CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

c. Nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan camping International.docx

Raad 23 juni 2022, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan camping International18.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

18

gebruikt. 8. Destijds is een verhoging van 103 dB(A) naar 105 dB(A) voor de kinderboerderij doorgevoerd. Tegelijkertijd is een deel van het perceel (de uiterste noordoosthoek) aangemerkt als deelgebied waar na 19:00 uur geen gebruik meer mag worden gemaakt van speelvoorzieningen. Deze combinatie van aanpassingen zorgde ervoor dat aan de normen werd voldaan. Ook in het huidige rekenmodel zijn deze uitgangspunten gehanteerd en blijkt dat de geluidsbelasting aanvaardbaar is. 9. De immissiehoogte in de tuin en de begane grond van de woning bedragen 1,5 m. Voor de verdieping is 4,5 m als immissiehoogte aangehouden. Dit komt overeen met de eerder uitgevoerde akoestisch onderzoeken. Deze gegevens zullen aan de bijlage bij het akoestisch onderzoek worden toegevoegd. De geluidsberekeningen zijn uitgevoerd volgens methode II.8 van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. De windrichting en windsnelheid worden in het rekenprogramma Geomilieu conform de Handleiding gehanteerd. De meteocorrectie is toegepast op basis van de geldende formules uit de HMRI 1999 en het rekenprogramma berekent de waarde voor de meteocorrectie automatisch. Het is niet zo dat hierin handmatig een andere correctie is verwerkt. 10. Door de grondwal vindt een afscherming van het geluid plaats. De geluidsreductie door de wal is op een lagere beoordelingshoogte en dichter achter de wal het grootst.

Op grotere afstand en op grotere hoogte is het geluidsreducerend effect van de geluidswal minder. Uit de berekeningen volgt dat de hoogste geluidswaarden op de verdiepingen nog altijd voldoen aan de normen. Dat betekent ook dat in de tuinen en op de begane grond sprake is van een lager geluidsniveau en ruimer aan de normen wordt voldaan. 11. De specificatie van de rekenresultaten in de avondperiode zijn abusievelijk niet opgenomen in bijlage 3 van de toelichting. Het eindresultaat zoals vermeld in de rapportage van het akoestisch onderzoek worden door de specificatie bevestigd. De specificatie wordt alsnog toegevoegd. De reden dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voor de avond lager zijn is omdat de activiteiten gedurende 2 uur van de 4 uur durende avondperiode plaatsvinden in vergelijking tot 11 uur in de 12 uur durende dagperiode. De bedrijfsduurcorrectie is in de avondperiode daarom hoger. De reden dat het maximale geluidsniveau voor de avondperiode lager is dan voor de dagperiode is dat een deel van het terrein in die periode wordt afgesloten. Het stemgeluid van kinderen op dat deel van het terrein is hiervoor maatgevend. 12. In de toelichting zal worden aangegeven dat de bestemming voor Pierewiet op onderdelen afwijkt van de oorspronkelijke bestemming. Hiervóór is aangegeven dat uitsluitend een kinderzwembad is toegestaan.

Voor een kinderzwembad bij Pierewiet wordt voorgeschreven dat de afstand tot woningen van derden in de omgeving minimaal 50 m moet bedragen. 13. De genoemde hoogte van 0 m betreft niet de hoogte van het maaiveld ten opzichte van NAP, maar het verschil tussen het maaiveld ter plaatse van de boomgaard en ter plaatse van de achtertuinen van de woningen aan de Sint Bavodijk. Dat verschil is op 0 m gesteld, omdat de hoogteverschillen tussen deze terreinen zodanig klein zijn, dat dit geen effect heeft op het resultaat van het akoestisch onderzoek. De geringe hoogteverschillen zijn niet akoestisch relevant. ee. Hoewel sprake is van een toename in oppervlakte van het verblijfsrecreatief terrein, neemt het aantal toegestane eenheden niet toe. Er is dan ook geen sprake van (planologische) toename van het aantal eenheden. De verkeersgeneratie van Camping International neemt dan ook niet toe. ff. Inmiddels zijn recentere verkeersgegevens van de Sint Bavodijk beschikbaar, daterend uit 2021. Deze gegevens wijken maar zeer beperkt af van de eerder gehanteerde gegevens uit 2007. Gemiddeld genomen zijn de in 2021 gemeten verkeersintensiteiten lager dan de cijfers uit de verkeerstellingen van 2007. Aangezien er pas akoestisch relevante verschillen ontstaan als de verkeersintensiteiten meer

19

dan 10% hoger zijn, zijn de eerder uitgevoerde berekeningen akoestisch nog representatief voor de actuele situatie. gg. Het bodemonderzoek zal als bijlage aan de toelichting worden toegevoegd. hh. De toelichting zal worden aangepast. ii. De camera’s zijn alleen gericht op het terrein van Camping international. Bovendien dient de camping te voldoen aan de regels omtrent cameratoezicht. 3.2 Zienswijze 3 tot en met 14 Samenvatting zienswijze a. De gemeente stelt voor om de bestemming van het in ons rustige Nieuwvliet-Dorp gelegen agrarische terrein van boerderij Pierewiet te wijzigen naar dag- en verblijfsrecreatie van Camping International. Het gaat om één bedrijf dat winst wil maken en van de gemeente toestemming krijgt uit te breiden ten koste van de bewoners van Nieuwvliet. Goed beleid en ruimtelijke ordening zorgt ervoor dat bedrijven zich vestigen op bedrijventerreinen die niet in de dorpskernen aanwezig zijn. b. Nieuwvliet-Bad of andere badplaatsen in de kustzone zijn uitstekend geschikt, uitdrukkelijk bestemd en volop ontwikkeld om duizenden verblijfs- en dagrecreanten te ontvangen. Waarom moet dan nu op een agrarisch terrein tot in de kern van onze woonwijk in NieuwvlietDorp nog meer nieuwe en uitgebreide recreatie worden ingericht? c. Het terrein van Pierewiet heeft hoofdzakelijk een agrarische bestemming en is zéér nabij ons rustige dorp gelegen.

De campingeigenaar heeft op dit agrarische terrein inmiddels onder meer een voetbalkooi en kinderboerderij opgetrokken en uitgebaat. Bovendien zou dit terrein volgens de voorgestelde nieuwe bestemming behoorlijk uitgebreid worden met verblijfsrecreatie en nog meer dagrecreatie zoals horeca en zwembaden die in de toekomst heel wat hinder zullen veroorzaken. d. De uitvoering van het plan zal veel hinder, schade en overlast voortbrengen, zoals verstoring van het landschap, planschade, licht- en milieu- en geluidshinder, verkeer-, parkeer- en stankoverlast en onveiligheid. e. De gemeente zou handhavend moeten optreden ten aanzien van de bestaande hoofdzakelijk agrarische bestemming van het terrein van boerderij Pierewiet, ten behoeve van het behoud van de rustige woonwijk. f. Voorts wordt verwezen naar de meer uitgebreide zienswijzen 1, 2 en 15. Antwoord a. Het belang van Camping International is voor de gemeente niet primair bepalend; voor de gemeentelijke medewerking aan de beoogde ontwikkeling is beleidsmatig van belang dat de kwaliteit van het recreatief product in de gemeente op niveau dient te worden gehouden. In dat licht is het gewenst dat Camping International de mogelijkheid krijgt zich te ontwikkelen. Eerder is gemotiveerd dat geen reële alternatieven voor de beoogde locatie beschikbaar zijn. een uitbreiding aan de noordzijde is financieel niet haalbaar.

Bovendien is het met het oog op een adequate exploitatie niet gewenst om de uitbreiding aan de overzijde van een weg te situeren. Op grond van die overwegingen heeft de Afdeling in de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251) geoordeeld dat de gemeente terecht medewerking wil verlenen aan uitbreiding op de beoogde locatie. Getoetst is voorts of de belangen van de omwonenden zich daartegen verzetten. Op basis van de uitkomsten van de onderzoeken en toetsen is de conclusie dat deze belangen niet onevenredig worden aangetast door de beoogde ontwikkeling. In de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251, r.o. 9.2) heeft de Afdeling expliciet de volgende bevinding opgenomen 'Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad op de hiervoor genoemde gronden gewicht kunnen toekennen aan het belang bij uitbreiding van de camping.'. Verder is van belang dat de gewenste ontwikkeling van Camping International niet op een bedrijventerrein gerealiseerd kan worden. Bedrijventerreinen zijn gereserveerd voor de vestiging van lokale en regionale bedrijven. Beleidsmatig is

20

vestiging van een verblijfsrecreatieterrein op een bedrijventerrein uitgesloten. Voorts wordt verwezen naar de inleiding van deze nota. b. Verplaatsing van Camping International naar Nieuwvliet-Bad of een andere recreatieconcentratie in de kustzone is niet mogelijk. Er is sprake van een bestaand verblijfsrecreatiebedrijf, dat vanwege kwaliteitsverbetering wil uitbreiden. Deze kwaliteitsverbetering past in het gemeentelijk beleid. Voor die kwaliteitsverbetering is fysiek slechts op één locatie ruimte: ter plaatse van het aangrenzende terrein met de agrarische bestemming. Op basis van de uitgebreide planologische toetsing en de hierop afgestemde bestemmingsregeling met nadere voorwaarden, wordt met deze uitbreiding voldaan aan de voorwaarden van een goede ruimtelijke ordening. c. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt met de uitbreiding van de camping voldaan aan de richtlijnen en grenswaarden voor hinder. In het bestemmingsplan worden bovendien de nodige randvoorwaarden opgenomen om onevenredige hinder te voorkomen. Zo is op het uitbreidingsterrein van de camping, anders dan reclamanten aangeven, geen horeca toegestaan. Wat betreft de zwembaden, maakt het bestemmingsplan verplaatsing van het bestaande peuterbad mogelijk. Er wordt geen groot zwembad gerealiseerd.

Bovendien is het realiseren van een zwembad op het grootste deel van het uitbreidingsterrein, grenzend aan de tuinen van de omwonenden, reeds uitgesloten in het ontwerpbestemmingsplan. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal een nieuw zwembad op het hele terrein van de voormalige boomgaard worden uitgesloten. Bovendien zal een maximale diepte van 1,4 m worden opgenomen voor een zwembad. Op het terrein van Pierewiet zal uitsluitend een kinderzwembad worden toegestaan op een afstand van minimaal 50 m van de bestemming Wonen in de omgeving. De horecagelegenheid van Pierewiet bevindt zich op een afstand van 100 m tot de woonpercelen, terwijl de horecaactiviteit een richtafstand van 10 m heeft. d. Voor de toetsing en onderbouwing van de uitbreiding van de camping op de verschillende genoemde aspecten wordt verwezen naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Daar wordt nog bij vermeld dat het aantal standplaatsen op het kampeerterrein niet toeneemt. In dat licht is ook uitsluitend sprake van een uitbreiding in oppervlakte. e. Handhaving van de agrarische situatie conform het geldende bestemmingsplan is niet aan de orde, nu het ontwerpbestemmingsplan voorziet in het planologisch mogelijk maken van de beoogde dagrecreatieve en verblijfsrecreatieve functies.

Eerder heeft de Afdeling in de verschillende uitspraken ingestemd met de planologische toetsing en onderbouwing van de gemeente. Het akoestisch onderzoek moet in laatste instantie nog door de Afdeling getoetst worden. Dat is echter strikt uitgevoerd conform de door de Afdeling bepaalde uitgangspunten, zoals opgenomen in de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251). In de uitspraak van de Afdeling van 21 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:955) is bepaald dat die uitgangspunten niet opnieuw aan de orde kunnen worden gesteld. Vervolgens heeft de Afdeling STAB gevraagd advies uit te brengen. Het actuele akoestisch onderzoek is strikt volgens de met STAB afgestemde uitgangspunten uitgevoerd. In dat licht moet worden geconcludeerd dat er concreet zicht is op realisatie van de nieuwe bestemming en is handhaving van de agrarische bestemming niet gewenst. f. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijzen 1, 2 en 15.

3.3 Zienswijze 15, ontvangen op 25-10-2021 en 09-11-2021 Samenvatting zienswijze a. (mail 25-10-2021) Er is sprake van een verkeerde en misleidende titel en inleiding van het ontwerpbestemmingsplan Camping International, het betreft namelijk een bestemmingswijziging van het agrarisch perceel van boerderij Pierewiet. b. Kennisgeving en ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Camping International is niet correct verlopen. Er heeft geen publicatie plaatsgevonden in de Staatscourant.

21

c.

Ter inzage gelegde stukken zijn niet volledig. Stukken over onderliggende en doorlopen procedures, vergunningen, gedoogbeschikkingen, handhavingsverzoeken en deskundigenberichten ontbreken. d. In de terinzagelegging ontbreekt het ontwerp van het te nemen besluit. e. De terinzagelegging van de Staat van Horeca-activiteiten ontbreekt. f. De sluitingsdatum van de terinzageleggingstermijn van het ontwerpbestemmingsplan is verkeerd gepubliceerd. Gevraagd wordt om het plan opnieuw te laten publiceren en een nieuwe ter inzage termijn van 6 weken te doorlopen. g. (bief 09-11-2021) Gelieve alle voorgaande zienswijzen en beroepschriften, ook ten aanzien van de deskundigenberichten, volledig ingelast te zien en als zienswijze te behandelen. h. In laatste instantie heeft de Raad van State op 4 september 2019 (referentie 201608879/2/R2) het voorgaande bestemmingsplan integraal vernietigd. Een nieuw bestemmingsplan zal alle vereiste procedures opnieuw moeten doorlopen en alle overwegingen zullen separaat en in de huidige situatie integraal opnieuw dienen te worden gemaakt. i. Er is geen gevolg gegeven aan de uitspraak van de Afdeling van 4 september 2019 tot publicatie van de uitspraak op www.ruimtelijkeplannen.nl. j. Ondanks handhavingsverzoeken wordt recreatie/dagrecreatie nu positief bestemd.

Niet uitputtend gaat het hier in ieder geval om het gebruik van de gronden met agrarische bestemming als kampeer- en/of speelterrein, kortom de gehele feitelijke uitbreiding en exploitatie van Camping International naar en op het terrein van boerderij Pierewiet, om het daarmee gepaard gaande ongepast gebruik van de aanwezige Pierewiet speelterreinen en toestellen, zoals de tokkelbaan, om de op het boomgaardterrein al enige tijd geleden gerooide boomgaard en windsingel en in plaats daarvan met schaduwwerking foutief geplante nieuwe bomen en woekerende braamstruiken, om de constructie en het gebruik van de aarden omwalling, de hoge resonerende voetbalkooi en vuurtoren alsook om nog meer niet vergunde funderingen en bouwwerken enzovoort. k. Één bedrijf dat winst wil maken krijgt van de gemeente toestemming om uit te breiden ten koste van de bewoners van Nieuwvliet. l. Goed beleid en ruimtelijke ordening zorgt ervoor dat bedrijven zich vestigen op bedrijventerreinen buiten de dorpskernen. Nieuwvliet-Bad of andere badplaatsen zijn uitstekend geschikt, uitdrukkelijk bestemd en volop ontwikkeld om duizenden verblijfs- en dagrecreanten op te vangen. Waarom moet dan een agrarisch terrein tot in de kern van Nieuwvliet worden ingericht voor nog meer nieuwe en uitgebreide recreatie? m. Het terrein van Pierewiet heeft hoofdzakelijk een agrarische bestemming.

De campingeigenaar exploiteert op dit agrarische terrein inmiddels onder meer een voetbalkooi en kinderboerderij. Volgens het nieuwe bestemmingsplan wordt dit terrein behoorlijk uitgebreid met verblijfsrecreatie en nog meer dagrecreatie zoals horeca en zwembaden, die heel wat hinder zullen veroorzaken. n. De zienswijze betreft de angst voor hinder, schade en overlast als gevolg van de beoogde bestemmingswijziging. Te denken valt aan verstoring van het landschap, planschade, licht-, milieu- en geluidshinder, verkeer-, parkeer- en stankoverlast en onveiligheid. o. De Raad van State heeft geoordeeld dat de gemeente zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze plannen getuigen van een goede ruimtelijke ordening, vanwege gebrek aan economische noodzaak, tegenstrijdigheid met beleidsbepalingen, ontbrekende functiescheiding, ruimtelijke wanorde, onzorgvuldigheden en andere talrijke, omvangrijke en belangrijke inhoudelijke gebreken van de plannen. p. Nog geen 20 jaar geleden is de camping in omvang verdubbeld tot ongeveer 6 ha en daarna uitgebreid met ongeveer 100 verblijfseenheden, spel- en speelvoorzieningen en een zwembad.

Hoewel deze uitbreiding nog niet eens grenst aan een rustige woonwijk, heeft de Raad van State in de beschikking R03.90.2516/S5645 aangegeven dat het twijfelachtig is of een groenzone tussen woning en camping van 15 m breed en 3 m hoog voldoende afscherming biedt en of niet sprake is van een te drastische beperking van het woongenot. Op basis daarvan is aan enkele getroffen bewoners planschade (ex artikel 49 WRO) toegekend.

22

q. Met de uitbreiding wordt de camping met 60 m verplaatst tot tegen de dorpskern en uitgebreid tot 8 ha, groter dan de dorpskern zelf. De gemeente zou moeten inzien dat deze wanverhouding ontoelaatbaar is voor de dorpsbewoners. r. Het economisch belang van de camping wordt ten onrechte verwoord als noodzakelijke kwaliteitsslag om Camping International en Pierewiet toekomstbestendig te maken. s. Behoefte aan dagrecreatie en vergroting van standplaatsen zijn niet gemotiveerd. Ook ontbreekt de motivatie waarom dit niet mogelijk is op het bestaande terrein van Camping International. t. Verbeelding en regels zijn onvoldoende concreet ten aanzien van veranderingen en maatvoering om de maximale planologische mogelijkheden te begrijpen. Wat zijn bijvoorbeeld de maximale afmetingen en de aangewezen locatie van het te verplaatsen zwembad? Wat wordt concreet de maximale nieuwe standplaatsgrootte? Welke uitdunning van het totaal aantal verblijfsrecreatieve eenheden houdt dat in? Hoe zal deze uitdunning gerealiseerd worden, rekening houdend met de zogenaamde 13%-regel? u. Oppervlaktematen in artikel 5.4 van de regels kunnen niet kloppen. De oppervlakte van een recreatiewoning kan dan maximaal 115 m² bedragen in plaats van 130. v. De in 2014 gerealiseerde dierenweide op het terrein van Pierewiet past niet in het geldende planologische regime.

Er zijn inmiddels diverse bouwwerken geplaatst zonder geldende bouwvergunning (o.a. dierenverblijfplaats, voetbalkooien, sanitair en klimtoren). De voormalige boomgaard is gebruikt als voetbalveld en de horecaactiviteiten op het terrein van Pierewiet zijn uitgebreid. Handhaving op deze punten heeft niet plaatsgevonden en de beschrijving in de toelichting bij het bestemmingsplan is onvolledig. w. De boogde ontwikkeling is in strijd met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Alleen het economisch belang van de ondernemer wordt gediend en niet de overige 12 nationale belangen uit het SVIR. Het belang van de ondernemer staat niet in verhouding tot het bedreigde woongenot. Er heeft geen zorgvuldige en transparante besluitvorming plaatsgevonden. x. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen de speerpunten en strategische doelen uit het Omgevingsplan 2018 van de provincie Zeeland. Het bestemmingsplan Camping International staat haaks op de waardevolle leefomgeving, vitaal platteland, natuurbeheer en de ontwikkeling van natuurgebieden. Ook levert het geen positieve bijdrage aan energie en klimaat. y. De verevening voor flora en fauna, door het geschikt maken van een bunker voor vleermuizen, is onduidelijk en zorgt voor overlast. In 2016 heeft een stuurgroep het voorstel voor de verevening goedgekeurd.

Welke criteria zijn gehanteerd bij deze goedkeuring en waaruit bestaat de toetsing? Op welke wijze compenseert een bunker voor vleermuizen en enkele fauna-elementen de beoogde uitbreiding van de camping? z. De beoogde uitbreiding van Camping International vindt plaats buiten de in de Omgevingsverordening 2018 aangewezen badplaatsen of aandachtgebieden. De uitbreiding van Camping International voldoet niet aan de in bijlage D onder 1 van de Omgevingsverordening 2018 opgenomen uitgangspunten. aa. Het beoogde initiatief is onvoldoende getoetst aan de beleidsnota's 'Krachtig Verbonden' en 'Kadernota Recreatief Verblijf'. Op welke wijze wordt voldaan aan de burgerparticipatie, duurzaamheid en andere speerpunten uit 'Krachtig Verbonden'? Hoe en wanneer is het stroomschema m.b.t. vervening doorlopen en welke toetsingscriteria rood-voor-groen zijn daarbij beschouwd? bb. Het is onbegrijpelijk en onacceptabel dat de beoogde uitbreiding van de Camping ten koste gaat van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Buiten het dorp zijn immers voldoende mogelijkheden voor uitbreiding aanwezig. cc. In de kennisgeving en in de inleiding van het ontwerpbestemmingsplan is vermeld dat de bestemmingswijziging plaatsvindt op het terrein van Camping International (St. Bavodijk 2d te Nieuwvliet) terwijl de wijziging plaatsvindt op het agrarische terrein van Pierewiet (Mettenijedijk 16 te Nieuwvliet).

Dit is verkeerd en misleidend. De beschrijving van het plangebied is onvolledig. De voetbalkooien, het dierenverblijf, de sanitaire voorzieningen, de nieuwe speeltoestellen en de klimtoren op het terrein van Pierewiet zijn niet benoemd. dd. Omdat campinggasten gebruik mogen maken van het dagrecreatieve terrein van Pierewiet wordt gevraagd om een duidelijke afweging ten aanzien van de belangen van omwonenden.

23

Door het gebruik van de speeltuin tot laat op de avond is er sprake van grote overlast. Gevraagd wordt om een fysieke afscherming tussen verblijfs- en dagrecreatie. ee. De hoogte van de grondwal voldoet niet overal aan de vereiste 3 m. Het groen wordt niet onderhouden waardoor onkruid op de grondwal overwoekert en doorgroeit en overwaait naar de tuinen van omwonenden. Het ontbreken van regels m.b.t. het groenblijvend karakter van de afschermende beplanting is in strijd met de privacy rechten zoals eerder bevestigd door de Raad van State. ff. Planregels met betrekking tot reguliere windsingels voor fruitgaarden (artikel 3.3 onder d) is niet passend. Deze windsingels zijn doorgaans niet groenblijvend en kunnen niet op de grondwal worden aangeplant. Gevraagd wordt om de aanplant op het terrein van Camping International te laten plaatsvinden in plaats van op de grondwal of op de perceelsgrens. De begripsbepaling 'reguliere windsingel voor fruitboomgaarden' ontbreekt. De locatie van 'de gronden grenzend aan het perceel St. Bavodijk 6' moet nader geduid worden. Het woord 'toegestaan' dient te worden genuanceerd naar 'verplicht'. gg. Gevraagd wordt handhavend op te treden inzake de op het terrein van de boomgaard gerooide boomgaard en windsingel. hh. In figuur 2.3 van de toelichting is de oppervlakteverdeling tussen Pierewiet, de minicamping en de boomgaard gevisualiseerd.

Het terrein van Pierewiet komt niet overeen met de dagrecreatieve bestemming in het bestemmingsplan. Dit zal moeten worden aangepast. ii. In paragraaf 2.7 van de toelichting wordt een zorgvuldige ruimtelijke afweging benoemd. De gemeente wordt gevraagd hoe zij de vele functies op een relatief klein terrein zullen handhaven. jj. In paragraaf 2.7 van de toelichting wordt gesteld dat door de genomen maatregelen voldaan wordt aan het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In dezelfde paragraaf wordt echter ook gesteld dat dit niet betekent dat er nooit overlast kan zijn. Graag deze onbegrijpelijke tegenstelling verklaren. kk. In het bestemmingsplan is opgenomen dat de eigenaar van Camping International aan omwonenden heeft aangegeven bij overlast contact op te nemen met het bedrijf. Omdat deze meldingen niet formeel geregistreerd worden, vindt er geen dossiervorming plaats bij de gemeente. Dit staat een handhavingsverzoek in de weg. ll. Wat is de, in artikel 5.3 sub q onder 3 genoemde de voorwaardelijke verplichting voor waterberging en waar vindt deze plaats? Hoe is hergebruik van water in het ontwerp verwerkt? mm.

Waaruit blijkt dat aanleg van bestemmingsplan en gebruik van bestemmingsplan volgens de Wet milieubeheer zijn getoetst aan de nibm? Tevens zal elk project moeten voldoen aan het Besluit Gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) en een goede ruimtelijke ordening. nn. Het aangehaalde bodemonderzoek in de toelichting van het bestemmingsplan ontbreekt. Graag toevoegen. oo. Vermeld wordt dat voldaan wordt aan de voorwaarden uit het Activiteitenbesluit en dat geen vergunning nodig is op basis van de Wet milieubeheer. Waaruit blijkt dat? pp. In het kader van milieuzonering is het woongebied bij Camping International vergelijkbaar met het woongebied aan de Cadzandseweg, dat recent aangewezen is als 'rustige woonwijk'. Bovendien is een aantal functies, zoals genoemd in de toelichting en weergegeven op figuur 4.6, feitelijk niet meer aanwezig in de kern van Nieuwvliet (de school, het paarse vlak bedrijf in het midden van de figuur). Bovendien loopt het terrein van Pierewiet niet zo ver door als ingetekend. Een deel van het terrein heeft een agrarische bestemming, waardoor sprake is van een aanzienlijke agrarische buffer tussen de camping en het woongebied. In een onderzoeksrapport van G&O Consult uit 2015 is aangetoond dat de Pr. Wilhelminastraat een rustige woonwijk is en geen gemengd gebied. De toelichting is misleidend op dit punt. qq.

De richtafstand voor geluid dient 30 m te bedragen bij een gemengd gebied (en 50 m bij rustige woonwijk). De afstand tussen de woningen aan de Pr. Wilhelminastraat en de kampeermiddelen bedraagt minimaal 22 m. Er wordt dus niet aan de gestelde richtafstand voldaan. Daarnaast geldt dat de feitelijke afstand moet worden gemeten vanaf de uiterste grens van het woongebied tot aan de uiterste grens van de bestemming Verblijfsrecreatie. Verwezen wordt naar de uitspraak 201208659/1/R4 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. rr. In het bestemmingsplan is niet concreet uitgewerkt welke activiteiten worden beoogd of aanwezig zijn. De diverse vormen van recreatie zijn te vaag, te voorwaardelijk benoemd en

24

onvoldoende nauwkeurig gedefinieerd of afgebakend om toetsing van milieubelasting te kunnen uitvoeren. ss. Er ontbreekt een motivatie voor de voorgestelde kortere afstanden dan de richtafstanden uit bijlage 1 van de VNGbrochure. tt. Toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende categorieën: A) activiteiten die zodanig weinig milieubelastend zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd, B) activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden, en C) de activiteiten zoals genoemd onder B), waarbij door relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de infrastructuur is aangewezen. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: 1) het gaat om kleinschalige, ambachtelijke bedrijvigheid, 2) productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats, 3) de activiteiten (inclusief opslag) vinden hoofdzakelijk inpandig plaats en 4) activiteiten uit categorie C beschikken over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur. De activiteiten die met het bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden, passen niet in de genoemde milieucategorieën en randvoorwaarden. uu.

De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn slechts indicatief en het wordt dan ook niet verstandig geacht om deze rechtstreeks over te nemen uit de VNG-brochure, zoals blijkt uit een uitspraak van de Raad van State van 12 september 2012 (no. 201109891/1/R3). vv. Locatie en specificaties van de beoogde uitbreiding van horeca en het nieuwe zwembad zijn noodzakelijk om goed verwerkt te kunnen worden in het akoestisch onderzoek. ww.Diverse uitgangspunten en conclusies in het akoestisch onderzoek worden bestreden. Het gaat hierbij om: 1. De afstand ten opzichte van de woningen: vermeld wordt dat de afstand tot aan de woningen minimaal 30 m bedraagt maar de minimale afstand tot aan de tuin bedraagt minder dan 30 m. Dit is onjuist en onacceptabel. 2. Het gebruik van de tokkelbaan en beweegbare brug bij Pierewiet is vanaf 19:00 uur niet toegestaan. Hoe wordt dat gehandhaafd? Dat geldt ook voor het gebruik van het luchtspringkussen en de voetbalkooien tot de late uren (na 23:00 uur). 3. Wat is de definitie van een speeltoestel, valt hier bijvoorbeeld ook een zwembad onder? 4. De toegelaten aantallen kinderen bij Pierewiet zijn volgens de website hoger dan de aantallen gebruikt in het onderzoek. Er is dan ook niet uitgegaan van het planologisch maximaal aantal kinderen. De aanwezigheid van ouders en concentratie van kinderen op een bepaalde locatie zijn niet meegenomen in het model.

De onderzoeken dienen hierop te worden aangepast. 5. Het equivalent geluidsniveau: er wordt gesteld dat het equivalent bronvermogen gemiddeld per kind 80 dB(A) bedraagt. De omstandigheden zijn echter vergelijkbaar met die van schreeuwende kinderen, waarvoor een equivalent bronvermogen van 87 dB(A) wordt gehanteerd. Er zou met een equivalent bronvermogen van 87 dB(A) gerekend moeten worden. Een buitenzwembad heeft een equivalent bronvermogen van 95 dB(A). Dit bronvermogen dient te worden toegevoegd aan het akoestisch onderzoek. Dit heeft tot gevolg dat het totale gemiddelde bronvermogen 107,8 dB(A) bedraagt. 6. Het maximum geluidsniveau: er wordt gesteld dat het maximum bronvermogen gemiddeld per kind 105 dB(A) bedraagt. De omstandigheden zijn echter vergelijkbaar met die van een schoolplein, waarvoor een maximum bronvermogen van 107 dB(A) wordt gehanteerd. Er zou met een maximum bronvermogen van 107 dB(A) gerekend moeten worden. Een buitenzwembad heeft een maximum bronvermogen van 110 dB(A). Dit bronvermogen dient te worden toegevoegd aan het akoestisch onderzoek. 7. De bronhoogte voor maximaal geluidsniveau: voor een groot kind wordt in het akoestisch onderzoek een bronhoogte van 0,5 m aangehouden. Een groot kind is minimaal 1 m lang. Dit dient in het akoestisch onderzoek gecorrigeerd te worden. 8.

Stemgeluid van kinderen: in tabel B1 van het akoestisch onderzoek wordt de effectieve tijd dat een kind stemgeluid produceert op het kampeerterrein op 25% gesteld. Hierin is niet genuanceerd wat het effect is op het bronvermogen tussen spreken en roepen. 9. De tijden van het equivalent geluidsniveau: het akoestisch onderzoek dient aangepast te worden met de openingstijden die in de praktijk voorvallen (ná 21:00 uur) of de gemeente zal moeten handhaven op de officiële sluitingstijden. 10. Speeltoestellen: de hoogte van de tokkelbaan en de beweegbare brug is niet (duidelijk) opgenomen in het akoestisch onderzoek. Het maximaal bronvermogen van de pannakooi

25

bedraagt in het akoestisch onderzoek 108 dB(A). Omdat niet gebruikgemaakt wordt van geluidsarme materialen stelt inspreker dat dit 112 dB(A) dient te zijn. Het equivalent bronvermogen van de pannakooi en de maximum bronhoogte voor de pannakooi van 4 m ontbreken in het akoestisch onderzoek. Er geldt een 'maximaal bronvermogen overig' van 105 dB(A). Graag nadere toelichting op het begrip 'overig'. 11. Hoe worden de bedrijfstijden overig voor R-VR (7:00-21:00) en R-DR (8:00-19:00) geborgd en gehandhaafd? 12. Stemgeluid van kinderen: in tabel B1 van het akoestisch onderzoek wordt de effectieve tijd dat een kind stemgeluid produceert op het kampeerterrein op 25% gesteld en op het terrein van Pierewiet op 5%. Dit kan niet juist zijn en zal dus moeten worden aangepast. In de tabel zijn getallen voor de gemiddelde bedrijfsduur dat kinderen stemgeluid produceren in de dag- en avondperiode opgenomen. Graag een onderbouwing van deze getallen. 13. De bronhoogte maximaal geluidsniveau is gesteld op 2 m binnen [sba-1] en [sba-3]. Hierbij is geen rekening gehouden met een opstaand kind en moet dus worden gecorrigeerd naar 2,5 m. 14. Waarom zijn in het rekenmodel verschillende bronhoogtes aangehouden binnen de zone [sba-1]? Graag uitleg en onderbouwing. 15.

Rekenresultaten: in het akoestisch onderzoek wordt gesteld dat het equivalent bronvermogen en het maximum bronvermogen ten opzichte van het akoestisch onderzoek uit het bestemmingsplan uit 2018 zijn verhoogd. De bronhoogte is gelijk gebleven. Graag toelichting op het feit dat de grens van het toelaatbare in de avond in 2018 nu verhoogd kan worden? 16. De imissiehoogtes op de gevels en tuinen van de woningen, en de windrichting en snelheid zijn niet benoemd. Graag aanvullen. 17. De langetijdgemiddelde beoordelingsniveaus voor de tuinen van de woningen komen lager uit dan op de gevels van de woningen, terwijl deze op kortere afstand van de geluidsbron liggen. Graag toelichten hoe dat kan. 18. Omdat de resultatentabellen voor de toetspunten voor Larlt avondperiode verblijfsrecreatie en dagrecreatie ontbreken, kan niet worden aangetoond waarom de langetijdgemiddelde en het maximale geluidsniveau voor de avond lager zijn dan de dag. Graag resultatentabellen toevoegen. Indien hieruit blijkt dat dit verschil veroorzaakt wordt door de sluitingstijd van 19:00 uur, dient duidelijk aangegeven te worden welke gebieden binnen het plangebied afgesloten moeten worden en hoe dit gehandhaafd zal worden. 19.

Omdat in het bestemmingsplan planologische mogelijkheden worden geboden voor de plaatsing van een zwembad en speeltoestellen op het terrein van Pierewiet en de agrarische gronden, is de conclusie dat de activiteiten van Pierewiet niet zullen wijzigen, niet correct. Het rekenmodel zal hierop aangepast moeten worden. 20. Het maaiveld ter plaatse van de toetspunten op de St. Bavodijk is in het akoestisch onderzoek op 0 m gesteld. Dit is niet correct en zal dan ook moeten worden aangepast in de lijst van toetspunten en het rekenmodel. Dit geldt ook voor de lijst met gebouwen waarbij het maaiveld onjuist op 0 m is gesteld. 21. Het geluidrapport is opgesteld door Rho adviseurs. Zij hebben ook in samenwerking met de gemeente het bestemmingsplan opgesteld. Er is dus geen enkele sprake van onafhankelijkheid. Gevraagd wordt om dit akoestisch onderzoek te vernietigen en opnieuw te laten uitvoeren door een onafhankelijke partij. 22. In het model wordt ten onrechte niet uitgegaan van de typering 'rustige woonwijk'. xx. De nieuwe verlichting op het terrein Pierewiet is zeer fel, niet naar beneden gericht en zorgt voor hinder bij omwonenden. Dit is in strijd met het bestemmingsplan en de afspraken met natuurorganisaties. Op deze verlichting dient dan ook gehandhaafd te worden. yy. Het bestemmingsplan gaat verkeerstechnisch ten onrechte niet uit van uitbreiding.

De camping heeft als doel jonge gezinnen met kinderen aan te trekken. Daarnaast heeft de camping er belang bij dat zo veel mogelijk schoolreizen enz. worden georganiseerd op Pierewiet. Dit dient aangepast te worden. zz. De uitgevoerde verkeerstellingen dateren uit 2007. Deze zijn gedateerd en niet representatief. Graag actualiseren en verwerken in het onderzoek wegverkeerslawaai. aaa. Het bestemmingsplan Camping International zal gekoppeld moeten worden aan de heraanleg van de St. Bavodijk, waaraan de toegang voor de parking van Camping International ligt.

26

Antwoord a. Het bestemmingsplan is primair gericht op de ontwikkeling van Camping International. Ten behoeve van deze ontwikkeling zijn ook de agrarisch bestemde gronden tussen Pierewiet en de camping opgenomen in het bestemmingsplan. Vanwege de verwevenheid van de camping en Pierewiet, is ook Pierewiet opgenomen in het bestemmingsplan voor de uitbreiding van de camping. Verder luidde ook de naam van de eerder vastgestelde bestemmingsplannen 'Camping International'. In dat licht wordt de naam van het bestemmingsplan gehandhaafd. b. De terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Camping International heeft op de gebruikelijke wijze plaatsgevonden. Publicatie in de Staatscourant is niet verplicht. Voor het overige wordt verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder b. c. Met betrekking tot de kennisgeving en de termijn van de terinzagelegging wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder b. Voorts is van belang dat in het bestemmingsplan de beoogde ontwikkeling van Camping International op alle relevante aspecten is getoetst. Daar waar nodig, ook in deze antwoordnota, wordt ingegaan op eerder doorlopen procedures en andere procedurestukken. Voor zover sprake is van activiteiten en bouwwerken die niet passen in het bestemmingsplan wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder k. d.

Het ontwerp van het te nemen besluit betreft het voorstel aan de gemeenteraad tot vaststelling van het bestemmingsplan. Dat voorstel zal te zijner tijd aan de raad worden toegestuurd en met het vastgestelde bestemmingsplan worden gepubliceerd. Er is geen reden dat besluit met het ontwerpbestemmingsplan te publiceren. e. De Staat van Horeca-activiteiten is als bijlage 1 toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan, zoals gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl. f. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder b. g. De betreffende zienswijzen en beroepschriften maken deel uit van de eerdere procedures. Voor beantwoording van de betreffende zienswijzen en beroepschriften wordt verwezen naar de verschillende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het STAB-advies. h. De gemaakte opmerking is correct; na de vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak van het door de gemeenteraad op 4 september 2019 vastgestelde bestemmingsplan dient een nieuw bestemmingsplan in procedure te worden gebracht, waarin alle relevante aspecten op basis van actueel beleid en actuele wetgeving dienen te worden beoordeeld. Dat heeft plaatsgevonden in het ontwerpbestemmingsplan, zoals dat is gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl. i.

Anders dan reclamanten beweren, is de uitspraak gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl (Camping International, gerechtelijke uitspraak, vastgesteld (2019-09-04)). j. Het is juist dat met het voorliggende bestemmingsplan een aantal inmiddels gerealiseerde voorzieningen planologisch wordt bevestigd. Dat is mede de bedoeling van het voorliggende bestemmingsplan. Overigens zijn de genoemde functies en voorzieningen gerealiseerd op basis van de op dat moment geldende bestemmingsplannen en dus niet illegaal gerealiseerd: • het gebruik van gronden met een agrarische bestemming als kampeer- en/of speelterrein, de grondwal, de voetbalkooi, de kinderboerderij en de dierenstalling zijn gerealiseerd in overeenstemming met de in 2014 en 2016 vastgestelde bestemmingsplannen, die na de sluiting van de beroepstermijn in werking zijn getreden. Door de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251) en 21 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:955) zijn deze bestemmingsplannen vernietigd, waarmee de planologische regeling voor de betreffende voorzieningen is vervallen. Uit beide uitspraken blijkt overigens dat de Afdeling bestuursrechtspraak onder een aantal voorwaarden inhoudelijk kan instemmen met de betreffende ontwikkelingen.

In dat licht is voorliggend bestemmingsplan gericht op het alsnog juridisch-planologisch regelen van de beoogde ontwikkelingen, inclusief de inmiddels gerealiseerde voorzieningen; • de tokkelbaan en de uitkijktoren passen in het geldende bestemmingsplan Kom Nieuwvliet; overigens zijn deze speelvoorzieningen al gerealiseerd vóór 2007, het jaar dat de huidige eigenaar Camping International heeft overgenomen; • de geplante nieuwe bomen passen in de agrarische bestemming uit het geldende bestemmingsplan Kom Nieuwvliet. Voor zover sprake is van woekerende bramen, is dat niet een onderwerp dat met het bestemmingsplan kan worden gereguleerd. Samengevat is het gemeentebestuur van oordeel dat handhavend optreden op de genoemde punten niet aan de orde is, nu er zicht is op een planologische regeling, waarmee de betreffende voorzieningen en functies planologisch mogelijk worden gemaakt.

27

k.

Het belang van Camping International is voor de gemeente niet primair bepalend; voor de gemeentelijke medewerking aan de beoogde ontwikkeling is beleidsmatig van belang dat de kwaliteit van het recreatief product in de gemeente op niveau dient te worden gehouden. In dat licht is het gewenst dat Camping International de mogelijkheid krijgt zich te ontwikkelen. Eerder is gemotiveerd dat geen reële alternatieven voor de beoogde locatie beschikbaar zijn. Een uitbreiding aan de noordzijde is financieel niet haalbaar. Bovendien is het met het oog op een adequate exploitatie niet gewenst om de uitbreiding aan de overzijde van een weg te situeren. Op grond van die overwegingen heeft de Afdeling in de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251; r.o. 9.2) geoordeeld dat de gemeente terecht medewerking wil verlenen aan uitbreiding op de beoogde locatie. Getoetst is voorts of de belangen van de omwonenden zich daartegen verzetten. Op basis van de uitkomsten van de onderzoeken en toetsen is de conclusie dat deze belangen niet onevenredig worden aangetast door de beoogde ontwikkeling. l. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 3 tot en met 14 onder a m. Ten behoeve van het bestemmingsplan is onderzocht in hoeverre de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar is vanwege het woon- en leefklimaat van de omwonenden.

Het uitgevoerde akoestisch onderzoek vervult daarin een belangrijke rol. Dat onderzoek is strikt uitgevoerd op basis van de door STAB in de eerdere procedure geformuleerde uitgangspunten. Uit het onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de relevante akoestische normen en richtwaarden. Daarmee is onderbouwd dat de uitbreiding – onder randvoorwaarden – past binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening. Overigens maakt het bestemmingsplan niet meer horeca en zwembaden mogelijk. Wat betreft een zwembad is uitsluitend het realiseren van een kinderbad mogelijk. Bovendien worden bij de vaststelling aanvullende regels opgenomen, waarmee een zwembad op het terrein van de huidige kinderboerderij wordt uitgesloten. n. Zoals hiervóór gemotiveerd, wijzen alle sectorale onderbouwingen en onderzoeken uit dat geen sprake is van onevenredige hinder, schade en overlast als gevolg van de beoogde bestemmingswijziging. • Wat betreft de verstoring van het landschap is van belang dat door de afgeschermde ligging van het terrein er geen landschappelijke invloed op de omgeving is als gevolg van de beoogde ontwikkeling. De gronden met de agrarische bestemming zijn nauwelijks waarneembaar vanuit de openbare ruimte in de omgeving. Bovendien is op een deel van deze gronden al een minicamping toegestaan.

De gemeentelijke zienswijze is door de Afdeling bestuursrechtspraak aanvaard, met name omdat appellanten de inhoudelijke zienswijze van de gemeente niet had weerlegd (3 februari 2016; ECLI:NL:RVS:2016:251). Daarvan is ook nu sprake. • De verwachting is dat het risico op planschade beperkt is en geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. • De beoogde ontwikkeling zal met in acht name van de opgenomen regels geen onevenredige licht-, milieu- en geluidshinder veroorzaken, getuige de uitgevoerde onderzoeken. Wat betreft de verlichting wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze 1 en 2 onder j. • Wat betreft eventuele verkeer- en parkeeroverlast is van belang dat het aantal toegestane standplaatsen niet toeneemt, waardoor er ook geen extra verkeer zal worden gegenereerd. Op het uitbreidingsterrein is het realiseren van een centraal parkeerterrein uitgesloten. • Er is geen reden om aan te nemen dat de beoogde ontwikkeling gevolgen heeft voor stankoverlast en onveiligheid. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die stank of onveiligheid kunnen veroorzaken. o. Uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt een heel ander beeld dan reclamanten in hun zienswijze schetsen. Daarbij zijn de volgende feiten relevant. • Op 25 september 2014 heeft de raad het bestemmingsplan Camping International vastgesteld.

• Op 3 februari 2016 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak een tussenuitspraak gedaan. Daarin oordeelt de Afdeling dat de raad op goede gronden belang hecht aan het creëren van uitbreidingsmogelijkheden voor de camping (r.o. 9.2), vanwege het bedrijfseconomisch belang

28

en het beleid van provincie en gemeente. De Afdeling heeft voorts op de onderwerpen provinciaal en gemeentelijk beleid, luchtkwaliteit, hoogte van bebouwing, aan te houden afstanden, het uitgevoerde geluidsonderzoek, groen, gebruik van de gronde in de avonduren, verkeer en parkeren, alternatieven en de economische uitvoerbaarheid de beroepen ongegrond verklaard. Door middel van de bestuurlijke lus heeft de Afdeling de gemeente opgedragen het bestemmingsplan op enkele punten aan te passen: - de maximering van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden; - de aannames voor de toetspunten van het akoestisch onderzoek te verifiëren en zo nodig het plan aan te passen; - opnemen van een voorwaardelijke verplichting voor de aanleg van de grondwal met groenblijvende beplanting. • In de einduitspraak van 7 september 2016 heeft de Afdeling vastgesteld dat de geconstateerde gebreken niet tijdig zijn hersteld. Alleen om die reden heeft de Afdeling het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Camping International vernietigd en de raad opgedragen een nieuw bestemmingsplan vast te stellen binnen 16 weken na de bekendmaking van de uitspraak. • Op 29 september 2016 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Camping International opnieuw – gewijzigd – vastgesteld.

In dat bestemmingsplan heeft de raad een nadere regeling opgenomen ter beperking van het aantal standplaatsen, nader akoestisch onderzoek laten verrichten, nadere voorschriften gesteld over de aanleg van een grondwal, de beplanting daarvan en een windsingel, alsmede voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in verband met de aanleg en instandhouding van de grondwal met beplanting en de windsingel. • Op 21 maart 2018 heeft de Afdeling vervolgens een tussenuitspraak gedaan inzake de beroepsprocedure tegen dat bestemmingsplan. De Afdeling heeft de beroepen ongegrond verklaard, met uitzondering van de beroepsgrond met betrekking tot het akoestisch onderzoek. De Afdeling heeft onder andere uitgesproken dat de gemeenteraad de omgeving van het plangebied heeft kunnen aanmerken als gemengd gebied. De Afdeling heeft de gemeente opgedragen inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor het woonklimaat in de omgeving van het plangebied, waarbij wordt uitgegaan van juiste aannames voor de toetspunten aan de perceelsgrenzen, zo nodig nader akoestisch onderzoek te verrichten en het plan aan de hand van dat nader onderzoek zo nodig aan te passen. • Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Camping International gewijzigd vastgesteld, teneinde het gebrek te herstellen. • Op 4 september 2019 heeft de Afdeling een nieuwe einduitspraak gedaan in de betreffende procedure.

Op verzoek van de Afdeling heeft STAB een deskundigenbericht uitgebracht. Naar aanleiding van het deskundigenbericht heeft de raad te kennen gegeven dat een aanvullende akoestische berekening nodig is om de effecten van de maximale mogelijkheden van het plan te kunnen beoordelen en dat op basis van de door STAB uitgevoerde berekeningen een aanpassing van het plan moet plaatsvinden. Omdat die aanpassing van het plan nog niet heeft plaatsgevonden, heeft de Afdeling het besluit van de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan vernietigd. Uit het voorgaande blijkt dat de stellingen van reclamant aangaande het oordeel van de Afdeling volstrekt onjuist zijn. Alle door de Afdeling inhoudelijk beoordeelde beroepsgronden zijn ongegrond verklaard, met uitzondering van een aantal onderdelen van het akoestisch onderzoek. Daarover is nog een oordeel van de Afdeling nodig. p. De aangehaalde uitspraak betreft een beschikking van de voorzitter inzake een verzoek tot voorlopige voorziening (schorsingsverzoek). De overwegingen van de voorzitter met betrekking tot een mogelijk onevenredige inperking van het woongenot hebben in de uitspraak in de bodemprocedure niet geleid tot vernietiging van de verleende vrijstelling op basis van artikel 19 lid 1. Daarmee heeft de Afdeling in de bodemprocedure overwogen dat geen sprake was van onevenredige aantasting van het woongenot van omwonenden. P.M.

gemeente: einduitspraak en is planschade toegekend? q. De verhouding in oppervlakte tussen de camping en de dorpskern is als zodanig geen criterium bij de planologische beoordeling van de beoogde ontwikkeling. Op grond van de uitgevoerde toetsing kan worden geconcludeerd dat uitbreiding van de camping past binnen een goede ruimtelijke ordening. Een en ander is in de eerste uitspraak van de Afdeling aan de orde geweest. r. Voor de beoordeling van de beoogde ontwikkeling door de gemeente is het bedrijfsbelang niet primair doorslaggevend. Van belang is dat de uitbreiding en kwaliteitsverbetering passen in de

29

gemeentelijke beleidsdoelen, die zijn gericht op het aanbieden van een kwalitatief hoogwaardig verblijfsrecreatief aanbod. s. Camping International werkt hard aan kwaliteitsverbetering. Camping International onderscheidt zich in dat verband onder andere door een combinatie met de dagrecreatieve voorzieningen van Pierewiet en een aanbod gericht op gezinnen met jonge kinderen. Gelet op de beperkte omvang van de standplaatsen is verruiming gewenst, onder andere om privé sanitair op de standplaats te kunnen aanbieden. Daarmee wordt voorzien in een grote vraag. Op het huidige campingterrein is onvoldoende ruimte beschikbaar om deze kwaliteitsslag door te voeren. t. Verbeelding en regels bepalen in onderlinge samenhang welke ontwikkelingsruimte het bestemmingsplan biedt. In het algemeen is het bestemmingsplan voldoende duidelijk om de (maximale) ontwikkelingsmogelijkheden voldoende te kunnen toetsen. Ten aanzien van een zwembad is geen maatvoering opgenomen. In de regels is sprake van een kinderzwembad. Daarmee is duidelijk dat het gaat om een klein zwembad, met een beperkte diepte en dat geen groot en diep zwembad mogelijk is. Desondanks zal een zwembad worden uitgesloten op het uitbreidingsterrein ter plaatse van de voormalige boomgaard. Bovendien zal de diepte van een mogelijk te realiseren zwembad worden beperkt tot 1,4 m. De maximale standplaatsgrootte is niet vastgelegd.

Door het maximale aantal standplaatsen vast te leggen, is in relatie tot de totale oppervlakte van de camping impliciet sprake van een minimale oppervlakte per standplaats; de maximale standplaatsgrootte is niet vastgelegd omdat er planologisch geen reden is om de standplaatsgrootte te maximeren. Naarmate standplaatsen groter worden is sprake van een extensiever gebruik. u. Op basis van een maximaal aantal recreatiewoningen van 20 per hectare en een maximale oppervlakte van 25% van het bouwperceel, kunnen recreatiewoningen maximaal 125 m² groot zijn. Het is echter ook mogelijk dat minder dan 20 recreatiewoningen per hectare worden gerealiseerd. In die situatie kunnen recreatiewoningen op basis van de oppervlakteverhouding tussen standplaats en recreatiewoning groter worden dan 125 m². In dat licht wordt de maximale oppervlakte van recreatiewoningen van 130 m² gehandhaafd. v. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder e. w. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder f. Zoals blijkt uit de toelichting is na afweging van alle belangen de conclusie van het gemeentebestuur dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woongenot. Niet duidelijk is waarom geen sprake is van transparante besluitvorming. x. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder g. y.

Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder h. z. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder i. aa. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder j. bb. De kwaliteitsverbetering van de camping dient op en direct aansluitend aan de camping plaats te vinden. De voormalige boomgaard is fysiek de enige plek die gebruikt kan worden om eenheden uit te plaatsen vanuit de bestaande camping. Het is niet reëel om elders in de ten behoeve van de kwaliteitsverbetering benodigde ruimte te voorzien, vanwege de ruimtelijke en functionele relatie van de uit te plaatsen standplaatsen met de overige voorzieningen op de camping. Dat is ongewenst. Daar komt bij dat alle onderzoeken uitwijzen dat uitbreiding van de camping op de beoogde locatie planologisch aanvaardbaar is. Op grond van die overwegingen heeft de Afdeling in de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251) geoordeeld dat de gemeente terecht medewerking wil verlenen aan uitbreiding op de beoogde locatie. Getoetst is voorts of de belangen van de omwonenden zich daartegen verzetten. Op basis van de uitkomsten van de onderzoeken en toetsen is de conclusie dat deze belangen niet onevenredig worden aangetast door de beoogde ontwikkeling. In de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251, r.o.

9.2) heeft de Afdeling expliciet de volgende bevinding opgenomen 'Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad op de hiervoor genoemde gronden gewicht kunnen toekennen aan het belang bij uitbreiding van de camping.'. cc. In de kennisgeving is aangegeven dat het bestemmingsplan betrekking heeft op Camping International. Het uitbreidingsterrein met de huidige kinderboerderij behoort tot Camping International. Daarmee correspondeert de kennisgeving met de inhoud van het bestemmingsplan. In de toelichting bij het bestemmingsplan is duidelijk inzichtelijk gemaakt dat de uitbreiding van de camping betrekking heeft op de voormalige boomgaard en de

30

agrarische bestemming, die van oudsher bij speelboerderij Pierewiet hoort. Overigens is de eigendomssituatie niet bepalend voor de planologische toetsing. dd. De gebruiksmogelijkheden van de speelvoorzieningen op Pierewiet door de campinggasten zijn meegenomen in het uitgevoerde akoestisch onderzoek. Daarbij is uitgegaan van afsluiting van de speelvoorzieningen om uiterlijk 21:00 uur. De gevraagde fysieke afscherming tussen verblijfs- en dagrecreatie is al aanwezig. ee. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder n. ff. De windsingel voor fruitgaarden, zoals opgenomen in artikel 3.3 onder d, is opgenomen op uitdrukkelijk verzoek van de bewoner van St. Bavodijk 6, omdat een lagere beplanting het zicht op het recreatieterrein onvoldoende zou wegnemen. De betreffende windsingel is ook onderwerp geweest van de beroepsprocedure in het kader van het op 29 september 2016 vastgestelde bestemmingsplan. De Afdeling heeft in die procedure het beroep op dat punt ongegrond verklaard (ECLI:NL:RVS:2018:955; r.o. 11.1). Een nadere duiding van de locatie van de betreffende beplanting is niet nodig; het gaat om de bestemming Groen, grenzend aan het perceel St. Bavodijk 6. Naar aanleiding van de zienswijze wordt onderkend dat artikel 3.3 onder d strijdig is met artikel 5.3 onder l. In dat laatste artikel is immers sprake van een lagere hoogte van de beplanting.

In dat licht zal artikel 5.3 onder l worden aangevuld met de volgende zinsnede: 'met dien verstande dat ter plaatse van de gronden met de bestemming Groen grenzend aan het perceel St. Bavodijk 6 beplanting wordt gerealiseerd met een hoogte van 3,5 m en ten hoogste 8 m, met een te verwachten groeisnelheid van 1 m per jaar, in de vorm van een reguliere windsingel voor fruitboomgaarden. Aanvullend zal een begripsbepaling voor 'reguliere windsingel voor fruitboomgaarden' worden opgenomen, luidende: een eenrijïge beplanting rondom een fruitboomgaard, bestaande uit soorten als populier of zwarte els. gg. Er kan niet handhavend worden opgetreden tegen het rooien van de boomgaard en de windsingel. De geldende agrarische bestemming verzet zich niet tegen het rooien van deze beplanting. hh. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder o. Onderkend wordt dat de begrenzing van de vlakken niet overeenkomt met de geldende bestemmingsvlakken. De figuur wordt aangepast. ii. Hoewel in de regels de nodige randvoorwaarden zijn opgenomen, zijn de regels duidelijk en daardoor goed handhaafbaar. jj. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder q. kk. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder aa. ll. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder r. mm. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder t.

nn. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder gg. oo. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder s. pp. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder u. qq. Op basis van de jurisprudentie dient de (richt)afstand tussen een hinder veroorzakende functie en een gevoelige functie zoals Wonen te worden gemeten tussen de grens van het bestemmingsvlak van de bedrijfsfunctie en de gevel van de woning. In de aangehaalde uitspraak 201208659/1/R4 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is aangegeven dat in de bestreden situatie door de gemeente ten onrechte niet is gemeten vanaf de grens van het bestemmingsvlak van het bedrijf, maar van de feitelijke locatie van de betreffende bedrijfsfuncties. In het geval van het bestemmingsplan voor Camping International is – overeenkomstig de VNG-brochure en de vermelde uitspraak – gemeten vanaf de grens van de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie. Daar komt bij dat de richtafstanden van de VNG richtafstanden zijn, die gemotiveerd afwijken mogelijk maken. In onderhavig geval is sprake van een geluidswal tussen het uitbreidingsterrein van de camping en de gevoelige functies. Bovendien is in de bestemmingsregeling een regeling opgenomen, op grond waarvan voor maatgevende functies wat betreft het aspect geluid een grotere afstand wordt aangehouden.

Deze functies (parkeren, horeca, animatie-activiteiten, sportvelden en een zwembad) zijn uitgesloten op het uitbreidingsterrein. Gelet op deze afweging is de uitbreiding van het kampeerterrein planologisch aanvaardbaar. Daarmee wordt voor deze functies ruim voldaan aan de richtafstand van 30 m. Wat overblijft zijn de standplaatsen, die geen specifieke geluidsproducerende functie betreffen, omdat deze functie minder geluid produceert dan een speelterrein.

31

rr. Hoewel niet exact is vastgelegd waar welke functies komen, zijn in het bestemmingsplan voldoende randvoorwaarden opgenomen om onevenredige overlast te voorkomen. Dat blijkt ook uit de eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. ss. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt qq hiervoor. tt. Zoals hiervóór beschreven, is op basis van de Handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG gemotiveerd dat de op basis van het bestemmingsplan toelaatbare functies passen in de omgeving. De in de zienswijze opgenomen beschrijving uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering heeft betrekking op het opstellen van een algemeen toetsingskader voor het toelaten van functies in een gemengd gebied. Gelet op de aard van de functies is de opgenomen passage echter niet van toepassing op de onderhavige situatie. De aangehaalde categorieën activiteiten en de daaraan gekoppelde randvoorwaarden zijn overgenomen uit bijlage 4 van de VNG-brochure. In deze bijlage wordt in algemene zin een toetsingskader beschreven, voor het opstellen van een bestemmingsregeling voor gemengde gebieden. In de onderhavige situatie gaat het om de vraag of de uitbreiding van de camping in de omgeving met het karakter van een gemengd gebied, kan worden toegestaan.

In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt gemotiveerd waarom in deze situatie – uitgaande van de richtafstanden uit de VNG-brochure en het akoestisch onderzoek – uitbreiding van de camping toelaatbaar is. uu. De richtafstanden van de VNG zijn zoals eerder ook benoemd richtafstanden, op grond waarvan in een specifieke situatie een specifieke afweging moet worden gemaakt. Dat is in de toelichting op het bestemmingsplan gebeurd. De wijze waarop met de VNG-richtafstanden is omgegaan, het akoestisch onderzoek is verricht en maatregelen zijn getroffen is op hoofdlijnen door de Afdeling al ingestemd in de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251, r.o. 18 en 19). vv. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder x. ww.Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder dd. xx. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder z. yy. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 en 2 onder ee. zz. Inmiddels zijn recentere verkeersgegevens van de St. Bavodijk beschikbaar, daterend uit 2021. Deze gegevens wijken maar zeer beperkt af van de eerder gehanteerde gegevens uit 2007. Gemiddeld genomen zijn de in 2021 gemeten verkeersintensiteiten lager dan de cijfers uit de verkeerstellingen van 2007.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=dccdb8b4-3218-48bb-8bf2-491f4dde87ef