CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

07b Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing Zonneveld Sluis - locatie Welgelegen.pdf

Commissie Ruimte/AB 10 mei 2022, gemeente SluisBij agendapunt: A-brieven (Ter kennisname. De brieven worden in handen gesteld van het college ter verdere afdoening)10.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS - LOCATIE ZONNEVELD SLUIS - LOCATIE WELGELEGEN WELGELEGEN Astronergy Astronergy

1 MAART 2019

1 MAART 2019

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Contactpersoon ROEL VAN OOIJ Adviseur duurzame energie & planologie

T +31 (0) 884261645 M +31 (0) 611100980 E roel.vanooij@arcadis.com

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Planbeschrijving

6

1.3

Benodigde vergunningen

9

1.4

Leeswijzer

10

BELEID

11

2.1

Europees en Rijksbeleid

11

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

12

2.3

Gemeentelijk beleid

13

MILIEU EN OMGEVING

15

3.1

Natuur

15

3.2

Landschap

20

3.3

Archeologie en cultuurhistorie

22

3.4

Bodem

24

3.5

Water

25

3.6

Geluid

26

3.7

Luchtkwaliteit

28

3.8

Verkeer

29

3.9

Externe veiligheid

29

3.10

Conventionele explosieven

30

3.11

Licht

30

3.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

30

UITVOERBAARHEID

32

4.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

32

4.2

Financiële uitvoerbaarheid

32

BIJLAGE 1 QUICKSCAN ECOLOGIE

33

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

3 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

BIJLAGE 2 NATUURTOETS STEENUIL EN VLEERMUIZEN

34

BIJILAGE 3 LANDSCHAPPELIJK ONTWERP

35

BIJLAGE 4 BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE

36

BIJLAGE 5 WATERTOETS

37

BIJLAGE 6 AKOESTISCH ONDERZOEK

38

BIJLAGE 7 M.E.R.-BEOORDELING

39

BIJLAGE 8 PARTICIPATIEPLAN

40

COLOFON

41

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

4 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Er bestaat het voornemen om een zonneveld te realiseren in de gemeente Sluis; zonneveld Welgelegen (Figuur 1-1). Het plangebied ligt op ongeveer 1 kilometer afstand ten noordoosten van de kern Oostburg, aan de Lange Heerenstraat. Nederland heeft zichzelf tot doel gesteld voor 14% van het energieverbruik te voorzien uit duurzame, hernieuwbare bronnen in 2020, en 16% in 2023. In de Energieagenda is in 2016 gesteld dat de energievoorziening in 2050 bijna helemaal duurzaam moet zijn. Zonne-energie is een van de pijlers om de doelstellingen met betrekking tot energie te bereiken. De eigenaar van het perceel, de heer Johan Van Waes wil samen met Astronergy in Oostburg een bijdrage leveren aan de transitie naar hernieuwbare energie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidsuitgangspunten op Europees-, rijks- en provinciaal niveau. Het is echter strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Op de betreffende locatie rust momenteel de enkelbestemming agrarisch, waarbinnen een zonneveld niet is toegestaan. Om het zonneveld planologisch mogelijk te maken, dient te worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan, middels een aanvraag omgevingsvergunning conform art. 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo. Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ter onderbouwing van de aanvraag van de omgevingsvergunning, waarin wordt gemotiveerd dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.

Verzocht wordt om in de vergunning te bepalen dat de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 2.7 lid 1 en lid 3 Mor uiterlijk binnen een termijn van 3 weken voor de start van de uitvoering van de desbetreffende handeling worden overlegd.

Figuur 1-1 locatie van de voorgenomen activiteit.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

5 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

1.2

Planbeschrijving

Locatie

Gemeente Oostburg, Sectie P

Kadastrale gegevens OBG00 - P 2210

Oppervlakte (in ha)

Gegevens eigenaar

Circa 26 ha (circa 17 ha ten behoeve van zonneveld)

De heer Van Waes

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit een boomgaard. Tegen de zuidzijde en westzijde van het plangebied ligt de erbij horende agrarische bebouwing (Lange Heerenstraat 87). Het plangebied en het agrarisch bouwblok is bereikbaar met een oprit van bijna 600 m lengte vanaf de Lange Heerenstraat. Het perceel wordt grotendeels begrensd door een bestaande haag die de boomgaard aan het zicht onttrekt. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door een wetering en een dijk, waarachter nog een wetering ligt. Aan de zuidzijde is gedeeltelijk een sloot gelegen. Toekomstige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van 26 ha en een bedekking met zonnepanelen (inclusief tussenruimten) van 17 ha. Dit betreft circa 80.000 zonnepanelen en heeft een vermogen van circa 30 MW. Bij het realiseren van een zonneveld wordt deze functie gewijzigd voor een periode van 30 jaar en ontstaat er een elektriciteitsproductie installatie. Het zonneveld betreft een tijdelijke installatie. Aan het einde van de levensduur (30 jaar) wordt het opgeruimd en het gebruikte oppervlak hervindt dan weer zijn oorspronkelijke bestemming (agrarisch/boomgaard). Inrichting De zonnepanelen zijn niet lichtdoorlatend en worden geplaatst op een stalen frame in oost-west opstelling. Er worden zes panelen boven elkaar worden geplaatst (Figuur 1-3).

Tussen de panelen is horizontaal een ruimte opengelaten van minimaal 1 centimeter, waartussen hemelwater diffuus op het maaiveld terechtkomt.

Figuur 1-2 Technisch ontwerp zonneveld Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

6 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Figuur 1-3 Oost-west opstelling van de constructie met zonnepanelen

Er worden stalen C-profielen gebruikt voor de fundering van de zonnepanelen (Figuur 1-4). Deze palen worden 1,6-2 meter in de bodem geplaatst. In totaal gaat het om 19.912 aantal palen met een oppervlakte van 0,0007 m2 per stuk. Door het gebruik van C-profielen wordt verstoring van het maaiveld en de bodem zoveel mogelijk geminimaliseerd omdat het oppervlak van deze palen gering is.

Figuur 1-4 Voorbeeld van de te plaatsen constructie. Inzet rechtsboven is een voorbeeld van een c-profiel buis.

Technische installaties Voor het zonneveld wordt een nieuwe aansluiting op het elektriciteitsnet gerealiseerd vanaf het dichtstbij gelegen onderstation van Enduris, dat 0,6 kilometer verderop ligt. De opgewekte zonne-energie wordt eerst naar omvormers geleid, zogenaamde inverters. In totaal worden 176 (in 11 clusters) van deze stuks verspreid over het park geïnstalleerd. De inverters worden bevestigd aan de stellage met de zonnepanelen (Figuur 1-5). Bij ieder cluster van inverters staat een transformatorstation dat de elektriciteit doorsluist naar het klantstation van de netbeheerder Enduris (Figuur 1-6). Hier bevindt zich de netaansluiting en wordt de elektriciteit op het net gezet. De 11 transformatorstations met elk een oppervlakte van 9 m2 en het klantstation met een oppervlakte van 14 m 2 worden gefundeerd tussen 1-2,30 meter onder maaiveld. In Tabel 1-1 zijn verdere specificaties te vinden van de inverters en de transformatoren.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

7 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Figuur 1-5 Voorbeeld van een cluster van inverters.

Figuur 1-6 Voor- en zijaanzicht transformatorstation. Tabel 1-1 Specificaties inverters en transformatoren

Specificaties inverters en transformatoren Inverters Type

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

Sungrow 125 HV

8 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Specificaties inverters en transformatoren DC input Voltage

1050 V

Output vermogen

125 kW

Breedte, hoogte, diepte

670*902*296 mm

Gewicht

76 kg

IP type

IP 65 NEMA 4X

Geluid (1 m)

≤ 61.6 dB

Transformatoren Vermogen

2000 kVA

Bronvermogen (geluid)

60 dB

Afmetingen behuizing (l,b,h)

3600*2400*2960 mm

Aanlegfase Tijdens de aanlegfase worden geulen gegraven van maximaal 1 meter diep waarin de kabels worden gelegd. De breedte van de kabelsleuven is 0,8-1 meter. De totale lengte aan kabelsleuven is circa 1.500 meter. De aanvoer van materialen wordt verzorgd via de gedeeltelijk bestaande en gedeeltelijk aangelegde onderhoudswegen. De materialen zullen vanaf een in te richten werkterrein binnen het plangebied verder worden vervoerd met kleinere vrachtvervoersmiddelen zoals quads. Beheerfase Na de aanleg van het park wordt dit extensief beheerd. Enkele malen per jaar vindt er extensieve begrazing door schapen plaats om de vegetatie kort te houden. De Zeeuwse haag zal na circa 5 jaar op regelmatige basis gesnoeid worden op een wijze dat de haag de invulling geeft zoals dat wordt voorzien in het landschappelijk ontwerp.

1.3

Benodigde vergunningen

In onderstaande tabel zijn de benodigde vergunningen voor uitvoering van het werk opgenomen. Het betreft hier de zogenaamde “permanente” vergunningen. Tijdelijke (uitvoeringsgerelateerde) vergunningen zullen ook benodigd zijn (zoals tijdelijke verkeersmaatregelen), maar zijn afhankelijk van de uiteindelijke uitvoeringsmethode die nu nog niet bekend is. Het aanvragen en verkrijgen van deze vergunningen komt voor de verantwoordelijkheid van de toekomstige aannemer. Tabel 1-2 Benodigde vergunningen

Procedure

Omschrijving Strijdig gebruik Onderhavig document dient ter onderbouwing van de aanvraag omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels voor de ruimtelijke ordening.

Omgevingsvergunning

Bouwen Er is sprake van bouwen van de zonnepanelenmodules, beveiligingscamera’s, hekwerk, transformatorhuisjes. Bouwkundige details zijn onder meer opgenomen in paragraaf 1.2.3. Werken of werkzaamheden uitvoeren In verband met graafwerkzaamheden en Archeologie

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

9 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Procedure

Omschrijving

Watervergunning

Waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken Er is sprake van gebruik van Waterstaatswerk en beschermingszone voor het plaatsen van hekwerk Overige activiteiten in of nabij een oppervlaktewaterlichaam uitvoeren Er is sprake van gebruik van Waterstaatswerk en beschermingszone voor het plaatsen van hekwerk

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht op de verschillende van toepassing zijnde niveaus, waarbinnen de activiteit plaatsvindt. In hoofdstuk 3 worden de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. Hoofdstuk 4 behandelt de maatschappelijke en financiële haalbaarheid van het plan.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

10 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

2

BELEID

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan de verschillende vigerende planologische beleidskaders. De toetsing aan de milieuhygiënische- en omgevingsaspecten, waaronder natuur, vindt plaats in hoofdstuk 3.

2.1

Europees en Rijksbeleid

VN Klimaatakkoord In december 2015 was er een VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Nederland heeft het Klimaatakkoord in 2016 geratificeerd. De doelstelling van het akkoord is de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2°C, meet inspanningen om de stijging verder te beperken tot 1,5°C. In 2020 treedt het Klimaatakkoord in werking. Het Klimaatakkoord vraagt van landen om nationale klimaatplannen op te stellen. Daarom zijn in het regeerakkoord van Rutte III in 2017 doelstellingen vastgelegd om het Klimaatakkoord te halen. De belangrijkste doelstelling is dat de uitstoot van broeikasgassen fors omlaag moet, 49% minder dan in 1990. Dit wordt vastgelegd in de Klimaatwet, waarvoor in juni 2018 een voorstel is ingediend. Europees beleidskader voor Klimaat en energie (2020-2030) Al in 2009 hebben de lidstaten van de Europese Unie afgesproken de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer te beperken. Beschikking 406/2009/EG verplicht lidstaten broeikasgassen met 30% te reduceren tegen 2020 ten opzichte van het niveau van 1990.

Aangezien een toename van de opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen een bijzonder belangrijk middel is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, streven de lidstaten hiernaar in het kader van Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen. Deze richtlijn stelt dat het aandeel hernieuwbare energie in de EU tenminste 27% moet zijn in 2020. In het in september 2013 ondertekende Energie-akkoord1 heeft Nederland zich gecommitteerd aan een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Energieakkoord (2013) In september 2013 werd het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. Het akkoord heeft als doel het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparingen met gemiddeld 1,5% per jaar, het terugdringen van het gebruik van aardgas en een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land, wind op zee, diverse vormen van lokale opwekking zoals zonne-energie, en de inzet van biomassa.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040, door deze te vertalen naar een aantal Nationale Belangen. In het tweede geformuleerde belang (paragraaf 3.1 van het SVIR) is gesteld dat er voorzien dient te zijn in ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Voor de economische ontwikkeling op de lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot. Daarbij zijn de Europese doelstellingen op het gebied van energietransitie het uitgangspunt.

1

http://www.energieakkoordser.nl/energieakkoord.aspx

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

11 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

In het SVIR is gesteld dat het primair de taak is van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening zoals zonne-energie en biomassa. Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Conclusie Het voornemen past binnen de Europese en nationale ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening. Er is geen sprake van strijdigheid met Europees of Rijksbeleid.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsplan 2018 Op 21 september 2018 heeft de provincie Zeeland haar Omgevingsplan 2018 vastgesteld. In hoofdstuk 6.1 Duurzame hernieuwbare vormen van energie wordt de voorkeur gegeven aan “plaatsing van zonnepanelen op daken”. Echter, de provincie geeft aan dat “Onderkend wordt dat er met alleen zon op dak onvoldoende vermogen gerealiseerd kan worden. Aanvullende ruimte voor zonprojecten wordt daarom geboden in combinatie met andere functies […] Zonprojecten anders dan op dak zijn daarom toegestaan binnen bestaand bebouwd gebied, in combinatie met windenergieprojecten, in combinatie met infrastructuur zoals dijken, (vaar en spoor)wegen en nutsvoorzieningen, op stortplaatsen en locaties voor glastuinbouw, aansluitend aan bestaand bebouwd gebied en op water”. Ook vermeld het Omgevingsplan dat “voor zonprojecten geldt dat het maatwerk aan de gemeenten wordt overgelaten”. In hoofdstuk 9.2 conclusies en aanbevelingen van het planMER in het Omgevingsplan 2018 wordt vermeld dat “Indien de juiste, effectieve mitigerende maatregelen worden genomen zijn wind- en zonneenergieprojecten vergunbaar.” Het ontwerp van het zonneveld is zodanig vormgegeven dat er een multifunctioneel gebruik van de gronden geborgd wordt.

Naast het duurzaam opwekken van energie, is er voldoende ruimte in het ontwerp om de lokaal aanwezige landschappelijke en natuurlijk waarden en biodiversiteit te versterken. Ook is er extensief agrarisch gebruik door schapen. De huidige functionaliteit van de gronden als foerageergebied voor (beschermde) diersoorten blijft behouden en er wordt aansluiting gezocht op de aanwezige infrastructurele elementen, zijnde de Tragel en de bouwvlakken. Omgevingsverordening Zeeland 2018 Op 21 september 2018 heeft de provincie Zeeland haar Omgevingsplan 2018 vastgesteld. In Artikel 2.9 van de Omgevingsverordening zijn kaders geschetst waarin in grondgebonden zonne-energie in het buitgebied wordt toegelaten. Hierin blijkt het van belang dat de “opstelling voor zonne-energie ruimtelijk ondergeschikt [dient] te zijn aan het aangrenzende gebied.” “Verder zijn opstellingen toegestaan op of aangrenzend aan gronden die bestemd zijn voor infrastructuur, nutsvoorzieningen, stortplaatsen of windenergie.” Ook “dient aannemelijk gemaakt te worden dat de aanwezige omgevingskwaliteiten zich niet verzetten tegen een nieuwe zonne-energie ontwikkeling.” Voor de voorgenomen ontwikkeling van het zonneveld is als sturend principe het uitgangspunt gehanteerd dat deze ondergeschikt dient te zijn aan haar omgeving.

In het onderhavig plangebied is aansluiting gezocht bij de bestaande bouwvlakken en infrastructuur de Groeneweg. Door zorgvuldige inpassing te combineren met de realisatie van een Zeeuwse haag waarbij, gelijk aan de huidige situatie met een windhaag, het zicht op het zonneveld wordt onttrokken wordt de ruimtelijke ondergeschiktheid van de voorgenomen ontwikkeling geborgd. Conclusie Door de zorgvuldige landschappelijke inpassing in het landschap en maatregelen om biodiversiteit, agrarisch gebruik en ruimtelijke ondergeschiktheid te voorzien wordt geborgd dat de zonnevelden in lijn zijn met het provinciale beleid.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

12 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

2.3

Gemeentelijk beleid

Het vigerende bestemmingsplan van de voorgenomen activiteit is Buitengebied van de gemeente Sluis (vastgesteld 23-06-11). Er geldt binnen het plangebied de enkelbestemming agrarisch (groen in Figuur 2-1), dubbelbestemming waarde archeologie 1 en gebiedsaanduiding wro zone wijzigingsgebied. Daarnaast geldt ook het Parapluplan Archeologie Sluis, vastgesteld 26-06-2018 (in kruizen in Figuur 2-1). Het Parapluplan Archeologie is mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Dit plan overstemt de dubbelbestemming archeologie 1. Binnen het Parapluplan Archeologie geldt archeologie waarde 2, dit betekent een vrijstellingsgrens van 500 m 2. De enkelbestemming is onder andere bedoeld voor uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven. Buiten het bouwvlak staat dat de bouwhoogte van erfafscheidingen ten hoogste 2 meter bedraagt. Overige de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter. Overige bouwregels zijn allen aan agrarische bedrijfsvoering gelieerd. De realisatie van een grondgebonden zonneveld past niet binnen de vigerende bestemming op basis van het gebruik van de gronden.

Figuur 2-1 Uitsnede met het bestemmingsplan en de grenzen van het plangebied (oranje). Hier zijn enkelbestemming agrarisch (groen) en archeologie waarde 2 (kruisjes) te zien.

Het gemeentelijk beleid omtrent zonnevelden is op dit moment in ontwikkeling. Naast het behalen van de ambities op het gebied van duurzame energie, is het ook van belang dat de omvang van de zonnevelden aansluiten bij de lokale situatie, dat er sprake is van ruimtelijke ondergeschiktheid in navolging van het provinciale beleid. De ontwerpvoorstellen geven invulling aan deze uitgangspunten door aansluiting te zoeken bij de bestaande bouwvlakken en de dijk gelegen aan de noordzijde van het plangebied. Door zorgvuldige inpassing met een Zeeuwse haag waarbij, gelijk aan de huidige situatie met een windhaag, het zicht op het perceel wordt onttrokken wordt de ruimtelijke ondergeschiktheid van de voorgenomen ontwikkeling geborgd. Conclusie Voor het plangebied is er sprake van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan, zowel in functioneel (bestemming) als in fysiek (bouwmogelijkheden) opzicht. Om het zonneveld planologisch mogelijk te maken, dient te worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan, middels een aanvraag omgevingsvergunning conform art. 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo. Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

13 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Zoals vermeld in de aanleiding is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld ter onderbouwing van de aanvraag van de omgevingsvergunning, waarin wordt gemotiveerd dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

14 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

3

MILIEU EN OMGEVING

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan diverse milieuhygiënische- en omgevingsaspecten. Per aspect is beschreven wat de eventuele effecten zijn van de voorgenomen ontwikkeling.

3.1

Natuur

Op het gebied van natuur zijn twee ecologische onderzoeken uitgevoerd naar mogelijke effecten op beschermde soorten planten of dieren. De onderzoeken worden hieronder apart besproken. Het eerste onderzoek betreft een Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Opvolgend hierop is er een leefgebiedanalyse uitgevoerd naar de steenuil en vleermuizen. Quickscan in het kader van Wnb Door de voorgenomen ingrepen is er mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten planten of dieren. Effecten op kwalificerende waarden van Natura 2000-gebieden of op wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) zijn op voorhand uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Groote Gat en bevindt zich op ca. 2km afstand van het plangebied. Er vindt geen ruimtebeslag op NNN plaats. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich direct ten noorden van het plangebied. Tijdens de voorgenomen werkzaamheden kunnen de volgende effecten op beschermde soorten optreden: Tijdelijke effecten: • Geluidsverstoring tijdens aanlegwerkzaamheden. • Lichtverstoring bij gebruik van kunstverlichting tijdens aanlegwerkzaamheden. • Trillingen bij inzet van zwaar materieel tijdens aanlegwerkzaamheden. • Optische verstoring bij aanwezigheid van mensen en materieel.

• Tijdelijk verlies leefgebied: het verwijderen van hagen en vervangen door nieuwe aanplant kan tijdelijk tot verlies aan leefgebied leiden. Permanente effecten: • Permanent verlies van leefgebied voor aanwezige soorten. Er zijn mitigerende maatregelen mogelijk om de hierboven beschreven effecten tegen te gaan. De uitvoering van deze mitigerende maatregelen zijn niet vrijblijvend en noodzakelijk om tegemoet te komen aan de zorgplicht. De volgende mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk voor de verschillende soortgroepen: Vogels De hagen binnen het plangebied bieden geschikte nestlocaties voor algemene broedvogels. Tijdens het verwijderen van de hagen kunnen eventueel aanwezige broedende vogels worden verstoord. Dit is bij wet verboden en wordt als volgt voorkomen: •

Voor zover mogelijk worden werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, worden geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt en gehouden. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, wordt door een deskundig ecoloog onderzocht of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. Daar waar broedende vogels voorkomen dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest is verlaten.

De thans aanwezige fruitteelt dient mogelijk als leefgebied van de steenuil, die een verblijfplaats kan hebben in de bebouwing rondom het plangebied. Of de soort daadwerkelijk aanwezig is en afhankelijk is van de fruitteelt, is op dit moment niet bekend. Door het voorgenomen initiatief kan het leefgebied worden aangetast, waardoor de functionaliteit van de verblijfplaats in het geding is. In de jurisprudentie wordt dit wordt aangemerkt als een overtreding van artikel 3.1 lid 2. Deze overtreding wordt voorkomen door het treffen van zodanige inpassingsmaatregelen (zie Bijlage 1), dat het behoud van voldoende leefgebied is geborgd. Dit is nader uitgewerkt in de leefgebiedanalyse. Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

15 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Vleermuizen In de woning en bijgebouwen rondom het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Hoewel de werkzaamheden hier niet plaatsvinden, kunnen deze mogelijk wel tot verstoring van vleermuizen leiden. Dit is niet toegestaan en wordt op de volgende manier eenvoudig voorkomen: •

Er wordt geen gebruik gemaakt van kunstlicht richting de gevels na zonsondergang en voor zonsopkomst.

Indien er vleermuizen verblijven in de bebouwing rondom het plangebied, zullen deze gebruik maken van de bestaande fruitteelt als vliegroute en foerageergebied. Door het voorgenomen initiatief kunnen deze functies worden aangetast, waardoor de functionaliteit van de verblijfplaats in het geding is. In de jurisprudentie wordt dit wordt aangemerkt als een overtreding van artikel 3.5 lid 4. Deze overtreding wordt voorkomen door het treffen van zodanige inpassingsmaatregelen, dat het behoud van vliegroutes en voldoende foerageerareaal is geborgd. Dit is nader uitgewerkt in de leefgebiedanalyse. Steenmarter Als gevolg van de werkzaamheden wordt mogelijk leefgebied van de steenmarter aangetast, waardoor de functionaliteit van eventuele verblijfplaatsen in de omliggende bebouwing in het geding is. Dit kan worden aangemerkt als overreding van artikel 3.10, eerste lid, sub b. Deze overtreding kan worden voorkomen door het treffen van zodanige inpassingsmaatregelen (zie Bijlage 1), dat het behoud van voldoende leefgebied is geborgd. Zorgplicht De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • • •

Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. Voer de werkzaamheden rustig en in één richting uit. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt.

Door het toepassen van de zorgplicht krijgen algemeen voorkomende soorten zoogdieren en amfibieën de kans om het gebied te verlaten tijdens de werkzaamheden. De aangrenzende percelen bieden voldoende habitat voor uitwijkmogelijkheden. Conclusie Binnen het plangebied is geschikt leefgebied aanwezig voor een aantal beschermde soorten. De hagen die mogelijk kunnen dienen als broedplaats voor algemeen voorkomende soorten worden buiten het broedseizoen verwijderd om negatieve effecten op algemene broedvogels te voorkomen en er gelden mitigerende maatregelen om verstorende effecten op vleermuizen te voorkomen. Voor algemeen voorkomende soorten die in het plangebied voor kunnen komen, worden de hierboven genoemde maatregelen genomen in het kader van de zorgplicht (zie Bijlage 1). Het volledige rapport is toegevoegd in Bijlage 1. In de leefgebiedanalyse wordt nader ingegaan op de steenuil en vleermuizen. Het initiatief wordt zodanig vormgegeven dat er voor deze soorten geen sprake is van aantasting van verblijfplaatsen.

Leefgebiedenbenadering steenuil en vleermuizen Steenuil De ‘leefgebiedenbenadering’ heeft betrekking op de kwaliteit van het foerageergebied en de kwaliteit van het broedbiotoop, samen het leefgebied vormend. Zie het volledige rapport in Bijlage 2. Voor beide aspecten zijn de meest relevante criteria geselecteerd, gebaseerd op literatuur en expert-judgement. Vervolgens zijn voor vier categorieën van geschiktheid (scores: optimaal, suboptimaal, marginaal en ongeschikt) de specifieke landschappelijke criteria opgesteld die bepalend zijn of een leefgebied wel, niet of in een bepaalde mate geschikt is. Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

16 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

De filosofie hierachter is enerzijds dat ongeschikt leefgebied niet gecompenseerd hoeft te worden en anderzijds dat deze gebieden juist in aanmerking komen voor inrichtingsmaatregelen ter compensatie van verlies aan optimaal of suboptimaal leefgebied van de betreffende beschermde diersoort. Omdat er grote verschillen in landgebruik bestaan in de omgeving van de mogelijke verblijfplaatsen van de steenuil is het gebied grofweg opgedeeld in kleinere vlakken met elk een eigen karakter (erf met erfbeplanting, intensieve landbouw (akkerland), boomgaarden, verruigde graslanden etc.). In het veld zijn 28 deelgebieden begrensd. Er is een kleurinvulling gemaakt van de deelgebieden naar scoringsniveau. In Figuur 3-1 en Figuur 3-2 is afgebeeld welke delen van de planlocatie optimaal, suboptimaal, marginaal of ongeschikt foerageergebied en broedgebied zijn voor de steenuil. De mogelijke steenuilterritoria zijn indicatief aangegeven met een cirkel uitgaande van een straal van 280 m. De cirkel is getrokken rond erven met mogelijke nestlocatie van een steenuil. Het midden van de cirkels geeft niet exact het centrum van het territoria weer, de broedplaats ligt mogelijk op een andere locatie binnen de erven. Voor het bepalen van de exacte broedplaats, rust- en verblijfplaatsen van individuele dieren per territorium is onderzoek uitgevoerd conform het Kennisdocument Steenuil.

Het gebied maakt geen deel uit van het primaire leefgebied van de steenuil, maar het is wel geschikt en wordt incidenteel door steenuil benut als foerageergebied.

Figuur 3-1 Kwaliteit foerageergebied steenuil (rood = ongeschikt, oranje = marginaal, lichtgroen = suboptimaal en donkergroen = optimaal)

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

17 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Figuur 3-2 Kwaliteit broedgebied steenuil (rood = ongeschikt, oranje = marginaal, lichtgroen = suboptimaal en donkergroen = optimaal).

Bij werkzaamheden in het broedseizoen worden broedende steenuilen mogelijk verstoord. Een steenuil broedt doorgaans in oude schuren, boomholten en nestkasten. In Zeeland broeden steenuilen daarnaast mogelijk ook in hagen, konijnenholen en onder voederbakken (A. Wieland, persoonlijke communicatie, december 2018). In het plangebied bevinden zich holten in de oude walnootbomen. De bebouwing op de erven en de grote bomen binnen het plangebied blijven echter behouden. Door de geplande ingreep vindt er daarom geen direct effect plaats op eventuele broedplaatsen. Het is echter wel mogelijk dat met de ingreep mogelijk verstorende factoren plaatsvinden, zoals verstoring door licht, geluid en trillingen. Om een overtreding van de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn (Art. 3.1, Wnb) te voorkomen worden de volgende maatregelen getroffen: •

• •

Algemeen − Werken buiten de actieve periode van de steenuil (werkzaamheden vinden plaats tussen zonsopgang en zonsondergang). − Werkzaamheden uit het zicht nemen door middel van plaatsen scherm. Optimaliseren broedgebied − Aanbieden nestkasten. − Creëren van aantrekkelijke (rommelige) plekjes op het erf. Foerageergebied − Creëren van zit- en uitkijkposten. − Aanleggen van watervoorziening. − Aantrekken van voedsel. o Behoud van perceel fruitbomen waartussen walnootbomen zijn geplaats en enkele stroken fruitbomen door het zonneveld heen. o Zaaien van kruidenrijke vegetatie. o Aanleg van een Zeeuwse haag. o Aanleg onderhoudspaden. o Plaatsen van takkenwallen. o Ophangen nestkasten voor kleine broedvogels.

Conclusie Uit de leefgebiedsanalyse en het toepassen van mitigerende maatregelen conform het inpassingsplan (zie volledige rapport in Bijlage 2) blijft het foerageergebied voor steenuil en kerkuil behouden en wordt het geschikter gemaakt als broedgebied. Hierdoor vindt geen overtreding meer plaats van lid 2 en lid 4 van artikel 3.1 en geen overtreding van lid 2 en lid 4 van artikel 3.5. Hiermee zijn alle effecten voor 100% gemitigeerd. In het kader van de Wnb is dan ook geen ontheffing noodzakelijk.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

18 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat het plangebied geen deel uit maakt van het primaire leefgebied van steenuil, maar dat het wel geschikt is en incidenteel door steenuil wordt benut als foerageergebied. Vleermuizen Voor vleermuizen zijn de belangrijkste landschapselementen in het veld bepaald. Lijnvormige hagen en bomenlanen kunnen dienen als belangrijke vliegroutes tussen verblijfplaatsen of tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Daarnaast is er gekeken of er mogelijke foerageergebieden voor vleermuizen aanwezig zijn. De gewone dwergvleermuis foerageert voornamelijk op insecten. Gewone dwergvleermuizen foerageren over het algemeen binnen 5 kilometer van hun verblijfplaats en vaak foerageren ze op een avond/nacht in verschillende gebieden of trajecten. Door het verdwijnen van een groot aantal fruitbomen zal een deel van het foerageergebied van vleermuizen verdwijnen. Het oppervlak met fruitbomen dat verdwijnt door de geplande ingreep is relatief groot. Echter trekt de fruitboomgaard slechts een marginale hoeveelheid insecten aan in vergelijking met bijvoorbeeld kruidenrijke vegetatie. Door het treffen van maatregelen, zoals het aanleggen van structuren welke optimaal geschikt zijn voor insecten, kan het voedselaanbod voor vleermuizen gewaarborgd blijven binnen het plangebied. De volgende mitigerende maatregen worden getroffen: • •

Werken buiten actieve periode van vleermuizen (werkzaamheden vinden plaats tussen zonsopgang en zonsondergang). Creëren van nieuw optimaal foerageergebied (grenzend aan lijnvormige groenstructuren). − Het inzaaien van kruidenrijke vegetatie. − Aanleg Zeeuwse haag.

Conclusie Met het aanpassingsplan wordt voorkomen dat vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen verdwijnen en verstoring door kunstlicht wordt voorkomen in de uitvoeringsfase. Hierdoor vindt geen overtreding meer plaats van lid 2 en lid 4 van artikel 3.1 en geen overtreding van lid 2 en lid 4 van artikel 3.5. Hiermee zijn alle effecten voor 100% gemitigeerd. In het kader van de Wnb is dan ook geen ontheffing noodzakelijk. Daarnaast maakt het gebied deel uit van het foerageergebied van vleermuizen en dienen de hagen als vliegroute. Voor aanwezige overige soorten wordt verwezen naar de uitgevoerde Quickscan (Bijlage 1). Beheer en onderhoud Het type beheer en de manier van onderhoud van het zonneveld vormen belangrijke factoren voor het functioneren van het gebied en het voorkomen van soorten. Onder de zonnepanelen zal vegetatie groeien en rondom de panelen wordt kruidenrijke vegetatie ingezaaid. Het gras wordt onderhouden door een semipermanente schaapskudde 2 keer per jaar los te laten op het graslandperceel waardoor het gras begraasd wordt. Het voordeel van begrazing door schapen boven maaien is dat het een invloed heeft op de vegetatie die zeer verspreid in ruimte en tijd plaatsvinden, waardoor een gevarieerde vegetatiestructuur ontstaat.

Daarnaast is het eenvoudiger en praktischer om schapen te laten grazen onder de panelen dan met machines onder de panelen te manoeuvreren. Alternatievenafweging Er zijn geen plannen van de huidige eigenaar om het gebruik als boomgaard voort te zetten na diens naderende pensioenleeftijd. Het oorspronkelijke plan van de huidige bewoner was om de fruitboomgaard te verwijderen en om te zetten in (aardappel)akkerland of weiland met de functie van mest uitrijplek. Het akkerland of weiland zou door externen beheerd worden. De omzet van fruitboomgaard naar akkerland betekent een aantasting van het overgrote deel van het leefgebied van steenuil. Het complete land wordt door het omzetten in akkerland, ongeschikt gemaakt als foerageergebied en broedgebied voor steenuil. Hierdoor is de kans groot dat eventueel aanwezige steenuilen uit de directe omgeving zullen verdwijnen. Daarbij zijn mogelijkheden om mitigerende maatregelen te treffen voor steenuil op een akker moeilijker om te realiseren.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

19 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

De inrichting van een zonneveld op het perceel van de huidige fruitboomgaard biedt kansen om het leefgebied zodanig in te richting dat het ecologisch gezien aantrekkelijk blijft voor steenuil en vleermuizen. De maatregelen dragen bij aan het zo veel mogelijk behouden van biodiversiteit en ecologische structuren waardoor geschikt foerageergebied rondom mogelijke steenuilverblijven behouden blijven en de steenuil niet zal verdwijnen in de directe omgeving. Advies vervolghandelingen Voor de ontwikkeling en uitvoering van het plan dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld en toegepast. In dit protocol wordt opgenomen hoe de herontwikkeling plaats dient te vinden zonder risico op tijdelijke en permanente verstoring van algemenen vogelsoorten, grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zie Quickscan Bijlage 1) alsmede hoe de verschillende fasen (rooien, bouwrijp, aanleg en exploitatie) niet leiden tot tijdelijk en permanente effecten op steenuil, kerkuil en vleermuizen. In de fase naar het definitieve ontwerp en de aanbesteding en de realisatie dient het ecologisch protocol en het mitigatieplan te worden geïntegreerd in het detailontwerp, zodat ook alle kleine details zoals de nestkasten, houtwallen, uitkijkplekken et cetera de juiste plek krijgen aangewezen.

De doorontwikkeling en realisatie van het zonneveld dient onder begeleiding van een deskundige ecoloog te worden uitgevoerd. Tenslotte dient om de ontwikkeling van het gebied op te volgen, monitoring plaats te vinden van ecologische waarden. De monitoring dient uitgewerkt te worden in een monitoringsplan. Conclusie Bij het in achtnemen van de mitigerende maatregelen conform het mitigatieplan in Bijlage 2 vindt geen overtreding meer plaats van lid 2 en lid 4 van artikel 3.1 en geen overtreding van lid 2 en lid 4 van artikel 3.5. Hiermee zijn alle effecten voor 100% gemitigeerd. In het kader van de Wnb is dan ook geen ontheffing noodzakelijk. Derhalve vormt met het uitvoeren van het mitigatieplan het aspect natuur geen belemmering voor de voorgenomen activiteit.

3.2

Landschap

Gebiedsbeschrijving Het zonneveld Welgelegen ligt in het zuidwestelijk zeekleigebied van Zeeland in de Generale Prins Willempolder. Het landschap wordt gekenmerkt door open agrarische polders met verspreide bebouwing, een rechthoekig wegenpatroon en beplante dijken. Een groot deel van de polders in Zeeuws-Vlaanderen is in gebruik voor akkerbouw en fruitteelt. Door de polder lopen enkele kreekrestanten. Ten noorden van het plangebied loopt de waterloop de Schoondijkse Vaart of Tragel en een dijk met beplanting. In het midden van de kavel ligt een kreekrestant met daarlangs een esdoornhaag. De kavel is in de huidige situatie in gebruik voor de fruitteelt en bestaat grotendeels uit laagstam fruitbomen. Rondom de kavel staat een windsingel (zuid-, oost- en westzijde). Rond het erf van de boerderij staan bomen en een boomgaard met notenbomen. Uitgangspunten landschappelijke inpassing •

Uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing is het handhaven van de windsingel voor de eerste 5 jaar en behouden van de boomgaard met notenbomen, de esdoornhaag langs het kreekrestant en bestaande bomen en de boomgaard rondom het erf van de boerderij.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

20 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Landschappelijke inpassing Het zonneveld wordt landschappelijk ingepast, waarbij wordt voortgebouwd op de kenmerken van het polderlandschap (Figuur 3-3). Het ruimtelijk ontwerp sluit aan op de kavelmaat, richting en schaal van de polder. Het zonneveld bestaat uit twee delen: een deel ten oosten en een deel westen van de historische kreek. De panelen krijgen een oostwest oriëntatie met een tussenruimte van circa 1 meter tussen de rijen. Vanuit ecologisch oogpunt is op een aantal locaties meer ruimte tussen de panelen vrijgelaten (circa 3 meter), zodat vleermuizen en steenuilen tussen de grote openingen kunnen foerageren. De transformatorhuisjes en omvormers liggen aan de binnenzijde van het zonneveld en zijn daarmee niet zichtbaar vanuit de omgeving. De overhoeken van het park alsmede de ruimtes onder en tussen de panelen worden ingezaaid met een bloemrijk grasmengel, en - op en nabij de erven - een kruidenrijk grasmengsel. Het bloemrijke grasmengsel dient goed te groeien in zowel zones met veel neerslag en daglicht als in zones met weinig daglicht en neerslag (onder de panelen). Met bijvoorbeeld lokale leveranciers zoals “De Morgenster” en “Cruydt-Hoeck” dient een specifiek inheemsmengsel te worden bepaald op basis van de lokale grond- en vochtcondities.

Inheems soorten die geschikt zijn voor een bloemrijk grasland zijn onder andere rode, witte en gewone klaver (Trifolium pratense, Trifolium repens, Lotus corniculatus), knoopkruid (Centaurea jacea), duizendblad (Achillea millefolium), echte kamille (Matricaria chamomilla) en margriet (Leucanthemum vulgare). Het kruidenrijk grasmengsel heeft een lagere hoogte dan het bloemrijk grasmengsel, wat het gevolg is van het assortiment en het toe te passen beheer (zie paragraaf beheer). Lagere grasmengsels met intensiever beheer zijn geschikter voor de steenuil om te foerageren. De steenuil foerageert normaliter binnen een cirkel van 300m rondom een erf. Rondom het zonneveld wordt de bestaande windsingel de eerste 5 jaar gehandhaafd. Dit geeft de nieuw aan te planten Zeeuwse haag de mogelijkheid zich te ontwikkelen tot volwaardige groenstructuur. De Zeeuwse haag wordt circa 6 meter breed en maximaal 8 meter hoog en ontneemt daarmee het zicht op het zonneveld vanuit de omgeving. De Zeeuwse haag bestaat uit een mix van verschillend gebiedseigen soorten zoals sleedoorn (Prunus spinosa), veldesdoorn (Acer campestre), hondsroos (Rosa canina) en vlier (Sambucus nigra). De haag vormt een leefgebied voor insecten en vogels en vergroot daarmee de biodiversiteit in het gebied. De ruimte die vrijkomt op de locatie van de huidige windsingel wordt na 5 jaar gebruikt als onderhoudspad.

Het hekwerk rondom het zonneveld wordt gesitueerd aan de binnenzijde van het veld strak tegen de nieuwe Zeeuwse haag aan. Hierdoor zal het hekwerk opgaan in het struweel en niet opvallen vanuit de omgeving. Naast de Zeeuwse haag worden kleinschalige natuurwaarden toegevoegd door op de open plekken in het zonneveld stobben en takkenrillen neer te leggen van de gekapte fruitbomen. Het dode hout biedt een waardevolle omgeving voor insecten en kleine zoogdieren. Dit verhoogt de biodiversiteit en biedt meer mogelijkheden en kansen voor de dwergvleermuis en de steenuil om te foerageren in het zonneveld. Rondom het erf wordt naast te behouden volwassen (noten)bomen de fruitbomen behouden. Beheer Rond een deel van het zonneveld wordt een schapenhek gezet waarmee dit afgezette gebied jaarrond kan worden begraasd door een kleine kudde schapen. De schapen zorgen ervoor dat het kruidenrijke grasland kort gehouden wordt waarmee het gebied beter geschikt wordt voor de steenuil. Het overige deel van het zonneveld wordt ingezaaid met een bloemrijkmengsel dat één á twee keer per jaar wordt begraasd met schapen. Het bloemrijke grasland onder en tussen de panelen wordt hierdoor hoger en ruiger waarmee de biodiversiteit op het zonneveld wordt vergroot.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

21 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Conclusie Het ruimtelijk ontwerp van het zonneveld past binnen de kavelrichting en schaal van het zeekleilandschap. Door de landschappelijke inpassing met een Zeeuwse haag langs de west, zuid en oostzijde zijn de panelen vanuit de omgeving niet zichtbaar. Aan de noordzijde komt geen haag, aangezien de bestaande dijk voor voldoende afscherming zorgt van het zonneveld. Het historische kreekrestant met daarlangs een esdoornhaag blijft gehandhaafd. Het zonneveld wordt naast beplanting ook ingericht met takkenrillen en stobbenwallen om meer mogelijkheden te creëren voor insecten en kleine zoogdieren. Hiermee wordt het gebied beter geschikt als foerageergebied voor de dwergvleermuis en de steenuil. Bestaande beplantingen, zoals volgroeide bomen, worden zoveel mogelijk behouden en met name rondom het erf worden bestaande laagstam fruitbomen gehandhaafd. Tussen de laagstamfruitbomen rondom het erf worden hoogstamfruitbomen geplant. Na 5 jaar worden laagstamfruitbomen gerooid en ontstaan er een combinatie van hoogstamfruitbomen en grasland. Hiermee leidt het zonneveld tot een minimale aantasting van de landschappelijke waarden van het gebied en draagt het daarnaast bij aan het vergroten van de biodiversiteit.

Figuur 3-3 Landschappelijk ontwerp. Bijlage 3 is een uitgebreide kaart met beschrijvingen

3.3

Archeologie en cultuurhistorie

Op basis van archeologisch onderzoek is de verwachting hoog voor het overgrote deel van het plangebied voor de Vroege Middeleeuwen tot vroege Nieuwe tijd (middeleeuwse polder voor inundatie) en Nieuwe tijd (vanaf 1651/1652). Zie het volledige rapport in Bijlage 4. Voor de periode uit de Vroege Middeleeuwen tot vroege Nieuwe tijd kunnen ontginningssporen worden verwacht en sporen van de toen ontstane nederzettingen De gaafheid is mogelijk goed tot redelijk, omdat deze sporen in één keer zijn afgedekt. Hiervan kunnen nog resten in de vorm van onder meer (paal)kuilen, stenen funderingen, beer- en waterputten resteren. Deze resten bevinden zich direct onder de bouwvoor en kunnen door grondbewerking verstoord zijn. Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

22 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Voor het plangebied is de archeologische verwachting matig voor Paleolithicum tot Mesolithicum, mogelijk Neolithicum (Pleistocene oppervlak) op ca. 3,3 m –Mv (2,11 m – NAP). De verwachting is hoog voor de volgende perioden: • •

IJzertijd tot Romeinse tijd (veenontginning) op ca. 2,0 à 2,4 m –Mv (0,85 à 1,21 m –NAP) Vroege. Vroege Middeleeuwen tot vroege Nieuwe tijd op 0 tot 2,0 à 2,4 m –Mv (1,15 à 1,19 m +NAP tot 0,85 à 1,21 m –NAP).

In de periode van na 1651 is aan de hand van het beschikbare kaartmateriaal wel bewezen dat het plangebied niet bebouwd was. Mogelijke archeologische resten uit die periode zullen waarschijnlijk beperkt zijn tot sporen van een of enkele erven van boerderijen. Hiervan kunnen nog resten in de vorm van onder meer stenen funderingen, beer- en waterputten resteren. Ook deze resten bevinden zich direct onder de bouwvoor en kunnen door grondbewerking verstoord zijn. Voor de periode uit de Vroege Middeleeuwen tot vroege Nieuwe tijd kunnen ontginningssporen worden verwacht en sporen van de toen ontstane nederzettingen De gaafheid is mogelijk goed tot redelijk, omdat deze sporen in een keer zijn afgedekt. Hiervan kunnen nog resten in de vorm van onder meer (paal)kuilen, stenen funderingen, beer- en waterputten resteren. Deze resten bevinden zich direct onder de bouwvoor en kunnen door grondbewerking verstoord zijn. Voor de perioden IJzertijd-Romeinse tijd (top Hollandveen) en Neolithicum (Pleistoceen dekzandoppervlak) kunnen nederzettingssporen aanwezig zijn, waarvan de gaafheid waarschijnlijk goed is. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (neolithicum – bronstijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht (vanaf het neolithicum), evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen.

Betreffende de periode Paleolithicum-Mesolithicium kunnen kampementen worden verwacht met vuursteenen houtskoolconcentraties en ondiepe haardkuilen. Op dit moment is de specifieke bodemopbouw in het plangebied onbekend, evenals de mate waarin deze nog intact is. De verwachting omtrent de aanwezigheid van archeologische resten en de archeologische context daarvan wordt voor een groot deel hierdoor bepaald. In dit stadium wordt daarom vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek (IVO-O verkennende fase). Dit booronderzoek kan inzicht verschaffen in de verstoring van de bodemlagen en de diepte van archeologisch relevante lagen ter plekke. Ten behoeve van de realisatie van het zonneveld zijn vanuit de opdrachtgever een ontwerp verschillende uitgangspunten qua ontwerp opgesteld. Onderstaand zijn de uitgangspunten uitgewerkt die van invloed op de archeologische resten in het plangebied kunnen zijn: • • • •

•

Aanleg van de half-verharde onderhoudswegen met een bodemverstoring van 15 cm -Mv. voor fundering; De lengte voor plangebied Welgelegen geldt een onderhoudsweg van 850 meter. Deze ingreep geeft geen aanleiding voor verder vervolgonderzoek. Er wordt één klantstation vanuit netbeheerder gebouwd ten behoeve van de elektriciteitsaansluiting. Deze heeft een diepte van maximaal 2,3 m -mv ten behoeve van fundering en een oppervlakte van 14 m2. De dragende palen onder de zonnepanelen komen op een diepte tussen 1,6 - 2,0 m -Mv. Deze palen hebben een oppervlakte van 0,0007 m2 per paal. In totaal worden er 19912 palen aangebracht in het huidig ontwerp en zal daardoor een totaal oppervlak van slechts 13,9 m2 bedragen. Er worden circa 11 transformatorstations gebouwd. De transformatorstations hebben een oppervlakte van maximaal 8,64 m2 en zijn maximaal 2.4 meter hoog. De fundering van deze stations bestaat uit een betonfundering die naar verwacht 80 cm diep gaat. Daarnaast wordt er een paalfundering tot 1,0-1,9 m mv. aangebracht. In totaal zal deze bodemingreep een oppervlakte van 95,04 m2 bedragen. Voor de aanleg van de kabels zijn greppels van maximaal 65 cm breed met een maximum van 1,20 m mv benodigd. Volgens het ontwerp wordt er in het plangebied 1500 m2 aan kabel neergelegd.

Uitgaande van deze werkzaamheden, zullen de bodemingrepen in totaal ca. 1623 m2 bedragen en dus boven de vrijstellingsnorm van 500 m2 en 0,4 m -mv uitkomen. In een dergelijk geval kan een karterend booronderzoek (IVO-O karterende fase) noodzakelijk zijn om inzicht te verschaffen in de verstoring van de bodemlagen en eventuele relevante archeologische bodemschatten. Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

23 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Hierover heeft reeds afstemming plaatsgevonden met bevoegd gezag, in dit geval de Gemeente Sluis hierin vertegenwoordigd door mevrouw drs. N.J.G. de Visser, Edufact! Advies in Erfgoed. Daarbij is vastgesteld dat kleine verstoringen op een plek waar al verstoring door een boomgaard is opgetreden, geen aanleiding vormt voor een vervolgonderzoek. Daarnaast geeft het Bevoegd Gezag aan dat bij kleine ingrepen de gemeente Sluis werkt met een PvA Realisatievondsten, welke van toepassing wordt verklaard bij de uitvoering van het werk. Conclusie Door de diepte en oppervlakte van bodemingrepen van de voorgenomen activiteit wordt de vrijstellingsnorm overschreden. Er zal gewerkt worden conform PvA Realisatievondsten waarbij tijdens de aanleg eventuele vondstmeldingen conform dit plan worden opgevolgd.

3.4

Bodem

Volgens Bodemloket.nl (bezocht: 26-10-2018) zijn er geen bodemonderzoeken uitgevoerd rondom het plangebied. Enkel op een geruime afstand van het plangebied ligt een gebied dat in het verleden voldoende is onderzocht op verontreinigingen. Het rapport Nota bodembeheer voor de landbodem van ZeeuwschVlaanderen (2015) geeft op de bodemkwaliteitskaart aan dat het plangebied aan de achtergrondwaarde voldoet. Er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans, er wordt geen grond afgevoerd van de locatie.

Figuur 3-4 Uitsnede van Bodemloket.nl, paarse indicatie geeft een gebied aan dat voldoende is onderzocht.

Er is geen aanleiding om vervuiling van zonnepanelen te verwachten door het ingekapselde ontwerp en het lamineren van de panelen. Hierdoor komen er geen verontreinigende stoffen vrij in het milieu. Ook in gevallen dat panelen beschadigd raken tijdens aanleg of tijdens de operatiefase door impact van stenen of anderszijds zorgt laminering van panelen ervoor dat er geen verontreinigende stoffen vrijkomen in het milieu. De zonnepanelen zijn zo ontworpen dat ze natuurkrachten in de vorm van onweer en hagel kunnen weerstaan. Defecte panelen worden direct vervangen in het directe belang van de eigenaar omdat een beschadigd paneel geen energie produceert. Conclusie In het gebied zijn geen verontreinigingen bekend en volgens de bodemkwaliteitskaart voldoet het gebied aan de achtergrondwaarden. Daarnaast vormen (beschadigde) zonnepanelen geen risico voor bodemverontreiniging. Derhalve vormt het aspect bodem geen belemmering voor de voorgenomen activiteit.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

24 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

3.5

Water

Op 9 januari 2019 is de watertoets ingeleverd bij Waterschap Scheldestromen (zie bijlage 5). Na overleg met het Waterschap is de watertoets afgerond. Er zijn de volgende ingrepen gepland die invloed kunnen hebben op het watersysteem: • •

Aanleg onderhoudswegen (2.300 m2). Plaatsing transformatorstations (110 m2).

Voor de aanleg en onderhoud van de zonnevelden is er 4.000 m2 aan onderhoudswegen benodigd. Er wordt echter gebruik gemaakt van bestaande onderhoudspaden waardoor er effectief 2.900 m 2 nieuwe onderhoudswegen wordt aangelegd. Deze onderhoudswegen zijn opgebouwd uit een onderste laag bestaande uit Basetrac Duo-C en Basetrac Grid (rode lijn in Figuur 3-5) gevolgd door grof materiaal afgedekt door Basetrac Grid (groene lijn in figuur). Als toplaag wordt er een gravel laag aangebracht met een hellingspercentage van circa 2% van de dichtstbijzijnde watergang af. De gebruikte materialen voor de onderhoudswegen bestaan uit doorlaatbare structuren waardoor verharding wordt tegengegaan. De gebruikte materialen zijn bewust gekozen, om de mate van verharding te minimaliseren. Waterschap Scheldestromen beschouwt wegen aangelegd door middel van deze methode als waterdoorlatend.

Figuur 3-5 Verschillende lagen van onderhoudswegen bestaande uit Geogrid, Geotextiel en gravel.

De plaatsing van transformatorstations brengt een totale verharding van 110 m 2 met zich mee. Om directe afvoer vanaf de transformatorstations te bergen wordt er een grindbed rondom de transformatorstations aangelegd. Dit grindbed heeft een diepte van 30 cm en een breedte van eveneens 30 cm. In overleg is overeengekomen de volgende maatregelen te treffen om gevolgen voor het watersysteem te voorkomen: •

Afkoppeling van hemelwaterafvoer vanuit een loods op het erf met een oppervlakte van ongeveer 700 m2. Het hemelwater wordt afgevoerd via een ondergrondse buis op maximaal 40 cm diepte naar de nabijgelegen vijver op het erf.

Voor de beveiliging van het zonneveld is een hekwerk noodzakelijk. Door de omliggende situering van het plangebied rondom de Tragel wordt er een hekwerk voorzien die de meest noordelijke duiker nabij het plangebied haaks kruist. Er wordt een poort aangebracht om toegang te voorzien voor onderhoudsvoertuigen tot de watergang. De dimensioneringen van het hekwerk en de toegangspoort zijn te zien in Figuur 3-6. Het onderhoud wordt door de grondeigenaar van het plangebied namens het Waterschap uitgevoerd. Naast de locatie van het hekwerk wordt ten opzichte van watergangen ten alle tijden een afstand van minimaal 5 meter aangehouden tot de watergang. Op deze manier is hinder tijdens onderhoudswerkzaamheden uitgesloten.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

25 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Figuur 3-6 Detaillering van het te plaatsen hekwerk.

Conclusie Het aanleggen van onderhoudswegen door gebruik te maken van waterdoorlatende materialen zorgt ervoor dat er geen toename van het verharde oppervlak plaatsvindt. De verharding door plaatsing van transformatorstations wordt gecompenseerd door afkoppeling van hemelwater van een loods op het woonerf. Op de meest noordelijke duiker wordt een hekwerk geplaatst ter beveiliging van het zonneveld. Een toegangspoort borgt de mogelijkheid om de watergang adequaat te onderhouden. Door deze maatregelen vormt het aspect water geen belemmering voor de voorgenomen activiteit.

3.6

Geluid

Om de geluidsbelasting van de voorgenomen activiteit vast te stellen is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Zie Bijlage 6 voor het volledige rapport. De door de zonnepanelen opgewekte stroom wordt door maximaal 220 omvormers omgezet naar de juiste spanning. Deze omvormers worden in 11 clusters van maximaal 20 stuks onder de zonnepanelen gehangen. Per omvormer wordt een bronvermogen van 71 dB(A) aangehouden op basis van de gegevens van een potentiële leverancier. Dit is omgerekend een bronvermogen van 84 dB(A) per cluster. De omgevormde spanning wordt door in totaal 11 transformatoren op netspanning gebracht. Deze transformatoren worden in een transformatorhuisje in de buurt van de clusters van omvormers geplaatst. De transformatorhuisjes bevatten (veel) ventilatieroosters, waardoor de geluiddemping klein is. Per transformator is een bronvermogen van 60 dB(A) aangehouden op basis van de gegevens van een potentiële leverancier. Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

26 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

Ook wordt op het terrein een klantstation gerealiseerd met daarin twee schakelaars. Het klantstation bestaat uit een betonnen constructie van grintbeton. De muren zijn 10 cm dik. Voor de schakelaars is een binnenniveau van 70,2 dB(A) aangehouden op basis van de gegevens van een potentiële leverancier. In dit onderzoek wordt ervan uitgegaan dat de omvormers, transformatoren en schakelaars alleen operationeel zijn gedurende de daglichtperiode. Derhalve is in dit onderzoek uitgegaan van de langste daglichtperiode per jaar. Deze valt jaarlijks rond 21 juni; de zonsopkomst is dan rond 5.15u en zonsondergang is rond 22.00u. De invoergegevens voor de bronvermogens en bedrijfstijden zijn samengevat in Tabel 3-1. Tabel 3-1 Bronvermogens en bedrijfstijden representatieve bronnen

Nr.

Naam

Bronvermogen LWA

Representatieve bedrijfstijd [uren]* Dag

Avond

Nacht

[dB(A)]

07.0019.00 uur

19.00-23.00 uur

23.0007.00 uur

01-11

Cluster omvormers van 20 stuks

84

12

3

1,75

TR01-TR11

Transformator

60

12

3

1,75

SST01-SST05

Schakelaars klantstation

70

12

3

1,75

* Optimale en maximale bedrijfstijd in de zomermaanden. Deze is maatgevend, gezien de panelen in de zomermaanden langer stroom opwekken.

Zonneveld Welgelegen betreft een type A inrichting conform het ‘Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer’. Dit besluit wordt vaak aangeduid als het Activiteitenbesluit. Op grond van artikel 2.17 van dit besluit gelden de onderstaande geluideisen: Op de gevel van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT op de gevel niet hoger zijn dan: • • •

50 dB(A) tussen 07:00 en 19:00 uur (dagperiode). 45 dB(A) tussen 19:00 en 23:00 uur (avondperiode). 40 dB(A) tussen 23:00 en 07:00 uur (nachtperiode).

Op de gevel van voornoemde gebouwen mag het maximale geluidniveau L Amax niet hoger zijn dan: • • •

70 dB(A) tussen 07:00 en 19:00 uur (dagperiode). 65 dB(A) tussen 19:00 en 23:00 uur (avondperiode). 60 dB(A) tussen 23:00 en 07:00 uur (nachtperiode).

In de dagperiode zijn voornoemde eisen voor het maximale geluidniveau niet van toepassing op laad- en losactiviteiten. Voor geluid met een tonaal karakter geldt een straftoeslag van 5 dB(A). Dit geldt alleen als tonaal geluid waarneembaar is bij of in geluidgevoelige object.

Uit de berekeningen blijkt dat geluidbelasting op nabijgelegen woningen ten hoogste bedraagt: • • •

29 dB(A) in de dagperiode. 31 dB(A) in de avondperiode. 26 dB(A) in de nachtperiode.

Onze referentie: 079984769 0.16 - Datum: 1 maart 2019

27 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD SLUIS LOCATIE WELGELEGEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=5c2bdf02-9be4-4f82-85a8-fc24bad62920