a. Bijlage 1 Beleidsplan Cultuur en Erfgoed 2026 - 2032
Tekst van het document
4.3 Cultuur- en erfgoededucatie & -participatie Belang van cultuureducatie en -participatie Op dit moment wordt cultuureducatie via twee sporen aangevlogen. Enerzijds via het aanbod van de cultuurmenu’s. Leerlingen maken door deze programma’s kennis met verschillende kunst- en cultuurdisciplines. Scholen worden ontzorgd en kunnen een samenhangend programma van culturele activiteiten (zoals voorstellingen, workshops en museumbezoeken) afnemen. Anderzijds wordt gewerkt aan cultuureducatie via het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Hierin worden leerkrachten opgeleid een regierol te vervullen door cultuureducatie doelgericht te integreren in het curriculum, het leerproces van leerlingen te begeleiden en samenwerking met culturele partners te borgen. Landelijk wordt gewerkt aan een duurzamere en simpelere beleidsaanpak rond cultuureducatie op school. We houden deze ontwikkelingen in de gaten. In de uitvoeringsagenda is cultuureducatie een belangrijk onderdeel. We willen het aanbod aan activiteiten en programma's cultuureducatie en cultuurparticipatie in het komende jaar evalueren en stroomlijnen. Waar aansluiting gemist wordt zetten we in op het uitbreiding van het huidige aanbod. Cultuureducatie en cultuurparticipatie zijn belangrijk voor de persoonlijke ontwikkeling en het welbevinden van onze inwoners, en specifiek voor onze jongeren.
Daarbij draagt het bij aan gemeenschapszin en sociale binding. Uitgangspunt is dat er eenduidigheid is in het aanbod van cultuurmenu’s, zodat iedere leerling met dezelfde programma’s kennis maakt. Daarbij is de inzet van (lokale) uitvoerders binnen de cultuursector van groot belang. Stroomlijnen cultuureducatie in het onderwijs Voor wat betreft cultuureducatie in het basis- en voortgezet onderwijs willen we een samenhangend geheel van zowel aanbodgerichte activiteiten uit het veld (cultuurmenu’s) als lesprogramma’s die aansluiten op de leerdoelen en het curriculum van de scholen. Hierin trekken we op met de andere gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen en met Stichting Cultuureducatie Zeeuws-Vlaanderen (CEZVL) die voor alle gemeenten de cultuurmenu’s organiseert en met Toonbeeld in Terneuzen, dat de programma’s van Cultuureducatie met Kwaliteit naar de scholen brengt. Tot en met 2028 draagt de gemeente Sluis financieel bij aan het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. CMK is erop gericht om de cultuurkennis van scholen en leerkrachten te versterken en op die manier cultuureducatie ook onderdeel te maken van het lesprogramma. Toonbeeld voert de regie op dit programma. De landelijke ontwikkelingen houden we nauwgezet in de gaten. Vooralsnog zal dit programma per 2028 vast onderdeel worden van het onderwijscurriculum. Hieraan zijn geen extra kosten verbonden.
Met de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten zetten we in op een doorontwikkeling van de cultuurmenu’s
18
(binnenschools). Met de cultuurmenu’s willen we iedere leerling de mogelijkheid bieden om kennis te laten maken met diverse onderdelen van kunst, cultuur en erfgoed. Belangrijk uitgangspunt is de betrokkenheid van lokale partijen bij de inzet van de cultuurmenu’s. Ook de aansluiting bij het onderwijscurriculum is een belangrijke voorwaarde. Specifiek voor initiatieven op het gebied van museumeducatie merken we op dat de musea in Sluis al langer bezig zijn met museumeducatie-projecten die aansluiten op het curriculum van het onderwijs. Deze ontwikkeling willen we de komende jaren doorzetten; we zien graag dat dit aanvullend aanbod verder wordt uitgebreid. Hiermee verankeren we erfgoededucatie als vast onderdeel van het cultuureducatieve aanbod. Het streven is dat iedere leerling tijdens zijn schoolloopbaan de kans krijgt om minimaal vier keer een regionaal museum te bezoeken. Als gemeente vinden we het belangrijk dat het aanvullend aanbod aansluit bij de cultuurmenu’s. We nemen dat als een van de pijlers op in de prestatieafspraken die we maken in het kader van de nieuwe Subsidieregeling Cultuur en Erfgoed. De bibliotheek vervult een vijftal maatschappelijke functies; • stelt kennis en informatie beschikbaar. • biedt mogelijkheden voor ontwikkeling en educatie • stimuleert mensen om te lezen • organiseert ontmoetingen en debatten.
• laat mensen kennismaken met kunst en cultuur De gemeente zet in op het versterken van mediawijsheid en digitale geletterdheid van jeugdigen als integraal onderdeel van brede cultuureducatie. Hierbij wordt aangesloten bij de wettelijke basistaken van de openbare bibliotheek, in het bijzonder de ondersteuning van het onderwijs door het aanbieden van educatieve programma’s, leesbevordering en het ontwikkelen van digitale vaardigheden. Ontwikkelingen zoals Artificial Intelligence raken het onderdeel mediawijsheid. We onderzoeken de mogelijkheden om dit onderdeel verder te borgen in het toekomstig bibliotheekbeleid. In samenhang hiermee draagt de bibliotheek bij aan culturele oriëntatie, creativiteitsontwikkeling en gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren. Vrijetijdsaanbod cultuureducatie (buitenschools aanbod) bundelen op centrale plek Voor wat betreft de buitenschoolse cultuureducatie willen we werken aan een basisaanbod kunstonderwijs in de meest gangbare kunstdisciplines (muziek, theater, dans, tekenen, schilderen, fotografie en film) voor alle leeftijden. Mogelijk kan dat aanbod gebundeld worden op een vaste plek. In dat perspectief kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de centrumontwikkeling in Oostburg, waar ook ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen plannen worden gemaakt.
Ook kan in Oostburg een bundeling met het Ledeltheater op haalbaarheid worden onderzocht. Naast een centrale plek vinden we het ook belangrijk dat er samenwerking plaatsvindt met lokale verenigingen en stichtingen. Versterken aanbod voor en door jongeren In het kader van cultuurparticipatie leggen we de focus op amateurkunst en aanbod voor jeugd en jongeren tot 27 jaar. Voor wat betreft jeugd en jongeren willen we met betrokken organisaties vanuit het sociaal domein en cultuurorganisaties, zoals CEZVL, onderzoeken hoe we deze doelgroep beter kunnen bereiken en bedienen. De broedplaats voor jongeren die CEZVL in Oostburg organiseert, blijkt goed te werken en kan mogelijk de basis zijn voor het gemeentebreed bereiken van meer jongeren,. Met de komst van een Cultuurcoach Sluis denken we dat hier verbetering in kan komen; een cultuurcoach kan samen met jongeren en betrokken organisaties zorgen voor concrete nieuwe initiatieven op het gebied van jongerencultuur. Daarnaast willen we in de subsidieafspraken met in ieder geval CEZVL gerichte inspanning op het gebied van jongerencultuur vastleggen. We stellen hiervoor een specifiek subsidiebudget beschikbaar en werken dit verder uit in een subsidieregeling voor jongerencultuur. Beleidsuitgangspunten zijn dat het:
19
-
aansluit bij de wensen en behoeften van de jongeren een bijdrage levert bij het verminderen van gezondheidsachterstanden (kansengelijkheid, mentale weerbaarheid) sociale betrokkenheid verhoogt inzet op preventie, waarmee duurdere (jeugd)hulp kan verminderen
Ondersteuning van amateurverenigingen Voor wat betreft de amateurkunst zien we dat deze vorm van cultuurbeoefening onder druk staat. Veel verenigingen hebben moeite jonge mensen aan zich te binden en het vrijwilligerswerk in de organisatie van amateurkunst staat onder druk. We willen de cultuurcoach die we hebben voorgesteld expliciet ook opdracht geven ook de amateurkunst te ondersteunen. Dat zou mogelijk kunnen onderwerpen als publiciteitsbeleid, fondsenwerving en vrijwilligersbeleid. Ook kan de cultuurcoach amateurkunstorganisaties helpen nieuwe vormen van amateurkunst te ontwikkelen, als alternatief voor het traditionele lidmaatschap met vaste contributies. Samenvattend overzicht beleidsmaatregelen ● We overleggen met de andere gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen en met Cultuurkwadraat, Toonbeeld en CEZVL om te komen tot een samenhangend aanbod van Cultuurmenu’s en programma’s die aansluiten op de leerdoelen van het onderwijs. ● Voor het aanbod cultuurmenu en buitenschools aanbod zetten we in op kansengelijkheid. Daarnaast zijn belangrijke uitgangspunten het betrekken van lokale spelers en het aansluiten op het onderwijscurriculum. ● Het streven is dat iedere leerling, aanvullend op de basis cultuurmenu, tijdens zijn schoolloopbaan de kans krijgt om minimaal vier keer een regionaal museum te bezoeken.
We stellen hiervoor een subsidie beschikbaar per basisschoolleerling gerelateerd aan het museumbezoek. ● We onderzoeken of het buitenschoolse aanbod cultuureducatie kan worden gebundeld op een centrale plek, mogelijk bij het Ledeltheater. ● We willen jongeren stimuleren om meer in aanraking te komen met cultuur en zelf initiatieven op te zetten. Hiervoor werken we een subsidieregeling voor jongerencultuur uit. Ook zullen we de nieuwe Cultuurcoach Sluis opdracht geven om met jongeren en betrokken organisaties te komen tot nieuwe projecten. De samenwerking met de jongerenwerkers is een pré.
4.4 Erfgoed en monumentenbeleid Naar een nieuw erfgoed- en monumentenbeleid Ons monumentenbestand bestaat uit rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. De rijksmonumenten vormen het fundament: deze objecten zijn door het Rijk aangewezen en maken deel uit van een landelijk beschermd stelsel. Daarnaast hebben we de mogelijkheid om zelf gebouwen en objecten van lokaal belang als gemeentelijk monument aan te wijzen. Het behouden van cultureel erfgoed vraagt om een toekomstgerichte en realistische aanpak. Toekomstbestendig betekent dat we ons erfgoed beschermen voor komende generaties, maar ook dat we keuzes maken die passen binnen onze beschikbare tijd, middelen en wettelijke taken. De focus ligt op objecten die bepalend zijn voor het karakter en de herkenbaarheid van onze gemeente. Realistisch betekent dat we onze aandacht vooral focussen op monumenten die op dit moment nog in een redelijke staat zijn. Rijksmonumenten vormen hiervoor het fundament. Als aanvulling daarop kunnen wij zelf bepalen welke objecten extra bescherming krijgen als gemeentelijk monument. Sinds 2013 hebben we verschillende categorieën erfgoed onderzocht, zoals militair en religieus erfgoed, woonhuizen en boerderijen. Een groot deel van deze inventarisaties is afgerond. Het huidige monumentenbestand bevat ruim vierhonderd objecten, waarvan ongeveer de helft gemeentelijk monument is.
Deze omvang is niet langer beheersbaar en zet toezicht, vergunningverlening en de ondersteuning van eigenaren onder druk. Daarom is een herziening van het bestand aan gemeentelijke monumenten nodig. Ons doel is om het gemeentelijk monumentenbestand te beperken tot een veel kleinere, overzichtelijke groep waardevolle monumenten.
20
We richten ons op beeldbepalend erfgoed dat herkenningspunten vormt in het landschap en in de kernen. Objecten die voor het publiek vanaf de openbare ruimte zichtbaar zijn en/of die toegankelijk zijn voor publiek hebben daarbij onze voorkeur. Religieus erfgoed, Militair erfgoed en andere beeldbepalende objecten blijven belangrijk voor ons monumentenbestand. Boerderijen zijn vaak minder zichtbaar en minder toegankelijk door de ligging in het buitengebied. Voor woonhuizen geldt dat deze categorie al uitgebreid vertegenwoordigd is binnen de rijksmonumenten, met in totaal drieënnegentig objecten. Voor deze categorie monumenten geldt eveneens dat zij over het algemeen niet toegankelijk zijn voor publiek. Voor de beoordeling van gemeentelijke monumenten gebruiken we het bestaande afwegingskader, zoals dat in de periode vanaf 2017 is gehanteerd Bij de aanwijzingsbesluiten is een waarderingstabel gebruikt tot maximaal 30 punten. We heroverwegen alle eerdere aanwijzingsbesluiten. Boerderijen en objecten die als woonhuis zijn gebouwd, nemen we alleen op in het gemeentelijk monumentregister bij scores boven de 25 punten. Objecten die rond deze bandbreedte (score tussen 23 en 27 punten) vallen, beoordelen we nog een keer kritisch volgens dezelfde methode, zodat de afweging zorgvuldig en uniform gebeurt. Ook de overige gemeentelijke monumenten beoordelen we kritisch.
Hiervoor maken we een heroverweging. Op basis van signalen uit het erfgoedveld, waarbij enerzijds draagvlak bestaat om de grens te verleggen en anderzijds wordt gevraagd om terughoudendheid, is gekozen voor een middenweg en vastgesteld dat de grens op 21 punten ligt. Monumenten in de bandbreedte van 20 en 22 punten beoordelen we nogmaals volgens dezelfde methode. Tegenover deze indikking van de gemeentelijke monumentenlijst staat dat we meer ondersteuning willen geven aan beeldbepalend erfgoed dat een monumentenstatus behoudt, door meer inzet op projectsubsidies. Samenvattend intensiveren we onze inzet, maar wel voor een kleiner, zorgvuldig gekozen deel van het beeldbepalend erfgoed. Opstellen van een Ontwikkelprogramma Erfgoed Sinds de invoering van ons erfgoedbeleid in 2013 zijn onze verplichtingen veranderd. De inwerkingtreding van de Erfgoedwet (2016) en de Omgevingswet (2024) schrijven ons nieuwe wettelijke kaders voor. Deze wetgeving legt de gemeente de expliciete taak op om zorgvuldig om te gaan met cultureel erfgoed en stelt verplicht om erfgoed- en archeologische belangen mee te wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast de twee nieuwe wetten is de landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) geïntroduceerd, deze strategie vormt een belangrijke aanleiding om het gemeentelijk beleid voor toezicht en handhaving op erfgoed te versterken.
De LHSO heeft een breder toepassingsbereik dan haar voorganger en biedt gemeenten een uniform kader om overtredingen van wet- en regelgeving te voorkomen en erfgoed duurzaam te beschermen. Om aan deze verhoogde zorgplicht te voldoen en erfgoed een volwaardige plek te geven in vergunningverlening en ruimtelijke ontwikkelopgaven, willen we een proces in gang zetten dat resulteert in een samenhangend beleidsinstrumentarium in 2028: het Ontwikkelprogramma Erfgoed. Dit moet er zijn in 2028. Dit programma beschrijft maatregelen voor beheer, behoud en handhaving en geeft richtlijnen voor het benutten van erfgoedkwaliteiten bij ruimtelijke opgaven. In het Ontwikkelprogramma leggen we onze nieuwe koers en het bijbehorende afwegingskader vast. Tot die tijd pakken we de meest urgente dossiers alvast op. We concretiseren stapsgewijs ons erfgoedbeleid langs de volgende acties en mijlpalen: ● We herijken het gemeentelijk monumentenbestand waarbij de inzet is om te komen tot een indikking van het monumentenbestand. Alle aangewezen gemeentelijke monumenten worden heroverwogen. We ontwerpen een (project) subsidieregeling voor eigenaren van monumenten. ● Strategische inbedding van erfgoed in de Omgevingsvisie in 2026. Het ruimtelijk domein ontwikkelt vanuit de Omgevingswet een integrale Omgevingsvisie.
De transitie naar de Omgevingsvisie vraagt om een samenhangende aanpak waarin erfgoed niet alleen wordt beschermd, maar ook actief wordt meegenomen in ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij krijgt ook de omgeving van monumenten een belangrijkere rol. ● Ontwikkeling Cultuurhistorische Waardenkaart. We stellen een Cultuurhistorische Waardenkaart op die de historische gelaagdheid van ons grondgebied inzichtelijk maakt en waarin alle erfgoedkwaliteiten (monumenten, archeologische vondsten, cultuurlandschappen) in beeld
21
●
●
worden gebracht. Deze waardenkaart wordt onderdeel van het omgevingsplan. De oplevering van de cultuurhistorische waardenkaart staat gepland in 2027. Ontwikkelprogramma Erfgoed. Met dit ontwikkelprogramma werken we in 2028 de vastgestelde wettelijke- en beleidskaders concreet uit. Bij het opstellen van het Ontwikkelprogramma Erfgoed richten we ons op de vijf dragende kernen uit de Economische Agenda. Daarnaast geven we prioriteit aan belangrijke monumentenhotspots; Uitvoering Ontwikkelprogramma erfgoed. Door het verleggen van onze focus op beeldbepalend erfgoed zal dit betekenen dat we de lijst van gemeentelijke monumenten indikken. De uitvoering van toezicht en handhaving vraagt om een risicogerichte aanpak, inclusief registratie van overtredingen en rapportage conform het format van de LHSO.
Actuele vraagstukken. Vooruitlopend op het Ontwikkelprogramma Erfgoed in 2028, willen we in 2026 en 2027 aan de slag met: ● Kerkenvisie. De aanbevelingen uit de kerkenvisie pakken we via verschillende lijnen op. We betrekken ze bij het op te stellen lokaal voorzieningenbeleid waarbij herbestemming naar maatschappelijke functies kan worden onderzocht. Daarnaast organiseren we een aanspreekfunctie en voorlichting over subsidies voor de kerkeigenaren via het brede loket maatschappelijke dienstverlening. Ook kunnen we vanuit het toekomstige loket ondersteunen bij het werven van vrijwilligers. Tot slot zijn wij bereid om op verzoek mee te werken aan pilots die uitvoering geven aan de concretisering van de conclusies en aanbevelingen uit de kerkenvisie. • Plan Gemeentelijk erfgoed. We willen een duidelijke koers bepalen voor het gemeentelijk erfgoedbezit zoals onze Molens en Militair erfgoed (Bunkers). In het plan beschrijven we welk erfgoed we willen behouden en ontwikkelen en ook welke objecten we willen afstoten. Als we afstoten zorgen we voor goede voorwaarden, zodat de kwaliteit en toekomst van het erfgoed gewaarborgd blijft. • Watertoren. We stellen een plan op om het gemeentelijke kunstwerk De Druppels te conserveren en te behouden richting de toekomst. Verder wordt de Watertoren meegenomen bij de herijking instandhoudingssubsidie en projectsubsidie.
Samenvattend overzicht beleidsmaatregelen ● Opstellen Cultuurhistorische Waardenkaart. ● Opstellen van gemeentelijk erfgoed- en monumentenbeleid, in de vorm van een Ontwikkelprogramma Erfgoed. ● Bepalen op welke wijze wij de aanbevelingen uit de kerkenvisie kunnen oppakken en of hiervoor specifieke expertise nodig is. ● Plan gemeentelijk erfgoedbezit. ● Toekomstperspectief kunstwerk Watertoren uitwerken.
22
5. Uitvoering en beheersing 5.1 Onderdelen voor de uitvoeringsagenda Hoofdlijn
Actie
Planning
Algemeen
Evaluatie en herijken uitvoeringsagenda
2028
Meer samenhang en verbinding
We stellen een richtinggevend notitie op basis van de hiergenoemde beleidsuitgangspunten voor de uitwerking van subsidieregelingen cultuur.
Uitvoering in 2026 Start nieuwe regeling in 2027
Inrichten brede maatschappelijke dienstverlening, zoals genoemd in het beleidsplan Sociaal Domein
2026
Onderzoek positionering en capaciteit Cultuurcoach. We stemmen hiervoor af met lokale basisinfrastructuur en de gemeenten Terneuzen en Hulst
2026
Start pilot Cultuurcoach
2027
Passend cultureel basisvoorzieningenniveau koppelen aan het op te stellen lokale voorzieningenbeleid Sluis, op basis van onze groeiambities
Start in 2027
Afspraken vastleggen omtrent gebruik tentoonstellingsruimte Raadskelder Belfort
2026
Opstellen toekomstvisie voor het Ledeltheater, gekoppeld aan een centraal cultuurhuis in Oostburg
2026
Afstemming gemeenten, organisaties & programma’s cultuureducatie
Doorlopend, onderdeel van contract- en prestatieafspraken
Uitwerken subsidieregeling jongerenparticipatie
2027
Basisinfrastructuur laagdrempelig en toekomstbestendig
Educatie en participatie
23
Erfgoed en monumenten
Opdracht beleggen bij musea en onderwijs om tot een “masterplan” Museum- en erfgoededucatie te komen voor de toekomst, aanvullend op de basis cultuurmenu’s.
2026
Uitwerken Bibliotheekbeleid; opnemen van een programmalijn mediawijsheid en digitale geletterdheid, gericht op jeugd en onderwijs, met concrete inzet op educatieve programma’s.
Aanvullend op landelijke wet, niet voor 2027
Herijking instandhoudingssubsidie en projectsubsidie.
Opstellen regeling in 2026 Start regeling in 2027
Actualisatie van de erfgoedverordening en het monumentenregister
2026
Ontwikkeling van cultuurhistorische waardenkaart en integreren in het omgevingsplan
2026/2027
Opleveren Ontwikkelprogramma Erfgoed
2028
Uitvoering Ontwikkelprogramma Erfgoed
2029 +
Implementatie van een deel van de aanbevelingen uit de kerkenvisie.
2026
Conclusies en aanbevelingen omtrent maatschappelijk gebruik en herstemming van kerken meenemen in het op te stellen lokaal Voorzieningenbeleid
2027
Plan Gemeentelijk erfgoed
2027
24
5.2 Financiële consequenties Maatregel
Structureel / incidenteel
Bedrag
Pilot cultuurcoach
Eenmalig voor pilot van 2 jaar, met indien gewenst structurele voortzetting
€ 100.000,-
Opstellen Ontwikkelprogramma Erfgoed
Eenmalig
€ 50.000,-
Mogelijkheid tot uitvoering van pilot omtrent uitvoering kerkenvisie
Eenmalig
€ 40.000,-
Plan gemeentelijk erfgoed
Eenmalig
€ 50.000
Subsidies
Structureel en incidenteel
PM (onderdeel plafonds kadernota)
25
5.3 Monitoring & evaluatie We gaan de uitvoering van het nieuwe cultuur- en erfgoedbeleid systematisch monitoren en evalueren. We zullen dat jaarlijks doen aan de hand van de volgende stappen: ● Met de gesubsidieerde basisvoorzieningen vinden drie keer per jaar tussenevaluaties plaats, op basis van de contract- en prestatieafspraken. ● Jaarlijks wordt via de Cultuurcoach en het loket brede maatschappelijke dienstverlening (cultuur) een verslag uitgebracht over de uitgevoerde activiteiten en resultaten. ● Periodiek monitoren we de verstrekte subsidies, zowel incidenteel als structureel. De resultaten van bovengenoemde stappen vormen de input van een jaarlijks ‘Voortgangsdocument tussen Vesting en Verbeelding’. Dit document zal middels een Raadsinformatiebrief aan de gemeenteraad worden aangeboden. Ook zullen op basis van het voortgangsdocument eventuele financiële gevolgen worden meegenomen in de P & C-cyclus van de gemeente.
26
Bijlage I Analyse relevante Beleidskaders Rijk, Provincie en Gemeente 1. Beleidskaders Rijk Bibliotheekbeleid Het Rijk regelt wetgeving rondom bibliotheken via de Wet Stelsel Openbare Bibliotheken (Wsob), die per 2026 vernieuwd zal worden. Deze wet verbreedt de taken van de bibliotheek naar onder meer digitale inclusie en participatie, waarmee de bibliotheek een sleutelrol vervult in het Sociaal Domein van Sluis. De Wsob verplicht gemeenten om minimaal één volwaardige bibliotheekvoorziening binnen hun grenzen in stand te houden. Hiervoor stelt het Rijk vanaf 2025 extra financiële middelen beschikbaar. Volgens de herziene wet moeten openbare bibliotheken de volgende wettelijke taken vervullen, die bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke kansen vergroten: ● Het beschikbaar stellen van kennis en informatie. ● Het bevorderen van ontwikkeling en educatie. ● Stimuleren van lezen. ● Faciliteren van ontmoeting en debat. ● Toegankelijk maken van kunst en cultuur. Kunst- en Cultuurbeleid De Rijksoverheid zet in de periode 2025-2028 in op het realiseren van een krachtige en meer evenwichtige culturele basisinfrastructuur (BIS), met de nadruk op een betere geografische verspreiding van de culturele voorzieningen over het land.
Het bevorderen van participatie in kunst, cultuur en cultuuronderwijs voor alle leeftijden in Nederland wordt actief gestimuleerd door middel van diverse programma’s en regelingen, die gericht zijn op creatieve en persoonlijke ontwikkeling. Zo is er het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK), dat de kwaliteit van het cultuuronderwijs op scholen verbetert. Voor middelbare scholieren en MBO-studenten wordt de financiële drempel verlaagd door de Cultuurkaart. Daarnaast is er het Jeugdcultuurfonds om kinderen in achterstandsposities in gemeenten door heel Nederland de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan culturele activiteiten, wat een direct raakvlak heeft met de focus van Sluis op het Sociaal Domein. Ook het landelijke Fonds voor Cultuurparticipatie ondersteunt projecten voor de amateurkunst en moedigt de samenwerking tussen de culturele sector en sociale domeinen (zoals welzijn en zorg) krachtig aan. Cultuureducatie met Kwaliteit Met het programma Cultuureducatie met Kwaliteit zet het Rijk in op het borgen van goede cultuureducatie voor ieder kind. Het doel van deze meerjarige regeling is om kunst- en erfgoededucatie een vaste, kwalitatieve plek te geven binnen het curriculum van het funderend onderwijs, in plaats van incidentele activiteiten.
Via het Fonds voor Cultuurparticipatie worden middelen beschikbaar gesteld om de samenwerking tussen scholen en de lokale culturele omgeving te versterken, ook provincie Zeeland draagt financieel bij. De focus ligt hierbij op het ontwikkelen van doorlopende leerlijnen, deskundigheidsbevordering van leerkrachten en het bevorderen van kansengelijkheid, zodat de achtergrond van een kind niet bepalend is voor de toegang tot cultuur. Voor gemeenten biedt dit kader financiële kansen om de lokale educatieve infrastructuur te versterken. Erfgoedbeleid; Verdrag van Faro Nederland heeft het Verdrag van Faro bekrachtigd, wat een oproep inhoudt om cultureel erfgoed in dienst te stellen van de samenleving. Dit sluit aan bij het groeiende besef dat erfgoed ook een maatschappelijke waarde heeft. Erfgoed kan een belangrijke drager zijn van gedeelde herinneringen en identiteitsbesef van gemeenschappen, zeker ook van culturele minderheden. Daarnaast blijkt erfgoed een waardevol middel te zijn voor het bevorderen van gemeenschapszin, welzijn en positieve gezondheid. De grondgedachte van Faro draait om welke waarde cultureel erfgoed voor de gemeenschap heeft, voor wie erfgoed bestemd is en op welke wijze iedereen betrokken is. Het Verdrag van Faro omvat meerdere aspecten, waarvan sommige al verankerd zijn in de huidige Nederlandse erfgoedpraktijk.
Voorbeelden hiervan zijn: de digitalisering van erfgoed om de bereikbaarheid ervan te vergroten; de bottom-up
27
benadering van immaterieel erfgoed, waarbij gemeenschappen zelf bepalen wat als erfgoed wordt beschouwd en hoe zij dit willen borgen; de opzet van leermogelijkheden voor vrijwilligers; en het gebruik van erfgoed als een inspiratiebron voor ruimtelijke en stedenbouwkundige projecten. Ook streeft Faro naar een evenwichtiger verhouding tussen de gevestigde, geïnstitutionaliseerde erfgoedzorg en de inbreng van erfgoedvrijwilligers, erfgoedgemeenschappen en lokale burgerinitiatieven. De Erfgoedwet en de Omgevingswet Sinds de inwerkingtreding van de Erfgoedwet op 1 juli 2016 hebben gemeenten een belangrijke verantwoordelijkheid in het zorgvuldig omgaan met het cultureel erfgoed. De wet verplicht gemeenten om bij alle ruimtelijke plannen rekening te houden met aanwezige archeologische waarden en zorg te dragen voor archeologische vondsten. Ook dienen gemeenten zorg te dragen voor hun gemeentelijke monumenten en spelen ze een rol in de omgang met rijksmonumenten. Gemeenten hebben verplichtingen op het gebied van informatiebeheer en registratie en werken samen met erfgoeddeskundigen van het rijk (Rijksdienst Cultureel Erfgoed).
2. Beleidskaders Provincie Uitvoeringsagenda Cultuur en Erfgoed 2025-2032 De provinciale uitvoeringsagenda voor Cultuur en Erfgoed (2025-2032) beschrijft de lange termijnambities van de provincie Zeeland en de noodzakelijke veranderingen om de culturele en erfgoedsector te versterken. Dit beleid biedt veel kansen voor de Zeeuwse gemeenten. De centrale visie is dat Zeeland in 2032 een gezonde en dynamische cultuur- en erfgoedsector kent die zichtbaar, toegankelijk en te benutten is voor en door iedereen. Cultuur en erfgoed worden gezien als bouwstenen die bijdragen aan de Zeeuwse identiteit, de leefomgeving en innovatie. De ambities zijn uitgewerkt in vijf kernthema's: 1. Basis voor cultuur & erfgoed: Het stimuleren van dynamiek en samenwerking en het zorgen voor een stabiele basisinfrastructuur. 2. Participatie & publieksverbreding: Het behouden, toegankelijk maken en benutten van cultuur en erfgoed voor iedereen, waarbij gewerkt wordt volgens de uitgangspunten van het Verdrag van Faro. de provincie benoemt hier expliciet cultuur in kleine kernen. 3. Jeugd & jongeren: Het vergroten van waardering, productie en deelname door jongeren, wat essentieel is voor de toekomstbestendigheid van de sector. 4. Makersklimaat & kennisontwikkeling: Het faciliteren van een bloeiend makersklimaat, met focus op productie en onderzoek in en over Zeeland. 5.
Innovatie & transitie: Het activeren van overheden, onderwijs en bedrijfsleven om bijdragen van de cultuur- en erfgoedsector te verkrijgen voor innovatie en het vormgeven van grote maatschappelijke transities, zoals verduurzaming. De provincie heeft een aantal veranderopgaven en acties opgesteld. Hieronder zijn een aantal geselecteerd die relevant zijn voor de gemeente Sluis: ● De provincie zal de huidige cultuursubsidies herzien en de taken van de ondersteuningsorganisaties herijken. Dit moet leiden tot een meer gecentraliseerde en betere ondersteuning. ● De provincie intensiveert de samenwerking met Zeeuwse gemeenten en streeft naar een cultuuren erfgoedakkoord om gezamenlijke belangen en doelen te benadrukken. ● De provincie brengt het aantal structureel ondersteunde musea terug. Desalniettemin wil ze een regeling voorzien voor een bredere steun aan alle musea. Er komt een subsidieregeling voor alle Zeeuwse musea wat betreft samenwerkingsprojecten. De provincie wil de samenwerking met de gemeenten versterken en afspraken maken over de ondersteuning. ● De provincie, Zeeuwse gemeenten en het Fonds voor Cultuurparticipatie financieren samen Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK4) tot en met schooljaar 2027-2028. Het erfgoed educatieprogramma 'Reizen door de Tijd' is hierin geïntegreerd. ● De provincie richt een Zeeuws Erfgoed Expertteam op, in de vorm van een denktank.
28
●
De provincie stelt een subsidie beschikbaar ter verduurzaming van monumenten, ook als er geen herbestemmingsvraag is. ● De provincie onderzoekt de mogelijkheid om incidenteel kleinere Faro erfgoedprojecten gezamenlijk op te pakken, naar aanleiding van de motie in de PS over cultuur in kleine kernen. Er wordt onderzocht of de regeling aangepast dan wel uitgebreid kan worden. ● De provincie verandert de rol van Cultuurkwadraat. Dit zal de ondersteuningsinstelling worden die provincie-breed opereert. Het takenpakket van Cultuurkwadraat wordt uitgebreid, wat gevolgen heeft voor gelieerde instellingen. Euregionale samenwerking Grensoverschrijdende samenwerking is een van de actiepunten in het akkoord tussen de provincie en de Zeeuwse gemeenten op het gebied van cultuur en erfgoed. Een concreet voorbeeld hiervan is dat er grensoverschrijdende samenwerking wordt gezocht bij het uitwerken van verhaallijnen voor musea. Wat betreft erfgoed is de samenwerking zichtbaar in het landschap, namelijk middels de Spaanse Linies. De focus is verlegd van incidentele samenwerking naar structurele partnerschappen. Er is sprake van een actieve kennisuitwisseling tussen de Zeeuwse cultuursector en stedelijke cultuurcentra zoals Gent, via het eerder genoemde Gents Kunstenoverleg. De Zwinstreek profileert zichzelf dan ook als één culturele regio en zet zichzelf op die manier op de kaart.
3. Beleidskaders Gemeente Coalitieakkoord Het huidige gemeentebestuur van Sluis opereert vanuit het coalitieakkoord “Strategie met Ambitie” (20222026), dat in januari 2024 is aangevuld met het addendum “Ruimte voor Keuzes”. De kern van het beleid is een zoektocht naar balans: de gemeente wil de economische vitaliteit behouden, maar de leefbaarheid voor de eigen inwoners beschermen tegen de druk van vergrijzing en massatoerisme. Het beleid is gebouwd op vier pijlers: ● Woningen en voorzieningen (woonprogramma, regulering tweede woningen, vitale kernen). ● Sociaal domein: kansengelijkheid en bestaanszekerheid (armoedebestrijding, zorg, eenzaamheid tegengaan). ● Economie en arbeidsmarkt (economische verbreding, toeristische balans). ● Energie, klimaat en duurzaamheid (energietransitie en klimaatadaptatie). Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030 De druk die vergrijzing en ontgroening op de regio legt, is een belangrijke onderlegger van het sociale beleid van de gemeente. Het bevorderen van de leefbaarheid in de kernen, het versterken van de sociale samenhang en actief burgerschap worden genoemd als doelstellingen. Bovendien is de druk op de zorg een belangrijk aandachtspunt, wat kan worden ondervangen door preventieve maatregelen. Daarom richt het beleid in het sociaal domein zich op een verschuiving van zorg naar welzijn.
Het nieuwe cultuur- en erfgoedbeleid speelt daar een belangrijke rol in, omdat cultuurdeelname kan bijdragen aan zelfredzaamheid, gemeenschapszin en preventieve weerbaarheid. Ook kan cultuurdeelname ingezet kunnen worden als instrument tegen eenzaamheid. Cultuurdeelname en creativiteit hebben bovendien een positief effect op de mentale gezondheid van jongeren. Economische Agenda In december 2025 is de nieuwe Economische Agenda vastgesteld. Met deze Economische Agenda zet de gemeente in op groei: economische groei en bevolkingsgroei. Voor wat betreft de economische groei is en blijft toerisme belangrijk, maar niet langer zaligmakend. In de nieuwe Economische Agenda krijgt toerisme een minder prominente rol; in plaats daarvan wordt ingezet op een brede economische groei. Om die te stimuleren wil de gemeente een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor bedrijven en werknemers. Dit vraagt niet alleen ruimte voor bedrijventerreinen en bijbehorende infrastructuur, maar ook om nieuwe woningen en aantrekkelijke voorzieningen. De gemeente ziet Oostburg, Breskens, IJzendijke, Aardenburg en Sluis als de dragende kernen waar de economische groei en de bevolkingsgroei geconcentreerd moeten worden.
29
De gemeente onderkent dat de beoogde groei van bevolking en economie, en de hiervoor benodigde infrastructuur aan bedrijventerreinen, woningen en verkeersverbindingen, de authenticiteit en de beleving van het cultuurhistorische landschap op sommige plekken zal veranderen. Voor het cultuur- en erfgoedbeleid betekent deze keuze dat het behoud van cultuurlandschap weliswaar een uitgangspunt blijft, maar niet langer leidend is bij ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen in de 5 dragende kernen. Wel is de ambitie om de identiteit van de streek in te zetten om de sociale verbondenheid te vergroten, zodat ook nieuwkomers zich verbonden voelen met de identiteit van de streek waar zij wonen en ook kunnen betrokken zijn bij de leefbaarheid in de kernen. Voor wat betreft het toerisme als belangrijk onderdeel van de lokale economie voorziet de Economische Agenda in een koerswijziging. Met de keuze voor de ontwikkeling en groei van de brede economie, geconcentreerd in de 5 dragende kernen, stapt de gemeente af van het uitgangspunt van spreiding van toeristische voorzieningen; het achterland zal niet langer worden gebruikt als recreatief uitloopgebied voor toeristen. In plaats daarvan worden de toeristische voorzieningen geconcentreerd in de gebieden met de hoogste waarde voor de bezoekers: het strand, de duinen en het kustgebied.
Vanwege de beperking in fysieke ruimte voor toerisme is de verwachting dat het aantal toeristen in de toekomst zal stabiliseren of zelfs wat zal afnemen. De gemeente kiest nadrukkelijk voor kwaliteitstoerisme in plaats van massatoerisme. Erfgoedbeleid In de Erfgoedvisie 2013 formuleerde de gemeente Sluis een langetermijnvisie op het materiële erfgoed, ingegeven door het landelijke beleid Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo) en de gemeentelijke structuurvisie 'Goed Leven'. De inzet van het Erfgoedbeleid in 2013 was de verschuiving van enkel objectgerichte bescherming naar een gebiedsgerichte aanpak, waarbij cultuurhistorische belangen vroegtijdig werden meegewogen in de ruimtelijke ordening. De gemeente richtte zich hierbij specifiek op het versterken van de lokale identiteit en het benutten van erfgoed als economische motor voor toerisme en recreatie, met name in het achterland. Speerpunten waren het op orde brengen van het beheer van eigen gemeentelijk vastgoed, de zorg voor religieus en militair erfgoed, en de bescherming van karakteristieke dorpsgezichten en molens. In de uitvoering van de erfgoedvisie zijn wel stappen gezet, zoals het opknappen van de bunkers in Bunkerpark Groede en het zorgen voor een vorm van publieksontsluiting daar, maar dat is in de praktijk een incidentele ingreep gebleken. De gemeente staat opnieuw voor de vraag wat men met het Bunkerpark wil.
Op basis van de erfgoedvisie lag het in de bedoeling om integrale gebiedsvisies op te stellen voor de verschillende woonkernen en landschappen in de gemeente. Hiervan is het feitelijk nog niet gekomen. De nieuwe Omgevingswet schrijft voor dat de Omgevingsvisie moet worden vertaald in concrete Ontwikkelprogramma’s, waaronder een Ontwikkelprogramma Erfgoed dat als richtinggevend kader moet dienen voor de omgang van erfgoed als onderdeel van ruimtelijke ontwikkeling. In de praktijk blijkt dat veel speerpunten uit het beleid van 2013 niet zijn opgepakt. Tegelijkertijd vragen de nieuwe Erfgoedwet en de Omgevingswet om concrete actie om het beleid voor materieel erfgoed aan te scherpen en uit te werken. Daar willen we dan ook mee aan de slag. Kerkenvisie Voor wat betreft het religieus erfgoed in de gemeente is in 2023 een Kerkenvisie opgesteld door Erfgoed Zeeland. De aanleiding hiervoor is dat ook in de gemeente Sluis veel kerken leeg komen en vragen om een herbestemming. Veel van deze kerkgebouwen zijn van grote culturele, historische, toeristische en maatschappelijke waarde en worden gewaardeerd door zowel bewoners als bezoekers. Mensen zijn er gedoopt, getrouwd of hebben er afscheid genomen van hun geliefden. Hoewel verschillende kerken de status hebben van rijksmonument en dus niet gesloopt mogen worden, is ook hier het voortbestaan niet altijd zeker.
De Kerkenvisie bevat een aantal maatregelen en aanbevelingen om leegkomende kerkgebouwen een toekomst te bieden:
30
● ● ● ● ● ● ●
Plaats een onderzoek tot herbestemming in het kader van de toekomst en leefbaarheid van de kernen. Betrek inwoners en lokale maatschappelijke organisaties bij herbestemmingstrajecten. Werf lokaal vrijwilligers die een rol willen spelen in nieuwe gebruiks- en exploitatievormen. Maak periodiek een waardestelling van kerkinterieurs. Monitor op provinciaal niveau onderhoudsachterstanden en zorg voor een provincie breed herstelprogramma. Voer op provinciaal niveau duurzaamheidsscans uit, in combinatie met onderzoek naar herbestemming. Ontwikkel op provinciaal niveau een organisatie die zo nodig het eigendom kan overnemen en ook de basis legt onder gebruik en exploitatie.
Museumbeleid Eind 2024 is een nieuw gemeentelijk museumbeleid vastgesteld. Hierin wordt geconstateerd dat het museale landschap in Sluis, met elf musea op een relatief kleine bevolking, te versnipperd en daardoor kwetsbaar is. Hoewel deze instellingen met veel inzet van vrijwilligers worden gedraaid, ontbreekt het de afzonderlijke organisaties vaak aan voldoende slagkracht en middelen om zelfstandig toekomstbestendig te blijven. Vooral voor de musea die aan de hoge kwaliteitseisen van het landelijke Museumregister moeten voldoen, is de druk op de organisatie te groot geworden. Om toekomstbestendig te worden en in te spelen op de eisen die het publiek vandaag de dag aan museumbezoek stelt en ook in de toekomst te kunnen voldoen aan de eisen van het Museumregister, zal er geprofessionaliseerd moeten worden. En dat is niet goed mogelijk voor alle musea afzonderlijk, maar wel vanuit een krachtenbundeling. Om het tij te keren is in 2025 een ontwikkeling in gang gezet van vrijblijvende samenwerking naar structurele krachtenbundeling. De focus verlegt zich naar een robuust stelsel van vijf kernmusea: Cultuurforum Aardenburg, Het Bolwerk, Het Belfort, het Visserijmuseum en Het Vlaemsch Erfgoed. Gezamenlijk werken zij toe naar de oprichting van de gezamenlijke exploitatiestichting ‘Stichting Musea Sluis’.
Door de exploitatie en professionalisering centraal te organiseren, ontstaat een sterke werkorganisatie die de continuïteit borgt en de kwaliteit van het aanbod voor inwoners en toeristen duurzaam verhoogt. De sterke organisatie kan hierdoor ook een rol van betekenis spelen voor de kleinere musea die informeler zijn georganiseerd, zodat de elf musea gezamenlijk het verhaal van de regio vertellen. In november 2025 is de verhaallijn voor de musea in Sluis gepubliceerd. Het concept ‘Tijdreis door Sluis’ verbindt de elf musea in de gemeente tot één samenhangend netwerkmuseum dat het integrale verhaal van West-Zeeuws-Vlaanderen vertelt. Deze overkoepelende verhaallijn neemt de bezoeker in zeven tijdvakken mee van de prehistorie tot de moderne tijd, waarbij de vijf kernmusea fungeren als de dragende pijlers van de route. Door de collecties en verhalen op deze manier thematisch en chronologisch aan elkaar te koppelen, is een basis gelegd voor een zelfstandig toeristisch product dat aansluit bij de Zeeuwse Erfgoedlijnen en het UNESCO Geopark Schelde Delta.
31
Bijlage II Uitkomsten raadpleging en dialoog met het veld Werkconferenties en individuele gesprekken Verkennende werkateliers Op donderdag 18 september 2025 en vrijdag 19 september 2025 zijn werkateliers met vertegenwoordigers uit het cultuur- en erfgoedveld. Tijdens deze bijeenkomsten hebben inwoners en organisaties input kunnen leveren voor het beleidsstuk. Een groot deel van de aangedragen punten zijn aan meerdere tafels en op verschillende dagen ter sprake gebracht, daarmee is een duidelijk beeld ontstaan van de grootste knelpunten en belangrijkste wensen uit het veld. Gesprekken Er hebben gesprekken plaatsgevonden met het bestuur en de directie van het Ledeltheater, de muziekverenigingen, Kunstenfestival Aardenburg, Stichting Cultuureducatie Zeeuws Vlaanderen, Toonbeeld, Bibliotheek Zeeuws-Vlaanderen, Erfgoed Zeeland, Cultuurkwadraat, de Zeeuwse Muziekschool, Stichting Johan Hendrik van Dale, scholenkoepel Escalda, scholenkoepel Elevantio en het Zwin College. Vragenlijst Niet alle organisaties konden bij de werkateliers en gesprekken aanwezig zijn. Zij hebben hun input voor het beleid kunnen geven door het invullen van een online vragenlijst. De vragenlijst behandelt dezelfde onderwerpen als de werkateliers, waardoor iedereen gelijkwaardige input kon leveren. De vragenlijst is door slechts 2 personen ingevuld, zij konden niet aanwezig zijn bij de werkateliers.
Verdiepend werkatelier Op woensdagavond 19 november 2025 is er een verdiepend werkatelier georganiseerd. Hierin is een analyse van de huidige situatie gepresenteerd en de opzet van de beleidsnota uiteengezet. We zijn met elkaar in dialoog gegaan over de opzet. Naar aanleiding van de discussie en feedback is het beleidsstuk aangescherpt.
Schematische samenvatting uitkomsten Cultuur Gemeentelijke uitvoering
Nu
Wat gaat goed? ● De gemeente is betrokken, laagdrempelig bereikbaar en biedt ondersteuning. ● Er is een museumbeleid ontwikkeld gericht op professionalisering. ● De gemeente is partner in het landschapspark en er is sterke interregionale samenwerking. Wat kan beter? ● Men ervaart een gebrek aan coördinatie en regie bij de gemeente, zoals één geïntegreerde activiteitenagenda en de coördinatie van activiteiten/evenementen. ● Er is geen helder en transparant kader voor subsidies. Subsidies kunnen niet voor meerdere jaren worden aangevraagd en de gemeente kan geen toekomstperspectief geven, het proces is ingewikkeld en niet transparant. ● Sommige verenigingen ervaren de subsidie die zij ontvangen als onvoldoende, waardoor reparaties of aankoop van nieuwe
32
● ● ● ● ●
Toekomst
● ● ●
Educatie
Nu
instrumenten worden uitgesteld. Het proces van vergunningaanvragen is complex. Er zijn veel personeelswisselingen bij de gemeente, er is aandacht gevraagd voor (gevoel van) verlies van deskundigheid, kennis en overzicht. Er kunnen duidelijke verbindingen worden gelegd met andere domeinen: zoals toerisme, economie en leefbaarheid. Bij vragen is het niet altijd duidelijk wie bij de gemeente aangesproken moet worden of verantwoordelijk is. Afstemming tussen afdelingen: bijvoorbeeld de verhuizing naar MFC’s en vervolgens een verdubbeling van de huur, die niet opgevangen wordt door subsidie. Stroomlijning van subsidies: een heldere en transparante verdeling op basis van de huidige situatie. Het aanvragen en behandelen van subsidies kan worden vereenvoudigd. Cultuur als middel: investeren in cultuur om de leefbaarheid, economie en kwaliteitstoerisme te versterken. Een loket als eerste aanspreekpunt bij vragen.
Wat gaat goed? ● Gemeente werkt samen met Toonbeeld, al is dit niet voor alle cultuurliefhebbers zichtbaar. Wat kan beter? ● Het aanbod op scholen is oppervlakkig, kinderen kunnen kennismaken met cultuur maar verdiepen zich niet. ● Er is een ongewenste monopoliepositie ontstaan van 1 organisatie op het gebied van cultuureducatie (CZV). ● Voor buitenschools onderwijs gaan veel leerlingen naar België, er is weinig aanbod aan lessen in de gemeente zelf.
Toekomst Participatie
Nu
●
Een doorlopende leerlijn voor cultuureducatie.
Wat gaat goed? ● Er is veel betrokkenheid en passie: er wordt veel initiatief genomen door vrijwilligers en organisaties. ● De locatie van Stichting Cultuureducatie Zeeuws Vlaanderen in Oostburg en het aantal jongeren dat daar deelneemt aan cultuur. Wat kan beter? ● Er is veel afhankelijkheid van vrijwilligers. Belangrijke zaken rusten op de schouders van verouderende vrijwilligers. ● Het lukt niet om een jonger publiek te trekken voor activiteiten en verenigingen. Het aanbod sluit niet voldoende aan bij de wensen en belevingswereld van jongeren. ● Gebrek aan vervoersmiddelen zorgen voor drempels voor jeugd om musea te bezoeken en aan cultuur deel te nemen. ● Veel inwoners gaan naar België voor lessen en cursussen, enerzijds omdat het Belgische aanbod goedkoop en van hoge kwaliteit is, maar anderzijds ook omdat dit aanbod in veel gevallen niet meer in Sluis te vinden is. ● Inwoners ervaren overmatige focus op toeristen en het zomerseizoen, waardoor er in de winter ‘niets te doen’ is voor
33
●
Toekomst
Aanbod en zichtbaarheid
Nu
● ●
bewoners. De mogelijkheden om inkomsten te genereren voor kleine verenigingen lopen terug, vroeger was er meer bereidheid tot sponsoring. Aandacht voor jeugd en inclusie. Ruimte voor nieuwe initiatieven: de gemeente mag nieuwe projecten en initiatieven stimuleren.
Wat gaat goed? ● Er is een rijk en divers aanbod: grote variëteit aan muziek, festivals, activiteiten, theater, musea, beeldende kunst, en verenigingen. ● Goede geografische spreiding: gebruik van mooie locaties, zoals kerken en het Belfort. Wat kan beter? ● Het brede en rijke aanbod is versnipperd, inwoners en bezoekers weten vaak niet wat er te doen is, advertenties in kranten zijn duur. Het aanbod voor kinderen is onzichtbaar. ● Er is geen plek meer voor cursussen en lessen, zoals vroeger Den Hoekzak in Oostburg, maar daar is wel behoefte aan. Met een vaste locatie hiervoor kan ook tegenwicht geboden worden aan het aanbod uit België. ● Het Ledeltheater is een echte parel aan wederopbouwarchitectuur en een bijzondere voorziening in het gebied, maar is verouderd. Er is een investering nodig.
Toekomst
● ● ●
Kennisdeling en samenwerking
Nu
Stimuleren dat het aanbod aan activiteiten en evenementen samenkomt op één platform, vergroten van de zichtbaarheid en bereikbaarheid door promotie van dit platform. Bij de gebiedsontwikkeling in Oostburg wordt ruimte voor cultuuren erfgoedbeoefening meegenomen, inclusief een mogelijke centrumfunctie voor cursussen. Onderzoeken welke investering in het Ledeltheater nodig is om het te behouden en gebruiken.
Wat gaat goed? ● De samenwerking tussen de musea. Wat kan beter? ● De gemeente kan, naar voorbeeld van het molenoverleg, bijeenkomsten organiseren voor kennisdeling en ontmoeting.
Toekomst
●
De gemeente organiseert periodiek bijeenkomsten voor kennisdeling en ontmoeting rond thema’s die relevant zijn, bijvoorbeeld over het aantrekken van externe subsidies en fondsen.
34
Erfgoed Gemeentelijke uitvoering
Nu
Wat gaat goed? ● De gemeente is betrokken, laagdrempelig bereikbaar en biedt ondersteuning. Er is goed contact en de gemeente denkt goed mee. ● Er is een museumbeleid ontwikkeld gericht op professionalisering. ● De gemeente is partner in het landschapspark en er is sterke interregionale samenwerking. ● Sterke sturing op behoud: aandacht voor kerken en molens. ● Toegankelijkheid van kennis: gemeentelijk archief is toegankelijk en de gemeentelijke bodemarcheoloog is aanwezig. ● Er is grote belangstelling voor herdenkingen, ook vanuit de gemeente. Wat kan beter? ● Er zijn veel personeelswisselingen bij de gemeente, er is aandacht gevraagd voor (gevoel van) verlies van deskundigheid, kennis en overzicht. ● Er kunnen duidelijke verbindingen worden gelegd met andere domeinen: zoals toerisme, economie en leefbaarheid. ● Slecht onderhoud / verloedering van monumenten (molens, beelden, gewelven, monumenten, Jantje van Sluis) met gebrek aan terugkoppeling aan inwoners over de meldingen die zij hebben gedaan. ● Bij vragen is het niet altijd duidelijk wie bij de gemeente aangesproken moet worden of verantwoordelijk is. ● De gemeente kan het immaterieel erfgoed meer koesteren. ● Er is behoefte aan ondersteuning bij fondsenwerving, zoals bemiddeling, advies of een informatieavond.
Toekomst
● ●
Educatie
Nu
Erfgoed als middel: investeren in cultuur om de leefbaarheid, economie en kwaliteitstoerisme te versterken. Een loket als eerste aanspreekpunt bij vragen.
Wat gaat goed? ● De musea ontwikkelen educatieve programma’s voor erfgoededucatie. Wat kan beter? ● Er is nog onvoldoende aandacht voor erfgoededucatie in het onderwijs. ● De musea zijn niet opgenomen in de cultuurmenu’s, er is meer mogelijk op het gebied van museumbezoek door scholen en educatie door musea.
Toekomst Participatie
Nu
●
Erfgoed is onderdeel van het educatieve aanbod.
Wat gaat goed? ● Er is veel betrokkenheid en passie: er wordt veel initiatief genomen door vrijwilligers en organisaties.
35
Wat kan beter? ● Er is veel afhankelijkheid van vrijwilligers. Belangrijke zaken rusten op de schouders van verouderende vrijwilligers. ● Het lukt niet om een jonger publiek te trekken voor activiteiten en verenigingen. Het aanbod sluit niet voldoende aan bij de wensen en belevingswereld van jongeren. ● Het immaterieel erfgoed en de verenigingen die dit mogelijk maken kunnen meer gekoesterd worden. Toekomst
Aanbod en zichtbaarheid
Nu
● ●
Aandacht voor jeugd en inclusie. Ruimte voor nieuwe initiatieven: de gemeente mag nieuwe projecten en initiatieven stimuleren. Bijvoorbeeld op het gebied van immaterieel erfgoed.
Wat gaat goed? ● Er is een rijk en divers erfgoedaanbod: van een historisch theater, musea, molens en torens, militair erfgoed, Gouden Eeuw geschiedenis, en wederopbouwarchitectuur. ● Goede geografische spreiding. ● Erfgoedlocaties worden gebruikt voor evenementen en activiteiten. ● Stichting Gastvrij West Zeeuws Vlaanderen vervult een goede rol, onder andere door mensen naar het achterland te sturen. Wat kan beter? ● Er is aandacht gevraagd voor inventarisatie van het erfgoed, met name het militair erfgoed. ● Informatiepunt: de gemeente heeft veel te bieden op het gebied van erfgoed, maar het is niet voor iedereen duidelijk wat dit allemaal is. Daarnaast is over ook de bekendere erfgoedobjecten niet altijd informatie beschikbaar. Er is behoefte aan publieksontsluiting en verhalen.
Toekomst
● ●
Kennisdeling en samenwerking
Nu
Meer regionale en interregionale samenwerking kan de doorstroom en het publieksbereik versterken. Stimuleren dat het aanbod aan activiteiten en evenementen samenkomt op één platform, vergroten van de zichtbaarheid en bereikbaarheid door promotie van dit platform.
Wat gaat goed? ● Het molenoverleg werkt goed om te komen tot afstemming, overleg, ontmoeting en kennisdeling. ● Er is goede samenwerking in de Zwinstreek. Wat kan beter? ● De gemeente kan, naar voorbeeld van het molenoverleg, bijeenkomsten organiseren voor kennisdeling en ontmoeting.
Toekomst
●
De gemeente organiseert periodiek bijeenkomsten voor kennisdeling en ontmoeting rond thema’s die relevant zijn, bijvoorbeeld over het aantrekken van externe subsidies en fondsen.
36