CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Grondstoffenbeleid 2025-2029

Commissie Samenleving/Middelen 28 januari 2025, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van grondstoffenbeleid 2025-202911.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Grondstoffenbeleid 2025-2029

Grondstoffenbeleid

2025-2029 "Samen houden wij grondstoffen gescheiden”

Inhoud 1 Inleiding .......................................................................................................................................................3 1.1 Wat is het grondstoffenbeleid ..............................................................................................................3 1.2 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 4 2 Samenvatting van onze visie ...................................................................................................................... 5 3 Doelstellingen ............................................................................................................................................. 7 3.1 Bestaande instrumenten ..................................................................................................................... 8 3.1.1 Buitengebied en laagbouw kernen ...............................................................................................

9 3.1.2 Hoogbouw kernen .........................................................................................................................12 3.1.3 Kust ...............................................................................................................................................12 3.2 Nieuwe doelen ...................................................................................................................................14 3.2.1 GFT ...............................................................................................................................................14 3.2.2 PMD ............................................................................................................................................. 16 3.2.3 Luiers ........................................................................................................................................... 19 3.2.4 Grof huishoudelijk afval.................................................................................................................20 3.2.5 Eerlijk inzamelen ...........................................................................................................................21 3.2.6 Frituurvet- en oliën .......................................................................................................................

22 4 Ambities ..................................................................................................................................................... 23 4.1 DIFTAR .............................................................................................................................................. 23 4.2 E-waste aan huis ................................................................................................................................23 4.3 Extra GFT-inzameling .........................................................................................................................24 5 Toekomstige ontwikkelingen ...................................................................................................................... 25 5.1 Mobiele milieustraat en circulair ambachtscentrum ........................................................................... 25 6 Context .......................................................................................................................................................26 6.1 Invloeden van hoger niveau ...............................................................................................................

26 6.1.1 Europa ..........................................................................................................................................26 6.1.2 Nederland .....................................................................................................................................26 6.1.3 Zeeland ........................................................................................................................................ 28 6.1.4 Zeeuws-Vlaanderen ..................................................................................................................... 32 6.2 Invloeden in de gemeente Sluis ......................................................................................................... 32 6.3 Sorteeranalyse ................................................................................................................................... 33 7 Communicatie en participatie .....................................................................................................................35 8 Kosten ........................................................................................................................................................ 37 9 Planning ...................................................................................................................................................

38 10 Besluit .......................................................................................................................................................40 11 Begrippenlijst .............................................................................................................................................. 41

1 Inleiding 1.1 Wat is het grondstoffenbeleid De gemeente Sluis heeft een nieuw plan voor het omgaan met huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen. Dat plan ligt nu voor u en heet ‘grondstoffenbeleid 2025-2029’. Het oude ‘grondstoffenplan 2019-2023’ is de basis voor dit nieuwe plan.

Eigen evaluatie In het grondstoffenbeleid 2025-2029 evalueren we de inzamelresultaten van afval en grondstoffen die we in de afgelopen jaren haalden. We halen het doel van toen niet: 120 kilogram brandbaar restafval per jaar per inwoner. Daarom beschrijven we in dit plan het volgende: Wat gaat goed en waarom? Wat verbeteren we: waarom en hoe? Wat gaan we anders doen: waarom en hoe? Wat doen we niet en waarom?

Andere invloeden In de tussentijd wijzigde de Rijksoverheid het doel van hun Van Afval naar Grondstof (VANG)-programma. En verplicht Europa ons om overal Groente-, Fruit- en Tuinafval en etensresten (GFT) in te zamelen.

Evenwicht Hierboven staan de verschillende aanleidingen om onze eigen beleidskaders opnieuw vast te stellen. Anders halen we de doelstellingen niet. Voor u ligt een beleidsplan met doelstellingen waarmee wij zorgen dat er een belangrijk evenwicht is tussen: goede dienstverlening aan de inwoners; aandacht voor het milieu; zo laag mogelijke kosten.

3

1.2 Leeswijzer Na deze inleidende woorden volgt de samenvatting van dit document. Want die samenvatting is onze visie. Daarna splitsen we onze visie op in drie hoofdstukken. Het is het niveau van haalbaarheid dat beslist in welk hoofdstuk elk onderwerp terechtkomt:

3. Doelstellingen 4. Ambities 5. Toekomstige ontwikkelingen

De totale context van dit grondstoffenbeleid leggen we uit in een apart hoofdstuk 6: ‘Context’. We zijn namelijk afhankelijk van invloeden van buitenaf. Die brengen we in kaart. Ook kennen we invloeden op dit grondstoffenbeleid van binnenuit. Onze visie baseren we op al die invloeden samen:

Invloeden van hoger niveau, waaronder Europa; Invloeden in de gemeente Sluis; Sorteeranalyse.

Hoe ondersteunen we onze visie? Die aanpak delen we op in verschillende hoofdstukken:

7. Communicatie en participatie 8. Kosten 9. Planning

We vormen een besluit in hoofdstuk 10.

Als laatste hoofdstuk, hoofdstuk 11, volgt de begrippenlijst. Want dit grondstoffenbeleid zit vol met afkortingen en vaktermen. De betekenissen hiervan staan in de begrippenlijst.

4

2 Samenvatting van onze visie De gemeente Sluis zet zich in voor het verminderen van restafval en het zoveel mogelijk terugwinnen van waardevolle grondstoffen. Dat is onze visie. Dat laten we zien in afbeelding 2 ‘Onze visie samengevat in één afbeelding’. Ons bijgewerkte grondstoffenbeleid schetst heldere doelen, bevat vernieuwende ambities en zet zich in voor een gezamenlijke aanpak.

Belangrijkste doelstellingen We zijn in lijn met de landelijke doelen:

Restafval verminderen We verminderen de hoeveelheid brandbaar restafval tot 100 kilo per inwoner per jaar in 2030. Recycling verbeteren We halen een recyclingpercentage van 65% in 2035.

Dit vereist meer aandacht voor het scheiden van waardevolle materialen. We beoordelen onze vorige aanpak en veranderen het om het te verbeteren. De afvalinzameling van GFT, PMD en andere recyclebare grondstoffen gaat erop vooruit. Al onze grondstoffen zijn van hoge kwaliteit. We werken aan ambities en houden de toekomstige ontwikkelingen scherp in beeld.

Uitdagingen aanpakken Verontreiniging: We gaan vervuiling tegen om recycling van hoge kwaliteit te garanderen. De inzameldienst controleert actief op onjuiste materialen en geeft begeleiding aan inwoners. Via duidelijke communicatie benadrukken we het belang van schone recyclingstromen. Kosten en gemak: We zijn gevoelig voor de mogelijke gevolgen voor de inwoners. We analyseren de kosten aandachtig en zoeken naar oplossingen die een evenwicht vinden tussen verantwoord afvalbeheer met betaalbaarheid en gemak voor de inwoners. Kustgebieden: Afvalbeheer in de kustgebieden vormt een unieke uitdaging door de vakantiehuizen en seizoensgebonden bevolking. We werken aan een op maat gemaakte aanpak om aan deze bijzondere behoeften te voldoen.

Communicatie is belangrijk Het succes van dit plan hangt mede af van de inzet van de inwoners. We hebben een uitgebreide communicatiestrategie ontwikkeld die de nadruk legt op eenvoudige, herhaalde en positieve boodschappen. Hiervoor gebruiken we verschillende kanalen, waaronder flyers en sociale media. Dit borgen we in een communicatieplan. We zorgen dat iedereen de veranderingen en het belang van hun deelname begrijpt.

5

Samen werken aan een duurzame toekomst Door samen te werken - inwoners, de gemeente en de inzamelingsdienst - kunnen we onze doelen bereiken. Dit beleid is een belangrijke stap in de richting van een meer circulaire economie waarin we grondstoffen waarderen en restafval verminderen. Zo ontstaat er een schonere en gezonder Sluis voor de huidige en toekomstige generaties.

GRONDSTOFFENBELEID uitgangspunten

Bestaande instrumenten

Hoofddoelen

Wat we al goed doen, dat blijven we goed doen. We knippen de diverse uitdagingen op in drie verschillende gebieden binnen onze gemeente.

Restafval verminderen: We verminderen de hoeveelheid brandbaar restafval tot 100 kilo per inwoner per jaar in 2030. Recycling verbeteren: We halen een recyclingpercentage van 65% in 2035.

d en Buitengebie rnen ke laagbouw

Hoogbouw kernen Kust

GF

Nieuwe doelen We zoeken een evenwicht tussen de inzet van nieuwe en oude inzamelmiddelen; tussen kosten en gevolg; en tussen de inzet van materiaal en mens.

v ic T s er

n fijne e v er

rv P M D se

ijnen ice verf

Inzameling van ba

byluiers

Grof huishoudelijk afval beperken

Eerlijk

inzame

len F r it u ur m ilie v e t - e n o ustr liën aat naar

Afbeelding 2: Onze visie samengevat in één afbeelding.

6

3 Doelstellingen We volgen het landelijke programma over huishoudelijk afval “Van Afval naar Grondstof” (VANG). Onze doelstellingen zijn: 1) Minder restafval We verminderen de hoeveelheid brandbaar restafval van 206 kilogram per inwoner per jaar in 2023 naar 100 kilogram per inwoner per jaar in 2030. 2) Hoger recyclingpercentage We verhogen ons recyclingpercentage van 59,8% in 2022 naar 65% in 2035. Referentie Een referentie is een waarde op een bepaald moment waarnaar we terugkijken. Referenties zijn nodig om te vergelijken en monitoren. We hebben twee doelstellingen met elk hun eigen referentie: 1. Kilogram per inwoner per jaar in 2023 Het aantal inwoners staat in Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Elk jaar houden we het gewicht aan ingezameld huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen per inwoner bij. We vergelijken en monitoren met de eenheid: kilogram per inwoner per jaar. En ons nieuwe referentiejaar is 2023. Deze grafieken zijn onze referenties: Grafiek 1 ‘Brandbaar restafval [kg] per inwoner per jaar’; Grafiek 3 ‘Vergelijking van grondstof in restafval tegenover gescheiden inzameling’. Deze referentiegrafieken komen in paragraaf 3.1.1.1 ‘Brandbaar restafval’ en hoofdstuk 6.3 ‘Sorteeranalyse’ uitgebreid aan bod. 2. Recyclingpercentage in 2022 Het recyclingpercentage is een nieuwe eenheid sinds 2024. De oorsprong staat in hoofdstuk 6 ‘Context’.

Ook staat hier de uitleg over de VANG Recycletool. Dat is het instrument dat het recyclingpercentage voor elke gemeente berekent. Het landelijk peiljaar is 2022 en wij nemen dit over. In het eerste deel van dit hoofdstuk leggen we uit wat we al doen en hoe dit loopt. In het tweede deel van dit hoofdstuk beschrijven we onze nieuwe doelen.

7

3.1 Bestaande instrumenten In het grondstoffenplan 2019-2023 kozen we manieren om 120 kilogram brandbaar restafval maximum per inwoner per jaar in te zamelen. Dat betekende dat we inzetten op meer sorteren.

Sorteeranalyse We willen monitoren of we goed sorteren. Elk jaar laten we een sorteeranalyse van fijn restafval doen. In hoofdstuk 6.3 ‘Sorteeranalyse’ staat wat een sorteeranalyse is. En welke resultaten we behalen. We kunnen onszelf hiermee beoordelen. En het CBS vraagt ook elk jaar om die resultaten. De resultaten laten zien wat we nog kunnen verbeteren.

Daarom blijven wij elk jaar een onafhankelijk bedrijf vragen om een sorteeranalyse te doen.

Monitoring We schrijven elk jaar het gewicht dat we in dat jaar inzamelden op van: Restafval; Grondstoffen. We vergelijken dit gewicht met het gewicht dat we inzamelden in een basis jaar. Het basis jaar is een meetpunt in de tijd. We kiezen de basisjaren 2023 en 2022 voor respectievelijk doelstelling nummer 1 en nummer 2. Door te vergelijken kunnen we meten of we in de buurt van onze doelstellingen komen.

Instrumenten per gebied Elk gebied kent uitdagingen om het sorteren te verbeteren. Hierna volgt wat we al goed doen en wat we daarom blijven doen. We knippen onze gemeente op in drie gebieden: Buitengebied en laagbouw kernen; Hoogbouw kernen; Kust.

8

3.1.1 Buitengebied en laagbouw kernen In het buitengebied staat vooral laagbouw. Daarom is onze aanpak in het buitengebied hetzelfde als voor de laagbouw in de kernen. We maakten onderscheid tussen: brandbaar restafval; de andere stromen: grondstoffen.

3.1.1.1 Brandbaar restafval Wat Het brandbaar restafval bestaat uit meerdere onderdelen: 1. Het fijn restafval dat we aan huis ophalen. 2. Het grof huishoudelijk afval dat we aan huis ophalen. 3. Het brandbaar afval dat op de milieustraat terechtkomt.

Fijn restafval Ons bestaande doel pakt alleen het brandbaar fijn restafval aan. Dit brandbaar fijn restafval is het kleine materiaal waar we niets meer mee kunnen. We kunnen het niet blijven gebruiken, repareren of recyclen. En het is te klein waardoor het ook niet naar de milieustraat mag. Enkele voorbeelden zijn: kattenbakgrit kauwgom sigarettenpeuken vieze pizzadozen

Laagfrequent inzamelen Wij zamelen vanaf 1 januari 2021 het fijn restafval laagfrequent in. Laagfrequent inzamelen betekent bij ons: één keer per vier weken ophalen. De hoeveelheid fijn restafval moest zo minderen. Dat is gelukt. Want het totaal gewicht bleef na 2020 geminderd met minstens 130 kg. Dat zien we in onderstaande grafiek 1 ‘Brandbaar restafval [kg] per inwoner per jaar’.

Grafiek 1: Brandbaar restafval [kg] per inwoner per jaar. Het totaal gewicht bleef na 2020 geminderd met minstens 130kg. Dit kwam omdat we vanaf 2021 het fijn brandbaar restafval laagfrequent inzamelen.

9

Nieuwe containers voor fijn restafval We hebben nieuwe inzamelmiddelen uitgedeeld. En de oude inzamelmiddelen zijn onbruikbaar. Het nieuwe inzamelmiddel bleef één container van 240 liter per adres. Maar deze nieuwe container heeft een chip. We legen alleen nieuwe containers met een chip. Dat is belangrijk voor een betere dienstverlening en monitoring. En nu weet de inzameldienst precies:

Waar gaat iets fout? Welke container gerepareerd moet worden? Hoeveel containers verwachten we? Hoeveel containers zijn aangeboden? Mogen we deze container legen?

Dit alles is waardevol om te weten. De containers zijn eigendom van de gemeente Sluis. Door de chip in de containers weten we waar onze containers zijn. Ook weten we of de containers gebruikt worden. En legen we niet als er geen afvalstoffenheffing betaald wordt. De chip helpt ook met een kern-, of wijkgerichte aanpak. Hierdoor kunnen we slim onze instrumenten inzetten, zoals communicatie.

Besluit We blijven fijn restafval laagfrequent aan huis inzamelen met één container met een chip per adres.

3.1.1.2 Grondstoffen Restafval kan alleen minderen als we goed scheiden. Om goed te kunnen scheiden, verhoogden we vanaf 1 januari 2021 onze dienstverlening voor de grondstoffen.

Inzameling aan huis We zamelen aan-huis grondstoffen in. Groente-, fruit- en tuinafval (GFT) en Plastic en metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) zamelen we één keer per twee weken in. En oud papier en karton (OPK) één keer per vier weken. In tabel 1 ‘Grondstoffen aan huis inzamelen’ vatten we dit samen. En in die tabel laten we ook zien welk inzamelmiddel we kozen.

10

Wat

Hoe vaak

Inzamelmiddel

Volume

GFT

Eén keer per twee weken

Container

240 liter

PMD

Eén keer per twee weken

Doorzichtige zak

60 liter

OPK

Eén keer per vier weken

Container met chip

240 liter

Tabel 1: Grondstoffen aan huis inzamelen

Openbare ruimte In de openbare ruimte deden we het volgende: We haalden de PMD-containers weg. We lieten de containers voor textiel en glas staan. We breidden uit met een proef van inzamelpunten voor babyluiers. We kozen voor een logische plek: vlakbij de negen kinderopvangcentra. We vroegen aan de ouders om een melding te doen via onze website. Zo hielden we het succes van de proef in de gaten.

Besluit Door deze acties zijn we meer grondstoffen gaan inzamelen. En daarom gaan we er mee verder. We hebben tot nu toe: PMD aan huis inzameling, minimale vervuiling en monitoring. Minimale vervuiling van textiel. Minimale vervuiling van glas. Ongeveer elke week een nieuwe aanmelding voor het gebruik van de containers voor babyluiers.

11

3.1.2 Hoogbouw kernen We kozen voor ondergrondse containers bij meer dan twee bouwlagen. Dit staat in het ‘grondstoffenplan 2019-2023’.

Niet genoeg ruimte Er is ruimte nodig om grondstoffen te kunnen scheiden van restafval. Want elke grondstof bewaren we in een apart inzamelmiddel. Bij bestaande appartementen is onvoldoende ruimte voor meerdere inzamelmiddelen. We besloten daarom om bij de hoogbouw in de kernen in te zamelen met ondergrondse containers. Met deze containers zamelen we fijn brandbaar restafval en OPK gescheiden in.

We plaatsen die containers op goede plekken. We kiezen of maken namelijk een locatie die voldoet aan de volgende eisen: Voor het inzamelvoertuig een aanwezigheid en bereikbaarheid van: Draairuimte Takelruimte (boven en naast) Om te zorgen dat bijplaatsingen niet gebeuren: Niet zichtbaar voor passanten Niet bij openbare inzamelmiddelen Veilig voor gebruiker, passant en inzamelaar Afstand tot de verschillende gebruikers ongeveer gelijk Rolstoeltoegankelijk Brandveilig

Besluit Dit plan voerden we uit bij 5% van de hoogbouw in de kernen. We gaan door tot en met 100% in 2029.

3.1.3 Kust Het kustgebied is de Noordzeekust. Die loopt van Cadzand-Bad tot en met Nieuwvliet-Bad en Schoneveld in Breskens. Dit gebied heeft veel hoogbouw. De situatie hier lijkt dus op hoofdstuk 3.1.2 ‘Hoogbouw kernen’. Gelijk aan hoogbouw kernen Ook in dit gebied ontbreekt ruimte voor meerdere inzamelmiddelen per adres. Daarom kozen we voor ondergrondse containers. In 2024 staan nog geen ondergrondse containers in het kustgebied. De voorbereidingen starten in 2025.

12

Verschil met hoogbouw kernen In het kustgebied is een hoge hoeveelheid aan recreatiewoningen en tweede woningen. Het restafval dat uit deze woningen vrijkomt, telt mee als restafval van onze inwoners. Terwijl we aan die woningen geen inwoners koppelen. Het is belangrijk dat we onderzoeken of we in het kustgebied eerlijk inzamelen. Dit is een nieuw doel dat we beschrijven in hoofdstuk 3.2.5. ‘Eerlijk inzamelen’. Uit dit onderzoek blijken de gevolgen voor het tarief afvalstoffenheffing voor recreatiewoningen en tweede woningen.

Gebiedsontwikkeling Het kustgebied Cadzand-Bad ondergaat een gebiedsontwikkeling. Het plaatsen van inzamelmiddelen voor huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen hoort hier bij. Daarom is die gebiedsontwikkeling een ‘natuurlijk moment’ waarbij we aansluiten. Zo vinden we de meest geschikte plek voor onze inzamelmiddelen: In de openbare ruimte waar mogelijk; Inpandige ruimte voor inzamelmiddelen die niet in de openbare ruimte passen. We verbinden beide projecten en werken samen. Het samenwerken versnelt vooral het plaatsen van inzamelmiddelen in de openbare ruimte.

Nodig Samenwerken vergt extra capaciteit van de gemeentelijke organisatie en -middelen. Daarom spreiden we het plaatsen van inzamelmiddelen in de openbare ruimte uit over vijf jaar. We behandelen het kustgebied hetzelfde als de hoogbouw in de kernen. Waardoor we op dezelfde manier ons huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen inzamelen. In hoofdstuk 3.2.1 ‘GFT’ en 3.2.2 ‘PMD’ werken we dit verder uit. Dit betekent ook dat soms aanvullende inpandige ruimtes voor opslag nodig zijn.

Besluit Gescheiden grondstoffen inzamelen loopt in het kustgebied onvoldoende. Daarom richten we ons op: Uitbesteden van het plaatsen van inzamelmiddelen voor het gescheiden inzamelen van grondstoffen. Vaststellen van richtlijnen voor inpandige ruimte. En deze ruimten borgen via de omgevingstafel, het omgevingsloket voor vergunningverlening en overeenkomsten over het bouwen van nieuwe hoogbouw. Samenwerken met lopende projecten, zoals het project gebiedsontwikkeling Cadzand-Bad. Uitbesteden van communicatie. Uitbesteden van eerlijk inzamelen onderzoeken en verkeerde situaties oplossen.

13

3.2 Nieuwe doelen We verminderen de hoeveelheid brandbaar restafval van 206 kilogram per inwoner per jaar in 2023 naar 100 kilogram per inwoner per jaar in 2030. En we verhogen ons recyclingpercentage van 59,8% in 2022 naar 65% in 2035.

Daarom gaan we dieper in op een verbetering van onze grondstoffeninzameling. Dit doen we door de dienstverlening te verhogen. En we verminderen onze dienstverlening voor het grofvuil. We bewaken een goed evenwicht tussen:

de inzet van nieuwe en oude inzamelmiddelen; kosten en gevolg; de inzet van materiaal en mens.

Het belangrijkste zijn onze handige en slimme aanpassingen en onze steeds herhalende, eenvoudige en positieve communicatie. Op het onderdeel communicatie en participatie komen we later terug in hoofdstuk 7.

3.2.1 GFT GFT is groente-, fruit- en tuinafval en etensresten. Dit is bijna alles dat volledig kan wegrotten in de natuur. Voorbeelden zijn: botjes, voedselresten en theezakjes. Europa eist dat we overal GFT inzamelen.

3.2.1.1 GFT bij laagbouw Laagbouw betekent een gebouw van maximaal twee bouwlagen. De hoogte van dit gebouw is maximaal 6 meter boven het maaiveld.

Nu Bij de laagbouw zamelen we aan huis in met één container van 240 liter per adres. Die container heeft nu geen chip. De inzameldienst komt één keer per twee weken aan huis langs om de container te legen. Al het overig fijn tuinafval is voor de milieustraat.

Geen nieuwe containers We zetten geen nieuwe containers voor GFT uit. Dat is omdat de containers die nu in gebruik zijn prima werken. Inwoners kunnen reparaties bij de inzameldienst aanvragen als dat nodig is.

Toevoegen van chip Elke nieuwe container voor GFT leveren we wel met chip. Ook tijdens het repareren van een container voor GFT brengen we standaard een chip aan. Dit doen we om het eigenaarschap over de container voor GFT te stimuleren. We verwachten dat hierdoor de kwaliteit van het GFT toeneemt.

14

Tweede container voor GFT Voor een adres met perceelgrootte > 750m² staan we kosteloos één extra container voor GFT toe. We hebben de ambitie om vaker aan huis in te zamelen. Daarover meer in hoofdstuk 4.3 ‘Extra GFT inzameling’. Zuiver GFT We controleren vooral of het GFT geen vervuiling heeft. De inzameldienst wandelt voor de inzameling uit en zoekt naar verkeerd materiaal. De inzameldienst mag scanners en camera’s gebruiken tijdens hun controle. Zit er vervuiling bij het GFT? Dan blijft de container vol staan. In de toekomst kan de inzameldienst vervuiling geautomatiseerd opsporen. De inwoner haalt de vervuiling uit de container en biedt de container bij de volgende inzameling opnieuw aan. Besluit We werken allemaal samen om de kwaliteit van ons GFT zo hoog mogelijk te houden. Dat is nodig voor het recyclingproces dat volgt. Want we willen geen potgrond of compost in de supermarkt kopen waar bijvoorbeeld microplastic in zit. 3.2.1.2 GFT bij hoogbouw Nu Een paar hoogbouwcomplexen doen aan GFT inzamelen. GFT-cocon Een GFT-cocon is een soort inzamelmiddel. Zie afbeelding 3 ‘GFT-cocon’ rechts. In die bak passen twee containers van 240 liter. De inwoners kunnen alleen via de kleppen en met een druppel hun GFT wegwerpen. Het is dezelfde druppel waarmee ze hun ondergrondse containers openen. Daarom plaatsen we de GFT-cocons tegelijk met de plaatsing van

Afbeelding 3: GFT-cocon. De kleppen van een cocon

ondergrondse containers.

gaan alleen open met een druppel.

Geen ondergrondse containers Van GFT komen zuren vrij. Die zuren tasten het inzamelmiddel aan. Dus we moeten een inzamelmiddel kiezen die het langst meegaat en waarvan het eventueel repareren het minst kost. De containers van 240 liter kunnen goed tegen het zuur en ondergrondse containers minder. En schade aan ondergrondse containers van zuren kost veel meer om te repareren. Ook stapelt het zuur in de bodem van de put van een ondergrondse container op. Die opstapeling gebeurt niet in een container van 240 liter. Geen extra’s We delen geen keukenbakjes of composteerbare zakken uit. Dit zijn extra kosten. We vragen onze inwoners om zelf te bepalen wat voor hen het beste werkt.

15

Besluit Wij regelen een inzamelmiddel om GFT in te leveren. Maar we houden het bij de basis. De inwoners zorgen zelf voor aanvullende manieren.

3.2.2 PMD Bronscheiding PMD zamelen we in aan huis. Dat heet bronscheiding. Want aan de bron halen we de PMD-grondstof uit het fijn restafval. Dit doen we overal, behalve aan de kust. Doorzichtige zakken We blijven ons PMD één keer per twee weken ophalen met doorzichtige zakken. Voor een PMD-zak is altijd ruimte: in de hoogbouw: bijvoorbeeld in een inpandige (fietsen-)berging of parking. bij de laagbouw: bijvoorbeeld in een schuurtje of een halflege container. op de milieustraat. Geen containers Waarom verzamelen we PMD niet in containers? We weten uit ervaring dat de kwaliteit van PMD in containers slecht is. Slecht PMD zorgt voor afkeur. En dan gaat die waardevolle grondstof toch als restafval de verbrandingsoven in. Deze afgekeurde grondstof kost ons geld, namelijk € 404 per ton. Zuiver PMD De inzameldienst kijkt tijdens de inzameling naar de kwaliteit. Dit kan omdat de zakken doorzichtig zijn. De chauffeur laat de PMD-zakken liggen als de vervuiling te groot is. Dit is belangrijk om te doen. Want de verwerker van PMD eist dit van ons. En alleen goede PMD levert ons geld op. In 2024 ontvangen we € 261 per ton.

De inzameldienst blijft elke PMD-zak controleren. De inzameldienst keurt alleen af als er meer dan 10% vervuiling in de zak zit. De inzameldienst plakt een sticker op elke afgekeurde PMD-zak: zie afbeelding 4 ‘Afkeur sticker’ en afbeelding 5 ‘Een afgekeurde PMD-zak’. Ook ontvangt het kantoor van de inzameldienst de informatie waar een afgekeurde zak ligt. Zo is de afkeur altijd op twee plaatsen bekend: Aan de bron op straat: met de sticker Bij de inzameldienst: digitaal

Afbeelding 4: Afkeur sticker.

Afbeelding 5: Een afgekeurde PMD-zak. We zien: luiers, textiel, karton en piepschuim. Dit hoort niet in de zak voor PMD. Deze zak laten we liggen.

16

Contact met inwoners De inzameldienst heeft contact met onze inwoners. De afvalcoach legt bijvoorbeeld uit waarom een zak blijft liggen. We vragen om de vervuiling uit de zak te halen. En om de goede PMD-zak te bewaren tot de volgende inzameling of om die naar de milieustraat te brengen.

Vangnet Onze gemeentelijke buitendienst is het laatste vangnet. Zij kunnen een afgekeurde PMD-zak van straat halen. Maar zij doen dit pas na vier dagen na de ophaaldag van PMD. Zo krijgt de inwoner genoeg tijd om contact te zoeken en uitleg te krijgen. En kan de inwoner de PMD-zak zelf weghalen.

Geen kroonringen We zijn een gemeente aan de Noordzee- en Scheldekust. Dit betekent dat we vaak veel wind hebben. PMD weegt weinig. Dus volle PMD-zakken kunnen wegwaaien. De kroonring is voor zulke situaties uitgevonden.

Afbeelding 6: Kroonring

Afbeelding 6 ‘Kroonring’ laat zien hoe die uitvinding eruitziet. Maar deze uitvinding helpt niet. Dit weten we omdat meerdere gemeenten kroonringen uittestten. Wat gebeurde er? De ophaaldagen werden vergeten. Want inwoners hingen hun PMD-zakken op verkeerde momenten op. En de kroonring werd een blijvende opslagplek. Zo konden de katten, ratten en vogels altijd bij tenminste één zak. Zwerfafval ontstond. Bij heftige wind waaide een PMD-zak alsnog van de kroonring af. Inwoners draaiden de lus van hun PMD-zak ook extra rond de kroonring. De inzameldienst kreeg de PMD-zak niet los. Dit kost tijd en daarom geld. En het werkt niet prettig voor de inzameldienst. Afgekeurde PMD-zakken waren van niemand. Niemand voelde zich verantwoordelijk over wat er aan die lantaarnpaal hing.

Wij gebruiken daarom geen kroonringen. We vragen aan inwoners om hun PMD-zakken per twee of per drie aan elkaar te binden. Dit maakt de zakken zwaarder. Ook helpt het om de PMD-zak pas in de vroege ochtend klaar te leggen.

Communicatie We weten dat er nul-aanbieders zijn: nul-aanbieders bestellen nooit PMD-zakken bij de inzameldienst. We sturen PMD-zakken naar hen op per post of geven deze mee met de afvalcoach.

Hoge kwaliteit PMD inzamelen is lastig. Want we denken er niet allemaal hetzelfde over. We weten dat communicatie werkt. We blijven daarom campagnes voeren. Ook laten we ons helpen door de afvalcoach van de inzameldienst.

17

Levering van PMD-zakken verbeteren Op dit moment bestelt de inwoner zakken voor PMD bij de inzameldienst. De inzameldienst zorgt dat die PMD-zakken per post bij de inwoner terechtkomen. En die levering per post gaat vaak fout. Want de post levert niet altijd stabiel. De PMD-zakken liggen dan te laat in de brievenbus. En soms komen de PMDzakken helemaal niet aan. Het gevolg is dat de inwoner het PMD bij het fijn restafval gooit.

Inwoners moeten PMD-zakken bij de inzameldienst bestellen en hun adres daarvoor opgeven. Want wij vinden het belangrijk om te weten waar onze PMD-zakken naartoe gaan. En hoe veel zakken een adres ongeveer gebruikt. Dit is nodig om: te sturen op zo min mogelijk zakken voor de inzameling van zo veel mogelijk PMD. misbruik van zakken te voorkomen. PMD-zakken in te kopen. te sturen op de kwaliteit van PMD. PMD nul-aanbieders te vinden.

We verbeteren daarom alleen de levering van PMD-zakken op adres. Dit pakken we op twee verschillende manieren aan:

Meer zakken per aanvraag Vanaf mei 2024 verstuurt de inzameldienst 24 PMD-zakken per aanvraag. Vroeger verstuurde de inzameldienst 12 PMD-zakken per aanvraag. We hopen dat hierdoor: de post minder vaak nodig is dan vroeger. de aanvragen voor PMD-zakken minderen. We houden de effecten van deze verandering in de gaten.

Andere partij vragen om te leveren De inzameldienst onderzoekt of levering op een andere manier kan. Voor Zeeuws-Vlaanderen zocht de inzameldienst de samenwerking op met Dethon. Dethon biedt werk aan inwoners die moeilijk de arbeidsmarkt kunnen bereiken. Wij zien de mogelijke hulp van Dethon als een aanvulling op de levering per post.

Besluit We zorgen er allemaal samen voor dat de kwaliteit van ons PMD aan de bron hoog is. We houden terwijl ook onze omgeving schoon. We willen daarom geen containers en geen kroonringen. We blijven wel doorzichtige zakken gebruiken. En we zetten in op actieve communicatie en participatie.

18

3.2.3 Luiers Vroeger Luiers moeten in de container voor restafval. We legen die container één keer per vier weken. Daardoor kwamen inwoners met gebruikte luiers niet toe met één container voor restafval. Extra inzamelmiddelen waren nodig.

Nu Incontinentie Luiers afkomstig van incontinentie mogen in een aparte container voor restafval. Dit betekent dat de inzameldienst één extra container voor restafval één keer per vier weken leegt. Wij doen dit kosteloos. De voorwaarde is dat die extra container ingeleverd wordt zodra dat kan.

Babyluiers We zijn in 2021 gestart met een proef om babyluiers in te zamelen. Dat staat ook in hoofdstuk 3.1.1.2. ‘Grondstoffen’. We zamelden de afgelopen jaren ongeveer 100 ton per jaar in. De luiers van kinderen tot 4 jaar zijn in te leveren. En zonder dat we actief communiceren, meldt elke week een nieuw jong gezin zich aan. We besluiten dat de proef een succes is. Het is tijd om de proef om te zetten naar een vast programma.

Het is zinloos om een extra container aan huis te gebruiken voor restafval. Want kinderen groeien uit de luiers. Dus een paar jaar later moet de inzameldienst die container opnieuw ophalen. Dat zorgt voor extra transportbewegingen, inzet van personeel en administratie.

Logische plek Nu staan de containers voor babyluiers vlakbij kinderopvangcentra. Een gezin hoeft niet naar die kinderopvang te gaan om gebruik te maken van een container. Maar dit is de meest logische plek. Want vaak heeft het gezin al een tweede kindje die wel naar de opvang gaat.

Drie uitdagingen Er zijn drie uitdagingen bij een vast programma waar we rekening mee houden: Geurhinder; Meer babyluiers; Vervuiling.

Geurhinder De geurhinder van een container met luiers is voor niemand fijn. Daarom zoeken we naar een oplossing die de geurhinder stopt. We blijven in de buurt van de kinderopvangcentra. Maar we wijken uit naar de openbare ruimte.

19

Meer babyluiers Bij een vast programma hoort communicatie. Het succes van de containers zal hierdoor stijgen. Meer gezinnen gebruiken dan de containers. Het volume van de containers die we nu gebruiken is 1100 liter. We hebben grotere containers nodig.

Vervuiling Iedereen kan de containers nu gebruiken. Want er zit geen slot op. We weten dat brandbaar restafval in de containers terechtkomt. Dit restafval is vervuiling. Nu brengen we onze luiers nog niet naar een recycler, want de recyclers hebben nog geen plek voor ons . Maar in Eeklo (België) en bij de Meerlanden (Nederland) komen nieuwe fabrieken. Wij staan bij beide fabrieken op de wachtlijst om aan te leveren. Het is belangrijk voor prijsafspraken om de recycler zuiver materiaal aan te leveren. Restafval bij de luiers willen we niet.

Eén oplossing Met een ondergrondse container lossen we alle drie die uitdagingen op. Want: Er kan tot 5m³ luiers in. Zo kunnen ongeveer vijf keer meer gezinnen babyluiers aanleveren. De luiers zitten diep in de grond in een afgesloten container. Dit stopt geurhinder. De inzameldienst weet wanneer de container vol raakt. De inzameldienst zorgt er op tijd voor dat de container opnieuw leeg is. De container opent met een druppel. Alleen wie een druppel heeft kan luiers weggooien en kunnen we voor het gebruik verantwoordelijk stellen. Zo stoppen we vervuiling. De inzameldienst doet het beheer van de druppels.

Wasbare luiers Ook communiceren we over wasbare luiers. En we grijpen ‘natuurlijke momenten’ aan om campagnes en acties over wasbare luiers te doen. Want als we minder wegwerpluiers inzamelen, dan zijn er ook minder kosten voor transport en verwerking.

Besluit We plaatsen ondergrondse containers in de openbare ruimte om babyluiers in de zamelen. En we zetten in op wasbare luiers.

3.2.4 Grof huishoudelijk afval Wat Grof huishoudelijk afval is groot brandbaar restafval. Dit hoort niet in de container voor fijn restafval. Het telt wel mee voor de doelstelling.

20

Nu De inzameldienst haalt grof huishoudelijk afval aan huis op als daar een afspraak voor gemaakt is. Een afspraak maken kost nu niks. Tenminste één keer in de vier weken rijdt de inzameldienst een rondje grof huishoudelijk afval. Wij zamelen elk jaar meer dan 50 ton grof huishoudelijk afval aan huis in. Ook accepteert de milieustraat grof huishoudelijk afval .

Minder verbranden Uit ons grof huishoudelijk afval kunnen we nog verschillende grondstoffen van hoge kwaliteit winnen. Voorbeelden zijn: hout, puin, metalen en harde kunststoffen. Maar dit gaat allemaal naar de verbrandingsoven. En dat vinden wij zonde. Dus gaan wij onze dienstverlening minderen waardoor ook de hoeveelheid mindert.

Minder dienstverlening We gaan minder ophalen. Dit doen we door van één keer in de vier weken maar één keer per kwartaal een rondje grof huishoudelijk afval te rijden. We halen het grof huishoudelijk afval nog steeds op afspraak aan huis op. Maar we werpen een drempel op door voor elke afspraak € 30 te vragen.

Besluit Door de dienstverlening te minderen, leren we eerst goed na te denken of het materiaal wel echt weg moet. En of dat niet anders kan, door het bijvoorbeeld gratis op de milieustraat gescheiden in te leveren. Of om het te schenken aan iemand die er nog wat mee kan. Want we willen minder grof huishoudelijk afval.

3.2.5 Eerlijk inzamelen Afvalstoffenheffing We ontdekten dat het niet goed geregeld is wie wel afvalstoffenheffing betaalt en wie niet. Eigenlijk betaalt alleen een huishouden afvalstoffenheffing. Maar in de afgelopen tientallen jaren werd het begrip ‘huishouden’ ruim. We zamelen soms afval en grondstoffen in dat van bedrijfsmatige activiteiten komt. En dat mag niet. Ook al betaalt dit bedrijf daar in sommige gevallen afvalstoffenheffing voor. Voor iedereen is het belangrijk dat we onze plichten en wensen opnieuw in beeld brengen. En daarna mogelijke verkeerde situaties oplossen.

Verkeerde situaties oplossen We huren een onafhankelijk juridisch bureau in. Samen scheppen we duidelijkheid: wat zijn onze plichten en wensen? Hieruit ontstaat een lijst waarop staat wie wij: een aanslag afvalstoffenheffing opleggen. toegang geven tot de inzamelmiddelen van huishoudelijk afval en grondstoffen in zowel de openbare ruimte als aan huis. toegang geven tot de milieustraat.

21

Bovenstaande opsommingen zijn ‘en’-situaties. Dat betekent dat iemand welkom is op de milieustraat als hij een afvalstoffenheffing betaalt en inzamelmiddelen van gemeente Sluis gebruikt. Het betekent ook dat iemand alleen inzamelmiddelen van gemeente Sluis mag gebruiken als hij daarvoor ook afvalstoffenheffing betaalt.Het bureau begeleidt iedereen om in te laten zamelen zoals het hoort. Ontwikkeling Er komt een toegangscontrole op de milieustraten. Dat leggen we uit in hoofdstuk 6 ‘Context’. Het hoofddoel is het tegenhouden van personen die geen brandbaar restafval mogen afleveren. Wie wel op de milieustraten mag, krijgt een (QR) code of speciale pas. We krijgen toegang als we afvalstoffenheffing betalen. Besluit We brengen onze plichten en wensen opnieuw in beeld. Daarom huren we een onafhankelijk juridisch bureau in. Zij zorgen dat iedereen verzamelt volgens onze wensen en plichten. We doen dit omdat we eerlijkheid belangrijk vinden. En we verwachten dat de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar erdoor vermindert.

3.2.5 Frituurvet- en oliën Onderzoek We weten dat frituurvet- en oliën makkelijk bij ons fijn restafval terechtkomen. We onderzochten of een inzamelpunt in de openbare ruimte mogelijk is. Het antwoord is: nee. Want het onderhoud van de openbare ruimte lijdt hieronder. In afbeelding 7 ‘Inzamelpunt frituurvet- en oliën’ laten we een inzamelpunt zien. De stoep is hier één maand oud en helemaal besmeurd. Die stoep is niet meer schoon te krijgen. We willen niet dat dit in onze gemeente gebeurt.

Afbeelding 7: Inzamelpunt frituurvet- en oliën. Maart 2024 / Stenevate 2 Heinkenszand / gemeente Borsele.

Besluit We willen geen inzamelpunt in de openbare ruimte. We vragen om deze grondstoffenstroom naar de milieustraat te brengen. Daarover communiceren we.

22

4 Ambities In dit hoofdstuk vertellen we over onze ambities. Om onze ambities uit te voeren is meer onderzoek, goede voorbereiding en de inzameldienst nodig. We bespreken onze ambities op volgorde van geschatte tijd die nodig is. De eerste ambitie kunnen we het eerste uitvoeren.

4.1 DIFTAR In Nederland kennen we DIFTAR. DIFTAR staat voor ‘gedifferentieerde tarieven' (dus: ‘verschillende prijzen’). Bij dit systeem betalen we voor het aantal keer of voor de hoeveelheid brandbaar fijn restafval dat we weggooien. Minder brandbaar restafval weggooien? Dat betekent minder betalen. Gaan we dus beter om met onze grondstoffen? Dan betalen we minder dan iemand die dit niet doet. Dit systeem heeft voordelen. Het zorgt ervoor dat we bewuster omgaan met onze grondstoffen. We denken eerder na over recycling, repareren of spullen opnieuw gebruiken. Zo gooien we samen minder weg. En met dit systeem kunnen inwoners leren om geld te besparen. Er zijn ook nadelen aan dit systeem. Bijvoorbeeld extra administratie en mogelijke bijplaatsingen. Een bijplaatsing is materiaal dat naast een inzamelmiddel achtergelaten wordt. En dat kan zorgen voor een vervuild straatbeeld. Deze nadelen wegen nu door. Maar we zien dat DIFTAR aan populariteit wint. En dat DIFTAR een veel gebruikte manier is om de VANGHHA doelstellingen te halen (zie hoofdstuk 6.1.2). Daarom houden we de ontwikkelingen over DIFTAR in de gaten. Dit doen we door te overleggen met de andere gemeenten in Zeeland. En door onze VANG-HHA-resultaten met elkaar te vergelijken. In de tussentijd maken we onze inzamelmiddelen en dienstverlening klaar om over te gaan op DIFTAR in de toekomst.

4.2 E-waste aan huis E-waste is alles waar een stekker aan zit. We weten dat het makkelijk is om het kleine E-waste met het fijn restafval mee te geven. Want tenminste 1,4% van ons fijn restafval is E-waste. Dit bleek uit de sorteeranalyse van 2023: zie hoofdstuk 6.3.

Hoe horen we eigenlijk met E-waste om te gaan? Inleveren daar waar we het kochten. Want de verkoper is verplicht om dit terug in te nemen. Dit doen we makkelijk met het grote E-waste, zoals koelkasten of een geluidsinstallatie. Maar het is niet logisch om dit te doen met het kleine E-waste, zoals USB-kabels, opladers en headsets. We rijden er ook niet voor naar de milieustraat. En voor dit kleine E-waste is wel ruimte in de container voor restafval. Dit laatste willen we stoppen. Daarom vragen we aan de inzameldienst om E-waste aan huis op te halen.

23

We verwachten geen grote hoeveelheden aan klein E-waste in te zamelen. We zoeken vooral schoon Ewaste. Dus we gaan voor een hoge kwaliteit. Zo kan de recycler met zo min mogelijk energie alle mineralen en metalen terugwinnen. En het is ons te doen om die mineralen en metalen. Omdat dit grondstoffen zijn die we ontginnen uit de aarde. Ontginnen wordt steeds zeldzamer en in elk geval duurder. Het is simpel om deze grondstoffen in onze economie te houden. Dus met eenvoudige stappen is hier alvast een circulaire economie te bereiken.

Onze eenvoudige stappen zijn afhankelijk van de inzameldienst. Het is onze ambitie om dit in te voeren zodra de inzameldienst hier klaar voor is. We willen: Een inzamelmiddel; Met afmetingen van ongeveer L 15cm x B 15cm x H 15cm. Gemaakt van gerecycleerd materiaal. Met communicatie over het inleveren, afspraak maken en het waarom. Een E-waste ronde aan huis; Waarvoor inwoners vier keer per jaar een afspraak kunnen maken bij de inzameldienst. Waar ook het grote E-waste voor aangemeld mag worden. Hier geen extra geld voor vragen.

4.3 Extra GFT-inzameling Deze paragraaf is een uitbreiding van paragraaf 3.2.1 ‘GFT’. We weten dat we 30% GFT uit ons brandbaar restafval kunnen winnen. Dat leerden we uit de resultaten van de sorteeranalyse. Onze sorteeranalyse en resultaten leggen we uit in hoofdstuk 6.3.

Het aandeel GFT in fijn brandbaar restafval heeft drie mogelijke oorzaken: Voedselresten verdwijnen met verpakking en al bij het restafval. Dit is een landelijk probleem. Wij sturen hierop met communicatie en participatie. De inwoners houden al het materiaal dat stinkt liever op één plek. De container voor restafval is het makkelijkst. De container voor GFT zit vol. Dit laatste is vooral in de lente- en herfstmaanden. Wij hebben namelijk talrijke tuintjes. Die vragen in de lente en herfst extra aandacht. Dan komt bijvoorbeeld fijn snoei- en bladmateriaal vrij. Maar als het GFT dat vrijkomt niet in de container voor GFT past? Dit komt voor. Want in de container voor GFT zit een standaard hoeveelheid etensresten. En zit de standaard hoeveelheid tuinafval. Ook bezit niet iedereen het materiaal of de tijd om GFT naar de milieustraat te brengen. Weinig mensen houden een grote composthoop. Dus het extra GFT belandt in de container voor restafval.

Wij hebben daarom de ambitie om in de lente en herfst één keer per week het GFT aan huis in te zamelen. En we zamelen pas extra GFT in als de inzameldienst daar klaar voor is. In de winter (december, januari en februari) zamelen we minder in: één keer per vier weken. Want in de winter is er nu net minder GFT.

24

5 Toekomstige ontwikkelingen 5.1 Mobiele milieustraat en circulair ambachtscentrum Alle 13 gemeenten werken samen in de organisatie die O.L.A.Z. heet. Meer over het O.L.A.Z. staat in hoofdstuk 6.1.3.1 ‘Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.)’. O.L.A.Z. besloot eind 2023 dat alle milieustraten in Zeeland open blijven in de huidige vorm. Maar O.L.A.Z. wil wel graag circulaire ambachtscentra. Een circulair ambachtscentrum is een plek waar we ambacht aantrekken. Ambacht is handwerk. En die ambacht beoefent iemand met materiaal of oude spullen waar de inwoner vanaf wil. Dat stimuleert de circulaire economie. Want die oude spullen kunnen we hier (laten) repareren of als onderdeel gebruiken in nieuwe voorwerpen. Een circulair ambachtscentrum staat bijna altijd vlakbij een milieustraat. Maar niet bij alle milieustraten in Zeeland is plek voor een circulair ambachtscentrum. Dus het O.L.A.Z.: houdt de resultaten van de aankomende toegangscontrole in de gaten (zie hoofdstuk 6.1.3.1). wacht ‘natuurlijke momenten’ af om een circulair ambachtscentrum wel of niet aan te leggen. houdt de mogelijkheid voor een mobiele milieustraat open. Bij een ‘natuurlijk moment’ doet zich een kans voor. Bijvoorbeeld: in de gemeente Goes moet de milieustraat weg. O.L.A.Z. neemt de kans om een circulair ambachtscentrum in te passen op de nieuwe plek van de milieustraat.

Een mobiele milieustraat is een inzamelpunt dat makkelijk te verplaatsen is. Wij volgen die ontwikkeling met enthousiasme. Want onze milieustraat ligt in het centrum van de gemeente. Maar dat centrum is nog steeds voor veel van onze inwoners ver van huis. Een mobiele milieustraat zetten wij graag in als aanvulling. De mobiele milieustraat werkt bijvoorbeeld bij een dorpsevenement.

25

6 Context Onze visie over huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen ontstaat door alles dat hier invloed op heeft. In dit hoofdstuk bespreken we die verschillende invloeden.

6.1 Invloeden van hoger niveau 6.1.1 Europa Europa kent beleid, verordeningen en richtlijnen.

Een voorbeeld van Europees beleid is de Green Deal. Hierin stuurt Europa bijvoorbeeld op een circulaire economie. Een belangrijk punt is dat we eerst zorgen dat er geen afval vrijkomt. Daarna kijken we of we het opnieuw kunnen gebruiken. Als dat niet kan, proberen we het te recyclen of er energie van te maken. Afval weggooien doen we als laatste optie. Europa zegt dat we in 2035 minstens 65% van ons afval moeten recyclen.

Verordeningen en richtlijnen zijn bindend. Verordeningen gelden op dezelfde manier voor alle landen. Een voorbeeld is de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). Hierin staan bijvoorbeeld regels voor het vervoer van afvalstoffen tussen Europese landen. Wij mogen restafval of grondstoffen niet zo maar naar België of Duitsland verplaatsen.

Met een richtlijn stemt Europa de verschillende wetgevingen van de verschillende landen beter op elkaar af. Een richtlijn richt elke lidstaat in op zijn eigen manier. Een voorbeeld hiervan is de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA). De KRA veranderde in november 2022. Iedereen moet nu composteerbaar materiaal inzamelen.

6.1.2 Nederland Europa verplicht ons met de KRA om composteerbaar materiaal apart van restafval in te zamelen. Dit kreeg een plek in de Nederlandse Wet Milieubeheer.

In de Wet Milieubeheer, artikel 10 staan regels over huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen. We lezen hier ook dat de gemeente de regie heeft over de inzameling daarvan. En hier ligt de oorsprong van de Afvalstoffenheffing en de Afvalstoffenverordening. Daar gaan we later dieper op in.

26

Eens in de zes jaar stelt onze minister een afvalbeheerplan vast. Het afvalbeheerplan dat nu geldt heet het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3). Vanaf 2026 gaat het nieuwe afvalbeheerplan in: het Circulair Materialenplan (CMP). De regels over bedrijfsafval staan in het LAP3 en CMP. Elk afvalbeheerplan kent overlap met dit uitvoeringsprogramma: Van Afval naar Grondstof (VANG). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laat Rijkswaterstaat aan dit uitvoeringsprogramma werken. Er is een specifiek VANG over HuisHoudelijk Afval (HHA).

Het VANG-HHA programma bestaat sinds 2015. Elke vijf jaar veranderen de doelen. In tabel 2 ‘VANG-HHA doelen’ laten we die veranderingen zien. We merken op dat het scheiden van afval geen doel op zich is. Maar het zo veel mogelijk goed recycleren en terugbrengen van grondstoffen in de keten van VANG wel. Het is daarom belangrijk dat grondstoffen van hoge kwaliteit zijn. En dus dat de grondstoffen zo weinig mogelijk vervuiling hebben. Dit is belangrijk voor iedereen die in de keten van een materiaal betrokken is.

2015

2020

2025

Gemiddeld 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2020

Gemiddeld 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025

In 2030 moet 60% van al ons afval gerecycled worden

75% scheidingspercentage

75% scheidingspercentage

In 2035 moet 65% van al ons afval gerecycled worden (Green Deal van Europa) In 2050 is Nederland volledig circulair

Tabel 2: VANG-HHA doelen. We gaan van een hoeveelheid restafval en scheidingspercentage over naar een recyclingpercentage.

Het einddoel van VANG is een circulaire economie. Vroeger hadden we een lineaire economie. Intussen zijn we aan het recycleren. Maar nieuwe grondstoffen winnen we nog steeds in. Dit heet de keteneconomie met recycling. We hebben een circulaire economie als we geen grondstoffen meer nodig hebben. Dat maken we duidelijk met afbeelding 8 ‘Van lineaire naar circulaire economie’.

Afbeelding 8: Van lineaire naar circulaire economie

27

Nederland heeft een manier gevonden om het verbranden te minderen. Sinds 2019 moet een belastingtarief op brandbaar restafval elk jaar € 50 miljoen opleveren. Dus omdat het brandbaar restafval mindert, zal het belastingtarief stijgen. Door minder restafval in te zamelen blijven de gevolgen van die belastingverhoging beperkt. Ook voegde Nederland wetten en regels die over onze omgeving gaan allemaal samen. Die nieuwe wet heet de Omgevingswet. Deze wet geldt vanaf 1 januari 2024. Ook de Wet Milieubeheer is nu onderdeel van de Omgevingswet. De komst van de Omgevingswet is tegelijk ook de komst van het Omgevingsloket. Dit betekent dat verplichte meldingen nu anders gebeuren. We melden bijvoorbeeld het afleveren tot 35m² asbest op de milieustraat nu bij het Omgevingsloket.

6.1.3 Zeeland In Zeeland zijn er twee organisaties actief met huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen: Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.) Provincie Zeeland 6.1.3.1 Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.) De dertien Zeeuwse gemeenten begonnen het O.L.A.Z.. Via O.L.A.Z. werken de gemeenten samen om afval en grondstoffen goed in te zamelen en te verwerken. Zo besparen we tijd en geld. Dit doen we door kennis te delen. En door onze inzamelhoeveelheden op één hoop te gooien en het beste verwerkingscontract af te dwingen. Voorbeelden van wat O.L.A.Z. doet: Verwerkingscontracten afsluiten. Toegangsbeleid van de milieustraten opstellen. De mogelijkheden van een circulair ambachtscentrum bij milieustraten onderzoeken. De VANG-HHA doelstellingen in de gaten houden. Onafhankelijk advies geven. Communiceren met een eigen werkgroep. Een voorbeeld van die communicatie is grafiek 2 ‘Aantal kg. restafval per inwoner per jaar (VANG)’. In deze grafiek zien we wanneer de gemeenten iets deden om hun VANG-doelstellingen te halen. De keuze varieert van DIFTAR, laagfrequent restafval inzamelen tot nascheiding van PMD.

28

2019

2020

2021

2022

2023

350 300 250 200 150 100 50

Re im er sw aa l

(N

20 20

D Ka 20 pe 23 lle ) (D H 2 01 ul st 6) (L F Th 20 ol 18 en Sc ) (L ho F uw 2 G 01 oe en 7) s -D (D ui ve 20 la 19 nd ) (D 20 Ve 18 er M e ) id ( D de 2 lb 02 ur 2) g (D Bo 20 rs 21 el e ) (N 20 Sl ui 20 s ) Te (L rn F eu 20 ze 21 n ) (N N 2 oo 02 rd 0) V -B l i s ev si el ng an en d (N 20 20 )

0

Grafiek 2: Aantal kg. restafval per inwoner per jaar (VANG). De VANG resultaten van 2019 tot en met 2023 van elke gemeente in Zeeland zijn zichtbaar. D = DIFTAR, LF = Laag-frequent, N = Nascheiding PMD

PMD-nascheiding betekent dat het PMD aan huis bij het fijn restafval gaat. Een fabriek sorteert het PMD later uit het restafval. Deze manier maakt het halen van de VANG-doelstellingen niet makkelijker. Want met PMD-nascheiding is een gemeente afhankelijk van de inzetbaarheid van de fabriek.

In tabel 3 ‘De Zeeuwse gemeenten met elkaar vergelijken’ vergelijken we de Zeeuwse gemeenten over hun resultaten en situatie in 2023. Hierin valt op dat het gedifferentieerd tarief (DIFTAR) een prima instrument is dat aan populariteit wint. We leren ook dat de hoeveelheid restafval van de recreatiewoningen en tweede woningen doorweegt. Want dit type woningen concentreert zich in het Noordzeekustgebied. En de gemeenten met Noordzeekust hebben het moeilijker dan de meeste binnenlandse gemeenten.

29

Gemeente

Restafval monitoring (kg/inwoner/ 2023)

Reimerswaal

DIFTAR

Laag frequent restafval inzameling

PMD-bron scheiding

Noordzeekust

127

Ja

1 januari 2025

Ja

Nee

Kapelle

133

Ja

Nee

Ja

Nee

Hulst

155

Gewenst

Ja

Ja

Nee

Tholen

156

1 januari 2024

Ja

Ja

Nee

Goes

156

Ja

Nee

Ja

Nee

SchouwenDuiveland

160

Ja

Nee

Ja

Ja

Veere

167

Ja

Nee

Ja

Ja

Middelburg

168

Ja

Nee

Ja

Nee

Borsele

198

Nee

Nee

Nee

Nee

Sluis

206

Gewenst

Ja

Ja

Ja

Vlissingen

247

Nee

Nee

Ja

Ja

Terneuzen

247

Nee

Nee

Nee

Nee

Noord-Beveland

267

Nee

Nee

Nee

Nee

Tabel 3: De Zeeuwse gemeenten met elkaar vergelijken

30

Uit het O.L.A.Z. ontstond de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD). En het O.L.A.Z. stelde de ZRD aan om alle Zeeuwse milieustraten te beheren. Zeven gemeenten kozen de ZRD als hun inzameldienst: Reimerswaal, Kapelle, Hulst, Tholen, Veere, Sluis en NoordBeveland. Het heeft voordelen om met meerdere gemeenten dezelfde inzameldienst te gebruiken. De ZRD ontzorgt ons op het vlak van administratie, slimme inzamelrondes bedenken, communicatie en participatie. Wij blijven de ZRD als inzameldienst gebruiken.

Het O.L.A.Z. werkt aan een eigen duurzaamheidsbeleid. Hierin beschrijft O.L.A.Z. de inzet van duurzaam materiaal. Het beleid geldt voor het O.L.A.Z. en de ZRD. De Zeeuwse gemeenten stellen dit duurzaamheidsbeleid vast in 2025. De milieustraten in Zeeland zijn alleen voor de inwoners van Zeeland. Want zij betalen voor hun toegang via de afvalstoffenheffing aan O.L.A.Z.. Al het grof huishoudelijk afval dat op de milieustraten terechtkomt door mensen die er niet mogen komen, telt wel mee als restafval per inwoner voor de VANG-HHA. De milieustraten zijn niet voor bedrijven. En ze zijn ook niet voor mensen die geen afvalstoffenheffing betalen, zoals bijvoorbeeld toeristen. We weten dat bedrijven en toeristen de milieustraten gebruiken. Maar de milieustraatbeheerders kunnen niet iedereen controleren die de milieustraat op komt. Daarom onderschrijven wij als gemeente Sluis het belang van toegangspoorten. En gezamenlijk in Zeeland gaven wij O.L.A.Z. de opdracht om dit in te voeren. Er komt dus op elke milieustraat in Zeeland toegangscontrole. Die toegangscontrole is in de vorm van een slagboom. Iedereen die afvalstoffenheffing betaalt aan een Zeeuwse gemeente, mag op een milieustraat in Zeeland. De slagboom gaat open met een (QR) code in de ZRD-afvalapp of een speciale pas.

6.1.3.2 Provincie Zeeland Zeeland borgt circulaire economie in een beleidsplan: Zeeuws Beleid Circulaire Economie. De circulaire economie gaat over veel onderwerpen. En huishoudelijk afval is ook een onderdeel van dit beleid. Hierover staat het volgende: “De Zeeuwse gemeenten omarmen de VANG-huishoudelijke doelstellingen van het ministerie van I&W en spannen zich in om deze te behalen via gemeentelijk beleid en (toegangs-)beleid op de milieustraten. Er wordt steeds geconformeerd aan de jaartallen en gerichte doelen zoals opgenomen in (herijkingen) van het VANG-programma.” En dit is de oorsprong van onze eigen visie.

31

6.1.4 Zeeuws-Vlaanderen De gemeente Sluis maakt deel uit van een regio die Zeeuws-Vlaanderen heet, samen met de gemeenten Terneuzen en Hulst. Wij werken samen op dit niveau. O.L.A.Z. organiseert de 'Race Against Waste' wedstrijd per regio. Deze wedstrijd draait om welke klas het beste grondstoffen kan verzamelen. De wedstrijd in Zeeuws-Vlaanderen is dus voor basisscholen in Terneuzen, Sluis en Hulst. In Zeeuws-Vlaanderen hebben we ook een organisatie die Natuur&Zo heet. Deze organisatie helpt kinderen en volwassenen om meer te leren over de natuur en het milieu. Natuur&Zo is van de drie gemeenten: Terneuzen, Sluis en Hulst. De gemeente Sluis werkt samen met Natuur&Zo om acties rondom restafval en grondstoffen te ondersteunen. Natuur&Zo verzorgt ook lessen op basisscholen om kinderen te leren hoe we beter met afval en grondstoffen kunnen omgaan. Deze lessen zijn belangrijk, want ‘jong geleerd, is oud gedaan!’.

6.2 Invloeden in gemeente Sluis Het is aan de gemeente om de afvalstoffenheffing en afvalstoffenverordening te regelen. Waar dit vandaan komt, staat in paragraaf 6.1.2 ‘Nederland’. Wat deze precies inhouden? Dat staat hieronder. De afvalstoffenheffing is het geld dat de gemeente van de inwoners vraagt om de inzameling en verwerking van hun afval te regelen. Met dit geld houdt de gemeente bijvoorbeeld de milieustraat open. En hiervan betaalt de gemeente de inzameldienst. Wij vragen aan Sabewa om de rekening naar onze inwoners te sturen. In de afvalstoffenverordening staan alle verboden en verplichtingen die een gemeente stelt. Dit gaat bijvoorbeeld over inzameltijdstippen. Wij hebben ook een uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening. In dit uitvoeringsbesluit gaan we nog dieper in op de verboden en verplichtingen. Hierop mag een gemeente handhaven. Ons

recyclepercentage

in

de

VANG

Recycletool

is

59,8%.

VANG-HHA

berekende

dit

met

inzamelhoeveelheden uit CBS in 2022. De recyclepercentages schat VANG-HHA in op basis van landelijk gemiddelde verwerkingsdata (in 2022) van deelstromen. Het recyclepercentage is dus het aandeel dat uiteindelijk terechtkomt in het recyclingproces. Maar in deze percentages rekende VANG-HHA de afkeur en uitval van fabrieken niet mee. Afkeur en uitval betekent dat de grondstof toch naar de verbrandingsoven gaat. Een recyclingpercentage gaat gelijk naar beneden als de afkeur en uitval wel bekend is. Terwijl VANG-HHA deze cijfers in beeld brengt, zorgen wij zelf aan de bron dat de kwaliteit grondstoffen zo hoog als mogelijk is. Dat is onze manier om in 2035 65% recyclepercentage te halen. En zo mindert de hoeveelheid brandbaar restafval vanzelf.

32

In 2023 stelden de inwoners een burgerakkoord samen. Het burgerakkoord is verwerkt in ons integraal beleidsplan duurzaamheid (IBD). In het IBD staat bij de pijler ‘Circulair’ het volgende over huishoudelijk afval: We houden ons aan de VANG-HHA doelstellingen. We zetten een afvalcoach via de ZRD in. We ondersteunen met afval voorkomende initiatieven van inwoners met een minimum van twee per jaar. We onderzoeken samen met de ZRD de mogelijkheden voor hergebruik van materialen en producten afkomstig van de milieustraat Sluis. Alsmede het inrichten van een ambachtscentrum in ZeeuwsVlaanderen. Het Zeeuws Beleid Circulaire Economie, het IBD en het grondstoffenbeleid 2025-2029 zijn inhoudelijk met elkaar verbonden. Het IBD is ons intern parapluplan waar circulaire economie onderdeel van uitmaakt. Zo zijn het IBD en dit grondstoffenbeleid 2025-2029 direct in lijn met elkaar. We houden hier rekening mee in ons communicatieplan (zie hoofdstuk 7) en de planning (zie hoofdstuk 9).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=92d20b53-738b-47b1-992f-52cbad56a4b6