CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Brief aan de raad - Vaststelling 3de herziening kruimelgevallenregeling

Commissie Ruimte/AB 5 september 2023, gemeente SluisBij agendapunt: D-brieven (kennisnemen van de antwoorden en mededelingen vanuit het college)12.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Siuis Ingekomen

26 JULI 2023 gemeentesLuis NR.

Aan de leden van de raad van Sluis

Postadres: Postbus 27 4500 AA Oostburg Bezoekadres: Nieuwstraat 22 4501 BD Oostburg Telefoon 140117 Telefoon +31 (0)117 457 000 Telefax +31 (0)117 452 241

23.0005810

Inkomende documenten Gemeente Sluis

IBAN: NL33INGB0661900169 BIC code: INGBNL2A BTW-nummer: 811046321B01 www.gemeentesluis.nl info@gemeentesluis.nl

ons kenmerk

ED/U/2023

2 3-0005^2.1^

uw brief d.d. uw kenmerk behandeld door

: M.A. den Boeft

doorkiesnummer

:140117

onderwerp

: vaststelling 3de herziening kruimelgevallenregeling

bijlage(n)

: Twee

Oostburg,

2 5 JUL 2023 Geachte heer I mevrouw, Met deze brief wensen wij u te informeren dat wij de derde herziening van de beleidsregels ‘planologische afwijkingsrmogelijkheden gemeente Sluis’ (hierna: de beleidsregels) hebben vastgesteld. Met deze brief wensen wij uw raad te informeren over de aanpassingen die wij doorgevoerd hebben in onze beleidsregels. Achtergrond Sinds de vaststelling van de 2de herziening van de beleidsregels zijn een aantal beleidsstukken vastgesteld door uw raad die invloed hebben op onze beleidsregels. Wij verwijzen hierbij naar de vaststelling van het Kader recreatief nachtverblijf en de Welstandnota 2022. Wij hebben de aanpassingen volgend uit deze beleidsstukken verwerkt in onze beleidsstukken. Volledigheidshalve merken wij op dat deze beleidsregels in principe tot 1 januari 2024 gelden tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is (in principe) de laatste onderhoudsronde van de beleidsregels. Aanpassingen Wij hebben onze beleidsregels op de volgende onderdelen aangepast: Welstandnota 2022 Op 23 maart 2023 heeft uw raad de Welstandnota 2022 vastgesteld. Naar aanleiding van de vaststelling van de Welstandnota 2022 hebben wij de volgende aanpassingen doorgevoerd in onze beleidsregels: 1. De eisen uit de Welstandnota zijn komen te vervallen voor erfafscheidingen.

De verwijzing in artikel 3.3 onderdeel 3, lid 2 Erfafscheidingen naar de geldende voorwaarden in de Welstandnota komen zodoende te vervallen. 2. Bij onderdeel 3.3 onderdeel 5 (antennemasten) wordt de voorwaarde geschrapt dat een positief advies nodig is van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Dit in verband met het opnemen van de afwijkingsbevoegdheid in de Welstandnota voor ons om af te kunnen wijken van een negatief advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit.

Pag. 1! 3

Vergroten recreatiewoning op een verblijfsrecreatieterrein In het Kadernota recreatief nachtgebruik is opgenomen dat voor een aantal verblijfsrecreatieve parken de oppervlakte van de recreatiewoningen mag worden vergroot tot maximaal 130m2 in plaats van de huidige 90m2. Om verzoeken voor uitbreidingen van recreatiewoning gelijkluidend op te pakken hebben wij hiervoor een regeling opgenomen in onze beleidsregels. Wij hebben de volgende regeling opgenomen in onze beleidsregels:

IV.

Een uitbreiding van een recreatiewoning op een verblijfsrecreatief terrein uitbreiding van een recreatiewoning is uitsluitend toegestaan indien deze gelegen is op een verblijfsrecreatief park dat als zodanig is bestemd in het vigerende bestemmingsplan; de recreatiewoning is gelegen op een verblijfsrecreatief terrein dat in aanmerking komt voor uitbreiding van de recreatiewoningen zoals aangeduid in de Kadernota recreatief verblijf; de maatvoering van de uitbreiding qua oppervlakte en ínhoud van de recreatiewoning en de toegestane aantal uit te breiden recreatiewoningen voldoen aan de Kadernota recreatief verblijf; de goothoogte en bouwhoogte voldoen aan de bouwregels voor een hoofdgebouw volgend uit het vigerende bestemmingsplan voor het desbetreffende perceel.

Geen toevoeging van recreatieappartementen Het is gebleken dat het mogelijk is om recreatieappartementen toe te voegen aan bestaande gebouwen onder toepassing van artikel 3.3 onderdeel 9 (wijzigen gebruik) van onze beleidsregels. Wij vinden dit beleidsmatig onwenselijk om lettende op de opdracht vanuit raad om een evenwicht te zoeken tussen het toerisme en de maatschappelijke impact hiervan op de leefbaarheid in de kernen. Hierop lettende hebben we besloten om de toevoeging van verblijfsrecreatieve appartementen nadrukkelijk uit te sluiten in artikel 3.3 onderdeel 9 lid 7 van de beleidsregels. Overige aanpassingen Naast de bovenstaande aanpassingen hebben we de volgende ondergeschikte aanpassingen doorgevoerd in de beleidsregels: * In artikel 3.1 van de beleidsregels wordt verwezen naar het vastgestelde parkeernormenbeleid gemeente Sluis in plaats van de CROW-kengetallen. * In artikel 3.3 onderdeel 4, deel III uitbreiding hoofdgebouw wordt verwezen naar de geldende bouwmaten uit het bestemmingsplan voor een woning. * In artikel 3.3 onderdeel 8 van de beleidsregels wordt de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers toegevoegd. * In artikel 4.2 lid 2 van de beleidsregels is het overgangsrecht geactualiseerd. Als bijlage bij deze brief vindt u de derde herziening van de beleidsregels.

Geconsolideerde versie Wij hebben de tweede en derde herziening van onze beleidsregels verwerkt in een nieuwe geconsolideerde versie van onze beleidsregels. We hebben de geconsolideerde versie van onze beleidsregels als bijlage bij onze brief gevoegd. Inspraak Wij hebben, onder toepassing van artikel 2A lid 3 onder a van de Inspraakverordening gemeente Sluis, besloten om geen inspraak toe te passen voor de vaststelling van de 3de herziening van de beleidsregels. De reden hiertoe is dat we primair vastgesteld beleid hebben verwerkt in de beleidsregels welke met inspraak zijn vastgesteld.

Pag. 2 I 3

gemeentesLUis

C"

Wij gaan er vanuit dat wij u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN «SLUIS,

3de herziening ‘beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Sluis’ Vanwege de vaststelling van de Kadernota recreatief verblijf en de Welstandnota 2022 wordt de beleidsregels ‘planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Sluis (2de herziening) gewijzigd op de volgende onderdelen: Artikel 1 De tekst van paragraaf 1.2 van de beleidsregels wordt als volgt gewijzigd: “Sinds de vaststelling van de beleidsregels ‘planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Sluis’ zijn drie herzieningen vastgesteld van de beleidsregels. Hieronder wordt kort omschreven welke aanpassingen doorgevoerd zijn met de herzieningen van de beleidsregels ‘planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Sluis’: 1) Toevoeging van beleidsregels omtrent huisvesting tijdelijke werknemers volgend uit de beleidsnotitie ‘huisvesting tijdelijke werknemers’ en een aantal ondergeschikte aanpassingen; 2) Toevoeging van beleidsregels omtrent de toeristische verhuur van een woning volgend uit het beleidskader ‘Toeristische verhuur 2022’. 3) Toevoeging van beleidsregels omtrent uitbreiding verblijfsrecreatieve woning op een verblijfsrecreatieterrein volgend uit de kadernota recreatief verblijf en een aantal ondergeschikte wijzigingen.

Daarnaast zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd die volgen uit de vaststelling van de Welstandnota 2022.’’ Artikel 2 lid 1 In artikel 3.1 lid 3 waarborging ruimtelijke kwaliteit wordt als volgt gewijzigd: “er moet verzekerd worden dat er voldoende parkeergelegenheid in stand wordt gehouden en/of in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Voor het bepalen van de parkeerbehoeñe wordt aansluiting gezocht bij de CROW-normen;” wordt gewijzigd in: “er moet verzekerd worden dat er voldoende parkeergelegenheid in stand wordt gehouden en/of in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. De parkeerbehoeñe wordt bepaald aan de hand van het geldende parkeernormenbeleid gemeente Sluis. ” Artikel 2 lid 2 Artikel 3.3 onderdeel 1 - III. Een uitbreiding van het hoofdgebouw of een bijbehorend bouwwerk BINNEN EN BUITEN DE BEBOUWDE KOM wordt als volgt gewijzigd: “de goothoogte maximaal 3,5 meter en de totale hoogte maximaal 5 meter bedraagt;" wordt gewijzigd in: “ de goothoogte en bouwhoogte voldoen aan de bouwregels voor een hoofdgebouw volgend uit het vigerende bestemmingsplan voor het desbetreffende perceel Artikel 2 lid 3 Onder vernummering wordt aan artikel 3.3 onder 1 het volgende lid toegevoegd: “IV.

Een uitbreiding van een recreatiewoning op een verblijfsrecreatief terrein - uitbreiding van een recreatiewoning is uitsluitend toegestaan indien deze gelegen is op een verblijfsrecreatief park dat als zodanig is bestemd in het vigerende bestemmingsplan; - de recreatiewoning is gelegen op een verblijfsrecreatief terrein dat in aanmerking komt voor uitbreiding van de recreatiewoningen zoals aangeduid in de Kadernota recreatief verblijf; - de maatvoering van de uitbreiding qua oppervlakte en ínhoud van de recreatiewoning en de toegestane aantal uit te breiden recreatiewoningen voldoen aan de Kadernota recreatief verblijf; - de goothoogte en bouwhoogte voldoen aan de bouwregels voor een hoofdgebouw volgend uit het vigerende bestemmingsplan voor het desbetreffende perceel.”

Artikel 2 lid 4: In artikel 3.3 onderdeel 3 lid 2 erfafscheiding wordt de volgende passage geschrapt: “Voor een erfafscheiding kan afwijking van het bestemmingsplan worden verleend als voldaan is aan de criteria voor erfafscheidingen, zoals opgenomen in de op dat moment geldende nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Sluis." Artikel 2 lid 5: In artikel 3.3 onderdeel 5 Antenne-installaties wordt het volgende lid verwijderd: “g) antennemasten mogen alleen worden geplaatst bij een positief advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit.” Artikel 2 lid 6: Aan artikel 3.3 onderdeel 8 Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied wordt het volgende lid toegevoegd: “e) de aanleg van ondergrondse afvalcontainers.” Artikel 2 lid 7: Aan artikel 3.3 onderdeel 9 lid 7 wordt het volgende lid toegevoegd: “f) Verzoeken tot toevoeging van verblijfsrecreatieve appartementen.” Artikel 2 lid 8: Aan artikel 4.2 wordt het volgende lid toegevoegd: “4.

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de derde herziening van de beleidsregels een aanvraag om afwijking van het bestemmingsplan is ingediend, dan zijn daarop de beleidsregels zoals geldende tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze derde herziening van toepassing, tenzij toepassing van deze derde herziening ruimere toepassingsmogelijkheden biedt.” Oostburg, 18 juli 2023 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden Gemeente Sluis (3de herziening) Beleidsregels artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 20 van de Wabo en bijlage 2, hoofdstuk IV Bor gemeente Sluis

Vastgesíeld door hei college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 30 april 2019. Gewijzigd in de vergadering van 14 juli 2020, 8 maart 2021 en 18 juli 2023.

1

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

2

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Artikel 1 INLEIDING 1.1. 1.2. 1.3.

Aanleiding Eerste, tweede en derde herziening beleidsregels Leeswijzer

Artikel 2 KADER ARTIKEL 2.12 LID 1 ONDER A ONDER 2o JUNCTO ARTIKEL 4 VAN BIJLAGE II Bor 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

Kader planologische afwijkingsmogelijkheden Zorgvuldigheidsbeginsel Bevoegdheid Reguliere voorbereidingsprocedure Belangenafweging

Artikel 3 BELEIDSREGELS 3.1. Algemene regels 3.2. Specifieke regels 3.3. Uitwerking Artikel 4 Bijlage II Bor een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding ervan Onderdeel 1 een gebouw t.b.v. infrastructurele of openbare voorzieningen Onderdeel 2 bouwwerken, geen gebouw zijnde Onderdeel 3 dakkapellen, dakopbouwen of gelijksoortige uitbreiding van Onderdeel 4 een gebouw dan wel uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard antenne-installatie Onderdeel 5 installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekracht­ Onderdeel 6 koppeling installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame Onderdeel 7 energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende Onderdeel 8 herinrichting van openbaar gebied wijzigen gebruik bouwwerken eventueel in samenhang met Onderdeel 9 bouwactiviteiten gebruik van een recreatiewoning voor bewoning Onderdeel 10 Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de Onderdeel 11 onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste 10jaar Artikel 4

ALGEMENE BEPALINGEN EN OVERGANGSRECHT

Artikel 5:

CITEERTITEL

Artikel 6:

INWERKINGTREDING

Bijlage A: Bijlage B: Bijlage C: Bijlage D: Bijlage E: Bijlage F:

begrippen wijze van meten bebouwde kom grenzen voorbeeld opzet ruimtelijke onderbouwing planschade overeenkomst horecabeleid Sluis

3

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

ARTIKEL 1. INLEIDING 1.1. Aanleiding Aan relatief kleine afwijkingen van een bestemmingsplan kan het college van Burgemeester en Wethouders medewerking verlenen. Sinds 1 oktober 2010 is de bevoegdheid opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). In artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 20 Wabo en in hoofdstuk IV van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) is een opsomming gegeven van gevallen waarin het college bevoegd is af te wijken van het bestemmingplan. Het gaat daarbij om gevallen die van geringe planologische betekenis zijn en bouwtechnisch veelal niet van ingrijpende aard, de zgn. planologische afwijkingsmogelijkheden. Het is wenselijk om beleidsregels op te stellen, zodat de toepassing van de afwijkingsmogelijkheid op een eenduidige, transparante en efficiënte manier kan plaatsvinden. De beleidsregels worden aangepast omdat het beleid ruim 3 jaar van toepassing is en het wenselijk is om de beleidsregels beter op de praktijk en het gemeentelijke beleid af te stemmen. In overeenstemming met artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, kunnen deze beleidsregels door burgemeester en wethouders worden vastgesteld, aangezien dit bestuursorgaan bevoegd is om de in deze artikelen bedoelde omgevingsvergunning voor planologische afwijkingsmogelijkheden te verlenen.

De beleidsregels hebben op grond van artikel 2a van de Inspraakverordening gemeente Sluis met ingang van 14 maart 2019 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. De "Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden d.d. 28 april 2015" worden hiermee ingetrokken. In de plaats daarvan treedt onderliggende "Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden" in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking. 1.2. Eerste, tweede en derde herziening beleidsregels ‘planologische afwijkingsmogelijkheden Gemeente Sluis’ Sinds de vaststelling van de beleidsregels ‘planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Sluis’ zijn drie herzieningen vastgesteld van de beleidsregels. Hieronder wordt kort omschreven welke aanpassingen doorgevoerd zijn met de herzieningen van de beleidsregels ‘planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Sluis’: 1) Toevoeging van beleidsregels omtrent huisvesting tijdelijke werknemers volgend uit de beleidsnotitie ‘huisvesting tijdelijke werknemers’ en een aantal ondergeschikte aanpassingen; 2) Toevoeging van beleidsregels omtrent de toeristische verhuur van een woning volgend uit het beleidskader Toeristische verhuur 2022’.

3) Toevoeging van beleidsregels omtrent uitbreiding verblijfsrecreatieve woning op een verblijfsrecreatieterrein volgend uit de kadernota recreatief verblijf en een aantal ondergeschikte wijzigingen. Daarnaast zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd die volgen uit de vaststelling van de Welstandnota 2022.

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

1.3.

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt eerst ingegaan op het kader van gevallen bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 20 Wabo juncto artikel 4 van bijlage II Bor. Daarbij wordt behalve een korte toelichting op het beleid om af te wijken van planologische afwijkingsmogelijkheden ook ingegaan op de zorgvuldigheid, de bevoegdheid, de belangenafweging en de procedure die gevolgd moet worden bij een omgevingsvergunning. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de beleidsregels behandeld. Deze beleidsnota gaat vergezeld van bijlagen. In bijlage A staan de benodigde begrippen benoemd. In bijlage B wordt de wijze van meten beschreven. In bijlage C wordt verwezen hoe de bebouwde kom grens kan worden geraadpleegd. In bijlage D wordt een voorbeeld van de opzet voor een ruimtelijke onderbouwing weergegeven. Bijlage E bevat de opzet van een planschade overeenkomst. In bijlage F is het horeca beleid Sluis terug te vinden.

5

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

ÂRTfKEl 2. KADER ARTIKEL 2.12 LSD11 ONDER A ONDER 2o JUNCTO ARTIKEL 4 VAN BIJLAGE IS Bor 2.1.

Kader planologische afwijkingsmogelijkheden

Op grond van artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo is een omgevingsvergunning verplicht indien het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd is met het bestemmingsplan. In artikel 2.12 lid 1 WABO staat een drietal gevallen waarin een omgevingsvergunning kan worden verleend, indien de activiteit strijdig is met het bestemmingsplan: a .

„

Lid 1 sub a onder 10 Wabo: met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking ^ binnenplanse ontheffing); Lid 1 sub a onder 20 Wabo: regelt dat een omgevingsvergunning kan verleend worden in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. Het gaat hier om de planologische afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in artikel 4 van bijlage II Bor; Lid 1 sub a onder 30 Wabo: overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

In geval een aanvraag om een omgevingsvergunning in strijd is met het bestemmingsplan, beheersverordening of inpassingsplan en geen medewerking mogelijk is met behulp van een binnenplanse afwijking, dan bestaat de mogelijkheid om medewerking te verlenen in de bij Algemene Maatregel van Bestuur (Amvb) aangewezen gevallen. De genoemde Amvb is het Besluit Omgevingsrecht (Bor), die in artikel 4 van bijlage II de categorieën van gevallen noemt waarin toch omgevingsvergunning kan worden verleend op grond artikel 2.12, lid 1, sub a onder 2 van de Wabo. De voorliggende beleidsregels hebben betrekking op planologische afwijkingsmogelijkheden voor deze categorieën van gevallen. WETTELIJK KADER Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2C, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: 1. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de

2.

3.

4. 5. 6.

bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; b. de oppervlakte niet meer dan 150 m2; een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2; een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2; een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard; een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;

___________________________ Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

7.

8. 9.

10.

11.

__

een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocédé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procédé genoemde nevenbestanddelen; het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers; het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen; b. de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden, c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d.

de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar

Deze nota behandelt de "Planologische afwijkingsmogelijkheden "als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 20 Wabo.

2.2.

Zorgvuldigheidsbeginsel

Beslissingen op verzoeken om omgevingsvergunning ex artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo voor gevallen als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 20 Wabo juncto artikel 4 van bijlage II Bor, moeten op zorgvuldige wijze tot stand komen. Dit zorgvuldigheidsbeginsel volgt uit artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb). Hierbij hoort tevens een gedegen belangenafweging en een goede motivering van het besluit.

2.3.

Bevoegdheid

De mogelijkheid om een omgevingsvergunning ex artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo voor gevallen als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 20 Wabo juncto artikel 4 te verlenen is geen 'verplichting', maar een 'bevoegdheid' met een afweging per individueel geval. Beleidsregels zijn hierbij een hulpmiddel. In het beginsel handelt het college van burgemeester en wethouders conform dit beleid, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn, in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Een omgevingsvergunning als hier bedoeld, dient dan ook niet als een recht beschouwd te worden.

7

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

2.4

Reguliere voorbereidingsprocedure

De Wabo onderscheidt twee voorbereidingsprocedures: de reguliere en de uitgebreide. Regel bij het te bepalen van de te volgen procedure is dat de reguliere voorbereidingsprocedure wordt gevolgd, tenzij anders is bepaald. In artikel 3.10 Wabo staat expliciet aangegeven wanneer de uitgebreide voorbereidingsprocedure moet gevolgd worden. Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 en 2 Wabo niet in artikel 3.10 worden genoemd, betekent dit dat deze planologische afwijkingsmogelijkheden onder de reguliere voorbereidingsprocedure vallen. Dat wil zeggen een termijn van 8 weken met de mogelijkheid deze eenmaal met 6 weken te verlengen. Binnen deze termijnen moet besluitvorming plaatsvinden. 2.5. Belangenafweging Voor de goede orde wordt opgemerkt dat afwijken van het bestemmingsplan een bevoegdheid is en geen verplichting. Het bevoegd gezag beschikt over een ruime mate van beleidsvrijheid bij een beslissing om al dan niet van deze bevoegdheid gebruik te maken. Aan het verlenen van medewerking aan activiteiten die vallen onder de in het Bor aangegeven planologische afwijkingsmogelijkheden, dient een afweging van alle rechtstreeks bij het besluit betrokken relevante (ruimtelijke) belangen vooraf te gaan. Hierbij wordt altijd getoetst aan alle voorwaarden opgenomen in de algemene regels (artikel 3.1 in dit document) en de specifieke regels ( artikel 3.2. in dit document).

Deze beleidsregels geven de kaders aan waarbinnen het uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, in de regel wenselijk wordt geacht medewerking te verlenen. Aanvrager moet dit schríftelijk aantonen, de gemeente toetst, of aan alle voorwaarden wordt voldaan. In individuele gevallen kan het toepassen van de afwijkingsmogelijkheid evenwel een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken betekenen waardoor planologische medewerking op grond van deze beleidsregels niet mogelijk is.

8

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

ARTIKEL 3. BELEIDSREGELS Voor aanvragen voor activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan, een beheersverordening of een inpassingsplan hanteren Burgemeester en wethouders de in dit artikel 3 genoemde regels bij het verlenen van een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wabo en verwijzend naar artikel 4 van Bijlage II van het Bor.

3.1. Algemene regels De volgende voorwaarden gelden voor alle gevallen:

1.

Bestaand ruimtelijk beleid

De aanvraag is uitvoerbaar volgens de geldende of in ontwerp neergelegde wet- en regelgeving van rijk, provincie, waterschap en gemeente: 2. Anticiperen nieuw bestemmingsplan Bij ieder verzoek dat in strijd is met het geldende bestemmingsplan en valt onder de in artikel 4 bijlage II Bor opgenomen gevallen, wordt onderzocht of een herziening wordt voorbereid en in welk stadium dit plan zich bevindt. In de afweging wordt meegenomen of het verzoek zal passen binnen het nieuwe bestemmingsplan en geanticipeerd kan worden op de nieuwe situatie. Op het moment dat het ontwerp van het nieuwe bestemmingsplan ter inzage is gelegd, kan in de motivering van de ontheffing daarnaar worden verwezen.

3.

Waarborging ruimtelijke kwaliteit

In alle gevallen zal er bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid sprake moeten zijn van een verantwoord stedenbouwkundige nieuwe situatie. Hiervan is onder andere sprake indien: het aantal woningen mag niet toenemen; medewerking aan het verzoek niet tot gevolg heeft dat het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld wordt aangetast; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; de vormgeving/uitvoering voldoet aan de criteria opgenomen in de nota ruimtelijke kwaliteit (bij twijfel kan het plan voorgelegd worden aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, dan is het advies van deze commissie de afweging) Hiertoe kan iedere aanvraag om omgevingsvergunning met ruimtelijke consequenties ter goedkeuring aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit- en aan de monumentencommissie worden voorgelegd en; Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen en; er geen sprake is van onevenredige toename van de verkeersbelasting en parkeerdruk ten opzichte van het bestaande gebruik en; er moet verzekerd worden dat er voldoende parkeergelegenheid in stand wordt gehouden en/of in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van het geldende parkeernormenbeleid gemeente Sluis.

de verschillende functies in de omgeving geen significante hinder van elkaar zullen ondervinden en/of bestaande toegestane functies belemmerd zullen worden in hun doelmatig gebruik.

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

4. Afweging individueel en algemeen belang Bij ieder verzoek om af te wijken van het bestemmingsplan wordt onderzocht hoe het individuele belang van de aanvrager zich verhoudt tot het door de gemeente te bewaken algemene belang. Hierbij spelen aspecten als openbare orde, veiligheid (waaronder brandveiligheid, sociale veiligheid, verkeersveiligheid), leefbaarheid, landschapsschoon en natuur een rol. 5. Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid Bij de beoordeling van ieder verzoek om af te wijken van het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de beginselen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Juist omdat het bij dergelijke verzoeken gaat om een individuele concrete situatie in tegenstelling tot de integrale ruimtelijke benadering bij een herziening van een bestemmingsplan wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de consequenties van het verzoek voor de omgeving en omwonenden. De effecten voor de aangrenzende percelen dienen voor zover mogelijk in beeld te worden gebracht.

Ook in situaties die niet in het nader beleid worden genoemd, maar waar specifieke omstandigheden aanwezig zijn, op grond waarvan vergunningverlening valt te overwegen, geldt bij de besluitvorming een zwaardere motiveringseis (een nadere ruimtelijke onderbouwing) Bij strijdigheid met één van deze elementen kan in principe géén medewerking worden verleend aan het verzoek, tenzij strikte randvoorwaarden worden verbonden aan de afwijking van het bestemmingsplan en omgevingsvergunning ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit 6. Economische uitvoerbaarheid- planschade Planschade zoals bedoeld in artikel 6.1.van de Wet ruimtelijke ordening, is zowel vermogensschade (waardevermindering van onroerende zaken) als inkomensschade, die ontstaat na wijziging van de planologische situatie. Via die planologische wijziging wordt een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Zo'n wijziging is bijvoorbeeld het verlenen van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. De omvang van schade wordt bepaald door de nieuwe planologische situatie met de oude te vergelijken. Of er daadwerkelijk schade is en hoe hoog deze uiteindelijk blijkt te zijn, is op voorhand niet voorzienbaar. De gemeente Sluis hanteert het principe dat de veroorzaker van die eventuele schade deze dient te vergoeden. Het is tenslotte niet redelijk om die schade op de maatschappij af te wentelen.

Daarom sluit de gemeente bij de aanvraag omgevingsvergunning een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling (zie bijlage E). Dit om de eventuele schade op deze initiatiefnemer te verhalen. De planschadeovereenkomst dient bij de aanvraag omgevingsvergunning afgesloten te worden (dus voor vergunningverlening). Met deze overeenkomst is dan de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij op voorhand vaststaat dat er geen sprake kan zijn van planschade. In die gevallen kan het college afzien van het sluiten van een planschadeovereenkomst.

10

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

3.2. Specifieke regels Aanvullend op de algemene regels geldt dat in principe alleen aan een vergunningsaanvraag wordt meegewerkt als ook wordt voldaan aan de van toepassing zijnde specifieke regels. Per onderdeel van artikel 4 van Bijlage II van het Bor (de onderdelen 1 t/m 11) worden in de volgende paragrafen de specifieke regels opgenomen. Hierbij wordt eerst de wettekst in een grijs kader benoemd. Deze wettekst geeft de uiterste grenzen aan waarbinnen afgeweken kan worden. Vervolgens worden de te hanteren specifieke regels benoemd. Dit is de invulling die de Gemeente Sluis geeft aan de mogelijkheden die de wet biedt.

I

11

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

3.3

Uitwerking Artikel 4 Bijlage II Bor

Onderdeel 1

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding ervan i V

/ř Het wetteliik kader (artikel 4. eerste lid van Bijlage II Bor) luidt als volgt:

\-

-

įp

Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2”, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komt een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding ervan, mits voor zover gelegen buiten de bebouwde kom en er wordt voldaan aan de volgende eisen: a. níet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; b. PHH de oppervlakte niet meer dan 150 m2: j Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels: * EEN BIJBEHORENDE BOUWWERK BINNEN DE BEBOUWDE KOM

L

Een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied;

ii.

1.

Erkers aan een woning op het voorerfgebied, mits het profiel van de straat, respectievelijk het straatbeeld, dit toelaat en voorts wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: * de voorgevellijn met niet meer dan 1,50 meter wordt overschreden en; » de breedte maximaal 50o7o van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt met een maximum van 3,5 meter en; ® de hoogte maximaal 3 meter bedraagt.

2.

Luifels mits wordt voldaan aan de voorwaarden: ® de voorgevellijn met niet meer dan 1,50 meter overschrijden en; ® de breedte maximaal anderhalf maal de breedte van de bestaande belijning van het deurkozijn bedraagt.

3.

Carport mits wordt voldaan aan de voorwaarden: ® de hoogte maximaal 3,30 meter bedraagt en; ® de breedte maximaal de breedte van de garage of een daarmee gelijk te stellen bestaand ( gedeelte) bouwwerk bedraagt en; ® de voorgevellijn met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden.

Een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied; Bij vrijstaande woningen bedraagt de afstand van alle gebouwen op het perceel tot de zijdelingse perceelsgrens aan ten minste één zijde minimaal 3 meter en; De afstand tussen een vrijstaand gebouw en het hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 meter en ; De totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken gelegen op het achtererfgebied is afhankelijk van de totale perceelsgrootte, met dien verstande dat maximaal 40o7o mag worden bebouwd en: ®

®

bij aaneengesloten percelen kleiner of gelijk dan 1.000 m2, de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 60 m2 bedraagt; bij aaneengesloten percelen met een omvang van meer dan 1.000 m2 en kleiner of gelijk dan 2.500 m2, de gezamenlijke

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

®

m

-

oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 90 m2 bedraagt; bij aaneengesloten percelen met een omvang van meer dan 2.500 m2, de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 120 m2 bedraagt; de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 meter en de totale hoogte maximaal 5 meter.

het achtererfgebied ( inclusief het zijerfgebied) niet meer dan 5007o wordt volgebouwd.

III.

Deze specifieke beleidsregels gelden (in principe) voor gronden die voor

bebouwing in aanmerking komen; IV.

Het beoogde gebruik van het bijbehorend bouwwerk mag niet afwijken van het bestaand gebruik van het hoofdgebouw; tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 9.

Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

13

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

* EEN BIJBEHOREND BOUWWERK BUITEN DE BEBOUWDE KOM

I.

Een bijbehorend bouwwerk ín het voorerfaebied; 1.

Erkers aan een woning op het voorerfgebied, mits het profiel van de straat respectievelijk het straatbeeld dit toelaat en voorts wordt voldaan aan de volgende voorwaarden ® de voorgevellijn met niet meer dan 1,50 meter wordt overschreden en; « de breedte maximaal 50o7o van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt met een maximum van 3,5 meter en; » de hoogte maximaal 3 meter bedraagt.

2.

Luifels mits wordt voldaan aan de voorwaarden: « de voorgevellijn met niet meer dan 1,50 meter overschrijden en; » de breedte maximaal anderhalf maal de breedte van de bestaande belijning van het deurkozijn bedraagt.

3.

Carport mits wordt voldaan aan de voorwaarden: * de hoogte maximaal 3,30 meter bedraagt en; ® de breedte maximaal de breedte van de garage of een daarmee gelijk te stellen bestaand ( gedeelte) bouwwerk bedraagt en; ® de voorgevellijn met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden.

Overige typen bouwwerken zijn enkel in het achter- en zijerfgebied toegestaan conform de voorwaarderi zoals gesteld in dit beleid;

II.

Een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied; bij vrijstaande woningen bedraagt de afstand van alle gebouwen op het perceel tot de zijdelingse perceelsgrens aan ten minste één zijde minimaal 3 meter en; de afstand tussen een vrijstaand gebouw en het hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 meter en ; de totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken gelegen op het achtererfgebied is afhankelijk van de totale perceelsgrootte, met dien verstande dat en: ® bij percelen kleiner of gelijk dan 1.000 m2, de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 60 m2 bedraagt; ® bij percelen groter dan 1.000 m2 en kleiner of gelijk dan 2.500 m2, de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 90 m2 bedraagt; « bij percelen groter dan 2.500 m2, de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 120 m2 bedraagt; « de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 meter en de totale hoogte maximaal 5 meter. het achtererfgebied ( inclusief het zijerfgebied) niet meer dan 50o7o wordt volgebouwd.

14

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

lil.

Een uitbreiding van het hoofdgebouw of een bijbehorend bouwwerk BINNEN EN BUITEN DE BEBOUWDE KOM ^ -

-

ļ

Uitbreiding..VMM.î.boofdgeboųw.MITS;

de ínhoud van een woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, ten hoogste 1000 m3 bedraagt, mits de woning stedenbouwkundig goed past in zijn omgeving; de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 meter bedraagt, bij vrijstaande woningen de afstand van alle gebouwen op het perceel tot de zijdelingse perceelsgrens aan ten minste één zijde minimaal 3 meter bedraagt; de goothoogte en bouwhoogte voldoen aan de bouwregels voor een hoofdgebouw volgend uit het vigerende bestemmingsplan voor het desbetreffende perceel; de oppervlakte van de uitbreiding niet meer dan 150 m2 bedraagt.

IV.

Een uitbreiding van een recreatiewoning op een verbiljfsrecreatief terrein uitbreiding van een recreatiewoning is uitsluitend toegestaan indien deze gelegen is op een verbiljfsrecreatief park dat als zodanig is bestemd in L

-

-

het vigerende bestemmingsplan; de recreatiewoning is gelegen op een verbiljfsrecreatief terrein dat in aanmerking komt voor uitbreiding van de recreatiewoningen zoals aangeduid in de Kadernota recreatief verblijf; de maatvoering van de uitbreiding qua oppervlakte en Ínhoud van de recreatiewoning en de toegestane aantal uit te breiden recreatiewoningen voldoen aan de Kadernota recreatief verblijf; de goothoogte en bouwhoogte voldoen aan de bouwregels voor een hoofdgebouw volgend uit het vigerende bestemmingsplan voor het desbetreffende perceel.

V.

Deze specifieke beleidsregels gelden (in principe) voor gronden die voor bebouwing in aanmerking komen;

VI.

Het beoogde gebruik van het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan mag niet afwijken van het bestaand gebruik van het hoofdgebouw.

Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

15

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Qnderdee! 2 een gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen Het wetteliik kader (artikel 4. tweede lid van Bijlage II Bor) luidt als volgt: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerstť lid, onder a, onder 20, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening word afgeweken, komt in aanmerking: » een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2;

Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

16

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Onderdeel 3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Het wetteliik kader (artikel 4. derde lid van Bijlage II Bor) luidt als volgt: Een afwijking van het bestemmingsplan is alleen mogelijk voor bouwwerken , geen gebouwen zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk die voldoen aan de volgende eisen: niet hoger dan 10 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m2;

j

De categorie 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde' ziet op een veelheid aan bouwwerken, waarvoor niet in algemene zin beleidsregels zijn op te stellen. Daarom is ervoor gekozen om enkel voor bepaalde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waar regelmatig aanvragen voor binnenkomen beleid op te stellen. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvoor geen beleidsregels zijn opgesteld zal per aanvraag worden beoordeeld of afŵijken van het bestemmingsplan noodzakelijk en aanvaardbaar is. Hierbij zal onder meer naar de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid van het initiatief gekeken worden. Voor de onderstaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn beleidsregels opgenomen:

1.

Boomhut

Voor een boomhut geldt de volgende voorwaarde: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.

2.

Erfafscheiding

Voor erfafscheidingen hoger dan 1,25m voor de voorgevelrooilijn wordt niet afgeweken, met uitzondering op gronden met een bedrijfsbesíemming.

3.

Overkapping

Voor een overkapping kan afwijking van het bestemmingsplan worden verleend als voldaan is aan de criteria voor overkappingen, zoals opgenomen in de op dat moment geldende nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Sluis. 1. Voor horeca terrasoverkappingen gelden de volgende eisen: - er mag geen sprake zijn van een permanent gesloten dak; indien gecombineerd met een wind-Aerrasscherm moet de ruimte tussen de bovenzijde van het wind-Aerrasscherm en de onderzijde van het uitvalscherm -

minimaal 1 meter bedragen; de totale hoogte bedraagt maximaal 4 meter; voor de terrasoverkapping is advies nodig van de commissie ruimtelijke kwaliteit; de overkapping is enkel toegestaan indien voor het terras een exploitatievergunning is verleend op grond van de Algemene plaatselijke verordening.

2. Voor horeca parasols gelden de volgende eisen: - de parasol mag enkel boven het terras worden geplaatst (de parasol mag niet uítsteken boven de openbare weg) en niet mag niet uítsteken buiten het terras; - de totale hoogte bedraagt maximaal 4 meter; - de kleur van de parasol mag niet conflicteren met de kleurstelling van het -

horecapand; Het uiterlijk van de parasols dient te voldaan aan eisen die het geldende

-

Terrassenbeleid gemeente Sluis hieraan stelt; de parasol is enkel toegestaan indien voor het terras een exploitatievergunning is verleend op grond van de Algemene plaatselijke verordening;

17

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

3. Voor horeca terrasschermen gelden de volgende eisen: het terrasscherm wordt in geheel doorzichtige uitvoering of met een lage borstwering van maximaal 1 meter en daarboven geheel doorzichtig materiaal uitgevoerd; de totale hoogte bedraagt maximaal 2 meter boven het straatniveau; de terrasschermen mogen niet parallel langs de straat worden geplaatst, de terrasschermen zijn enkel toegestaan indien voor het terras een exploitatievergunning is verleend op grond van de Algemene plaatselijke verordening. het terrasscherm wordt in geheel doorzichtige uitvoering of met een lage borstwering van maximaal 1 meter en daarboven geheel doorzichtig materiaal uitgevoerd; de totale hoogte bedraagt maximaal 2 meter boven het straatniveau; de terrasschermen zijn enkel toegestaan indien voor het terras een exploitatievergunning is verleend op grond van de Algemene plaatselijke verordening. 4. Pinboxen I stand alone ļ Voor pinboxen i stand alone kan afwijking van het bestemmingsplan verleend worden als voldaan wordt aan de algemene criteria zoals opgenomen in de op dat moment geldende nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Sluis. 6. Verkoopautomaat t.b.v.

verkoop agrarische producten Voor het verkopen van (zelf geteelde, verbouwde of bewerkte) land- en tuinbouwproducten alsmede streekproducten op een agrarisch bouwvlak of in de directe nabijheid hiervan (indien het bouwvlak niet goed te bereiken is voor bezoekers) kan afgeweken worden mits wordt voldaan aan; Het betreft een agrarisch bouwvlak met agrarische bedrijfsvoering ter plaatse; Het betreft een bouwwerk geen gebouw zijnde; De toe te passen materialen moeten passen bij het gebied en voldoen aan de algemene criteria uit de op dat moment geldende nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Sluis; In de nabijheid van het bouwwerk moet voldoende parkeerruimte zijn; De verkeersveiligheid gegarandeerd is. - Voor het plaatsen van een verkoopautomaat buiten het agrarische bouwvlak geldt tevens dat deze bij de oprit van het agrarische bouwvlak gesitueerd moet worden.

Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Onderdeel 4 Dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw

Het wetteliik kader (artikel 4. vierde lid van Bijlage II Bor) luidt als voļflţ: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste hd, onder a, onder 20, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de bèheersverordening wordt afgeweken komt een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw in aanmerking. Aan deze mogelijkheid wordt volledig toepassing gegeven op voorwaarde dat het bouwplan voldoet aan de criteria zoals opgenomen in de op dat moment geldende nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Sluis. Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

19

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Onderdeel 5 Ânfenne-installatie, mits niet hoger dan 40 meter Het wetteliik kader (artikel 4. vijfde lid van Bijlage II Bor) luidt als volgt: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 20, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken komt een antenne-installatie in aanmerking, mits niet hoger dan 40 meter. Afwijking van het bestemmingsplan voor een antenne-installatie is mogelijk, indien voldaan is aan de criteria voor antennemasten zoals opgenomen in de op dat moment geldende nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Sluis en voorts onder de volgende voorwaarden: a) het aantal zendmasten mag niet meer bedragen dan noodzakelijk is voor de realisering van een adequaat dekkend netwerk van voldoende capaciteit. Dit wordt aangetoond via een zogeheten vlekkenplan; b) bij plaatsing van een antenne-installatie dienen de verschillende operators gebruik te maken van eikaars opstelpunten (sitesharing), tenzij uit een technische schouwing /onderbouwing blijkt dat dit niet mogelijk is; c) zendmasten enkel toegestaan op bestaande hoge bouwwerken, of op bedrijventerreinen of sportterreinen; mits door aanvrager is aangetoond dat dit echt niet mogelijk is.

d) per concrete aanvraag om af te wijken van het bestemmingsplan moet een goede afweging gemaakt worden waar exact de mast, met het oog op landschappelijke inpassing, het beste geplaatst kan worden en welke hoogte van de mast hierbij passend is (mede afhankelijk van de hoogte van bouwwerken in de directe omgeving)- De commissie ruimtelijke kwaliteit brengt híer advies over uit; e) reclames en felle kleuren zijn niet toegestaan, omdat de antenne-installaties een zo onopvallend mogelijk uiterlijk moeten hebben; f) antennemasten mogen alleen worden geplaatst in beschermde stads- of dorpsgezichten of op I bij monumenten bij een positief advies van de monumentencommissie. Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

20

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Onderdeel 8

Installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling

^ Het wetteliik kader (artikel 4. zesde lid van Bijlage II Bor) luidt als volgt: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 20, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken komt een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Electriciteitswet 1998 in aanmerking. Afwijking is mogelijk indien voldaan wordt aan onderstaande criteria: a) er wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis' zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Sluis ; b) medewerking wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; c) wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen

percelen; d) indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt medewerking uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; e) er mogen geen onevenredige gevolgen voor het waterbeheer optreden; burgemeester en wethouders vragen hierover schríftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen. Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

21

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Onderdeel 7

Installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren

Het wetteliik kader (artikel 4. zevende lid van Bijlage II Bod luidt als volgt: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 20, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken komt een installatie bij een agrarisch bedrijf in aanmerking waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocédé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procédé genoemde nevenbestanddelen.

V Afwijking is mogelijk indien voldaan wordt aan onderstaande criteria: a) er wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis' zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Sluis ; b) medewerking wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; c) wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; d) indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt medewerking uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; e) er mogen geen onevenredige gevolgen voor het waterbeheer optreden; burgemeester en wethouders vragen hierover schríftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen.

Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Onderdeel 8

Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied_____ ________ -_____ ______________ ^

Het wetteliik kader (artikel 4. achtste lid van Bijlage II Borì luidt als volgt: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 20, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken komt het gebruiken van gronden voor een nietingrijpende herinrichting van openbaar gebied, in aanmerking. Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het gebruiken van gronden voor niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. Afwijking is mogelijk voor onderstaande niet-ingrijpende herinrichtingen: a) wijzigen I toevoegen/ verwijderen van een gering aantal parkeerplaatsen ( max. 10 b) c) d) e)

stuks); het aanleggen I verleggen van trottoirs; het aanbrengen van groenvoorzieningen; het verbreden van een rijbaan ( met maximaal 1,5 meter); de aanleg van ondergrondse afvalcontainers.

Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelįjkheden

Onderdeel 9

Wijzigen gebruik bouwwerken eventueel in samenhang met bouwactiviteiten x'------------------------------------------------------------------------------- — ' Het wetteliik kader (artikel 4. negende lid van Bijlage II Bor) luidt als volgt: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 20, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken komt in aanmerking het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;

V-.

De categorie ‘wijzigen gebruik bouwwerken' ziet op een veelheid van gebruikswijzigingen, waarvoor niet in algemene zin beleidsregels zijn op te stellen. Daarom is ervoor gekozen om enkel voor bepaalde gebruiksactiviteiten, waar regelmatig aanvragen voor binnenkomen, beleid op te stellen. Voor wijzigen gebruik bouwwerken, waarvoor geen beleidsregels zijn opgesteld zal per aanvraag worden beoordeeld of afwijken van het bestemmingsplan noodzakelijk en aanvaardbaar is. Het centrale uitgangspunt is dat de activiteit niet mag leiden tot onevenredige hinder voor de omgeving. Als algemeen uitgangspunt geldt daarom dat geen hinder en parkeeroverlast optreedt door wijziging van de functies. Aan deze afwijking wordt meegewerkt indien aan de algemene regels ( zie artikel 3.1) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd. Wijzigen naar detailhandel en/of horeca is uitgesloten (zie ook artikel 3.3.) met uitzondering van het horecabeleid Sluis (Bijlage F). Wijzigen gebruik kan in ieder geval wanneer het bedrijvigheid betreft die valt onder de voorwaarden voor aan-huis-gebonden beroep, kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en bed­ en breakfast. Hierop zijn onderstaande beleidsregels van toepassing: 1.

Wijzigen voor aan-huis-gebonden beroep of voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in een woning, onder de volgende voorwaarden: a) in het pand dient de woonfunctie te zijn toegestaan; b) ten hoogste 2507o van de bruto vloeroppervlakte van een woonhuis tot een maximum van 50 m2 mag worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. c) het gebruik is ondergeschikt aan de woonfunctie en heeft een kleinschalig karakter. Wonen blijft de hoofdfunctie. Het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen. Degene die de activiteiten in de woning uitvoert is tevens eigenaar/bewoner van de woning; d) het gebruik moet in overeenstemming zijn met het woonkarakter en de aard van de omgeving en er mogen geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden ontstaan; e) het gebruik mag niet plaatsvinden in een bijgebouw; f) de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; g) de uitstraling van de woning moet intact blijven en het gebruik mag geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of de buurt; h) het gebruik mag geen nadelige gevolgen hebben voor het woon- en leefmilieu;

í

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheder^

i)

er moet verzekerd worden dat er voldoende parkeergelegenheid in stand wordt gehouden en/of in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte wordt aansluiting gezocht bij de CROW-riormen; j) in de tuin of op het erf mogen in de open lucht geen activiteiten plaatsvinden voor het desbetreffende beroep of bedrijf, uitgezonderd parkeren voor bezoekers, k) er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd verkoop op kleine schaal in verband met het desbetreffende beroep of bedrijf; l) reclame-uitingen dienen te voldoen aan de criteria uit de geldende ‘Nota ruimtelijke kwaliteit Sluis’; . . . m) het gebruik mag geen bedrijvigheid zijn die vergunnmgs- of meldingsplichtig is op grond van het Besluit omgevingsrecht en/of het Activiteitenbesluit tenzij het gebruik

de woonfunctie niet zal aantasten;

n) er

mag

geen

verstoring

plaatsvinden

in

de

.

evenwichtige

opbouw van

,

de

voorzieningenstructuur.

2. Voor Bed and Breakfast in een woning, gelden de volgende voon/vaarden: a b.

in het pand dient de woonfunctie te zijn toegestaan; de hoofdfunctie van het pand is wonen, deze hoofdfunctie dient immer gehandhaafd

te worden; c. de woning dient permanent bewoond te worden; de voorziening ten behoeve van Bed and Breakfast dient binnen de bestaande d. woning te worden gerealiseerd; het pand moet er blijven uitzien als woning, er mogen geen bouwkundige ingrepen e. plaatsvinden die afbreuk doen aan het woonkarakter; . de voorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet f. functioneren als een zelfstandige woning. Dit betekent ook dat een aparte kookgelegenheid en voordeur niet zijn toegestaan; Bed and Breakfast is niet mogelijk in gestapelde woningen (appartementen), 9woningen met één slaapkamer, studio’s, of een bijbehorend bouwwerk; er mag niet overnacht worden op bergzolders, of anderszins ongeschikte ruimtes; h. Bed and Breakfast mag aan maximaal zes personen worden aangeboden met een j-

maximum van drie kamers; , 1K1 . . , .... reclame-uitingen dienen te voldoen aan de criteria uit de geldende Nota ruimtelijke eľmogen geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van

k.

omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan, dit geldt o.a.

voor parkeer- en geluidsoverlast; . . , ,, er moet verzekerd worden dat er voldoende parkeergelegenheid in stand wordt gehouden en/of in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte wordt aansluiting gezocht bij de CROW-normen; er moqen geen alcoholische dranken worden geschonken tegen betaling; m. ter voorkoming van permanente bewoning wordt een maximum verblijfsduur n. qehanteerd van vier weken; er dient een nachtregister te worden bijgehouden dat jaarlijks aan de gemeente o. wordt overlegd; per persoon per nacht dient toeristenbelasting betaald te worden; P- de aanwezigheid van rookmelders, conform de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit, q- is noodzakelijk. Een beginnende brand zal hierdoor tijdig worden ontdekt De rookmelders moeten voldoen aan de Nederlandse Norm (Nen) 2555, op het lichtnet zijn aangesloten, aan elkaar zijn gekoppeld en van een noodstroomvoorzienmg zijn omheen’ goede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=e530f8a1-9518-454f-8a76-d601dc583f72