CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. ontwerpbestemmingsplan - bijlage quick scan natuurwaarden.pdf

Commissie Ruimte/AB 11 januari 2022, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan ‘Nieuwstraat 48 Oostburg”18.286 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Quickscan Wet natuurbescherming

Nieuwstraat 48 te Oostburg Mama-architecten

Projectadviseur R. van den Herik MSc

Kwaliteitscontrole door: A. Heitman MSc

06-83578877 ruth@habitus.nl

Kwaliteitscontrole op datum: 8 augustus 2019

Rapportage R. Notenboom BSc

Paraaf

Veldwerk R. Notenboom BSc Documentcode MAMA2019-1-RAP In opdracht van Dhr. Marchel Ruijgrok Organisatie Mama-architecten

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport (inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron en na toestemming van de eigenaar (opdrachtgever). Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van de adviezen.

Correspondentieadres: Tolnasingel 1 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01

Opleverdatum 13 augustus 2019

Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.quickscan-flora-en-fauna.nl

Quickscan is een merk van Habitus natuur & landschap www.habitus.nl

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

2

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING EN ONDERZOEK 4

2.

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 7

3.

RESULTATEN 8

4.

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 14

5.

BOVENWETTELIJKE MAATREGELEN 18

BRONNENLIJST 19 BIJLAGEN 20

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

3

1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding

Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als

De opdrachtgever is voornemens een schuur

bewijsstuk dat een ecologische quickscan is verricht.

om te bouwen naar een woning binnen het projectgebied. De activiteiten zullen plaatsvinden

1.3 Criteria

aan de Nieuwstraat 48 te Oostburg. In paragraaf

Op deze ecologische quickscan zijn de volgende

2.2

criteria van toepassing:

worden

de

werkzaamheden

nader

beschreven.

•

Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige

De quickscan wordt aangevraagd voor een

ecologen

bestemmingsplanwijziging.

Rijksdienst voor ondernemend Nederland.

Daarom

dient

onderzocht te worden of met de voorgenomen

•

Het

volgens

onderzoek

is

de

definitie

uitgevoerd

van door

de een

ruimtelijke ontwikkeling sprake is van overtreding

onafhankelijk adviesbureau. Habitus natuur &

van de geldende natuurwet en regelgeving.

landschap verklaart hierbij geen enkel belang

Indien na het onderzoek geen overtredingen

te hebben bij de uitkomst van het onderzoek.

worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de

Ook heeft iedere vaste medewerker de

ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.

ethische

Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan

beloofd hiernaar te handelen.

een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog

•

gedragscode

ondertekend

en

De resultaten zijn op een efficiënte wijze

steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een

verkregen, dat wil zeggen dat er een adequate

ontheffing of vergunning.

verhouding bestaat tussen kosten in relatie

•

1.2 Doel en centrale vraag In deze ecologische quickscan wordt een voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de Wet

•

natuurbescherming. De centrale vraag luidt: Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te

tot de geleverde resultaten. De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. De conclusie en aanbevelingen (inclusief vervolgstappen)

•

van

het

onderzoek

zijn

duidelijk voor de opdrachtgever. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon).

Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: oostelijke gevel.

worden voor met de uitvoering gestart kan worden? Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

4

• •

De kwaliteit van het natuuronderzoek kan

1.4.2 Gebiedsbescherming en provinciaal beleid

beoordeeld worden door het bevoegd

Voor gebiedsbescherming wordt getoetst aan de

gezag.

volgende onderdelen van de Wet natuurbescherming:

Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Habitus

• •

Natura 2000-gebieden (artikel 2.7); Bijzondere nationale gebieden.

natuur & landschap. Bekijk deze op https://

•

habitus.nl/EisenEcologischOnderzoek.

Daarnaast wordt getoetst aan provinciaal beschermde

Voor

gebieden,

het

opsporen,

vangen

(met

beschermd

via

de

Wet

Ruimtelijke

toegestane vangmiddelen) of bemachtigen

Ordening. Het betreft gebieden die in de Verordening

van beschermde dier- of plantensoorten is

•

een geldige ontheffing aanwezig.

Ruimte zijn aangewezen, zoals: Natuurnetwerk Zeeland (NNZ).

1.4 Reikwijdte

Indien uit de toetsing naar voren komt dat er mogelijk

Onderstaand is beschreven aan welke wetten,

sprake is van een overtreding, dan is vervolgonderzoek

artikelen en aan welk beleid de voorgenomen

vaak benodigd. Hierbij valt te denken aan een

ontwikkeling wordt getoetst in deze quickscan.

soortgericht een

1.4.1 Soortbescherming Er

wordt

getoetst

onderzoek

NNZ-toetsing

of

(soortbescherming) Voortoets

Natura

of

2000

(gebiedsbescherming). Deze nadere onderzoeken aan

de

volgende

maken geen onderdeel uit van deze quickscan.

verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming: •

Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1);

1.5 Werkwijze

•

Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5);

De ecologische quickscan bestaat uit een bureau-

•

Andere soorten (artikel 3.10);

onderzoek, een veldonderzoek en een toetsing. Daarna

•

Zorgplicht (artikel 1.11).

volgen de conclusie en de aanbevelingen. Hieronder

In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen.

volgt per onderdeel een toelichting op de methode.

In Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te

Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: zuidzijde van het gebouw.

vinden. De vrijgestelde soorten zijn opgenomen

1.5.1 Soortbescherming

in Bijlage 3.

Als eerste wordt het bureau-onderzoek uitgevoerd.

Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld,

Hieruit volgt een lijst met soorten die in de omgeving

want door de vrijstelling is er geen kans op het

aanwezig zijn. Deze lijst is weergegeven in Bijlage 8a en

overtreden van de Wet natuurbescherming

•

bij de geplande ontwikkeling. Wel worden

is een samenstelling van: Soorten die naar voren komen uit een analyse van

maatregelen voorgesteld om met vrijgestelde

de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Er

soorten rekening te houden.

wordt standaard gekozen voor een tijdreeks van

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

5

•

vijf jaar en een afstand van vijf kilometer rond de grens van het projectgebied. Alle waarnemingen van

1.5.2 Gebiedsbescherming

soorten met relevant gedrag worden bekeken en beoordeeld.

De begrenzingen van beschermde (beleids)gebieden worden via provinciale kaartmachines geraadpleegd,

Soorten die niet uit te sluiten zijn op basis van verspreiding. Deze zijn weergegeven met een *. Dit

dit is altijd de meest actuele stand van zaken. Via de website kunnen diverse provinciale kaartmachines

betreft soorten die zeer mobiel zijn (zoals de rivierrombout), vrij algemeen voorkomen (zoals de

vlot geraadpleegd worden. De effectbeoordeling voor Natura 2000-gebieden wordt verricht door de

gewone dwergvleermuis) of soorten waarvan vestiging in de nabije toekomst verwacht wordt (zoals de

effectenindicator in te vullen. Eerst wordt de meest passende activiteit gekozen, daarna beoordeelt de ecoloog

bataafse stroommossel).

of de effecten compleet zijn én of een effect relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. De informatie over de ontwikkeling wordt aangeleverd door de opdrachtgever (zie Bijlage 5). De effectbeoordeling voor

Na het bureau-onderzoek wordt een veldonderzoek uitgevoerd. Bij dit veldonderzoek onderzoekt een

Natuurnetwerk Nederland wordt uitgevoerd door te kijken naar de wezenlijke kenmerken en waarden van

deskundig ecoloog of er geschikt biotoop aanwezig is voor beschermde soorten. Het veldonderzoek is een

een gebied. Indien deze kenmerken en waarden niet bekend zijn, worden effecten bepaald op basis van het

potentiebepaling, en is geen onderzoek naar de daadwerkelijke aanwezigheid van soorten De beoordeling

beheertype en/of kenmerkende soorten. Op deze manier kan er altijd een indicatie worden verkregen of

wordt verricht aan de hand van een lijst met alle beschermde soorten, dus niet alleen de soorten die uit het

de wezenlijke kenmerken en waarden worden aangetast. Aangezien deze beoordeling per situatie verschilt,

bureau-onderzoek komen. Er kunnen namelijk altijd soorten in het projectgebied aanwezig zijn, die niet uit

wordt op basis van bronnen of expert judgement beoordeeld of een effect te verwachten is.

het bureau-onderzoek komen. 1.5.3 Toetsing, conclusie en aanbevelingen De beoordeling van de biotopen wordt uitgevoerd op basis van de kennis van de ecoloog, eventueel aangevuld

Nadat alle benodigde informatie over soorten en gebieden is verzameld, wordt getoetst aan de

met een literatuurstudie, welke wordt vermeld in de bronnenlijst. Daarnaast wordt gezocht naar individuen,

natuurwet- en regelgeving zoals gespecificeerd in paragraaf 1.4. Dit wordt gedaan door de effecten van

sporen of verblijfplaatsen van beschermde soorten, zoals (poot)afdrukken, holen, haren, braakballen, wissels

de werkzaamheden (zie paragraaf 2.2) op de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten en gebieden

en uitwerpselen. Alle aangetroffen geschikte biotopen, individuen, sporen en verblijfplaatsen worden in het

te bepalen. Op basis van de resultaten van de toetsing worden aanbevelingen gedaan. Per mogelijke

veld geregistreerd met Waarneming Pro (WrnPro) en in het rapport weergegeven (zie Fig.4. in paragraaf 3.2).

overtreding wordt geadviseerd hoe hiermee omgegaan kan worden. Het uitgangspunt hierbij is dat een overtreding wordt voorkomen (door een aangepaste werkwijze) of pas kan worden begaan na ontvangst

Als de ecoloog tijdens het veldonderzoek geschikt biotoop heeft gevonden voor een bepaalde soort, maar er

van een ontheffing of vergunning. Als een soort mogelijk aanwezig is en overtreding op deze soort niet

niet zeker van is of deze soort op de betreffende locatie voor kan komen, dan wordt vastgesteld of de soort

kan worden uitgesloten, dan wordt nader onderzoek geadviseerd. In een enkel geval zal er voldoende

wel of niet in het projectgebied voor kan komen door te kijken naar:

informatie aanwezig zijn om direct een ontheffing of vergunning aan te vragen, dan zal uiteraard geen

• • • •

nader onderzoek geadviseerd worden.

verspreiding dispersie-afstand (vogels die zich naar broedplaatsen verplaatsen) mate waarin een soort onderzocht is

1.5.4 Bovenwettelijke maatregelen

aanwezigheid van obstakels.

Deze quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de geldende natuurwetgeving te voldoen.

Obstakels, zoals snelwegen en grote wateren, kunnen het projectgebied mogelijk isoleren. Het uitsluiten van

Echter, ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Er zijn vaak ecologische

soorten wordt altijd beargumenteerd in Bijlage 8b.

kansen aanwezig voor een waardevolle verhoging van de plaatselijke biodiversiteit. Deze maatregelen kunnen een bijdrage leveren aan de biodiversiteit van de leef- en projectomgeving. Daarom benoemen wij in hoofdstuk 5 de bovenwettelijke maatregelen.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

6

2. PROJECTGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie

2.2 Werkzaamheden en planning

Het projectgebied ligt aan de Nieuwstraat 48 te Oostburg en is gelegen in de provincie Zeeland.

In het projectgebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

De begrenzing van het projectgebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit (voormalige) boerderijschuur. Het gebouw heeft een schuin dak met nauw

1. het ombouwen van de schuur naar een woning. Afbeeldingen van de werkzaamheden staan weergegeven in Bijlage 4.

aaneengesloten dakpannen. De muren zijn gedeeltelijk van baksteen en hout. Aan de binnenzijde zijn op enkele plaatsen houten platen aan de muur bevestigd. Op enkele plaatsen is het dak verzakt en

Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 5) wordt verwacht dat er geen sterke trillingen,

enkele dakpannen liggen los. In het dakbeschot ontbreken veel planken. De schuur is daarom niet tocht-

maar wel (bouw)geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings-

en vochtvrij. Rondom de schuur is achtereenvolgens verharding (grind en betegeling) en tuin aanwezig

en realisatiefase geen extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt niet

(gazon, enkele fruitbomen en een strook met kruiden).

gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst. Er zal geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt niet in het water of langs de oever gewerkt. Er zullen mogelijk zanddepots ontstaan.

De omgeving van het projectgebied bestaat uit grasland, tuinen en bebouwing. De werkzaamheden De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog

beperken zich tot het gebouw.

niet bekend.

Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het projectgebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder. Figuur 1: het projectgebied is rood omrand (PDOK, 2018). Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

7

3. RESULTATEN

3.1 Beschermde gebieden

Tabel 1: afstanden van het projectgebied tot beschermde gebieden

In de provincie Zeeland zijn de volgende

Beschermd gebied

Afstand tot projectgebied (in meters) 200

Natura 2000

Natura 2000-gebied: 'Groote Gat' Habitatsoorten: kruipend moerasscherm. (Niet-)broedvogelsoorten: niet van toepassing.

Natuurnetwerk Zeeland (NNZ)

PAS-gebied*: ‘Zwin & Kievittepolder’

7.300

Natuurnetwerk Zeeland Beheertype: N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

200

beschermde gebieden relevant:

• •

In Tabel 1 zijn de afstanden tot deze gebieden benoemd. In de figuren 2 en 3 is de ligging van het projectgebied weergegeven ten opzichte van

*Zie Natura 2000 PAS-gebieden en Bijlage 9.

beschermde gebieden. Binnen het projectgebied bevinden

zich

geen

gebieden

behorend

tot Natura 2000. Binnen het projectgebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte effecten reiken.

Algemene opmerking: Een

grote

projectgebied

afstand en

een

tussen

het

beschermd

gebied betekent niet dat negatieve effecten

per

definitie

uitgesloten

kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebieden verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan

Toelichting op de afbeelding

effecten veroorzaken op grote afstand.

Impressie projectgebied: bijgebouw aan de westzijde.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

8

Figuur 2: ligging projectgebied (rode omlijning) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (geel op de

Figuur 3: ligging projectgebied (rode vlak in de cirkel) ten opzichte van NNZ-gebieden (groen, geel en

kaart; provincie Zeeland, 2019).

blauw; provincie Zeeland, 2019).

3.1.1 Effecttoetsing beschermde gebieden

om depositie-effecten van stikstof te verwachten, een schuur wordt namelijk omgebouwd tot woning.

In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage

Mobiele werktuigen stoten stikstof uit. Een depositie-effect op PAS-gebied ‘Zwin & Kievittepolder’ kan

6) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de

daarom niet uitgesloten worden.

ontwikkeling. Het dichtstbijzijnde NNZ-gebied ligt op 200 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNZDe effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebied ‘Groote

gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.

Gat' worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; optische

De kwalificerende soorten van het beheertype N12.02 behoren tot de soortgroepen planten en

verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake,

dagvlinders. Er vindt geen externe werking plaats op het NNZ-gebied of op kwalificerende soorten.

aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken wegens de tussenliggende

De werkzaamheden zijn kleinschalig en mogelijke effecten worden gedempt door het tussenliggende

demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het

landschap. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.

projectgebied ook geen habitatsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde. De afstand tot een PAS-gebied is groter dan 5000 meter. De ontwikkeling geeft echter wel aanleiding

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

9

3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 5 augustus 2019, voorafgaand aan het veldonderzoek. Het veldonderzoek heeft eveneens op 5 augustus 2019 plaatsgevonden. Beide deelonderzoeken zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Richard Notenboom. In Bijlage 7 zijn de cv’s van de veldecoloog, projectleider en kwaliteitscontroleur opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek was het droog, circa 24 graden, licht bewolkt en stond er een windkracht van circa 2 Bft vanuit de richting zuidwest. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling (zie ook par. 1.5). Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 is te zien welke soorten (mogelijk) in het projectgebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureauonderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8a.

Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 8b.

Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: achterste deel van het gebouw.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

10

Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 8 voor een totaaloverzicht van de beoordeelde soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Zie Figuur 4 voor Toelichting op Tabel 2:

een kaart met het projectgebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.

In deze tabel staan enkel de soorten

Resultaten

waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vegroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 8b. Daar

is

een

nadere

Toetsing aan de Wnb

Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek

a/m

Te verwachten functies

Onderbouwing en locatie(s) in het projectgebied

Werkzaamheid1

Kans op overtreding Wnb2

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

a

N

• • •

1

Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4

Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.

onderbouwing

te vinden over waarom een soort of

• •

beschermde functie uitgesloten is.

Legenda Tabel 2:

Artikel 1.11

1

N

De schuur biedt geschikte nestplaatsen voor de huismus. Hoewel de dakpannen nauwsluitend zijn, is het dak in erg slechte staat, waardoor de ruimte onder het dak toch bereikbaar kan zijn voor huismussen. Daarnaast is de binnenzijde ook bereikbaar via de gaten in het dak en kunnen huismussen ook in nissen en holtes in de schuur broeden. Er worden geen (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals struweel/hagen (schuilplaats), watertjes (drinkfunctie) of zandige stukjes (zandbad). Daarnaast zijn er waarnemingen van huismussen rond de projectlocatie binnen 1000 meter, waardoor vestiging op korte termijn (binnen de houdbaarheid van deze quickscan) niet uitgesloten kan worden.

1

Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4 en Vogel met een jaarrond beschermd nest

vm

N

Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving. Er is wel kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen.

1

Artikel 3.1 lid 1,2 en 4

vm

N

Er is een geschikte nestplaats aanwezig voor de kerkuil en steenuil, namelijk een open schuur. Echter, er zijn geen sporen, zoals veren of braakballen aangetroffen. Het gebruik van de schuur als nestplaats of vaste rustplaats is daarom uitgesloten. Uit de NDFF blijken beide soorten wel in de omgeving voor te komen en ook heeft de opdrachtgever aangegeven wel eens een uil gezien te hebben in het proejctgebied. Vestiging van deze soort is daarom niet uitgesloten in de nabije toekomst (binnen de looptijd van drie jaar voor deze quickscan).

1

Artikel 3.1 lid 1,2 en 4

m

Huismus

m, vm

Oeverzwaluw

Kerkuil, steenuil

z, p, w

m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk

N = nest (vogels)

en/of

Verblijfplaatsen: er worden werkzaamheden aan gebouwen verricht (ombouwen van schuur naar woning). De schuur heeft op enkele plaatsen een dubbele wand. Hierachter is in het verleden reeds een vleermuis aangetroffen (mondeling medegedeeld M.Ruijgrok). Daarnaast is het niet uitgesloten dat andere kieren en spleten (bijvoorbeeld achter de spanten en gordingen) gebruikt kunnen worden door vleermuizen. Er zijn geen uitwerpselen of andere sporen gevonden van vleermuizen. Daarnaast is het dak op sommige plaatsen lek en is het dakbeschot in slechte staat. Stabiele omstandigheden die benodigd zijn voor kraamverblijven ontbreken, waardoor dit type verblijven kan worden uitgesloten. Indien de werkzaamheden de spanten, gordingen of de houten platen aan de binnenzijde aantasten is er een effect mogelijk. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd (fysiek of door lichteffecten). Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht. Massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen met meerdere etages (maar zijn hier niet toe beperkt). Dit biotoop is niet aanwezig.

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis

a = beschermde functie aangetroffen

Verblijfplaatsen

Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen tijdens het veldbezoek. Er is een oud nest van een witte kwikstaart aangetroffen, zie Figuur 4. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw en huiszwaluw kunnen aanwezig zijn, gezien de aanwezige biotopen. De volgende biotopen zijn aanwezig: 'bebouwing', 'bomen of bos'. Zie Tabel 3 op de pagina 12 voor de vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.

z = zomerverblijfplaats p = paarverblijfplaats w = winterverblijfplaats

Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 HR-soorten

¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2

De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

11

Tabel 3: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest

Aanwezige biotopen

Beschrijving biotoop

Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):

Bomen of bos (niet lijnvormig)

boom, boomgroep of houtig vlakelement

tjiftjaf, pimpelmees, houtduif, winterkoning, roodborst, zwartkop

Bebouwing

(voormalige) boerderijschuur

spreeuw, holenduif, kauw, zwarte roodstaart, merel, huismus

*vogels zonder jaarrond beschermd nest Figuur 4: kaart met het projectgebied, biotopen waar diersoorten in verwacht worden en relevante waarnemingen. Alleen biotopen waar beschermde soorten aanwezig kunnen zijn,

zijn weergegeven in deze

figuur. In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. Oeverzwaluw, kerkuil en steenuil zijn hier niet in opgenomen, die op dit moment niet voorkomen in het projectgebied. De laatste twee kunnen zich vestigen in de schuur (roze ingetekend in Figuur 4. Oeverzwaluw kan zich vestigen indien er zandige steilwanden (zoals bij een gronddepot) ontstaan.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

12

3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. In het projectgebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. In de bosschages kunnen aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, huisspitsmuis, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker aanwezig zijn. In het grasland kunnen woelrat, haas, veldmuis en dwergmuis voorkomen. De schuur kan daarnaast gebruikt worden als overwinterplaats voor dagvlindersoorten zoals de atalanta en de dagpauwoog. Zie het kader hieronder hoe met de betreffende zorgplichtsoorten omgegaan kan worden. De volgende plantensoorten zijn in het projectgebied aangetroffen: gewone braam, grote brandnetel, korenbloem, engels raaigras, appel, pruim. Voor deze algemene en/of aangeplante planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen planten van de Rode Lijst aangetroffen.

Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn voorbeelden. In paragraaf 4.5.2 worden specifieke maatregelen genoemd die nadelige gevolgen op dieren en/of planten in het projectgebied kunnen voorkomen of beperken.

Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: noordelijke gevel.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

13

4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

4.1 Inleiding op de conclusie Dit hoofdstuk bestaat uit twee belangrijke onderdelen, namelijk de conclusie (4.2) en de aanbevelingen

Algemene opmerking:

(4.3). Indien de conclusie aangeeft dat er een effect kan plaatsvinden op beschermde soorten, dan zijn

In 4.2 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie te

er twee mogelijkheden om de voorgenomen ontwikkeling door te laten gaan, namelijk:

voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke informatie

1. Er worden maatregelen getroffen die het negatieve effect opheffen;

over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de

2. Er is een ontheffing of vergunning verleend voor de overtreding*.

begrenzing van het projectgebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft nadere

Indien een overtreding niet voorkomen kan worden door maatregelen te treffen, zal nader onderzoek

informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met

worden geadviseerd om overtreding te voorkomen óf om daarmee ontheffing aan te kunnen vragen.

de inhoud verbonden, met name Bijlage 8.

Zowel de aanbevelingen als de maatregelen hebben een verplicht karakter. *Een ontheffing kan normaliter enkel verkregen worden indien er vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden volgens de geldende onderzoeksprotocollen. Of, indien er geen protocol beschikbaar is, na afstemming met het bevoegd gezag.

4.3 Aanbevelingen Als door het nemen van een maatregel een wetsovertreding niet kan worden voorkomen, wordt nader

4.2 Conclusie De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag: Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?

onderzoek geadviseerd, zie paragraaf 4.4. Indien met een maatregel een bepaalde wetsovertreding wel geheel kan voorkomen, is deze opgenomen in paragraaf 4.5. 4.4 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten en gebieden Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie (mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.

Effecten op vogels zonder jaarrond beschermd nest, oeverzwaluw, kerkuil en steenuil kunnen niet worden uitgesloten, maar kunnen mogelijk door maatregelen worden voorkomen (zie par. 4.3). Effecten op vleermuizen en de huismus dienen nader onderzocht te worden (zie par. 4.4). Vestiging van oeverzwaluw, kerkuil en steenuil is mogelijk in de nabije toekomst. Bij werkzaamheid 1 (zie paragraaf 2.2) kan overtreding plaatsvinden. Effecten op andere beschermde soorten worden niet verwacht. Effecten van stikstofdepositie kunnen niet uitgesloten worden. Effecten op andere beschermde gebieden zijn uitgesloten.

•

Vleermuizen: zie Tabel 2 voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden tussen half mei en half oktober volgens het vleermuisprotocol 2017. Er zijn onder andere

•

veldbezoeken in het voorjaar (mei) en in het najaar (september) benodigd. Huismus: nesten. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van minimaal twee veldbezoeken in de periode april t/m 20 juni. Een andere periode is ook mogelijk,

• •

maar dan kan er een grotere onderzoeksinspanning benodigd zijn (Bij12, 2017). Vogels zonder jaarrond beschermd nest: Voorkom negatieve effecten door buiten de broedperiode te werken (zie paragraaf 4.5.1). Indien dit niet mogelijk is, is er een broedvogelinspectie benodigd. Er is een aeriuscalculatie benodigd om te bepalen of er depositie-effecten optreden.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

14

4.5 Maatregelen

Tabel 4: indicatieve broedperiode vogels zonder jaarrond beschermd nest per biotoop

Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de

Aanwezige biotopen

Voorbeelden van vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn:

Indicatieve broedperiode (bron: sovon)

Bomen of bos (niet lijnvormig)

tjiftjaf, pimpelmees, houtduif, winterkoning, roodborst, zwartkop

half februari t/m oktober

Bebouwing

spreeuw, holenduif, kauw, zwarte roodstaart, turkse tortel, scholekster, merel, huismus

half februari t/m oktober

uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in:

• •

4.5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10) 4.5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11).

4.5.1 Maatregelen voor beschermde soorten Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wél mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 4.7. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest Voorkom vernietiging van vogelnesten of een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Het vernietigen van nesten of het verstoren van vogels kan enkel plaatsvinden als er daadwerkelijk broedgevallen aanwezig zijn op of rond de projectlocatie. Een broedvogelinspectie geeft hier meer duidelijkheid over. In Tabellen 3 en 4 zijn de verwachte vogelsoorten benoemd. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd. In Tabel 4 is per biotoop een indicatieve broedperiode opgenomen. Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode.

In Tabel 4 is per biotoop een indicatieve broedperiode opgenomen. Het is ook mogelijk om buiten de broedperiode te starten en door te gaan in het broedseizoen, met als voorwaarde dat er voortdurende activiteit is en de werkzaamheden niet tijdelijk stil komen te liggen. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden. Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog

Oeverzwaluw Maatregel: voorkom vestiging van oeverzwaluw door in de periode april t/m juni steilwanden te voorkomen (in de vorm van zanddepots en afgravingen). Of zorg voor geleidelijke overgangen met een minimale verhouding van 1:3 óf dek de zandhopen af met een stevig zeil. Kerkuil en steenuil Op dit moment is het gebruik van de schuur als nest of vaste rustplaats door kerk- of steenuil uitgesloten. Echter, is vestiging van kerkuil of steenuil wel mogelijk. De schuur is van buitenaf toegankelijk voor deze soorten. Daarnaast komen ze in de omgeving voor en is in het verleden al eens een uil waargenomen in het projectgebied. Het volledig dicht maken van de schuur is niet mogelijk, omdat er dan mogelijk beschermde functies voor vleermuizen en de huismus verloren gaan. Deze maatregelen kunt u wel nemen om vestiging van kerk- of steenuil te voorkomen of te verkleinen:

•

De kans op vestiging kan worden verkleind door bijvoorbeeld veel aanwezig te zijn in de schuur. Uilen houden niet van onrust rondom de nest- of rustplaats (let er wel op dat het opzettelijk verstoren van

•

kerk- en steenuilen niet is toegestaan). Sluit alle deuren en ramen van de schuur. Indien er nog grote openingen over blijven (groot genoeg voor een steen- of kerkuil) kunnen deze worden afgedekt met kippengaas. Let daar wel bij op dat er

•

nog wel kleine openingen overblijven die groot genoeg zijn voor de huismus en voor vleermuizen. Laat voorafgaand aan de werkzaamheden een inspectie uitvoeren (bijvoorbeeld in combinatie met de broedvogelinspectie voor vogels zonder jaarrond beschermd nest) om te kijken of er geen vestiging heeft plaatsgevonden. Als er een vermoeden is dat de soort is gevestigd, dient er nader soortgericht onderzoek naar deze soort uitgevoerd te worden.

doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperioden (Tabel 4) is er veelal wel een grote kans op het aantreffen van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is dus vooraf niet te geven.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

15

Witte kwikstaart en zwarte roodstaart

4.6 Wat betekent de conclusie nu voor uw project en welke stappen moet u nemen om te

Vogelsoorten zoals de witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen

voorkomen dat de Wet Natuurbescherming wordt overtreden?

en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Als de soort tot broeden komt op het terrein is het nest

Er is vervolgonderzoek (4.4) geadviseerd en er zijn maatregelen (4.5) opgenomen. Dit betekent dat nog

beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden.

niet gestart kan worden met de werkzaamheden tot het vervolgonderzoek is afgerond en de maatregelen

Maatregel: voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode (globaal van half maart t/m

zijn gerealiseerd. Anders zal mogelijk overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvinden.

eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het projectgebied. Of dek

Concreet adviseren wij de volgende stappen te nemen:

de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek.

>1. Beoordeel of alle maatregelen in 4.5.1 en 4.5.2 genomen kunnen worden. Zo ja, dan zijn er voor deze soort(groep)en geen vervolgacties benodigd. Zo nee, overleg dan met een adviseur en zie stap 2. De

4.5.2 Zorgplichtmaatregelen

maatregelen benoemd in paragraaf 4.5.2 dienen zoveel mogelijk te worden genomen als redelijkerwijs

Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:

te verwachten is. Deze maatregelen zijn er vooral om te zorgen dat er zorgvuldig wordt gewerkt en dat er niet met opzet soorten gedood of verstoord worden als dat niet nodig is.

Zoogdieren

>2. Vraag zo spoedig mogelijk een offerte aan voor het vervolgonderzoek genoemd in 4.4. Zonder de

In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals genoemd in par. 3.3. De volgende maatregelen

resultaten uit dit vervolgonderzoek kunt u geen omgevingsvergunning verkrijgen.

zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:

Let op: de capaciteit voor vleermuisonderzoek is landelijk zeer beperkt door het gebrek aan

• •

Zorg dat er voldoende dekking van bosschages aanwezig blijft voor de egel en diverse

deskundige onderzoekers en de vele onderzoeken. Wij adviseren om niet te wachten met het

muizensoorten.

aanvragen van een offerte, maar dit direct in gang te zetten.

Ondanks zorgvuldig handelen is verstoring van vooral fauna niet altijd te vermijden. Indien er

>3. Indien er tijdsdruk is van een planningsdeadline die gehaald dient te worden, kan beoordeeld

verstoring plaatsvindt, dient er een goede vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder

worden of het mogelijk is om te starten met voorbereidende werkzaamheden. Als dit gewenst is, dient

voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te

contact opgenomen te worden met een adviseur (zie colofon). Deze vervolgvraag maakt geen onderdeel

voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke locatie, zoals een woonwijk

uit van deze quickscan.

naar een rustige locatie, zoals het buitengebied. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren

>4. Indien uit het totale vervolgonderzoek blijkt dat er geen beschermde functies van beschermde

kunnen vluchten.

soorten aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden zonder verdere beperking doorgang vinden. Wel

Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, dient een nadere effectbeoordeling plaats te vinden.

dient altijd de zorgplicht in acht genomen te worden (zie 4.5.2) voor zover aan de orde. Indien er wel beschermde functies aangetroffen en effecten niet te voorkomen zijn, zal een ontheffing of vergunning aangevraagd moeten worden om de ontwikkeling doorgang te laten vinden.

Amfibieën In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals genoemd in par. 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:

•

Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

16

4.7 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in deze ecologische quickscan zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de geplande ontwikkeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het projectgebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt. Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een ontheffing benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.

Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in deze quickscan benoemd zijn, dient direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

17

5. BOVENWETTELIJKE MAATREGELEN Deze ecologische quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het rapport wordt dus geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast zijn er vaak ecologische of landschappelijke kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook niet-beschermde natuurwaarden en ecologische kansen te benoemen. 5.1 Aanwezige niet beschermde natuur- en/of landschapswaarden Binnen het projectgebied zijn de volgende niet-beschermde natuur- en landschapswaarden aangetroffen:

•

Fruitbomen hebben een hoge ecologische waarde. De bloeiende bloemen trekken veel insecten aan. De vruchten trekken daarnaast ook vogels en zoogdieren aan en kunnen de vogels nestelen in de bomen.

5.2 Ecologische en/of landschappelijke kansen Binnen het projectgebied zijn de volgende ecologische en/of landschappelijke kansen of mogelijkheden aanwezig:

•

In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuw te bouwen woning voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen,

5.3 Aanbevelingen bovenwettelijke maatregelen

zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer

•

informatie beschikbaar ter inspiratie. Op het gebouw kunnen bloembakken met wilde bloemen geplaatst worden om de bloembezoekende

Wij stellen voor om de volgende aanbevelingen uit te voeren:

•

•

bloemen hiervoor geschikt zijn. Denk aan de huismus en plaats de vogelschroot ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende

•

•

(te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt. Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten,

dan een goede inpasbare oplossing zoeken. Realiseer de aangegeven ecologische- en/of landschappelijke kansen om het projectgebied aantrekkelijker te maken voor flora en fauna.

nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de witte mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend model. Mussenflats

Zorg dat de aanwezige natuur- en/of landschapswaarden niet verloren gaan. Herstel of opnieuw ontwikkelen van natuurwaarden is veelal lastiger

insecten een handje te helpen. Op deze en deze pagina worden bruikbare tips gegeven over welke

Dit versterkt de algemene omgevingskwaliteit.

•

Raadpleeg de 'Checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden bij nieuwbouw of renovatie.

vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

18

BRONVERMELDING Internetpagina’s, programma's en online documenten • BIJ12 (2017). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming. • Boomvalk (z.d.). Voortplanting. • BWLG (2007). Tonghaarmuts. • Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag. • EIS Kenniscentrum Insecten (z.d.). Vermiljoenkever. • EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoenkever duikt op in Gelderland. • Floron (z.d). Verspreidingsatlas • Hennekes, S.M., N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR. • IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren. • Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator. • Ministerie van Economische Zaken (z.d.). Wet natuurbescherming, • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018). PAS-gebieden. • NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna. • Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol 2017. • Provincie Zeeland (2019). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland. • Ravon (z.d.). Soorteninformatiepagina • Sovon (z.d.). Sovon. • Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten. • Vleermuis.net (2018). Pagina soorten. • Vlinderstichting (z.d.a). Vlinderstichting startpagina. • Vogelbescherming Nederland (z.d). Vogelgids • Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina zoogdiersoorten.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

19

BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming (Wnb)

Verbodsartikel

Lid

Toelichting

3.1 Vogelrichtlijn

Lid 1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

In de Wet natuurbescherming zijn meerdere oude wetten samengevoegd. Relevant

zijn

de

samenvoegingen

van

de

Lid 2

Natuurbeschermingwet

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

1998 die over beschermde gebieden gaat, de Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die

Lid 3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan

Lid 4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Lid 5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van

niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in een ecologische quickscan aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast is weergegeven waar wij aan toetsen.

instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 3.5 Habitatrichtlijn

Lid 1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te

Soortbescherming

vangen.

De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet

Lid 2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Lid 3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Lid 4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen

Lid 5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag

neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden

van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te

en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend

vernielen.

door het bevoegd gezag. In de tabel hiernaast is weergegeven op welke

Artikel 3.10 andere

beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn.

soorten

Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten zijn in Bijlage 3 weergegeven.

Lid 1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Omgevingswet Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in deze wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. Vermoedelijk zal de wet in 2021 in werking treden.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

20

Beschermde nesten

Beschermde gebieden

*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de

In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-

soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn

gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2

jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in

verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de

categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.

instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of

• • • • •

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn

de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen

als vaste rust- en verblijfplaats.

hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer

Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect

honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats

kunnen hebben op het gebied (externe werking).

zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen

nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat

natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

De soorten die beschermd zijn staan in Bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen.

In het Natuurnetwerk Nederland liggen:

• • • • •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en

Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere

bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt

nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

uitgewerkt in bestemmingsplannen, conform de Wet Ruimtelijke Ordening.

Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

21

Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Wij beoordelen ook eventuele effecten op beschermde beleidsgebieden. Zuid-Holland: strategische reservering natuur en belangrijke weidevogelgebieden Het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. Het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f.

uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

22

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN

Nederlandse naam

Categorie

SvI* (als broedvogel)

Nederlandse naam

Categorie

SvI (als broedvogel)

Steenuil

1

matig ongunstig

Gekraagde roodstaart

5

matig ongunstig

Gierzwaluw

2

gunstig

Glanskop

5

matig ongunstig

gekoppeld, namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10

Huismus

2

matig ongunstig

Grauwe vliegenvanger

5

matig ongunstig

andere soorten.

Roek

2

matig ongunstig

Groene specht

5

gunstig

Grote gele kwikstaart

3

gunstig

Grote bonte specht

5

gunstig

Kerkuil

3

gunstig

Hop

5

artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek

Oehoe

3

gunstig

onbekend, vermoedelijk ongunstig

Huiszwaluw

5

matig ongunstig

benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de

Ooievaar

3

gunstig

IJsvogel

5

gunstig

Slechtvalk

3

gunstig

Kleine bonte specht

5

gunstig

Boomvalk

4

matig ongunstig

Kleine vliegenvanger

5

Buizerd

4

gunstig

onbekend, vermoedelijk geen broedvogel

Havik

4

gunstig

Koolmees

5

gunstig

Kortsnavelboomkruiper

5

gunstig

Oeverzwaluw

5

gunstig

Pimpelmees

5

gunstig

Raaf

5

gunstig

Ruigpootuil

5

onbekend, vermoedelijk geen vaste broedvogel

Spreeuw

5

matig ongunstig

Tapuit

5

zeer ongunstig

Torenvalk

5

matig ongunstig

Zeearend

5

gunstig

Zwarte kraai

5

gunstig

Zwarte mees

5

matig ongunstig

Zwarte roodstaart

5

gunstig

Zwarte specht

5

matig ongunstig

Tabellen Wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten

Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in

vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.

Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)

Ransuil

4

zeer ongunstig

Sperwer

4

gunstig

kolonie)

Wespendief

4

gunstig

Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest

Zwarte wouw

4

onbekend, vermoedelijk gunstig

Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen

Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Enkel beschermd bij zwaarwegende ecologische redenen, zoals een zeer

Blauwe reiger

5

matig ongunstig

ongunstige SvI (zie tekst onder kader).

Boerenzwaluw

5

gunstig

Bonte vliegenvanger

5

gunstig

Boomklever

5

gunstig

Boomkruiper

5

gunstig

Bosuil

5

gunstig

toekomstperspectief.

Brilduiker

5

zeer ongunstig

De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,

Draaihals

5

zeer ongunstig

Eidereend

5

zeer ongunstig

Ekster

5

zeer ongunstig (in het buitengebied)

*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)

leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.

Vetgedrukte soorten (uit cat. 5) hebben een zeer ongunstige staat van instandhouding en hebben daarom een zwaarwegende ecologische reden om als jaarrond beschermd aangemerkt te worden.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

23

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)

Nederlandse naam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=373bc26f-baee-4a9f-aa89-5f132993d67f