voor het verblijf van grote groepen en evenementen. Er is in de regio nu geen mogelijkheid voor verenigingen en grote groepen om een weekend weg te organiseren, omdat de verblijfsaccommodaties daar niet voor geëquipeerd zijn en de menging met reguliere gasten veelal als belastend wordt ervaren. Om die reden wordt op de gronden in het zuidwesten de mogelijkheid geboden voor groepskamperen. De 20 kleinschalige, bijzondere vormen van verblijf en de 3 familieaccommodaties kunnen elke 10 tot 15 jaar vernieuwd worden. Voorbeelden zijn weergegeven in figuur 9. Vernieuwing om de 10 tot 15 jaar kan ook betekenen dat de locatie in de loop van de tijd verandert. Om flexibel in te kunnen spelen op marktwensen en om innovaties een kans te geven, wordt in dit bestemmingsplan alleen geregeld, waar de verblijfsrecreatie en de familieaccommodaties niet gerealiseerd mogen worden. Verblijfsrecreatie is uitgesloten in een strook van 30 meter breed langs de noord- en oostrand van het gebied, in een zone van 100 meter rond het agrarisch bouwvlak ten zuiden van het terrein en op het parkeerterrein. Daarmee wordt voorkomen dat er conflicten ontstaan tussen de belangen van omwonenden en van de recreanten.
Figuur 9. Voorbeelden van verblijfsaccommodaties (Van Damme Recreatie, 2019)
Het totaal aantal verblijfsrecreatie-eenheden is gesteld op 30. Als er 20 kleinschalige, bijzondere vormen van verblijf en de 3 familieaccommodaties gerealiseerd zijn, kunnen er nog 7 Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 12
camperplaatsen in gebruik zijn. Als er (tijdelijk) minder vaste recreatie-eenheden zijn, kan het aantal camperplaatsen in die periode navenant groter zijn.
2.5 Nader inzicht in de beoogde activiteiten
Het Regiopark Oostburg wordt in zijn geheel als één inrichting in het kader van de Wet milieubeheer gezien. De omvang van deze inrichting is gelijk aan het plangebied met uitzondering van de locatie tussen Nieuwstraat 87 en 89 waar een nieuwe woning is geprojecteerd. Het effect van de inrichting op de omgeving dient bepaald te worden op de gevels van de nabijgelegen woningen en de beoogde woning. Voor de effectbepaling is het noodzakelijk een beeld te genereren van het aantal en het type mogelijk te organiseren activiteiten. Dat is lastig omdat het concept uitgaat van een organische ontwikkeling waarbij zo flexibel mogelijk kan worden ingespeeld op vragen en initiatieven uit maatschappij en ondernemers. Richtinggevend kader voor de activiteiten zijn het Activiteitenbesluit milieubeheer (rijksbesluit van 19 oktober 2007), de Nota evenementenbeleid gemeente Sluis 2016 en de nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’. Immers, alle activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen, hoeven niet apart als evenement geregeld te worden en met behulp van de Nota evenementenbeleid wordt zorg gedragen voor een gelijkwaardige behandeling ten opzichte van andere locaties in de gemeente Sluis. In figuur 10 zijn de programmaonderdelen voor het Regiopark zo concreet mogelijk benoemd, waaraan zo mogelijk een locatie op het terrein wordt gekoppeld en zo mogelijk een milieucategorie.
Milieucategorieën zijn gedefinieerd in de publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG-publicatie geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor bedrijfsactiviteiten in relatie tot het plaatselijke omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op de consequenties voor aangrenzende woningen en voor het Natura 2000gebied Groote Gat. Programmaonderdeel Initiatieven van start-ups Dagrecreatie Horeca Parkeerterrein Camperplaats Verblijf van grote groepen Beurs, markt, expositie, presentatie, debat, congres Wedstrijden Voorstelling, festival
Locatie op het terrein Gebouwen binnen kader dubbele bomenrij, pop-ups in tijdelijke gebouwen vrij, activiteiten vrij Gebouwen binnen kader dubbele bomenrij, activiteiten vrij Zone rond het hoofdgebouw Zone bij toegang Zone bij toegang Gronden in het zuidwesten Vrij, versterkt geluid alleen in hoofdgebouw
Vrij Bij versterkt geluid alleen in hoofdgebouw en in zone aan de zuidwestzijde Figuur 10. Programmaonderdelen relevant voor omgeving (Van Kerkhoff Maatwerk, 2020)
Milieucategorie
2
2 2 2 2 2 / 3.1 2 2 Nader te bepalen
Evenementen Om inzicht in de te organiseren activiteiten te verkrijgen, wordt gebruik gemaakt van de evenementenschijf (Respons, figuur 11). Hierin worden tien vormen van evenementen onderscheiden. Het beperkte aantal evenementenvormen vloeit voort uit de scheiding van inhoud en
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 13
de vorm van een evenement. Ter illustratie: de term ‘beurs’ zegt alleen iets over de vorm van een evenement, maar niets over de inhoud. De inhoud kan namelijk variëren van ICT tot tuin & interieur. De vormen zijn: 1. Beurs. Bedrijven uit één of meerdere sectoren exposeren met het doel te verkopen en/of informatie te verschaffen. Er zijn twee soorten beurzen: vakbeurzen waar zakelijke bezoekers komen en publieksbeurzen die zich richten op consumenten. 2. Markt. Deelnemende winkeliers, marktlui of particulieren in een kraam of stalletje verkopen hun ‘waar’. Tevens is er gelegenheid voor ambachtslieden en marktlui om demonstraties te geven. 3. Voorstelling/concert: Eén artiest of groep treedt op, al dan niet met een voorprogramma. 4. Tentoonstelling/expositie: Eén of meerdere personen of organisaties tonen objecten (bijvoorbeeld kunstwerken) voor een publiek. 5. Festival: Evenementenvorm met een aantal (tenminste twee) opeenvolgende programmaonderdelen, zoals voorstellingen/concerten, exposities of ambachten. 6. Parade: Een optocht van mensen, al dan niet in kostuums, maar ook in combinatie met o.a. vloten/boten, voertuigen, dieren en bloemen (corso). 7. Wedstrijd: Meerdere partijen trachten één of meerdere tegenstanders te overwinnen, of te bewijzen dat zij beter zijn in een discipline dan de andere partij of partijen.
Er zijn ter zake deskundigen in de vorm van een jury of scheidsrechters, die het verloop van de wedstrijd toetsen aan tevoren opgestelde regels. 8. Presentatie: Een mondelinge toelichting, bijvoorbeeld van de resultaten van een onderzoek, al dan niet met gebruik van audiovisuele ondersteuning. 9. Vergadering/debat: Meerdere mensen wisselen – meestal op een fysieke locatie – met elkaar van gedachten. 10. Congres: Evenementenvorm met een verzameling van andere vormen, zoals presentatie(s), vergadering(en) en debat(ten), veelal met een gemeenschappelijk thema of onderwerp.
Figuur 11. Evenementenschijf (Respons, 2019)
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 14
Deze vormen kunnen zich voordoen in de categorieën Sport, Kennis & Economie, Lifestyle en Kunst. In beginsel zijn alle vormen van evenementen met uitzondering van een parade denkbaar in het Regiopark Oostburg. Maar dat betekent niet dat er geen beperkingen zijn. De beperkingen bestaan niet zozeer uit vorm en inhoud, maar uit de belasting op de omgeving, vooral in termen van geluid en verkeersdruk. En het evenement moet passen bij het marktconcept van het Regiopark, gericht op vernieuwende toeristisch-recreatieve beleving. Evenementen worden in de Nota evenementenbeleid gemeente Sluis 2016 onderverdeeld in categorieën: kleinschalige, middelgrote en grote evenementen. Kleinschalige evenementen zijn meldingsplichtig, middelgrote en grote evenementen zijn vergunningplichtig. Dat wil dus zeggen dat er voor ieder evenement een melding- of vergunningplicht is, ongeacht de bestemmingsregeling. Een uitzondering hierop wordt gevormd door kleinschalige evenementen die passen binnen de bedrijfsinrichting, hiervoor hoeft geen melding ingediend te worden. Soort evenement Kleinschalig evenement
Belangrijkste aspecten Voorbeeld - Duurt maximaal één dag; Vliegerfestival. - heeft geen versterkte muziek na 21.00 uur; Wijk-of buurtbarbecue. - duurt tot uiterlijk 24.00 uur; Festival met foodtruck(s) en - heeft lokale uitstraling; springkussen. - er worden geen doorgaande wegen afgesloten; Samenzang. - vormt uit milieu- of natuurbeschermingsoogpunt geen Optreden koor. bezwaar. Middelgroot - Heeft een bovenlokale uitstraling; en/of Braderie op kernniveau. evenement - versterkte muziek in avond- en nachtperiode; en/of Kermis. - vergt nadere verkeersmaatregelen; en/of Circus. - enige hinder of overlast voor de omgeving, een en ander (Meerdaags) Muziekfestival. ter beoordeling van de burgemeester, en/of - vergt nadere aandacht politie of brandweer. Groot evenement - Heeft een (boven-)regionale uitstraling; en/of Meerdaags concert (concert at - zal naar verwachting extra hinder of overlast opleveren sea). voor omgeving, een en ander ter Rescue-dagen Vlissingen. beoordeling van de burgemeester; en/of - verwacht risico op aantasting openbare orde, eventueel gelet op ervaringen uit het verleden; en/of - inzet politie, brandweer of GHOR (= Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen) is noodzakelijk. Figuur 12. Voorbeelden en belangrijkste aspecten van evementen (gemeente Sluis, 2022)
Kleinschalige evenementen passen binnen de hoofdactiviteit van het park en zijn toegestaan. Grote evenementen zijn uitgesloten. Middelgrote evenementen zijn vergunningplichtig, zijn alleen toegestaan op het veld ten zuidwesten van het hoofdgebouw en worden gemaximeerd tot: • 10 dagen op jaarbasis; • 5 middelgrote evenementen per jaar; • 4 aaneengesloten dagen per middelgroot evenement; • eindtijden conform Nota evenementenbeleid gemeente Sluis 2016; • geluidbelasting conform nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’; Tijdens middelgrote evenementen kan tegelijkertijd maar op één locatie in het plangebied versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Groepskamperen De vele verblijfsmogelijkheden in de regio bieden geen ruimte voor kamperen voor specifieke doelgroepen, denk daarbij aan scoutinggroepen, schoolklassen, clubs en verenigingen (bijvoorbeeld Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 15
met oude auto’s, historische setting, goede doelen). Juist voor deze doelgroep kan kleinschalig en ondergeschikt aan de hoofdfunctie wel ruimte geboden worden op het open terrein ten zuidwesten van het hoofdgebouw (zelfde gebied als voor de middelgrote evenementen). Toegestaan zijn maximaal 50 plaatsen voor groepskamperen ten behoeve van maximaal 200 personen per keer in de periode van 15 maart tot en met 15 november. Groepen mogen maximaal 3 nachten overnachten zonder dat er bouwwerken voor recreatief nachtverblijf zijn toegestaan. Eventueel benodigde sanitaire voorzieningen mogen (permanent) gerealiseerd worden in de nabijheid van het bouwvlak, waarbij de maximale oppervlakte 150 vierkante meter, de maximale goothoogte 4 meter en de maximale bouwhoogte 8 meter bedraagt. Broedplaatsactiviteiten Onderdeel van het plan is de broedplaatsfunctie. Beoogd is ruimte te bieden aan kleinschalige bedrijven, veelal startups. Broedplaatsactiviteiten zijn gericht op het onderzoek naar en het testen van recreatieve concepten, waarin circulariteit een belangrijke rol speelt en/of het onderzoek naar en het testen van streekgebonden producten en diensten voor horeca en recreatie. Het gaat om kantoorachtige en eventueel ambachtelijke activiteiten op het gebied van (creatieve) ontwikkeling. De ruimte is gemaximeerd op 300 m² (voor bijvoorbeeld 3 of 5 broedplaatsen).
2.6 Zonering In bijlage 1 zijn zoneringskaarten opgenomen. Daarbij is voor elk onderdeel afzonderlijk weergegeven wat er wel of niet in een bepaalde zone is toegestaan. De kaartenreeks sluit af met een beeld waarin alle zoneringen over elkaar heen zijn gelegd. Achtereenvolgens zijn de volgende kaarten opgemaakt: 1. Begrenzing van het bestemmingsplangebied. 2. De bestaande padenstructuur in het plangebied. 3. Het parkeerterrein, waarbij onderscheid is gemaakt tussen het terrein aan weerszijden grenzend aan de hoofdentree met vaste plaatsen en een extra overloopterrein voor piekdrukte. De vaste parkeerplaatsen zijn ook geschikt voor camperplaatsen. 4. De kavel voor één woning met een eigen woonbestemming. 5. De zones in het plangebied waar geen bebouwing mogelijk is en geen activiteiten georganiseerd mogen worden met uitzondering van parkbezichtiging. Deze zones scheiden eventuele drukte van de woningen aan de Nieuwstraat. Verder is er een zone rond de broedplaats van de Ransuil gelegd. Het bestaande parkeerterrein die binnen de 30 meter van woningen ligt, blijft qua functie intact. 6. De zone van 100 meter rond het agrarisch bouwvlak waar geen bebouwing mogelijk is en geen verblijfsrecreatie is toegestaan. 7. Het bouwvlak waarbinnen alle vormen van bebouwing zijn toegestaan tot een maximum van 4.500 m².
De bebouwing van de verblijfsrecreatie-eenheden mag ook buiten het bouwvlak plaatsvinden. 8. De zone waarbinnen horeca is toegestaan. De omvang van de horeca is begrensd op 1.500 m² verkoopvloeroppervlak. 10% hiervan mag ook buiten de aangewezen zone, maar binnen het bouwvlak gesitueerd worden. 9. De zone waar groepskamperen is toegestaan. 10. De zone waar middelgrote (vergunningplichtige) evenementen (met versterkte muziek) plaatsvinden. 11. De zone waar broedplaatsactiviteiten zijn toegestaan, bestaande uit het bouwvlak en een zone tussen bouwvlak en Dierkenssteenweg.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 16
3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.
Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: • combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; • kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; • afwentelen wordt voorkomen. Onderhavig initiatief ziet toe op de invulling van een bestaand parkachtig gebied tot een park voor iedereen. Het initiatief wordt overgelaten aan gemeente en provincie en kan niet gezien worden als een ontwikkeling waarbij nationale belangen gemoeid zijn. De Nationale Omgevingsvisie heeft dan ook geen invloed op dit plan.
Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. Ingezet wordt onder meer op zuinig ruimtegebruik, de bescherming van kwetsbare gebieden en op bescherming van het land tegen overstromingen en wateroverlast. Het kabinet benoemt ruim 30 nationale ruimtelijke belangen en de instrumenten om die uit te voeren. Het plangebied maakt zelf geen deel uit van een gebied dat direct is aangewezen als nationaal ruimtelijk belang. Het rijksbeleid heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 17
Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Als de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is tevens een motivering nodig, waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Accommodaties voor recreatie worden in beginsel als een stedelijke ontwikkeling beschouwd. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens jurisprudentie alleen sprake in geval van enige schaal en maat. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij maximaal 11 woningen, bij een nieuw ruimtebeslag kleiner dan 500 m² of in geval van enkel een planologische functiewijziging. De realisatie van één woning is niet relevant. Als de schaal en maat van de nieuwe ontwikkeling ten opzichte van de bestaande mogelijkheden beschouwd worden, dan valt op dat de bestemming Recreatie is en blijft. Tegelijkertijd worden er binnen de bestemming Recreatie meer mogelijkheden geboden dan tuinbezichtiging en onderhoud. Het ruimtebeslag van de totale ontwikkeling verandert niet, maar de bouwmogelijkheden wel. In het vigerende bestemmingsplan is sprake van een bouwvlak van 1,5 hectare dat volledig bebouwd mag worden.
In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van een bouwvlak van 3 hectare dat 15% bebouwd mag worden. Daarnaast mag er buiten het bouwvlak maximaal 2.000 m² ontwikkeld worden voor verblijfsrecreatie, maximaal 300 m² voor broedplaatsactiviteiten en maximaal 150 m² voor een sanitairgebouw voor groepskamperen. Per saldo neemt de (theoretische) bouwmogelijkheid af van 15.000 m² naar 6.950 m², maar is wel flexibeler gesitueerd. Conclusie is dat de ladder voor duurzame verstedelijking in dit geval niet van toepassing is.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsplan Zeeland 2018 Het Omgevingsplan Zeeland 2018, vastgesteld op 21 september 2018, bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Het plan is integraal, maar ook compact. Het is voor het overgrote deel geen nieuw beleid, maar elementen uit de Kustvisie, Natuurvisie, energietransitie en klimaatadaptatie zijn toegevoegd. Vier grote strategische opgaven staan centraal, te weten Duurzame en concurrerende economie, Klimaatbestendige en neutrale samenleving, Waardevolle leefomgeving en Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving. Een wereldwijde en belangrijke maatschappelijke opgave is verduurzaming van wonen, recreatie en bedrijvigheid. Daarbij wordt de vraag gesteld hoe we de Zeeuwse (energie)productie, consumptie én levenswijze toekomstbestendig maken zodat people, planet én profit in waarde toenemen. In het plangebied wordt ruimte gecreëerd voor start-ups die de mogelijkheden van verduurzaming van het toeristisch-recreatieve product, één van de pijlers van de Zeeuwse economie, verkennen. Verder wordt nadrukkelijk de balans gezocht tussen duurzaam en concurrerend vanuit het initiatief enerzijds en klimaatbestendig en waardevol voor de leefomgeving anderzijds.
Omgevingsverordening Zeeland In de Provinciale Omgevingsverordening 2018 is het provinciale beleid vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Belangrijk onderscheid is er gemaakt tussen het bestaand stedelijk gebied en het landelijk gebied. Het plangebied is conform het provinciaal beleid gelegen in het bestaand stedelijk gebied (figuur 13). Binnen het bestaand stedelijk gebied hebben gemeenten grote vrijheid van handelen. Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 18
Figuur 13. Ligging in bestaand stedelijk gebied (Atlas van Zeeland, 2019)
In hoofdstuk 2 van de Provinciale Omgevingsverordening zijn alleen de artikel 2.7 (Wonen), afdeling 5 (Verblijfsrecreatie), artikel 2.17 (bufferzone) en artikel 2.27 (afwegingszone natuurgebieden) van toepassing. In hoofdstuk 3 is afdeling 3 (voorkomen en beperken van geluidhinder) mogelijkerwijs van toepassing. Artikel 2.7 stelt: “In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin een nieuwe kleinschalige woningbouwlocatie in het landelijk gebied wordt toegelaten wordt aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de in bijlage C bedoelde voorwaarden.” Er wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt, maar deze ligt in het bestaand stedelijk gebied, zodat dit artikel niet van toepassing is. Artikel 2.11 stelt: “In een bestemmingsplan wordt een nieuw verblijfsrecreatieterrein of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein uitsluitend toegelaten in bestaand stedelijk gebied en met inachtneming van de overige bepalingen van deze verordening. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aannemelijk gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage D onder 3 opgenomen uitgangspunten.” Er worden maximaal 20 verblijfsrecreatie-eenheden en 3 groepsaccommodaties mogelijk gemaakt, maar die liggen in bestaand stedelijk gebied. De relevante overige bepaling in de verordening staat in artikel 2.13.
Artikel 2.13 stelt: “In een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor een nieuw verblijfsrecreatieterrein of de uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein worden regels gesteld ter voorkoming van permanente bewoning. Tevens worden regels gesteld waarmee wordt verzekerd dat standplaatsen of bouwwerken die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf worden verhuurd in de vorm van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. …” En verder onder lid 4: “In de toelichting bij een bestemmingsplan voor een nieuw verblijfsrecreatieterrein of de uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein … wordt aannemelijk gemaakt dat duurzaam beheer en onderhoud van het terrein is geborgd.” In de regels van dit bestemmingsplan is permanent wonen, behoudens ter plaatse van de ene woonbestemming, expliciet uitgesloten. De te ontwikkelen recreatieve nachtverblijven zijn onderdeel van het Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 19
marktconcept voor het gehele Regiopark en worden niet verkocht of uitgepond. De exploitatie vindt plaats door Van Damme Recreatie, een erkend familiebedrijf dat haar sporen in de exploitatie van campings en andere verblijfsaccommodaties ruimschoots heet verdiend. Het beheer en onderhoud van het Regiopark blijft ook in één hand. Bedrijfsmatige exploitatie en duurzaam beheer en onderhoud zijn ook vastgelegd in de regels. Conform bijlage D dient voldaan te worden aan de volgende uitgangspunten: B. Economische haalbaarheid: Ontwikkelingen zijn aantoonbaar economisch uitvoerbaar, vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair bouwen. D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving.
Het regiopark Oostburg wordt ontwikkeld door een erkende partij die gefaseerd investeert en nadrukkelijk op basis van een businessplan waarin elke fase een positieve exploitatie voor de korte én voor de lange termijn kent. Het concept vormt een aanvulling op het gehele pakket aan recreatie in West Zeeuws-Vlaanderen, omdat er geen plekken zijn waar je met grotere groepen voor een korte periode kunt verblijven, de behoefte aan goede opstelmogelijkheden voor campers groeit en er geen plekken zijn waar creatieve ontwerpers met pop-ups de recreatiemarkt kunnen verkennen. Circulair staat daarbij als nadrukkelijk vertrekpunt. Er wordt een impuls gegeven aan een plek die reeds voor recreatie ontwikkeld is. Een impuls die ook nog eens leidt tot werkgelegenheid. Er wordt daarmee voldaan aan de regels van de Omgevingsverordening op het gebied van verblijfsrecreatie.
Artikel 2.17 stelt: “In een bestemmingsplan waarin voor de eerste maal woon- of verblijfsrecreatieve bestemmingen worden aangewezen worden nieuwe woon- of verblijfsrecreatieve functies niet toegelaten binnen een afstand van 100 meter tot buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde gronden waarop agrarische gebouwen anders dan kassen zijn toegelaten.” De afstand tot het bestaande bouwvlak ten zuiden van het plangebied wordt in acht genomen door in het bestemmingsplan de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie uitgesloten - verblijfsrecreatieeenheden’ in die zone op te nemen en in de regels verblijfsrecreatie ter plaatse uit te sluiten. Artikel 2.27 stelt: “In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden, …. wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt.” Het natuurgebied Groote Gat ligt op 95 meter van de punt van het plangebied.
Omdat een strook van 10 meter aan de oostrand wordt gevrijwaard van verblijfsrecreatie en dagrecreatie, anders dan de bestaande mogelijkheden, worden er geen nieuwe regels gegeven voor gronden binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden. In hoofdstuk 3 is conform artikel 3.18 het Groote Gat aangewezen als milieubeschermingsgebied. In artikel 3.24 lid 1 wordt onderscheid gemaakt in milieubeschermingsgebieden ter bescherming van de omgevingskwaliteit rust en stilte. Het Groote Gat valt daarbij onder punt c, te weten gebieden waarvoor een richtwaarde geldt van maximaal 48 dB(A). Artikel 3.19 stelt: “Ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten in een gebied dat in artikel 3.18 is aangewezen, geluid wordt voortgebracht in zodanige mate dat de heersende natuurlijke rust in dat gebied kennelijk is of wordt verstoord, is verplicht dergelijk handelen achterweg te laten- behoudens Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 20
voor zover dat ingevolge deze verordening nadrukkelijk is toegestaan- dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die schade te voorkomen, dan wel indien die schade zich voordoet, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.” In het plangebied kan ten behoeve van evenementen gebruik worden gemaakt van versterkt geluid (bijvoorbeeld luidsprekers). Het maximale niveau wordt niet alleen getoetst op basis van het geluid op de gevels van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouwen, maar ook op de dichtstbijzijnde grens van het Groote Gat (48 dB(A)). Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht uit de Provinciale Omgevingsverordening.
3.3 Gemeentelijk beleid Krachtig verbonden 2021 Het Visiedocument Krachtig Verbonden 2021 is een visie op hoofdlijnen waarmee de gemeente Sluis de koers bepaalt ten aanzien van het ruimtelijk-economisch en sociaal-maatschappelijk beleid. Het document vormt een “Structuurvisie” zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De hoofdlijnen van het ruimtelijk-economisch en sociaal-maatschappelijk beleid worden vastgelegd, geven richting en vormen het uitgangspunt en de basis voor verdere uitwerking in deelvisies, bestemmingsplannen en projecten. Om de ontwikkelingslijnen voor dit visiedocument tot stand te brengen binnen de gemeente Sluis zijn integrale afwegingen gemaakt. Enerzijds is de vorige visie Krachtig Verbonden geëvalueerd, zijn de uitgangspunten uit het coalitieakkoord 2019-2022 in beeld gebracht en zijn de ontwikkelingen die op ons af komen geïnventariseerd. Naast de ruimtelijke structuurvisie, de woonvisie, het Wmobeleidsplan (maatschappelijke ondersteuning) en het gebiedsplan ‘Natuurlijk Vitaal’ zijn de uitgangspunten uit de Zeeuwse Kustvisie, de ambities in het kader van de Toekomstige Zorg en het Aanvalsplan Wonen in het document verwerkt. De voor de beoogde ontwikkeling relevante onderdelen passeren onderstaand de revue. Duurzaamheid en energietransitie: wat willen we bereiken? • •
•
Het belang van duurzaamheid staat meer centraal bij onze beleidsvoornemens. Duurzaamheid dient een plaats te krijgen binnen alle beleidsterreinen. We zetten in, waar mogelijk, op besparing van energie. We besparen enerzijds als gemeentelijke organisatie en anderzijds wijzen we burgers en bedrijven op het belang van energiebesparing. Energiebesparing is de eerste stap in de energietransitie. Alles wat bespaard wordt, moet immers niet opgewekt worden. Een groter bewustzijn onder burgers over wat de energietransitie inhoudt en wat hun rol, mogelijkheden en uitdagingen daarbij zijn. Burgers die aan de slag willen met de energietransitie willen we stimuleren en mogelijkheden bieden. Ook willen we dat zij goed op de hoogte zijn van alle (on)mogelijkheden.
De te bouwen recreatie-eenheden en woning voldoen aan de eisen vanuit het energiebeleid: gasloos en zoveel mogelijk energieneutraal. Natuur en landschap: wat willen we bereiken? • • •
Een gebied waar de gevolgen van klimaatverandering zo goed mogelijk opgevangen worden binnen het landschap en waar de overlast minimaal is. Een bijdrage leveren aan de instandhouding en versterking van de biodiversiteit, daar waar de gemeente hierop rechtstreeks invloed kan uitoefenen. Daar waar de gemeente indirect een bijdrage kan leveren, vervult ze een faciliterende rol. Behoud en versterking van het karakteristieke landschap waarbij een natuurlijk evenwicht zal zijn tussen de mogelijkheden voor activiteiten in het buitengebied en de specifieke kernkwaliteiten. Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 21
Een gebied dat reeds is ingericht als park en voorbestemd was voor dagrecreatie wordt nieuw leven ingeblazen. Bestaande landschappelijke en ecologische waarden worden daarbij zoveel mogelijk geïncorporeerd. Verkeer en vervoer: wat willen we bereiken? • • •
Een breed gedragen wegencategorisering en een netwerk van de belangrijkste fietsroutes die aan de eisen voor e-bikes en speed pedelecs voldoen. Goede verbindingen met de vijf hoofdkernen van de gemeente Sluis en/of met andere concentraties van voorzieningen in de omgeving (Knokke, Brugge, Vlissingen, Terneuzen et cetera). De juiste parkeerder op de juiste plaats.
Het Regiopark is via de rondweg rond Oostburg direct te bereiken, zonder dat er verkeer in de kern hoeft te zijn. Het wegennet is reeds voorbereid op een grotere verkeersintensiteit als gevolg van het Regiopark. Parkeren vindt volledig op eigen terrein plaats. Hiervoor is parkeercapaciteit direct bij de toegang aanwezig. Recreatie, toerisme en cultuur: wat willen we bereiken? • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Een kwalitatief hoogwaardig, duurzaam en divers verblijfsproduct, waarbij ingespeeld wordt op de trends en ontwikkelingen bij de gast. Een gevarieerd toeristisch-recreatief product, waarbij gebruik gemaakt wordt van zowel de kust als het achterland. Een aanbod van recreatieve overnachtingsmogelijkheden dat aansluit bij de vraag; kwaliteit is hierbij leidend in plaats van kwantiteit. Stimuleren van innovatief ondernemerschap. Het bewaken van een divers maar ook evenwichtig aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen. Creëren van ontwikkelruimte voor ondernemers met behoud van kwaliteit van de omgeving maar waarbij terughoudend wordt omgegaan met extra bebouwing. Inspelen op het groeiende campertoerisme. 'Waardevol toerisme': balans tussen economische ontwikkeling en maatschappelijke impact, met kwaliteit als uitgangspunt. Daarbij is er evenwicht tussen inwoners (leefbaarheid), bezoekers (aantrekkelijke bestemming), ondernemers (economische ontwikkeling) en omgeving (natuurlijk en open landschap). De transformatie van 'meer' naar 'beter', in het belang van onze inwoners, toeristische bedrijven en bezoekers (kwaliteitsverbetering, groei is geen doel op zich). Meer draagkracht voor toerisme in de streek onder inwoners, door inzichtelijk te maken wat de lusten een lasten zijn van toerisme, en hierin een evenwichtige balans nastreven en behouden.
Inwoners van de gemeente als trotse ambassadeurs van de streek en ondernemers als trotse gastheren en -vrouwen van de streek. Bezoekers voelen zich een welkom onderdeel van de lokale gemeenschap en keren terug naar huis met een verlangen om opnieuw een bezoek te brengen aan de streek (herhaalbezoek) en ook anderen hierover te vertellen (ambassadeurschap). Spreiding van toerisme zowel in tijd (seizoensverlenging) als in ruimte (profilering van het achterland). Kwalitatief volwaardige routes over land (voor fietsers, mountainbikers, wandelaars, hardlopers en ruiters) en over water (kanoroutes). Vermindering van de druk op wegen en parkeergelegenheden. Opleidingsaanbod dat aansluit bij de vraag naar gekwalificeerd personeel in de toeristische sector. Een breed gedragen visie op de besteding van de toeristenbelasting waarbij bestaande onderzoeken leidend zijn.
Eenduidige promotie en profilering van de streek op basis van de volgende speerpunten: gezondheidstoerisme (badstatus, wellness, wellbeing en vitaliteit), foodregio (gezonde voeding, streekproducten, korte keten van agrariër tot consument), aantrekkelijke recreatieve routes (wandel-, fiets-, mountainbike-, ruiter- en kanoroutes), kwaliteitsvolle en veilige stranden (schoon, breed, toegankelijk en met een open karakter) en verborgen parels in ons achterland (Zwinstreek, de grens, weids en open polderlandschap, musea, cultureel erfgoed, historische en bruisende kernen met elk hun eigen DNA).
Het Regiopark biedt niet zozeer een uitbreiding van een recreatieterrein maar een concept, primair gericht op dagrecreatie, waarin het ook mogelijk is in bijzondere gebouwtypen te overnachten. Ook is er een verblijfsmogelijkheid voor groepen en tijdens evenementen. Er worden derhalve
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 22
verblijfsrecreatiemogelijkheden geboden die elders niet mogelijk zijn en er wordt een terrein dat daar al voor ontwikkeld is, ingezet voor dagrecreatie. Dagrecreatie is een welkome aanvulling in het pakket, waardoor toeristen langer in de streek blijven. Wonen In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet. Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief past in het gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 23
H4. Toetsing 4.1 Archeologie Beleid Op grond van de Erfgoedwet mag de gemeente haar eigen beleidsinhoudelijke en financiële afwegingen maken. Voorwaarde is dat het selectie- en vrijstellingsbeleid archeologisch-inhoudelijk is onderbouwd en bestuurlijk is vastgesteld. Daarenboven dient op grond van Bro art. 3.1.6 sub 2a de toelichting (van het bestemmingsplan) ‘’een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” te bevatten. De gemeenteraad van Sluis heeft in 2017 de eerste herziening van de Beleidsnota Archeologie vastgesteld met daarin een archeologische beleidskaart. Deze is vertaald in het Parapluplan Archeologie, dat op 29 januari 2019 is vastgesteld.
Figuur 14. Dubbelbestemmingen Waarde Archeologie in het Parapluplan Archeologie (www.ruimtelijkeplannen.nl)
De archeologische waarde van het plangebied Het plangebied (figuur 14) valt voor het grootste deel onder ‘Waarde Archeologie 2’, waarbij een vrijstelling van de onderzoeksplicht geldt voor ingrepen dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld tot een oppervlakte van 500 m². Een paar kleinere delen vallen onder ‘Waarde Archeologie 1a’, waarbij een vrijstelling van de onderzoeksplicht geldt voor ingrepen dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld tot een oppervlakte van 50 m². Op een kleine zone is geen dubbelbestemming ‘Waarde
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 24
Archeologie’ van toepassing. De dubbelbestemmingen worden in dit bestemmingsplan overgenomen. Conclusie Vooralsnog is er geen reden om archeologisch onderzoek uit te voeren, omdat er geen concrete bouwplannen zijn. Voor de bouw van de verblijfsrecreatie-eenheden is het maar de vraag of er ingrepen nodig zijn, dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld. Voor de groepsaccommodaties en voor de meer intensieve vormen van recreatie, zoals de initiatieven van startups en de horeca, zullen de exacte locaties eerst bepaald worden; vervolgens komt bij de omgevingsvergunningsaanvraag de vraag aan de orde of er archeologisch onderzoek nodig is.
4.2 Cultuurhistorie Beleid Vanaf 1 januari 2012 is sprake van de Modernisering Monumentenwet (MoMo) en dient cultuurhistorie meegewogen te worden tijdens nieuwe ontwikkelingen. Belangrijke doelen van de Modernisering van de Monumentenzorg zijn het stimuleren en ondersteunen van gebiedsgericht werken, het belang van cultuurhistorie laten meewegen in de ruimtelijke ordening, het formuleren van een visie op erfgoed en het verminderen van de administratieve lastendruk. De modernisering is gestoeld op drie pijlers: • Pijler 1: Cultuurhistorische belangen meewegen in ruimtelijke ordening. Hierbij vindt een verschuiving plaats van objectgerichte bescherming naar een gebiedsgerichte aanpak. De omgeving van het monument gaat een belangrijker rol spelen. • Pijler 2: Krachtiger en eenvoudiger regelgeving. Minder, kortere en eenvoudiger procedures, afstand tussen expert en leek kleiner, meer vrijheid en keuzemogelijkheden voor monumenteneigenaren. • Pijler 3: Bevorderen van herbestemmingen. Het toekennen van een andere bestemming kan bijdragen aan het behoud van historische gebouwen en terreinen. In 2013 heeft de gemeente Sluis de Erfgoedvisie vastgesteld. De betekenis van het cultuurhistorisch erfgoed voor de gemeente Sluis is samen te vatten in de volgende statements: 1. Mensen hechten veel waarde aan het behoud van cultuurhistorisch erfgoed. 2.
De aanwezigheid van cultuurhistorisch erfgoed draagt in positieve zin bij aan de vestigingsfactor. 3. Cultuurhistorisch erfgoed is van groot belang voor het toerisme en toerisme is de motor van de lokale economie. 4. Monumenten en andere objecten van het cultuurhistorisch erfgoed zijn overblijfselen uit het verleden en tonen iets van de cultuur van vorige generaties. 5. Het bodemarchief vormt voor het grootste deel van ons verleden de enige bron van geschiedschrijving. 6. Historische landschapsstructuren en -elementen zijn de zichtbare overblijfselen van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. De cultuurhistorische waarde van het plangebied Om een inzicht te krijgen in de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen een plangebied heeft de provincie de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) opgesteld. Uit de CHS (figuur 15) kunnen in en om het plangebied de volgende cultuurhistorische relevante aanwijzingen worden gehaald: • Op grond van de kadastrale kaart van 1832 blijkt dat er geen bebouwing in het plangebied aanwezig was, op het agrarisch bedrijf ten zuiden van het plangebied wel (rode vlakken);
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 25
• • • •
Het restant van de Boomkreek (blauwe lijn); deze is in het kader van de planontwikkeling voor de Euregiotuinen reeds omgelegd; De dijk met de dijkbeplanting ten zuiden van het plangebied (groene lijn langs de watergang); deze ligt buiten het plangebied en blijft gehandhaafd; De afgegraven dijk ter plaatse van de Dierkensteenweg (lichtgroene lijn); deze ligt buiten het plangebied en de lijn blijft gehandhaafd; In het kader van de inventarisatie historische boerderijen zijn de boerderij ten zuiden van het plangebied, de woning nabij de ingang van het plangebied beoordeeld (groene stippen); deze liggen buiten het plangebied en worden niet geraakt door het plan.
Figuur 15. Cultuurhistorische Hoofdstructuur (Provincie Zeeland, 2020)
Conclusie Alle nog bestaande cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren blijven intact. Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.3 Bodem Beleid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het gemeentelijk bodemkwaliteitsbeleid volgt de kaderwet Wet bodembescherming en daaruit voortvloeiende regelgeving. Uitgangspunten zijn dat de bodem duurzaam geschikt moet zijn voor de beoogde functie en dat de bodemkwaliteit zeker niet mag verslechteren. Ook verontreinigingen in stabiele eindsituaties worden niet vanzelfsprekend geaccepteerd. Bij functiewijzigingen wordt daarom getoetst of de bodemkwaliteit voldoende is voor de nieuwe functie.
Bestemmingsplan Regiopark Oostburg - Toelichting - 26
De bodemkwaliteit van het plangebied Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Sluis valt het plangebied in de zone “Buitengebied en naoorlogse woonwijken” (<Achtergrondwaarde), hetgeen duidt op een relatief kleine kans op verontreiniging. Er zijn in het verleden twee verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd. Het eerste bodemonderzoek dateert van 1998 en er hebben boringen plaatsgevonden ter plaatse van het huidige hoofdgebouw en ter plaatse van de zone tussen de woningen Nieuwstraat 87 en Nieuwstraat 89, waar nu een nieuwe woning is geprojecteerd. Het tweede bodemonderzoek dateert van 2006 en heeft betrekking op vrijwel het gehele plangebied (10 hectare). In beide onderzoeken is uitgegaan van de hypothese dat het plangebied niet verdacht is voor bodemverontreinigingen. In beide onderzoeken wordt deze hypothese bevestigd. De onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 2 en 3 bij deze toelichting. De resultaten van de onderzoeken geven geen aanleiding voor verder onderzoek in relatie tot het voorgenomen gebruik. Conclusie Er is geen sprake van een voor bodem essentiële functiewijziging. Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken laten geen ernstige verontreinigingen zien. Bodem vorm geen belemmering voor het bestemmingsplan.