a. Notitie beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
33.
Indiener heeft een tweede woning als pensioenvoorziening. Hij wil later terugkeren en daar zelf gaan wonen.
Het houden van een woning is niet verboden. Het daar in later stadium terugkeren ook niet. Het is echter niet gewenst een woning aan te houden met het doel daar rendement uit te halen door die woning structureel toeristisch te verhuren.
34.
Beperken van de verhuur heeft geen invloed op de huizenprijzen. Anderen menen dat dit wel het geval is. Daarnaast vrezen indieners voor lagere WOZ (OZB) bij een verhuurbeperking.
De meningen over de betekenis van dit beleidskader voor de ontwikkeling van de huizenprijzen lopen uiteen. Waar sommigen wijzen op het risico van prijsdaling bij het weren van beleggers menen andere dat het beleid geen invloed zal hebben en daardoor zijn doel voorbij zal schieten. Naar onze mening zal op korte termijn meer woningaanbod beschikbaar komen voor woningzoekenden en voor personen die een tweede woning willen aanschaffen. Dat volgt simpelweg uit het feit dat het voor de belegger minder interessant wordt een woning aan te kopen. Of dat invloed heeft op de woningprijzen is van meerdere factoren afhankelijk, zoals de mate van woningnood, de vermogenspositie van potentiële kopers en de renteontwikkeling. Daar gaan wij geen voorspelling op loslaten. Wat wel opvalt is dat in zienswijzen van niet-verhuurders niet wordt gesproken over het risico op waardedaling van onroerend goed. Blijkbaar leeft dit aspect niet of nauwelijks bij eigenaren/gebruikers van een woning als hoofdverblijf en voornamelijk bij verhuurders. Het is overigens geen doelstelling van de gemeente om de WOZ-waarden zo hoog mogelijk vast te stellen om zoveel mogelijk belastinginkomsten te genereren.
35.
De kwantitatieve woningvoorraad is ruim voldoende. Dit beleidskader schiet zijn doel voorbij. Het is een prima oplossing dat overschot wordt gebruikt voor recreatieve verhuur.
Het is juist dat de kwantitatieve woningvoorraad ruim voldoende is. Eén van de oplossingen voor dit overschot is het op ruime mate toestaan van gebruik van woningen als tweede woning (deeltijdwonen). Dit is bestemmingsplanmatig toegestaan en beleidsmatig wenselijk. Gebruik voor kortdurende recreatieve verhuur is dat niet.
22
36.
Er zal slechts een beperkt effect optreden ten aanzien van de leefbaarheid. Ook Belgen wonen veelal in opgekochte woningen, doch leiden een sociaal leven in België. Ook zij dragen weinig bij aan de leefbaarheid.
Voor zover een woning wordt gebruikt in overeenstemming met het bestemmingsplan treedt de gemeente niet op. Concrete leefbaarheidseffecten zijn lastig meetbaar. Het is om die reden ook dat de gemeente in eerste instantie opteert voor een (eenmalige) registratieplicht en het beleid na 1 jaar wil monitoren en waar nodig wil bijstellen. Voor wat betreft leefbaarheidseffecten is het doel voor de korte termijn om bij nieuw te koop komende woningen de belegger te ontmoedigen zodat woningen beschikbaar zijn voor mensen die een duurzame relatie hebben (of krijgen) met de kern waar de woning staat, het zij als permanente bewoner, hetzij door daar als deeltijdbewoner periodiek terug te keren naar de eigen tweede woning.
37.
Er wordt een vergunningstelsel vergunningen.
pleidooi gehouden voor een met een maximaal aantal
De Huisvestingswet biedt deze mogelijkheid. Er zitten echter een aantal beperkingen aan. Zo zal een gemaximeerd aantal vergunningen vrijwel zeker leiden tot een hoger aantal aanvragers dan dat vergunningen beschikbaar zijn. Dat betekent dat vergunningen verdeeld moeten worden, in sommige gevallen geweigerd moeten worden en periodiek zullen moeten herverdeeld. Wij menen dat een dergelijke maatregel in dit stadium buitenproportioneel zal zijn.
38.
Indieners proberen de gasten een fijne vakantie te bezorgen en de plaatselijke economie te steunen.
Wij zijn blij dit te horen. Wij hebben ook geen indicaties van het tegendeel.
39.
Veel oudere huizen in de dorpen zijn ongeschikt voor permanente bewoning. Als vakantiehuis zijn ze wel geschikt en zijn een onderscheidend product. Tijdelijke verhuur is een kostendrager om de financiering van het vakantiehuis mogelijk te maken. Dat kan leiden tot verplicht verkopen.
Er zijn inderdaad woningen die, gelet op de bouwkundige kenmerken, de grootte, de inrichting of de ligging moeilijk geschikt zijn te maken voor permanente bewoning. Om die reden richt de gemeente zich tot de deeltijdbewoner en legt deze geen beperkingen op. Als kostendrager voor de (tweede) woning mag gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden om de woning in incidentele mate te verhuren. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat dit een gedeeltelijke kostendrager vormt en niet dat woningen worden aangekocht met het doel om rendement uit te halen. Als dat al leidt tot verplichte verkoop, wat wij niet waarschijnlijk achten, dan zal dit altijd zijn bij tweede woningen. Woningen die worden gebruikt als hoofdverblijf zijn in de regel nimmer meer dan in incidentele mate beschikbaar voor toeristische verhuur.
40.
Beperking van toeristische verhuur leidt juist tot verdere verschraling van het voorzieningenaanbod. Huurders maken ook gebruik van lokale voorzieningen, zoals bakker of slager.
Zie nr. 5.17.
41.
Met 60 dagen verhuur kunnen de lasten van een woning niet worden gedekt.
Zie nr. 5.39.
23
42.
Beperking tot 60 dagen zal leiden tot concentratie in de toch al overvolle zomerperiode
Wij kunnen deze stellingname niet volgen. Het is aannemelijk dat bij incidentele verhuurmogelijkheden, voor zover dat gecombineerd kan worden met eigen gebruik van de woning, zal worden gekozen voor verhuur in het hoogseizoen. Dat levert immers de hoogste prijzen op. Wij achten het minder aannemelijk dat bij een uitbreiding van verhuurmogelijkheden tot (bijvoorbeeld) 120 nachten, bepaalde eigenaren de keuze zullen maken de verhuuraccommodatie in het hoogseizoen bewust leeg te laten staan. De druk in het hoogseizoen zal dus niet afnemen, los van de wenselijkheid daarvan.
43.
Bevolkingskrimp kan enkel worden opgelost met nieuwbouw en hoogwaardige werkgelegenheid en niet met deze maatregel.
Wij zijn ons er van bewust dat de in te voeren maatregelen op zichzelf gezien niet het wondermiddel zullen zijn tegen bevolkingskrimp.
44.
Ingrijpen in de mogelijkheden voor toeristische verhuur is teveel een inmenging van het eigendomsrecht. Er is sprake van een buitenproportionele maatregel door de verhuur te beperken tot 60 of 120 nachten.
Zoals betoogd is geen sprake van een overheidsingrijpen. Materieel veranderen de mogelijkheden voor toeristische verhuur niet.
45.
Het voorstel zou ingetrokken moeten worden wegens slechte onderbouwing. De doelstellingen gaan nooit bereikt worden en heeft grote consequenties voor inwoners en verhuurders.
Aan de onderbouwing van het voorstel op grondslag van de doelstellingen van de Huisvestingswet en de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit is nadrukkelijk aandacht besteed in de toelichting op de verordening. Dit is nieuw toegevoegd naar aanleiding van de zienswijzefase. Overigens zijn de consequenties wat ons betreft niet heel groot, mede gelet op de voorgestelde gefaseerde invoering en de uitgebreide toelichting bij vraag 5.29.
46.
Indiener kondigt aan zich het recht voor te behouden om te procederen tegen de gemeente.
Dat mag uiteraard. Zowel voor- als tegenstanders van ruimhartige of juiste beperkte mogelijkheden van toeristische verhuur hebben reeds aangekondigd besluitvorming aan de rechter voor te zullen leggen. Beleidsstukken en verordeningen zijn op zichzelf niet vatbaar voor bezwaar en beroep. Concrete besluiten tot het verlenen of weigeren van een (omgevings)vergunning en tot het inzetten of afzien van handhaving zijn dat wel. De rechter zal daarbij indirect het beleid en regelgeving van de gemeente toetsen, zowel aan hogere regelgeving als aan beginselen van behoorlijk bestuur.
47.
Indiener verzoekt de restrictie tot 120 dagen in zijn geval te laten vervallen omdat hij een vergunning “ongeschiktheid voor permanente bewoning heeft verkregen.
Zie de reactie bij nr. 5.30.
Een inperking van het eigendomsrecht is overigens niet per definitie verboden. Bij de beantwoording van Q4, paragraaf 3, is hier nadrukkelijk aandacht aan besteed.
24
48.
Indiener heeft een dure bestemmingsplanprocedure moeten doorlopen en ziet nu dat anderen 120 dagen (dus ongelimiteerd) mogen verhuren.
Indiener heeft een bestemmingsplanprocedure moeten doorlopen om structureel toeristisch te mogen verhuren in het buitengebied. De eisen aan vergunningverlening voor structurele toeristische verhuur zoals in het beleid verwoord gelden enkel binnen de bebouwde kom. In ons voorstel is enkel incidentele verhuur toelaatbaar. Voor wat betreft het buitengebied zal in voorkomende gevallen een uitgebreide bestemmingsplanprocedure moeten worden gevolgd. Dat wijzigt niet.
49.
Indiener heeft zijn huis niet als investeringsobject gekocht dus als gebruik voor eigen familie.
Het gebruik van een tweede woning voor zichzelf is onbeperkt toegestaan.
50.
Waarom wordt wel permanente vakantieparken toegestaan en dit niet?
Permanente bewoning op vakantieparken is bestemmingsplanmatig evenmin toegestaan. Toezicht en handhaving hierop is arbeidsintensief en (dus) duur. Dat betekent dat de gemeente niet in alle gevallen actief toezicht houdt.
51.
Voorzieningen worden juist betaald door toerisme.
Het is juist dat de toeristische sector, onder meer door de afdracht van toeristenbelasting, meebetaalt aan de voorzieningen in de gemeente. Dat verandert niet.
52.
Indiener wijst er op dat sommige woningen in de kernen zowel een woon- als recreatieve bestemming hebben.
Dat is juist. Op ieder perceel binnen de gemeente rust een bepaalde bestemming. Bij woonbestemmingen is toeristische verhuur in de regel slechts incidenteel toegestaan. Bij de bestemming verblijfsrecreatie is toeristische verhuur onbeperkt toegestaan, dus jaarrond, maar is permanente bewoning in de regel verboden. Daarnaast zijn er percelen met een gemengde bestemming (wonen + verblijfsrecreatie). Hier is zowel bewoning als jaarrond toeristische verhuur toegestaan.
bewoning
op
Wij begrijpen dat dit in de praktijk tot bijzondere situaties kan leiden, aangezien dergelijke percelen in sommige gevallen nagenoeg naast elkaar liggen. De bestemmingsplanmatige situatie is ooit vastgesteld door de volksvertegenwoordiging (gemeenteraad) waarbij de gemeenteraad de goede ruimtelijke ordening in acht heeft genomen, bijvoorbeeld door zich te buigen over de gevolgen voor het woon- en leefklimaat, verkeersafwikkeling of parkeren. Tegen deze raadsbesluiten heeft te allen tijde beroep opengestaan, hetzij door eigenaren of gebruikers zelf (die zich beperkt voelen in de gebruiksmogelijkheden), hetzij door omwonenden (die meenden dat hun belangen werden geschaad door gebruiksmogelijkheden van naburige percelen). Op die manier is een situatie ontstaan die in rechte vaststaat en die in dit beleidskader niet kan worden gewijzigd. De planologische situatie kan enkel worden gewijzigd door een raadsbesluit tot herziening van de bestemmingsplansituatie. Een dergelijk besluit is met waarborgen omkleed en tegen het besluit staat beroep open. In dit kader zien wij de bestemmingsplanmatig toegestane situatie als een gegeven.
25
53.
De beperking van het aantal nachten gaat niet maken dat er geen overlast meer is. Een nachtenbeperking gaat leiden tot de situatie dat enkel wordt verhuurd in de periode dat de hoogste prijzen gelden en de hoogste bieder komt. Dat is juli/augustus en groepen (jongeren) kunnen het meest betalen. Zij kunnen immers gemakkelijk de kosten delen.
Welke doelgroep wordt aangesproken is primair aan de verhuurder. Het kader biedt wel eisen (bijvoorbeeld ten aanzien van toezicht door de verhuurder) om overlast zoveel als mogelijk te beperken. Die eisen zien in hoofdlijn op de borging van het goede woon- en leefklimaat. Een eventueel later in te voeren aantal-nachtencriterium ziet minder op het woon- en leefklimaat, maar voornamelijk op de leefbaarheid door een evenwicht te creëren tussen vaste bewoners en toeristen. Onder nr. 5.28 is uitgelegd dat er in feite geen koppeling ligt tussen het voorkomen van overlast en het nachtencriterium.
54.
Geen overlast veroorzaken begint bij de verhuurder.
Wij onderschrijven deze stelling. De eisen die wij in dit kader stellen aan toeristische verhuur richten zich ook grotendeels tot de verhuurder.
55.
Mensen met een tweede woning die deze toeristisch verhuren worden onevenredig getroffen in hun belangen ten opzichte van mensen die geïnvesteerd hebben in een pand met de bestemming recreatieve verhuur. Met name is dat lastig te begrijpen omdat de panden vaak in directe nabijheid van elkaar liggen van hun eigen pand, waar verhuur straks gelimiteerd zijn.
Het is primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar/gebruiker om zich vooraf een beeld te vormen van het toegestane gebruik van onroerend goed. Aan dat toegestane gebruik wordt materieel niets gewijzigd.
56.
Woningen zijn specifiek gekocht in Port Scaldis voor recreatieve verhuur. Dat mag niet zomaar teruggedraaid worden.
Tot op perceelsniveau kan worden afgelezen welk gebruik is toegestaan en niet toegestaan. Op individuele gevallen gaat deze notitie niet in. Wel zal bij toezicht en handhaving nadrukkelijk oog zijn voor iedere individuele casus.
57.
Indiener heeft een probleem met het terugvragen van BTW. Gaat de gemeente dat compenseren?
Nee. De gemeente voert geen verbod in. Voor zover iemand ten onrechte fiscaal voordeel heeft verkregen door bestemmingsplanmatig niet toegestaan gebruik op te geven bij de Belastingdienst is dat een eigen verantwoordelijkheid. Voor zover iemand meent dat dit te wijten is aan foutief verkregen informatie van de gemeente wijzen wij hier naar het gestelde bij nr. 5.31.
58.
Onbeperkte verhuur moet kunnen mits aan stringente voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het voorkomen van overlast.
Wij delen deze visie niet. Zoals aangegeven is het bestemmingsplan voor ons een gegeven (zie bijvoorbeeld nr. 5.52) en ligt geen nadrukkelijke koppeling tussen het voorkomen van overlast en een eventueel in later stadium in te voeren nachtencriterium (zie bijvoorbeeld nr. 5.28).
Het is juist dat panden met verschillende bestemmingen vaak in de nabijheid van elkaar zijn gesitueerd. Zoals onder nr. 5.52 weergegeven zien wij de bestemmingsplanmatig toegestane situatie als een gegeven. Iedere belanghebbende heeft op enig moment invloed gehad hierop, hetzij door zich te mengen in de bestemmingsplanprocedure, hetzij bij de afweging van een (latere) aankoopbeslissing. Daar brengt dit kader geen wijziging in.
26
59.
De ontwerpverordening is onverbindend en onrechtmatig en in strijd met hogere (Europese en nationale) regelgeving. Er wordt niet voldaan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Er wordt niet onderbouwd dat aan alle wettelijke vereisten is voldaan. Er is geen sprake van woningschaarste en de grondslag leefbaarheid is niet onderbouwd. De regelgeving heeft zeer verstrekkende gevolgen voor de betrokken verhuurders. Er is geen sprake van de benodigde ‘dwingende redenen van algemeen belang’.
De primaire doelstelling van het ter inzage leggen van het ontwerpkader en de ontwerpverordening is om wensen en bedenkingen op te halen bij een ieder die op de stukken wenst te reageren, hetzij vanuit een persoonlijk, hetzij vanuit een ideëel belang. De juridische borging van de stukken heeft in de ontwerpstukken nog niet die aandacht gekregen. In de toelichting bij de verordening is daar voor wat betreft de besluitvormingsfase wel die aandacht aan gegeven.
60.
De gemeenteraad heeft niet onderbouwd waarom niet met een hoger nachtencriterium (180 of 240 dagen) kan worden volstaan.
Een nachtencriterium van 180 of 240 nachten zal ik de praktijk een dode letter zijn. Onder nr. 5.14 is dit uitgelegd. Overigens wordt in dit stadium (nog) niet voor een concreet criterium gekozen.
61.
De gemeente maakt onvoldoende inzichtelijk welke klachten er bestaan, waar die klachten vandaan komen en schiet daardoor met ‘een kanon op een mug’. Het is beter klachten op te lossen dan iedereen te beperken.
Zoals aangegeven is het bestemmingsplan voor ons een gegeven (zie bijvoorbeeld nr. 5.52) en ligt geen nadrukkelijke koppeling tussen het voorkomen van overlast en een mogelijk in later stadium in te voeren nachtencriterium (zie bijvoorbeeld nr. 5.28).
62.
Toeristische verhuur wordt als een impuls voor de toeristische sector gezien.
Wij zijn het eens met de stelling dat toeristische verhuur van woningen niet als onwenselijk wordt gezien voor zover aan de gestelde eisen wordt voldaan.
63.
In het bestemmingsplan is geen expliciet verbod opgenomen ten aanzien van toeristische verhuur. Daarmee is dit toegestaan.
Deze stelling geeft blijk van een onjuiste uitleg van bestemmingsplanregels. Niet ieder verboden gebruik is in de bestemmingsplanregels opgenomen. In principe is ieder gebruik dat niet onder het toegestane gebruik valt per definitie verboden.
6. Suggesties Door verschillende indieners worden suggesties gedaan voor alternatieve oplossingen. In dat kader kan het volgenden worden opgemerkt. Nr. 1.
Beknopte samenvatting van de ingediende zienswijzen De suggestie om een vergunningstelsel in te voeren om woningen 365 jaar per jaar te mogen verhuren als aantoonbaar geen of zeer weinig overlast veroorzaakt wordt en wordt voldaan aan randvoorwaarden zoals parking op eigen terrein etc.
Reactie namens het college Een dergelijk vergunningstelsel zit in het kader opgenomen. Als aan de daar gestelde eisen wordt voldaan dan kan een omgevingsvergunning worden verleend met toestemming om een woning met woonbestemming te mogen gebruiken voor verblijfsrecreatieve doeleinden. Met een dergelijke omgevingsvergunning kan jaarrond worden verhuurd.
27
2.
Er wordt gepleit voor het instellen van een persoonsgebonden overgangsregeling. Bijvoorbeeld: op 1 januari 2014 of 1 januari 2016 verhuur betekent een vrijstelling tot eigendomsoverdracht.
Aan een dergelijke overgangsregeling zitten een aantal nadelen, om reden dat wij daarvoor niet kiezen. Ten eerste zou een overgangsregeling een beloning inhouden van diegenen die op dit moment de wet overtreden en een woning in strijd met het bestemmingsplan (laten) gebruiken. Ten tweede bestaat geen compleet inzicht op perceelsniveau welke woningen toeristisch worden verhuurd zodat er onherroepelijk bewijsproblemen ontstaan. Ten derde zal een dergelijke regeling altijd voorwaarden met zich meebrengen die arbitrair zijn, zoals een datum waarop verhuurd moet worden. Er zullen altijd verhuurders zijn die net binnen of net buiten de overgangsregeling vallen. In dat samenstel van factoren is een persoonsgebonden overgangsregeling een bron voor potentiële conflicten. De gemeente is ook niet gehouden tot overgangsrecht, gelet op het feit dat geen verworven rechten worden ingeperkt.
3.
Er wordt geopperd om vanaf nu enkel verkoop van woningen toe te staan voor permanent gebruik.
In feite is deze suggestie een afgeleide van hetgeen hiervoor gesteld onder nr. 6.2. Wij zijn daarvan geen voorstander. Daar komt nog bij dat het enkele toestaan voor permanent gebruik betekent dat ook het gebruik als tweede woning niet onverkort wordt toegestaan. Dat strijdt met de visie die de gemeente op dit moment aanhangt. Gebruik als tweede woning (deeltijdwonen) wordt niet als onwenselijk gezien.
4.
De suggestie wordt gedaan om te stimuleren dat woningen worden opgekocht of opgeknapt of zelf actief woningen op te kopen en op te knappen. Daar waar mogelijk in combinatie met verhuur aan jongeren. In dat kader wordt bijvoorbeeld gedacht aan sloop- en renovatieregelingen.
Er bestaan stimuleringsregelingen om woningen op te knappen. Het verwerven van woningen met het doel deze op te knappen en (met winst) te verkopen wordt niet ontmoedigd.
5.
Indiener pleit voor een maximaal percentage te verhuren woningen. Indiener ziet op dit moment geen probleem maar meent wel dat voldoende woningen beschikbaar moeten blijven voor de jeugd die in een kern wil blijven wonen. Nieuwbouw kan daartoe een instrument zijn. Anderzijds moet er voor gewaakt worden dat er in de gehele gemeente wordt gebouwd enkel om in het inkomen van beleggers te voorzien. We moeten ook aan de sfeer, rust en ruimte van de streek denken.
Op het maximale percentage te verhuren woningen is ingegaan in nr. 5.37. Wij zijn daar op dit moment geen voorstander van. Nieuwbouw en de bereikbaarheid van woningen voor bepaalde doelgroepen is overigens nadrukkelijk onderdeel van het woonbeleid zoals dat is verwoord in de beleidsvisie “Krachtig Verbonden”.
6.
Er wordt geopperd om een overgangsregeling in te stellen. Hoe langer een huis in eigendom is, hoe minder
Ten aanzien van de nadelen van een overgangsregeling is onder nr. 6.2 gesproken.
28
beperkingen er worden gesteld aan verhuur. Er wordt gepleit voor een ontheffing voor zittende verhuurders. 7.
De suggestie wordt gedaan om woningen die toeristisch worden verhuurd als zodanig te bestemmen. In dat geval wordt plancapaciteit vrijgespeeld en kunnen nieuwe woningen worden gebouwd.
Deze suggestie is reeds besproken onder nr. 5.32. In grote lijn onderschrijven we deze suggestie. Deze optie wordt separaat uitgewerkt.
8.
Geopperd wordt een pilot uit te voeren.
Door meerdere indieners wordt gewezen op de mogelijkheid van een pilot. Wij zien op dit moment geen grondslag voor een pilot omdat het de ene woonkern kan bevoordelen of benadelen ten opzichte van de andere woonkern.
9.
De overgangsperiode van 6 maanden is te kort.
De periode van 6 maanden volgt uit de Huisvestingswet.
10.
Een parkeerplaats per te verhuren woning wordt als voldoende gezien. Een Bed en Breakfast of een hotel mag ongebreideld gasten ontvangen. Die parkeren ook langs de openbare weg. In de gemeente Sluis speelt geen parkeerproblematiek.
Het aantal parkeerplaatsen sluit aan bij het parkeernormenbeleid gemeente Sluis zoals recent door de gemeenteraad is vastgesteld in september 2021. Voor een vakantiewoning van 5 tot 8 slaapplaatsen wordt uitgegaan van 2 eenheden. Hoofdregel in het beleid is dat in parkeren wordt voorzien op eigen terrein. Gelet op de huidige parkeerdruk in de kernen vinden we het compenseren van parkeerplaatsen ongepast.
11.
Een vloeroppervlak van 15 m2 per persoon is veel te veel. Roompot verhuurt chalets van 60 m2 aan 6 personen.
In het definitieve kader worden eisen per (daadwerkelijk aanwezige) persoon losgelaten. De eisen worden meer nadrukkelijk gekoppeld aan de (gebruiksmogelijkheden van de) woning.
12.
Er kan beter aandacht worden gegeven aan starterswoningen (nieuwbouw) en het voorkomen van sloop van woningen van de woningbouw.
In het woonbeleid van de gemeente wordt hier aandacht aan besteed.
13.
Er wordt een pleidooi gehouden vergunningverlening om bijgebouwen verhuurd uit de illegaliteit te halen.
voor meer die worden
Gebruik van bijgebouwen als woonruimte of recreatiewoning is niet toegestaan. In het beleidskader is dit nadrukkelijk voor het voetlicht gebracht. Naar onze mening geeft het ombouwen van bijgebouwen tot woonruimte of recreatiewoning niet de ruimtelijke kwaliteit die wordt nagestreefd.
14.
Voorgesteld wordt om dit kader niet van toepassing te verklaren op de appartementencomplexen in het Havengebied Breskens.
Tot op perceelsniveau is en blijft het bestemmingsplan leidend. Voor wat betreft het Havengebied Breskens geldt het kader eveneens voor appartementen met een woonbestemming maar niet voor appartementen met een verblijfsrecreatieve of additionele bestemming.
29
7. Werkingsgebied Ten aanzien van het werkingsgebied van de verordening zijn de volgende zienswijzen ingediend. Nr. 1.
Beknopte samenvatting van de ingediende zienswijzen Het pleidooi om het beleid voor de gehele gemeente in te voeren wordt door indieners ondersteund. Zij vrezen een waterbedeffect: als enkel in de kustzone regulering plaatsvindt dan zal het probleem zich verplaatsen naar het achterland.
Reactie namens het college Het werkingsgebied van beleid en verordening is een vraagstuk waar veelvuldig aandacht voor wordt gevraagd. In het ene uiterste wordt gepleit voor maatwerk per kern, of soms zelf per buurt, daar wordt in het andere uiterste gevraagd om uniformering van beleid voor de gehele gemeente. Om daar een goede afweging in te kunnen maken moet allereerst duidelijk zijn wat het onderscheid is tussen gebieden die binnen en buiten het werkingsgebied vallen. Het is in dat kader goed om terug te verwijzen naar paragraaf 3, Q1 en Q2. Ieder perceel binnen de gemeente heeft een bepaalde bestemming. Voor percelen met een woonbestemming geldt dat de woonfunctie de overhand moet hebben en enkel incidentele verhuur is toegestaan. Het is niet toegestaan de marges van het bestemmingsplan op te rekken of te beperken in een beleidskader. Een beleidskader mag wel een uitleg bevatten hoe het college redelijkerwijs een bestemmingsplanbepaling uitlegt. Die uitleg volgt in het beleidskader. Het beleidskader legt uit in welke situaties wij menen dat toeristische verhuur van woonruimte niet in strijd is met de bestemming ‘wonen’. Dat geldt gemeentebreed. In het beleidskader wordt dit meer nadrukkelijk verwoord.
Ten aanzien van de verordening op grond van de Huisvestingswet geldt dat deze enkel mag worden ingevoerd voor die deelgebieden van de gemeente waar kan worden gemotiveerd dat de inzet van maatregelen noodzakelijk, geschikt en proportioneel is voor het behoud of de bevordering van de leefbaarheid in de woonomgeving. Wij menen dat die situatie op dit moment aan de orde is in de kernen direct aan de kustzone. Enkel voor die kernen stellen wij voor een Leefbaarheidsverordening vast te stellen. In feite brengt het instellen van een Leefbaarheidsverordening in de voorgestelde vorm geen verschil in de inhoudelijke mogelijkheden tot verhuur. Zowel voor de deelgebieden binnen als buiten dit werkingsgebied geldt dezelfde verhuurbeperking. Onder het regime van de Leefbaarheidsverordening wordt wel toezicht en handhaving eenvoudiger als gevolg van de registratieplicht. In het Kader en de verordening wordt hier nadrukkelijk aandacht aan besteed.
30
2.
Als niet het hele grondgebied van de gemeente kan, dan wordt specifiek aandacht gevraagd voor de wijk Groenevelt Sluis en voor Sint Anna ter Muiden.
Onder verwijzing naar nr. 7.1 stellen wij in eerste instantie voor het werkingsgebied van de verordening te beperken tot de kernen direct gelegen aan de kustzone. Binnen een jaar na inwerkingtreding van het beleid stellen wij een evaluatiemoment voor. Daar wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het werkingsgebied.
3.
Welke rechtvaardiging bestaat voor het onderscheid tussen de kuststrook en het achterland?
De rechtvaardiging voor het onderscheid tussen kuststrook en achterland is opgenomen in de toelichting bij de verordening. In het Kader en de verordening zal dit nadrukkelijk worden toegelicht.
4.
Gevraagd wordt om ook aandacht te hebben voor het achterland. Zeker gebieden in de grensstreek staan net zo zeer onder druk door een grote toeloop van Belgische kopers die vaak wel in het dorp komen wonen maar niet of nauwelijks deelnemen aan het sociaal leven, zoals school, sport of kinderopvang.
Zie de reactie bij nr. 7.2.
5.
Er wordt gevraagd om maatwerk per kern of per buurt.
Na vaststelling van het beleid gelden twee regimes. Binnen het werkingsgebied van de verordening geldt het regime van de verordening, dus inclusief registratieplicht. Zowel binnen als buiten het werkingsgebied van de verordening geldt het planologisch regime. Buiten het werkingsgebied van de verordening geen registratieplicht. Het uitsplitsen op kernniveau of zelfs wijkniveau leidt, gelet op de relatief kleine gemeente, al snel tot uitsplitsing op straat- of adresniveau. Wij zien daarvoor op dit moment geen rechtvaardiging.
6.
Woningen in het buitengebied kunnen geen overlast veroorzaken, ook geen parkeerdruk. Het aan banden leggen van het buitengebied valt niet te rijmen met het grote aantal vakantieparken in het buitengebied die 365 nachten per jaar verhuurd mogen worden.
Ook voor het buitengebied geldt dat zal moeten worden voldaan aan hetgeen de gemeenteraad in de bestemmingsplannen heeft vastgelegd. Vakantieparken kennen in de regel de bestemming “verblijfsrecreatie”. De overige percelen in het buitengebied kennen die bestemming in de regel niet. De rechtvaardiging voor het onderscheid tussen vakantieparken en overige delen van het buitengebied zit in het bestemmingsplan.
7.
Indiener wil Hoofdplaat ontzien. Er is geen sprake van overlast, panden zijn mooi opgeknapt en er is een impuls voor de middenstand.
Zie de reactie bij nr. 7.2.
8.
Het is niet toegestaan het werkingsgebied te bepalen op de gehele gemeente. Dat is in strijd met de Huisvestingswet.
Gelet op de motiveringseisen die de Huisvestingswet stelt delen wij deze zienswijze op dit moment.
31
9.
Het is niet duidelijk waardoor een verschil tussen de bebouwde kom en het buitengebied wordt gerechtvaardigd.
Het beleid kent dit onderscheid niet. In de verordening wordt dit onderscheid geschrapt.
8. Gelijk speelveld Nr. 1.
Beknopte samenvatting van de ingediende zienswijzen Gevraagd wordt om aandacht voor een gelijk speelveld. Indiener is exploitant van een kleinschalig hotel. Vanuit deze exploitatie moet hij voldoen aan allerlei regels op het gebied van brandinstallaties, doormelding daarvan, certificering, rechten, verzekeringen. Kosten die iemand die particulier verhuurt niet heeft. Toeristische verhuur van woningen (of kamers) draagt niet bij aan werkgelegenheid in de regio, neemt gasten weg van de professionele verstrekkers van logies die aldus meer moeite hebben om de bedrijfsvoering rond te krijgen.
Reactie namens het college Het streven naar een gelijk speelveld tussen professionele aanbieders van toeristisch nachtverblijf enerzijds en (vaak particuliere) aanbieders van woonruimte voor toeristische verhuur wordt breed gedeeld. Om die reden wordt deze doelstelling meer expliciet benadrukt in het beleidskader.
9. Handhaving Nr. 1.
Beknopte samenvatting van de ingediende zienswijzen Er worden vraagtekens gezet bij de capaciteit om toezicht te kunnen houden en te kunnen handhaven. Dat gebeurt op dit moment ook niet.
Reactie namens het college Het is niet juist dat er op dit moment in het geheel niet gehandhaafd wordt. Het klopt wel dat er niet actief wordt gehandhaafd. Handhaving beperkt zich op dit moment tot situaties waarbij vrees bestaat dat er (brand)veiligheidsrisico’s bestaan of bij verzoeken om handhaving. De reden dat niet actief tot handhaving wordt overgegaan ligt voornamelijk in het arbeidsintensieve proces. Handhaving kan op dit moment enkel op basis van strijd met het bestemmingsplan. De gemeente zal moeten aantonen dat sprake is van toeristische verhuur in meer dan incidentele mate. Dat vraagt een gedegen bureauonderzoek (aanbod van woonruimte, administratie van verhuurders) in combinatie met meerdere controlebezoeken. De bewijslast rust op de gemeente. In de afweging van (handhavings)prioriteiten heeft dit onderwerp tot heden geen hoge prioriteit gekregen.
32
In de voorgestelde situatie wordt in de kernen waar toeristische verhuur voornamelijk speelt een registratieplicht ingevoerd. Verhuurders dienen zich te registreren en aan objectieve criteria te voldoen. De gemeente kan dus met relatief eenvoudige steekproefgewijze controles vaststellen of aan de verplichtingen wordt voldaan. Met relatief beperkte handhavingscapaciteit kan zodoende breed worden gecontroleerd of aan de eisen wordt voldaan. Dat neemt niet weg dat geen sprake kan zijn van overlast of leefbaarheid. In die gebieden waar de verordening niet werkt blijft het zoals het was. Toeristische verhuur in meer dan incidentele mate is niet toegestaan, doch de controles blijven arbeidsintensief zodat de gemeente enkel actief optreedt in geval van meldingen door direct betrokkenen. Voor toezicht en handhaving wordt capaciteit vrijgemaakt. Dat gebeurt in eerste instantie in beperkte mate en (nog) niet structureel. Het toezicht- en handhavingsvraagstuk is nadrukkelijk onderdeel van de evaluatie na 1 jaar. 2.
Waarom wordt het huidige gedoogbeleid ter discussie gesteld? Het gaat toch goed.
Zoals onder paragraaf 3, Q5, uitgelegd is geen sprake van gedogen. Wat de gemeente in toenemende mate ziet is dat er duidelijkheid gewenst wordt omtrent de exacte grenzen wat wel of wat juist niet mag. Dat gebeurt enerzijds door verhuurders, anderzijds door omwonenden. De gemeente ziet deze signalen niet los van de toenemende mate waarin woningen beschikbaar worden gesteld voor toeristische verhuur. In sommige gevallen gaan deze vragen over in klachten of zelfs verzoeken om handhaving. Bij dergelijke verzoeken om handhaving krijgt de gemeente vervolgens het verwijt dat selectief wordt gehandhaafd. De gemeente wil tegemoet komen aan de opmerkingen vanuit inwoners om duidelijkheid te scheppen over wat wel en wat niet mag. Dat doen we in dit beleidskader. Bij die duidelijkheid hoort, wat ons betreft, ook toezicht op de naleving.
3.
Door het jarenlang gedogen kan de gemeente het niet maken om nu te handhaven.
Onder paragraaf 3, Q7, is hier reeds op gereageerd.
4.
Er wordt een pleidooi gehouden voor strenge handhaving en zware boetes.
Nalevingsgedrag van regelgeving is gebaseerd op een aantal pijlers: de bekendheid met de regel (voorlichting) in combinatie met het innerlijk moreel besef (oftewel de vraag: ben ik het eens met een bepaalde regel?) in combinatie met de pakkans (controle) in combinatie met de sanctie (hoogte van de straf). In dit geval zet de gemeente in op steekproefsgewijze controle in combinatie met het wettelijk strafmaximum. Niet de pakkans is dus heel hoog, doch de sanctie is heel hoog. Die sanctie is dus niet bedoeld om de gemeentebegroting sluitend te krijgen, maar om nalevingsgedrag te bewerkstelligen. Daarnaast zet de gemeente actief in op voorlichting. Zeker in de beginperiode zal ook voornamelijk gewaarschuwd worden.
33
5.
Er wordt gepleit voor uitbreiding van het aantal toezichthouders.
De in te zetten handhavingscapaciteit maakt onderdeel uit van het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP). Dat kan jaarlijks worden bijgesteld op basis van (politiek te stellen) prioriteiten. Daarnaast maakt toezicht- en handhaving onderdeel uit van de evaluatie na 1 jaar.
8.
Er wordt een pleidooi gehouden voor een meldingsloket voor nachtverblijf.
In eerste instantie rust de verantwoordelijkheid voor ordentelijke verhuur bij de verhuurder. Bij de evaluatie kan een dergelijk meldingloket, althans de behoefte daaraan, worden meegewogen.
9.
Er wordt een pleidooi gehouden voor enkel handhaving bij overlast.
De mate van handhaving wijzigt uiteraard niet het feit dat sprake is van overtreding. Het enkel optreden bij overlast heeft niet onze voorkeur. Het kan gemakkelijk worden uitgelegd als willekeur.
10.
De angst bestaat dat registratie en melding leiden tot hoge kosten.
Dit scenario willen wij voorkomen. Registratie kan laagdrempelig digitaal plaatsvinden. In dit stadium wordt een meldingsplicht nog niet ingevoerd.
10. Overige opmerkingen In deze laatste (inhoudelijke) paragraaf zijn een aantal opmerkingen geclusterd die niet verder gecategoriseerd kunnen worden. Vaak zijn dit levende gevoelens omtrent dit onderwerp, maar zeker ook omtrent onderwerpen die raakvlakken hebben met toeristische verhuur maar heel specifiek buiten dit voorstel blijven. Nr. 1.
Beknopte samenvatting van de ingediende zienswijzen Het beleid gaat slechts over een klein deelgebied. Toeristische verhuur van woningen betreft slechts een klein percentage van het totale aantal van tienduizenden overnachtingsmogelijkheden op vakantieparken, appartementencomplexen etc.
Reactie namens het college De stellingname is juist. De doelstellingen die worden nagestreefd zijn uitvoerig beschreven in het beleidsstuk en in deze notitie. De raakvlakken met aanverwante beleidsterreinen op het gebied van leefbaarheid, wonen en recreatie worden ook herkend en erkend. Naar onze mening past e.e.a. in het bredere perspectief van de beleidsvisie “Krachtig Verbonden”.
2.
Betoogd wordt dat de kleine, sterke lobby om de toeristische verhuur in kernen aan banden te leggen teveel ruimte heeft ingenomen. Er wordt enkel ingegrepen op basis van een incident.
Wij hebben niet de indruk dat sprake is van een kleine, sterke lobby. Uit gesprekken met dorpsraden, met door het gemeentebestuur in het leven geroepen adviesorganen als RMDO of ART, met belangengroeperingen zoals Recron of Saverka en met individuele betrokkenen is bij ons het beeld ontstaan van een vraagstuk dat breed leeft. Naar onze mening wordt dat beeld bevestigd door het groot aantal ingediende zienswijzen.
34
3.
Er moet meer ruimte worden genomen voor weloverwogen keuzes. Om hoeveel starters gaat het? Om hoeveel woningen die in de kernen worden verhuurd? Er moet eerst duidelijkheid komen over de feiten. Er is te weinig inzicht in objectief meetbare gegevens.
Naar onze mening is er sprake van voldoende objectief onderbouwde gegevens om tot besluitvorming te komen. In de toelichting bij de verordening is hier nader aandacht aan besteed.
4.
Verschillende indieners wijzen op de problemen met verhuur aan grote groepen. Verschillende indieners bepleiten een maximale groepsgrootte van 6 tot 8 personen. In een woonwijk is een beperking tot maximaal 6 personen nodig. Niet de toeristische verhuur is een probleem, de toeristische verhuur aan groepen is een probleem.
Wij zijn ons er van bewust dat de groepsgrootte van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in de dorpen. Om die reden kiezen wij er voor om de groepsgrootte te koppelen aan de omvang van het gebouw, doch te allen tijde te kiezen voor maximaal een groepsgrootte die past bij een gezinsomvang.
5.
Indiener is tegen bebouwing in het buitengebied zonder het oogpunt van vaste bewoning. Streekeigen landschappen gaan verloren.
Wij nemen hier kennis van. Deze opmerking valt buiten de scope van dit vraagstuk.
6.
Het jaartal 2014 uit het amendement is totaal uit de lucht gegrepen.
Zoals wij eerder hebben betoogd onder nr. 5.29 zijn wij geen voorstander van enige vorm van overgangsrecht. Wij menen dat hier geen sprake van kan zijn. Het jaartal wordt dan ook uit de regelgeving gehaald.
7.
Waarom geldt de voorgenomen restrictie van scheiden wonen en recreatie niet bij Pharos of in Cadzand-Bad? Beleggers die meer te besteden hebben zijn niet gebonden aan de voorgestelde restricties. Er lijkt sprake van een disbalans om e.e.a. in dit kader wel te reguleren.
Zoals al meerdere malen aangehaald is wat ons betreft het bestemmingsplan leidend. In het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad een afweging van de toegestane bouw- en gebruiksmogelijkheden in relatie tot de totale ruimtelijke ordening, oftewel in relatie tot andere bouw- en gebruiksmogelijkheden in de omgeving.
Overigens laat het al dan niet aanwezig zijn van voldoende objectief meetbare gegevens onverlet dat reeds in de huidige situatie sprake is van overtreding bij structurele toeristische verhuur. Het al dan niet vaststellen van beleid verandert daar niets aan.
In het Havengebied van Breskens en in Cadzand-Bad is in overwegende mate sprake van toeristische bestemmingen. Dat maakt dat verblijfsrecreatie daar is toegestaan. 8.
Het gemeentebestuur heeft teveel aandacht voor het ongebreideld toevoegen van parken en appartementencomplexen. Sinds 2012 is het aantal slaapplaatsen met 48,8% toegenomen. Er moet meer aandacht komen voor starters in plaats van het creëren van nog meer overnachtingsmogelijkheden voor toeristen in de vorm van parken en appartementencomplexen.
In feite valt deze zienswijze buiten het kader zoals dat hier wordt aangeboden. Wij nemen hier kennis van.
35
9.
Indiener begrijpt niet het onderscheid dat appartementencomplexen worden uitgezonderd. Onbeperkte verhuur van dergelijke complexen moet worden genuanceerd.
Met de uitzondering van appartementencomplexen in de regelgeving bereikt de gemeenteraad niet dat daar onbeperkt verhuurd mag worden. Vanwege de gewenste eenheid van regelgeving wordt deze beperking door ons uit de regelgeving verwijderd.
10.
Indiener wil dat de VvE verhuur verbiedt in het eigen complex.
De gemeente is geen partij in een relatie tussen een VvE en individuele eigenaren van appartementsrechten.
11.
De stukken zijn klinisch en weinig toegankelijk. Zelfs voor raadsleden zijn de stukken moeilijk leesbaar.
Het is juist dat de stukken op onderdelen vrij technisch van aard zijn. Dat komt deels doordat twee regelgevingsinstrumenten naast elkaar bestaan: het bestemmingsplan en de verordening op grond van de Huisvestingswet. Aan beide moet worden voldaan. Om tegemoet te komen aan deze zienswijze hebben wij in paragraaf 3 een Q & A opgenomen van een aantal veel gestelde vragen en veel voorkomende misverstanden.
12.
Er zijn wisselende meningen over tweede woningen. Dat varieert van weinig overlast tot het ongewenst vinden dat woningen slechts een gedeelte van het jaar bewoond zijn. Er wordt ook verschillend gedacht over de vraag in hoeverre tweede woningbezit en –gebruik invloed heeft op de leefbaarheid.
Onder nr. 5.9 is kort ingegaan op het aspect tweede woningen. In algemene zin geldt dat het vraagstuk hier niet aan de orde is.
13.
De uitzondering voor het houden van een B&B wordt breed gesteund.
Het grote onderscheid tussen het houden van een Bed & Breakfast (B&B) en het bieden van toeristische verhuur van woonruimte is dat bij een B&B de hoofdgebruiker van de woning tijdens de overnachting zelf in dezelfde woning verblijft. Een B&B is aldus een ondergeschikte activiteit in de woning, terwijl het bieden van toeristische verhuur in plaats van de bewoning gebeurt. Voor het houden van een B&B zijn reeds spelregels vastgesteld. In sommige gevallen in de bestemmingsplannen zelf, anderzijds in de beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden. Aan die spelregels wordt vastgehouden. Dit beleidsstuk heeft daar geen invloed op.
14.
De plicht om zichtbaar een registratienummer op te hangen in de woning is in strijd met de regelgeving.
Wij delen deze zienswijze. Wij verwijderen deze passage uit de voorgestelde verordening.
15.
De gemeente Sluis zal gehouden zijn alle geleden en nog te lijden schade door verhuurders te vergoeden indien sprake blijkt te zijn van onrechtmatige wetgeving.
Onrechtmatige wetgeving kan een reden zijn voor het claimen van schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. Het staat een ieder vrij dergelijke schade te claimen.
36
16.
Er zijn indieners die zich zorgen maken om het polariserende debat. De term ‘belegger’ wordt ongepast gevonden.
Polarisering in een debat is nooit goed. In dat kader wordt de suggestie overgenomen om de term ‘belegger’ beter uit te leggen in het beleidsstuk. Onder nr. 5.18 is de term belegger eerder uitgelegd.
17.
Er zijn opmerkingen over het participatieproces. Dat wordt niet door iedereen als voldoende gezien, bijvoorbeeld door een zienswijzefase in de zomermaanden. Het ontbreekt aan transparantie in de procedure die is gevolgd.
In december 2019 heeft het college eerder een voorzet gedaan voor het schrijven van een beleidskader, destijds op basis van de ruimtelijke ordening. De gemeenteraad heeft dit voorstel van de agenda afgevoerd en het college de opdracht meegegeven met betrokken partijen in overleg te gaan. In dat kader heeft het college gesprekken gevoerd met verschillende gremia. Allereerst gaat het om dorpsraden van de meest betrokken kernen. Daarnaast om adviesorganen die door de gemeente zelf in het leven zijn geroepen om te adviseren over maatschappelijke en toeristische vraagstukken (RMDO respectievelijk ART), om belangengroeperingen van verhuurders, toeristische sector en bedrijfsleven (Saverka respectievelijk Recron, respectievelijk ondernemersverenigingen). Uit die gesprekken, en uit ongevraagde signalen van individuen, is input verzameld voor het opstellen van een ontwerpbeleidskader en ontwerpverordening. Voorafgaand aan de zienswijzefase is actief contact gezocht met alle gremia die in het voortraject zijn geraadpleegd, met individuen die zich eerder gemeld hebben aangaande dit onderwerp en met alle stads- en dorpsraden om hen te wijzen op de mogelijkheid van het indienen van zienswijzen. Daarnaast is via algemene kanalen (huis-aan-huis-blad, website, redactionele artikelen) aandacht gevraagd voor de zienswijzefase.
Aan de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze is massaal gehoor gegeven. Wat opvalt, en wat wij reeds in paragraaf 1 hebben aangegeven, is dat de gemaakte opmerkingen, grotendeels in het verlengde liggen van argumenten, stellingen en meningen die reeds in het voortraject zijn opgehaald. Dat, in combinatie met het grote aantal ingediende zienswijzen, maakt dat wij het beeld hebben dat op een zorgvuldige manier aandacht is besteed aan het participatieproces. Naar onze mening zijn alle relevante argumenten gewogen.
18.
Er wordt teveel macht toegekend aan dorpsraden. Deze zijn niet democratisch en niet onpartijdig.
Zoals hiervoor, bijvoorbeeld onder nr. 10.27, verwoord zijn stads- en dorpsraden één van de gesprekspartners. Dat neemt niet weg dat wij een belangrijke rol zien door dergelijke raden in de burgerparticipatie. Dat is onder meer als zodanig vastgelegd in “Krachtig Verbonden”, in ons participatiebeleid en in een convenant met stads- en dorpsraden.
19.
Met het amendement laat de gemeenteraad blijken dat burgerparticipatie een loze belofte is. Het gevoel leeft dat
Wij nemen kennis van deze opmerkingen en brengen deze onder de aandacht van de gemeenteraad.
37
de gemeente meer naar de toeristen luistert dan naar de eigen inwoners. 20.
De termen Leefbaarheidsverordening 2022 en Huisvestingsverordening 2022 lopen door elkaar heen.
Het is juist dat in de correspondentie tot heden de tenaamstelling niet uniform is geweest. Het is wel duidelijk geweest dat hetzelfde document is bedoeld. Vanaf dit document wordt consequent gesproken over de Leefbaarheidsverordening 2022.
11. Wijzigingen uit zienswijzen en ambtshalve wijzigingen In de paragrafen 4 tot en met 10 is inhoudelijk ingegaan op de ingediende zienswijzen. Op een aantal plaatsen leiden die zienswijzen tot aanpassing of nadere onderbouwing van de stukken. In deze paragraaf bespreken wij de aanpassingen die wij voorstellen. Als vertrekpunt wordt daarbij gehanteerd het ontwerpkader en de ontwerpverordening zoals deze in juni 2021 in gewijzigde vorm door de gemeenteraad ter inzage zijn gelegd. Op een aantal plaatsen wordt het destijds aangenomen wijzigingsvoorstel ook gemotiveerd ontraden. Het betreft de volgende wijzigingen: a) b)
c) d) e)
f) g) h) i) j)
De beleidsdoelstellingen worden meer concreet uitgewerkt in het Kader toeristische verhuur 2022 en in de toelichting op de Leefbaarheidsverordening 2022. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de zienswijzen 4.1, 4.6 en 8.1. Aan de verordening is een algemene en artikelsgewijze toelichting toegevoegd. Deze toelichting is reeds aangekondigd in de ontwerpstukken. In de toelichting wordt onder meer gemotiveerd op welke wijze de verordening tegemoetkomt aan de eisen die de Huisvestingswet stelt, om welke reden de gestelde maatregelen voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, hoe wij aan het aantal-dagen-criterium komen en hoe het werkingsgebied van de verordening kan worden gemotiveerd. Het invoegen van de toelichting komt tevens tegemoet aan de zienswijzen 5.14, 5.45, 5.59, 5.60, 7.1 en 7.3. In het Kader en de verordening zal worden opgenomen dat bestemmingsplanmatige beperkingen gemeentebreed gelden en dat de verordening enkel van toepassing is voor kernen aan de kust. Zie hieromtrent de zienswijzen 7.1 en 7.4. Het nachtencriterium wordt uit de stukken gehaald. Per geval wordt beoordeeld in hoeverre de verhuurmogelijkheden incidenteel of structureel zijn. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan zienswijze 5.14.
In het Kader worden de eisen die vanuit het aspect woon- en leefklimaat worden gesteld aan het vloeroppervlak per persoon, de groepsgrootte, de administratieve lasten en de verplichting tot het voeren van een registratienummer gewijzigd. De eisen worden meer nadrukkelijk opgehangen aan de woning (mogelijkheden) en minder aan het aantal feitelijk aanwezige gasten. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan zienswijzen 6.11, 10.4 en 10.14 en wordt een strijdigheid met de Huisvestingswet opgelost. In het Kader wordt nadrukkelijk gemotiveerd waarom geen aanleiding bestaat tot het voeren van een overgangsregeling. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de zienswijzen 5.29 en 10.6. In het Kader wordt het begrip ‘belegger’ nader gedefinieerd. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan zienswijze 10.13 en 10.16. In het Kader en de verordening wordt de uitzonderingsgrondslag voor appartementencomplexen en buitengebied geschrapt. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan zienswijzen 7.9 en 10.9 en wordt een niet bedoeld effect voorkomen. Het verbod op verblijf in bijgebouwen is nader aangestipt in de eisen in het Kader. De naamgeving van de in te stellen verordening wordt consequent aangepast tot “Leefbaarheidsverordening 2022”. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan zienswijze 10.20.
38
k) l)
Aan het kader wordt een samenvatting met maatregelen toegevoegd. Naar aanleiding van de wijzigingen onder a tot en met i wordt de Leefbaarheidsverordening als volgt aangepast:
Reden Paragraaf 11, onder h. Paragraaf 11, onder h. Paragraaf 11, onder e. Paragraaf 11, onder c Paragraaf 11, onder e Paragraaf 11, onder d Paragraaf 11, onder f Paragraaf 11, onder a en onder b
Wijzigingsvoorstel ten opzichte van inspraakfase Artikel 1 onder a (begripsbepaling Appartementencomplex) en artikel 5 lid 3 onder c (uitzonderingsbepaling appartementencomplex) worden geschrapt. Artikel 5 lid 3 onder d (uitzonderingsbepaling buitengebied) wordt geschrapt. De mogelijkheid voor bedrijfsmatige exploitanten om achteraf melding te doen wordt geschrapt (artikel 6 lid 3) wegens strijd met de wet. De begripsbepaling bedrijfsmatige exploitatie wordt daardoor overbodig en eveneens geschrapt (artikel 1). Artikel 8 wordt dienovereenkomstig aangepast. Het werkingsgebied van de verordening (artikel 2) wordt aangepast. De verplichting tot het fysiek voeren van een registratienummer wordt geschrapt (artikel 4). Het nachtencriterium van artikel 5 wordt geschrapt. Artikel 7 en de boetetabel worden dienovereenkomstig aangepast. In verband met het niet opnemen van een overgangsregeling wordt artikel 5 lid 3 geschrapt. Aan de verordening wordt een toelichting en een artikelsgewijze toelichting toegevoegd.
.
39