05 Brief inzake AvA van PZEM N.V. 1 juni 2022 deel 3.pdf
Tekst van het document
Jaarbericht 2021 PZEM N.V.
5.
Grondslagen instrumenten
voor
5.1
Financiële instrumenten
de
waardering
van
financiële
PZEM maakt gebruik van financiële instrumenten om de normale marktrisico’s die samenhangen met zijn energie-, valuta- en renteposities te beheersen en te optimaliseren. PZEM past de standaard IFRS 9 Financiële instrumenten toe. Op grond van deze standaard worden derivaten (afgeleide financiële instrumenten) gewaardeerd tegen reële waarde (fair value) en worden handelscontracten in de winst-en-verliesrekening verwerkt op basis van ‘fair value through P&L’ (verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening). Definiëring Een derivaat is een financieel instrument of ander contract dat binnen het toepassingsgebied van IFRS 9 valt en dat de drie volgende kenmerken bezit: • de waarde verandert als gevolg van veranderingen in een bepaalde rentevoet, de prijs van een financieel instrument, de commodityprijs, de valutakoers, een index van prijzen of rentevoeten of andere variabele, mits, in geval van een niet-financiële variabele, de variabele niet specifiek voor een contractpartij geldt (soms ‘de onderliggende waarde’ genoemd); • er is geen of slechts een geringe netto aanvangsinvestering benodigd in verhouding tot andere soorten contracten die op vergelijkbare wijze reageren op veranderingen in marktfactoren; • de afwikkeling vindt in de toekomst plaats.
5.2
Derivaten
PZEM handelt in contracten voor gas, elektriciteit, C02-certificaten en valuta voor het lopende kalenderjaar plus maximaal de drie daarop volgende jaren. PZEM beschouwt de markten voor deze producten als liquide voor deze periode: hiervoor zijn betrouwbare prijzen beschikbaar via brokers, beurzen en dataleveranciers. De reële waarde van commodity-contracten wordt bepaald via de DCFmethode op basis van deze prijzen; er wordt geen gebruik gemaakt van eigen waarderingsmodellen. De gepubliceerde maand-, kwartaal- en jaarprijzen worden slechts bewerkt om aan te sluiten op de relatieve perioden in de trade-systemen. Voor het afdekken van de renterisico’s maakt PZEM gebruik van derivaten zoals interest rate swaps. Met behulp van deze swaps wordt bewerkstelligd dat de variabele rente wordt omgezet in een vaste rente. De reële waarde van rentederivaten wordt eveneens via de DCF-methode bepaald op basis van een yieldcurve uitgaande van op ECB (Europese Centrale Bank) data gebaseerde noteringen. De reële waarde van de interest rate swaps omvat conform IFRS 13, Waardering tegen reële waarde de credit value adjustment (CVA) en de debet value adjustment (DVA), die het kredietrisico van alle betrokken partijen weerspiegelt. De waarde-mutaties in de CVA/DVA worden gerapporteerd in de winst-en-verliesrekening.
Rubricering en saldering Derivaten worden onder de kortlopende, respectievelijk langlopende activa geclassificeerd indien de reële waarde positief is en onder de kortlopende, respectievelijk langlopende verplichtingen indien de reële waarde negatief is. Vorderingen en verplichtingen uit hoofde van derivaten voor verschillende transacties met dezelfde tegenpartij worden gesaldeerd indien er een contractueel of juridisch recht tot saldering bestaat en PZEM de desbetreffende kasstromen eveneens op gesaldeerde basis verrekent.
58
larbericht 2021 P2EM NA
Verwerking reële waarde mutaties Onder IFRS 9 worden energie commodity-contracten (elektriciteit, gas en C02-certificaten alsmede de daaraan gerelateerde posities in vreemde valuta) en renteswap contracten als derivaat aangemerkt. Onder IFRS 9 en IFRS 7, Financiële instrumenten: informatieverschaffing, worden alle derivaten vanaf eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Als algemeen uitgangspunt geldt dat aanpassingen in de reële waarde van derivaten in het resultaat dienen te worden verwerkt. Uitzonderingen hierop zijn: 1. Own use behandeling: voor commodity-contracten voor eigen gebruik, productie en in- en verkoopcontracten die bestemd zijn voor fysieke levering aan eindgebruikers past PZEM accrual accounting toe, wat impliceert dat tussentijdse waardestijgingen niet in het resultaat worden verwerkt. Dergelijke transacties worden op het moment van effectuering tegen de dan geldende prijzen verwerkt als aan- of verkoop; 2a. Derivaten die aangegaan zijn ten behoeve van afdekking van een own use contract. Hiervoor kan onder voorwaarden hedge-accounting worden toegepast; 2b. Rente-derivaten. Hiervoor kan onder voorwaarden hedge-accounting worden toegepast.
Hedge-accounting Hedge-accounting biedt de mogelijkheid om het effect van fair value mutaties op het resultaat te beperken, doordat bij hedge-accounting rekening wordt gehouden met tegengestelde effecten op het resultaat van fair value mutaties van de hedge-transacties en van de afgedekte posities; de fair value mutaties van derivaten worden in dit geval (via het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten) in het eigen vermogen verwerkt tot het moment dat de afgedekte positie/transactie wordt afgewikkeld. PZEM maakt gebruik van derivaten om prijs- en valutarisico’s die voortvloeien uit energie commodity-contracten af te dekken. Met afgesloten renteswaps wordt het risico van fluctuaties in de kasstroom als gevolg van rentemutaties afgedekt. PZEM past hiervoor cashflow hedging (kasstroomafdekking) toe, waarbij door middel van hedge-transacties het risico van schommelingen in (toekomstige) kasstromen die het resultaat kunnen beïnvloeden, worden afgedekt. De hedges zijn toewijsbaar aan een specifiek risico dat is gerelateerd aan een balanspost of een toekomstige transactie die hoogstwaarschijnlijk is. Criteria voor toepassing van hedge-accounting Voor het toepassen van hedge-accounting gelden strikte regels ten aanzien van noodzakelijke documentatie en effectiviteit-meting. Op een derivaat kan hedge-accounting worden toegepast indien het voldoet aan de volgende criteria: 1.
bij het aangaan van de transactie dient het derivaat formeel als hedge te worden aangemerkt en moeten de hedge-relatie, de doelstellingen van de hedge en de risicomanagement strategie worden gedocumenteerd; 2. voor cashflow hedges geldt dat ingedekte verwachte toekomstige transacties hoogst waarschijnlijk dienen te zijn en dat voornoemde verwachte toekomstige transacties de onderneming blootstellen aan schommelingen in (toekomstige) kasstromen, die invloed op het resultaat kunnen hebben; 3. de effectiviteit van de hedge-transactie kan betrouwbaar worden vastgesteld; 4. de hedge-transactie is naar verwachting in hoge mate effectief; 5. de hedge-transactie wordt periodiek beoordeeld op effectiviteit. Effectiviteitmeting van hedges en verwerking van mutaties PZEM beoordeelt formeel, zowel bij het aangaan van de hedge-relatie als gedurende de looptijd daarvan, of de derivaten waarvan gebruik is gemaakt ten behoeve van hedge-transacties, effectief 59
Jaai bericht 2021 PZEM f
zijn voor het opvangen van veranderingen in de reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie. Hiertoe beoordeelt en bepaalt PZEM of veranderingen in de reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie worden gecompenseerd door veranderingen in de reële waarde of kasstromen van het hedge-instrument. Het effectieve deel van de wijzigingen in de reële waarde wordt (via het overzicht van de nietgerealiseerde resultaten) in het eigen vermogen onder de hedge-reserves verwerkt. Het ineffectieve deel van een hedge-relatie wordt bepaald door de mate waarin de veranderingen in de reële waarde van het derivaat verschillen van de veranderingen in de reële waarde van de afgedekte positie in een reële waarde hedge, of de mate waarin veranderingen in de reële waarde van het derivaat afwijken van de reële waardeverandering van de verwachte kasstroom in een kasstroom hedge. Ineffectieve hedges, het niet-effectieve gedeelte van een hedge en winsten en verliezen op componenten van een derivaat die bij de beoordeling van de effectiviteit van de hedgetransactie buiten beschouwing worden gelaten, worden direct in het resultaat verwerkt. De cumulatieve bedragen die in het eigen vermogen zijn verwerkt, worden overgeheveld naar het resultaat in dezelfde periode waarin de afgedekte transactie in het resultaat wordt verwerkt.
PZEM beëindigt de hedge-accounting indien de hedge-relatie niet langer effectief is of indien niet langer verwacht wordt dat deze effectief zal blijven.
60
Jaarberichl 2021 P2EM N.V.
6.
Grondslagen voor de resultaatbepaling
6.1
Netto omzet
Onder de netto omzet worden de direct toerekenbare opbrengsten verantwoord van aan derden geleverde goederen en diensten, onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven en af te dragen belastingen zoals de omzetbelasting en energiebelasting. Opbrengsten worden opgenomen als de wezenlijke risico’s en voordelen van eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten van diensten worden opgenomen naar rato van de verrichte prestaties aan het einde van de verslagperiode. Voor de verantwoording van de omzet van elektriciteit wordt verondersteld dat de geproduceerde elektriciteit uit de eigen productiemiddelen (incl. gezamenlijke overeenkomsten), alsmede de gecontracteerde elektriciteit uit productiemiddelen van derden (inclusief de belangrijkste wind PPAcontracten), aan derden wordt verkocht en derhalve als omzet wordt verantwoord. Daarnaast wordt de aan eindverbruikers geleverde elektriciteit volledig bij derden ingekocht en derhalve ook als omzet verwerkt. Inkoop- en verkoopwaarden van handelscontracten met betrekking tot gas en elektriciteit die geen fysieke levering betreffen zijn gesaldeerd indien dit contractueel overeengekomen is.
6.2
Netto bedrijfslasten
De netto bedrijfslasten worden bepaald op basis van verkregen prestaties en op basis van de hiervoor reeds gememoreerde grondslagen met betrekking tot waardering en afschrijving. De kosten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden verantwoord in het jaar waarin zij daadwerkelijk worden geëffectueerd; verliezen worden genomen in het jaar waarin zij voorzienbaar zijn.
6.3
Financiële baten en lasten
De financiële baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben volgens de effectieve rente methode. Kosten van externe financiering, gerelateerd aan de vervaardiging of verwerving van vaste activa (bouwrente) worden in voorkomende gevallen geactiveerd.
61
PZEM f
7.
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode en op basis van de werkelijke balansmutaties. Onderscheid is aangebracht tussen de operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Het kortlopend deel van de langlopende verplichtingen is in de balans opgenomen als onderdeel van de overige (kortlopende) verplichtingen, de mutatie op het kortlopende deel van de langlopende verplichtingen is in het kasstroomoverzicht echter verantwoord onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. Kasstromen, gerelateerd aan minderheidsdeelnemingen (uitkering van dividenden), financiële baten en lasten en winstbelastingen (belastingaanslagen) zijn gebaseerd op de werkelijke ontvangsten en betalingen. PZEM gebruikt uitzettingen (deposito’s, effecten, etc.) om de onderneming te financieren. Een tijdelijk overschot wordt uitgezet en een tijdelijk tekort wordt vanuit de uitzettingen aangevuld. Hierdoor passen de “investeringen” in uitzettingen naar hun aard beter in de financieringskasstroom dan in de investeringskasstroom en zijn daar dan ook gepresenteerd.
62
Jaarbericht 2021 P2EM N.V.
Toelichting op de geconsolideerde balans 1.
Immateriële vaste activa
(Bedragen x EUR 1.000)
Totaal
Software Klant contracten
2020
Boekwaarde per 1 januari 2020
1.049
210
839
Investeringen
630
630
-
Afschrijvingen
(234)
(187)
(47)
792
Desinvesteringen
Boekwaarde per 31 december 2020
1.445
653
Cumulatieve afschrijvingen en impairments
3.179
2.623
556
AANSCHAFWAARDE PER 31 DECEMBER 2020
4.625
3.277
1.348
2021
1.445
653
792
Investeringen
331
331
-
Afschrijvingen
(202)
(156)
(47)
746
Boekwaarde per 1 januari 2021
Desinvesteringen
Boekwaarde per 31 december 2021
1.574
829
Cumulatieve afschrijvingen en impairments
3.188
2.585
603
AANSCHAFWAARDE PER 31 DECEMBER 2021
4.762
3.414
1.348
5
28
Afschrijvingstermijnen in jaren
Bijzondere waardevermindering In 2021 is er geen aanleiding geweest om te beoordelen of sprake zou zijn van een bijzondere waardevermindering van het hierboven verantwoorde immaterieel vast actief. Software In 2021 heeft Sloecentrale geïnvesteerd in nieuwe software als vervanging voor een oude applicatie. Klantcontracten Deze immateriële vaste activa worden afgeschreven over de verwachte levensduur van de Sloecentrale. De afschrijving is gestart in 2009.
63
Jaai bericht 2021 PZEM N.V.
2.
Materiële vaste activa Gebouwen en
(Bedragen x EUR 1.000)
Totaa
terreinen
Machines en
bedrijfs-
Activa in
Bijdrage Lease activa
derden (1.660)
2020 Boekwaarde per 1 januari 2020
503.910
149.532
301.688
36.103
9.636
8.610
Investeringen
18.461
230
13.813
2.309
1.602
508
Afschrijvingen
(47.911)
(13.614)
(27.226)
(6.227)
-
(892)
Bijzondere waardevermindering
-
-
Desinvesteringen
(233)
(839)
(330)
Overige mutaties
36.569
35.276
1.291
Boekwaarde per 31 december 2020
510.794
170.585
289.236
32.184
Boekwaarde voor aftrek bijdragen
511.425
170.585
289.236
32.184
Cumulatieve afschrijvingen en impairments
(1)
(45)
982
11.238
8.181
(630)
11.238
8.181
755.443
91.257
584.847
78.211
1.266.867
261,842
874.083
110.396
11.238
9.309
Boekwaarde per 1 januari 2021
510.794
170.585
289.236
32.184
11.238
8.181
Investeringen
29.121
3.489
25.277
3.315
(3.070)
110
Afschrijvingen
(49.859)
(15.977)
(26.651)
(6.380)
Terugname bijzondere waardevermindering
150.328
-
150.328 (6.344)
AANSCHAFWAARDE PER 31 DECEMBER 2020
48 -
1.127
2021
(899)
Desinvesteringen
(6.368)
-
Overige mutaties
27.454
27.454
Boekwaarde per 31 december 2021
661.470
185.551
431.845
29.120
8.168
7.369
Boekwaarde voor aftrek bijdragen
662.053
185.551
431.845
29.120
8.168
7.369 9.395
48
(24)
Cumulatieve afschrijvingen en impairments
890.624
137.434
656.048
95.116
AANSCHAFWAARDE PER 31 DECEMBER 2021
1.552.676
322.985
1.087.893
124.236
8.168
0-40
7-40
5-15
nvt
Afschrijvingstermijnen in ja ren
(630)
(583)
2.026
De overige mutatie in gebouwen en terreinen in 2021 heeft betrekking op de verhoging en activering van de amoveringsvoorziening van de kerncentrale als gevolg van een nieuwe studie naar de benodigde uitgaven bij amovering. In 2020 betrof de overige mutatie een verhoging van de voorziening als gevolg van een lagere disconteringsvoet. De investeringen in machines en installaties (inclusief de mutaties in activa in aanbouw) hebben met name betrekking op vervangingsinvesteringen en maatregelen om de (nucleaire) veiligheid bij EPZ verder te verhogen. Een deel heeft ook betrekking op groot onderhoud van en verbeteringen aan de Sloecentrale. In 2017 heeft een bijzondere waardevermindering plaats gevonden door de afwaardering van de geactiveerde fair value van de uitbreiding van het aandelenbelang in EPZ, van 50% naar 70%, in 2011 van EUR 292,5 mln. Door de gestegen elektriciteitsprijzen is deze bijzondere waardevermindering ultimo 2021 volledig teruggenomen voor een bedrag van EUR 150,3 mln. Dit is het bedrag van de waardevermindering uit 2017 verminderd met de (gemiste) reguliere afschrijvingen in de tussenliggende periode. De activa in aanbouw hebben per ultimo 2021 voor EUR 1,9 mln. betrekking op investeringen in software die na gereedkomen zullen worden opgenomen onder de immateriële vaste activa.
De lease activa hebben met name betrekking op huurcontracten voorterrein en kantoorruimte en de leasecontracten van het wagenpark.
64
icht 2021 PZEM N.V.
3.
Joint Ventures, deelnemingen
(Bedragen x EUR 1.000)
Boekwaarde per 1 januari 2020 Investeringen/Verkopen
geassocieerde
deelnemingen
en
overige
Totaal
Joint Ventures
deelnemingen
397.984
383.265
14.719
Overige
312
-
312
Ontvangen dividenden/ontvangsten
(17.493)
(17.493)
-
Resultaat
21.711
24.315
(2.604)
Overige mutaties BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020
-
-
-
402.514
390.087
12.427
Openingsbalans per 1 januari 2021
402.514
390.087
12.427
Investeringen/Verkopen
(355.693)
(354.550)
(1.143)
Ontvangen dividenden/ontvangsten
(15.146)
(15.145)
(1)
Resultaat
26.419
24.741
1.677
Resultaat uit verkoop
(23.644)
(23.644)
-
BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2021
34.450
21.489
12.960
Op 8 december 2021 heeft PZEM haar aandelenbelang (50%) in waterbedrijf Evides verkocht aan haar aandeelhouders. Tot 8 december zijn de resultaten en dividendontvangsten nog toegerekend aan PZEM. Omdat Evides wel verkocht is naar de stand (en waardering) per 1 januari 2021 leidt de transactie tot een boekverlies uit de verkoop. De ontvangsten uit hoofde van dividenduitkeringen zijn met name toe te rekenen aan waterbedrijf Evides. Het resultaat betreft de resultaten die door de joint ventures en overige deelnemingen zijn gerealiseerd.
65
Jaarberichl 2021 PZEM N.V.
3.1
Joint Ventures
Samenvattende balans- en resultaatinformatie met betrekking tot de joint ventures (op basis van IFRS, 100% belang). EVIDES N.V. (Bedragen x EUR 1.000)
31-12-2021
31-12-2020
Vlottende activa
-
waarvan liquide middelen
-
1.971
Vaste activa
-
1.217.115
Kortlopende verplichtingen
-
(176.330)
waarvan financiële verplichtingen
Langlopende verplichtingen
-
(566.828)
-
527.556
waarvan financiële verplichtingen
74.086
97.001
2021
2020
Omzet
317.754
311.061
Netto resultaat uit voortgezette activiteiten
45.212
45.986
Netto resultaat uit beëindigde activiteiten
-
-
45.212
45.986
Netto resultaat Niet-gerealiseerde resultaten
-
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
45.212
Ontvangen dividend door PZEM N.V.
12.450
15.000
Afschrijvingen en bijzondere waardevermindering
81.146
79.231
Totaal van rentelasten en -baten
4.126
2.283
Vennootschapsbelasting
6.042
538
31-12-2021
31-12-2020
Vermogen
45.986
548.043
-
Aandelenbelang
0%
50%
Goodwill
-
95.502
BOEKWAARDE
-
369.524
PZEM N.V. had, met haar 50% aandelenbelang in Evides N.V., gezamenlijke zeggenschap omdat de belangrijkste besluiten (om de relevante activiteiten te beïnvloeden) met meerderheid van stemmen door de aandeelhouders genomen moesten worden. Aangezien PZEM N.V. alleen recht had op dividend (en niet op andere output van Evides), werd Evides N.V. als Joint Venture gerapporteerd. OVERIGE JOINT VENTURES (Bedraeenx EUR 1.000)
31-12-2021
31-12-2020
Netto resultaat uit voortgezette activiteiten toe te rekenen aan PZEM N.V.
3.621
1.322
Netto resultaat uit beëindigde activiteiten toe te rekenen aan PZEM N.V.
-
-
Niet-gerealiseerde resultaten toe te rekenen aan PZEM N.V.
-
-
Totaal van (niet-)gerealiseerde resultaten toe te rekenen aan PZEM N.V.
3.621
1.322
BOEKWAARDE
21.489
20.563
De overige joint ventures hebben met name betrekking op de deelneming in BMC Moerdijk.
3.2
Overige deelnemingen
Alle participaties die gerapporteerd worden onder de overige deelnemingen zijn opgenomen in het overzicht van niet-geconsolideerde deelnemingen. In het licht van het Borssele convenant is in 2007 het Sustainable Energy Technology Fund opgericht (SET Fund C.V.), waarin de toenmalige energiebedrijven DELTA (via DELTA Investeringsmaatschappij B.V. als stille vennoot; huidig PZEM resp. PZEM 66
Jaarbericht. 2021 PZEM N V.
Investeringsmaatschappij B.V.) en Essent (huidig onderdeel van RWE) beiden voor 50% participeerden. Gelet op de statuten van dit fonds en de gewijzigde aandelenverhouding in N.V. EPZ is per 23 december 2011 een nieuw fonds, SET Fund II C.V., opgericht. In SET Fund II C.V. participeerde PZEM bij aanvang voor 69,65% en Essent (RWE) voor 29,85% in het initieel kapitaal van EUR 10 mln. Gezien de beperkte zeggenschap worden beide ondernemingen gekwalificeerd als ‘financiële instrumenten’ en gewaardeerd tegen reële waarde. De participatie van PZEM (via PZEM Investeringsmaatschappij B.V. als stille vennoot) in SET Fund I C.V. bedraagt ultimo 2021 37,38% met een boekwaarde van EUR 7,5 mln. (ultimo 2020: 37,67% met een boekwaarde van EUR 7,1 mln.). Voor SET Fund II C.V. is dit ultimo 2021 18,26% met een boekwaarde van EUR 4,2 mln. (ultimo 2020: 18,20% met een boekwaarde van EUR 4,0 mln.).
3.3 Transacties met verbonden partijen Hieronder zijn de transacties met verbonden partijen opgenomen voor zover de waarde van de verbonden partij materieel is in de PZEM jaarcijfers en de verkoop- en inkooptransacties, debiteuren en crediteuren en de verstrekte leningen niet minder bedragen dan EUR 5 mln. De transacties zijn marktconform. Ten behoeve van de vorderingen op verbonden partijen zijn geen voorzieningen voor oninbaarheid opgenomen omdat hier geen noodzaak toe bestaat. De aandeelhouders van PZEM (provincies en gemeentes) zijn weliswaar verbonden partijen maar er vinden geen significante transacties plaats tussen PZEM en haar aandeelhouders. De vergoedingen aan Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen zijn toegelicht onder de personeelskosten respectievelijk de overige bedrijfskosten. (Bedragen x EUR 1.000) BMC Moerdijk B.V.
Verkochte goederen 2020
2021
2020
31-12-2021
50,00%
341
198
23.924
8.562
43
43
341
198
23.924
8.562
43
43
Crediteuren
(Bedragen x EUR 1.000)
TOTAAL
67
Debiteuren
2021
TOTAAL
BMC Moerdijk B.V.
Ingekochte goederen
% Deelneming
Verstrekte leningen
31-12-2020
Rentebaten
% Deelneming
31-12-2021
31-12-2020
31-12-2021
31-12-2020
2021
50,00%
413
442
2.422
2.595
172
2020 173
413
442
2.422
2.595
172
173
Jaarberichl 2021 PZEM N.
4.
Overige financiële vaste activa Uiigestelde Leningen u/g
belasting
Overige financiële
Totaal
deelnemingen
vorderingen
vaste activa
BOEKWAARDE PER 1 JANUARI 2020 (LANGLOPEND)
566.063
2.855
7.274
555.934
Terugboeking kortlopend gedeelte Nieuwe vorderingen Resultaat Ontvangen aflossingen Ten laste van eigen vermogen Overige mutaties
415.817
-
(674.730) (572) 8
(283)
BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020
988.287
2.572
Kortlopend gedeelte
(371.164)
BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020
617.123
OPENINGSB4LANS PER 1 JANUARI 2021 (LANGLOPEND)
617.123
Terugboeking kortlopend gedeelte Nieuwe vorderingen Resultaat Ontvangen aflossingen Ten laste van eigen vermogen Overige mutaties
371.164 741.220 20.433 (798.450) (13.566) 14.626
15
(1-513) (13.566) 14.530
BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2021
952.551
2.587
3.602
946.361
Kortlopend gedeelte
(369.748)
-
-
(369.748)
BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2021 (LANGLOPEND)
582.803
2.587
3.602
576.614
(Bedragen x EUR 1.000)
4.1
674.130 7.572
674.130 (2.550)
10.122 (674.446)
(572)
-
-
(0)
8
4.152
981.563
-
-
(371.164)
2.572
4.152
610.399
2.572
4.152
610.399
-
-
371.164 741.220 21.946 (798.450) 82
-
Leningen u/g deelnemingen
De leningen u/g deelnemingen betreft een tweetal achtergestelde leningen. De gewogen gemiddelde rentevoet bedraagt in 2021 6,9% (2020: 6,9%).
68
415.817
richt 2021 PZEM
4.2
Uitgestelde belastingvorderingen
(Bedragen x EUR 1.000)
31-12-2021
Materiële vaste activa
(1-513)
Voorzieningen
14.529
Hedgereserve ingevolge IAS39 / derivaten
(9.414) 3.602 I
TOTAAL
31-12-2020
4.152 4.152
De uitgestelde belastingvorderingen hebben betrekking op de deelneming Sloecentrale en PZEM zelf. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden zoveel mogelijk gesaldeerd voor zover ze betrekking hebben op dezelfde belastingplichtige entiteit of fiscale eenheid. De opgenomen uitgestelde belastingvorderingen per ultimo 2021 bestaan (voor saldering) uit EUR 17,3 mln. (2020 EUR 4,2 mln.) aan uitgestelde belastingvorderingen en € 13,7 mln. (2020 EUR 0 mln.) aan uitgestelde belastingschulden. De opgenomen uitgestelde belastingvorderingen zien allen toe op tijdelijke belastbare verschillen die naar verwachting in toekomstige jaren tot belastingbesparing zullen leiden. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarrekening beoordeeld in hoeverre verrekenbare verliezen tot toekomstige belastingbesparing zullen leiden. Deze beoordeling heeft er toe geleid dat in 2021 er, tot de hoogte dat hier uitgestelde belastingverplichtingen tegenover staan, een uitgestelde belastingvordering voor is opgenomen voor een bedrag van EUR 20,9 mln. Omdat PZEM uit een recente periode van fiscale verliezen komt is er overtuigend bewijs voor nodig om ook de resterende verrekenbare verliezen op de balans tot uitdrukking te brengen. Hiervan is, gezien de nog steeds onzekere en volatiele markt, geen sprake. Daarom is er nog steeds voor een bedrag van EUR 177,0 mln.
aan verrekenbare verliezen waarvoor geen latente belastingvordering is opgenomen. De opgenomen latente belastingvordering in verband met verrekenbare verliezen is, vanwege saldering met een hogere latente belastingverplichting opgenomen onder de uitgestelde belastingschulden.
In 2021 heeft PZEM voor het eerst sinds 2017 een fiscaal positief resultaat behaald.
69
Ja
1 PZEN
4.3
Overige financiële vaste activa
De overige financiële vaste activa bestaan ultimo 2021 voornamelijk uit uitzettingen en gestelde zekerheden. Sinds de invoering van IFRS 9 per 1 januari 2018 dient bij de initiële verwerking van vorderingen al rekening te worden gehouden met verwachte kredietverliezen. Om de hoogte van deze 'expected loss’ in te schatten heeft PZEM aansluiting gezocht naar de externe rating van de tegenpartijen. Hierbij heeft PZEM gekozen om de volgende percentages te hanteren bij de volgende ratings:
Externe credit rating
Percentage ‘Expected loss’
> ABBB+ BBB of BBB< BBB- of geen rating
0,1% 0,2% 0,5% 1%
Er is door PZEM gekozen voor relatief lage percentages, omdat deze uitzettingen en gestelde zekerheden een relatief kortlopend karakter (ca. 1,5 jaar) hebben. De procentuele verdeling van alle uitzettingen en gestelde zekerheden (zowel langlopend als kortlopend) over de verschillende credit ratings is onderstaand schematisch weergegeven.
Overzicht credit ratings tegenpartijen uitzettingen in % bedrag 40% 35% 30% 25%
20%
■ 2020
15%
■ 2021
10% 5%
0% AA+
AA
AA-
A+
A
A-
BBB+
BBB
BBB-
< BBB-
Geen rating
Overzicht credit rating tegenpartijen uitzettingen en gestelde zekerheden in % van het bedrag
Deposito’s en effecten Door de verkoop van het Netwerkbedrijf en de Retail-activiteiten in 2017 heeft PZEM een significante hoeveelheid liquide middelen tot haar beschikking gekregen. De middelen worden in eerste instantie ingezet voor de operationele activiteiten. De resterende middelen worden uitgezet en belegd conform het treasurystatuut. Deze uitzettingen en beleggingen bestaan vooral uit bancaire termijndeposito’s, obligaties en effecten en vertegenwoordigen ultimo 2021 een waarde van EUR 646,8 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss'). Van dit saldo heeft EUR 319,0 mln. een looptijd langer dan 1 jaar. Een bedrag van EUR 118,0 mln. heeft betrekking op effecten die PZEM heeft belegd in het fonds waarin EPZ, via de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale
70
aarbericht 2021 PZEFvl f
Borssele, tevens heeft belegd. In totaal (incl. het deel van EPZ) is ultimo 2021 EUR 363,7 mln. belegd in dit fonds.
Gestelde zekerheden De gestelde zekerheden bestaan uit waarborgsommen en bankgaranties. Een deel van de zekerheden is verstrekt aan tegenpartijen ten behoeve van operationele activiteiten waaronder de handelsactiviteiten. Deze zekerheden zijn voornamelijk voortgekomen uit de downgrade van de corporate credit rating in 2017. Dit heeft geresulteerd in de verplichting tot het verstrekken van extra zekerheden aan handelspartijen. Ultimo 2021 is voor EUR 53,9 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss’) aan zekerheden gesteld (2020:47,3 mln.) waarvan EUR 11,7 mln. met een looptijd langer dan 1 jaar (2020: 31,8 mln.). Daarnaast zijn onder de financiële vaste activa de beleggingen via de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale Borssele verantwoord die de financiële zekerheid biedt die de Kernenergiewet vereist omtrent het aanwezig zijn van voldoende financiële middelen voor ontmanteling van de kerncentrale na de verwachte sluitingsdatum. Doordat de gelden aan een aparte stichting toebehoren, wordt het risico afgedekt dat bij een faillissement van de vergunninghouder de beschikbare gelden in de boedel vallen. Ultimo 2021 bedroegen de gelden in de stichting voor het 70% deel van PZEM EUR 245,7 mln. (2020 EUR 220,6 mln.)
71
Jaarbericht 2021 PZEfv
5. Derivaten en risicomanagement PZEM handelt in energie commodity-contracten en valuta voor het lopende kalenderjaar plus de drie daaropvolgende jaren. PZEM beschouwt de markten voor deze producten als voldoende liquide voor deze periode. Prijzen zijn beschikbaar via brokers, beurzen en dataleveranciers. De reële waarde van commodity-contracten wordt bepaald op basis van deze gepubliceerde prijzen; er wordt geen gebruik gemaakt van eigen waarderingsmodellen. De gepubliceerde maand-, kwartaal- en jaarprijzen worden slechts bewerkt om aan te sluiten op de relatieve perioden in de trade-systemen. Voor het afdekken van de renterisico’s maakt PZEM gebruik van derivaten zoals interest rate swaps. Met behulp van deze swaps wordt bewerkstelligd dat de variabele rente wordt omgezet in een vaste rente. In dit hoofdstuk worden de volgende onderdelen behandeld: 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4
Derivaten Samenhang derivaten in de jaarrekening Derivatenpositie Verloop van de hedge-reserve Hiërarchie van financiële instrumenten
5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4
Risicomanagement Risicobeheer Marktrisico’s Liquiditeitsrisico Kredietrisico’s
72
aarbericht 2021 P2EM N.V
5.1
Derivaten
5.1.1 Samenhang derivaten in de jaarrekening 2021 Mutatie derivaten
Stand derivaten
(Bedragen x EUR 1.000)
Mutatie 2021 activa
Activa 2021
Activa 2020
Passiva 2021 Passiva 2020
Vaste activa
117.784
11.368
106.417
Vlottende activa
266.018
18.483
247.535
383.802
29.851
353.951
Mutatie 2021 passiva
Derivaten op de balans (zie 5.1.2)
Langlopende verplichting
111.818
22.383
89.434
Kortlopende verplichting
235.993
19.833
216.160
347.811
42.216
305.595
27.189
(11.665)
Overige balansposities gerelateerd aan derivaten Hedge-reserve (zie 5.1.3) Uitgestelde belasting (zie 5.1.3)
(9.414)
4.229
Subtotaal
(9.414)
4.229
27.189
38.854
-
(13.643)
-
(11.665)
(13.643)
38.854
Gecumuleerde ineffectiviteit (derivaten Stoe)
(112)
73
(185)
Gecumuleerde ineffectiviteit (Mark-to-Market)
(499)
3.456
(3.955)
Totaal
(9.414)
4.229
26.578
(8.136)
(13.643)
34.714
374.388
34.080
374.388
34.080 ■
340.308
340.308
Van de waardemutaties is een bedrag van EUR 38,9 mln. positief (2020: EUR 52,2 mln. positief) verwerkt via de hedge-reserve. De marktwaarde van de derivatenportefeuille is boven bij de contractwaarde komen te liggen. De reële waarde van in- en verkoopcontracten bij dezelfde tegenpartij van exact dezelfde commodity over exact dezelfde periode worden netto gepresenteerd in de jaarrekening aangezien deze ook netto worden afgerekend bij levering.
5.1.2a Saldering van financiële activa 2021 Activa
(Bedragen x EUR 1.000)
Vaste activa Bruto Netting
Netto
Vlottende activa Bruto Netting
Netto
Commodity contracten Gas Elektriciteit Overige
147.730 272.795 30.349
61.761 269.443 1.886
85.970 3.352 28.463
565.738 1.339.735 27.920
331.735 1.326.375 9.784
234.003 13.360 18.136
519
-
519
1.933.912
1.667.894
266.018
Overige derivaten Valuta contracten
Totaal
73
450.875
333.090
117.784
Jaarbericht
5.1.2b Saldering van financiële passiva 2021 Passiva
(Bedragen x EUR 1.000)
Langlopend Commodity contracten Gas Elektriciteit Overige
Kortlopend
Bruto
Netting
Netto
Bruto
Netting
Netto
(62.117) (374.681) (1.886)
(61.761) (269.443) (1.886)
(357) (105.237)
(419.805) (1.469.737) (9.784)
(331.735) (1.326.375) (9.784)
(88.070) (143.362)
-
Overige derivaten Valuta contracten Renteswaps
Totaal
(138)
(138)
(6.224)
(4.423)
(4.423)
(111.817)
(1.903.887)
(6.224)
(444.908)
(333.090)
(1.667.894)
(235.993)
5.1.3 Verloop van de hedge-reserve De veranderingen in de reële waarde na belastingen van de derivaten vormen onderdeel van de hedge-reserve; dit is een niet vrij uitkeerbare reserve. De hedge-reserve vertoonde het volgende verloop over de afgelopen twee jaar. Verloop Hedge-reserves (Bedragen x EUR 1.000)
Commodity contracten
Swaps Rente
Gas
Elektriciteit
C02
Totaal
swaps
T otaal
2020 Hedge-reserve 1-1-2020 bruto
(38.504)
(13.370)
4.206
(47.668)
(20.968)
(68.637)
Mutaties 2020 Opgenomen in Eigen Vermogen
14.516
(14.121)
5.455
5.849
(1.189)
4.660
Vrijval naar resultaat
34.607
11.865
(3.868)
42.603
5.479
48.082
Totaal mutaties 2020
49.122
(2.256)
1.586
48.453
4.290
52.743
Hedge-reserve 31-12-2020 bruto
10.618
(15.626)
5.792
785
(16.678)
(15.895)
Uitgestelde belasting Hedge-reserve 31-12-2020
4,229
4.229
10.618
(15.626)
5.792
785
(12.450)
(11.666)
10.618
(15.626)
5.792
785
(16.678)
(15.895)
47.070
2021 Hedge-reserve 1-1-2021 bruto Mutaties 2021 Opgenomen in Eigen Vermogen
193.237
(188.008)
40.920
46.148
922
Vrijval naar resultaat
(9.778)
11.089
(1.106)
205
5.223
5.428
Totaal mutaties 2021
183.459
(176.919)
39.813
46.353
6.145
52.499
Hedge-reserve 31-12-2021 bruto
194.077
(192.545)
45.605
47.138
(10.533)
36.604
Uitgestelde belasting
(50.072)
49.677
(11.766)
(12.161)
2.747
(9.414)
144.005
(142.868)
33.839
34.976
(7.787)
27.189
Hedge-reserve 31-12-2021
De opbouw van de bruto hedge-reserve ultimo 2021 met betrekking tot de commodities kan als volgt worden toegewezen aan de komende jaren:
74
Jaarbericht 2(>21 PZEM N
Stand Hedge-reserve commodities bruto (Bedragen x EUR 1.000)
Commodities Gas
Elektriciteit
C02
Totaal
100.022)
17.383
36.101
75.071)
17.167
3.412
17.452)
11.056
7.624
2022
118.740
2023
61.316
(
2024
14.021
(
(
-
2025
Totaal
194.078
(192.545)
45.605
47.138
De vrijval uit de hedge-reserve voor commodities in het resultaat komt ten laste van de operationele bruto marge. Er is in het afgelopen jaar geen sprake geweest van hedge-relaties die gediscontinueerd zijn in verband met het niet doorgaan van een verwachte transactie. De commodityderivaten laten per 31 december 2021 een vordering zien. Over het algemeen zullen hogere gas- en CO2 prijzen leiden tot een hogere vordering. Hogere elektriciteitsprijzen zullen over het algemeen leiden tot een lagere vordering. De hedge-reserve in verband met commodityderivaten draagt per 31 december 2021 bij aan het eigen vermogen. Bij hogere gas- en CO2 prijzen ontstaat een grote bijdrage aan het eigen vermogen en bij hogere elektriciteitsprijzen een lagere bijdrage.
5.1.4 Hiërarchie van financiële instrumenten De financiële instrumenten betreffen uitsluitend terugkerende waarderingen, gewaardeerd tegen reële waarde, en zijn geclassificeerd volgens onderstaande hiërarchie zoals vereist door IFRS 13, Waardering tegen reële waarde: Niveau 1: Inputs van niveau 1 zijn op actieve markten genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa of verplichtingen, waartoe de entiteit toegang heeft op de waarderingsdatum. Niveau 2: Inputs van niveau 2 zijn andere inputs dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen die direct of indirect voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn.
75
jericht 2021 PZEM N.V.
Inputs op niveau 2 omvatten: a) Op actieve markten genoteerde prijzen voor soortgelijke activa of verplichtingen; b) Op niet-actieve markten genoteerde prijzen voor identieke of soortgelijke activa of verplichtingen; c) Andere inputs dan genoteerde prijzen die voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn, bijvoorbeeld: i) rentevoeten en rentecurves die regelmatig worden gepubliceerd ii) impliciete volatiliteiten en iii) creditspreads (renteverschillen); d) Door de markt onderbouwde inputs. Niveau 3: Inputs van niveau 3 zijn niet-waarneembare inputs voor het actief of de verplichting. Activa en Passiva gewaardeerd tegen reële waarde (Bedragen x EUR 1.000)
_________________________
____________________ _____
Totaal 31 december 2021 2020
Niveau 1 2021
2020
____________________________ reële waarde hiërarchie
Niveau 2 2021
2020
Niveau 3 2021
2020
Activa
Derivaten Gedeelte van Overige deelnemingen en overige financiële vaste activa
383.802
29.851
375.389
360.543
Totaal activa
759.191
390.395
383.802
29.851
363.675
349.424
11.714
11.119
-
363.675
349.424
383.802
29.851
11.714
11.119
-
347.811
42.216
_
_
-
-
-
347.811
42.216
-
-
Passiva
Derivaten
347.811
42.216
Totaal passiva
347.811
42.216
De mutatie in 2021 van ‘Gedeelte van Overige deelnemingen en overige financiële vaste activa’ bedraagt EUR 14,8 mln. Dit bestaat voor EUR 11,3 mln. uit investeringen/nieuwe vorderingen, voor EUR 20,5 mln. uit desinvesteringen en voor EUR 24,0 mln. uit positief resultaat. Tot de overige deelnemingen behoren de participaties in SET Fund C.V. en SET Fund II C.V. (zie ook toelichting 3.3). Onder de overige financiële vaste activa zijn opgenomen de beleggingen uitgezet via de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale Borssele (zie ook toelichting 4.3) en beleggingen vanuit PZEM in hetzelfde fonds waarin EPZ, via de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale Borssele, gelden heeft belegd. De reële waarden zijn gebaseerd op: • waardering in overeenstemming met International Private Equity and Venture Capital (IPEV) Guidelines uitgegeven door IPEV en goedgekeurd door Invest Europe (voorheen; the European Private Equity and Venture Capital Association (EVCA)); • speciaal opgerichte vermogensfondsen met een eigen marktwaarde per participatie.
76
M N.
5.2
Risicomanagement
5.2.1 Risicobeheer PZEM handelt op de internationale gas- en elektriciteitsmarkten. De prijzen op deze markten bewegen sterk. Door gebruik te maken van financiële instrumenten tracht PZEM commodity marktrisico’s, valutarisico’s, renterisico’s, liquiditeitsrisico en kredietrisico’s te managen en te mitigeren. De randvoorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in de Financial Risk Manual en in het Treasury Statuut. De Risk Management Committee heeft onder verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur algemene procedures en limieten vastgesteld en ziet er op toe dat de energiehandel- en verkoopactiviteiten van PZEM binnen de gestelde risicomarges blijven. Hierna wordt een toelichting gegeven op verschillende soorten risico’s en de wijze waarop PZEM daarmee omgaat.
5.2.2 Marktrisico’s 5.2.2.1 Commodity prijsrisico’s Marktrisico’s vloeien voort uit prijsbewegingen in de inkoop- en verkoopmarkten waarin PZEM actief is (commodities, valuta, transportcapaciteit, import/exportcapaciteit, etc). Het beleid van PZEM is erop gericht om op korte termijn de gevolgen van prijsbewegingen te beperken en op lange termijn de vigerende marktprijzen te volgen. Voor deze systematische beheersing bepaalt PZEM, afhankelijk van de verwachte prijsontwikkelingen, de inzet van zijn activa en welke posities worden ingenomen. Deze posities worden op dagelijkse basis gevolgd. Handelsrisico’s worden beperkt door strikte toepassing van een stelsel van limieten. De belangrijkste limiet is gebaseerd op de Value-atRisk methodiek. Een risico voor PZEM op termijn is een mogelijk ongunstige ontwikkeling van de commodityprijzen in de aankomende jaren, en dan met name dalende elektriciteitsprijzen. Zo’n daling zou een direct drukkend effect hebben op de resultaten van de productie-eenheden. Het effect wordt het hardst gevoeld bij afnamecontracten waarin geen correlatie bestaat tussen de marktprijs van elektriciteit en de brandstofprijs, zoals bij nucleair opgewekte elektriciteit en energie uit kippenmest (betreft deelnemingsresultaat). De verkoopopbrengsten dalen hier, terwijl de kostprijs nagenoeg stabiel is.
Iedere daling van de verkoopprijs, komt direct tot uitdrukking in het resultaat, voor zover de output niet gehedged is.
5.2.2.2 Value-at-Risk Bij de bepaling van de VaR wordt een aantal aannames voor diverse veranderingen in marktomstandigheden gehanteerd. De gehanteerde VaR geeft, met een betrouwbaarheid van 95%, de maximale daling van de waarde van de portefeuille aan als gevolg van prijsveranderingen over een periode van drie dagen. De VaR wordt bepaald via Monte Carlo simulatie op basis van historische volatiliteit en correlaties. Doordat portfolio’s tegengestelde posities bevatten en er een onderlinge correlatie is, is de VaR op de totale portfolio kleiner dan de som van de individuele VaR’s van de portfolio’s. Binnen PZEM is VaR een belangrijk instrument voor het beheer van de Trade portfolio en deze wordt daarom dagelijks berekend en gerapporteerd. De VaR voor de assets en voor de totale portfolio wordt tevens dagelijks gerapporteerd maar is geen primaire sturingsparameter. De assets worden gehedged via een vooraf vastgesteld lock-in schema om de gemiddelde marktwaarde te realiseren. Afwijkingen van dit schema vallen binnen de Trade Books, waarvoor VaR wel de leidende 77
Jaarbericht 2021 PZEM N.V.
risicomaatstaf is. De VaR van de Trade portfolio bedraagt per ultimo 2021 EUR 1,8 mln. (2020: EUR 0,3 mln.).
5.2.2.3
Cashflow hedges
PZEM gebruikt financiële instrumenten om fluctuaties in verwachte cashflows zoveel mogelijk te beperken. Om de gevolgen van toekomstige veranderingen in marktprijzen te beheersen maakt PZEM gebruik van derivaten zoals termijncontracten en swaps. De hedging instrumenten zijn derivaten in de door PZEM verhandelde commodities welke afgesloten worden om het cashflow-, prijs- en valutarisico te beperken. Hedge-accounting wordt toegepast om de totale waardemutatie van deze derivaten in de winst-en-verliesrekening te dempen. Waar toegestaan neemt PZEM deze financiële instrumenten en fysieke aankoop- en verkoopcontracten boekhoudkundig op in een cashflow hedge-relatie onder IFRS 9. Hierbij is het item dat is gehedged de toekomstige aankooptransactie (centrales, lange termijn sourcing) of verkooptransactie (sales) van gas of elektriciteit. Cash flow hedges elektriciteit en brandstoffen (Bedragen xEUR 1.000)
2021
________________ Cashflow hedges
2022
2023
2.024
2025 en later
Totaal
Gemiddelde prijs
Contract waarde
Gas forwards
142.226
58.447
17.890
218.563
0,310
(352.685)
Elektriciteit forwards Electriciteit swaps
(131.994)
(58.518)
(12.934)
68,572
(13.028)
(10.755)
73,146
244.205 103.067
C02 forwards
11.119 25.948
(203.447) (12.664)
16.265
11.721
53.934
42,376
(58.437)
T otaal
47.299
3.166
5.921
0
56.386
2.023
2024 en later
Totaal
Cash flow hedges elektriciteit en brandstoffen (Bedragen x EUR 1.000)
2020
________________ Cashflow hedges
2021
2022
Gemiddelde prijs
Contract waarde
Gas forwards
14.528
452
(1.664)
2
13.318
0,152
(175.017)
Elektriciteit forwards Electriciteit swaps
(13.012) (1.449)
(1.907) 766
(2.125) (788)
-
(17.044) (1.471)
44,092 42,158
150.544 8.031
88
3.306
1.627
-
5.021
25,988
(18.192)
154
2.617
(2.950)
2
(177)
C02 forwards
Totaal
In de hedge-reserve is de waardeontwikkeling van onderliggende derivaten opgenomen in de periode dat deze opgenomen zijn in een effectieve hedge-relatie. De in het overzicht ‘cash flow hedges’ weergegeven derivaten betreffen de derivaten die per balansdatum opgenomen zijn in een hedge-relatie. Een mismatch ontstaat doordat: • in het overzicht ‘cash flow hedges’ ook het ineffectieve deel van de hedge-instrumenten is opgenomen; • de waardeontwikkeling in de hedge-instrumenten tot het aangaan van een hedge relatie ook is opgenomen in het overzicht ‘cashflow hedges’; • in de hedge-reserve de waardeontwikkeling is opgenomen van de hedge-instrumenten welke in het verleden waren opgenomen in een hedge-relatie, doch per einde boekjaar niet daarin zijn opgenomen. 78
Jaarbericht 2021 PZEM N.V.
De in de hedge-reserve gerapporteerde waarden houden rekening met de toewijzingsdatum van een instrument in een hedge-relatie; deze kan afwijken van de handelsdatum. Daarnaast wordt in de hedge-reserve alleen het effectieve gedeelte van de totale in de hedge toegewezen reële waarde van de hedge instrumenten meegenomen.
5.2.2.4
Valutarisico ’s
Valutarisico’s hebben betrekking op het prijsrisico dat samenhangt met de wijziging van wisselkoersen. Het risicobeleid van PZEM is er op gericht om valutarisico’s op ingenomen posities in vreemde valuta af te dekken. Voor het afdekken van de risico’s gebruikt PZEM financiële instrumenten (forward-transacties) om fluctuaties in verwachte kasstromen zoveel mogelijk te voorkomen. Ingenomen valutaposities, die voortvloeien uit afgesloten (commodity)contracten, worden direct afgedekt. Hierdoor is het resterende risico bij koerswijzigingen verwaarloosbaar klein. Valutarisico limieten worden periodiek in overleg met de Risk Management Committee vastgesteld en vervolgens bewaakt door de afdeling Treasury. Ten behoeve van de omrekening van in de balans begrepen valuta-posities zijn de volgende koersen ten opzichte van de Euro gebruikt:
Koersen Middenkoersen
31-12-2021
31-12-2020
Amerikaanse dollar
1,1334
1,1228
Britse pond
0,8382
0,8972
5.2.2.5
Renterisico’s
Het risicobeleid van PZEM met betrekking tot renterisico’s is er op gericht om de invloed van renteschommelingen op de kasstroom te beperken. Voor het afdekken van de risico’s maakt PZEM gebruik van derivaten zoals interest rate swaps.
Afgedekte leningen Binnen de groep zijn een aantal renteswaps afgesloten. Deze swaps zijn allen effectief per balansdatum. De gevoeligheid is berekend door de floating spot met 10% te verhogen respectievelijk te verlagen. Enkele van deze rentederivaten zijn te classificeren als optiecontracten waarvoor de uitzondering genoemd in IFRS 9, alinea 6.2.4, geldt. De verandering in de intrinsieke waarde wordt verwerkt in de hedge-reserve, de verandering in de tijdswaarde wordt verwerkt in de winst-enverliesrekening. In de tabel is het verschil van de 10% stijging, dan wel 10% daling weergegeven ten opzichte van de boekwaarde per 31 december 2021. Over de rentederivaten wordt geen Value-at-Risk (VaR) berekend. Gevoeligheidsanalyse renterisico's Stijging 10%
(Bedragen x EUR 1.000)
Waarde t.o.v. yieldcurve
Positie 31 december Derivaat Derivaat Uitqestelde belasting Totaal
Daling 10%
Waardestijging t.o.v. actuele balans
Waarde t.o.v. yieldcurve
Waardedaling t.o.v. actuele balans
2021
2020
2021
2020
2021
2020
2021
2020
2021
2020
(10.533) 2.747 (7.786)
(16.678) 4.229 (12.449)
(10.684) 2.757 (7-927)
(16.590) 4.147 (12.443)
(151)
88
(141)
6
(10.610) 2.737 (7.873)
(16.279) 4.070 (12.209)
(77) ü°) (87)
399 (159) 240
7.786 7.786
12.449
7813 7.813
12.765 12.765
27 27
316 316
7.873 7.873
12.209
87 87
(240)
-
-
10
____
m______
Renteswaps
Resultaat swaps
79
12.449
12.209
(240)
-
21 PZEM N.V
De rentederivaten laten per 31 december 2021 een schuldpositie zien. Bij een hogere yieldcurve neemt deze schuldpositie af. De hedge-reserve in verband met renteswaps heeft per 31 december 2021 een debetstand binnen het eigen vermogen. Bij een hogere yieldcurve ontstaat een lagere debetstand binnen het eigen vermogen.
Niet afgedekte leningen Het grootste gedeelte van de leningen per 31 december 2021 is gehedged. Doordat de hedges geruime tijd geleden zijn afgesloten ligt de feitelijke rente ruim boven de huidige marktrente.
5.2.3 Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat PZEM onvoldoende financiële middelen ter beschikking heeft om aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen. Gezien de hoeveelheid middelen die onder andere gegenereerd is door de verkoop van bedrijfsonderdelen, is dit risico op dit moment niet aanwezig. Op langere termijn zou een liquiditeitsrisico kunnen gaan spelen als de marktprijzen, tegen de verwachtingen in, sterk zullen verslechteren. Het beleid van PZEM op het gebied van kapitaalbeheer is er op gericht om het aantrekken en aflossen van financiële middelen en het beheer van de liquide middelen zo veel mogelijk te centraliseren in de holdingmaatschappij PZEM N.V. Op basis van het ondernemingsplan wordt jaarlijks het financieringsplan opgesteld dat richting geeft aan de activiteiten van de afdeling Treasury. Een onderdeel hiervan is de wijze waarop overtollige middelen worden uitgezet (conform het daarvoor vastgestelde beleid) met inachtneming van buffers voor operationele activiteiten. Er vindt continue monitoring op de ontwikkeling van de kasstromen plaats. Een aantal onderdelen van de PZEM Groep heeft een eigen financieringslijn, te weten: 1. Sloe Centrale B.V. is gefinancierd met projectfinanciering, waarvan de stand ultimo 2021 EUR 107,6 mln. (op basis van het 50%-belang) bedroeg; 2. N.V.
EPZ heeft geen kredietlijnen aangetrokken, omdat de eigen kaspositie voldoende is. Indien financiering op EPZ-niveau noodzakelijk zou worden, dan zal dit worden gearrangeerd op een non-recourse basis. Standard & Poor’s heeft de creditrating van PZEM in 2017 verlaagd naar BB volgend op de verkoop van het Netwerkbedrijf en de Retail-activiteiten. De downgrade van de corporate credit rating in 2017 heeft geresulteerd in de verplichting tot het verstrekken van extra zekerheden aan (commodity) handelspartijen, waardoor de druk op de liquiditeitspositie is toegenomen. De verstrekte zekerheden bedragen per balansdatum EUR 54 mln. Op 9 februari 2021 heeft PZEM de credit rating ingetrokken. Om inzicht te verschaffen in het liquiditeitsrisico zijn in de volgende tabel de contractuele looptijden weergegeven van de financiële verplichtingen:
80
aarbericht 2021 PZEM N.V
Contractuele looptijd van financiële verplichtingen ultimo 2021 (Bedragen x EUR 1.000) Crediteuren
<1jaar
1-5 jaar
Totaal 56.385
Rentedragende leningen
15.511
71.591
Derivaten
235.993
111.818 98.097
Voorzieningen
>5 jaar
56.38S 20.523
107.626 347.811
450.413
590.135
Overige
41.626 42.210
2.S07
36.385
81.102
Totaal
391.726
284.012
507.321
1.183.059
(Bedragen « EUR 1.000)
< 1jaar
1-5 jaar
>5 jaar
Crediteuren Rentedragende leningen
12.035 14 557
67.773
Derivaten
19.833
22.383
Voorzieningen
31.635
112.053
Overige Totaal
63.698 141.758
Contractuele looptijd van financiële verplichtingen ultimo 2020 Totaal 12.035 39.852
122.182 562.745
2.020
419.056 35.447
204.229
494.355
840.343
42.216 101.165
De contractuele looptijd van de financiële verplichtingen geeft de te verwachten uitgaande kasstromen weer met betrekking tot de op de balansdatum uitstaande schulden. De post voorzieningen is onder de contractuele verplichtingen meegenomen aangezien hier merendeels contracten onder liggen. Vanwege het karakter van de verplichting en de omvang hiervan zijn de voorzieningen in dit overzicht opgenomen.
5.2.4 Kredietrisico’s Kredietrisico betreft het verlies dat zou kunnen ontstaan indien een tegenpartij in gebreke blijft bij het voldoen aan de contractuele verplichting. PZEM heeft kredietlimieten opgesteld met betrekking tot zijn externe tegenpartijen teneinde het kredietrisico te beperken. Een intern kredietbeoordelingssysteem stelt voor elke externe tegenpartij een kredietlimiet vast. Dit interne beoordelingssysteem is gebaseerd op beschikbare, gepubliceerde informatie over de betreffende onderneming of de garantsteller daarvan (jaarverslagen, creditratings, etc.). Indien de creditrating van een externe tegenpartij of de garantsteller daarvoor niet (langer) investment grade is, wordt geen (additioneel) kredietrisico geaccepteerd. Ultimo 2021 ziet de procentuele verdeling van de creditrating van de externe tegenpartijen van PZEM
Naast de hierop gebaseerde kredietlimieten hanteert PZEM verschillende instrumenten om kredietrisico’s te beheersen, waaronder het handelen onder standaardcontracten en voorwaarden,
81
Jaarbericht 2021 PZEk
het handelen via beurzen, het diversifiëren naar eindgebruikers en het vragen van aanvullende zekerheden. Voor eindgebruikers waaraan door PZEM energie wordt geleverd, wordt de kredietwaardigheid bepaald op basis van gegevens van externe informatieleveranciers. Bij bestaande klanten is ook het historische betaalgedrag een afweging voor het al dan niet aangaan van een leveringscontract. Voor een deel van de zakelijke eindgebruikers is het debiteurenrisico afgedekt door middel van een kredietverzekering. Zo nodig worden aanvullende zekerheden in de vorm van bankgarantie, waarborgsom of vooruitbetaling gevraagd.
6.
Voorraden 31-12-2021
31-12-2020
Grondstoffen
(Bedragen x EUR 1.000)
63.130
66.175
Hulpmateriaal
4.324
4.259
Eindproduct
3.664
3.641
Handelsgoederen
19.855
1.856
Totaal
90.973
75.931
Voorziening incourante voorraden
(1.392)
(1.416)
TOTAAL VOORRADEN
89.581
74.515
Van de voorraad grondstoffen per 31 december 2021 heeft een bedrag van EUR 19,8 mln. betrekking op vooruitbetalingen op splijtstofelementen. De voorraad handelsgoederen, welke bestaat uit de fysieke gasvoorraad, is zowel in volume als prijs toegenomen ten opzichte van voorgaand jaar.
7.
Vorderingen
(Bedragen x EUR 1.000)
31-12-2021
31-12-2020
Handelsdebiteuren
87.638
14.270
Nog te factureren bedragen
130.182
40.540
Belastingen Deposito's en effecten
118
12.814
327.228
355.231
Gestelde zekerheden
42.120
15.457
Vorderingen in verband met handelsposities
345.575
37.475
C02.certificaten & GvO’s
2.532
18.571
Overige en overlopende activa
9.086
11.439
944.480
505.798
TOTAAL VORDERINGEN (EXCLUSIEF DERIVATEN)
Door de verkoop van het Netwerkbedrijf en de Retail-activiteiten in 2017 heeft PZEM een significante hoeveelheid liquide middelen tot haar beschikking gekregen. De middelen worden in eerste instantie ingezet voor de operationele activiteiten. De resterende middelen worden uitgezet en belegd conform het Treasury Statuut. Deze uitzettingen en beleggingen bestaan vooral uit bancaire termijndeposito’s en obligaties en vertegenwoordigen ultimo 2021 een waarde van EUR 646,8 mln (exclusief voorziening ‘expected loss’). Van dit saldo heeft EUR 327,8 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss’) een looptijd korter dan 1 jaar. De gestelde zekerheden bestaan uit waarborgsommen en bankgaranties. Een deel van de zekerheden is verstrekt aan tegenpartijen ten behoeve van operationele activiteiten waaronder de handelsactiviteiten. Deze zekerheden zijn voornamelijk voortgekomen door de downgrade van de corporate credit rating in 2017. Dit heeft geresulteerd in de verplichting tot het verstrekken van extra zekerheden aan handelspartijen. Daarnaast zijn er garanties verstrekt als gevolg van juridische processen. Ultimo 2021 is voor EUR 53,9 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss’) aan zekerheden gesteld waarvan EUR 42,1 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss’) met een looptijd korter dan 1 jaar. 82
rbericht 2021 PZEM N
De vorderingen in verband met handelsposities, betreffen bij beurzen of tegenpartijen gestorte middelen in het kader van de handelsactiviteiten. Door de toegenomen volatiliteit in de commodity prijzen verlangen beurzen ook hogere zekerheden om bij hen aan te houden. Marginverplichtingen (die na het storten van de margin leiden tot vorderingen in verband met handelsposities) bij beurzen bestaan uit een initiële storting (Initial Margin) en afhankelijk van de marktprijsbewegingen ook het verschil tussen de contract prijs en de huidige marktprijs (Variation Margin). Wanneer beurzen vóór het in levering komen van de transactie de Variation Margin al afrekenen, wordt deze niet als aparte schuld opgenomen maar in mindering gebracht op deze vorderingen in verband met handelsposities. Op de vorderingen is een voorziening in verband met mogelijke oninbaarheid in mindering gebracht van EUR 0,4 mln. (2020: EUR 0,4 mln.). Per ultimo 2020 waren de CO2 certificaten die naar verwachting nodig waren ten behoeve van de elektriciteitsproductie van de Sloecentrale in 2021, reeds aangekocht. MUTATIES UITZETTINGEN, GESTELDE ZEKERHEDEN EN VORDERINGEN IN VERBAND MET HANDELSPOSITIES 2021
2020
Stand per 1 januari
408.163
469.573
Mutatie uitzettingen
306.916
(62.042)
(Bedragen x EUR 1.000)
(156)
632
714.924
408.163
Deposito's en effecten
327.228
355.231
Gestelde zekerheden
42.120
15.457
Vorderingen in verband met handelsposities
345.575
37.475
TOTAAL
714.924
408.163
(Bedragen x EUR 1.000)
2021
2020
Voorziening per 1 januari
447
391
Mutatie verwacht kredietverlies IFRS 9 Stand per 31 december Verdeeld in:
MUTATIES IN VOORZIENING VOOR DUBIEUZE DEBITEUREN
Onttrekking wegens oninbare vorderingen Dotatie
(51)
56
Voorziening per 31 december
396
447
De gehanteerde percentages voor ‘expected loss’ zijn per categorie van ouderdom conform onderstaand overzicht bepaald. De percentages zijn laag omdat een deel van de vorderingen verzekerd is middels een kredietverzekering. Daarnaast wordt geen percentage boven de 75% gehanteerd, omdat PZEM (een deel van) de energiebelasting en BTW kan terugvorderen indien de debiteur niet betaalt. Indien een debiteur failliet is of in een traject met een deurwaarder zit, worden alle openstaande vorderingen nu voor 75% voorzien (ongeacht hoe lang de vordering uit staat). OUDERDOMSANALYSE HANDELSDEBITEUREN (Bedragen x EUR 1.000) Ouderdom (dagen)
Verwacht kredietverlies percentage
31-12-2021
31-12-2020
Niet vervallen
0,1%
55
41
<30
0,1%
0
14
31-60
1%
0
6
61-90
15%
5
6
91-120
50%
0
8
>120
75%
298
340
individueel bepaald
75%
TOTAAL
83
37
34
396
447
Jaar'bericht 2021 PZEM N.V.
OUDERDOMSANALYSE HANDELSDEBITEUREN (Bedragen x EUR 1.000) Ouderdom (dagen)
31-12-2021
31-12-2020
Nog te factureren
130.182
40.540
<30
87.148
13.624
31-60
332
585
61-90
47
40
91-120
33
16
> 120
475
453
OPERATIONELE DEBITEUREN (BRUTO)
218.217
55.257
Voorziening voor dubieuze debiteuren
(396)
(447)
OPERATIONELE DEBITEUREN (NETTO)
217.821
54.810
8.
Liquide Middelen
(Bedragen x EUR 1.000)
31-12-2021
31-12-2020
Kas/Bank
181.760
85.829
Totaal Liquide Middelen
181.760
85.829
Onder de liquide middelen zijn de geldmiddelen opgenomen en ook kasequivalenten die zonder materieel risico van waardeverandering in liquide middelen kunnen worden omgezet.
9.
Voorzieningen Totaal
Onrendabele contracten
Personeels kosten
Amovering
Overig
BOEKWAARDE PER 1 JANUARI 2020
515.062
69.262
3.327
359.467
83.006
Terugboeking kortlopend gedeelte van voorzieningen
50.777
11.896
3.169
7.629
28.083
Dotaties
53.720
168
307
33.961
19.284
Rentedotaties
6.270
752
9
6.555
(1.047)
Vrijval
(12.842)
(11.567)
(1.275)
-
Onttrekkingen
(50.594)
(1.056)
(3.267)
351
350
0
0
404.345
83.055
(Bedragen x EUR 1.000)
Overige mutaties Boekwaarde per 31 december 2020
(46.271)
562.744
70.512
4.831
Kortlopend gedeelte van voorzieningen
(31.634)
(15.720)
(2.460)
(3.956)
(9.498)
BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020 (LANGLOPEND)
531.109
54.792
2.371
400.389
73.558
Terugboeking kortlopend gedeelte van voorzieningen
31.634
15.720
2.460
3.956
9.498
Dotaties
46.052
501
658
27.990
16.903
7.068
(902)
(1.459)
(6.893)
Rentedotaties
6.803
628
9
Vrijval
(16.042)
(15.346)
(696)
Onttrekkingen
(9.422)
-
(1.070)
Overige mutaties
0
(0)
590.135
56.295
3.732
437.944
92.163
Kortlopend gedeelte van voorzieningen
(41,625)
(11.202)
(1.542)
(4.204)
(24.676)
BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2021 (LANGLOPEND)
S48.510
45.093
2.190
433.739
67.487
Boekwaarde per 31 december 2021
(0)
-
-
-
De vrijval van de voorzieningen die binnen een jaar is gepland ad EUR 41,6 mln. (2020: EUR 31,6 mln.) is opgenomen onder de kortlopende verplichtingen.
Gehanteerde inflatieverwachting Ten behoeve van de bepaling van de hoogte van de voorzieningen is uitgegaan van een verwachte inflatie van 1,7% - 2,0% per jaar, afhankelijk van de aard en looptijd van de voorziening. Het beleid van de ECB is gericht op een inflatie van 2% per jaar of een inflatie net onder dit percentage.
Gehanteerde discontovoeten Bij de beschrijving van de voorzieningen is per categorie voorziening de gehanteerde discontovoet weergegeven. De bepaling van deze discontovoeten geschiedt op basis van IAS 37, die met betrekking tot waardering van contant gemaakte voorzieningen stelt dat de disconteringsvoet moet worden
84
ht 2021 P2EM
bepaald vóór belastingen en rekening moet houden met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting. De disconteringsvoet mag daarbij geen rekening houden met risico’s waarmee al rekening is gehouden in de schatting van toekomstige kasstromen. Voor de bepaling van de discontovoet wordt uitgegaan van de marktrentes (gebaseerd op verschillende bronnen), inclusief een opslag die afhankelijk is van de aard en duur van de voorziening en de daarbij behorende kasstromen, alsmede de omvang en het profiel hiervan. De disconteringsvoet voor de berekening van voorzieningen met een looptijd van meer dan 10 jaar bedraagt 1,7% en voor de voorzieningen die nog een korte (tot 10 jaar) looptijd hebben wordt gerekend met 1,0%. Dit is ongewijzigd ten opzichte van voorgaand boekjaar. Hieronder volgt een toelichting op de voorzieningen voor zover deze meer dan EUR 5 mln. bedragen:
Onrendabele contracten In het verleden is een voorziening getroffen voor de negatieve waarde van een aantal langlopende gascontracten. De kosten van transport- en opslagcapaciteit zijn gebaseerd op (langjarige) contractuele afspraken. De optimalisatie-opbrengsten van de transport- en opslagcontracten zijn gebaseerd op historische rendementen, in combinatie met reeds gecontracteerde posities per balansdatum en een inschatting van toekomstige opbrengsten.' Voor de tollingcontracten met proportioneel geconsolideerde groepsmaatschappijen (gezamenlijke bedrijfsactiviteiten) wordt de boekwaarde van de groepsmaatschappij afgezet tegen de contante waarde van de toekomstige kasstromen die uit het tollingcontract en de groepsmaatschappij (dividend) verwacht worden. Voor het tollingcontract met de Sloecentrale is geen voorziening noodzakelijk op basis van de prijsontwikkelingen van elektriciteit en brandstofcomponenten die zijn gebaseerd op de onafhankelijke prijscurves. Daartoe is de uitkomst van de berekening afgezet tegen de boekwaarde. Voor het tollingcontract met de kerncentrale is eveneens geen voorziening noodzakelijk wanneer de uitkomst van de berekening wordt afgezet tegen de boekwaarde.
De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van het bestaande tollingcontract, het exploitatie- en investeringsplan van de kerncentrale tot en met 2033, de per balansdatum reeds gelockte posities en de actuele prijscurve voor elektriciteit. Voor de eerstkomende drie jaren is uitgegaan van de forwardprijzen per balansdatum, omdat de prijzen voor deze periode op liquide markten tot stand zijn gekomen en PZEM actief handelt op deze markten. Belangrijkste onzekerheid bij de voorziening onrendabele contracten betreft de veronderstelde prijsontwikkeling van elektriciteit, gas en CO2. De toekomstige prijscurves zijn verkregen van een onafhankelijk bureau en betreffen de Q3 2021 prognoses. De bron die PZEM hanteert voor de onafhankelijke prijscurves is een gerenommeerd instituut dat per kwartaal een onderbouwde visie op de ontwikkelingen van de verschillende prijscurves uitgeeft en die veel wordt gebruikt in de markt. Het onafhankelijke bureau verstrekt altijd een drietal scenario’s, te weten een Central, High en Low scenario. PZEM is van mening dat de Central-prijscurve de beste inschatting is van de prijzen voor de jaren waarvoor geen liquide markt bestaat. De overige gas-gerelateerde activiteiten betreffen de verkoop van gas aan eindgebruikers.