CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. (TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis) - ontwerp TAM OP Bedrijventerreinen Sluis_toelichting

Raad 25 juni 2026, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het TAM-omgevingsplan ‘Bedrijventerreinen Sluis’13.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis Gemeente Sluis

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis Gemeente Sluis

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 info@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Kenmerk: IDN: Status: Datum: Auteurs: Geaccordeerd:

R202530/2502 NL.IMRO.1714.tamdevlaschaard4-ON01 ontwerp 27-11-2025 S.P. van Werven en E. Barendregt S. Zonneveld

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1. Aanleiding en doel ................................................................................................................... 4 1.2. Locatie plangebied .................................................................................................................. 4 1.3. Geldend bestemmingsplan...................................................................................................... 5 1.4. Leeswijzer ................................................................................................................................ 6 2. Planbeschrijving............................................................................................................................... 7 2.1. Bestaande situatie ................................................................................................................... 7 2.2. Beoogde situatie...................................................................................................................... 7 3. Beleidskaders................................................................................................................................. 10 3.1.

Algemeen............................................................................................................................... 10 3.2. Rijksbeleid.............................................................................................................................. 10 3.3. Provinciaal beleid .................................................................................................................. 12 3.4. Regionaal/gemeentelijk beleid.............................................................................................. 16 3.5. Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 17 4. Water ............................................................................................................................................. 18 4.1. Strategienota 2019-2023 – Klaar voor de toekomst ............................................................. 18 4.2. Watertoets ............................................................................................................................ 18 4.3. Afvalwater ............................................................................................................................. 20 5. Sectorale milieuaspecten ..............................................................................................................

21 5.1. Natuurbescherming ............................................................................................................... 21 5.2. Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 24 6. Milieu............................................................................................................................................. 27 6.1. Mer-beoordeling ................................................................................................................... 27 6.2. Geluid .................................................................................................................................... 33 6.3. Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 34 6.4. Geur ....................................................................................................................................... 35 6.5. Bodem ................................................................................................................................... 36 6.6. Omgevingsveiligheid ............................................................................................................. 37 6.7.

Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................. 39 6.8. Duurzaamheid en gezondheid............................................................................................... 40 6.9. Algehele conclusie milieu ...................................................................................................... 42 7. Juridische planopzet ...................................................................................................................... 43 8.

Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................ 44 8.1. Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 44 8.2. Participatie ............................................................................................................................ 44 Bijlagen .................................................................................................................................................. 45

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 3 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

1.

Inleiding

1.1. Aanleiding en doel Dit TAM-omgevingsplan heeft betrekking op een herziening van de planregeling van het omgevingsplan van de gemeente Sluis. Omdat de gemeente nog gebruikmaakt van bestemmingsplannen die onder overgangsrecht onderdeel uitmaken van het omgevingsplan, betreft deze herziening in dit geval het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Sluis’. Dit TAM-omgevingsplan heeft betrekking op een herziening van de planregeling van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Sluis’ en op de beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Vlaschaard te Eede in de gemeente Sluis. De herziening omvat zowel de uitbreiding van De Vlaschaard als een actualisatie van de parkeerregeling voor de bestaande bedrijventerreinen in de gemeente. De uitbreiding van De Vlaschaard betreft een perceel aan de westzijde van het bestaande bedrijventerrein met een bruto oppervlakte van circa 5,8 hectare. Deze uitbreiding is bedoeld voor bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2. Het perceel heeft op dit moment een agrarische bestemming binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van 23 juni 2011, dat nadien meerdere keren is herzien. De huidige bestemmingen zijn ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1’.

Daarnaast wordt het parkeerbeleid, zoals dit geldt voor de bestaande bedrijventerreinen en is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Sluis’ van 26 mei 2016, geïntegreerd en aangepast in dit plan. Het plan wordt opgesteld als TAM-omgevingsplan om de herzieningen binnen de geldende overgangstermijn juridisch vast te leggen. 1.2. Locatie plangebied Het plangebied, kadastraal bekend als gemeente Aardenburg, sectie G, nummer 427, ligt ten westen van de Ambachtsweg in de inkeping van het bedrijventerrein De Vlaschaard. Het bedrijventerrein bevindt zich aan de noordzijde van het dorp Eede, gelegen in de zuidelijke punt van de gemeente Sluis. Op circa 670 meter ten zuiden van het bedrijventerrein De Vlaschaard bevindt zich de landsgrens met België. Het bedrijventerrein is enerzijds gericht op de plaatselijke bedrijvigheid en bedrijven uit België en anderzijds biedt het uitbreidingsmogelijkheden voor de reeds gevestigde bedrijven. Op het bedrijventerrein vinden diverse bedrijfsactiviteiten plaats (betonwerken, spuitwerken, reparatie en onderhoud aan auto’s en machines, schilderwerk, etc.) uit maximaal milieucategorie 3.2. Het plangebied wordt momenteel gebruikt als bouwland voor agrarische doeleinden. De representatieve invulling van het plangebied vormt de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijvigheid in de vorm van akkerbouw, momenteel de teelt van maïs.

Deze akker met kavelsloten wordt aan de noord- en westzijde begrensd door andere agrarische gronden bestemd voor akkerbouw (teelt van aardappels, uien, etc.) afgewisseld met tijdelijk grasland. Aan de oost- en zuidzijde bevindt

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 4 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

zich het bedrijventerrein De Vlaschaard. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied bevindt zich een poel/waterplas, de Biesput.

Afbeelding 1: Plangebied uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard indicatief weergegeven met rode omlijning (bron: Google Earth)

1.3. Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied te Eede geldt momenteel van rechtswege het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ dat op 23 juni 2011 is vastgesteld door de gemeente Sluis. Het geldende bestemmingsplan heeft betrekking op het volledige buitengebied van gemeente Sluis. Naderhand hebben meerdere herzieningen plaatsgevonden: • 1e Herziening Buitengebied (ontwikkelingen strand), vastgesteld op 31 januari 2013; • Buitengebied 2e herziening, vastgesteld op 28 mei 2015; • 3e Herziening Buitengebied, vastgesteld op 16 juli 2015; Daarnaast is op 31 januari 2019 een Parapluplan archeologie vastgesteld en is op 23 september 2021 de herziening van het Parapluplan parkeren vastgesteld. Het plangebied langs de Ambachtsweg is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 1’. Tevens is er sprake van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2' en de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 2’. Verwezen wordt naar afbeelding 2. Het oprichten van nieuwe bedrijven op het perceel is op basis van de huidige bestemmingsregeling niet toestaan, daar er geen bestemming ‘Bedrijventerrein’ aanwezig is en er evenmin bouwvlakken aanwezig zijn.

Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient de functie van het perceel te wijzigen van ‘Agrarisch met waarden’ naar ‘Bedrijventerrein’. Beoogd wordt hiertoe het plangebied op te nemen in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Sluis’. Het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Sluis’ is vastgesteld op 26 mei 2016. Binnen dit bestemmingsplan zijn uitsluitend de enkelbestemmingen ‘Bedrijventerrein’, ‘Verkeer’ en ‘Groen’

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 5 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

aanwezig. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 4’ en zijn er diverse functieaanduidingen aanwezig met betrekking tot de maximaal toelaatbare milieucategorie en specifieke vormen van bedrijven op een bepaalde locatie.

Afbeelding 2: Vigerende bestemming in de huidige situatie ter hoogte van het plangebied (indicatief rood omlijnd) (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4. Leeswijzer In dit hoofdstuk is kort ingegaan op de aanleiding van dit bestemmingsplan en de bestemming van het plangebied. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geldende ruimtelijke beleid van rijk, provincie en gemeente. In hoofdstuk 4 wordt het aspect water behandeld. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan sectorale aspecten. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de mogelijkheden van milieuhinder. Hoofdstuk 7 bevat de juridische planopzet. De motivering wordt afgesloten met de economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid van het plan, als uiteengezet in hoofdstuk 8.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 6 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

2.

Planbeschrijving

2.1. Bestaande situatie In de bestaande situatie bestaat het perceel uit akkerland, omringd door kavelsloten. Ten zuidwesten van de planlocatie is een poel/waterplas gelegen met de naam ‘Biesput’ van waaruit een primaire watergang ontspringt welke parallel aan de gehele westelijke perceelgrens van het plangebied is gelegen. Langs de gehele oostelijke perceelgrens is een secundaire watergang gelegen, afgezien van waar het perceel aan de Ambachtsweg ontsloten wordt door een verhard pad. Blijkens de Quickscan Ecologie is langs de waterplas en de kavelsloten een hoge vegetatie aanwezig in de vorm van riet. Het plangebied betreft een perceel met een oppervlakte van 58.335 m2. Aan de noord- en westzijde is eveneens akkerland aanwezig, van derden. Aan de zuid- en oostzijde bevindt zich het huidige bedrijventerrein.

Afbeelding 3: Plangebied, bezien vanaf het noordoosten van de Kanaalweg (bron: Google Maps)

De bestaande bedrijventerreinen liggen verspreid binnen de gemeente. Veelal zijn deze bedrijventerreinen aan de rand van een kern gelegen, omringd door agrarische gronden. De gronden kennen een hoog verhardings- en bebouwingspercentage. Aan de randen van de percelen is een groenstrook met soms ook oppervlaktewater. 2.2. Beoogde situatie De gemeente is voornemens de agrarische activiteiten op het perceel te beëindigen en deze te gebruiken ter uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein. Hierbij zullen de Wervenweg en de Ambachtsweg worden doorgetrokken. Daarnaast zullen meerdere bomen worden aangeplant en wordt het perceel aan de noord- en westzijde voorzien van een groenstrook. Voorliggend omgevingsplan voorziet dan ook in het uitbreiden van het bestaande bedrijventerrein door het perceel ‘ADB00-G-427’ te wijzigen van ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden – 1’ naar ‘Bedrijventerrein’. De nadere invulling van het terrein door bedrijven volgt in een later stadium.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 7 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Door aandacht te besteden aan natuur-inclusief ontwikkelen middels het voorzien van groen aan de randen van het terrein, blijft tevens de groene/rurale uitstraling van buiten het terrein behouden. Op dit vlak is ook een inpassingsplan opgesteld waarin ook rekening wordt gehouden met een verbetering van de natuurwaarden. Verwezen wordt naar bijlage 1. Gelet op deze omstandigheden is het gerechtvaardigd om de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ voor dit perceel te wijzigen. De aanwezige dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -2’ blijft op basis van het advies in het uitgevoerde archeologisch onderzoek, behouden. Verkeer en parkeren Om een goed beeld te vormen van de gevolgen van de uitbreiding van het bedrijventerrein wil de gemeente meer inzicht in de bestaande en toekomstige verkeersstromen van en naar het bedrijventerrein. Voor de beoogde ontwikkeling heeft dan ook een verkeersonderzoek plaatsgevonden1. Met behulp van telslangen en cameraregistratie de bestaande verkeersstromen (van vrachtverkeer) in beeld gebracht. Op basis van het geregistreerd aantal vrachtwagens en de rijrichtingen ervan, concluderen we dat er, verkeerskundig gezien, geen sprake is van een knelpunt voor de kern Eede. Ook de uitbreiding van het bedrijventerrein zorgt, naar verwachting niet tot een toename die leidt tot knelpunten.

De resultaten van het verkeersonderzoek geven, verkeerskundig gezien, geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen. De hoeveelheid vrachtverkeer is en blijft in de toekomst zeer beperkt. Daarnaast rijdt het overgrote deel van het vrachtverkeer al via de meest gewenste route (N251 – Dopersweg – De Vlaschaard en vice versa). Ook rijdt nog een behoorlijk deel via de Hazewegeling. De Dopersweg is voldoende breed om vrachtwagens op de verharding elkaar te laten passeren met een gepaste snelheid. Voor de Hazewegeling geldt dat de verhardingsbreedte onvoldoende is. De Hazewegeling en Dopersweg zijn in beheer en eigendom van het waterschap. Deze wegen vormen ook in de toekomst de belangrijkste verbindingen tussen het bedrijventerrein en de N251. Voor de Dopersweg en Oude Eedeweg (beide 6,2 meter breed) geldt dat de beperkte toename van vrachtverkeer geen gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid of onderhoudsstaat van de weg. Vrachtverkeer kan elkaar zonder, gebruik van bermen met gepaste snelheid (30 kilometer per uur) passeren. Voor de Hazewegeling (5,2 meter breed) geldt dat de toename van vrachtverkeer mogelijk tot extra bermschade leidt. Monitoring is nodig om vast te stellen of maatregelen daadwerkelijk nodig zijn.

Tot slot concluderen we dat de inrichting van het kruispunt Dopersweg – Oude Eedeweg niet overeenkomt met inrichtingskenmerken omdat een fietser hier, onterecht, kan concluderen dat hij voorrang heeft of verkeer van en naar de Dopersweg. Dit kan tot twijfelgedrag en daarmee verkeersonveiligheid leiden.

1

Verkeersonderzoek, uitbreiding bedrijventerrein De Vlaschaard, Eede, 6 juli 2024 – bijlage 1

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 8 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Verkeer binnen het plangebied De nieuwe ontsluitingswegen in het plangebied zullen zodanig worden gedimensioneerd dat deze een goede ontsluiting voor vrachtwagens mogelijk maken. Mede nu sprake is van een nieuw te ontwikkelen terrein, bestaat de mogelijkheid om het uitgangspunt te implementeren dat parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. De optie wordt wel open gehouden dat in het plangebied een gemeenschappelijk parkeerterrein wordt gerealiseerd voor de stalling van vrachtwagens en opleggers. Via de planregels is verzekerd dat op eigen terrein bij individuele bedrijven in de parkeerbehoefte zal worden voorzien. Hierbij wordt uitgegaan van de actuele parkeerkentallen van het CROW.

Afbeelding 4: Beoogde invulling van het te ontwikkelen deel van het bedrijventerrein de Vlaschaard (bron: ruimte & groen – tuin- en landschapsarchitectuur)

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 9 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

3.

Beleidskaders

3.1. Algemeen In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid. Het rijksbeleid uit de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) wordt in de eerste paragrafen beschreven. Voor het provinciaal beleid wordt gebruik gemaakt van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. 3.2. Rijksbeleid 3.2.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk.

Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Beoordeling Voorliggend plan is te kleinschalig om van invloed te zijn op het beleid genoemd in de NOVI. 3.2.2. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand.

De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 10 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Beoordeling De ontwikkeling waar dit plan in voorziet, heeft betrekking op het planologisch wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ naar ‘Bedrijventerrein’, opdat het mogelijk wordt om het huidige bedrijventerrein in westelijke richting uit te breiden. Behoefte in de regio Verwezen wordt naar de regionale bedrijventerreinenprogrammering, waarin de keuze voor de Vlaschaard wordt onderbouwd.

Beschikbare ruimte binnen bestaand stedelijk gebied Daar binnen onderhavige ontwikkeling wordt voorzien in het aanbieden van bedrijfsruimte voor bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2, leent onderhavig gebied, welke grenst aan een bedrijventerrein (met eenzelfde bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2) zich het best. De richtafstanden (geur, geluid, externe veiligheid) ten aanzien van de milieucategorie maken het immers niet wenselijk om bedrijvigheid van deze milieucategorie in de nabijheid van woningen te plaatsen, of anderzijds om bedrijven los van elkaar in de gemeente te plaatsen. Multimodale ontsluiting Het uit te breiden deel van het bedrijventerrein wordt goed ontsloten op het bestaande wegennetwerk, middels de Wervenweg en de Dopersweg wordt met de auto binnen 2 minuten de Rijksweg N251 bereikt. Voorts wordt dit wegennetwerk in zuidelijke richting ontsloten op de E34 in België. Tevens bevindt zich in de kern van Eede een busstation binnen een afstand van een kilometer. Voor het verder perifere gebied betekent dit een regionale goede multimodale ontsluiting. Al met al voldoet onderhavige ontwikkeling aan de gestelde eisen van de ladder voor duurzame verstedelijk, daar onderhavig perceel het meest voor de hand liggende is om te worden gebruikt ter uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 11 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

3.3. Provinciaal beleid 3.3.1. Zeeuwse Omgevingsvisie De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen die op de provincie afkomen, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. Hierin heeft de provincie haar ambities en doelstellingen omschreven binnen vier thema’s: 1. Uitstekend wonen en leven in Zeeland 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied 3. Een duurzame en innovatieve economie 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland Een duurzame en innovatieve economie De infrastructuur dient in 2050 modern en betrouwbaar te zijn en biedt ruimte aan CO2-neutraal vervoer via verschillende modaliteiten. Hierbij is een belangrijke plaats ingeruimd voor buisleidingen van en naar industrieën en bedrijven; tussen de verschillende haventerreinen, ook over en weer van de provincie- en landsgrens. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt zoveel mogelijk plaats op ruime afstand van woongebieden. De haven- en industriegebieden bieden plaats aan clusters van bedrijven. Ook elders heeft een concentratie van bedrijventerreinen plaatsgevonden. Dit geeft bedrijven de ruimte om te ondernemen en hinder wordt zoveel mogelijk beperkt. Er is een eerlijk speelveld voor ondernemers en burgers. De provincie wil economische ontwikkeling zo veel mogelijk faciliteren. Goede werk- en bedrijfslocaties zijn daarvoor nodig.

Er wordt gestreefd naar een concentratie op bedrijventerreinen, met de nadruk op ontwikkeling van de grootschalige terreinen. Voor de vestiging van zelfstandige kantoren, streven wij naar een zo goed mogelijke benutting van bestaande infrastructuur en bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Binnen Zeeland wordt vraag en aanbod van bedrijventerreinen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Zo wordt een kwantitatieve én kwalitatieve mismatch voorkomen. Hiervoor wordt iedere drie jaar een prognose opgesteld waarin de behoefte voor de volgende 10 jaar wordt bepaald. Deze prognose is een uitgangspunt voor de regionale bedrijventerreinenprogrammering van de gemeenten. Hierin worden regionaal afspraken gemaakt over ontwikkeling, uitbreiding en herstructurering van bedrijventerreinen. Herstructurering is noodzakelijk om bestaande en verouderde terreinen aan te passen aan de actuele vraag. Hiermee wordt verpaupering van bestaande terreinen tegengegaan en kan nieuwe aanleg worden beperkt. Op veel bedrijventerreinen staat verduurzaming nog in de kinderschoenen. Voor de aanpak van herstructurering en verduurzaming beschikt de provincie over subsidiemogelijkheden voor duurzaamheidsscans, planvorming en uitvoering. Door de natuurvriendelijke inrichting van bedrijfsterreinen en natuurinclusief bouwen verbetert de biodiversiteit.

De havens en industrie kunnen biobased grondstoffen uit de regio gebruiken, wat perspectief biedt voor de landbouw. Door de inzet op volhoudbare landbouw ontstaat ruimte voor een eerlijkere prijs voor de landbouwproducten in combinatie met een duurzamere productie. Beoordeling Middels onderhavige uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein wordt invulling gegeven aan zowel de wens om te streven naar een concentratie op bedrijventerreinen, alsook aan de wens om

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 12 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

invulling te geven aan de actuele vraag. Door het nieuwe deel van het bedrijventerrein natuurinclusief aan te leggen, wordt tevens actief ingezet op duurzaamheidswensen. 3.3.2. Omgevingsverordening Zeeland In de omgevingsverordening worden regels gesteld met betrekking tot ruimte, milieu, water, wegen en vaarwegen, natuur, landschapsbescherming en ontgrondingen. Onderstaande regels zijn relevant voor het plangebied. Artikel 5.1 Bedrijven 2 De motivering bij een omgevingsplan dat nieuwvestiging of uitbreiding van een bedrijventerrein mogelijk maakt, maakt aannemelijk dat: a. het plan bijdraagt aan of niet in strijd is met de doelstelling dat bedrijvigheid in overgrote mate regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan een grootschalig bedrijventerrein; en b. de inrichting van het bedrijventerrein klimaatbestendig is; en c. duurzaam beheer en onderhoud van het bedrijventerrein gewaarborgd is; en d. wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, met in ieder geval een brede afschermende groengordel ten behoeve van biodiversiteit en landschap; en e. de behoefte aan huisvesting van toekomstige werknemers in beeld is gebracht, waarbij inzichtelijk is gemaakt op welke wijze in de huisvesting zal worden voorzien.

3 In een omgevingsplan kan uitbreiding van een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening bestaand kleinschalig bedrijventerrein van ten minste een hectare worden toegelaten, als de motivering bij het omgevingsplan: a. aannemelijk maakt dat sprake is van een eenmalige beperkte afronding met ten hoogste 20% of 0,5 hectare; en b. de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert. 4 In afwijking van het derde lid kan een verdere uitbreiding van een bestaand kleinschalig en goed ontsloten bedrijventerrein van ten minste een hectare worden toegelaten, als: a. de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk maakt dat de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert; en b. de sanering en het voorkomen van heroprichting van bedrijven elders in de provincie Zeeland, met ten minste een gelijke oppervlakte als de uitbreiding, voor zover deze meer bedraagt dan 20% of 0,5 hectare, is gewaarborgd. Beoordeling De eenmalige beperkte afronding met 20% uitbreiding ziet toe op het bruto terrein. Dat houdt in dat een uitbreiding van 20% van 17,2 ha bruto oppervlakte mogelijk is (dat is 3,44 ha bruto en ca 2,64 ha netto). Het plan gaat uit van een uitbreiding van bruto 5,8 hectare en netto 3,8. Deze uitbreiding is dus groter dan toegestaan onder lid 4. In lid 5 is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Zie hierna.

Dat de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert kan als volgt gemotiveerd worden. Door de uitbreiding als thans voorzien is sprake van een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering door een logische afronding van het terrein. Het terrein wordt vierkant gemaakt in plaats van de huidige 3 kwart invulling. Bovendien wordt zowel het nieuwe terrein als het bestaande terrein (voor zover mogelijk, ook gelet op verkeersveiligheid) voorzien van landschappelijke inpassing.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 13 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Afbeelding 5: Huidige situatie

Afbeelding 6: Toekomstige situatie

Afbeelding 7: Toekomstige situatie met landschappelijke inpassing

Voor een uitgebreide motivering van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar het plan gericht op de landschappelijke inpassing dat is bijgevoegd als bijlage 8. Lid 5. In afwijking van het vierde lid kan een verdere uitbreiding van een bestaand kleinschalig en goed ontsloten bedrijventerrein worden toegelaten indien in de motivering van de wijziging van het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert en de sanering en het voorkomen van heroprichting van bedrijven elders in de provincie Zeeland, met ten minste een gelijke oppervlakte als de uitbreiding, voor zover deze meer bedraagt dan 20% of 0,5 hectare, is gewaarborgd. Het aantoonbaar verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse is reeds gemotiveerd onder lid 4. In de periode 2017-2022 heeft de gemeente Sluis actief beleid gevoerd op het saneren van diverse bedrijfsbestemmingen binnen de kernen en het buitengebied. O.a. door wijzigingsbevoegdheden is

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 14 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

mogelijkheid geboden om op vrijkomende bedrijfslocaties meer, in de omgeving, passende functies toe te staan zoals wonen. In een enkel geval is door het saneren van een bedrijf de verkeersituatie ter plaatse verbeterd. Hierdoor is in de genoemde periode in het buitengebied 14.433 m2 bedrijfsbestemming gesaneerd. In de kernen gaat het om een oppervlakte van 7.443. m 2. In totaal is in de periode 2017-2022 21.876 m2 gesaneerd. Het geven van invulling aan beleid om bedrijfsbestemmingen in het buitengebied en de kernen te saneren is een doorlopend proces. Op dit moment lopen een aantal procedures die nagenoeg afgerond zijn (ontwerpfase of verder). Het gaat om ruim 10.000 m2 in het buitengebied en ruim 2.000 m2 in de kern. Onder lid 4 is reeds geconcludeerd dat een uitbreiding van 20% van 17,2 ha bruto oppervlakte mogelijk is (dat is 3,44 ha bruto en ca 2,64 ha netto). Met de aantoonbaar gesaneerde bedrijvenbestemmingen kan 3,44 ha + 2,19 ha = 5,63 hectare bruto terrein gerealiseerd worden. Met de sanering van de bedrijfsbestemming die op korte termijn afgerond worden komt hier nog eens 1,2 hectare bij. In dat geval kan 3,44 ha + 3.39 ha bruto terrein gerealiseerd worden. Aangezien het plan uitgaat van uitbreiding bedrijventerrein met bruto 5,8 hectare wordt voldaan aan lid 5.

Conclusie Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in de uitbreiding van een aangewezen ‘grootschalig bedrijventerrein’. In dezen wordt echter voorzien in een aantoonbare verbetering van de ruimtelijke kwaliteit waarbij het oppervlakte van de uitbreiding meer dan 20% of 0,5 hectare bedraagt. Middels onderhavig project wordt immers voorzien in een verbeterde landschappelijke inpassing van het bestaande bedrijventerrein, door het realiseren van een groenstrook aan de noordwestelijke rand. Geconcludeerd kan worden dat deze ontwikkeling niet in strijd is met het provinciale beleid.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 15 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

3.4. Regionaal/gemeentelijk beleid In het Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws-Vlaanderen 2020-2030 wordt ingegaan op de uitbreidingsvraag en verwachte ontwikkelingen. Voor de gemeente Sluis is hierover het volgende opgenomen. Ontwikkelingen van buitenaf De uitbreidingsvraag is gebaseerd op de groei van de bedrijven die al gevestigd zijn op de bestaande bedrijventerreinen, of op verplaatsingen van bedrijven op solitaire locaties naar de bedrijventerreinen. De zogenaamde autonome groei. Maar ook steeds meer bovenregionale vestigers zoeken ruimte in Zeeuws-Vlaanderen. De bedrijven van buiten de regio die zich melden voor een locatie in Zeeuws-Vlaanderen zijn vaak Vlaamse bedrijven. Op sommige bedrijventerreinen aan de Vlaamse zijde van de grens worden eisen gesteld aan minimale afname van m² en minimale werkgelegenheid, waar kleine ondernemers vaak niet aan kunnen voldoen. Daarnaast is er ook gebrek aan beschikbare bedrijfsgrond. Om deze redenen kijken Vlaamse ondernemers naar de Zeeuws-Vlaamse bedrijventerreinen. Een aansprekend voorbeeld is het bedrijventerrein De Vlaschaard in Eede, waar de afgelopen periode relatief veel Vlaamse bedrijven zich gevestigd hebben. Analyse en conclusie behoefte bedrijventerrein Een bedrijventerreinprogramma is in eerste instantie een theoretische benadering.

Daar waar een overaanbod, of verouderde bedrijventerreinen actueel zijn, zijn bijvoorbeeld weg bestemmen en herstructurering voor de hand liggende maatregelen. De regio is al langere tijd bezig om niet gunstig gelegen bedrijventerreinen dan wel bedrijventerrein waar geen vraag naar is uit de markt te halen. Echter, de praktijk is soms weerbarstiger dan de theorie. Er kan sprake zijn van aangegane privaatrechtelijke verplichtingen met een ontwikkelaar, een bestaande landschappelijke inpassing, of financiële verplichting. Om aan de voorkant een aantrekkelijk aanbod te houden, dienen aan de achterkant van de markt voor bedrijventerreinen soms drastische maatregelen genomen te worden. Indien uitbreiding van bedrijventerreinen nieuwvestiging mogelijk maakt, dan mag de onaantrekkelijke voorraad dit niet hinderen. In de loop van 2020 is de vraag naar bedrijventerreinen echter in die mate toegenomen dat ook de minder gunstig gelegen locaties alsnog zijn verkocht. Het weg bestemmen van losse bedrijfslocaties, of gelegen in, of dicht nabij woonwijken, heeft de voorkeur ten opzichte van het weg bestemmen van bedrijfsgrond op (grootschalige) bedrijventerreinen. Naast de reeds gesaneerde locaties en de plannen die er zijn om nog bedrijventerreinen te saneren, zijn er in de periode 2020-2022 ook meerdere bedrijfslocaties gesaneerd die kleiner zijn dan 1 ha.

Voor locaties/terreinen waar vraag naar is worden concrete (uitbreidings)plannen ontwikkeld. Hiermee wordt voldaan aan het beleidsuitgangspunt om terreinen te ontwikkelen die aan de vraag uit de markt voldoen. Tevens wordt invulling gegeven aan de kwalitatieve confrontatie in de regio, het bestaande aanbod moet aansluiten op de locatiewensen en eisen van de verschillende sectoren. Hiermee worden kwalitatief toekomstbestendige bedrijventerreinen verkregen. Tevens wordt hiermee ook invulling gegeven aan de adviezen uit de corona impact analyse, namelijk vraaggericht ontwikkelen en afscheid nemen van terreinen die het niet worden.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 16 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

De vraag naar bedrijfslocaties richt zich op de gemeente Hulst (geen uitgeefbaar bedrijventerrein meer aanwezig), De Vlaschaard in Eede en in Terneuzen op Terneuzen Zuid en in een specifiek geval op Zuidpoort. Op bedrijventerrein De Vlaschaard is behoefte aan nieuw uitgeefbaar terrein ter grootte van ca 3,79 ha. Op basis van de wachtlijst kan dit terrein al voor ca 80% worden ingevuld. 3.5. Gemeentelijk beleid 3.5.1. Krachtig verbonden – Visiedocument 2021 - 2025 Op 25 februari 2021 is het Visiedocument ‘Krachtig Verbonden’ vastgesteld. Dit document bevat de huidige integrale ruimtelijke visie van de gemeente. Onderhavige ontwikkeling wordt getoetst aan de waarden en doelstellingen welke hierin worden geschetst. In het visiedocument worden de ontwikkelingen geschetst waarmee de gemeente te maken heeft, geclusterd binnen de thema’s: ruimte en beheer, economie, sociaal domein, en verevening. Onderhavige ontwikkeling valt binnen het thema ‘economie’ onder de noemer ‘bedrijfsinfrastructuur’. Ten aanzien van bedrijventerreinen heeft de gemeente heldere doelstellingen geformuleerd.

• Een efficiënt en kwalitatief gebruik van bestaande bedrijventerreinen; • Landschappelijke inpassing van alle bedrijventerreinen (gemeentelijke en private terreinen); • Vestiging van detailhandel of hobbymatige activiteiten op de bedrijventerreinen blijven mogelijk; • Inzet van bedrijventerreinen voor opwekking van duurzame energie. Deze initiatieven mogen het landschap echter zo min mogelijk verstoren. Een zo optimaal mogelijke ruimtelijke ordening is daarbij essentieel. Beoordeling De uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein sluit goed aan op het gemeentelijke beleid. In de vorm van efficiënt en kwalitatief gebruik van een bedrijventerrein en een landschappelijke inpassing, wordt invulling gegeven aan de doelstellingen uit het beleid. Al met al sluit de ontwikkeling goed aan op het gemeentelijke beleid.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 17 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

4.

Water

4.1. Strategienota 2019-2023 – Klaar voor de toekomst Dit programma beschrijft hoe het waterschap de komende jaren invulling geeft aan zijn wettelijke taken op het gebied van waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit, ecologie en klimaatadaptatie. Het plan draagt bij aan een robuust en toekomstbestendig watersysteem en heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding of waterveiligheid. Een belangrijk uitgangspunt is het waarborgen van de waterveiligheid. Indien het plangebied in of nabij een primaire of regionale waterkering ligt, worden geen werkzaamheden uitgevoerd die de stabiliteit of het beheer van de kering kunnen beïnvloeden. Er wordt rekening gehouden met de kernen beschermingszones en met de onderhoudstoegang. Indien nodig worden de vereiste vergunningen op grond van de Keur en de Waterwet aangevraagd en afgestemd met het waterschap. Daarnaast is er aandacht voor waterkwantiteit en waterberging. Het plan gaat uit van een waterneutrale ontwikkeling. Regenwater wordt zoveel mogelijk lokaal verwerkt via infiltratie of vertraagde afvoer. Eventuele toename van verhard oppervlak wordt gecompenseerd met voldoende bergingscapaciteit, zodat piekbuien geen wateroverlast veroorzaken. Hierbij wordt aangesloten op de bestaande peilafspraken en waterhuishoudkundige structuur in de omgeving.

Op het gebied van waterkwaliteit wordt gestreefd naar een schone en gezonde waterhuishouding. Hemelwater en afvalwater worden gescheiden afgevoerd, waarmee onnodige belasting van het riool en de zuivering wordt voorkomen. Er worden geen stoffen toegepast of geloosd die een risico vormen voor de waterkwaliteit. Lozingen en aansluitingen gebeuren conform de geldende wet- en regelgeving, in afstemming met de gemeente en het waterschap. Beoordeling Ten aanzien van bovengenoemde ambities van het Waterschap kan worden gesteld dat onderhavige ontwikkeling hierin geen belemmering vormt. Ook wordt nieuw oppervlaktewater aangeleverd en aangesloten op het al bestaande oppervlaktewater. Hierdoor ontstaat geen stilstaand water, maar kan dit doorstromen wat weer ten goede komt aan de waterkwaliteit. 4.2. Watertoets Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van het Watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten.

Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m2 in stedelijk gebied en 1.000 m2 in landelijk gebied is watercompensatie nodig. Aan de westzijde van het perceel bevindt zich een primair oppervlaktewaterlichaam, aan de oostzijde een secundair oppervlaktewaterlichaam (zie afbeelding 8).

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 18 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Afbeelding 8: Plangebied in nabijheid van oppervlaktewaterlichamen (bron: Waterschap Scheldestromen)

Beoordeling In de huidige situatie bestaat het plangebied ter plaatse van de beoogde uitbreiding, uit agrarische (klei)gronden welke onbebouwd zijn. Er is ambtelijk afgestemd dat dient te worden voorzien in een compenserende waterberging van 7,5%. Bij een toename van 35.383 m2 (zie tabel 1) bedraagt de benodigde waterberging 2.654 m2. Hierin wordt voorzien door middel van het aanleggen van 4 watergangen (zie tabel 2). Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde eis. 2 Tabel 1: Verharding Rijbaan Terrein Groenstrook Gras Nat oppervlakte water Talud watergang Vervallen verharding Totaal Tabel 2: Waterberging Watergang 1 Noord Watergang 2 Oost Watergang 3 Oost Watergang 4 Zuid Totaal

2

Oppervlak 4.046 m2 33.734 m2 6.336 m2 11.580 m2 2.021 m2 276 m2 276 m2 62.290 m2

Procent 25 % 95 % 0% 5% 100 % 0% -100 %

Compenseren m3 1.012 32.047 0 579 2.021 0 -276 35.383

m3

2.654 m3

Totale m3 1.281 m3 268 m3 551 m3 622 m3 2.723 m3

VO Watercompensatie, 14-10-2025, bijlage 2

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 19 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

4.3. Afvalwater Voor de afvoer van afvalwater kan gebruik worden gemaakt van de aanwezige gemeentelijke riolering. Deze riolering en de ontvangende afvalwaterzuiveringsinstallatie zijn van afdoende capaciteit om dit water te transporteren en te verwerken. De uitgangspunten hiervoor zijn als volgt: • Er wordt een gescheiden riool aangelegd conform het NEN3215. • Voor de rioolaansluiting zal een vergunningaanvraag worden ingediend met een tekening van het ontwerp voor het riool. • Het rioleringsgebouw steekt tot 60-70 cm beneden het maaiveld uit. • De gemeente sluit boven op het riool aan (diameter van 160 mm).

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 20 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

5.

Sectorale milieuaspecten

5.1. Natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet; namelijk in de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Onderdeel van de wetgeving is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). 5.1.1. Stikstofdepositie In verband met de Wet natuurbescherming dient de stikstofdepositie vanwege de activiteiten van de gebruiksfase van deze ontwikkeling op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Het Poldercomplex’ bevindt zich op circa 5 km ten noordwesten van het plangebied. Beoordeling In het kader van de uitbreiding van bedrijventerrein ‘De Vlaschaard’ te Eede is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd3 om enige nadelige effecten uit te kunnen sluiten.

Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het aspect stikstofdepositie het gebruik van het plangebied als bedrijventerrein in de beoogde situatie niet in de weg staat. Hierbij is rekening gehouden met het huidige gebruik van de gronden voor agrarische doeleinden inclusief bemesting en het toekomstige gebruik als bedrijventerrein. Daarnaast heeft onderzoek plaatsgevonden naar de aanleg van het bedrijventerrein en de bouw van individuele bedrijfskavels. Uit dit onderzoek blijkt dat het aspect stikstofdepositie zich evenmin verzet tegen de fase van bouwrijp maken en realisatie.

3

Stikstofdepositieonderzoek Bedrijventerrein De Vlaschaard te Eede – Adromi (8 oktober 2025), bijlage 3

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 21 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Afbeelding 9: Locatie bedrijventerrein (indicatief met rode omlijning weergegeven) ten opzichte van het Natura-200 gebied. (bron: Natura2000.nl/gebieden/zeeland)

5.1.2. Landschappelijke inpassing Voor onderhavige ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld4. De nieuwe kavels krijgen een groen karakter met streekeigen elementen zoals weergegeven in de landschappelijke inpassingsschets. Het zal zowel de nieuwe kavels als de bestaande naastgelegen kavels met bebouwing inbedden in de omgeving. Noordzijde Aan de noordzijde is een 8m brede groensingel van struweel en boomvormers voorzien. De boomvormers worden in een relatief aaneengesloten opzet gepositioneerd (7-10m plantafstand). De bebouwing wordt zo optimaal afgeschermd. Aan de noordoostrand van het bestaande bedrijventerrein ontbreekt op dit moment enige vorm van afscherming/landschappelijke inpassing. De ruimte is hier, mede door de vereiste onderhoudsstrook en de positie van de bestaande bebouwing, beperkt. Voorgesteld wordt om hier clusters van wilgenbomen met onderbegroeiing/struweel aan te brengen. Hierbij is rekening gehouden met afstanden die noodzakelijk zijn voor het slootbeheer. Het bedrijventerrein wordt door deze maatregelen wat beter afgeschermd en de overgang naar het landschap verloopt natuurlijker. Westzijde Aan de westzijde wordt de 8m brede groensingel met boomvormers voortgezet. De boomvormers worden in een wat lossere, natuurlijke opzet gepositioneerd, maar bieden samen met het struweel nog steeds voldoende afscherming van de bebouwing.

Langs de oever worden enkele knotbomen toegepast. Zo ontstaat eenheid en verbinding in de landschappelijke inpassing. 4

Bedrijfsterrein Vlaschaard – Eede; Landschappelijke inpassing uitbreiding (Ruimte en Groen – Tuin- en Landschapsarchitectuur) – 9 oktober 2025, bijlage 4

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 22 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Zuidzijde Aan de zuidzijde van het perceel is een bestaande groensingel aanwezig die het grootste gedeelte van de bestaande bedrijfsgebouwen langs de Vlasstraat afschermt. Deze wordt vervangen door een nieuwe groensingel van struweel en boomvormers, met een 2m vrije grasstrook tussen de groensingel en het bestaande bedrijventerrein. Oostzijde Om aan de gestelde waterbergingseis te kunnen voldoen zullen aan de oostzijde de bestaande sloten langs de Ambachtsweg verbreed worden zodat meer wateropslagcapaciteit ontstaat. Voorgesteld wordt om hier ook een nieuwe bomenrij toe te voegen, zodat een groener beeld ontstaat. De nieuwe bedrijfsgebouwen worden aan deze zijde ingepast door het voortzetten van de 8m brede groensingel. De bomenrij langs de Ambachtsweg wordt langs de rijbaan tussen de bedrijfsgebouwen voortgezet. Dit zorgt voor een groene uitstraling van het terrein en gaat hittestress tegen. In de beheerstroken kunnen graspaden worden uitgemaaid en kan er eventueel een zitmogelijkheid worden aangebracht. Zo ontstaat er ruimte voor het maken van een ommetje voor een (lunch)wandeling. Ter vergroting van de beleving en natuurwaarde kunnen alle beheerstroken en oeverzones ingezaaid worden met een kruidenrijk graslandmengsel wat ook voor de biodiversiteit voordeel oplevert.

Afbeelding 10: Landschappelijk inpassingsplan uitbreiding De Vlaschaard (bron: Ruimte en Groen)

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 23 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Afbeelding 11: Landschappelijk inpassingsplan uitbreiding De Vlaschaard (bron: Ruimte en Groen)

5.1.3. Gebieds- en soortbescherming In verband met de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein in westelijke richting, waar momenteel agrarische grond aanwezig is, kunnen negatieve effecten optreden bij beschermde dieren plantensoorten, welke momenteel mogelijk aanwezig zijn op dit perceel. Daarom is een quickscan ecologie uitgevoerd in het plangebied5. Beoordeling Uit deze quickscan kan geconcludeerd worden dat de beoogde ruimtelijke ingreep niet leidt tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming. In het kader van soortenbescherming dient aanvullend onderzoek naar kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en/of wezel) uitgevoerd te worden en dient aanvullend onderzoek naar boomkikkers uitgevoerd te worden. 5.2. Archeologie en cultuurhistorie 5.2.1. Archeologie De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen.

Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is, indien aanwezig, opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk

5

Blom Ecologie – Quickscan Wet natuurbescherming Ambachtsweg ong. te Eede –, bijlage 5

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 24 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. Het gemeentelijk archeologiebeleid is vastgelegd in ‘Archeologiebeleid & Onderzoeksagenda Sluis 2017’. Beoordeling Ter plaatse van het plangebied bevindt zich middels het geldende bestemmingsplan ‘Sluis, Parapluplan archeologie’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ voor het gehele perceel. In de regeling is de verplichting opgenomen tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek waarbij de archeologische waarde van de locatie in kaart wordt gebracht en er wordt uitgesloten dat deze worden geschaad. Een vrijstelling van deze verplichting geldt voor bouwplannen met een oppervlakte van ten hoogste 500 m2 en werkzaamheden welke niet dieper reiken dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Daar onderhavig plan niet onder deze vrijstellingsgrenzen blijft, dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Op 4 augustus 2022 is een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd door Artefact6.

Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd: Aangezien er al direct onder de bouwvoor een sporenvlak met eventuele archeologische waarden aanwezig kan zijn, wordt vooralsnog geadviseerd in het nieuwe plan de bestaande archeologische dubbelbestemming/dubbelfunctie met de bestaande diepte- en oppervlaktevrijstellingsgrenzen voor het plangebied te handhaven. Dit advies geldt voor het hele plangebied. Om die reden is hiervoor geen advieskaart opgesteld. Ten behoeve van de werkzaamheden zullen in het plangebied bodemingrepen plaatsvinden tot op diepten van 0,70 en 0,90 m -NAP (maximaal circa 2 tot 2,5 m -mv). Dit wil zeggen dat hier alle potentiele archeologische relevante niveaus zullen worden aangesneden; eventueel aanwezige archeologische waarden worden hierdoor bedreigd. Indien binnen het plangebied inderdaad graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,40 m -mv, dan wordt geadviseerd in het kader van de benodigde omgevingsvergunningen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Ondanks dat er nu bij het onderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf‐ en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex.

artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten 6

Artefact!, Eede De Vlaschaard. Gemeente Sluis. Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (karterende en waarderende fase) en Inventariserend Veldonderzoek door middel van Boringen (karterende fase), 771, 12 juni 2023, bijlage 6

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 25 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

en/ofsporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid. 5.2.2. Cultuurhistorie Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst. Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur. Beoordeling Het plangebied is niet gelegen in gebied wat als cultuurhistorisch relevant is aangeduid. Daarnaast is de Cultuurhistorische kaart van de provincie Zeeland geraadpleegd. Hieruit kwam naar voren dat er ook verder geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn op of nabij onderhavig plangebied welke enigerwijs belemmerend zouden zijn voor onderhavige ontwikkeling. Vanuit archeologie en cultuurhistorie zijn er geen aspecten die zich verzetten tegen totstandkoming van de wijzigingen van het omgevingsplan.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 26 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

6.

Milieu

6.1. Mer-beoordeling De richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door 2014/52/EU), inzake de milieueffectrapportage (hierna ook: de Richtlijn milieueffectrapportage) en de richtlijn 2001/42/EG, inzake de Strategische milieubeoordeling (hierna ook: de SMB richtlijn) zijn thans geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn, in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Voor de beoogde ontwikkeling dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van aanzienlijke gevolgen voor het milieu. Onderhavig project kan in principe worden aangemerkt als stedelijk gebied ontwikkelingsproject als bedoeld in de bijlage V van het Omgevingsbesluit onder J11. Het voornemen betreft het uitbreiden van een bestaand bedrijventerrein met ca. 3,8 hectare op een perceel grenzend aan het bedrijventerrein.

Gelet op de omstandigheid dat de bouwenvelop wijzigt kan het plan worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Omgevingsbesluit, zodat een vormvrije milieueffectbeoordeling noodzakelijk is. Daarbij dient aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III bij de Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (de m.e.r.-richtlijn) te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uitgaande van de hiervoor relevante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak dient bij de vraag of er sprake is van een ontwikkeling die valt onder een van de categorieën die zijn genoemd in de context van de implementatie van de richtlijn milieueffectrapportage evenwel rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging / ontwikkeling een rol spelen alsook de mate waarin: een ontwikkeling afwijkt van hetgeen planologisch is toegelaten ; sprake is van uitbreiding van bebouwing of verharding ; sprake is van een wijziging van het gebruik; de situatie rondom de ontwikkeling .

Bij de vraag of sprake is van een ontwikkeling die valt onder de categorieën van bijlage V Omgevingsbesluit (de vraag of voor een activiteit een milieueffectbeoordeling moet worden gemaakt), dient de feitelijke situatie als uitgangspunt te worden genomen en niet de vergunde of bestemde situatie . Het gaat er immers om, aan de hand van de feitelijk beoogde veranderingen/activiteiten te beoordelen of sprake van een activiteit als genoemd in bedoelde bijlage V.

Adromi B.V.

R202530/2502

Pagina 27 van 45

TAM-omgevingsplan Bedrijventerreinen Sluis

Gelet op de omstandigheid dat sprake is van een locatie in stedelijk gebied, waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan, opdat woningen mogen worden gebouwd en hoger mag worden gebouwd dan reeds toegelaten, is sprake van een ontwikkeling in de zin van de bijlage V Besluit omgevingsrecht. Het plan kan echter wel worden beschouwd als kleine wijziging in de zin van artikel 2, lid 3 van de SMB richtlijn welke verder geen mogelijke aanvullende milieueffecten heeft ten opzichte van de reeds in het geldende omgevingsplan voorziene situatie. Beoordeling aan de hand van de richtlijn In het nu volgende wordt dan ook alleen de ontwikkeling beoordeeld in relatie tot de criteria zoals opgenomen in bijlage III van de Richtlijn betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten. 6.1.1. M.e.r.-richtlijn Blijkens de considerans van de Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling (2011/92/EU, OJ L 26, 28.1.2012, pp. 1-26 hierna ook: de Richtlijn) van bepaalde openbare en particuliere projecten is de richtlijn bedoeld voor openbare en particuliere projecten die mogelijk aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben.

Voor dergelijke projecten dient alleen een vergunning te worden verleend na een beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten die deze projecten kunnen hebben, mede de specifieke kwetsbaarheid van het milieu in de omgeving van het beoogde project in aanmerking genomen. Blijkens de richtlijn zijn in het kader van een beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten van een bepaalde ontwikkeling voornamelijk de volgende aspecten relevant: - Een hoog beschermingsniveau van het milieu en de menselijke gezondheid; - Efficiënt gebruik van hulpbronnen, waaronder zo veel mogelijk beperking van het grondgebruik; en beperking van het ruimtebeslag; - Duurzame groei in de Unie waartoe de voorziene procedures moeten worden vereenvoudigd en moeten worden geharmoniseerd; - Bescherming van biodiversiteit en ecosysteemdiensten, waaronder het mariene milieu; - Het voorkomen en tegengaan van klimaatverandering, waaronder bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering; - Preventie en beheersing van rampen en voorkomen van kwetsbaarheid bij rampen. Het bevoegd gezag dient blijkens de considerans de directe en indirecte aanzienlijke milieueffecten van een project volledig te beoordelen en af te wegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=c0a7d871-a2e8-4630-93b2-f0322fba78a0