3. Was - Wordt lijst Sluis
Tekst van het document
Was – Wordt lijst Sluis Verordening Participatie, Inkomen en Inburgering Was
Wordt
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Opmerkingen
In deze verordening staan regels en afspraken over In deze verordening staan regels over de participatie, inkomen en inburgering. Er staat wat Participatiewet en het Minimabeleid. Er staat wat inwoners van onze gemeente kunnen verwachten. belanghebbenden van de gemeente kunnen Maar ook wat wij van u verwachten. In deze inleiding verwachten. Maar ook wat de gemeente van vindt u informatie over onze uitgangspunten en belanghebbenden verwacht. Dit hoofdstuk bevat doelen. De regels en afspraken gaan over de algemene bepalingen, waaronder onze volgende onderwerpen: uitgangspunten en doelen. • Werken en participeren • Uitkeringen • Inburgering Artikel 1.1. Begrippen Hoofdstuk 7. Begrippenlijst In deze verordening wordt verstaan onder: a. Andere voorziening: een voorziening a. Awb: Algemene wet bestuursrecht; waarop de inwoner een beroep kan doen b. basisbaan: een basisbaan is een voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in maatwerkvoorziening/individuele opdracht van de gemeente kan aangaan met voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat een bijstandsgerechtigde; om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of c. benadelingsbedrag: zoals vermeld in artikel 18a lid 2 Pw; om voorzieningen die binnen het bereik van d.
bijstandsnorm: die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn 1° toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in voor de inwoner. Dat kan een andere artikel 5, onderdeel c, Pw (gaat het om een uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met voorzieningen als alimentatie en toeslagen. bijstandsnorm bedoeld: de bijstandsnorm b. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) plus de aanvullende bijzondere bijstand op gaan. grond van artikel 12 Pw); of c. Arbeidsverplichting: de verplichting om 2° grondslag van de uitkering als bedoeld in mee te werken aan de artikel 5 IOAW of artikel 5 IOAZ voor zover arbeidsinschakeling of het leveren van sprake is van een uitkering op grond van de een tegenprestatie, als bedoeld in artikel IOAW of IOAZ; 9 van de Participatiewet.
1
d.
e. f.
g.
h. i.
j. k.
Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde. Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis. Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers. Doel: het resultaat. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte
e. detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met een bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers; f. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Pw; g. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; h. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; i. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; j. mantelzorg: alle hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; k. overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel f Pw; l. persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de belanghebbende die van belang zijn, inclusief de behoefte van de belanghebbende en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging;
2
l. m.
n.
o. p. q.
r.
s.
t.
van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gemeente: het gemeentebestuur van Sluis. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet.
m. plan van aanpak: een plan zoals bedoeld in artikel 9 en 44 a PW inclusief de in te zetten voorzieningen; n. pw: Participatiewet; o. uitkering: algemene bijstand op grond van de Pw (gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt bedoeld: de algemene bijstand plus de eventuele aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 Pw) of een uitkering op grond van de IOAW/IOAZ. p. vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 Pw; Ingezetene: de inwoner die q. voorziening: door het college noodzakelijk rechtsgeldig staat ingeschreven in geachte voorziening, gericht op Basisregistratie Personen (BRP) arbeidsinschakeling waaronder mede wordt Inkomen: het inkomen, bedoeld in begrepen persoonlijke ondersteuning bij het artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. verrichten van opgedragen taken; Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf r. werkgever: degene die op basis van een heeft in de gemeente Sluis. arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om IOAW: Wet inkomensvoorziening de arbeid van een werknemer gedurende een oudere en gedeeltelijk overeengekomen periode aan te wenden in zijn arbeidsongeschikte werkloze organisatie; werknemers. s.
werknemer: persoon die op basis van een IOAZ: Wet inkomensvoorziening arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de oudere en gedeeltelijk werkgever, daaronder begrepen een persoon arbeidsongeschikte gewezen als bedoeld in artikel 10d lid 1 of lid 2 Pw met zelfstandigen. wie de werkgever een dienstbetrekking is Kindpakket: een pakket van voorzieningen, aangegaan, dan wel dit van plan is; meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en
3
u.
v. w.
x.
y.
z. aa. bb. cc.
dd.
(zorg)verzekeringen. Mantelzorg: alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. Opleiding: scholing op Mbo, Hbo of Wo niveau. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Plan van aanpak: een plan zoals bedoeld in artikel 9 en 44 a PW inclusief de in te zetten voorzieningen. Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Scholing: een opleiding, cursus en/of training. U: de rechthebbende als bedoeld in de Participatiewet of de Wet inburgering Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
4
ee.
ff.
gg.
Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet inburgering 2021, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wij/we/ons: college van burgemeester en wethouder van de gemeente Sluis.
Artikel 1.1. Waarom deze regels? Vervallen De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Sluis kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval: • gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen; • een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk); • een inkomen hebben; • hun financiën op orde hebben en houden. Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij: • Participatiewet (PW); • Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); • Inkomensvoorziening Oudere Arbeidsongeschikte Zelfstandigen (IOAZ); • Wet inburgering (WI); • Gemeentewet; • Algemene wet bestuursrecht (Awb); • Burgerlijk Wetboek (BW).
5
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld op 23 november 2021. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat hebben we in deze verordening geregeld. Artikel 1.2. Uitgangspunten Vervallen De regels in deze verordening hebben we geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels: • zijn bedoeld om de eerder genoemde doelen te realiseren; • zijn bedoeld om knelpunten van inwoners op te lossen; • zijn goed leesbaar; • regelen niet meer dan nodig is; • houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk; • kunnen we goed uitvoeren; • zijn duidelijk voor de inwoners; • zijn onderling afgestemd op elkaar; • respecteren de wettelijke regels; • helpen om maatwerk toe te passen. Artikel 1.3. Kernwaarden Vervallen Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden we rekening met de doelen van de genoemde wetten. We zorgen ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. We gaan daarbij uit van de volgende kernwaarden:
6
1. U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren. 2. U zet zich ervoor in om deze doelen te bereiken. 3. Wij helpen waar dat nodig is en stimuleren u om zelf oplossingen te vinden voor problemen. Bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (het sociale netwerk). 4. Kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, hebben extra hulp nodig om volwaardig mee te doen aan de samenleving. 5. We begeleiden u zo goed mogelijk naar passend werk of participatie. 6. Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. 7. Iedereen doet mee aan de samenleving. 8. We maken aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker. 9. We zijn gelijkwaardige partners, we behandelen u professioneel en nemen u serieus. 10. U geeft de informatie die nodig is. 11. We helpen u om op een eenvoudige manier uw mening te geven. 12. Wij werken efficiënt en doelgericht. Wij stemmen de hulp op u af. Artikel 1.4 Artikel en wet
Vervallen
Deze verordening baseren we op de wetten die bij artikel 1.1 zijn genoemd. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn. Artikel 1.5 Nadere regels en beleidsregels
Vervallen
7
Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift en is voor u rechtstreeks bindend. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving.
Nadere regels Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen, die het college de bevoegdheid geven om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten voor u bevatten, beleidsregels kunnen dit niet.
Beleidsregels Een beleidsregel beschrijft hoe wij omgaan met een bepaalde bevoegdheid. Er kunnen dus geen rechten of plichten voor u in worden vastgelegd. Wel geeft het u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Het helpt onze consulenten om uw hulpvraag te beoordelen. Hoofdstuk 2. Participatie en inkomen
Hoofdstuk 2. Participatie en inkomen
Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie en aanvullende inkomensondersteuning. Wij vinden het Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie belangrijk inwoners die geen werk hebben te helpen en aanvullende inkomensondersteuning. De bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor gemeente vindt het belangrijk belanghebbenden die wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk is opgenomen voor wie dit wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt.
8
Ook geven wij u informatie over aanvullende regelingen voor mensen met een laag inkomen. Voorbeelden zijn bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag en individuele studietoeslag. Het gemeentelijke Minimabeleid en de schuldhulpverlening zijn geen onderdeel van deze verordening.
geldt, hoe het college hierbij kan helpen en wat het college van belanghebbenden verwacht als zij een uitkering ontvangen.
Artikel 2.1 Participatie – voor wie - PW, IOAW, Artikel 2.1. Participatie – voor wie - Pw, IOAW, IOAZ IOAZ Wij helpen u op weg naar werk als: 1. Personen uit de doelgroep zijn in de eerste 1. U een uitkering van de gemeente krijgt en het niet plaats zelf verantwoordelijk om werk te vinden. lukt om zelf, met de hulp van de mensen om u 2. Het college biedt de doelgroep ondersteuning heen of met hulp van uitzendbureaus en andere bij de re-integratie naar de arbeidsmarkt voor organisaties, werk te vinden. zover het college deze ondersteuning 2. U geen uitkering van de gemeente krijgt en ook noodzakelijk vindt. geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers. Wij beoordelen per persoon of en hoe wij u kunnen helpen. 3. U jonger bent dan 27 jaar, geen werk hebt en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. Wij helpen je bij het vinden van een passende opleiding of passend werk of wij helpen je op weg naar hulpverlening of zorg. Artikel 2.2 Samenwerken - PW, IOAW, IOAZ Vervallen 1. Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, regiogemeenten en organisaties. 2. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen. Artikel 2.3 Budget - PW, IOAW, IOAZ Vervallen Het op weg helpen van inwoners naar werk kost geld.
Hoeveel geld wij hiervoor inzetten leggen we elk jaar vast in de begroting van de gemeente. Artikel 2.4. Voorzieningen – werk – Pw, IOAW, IOAZ
Artikel 2.2. Voorzieningen – werk – Pw, IOAW, IOAZ
9
1. Wij stemmen de hulp die wij u bieden af op uw situatie. Zo kijken wij onder andere naar uw opleiding, werkervaring, waar u goed in bent en of u zorg biedt aan anderen. 2. Wij bieden hulp aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk. 3. Voor welke voorziening u in aanmerking komt, bepalen we samen met u aan de hand van uw positie op de arbeidsmarkt. Dit doen we met behulp van de Zeeuws Vlaamse reintegratieladder. Deze vindt u in de bijlage. De voorzieningen worden in de artikelen 2.4 en 2.5 nader toegelicht. 4. Als wij het samen niet eens worden over de inzet van een voorziening dan kunnen wij u op basis van artikel 9 van de Participatiewet hiertoe verplichten.
1. Het college onderzoekt de individuele wensen, acties gericht op vergroting van zelfstandigheid, mogelijkheden en capaciteiten van belanghebbende om de ondersteuning zo doelmatig en duurzaam mogelijk te realiseren. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met individuele wensen. 2. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van belanghebbende. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die belanghebbende en de mogelijkheid dat belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. 3. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: - de opvang van ten laste komende kinderen tot 5 jaar; en - de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 4. Met behulp van de Zeeuws-Vlaamse reintegratieladder bepaalt het college voor welke voorziening belanghebbende in aanmerking komt. De re-integratieladder is opgenomen in de bijlage. 5. Het college kan beleidsregels vaststellen ter uitwerking van dit artikel. Aanvullend op deze premie is het onder voorwaarden Artikel 2.4.1 Participatieplaats - PW, IOAW, IOAZ Artikel 2.2.1. Participatieplaats - PW, IOAW, 1. Wij kunnen u voor een periode van maximaal IOAZ mogelijk om een uitstroompremie (artikel 2.6) te twee jaar een participatieplaats aanbieden. U 1.
Het college kan een belanghebbende zoals ontvangen. Het bedrag wordt verhoogd om aansluiting komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Pw die 27 te zoeken met de onbelaste vrijwilligersvergoeding van krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op werk jaar of ouder is overeenkomstig artikel 10a Pw de belastingdienst.” klein is. onbeloonde additionele werkzaamheden laten 2. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten verrichten voor een periode van maximaal 2 en werkervaring op te doen. Het moet gaan om jaar. Een dergelijke participatieplaats is passende werkzaamheden. mogelijk als de kans op werk klein is. 3. Een voorwaarde is dat het werk, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere
10
werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. Na iedere zes maanden kunt u een premie van maximaal € 250 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.
2. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden. 3. Een voorwaarde is dat het werk, naar het oordeel van het college, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 5. De premie, bedoeld in artikel 10a lid 6 Pw, bedraagt per 6 maanden 25% van het bedrag zoals opgenomen in artikel 31 lid 2 onderdeel j Pw op basis van een fulltime dienstverband of bij een parttime dienstverband naar rato van het aantal gewerkte uren. 6. Voor toepassing van lid 5 is het bedrag van 1 januari van dat kalenderjaar van toepassing. 7. De procentuele berekening wordt telkens naar boven afgerond op hele euro’s. Een gemeente kan in een jaar besluiten om meer, Artikel 2.4.2 - Beschut werk - PW, IOAW, IOAZ Artikel 2.2.2. Beschut werk - PW, IOAW, IOAZ additionele, beschut werkplekken te realiseren dan 1. Wij bieden u een beschutte werkplek aan als het 1.
Het college biedt de voorziening beschut werk in de ministeriële regeling is aangegeven als UWV UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken aan aan een persoon van wie is vastgesteld dat meer positieve adviezen heeft afgegeven. De als het werk en de omgeving zijn aangepast aan deze alleen in een beschutte omgeving onder gemeente neemt dit dan in haar verordening op. Wij uw mogelijkheden. Daarbij gelden de aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot adviseren om dit te doen en daarom is lid 5 voorwaarden die in de Participatiewet zijn arbeidsparticipatie heeft en deze persoon: opgenomen. genoemd. a. behoort tot de doelgroep; of 2. Het doel is om u een veilige werkplek te bieden b. een persoon is die een uitkering ontvangt op als u alleen onder aangepaste omstandigheden grond van de Werkloosheidswet, de Wet kan werken. inkomensvoorziening oudere werklozen, de 3. Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering u beschut kan werken: zelfstandigen, de Wet a. het aanpassen van uw werkplek of de omgeving arbeidsongeschiktheidsvoorziening waarin u werkt; jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen
11
naar arbeidsvermogen, de Wet op de b. uitsplitsing van taken; c. het aanpassen van werktempo, het aantal uren arbeidsongeschiktheidsverzekering, de dat u werkt en de begeleiding die u krijgt. Ziektewet, of de Wet 4. Als u in aanmerking komt voor beschut werk, arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, kunnen wij helpen om de stap naar beschut of recht heeft op arbeidsondersteuning als werken makkelijker te maken. Wij kunnen de bedoeld in artikel 2:15 van de Wet volgende voorzieningen aanbieden: arbeidsongeschiktheidsvoorziening a. helpen bij de invulling van uw dag; jonggehandicapten. b. vrijwilligerswerk; 2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 krijgt een c. scholing; persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in d. schuldhulpverlening. 5. Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut een beschutte omgeving onder aangepaste werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en die nog niet in er naar om in ieder geval het door het rijk opgelegde minimum aantal beschutte aanmerking is gekomen voor een beschut werkplekken per jaar te realiseren. werkplek, voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. 3.
Het college verstrekt om de in artikel 10 lid 1 Pw bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken, de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b lid 1 Pw, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. arbeidsmatige dagbesteding;
12
b. vrijwilligerswerk; c. andere vormen van maatschappelijke participatie of werk; d. schuldhulpverlening
Artikel 2.4.3. Proefplaatsing
5. Voor alle personen die in aanmerking komen voor beschut werk realiseert het college een werkplek. Artikel 2.2.3. Proefplaatsing
1. Wij kunnen u een proefplaatsing 1. Het college kan, als dit door hem aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef noodzakelijk wordt geacht, een persoon tijdelijk en met behoud van uw uitkering uit de doelgroep die algemene bijstand aan de slag bij een bedrijf om werkervaring ontvangt, toestemming verlenen om op op te doen. een proefplaatsing bij een werkgever 2. Het doel is dat u kennis en vaardigheden voor de duur van 2 maanden onbeloonde opbouwt. werkzaamheden te verrichten met 3. Tijdens deze periode kan het bedrijf een behoud van uitkering. beeld krijgen om te zien of u geschikt bent 2. Voor een proefplaatsing wordt uitsluitend voor het werk. toestemming verleend als: 4. De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt als a. de persoon, gelet op zijn het doel eerder duidelijk is. vaardigheden en capaciteiten, tot de 5. Het uiteindelijke doel is dat u voor minimaal zes maanden in dienst komt bij het bedrijf. werkzaamheden in staat is; 6. De werkgever moet u, naar ons oordeel, goed b. het college verwacht dat de begeleiden. plaatsing bijdraagt aan het vergroten 7. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot van de kans op arbeidsinschakeling; verdringing van andere werknemers bij c. als hierdoor de dezelfde werkgever. Ook mag het, naar ons concurrentieverhoudingen niet oordeel, niet leiden tot oneerlijke concurrentie onverantwoord worden beïnvloed en met andere organisaties.
geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie
13
3.
4.
5.
6.
heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal 6 maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de voorziening proefplaatsing; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. De termijn in lid 1 kan verlengd worden met maximaal 4 maanden, dus tot maximaal 6 maanden. Het doel van een proefplaatsing is te onderzoeken of de baan en belanghebbende bij elkaar passen en belanghebbende geschikt is voor de functie. Belanghebbende doet tegelijkertijd werkervaring op en werkt een periode op proef met behoud van uitkering. De plaatsing duurt 2 maanden, maar stopt als eerder duidelijk is dat belanghebbende niet geschikt is voor de functie.
Artikel 2.4.4 Werkervaringsplaats/stage - PW, IOAW, IOAZ
Artikel 2.2.4. Werkervaringsplaats/stage - PW, IOAW, IOAZ
1. Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een re-integratiebedrijf om werknemersvaardigheden te leren.
1. Het college kan een persoon met behoud van uitkering een voorziening werkervaring gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze behoort tot de doelgroep. 2. Het doel van een voorziening
14
2. Tijdens deze periode willen wij een beeld krijgen van de voortgang van de doelen in het trajectplan. 3. De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt als u de afgesproken doelen hebt gehaald. 4. We kunnen de plaatsing na 3 maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal 6 maanden. 5. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. U doet tijdens deze periode werkzaamheden die bij u passen. 6. Een voorwaarde is dat dit, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
3.
4.
5.
6.
werkervaring/stage is het opdoen van werkervaring en/of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de voorziening werkervaring; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. De plaatsing duurt 3 maanden, maar stopt als eerder duidelijk is dat belanghebbende niet geschikt is voor de functie. Het college kan de plaatsing na 3 maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal 6 maanden. De werkervaringsplaats/stage mag verder niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties
Artikel 2.4.5 Detacheringsbaan - PW, IOAW, IOAZ Vervallen. 1. Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden. 2. Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een werkgever. 3. Het doel is dat u uiteindelijk bij de werkgever in dienst komt. Artikel 2.4.6 Basisbaan - PW, IOAW, IOAZ
Artikel 2.2.5. Basisbaan - Pw, IOAW, IOAZ
1. Wij kunnen u een basisbaan aanbieden. 1. Het college kan een basisbaan aanbieden als: a. belanghebbende een bijstandsuitkering 2. Deze baan bieden we u aan als na afloop van ontvangt; een werkervaringsplaats blijkt dat er geen werk b. ouder is dan 27 jaar; en voor u is, terwijl u uw doelen wel hebt gehaald. c. niet in aanmerking komt voor een 3. Het doel is u een werkplek te bieden zodat u niet indicatie banenafspraak en/of niet in meer afhankelijk bent van een uitkering. aanmerking komt voor het doelgroepenregister; en d. nog niet in staat is regulier arbeid te
15
verrichten. 2. Het college kan een basisbaan aanbieden als na afloop van een werkervaringsplaats en/of participatieplaats blijkt dat er geen werk is voor belanghebbende, terwijl de vastgelegde doelen wel zijn behaald. 3. Het doel van de basisbaan is belanghebbende helpen naar betaald werk zodat belanghebbende niet meer afhankelijk is van een uitkering. 4. Bij de invulling van de basisbaan wordt uitgegaan van maatwerk voor belanghebbende. 5. Belanghebbende ontvangt bij inzet van deze voorziening het wettelijk minimumloon. Artikel 2.2.6. Sociale activering - Pw, IOAW, Artikel 2.4.7 Sociale activering - PW, IOAW, IOAZ IOAZ 1. Wij kunnen u sociale activering aanbieden. 1. Het college kan een persoon die behoort tot de U gaat dan nuttige werkzaamheden doen doelgroep activiteiten aanbieden in het kader die u dichter bij werk brengen. van sociale activering voor zover de 2. Het doel is u te helpen mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment moeilijkheden op weg naar werk of algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen in uw dagelijks leven te overwinnen. waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het doel is om personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt terug te leiden naar de arbeidsmarkt met eventueel als tussendoel dat personen zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. 3.
Het college stemt de duur van de in lid 1 bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 4. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 2.4.8 Vrijwilligerswerk - PW, IOAW, IOAZ
Vervallen
16
1. Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden. Vrijwilligerswerk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken. 2. Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot. 3. Een vergoeding voor vrijwilligerswerk mag u geheel of gedeeltelijk houden. Dit bedrag wordt niet gekort op de uitkering die u ontvangt. Dit is geregeld in landelijke regels. Artikel 2.4.9 Diagnostische instrumenten - PW, Ver Vervallen IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen u testen en/of onderzoeken aanbieden. U gaat dan naar een deskundige die onderzoekt welke belemmeringen en mogelijkheden u heeft om te kunnen werken of om uw werk te kunnen houden. 2. Het doel van testen en onderzoeken is dat u uw kans op betaald werk vergroot en dat werk of een voorziening past bij uw mogelijkheden.
17
Artikel 2.4.10 Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie - PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen werkgevers een subsidie geven. 2. Het doel is om werkgevers te stimuleren u in dienst te nemen. 3. Wij stellen vast of een werkgever een subsidie krijgt en hoe hoog de subsidie is. Dit is afhankelijk van uw situatie. 4. Een voorwaarde is dat dit, naar ons oordeel, niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
Artikel 2.2.7. Loonkostensubsidie buiten de wettelijke doelgroep - Pw, IOAW, IOAZ
Aanscherping van de voorwaarden
1. Het college kan een subsidie verstrekken aan personen die buiten de wettelijke doelgroep loonkostensubsidie vallen. Dit zijn personen die geen recht hebben op loonkostensubsidie zoals bedoeld in artikel 10c en 10d Pw. Het college kan deze subsidie verstrekken als het college dit noodzakelijk vindt. 2. Het doel van de subsidie is om werkgevers te stimuleren personen in dienst te nemen en de extra kosten voor begeleiding te vergoeden. 3. De loonkostensubsidie wordt alleen verstrekt als de werkgever bij aanvang schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan de subsidie, bedoeld in lid 1, voor minimaal 12 maanden, zonder proeftijd, in dienst houdt. 4. De subsidie, bedoeld in lid 1, bedraagt ten hoogste 50 procent van de loonkosten gedurende maximaal 12 maanden met de mogelijkheid van verlenging tot maximaal 24 maanden. 5. De subsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk. 6. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
18
7. Niet-uitkeringsgerechtigden hebben geen recht op de loonkostensubsidie buiten de wettelijke doelgroep. Artikel 2.4.11 Wettelijke loonkostensubsidie PW, IOAW, IOAZ
Vervallen.
1. Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltime baan. 2. Het doel is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. Wij stellen vast of u in staat bent om het wettelijk minimumloon te verdienen. De loonwaarde deskundige bepaalt uw loonwaarde op de manier zoals beschreven in het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet. De loonkostensubsidie stemmen we af op de loonwaarde. 1. Artikel 2.4.12 Scholing - PW, IOAW, IOAZWij Artikel 2.2.8. Scholing, cursussen, trainingen kunnen u scholing aanbieden. Pw, IOAW, IOAZ 2. De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden 1. Het college kan een persoon die behoort tot de of te kunnen behouden. doelgroep scholing, een cursus of een training 3. In overleg met u bepalen wij welke aanbieden. scholing u krijgt en hoe lang deze duurt. 2. De scholing is bedoeld om werk te kunnen De scholing stemmen we af op uw vinden en/of te kunnen behouden. mogelijkheden en afstand tot de 3. De scholing, cursus of training kan worden arbeidsmarkt. aangeboden in de vorm van subsidie of 4. Wij kunnen u ondersteunen bij een verstrekking in natura. leerwerktraject. Dit doen we als u: 4. Een scholingstraject, cursus of training voldoet a.
16 of 17 jaar bent en leerplichtig bent, of in ieder geval aan de volgende eisen: b. 18 tot 27 jaar bent en nog geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2
19
of hoger hebt.
a. het sluit aan bij de capaciteiten van de te scholen persoon; en b. het vergroot de kansen op de arbeidsmarkt; of c. het leidt tot duurzaam werk. 1. Artikel 2.4.15 Kinderopvang – Pw, IOAW, Artikel 2.2.9 Kinderopvang – Pw, IOAW, IOAZ IOAZWe kunnen ervoor zorgen dat er passende 1. Het college kan ervoor zorgen dat er passende kinderopvang beschikbaar is als: kinderopvang beschikbaar is voor kinderen tot a. U meedoet aan een activiteit die nodig is om 12 jaar als dit noodzakelijk is om: in te burgeren, aan het werk te gaan of om a. mee te doen aan een activiteit; of werkervaring op te doen, en; b. in te burgeren; of b. U zelf geen kinderopvang kunt regelen en c. aan het werk te gaan; of betalen. d. om werkervaring op te doen, en 2. Wij kunnen de kosten van kinderopvang die voor e. kinderopvang niet kan worden betaalt uw rekening blijven, vergoeden. vanuit eigen middelen. 2. Het college kan de kosten van kinderopvang, die voor rekening van belanghebbende blijven, vergoeden. Artikel 2.4.17 Andere voorzieningen en Artikel 2.2.10. Voorzieningen en vergoedingen, vergoedingen, maatwerk - PW, IOAW, IOAZ1. We maatwerk - PW, IOAW, IOAZ kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is 1. Het college kan andere voorzieningen inzetten om uw kans op werk te vergroten. als dat nodig is om de kans op werk te 2.
Wij kunnen kosten vergoeden die u moet maken vergroten voor personen uit de doelgroep. om mee te kunnen doen aan een voorziening of om 2. Het college kan kosten vergoeden die personen te kunnen werken. uit de doelgroep moeten maken om mee te kunnen doen aan een voorziening of om te 3. We bieden u de mogelijkheid om zelf een plan in te kunnen werken. dienen om uw kans op werk te vergroten. 3. Het college biedt personen uit de doelgroep de mogelijkheid om zelf een plan in te dienen om de kans op werk te vergroten. Artikel 2.5 Voorzieningen – Tegenprestatie - PW, IOAW, IOAZ Op het moment dat u een uitkering van de gemeente ontvangt, kunnen wij u een verplichting opleggen om
Artikel 2.2.11. Tegenprestatie - PW, IOAW, IOAZ 1. Een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw kan door het college worden opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten naast of
20
een tegenprestatie te doen. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
in aanvulling op reguliere arbeid. 2. Het college kan een belanghebbende als bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw opdragen om een tegenprestatie te verrichten, voor zover hiermee de zelfredzaamheid en/of de kansen Artikel 2.5.1 Waarom een tegenprestatie? - PW, op werk worden vergroot. IOAW, IOAZ 3. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt Een tegenprestatie is een passende manier om iets het college rekening met persoonlijke terug te doen voor de samenleving. U zet zich in voor omstandigheden. de samenleving als reactie op inspanningen van de 4. Het college legt geen tegenprestatie op als gemeente voor u. Het doel van een tegenprestatie is belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het Pw, tenminste 20 uur per week vrijwilligerswerk vergroten van uw kansen op werk. Zelfredzaamheid of mantelzorg verricht. is het vermogen om voor uzelf te zorgen. 5. De tegenprestatie duurt zolang er nog geen reintegratietraject wordt gevolgd of betaald werk is gevonden. 6. De tegenprestatie mag het vinden van werk niet Artikel 2.5.2 Voorbeelden van een tegenprestatie in de weg zitten. PW, IOAW, IOAZ 7. Het college draagt alleen op om een 1. U kunt de tegenprestatie invullen door: tegenprestatie te verrichten als hierdoor de a. a. het doen van vrijwilligerswerk; concurrentieverhoudingen niet onverantwoord b. b.
het leveren van mantelzorg; worden beïnvloed en er geen verdringing op de c. c. overige maatschappelijke nuttige arbeidsmarkt plaatsvindt. werkzaamheden; 8. Een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 d. d. door te werken aan persoonlijke problemen lid 1 Pw mag een voorstel doen hoe hij de zodat u (later) in staat bent aan één van de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kan hiervoor genoemde vormen van het college meedenken en ondersteuning tegenprestatie te voldoen. bieden. Het college beoordeelt het voorstel. 9. Een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 9 2. De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in lid 1 Pw kan de tegenprestatie invullen door: de weg staan. a. het doen van vrijwilligerswerk; b. het leveren van mantelzorg; 3. U mag zelf een voorstel doen hoe u de c. overige maatschappelijke nuttige tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij werkzaamheden; meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen d. door te werken aan persoonlijke uw voorstel. problemen zodat hij later in staat is aan één van de hiervoor genoemde vormen
21
4. Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. van tegenprestatie te voldoen. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde 10. Het kan zijn dat een belanghebbende zoals activiteiten doet, kunnen we deze activiteiten bedoeld in artikel 9 lid 1 Pw al maatschappelijk aanmerken als tegenprestatie. actief is. Als hierbij al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten wordt/worden verricht, kan het college deze activiteit(en) aanmerken als tegenprestatie. Artikel 2.5.3 Wanneer doet u een tegenprestatie? 11. Een tegenprestatie duurt maximaal 320 uur per PW, IOAW, IOAZ jaar. Hierbij hoeft er niet meer dan 20 uur per 1. Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, week en 40 weken per jaar een tegenprestatie zolang u nog geen re-integratietraject volgt of te worden verricht. betaald werk heeft gevonden. 2. Wij leggen geen tegenprestatie op als: a. U tenminste 20 uur per week vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht; b. U tenminste 20 uur per week betaalde arbeid verricht. 3. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke situatie en omstandigheden.
Artikel 2.5.4 Duur en omvang tegenprestatie - PW, IOAW, IOAZ 1. Een tegenprestatie duurt maximaal 320 uur per jaar. 2. U hoeft niet meer dan 20 uur per week en 40 weken per jaar een tegenprestatie te doen. Hoofdstuk 2A Specifieke bepalingen Paragraaf 2A.1 Administratief proces loonkostensubsidie Nieuw
Artikel 2.3. Administratief proces loonkostensubsidie
22
1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d Pw, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Bij een beschikking op aanvraag stuurt het college de beschikking naar de aanvrager (werkgever of de persoon) en de medebelanghebbende (werkgever of persoon die niet de aanvraag heeft ingediend). 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c lid 1, onder a Pw. 4. Het college stelt binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d lid 5 Pw. 5. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Paragraaf 2A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Nieuw
Artikel 2.4.1. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen - PW, IOAW, IOAZ
23
1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal 18 jaar oud. Wanneer iemand VSO/PROonderwijs heeft genoten geldt de minimale leeftijd van 18 jaar niet; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de
24
Nieuw
voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 2.4.2. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen – Pw, IOAW, IOAZ 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 3. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 6 weken na de aanvraag de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. Het college onderzoekt of integrale samenwerking nodig is. Zo ja, dan zal worden samengewerkt met andere partijen, zoals bijvoorbeeld instanties op het gebied van gezondheidszorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn of wonen. Dit om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 2 Pw
25
Nieuw
4. Het college maakt na afronding van het onderzoek, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag. 5. Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever. Artikel 2.4.3. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. 2. Als de aanvraag wordt afgewezen moet het college de reden van de afwijzing goed gemotiveerd in de beschikking vermelden.
26
Paragraaf 2A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk Nieuw
Artikel 2.4.4. Persoonlijke ondersteuning bij werk – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in lid 1 en 2 genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leerwerktraject.
Nieuw
Artikel 2.4.5. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk – Pw, IOAW, IOAZ 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen. 2. Lid 1 geldt niet als voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de
27
Nieuw
Artikel 2.4.13 Jobcoaching - PW, IOAW, IOAZ
noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 3. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 2.4.6. Interne werkbegeleiding – Pw, IOAW, IOAZ 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden. Artikel 2.4.7. Jobcoaching - PW, IOAW, IOAZ
1. Wij kunnen voor begeleiding op uw werkplek een 1. Een jobcoach die de persoonlijke jobcoach inzetten. ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen 2. Dit doen we als u extra begeleiding nodig heeft aan de volgende kwaliteitseisen: om uw werk te behouden. a. de jobcoach beschikt over 3. We kunnen ook uw werkgever een vergoeding minimaal Hbo werk- en geven als hij een jobcoach inzet. denkniveau; 4. Wij spreken met uw werkgever af hoe en hoe b. de jobcoach heeft een jobcoach lang we de jobcoach inzetten. opleiding gevolgd; c. de jobcoach heeft een registratie in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVS-Beroepenregister voor jobcoaches en/of is werkzaam bij
28
een organisatie die een Blik op werk of Oval Keurmerk heeft of een jobcoach erkenning heeft van het UWV. d. de jobcoach heeft ervaring op het gebied van jobcoaching; e. de jobcoach heeft kennis van de specifieke doelgroep met een arbeidsbeperking, regionale arbeidsmarkt (ontwikkelingen) en de regionale sociale kaart; f. de jobcoach zorgt ervoor dat zijn kennis en vaardigheden actueel blijven en investeert in na- en bijscholing. 2. Een uitzondering op de gestelde voorwaarden van lid 1 geldt voor situaties waarin een werknemer met baan en bijbehorende jobcoach binnenkomt bij de gemeente, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing of een stageplek vanuit het VSO/PRO onderwijs. De jobcoach moet binnen 1 jaar alsnog aan de in lid 1 gestelde eisen voldoen. 3. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van de volgende begeleidingsregimes: Licht: jaar 1, 6%, jaar 2, 3% en jaar 3 en daaropvolgende jaren 3% van het aantal overeengekomen werkuren Midden: jaar 1, 10%, jaar 2, 5%, jaar 3 en daaropvolgende jaren 3% van het aantal overeengekomen werkuren
29
Intensief: jaar 1, 15%, jaar 2, 7,5%, jaar 3 en daaropvolgende jaren 6% van het aantal overeengekomen werkuren
Nieuw
Nieuw
4. Het college kan van de in het lid 2 bedoelde maximale percentages afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 5. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd heeft, kan het college deze bij voorrang aanbieden. 6. Voordat het college de jobcoaching beëindigt verricht het college onderzoek. Als de beëindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan het college van dit onderzoek afzien. Artikel 2.4.8. Jobcoaching in natura – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in artikel 2.4.1. tot en met 2.4.5. en artikel 2.4.7. van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.4.9. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de
30
2.4.1. tot en met 2.4.5. en artikel 2.4.7, worden
Nieuw
verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. 4. Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: 1. ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of 2. integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs. 2.4.10. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die tot de doelgroep behoort. De vervoersvoorziening
31
Nieuw
moet noodzakelijk zijn om naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie te reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woonwerkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 2.4.11. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap – Pw, IOAW, IOAZ Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
Nieuw
Artikel 2.4.12. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen – Pw, IOAW, IOAZ 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken.
32
Nieuw
2. De meeneembare voorziening wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Artikel 2.4.13. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen – Pw, IOAW, IOAZ Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. Hoofdstuk 2B Beëindiging en uitstroom
1. Artikel 2.4.14 Bemiddeling - PW, IOAW, Vervallen IOAZWij kunnen een jobhunter inzetten voor het vinden van werk. 2. Een jobhunter zoekt passend werk voor de werkzoekende. Artikel 2.4.16 Nazorg PW, IOAW, IOAZ
Vervallen
1. Wij kunnen u ondersteunen of begeleiden als u werk gevonden heeft en uw uitkering is beëindigd. 2. Dit doen we als dat nodig is om uw werk te kunnen doen of te kunnen behouden. Artikel 5.4 Beëindiging - PW, IOAW, IOAZ
Wordt op basis van maatwerk toegepast maar niet in regels opgenomen.
Artikel 2.5. Beëindiging voorziening
1. We kunnen het recht op een voorziening 1. Het college kan het recht op een voorziening als bedoeld in artikel 2.4 tot en met 2.4.13 van intrekken als: deze verordening intrekken als: a. de voorziening niet langer passend of a. de voorziening niet langer passend of nodig is; nodig is; b. u zich niet houdt aan voorwaarden en b. belanghebbende zich niet houdt aan de verplichtingen die we aan de voorwaarden en verplichtingen die aan voorziening hebben verbonden; de voorziening zijn verbonden; c. We de voorziening hebben verstrekt c. de voorziening is verstrekt op grond op grond van verkeerde of van verkeerde of onvolledige gegevens onvolledige gegevens door u; verstrekt door belanghebbende;
33
d. als u onvoldoende meewerkt aan een d. belanghebbende onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het onderzoek naar het recht op de recht op de voortzetting voorziening; voorziening en we hierdoor niet e. de voorziening voor een ander doel langer kunnen vaststellen of we een gebruikt wordt dan waarvoor hij is voorziening kunnen voortzetten; verstrekt; e. u de voorziening voor een ander doel f. belanghebbende binnen 3 maanden gebruikt dan bedoeld; geen gebruik maakt van de f. u binnen drie maanden geen gebruik voorziening, tenzij hiervoor geen verwijt maakt van de voorziening, behalve kan worden gemaakt. als u daar niets aan kunt doen. 2. Het college kan het recht op de voorziening met 2. We kunnen de voorziening met terugwerkende terugwerkende kracht intrekken. kracht intrekken. Artikel 2.6.1. Inkomensvrijlating - Pw, IOAW, IOAZ Vervallen. Een deel van uw inkomsten kunnen wij op basis van de wet vrijlaten. Artikel 2.6.2. Premie - PW, IOAW, IOAZ
Artikel 2.6. Uitstroompremie - PW, IOAW, IOAZ
Naast de vergoeding voor een Participatieplaats (artikel 2.2.1) is het mogelijk een uitstroompremie te ontvangen Het college kan eenmalig een uitstroompremie indien aan de voorwaarden wordt voldaan. Een toekennen aan een langdurig werkloze die eventuele premie voor een Participatieplaats wordt duurzaam uitstroomt naar algemeen hierop in mindering gebracht om binnen de geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer belastingvrije vergoeding te blijven.
1. Als u goed meewerkt aan het krijgen van betaald 1. werk kunnen wij u een premie verstrekken. 2. De premie krijgt u maximaal één keer per jaar en deze is niet hoger dan het bedrag zoals genoemd in artikel 31, lid 2 sub j van de Participatiewet. recht heeft op een uitkering van het college. 3. Over het wel of niet geven van een premie nemen 2. De premie is ter hoogte van 50% van het we elk jaar een besluit. bedrag zoals genoemd in artikel 31, lid 2 sub j Pw. 3. Als in hetzelfde kalenderjaar al een participatieplaatspremie is toegekend, zoals bedoeld in artikel 10a lid 6 Pw, wordt deze reeds toegekende participatieplaatspremie in mindering gebracht op de uitstroompremie. 4. Onder een langdurig werkloze wordt verstaan: een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van 12 maanden of langer op een uitkering van het college aangewezen is geweest.
34
5. Onder duurzame uitstroom wordt naar het oordeel van het college verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van tenminste 6 maanden. 6. De premie kan worden aangevraagd vanaf 7de maand na de indiensttreding en moet binnen 18 maanden na de indiensttreding zijn aangevraagd. 7. Het college blijft verantwoordelijk voor betaling van de uitstroompremie als belanghebbende binnen de termijn van lid 5 verhuist naar een andere gemeente. Hoofdstuk 3 – aanvullende inkomsensondersteuning
Hoofdstuk 3. Individuele inkomenstoeslag en minimabeleid
Artikel 3.1 Individuele bijzondere bijstand - PW
Vervallen
U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere voorzieningen. Artikel 3.2 Collectieve bijzondere bijstand – zorgverzekering minima - PW
Vervallen
1. Wij bieden een collectieve zorgverzekering aan voor mensen met een laag inkomen. 2. Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u gebruik maken van deze zorgverzekering voor minima. 3. U krijgt dan een maandelijkse bijdrage voor de premie van de aanvullende verzekering. Artikel 3.3 Individuele inkomenstoeslag - PW
Artikel 3.1 Individuele inkomenstoeslag - Pw
De inkomensgrens wordt verruimd.
1. Een verzoek om individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36
35
1. U komt in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als: a. u in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger was dan 110 procent van de toepasselijke uitkeringsnorm, en; b. uw vermogen niet hoger is dan de voor u geldende vermogensgrens zoals genoemd in artikel 34 van de Participatiewet. 2. U kunt maar één keer in de twaalf maanden in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag.
Artikel 3.3.1 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag - PW De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: 1. € 350,00 als u alleenstaand bent; 2. € 450,00 als u alleenstaande ouder bent; 3. € 500,00 als u gehuwd of samenwonend bent.
lid 1 Pw wordt ingediend via een door het college vastgesteld formulier. 2. Om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag moet sprake zijn van een langdurig laag inkomen. Hiervan is sprake als: a. het inkomen in de 36 maanden voor de aanvraagdatum niet hoger was van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm; b. het vermogen op datum aanvraag is niet hoger dan de toepasselijke vermogensgrens zoals genoemd in artikel 34 Pw. 3. De individuele inkomenstoeslag wordt één keer per 12 maanden toegekend. Artikel 3.2. Hoogte individuele inkomenstoeslag De vaste bedragen worden gewijzigd in percentages zodat deze jaarlijks meestijgen. - Pw 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per jaar: a. Voor een alleenstaande: 27% van de gehuwdennorm; b. Voor een alleenstaande ouder: 35% van de gehuwdennorm; c. Voor gehuwden: 39% van de gehuwdennorm. 2. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag onder de artikelen 11 of 13 lid 1 Pw, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3. Voor toepassing van lid 1 en 2 is de situatie op de peildatum bepalend.