c. Nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan camping International.docx
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan camping International
1
Inhoud 1. Inleiding ……………………………………………………………………………………………………..3 1.1 Algemeen …………………………………………………………………………………………………..3 1.2 Eerdere procedures ……………………………………………………………………………………….3 1.3 Feitelijke situatie in relatie tot de geldende bestemmingsregeling …………………………………...4 1.4 Zienswijzen en overlegreacties …………………………………………………………………………..5 2. Overlegreacties …………………………………………………………………………………………….6 2.1 Provincie Zeeland ………………………………………………………………………………………….6 3. Zienswijzen ………………………………………………………………………………………………….7 3.1 Zienswijze 1 en 2 …………………………………………………………………………………………..7 3.2 Zienswijze 3 tot en met 14 ……………………………………………………………………………….20 3.3 Zienswijze 15 ………………………………………………………………………………………………21 4. Te verwerken aanpassingen bij de vaststelling ……………………………………………………..32 4.1 Aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen ……………………………………………………33 4.2 Ambtshalve aanpassingen ………………………………………………………………………………..33 Bijlage 1 Huisregels en afscheidingen ……………………………………………………………………35 Bijlage 2 Tokkelbaan …………………………………………………………………………………………40
2
1. Inleiding 1.1 algemeen De eigenaar van Camping International in Nieuwvliet is bezig met een kwaliteitsverbeteringstraject van het kampeerterrein. Bij de herinrichting van het terrein wordt de aangrenzende voormalige boomgaard betrokken. De kwaliteitsverbetering van de camping heeft betrekking op het vergroten van de standplaatsen, het aanpassen van de accommodaties, het realiseren van privé sanitair op de standplaatsen en verbetering van het voorzieningenniveau. Om dit mogelijk te maken, is onder meer de oorspronkelijke dierenweide, gelegen tussen de bedrijfswoning en de Sint Bavodijk, verplaatst naar de boomgaard. Ter plaatse van de dierenweide is een centrale parkeergelegenheid aangelegd. Aanvullend op de kwaliteitsverbetering van Camping International voorziet het nieuwe bestemmingsplan ook in het opnemen van een bestemmingsregeling voor Speelboerderij Pierewiet. 1.2 eerdere procedures Omdat de beoogde ontwikkeling niet past in de geldende bestemmingsregeling voor de gronden van de voormalige boomgaard, aansluitend aan Camping International en tevens een nieuwe bestemmingsregeling voor Pierewiet werd beoogd, is daarvoor in 2014, 2016 en in 2018 een bestemmingsplanprocedure doorlopen, inclusief beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). • Op 25 september 2014 heeft de raad het bestemmingsplan Camping International vastgesteld.
• Op 3 februari 2016 heeft de Afdeling een tussenuitspraak gedaan. Daarin oordeelt de Afdeling dat de raad op goede gronden belang hecht aan het creëren van uitbreidingsmogelijkheden voor de camping (r.o. 9.2), vanwege het bedrijfseconomisch belang en het beleid van provincie en gemeente. De Afdeling heeft voorts op de onderwerpen provinciaal en gemeentelijk beleid, luchtkwaliteit, hoogte van bebouwing, aan te houden afstanden, het uitgevoerde geluidsonderzoek, groen, gebruik van de gronde in de avonduren, verkeer en parkeren, alternatieven en de economische uitvoerbaarheid de beroepen ongegrond verklaard. Door middel van de bestuurlijke lus heeft de Afdeling de gemeente opgedragen het bestemmingsplan op enkele punten aan te passen: o Maximering van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden; o Verifiëren van de aannames voor de toetspunten van het akoestisch onderzoek en zo nodig het plan aanpassen; o Opnemen van een voorwaardelijke verplichting voor de aanleg van de grondwal met groenblijvende beplanting. •
•
•
In de einduitspraak van 7 september 2016 heeft de Afdeling vastgesteld dat de geconstateerde gebreken niet tijdig zijn hersteld. Alleen om die reden heeft de Afdeling het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Camping International vernietigd en de raad opgedragen een nieuw bestemmingsplan vast te stellen binnen 16 weken na de bekendmaking van de uitspraak. Op 29 september 2016 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Camping International opnieuw – gewijzigd – vastgesteld. In dat bestemmingsplan heeft de raad een nadere regeling opgenomen ter beperking van het aantal standplaatsen, nader akoestisch onderzoek laten verrichten, nadere voorschriften gesteld over de aanleg van een grondwal, de beplanting daarvan en een windsingel, alsmede voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in verband met de aanleg en instandhouding van de grondwal met beplanting en de windsingel. Op 21 maart 2018 heeft de Afdeling vervolgens een tussenuitspraak gedaan inzake de beroepsprocedure tegen dat bestemmingsplan. De Afdeling heeft de beroepen ongegrond verklaard, met uitzondering van de beroepsgrond met betrekking tot het akoestisch onderzoek. De Afdeling heeft onder andere uitgesproken dat de gemeenteraad de omgeving van het plangebied heeft kunnen aanmerken als gemengd gebied.
De Afdeling heeft de gemeente opgedragen inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor het woonklimaat in de omgeving van het plangebied, waarbij wordt uitgegaan van juiste aannames voor de toetspunten aan de perceelsgrenzen, zo nodig nader akoestisch onderzoek te verrichten en het plan aan de hand van dat nader onderzoek zo nodig aan te passen. In deze uitspraak is in dat licht bepaald dat dit niet betekent dat de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek, voor zover deze in de
3
• •
tussenuitspraak van 3 februari 2016 uitdrukkelijk door de Afdeling zijn geaccepteerd, niet langer mogen worden gehanteerd, dan wel dat deze opnieuw aan de orde kunnen worden gesteld. Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Camping International gewijzigd vastgesteld, teneinde het gebrek te herstellen. Op 4 september 2019 heeft de Afdeling een nieuwe einduitspraak gedaan in de betreffende procedure (ECLI:NL:RVS:2019:3014). Op verzoek van de Afdeling heeft STAB een deskundigenbericht uitgebracht. Naar aanleiding van het deskundigenbericht heeft de raad te kennen gegeven dat een aanvullende akoestische berekening nodig is om de effecten van de maximale mogelijkheden van het plan te kunnen beoordelen en dat op basis van de door STAB uitgevoerde berekeningen een aanpassing van het plan moet plaatsvinden. Omdat die aanpassing van het plan nog niet had plaatsgevonden, heeft de Afdeling het besluit van de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan vernietigd.
Zoals blijkt uit het voorgaande, hebben deze procedures uiteindelijk niet geleid tot een onherroepelijk bestemmingsplan. De reden was dat in beide procedures, zowel in 2016 als in 2018/2019, niet tijdig gebruik is gemaakt van de gelegenheid die de Afdeling door middel van tussenuitspraken heeft geboden, om de opgestelde bestemmingsplannen hangende de beroepsprocedures te herstellen. Het op 29 september 2016 door de gemeenteraad vastgestelde en op 5 juli 2018 gewijzigde bestemmingsplan is op 4 september 2019 vernietigd door de Afdeling omdat de gemeenteraad niet tijdig een toegezegde aanvullende akoestische berekening en daarmee samenhangende aanpassing van het bestemmingsplan heeft uitgevoerd, respectievelijk vastgesteld. Deze aanvulling had betrekking op de berekening van het maximale geluidsniveau in relatie tot de gekozen bronhoogte en hoogte van speeltoestellen. Daarop had het bestemmingsplan moeten worden aangepast. Hiervoor is in het deskundigenbericht van STAB een voorstel gedaan (STAB-50701, 5 februari 2019). Dat voorstel is als uitgangspunt voor het akoestisch onderzoek genomen. De aangebrachte aanpassingen in het akoestisch onderzoek en daaruit voortvloeiende aanpassingen van de bestemmingsregeling zijn in lijn met het door STAB op verzoek van de Afdeling uitgebrachte deskundigenbericht.
Een en ander is in 2021 in het nieuwe ontwerpbestemmingsplan verwerkt, waarmee de beoogde ontwikkeling van Camping International mogelijk wordt gemaakt en een nieuwe regeling voor Pierewiet kan worden vastgesteld. In de zienswijzen valt op dat reclamanten geen rekening houden met de eerdere uitspraken van de Afdeling. Daar waar de Afdeling inhoudelijke uitspraken heeft gedaan op de verschillende onderwerpen en er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden, zijn de eerdere uitspraken relevant voor het voorliggende bestemmingsplan. Daar waar dat het geval is, wordt daar in deze zienswijzennota op gewezen. 1.3 Feitelijke situatie in relatie tot de geldende bestemmingsregeling Zoals in de toelichting op het bestemmingsplan is beschreven, is de feitelijk planologische situatie volgens het bestemmingsplan Kom Nieuwvliet als volgt: • het terrein van speelboerderij Pierewiet heeft de bestemming Dagrecreatie met de aanduiding Kinderboerderij; • de minicamping en de achter de speelboerderij gelegen voormalige boomgaard zijn bestemd als Agrarisch met de aanduiding randzone, waarbij een minicamping is toegestaan; • voor Camping International geldt deels een bestemming Verblijfsrecreatie met de subbestemming Kampeerterrein. Een deel van de camping is planologisch mogelijk gemaakt met een vrijstellingsprocedure ex artikel 19 lid 1 WRO.
In de beoogde bestemmingsregeling worden de voormalige minicamping en boomgaard met de bestemming Agrarisch bestemd tot Recreatie - Verblijfsrecreatie, zodat deze gronden betrokken kunnen worden bij de kwaliteitsverbetering van Camping International.
4
De afgelopen jaren zijn op de gronden met de bestemming Agrarisch de volgende ontwikkelingen gerealiseerd: • • •
nieuwe standplaatsen ter plaatse van de voormalige minicamping; een kinderboerderij met een dierenstalling ter plaatse van de boomgaard; een pannakooi ter plaatse van de boomgaard.
Deze ontwikkelingen passen niet in het geldende bestemmingsplan, maar waren wel mogelijk op basis van de in 2014 en 2016 voor de camping vastgestelde bestemmingsplannen. Deze bestemmingsplannen zijn in werking getreden na afloop van de beroepstermijnen, echter vervolgens vernietigd door de Afdeling. In de tussenliggende periodes dat de bestemmingsplannen in werking zijn getreden zijn de ontwikkelingen gerealiseerd. Voorliggend nieuw bestemmingsplan beoogt mede te voorzien in een juridisch-planologische bevestiging van deze voorzieningen. 1.4 Zienswijzen en overlegreacties Het ontwerpbestemmingsplan Camping International heeft vanaf 30 september 2021 tot en met 10 november 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen worden ingediend. Ook is de gebruikelijke overlegpartners de mogelijkheid geboden tijdens deze termijn een reactie in te dienen. Er zijn 15 zienswijzen ontvangen. Alle zienswijzen zijn tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. De provincie Zeeland heeft een overlegreactie ingediend. In de Nota beantwoording zienswijzen en overlegreacties zijn de overlegreacties en zienswijzen samengevat en van een beantwoording voorzien. Zienswijzen die zijn ingediend door particulieren, zijn geanonimiseerd. De zienswijzen 1 en 2 zijn identiek en ook de zienswijzen 3 t/m 14 zijn aan elkaar gelijk.
Deze zienwijzen worden in voorliggende nota dan ook gezamenlijk samengevat en beantwoord. Zienswijze 15 bevat deels dezelfde reacties als de zienswijzen 1 t/m 14. Op deze punten wordt verwezen naar de corresponderende beantwoording van de zienswijzen 1 t/m 14. Tabel 1.1 Overzicht van ontvangen reacties en zienswijzen Overlegreactie Van Ontvangen 1 Provincie Zeeland 13-10-2021 Zienswijzen Van Ontvangen 1 Particulier 10-11-2021 18-101-2021 / 10-112 Particulier 2021 3 Particulier 09-11-2021 4 Particulier 5 Particulier 6 Particulier 7 Particulier 8 Particulier 9 Particulier 10 Particulier 11 Particulier 12 Particulier 13 Particulier 14 Particulier 25-10-2021 / 09-1115 Particulier 2021
Poststuknummer Poststuknummer
5
2. Overlegreacties 2.1 provincie Zeeland, 13 oktober 2021 Samenvatting overlegreactie De provincie Zeeland zal geen zienswijze indienen. Ten aanzien van de Aerius-berekeningen wordt gevraagd deze te actualiseren door gebruik te maken van de meest recente versie van de Aeriuscalculator. Antwoord De AERIUS-berekening is geactualiseerd, door gebruik te maken van de meest actuele versie van de calculator (versie januari 2022).
6
3. Zienswijzen 3.1 Zienswijze 1 (ontvangen op 10-11-2021) en zienswijze 2 (ontvangen op 10-11-21) Samenvatting zienswijze a. Reclamanten vrezen als omwonenden voor een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat en blijven zich verzetten tegen deze onacceptabele uitbreiding van Camping International. b. De sluitingsdatum van de terinzageleggingstermijn van het ontwerpbestemmingsplan is verkeerd gepubliceerd en er heeft geen rectificatie plaatsgevonden. Het proces kan niet worden gecontinueerd zonder herstel van deze fouten. c. Waarom is het nieuwe ontwerpbestemmingsplan niet getoetst door de Commissie Ruimte alvorens het vast te stellen. d. De camping is altijd gescheiden geweest van de dorpskern door een agrarische bufferzone in de vorm van een boomgaard. Gelet op de uitspraak van de Raad van State R03.90.2516/S5645 is het onacceptabel dat deze bufferzone verdwijnt en plaats moet maken voor een recreatiegebied naast gevoelige objecten zoals tuinen en woningen. e. In het ontwerpbestemmingsplan wordt ten onrechte niet vermeld dat vele bouwwerken en het gebruik van de voormalige boomgaard zonder vergunning zijn gebouwd resp. in strijd is met de planregels: een dierenverblijfplaats/schuur gerealiseerd, twee voetbalkooien en een gebouw voor sanitaire voorzieningen.
Tevens heeft de klimtoren (vuurtoren), die vrij zicht heeft op de tuinen van de omwonenden, zonder toestemming op agrarisch gebied gestaan en is te hoog volgens de regels van de nieuwe bestemming waarop gehandhaafd moet worden. De voormalige boomgaard is tevens gebruikt als voetbalveld waar niet op is gehandhaafd. Ook op het terrein van Pierewiet heeft een uitbreiding plaatsgevonden t.b.v. horecaactiviteiten. f. De boogde ontwikkeling is in strijd met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het economisch belang van de ondernemer wordt belangrijker geacht dan het woongenot. g. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen de speerpunten en strategische doelen uit het Omgevingsplan 2018 van de provincie Zeeland. h. De verevening voor flora en fauna, door het geschikt maken van een bunker voor vleermuizen en het ophangen van fauna-elementen, is onvoldoende in relatie tot de ontwikkeling en zorgt voor overlast. i. De beoogde uitbreiding van Camping International vindt plaats buiten de in de Omgevingsverordening 2018 aangewezen badplaatsen of aandachtgebieden. Omdat de uitbreiding van Camping International niet voldoet aan de in bijlage D onder 1 opgenomen uitgangspunten, kan de beoogde uitbreiding niet plaatsvinden en moet het bestemmingsplan worden vernietigd. j.
Het beoogde initiatief is onvoldoende getoetst aan de beleidsnota's 'Krachtig Verbonden' en 'Kadernota Recreatief Verblijf'. k. De beschrijving van de, op de voormalige boomgaard, aanwezige functies, bouwwerken en gebouwen in de paragrafen 2.1 en 2.2 is foutief en onvolledig en dient gecorrigeerd te worden. Na de uitspraken van de Afdeling zijn twee nieuwe voetbalkooien, een nieuw bouwwerk ten behoeve van dierenverblijf, een nieuw gebouw voor sanitaire voorzieningen en nieuwe speeltoestellen gerealiseerd naast de al aanwezige speeltoestellen (tokkelbaan, springluchtkussen) en het bouwwerk klimtoren van minimaal 9 meter hoog (vuurtoren). l. Camping International richt zich op de doelgroep van jonge gezinnen en op Pierewiet trekt met jonge kinderen van buiten het campingterrein. Het is dan ook onbegrijpelijk en onacceptabel dat de gemeente deze uitbreiding toelaat in een dorp ten koste van het woonen leefklimaat van de omwonenden. Buiten het dorp zijn immers tal van mogelijkheden voor uitbreiding aanwezig. De beoogde ontwikkeling gaat ten koste van het woon- en leefklimaat van de omwonenden. m. Het speelterrein (dagrecreatie) is regelmatig tot na 23:00 uur geopend. Dit zorgt voor overlast. Hoe wordt hierop gehandhaafd? Tevens wordt een fysieke afsluitbare afscherming tussen verblijfsrecreatie en dagrecreatie gevraagd.
7
n.
De hoogte van de grondwal voldoet niet overal aan de vereiste 3 meter. Het groen wordt niet onderhouden waardoor onkruid op de grondwal overwoekert en doorgroeit en overwaait naar de tuinen van omwonenden. o. In figuur 2.3 van de toelichting is de oppervlakteverdeling tussen Pierewiet, de minicamping en boomgaard gevisualiseerd. Het terrein van Pierewiet komt in oppervlakte en vorm niet overeen met de dagrecreatieve bestemming in het bestemmingsplan. Dit zal moeten worden aangepast. p. Hoe is de regeling, met enorm veel verschillende functies in een relatief klein gebied, handhaafbaar? q. In paragraaf 2.7 wordt gesteld dat door de genomen maatregelen voldaan wordt aan het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In dezelfde paragraaf wordt echter ook gesteld dat dit niet betekent dat er nooit overlast kan zijn. Graag deze onbegrijpelijke tegenstelling verklaren. r. Waar is de voorwaardelijke verplichting met betrekking tot de waterberging te vinden? En hoe gaat de camping om met de vraag van het waterschap voor hergebruik van water in het ontwerp? s. Vermeld wordt dat voldaan wordt aan de voorwaarden uit het Activiteitenbesluit en dat geen vergunning nodig is op basis van de Wet milieubeheer. Waaruit blijkt dat? t.
Waaruit blijkt dat aanleg van bestemmingsplan en gebruik van bestemmingsplan volgens de Wet milieubeheer zijn getoetst aan de regeling NIBM? Tevens zal elk project moeten voldoen aan het Besluit Gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) en een goede ruimtelijke ordening. u. In het kader van milieuzonering is het woongebied bij Camping International vergelijkbaar met het woongebied aan de Cadzandseweg, dat recent aangewezen is als 'rustige woonwijk'. Bovendien is een aantal functies, zoals genoemd in de toelichting en weergegeven op figuur 4.8 feitelijk niet meer aanwezig in de kern van Nieuwvliet (de school, het paarse vlak bedrijf in het midden van de figuur). Bovendien loopt het terrein van Pierewiet niet zo ver door als ingetekend op figuur 4.6. Een deel van het terrein heeft een agrarische bestemming, waardoor sprake is van een aanzienlijke agrarische buffer tussen de camping en het woongebied. In een onderzoeksrapport van G&O consult uit 2015 is aangetoond dat de Prinses Wilhelminastraat een rustige woonwijk is en geen gemengd gebied. De toelichting is misleidend op dit punt. v. De richtafstand voor geluid dient 30 meter te bedragen bij een gemengd gebied (en 50 meter bij rustige woonwijk). De afstand tussen de woningen aan de Wilhelminastraat en de kampeermiddelen bedraagt minimaal 22 meter. Er wordt dus niet aan de gestelde richtafstand voldaan.
Daarnaast geldt dat de feitelijke afstand moet worden gemeten vanaf de uiterste grens van het woongebied tot aan de uiterste grens van de bestemming Verblijfsrecreatie (10 meter). w. Het gebruik van de tokkelbaan en beweegbare brug bij Pierewiet is vanaf 19 uur niet toegestaan. Hoe wordt dat gehandhaafd? Dat geldt ook voor het gebruik van het luchtspringkussen en de voetbalkooien tot de late uren (na 23 uur). x. In het bestemmingsplan moet een begripsbepaling voor 'speeltoestel' worden opgenomen. Valt hieronder ook een zwembad? y. De toegelaten aantallen kinderen bij Pierewiet zijn volgens de website hoger dan de aantallen gebruikt in het onderzoek. Er is dan ook niet uitgegaan van planologisch maximaal aantal kinderen. De onderzoeken dienen hierop te worden aangepast. z. De nieuwe verlichting op het terrein Pierewiet is zeer fel, niet naar beneden gericht en zorgt voor hinder bij omwonenden. Dit is in strijd met het bestemmingsplan en de afspraken met natuurorganisaties. Op deze verlichting dient dan ook gehandhaafd te worden. aa. In het bestemmingsplan is opgenomen dat de eigenaar van Camping International aan omwonenden heeft aangegeven bij overlast contact op te nemen met het bedrijf. Omdat deze meldingen niet formeel geregistreerd worden, vindt er geen dossiervorming plaats bij de gemeente. Dit staat een handhavingsverzoek in de weg. bb.
Het bestemmingsplan en het akoestisch onderzoek inrichtingslawaai zijn beide opgesteld door Rho adviseurs. Er is dan ook geen sprake van onafhankelijkheid. Gevraagd wordt het
8
akoestisch onderzoek inrichtingslawaai opnieuw te laten uitvoeren door een onafhankelijke partij. cc. In het akoestisch onderzoek wordt ten onrechte uitgegaan van 'gemengd gebied'. Er dient gerekend te worden met de normen voor 'rustige woonwijk'. dd. Diverse uitgangspunten en conclusies in het akoestisch onderzoek worden bestreden. Het gaat hierbij om: 1. Het aantal kinderen: er wordt uitgegaan van 75 kinderen terwijl op de website van Pierewiet staat dat 120 kinderen worden toegelaten. Dit is exclusief de kinderen die vanaf de camping vrij toegang hebben tot het terrein. 2. Het equivalent geluidsniveau: er wordt gesteld dat het equivalent bronvermogen gemiddeld per kind 80 dB(A) bedraagt. De omstandigheden zijn echter vergelijkbaar met die van een schoolplein, waarvoor een equivalent bronvermogen van 87 dB(A) wordt gehanteerd. Er zou met een equivalent bronvermogen van 87 dB(A) gerekend moeten worden.Een buitenzwembad heeft een equivalent bronvermogen van 92-95 dB(A). Dit bronvermogen dient te worden toegevoegd aan het akoestisch onderzoek. 3. Het maximum geluidsniveau: er wordt gesteld dat het maximum bronvermogen gemiddeld per kind 105 dB(A) bedraagt. De omstandigheden zijn echter vergelijkbaar met die van een schoolplein, waarvoor een maximum bronvermogen van 107 dB(A) wordt gehanteerd. Er zou met een maximum bronvermogen van 107 dB(A) gerekend moeten worden.
Een buitenzwembad heeft een maximum bronvermogen van 110 dB(A). Dit bronvermogen dient te worden toegevoegd aan het akoestisch onderzoek. 4. De tijden van het equivalent geluidsniveau: het akoestisch onderzoek dient aangepast te worden met de openingstijden die in praktijk voorvallen (ná 21 uur) of de gemeente zal moeten handhaven op de officiële sluitingstijden. 5. Bronhoogte voor maximaal geluidsniveau: voor een groot kind wordt in het akoestisch onderzoek een bronhoogte van 0,5 meter aangehouden. Een groot kind is minimaal 1 meter lang. Dit dient in het akoestisch onderzoek gecorrigeerd te worden. 6. Speeltoestellen: het luchtspeelkussen is hoger dan de andere speeltoestellen en is niet meegenomen in het akoestisch onderzoek. De hoogte van de tokkelbaan is niet (duidelijk) opgenomen in het akoestisch onderzoek. Het maximaal bronvermogen van de pannakooi bedraagt in het akoestisch onderzoek 108 dB(A). Omdat niet gebruik gemaakt wordt van geluidarme materialen stelt inspreker dat dit 112 dB(A) dient te zijn. Het equivalent bronvermogen van de pannakooi en de maximum bronhoogte voor de pannakooi van 4 meter ontbreken in het akoestisch onderzoek. Er geldt een 'maximaal bronvermogen overig' van 105 dB(A). Graag nadere toelichting op het begrip 'overig'. De bronhoogte maximaal geluidsniveau zuidoosthoeken bedraagt 2 meter.
Hierbij is geen rekening gehouden met een opstaand kind zoals bij andere bronhoogtes wel is gedaan. Graag aanpassen. In het rekenmodel zijn verschillende bronhoogtes aangehouden voor het gebied [sba-1]. Graag onderbouwen waarom. 7. Stemgeluid van kinderen: in tabel B1 van het akoestisch onderzoek wordt de effectieve tijd dat een kind stemgeluid produceert op het kampeerterrein op 25% gesteld en op het terrein van Pierewiet op 5%. Dit kan niet juist zijn en zal dus moeten worden aangepast. In de tabel zijn getallen voor de gemiddelde bedrijfsduur dat kinderen stemgeluid produceren in de dag- en avondperiode opgenomen. Graag een onderbouwing van deze getallen. 8. Rekenresultaten: in het akoestisch onderzoek wordt gesteld dat het equivalent bronvermogen en het maximum bronvermogen ten opzichte van het akoestisch onderzoek uit het bestemmingsplan uit 2018 zijn verhoogd. De bronhoogte is gelijk gebleven. Graag toelichting op het feit dat de grens van het toelaatbare in de avond in 2018 nu verhoogd kan worden? 9. De imissiehoogtes op de gevels en tuinen van de woningen en de windrichting en snelheid zijn niet benoemd. Graag aanvullen.
9
10. De langetijdgemiddelde beoordelingsniveaus voor de tuinen van de woningen komen lager uit dan op de gevels van de woningen, terwijl deze op kortere afstand van de geluidsbron liggen. Graag toelichten hoe dat kan. 11. Omdat de resultatentabellen voor de toetspunten voor Larlt avondperiode verblijfsrecreatie en dagrecreatie ontbreken, kan niet worden aangetoond waarom de langetijdgemiddelde en het maximale geluidsniveau voor de avond lager zijn dan de dag. 12. Omdat in het bestemmingsplan planologische mogelijkheden worden geboden voor de plaatsing van een zwembad en speeltoestellen op het terrein van Pierewiet en de agrarische gronden, is de conclusie dat de activiteiten van Pierewiet niet zullen wijzigen niet correct. 13. Het maaiveld ter plaatse van de toetspunten op de Sint Bavodijk is in het akoestisch onderzoek op 0 m gesteld. Dit is niet correct en zal dan ook moeten worden aangepast in de lijst van toetspunten en het rekenmodel. Dit geldt ook voor de lijst met gebouwen waarbij het maaiveld onjuist op 0 m is gesteld. ee. Het bestemmingsplan gaat verkeerstechnisch ten onrechte niet uit van uitbreiding. Dit dient aangepast te worden. ff. De uitgevoerde verkeerstellingen dateren uit 2007. Deze zijn gedateerd en niet representatief. Graag actualiseren. gg. Het aangehaalde bodemonderzoek in de toelichting van het bestemmingsplan ontbreekt. Graag toevoegen. hh.
In paragraaf 4.8 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai van de toelichting wordt (foutief) verwezen naar de bijlage Verkeerstellingen Sint Bavodijk. Graag aanpassen. ii. In het kader van toezicht is op het terrein van de camping een aantal camera's geplaatst. Graag vragen wij de gemeente om periodiek te controleren of deze camera's inderdaad uitsluitend op het campingterrein gericht worden, zoals afgesproken. Antwoord
a. In de toelichting op het bestemmingsplan zijn alle relevante planologische aspecten zorgvuldig onderzocht. Daarbij is ook uitgebreid aandacht besteed aan het woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen, onder andere door middel van het uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Met inachtneming van de eerdere uitspraken van de Afdeling en een aantal in de bestemmingsregeling aanvullend opgenomen randvoorwaarden, kan dan ook geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling planologisch aanvaardbaar is. b. Aan reclamanten is via de e-mail de correcte termijn van de terinzagelegging medegedeeld. Bovendien heeft het ontwerpbestemmingsplan daadwerkelijk gedurende de wettelijke termijn van 6 weken ter inzage gelegen. In de publicatie stond de termijn van 6 weken vermeld, weliswaar met een foutieve einddatum van de terinzagelegging. Tot slot is niet gebleken dat potentiële reclamanten in hun belangen zijn geschaad. c. Het ontwerpbestemmingsplan is door het college ter inzage gelegd. Vóór de vaststelling door de gemeenteraad zal het ontwerpbestemmingsplan met eventuele aanpassingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen worden voorgelegd aan de Commissie Ruimte. d.
De genoemde uitspraak R03.90.2516/S5645 heeft betrekking op een schorsingsverzoek inzake de procedure waarbij de gemeenteraad met gebruikmaking van artikel 19 van de WRO vrijstelling heeft verleend voor uitbreiding van Camping International in noordelijke richting. De voorzitter heeft het vrijstellingsbesluit geschorst in verband met twijfels over de veronderstelde beperking van het woongenot. Ongeacht het oordeel van de voorzitter dat het bestreden besluit geschorst diende te worden, is het betreffende besluit overeind gebleven in de bodemprocedure en is de
10
uitbreiding van de camping vervolgens gerealiseerd. De nu voorgenomen uitbreiding van Camping International ter plaatse van de voormalige boomgaard is voorts getoetst op alle planologisch relevante aspecten. Verwezen wordt naar de toelichting bij het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn bovendien verschillende randvoorwaarden opgenomen, waarmee mogelijke overlast voor de omwonenden, specifiek ten aanzien van het aspect geluid, zo veel mogelijk wordt beperkt. Deze randvoorwaarden waarborgen een voldoende woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen en tuinen in de directe omgeving van de camping. Met inachtneming van deze voorwaarden kan worden geconcludeerd dat uitbreiding van de camping planologisch aanvaardbaar is. De Afdeling heeft in uitspraken aangegeven dat het aspect geluid nader onderzoek vergde. Hiervoor is STAB ook ingeschakeld. De conclusie blijft overeind dat, met aanscherping van maatregelen ter reducering van geluid, een voldoende woon- en leefklimaat gewaarborgd wordt. e. In paragraaf 2.2 van de toelichting wordt beschreven dat het uitbreidingsterrein in gebruik is genomen als dierenweide/kinderboerderij. Ook wordt vermeld dat een pannakooi en een geluidswal zijn gerealiseerd. In de dierenweide is een stal gebouwd. Deze voorzieningen zijn gerealiseerd op basis van het op 29 september 2016 door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan.
Het nieuwe sanitairgebouw, dat is gerealiseerd, is gebouwd op het terrein van Camping International, dat op basis van het oorspronkelijke, nu nog geldende bestemmingsplan een verblijfsrecreatieve bestemming heeft. De klimtoren dateert al van vóór 2007, toen de huidige eigenaar van Camping International de camping heeft overgenomen. De uitbreiding van de horeca-activiteiten van Pierewiet passen binnen het geldende bestemmingsplan Kom Nieuwvliet. In het nieuwe bestemmingsplan is ervoor gekozen hiervoor een specifieke aanduiding op te nemen, om de horeca-activiteiten niet op het hele terrein van Pierewiet mogelijk te maken, maar te concentreren in het bestaande centrale gebouw van Pierewiet. Het betreft horeca-activiteiten met een afstandsrichtlijn van 10 m voor een rustige woonwijk en dus 0 m voor een gemengd gebied. De afstand van het aanduidingsvlak tot de woonpercelen aan de Pr. Wilhelminastraat bedraagt meer dan 100 m. Met het voorliggende bestemmingsplan worden de betreffende voorzieningen – voor zover deze al niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen – planologisch geregeld en bevestigd. f. Met de vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de SVIR vervallen. De toelichting van het bestemmingsplan zal daarop worden aangepast. In de NOVI bevat een langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.
In dat kader worden 21 zogenoemde 'nationale belangen' genoemd. Onderdeel van deze nationale belangen is onder andere het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit en het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt in de hoofdstukken 3 en 4 gemotiveerd dat de beoogde ontwikkeling past binnen deze doelstellingen. g. De beoogde ontwikkeling is in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan getoetst aan het Omgevingsplan 2018 van de provincie Zeeland. Inmiddels is het Omgevingsplan 2018 vervangen door de Omgevingsvisie van de provincie. Deze visie is de provinciale vertaling van de NOVI in provinciaal beleid. In de Omgevingsvisie worden vier Zeeuwse ambities benoemd voor 2050: 1. uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. In de toelichting op het bestemmingsplan (paragraaf 3.2) is de toets aan de het Omgevingsplan 2018 vervangen door de toets aan de Zeeuwse Omgevingsvisie. De uitkomsten van de toets wijken niet af van de conclusies op basis van het Omgevingsplan 2018. Inhoudelijk is de toets van de uitbreiding van verblijfsrecreatieve terreinen niet veranderd.
11
h. Met de gerealiseerde verevening is een investering gedaan in de ecologische kwaliteit van de omgeving. Een goede vleermuizenstand draagt bij aan een goed ecologisch evenwicht. Bovendien betekent een goede vleermuizenstand dat de insectendruk lager is dan zonder vleermuizen, hetgeen het woongenot ten goede komt. Het vleermuizenverblijf ligt op een afstand van meer dan 100 m tot de dichtstbijzijnde tuinen in de omgeving. Dat als gevolg van de vleermuizenbunker in de tuinen van de aan het plangebied grenzende woningen overlast ontstaat, wordt niet nader onderbouwd. Dat in enige mate overlast bestaat laat onverlet dat een goede vleermuizenstand ecologisch wenselijk is. i. Zoals aangegeven in artikel 2.10 lid 5 is uitbreiding een bestaand verblijfsrecreatieterrein buiten de badplaatsen toelaatbaar als wordt voldaan aan in bijlage D onder 1 genoemde uitgangspunten. In paragraaf 3.2.2. wordt gemotiveerd dat wordt voldaan aan deze voorwaarden. Daarbij is van belang dat het terrein volledig wordt omgeven door dagrecreatie, verblijfsrecreatie, woningen en een sportveld. Binnen deze context wordt het te realiseren landschap uitgewerkt in de vorm van een fruitgaardcamping. j. In paragraaf 3.3 wordt beschreven dat wordt voldaan aan de gemeentelijke beleidsnota's Krachtig Verbonden en Kadernota Recreatief Verblijf.
Burgerparticipatie en het samenwerken van initiatiefnemers en belanghebbenden zijn helaas niet altijd een waarborg voor een breed gedragen ontwikkeling. Dat geldt ook in de onderhavige situatie. Dat laat onverlet dat het de taak is van de gemeente om de belangen af te wegen en tot een besluit te komen. Zoals beschreven in de toelichting is er planologisch geen belemmering om medewerking te verlenen aan de beoogde ontwikkeling. Wat betreft duurzaamheid en energie wordt op het nieuwe terrein voorzien in een duurzame inrichting, waarbij bijvoorbeeld zorg wordt gedragen voor beperking van de verlichting, zodat daardoor geen lichtuitstraling naar de omgeving ontstaat en met zonnepanelen wordt voorzien in opwekking van duurzame energie. k. Een aantal van de genoemde voorzieningen is gerealiseerd op basis van het op 29 september 2016 door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan. Verder is op het uitbreidingsterrein slechts sprake van één pannakooi en aanvullend een heel klein voetbalkooitje voor de allerkleinsten met een omvang van 2 m bij 4,7 m. Dit kleine voetbalkooitje is gelegen binnen de bestaande camping met de geldende verblijfsrecreatieve bestemming. Het genoemde sanitairgebouw staat eveneens op het terrein van de bestaande camping, niet op de gronden met de agrarische bestemming.
Dat laat onverlet dat een aantal functies en bouwwerken niet past in de geldende bestemmingsregeling, na de vernietiging van het in 2016 vastgestelde bestemmingsplan door de Afdeling bestuursrechtspraak. Het gaat daarbij om een deel van de pannakooi en de dierenstalling ter plaatse van de kinderboerderij. Met het nieuwe bestemmingsplan worden deze functies en voorzieningen planologisch geregeld. l. In het uitgevoerde akoestisch onderzoek zijn – conform de door STAB aangereikte uitgangspunten – alle relevante voorzieningen opgenomen, voor zover die van invloed zijn op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Op basis van het akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling – met inachtneming van een aantal randvoorwaarden – aanvaardbaar is in de omgeving. Daarbij is van belang dat een aan de bestaande camping aansluitende uitbreiding uitsluitend op deze locatie is te realiseren. Het uitbreiden van de camping op andere gronden in de omgeving is niet mogelijk. Bovendien is een dergelijk terrein dan ruimtelijk gescheiden van de bestaande camping en zou de synergie in functies sterk zijn verminderd. Dan zouden campinggasten of bijvoorbeeld kinderen een weg moeten oversteken om gebruik te maken van de faciliteiten op de camping respectievelijk van de kinderboerderij. Dit is onwenselijk.
Een dergelijke ruimtelijke scheiding is zowel vanuit de bedrijfsvoering als vanuit versnippering van het ruimtegebruik niet gewenst. Uitbreiding op een locatie buiten het dorp is dan ook geen reële optie. De Afdeling heeft in de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251) overwogen dat de raad heeft gemotiveerd dat een
12
uitbreiding aan de noordzijde van de camping geen optie is omdat dit financieel niet haalbaar is gebleken. Tevens is het met het oog op een adequate exploitatie van de camping niet wenselijk de uitbreiding aan een overzijde van een weg te situeren. Op grond van die overwegingen heeft de Afdeling geconstateerd dat de betogen faalden. m. Het speelterrein van Pierewiet is in de huidige situatie al gescheiden van het terrein van de kinderboerderij met een afsluitbaar hek. Het speelterrein wordt conform het campingreglement 's avonds afgesloten. Met informatieborden worden sluitingstijden ook ter plekke aangegeven. Deze tijden worden strikt gehandhaafd. Niet bekend is dat het speelterrein structureel tot na 23:00 uur wordt gebruikt. Bijlage 1 bevat een aantal foto's van de genoemde voorzieningen en informatieborden. n. . De bestaande grondwal is op een aantal plaatsen ingeklonken, waardoor niet meer wordt voldaan aan de vereiste hoogte van 3 m. Voor de delen van de wal waar niet aan de vereiste hoogte van 3 m wordt voldaan, zal de gemeente handhavend optreden en zal de campingeigenaar de wal moeten ophogen. Daarbij is het van belang dat als de wal wordt opgehoogd, de bestaande beplanting moet worden verwijderd. Een optie is om op de grondwal een aanvullend geluidsscherm te realiseren. In het bestemmingsplan zal dat uit ambtshalve overwegingen mogelijk worden gemaakt.
Door de aanwezige begroeiing is er nauwelijks sprake van ongewenste onkruidgroei en is eventuele overlast als gevolg van onkruid tot een minimum beperkt. o. In figuur 2.3 van de toelichting zal de oppervlakteverdeling tussen Pierewiet, de voormalige minicamping en de boomgaard worden aangepast aan het geldende bestemmingsplan Kom Nieuwvliet. p. De regeling is zodanig geobjectiveerd, dat handhaving goed mogelijk is. Door concrete aanduidingen op de verbeelding op te nemen voor bepaalde geluid veroorzakende activiteiten en daaraan specifieke regels te koppelen zijn de randvoorwaarden vanuit het akoestisch onderzoek concreet vertaald in de regels en is de regeling beter handhaafbaar dan wanneer algemene regels zouden worden opgenomen. q. Met de diverse maatregelen en randvoorwaarden wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Tegelijkertijd wordt echter onderkend dat nooit 100% uit te sluiten is dat – ondanks strikte toepassing van de regels – incidenteel overlast kan ontstaan. Om in dergelijke situaties op te kunnen treden, is een direct telefoonnummer van de camping beschikbaar, zodat direct opgetreden kan worden. Daarnaast is melding bij de gemeente mogelijk, zodat de gemeente zo nodig ook handhavend kan optreden en over klachten wordt geïnformeerd. r. De voorwaardelijke verplichting is opgenomen in artikel 5.3 onder q.
De hergebruiksmogelijkheden van water in het nieuwe ontwerp zullen te zijner tijd onderwerp zijn van afstemming tussen camping en waterschap. s. Een camping zoals Camping International wordt genoemd in Onderdeel C categorie 18.2 van het Besluit Omgevingsrecht. Voor de uitbreiding van de camping kan volstaan worden met een melding Activiteitenbesluit. t. In paragraaf 4.9 van de toelichting wordt getoetst aan het Besluit niet in betekenende mate (nibm). Als gevolg van de beoogde ontwikkeling ontstaan geen extra verkeersbewegingen, waardoor de luchtkwaliteit kan verslechteren. Het aantal standplaatsen wordt namelijk niet uitgebreid. En dat is bepalend voor de verkeersaantrekkende werking. u. Het rapport van G&O Consult is ingebracht door reclamanten in het kader van de beroepsprocedure met betrekking tot het bestemmingsplan Camping International dat op 25 september 2014 is vastgesteld. Het rapport wordt genoemd in de uitspraak van de Afdeling van 7 september 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2416) en is dus meegenomen door de Afdeling in het besluit. Daaruit blijkt dat de Afdeling geen gewicht aan het rapport van G&O Consult heeft toegekend.
13
Bij de beoordeling in de uitspraak van 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:251; r.o. 18.1 en 18.2) heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de omgeving van het plangebied moet worden aangemerkt als gemengd gebied. Daarbij heeft de gemeenteraad betrokken dat in de nabijheid van het plangebied waar de uitbreiding van de camping is voorzien woningen liggen afgewisseld met enkele agrarische bedrijven, een caravanstalling, een strandexploitatiebedrijf, een verkooppunt voor landbouwmachines, een sportveld en een camping. Verder heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat de Sint Bavodijk, die langs het plangebied loopt, een doorgaande route richting kustgebied vormt en het kustgebied ontsluit. De omzetting van een caravanbedrijf naar woningen (inclusief planologische wijziging), beëindiging van de school en minimalisering van het verkooppunt van landbouwmachines (beide zonder planologische wijziging) hebben naar het oordeel van de Afdeling geen wezenlijke verandering van het karakter van de omgeving tot gevolg gehad. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat aan de genoemde ontwikkelingen, behalve voor zover die het caravanbedrijf betreffen, geen planologische wijziging ten grondslag ligt, zodat de betreffende activiteiten op elk moment weer kunnen worden gestart.
Die planologische situatie is voor de genoemde functies en locaties onveranderd gebleven. Daarbij speelt mee dat de voormalige school momenteel in gebruik is als kinderdagverblijf. In het kader van de juridisch-planologische omzetting van een bedrijfsbestemming aan de Cadzandseweg is volstaan met de overweging dat de omgeving als rustige woonwijk kan worden aangemerkt. Op basis daarvan is reeds geconstateerd dat de beoogde ontwikkeling ten aanzien van milieueffecten aanvaardbaar is. De omgeving had ook als gemengd gebied aangemerkt kunnen worden; dan zouden toetsingsafstanden ruimer zijn en zou de woonbestemming nog ruimer aan de milieurandvoorwaarden hebben voldaan. Ter hoogte van het woongebied aan de Pr. Wilhelminastraat blijft onveranderd dat (voormalige) agrarische bestemmingen, de camping, het sportterrein en de Sint Bavodijk alsmede enkele niet-woonbestemmingen aan de zuidzijde van dit gebied, nog steeds zorgen voor een gemengd karakter. v. In paragraaf 4.4 worden de precieze afstanden tussen de verschillende functies gedetailleerd in beeld gebracht. Omdat niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een geluidswal gerealiseerd, worden voor bepaalde functies afstandsmaten aangehouden (vertaald in de verbeelding) en is een akoestisch onderzoek uitgevoerd.
Op basis van het akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de grenswaarden voor geluid en kan worden meegewerkt aan de beoogde ontwikkeling. w. Het toepassen van de gebruikstijden dient plaats te vinden door Camping International. De gemeente kan deze gebruikstijden controleren. Als klachten worden ingediend, zal de gemeente nagaan of deze klachten terecht zijn en of handhavend moet worden opgetreden. x. Met het oog op een duidelijke en eenduidige juridische regeling, zal een begripsbepaling voor speeltoestel worden opgenomen. Een zwembad zal niet onder de begripsbepaling speeltoestel worden geschaard. Voor een zwembad zal een afzonderlijke regeling worden opgenomen. Zie daarvoor de ambtshalve aanpassingen. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan is al aangegeven dat alleen een kinderzwembad is toegestaan. Daarmee is geen regulier zwembad toegestaan, met een grotere diepte en meer voorzieningen (zoals bijvoorbeeld een duikplank) en waar met veel lawaai in gesprongen en gedoken wordt en dat gebruikt wordt door oudere kinderen, die meer lawaai maken. In de bestemmingsregeling zal uit ambtshalve overwegingen een maximale diepte van het zwembad van 1,4 m worden toegevoegd. Voor de bestemming Verblijfsrecreatie wordt een zwembad in de regels uitgesloten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - voorwaardelijke verplichting groenwal'.
14
Voor een kinderzwembad ter plaatse van Pierewiet wordt voorts een afstandsmaat van minimaal 50 m tot omliggende woningen voorgeschreven. y. In het akoestisch onderzoek is zowel voor Pierewiet als voor de boomgaard uitgegaan van de aanwezigheid van 75 kinderen, 150 in totaal dus. Op de website van Pierewiet is aangegeven dat er plaats is voor maximaal 120 kinderen. Dat aantal wordt in de praktijk niet gehaald. De laatste jaren zijn maximaal 80 tot 90 kinderen tegelijkertijd aanwezig. Gemiddeld zijn dat er naar schatting 50. Daarbij worden de kinderen verdeeld in groepen, die om de beurt binnen en buiten spelen en knutselen. Dat betekent dat er maximaal 50 kinderen buiten spelen. Bovendien zijn de kinderen die buiten spelen niet allemaal luidruchtig aan het spelen, maar is een deel in de kinderboerderij met de dieren bezig. Het uitgevoerde akoestisch onderzoek gaat daarom uit van een ongunstiger situatie dan in de praktijk optreedt. z. Voor zover bekend bij de gemeente is de recent gerealiseerde verlichting op Camping International neerwaarts gericht en zijn de lichtbronnen afgeschermd door de armaturen waarin de lampen zijn geplaatst. Handhaving is dan ook niet aan de orde. aa. Melding van overlast bij de camping is wenselijk zodat de camping direct handhavend kan optreden en overlast onmiddellijk kan beëindigen.
Daarnaast verdient het aanbeveling klachten te melden bij de gemeente, zodat de gemeente op basis van ingediende klachten kan controleren en eventueel handhavend kan optreden. bb. In het voortraject in 2014 is een eerste akoestisch onderzoek opgesteld door het bureau Vliex Akoestiek. Vervolgens is in het kader van de planologische procedure in 2018 een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd door Rho adviseurs. Daarop is een second opinion gevraagd van Buro Bouwfysica. In 2019 is door STAB in opdracht van de Afdeling van de Raad van State advies uitgebracht. Naar aanleiding van het STAB-advies en de second opinion van Buro Bouwfysica is het akoestisch onderzoek op onderdelen aangepast. Ten behoeve van het bestemmingsplan Camping International 2022 is het akoestisch onderzoek inrichtingslawaai geactualiseerd door Rho, zodat alle tussentijdse notities in het akoestisch onderzoek opgenomen konden worden. Dit onderzoek is opnieuw ter controle voorgelegd aan Peutz. Dat Rho het bestemmingsplan en het akoestisch onderzoek heeft opgesteld/uitgevoerd, wil niet zeggen dat het akoestisch onderzoek niet goed is uitgevoerd. Door de uitgevoerde second opinions en het STAB-advies zijn de uitgangspunten en invoergegevens van het akoestisch onderzoek bovendien uitgebreid gecontroleerd en gevalideerd. Daarmee wordt het bezwaar van eventuele afhankelijkheid in het onderzoek ruim ondervangen.
Ten overvloede is het actuele akoestisch onderzoek inrichtingslawaai ter beoordeling voorgelegd aan Peutz. cc. Zie de beantwoording onder u. dd. 1. Appellanten verwijzen in de zienswijze naar de website en de opmerking dat er daarnaast nog kinderen van de camping bij Pierewiet spelen. Op de website staat onder schoolreizen een maximumaantal genoemd van 120 kinderen. Bepalend is dat Speelboerderij Pierewiet verschillende speelmogelijkheden biedt: binnen spelen, buiten spelen, techniekzolder en eten en drinken. Dat betekent in de praktijk dat een groep wordt verdeeld over deze onderdelen van de speelboerderij. Het is niet zo dat alle aanwezige kinderen tegelijkertijd buiten spelen. In de procedures is uitvoerig stil gestaan bij dit aspect en de Afdeling heeft met de door de gemeente gekozen benadering ingestemd, met name gelet op de onderbouwing door de campingeigenaar met cijfers en foto's. In de uitspraak van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2016:251; 3 februari 2016) wordt gerefereerd aan de reactie van de campinghouder van 18 augustus 2015. In die reactie wordt gesteld dat uit kassagegevens en foto-opnames blijkt dat de inschatting van het aantal van 75 kinderen op basis van gegevens van Pierewiet ruim is geweest. Dat is ook logisch omdat in het getal van 75 kinderen ook rekening is gehouden met spelende kinderen van de camping.
Destijds overlegdefoto's geven echter ook aan dat het aantal spelende kinderen het aantal van 50 kinderen nog niet eens benadert.
15
STAB voegt in het STAB-advies (STAB-50701, 5 februari 2019) toe dat ter plaatse van de uitbreiding van de camping en Pierewiet gezamenlijk 150 kinderen tegelijkertijd kunnen spelen. Naar de mening van STAB is dat een 'worst caseuitgangspunt, zodat de 'rapportage Rho' op dit punt voldoende inzicht geeft in het woon- en leefklimaat bij appellanten. De enkele verwijzing in de zienswijze naar de website en de opmerking dat er ook kinderen van de camping bij Pierewiet spelen, onderbouwen, gelet op het voorgaande, niet dat het aantal van 75 kinderen een te lage aanname is. Door de indieners van zienswijzen wordt ook niet op basis van waarnemingen aangetoond dat dit het geval zou zijn. En dat terwijl de campingeigenaar aannemelijk heeft gemaakt met kassagegevens en foto's dat het aantal van 75 kinderen een overschatting is. De Afdeling heeft dit ook als zodanig in de uitspraak aanvaard (3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:251, r.o. 20.4). In 2018 is het beheer van Pierewiet overgenomen door derden. Sinds 2018 en in 2019 is het volgens informatie van de campinghouder niet voorgekomen dat er 120 kinderen waren met de schoolreizen. Bij grote schoolreizen gaat het om ten hoogste 80 tot 90 kinderen. Ook in de huidige opzet worden de kinderen verdeeld in groepen binnen en buiten (binnen spelen, buiten spelen en knutselen op de techniekzolder).
Gemiddeld genomen zijn bij Pierewiet niet meer dan 50 kinderen tegelijk aanwezig, die bovendien verdeeld zijn in de genoemde drie groepen (binnen spelen, buiten spelen en knutselen op de knutselzolder). 2. De aanname van 80 dB(A) als equivalent bronvermogen is gebaseerd op het artikel 'Het menselijk stemgeluid' van Tennekes (Journaal Geluid december 2009; nr. 10, 202; pagina 219-223; Sdu Uitgevers) G 2009 - 202. Anders dan appellanten van mening zijn is het toekomstige speelterrein niet te vergelijken met een schoolplein. Een schoolplein wordt immers gebruikt door schoolkinderen tijdens de pauzes en in de tijden voor en na schooltijd. Op die momenten zijn de kinderen gedurende een relatief korte periode 'uitgelaten'. In de rapportage staat bij een bronvermogen van 87 dB(A) het schoolplein expliciet vermeld. Andere soorten speelterreinen, zoals een kinderspeelplaats in een groene omgeving, behoren daar niet toe. In het bestemmingsplan wordt voor de uitbreiding van de camping en voor Pierewiet uitgegaan van 75 kinderen die tegelijkertijd aanwezig zijn. Vanwege het verblijf van de kinderen gedurende deze periode is verondersteld dat de kinderen gedurende 25% van de tijd akoestisch relevant stemgeluid produceren, door te spreken of te schreeuwen. Daarbij is aangenomen dat de kinderen 90% van die tijd spreken en 10% roepen/schreeuwen.
Het equivalente geluidsvermogen is gebaseerd op de aanname dat circa 90% van de tijd met stemverheffing wordt gesproken (LWR = 77 dB(A)) en circa 10% van de tijd wordt geschreeuwd (LWR = 87 dB(A)). Dit geeft een gemiddeld geluidsvermogen van 80 dB(A). De Afdeling heeft in de uitspraak over het op 25 september 2014 vastgestelde bestemmingsplan de vergelijking met een schoolplein afgewezen: 'Het standpunt van [appellant sub 2], [appellant sub 1] en [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] dat moet worden uitgegaan van een hoger equivalent bronvermogenniveau faalt nu dat is gebaseerd op de vergelijking met een schoolplein (ECLI:NL:RVS:2016:251; 3 februari 2016, r.o. 20.4). De aanname van 80 dB(A) als equivalent geluidsniveau is dan ook terecht gehanteerd, gelet op het voorgaande en de bevestiging door de Afdeling en door STAB (STAB-advies, pagina 21/24). 3. Onder 2 is gemotiveerd dat de vergelijking met een schoolplein onjuist is. Er wordt ook geen groot buitenzwembad gerealiseerd, zoals in het artikel van Tennekes is bedoeld. Het bestemmingsplan staat dit niet toe. Uit ambtshalve overwegingen zal ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - alleen kampeermiddelen toegestaan' een zwembad expliciet worden uitgesloten en op het terrein van Pierewiet zal uitsluitend een kinderzwembad worden toegelaten op een afstand van minimaal 50 m van de bestemming Wonen.
Bovendien zal de diepte van
16
een zwembad worden gemaximeerd op 1,4 m. 4. De reglementen voor de camping en voor Pierewiet bevatten sluitingstijden, die duidelijk worden gecommuniceerd aan de campinggasten en die ook op het terrein met borden duidelijk zichtbaar worden gemaakt. Aanvullend heeft de campingeigenaar enkele jaren geleden diverse hekwerken rondom Pierewiet en de kinderboerderij geplaatst. Dit is gedaan om de terreinen ook daadwerkelijk te kunnen afsluiten. • Rondom Pierewiet is een hekwerk aangebracht, waarmee het terrein van Pierewiet, met daarin ook de uitkijktoren van de kinderboerderij en Camping International wordt gescheiden. In bijlage 1 zijn foto's opgenomen van de aanwezige signaleringsborden en het campingreglement. • De kinderboerderij is omheind met een houten hekwerk. Voor een vierkant deelgebied ter hoogte van Sint Bavodijk 4 is in het bestemmingsplan een sluitingstijd van 19:00 uur voorgeschreven (artikel 5.3 onder k). In 2020 is het enkele keren voorgekomen dat enkele campinggasten na 21:00 uur bij de klim- c.q. vuurtoren aanwezig waren. De campingeigenaar heeft vervolgens het hekwerk rondom Pierewiet uitgebreid om overlast ter hoogte van met name de woning Pr. Wilhelminastraat 31 te voorkomen. Op bebording zijn de sluitingstijden van Pierewiet, de kinderboerderij en pannakooi aangegeven. Tevens is het reglement van de camping van toepassing (artikel 10, sub h).
De reglementen voor de camping en voor Pierewiet bevatten sluitingstijden. Dit is eerder door de Afdeling als voldoende waarborg beoordeeld (ECLI:NL:RVS:2016:251; 3 februari 2016; r.o. 27). Dit alles draagt bij aan een bedrijfsvoering, gericht op het voorkómen van overlast voor omwonenden en campinggasten. Met de sluitingstijden wordt in de praktijk voldaan aan de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek, waarbij is uitgegaan van sluitingstijden van 21:00 uur van de verschillende speelfuncties, met uitzondering van drie specifiek aangeduide gebieden met sluitingstijden tot 19:00 uur. De campingeigenaar zorgt voor handhaving van de sluitingstijden. Om eventuele klachten direct door te kunnen geven, is een telefoonnummer ter beschikking gesteld aan de omwonenden. Daarnaast verdient het aanbeveling om eventuele klachten bij de gemeente te melden, zodat de gemeente zo nodig handhavend kan optreden. In bijlage 1 zijn foto's opgenomen van bebording, afscheidingen en het reglement van de camping. 5. De bronhoogte in het akoestisch onderzoek voor Pierewiet bedraagt 2 m en voor de kinderboerderij 1,65 m. • De normale bronhoogte voor staande kinderen bedraagt gemiddeld 1,2 m.
• Bij de berekening van de geluidsbelasting is voor Pierewiet voor elke positie een bronhoogte van 2 m aangehouden en 1,65 m voor de kinderboerderij, waardoor voldoende rekening gehouden is met de hoogte van eventuele speeltoestellen. • De Afdeling heeft hiermee ingestemd (ECLI:NL:RVS:2016:251; 3 februari 2016; r.o. 20.4). Voorts komt STAB op basis van onderzoek tot de volgende bevindingen. • STAB heeft geconstateerd dat bij Pierewiet de bronhoogte kan variëren van 0,8 m voor een klein kind op de grond tot 4,5 m voor een groot kind op een speeltoestel van 4 m (STAB-advies, pagina 19 en 20). De gemiddelde bronhoogte van 2 m is volgens STAB representatief voor het bepalen van het equivalente geluidsniveau. Ter plaatse van de kinderboerderij constateert STAB dat de bronhoogte kan variëren van 0,8 m tot maximaal 3,5 m voor een groot kind op een speeltoestel van 3 m hoog. Voor het maximale geluidsniveau dient volgens STAB een bronhoogte te worden aangehouden van 7,5 m voor de klimtoren en 4,5 m voor de andere speeltoestellen.
In het actuele akoestisch onderzoek is voor de klimtoren van een bronhoogte van 9 m uitgegaan, van 4,5 m voor een groot deel van de kinderboerderij en Pierewiet en een lagere bronhoogte voor een 10 m brede strook direct langs de rand van het plangebied; daar is uitgegaan van een maximumhoogte voor speeltoestellen van 2 m (op de verbeelding voorzien van de aanduidingen sba-1 en sba-3) en ter plaatse van het hoekpunt achter de percelen Prinses Wilhelminastraat 49 en Sint Bavodijk 10
17
1,5 m (sba-2). • Uit het STAB-advies en het actuele akoestisch onderzoek blijkt dat rekening houdend met het spelen van kinderen op speeltoestellen, zowel voor het equivalent geluidsniveau als voor het maximaal geluidsniveau aan de normen wordt voldaan. Ter plaatse van de kinderboerderij staan overigens in de huidige situatie geen speeltoestellen. Volgens het bestemmingsplan is dit wel toegestaan; vandaar dat hiermee in het akoestisch onderzoek rekening is gehouden. 6. Ter plaatse van Pierewiet zijn springkastelen op het terras aanwezig. Deze springkastelen worden elektrisch opgeblazen; er wordt geen generator gebruikt. Het zijn springkussens voor de allerkleinsten. De hoogte van speeltoestellen wordt niet overschreden. Ditzelfde geldt voor de airtrampoline ter hoogte van het voetbalveld: de hoogte wordt niet overschreden en vulling gebeurt met een elektrische blower in een geluidsafschermende box. Zeker zo relevant is dat deze geluidsbronnen op grotere afstand van de woningen zijn gelegen dan de geluidsbronnen die in het rekenmodel zijn aangehouden en die geen invloed hebben op de geluidswaarden voor de achtertuinen van de woningen en voor de woningen zelf. De verschillende hoogtes van de tokkelbaan zijn in bijlage 2 weergegeven. Hiervoor zijn door de gemeente inmetingen verricht. Op basis daarvan is het akoestisch onderzoek gemodelleerd.
Het maximaal bronvermogen van de pannakooi, op een afstand van 50 m van de achtertuinen van de woningen aan de Pr. Wilhelminastraat, bedraagt in het akoestisch onderzoek 108 dB(A). Appellant verzoekt 112 dB(A) als bronvermogen te hanteren. Dit bronvermogen komt overeen met bronvermogens behorend bij het model 'Supreme-geluidsarm'. Naar aanleiding van de zienswijze is het bronvermogen van de pannakooi aangepast naar 112 dB(A). Uit de nieuwe rekenresultaten met 112 dB(A) als bronvermogen blijkt dat het maximaal geluidsniveau ten gevolge van het aanstoten van de pannakooi ter plaatse van de gevels van woningen aan de normen voldoet. De 'overige bronnen' van het maximaal bronvermogen hebben betrekking op de spelende kinderen. Dit zal in de bijlage bij het akoestisch onderzoek worden verduidelijkt. In het gebied met de aanduiding (sba-1) is voor de bronhoogte van het equivalent geluidsniveau een hoogte van 1,65 m opgenomen. Hiervóór is reeds toegelicht dat deze maatvoering representatief is voor het equivalent geluidsniveau, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde hoogte. Voor de hoek (sba-1) van Pierewiet bedraagt de bronhoogte van het maximaal geluidsniveau 2,5 m, omdat de maximale hoogte van speeltoestellen 2 m bedraagt. Voor het equivalent geluidsniveau is de gemiddelde bronhoogte van 1,65 m aangehouden en voor de maximale geluidsbelasting de bronhoogte van 2,5 m. 7.
In tabel B1 van het akoestisch onderzoek is ten aanzien van de aangehouden bedrijfstijden en de effectieve tijd dat een kind stemgeluid produceert 5% van de bedrijfstijd vermeld. Terecht is opgemerkt dat dit niet klopt; het betreft een schrijffout. De effectieve tijd dat kinderen relevant geluid produceren bedraagt 25% van de bedrijfstijd. Dit zal in de tabel worden gecorrigeerd. In het akoestisch onderzoek is 25% aangehouden; de uitkomsten blijven onveranderd. Voor de kinderboerderij en Pierewiet is in het akoestisch onderzoek aangenomen dat continu 75 kinderen tussen 08:00 en 21:00 uur aanwezig zijn. En dat 75 kinderen gedurende 25% van de tijd akoestisch relevant geluid produceren, waarvan 90% op normale wijze spreken en 10% roepen. In de praktijk betekent dit dat 75 kinderen gedurende 3,25 uur (25% van 13 uur; 8:00 uur tot 21:00 uur) geluid produceren, waarvan 2,925 uur (2 uur en 55 minuten) spreken en een 0,325 uur (20 minuten) schreeuwen. De Afdeling heeft ingestemd met het aanhouden van de aangegeven percentages (ECLI:NL:RVS:2016:251; 3 februari 2016). STAB heeft bovendien geconcludeerd dat de brongegevens, waaronder schreeuwen gedurende 10% van de bedrijfstijd, representatief zijn en voor het akoestisch onderzoek kunnen worden