CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Was - Wordt lijst Sluis

Raad 14 december 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de verordening Participatiewet en Minimabeleid Sluis16.642 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36

4. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar vastgesteld op basis van de dan geldende gehuwdennorm. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. Artikel 3.4 Individuele studietoeslag - PW

Vervallen

1. U komt in aanmerking voor een individuele studietoeslag als u: a. 18 jaar of ouder bent, en; b. een opleiding volgt, en; c.

een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen, en;

d. door dat u door een structurele medische of psychische beperking niet in staat bent om naast uw studie bij te verdienen. Artikel 3.4.1 Vaststellen beperking - PW Nadat u een aanvraag voor individuele studietoeslag heeft ingediend, onderzoeken wij of uw beperking zo groot is dat u niet in staat bent om bij te kunnen verdienen naast uw studie. Wij kunnen een extern advies inwinnen. Artikel 3.4.2 Hoogte en duur individuele studietoeslag - PW De hoogte van de individuele studietoeslag is afhankelijk van uw leeftijd. Artikel 3.5 Giften - PW

Vervallen

37

Giften kunnen wij tot een bepaalde hoogte vrijlaten en niet korten op uw uitkering. Nieuw

Artikel 3.3. Algemene bevoegdheid minimabeleid - Gemeentewet

Het biedt het college de mogelijkheid beleidsregels op te stellen waardoor het mogelijk is sneller te anticiperen binnen de gestelde kaders.

1. De raad geeft het college de bevoegdheid Het college zal op basis van dit artikel de om beleidsregels vast te stellen over inkomensgrens voor de Sociaal culturele activiteiten minimabeleid. 2. Het maximale inkomen om in aanmerking verhogen naar 120% en het bedrag voor kinderen te komen voor het Minimabeleid bedraagt verhogen en gelijkstellen met een volwassene. 130% van het sociaal minimum. De beleidsregels sturen we ter informatie als deze 3. Het college stelt in ieder geval een zijn vastgesteld. regeling op waarbij inwoners een bijdrage ontvangen om mee te doen aan socialeen culturele activiteiten (SCA). 4. Op alle regelingen zijn de vermogensvrijstellingen op grond van de Pw van toepassing zoals genoemd in artikel 34 Pw. Nieuw

Artikel 3.4. Kindpakket (educatie, sport en cultuur) - Gemeentewet

Het college sluit overeenkomsten af met de uitvoerende instanties.

Het college stelt in overleg met Sportzeeland, Zeeuws Jeugdfonds en Stichting Leergeld beleidsregels op voor educatie, sport en cultuur. Nieuw

Artikel 3.5. Volwassensportfonds Gemeentewet

Het college sluit overeenkomsten af met de uitvoerende instanties.

Het college stelt in overleg met Sportzeeland beleidsregels op over een volwassensportfonds Hoofdstuk 4. Inburgering

Hoofdstuk 4. Inburgering

Als u in onze gemeente komt wonen en u moet inburgeren, dan ondersteunen wij u hierbij. Wij vinden het belangrijk dat u snel kunt starten met inburgering.

38

Het is de bedoeling dat uw traject niet langer is dan nodig, maar maximaal drie jaar duurt. Wij bieden u bij de inburgering maatwerk, kwaliteit en zorgen ervoor dat u tijdens het leren van de taal ook zo veel mogelijk leert over meedoen en werken in Nederland. Artikel 4.1 Informatieverstrekking - WI Wij informeren u over: 1. uw wettelijke rechten en plichten; 2. de ondersteuning en begeleiding die u krijgt; en 3. wat ons aanbod is

Artikel 4.1. Verrekening – Wet Inburgering

Alleen een verordeningsplicht t.a.v. verrekening van een boete. Overige bepalingen worden uitgewerkt in Het college is bevoegd een boete op grond van de de beleidsregels. Wet inburgering 2021 te verrekenen met bijstand op grond van de Pw.

Artikel 4.2 Brede intake - WI 1. De brede intake wordt zo vroeg mogelijk afgenomen, bij voorkeur zodra u bekend bent bij de gemeente. Voor asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan de gemeente, voor gezinsmigranten en overige migranten is dit het moment van inschrijving in de gemeente. 2. De brede intake bestaat in ieder geval uit: a. een onderzoek naar uw onderwijsniveau en uw werkervaring; b. een onderzoek naar uw persoonlijke omstandigheden, waaronder de fysieke en mentale gezondheid; c. voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om uw kind(eren) deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; en d. een leerbaarheidstoets. Artikel 4.2.1 Verplichtingen bij de brede intake WI 1. Het is verplicht mee te werken aan de brede intake.

39

2. Als u na een uitnodiging niet komt naar de brede intake krijgt u een waarschuwingsbrief. 3. Als u na twee uitnodigingen nog niet komt, ontvangt u een boete van maximaal € 250. 4. Voordat we u een boete geven onderzoeken we wat er aan de hand is en waarom u niet naar uw afspraken komt. Artikel 4.3 Persoonlijk plan Inburgering en Participatie - WI 1. Na de brede intake maken we samen met u een trajectplan. 2. Dit is het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP). Hierin staat: a. Hoe u gaat inburgeren en waar, wat de leerroute is en wat het einddoel van uw inburgering is. b. Als u (gezins)migrant bent, krijgt u informatie over waar en bij welke organisatie u goed kunt inburgeren c. In het PIP staat wat u moet doen om in te burgeren. Er staat ook in hoe wij u daarbij kunnen helpen. d. In het PIP staat ook wat uw kinderen kunnen doen om zo snel mogelijk mee te kunnen doen in Nederland. e. Wij sturen u een brief waarin alle afspraken staan. Deze brief krijgt u in ieder geval tien weken nadat u officieel in de gemeente woont. f. De datum op de brief bij uw PIP is de startdatum van uw inburgering. Vanaf dat moment heeft u maximaal drie jaar de tijd om de afgesproken doelen in uw PIP te halen. g. Als u een bijstandsuitkering heeft, horen de afspraken over het PIP bij de afspraken over uw uitkering en andersom. h.

Als u verhuist naar een andere gemeente binnen Nederland, neemt die gemeente het

40

PIP en de afspraken die wij met u daarover maken over. Artikel 4.4 Handhaving tijdens het PIP-traject - WI 1. Het is verplicht om mee te werken aan de afspraken in uw PIP. 2. We geven een boete als u de afspraken in uw PIP niet of niet genoeg nakomt. 3. De hoogte van de boete bedraagt minimaal € 50 en maximaal € 800. 4. Voordat we u een boete geven onderzoeken we wat er aan de hand is en waarom u zich niet aan uw afspraken houdt. 5. We geven een lagere boete als u zich niet aan uw afspraken houdt en u heeft hiervoor een goede reden. 6. Als u een bijstandsuitkering heeft, en u houdt zich niet aan de afspraken in de PIP, vindt verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet. U krijgt dan geen boete. In hoofdstuk 4 van deze verordening staat wat de verlaging inhoudt. Artikel 4.5 Leerroutes - WI 1. Er zijn drie leerroutes die u kunt volgen om in te burgeren: a. de B1-route, zo snel en goed mogelijk de Nederlandse taal leren b. de onderwijsroute, als u ook een opleiding kunt volgen; of c. de zelfredzaamheidsroute (Z-route) als het leren van Nederlandse taal op hoog niveau te moeilijk is. U leert dan zo snel mogelijk mee te doen in de samenleving. 2. Wij zorgen ervoor dat de leerroute past bij alle andere afspraken die wij met u maken. 3. Wij werken samen met andere organisaties, zodat u de best passende leerroute kunt volgen.

41

4. Als u de leerroute niet binnen de afgesproken termijn behaald, krijgt u een boete van maximaal € 1.000. Artikel 4.6 Voortgang inburgering - WI 1. De gemeente volgt de vorderingen en afspraken die we in het PIP met u maken. 2. Dit doen we door regelmatig met u te praten over de voortgang. 3. Ter voorbereiding op deze gesprekken praten we ook met andere organisaties die bij uw inburgering betrokken zijn. 4. Als het nodig is kunnen we in overleg met u de leerroute en/of het PIP bijstellen. 5. Als we het PIP aanpassen sturen we u hierover een brief. Artikel 4.7 Participatieverklaringstraject en Module Arbeidsmarkt en Participatie - WI 1. Als u in Nederland komt wonen moet u een Participatieverklaringstraject en een Module Arbeidsmarkt en Participatie volgen. 2. Het Participatieverklaringstraject helpt u om te weten wat de belangrijkste gewoonten, rechten en plichten zijn in Nederland. 3. Een Module Arbeidsmarkt en Participatie volgt u om u te helpen zo snel mogelijk te kunnen gaan werken. 4. U moet de Participatieverklaring ondertekenen. 5. Na afloop van de Module Arbeidsmarkt en Participatie is er een gesprek waarin we kijken of u een volgende stap kunt doen om te gaan werken. 6. Dat u een Participatieverklaringstraject en een Module Arbeidsmarkt en Participatie moet volgen staat ook in uw PIP. 7. U moet binnen drie jaar het Participatieverklaringstraject en de Module

42

Arbeidsmarkt afronden anders krijgt u een boete van maximaal € 340. Artikel 4.8 Maatschappelijke begeleiding - WI 1. De gemeente zorgt ervoor dat u zo snel mogelijk nadat u in gemeente Sluis bent komen wonen maatschappelijke begeleiding krijgt. 2. Deze begeleiders helpen u met alles wat het makkelijker maakt om aan uw nieuwe woonplaats en nieuwe omgeving te wennen. De begeleiders helpen u zo snel mogelijk zelf uw zaken rondom wonen, werk, zorg, inkomen en onderwijs te doen Hoofdstuk 5. Afspraken tussen inwoner en gemeenten Artikel 5.1 De rol van de inwoner - PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb

Vervallen

Deze verplichtingen volgen uit de wet zelf.

1. U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen de mogelijkheden van u en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende: a. U zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat u hulp vraagt aan de gemeente. b. Als wij hulp verlenen werkt u mee aan de oplossing van uw probleem. c.

U zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is.

2. U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier we uw probleem zo snel mogelijk kunnen oplossen. Dat betekent het volgende: a. U informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk. Het gaat dan over alles wat belangrijk is voor het beoordelen van uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten.

43

b. Wij ontvangen alle documenten en bewijsstukken die we nodig hebben zo snel mogelijk van u. c.

U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons.

5.2 Afspraken en verplichtingen Artikel 5.1. Afstemming op houding en gedrag 5.2.1. Afstemming op houding en gedrag van de Pw, IOAW, IOAZ inwoner - PW, IOAW, IOAZ, Awb 1. De gemeente kan de uitkering verlagen als belanghebbende zich niet houdt aan de 1. Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet afspraken en verplichtingen. aan afspraken en verplichtingen houdt. 2. Bijzondere bijstand kan worden verlaagd als: 2. Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten: a. aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met a. waarom wij uw uitkering verlagen; toepassing van artikel 12 Pw, of; b. hoelang wij uw uitkering verlagen; b. de verwijtbare gedraging van belanghebbende in relatie met zijn c. met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen recht op bijzondere bijstand of om welk bedrag het gaat; en daartoe aanleiding geeft. 3. Bij verlaging van de uitkering wordt d. als dat van toepassing is, waarom wij hiervan belanghebbende op de hoogte gesteld: afwijken. a. waarom de uitkering wordt verlaagd; 3. Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te b. hoe lang de uitkering wordt verlagen, houden wij rekening met: verlaagd; a. hoe ernstig uw gedrag is; c. met hoeveel procent of welk bedrag de uitkering wordt verlaagd; b. of u er iets aan kunt doen (valt u iets te d. eventueel waarom van verwijten?); bovenstaande wordt afgeweken. 4.

Bij het verlagen van de uitkering wordt c. uw persoonlijke situatie. rekening gehouden met: 4. Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de a. de ernst van het gedrag; mogelijkheid om uw reactie te geven. b. verwijtbaarheid van het gedrag; c. de persoonlijke situatie van 5. Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te belanghebbende. geven een reactie te geven zoals bedoeld in lid 4. 5. Voordat een verlaging wordt opgelegd krijgt Dit doen wij als: belanghebbende de mogelijkheid om een reactie te geven.

44

a. U al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; of b. Wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedrag of dat u iets te verwijten valt.

Artikel 5.2.2. Geen schuld en verlaging - PW, IOAW, IOAZ, Awb

6. Van lid 5 kan worden afgeweken als: a. belanghebbende al eerder reactie heeft kunnen geven de feiten en omstandigheden sindsdien niet veranderd zijn; b. de reactie niet nodig is om te oordelen of het gedrag verwijtbaar is; c. belanghebbende hier geen gebruik van wil maken; d. spoed zich hiertegen verzet. Artikel 5.2. Afzien van verlaging - Pw, IOAW, IOAZ, Awb

Het college ziet af van verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of sprake is van een dringende reden.

Het college ziet af van verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of sprake is van een dringende reden, zoals bedoeld in artikel 18 lid 10 Participatiewet. Artikel 5.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging - Artikel 5.3. Ingangsdatum en periode van verlaging - Pw, IOAW, IOAZ PW, IOAW, IOAZ, Awb 1. Een verlaging op de uitkering of bijzondere 1. Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand bijstand vindt plaats over de over de kalendermaand nadat dit gedrag heeft kalendermaand volgend op de maand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden. plaatsgevonden. 2. Als verlaging over de maand als bedoeld in 2. Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de het lid 1 niet mogelijk is, wordt de verlaging kalendermaand na de maand waarop wij hierover toegepast over de kalendermaand na de een besluit hebben genomen. Dat kan als we de maand waarop het besluit tot oplegging van de verlaging is bekend gemaakt. Hierbij uitkering over die periode al hebben uitbetaald. wordt rekening gehouden met de op dat Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip tijdstip geldende bijstandsnorm. geldende uitkeringsnorm. 3. Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering 3.

Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende over de periode waarop het gedrag kracht verlagen over de periode waarop uw betrekking heeft gehad of heeft gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan als verlaging als plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we bedoeld in lid 1 niet toepasbaar is, omdat lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat de uitkering al is beëindigd of ingetrokken we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken en zolang de uitkering nog niet is uitbetaald.

45

en zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald. 4. Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat uw gedrag heeft plaatsgevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag.

4. Een verlaging kan in afwijking van lid 1 wordt toegepast met ingang van de ingangsdatum van de uitkering. Dit kan op het moment dat het gedrag plaatsvond in de periode tussen de meldingsdatum en het besluit op die aanvraag.

Artikel 5.2.4 Berekening verlaging -PW, IOAW, IOAZ, Awb

Artikel 5.4. Berekening verlaging- Pw, IOAW, IOAZ

1. De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm.

1. De verlaging is een percentage van de toepasselijke bijstandsnorm. 2. De periodieke bijzondere bijstand kan maandelijks met een percentage worden verlaagd.

2. Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen.

Artikel 5.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen - Artikel 5.5. Niet nakomen arbeidsverplichtingen PW, IOAW, IOAZ, Awb Pw - Pw 1. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV of u niet tijdig uw registratie heeft verlengd. 2. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u: a. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw

1. Bij het niet tijdig laten registeren of verlengen van de registratie als werkzoekende bij het UWV wordt de uitkering verlaagd met 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand. 2. De uitkering wordt verlaagd met 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als: a. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. de ontheffing van de arbeidsplicht voor alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 9a lid 1 Pw wordt ingetrokken als door houding en gedrag blijkt dat geen gebruik wil

46

ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken; c.

niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie;

d. niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet). e. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). 3. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen en te behouden. 4. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u: a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen;

worden gemaakt van een voorziening die het kans op werk vergroot; c. belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan een opgelegde tegenprestatie; d. belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan de taaltoets als bedoeld in artikel 18b lid 2 Pw; e. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). 3. De uitkering wordt verlaagd met 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als niet naar als de geüniformeerde verplichtingen uit artikel 18 lid 4 Pw niet worden nagekomen. 4. In geval van bijzondere omstandigheden wordt de verlaging als bedoeld in lid 2 en 3 gelijk verdeeld over 2 maanden. De 2 maanden zijn de maanden waarover de verlaging oorspronkelijk is opgelegd

b. niet of niet voldoende gebruik maakt van Artikel 5.6. Niet nakomen arbeidsverplichtingen arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAW/IOAZ -IOAW, IOAZ IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of 1. De IOAW- of IOAZ-uitkering wordt verlaagd IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het met 20% van de bijstandsnorm gedurende niet starten of (voortijdig) stoppen van die 1 maand als: voorziening; a. belanghebbende onvoldoende c. een alleenstaande ouder bent en uit uw meewerkt aan een onderzoek naar houding en gedrag laat blijken dat u geen de mogelijkheden om aan het werk gebruik wilt maken van een voorziening die te komen; de kans op werk vergroot, waardoor uw

47

ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie. 5. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u: a. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; b. een baan afwijst; c.

er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt

d. niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. 6. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ).

b. belanghebbende niet of onvoldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW/IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW/IOAZ). Tenzij dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening; c. de ontheffing van de arbeidsplicht voor alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 37 IOAW/IOAZ wordt ingetrokken als door houding en gedrag blijkt dat geen gebruik wil worden gemaakt van een voorziening die het kans op werk vergroot; d. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan een opgelegd tegenprestatie. 2. De IOAW- of IOAZ-uitkering wordt verlaagd met 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als: a. niet naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid wordt verkregen of behouden; b. belanghebbende onvoldoende gebruik maakt van hulp van de gemeente waardoor sneller werk gevonden had kunnen worden (artikel 36 en 37 IOAW/IOAZ). Tenzij dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. 3. De IOAW/IOAZ-uitkering wordt niet verlaagd als de uitkering blijvend of tijdelijk kan worden geweigerd op grond van artikel

48

20 IOAW/IOAZ en artikel 5.7. van deze verordening.

Ontbrekend

Artikel 5.7. Blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- Nieuw. of IOAZ-uitkering – IAOW, IOAZ 1. Het college kan de uitkering: a. tijdelijk gedurende 1 maand weigeren als aan de beëindiging van de dienstbetrekking van belanghebbende een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt; of b. tijdelijk gedurende 1 maand weigeren als de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd; of c. tijdelijk gedurende 1 maand weigeren als belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; of d. tijdelijk gedurende 1 maand weigeren als belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. 2. De verlaging is gelijk aan de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 IOAW/IOAZ had kunnen verwerven, doch niet hoger dan de verstrekte uitkering per maand.

49

3. Het college kan afzien van de tijdelijke of blijvende weigering als het college daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Artikel 5.2.6 Te weinig besef van verantwoordelijkheid - PW, Awb 1. Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. 2. De verlaging van de uitkering is: a. 10 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; b. 20 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00; c.

50 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00;

d. 100 procent voor de duur van een maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00; e. 100 procent voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8000,00 tot € 12.000,00; f.

100 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,00 tot € 16.000,00;

Artikel 5.8. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid - Pw 1. Bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt de uitkering verlaagd op grond van artikel 18 lid 2 Participatiewet. De verlaging wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2. De verlaging van de uitkering is: a. 10% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-; b. 20% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,tot € 2.000,-; c. 50% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,tot € 4.000,-; d. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,tot € 8.000,-; e. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 2 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8000,tot € 12.000,-; f. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 3 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,- tot € 16.000,-;

50

g. 100 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,00 tot € 20.000,00; h. 100 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand. 3. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden. 4. Wij verlagen uw uitkering met het bedrag van de eigen bijdrage voor een advocaat of andere juridische kosten als u niet eerst het Juridisch Loket heeft geraadpleegd. 5. Wij stemmen de verlaging (zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 3 van dit artikel) af op het benadelingsbedrag. Artikel 5.2.7 Onacceptabel gedrag -PW, IOAW, IOAZ, Awb

g. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 4 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,- tot € 20.000,-; h. 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 5 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,-. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,- leidt tot een verlenging van de duur met 1 maand. 3. De uitkering wordt verlaagd met 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als de uitkeringsaanvraag komt door het door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid. 4. Kan het exacte benadelingsbedrag niet of niet schattenderwijs worden vastgesteld, dan bedraagt de verlaging 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.

Artikel 5.9. Zeer ernstige misdragingen - Pw, IOAW, IOAZ

Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met:

De uitkering wordt verlaagd 100% van de bijstandsnorm voor de duur van 1 maand als belanghebbende zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Pw, IOAW of IOAZ uitvoeren tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. 1. 100 procent voor de duur van een maand bij Denk aan: fysiek geweld tegen medewerkers of fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers; spullen en/of mondelinge of schriftelijke bedreiging. 2. 100 procent voor de duur van een maand bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de

51

genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen. Artikel 5.2.8 Niet nakomen van andere verplichtingen - PW, Awb

Artikel 5.10. Niet nakomen andere verplichtingen - Pw

1. Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet nakomt. 2. a.

b.

c.

d.

e.

1. Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 17 lid 2, 55 en 56a Pw niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden Wij verlagen uw uitkering voor een maand onderscheiden in de volgende categorieën: met: a. Eerste categorie: i. het zich niet tijdig laten registreren 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet als werkzoekende bij het of niet voldoende nakomen van Uitvoeringsinstituut verplichtingen over werken en werknemersverzekeringen of het arbeidsinschakeling; niet tijdig laten verlengen van de 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet registratie; of niet voldoende nakomen van ii. het niet nakomen van de in artikel verplichtingen die verband houden met de 56a lid 2 Pw neergelegde aard en het doel van een bepaalde vorm van ontzorgplicht.

Dit is de verplichting bijstand; om gedurende een periode van 6 maanden, gerekend vanaf de dag 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet waarop het recht op bijstand of niet voldoende nakomen van ontstaat, mee te werken aan het verplichtingen die gericht zijn op een door het college in naam van de vermindering van de bijstand; belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende 50 procent bij het niet instemmen met het bijstand van huur, gas, water en financieel ontzorgen door het vanuit de stroom en de verplichte uitkering betalen van vaste lasten zorgverzekering; 100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet b. Tweede categorie: of niet voldoende nakomen van i. het niet of onvoldoende meewerken verplichtingen die gericht zijn op beëindiging aan het opstellen, uitvoeren en van de uitkering. evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a Pw; ii. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de

52

artikelen 9 lid 1 of 55 Pw, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende 4 weken na een melding als bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 Pw, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18 lid 4 Pw; iii. het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17 lid 2 Pw; iv. het niet of onvoldoende nakomen van de identificatieplicht als bedoeld in artikel 17 lid 4 Pw. c. Derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18 lid 4 Pw 2. De verlaging bij gedragingen uit lid 1, wordt vastgesteld op: a. 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie. Artikel 5.11. Niet nakomen andere verplichtingen IOAW/IOAZ – IOAW, IOAZ 1. Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 13 en 37 IOAW/IOAZ niet of

53

onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende: a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAW/IOAZ; c. het niet of onvoldoende nalaten van dat wat inschakeling in de arbeid belemmert als bedoeld in artikel 37 lid 1 onderdeel d IOAW/IOAZ d. het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13 lid 2 IOAZ/IOAZ; e. het niet of onvoldoende nakomen van de identificatieplicht als bedoeld in artikel 13 lid 4 IOAW. 2. De verlaging bij gedragingen uit lid 1, wordt vastgesteld op: 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand. Artikel 5.2.9 Samenloop van gedragingen - PW, IOAW, IOAZ, Awb

Artikel 5.12. Samenloop van gedragingen - Pw, IOAW, IOAZ

1. Wij leggen u één verlaging op, op het 1. Als sprake is van één gedraging die schending moment dat één gedraging schending van oplevert van meerdere in deze verordening, meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18 lid 4 Pw of artikel 18b van de Pw artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij genoemde verplichtingen, wordt één verlaging leggen u de hoogste verlaging op, inclusief opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en de duur van de verlaging die daarbij hoort. duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is 2. Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het gesteld. moment dat meerdere gedragingen leiden tot

54

het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

2. Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening of artikel 18 lid 4 Pw, of artikel 18b Pw genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke 3. Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden van één gedraging waarbij u niet voldoet aan gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid Participatiewet in combinatie met artikel 17, en de omstandigheden van de belanghebbende lid 1 Participatiewet. Dan leggen we een niet verantwoord is. bestuurlijke boete op. 3. Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of 4. Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er artikel 18 lid 4 Pw, of artikel 18b Pw genoemde sprake is van meerdere gedragingen waarbij verplichting als een in artikel 17 lid 1 Pw of u niet voldoet aan de artikelen in dit artikel 13 lid 1 IOAW/IOAZ, genoemde hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in verplichting, wordt geen verlaging opgelegd. Er combinatie met artikel 17, lid 1 wordt voor die schending een bestuurlijke boete Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet opgelegd. verantwoord is. Wij houden hierbij rekening 4.

Als sprake is van meerdere gedragingen die met de ernst van uw gedrag, mate van schending opleveren van zowel een in deze verwijtbaarheid en uw persoonlijke verordening of artikel 18 lid 4 Pw, of artikel 18b omstandigheden. Pw genoemde verplichting als een in artikel 17 lid 1 Pw of artikel 13 lid 1 IOAW/IOAZ genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is. 5. Als het college voor dezelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18 of 18b Pw kan verlagen en een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op kan leggen, dan wordt de bijstand verlaagd en geen boete op te leggen.

55

Artikel 5.2.10 Herhaling (recidive) - PW, IOAW, IOAZ, Awb

Artikel 5.13. Recidive - Pw, IOAW, IOAZ

Artikel 5.3 Terugvordering en incasso - PW, IOAW, IOAZ

Vervallen

1. 1. Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast, opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 5.2.6, lid 1, 2, 4 en 5, artikel 5.2.8, lid 3, artikel 5.2.9 en artikel 5.2.10. 2.

De hoogte van de verlaging wordt verdubbeld als belanghebbende zich binnen 12 maanden na datum van het besluit tot verlaging, zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in de artikelen 5.5. tot en met 5.11. van deze verordening. De duur verlaging wordt verdubbeld als belanghebbende zich binnen 12 maanden na 2. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u datum van het besluit tot verlaging opnieuw zich binnen twaalf maanden na de datum van het schuldig maakt aan dezelfde gedraging en er besluit waarin we een verlaging van 100 procent een verlaging van 100% was opgelegd. op de uitkeringsnorm hebben toegepast, opnieuw 3. De uitkering wordt met 100% van de schuldig maakt aan hetzelfde of ander verwijtbaar bijstandsnorm verlaagd voor de duur van 2 gedrag. maanden als een belanghebbende binnen 12 maanden na de datum van het besluit tot 3. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent verlaging zich opnieuw schuldig maakt aan gedurende twee maanden als u zich binnen gedrag zoals bedoeld in artikel 18 lid 4 Pw. twaalf maanden na de datum van het besluit 4. De uitkering wordt met 100% van de waarmee we een verlaging hebben toegepast, bijstandsnorm verlaagd voor de duur van 2 opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals maanden als binnen 12 maanden na de datum bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet. van het besluit tot verlaging: 4.

Wij verlagen uw uitkering met 100 procent a. belanghebbende zich opnieuw schuldig gedurende twee maanden als u zich binnen maakt aan een gedraging; én twaalf maanden na de datum van het besluit b. lid 1, 2 of 3 van dit artikel is toegepast. waarmee we een verlaging hebben opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging én we hebben toepassing gegeven aan lid 1, 2 of 3 van dit artikel.

1. We vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We

Algemeen stuk toegevoegd in toelichting onder hoofdstuk 5. Deze verplichtingen volgen uit de wet zelf.

56

vorderen niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen voor u heeft. 2. Bij de incasso zorgen we ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan of hoger dan de beslagvrije voet. 3. Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 5.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen alleen bij opzet van u terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt

Verplaatst naar hoofdstuk 2 artikel 2.6. Artikel 5.4 Beëindiging - PW, IOAW, IOAZ 1. We kunnen het recht op een voorziening intrekken als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden; c. We de voorziening hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u; d. als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening en we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten; e. u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld;

57

f.

u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening, behalve als u daar niets aan kunt doen. 2. We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht intrekken. Artikel 5.5.1 Controle - PW, IOAW, IOAZ

Vervallen

1. We controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en/of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. We controleren dit onder andere door: a. huisbezoeken te doen; b. gegevens te vergelijken met andere instanties; en c. signalen en tips uit te zoeken; 2. Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of u de voorziening op de juiste manier gebruikt. 3. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven. 4. Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of we de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht hebben verstrekt. Artikel 5.5.2 Voorkomen van fraude - PW, IOAW, Vervallen IOAZ 1. Wij voeren een actief fraudepreventiebeleid. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik. 2. Als u een verzoek of aanvraag heeft gedaan, mogen wij gebruik maken van alle benodigde gegevens die wij tot onze beschikking hebben. Hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met

Algemeen stuk toegevoegd in toelichting onder hoofdstuk 5. Deze verplichtingen en bevoegdheden volgen uit de wet zelf.

Algemeen stuk toegevoegd in toelichting onder hoofdstuk 5. Deze verplichtingen en bevoegdheden volgen uit de wet zelf.

58

actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen. 3. Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 5.5.1. 4. Als wij hebben vastgesteld dat er sprake is van fraude en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. 5. Als het ‘Aanwijzingsbesluit sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Hoofdstuk 6. Intrekking en inwerkingtreding Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Verordening Artikel 6.1 Afwijken van de verordening Artikel 6.1. Hardheidsclausule (hardheidsclausule) Gemeentewet Het college kan in een bijzonder geval afwijken van U kunt de gemeente vragen de hardheidsclausule toe de bepalingen in deze verordening voor zover te passen. U kunt dit doen als toepassing van deze toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van verordening voor u gevolgen heeft die niet in zwaarwegende aard. verhouding staan tot de doelen die we met deze verordening nastreven. Wij kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regels zou leiden tot onredelijkheid en onbillijkheid. Artikel 6.2 Geen bepalingen Artikel 6.2.

Intrekken oude verordening en Het college beslist in gevallen waarin deze overgangsrecht verordening niet voorziet. 1. De Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Sluis wordt ingetrokken. Artikel 6.3 Intrekken oude verordeningen 2. Een persoon die gebruik maakt van een Gemeentewet toegekende voorziening op grond van de Wij trekken de volgende verordeningen in op de Verordening Participatie, Inkomen en datum dat deze verordening ingaat: Inburgering Sluis, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze - .... voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Verordening Participatie, Artikel 6.4 Overgangsrecht Gemeentewet Inkomen en Inburgering Sluis voor de duur: 1.Als u een aanvraag heeft ingediend onder de oude verordeningen en waarop het college nog niet heeft

59

beslist bij het in werking treden van deze verordening, a. van 12 maanden, gerekend vanaf de worden afgehandeld op grond van deze verordening. datum van publicatie van deze 2. Als u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen een verordening in het Gemeenteblad; of besluit dat wij hebben genomen op grond van een b. dat deze is verstrekt, als dat korter is ingetrokken verordening, beslissen wij op uw dan de periode, bedoeld in onderdeel bezwaarschrift op de toepasselijke ingetrokken a. verordeningen. 3. Het college kan na afloop van de in het lid 2, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 4. De Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Sluis blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het lid 2 en 3. De verordening moet met terugwerkende kracht in Artikel 6.5 Ingangsdatum en naam Gemeentewet Artikel 6.3. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Wij noemen deze verordening: ‘Verordening 1. Deze verordening treedt met werking treden per 1 juli 2023 gelet op de participatie, inkomen en inburgering’ terugwerkende kracht in werking per 1 juli wetswijzigingen/gewijzigde verordeningsplicht (breed 2. Deze verordening treedt op 1 januari 2022 in 2023, met uitzondering van hoofdstuk 3. offensief). werking. 2.

Hoofdstuk 3 van deze verordening treedt in werking per 1 januari 2024. Het oude Minimabeleid loopt tot 1 januari 2024. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Daarom wordt dat onderdeel pas gewijzigd per die Verordening Participatiewet en datum. Op dat moment treden ook de nieuwe Minimabeleid gemeente Sluis 2023 beleidsregels in werking.

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=6a8a546e-0afd-44eb-ba62-7d19feff7817