CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Rapport Wonen en Zorg gemeente Sluis (Atrive) DEF.pdf

Informatieve/opiniërende raadsbijeenkomst 26 april 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Opening door de voorzitter14.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• Verzorgd wonen alternatief voor intramuraal verblijf in ouderensector? De plannen voor uitbreiding van het verzorgd wonen komen tegemoet aan de groeiende vraag. De vraag kan in de praktijk hoger komen te liggen als de behoefte aan intramuraal verblijf (zorg in natura) omgezet wordt naar een extramurale woonsituatie.

19

Verschil t.o.v. 2017: Emergis (5). Zeeuwse Gronden gaat 24 woningen met begeleiding realiseren.

40

• Uitbreiding aanbod voor VG. De berekende behoefte van mensen met een verstandelijke

beperking voor intramuraal verblijf ligt hoger dan het aanbod. Ook is er ruimte voor zelfstandig, extramuraal wonen, in een geclusterde woonvorm met begeleiding. • Geplande uitbreiding aanbod voor psychische aandoening sluit aan bij verwachte vraagontwikkeling. De gewenste uitbreiding voor deze doelgroep sluit aan bij de plannen van de zorgaanbieders. Over 5 jaar is er een licht tekort (5 woningen) van all-inclusive beschermd wonen.

41

Hoofdstuk 6

MEER DAN EEN WONING… Een toegankelijke, comfortabele en veilige woning is wenselijk om langer thuis te kunnen blijven wonen. Dat is echter slechts één aspect van het langer thuis wonen. In het dagelijks leven ervaren inwoners met een ondersteunings- of zorgvraag dat andere aspecten vaak van groter belang zijn. Voorbeelden zijn: het verkrijgen en in stand houden van hun eigen sociale netwerk om op terug te kunnen vallen, een laagdrempelige ontmoetingsmogelijkheid in de directe woonomgeving (eenzaamheid tegengaan), veiligheid (sociaal, verkeer) of – voor senioren- vrijwilligers die kleine klusjes in en om de woning kunnen doen. Als gevolg van de hervorming van de langdurige zorg blijven er meer kwetsbare mensen in de reguliere woningvoorraad wonen dan voorheen. In dit hoofdstuk gaan wij in op ‘voorzieningen in de buurt’, ‘thuistechnologie’ en ‘woonzorgzones’.

6.1 Voorzieningen in de buurt De volgende voorzieningen faciliteren het langer zelfstandig wonen: • Dorpshuis/MFC (ontmoeting, activiteiten) • Supermarkt (op loopafstand) • Huisarts • Pinautomaat • Apotheek (kan echter ook medicijnen thuis bezorgen). In tabel 17 is per kern aangegeven welke van bovenstaande voorzieningen aanwezig zijn (het aantal kruisjes geeft aan hoe vaak de voorziening voor komt).

42

Aardenburg

x

x

x

Breskens

xx

xx

x

Cadzand

x

x

x

Eede Groede

xx

x

xxx

Apotheekhoudend arts

Huisarts x

x

x

x

x x

x

x

xx

x x

Sint Kruis Sluis

x

x

Retranchement Schoondijke

x

x

Nieuwvliet Oostburg

x

x

Hoofdplaat IJzendijke

Apotheek

Supermarkt

Pinautomaat

Dorpshuis/MFC

Tabel 17. Voorzieningen per kern

x xx

xxxx

xx

Waterlandkerkje

x

Zuidzande

x

x

x

Kernen waar minimaal een supermarkt, een huisarts en dorpshuis/MFC (of andere vorm van ontmoetingsmogelijkheid) aanwezig zijn, kunnen worden beschouwd als woonkernen waar kwetsbare doelgroepen kunnen wonen. In gemeente Sluis voldoen de volgende kernen aan deze criteria: • Aardenburg • Breskens • Cadzand • Groede • Sluis. In Oostburg en IJzendijke zijn deze voorzieningen ook aanwezig, behalve een dorpshuis. In IJzendijke komt binnenkort een dorpshuis. In deze twee kernen -en ook in Aardenburg, Breskens en Sluis- is een

43

verzorgingshuis en/of verpleeghuis aanwezig waar senioren die zelfstandig wonen terecht kunnen voor activiteiten en dagopvang. Zes kernen hebben alleen een dorpshuis. Schoondijke heeft alleen een supermarkt. In al deze kleine kernen is de ondersteuning van thuiswonende senioren met algemene voorzieningen beperkt en zal men aangewezen zijn op buren en mantelzorgers en professionele hulp als zij meer hulp nodig hebben.

6.2 Thuistechnologie 20 Thuistechnologie (domotica) maakt het mogelijk om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Senioren hebben vooral behoefte aan technologie op het gebied van veiligheid en comfort 21. De behoefte neemt toe als men een lichamelijke beperking (zelf of hun partner) krijgt. Senioren met een zorgvraag en/of verminderde mobiliteit maken in toenemende mate gebruik van techniek die via thuiszorgaanbieders en thuiszorgwinkels wordt aangeboden: personenalarmering en zorg op afstand (beeldbellen/beeldzorg, medicatiebegeleiding op afstand, thuismeten van bloeddruk en hartslag, sleutelsysteem, lifestylemonitoring). Daarbij wordt steeds vaker een tablet ingezet. Door het toenemende gebruik van tablets en de gemakkelijkere aanschaf via internet, doehet-zelfzaken, winkels voor huishoudelijke artikelen en installatiebedrijven neemt het gebruik van thuistechnologie toe. Over het algemeen gaat het daarbij vooral om standalonesystemen of apparaten. Bij nieuwbouw (in de koopsector) of grote verbouwing van een woning wordt integratie van verschillende technische systemen in een woning (bijvoorbeeld verlichting, verwarming, beveiliging et cetera) tot één integraal domoticasysteem vaker een optie. Nieuwe ontwikkelingen zoals een zorgrobot of robotmaatje worden in pilots getest bij senioren, met positieve resultaten. De opschaling gaat echter moeizaam.

Een groot deel van de senioren is nog onbekend met thuistechnologie, denkt dat thuistechnologie te duur of te technisch is, of geeft aan ‘er nog niet aan toe te zijn’. Meerdere zorgaanbieders oriënteren zich op thuistechnologie, robots of E-health, zoals Tragel (pilot beeldbellen met Ipad), ZorgSaam (sensoren en GPS-trackers bij dementie; gaat ingezet worden bij nieuwbouw Stelle), Warmande (zorgrobot). De arbeidsmarktproblematiek in Zeeland zal mogelijk de inzet van E-health en technologie versnellen.

20

Bronnen: • Verkennend onderzoek bekendheid en behoefte thuistechnologie in Zwolle en Kampen, april 2012, Atrivé in opdracht van Netwerkstad Zwolle Kampen. •

Mature market monitor, Motivaction, juli 2015.

•

Ervaringen Atrivé in diverse bewustwordingscampagnes langer thuis wonen in opdracht van gemeenten en regio’s + trainingen Thuistechnologie onder andere in opdracht van kenniscentrum wonen en zorg Aedes Actiz.

• 21

Gesprekken zorgaanbieders en zorgkantoor.

Voorbeelden: deurcommunicatie (videofoon/digitaal spiekoog), automatische verlichting, inbraak- en brandalarm, rook/koolmonoxidemelders, elektronisch slot.

44

6.3 Woonzorgzones22 Woonzorgzones of woonservicegebieden zijn bedoeld om ouderen en andere zorgdoelgroepen, door het bieden van een gecoördineerd aanbod aan voorzieningen, diensten en zorg in combinatie met het aanpassen van woningen, zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat woonzorgzones goed aansluiten bij de wensen van inwoners, dat bewoners beter om kunnen gaan met hun problemen en dat woonzorgzones leiden tot het langer zelfstandig wonen van inwoners. Bij woonzorgzones is de communicatie en samenwerking tussen ouderen en andere zorgdoelgroepen, vrijwilligers en professionals erg belangrijk om op maat passende ondersteuning en zorg te bieden én de participatie van inwoners bij activiteiten in de woonzorgzones te bevorderen.

22

Bronnen: • •

Kwetsbaar en zelfstandig. Een onderzoek naar de effecten van woonservicegebieden voor ouderen (George de Kam, 2012) Ervaringen Atrivé bij woonservicegebieden in onder andere Wezep en Enschede.

45

Hoofdstuk 7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek geven wij aan de hand van de vier onderzoeksvragen 23:

Conclusies Wat is de opgave aan toegankelijke woningen voor senioren en andere mensen met een mobiliteitsbeperking? • In gemeente Sluis zijn momenteel zo’n 2.500 huishoudens met een mobiliteitsbeperking (22% van alle huishoudens). Bijna 60% van hen heeft een lichte beperking. 1% van alle huishoudens heeft een zware beperking en zal gebruikmaken van een rolstoel. • Het aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking neemt toe van 2.500 in 2017 naar 2.800 in 2030. Na 2030 blijft deze doelgroep in omvang vrij stabiel. • In totaal zijn er 4.960 (potentieel) toegankelijke woningen in gemeente Sluis. Van 20% van deze woningen is vastgesteld dat zij toegankelijk zijn. 80% van de woningen is potentieel toegankelijk. Dat betekent dat deze eengezinswoningen met geringe moeite (kleine aanpassingen) toegankelijk te maken zijn. De opgave hangt sterk samen met de breedte van de doelgroep en de gehanteerde veronderstellingen: • Ten behoeve van het totale aantal geraamde huishoudens met mobiliteitsbeperkingen in 2025 is er een opplusopgave in vooral de particuliere eengezinswoningvoorraad van ongeveer 1.570 woningen. De potentieel toegankelijke woningen zijn geschikt te maken voor huishoudens met lichte beperkingen. • Het ligt voor de hand om hierin als eerste in te zetten op de potentieel geschikte voorraad die door 75-plushuishoudens wordt bewoond: circa 1.650 woningen.

Deze woningen zijn te beschouwen als het directe aanpassingspotentieel. • Voor huishoudens met matige tot ernstige beperkingen is de voorraad toegankelijke woningen (voor zover bekend) in de bestaande voorraad onvoldoende. Voor de groei van deze groep huishoudens is het gewenst om de voorraad toegankelijke woningen in de periode 2020-2025 met

23

De eerste twee onderzoeksvragen hebben wij iets anders geformuleerd zodat zij aansluiten bij de opbouw van de rapportage, maar wel de lading dekken van de oorspronkelijke onderzoeksvragen.

46

100 woningen uit te breiden. Op de korte termijn wordt de verwachte groei in behoefte aan toegankelijke woningen opgevangen door de plannen in Stelle en Burghtkwartier (+ 40 woningen). • Een kwart van de huishoudens van 75 jaar en ouder woont in een niet-toegankelijke woning. Verhuizen naar een toegankelijke woning is voor hen de enige mogelijkheid als zij in een woning willen wonen die geschikt is voor hun beperking. Dat is vooral het geval in Nieuwvliet, IJzendijke en Sluis. De opgave is tweeledig: • doorstroming bevorderen van huishoudens met beperkingen in niet-toegankelijke woningen • realiseren van nieuwbouw die in omvang gelijk is aan de groei van het aantal huishoudens met beperkingen. Bij toevoeging van meer toegankelijke woningen wordt de aanpassingsen doorstromingsopgave kleiner. Wat is de opgave aan (kleinschalige) extramurale en intramurale woonvormen? Ouderensector Somatische aandoening • Volgens de berekeningen zijn er momenteel ruim voldoende intramurale woonvormen voor senioren die somatische zorg nodig hebben in gemeente Sluis. Echter, ook mensen met een lichamelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening worden hierin gehuisvest. Per saldo is er -voor deze drie doelgroepen bij elkaar opgeteld- een tekort van 65 plaatsen, oplopend naar 150 in de komende vijf jaar als gevolg van de vergrijzing.

Als de extramuralisering forser ingezet wordt en/of meer mensen kiezen voor een vpt, mpt of pgb zal het tekort aan intramurale plaatsen teruglopen, maar zal het zelfstandig thuis wonen met professionele zorg gefaciliteerd moeten worden. • Als gevolg van de extramuralisering wordt er in sommige complexen flexibel omgegaan met het vastgoed. Bij mutatie kan een woning ‘omgezet’ worden van intramurale naar extramurale verhuur. De scheidslijn tussen intramuraal verblijf en verzorgd wonen zal daardoor in de toekomst deels gaan vervagen en klantvraag zal daar steeds meer leidend in zijn. Het zorgkantoor zet ook in op persoonsvolgend budget: de klant bepaalt zelf de leveringsvorm van de zorg (in natura of via vpt, mpt of pgb). • De behoefte aan verzorgd wonen -gebaseerd op de groep mensen die niet meer in aanmerking komen voor een verblijf in een verzorgingshuis als gevolg van de extramuralisering- is kleiner dan het aanwezige aanbod inclusief geplande uitbreiding. Dit biedt mogelijkheden om een deel van de vraag voor intramuraal verblijf hier in op te vangen. • In de jaren na 2022 neemt de intramurale behoefte van beide doelgroepen echter verder toe, waardoor behoud en uitbreiding van de intramurale capaciteit gewenst is.

Psychogeriatrische aandoening • Het aantal mensen met dementie neemt als gevolg van de vergrijzing de komende jaren fors toe van 590 in 2015 naar 720 in 2025 en 1.000 in 2040. Zo’n 70% van hen woont thuis, is kwetsbaar en vormt daarmee een doelgroep die de komende jaren in beleid en uitvoering aandacht zal vergen. • Circa 30% van alle mensen met dementie maakt gebruik van zorg met verblijf. De behoefte aan intramuraal verblijf voor mensen met dementie neemt toe van 205 in 2017 naar 240 in 2022 en 275 in 2030.

47

• Er is een fors tekort aan intramurale woningen/plaatsen (140) voor de lokale vraag van mensen

met dementie. Door uitbreiding van het aanbod op korte termijn blijft het tekort de komende vijf jaar stabiel. Het tekort wordt in de praktijk deels opgevangen in aanbod voor somatiek. Voor beide doelgroepen in de ouderensector geldt dat er een toenemende vraag is naar dagopvang en kortdurende opvang als gevolg van de extramuralisering. Gehandicaptensector • Het aantal mensen met een Wlz-indicatie voor een verstandelijke beperking neemt naar

verwachting de komende jaren toe, onder meer doordat deze doelgroep ouder wordt en daardoor een langer beroep doet op zorg. • In gemeente Sluis is het aanbod aan intramuraal verblijf voor mensen met een verstandelijke beperking kleiner dan de lokale behoefte. Het aanbod wordt de komende jaren slechts beperkt uitgebreid. Ook de huidige voorraad woonvormen met begeleiding is onvoldoende om te voldoen aan de lokale behoefte. Om daaraan te voldoen is uitbreiding gewenst van 50 intramurale woningen/plaatsen en circa 40 geclusterde woningen met begeleiding. • Voor mensen met een lichamelijke beperking is er geen specifiek aanbod. Zij wonen/verblijven in een verzorgings-/verpleeghuis. Deze doelgroep groeit de komende jaren. GGZ-sector • De omvang van de doelgroep is beperkt en zal vrij constant blijven. Door de beperkte omvang wonen mensen met verschillende problemen bij elkaar in één wooncomplex, terwijl het verbijzonderen naar problematiek wenselijk is. • Er is een toename van het aantal mensen met verslaving binnen de GGZ (dubbele diagnose problematiek). • De gewenste uitbreiding voor mensen met een psychische aandoening sluit aan bij de plannen van de zorgaanbieders. Over 5 jaar is er een licht tekort (5 woningen) van all-inclusive beschermd wonen.

• Voor een goede uitstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar zelfstandig wonen met ambulante begeleiding zijn jaarlijks 10 huurwoningen per jaar nodig. Het gaat daarbij om appartementen of eengezinswoningen met een huurprijs van circa € 200,- à € 300,- per maand. • Om moeilijk plaatsbare bewoners in Zeeland goed te huisvesten zijn 2 woningen per gemeente gewenst (bijvoorbeeld skaeve huse). Er moet individueel naar de beste oplossing gezocht worden. Jeugdhulp • In gemeente Sluis is één aanbieder voor jongeren met een zorgvraag (verstandelijk beperkt of met psychische aandoening). Die biedt 15 jongeren verblijf en heeft sinds kort 6 woningen voor kamertraining. • Ook deze doelgroep zoekt een betaalbare huurwoning als zij zelfstandig gaan wonen. • Vanwege de verzwaring van de problematiek onder jongeren is er een toenemende vraag naar logeeropvang en dagbesteding. Door de zorgaanbieders, onafhankelijk van de sector, wordt aangegeven dat bij meerdere locaties de zorgexploitatie onder druk staat vanwege de kleine schaal van locaties. Zij zijn of gaan zich oriënteren

48

op het clusteren van aanbod, andere vormen van zorg verlenen (thuiszorg in plaats van intramurale zorg), -nog in beperkte mate- de inzet van technologie of nieuwe samenwerkingen bij dagbesteding. Welke voorzieningen en ondersteuning aan ambulante zorg hebben inwoners nodig om langer zelfstandig te kunnen wonen? Hoe kan innovatie en technologie hierbij helpen? Kan het vormen van woonzorgzones hiervoor een oplossing bieden? Voorzieningen Een toegankelijke, comfortabele en veilige woning is wenselijk om langer thuis te kunnen blijven wonen. Dat is echter slechts één aspect van het langer thuis wonen. In het dagelijks leven ervaren inwoners met een ondersteunings- of zorgvraag dat andere aspecten vaak van groter belang zijn. Om langer zelfstandig wonen te faciliteren zijn de volgende voorzieningen van belang: • Dorpshuis/MFC (ontmoeting en activiteiten om eenzaamheid te voorkomen/te verminderen) • Supermarkt • Huisarts • Pinautomaat • Apotheek. Kernen waar minimaal de eerste drie voorzieningen aanwezig zijn, kunnen worden beschouwd als woonkernen waar kwetsbare doelgroepen kunnen wonen. Aardenburg, Breskens, Cadzand, Groede en Sluis voldoen aan die criteria. In Oostburg is geen dorpshuis, maar zijn andere voorzieningen waar ontmoeting plaats kan vinden. In IJzendijke komt binnenkort een dorpshuis. Thuistechnologie Thuistechnologie maakt het mogelijk om zelfstandig te wonen.

Er is vooral behoefte aan technologie op het gebied van veiligheid en comfort. Een aantal zorgaanbieders biedt technologie aan of heeft pilots om ervaring op te doen. Toch is een groot deel van de senioren nog onbekend met thuistechnologie of onvoldoende geïnformeerd. Woonzorgzones Woonzorgzones dragen bij aan het langer zelfstandig wonen. Daarbij is het van belang om de communicatie met en participatie van inwoners goed in te richten. Op welke manier kunnen inwoners zelf gestimuleerd worden om hun woning geschikt te maken? Inwoners kunnen gestimuleerd worden om zelf hun woning geschikt te maken door bewustwording en/of een financiële prikkel. Bewustwording Bewustwording kan via pilots of via een brede campagne. Overigens kunnen binnen een campagne ook pilots plaatsvinden. Een pilot is bijvoorbeeld het kennis maken met thuistechnologie via workshops, een excursie naar een demowoning, het inrichten van een demowoning et cetera.

49

Voor een bewustwordingscampagne kunnen de volgende routes bewandeld worden: Route 1: doelgroepgericht Bij de doelgroepgerichte route is de bewustwording gericht op die doelgroepen die de gemeente en haar partners willen bereiken. Daarop wordt de communicatie gericht en wordt -indien nodig- op maat informatie aangereikt. Ter illustratie: niet alle woningaanpassingen zijn geschikt voor mensen met dementie (bijvoorbeeld automatische verlichting). Voor deze doelgroep is een aparte checklist met woningaanpassingen wenselijk (en beschikbaar). Een ander voorbeeld: voor huurders in een renovatie- of duurzaamheidsproject is een op maat lijst met woningaanpassingen (inclusief prijzen) voor het aanbrengen van woningaanpassingen specifiek in hun woning adequaat. Route 2: gebiedsgericht De campagne kan op regionaal, gemeentelijk, kern en/of wijkniveau en uiteraard een combinatie daarvan. Binnen de gemeente kan er gekozen worden om in een kern of wijk alle doelgroepen te benaderen, omdat bijvoorbeeld: • Er een relatief groot aandeel van een doelgroep (bijvoorbeeld senioren) woont en er vrij veel potentieel toegankelijke woningen zijn • Het voorzieningenniveau aansluit bij het langer zelfstandig thuis wonen. Bij de bewustwording over het aanpassen van woningen gaat het om het preventief treffen van maatregelen om comfortabeler en veiliger te wonen.

Als er teveel nadruk ligt op zorg, voelt men zich niet aangesproken: ‘daar ben ik nog niet aan toe’. Met het aanpassen van woningen worden inwoners gestimuleerd om zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Bepaal vooraf wat het doel van de campagne is en welke boodschap overgebracht moet worden. Bepaal vervolgens de aanpak 24 (vrijwilligers die op huisbezoek gaan om woonadvies uit te brengen, informatiemarkten, blijverslening, demo-opstelling, pilot met thuistechnologie et cetera). Financiële prikkel Voorbeelden van financiële prikkels zijn het aanbrengen van aanpassingen door Woongoed ZeeuwsVlaanderen tegen gereduceerde kosten voor huurders of het verstrekken van de blijverslening. De lening maakt het mogelijk voor eigenaar-bewoners om woningaanpassingen te financieren met als doel om langer zelfstandig te blijven wonen in hun woning. Gemeenten bepalen de voorwaarden van de blijverslening en stellen een budget beschikbaar. Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) beheert het geld.

Aanbevelingen • Voorliggend onderzoek geeft een actueel beeld. Marktontwikkelingen en beleidswijzigingen

kunnen het geschetste beeld veranderen. Monitoring van de markt samen met zorgaanbieders en corporatie is essentieel om een actueel beeld van de markt te houden en

24

Atrivé heeft veel ervaring met bewustwordingscampagnes in het kader van langer thuis wonen. Desgewenst kan een uitgebreider overzicht van een mogelijke aanpak aangeleverd worden.

50

•

•

•

•

•

huisvestingsvraagstukken in samenhang te bekijken. Bijvoorbeeld leegkomend vastgoed in de ene sector benutten voor andere doelgroepen. Zo kan lokaal de match gevonden worden. Bij dagbesteding in de gehandicaptensector en GGZ-sector liggen kansen om gebruik te maken van elkaars aanbod. Maak inzichtelijk welke activiteiten op de verschillende locaties wordt geboden, zodat er een goede match gemaakt kan worden met de kwaliteiten en wensen van mensen die er gebruik van willen maken. Monitoring maakt het eenvoudiger om onderbouwd besluiten te nemen over het wel of niet medewerking verlenen aan nieuwe initiatieven (is er behoefte aan? Heeft het initiatief toegevoegde waarde op het bestaande aanbod?). Het merendeel van senioren blijft wonen in de huidige woning. Zij zijn honkvast; de verhuisgeneigdheid ligt laag. Eén van de opgaven voor de komende jaren is het geschikter maken van bestaande woningen om comfortabeler en veiliger te wonen. Bepaal op welke wijze de bewustwording en activering van inwoners in gang gezet kan worden. Huisvesting is slechts één aspect bij het steeds meer zelfredzaam wonen van zorgdoelgroepen.

In het dagelijks leven ervaren burgers met een ondersteunings- of zorgvraag dat andere zaken vaak van groter belang zijn, zoals zekerheid over begeleiding en ondersteuning, het verkrijgen en in standhouden van een sociaal netwerk (ontmoeting) en een zinvolle dagbesteding. Er zit een duidelijke wisselwerking tussen wonen, Wmo en Wlz-zorg. Bijvoorbeeld: als de ondersteuning in de thuissituatie niet adequaat is geregeld, zal de inwoner met een ondersteuningsvraag willen/moeten verhuizen naar een omgeving waar die ondersteuning en zorg voorhanden is (verzorgd wonen of Wlz-verblijf). Of andersom: vanwege de ongeschiktheid van een woning kan de bewoner zich minder goed zelf redden en zal sneller of meer ondersteuning nodig hebben. Dit maakt dat het noodzakelijk is dat de samenwerking intern bij de gemeente tussen de domeinen wonen en sociaal domein en extern met het zorgkantoor en zorgaanbieders van wezenlijk belang is om senioren en mensen met een zorgvraag adequaat te huisvesten.

51

Bijlage 1

UITLEG METHODIEK Behoefte aan toegankelijke woningen Voor de raming van het aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen wordt een indeling gehanteerd die gebaseerd is op enerzijds de mate van beperkingen van het Sociaal Cultureel Planbureau (geen, licht, matig en sterk beperkt) en anderzijds op het gebruik van hulpmiddelen (wandelstok, rollator en rolstoel). Met behulp van WoON2015 is per leeftijdscategorie het aandeel huishoudens in gemeente Sluis in de vier gradaties van mobiliteitsbeperkingen bepaald en doorgerekend naar de toekomst (kernenprognose Rigo). Tot slot vindt er een correctie plaats voor een eventueel inkomenseffect. Huishoudens in lagere inkomensklassen blijken namelijk vaker beperkingen te kennen dan huishoudens in hogere inkomensklassen.

Voorraad toegankelijke woningen Voor de gegevens over de toegankelijkheid van woningen zijn de volgende bronnen gebruikt: Woningmarktsegment

Bron

Sociale huur

Opgave Woongoed Zeeuws-Vlaanderen

Particuliere huur en koop eengezinswoningen

WOZ-gegevens

(potentiële toegankelijkheid)

Doorzonscan)

Overige toegankelijke woningen

www.zorgopdekaart.nl

gemeente

Sluis

(verwerkt

in

Doorzonscan (potentiële geschiktheid eengezinswoningen): Op basis van de bouwperiode en de inhoud van de woning uit WOZ-data is de potentiële geschiktheid van de eengezinswoningen in gemeente Sluis bepaald. Naarmate de woning recenter gebouwd is en groter is, neemt de kans op potentiële geschiktheid toe (zie figuur 19). Hoe groener de klasse, hoe groter de kans dat de woningen in deze klasse potentieel geschikt zijn. Zo wordt uit de figuur duidelijk dat huurwoningen die voor 1965 zijn gebouwd nauwelijks potentieel geschikt zijn. Daarentegen maken de koopwoningen die na 1965 zijn gebouwd en een inhoud hebben van 350m³ of meer de grootste kans om ook daadwerkelijk potentieel geschikt te zijn. Potentieel geschikt wil zeggen ‘met eenvoudige middelen geschikt te maken’ tot het niveau dat iemand die een rollator gebruikt kan wonen in de woning.

52

KENGETALLEN DOORZONSCAN HUURSECTOR

KENGETALLEN DOORZONSCAN KOOPSECTOR

tot 250m3

250-300m3

300m3 en groter

tot 300m3

300-350m3

350m3 en groter

tot 1965

0%

5%

5%

tot 1965

15%

20%

30%

1965-1980

15%

25%

25%

1965-1980

15%

60%

90%

1980 en later

40%

40%

75%

1980 en later

Figuur 19. Kengetallen die de potentiële geschiktheid voorspellen

70%

70%

90%

Vraag zorgdoelgroepen Voor de raming van de vraag van zorgdoelgroepen is onze Woonzorgplanner gebruikt. Gegevens Voor de Woonzorgplanner maken wij gebruik van de volgende gegevens: • CIZ-indicaties per gemeente per 1 januari 2015, aangevuld met de landelijke ontwikkelingen tussen peildatum 1 januari 2015 en 2016 en 1 januari 2016 en 2017. Deze landelijke ontwikkelingen zijn geprojecteerd op de gemeentelijke aantallen. • Prognose provincie Zeeland. • Kengetallen over in-, door- en uitstroom in intramurale woonvormen (landelijk naar ZZP’s) (bron: kwartaalrapportage 2016 (CIZ). Deze kengetallen zijn samengesteld door de vergelijking te maken van het aantal indicaties tussen peildatum 1 januari 2015 en 2016 en 1 januari 2016 en 2017 en de nieuwe Wlz-aanvragen in deze perioden. Aan de hand hiervan zijn instroom-, doorstroom- en uitstroompercentages berekend. Voor ZZP’s die niet in de kwartaalrapportage 2016 benoemd zijn vanwege hun geringe omvang, zijn gegevens uit de Trendrapportage 2013 (CIZ) gebruikt. Daarin zijn kengetallen opgenomen over in-, door- en uitstroom voor de gehele grondslag (SOM, PG, VG, LG, ZG en PSY). • Kengetallen over het daadwerkelijk verzilveren van de toegekende indicaties (regionaal naar ZZP’s) van Wlz-indicaties (bron: Monitor Langdurige Zorg.

Op basis van het gemiddelde van 2010 t/m 2014 en de trend die is ingezet, is het percentage voor 2015 en verder berekend).

Vergelijking met waarstaatjegemeente.nl Op waarstaatjegemeente.nl staan gegevens over het zorggebruik. Die gegevens wijken af van het aantal CIZindicaties. CIZ levert informatie over het aantal mensen dat op een peildatum (1 januari) een indicatie heeft. De gegevens via waarstaatjegemeente.nl gaan over alle mensen die gedurende een jaar een vorm van ondersteuning of zorg hebben gekregen. Dat aantal ligt hoger dan het aantal personen op een bepaalde peildatum.

53

Splitsing ZZP’s naar grondslag Voor een aantal indicaties (VV04 en VV06) zijn meerdere grondslagen mogelijk. VV04 kan zowel de grondslag somatiek (SOM) als psychogeriatrisch (PG) hebben. VV06 kan zowel de grondslag somatiek als lichamelijke beperking hebben. De exacte verdeling tussen deze grondslagen binnen de indicaties is niet bekend. De verdeling naar grondslag is daarom gebaseerd op verhoudingen van het totaal indicaties per grondslag binnen de gemeente (bron: CIZ). Bijvoorbeeld: als de verhouding SOM – PG 75%-25% is binnen een gemeente, dan is die verhouding toegepast op VV04 en middels die verhouding verdeeld over beide grondslagen. Prognose per ZZP Per ZZP is gebruikgemaakt van de volgende prognosecijfers: • Voor VV01, VV04 (somatiek), VV06, VV08, VV10: bevolkingsgroei voor personen ouder dan 75 jaar • Voor VV05, VV07, VV04 (PG): bevolkingsgroei voor personen ouder dan 65 jaar • Voor VG, ZG, VV06 (LG): algemene bevolkingsgroei voor personen ouder dan 18 jaar • GGZ: algemene bevolkingsgroei voor personen ouder dan 18 jaar. Aan de hand van deze prognosecijfers zijn de huidige instroomcijfers aangepast aan het aantal van de potentiële doelgroep in het betreffende jaar. Tempo extramuralisering Sector

1.1.2013

1.1.2014

Ouderenzorg (V&V)

VV01, VV02

VV03

Gehandicaptenzorg

VG01, VG02

1.1.2015 LG01, LG03 ZG01

Geestelijke

GGZ01, GGZ02

gezondheidszorg

54

Bijlage 2

ZORGPROFIELEN In de AWBZ werden indicaties ZZP’s genoemd. In de Wlz (ingegaan per 1.1.2015) worden indicaties zorgprofielen genoemd, gebaseerd op dezelfde indicaties. Een ZZP is in de Wlz een verstrekkingsvorm, net als vpt, mpt en pgb. De term ZZP wordt nog vaak gebruikt om een indicatie aan te geven in plaats van de term zorgprofiel. Een zorgprofiel beschrijft de zorgbehoefte en biedt een totaal pakket aan Wlz-zorg. Hieronder staan de zorgprofielen uit de Wlz. Nummer zorgprofiel Naam zorgprofiel Sector Verpleging en Verzorging (VV) VV 4

VV Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging

VV 5

VV Beschermd wonen met intensieve dementiezorg

VV 6

VV Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging

VV 7

VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding

VV 8

VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op verzorging/verpleging

VV 9b

VV Herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging

VV 10

VV Beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg Sector Verstandelijk Gehandicaptenzorg (VG)

VG 3

VG Wonen met begeleiding en verzorging

VG 4

VG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging

VG 5

VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging

VG 6

VG Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering

VG 7

VG (Besloten) wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering

VG 8

VG Wonen met begeleiding en volledige verzorging en verpleging Sector Licht Verstandelijk Gehandicaptenzorg (LVG)

LVG 1

LVG Wonen met enige behandeling en begeleiding

LVG 2

LVG Wonen met behandeling en begeleiding

LVG 3

LVG Wonen met intensieve behandeling en begeleiding, kleine groep

LVG 4

LVG Wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding

55

Nummer zorgprofiel Naam zorgprofiel LVG 5

LVG Besloten wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding

SGLVG 1

LVG Behandeling in een SGLVG behandelcentrum Sector Lichamelijk Gehandicaptenzorg (LG)

LG 1

LG Wonen met enige begeleiding en enige verzorging (2015)

LG 2

LG Wonen met begeleiding en enige verzorging

LG 3

LG Wonen met enige begeleiding en verzorging (2015)

LG 4

LG Wonen met begeleiding en verzorging

LG 5

LG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging

LG 6

LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging

LG 7

LG Wonen met zeer intensieve begeleiding en zeer intensieve verzorging Sector Zintuiglijk Gehandicaptenzorg, auditief (ZGaud)

ZGaud 1

ZGaud Wonen met begeleiding en enige verzorging (2015)

ZGaud 2

ZGaud Wonen met intensieve begeleiding en verzorging

ZGaud 3

ZGaud Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging

ZGaud 4

ZGaud Wonen met intensieve begeleiding en enige verzorging Geestelijke Gezondheidszorg

GGZ-B 3

GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding

GGZ-B 4

GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en verzorging

GGZ-B 5

GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en gedragsregulering

GGZ-B 6

GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging

GGZ-B 7

GGZ-B Beveiligd voortgezet verblijf vanwege extreme gedragsproblematiek met zeer intensieve begeleiding Sector Zintuiglijk Gehandicaptenzorg, visueel (ZGvis)

ZGvis 1

ZGvis Wonen met enige begeleiding en enige verzorging (2015)

ZGvis 2

ZGvis Wonen met begeleiding en enige verzorging

ZGvis 3

ZGvis Wonen met intensieve begeleiding en verzorging

ZGvis 4

ZGvis Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging

ZGvis 5

ZGvis Wonen met zeer intensieve begeleiding en zeer intensieve

Zorgprofielen Beschermd Wonen Zeeland In Zeeland worden de volgende zorgprofielen voor Beschermd Wonen gehanteerd: • Basis (licht zorgintensief). De prestatie "Basis" wordt geboden aan cliënten waarvan de psychiatrische problematiek enkelvoudig is. In veel gevallen is een sociaal netwerk in de omgeving dat verbreed en/of geactiveerd kan worden. • Extra (middel zorgintensief). Met de prestatie "Extra" wordt beoogd cliënten te voorzien van ondersteuning, gericht op omgaan met of verminderen van meervoudige psychiatrische problematiek. Deze problematiek heeft niet alleen betrekking op het individu, maar heeft ook een directe relatie met het sociaal netwerk. • Intensief (zwaar zorgintensief). De prestatie "Intensief" richt zich op cliënten voor wie een intensief beroep op ondersteuning noodzakelijk is. Er is een groep cliënten die als chronisch is te

56

beschouwen, voor deze groep is stabilisatie en continuering van de situatie of begeleiding bij achteruitgang het uitgangspunt. De groep zal permanente begeleiding nodig hebben om terugval te voorkomen. Bij deze groep is vaak sprake van ernstige gedragsproblematiek en/of ernstig middelengebruik. De begeleiding is er op gericht de complexe gedragsproblematiek beheersbaar te houden.

57

Bijlage 3

BETROKKEN ORGANISATIES De volgende organisaties zijn betrokken bij het onderzoek: • Woningcorporatie Woongoed Zeeuws-Vlaanderen • Zorgkantoor CZ (V&V-sector; GZ-sector) • Bureau College Zorg en Welzijn (GGZ-sector; MO)

Zorgaanbieders V&V-sector: • Warmande • ZorgSaam Zorgaanbieders GZ-sector: • Tragel • Okkernoot (VG) Zorgaanbieders GGZ-sector: • Emergis • Zeeuwse Gronden

Zorgaanbieder Jeugd: • Juutsom

58

Bijlage 4

DEFINITIES EN AFKORTINGEN Definities woonvormen Toegankelijke woningen Nultredenwoning Woongoed Zeeuws-Vlaanderen Verzorgd wonen (senioren) • Woningen, meestal voor ouderen, die gebouwd zijn in de directe omgeving of als onderdeel van een woonzorgcomplex. • Geclusterd wonen • Zelfstandig wonen (bewoner betaalt huur of is eigenaar-bewoner) • Bewoners kunnen extra ondersteuning krijgen in het dagelijks leven (maaltijden, schoonmaken, begeleiding, persoonlijke verzorging) • Zorg aan huis gepland en/of op afroep. Voorbeelden: aanleunwoningen, (voormalig) verzorgingshuis waar appartementen verhuurd worden, serviceflat. Wonen met begeleiding (Gehandicaptensector, GGZ) • Individueel of groepswonen in de wijk met af en toe begeleiding (in gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg). • Geclusterd wonen • Bewoner betaalt huur • Wonen en zorg zijn organisatorisch met elkaar verbonden (afname van zorg is voorwaarde om er te (blijven) wonen) • Bewoner moet verhuizen als zorg niet meer nodig is • Zorg en begeleiding op afspraak en/of op afroep. Voorbeelden: begeleid wonen voor mensen met een verstandelijke beperking, Thomashuizen, Herbergier, Fokuswoningen, beschermd wonen.

Intramuraal verblijf (V&V, Gehandicaptensector) • Verblijf in een instelling waarbij wonen en zorg financieel en organisatorisch verbonden met elkaar zijn.

59

•

Het betreft wonen met 24 uurszorg en toezicht. Bewoners betalen geen huur. Verblijf wordt bekostigd uit de Wlz.

Voorbeelden: verpleeghuis, instelling voor mensen met een beperking, groepswoningen, GGZ-instelling met behandeling (Zvw/Wlz).

All-inclusive beschermd wonen (GGZ) • Wonen met 24 uurstoezicht en begeleiding • Bewoners betalen geen huur. Verblijf wordt bekostigd uit Wmo.

Overige definities Intramuraal Wlz-zorg met verblijf. Verblijf bij een instelling waarbij het verblijf, maaltijden en huishoudelijke verzorging en zorg gefinancierd worden vanuit de Wlz (met eigen bijdrage van de cliënt). Extramuraal De bewoner betaalt zelf de huur (of hypotheek). De bewoner kan in deze woning Wlz-zorg zonder verblijf krijgen via een vpt, mpt of pgb (‘verstrekkingsvorm’). Volledig pakket thuis (vpt) Zorg zoals in een instelling, inclusief maaltijden en huishoudelijke verzorging. Modulair pakket thuis (mpt) Modulair samengestelde zorg, exclusief maaltijden en huishoudelijke verzorging. Kan door verschillende zorgaanbieders worden geleverd. Persoonsgebonden budget (pgb) Volledig zelf de zorg regelen. Verschil somatische aandoening en lichamelijke beperking Somatische aandoening of beperking Een somatische ziekte is een fysieke aandoening. Wanneer sprake is van blijvende beperkingen, niet veroorzaakt door stoornissen van het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat (bot-/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel), dan is de grondslag Somatische aandoening of beperking van toepassing. Dit is ook het geval bij een terminale situatie. Lichamelijke handicap Ook een lichamelijke handicap is een fysieke aandoening.

Wanneer sprake is van beperkingen als gevolg van stoornissen van het zenuwstelsel en het bewegingsapparaat (bot-/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel) waarbij geen functionele verbetering meer mogelijk is (NB. er kan nog wel sprake zijn van een verslechtering) en er geen sprake is van een terminale situatie, dan is de grondslag Lichamelijke handicap van toepassing.

60

Afkortingen Ggz:

Geestelijke gezondheidszorg, zowel de klinische zorg (Zvw), langdurige zorg (Wlz) als Beschermd Wonen (Wmo)

GZ:

Gehandicaptenzorg. VG, LVG, SGLVG, LG en ZG

LG:

Lichamelijk Gehandicapt.

LVG:

Licht Verstandelijk Gehandicapt

Mpt:

Modulair pakket thuis

PG:

Psychogeriatrisch (dementie)

Pgb:

Persoonsgebonden budget

VG:

Verstandelijk Gehandicapt

V&V:

Verpleging en verzorging (sector ouderenzorg)

Vpt:

Volledig pakket thuis

Wlz:

Wet langdurige zorg

Wmo 2015:

Wet maatschappelijke ondersteuning

ZG:

Zintuiglijke beperking (auditief en/of visueel)

Zvw:

Zorgverzekeringswet

ZZP:

Zorgzwaartepakket (zie bijlage 2)

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=f2698276-df2d-47ba-b382-8af489908103