CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. ontwerpbestemmingsplan - bijlage quick scan natuurwaarden.pdf

Commissie Ruimte/AB 11 januari 2022, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan ‘Nieuwstraat 48 Oostburg”18.286 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Categorie

SvI

Nederlandse naam

Categorie

SvI

Bijeneter

4

onbekend, vermoedelijk gunstig

Blauwe reiger

4

matig ongunstig

Buizerd

4

gunstig

Draaihals

4

zeer ongunstig

Grauwe klauwier

4

gunstig

Grutto

4

matig ongunstig

IJsvogel

4

gunstig

Boerenzwaluw

2

gunstig

Boomvalk

3

matig ongunstig

Bosuil

2

gunstig

Gierzwaluw

2

gunstig

Grote gele kwikstaart

2

gunstig

Legenda tabel

Havik

3

gunstig

Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten

Huismus

2

matig ongunstig

Huiszwaluw

2

matig ongunstig

een specifiek nest

Kerkuil

1

gunstig

Categorie 4: Vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar

Oehoe

1

gunstig

voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig

Ooievaar

2

gunstig

Raaf

3

gunstig

Ransuil

3

zeer ongunstig

Rode wouw

3

matig ongunstig

Roek

1

matig ongunstig

De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b)

Slechtvalk

2

gunstig

ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)

Steenuil

1

matig ongunstig

Torenvalk

3

matig ongunstig

Wespendief

3

gunstig

Zwarte wouw

3

onbekend, vermoedelijk gunstig

Limburg: vogels met een jaarrond beschermd nest Vogels met jaarrond beschermde nesten conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg.

Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar

kwetsbaar dat functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen.

*SvI: Staat van Instandhouding

toekomstperspectief. De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie, leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.

Kramsvogel

4

zeer ongunstig

Kwartelkoning

4

zeer ongunstig

Oeverzwaluw

4

gunstig

Paapje

4

zeer ongunstig

Ringmus

4

zeer ongunstig

Roerdomp

4

zeer ongunstig

Sperwer

4

gunstig

Spotvogel

4

matig ongunstig

Visdief

4

zeer ongunstig

Wulp

4

matig ongunstig

Zomertortel

4

zeer ongunstig

Zwarte specht

4

matig ongunstig

Vetgedrukte soorten zijn specifiek in Limburg beschermd.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

24

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Apollovlinder

Gestreepte dolfijn

Heikikker

Noordse vinvis

Tijmblauwtje

Bataafse stroommossel

Gestreepte waterroofkever

Heldenbok

Noordse vleermuis

Tuimelaar

Bechsteins vleermuis

Gevlekte witsnuitlibel

Hille

Noordse winterjuffer

Tweekleurige vleermuis

Bever

Gewone baardvleermuis

Houting

Noordse woelmuis

Vale vleermuis

Boomkikker

Gewone dolfijn

Ingekorven vleermuis

Oostelijke witsnuitlibel

Vermiljoenkever

Bosvleermuis

Gewone dwergvleermuis

Juchtleerkever

Orca

Vroedmeesterpad

Boszandoog

Gewone grootoorvleermuis

Kamsalamander

Otter

Walrus

geldt volgens de wettekst artikel 3.5 ook de verbodsbepalingen en het

Brandts vleermuis

Gewone spitsdolfijn

Kemps’ zeeschildpad

Pimpernelblauwtje

Watervleermuis

beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. De MvT van de wet gaf juist

Brede geelrandwaterroofkever

Gewone vinvis

Kleine dwergvleermuis*

Platte schijfhoren

Wilde kat*

Bronslibel

Gladde slang

Kleine hoefijzerneus

Poelkikker

Witflankdolfijn

Bruinvis

Griend

Kleine zwaardwalvis

Potvis

Witsnuitdolfijn

genoemd in Bijlage II van de Conventie van Bern en Bijlage I Conventie

Bultrug

Grijze dolfin

Knoflookpad

Rivierrombout

Witte dolfijn

van Bonn conform art. 3.5 waren beschermd of niet. Onlangs, op 1 juli

Dikkopschildpad

Grijze grootoorvleermuis

Kruipend moerasscherm

Rosse vleermuis

Wolf*

Donker pimpernelblauwtje

Groene glazenmaker

Laatvlieger

Rugstreeppad

Zandhagedis

Drijvende waterweegbree

Groenknolorchis

Lederschildpad

Ruige dwergvleermuis

Zilverstreephooibeestje

Dwergpotvis

Grote hoefijzerneus

Lynx

Sierlijke witsnuitlibel

Zomerschroeforchis

Dwergvinvis

Grote rosse vleermuis

Meervleermuis

Soepschildpad

Oeveraas**

Franjestaart

Grote vuurvlinder

Mopsvleermuis

Spitsdolfijn van Gray

Walrus**

Gaffellibel

Hamster

Muurhagedis

Steur

Geelbuikvuurpad

Hazelmuis

Narwal

Teunisbloempijlstaart

Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten: Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Vogels vallen echter niet* onder artikel 3.5. * In de officiële wettekst, gepubliceerd in het Staatsblad op 19 januari 2016, is in artikel 3.5 verwezen naar de Conventie van Bern, Bijlage I en II en de Conventie van Bonn, Bijlage I. Met betrekking tot de in Bijlage II Conventie van Bern en Bijlage I Conventie van Bonn genoemde vogelsoorten,

aan dat de Vogelrichtijn de rechtsbasis vormt en dat de bescherming van vogels is geregeld in de Vogelrichtlijn, dat is uitgewerkt in art. 3.1. Er is lang verwarring geweest bij de verschillende bevoegde gezagen of de vogels

2018, is echter een verzamelwet inwerking getreden waarin is aangegeven dat art. 3.5 niet van toepassing is op soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

*= niet opgenomen in Bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV. ** = niet genoemd in Bijlage 3 Memorie van Toelichting: Tabel I, staat wel in Bijlage II van de Conventie van Bern.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

25

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG) Artikel 3.10 Andere soorten Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In Bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden. Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Aardbeivlinder

Bruine kikker

Gewone bosspitsmuis

Karthuizeranjer

Naaldenkervel

Veenbesblauwtje

Molmuis

Aardmuis

Bruinrode wespenorchis

Gewone bronlibel

Karwijselie

Ondergrondse woelmuis

Veenbesparelmoervlinder

Oeveraas

Adder

Bunzing

Gewone pad

Kempense heidelibel

Pijlscheefkelk

Veenbloembies

Mercuurwaterjuffer

Akkerboterbloem

Damhert

Gewone zeehond

Kleine ereprijs

Pimpernelblauwtje

Veenhooibeestje

Akkerdoornzaad

Das

Glad biggenkruid

Kleine heivlinder

Ree

Veldmuis

Akkerogentroost

Dennenorchis

Gladde zegge

Kleine ijsvogelvlinder

Ringslang

Veldparelmoervlinder

Alpenwatersalamander

Donker pimpernelblauwtje

Grijze zeehond

Kleine Schorseneer

Roggelelie

Veldspitsmuis

Beekdonderpad

Donkere waterjuffer

Groene nachtorchis

Kleine watersalamander

Rood peperboompje

Vinpootsalamander

Beekkrombout

Dreps

Groensteel

Kleine wolfsmelk

Rosse woelmuis

Vliegend hert

Beekprik

Duinparelmoervlinder

Groot spiegelklokje

Kluwenklokje

Rozenkransje

Vliegenorchis

Beklierde ogentroost

Dwergmuis

Grote bosaardbei

Knollathyrus

Ruw parelzaad

Vos

Berggamander

Dwergspitsmuis

Grote bosmuis

Knolspirea

Scherpkruid

Vroege ereprijs

Bergnachtorchis

Echte gamander

Grote leeuwenklauw

Kommavlinder

Schubvaren

Vuursalamander

Blaasvaren

Edelhert

Grote modderkruiper

Konijn

Schubzegge

Waterspitsmuis

Blauw guichelheil

Eekhoorn

Grote parelmoervlinder

Korensla

Sleedoornpage

Wezel

Bokkenorchis

Egel

Grote vos

Kranskarwij

Smalle raai

Wild zwijn

Boommarter

Eikelmuis

Grote vuurvlinder

Kruiptijm

Speerwaterjuffer

Wilde averuit

Bosbeekjuffer

Elrits

Grote weerschijnvlinder

Kwabaal

Spiegeldikkopje

Wilde ridderspoor

Bosboterbloem

Europese rivierkreeft

Haas

Lange zonnedauw

Spits havikskruid

Wilde weit

Bosdravik

Franjegentiaan

Hazelworm

Levendbarende hagedis

Steenbraam

Woelrat

Bosmuis

Geelgroene wespenorchis

Hermelijn

Liggende ereprijs

Steenmarter

Wolfskers

Bosparelmoervlinder

Gentiaanblauwtje

Honingorchis

Meerkikker

Stijve wolfsmelk

Zandwolfsmelk

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

26

Groningen

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

N-Holland

Z-Holland

Flevoland

Zeeland

N- Brabant

Limburg

Soort / Provincie

Friesland

BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN

hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die

Aardmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

worden verricht in verband met:

Bastaardkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bruine kikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader

Bunzing

x

x

x

x

x

x

x

van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen,

Dwergmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken,

Dwergspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Egel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Haas

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

bosbouw;

Hermelijn

x

x

x

x

x

x

x

d. bestendig gebruik.

Huisspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Konijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ondergrondse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ree

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Steenmarter

x

Tweekleurige bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Vos

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wezel

x

x

x

x

x

x

x

In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten

a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting;

oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of

Deze vrijstelling geldt dus niet voor (eenmalige) activiteiten, zoals evenementen of (sport)wedstrijden.

x

x

x

Wild zwijn

x

x

x x

Woelrat

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Meerkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

27

BIJLAGE 4 - AFBEELDINGEN WERKZAAMHEDEN

Figuur: afbeeldingen van de werkzaamheden, zoals aangeleverd door de opdrachtgever. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

28

BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld. Vragenlijst quickscan Habitus 2019

Vragenlijst quickscan Habitus 2019

#46

Q9 Zijn er nog risico's aanwezig waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan gevaren in het projectgebied, zoals een stier in het land, een gebouw dat (deels) op instorten staat of een open put.

COMPLETE Collector: Started: Last Modified: Time Spent: IP Address:

nee

MAMA2019-1 (Web Link) Thursday, June 27, 2019 4:24:41 PM Thursday, June 27, 2019 4:41:33 PM 00:16:52 91.141.165.209

Page 1: Vragen over de voorgenomen ontwikkeling, omgeving en informatievoorziening. Q1 Dit formulier is ingevuld door (geef je voor- en achternaam op):

Datum/tijd

Ja, zeker. Neem hierover contact met mij op. Let op: wij zullen geen conclusie(s) mededelen tijdens het veldbezoek.

Q11 Waaruit bestaan de voorgenomen werkzaamheden? Geef dit zo specifiek mogelijk aan. Denk aan zaken als: slopen gebouw, kappen bomen en/of dempen sloot. Vermeld ook de rijroute die wordt gebruikt als er materiaal wordt aangevoerd/opgeslagen.

Marchel Ruijgrok

Q2 Datum waarop deze vragenlijst is ingevuld

Q10 Het veldbezoek kunnen wij zonder begeleiding uitvoeren, indien toegankelijk. Als het wenselijk is, kan er wel iemand bij aanwezig zijn. Bijvoorbeeld om een toelichting te geven op het plan. Wil je bij het veldbezoek aanwezig zijn?

27/06/2019

Verbouw schuur

Q12 Wanneer starten de werkzaamheden of voorbereidingen (in het veld)? Of wat is de voorgenomen planning? Q3 In de verstuurde offerte is een kenmerk opgenomen in de colofon (pagina 2). Dit kenmerk hebben wij nodig om de vragenlijst te kunnen verwerken. Welk kenmerk heeft de offerte?

niet bekend

MAMA2019-1-OFR

Q13 Wanneer eindigen de werkzaamheden (in het veld)? Of wat is de voorgenomen einddatum/opleverdatum? Q4 De quickscan wordt aangevraagd vanwege een:

Bestemmingsplanwijziging

nog niet bekend

Q5 Ik vraag de quickscan aan:

Voor mezelf (particulier)

Q14 Wordt er (bouw)materiaal of materieel opgeslagen buiten het projectgebied?

Nee

Q6 Levertijd. Ik wil de rapportage:

over 6 weken ontvangen. De standaardprijs wordt toegepast.

Q15 Indien vorige vraag met 'ja' beantwoord is: waar wordt het materiaal/materieel opgeslagen? En voor hoe lang en/of in welke periode? Een kaartje aanleveren (op basis van google maps) kan uiteraard ook.

Respondent skipped this question

Q7 Het projectgebied (inclusief gebouwen, stallen, terreinen e.d.) dient geheel geïnspecteerd te kunnen worden voor een correcte beoordeling. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor de toegang?

Ja, neem contact op. Bij de volgende vraag geef ik het telefoonnummer op.

Q16 Wordt er (extra) licht geplaatst tijdens de uitvoeringsfase of in de gebruiksfase? De uitvoeringsfase betreft de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden. De gebruiksfase is de nieuwe (uiteindelijke) situatie.

Nee, geen bouwlampen of extra verlichting. Niet tijdens de werkzaamheden en ook niet na afronding (definitieve situatie).

Q17 Worden er heiwerkzaamheden uitgevoerd?

Nee

Q18 Ontstaan er trillingen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling?

Nee

Q8 Toegang: geef hier de naam van de persoon op waar wij contact mee op moeten nemen. Geef ook zijn/haar (mobiele) telefoonnummer. Laat deze vraag onbeantwoord als de vorige vraag met 'nee' is beantwoord. 0624601032

1/5

2/5

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

29

BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS (VERVOLG) Vragenlijst quickscan Habitus 2019 Q19 Wordt er gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst? Denk hierbij ook aan de korte daglengte in de winterperiode. Dit kan van belang zijn bij nachtactieve diersoorten, zoals vleermuizen.

Nee

Q20 Deze vraag is enkel relevant bij gebouwen/opstallen. Is er een spouwmuur aanwezig?

Nee

Q21 Worden er harde, lage of hoge geluiden verwacht tijdens en/of na het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling?

Vragenlijst quickscan Habitus 2019 Q28 De opdrachtgever is altijd de eigenaar van een rapportage. Het is dus aan jou/jouw organisatie of wij een eindproduct (zoals een rapportage) openbaar mogen maken. Wij zijn zelf voorstander van open informatie, omdat dit de kwaliteit ten goede komt. Daarom zouden wij het eindproduct graag als download beschikbaar willen maken op onze website. Wilt u bijdragen aan deze open informatievoorziening? Ter toelichting: wij zullen nooit actief rapporten verspreiden door deze aan andere partijen toe te sturen.

Ja

Q29 Tijdens een veldbezoek doen wij veelal diverse natuurwaarnemingen. Wij kunnen deze waarnemingen doorsturen naar de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Wilt u hieraan bijdragen? Wij uploaden dan de waarnemingen naar het NDFF.

Ja

Q30 Is er al informatie bekend over beschermde dieren/planten of beschermde gebieden op de projectlocatie? Of heb je zelf wel eens relevante natuurwaarnemingen gedaan?

Ja, ik heb zelf wel eens wat gezien, namelijk:

Q31 Upload hier eerdere ecologische rapporten (die nog niet eerder bij ons zijn aangeleverd) of andere relevante documenten. Ook eigen waarnemingen (op kaart) zijn welkom.

Respondent skipped this question

Q32 Zijn er verder nog vragen, wensen of opmerkingen?

Respondent skipped this question

Q33 Ik ben me er van bewust dat de vragenlijst inclusief antwoorden opgenomen wordt in de adviesrapportage en geef daar toestemming voor (namens onze organisatie).

Ja

Ja, er zullen (bouw)geluiden ontstaan tijdens de werkzaamheden. Maar geen extra geluid na afloop.

Q22 Wordt er (grond)water onttrokken of water opgespoten?

Nee

Q23 Wordt er in het water gewerkt en/of in de oeverzone?

Nee

Q24 Kunnen er zand- of gronddepots ontstaan tijdens de werkzaamheden?

Ja, dat kan (of is mogelijk)

Q25 Deze vraag is enkel relevant bij gebouwen/opstallen. Is er een bouwtekening van het gebouw aanwezig? Of zijn er andere technische tekeningen die relevant zijn? Zo ja, kunnen wij die ontvangen?

Ja, ik zal deze direct uploaden bij de volgende vraag (of: deze zijn reeds aangeleverd)

Q26 Upload hier aanvullende technische- of bouwtekeningen die nog niet eerder zijn aangeleverd. Ook eigen tekeningen die de ontwikkeling verduidelijken zijn welkom! Met betere informatie, kunnen wij beter adviseren. bestemingsplanconcept23-04-2019.pdf (5.9MB)

Q27 Verwacht je dat de voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot uitstoot van stikstofoxiden of ammoniak/ammonia? Dit is veelal aan de orde bij grotere ontwikkelingen, zoals de bouw van meerdere nieuwe woningen, renovatieprojecten of bedrijfsmatige activiteiten (uitstoot van gassen of extra vee). Ook machines die tijdens de bouw worden ingezet, kunnen stikstof uitstoten.

een keer een uil

Nee, de ontwikkeling is (zeer) kleinschalig

3/5

4/5

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

30

BIJLAGE 6 - EFFECTENINDICATOR

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

31

BIJLAGE 7 - CV’S BETROKKEN ECOLOGEN Richard Notenboom, BSc

Ruth van den Herik, MSc

Amber Heitman, MSc

Functie: veldecoloog

Functie: projectadviseur

Functie: kwaliteitscontroleur

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

- hbo Landscape & Environment management aan

- wo master Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit,

- wo master Ecology & Evolution aan de Vrije Universiteit

met specialisatie animal ecology.

Amsterdam.

- wo bachelor Dierwetenschappen aan de Wageningen

- hbo Toegepaste biologie aan de HAS Den Bosch, met

Universiteit, met specialisatie wildlife biodiversity.

specialisatie ecologie.

jaar heeft hij bewezen over grote kennis te beschikken van

Ervaring:

Ervaring:

planten en vogels, zijn persoonlijke aandachtsgroepen. In 2016

Ruth is sinds augustus 2018 in dienst bij Habitus. Sinds die tijd

Amber is sinds begin 2017 in dienst bij Habitus. Sindsdien

heeft hij onder begeleiding quickscans én nadere soortgerichte

ondersteunt zij projectleiders met het uitvoeren van veldwerk

heeft zij reeds tientallen ecologische quickscans uitgevoerd

onderzoeken naar planten, vissen, weekdieren, reptielen,

en het opstellen van diverse rapporten, onder begeleiding van

en laten zien dat zij ecologische risico’s bijzonder goed kan

vogels en vleermuizen uitgevoerd. Vanaf 2017 voert hij deze

Benjamin Brandt. Vanaf mei 2019 voert zij haar werkzaamheden,

inschatten. En dan met name de risico’s bij de sloop of renovatie

onderzoeken zelfstandig uit. Van de volgende soortgroepen

waaronder quickscans, zelfstandig uit. Tijdens haar opleiding heeft

van gebouwen. Sinds 2017 verricht zij ook soortgerichte

heeft hij bewezen over voldoende kennis te beschikken om een

zij een brede kennis opgedaan van ecologie en heeft zij ook een

onderzoeken naar grondgebonden zoogdieren, vleermuizen,

ecologische effectenbeoordeling uit te voeren: grondgebonden

semester gestudeerd in Zweden, om zich meer te verdiepen in

huismus, platte schijfhoren en gierzwaluwen. Haar persoonlijke

zoogdieren, vleermuizen, kevers, amfibieën, reptielen, vlinders,

natuur- en wildbeheer. Ook heeft ze ervaring met wildcamera’s. Ze

aandachtsgroepen zijn vogels en vleermuizen. Van de volgende

libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen. Naast zijn functie als

heeft vooral interesse in vogels en landzoogdieren.

soortgroepen heeft zij bewezen over voldoende kennis te

Inholland te Delft met specialisatie Natuur, Landschap en Recreatie. Ervaring: Richard is sinds 2016 in dienst bij Habitus. Direct in het eerste

veldecoloog is Richard excursiegids bij Boswachter & Co.

beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit te voeren: grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën,

Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Richard

reptielen, vissen, vlinders, libellen, kevers en vogels. Haar sterke

doet? Zie dan zijn account op waarneming.nl. Professionele

communicatieve vaardigheden zijn belangrijk in de functie van

waarnemingen worden ingevoerd via WrnPro.

projectleider.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

32

BIJLAGE 8A - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK In deze tabel zijn de soorten opgenomen die binnen een straal van vijf kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is een periode van vijf jaar aangehouden. Dit zijn arbitraire grenzen die in de meeste situaties toereikend zullen zijn. Wij houden altijd rekening met uitzonderlijke gevallen (bijzondere soorten of biotopen).

Amfibieën

Planten en mossen

Vlinders

Vogels**

Vleermuizen

Zoogdieren

Alpenwatersalamander

Akkerdoornzaad

Kleine ijsvogelvlinder

Grauwe Gans

Baardvleermuis*

Aardmuis*

Bastaardkikker

Bokkenorchis

Groenling

Gewone grootoorvleermuis

Bosmuis*

Boomkikker

Brede wolfsmelk

Houtduif

Watervleermuis

Dwergmuis*

Bruine kikker*

Dreps

Roodborsttapuit

Gewone pad*

Kleine wolfsmelk*

Eekhoorn

Kamsalamander

Kruipend moerasscherm*

Egel*

Kleine watersalamander*

Stijve wolfsmelk

Haas*

Wilde ridderspoor

Hermelijn

Dwergspitsmuis*

Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis* Ree Rosse woelmuis* Steenmarter* Tweekleurige bosspitsmuis* Veldmuis* Veldspitsmuis* Vos Wezel* Woelrat*

* = deze soorten zijn waargenomen binnen één kilometer van het projectgebied. ** = deze vogelsoorten zijn waargenomen binnen 50 meter van het projectgebied. Deze afstand is gekozen omdat er daarbuiten geen effect wordt verwacht op broedvogels. Onderstreept = deze soorten zijn vrijgesteld in de Wet natuurbescherming. Zie Bijlage 3 voor een lijst per provincie.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

33

BIJLAGE 8B - RESULTATEN BUREAU- EN VELDONDERZOEK

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Bron (hyperlink)

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Alpenwatersalamander

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk grote poelen, ondiepe plasjes, vrij zure vennen, tuinvijvers of volgelopen karresporen in de buurt van bos of houtwallen en ook veel in tuinen. De alpenwatersalamander komt ook veel voor in sterk beschaduwde en vegetatiearme bospoelen. Als schuilplaatsen worden allerlei vochtige plekken gebruikt. De dieren worden onder hout, stenen, mos en afval aangetroffen. Alpenwatersalamanders overwinteren voornamelijk op vorstvrije plaatsen op het land, zoals holten, houtwallen, overhoekjes, houtstapels, stenen, afvalhopen, kelders, groeven en (vleermuis)bunkers. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven.

Ravon: Alpenwatersalamander

Boomkikker

N.v.t.

N.v.t.

De boomkikker heeft een voorkeur voor een kleinschalig landschap, waar hij zich ophoudt in de struweelzone van bosranden, houtwallen en moerasgebieden. Vooral de zuidkant van braamstruwelen heeft de voorkeur. Voor de voortplanting dienen wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie vlakbij te zijn. Dit zijn meestal niet te diepe poelen met een open ligging, veel zoninstraling, en vrijwel geen stroming. Dit biotoop is niet aanwezig.

Ravon: Boomkikker

Heikikker*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals vochtige heideterreinen, veengebieden, vochtige schraallanden, uiterwaarden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is er geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantingsbiotoop.

Ravon: Heikikker

Kamsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk wat diepere, vegetatie- en licht voedselrijke, niet verzuurde poelen en plassen op landgoederen, in beekdalen, in het rivierengebied, in loofbossen of in kleinschalige cultuurlandschappen. Kamsalamanders verblijven op het land onder stenen, hout, bladafval, in gaten onder wortels en in holen van kleine zoogdieren, meestal binnen 100 meter van het voortplantingswater. Wanneer geschikt landbiotoop ontbreekt kunnen ze 1000 meter afleggen op zoek naar geschikt biotoop. Overwintering van dieren in het water komt zelden voor.

Ravon: Kamsalamander

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden geen landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren.

Ravon: Poelkikker

De volgende drie eisen worden gesteld volgens het Kennisdocument rugstreeppad: 1. Recente aanwezigheid (drie jaar) binnen één kilometer van de projectlocatie. 2. Geen barrières aanwezig tussen bekende waarnemingen. 3. Er is een geschikte combinatie van habitats aanwezig: voortplanting- , zomer- en winterverblijfplaatsen. Er zijn geen waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen één kilometer van het projectgebied in de laatste drie jaar. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan geen onoverbrugbare barrières. Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Er is geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals (teelt)akkers, zandafgravingen, kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn geen (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages of struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats. Vanwege de gestelde eisen is er geen kans op vestiging in nieuw voortplantingsbiotoop. Ook is er geen kans op vestiging in geschikt winterbiotoop.

Ravon: Rugstreeppad

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk poelen, sloten, vennen, waterbakken of karrensporen op hogere gronden en in of in de nabijheid van bossen in de provincies Noord-Brabant en Limburg. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4). Op het land houden de dieren zich op onder stronken, dode bladeren, takken en stenen binnen een straal van 400 meter van het voortplantingswater. De vinpootsalamander overwintert in allerlei gaten en spleten in de bodem, tussen wortels, onder stenen, boomstronken en bladhopen. Overwintering vindt ook vaak plaats in het water.

Ravon: Vinpootsalamander

Onderbouwing en locaties ³

Amfibieën

Poelkikker*

Rugstreeppad*

Vinpootsalamander*

N.v.t.

N.v.t

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

BIJ12: Kennisdocument kamsalamder. BIJ12: Kennisdocument poelkikker.

BIJ12: Kennisdocument Rugstreeppad

34

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Bron (hyperlink)

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Gestreepte waterroofkever*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde.

Cuppen en Kroese: Gestreepte waterroofkever in Nederland.

Vermiljoenkever*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De favoriete waardboom is de populier, maar ook andere loofbomen en zelfs enkele naaldbomen zijn geschikte waardbomen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen. De soort is al aanwezig in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg. Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en ZuidHolland aanwezig is.

EIS kenniscentrum insecten: Vermiljoenkever; Verspreiding.

Beekrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beekof rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet.

Vlinderstichting: Beekrombout

Gevlekte witsnuitlibel*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie.

Vlinderstichting: Gevlekte witsnuitlibel

Groene glazenmaker*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten.

Vlinderstichting: Groene glazenmaker

Rivierrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden. Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 1 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.

Vlinderstichting: Rivierrombout

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak. Er is gericht gezocht naar tonghaarmuts, maar de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.

BLWG: informatieblad

Akkerdoornzaad

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zomen en ruigten met voornamelijk kropaar, kweek, gewoon duizendblad en peen. Vegetaties uit het Wormkruidverbond (17AA) en marjoleinverbond (31CA) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Akkerdoornzaad Hennekes et al.

Bokkenorchis

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals laag duinstruweel, duingrasland, kalkgrasland, hooiland, bosranden, dijken en bermen waar de soort groeit op zonnige tot half beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselarme, kalkrijke, humushoudende grond (zand en mergel).

Floron: Bokkenorchis

Brede wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en waarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing.

Floron: Brede wolfsmelk

Dreps*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30BA, 30AA en 30 BB) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen.

Floron: Dreps

Drijvende waterweegbree*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieu's, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Overkruidverbond (06AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras.

Floron: Drijvende waterweegbree Hennekes et al.

Onderbouwing en locaties ³

Kevers

Libellen

Mossen Tonghaarmuts*

Planten

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

35

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Bron (hyperlink)

Glad biggenkruid*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's (30BB - Verbond van vingergras en naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras.

Floron: Glad biggenkruid Hennekes et al.

Grote leeuwenklauw*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's of natte pioniermilieu's, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalmverbond (30Ba) of Naaldenkervelverbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Grote leeuwenklauw

Groenknolorchis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg.

Floron: Groenknolorchis

Onderbouwing en locaties ³

Hennekes et al.

Hennekes et al.

Kleine wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniervegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en verbond van duivekervel en kroontjeskruid (30AB) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Kleine wolfsmelk

Kruipend moerasscherm*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken en, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezenverbond (29AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro.

Floron: Kruipend moerasscherm

Muurbloem*

N.v.t.

N.v.t.

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu's zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras. Vegetaties uit het Verbond van klein glaskruid (21AA) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Muurbloem

Ruw parelzaad*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde. Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en Windhalmverbond (30BA) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Ruw parelzaad

Stijve wolfsmelk

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zomen en ruigten of droge storingsmilieu’s, zoals akkers, boszomen, kapvlakten, slootkanten en dijken, heggen of bermen. Vegetaties uit het Verbond van look-zonder-look (r34AA) en Naaldenkervel-verbond (r31AA) ontbreken. Begeleidende soorten zijn o.a. ruw beemdgras, uitstaande melde, kropaar en kruipende boterbloem (n=6).

Floron: Stijve wolfsmelk

Wilde ridderspoor

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu’s of struwelen, zoals akkers (wintergraanakkers), ruderale plaatsen, stroomruggen of bij graansilo’s en graanoverslagbedrijven. Voornamelijk in het oostelijke rivierengebied van Gelderland en in Zuid-Limburg. Vegetaties uit het Naaldenkervelverbond (r31AA) en Windhalmverbond (r31BA) ontbreken. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerdistel, kweek, paardenbloem en gewoon varkensgra.

Floron: Wilde ridderspoor Hennekes et al.

Wolfskers*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Over begeleidende soorten is weinig bekend. In twee gevallen kwam kropaar als begeleidende soort voor.

Floron: Wolfskers Hennekes et al.

Hazelworm*

N.v.t.

N.v.t.

In het projectgebied bevindt zich geen geschikt biotoop voor de hazelworm, namelijk warme, beschutte, halfopen terreinen met vochthoudende bodem zoals bosranden, open plekken in bossen, ruige heidevelden, kalkgraslanden, vestingwerken, bermen van wegen en spoorwegen.

Ravon: Hazelworm

Levendbarende hagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige heide of structuurrijke bermen en ruigten.

Ravon: Levendbarende hagedis

Hennekes et al.

Hennekes et al.

Hennekes et al.

Hennekes et al.

Reptielen

BIJ12: Kennisdocument levendbarende hagedis.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

36

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Bron (hyperlink)

Ringslang*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leef- of voorplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Grote oppervlaktes laag gelegen, nat gebied worden gemeden. De ringslang komt ook voor in het laagveen. Andere landschapstypen waarin relatief veel waarnemingen worden verricht zijn bos en struweel en op infrastructuur (wegen en spoorwegen). Ringslangen kunnen ook aanwezig zijn in een bebouwde omgeving en in het agrarisch gebied. Heide en hoogveen maken onderdeel uit van het leefgebied, maar zijn geen voorkeurshabitat. Verder zijn geen broeihopen, zoals bladhopen, composthopen of mestvaalten aanwezig.

Ravon: Ringslang

Zandhagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig zoals (droge) heide of structuurrijke bermen/ruigten met open plekken en kaal zand.

Ravon: Zandhagedis

Onderbouwing en locaties ³

BIJ12: Kennisdocument zandhagedis

Vissen Beekprik*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water.

Ravon: Beekprik

Elrits*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe.

Ravon: Elrits

Grote modderkruiper*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefbiotoop aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Ook is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Ook is er geen opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones.

Ravon: Grote modderkruiper BIJ12: Kennisdocument grote modderkruiper

Vlinders Bruine eikenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten.

Vlinderstichting: Bruine eikenpage

Grote vos*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, zoals voornamelijk iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. De eitjes worden afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout. Dit is niet aanwezig.

Vlinderstichting: Grote vos

Iepenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet in de kruin van de boom. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen.

Vlinderstichting: Iepenpage

Kleine ijsvogelvlinder

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig zoals open, luwe plekken in bossen en bosranden. Geen waardplanten aanwezig zoals dauwbraam en wilde kamperfoelie.

Vlinderstichting: Kleine ijsvogelvlinder

Sleedoornpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien.

Vlinderstichting: Sleedoornpage

Teunisbloempijlstaart*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Geen strooisellaag aanwezig waarin de soort als pop overwintert. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Voornamelijk in het zuiden en oosten van het land.

Vlinderstichting: Teunisbloempijlstaart

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

37

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Bron (hyperlink)

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Boomvalk, buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van boomvalk, buizerd, havik, wespendief of zwarte wouw. Ook zijn geen oude nesten van zwarte kraai of ekster aangetroffen waarin de bijvoorbeeld de boomvalk tot laat in het broedseizoen nog tot broeden kan komen. Boomvalken kunnen tot na het vertrekken van de zwarte kraai nog tot broeden komen. Ze kunnen tot begin juni nog beginnen met broeden. Buizerds broeden in bossen, bosjes en soms ook in solitaire bomen. Nesten welke voor meerdere jaren gebruikt zijn door buizerds zijn omvangrijk. Nieuwe nesten zijn aanzienlijk kleiner. Nesten van buizerds bevinden zich zowel tegen de hoofdstam als in de kruin van bomen. Nesten van havik zijn omvangrijk en bevinden zich overwegend in bossen groter dan tientallen hectares, soms ook in kleine bosjes in (half)open landschap. Het nest bevindt zich doorgaans halverwege tot een derde onder de kruin van de top van de boom, tegen de hoofdstam aan. Wespendieven broeden overwegend in grotere bossen (meer dan 100 hectare) met voorkeur voor gemengd bos of loosbos. Zwarte wouwen nestelen in halfopen landschappen, doorgaans in de buurt van visrijke wateren, vooral in moerasbos, maar ook in loofbos, veelal aan de rand.

Vogelbescherming: Boomvalk; Buizerd; Havik; Wespendief; Zwarte wouw. Sovon: Boomvalk; Buizerd; Havik; Wespendief; Zwarte wouw Boomvalken.nl: Voortplanting

Gierzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied zijn geen geschikte gebouwen aanwezig: vaak oudere stadswijken of grotere gebouwen en in mindere mate nieuwe gebouwen. De gierzwaluw nestelt in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen, in kerktorens en in nestkasten. Deze zijn niet aanwezig binnen het projectgebied, De gebouwen moeten minstens 3 meter hoog zijn, omdat de gierzwaluw zich eerst naar beneden moet laten vallen voordat hij kan opstijgen. Ook moet de vrije uitvliegbreedte minstens één meter zijn. Daarnaast zijn geen geschikte invliegopeningen of poepsporen aangetroffen.

Vogelbescherming: Gierzwaluw BIJ12: Kennisdocument gierzwaluw

Huismus*

m

N

De schuur biedt geschikte nestplaatsen voor de huismus. Hoewel de dakpannen zeer nauwsluitend zijn, is het dak in erg slechte staat, waardoor de ruimte onder het dak toch bereikbaar kan zijn voor huismussen. Daarnaast is de binnenzijde ook bereikbaar via de gaten in het dak en kunnen huismussen ook in nissen en holtes in de schuur broeden. Er worden geen (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals struweel/hagen (schuilplaats), watertjes (drinkfunctie) of zandige stukjes (zandbad). Daarnaast zijn er waarnemingen van huismussen op of rond de projectlocatie binnen 1000 meter, waardoor vestiging op korte termijn (binnen de houdbaarheid van deze quickscan) niet uitgesloten kan worden.

Vogelbescherming: Huismus

Kerkuil, steenuil*

vm

N

Er is een geschikte nestplaats aanwezig voor de kerkuil en steenuil, namelijk een open schuur. Echter, er zijn geen sporen, zoals veren of braakballen aangetroffen. Het gebruik van de schuur als nestplaats of vaste rustplaats is daarom uitgesloten. Uit de NDFF blijken beide soorten wel in de omgeving voor te komen en ook heeft de opdrachtgever aangegeven wel eens een uil gezien te hebben in het projectgebied. Vestiging van deze soort is daarom niet uitgesloten in de nabije toekomst (binnen de looptijd van drie jaar voor deze quickscan).

Ransuil

N.v.t.

N.v.t.

Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn niet aanwezig. Ook zijn er geen oude ekster- of kraaiennesten aangetroffen waar de ransuil veelal gebruik van maakt.

Vogelbescherming: Kerkuil; Ransuil; Steenuil BIJ12: Kennisdocument kerkuil; Kennisdocument steenuil Sovon: Ransuil

Oeverzwaluw*

vm

N

Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving. Er is wel kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen.

Vogelbescherming: Oeverzwaluw

Roek*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen roeken waargenomen. Ook zijn er geen nestbomen aangetroffen binnen het projectgebied of in de omgeving hiervan. Nestbomen zijn vaak (vrij) grote bomen en liggen meestal in de buurt van geschikt foerageergebied. De nestbomen staan niet per definitie aan de grenzen van het foerageergebied. Geschikt foerageergebied bestaat uit vochtige gras- en bouwlanden.

Vogelbescherming: Roek; BIJ12: Kennisdocument Roek.

Slechtvalk*

N.v.t.

N.v.t.

Nestgelegenheid ontbreekt: hoge gebouwen zoals torens of hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig.

Vogelbescherming: Slechtvalk

Sperwer*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van sperwer. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven. De sperwer bouwt jaarlijks een nieuw nest, vaak in de directe omgeving van oudere nesten zodat clusters onstaan. De onderlinge nestafstanden zijn soms klein (minder dan 200 meter).

Vogelbescherming: Sperwer Sovon: Sperwer

Onderbouwing en locaties ³

Vogels

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

38

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Bron (hyperlink)

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige staat van instandhouding: ekster, eidereend, brilduiker, draaihals, ruigpootuil, zwarte specht, tapuit*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen. Er zijn geen kustduinen aanwezig waar de eider kan broeden. Er zijn geen oude, bestaande holten van vooral de zwarte specht (in den en beuk) waar de ruigpootuil gebruik van kan maken. De brilduiker broedt voornamelijk in landgoedbossen in het IJsseldal (tussen Zwolle en Deventer), hier ligt het projectgebied niet in. In het projectgebied ontbreken oude berken (op de Veluwe) met holtes waar de draaihals gebruik van maakt. Er zijn geen schrale heide- of stuifzandgebieden of duinen aanwezig met konijnenholen waar de tapuit tot broeden kan komen.

Vogelbescherming: Ekster; Eider; Brilduiker; Draaihals; Ruigpootuil; Tapuit; Zwarte specht

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

a

N

• • • • •

Vogelbescherming: merel; houtduif; huiszwaluw;

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water.

IvL & RHB: Platte schijfhoren

m

z, p, w

Verblijfplaatsen: er worden werkzaamheden aan gebouwen verricht (ombouwen van schuur naar woning). De schuur heeft op enkele plaatsen een dubbele wand. Hierachter is in het verleden reeds een vleermuis aangetroffen (mondeling medegedeeld M.Ruijgrok). Daarnaast is het niet uitgesloten dat andere kieren en spleten (bijvoorbeeld achter de spanten en gordingen) gebruikt kunnen worden door vleermuizen. Er zijn geen uitwerpselen of andere sporen gevonden van vleermuizen. Daarnaast is het dak op sommige plaatsen lek en is het dakbeschot in slechte staat. Stabiele omstandigheden die benodigd zijn voor kraamverblijven ontbreken, waardoor dit type verblijven kan worden uitgesloten. Indien de werkzaamheden de spanten, gordingen of de houten platen aan de binnenzijde aantasten is er een effect mogelijk. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd (fysiek of door lichteffecten). Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht. Massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen met meerdere etages (maar zijn hier niet toe beperkt). Dit biotoop is niet aanwezig.

BIJ12: Kennnisdocument gewone dwergvleermuis; ruige dwergvleermuis; gewone grootoorvleermuis

Er zijn geen bomen met holtes, loszittend schors of bedekt met klimop aanwezig in het projectgebied. Verblijfplaatsen van boombewonende soorten worden dus uitgesloten. Ook zijn geen ondergrondse ruimten zoals groeven, forten of ijskelders aanwezig die kunnen dienen als winterverblijfplaats voor bijvoorbeeld watervleermuis.

BIJ12: Kennisdocument rosse vleermuis; watervleermuis

Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.

Onderbouwing en locaties ³

Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen tijdens het veldbezoek. Er is een oud nest van een witte kwikstaart aangetroffen, zie Figuur 4. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw en huiszwaluw kunnen aanwezig zijn, gezien de aanwezige biotopen. De volgende biotopen zijn aanwezig: 'bebouwing; , 'bomen of bos'. Zie Tabel 3 op de pagina 12 voor de vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.

Weekdieren Platte schijfhoren*

Vleermuizen Gewone dwergvleermuis*, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis

Rosse vleermuis, watervleermuis,

N.v.t.

N.v.t.

Vleermuis.net: gewone dwergvleermuis; ruige dwergvleermuis; laatvlieger; gewone grootoorvleermuis; baardvleermuis Netwerk Groene Bureaus : Vleermuisprotocol 2017.

Vleermuis.net: rosse vleermuis; watervleermuis; Netwerk Groene Bureaus : Vleermuisprotocol 2017.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

39

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Bron (hyperlink)

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Bever*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor de bever, zoals moerasgebied, rivieren of meren omzoomd door broekbossen. Ook zijn geen sporen, zoals recente afdrukken gevonden en is er geen beverburcht aanwezig.

Zoogdiervereniging: Bever BIJ12: Kennisdocument Bever

Boommarter*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen konijnen-, vossen- of dassenholen aanwezig binnen het projectgebied of binnen 50 meter afstand. Er zijn geen geschikte bomen, er zijn namelijk geen inrottingsgaten of spechtengaten. Verder zijn er geen eekhoornholen of gebouwen aan de rand van het bos aanwezig om als voortplantingsplaats te kunnen gebruiken.

Zoogdiervereniging: Boommarter

Das*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen sporen aangetroffen, zoals burchten, haren of prenten, waaruit mogelijke aanwezigheid blijkt. Ook wordt geen essentieel foerageergebied of wissel aangetast die het functioneren van een burcht negatief kunnen beïnvloeden.

Zoogdiervereniging: das

Eekhoorn*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen eekhoornnesten (bolvormige nesten) waargenomen binnen het projectgebied en 50 meter daarbuiten. Ook zijn er geen geschikte boomholtes of spechtengaten aangetroffen die in gebruik zijn of gebruikt kunnen worden.

Zoogdiervereniging: Eekhoorn

Noordse woelmuis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals rietland, moeras, extensief gebruikt weiland, periodiek overstroomde terreinen of natte grazige vegetaties. In gebieden zonder andere woelmuizen komt de soort ook voor in drogere biotopen, zoals wegbermen en zelfs in droog naaldbos.

Zoogdiervereniging: Noordse woelmuis

Onderbouwing en locaties ³

Zoogdieren

BIJ12: Kennisdocument Noordse woelmuis Otter*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Er zijn geen overstromingsvrije oeverholtes die kunnen dienen als nestplaats. Ook zijn geen dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages of kunstmatige holten aanwezig die kunnen dienen als dagrustplaats.Er zijn geen eetplekken, loopsporen, wissels, krabheuveltjes, ottergeil of spraints aangetroffen.

Zoogdiervereniging: Otter

Steenmarter*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, omdat mogelijke verblijfplaatsen ontbreken (en niet toegankelijk zijn) zoals boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders, kruipruimtes, spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. Er is een waarneming bekend op circa 1.000 meter afstand van het projectgebied.

Zoogdiervereniging: Steenmarter

Veldspitsmuis

N.v.t.

N.v.t.

Er is geschikt biotoop aanwezig, namelijk kleinschalig agrarisch cultuurlandschap dat niet te intensief beheerd wordt, overgangsvegetaties, lintvormige landschapselementen, opgaande kruidenvegetaties en overhoekjes. De veldspitsmuis komt ook voor aanliggende of niet braakliggende kruidenvegetaties, zoals boomgaarden. In gebouwen is hij zelden te vinden. Er vinden echter enkel werkzaamheden aan het gebouw plaats, waardoor er geen leefgebied of nest- of rustplaatsen verloren gaat voor de veldspitsmuis.

Zoogdiervereniging: Veldspitsmuis

Waterspitsmuis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De soort komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt de soort veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten.

Zoogdiervereniging: Waterspitsmuis

¹ a = beschermde functie aangetroffen, m = mogelijk beschermde functie aanwezig, vm = vestiging mogelijk. ² N = nestplaats, p = paarverblijfplaats, z = zomerverblijfplaats. *Deze soort wordt altijd behandeld en volgt niet noodzakelijkerwijs uit het literatuur- of veldonderzoek.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

40

BIJLAGE 9 - VOORMALIG PAS Wat is het voormalige PAS?

Relevante gebieden

PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In dit

In het PAS zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen waar ten

programma werkt het PAS-bureau voor Rijk en provincies aan

minste één stikstofgevoelig habitat voorkomt dat te maken heeft

minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling.

met overbelasting door stikstof. Dit is het geval voor 118 van de

Minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling zijn

160 Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn via deze pagina te

de doelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Al jaren is er in

bekijken.

veel Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Dit is schadelijk voor de natuur. Het belemmert

Aerius

ook vergunningverlening voor economische activiteiten. Het PAS

AERIUS is het online rekeninstrument van het PAS. AERIUS

is erop gericht om de natuur te herstellen en om tegelijkertijd

ondersteunt de vergunningverlening, de monitoring van het PAS en

ontwikkelruimte te bieden voor toekomstige projecten.

ruimtelijke planvorming in relatie tot stikstof. Op basis van de locatie en de kenmerken van stikstofuitstotende bronnen berekent

Wettelijk kader

AERIUS de emissies, verspreiding en depositie van stikstof. Door

De regelgeving in het kader van de PAS is vastgelegd in de Wet

de depositiekaart te combineren met de habitatkaart van de

natuurbescherming (Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking

stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden, ontstaat een beeld van

getreden. Sinds 29 mei 2019 geldt het PAS echter niet meer, omdat

de stikstofbelasting van de habitats.

de Raad van State gezegd heeft dat het niet is toegestaan om uit te

AERIUS is beperkt geschikt voor depositieberekeningen op korte

gaan van positieve effecten van maatregelen terwijl deze positieve

afstand van de bron, omdat de diameter van het emissiepunt

gevolgen (nog) niet zeker zijn. Er mag daarom geen ontwikkelruimte

en de uittreesnelheid niet kunnen worden ingevoerd en een

zijn voor toekomstige projecten

gebouwmodule ontbreekt

Naast de wet zijn nog het Besluit natuurbescherming (Bnb) en de

Vergunningvrij of verguning aanvragen?

Regeling natuurbescherming (Rnb) van belang. Zie deze pagina

Iedere vorm van stikstofdepostie op stikstofgevoelige Natura-2000

voor meer informatie.

gebieden is vergunningsplichting. Er is geen bepaalde drempel-

Wanneer adviseren wij een aeriuscalculatie uit te voeren? De afbakening van het te beschouwen gebied is veel gevallen complex, vanwege het verschil in activiteit, uitstoothoogte, ligging van het projectgebied en eventuele maatregelen. Wij adviseren om bij projecten waarbij een stikstofuitstoot (zoals nieuwbouw van meerdere woningen en grote uitvoeringsprojecten)

of

ammoniakuitstoot (voornamelijk uitbreiding agrarische activiteiten te verwachten is én waarbij de ligging in de omgeving van een gevoelig Natura 2000-gebied een calculatie uit te voeren. Voor wegen wordt een afstand van vijf kilometer gehanteerd. Op korte afstand van een Natura 2000-gebied is vrijwel elke activiteit relevant, terwijl op grotere afstand een grotere uitstoot verwaarloosbaar kan zijn. Snelwegen en buitenstedelijke wegen die op meer dan 5 km van een Natura 2000-gebied of toetspunt liggen hebben conform de rekenmethode van AERIUS Calculator geen bijdrage op de genoemde locatie. Hoewel de activiteit in onze quickscan vaak niet overeenkomt met verkeer, nemen wij wel deze arbitraire grens als uitgangspunt, tenzij wij vermoeden dat de activiteit wel vergunningsplichtig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=373bc26f-baee-4a9f-aa89-5f132993d67f