CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a notitie inspraak en overleg Regiopark 10022022 anoniem

Commissie Ruimte/AB 8 maart 2022, gemeente SluisBij agendapunt: Notitie ter inzage leggen ontwerp bestemmingsplan Regiopark Oostburg46.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Notitie beantwoording inspraak- en overlegreacties voorontwerp bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ (NL.IMRO.1714.bpregiopark-VO01)

Sluis, februari 2022

Geanonimiseerde versie

1

1. Inleiding Het voorontwerpbestemmingsplan 'Regiopark Oostburg' (NL.IMRO.1714.bpregiopark-VO01) is opgesteld en in procedure gebracht. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om verschillende dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten en functies op het terrein toe te kunnen staan. Deze functies en activiteiten betreffen onder andere: dagrecreatie, horeca, verblijfseenheden op beperkte schaal, (meerdaagse) evenementen op cultureel, muzikaal, culinair en sportief gebied en de ontwikkeling van 1 woningbouwkavel. Het betreft het perceel Nieuwstraat 87a te Oostburg, percelen zijn kadastraal bekend als Oostburg sectie E nummers 1000 (ged.), 1001, 1489, 1722 en 1003 (ged.). Het bestemmingsplan vervangt ter plaatse de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sluis’ en ‘Buitengebied Sluis (2h)’. Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ (NL.IMRO.1714.bpregiopark-VO01) heeft in de periode van 28 januari 2021 tot en met 11 maart 2021 ter inzage gelegen in het gemeentehuis bij het Klanten Contact Centrum (KCC), Nieuwstraat 22 te Oostburg. Tevens was het plan gedurende genoemde periode digitaal in te zien op de gemeentelijke website www.gemeentesluis.nl en via www.ruimtelijkeplannen.nl. Voorafgaand aan de ter inzage legging heeft op 27 januari 2021 publicatie in de Staatscourant en in het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad plaatsgevonden.

Tevens is de kennisgeving geplaatst op de gemeentelijke website. Naar aanleiding van de ter inzage legging van het voorontwerpbestemmingsplan zijn 26 inspraakreacties en 2 vooroverlegreacties ingekomen. Deze inspraakreacties zijn allen tijdig ingediend en in deze notitie samengevat weergegeven en voorzien van overwegingen. De vooroverlegreacties van Waterschap Scheldestromen en Provincie Zeeland vormen de uitwerking van het verplichte overleg met beide overheidsinstanties en worden verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Tenslotte is in een conclusie opgenomen of en zo ja op welke wijze de reacties gevolgen hebben voor het bestemmingsplan of de daarbij behorende stukken. Daarnaast is er aanleiding om enkele ambtshalve aanpassingen te verwerken in het bestemmingsplan. Een overzicht hiervan is eveneens in dit document opgenomen. Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. In dit overzicht van beantwoording worden indieners van zienswijzen daarom niet met naam genoemd, met uitzondering van de gegevens van rechtspersonen en de overlegpartners van de gemeente.

2

2. Overzicht ingediende inspraak- en vooroverlegreacties Naar aanleiding van de ter inzage legging van het voorontwerpbestemmingsplan zijn 26 inspraakreacties en 2 vooroverlegreacties ingediend. Hieronder is een overzicht met datum van binnenkomst van de inspraakreacties opgenomen. 2.1 Overzicht inspraakreacties Inspreker 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

NAW gegevens

Datum ontvangst 10 februari 2021 (poststuknummer: ‘21.0001505’) 19 februari 2021 (poststuknummer: ‘21.0001839’) 24 februari 2021 (poststuknummer: ‘21.0001992’) 25 februari 2021 (poststuknummer: ‘21.0001993’) 1 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002039’) 1 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002038’) 1 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002037’) 2 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002071’) 2 maart 2021 (poststuknummer: ‘‘E21.000654’) 3 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002184’) 3 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002079’) 3 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002078’) 4 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002185’) 5 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002340’) 5 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002339’) 5 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002338’)

3

17

18

19

20

21

22

23

24

25

Kousteensedijk 7 4331 JE Middelburg

26

(ZMF) Philipsweg 9A 4501 PH Oostburg

8 maart 2021 (poststuknummer: ‘E21.000715’) 8 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002342’) 9 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002369’) 9 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002371’) 9 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002346’) 9 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002370’) 10 maart 2021 (poststuknummer: ‘21.0002368’) 9 maart 2021 (poststuknummer: ‘E21.000738’) 11 maart 2021 (poststuknummer: ‘E21.000753’)

5 maart 2021 (poststuknummer: ‘E21.000806’)

(’t Duumpje)

Naast deze inspraakreacties op grond van de Inspraakverordening gemeente Sluis, hebben wij twee vooroverlegreacties ontvangen in de zin van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Scheldestromen en Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland hebben een vooroverlegreactie ingediend op het voorontwerpbestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’. 2.2 Ontvankelijkheid inspraakreacties Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ heeft met ingang van 28 januari 2020 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen, dus tot en met woensdag 11 maart 2021. De inspraakreacties zijn binnen de termijn dat het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen ontvangen en zijn zodoende ontvankelijk lettende op het bepaalde in de Inspraakverordening gemeente Sluis, de Awb en de Wet ruimtelijke ordening. De inspraakreacties zijn derhalve tijdig ingediend en ontvankelijk. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor bestemmingsplannen. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat de gemeente vooroverleg moet hebben met het waterschap en de provincie (art. 3.1.1 Bro). En volgens artikel 3.1.6 Bro moet het resultaat van het overleg in de toelichting op het plan worden verwoord.

Het Bro geeft bovendien expliciet aan dat de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving moet bevatten van de wijze waarop in het bestemmingsplan rekening is 4

gehouden met de waterhuishouding. Met de ontvangen vooroverlegreacties van provincie Zeeland en Waterschap Scheldestromen kan aan deze verplichting voldaan worden. 2.3 Nagekomen brieven Na de termijn van ter inzage legging zijn er nog diverse brieven over dit plan binnengekomen bij de gemeente. Aan de briefschrijvers die geen inspraakreactie hebben ingediend wordt dit inspraakdocument, na besluitvorming, ook toegezonden. Op deze manier beschikt iedereen over dezelfde informatie. De publieksdag op 6 november 2021 is, mede op verzoek van de gemeenteraad, door de initiatiefnemer georganiseerd. Deze dag was bedoeld om geïnteresseerden uit te nodigen op het terrein, hen te informeren over de plannen en hierover van gedachten te wisselen. Deze publieksdag is geen onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. De publieksdag is later georganiseerd dan oorspronkelijk de bedoeling was als gevolg van de corona-maatregelen. 2.4 Leeswijzer In paragraaf 3 van deze notitie ‘beantwoording vooroverlegreacties en inspraakreacties’ behorende bij het voorontwerpbestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg wordt ingegaan op de hoofdlijn van de ingediende inspraak- en vooroverlegreacties. Tevens wordt hierbij een overweging gemaakt. In paragraaf 4 worden de ontvangen inspraak- en vooroverlegreacties samengevat en beantwoord.

In zowel paragraaf 3 als 4 wordt aangegeven of de inspraak- en overlegreacties gevolgen hebben voor het bestemmingsplan of de daarbij behorende stukken. Hoofdstuk 5 gaat in zonering van het plangebied en hoofdstuk 6 op parkeren. In hoofdstuk 7 zijn de ambtshalve aanpassingen en aandachtspunten naar aanleiding van de inspraak opgenomen.

3. Hoofdlijn (overweging) bij ingediende inspraak- en overlegreacties Bijna alle inspraakreacties zijn afkomstig van mensen die wonen in de nabijheid van het plangebied en vrezen voor overlast. Daarbij wordt hoofdzakelijk ingegaan op overlast in de vorm van geluid, parkeren en verlies van het groene karakter van het gebied. Naar aanleiding hiervan is overwogen hoe omgegaan kan worden met deze zorgen vanuit de omgeving en op welke wijze het plan aangepast kan/ moet worden om hieraan tegemoet te komen. Hierbij zijn uiteraard ook de kernwaarden van het ingediende plan in de afweging meegenomen. Wanneer we de grootste zorgen vanuit de omgeving vertalen naar het bestemmingsplan dan komen we uit op de volgende onderwerpen: evenementen, verblijfsrecreatie, oppervlakte bebouwing en het verlies aan natuurwaarden. Deze nemen we als hoofdlijn van de ingediende inspraakreactie en hierop gaan we in dit hoofdstuk nader in. 3.1 Evenementen Een grote zorg vanuit de omgeving is (geluids)overlast als gevolg van evenementen die mogen plaatsvinden op de locatie. Navolgend wordt nadere (beleidsmatige) uitleg gegeven over evenementen, de beoogde evenementen (planopzet) en de bestemmingsregeling zoals die ter inzage heeft gelegen. Vervolgens wordt een afweging gemaakt of er aanleiding is om het bestemmingsplan op dit punt aan te passen.

5

Evenementenbeleid Het evenementenbeleid van de gemeente Sluis is vastgelegd in het evenementenbeleid gemeente Sluis, 2016. Deze nota is als bijlage 1 bij deze notitie gevoegd. Evenementen worden onderverdeeld in categorieën; kleinschalige, middelgrote en grote evenementen. Kleinschalige evenementen zijn melding plichtig, middelgrote en grote evenementen zijn vergunningplichtig. Dat wil dus zeggen dat er voor ieder evenement een melding- of vergunningplicht is, ongeacht de bestemmingsregeling. Een uitzondering hierop wordt gevormd door kleinschalige evenementen die passen binnen de bedrijfsinrichting, hiervoor hoeft geen melding ingediend te worden. In onderstaande tabel worden de belangrijkste aspecten benoemd en voorbeelden gegeven. Soort evenement Kleinschalig evenement

Middelgroot evenement

Groot evenement

Belangrijkste aspecten - Duurt maximaal één dag; - heeft geen versterkte muziek na 21.00 uur; - duurt tot uiterlijk 24.00 uur; - heeft lokale uitstraling; - er worden geen doorgaande wegen afgesloten; - vormt uit milieu- of natuurbeschermingsoogpunt geen bezwaar. - Heeft een bovenlokale uitstraling; en/of - versterkte muziek in avond- en nachtperiode; en/of - vergt nadere verkeersmaatregelen; en/of - enige hinder of overlast voor de omgeving, een en ander ter beoordeling van de burgemeester, en/of - vergt nadere aandacht politie of brandweer. - Heeft een (boven-)regionale uitstraling; en/of - zal naar verwachting extra hinder of overlast opleveren voor omgeving, een en ander ter beoordeling van de burgemeester; en/of - verwacht risico op aantasting openbare orde, eventueel gelet op ervaringen uit het verleden; en/of - inzet politie, brandweer of GHOR (= Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen) is noodzakelijk.

Voorbeeld Vliegerfestival. Wijk-of buurtbarbecue. Festival met foodtruck(s) en springkussen. Samenzang. Optreden koor.

Braderie op kernniveau. Kermis. Circus. (Meerdaags) Muziekfestival.

Meerdaags concert (concert at sea). Rescue-dagen Vlissingen.

6

Bestemmingsregeling voorontwerp bestemmingsplan Regiopark Oostburg Bepalend voor de mogelijkheden op basis van het bestemmingsplan zijn de regels en verbeelding. Hierin is het volgende vastgelegd voor evenementen. In artikel 3 is bepaald dat de voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden o.a. zijn bestemd voor (meerdaagse) evenementen. In artikel 3.4.2 onder f is bepaald dat dagrecreatie in de vorm van gemotoriseerde sport uitdrukkelijk is uitgesloten. In artikel 3.4.5 zijn voor evenementen de volgende specifieke regels opgenomen: - Het aantal vergunningplichtige evenementen bedraagt jaarlijks maximaal 5. - De duur van vergunningplichtige evenementen bedraagt maximaal drie aaneengesloten dagen. - De eindtijd voor het voortbrengen van versterkt (muziek)geluid wordt bepaald op grond van afdeling 7 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Sluis (APV), zoals die geldt ten tijde van het desbetreffende vergunningplichtige evenement. Als er geen eindtijden meer in de APV zijn opgenomen, geldt van zondag tot en met donderdag de eindtijd 24.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen vóór een officiële feestdag de eindtijd 01.00 uur.

- Het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, mag tijdens vergunningplichtige evenementen niet meer bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. De regels met betrekking tot overnachtingsmogelijkheden in combinatie met evenementen worden hier buiten beschouwing gelaten , deze worden behandeld bij het onderwerp ‘verblijfsrecreatie’. In artikel 3.5 is een afwijkingsbevoegdheid van de gebruiksregels opgenomen voor gemotoriseerde sport. Deze luidt als volgt: Het bepaalde in artikel 3.4.2 onder f en toestaan dat gemotoriseerde sport is toegestaan, mits voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 3.4.5, waarbij de woorden ‘versterkt (muziek) geluid’ en ‘mechanisch versterkte muziek’ gelezen moeten worden als respectievelijk ‘geluid door gemotoriseerde voertuigen van sportdeelnemers’ en ‘gemotoriseerde sport’. Op de verbeelding is aan het gehele terrein, met uitzondering van de voorgestelde woning in het lint aan de Nieuwstraat, de bestemming Recreatie toegekend. Op basis van de regels van het bestemmingsplan kunnen op het gehele terrein – met uitzondering van de locatie van de voorgestelde woning en de rand van het terrein waar de functieaanduiding groen is opgenomen– evenementen georganiseerd worden.

Op de digitale verbeelding is abusievelijk de aanduiding evenemententerrein in plaats van kampeerterrein opgenomen, daarom ontbreekt de koppeling van deze aanduiding met de regels. Planopzet Het plan zoals destijds ingediend voor de prijsvraag vormt de basis voor het toekomstige gebruik van het terrein. De toelichting van het bestemmingsplan sluit hierop aan. Het gaat hierbij om, in relatie tot evenementen, het volgende. Onderscheidend en aanvullend, op wat er al in de regio wordt geboden, biedt deze plek ruimte voor (toeristische, recreatieve en familie) voorzieningen zoals thematische fairs, 7

(thematische) festivals, sport en spelterrein en culinaire evenementen. Deels meerdaags. Het gaat om evenementen die passend zijn bij de hoofdfunctie, aard en karakteristiek van de locatie. Compacte en intensieve evenementen, zoals een braderie of markt, worden dichter bij het centrumgebied georganiseerd en de middelgrote en/of meerdaagse evenementen in het zuidwesten van het park. Het centrale gebouw is multifunctioneel. Met als vaste basis de horeca en uitnodigend ingericht om in te spelen op verschillende thema’s en activiteiten. In het gebruik van deze plek zien we ruimte en mogelijkheden, voor samenwerking met ondernemers in de regio. Voor partijen uit de regio is er de mogelijkheid om gebruik te maken van de faciliteiten van het park. Voorstel voor bestemmingsregeling ontwerp-bestemmingsplan Alvorens op grond van bovenstaande tot een voorstel voor aanpassing van de bestemmingsregeling zoals voorgesteld in het voorontwerp bestemmingsplan te komen wordt eerst een link gelegd tussen het evenementenbeleid van de gemeente en het bestemmingsplan. Eerder is toegelicht dat er voor ieder evenement een melding- of vergunningplicht is, ongeacht de bestemmingsregeling. Meldingen en/of vergunningaanvragen voor kleine, middelgrote en grote evenementen die kortdurend zijn worden niet aan het bestemmingsplan getoetst.

Bijvoorbeeld een braderie in een kern is wat functie betreft strijdig met het bestemmingsplan (veelal op de bestemming Verkeer), maar hiervoor wordt toch vergunning verleend. Belangrijk om hierbij aan te geven is dat een braderie op grond van het bestemmingsplan niet is uitgesloten. In het geval een activiteit, uit ruimtelijk oogpunt, niet wenselijk is ligt het voor de hand om dit op basis van het bestemmingsplan uit te sluiten. Met dit expliciete verbod ligt het niet in de rede voor het college om in afwijking hiervan toch een melding voor een evenement te accepteren dan wel een vergunning voor een evenement te verlenen. Locatiekeuze evenementen Nu het duidelijk de bedoeling was en is om (meerdaagse) evenementen op het terrein te realiseren ligt het voor de hand om hetgeen is bepaald in artikel 3 voor meerdaagse evenementen, namelijk dat deze toelaatbaar zijn, niet te wijzigen. Echter, uit de planopzet blijkt een duidelijke en ruimtelijk-relevante keuze te zijn gemaakt voor de locaties van de evenementen. Het ligt voor de hand om deze vast te leggen zowel op de verbeelding door middel van de functieaanduiding ‘evenementen’ als in artikel 3 van de regels van het bestemmingsplan. Kleinschalige evenementen kunnen binnen het bouwvlak gerealiseerd worden en op het terrein ten zuidwesten van de huidige oprijlaan naar het hoofdgebouw.

Middelgrote evenementen beperken zich tot het gebied ten zuidwesten van de huidige oprijlaan naar het hoofdgebouw. Omdat op basis van het voorontwerpbestemmingsplan op de locatie van de functieaanduiding ‘groen’ uitsluitend tuinbezichtiging en onderhoud is toegestaan kunnen binnen deze strook geen evenementen plaatsvinden. Voor het toetsen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid hiervan wordt het volgende overwogen. 8

In dit geval is de kortste afstand voor kleinschalige evenementen tot het bouwvlak van het agrarische bedrijf aan de Boomkreekweg 50 meter, de afstand tot de dichtstbij zijnde gelegen bouwvlak van de woning aan de zuidzijde van de Nieuwstraat 25 meter. De afstand tot de bouwvlakken van de woningen aan de noordzijde van de Nieuwstraat is 40 meter. De kortste afstand voor middelgrote evenementen tot deze objecten is hetzelfde met uitzondering van de afstand tot het dichtstbij zijnde gelegen bouwvlak van de woning aan de zuidzijde van Nieuwstraat, deze is dan ruim 65 meter. Gelet op de ligging van deze woningen aan de Nieuwstraat, het bedrijventerrein Brugse Vaart en de voormalige Euregiotuinen (die op basis van de vigerende bestemming tuinbezichtiging en onderhoud eveneens een verkeersaantrekkende werking kan hebben) kunnen deze getypeerd worden als liggend in gemengd gebied. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert twee typen lijsten, namelijk een functiemengingslijst en een bedrijvenlijst voor bedrijventerreinen. Op beide lijsten valt horeca onder 'Logies-, maaltijden- en drankenverstrekking'. Op de functiemengingslijst valt horeca in de categorieën A en B. Deze functies zijn in het algemeen direct naast gevoelige functies, zoals wonen, mogelijk. Volgens de bedrijvenlijst voor bedrijventerreinen valt horeca in de categorieën 1 t/m 3.1.

De hoogste categorie (3.1) is alleen van toepassing op kampeerterreinen / vakantiecentra e.d. (met keuken). Hiervoor geldt een richtafstand tot gevoelige functies van 50 m. In de andere gevallen is de richtafstand 10-30 meter. Het maatgevende aspect bij horeca is geluid. Gelet op bovenstaande en de resultaten van het geluidsonderzoek is dit voorstel ruimtelijk aanvaardbaar. Ten aanzien van geluid worden bij een vergunning en melding voor een evenement voorschriften opgenomen waaronder een eindtijd (een vergunning staat open voor bezwaar en beroep). Bij meldingsplichtige (kleinschalige) evenementen is een eindtijd voorgeschreven. Alle evenementen, zowel meldings- als vergunning plichtig hebben dus een eindtijd en ook geluidsvoorschriften op basis van melding en/of vergunning. Aanvullend hieraan is in de bestemmingsregels een bepaling voor eindtijden opgenomen voor vergunningplichtige evenementen voor het geval de APV (in dit geval nader uitgewerkt in het evenementenbeleid van de gemeente Sluis) hierin niet meer zou voorzien. Gelet op jurisprudentie ligt het niet voor de hand om in het bestemmingsplan te verwijzen naar de APV en/of de uitwerking in het evenementenbeleid, om die reden wordt voorgesteld om de einddtijden voor vergunningplichtige evenementen uit het evenementenbeleid van de gemeente Sluis onverkort over te nemen in het bestemmingsplan.

Het evenementenbeleid is bijgevoegd als bijlage 1. Gemotoriseerde sport Gelet op de planopzet wordt gemotoriseerde sport niet passend geacht binnen het kader van het Regiopark. Om die reden wordt artikel 3.5 sub b geschrapt in de regels. Aantal evenementen De impact van kleinschalige evenementen (melding plichtige evenementen) is dusdanig beperkt dat het niet voor de hand ligt om deze te maximaliseren. In de regels van het bestemmingsplan is nu voor middelgrote evenementen het volgende bepaald: 9

- Het aantal vergunningplichtige evenementen bedraagt jaarlijks maximaal 5. - De duur van vergunningplichtige evenementen bedraagt maximaal drie aaneengesloten dagen. Op basis hiervan kan er gedurende 15 dagen op jaarbasis een middelgroot evenement georganiseerd worden op het terrein. Gemotoriseerde sportevenementen worden hierbij uitgesloten, dat is eerder toegelicht. Enerzijds is overwogen dat dit een beperkt aantal dagen op jaarbasis betreft, dat per evenement een vergunning aangevraagd moet worden en de aanvullende bepalingen ten aanzien van geluid in het bestemmingsplan (zie hierna). Anderzijds is overwogen dat uit de inspraakreacties blijkt dat omwonenden veel overlast als gevolg van deze evenementen verwachten. Daarom wordt voorgesteld om het aantal middelgrote evenementen te wijzigen, namelijk dat er gedurende 10 dagen op jaarbasis een middelgroot evenement georganiseerd kan worden op het terrein. Volledigheidshalve wordt aan de gebruiksregels toegevoegd dat het organiseren van meer dan 5 vergunningplichtige evenementen per jaar en evenementen met een duur van meer dan 4 aaneengesloten dagen tot het verboden gebruik wordt gerekend (dus niet is toegestaan). Ten opzichte van het voorontwerp bestemmingsplan neemt het aantal dagen dat een middelgroot evenement georganiseerd kan worden af met 5 (van 15 dagen naar 10 dagen).

Gelet op bovenstaande, waaruit blijkt dat het niet mogelijk is om grootschalige evenementen in het plangebied te organiseren, wordt volledigheidshalve aan de gebruiksregels toegevoegd dat het organiseren van grootschalige evenementen tot het verboden gebruik worden gerekend. Geluid In aanvulling op hetgeen in een evenementenvergunning wordt vastgelegd is in de bestemmingsregels bepaald dat: - Het equivalente geluidniveau (LAeq,T) gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels) van woningen op een hoogte van 1,5 meter, veroorzaakt door mechanisch versterkte muziek en het versterkte stemgeluid, mag tijdens vergunningplichtige evenementen niet meer bedragen dan 70 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Deze bepaling is gebaseerd op het rapport ‘Nota evenementen met een luidruchtig karakter’. Deze nota is bijgevoegd als bijlage 2 bij deze notitie. Gelet op bovenstaande en de ingediende inspraakreacties ligt het voor de hand om deze regel te handhaven. Wijzigingen evenementen samengevat: Kleinschalige evenementen kunnen binnen het bouwvlak gerealiseerd worden en op het terrein ten zuidwesten van de huidige oprijlaan naar het hoofdgebouw. Middelgrote evenementen beperken zich tot het gebied ten zuidwesten van de huidige oprijlaan naar het hoofdgebouw. Gemotoriseerde sport wordt uitgesloten.

Het aantal dagen dat er middelgrote evenementen kunnen worden georganiseerd wordt naar beneden bijgesteld: Het aantal vergunningplichtige evenementen bedraagt jaarlijks maximaal 5, verdeeld over maximaal 10 dagen. De duur van vergunningplichtige evenementen bedraagt maximaal 4 aaneengesloten dagen. 10

3.2 Oppervlakte bebouwing/ horeca Binnen het bouwvlak is een grote mate aan bebouwing mogelijk. Voor het bepalen van de mogelijkheden op het terrein en de eventuele impact op de omgeving is een nadere specificatie gewenst. Bestemmingsregeling voorontwerp bestemmingsplan Regiopark Oostburg In artikel 3 van het bestemmingsplan is bepaald dat binnen de bestemming ‘Recreatie’ dagrecreatie is toegestaan, waaronder wellness-, spel-, sport- en speelvoorzieningen alsmede ondergeschikte horeca. Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 4’: tevens horeca tot en met horecacategorie 4 toegestaan. In artikel 3 is eveneens bepaald door voor de bestemming ‘Recreatie’ gebouwen mogen worden opgericht binnen het bouwvlak tot het op de verbeelding aangegeven maximum bebouwingspercentage. De maximale bouwhoogte is eveneens op de verbeelding aangegeven met dien verstande dat voor maximaal 750 m² een bouwhoogte van maximaal 15 meter is toegestaan. Voor ondergeschikte horeca mogen tijdelijke pop ups buiten het bouwvlak gerealiseerd worden. De maatvoering voor tijdelijke pop ups buiten het bouwvlak is 1000 m2, binnen het bouwvlak geldt de maatvoering die gekoppeld is aan het bouwvlak.

In de specifiek gebruiksregels is bepaald dat het verkoopvloeroppervlak voor horeca maximaal 1.200 m² mag bedragen en dat maximaal 10% van het verkoopvloeroppervlak voor horeca zich buiten het vlak met de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 4’ mag bevinden. Op de verbeelding is binnen het bouwvlak een maximaal bebouwingspercentage van 25% aangegeven, een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximale goothoogte van 6 meter. In de bijlage van het bestemmingsplan zijn de horeca-categorieën als volgt aangeven: Horeca-categorieën: 1. Horeca inrichting, die uitsluitend tussen 6.00 uur en 22.00 uur geopend is, waar hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of alcoholvrije dranken worden verstrekt. Ondergeschikt daaraan eventueel wijn en/of zwak-alcoholhoudende dranken . Voorbeelden: thee- en koffieconcepten, brood- en lunchconcepten, ijs- en yoghurtconcepten. 2. Horeca inrichting waar snacks worden verstrekt, eventueel in combinatie met verstrekking van alcoholvrije dranken. Voorbeelden: healthy fastfoodconcepten. 3. Horeca inrichting, waar hoofdzakelijk maaltijden worden verstrekt. Ondergeschikt daaraan eventueel dranken en/of kleine etenswaren. Voorbeelden: restaurants, grand-cafés. 4. Horeca inrichting, waar hoofdzakelijk dranken worden verstrekt, eventueel in combinatie met kleine etenswaren en entertainment, zoals gelegenheid tot dansen.

Voorbeelden: cafés, pubs, bier-, wijn en cocktailconcepten. 5. Horeca inrichting, waar hoofdzakelijk entertainment wordt aangeboden en dranken worden verstrekt. Voorbeelden: clubs, discotheken, partycentra. 6. Horeca-inrichting waar hoofdzakelijk gelegenheid gegeven wordt tot tijdelijk slaapverblijf, eventueel in combinatie met verstrekking van maaltijden en dranken. Voorbeelden: hotels en 11

pensions Planopzet Het plan zoals destijds ingediend voor de prijsvraag vormt de basis voor het toekomstige gebruik van het terrein. De toelichting van het bestemmingsplan sluit hierop aan. Het gaat hierbij om, in relatie tot de omvang van bebouwing en horeca, om het volgende. Onderscheidend en aanvullend, op wat er al in de regio wordt geboden, biedt deze plek ruimte voor (toeristische, recreatieve en familie) voorzieningen zoals thematische fairs, (thematische) festivals, sport en spelterrein en culinaire evenementen. Deels meerdaags. Het centrale gebouw is multifunctioneel. Met als vaste basis de horeca en uitnodigend ingericht om in te spelen op verschillende thema’s en activiteiten. In het gebruik van deze plek zien we ruimte en mogelijkheden, voor samenwerking met ondernemers in de regio. Voorstel voor bestemmingsregeling ontwerp bestemmingsplan Het huidige horecagebouw is 1.070 m2. Daarmee sluit de voorgestelde maat met betrekking tot het verkoopvloeroppervlak van de horeca hierop aan. Ten opzichte van de oorspronkelijke planopzet is het plan inmiddels verder geconcretiseerd. Om een overdekte spel- en speelvoorziening te kunnen realiseren is 2.000m2 aan bebouwing nodig. Een overdekte spel- en speelvoorziening heeft als voordeel voor de omgeving dat geluidsoverlast, vanwege de bebouwing, beperkt kan blijven.

De maatvoering van dit gebouw past binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan. In deze voorziening wordt ook een horeca gedeelte voorzien. Hiervoor is 300 m2 nodig. De gebruiksregels worden daarop aangepast, namelijk dat het verkoopvloeroppervlak voor horeca maximaal 1500 m2 mag bedragen. Het bouwvlak heeft een omvang van ongeveer 30.000m2 waardoor op basis van de voorgestelde bestemmingsregeling 7500 m2 bebouwd kan worden binnen het bouwvlak. Gelet op de gewenste maatvoering en de inspraakreacties wordt het bebouwingspercentage verlaagd naar 15%, zodat binnen het bouwvlak maximaal 4.500 m2 bebouwd kan worden. Hiermee blijft ruimte binnen het bouwvlak voor de gewenste pop-ups en/of permante bebouwing voor de dagrecreatieve bestemming. Ten aanzien van ondergeschikte horeca mogen tijdelijke pop ups buiten het bouwvlak gerealiseerd worden op basis van het voorontwerp bestemmingsplan. Deze pop ups zijn echter niet bedoeld voor horeca maar als broedplaats voor kleinschalige bedrijven. De mogelijkheid voor horeca in relatie tot pop ups wordt daarom geschrapt in het bestemmingsplan.

In de bestemmingsregeling wordt de mogelijkheid voor pop ups als broedplaats voor kleinschalige bedrijven (met kantoor gerelateerde activiteiten op het gebied van (creatieve)ontwikkeling) opgenomen met een totaal maximum van 300 m2 (voor bijvoorbeeld 3 of 5 broedplaatsen) binnen het bouwvlak of maximaal 35 meter buiten het bouwvlak aan de noord-oost zijde. Met betrekking tot de voorgestelde horeca-categorieën wordt afgeweken van de gebruikelijke lijst van horeca-categorieën in andere bestemmingsplannen van de gemeente Sluis. Deze lijst ziet er als volgt uit: STAAT VAN HORECA-ACTIVITEITEN Categorie 1 ‘lichte horeca’ Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 1a. Aan de (detailhandels)functie verwante horeca 12

- automatiek; - broodjeszaak; - koffiebar; - ijssalon; - afhaalrestaurant; - tearoom; - traiteur. 1b. Overige lichte horeca - bistro; - restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice); - hotel, inclusief appartementen; 1c. Bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250m²; 1d. - Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking - restaurant met bezorg- en/of afhaalservice (o.a. pizza, chinees, McDrives). Categorie 2 ‘middelzware horeca’ Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 2a. Aan de functie dorpshuis verwante horeca - bar; - biljartcentrum; - zalenverhuur. 2b. Overige middelzware horeca - snackbar; - bierhuis; - café; - proeflokaal; - shoarma/grillroom. Categorie 3 ‘zware horeca’ - dancing; - discotheek; - nachtclub; - partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten, muziek-/dansevenementen). In de voorgestelde bestemmingsregeling is horeca tot en met categorie 4 toegestaan op basis van de voorgestelde indeling in horeca categorieën. Toegestaan is: -Horeca inrichting, die uitsluitend tussen 6.00 uur en 22.00 uur geopend is, waar hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of alcoholvrije dranken worden verstrekt. Ondergeschikt daaraan eventueel wijn en/of zwak-alcoholhoudende dranken. Voorbeelden: thee- en koffieconcepten, brood- en lunchconcepten, ijs- en yoghurtconcepten.

-Horeca inrichting waar snacks worden verstrekt, eventueel in combinatie met verstrekking van alcoholvrije dranken. Voorbeelden: healthy fastfoodconcepten. -Horeca inrichting, waar hoofdzakelijk maaltijden worden verstrekt. Ondergeschikt daaraan eventueel dranken en/of kleine etenswaren. Voorbeelden: restaurants, grand-cafés. - Horeca inrichting, waar hoofdzakelijk dranken worden verstrekt, eventueel in combinatie met kleine etenswaren en entertainment, zoals gelegenheid tot dansen. Voorbeelden: cafés, pubs, bier-, wijn en cocktailconcepten. Het ligt voor de hand om in dit bestemmingsplan de Staat van Horeca activiteiten aan te houden zoals die in de gemeente Sluis ook in de andere bestemmingsplannen wordt gehanteerd. Omdat het echter niet de bedoeling is om een hotel (inclusief appartementen) of bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking te realiseren ligt het voor de hand om in de regels op te nemen dat horeca uit de categorieën 1a, 1b (met uitzondering van hotel inclusief appartementen), 1c, 2a en 2b toegestaan zijn. 13

Om de koppeling tussen horeca en de dagrecreatieve functie op het gehele terrein te borgen wordt in de gebruiksregels een bepaling opgenomen dat de horeca gelinkt moet zijn aan de diverse functies binnen het totale gebied. Om het totaal aan mogelijkheden in beeld te brengen wordt navolgend de koppeling tussen horeca en evenementen gemaakt. Bij het vieren van incidentele festiviteiten en activiteiten met een maatschappelijk belang, kan niet altijd voldaan worden aan de gestelde geluidsvoorschriften. Horeca-inrichtingen hebben de mogelijkheid om maximaal 12 keer per jaar een activiteit te organiseren waarbij meer geluid geproduceerd mag worden dan gebruikelijk. De zogenoemde incidentele festiviteiten. De activiteit moet vooraf worden gemeld en heeft voor wat betreft het geluid een eindtijd van 01:00 uur. Daarnaast wijst het college van burgemeester en wethouders jaarlijks een aantal collectieve festiviteiten aan. Horecabedrijven in de hele gemeente of een bepaalde kern mogen op die aangewezen dagen ook meer geluid produceren dan gebruikelijk. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om activiteiten die betrekking hebben op de hele gemeente zoals oudejaarsavond of Koningsdag. Voor specifieke kernen bijvoorbeeld Carnaval in Aardenburg of de Visserijfeesten in Breskens.

Dit geldt alleen binnen een horecabedrijf (het gebouw en bijbehorend terras) en staat dus los van hetgeen eerder is voorgesteld met betrekking tot het aantal mogelijke evenementen. Op basis van het geluidsonderzoek is geconcludeerd dat het niet mogelijk is dat er tegelijkertijd op verschillende locaties evenementen/ versterkte muziek plaatsvinden. Om die reden wordt in de regels van het bestemmingsplan uitgesloten dat er tegelijkertijd op verschillende locaties in het plangebied evenementen met versterkte muziek kunnen plaatsvinden. Wijzigingen oppervlakte bebouwing/ horeca samengevat: De verkoopvloeroppervlak voor horeca mag maximaal 1500 m2 bedragen. Het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak wordt verlaagd naar 15%. De mogelijkheid voor horeca in relatie tot pop ups wordt geschrapt in het bestemmingsplan. In de bestemmingsregeling wordt de mogelijkheid voor pop ups als broedplaats voor kleinschalige bedrijven (met kantoor gerelateerde activiteiten op het gebied van (creatieve)ontwikkeling) opgenomen met een totaal maximum van 300 m2 (voor bijvoorbeeld 3 of 5 broedplaatsen) binnen het bouwvlak of maximaal 35 meter buiten het bouwvlak aan de noord-oost zijde. De Staat van Horeca activiteiten wordt gewijzigd. In de regels van het bestemmingsplan wordt een koppeling gelegd tussen horeca en de diverse functies binnen het totale gebied.

In de regels van het bestemmingsplan wordt uitgesloten dat er tegelijkertijd op verschillende locaties in het plangebied evenementen met versterkte muziek kunnen plaatsvinden.

3.3 Verblijfsrecreatie Vanuit het ingediende plan en de intentieovereenkomst is vastgelegd dat het mogelijk is om 20 vaste verblijfseenheden en 3 groepsaccommodaties te realiseren binnen het plangebied en aansluitend bij de referenties zoals gegeven in het plan. Tevens is er de mogelijkheid opgenomen voor camperplaatsen maar dit is niet gelimiteerd. Daarnaast biedt het 14

bestemmingsplan mogelijkheid voor kampeerplaatsen gekoppeld aan meerdaagse evenementen. Bestemmingsregeling voorontwerp bestemmingsplan Regiopark Oostburg In artikel 3 van het bestemmingsplan is bepaald dat binnen de bestemming ‘Recreatie’ verblijfsrecreatie-eenheden en groepsaccommodaties zijn toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’ zijn tevens overnachtingsmogelijkheden, uitsluitend in kampeermiddelen en uitsluitend ten behoeve van groepsactiviteiten gedurende maximaal 4 aaneengesloten nachten dan wel ten behoeve van meerdaagse evenementen in of binnen een straal van hemelsbreed 5 kilometer van het plangebied toegestaan. De aanduiding ‘kampeerterrein’ is in de digitale versie abusievelijk als evenemententerrein benoemd. In artikel 3 is eveneens bepaald dat het totaal aantal verblijfsrecreatie-eenheden maximaal 20 mag bedragen, het totaal aantal groepsaccommodaties is bepaald op maximaal 3. Op basis van de regels mogen de verblijfsrecreatie-eenheden binnen en buiten het bouwvlak worden gerealiseerd. Hierbij is de maatvoering voor de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatie-eenheden bepaald op maximaal 1.400 m², met dien verstande dat de oppervlakte van één verblijfsrecreatie-eenheid maximaal 150 m² mag bedragen.

En de maatvoering voor de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodaties maximaal 600 m² mag bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van één groepsaccommodatie maximaal 300 m² mag bedragen. In artikel 3 is ook een maximum voor het aantal overnachtingen tijdens meerdaagse vergunningplichtige evenementen opgenomen. Overnachting tijdens meerdaagse vergunningplichtige evenementen is, behalve ter plaatse van de verblijfsrecreatie-eenheden, camperplaatsen en groepsaccommodaties, uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘kampeerterrein’ tot een maximum van 300 plaatsen. Planopzet Het plan zoals destijds ingediend voor de prijsvraag vormt de basis voor het toekomstige gebruik van het terrein. De toelichting van het bestemmingsplan sluit hierop aan. Het gaat hierbij om, in relatie tot verblijfsrecreatie, om het volgende. Onderscheidend en aanvullend, op wat er al in de regio wordt geboden, biedt deze plek ruimte voor (toeristische, recreatieve en familie) voorzieningen zoals thematische fairs, (thematische) festivals, sport en spelterrein en culinaire evenementen. Deels meerdaags. Er worden overnachtingsmogelijkheden voorzien voor deze meerdaagse evenementen. Kleinschalige, bijzondere, vormen van verblijf. Hierbij wordt gedacht aan glamping, circulair bouwen.

15 tot 20 bijzondere verblijven verstrooid in het landschap van het park over een oppervlak van 2 tot 3 hectare, op unieke en verrassende plekken. Enkele geclusterd bij elkaar, andere meer afgezonderd. Het samenzijn in 2 of 3 groepsverblijven in wisselwerking met wat er op en in het park te beleven is. Mogelijkheden om campers te laten overnachten op het parkeerterrein. Voorstel bestemmingsregeling ontwerp bestemmingsplan Het aantal verblijfsrecreatie eenheden is bepaald op 20. Hiervoor is geen locatie bepaald met dien verstande dat deze voorzieningen niet binnen de functieaanduidingen groen en parkeren gerealiseerd mogen worden. Gelet op het beperkte aantal eenheden en de totale oppervlakte van het terrein (13 hectare) ligt het uit dit oogpunt niet voor de hand om hiervoor 15

een locatiekeuze op te nemen. Hierbij wordt wel verwezen naar de voorgesteld zonering in hoofdstuk 6, waarbij bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden worden uitgesloten. Het aantal groepsaccommodaties is bepaald op 3. Hiervoor is geen locatie bepaald met dien verstande dat deze voorzieningen niet binnen de functieaanduidingen groen en parkeren gerealiseerd mogen worden. Gelet op het beperkte aantal eenheden en de totale oppervlakte van het terrein (13 hectare) ligt het uit dit oogpunt niet voor de hand om hiervoor een locatiekeuze op te nemen. Hierbij wordt wel verwezen naar de voorgesteld zonering in hoofdstuk 6, waarbij bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden worden uitgesloten. De functie-aanduiding groen is gesitueerd aan de zijde van de Nieuwstraat en de zijde van de Dierkensteenweg en heeft overal een breedte van ongeveer 20 meter. In deze strook zijn geen gebouwen of activiteiten toegestaan. Ten aanzien van de aantallen is het volgende overwogen. Het aanbod van verblijfsrecreactie is ondergeschikt aan de dagrecreatieve activiteiten op het terrein. Ze zijn mede bedoeld voor continuïteit en rendabiliteit van het totale project en het gaat om bijzondere vormen van toeristisch verblijf die een onderscheidend product vormen. Er is een beleidsmatige vergelijking mogelijk met de mogelijkheden voor verblijfsrecreatie op een agrarisch bedrijf.

Op een agrarisch bedrijf zijn maximaal 25 eenheden voor kleinschalig kamperen (waaronder campers) en maximaal 5 verblijfseenheden binnen één of meerdere gebouwen toegestaan. Dit geeft aanleiding om het maximaal aantal verblijfseenheden te maximaliseren op 30 (gebouwde verblijfseenheden, groepsaccommodatie en campers). Wanneer er in dat geval 15 gebouwde verblijfseenheden gerealiseerd worden en 2 groepsaccommodaties blijft er ruimte over voor 13 camperplaatsen. Enzv. Dit wordt verwerkt in de regels van het bestemmingsplan. Ten aanzien van de kampeerplaatsen die gekoppeld zijn aan de evenementen wordt het volgende overwogen. Het plan gaat uit van het bieden van overnachtingsmogelijkheid voor meerdaagse evenementen op het terrein of bijvoorbeeld scoutingactiviteiten. Echter gelet op de vele verblijfsmogelijkheden in ons gebied en de ruimtelijke impact van het bieden van kampeermogelijkheden zoals nu opgenomen in het bestemmingsplan (300 kampeerplaatsen voor tal van activiteiten binnen en buiten het terrein dus in theorie jaarrond) wordt voorgesteld om de mogelijkheid voor kampeerplaatsen zoals nu opgenomen uit het bestemmingsplan te halen.

De vele verblijfsmogelijkheden in ons gebied bieden echter geen ruimte voor kamperen voor specifieke doelgroepen, denk daarbij aan scoutinggroepen, schoolklassen, clubs en verenigingen (bijvoorbeeld met oude auto’s, historische setting, goede doelen). Juist voor deze doelgroep kan kleinschalig en ondergeschikt aan de hoofdfunctie wel ruimte geboden worden. Voorgesteld wordt om hiervoor een functie-aanduiding groepskamperen op te nemen overeenkomstig het terrein voor de middelgrote evenementen. Deze functieaanduiding wordt verwerkt in de regels waarbij bepaald wordt dat maximaal 50 plaatsen voor groepskamperen toegestaan zijn voor maximaal 200 personen, groepen maximaal 3 nachten mogen overnachten, dat groepskamperen enkel is toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 november en dat voor groepskamperen geen bouwwerken voor recreatief nachtverblijf zijn toegestaan. In de regels wordt de mogelijkheid opgenomen om (permanente) sanitaire voorzieningen te realiseren hiervoor in de nabijheid van het bouwvlak. De te hanteren maatvoering hiervoor is goothoogte maximaal 4 meter, bouwhoogte maximaal 8 meter en oppervlakte maximaal 150 vierkante meter. Groepskamperen wordt hierbij als volgt gedefinieerd: voor het plaatsen en geplaatst houden van kampeermiddelen voor groepen, uitgaande van een vereniging of daarmee te vergelijken 16

organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard, ten behoeve van groepskamperen

Wijzigingen verblijfsrecreatie samengevat: Het aantal verblijfseenheden wordt gemaximaliseerd op 30 (gebouwde verblijfseenheden, groepsaccommodatie en campers). De mogelijkheid om kampeergelegenheid te bieden in combinatie met evenementen wordt geschrapt uit het bestemmingsplan. Binnen het plangebied wordt mogelijkheid geboden voor groepskamperen waarbij wordt bepaald dat maximaal 50 plaatsen voor groepskamperen zijn toegestaan voor maximaal 200 personen, groepen maximaal 3 nachten mogen overnachten, dat groepskamperen enkel is toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 november en dat voor groepskamperen geen bouwwerken voor recreatief nachtverblijf zijn toegestaan. Wel wordt voorzien in de mogelijkheid om (permanente) sanitaire voorzieningen te realiseren.

3.4 Verlies van natuurwaarden Veel van de inspraakreacties hebben betrekking op het verlies van het unieke gebied zoals dat er nu is. Uitgangspunt van de hele ontwikkeling is dat juist de huidige unieke situatie als basis dient voor de uitvoering van het plan. De groene setting zal dus nagenoeg volledig behouden blijven en toegankelijk en beleefbaar worden. Vanuit het bestemmingsplan moet uiteraard rekening gehouden met de aanwezige flora en faunawetgeving en daarom heeft veldonderzoek plaatsgevonden. Het ligt voor de hand om de resultaten van het veldonderzoek mee te nemen in het plan en daar waar bescherming nodig is, deze planologisch te waarborgen. Gelet op de inspraakreacties op dit punt worden navolgend eerst de belangrijkste resultaten uit het veldonderzoek benoemd. Vervolgens wordt ingegaan op de bestemmingsregeling uit het voorontwerp bestemmingsplan en tot slot wordt een voorstel gedaan voor de bestemmingsregeling van het ontwerp bestemmingsplan. Resultaten veldonderzoek In het veldonderzoek is verantwoord op welke wijze onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van soorten. Ten aanzien van de aanwezige soorten is het volgende geconcludeerd. De grondgebonden zoogdieren die zijn waargenomen zijn bosmuis, veldmuis, rosse woelmuis, konijn en egel.

Deze soorten zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming, echter het voorgenomen plan heeft geen negatief effect op de genoemde soorten. Er zijn geen kleine marterachtigen vastgesteld. Het kan echter niet geheel uitgesloten worden dat de wezel voorkomt in het gebied. Er is echter geen negatief effect te verwachten op deze soort. Van de categorie vleermuizen zijn de volgende soorten vastgesteld. Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis.

17

Voor de gewone dwergvleermuis is de functie van het gebied foerageergebied en dagverblijf. Het voorgenomen plan heeft geen effect op de foerageerfunctie. In het gebouw is een dagverblijf geconstateerd van enkele gewone dwergvleermuizen. Het is afhankelijk van het type werkzaamheden dat uitgevoerd zal worden met betrekking tot het gebouw of er een negatief effect zal zijn. Bij sloop of verbouwing dient rekening gehouden te worden met deze soort. Indien vaste rust- of verblijfplaatsen verdwijnen dient er een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming aangevraagd te worden. Voor de ruige dwergvleermuis is de functie van het gebied foerageergebied. Deze soort is gevoelig voor lichtverstoring. Bij het aanbrengen van nieuwe verlichting dient vleermuisvriendelijke verlichting gebruikt te worden. Er zijn enkele bomen met holtes of loszittend schors. Deze zouden gebruikt kunnen worden als paarverblijf. Dit is tijdens het onderzoek echter niet vastgesteld. Het is raadzaam om bij noodzakelijk beheer en onderhoud rekening te houden met de aanwezigheid van gaten/holen of loszittend schors. Deze bomen dienen dan nader te geïnspecteerd te worden op functionaliteit voor Ruige dwergvleermuizen. Voor de laatvlieger is de functie van het gebied foerageergebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten van de voorgenomen werkzaamheden.

Voor de watervleermuis is de functie van het gebied foerageergebied. Deze soort is gevoelig voor lichtverstoring. Bij het aanbrengen van nieuwe verlichting dient vleermuisvriendelijke verlichting gebruikt te worden. In de aanwezige waterbak binnen het bomenkader zijn de volgende amfibieën vastgesteld: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Deze soorten zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De geplande activiteiten hoeven niet nadelig te zijn indien er zorgvuldig gewerkt wordt (dempen waterpartijen in buiten de voortplantingsperiode van amfibieën). De huidige vijver is niet ideaal als voortplantingsbiotoop vanwege de steile oevers. Er dient voor gezorgd te worden dat er op het terrein 1 of meerdere geschikte voortplantingsbiotopen voor amfibieën aanwezig blijven. Deze poelen dienen niet gebruikt te worden als zwemvijver (voor mensen of honden). Er zijn diverse broedvogels vastgesteld. Wilde eend, Waterhoen, Meerkoet, Dodaars, Fazant, Houtduif, Holenduif, Turkse Tortel, Ransuil, Groene specht, Grote Bonte Specht, Gaai, Ekster, Zwarte Kraai, Zanglijster, Merel, Winterkoning, Heggenmus, Groenling, Grasmus, Zwartkop, Tuinfluiter, Tjiftjaf, Vink, Putter, Kneu, Roodborst, Kleine karekiet, Koekoek, Rietgors, Bosrietzanger, Staartmees. Broedende vogels mogen niet verstoord worden.

Bij activiteiten in het broedseizoen zouden broedvogels verstoord kunnen worden bij intensieve activiteiten (festivals). Enkele soorten zijn verstoringsgevoelig (waaronder de Dodaars die in de moeraszone broedt) . Indien het terrein de gehele broedperiode in gebruik is (bv kampeerterrein), is er een regelmatige verstoring en gaan vogels broeden op terreinen met meer dekking. Er is dan geen kans op verstoring. Het leefgebied van de Ransuil is jaarrond beschermd. Indien het terrein gebruikt zal worden hoeft dit in principe niet meteen nadelig te zijn voor de Ransuil Het is wel goed de Ransuil te verleiden om in een rustig deel van het terrein te gaan broeden. Zo is de kans op eventuele verstoring kleiner. Dit kan door het aanbrengen van kunstnesten voor deze soort. Daarnaast past het aanbrengen van een zonering zoals reeds in een eerder plan is voorgesteld goed in dit beeld om te voorkomen dat deze soorten verstoord worden.

18

Bestemmingsregeling voorontwerp bestemmingsplan In de toelichting op het bestemmingsplan is in paragraaf 4.6 het volgende opgenomen. In het gebied zijn ongewervelden waargenomen, waaronder de Sint Jansvlinder. Er zijn geen ongewervelden die strikt beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming. Voor deze soort is van belang dat er in het Regiopark ruimte blijft voor bloemrijke weiden en ruigten, zodat de habitat van vlinders en andere ongewervelden niet wordt aangetast. Ongewervelden zijn nauwelijks gevoelig voor verstoring door menselijk geluid. Geconcludeerd kan dan ook worden dat er geen sprake is van een significante invloed op ongewervelden. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied veel gebruikt wordt als foerageergebied door vleermuizen, waarbij de laanbeplantingen een belangrijke rol spelen. De laanbeplanting van populieren langs de Nieuwstraat staat buiten het plangebied en blijft gehandhaafd. Er zijn geen broedplaatsen aangetroffen, wel een dagverblijf van enkele gewone dwergvleermuizen in het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw blijft evenwel bestaan, zodat er enkel bij verbouwingen rekening moet worden gehouden met deze soort. Voor de functie als foerageergebied is het van belang dat de bomen zo veel mogelijk behouden blijven, hetgeen ook de bedoeling is.

Omdat ook de ruige dwergvleermuis en de watervleermuis het gebied gebruiken om te foerageren, is vleermuisvriendelijke verlichting voor deze lichtgevoelige soorten, van belang. Beschermde amfibieën zijn aangetroffen in de aanwezige verbreding van de watergang aan de zuidzijde van het plangebied, die evenwel als gevolg van de steile oevers niet ideaal is. Het verdient de voorkeur in het plangebied één of twee poelen te realiseren die kunnen dienen als voortplantingsbiotoop voor amfibieën en die niet gebruikt kunnen worden als zwemvijver. Op die manier kan het bestaande water zo nodig worden vrijgespeeld voor recreatieve activiteiten. Er zijn diverse broedvogels vastgesteld. Broedende vogels mogen niet verstoord worden. Het verdient dan ook aanbeveling het terrein voor grote groepen, de camperplaatsen en het parkeerterrein en de zone voor intensieve recreatie binnen het kader van de dubbele bomenrij gedurende de gehele broedperiode intensief te gebruiken. Als gevolg daarvan zullen broedvogels gaan broeden op terreinen met meer dekking, waardoor er geen kans op verstoring is. In het plangebied broedt een Ransuil, waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Door de broedlocatie in het bosje ten noorden van de volkstuinen vooralsnog buiten de planvorming te houden, blijft deze locatie intact.

Mocht er vanuit de ontwikkeling behoefte ontstaan om deze locatie te gaan gebruiken is verplaatsing van de broedlocatie noodzakelijk. Dit is mogelijk door met kunstnesten de Ransuil te verleiden een betere plek op te zoeken. Afgesloten wordt met de conclusie dat de ecologische waarde waar mogelijk versterkt wordt door: -een uitloopplank in het water te realiseren, zodat dieren in tegenstelling tot de huidige situatie uit het water kunnen; -ruimte te houden voor ruigte met eigen ontwikkelingsmogelijkheden voor landschap en natuur. En ten aanzien van de beschermde soorten: -Er zijn enkele beschermde soorten in het plangebied vastgesteld waarop met de beoogde zonering geen negatief effect op zal treden. Bij nog niet voorziene ingrepen in het plangebied qua programmering of qua bouwactiviteiten, zijn er mogelijkheden om effecten op de beschermde soorten te mitigeren.

19

Voorstel bestemmingsregeling ontwerp bestemmingsplan De conclusies uit het veldonderzoek en daaruit voortvloeiende gewenste maatregelen zijn niet geborgd via de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van bovenstaande wordt het volgende voorgesteld. Aan het broedgebied van de ransuil wordt de functie-aanduiding ‘groen’ toegekend, bebouwing of activiteiten worden hier uitgesloten.

Ten aanzien van straatverlichting in het plangebied worden de regels van het bestemmingsplan aangepast. (Straat)verlichting met een neerwaartse uitstraling tot 5 meter hoogte is rechtstreeks toegestaan. Er wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor hogere straatverlichting met inachtneming van de volgende voorwaarden: geen lichtuitstraling naar de bovenkant; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 8 meter; aangetoond is dat hogere lichtmasten noodzakelijk zijn en aangegeven is in welke periode dit nodig is; de effecten op de omgeving beoordeeld zijn. Daarnaast wordt vleermuisvriendelijke verlichting toegepast. De steile randen aan de oevers van het water bevinden zich in de aangelegde vijver binnen het bouwvlak, hier worden uitloopplanken gecreëerd zodat dieren – in tegenstelling tot de huidige situatie – makkelijker uit het water kunnen. Deze maatregel wordt geborgd in de regels van het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting. In de watergang aan de zuidzijde van het plangebied zijn ook beschermde soorten aangetroffen, maar hier zijn geen steile oevers waardoor hier geen uitloopplanken gerealiseerd moeten worden. Gelet op de al aanwezige watergang aan de zuidzijde en vijver binnen het bouwvlak lijkt het niet voor de hand te liggen om nog poelen aan te leggen.

In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat beiden niet gebruikt mogen worden voor recreatiedoeleinden (waaronder zwemmen). Met betrekking tot broedende vogels en vleermuizen is aanvullende informatie opgevraagd bij het adviesbureau dat het natuuronderzoek heeft uitgevoerd. 20

De Dodaars broedt in de rietzone langs het open water (Waterschap) tussen het bruggetje en de zuidpunt van het plangebied. De Dodaars maakt elk jaar een nieuw nest en kiest daarbij een plek afhankelijk van voedselomstandigheden en drukte. De Dodaars kan broeden in de rietzone, maar dat hoeft niet elk jaar zo te zijn; er zijn voldoende andere plekken voor. In die zin is het ook niet nodig om voor de Dodaars of andere broedvogels (met uitzondering van de Ransuil waarvoor het nest jaarrond beschermd is) een aanduiding op de kaart te zetten dat activiteiten niet zouden mogen. Uiteraard is in het broedseizoen een nest beschermd, maar dat kan door parkbeheer worden opgelost. Dit laatste wordt geborgd via de regels van het bestemmingsplan Er is alleen een dagverblijf voor de gewone dwergvleermuis in het gebouw, geen vaste rustof verblijfsplaats. Bij de verbouwing van het gebouw zullen zo nodig (als het dagverblijf ook daadwerkelijk zou moeten wijken) alternatieven in het gebouw moeten worden gezocht. “Gewone dwergvleermuizen maken immers jaarrond gebruik van gebouwen waarbij de verblijfplaatsen zich bevinden in spouwmuren, achter gevelbetimmering, daklijsten en vensterluiken, onder dakpannen, spleten en nissen in muren, et cetera.” Het zijn geen nestkastenbewoners, dus het ophangen van nestkasten heeft geen zin.

Minimaal een half jaar voorafgaande aan de verbouwing wordt met een ecoloog de strategie doorgesproken en uitgevoerd, zodat er verblijfplaatsen in het gebouw aanwezig blijven, tijdens en na de verbouwing. Ook dit wordt geborgd via de regels van het bestemmingsplan. De in het veldonderzoek vastgestelde ecologische waarden komen niet of nauwelijks voor in het gebied waar groepskamperen en evenementen voorgesteld worden. Bovendien is de verwachting dat door het incidentele karakter van groepskamperen en evenementen deze geen of nauwelijks invloed hebben op de ecologische waarden. De gebieden met de hoogste ecologische waarden worden door middel van de voorgestelde zonering uitgesloten van verstorende activiteiten of bouwwerken. Voor de volledigheid wordt gewezen op het volgende. Sinds het uitvoeren van het natuuronderzoek is inmiddels enige tijd verstreken. Dit onderzoek was in eerste instantie bedoeld om een beeld te krijgen van beperkingen en kansen van de natuur. Inmiddels is de vrijstelling van enkele soorten in Zeeland losgelaten, hetgeen consequenties kan hebben voor het plan. Om die reden zal het ontwerp ter visie gelegd worden en in de periode tussen ter inzage legging te leggen en vaststelling wordt ruimte ingebouwd voor (juridische) actualisering en zo nodig specificatie van het onderzoek.

Wijzigingen natuurwaarden samengevat: Aan het broedgebied van de ransuil wordt de functie-aanduiding ‘groen’ toegekend, bebouwing of activiteiten worden hier uitgesloten. De mogelijkheden voor (straat) verlichting worden aangepast. (Straat)verlichting met een neerwaartse uitstraling tot 5 meter hoogte is rechtstreeks toegestaan. Hiervan kan afgeweken worden onder voorwaarden tot 8 meter. Er wordt vleermuisvriendelijke verlichting toegepast. De steile randen aan de oevers van het water bevinden zich in de aangelegde vijver binnen het bouwvlak, hier worden uitloopplanken gecreëerd zodat dieren – in tegenstelling tot de huidige situatie – makkelijker uit het water kunnen. In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat de bestaande wateren niet mogen worden gebruikt voor zwemmen. Parkbeheer ten aanzien van broedende vogels en het voorzien van verblijfplaatsen voor 21

vleermuizen in het bestaande gebouw met behulp van een ecoloog wordt geborgd via de regels van het bestemmingsplan.

4. Samenvatting en beantwoording per ingediende inspraak- en overlegreactie Hieronder volgt per inspreker een samenvatting van de inspraakreactie, een overweging op de genoemde punten en tot slot een conclusie of de punten in de inspraakreactie aanleiding geven tot wijziging van het bestemmingsplan. 4.1 Inspreker 1 ontvangen 10 februari 2021 Samenvatting inspraakreactie 1 a. Inspreker vindt 5 meerdaagse evenementen te vaak vooral als ook sprake is van versterkte muziek. Inspreker woont in een nabij gelegen appartementencomplex en verwacht geluidoverlast ondanks de bestaande tussenliggende bomen en struiken. Inspreker stelt voor hooguit 3 meerdaagse evenementen(met akoestische muziek) toe te staan. b. Inspreker is van mening dat het park nu een mooi natuurgebied is, het is jammer dat het op dit moment niet toegankelijk is. Het plan biedt hiervoor mogelijkheden, maar inspreker pleit voor voldoende bescherming voor flora en fauna. Inspreker stelt hierbij natuureducatie in samenwerking met bestaande en plaatselijke organisaties voor. c. Inspreker verwacht bij evenementen overlast inzake verkeer en parkeren. Inspreker verzoekt daarom om adequate handhaving, correcte bewegwijzering en parkeren op eigen terrein. Overweging inspraakreactie 1 a. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.1. b. Voor de overweging op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3.4 c.

Voor onze overwegingen op het punt van parkeren wordt verwezen naar hoofdstuk 6. Conclusie inspraakreactie 1 a. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.1. b. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.4. c. Dit punt geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6.

4.2 Inspreker 2 ontvangen 19 februari 2021 Samenvatting inspraakreactie 2 a. Inspreker geeft aan dat de samenvatting van toekomstige activiteiten op de website van de gemeente niet compleet is. b. Inspreker geeft aan dat Natura 2000 gebied ‘’t Groote Gat’ zich direct naast de planlocatie bevindt. Er liggen nog meer Natura 2000 gebieden in de regio waaronder de Westerschelde en de zwinpolder. Inspreker verwacht door de planontwikkeling meer geluid- en lichtbelasting evenals een toename van stikstof door het aantrekkende verkeer. Dit heeft een negatief effect op de natuurwaarden in met name ’t Groote Gat’. c. Inspreker vult de in het plan genoemde natuurwaarden aan met het mosdiertje, de blauwborst, waterral en baardmannetje. Volgens inspreker zijn deze ook in het gebied te vinden. d. Inspreker vindt tevens dat het plan afbreuk doet aan de natuurwaarden van de locatie Regiopark (Euregiotuinen) zelf. Door de jaren heen is het park door verschillende (zeldzame) vogelsoorten gebruikt als broedplaats. Inspreker vindt dat, met het aanhalen van de voorbeelden in zijn inspraak, overduidelijk blijkt dat de natuurwaarden ondergeschikt worden gemaakt aan een rendabele exploitatie voor de ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=574adfd8-0f32-42d4-ae44-3c6020c2675b