04 Rapport Wonen en Zorg gemeente Sluis (Atrive) DEF.pdf
Tekst van het document
WONEN EN ZORG Onderzoek in kader van langetermijnvisie Wonen en Zorg
26 september 2017
drs. Anita Lahuis Kevin Vijftigschild MSc
Australiëlaan 5, 3526 AB Utrecht 030 693 60 00 info@atrive.nl www.atrive.nl KvK: 17106411
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
1 1 2
Aanleiding Aanpak Opzet rapport
Hoofdstuk 2 Toegankelijke woningen
3
2.1 2.2 2.3
3 4 5 6 6 7 9
2.4
Behoefte Voorraad Confrontatie behoefte en voorraad Scenario 1: Globale behoefte Scenario 2: Urgente behoefte Scenario 3: Actuele behoefte Conclusie
Hoofdstuk 3 Wonen voor zorgdoelgroepen: behoefte
10
3.1 3.2 3.3 3.4
10 12 12 14 14 17 19 20 20 23 25 25 26 26 29 30
3.5
3.6
3.7
Inleiding Huishoudensprognose Leeftijd mensen met een CIZ-indicatie V&V-sector Mensen met een somatische aandoening Mensen met een psychogeriatrische aandoening Ervaringen zorgaanbieders en zorgkantoor Gehandicaptensector Mensen met een verstandelijke beperking Mensen met een lichamelijke beperking Mensen met een zintuiglijke beperking Ervaringen zorgaanbieders en zorgkantoor GGZ-sector Mensen met een psychische aandoening Ervaringen zorgaanbieders Jeugdhulp
Hoofdstuk 4 Wonen voor zorgdoelgroepen: voorraad
31
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
31 31 33 33 34 35 35 36
Inleiding Mensen met somatische aandoening Mensen met psychogeriatrische aandoening Mensen met een verstandelijke beperking Mensen met een lichamelijke beperking Mensen met een psychische aandoening Jeugd Maatschappelijke opvang
Hoofdstuk 5 Wonen voor zorgdoelgroepen: confrontatie behoefte en voorraad
37
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
37 37 38 39 39 40 40
Inleiding Vraag en aanbod voor mensen met een somatische aandoening Vraag en aanbod voor mensen met een psychogeriatrische aandoening Vraag en aanbod voor mensen met een (verstandelijke) beperking Vraag en aanbod voor mensen met een lichamelijke beperking Vraag en aanbod voor mensen met een psychische aandoening Conclusie
Hoofdstuk 6 Meer dan een woning…
42
6.1 6.2 6.3
42 44 45
Voorzieningen in de buurt Thuistechnologie Woonzorgzones
Hoofdstuk 7 Conclusies en aanbevelingen
46
Bijlage 1 Uitleg methodiek
52
Bijlage 2 Zorgprofielen
55
Bijlage 3 Betrokken organisaties
58
Bijlage 4 Definities en afkortingen
59
Hoofdstuk 1
INLEIDING 1.1 Aanleiding Gemeente Sluis, woningcorporatie Woongoed Zeeuws-Vlaanderen en zorgaanbieders werken samen aan een visie op toekomstige zorg in West Zeeuws-Vlaanderen. In dat proces zijn vier deelprojecten onderscheiden. Eén van de deelprojecten betreft het opstellen van een langetermijnvisie Wonen en Zorg. Als onderlegger voor deze visie is voorliggend onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek biedt (cijfermatig) inzicht in: • Toegankelijke woningen: behoefte, voorraad en tekorten/overschotten per kern • Behoefte aan intramurale en extramurale woonvormen voor zorgdoelgroepen in de komende 30 jaar (gemeenteniveau) • Huidig en toekomstig aanbod aan woonvormen voor zorgdoelgroepen (kernniveau) • Benodigde voorzieningen en ondersteuning.
Daarmee kunnen de volgende door de partijen geformuleerde vragen beantwoord worden: • Wat is de totale opgave aan geschikte woningen voor senioren en mensen met een ondersteuningsvraag? • Welke voorzieningen en ondersteuning aan ambulante zorg hebben inwoners nodig om langer zelfstandig te kunnen wonen? Hoe kan innovatie en technologie hierbij helpen? Kan het vormen van woonzorgzones hiervoor een oplossing bieden? • Op welke manier kunnen inwoners zelf gestimuleerd worden om hun woning geschikt te maken? • Wat is de behoefte aan (kleinschalige) extramurale, intramurale of gemengde woonvormen? De derde vraag (stimuleren inwoners om woning geschikt te maken) is meer een procesvraag dan onderzoeksvraag. Deze zal terugkomen in het hoofdstuk met conclusies en aanbevelingen.
1.2 Aanpak De aanpak van het onderzoek is in twee onderdelen op te splitsen: 1) Deskresearch Tijdens het deskresearch zijn kwantitatieve gegevens geanalyseerd. De methodiek is beschreven in bijlage 1 en deels ook in de rapportage zelf.
1
Bij het deskresearch is gebruikgemaakt van: • WOZ-gegevens (bron: gemeente Sluis) • BRP-gegevens (bron: gemeente Sluis) • Kernenprognose Rigo (verkregen via Woongoed Zeeuws-Vlaanderen) • Opgave vastgoed zorgaanbieders en Woongoed Zeeuws-Vlaanderen • CIZ-indicaties (1.1.2015) • Kengetallen over instroom en uitstroom uit intramurale woonvormen en het daadwerkelijk verzilveren van de toegekende Wlz-indicaties (bron: Monitor langdurige zorg) • Overzicht huisartsen, apotheken, dorpshuizen, pinautomaten, supermarkten (via ZorgSaam, gemeente Sluis en internet). 2) Marktconsultatie Er zijn gesprekken gevoerd met zorgaanbieders, het zorgkantoor, woningcorporatie Woongoed Zeeuws-Vlaanderen en CZW-bureau (zie bijlage 3). Warmande en ZorgSaam hebben het voornemen om in juli 2018 te fuseren. In deze rapportage worden beide zorgorganisaties nog apart benoemd.
1.3 Opzet rapport De rapportage van het onderzoek bestaat uit dit hoofdrapport en een bijlagerapport met factsheets per kern. Het hoofdrapport bestaat uit 7 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 bevat de behoefte aan en voorraad van toegankelijke woningen voor mensen met mobiliteitsbeperkingen. In hoofdstukken 3 t/m 5 worden vraag (hoofdstuk 3) en aanbod (hoofdstuk 4) voor zorgdoelgroepen gepresenteerd en met elkaar geconfronteerd (hoofdstuk 5). Hoofdstuk 6 gaat in op de behoeften aan voorzieningen voor zorgdoelgroepen. Het hoofdrapport wordt afgerond met een samenvattend hoofdstuk waarin de onderzoeksvragen worden beantwoord.
In de factsheets per kern is de volgende informatie te vinden: • Prognose van het aandeel huishoudens van 75 jaar en ouder, vergeleken met het aandeel in de gemeente. • Raming van het aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen. • Aanbod (en plannen) van toegankelijke woonvormen (inclusief aantal potentieel geschikte woningen). • Woonsituatie 75-plussers naar geschiktheid van woning. • Woningaanbod voor zorgdoelgroepen. • Een kaart met het aanbod aan toegankelijke woningen, woonvormen voor zorgdoelgroepen en voorzieningen.
2
Hoofdstuk 2
TOEGANKELIJKE WONINGEN 2.1 Behoefte Voor het bepalen van de behoefte aan toegankelijke woningen is een raming gemaakt van het aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking (oftewel een fysieke/lichamelijke beperking) los van het feit of zij wel of geen zorg nodig hebben. In gemeente Sluis zijn momenteel zo’n 2.500 huishoudens met een mobiliteitsbeperking (22% van alle huishoudens). Bijna 60% van hen heeft een lichte beperking. 1% van alle huishoudens heeft een zware beperking en zal gebruikmaken van een rolstoel. Tabel 1. Aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen gemeente Sluis 2016-2040 2016
2017
2020
2025
2030
2035
2040
Geen beperking
8.720
8.745
8.745
8.545
8.240
7.885
7.550
Lichte beperking (stok)
1.460
1.470
1.495
1.550
1.570
1.555
1.540
Matige beperking (rollator)
930
940
965
1.055
1.105
1.130
1.155
Zware beperking (rolstoel)
105
110
110
120
125
130
135
11.215
11.265
11.315
11.270
11.045
10.700
10.380
Totaal
Bron: Geriscoop, kernprognose Rigo, WoON2015 (bewerking Atrivé)
Tabel 2. Aandeel huishoudens met mobiliteitsbeperkingen gemeente Sluis 2016-2040 2016
2017
2020
2025
2030
2035
2040
Geen beperking
77,8%
77,7%
77,3%
75,8%
74,6%
73,7%
72,7%
Lichte beperking (stok)
13,0%
13,1%
13,2%
13,7%
14,2%
14,5%
14,9%
Matige beperking (rollator)
8,3%
8,3%
8,5%
9,4%
10,0%
10,6%
11,1%
Zware beperking (rolstoel)
0,9%
1,0%
1,0%
1,1%
1,2%
1,2%
1,3%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
Totaal
Bron: Geriscoop, kernprognose Rigo, WoON2015 (bewerking Atrivé)
Volgens de prognose neemt het totaal aantal huishoudens in gemeente Sluis na 2020 af. Als gevolg van de vergrijzing neemt echter het aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking wel toe van 2.500 in 2017 naar 2.800 in 2030. Na 2030 blijft deze doelgroep in omvang vrij stabiel.
3
Tabel 3. Aantal en aandeel huishoudens met mobiliteitsbeperkingen per kern 2017 Kern
2017 In % van Abs. bevolking
2025 In % van Abs. bevolking
2040 In % van Abs. bevolking
Aardenburg
260
23
270
25
280
29
Breskens
520
23
575
26
600
30
Cadzand
85
22
95
24
95
26
Eede
90
21
100
24
105
25
Groede
110
22
120
25
110
28
Hoofdplaat
80
22
100
26
110
31
Nieuwvliet
40
19
45
19
55
20
Oostburg
515
23
525
25
525
29
Retranchement
40
21
40
21
40
19
Schoondijke
130
20
140
22
130
24
Sint Kruis
25
20
25
20
20
22
Sluis
265
23
295
23
330
25
Waterlandkerkje
50
20
55
20
55
23
IJzendijke
225
22
260
24
295
28
Zuidzande Totaal gemeente Sluis
60
21
65
23
70
26
2.520
22
2.725
24
2.830
27
Bron: Geriscoop, prognose provincie Zeeland, WoON2015 (bewerking Atrivé)
In de grotere kernen Aardenburg, Breskens, Oostburg, Sluis is in 2017 het aandeel huishoudens met een mobiliteitsbeperking gemiddeld net iets hoger dan het gemeentelijk gemiddelde. In Nieuwvliet, Waterlandkerkje, Sint Kruis en Schoondijke ligt het aandeel juist een of twee procent lager. Als wij ruim 20 jaar verder kijken zien wij dat in absolute aantallen het aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking vooral in Breskens, Sluis en IJzendijke toe neemt. De grotere kernen Aardenburg en Oostburg hebben over 20 jaar nog steeds een hoger aandeel huishoudens met een mobiliteitsbeperking dan gemiddeld in de gemeente, maar in absolute aantallen zal in deze beide kernen de omvang van de groep slechts gering toenemen. Ook Groede, Hoofdplaat en IJzendijke hebben in 2040 een hoger aandeel huishoudens met een mobiliteitsbeperking dan gemiddeld in de gemeente.
2.2 Voorraad De omvang van de voorraad aan toegankelijke woningen is als volgt bepaald: Woningtype
Bron
Toegankelijke woningen (sociale huur)
Woongoed Zeeuws-Vlaanderen
Verzorgd Wonen
Woongoed Zeeuws-Vlaanderen, ZorgSaam, Warande
Potentiële toegankelijke eengezinswoningen (huur
WOZ-gegevens
en koop)
Doorzonscan)
Overige geschikte woningen
www.zorgopdekaart.nl
4
gemeente
Sluis
(verwerkt
in
Overige geschikte woningen
Totaal aantal (potentieel) toegankelijke woningen
64
85
378
48
15
590
46
Breskens
137
100
567
118
6
928
32
Cadzand
13
133
30
5
181
20
Eede
28
110
16
1
155
35
Groede
38
163
17
8
226
33
Hoofdplaat
24
108
10
2
144
31
IJzendijke
41
363
47
2
462
38
Nieuwvliet
4
69
11
7
91
29
Oostburg
164
712
100
6
1.009
40
Retranchement
13
85
13
3
114
37
Schoondijke
44
190
19
5
258
34
46
6
4
56
33
366
74
12
523
38
Verzorgd wonen 9 27
Sint Kruis 21
In % van woningvoorraad 1
Potentieel toegankelijke eengezinswoningen huur
Aardenburg
Toegankelijke woningen (huur)
Potentieel toegankelijke eengezinswoningen koop
Tabel 4. Toegankelijke woningen en potentieel toegankelijke woningen
Sluis
50
Waterlandkerkje
16
80
6
0
102
34
Zuidzande
14
96
6
3
119
31
Gemeente Sluis totaal
650
3.466
521
79
4.958
35
242
Bron: Gegevens Woongoed Zeeuws-Vlaanderen, opgave V&V-zorgaanbieders, www.zorgopdekaart.nl, WOZ gemeente Sluis (bewerking Atrivé)
In bovenstaande tabel is per kern aangegeven hoeveel (potentieel) toegankelijke woningen er zijn. In totaal zijn er 4.958 (potentieel) toegankelijke woningen. 20% van deze woningen is op dit moment zeker toegankelijk; 80% is potentieel toegankelijk. Dat betekent dat deze woningen toegankelijk zijn of met geringe moeite (kleine aanpassingen) toegankelijk te maken zijn. De kernen Aardenburg, Oostburg, Sluis, Retranchement en IJzendijke hebben een hoger aandeel toegankelijke woningen (in % van de woningvoorraad) dan gemiddeld in gemeente Sluis. Vooral Cadzand heeft een fors lager aandeel (potentieel) toegankelijke woningen dan gemiddeld in de gemeente.
2.3 Confrontatie behoefte en voorraad In deze paragraaf geven wij drie scenario’s om de verhouding tussen behoefte en voorraad aan toegankelijke woningen aan te geven: 1) Globale behoefte: totale behoefte van mensen met een mobiliteitsbeperking (licht, matig, zwaar) versus de totale (potentiële) voorraad. 1
In % van totale woningvoorraad met een woonbestemming (WOZ) exclusief recreatiewoningen. De totale woningvoorraad bedraagt 14.190 woningen.
5
2)
Urgente behoefte: hierbij vergelijken wij de behoefte van mensen met een matige en zware beperking versus de voor hen geschikte voorraad.
3)
Actuele behoefte: deze variant houdt rekening met het feit dat een deel van de huishoudens met een beperking niet in een passende woning woont en andersom, dat niet elke passende woning door deze doelgroep wordt bewoond.
Scenario 1: Globale behoefte Als eerste wordt een globaal inzicht gegeven in de verhouding tussen behoefte en voorraad, door de behoefte, uitgedrukt in huishoudens met mobiliteitsbeperkingen, te vergelijken met het totale (toekomstige aanbod) aan toegankelijke woningen, verzorgd wonen en potentieel geschikte eengezinswoningen. De globale vergelijking van behoefte en aanbod bestaat uit de volgende bouwstenen: Behoefte Huishoudens met beperkingen 2017: • Licht (stok) • Matig (rollator) • Zwaar (rolstoel)
2017
2020, 2025, 2030
Huishoudens met beperkingen 2020, 2025, 2030: • Licht (stok) • Matig (rollator) • Zwaar (rolstoel)
Aanbod • Toegankelijke woningen • Verzorgd wonen • Overige geschikte woningen • Potentieel geschikte eengezinswoningen • • • •
Toegankelijke woningen Verzorgd wonen + 30 nieuwbouw (De Stelle) Overige geschikte woningen Potentieel geschikte eengezinswoningen
Tabel 5. Match behoefte en voorraad variant 1 (globaal) Jaar
Behoefte
Voorraad
(Theoretisch) overschot
2017
2.520
4.958
2.438
2020
2.570
4.988
2.418
2025
2.725
4.988
2.263
2030
2.800
4.988
2.188
In 2017 zijn er in gemeente Sluis bij variant 1 ruim voldoende (potentieel) toegankelijke woningen beschikbaar om in de woningbehoefte van huishoudens met mobiliteitsbeperkingen te voorzien. Met de toename van de vraag neemt de marge aan toegankelijke woningen af, maar deze blijft zeer ruim. Dit (theoretisch) overschot is er alleen als inwoners gestimuleerd worden om hun woning aan te passen: zo’n 970 woningen zijn in 2017 daadwerkelijk fysiek toegankelijk en 3.990 woningen hebben de potentie om fysiek toegankelijk te worden. Om tegemoet te komen aan de behoefte én gebruik te maken van de potentie in de bestaande voorraad, is de opgave om in circa 1.550 2 potentieel toegankelijke woningen maatregelen te treffen, oftewel woningen ‘op te plussen’. Deze opgave loopt op naar 1.570 woningen in 2020 en 1.830 in 2030.
Scenario 2: Urgente behoefte In scenario 2 is de groep huishoudens uitgelicht met matige tot ernstige beperkingen (minimaal rollatorafhankelijk); zie tabel hieronder. Deze behoefte is vergeleken met de beschikbare voorraad
2
Behoefte van 2.520 minus 970 toegankelijke woningen.
6
die in hun behoefte kan voorzien. Hierin is de voorraad potentieel geschikte eengezinswoningen buiten beschouwing gelaten. Deze zijn wel geschikt te maken voor huishoudens met lichte mobiliteitsbeperkingen, maar de kans dat deze (tegen beperkte kosten) ook voor huishoudens met matige of ernstige beperkingen geschikt te maken zijn is lastig in te schatten, met name omdat de oppervlaktematen van sanitair en slaapkamer, alsmede de mogelijkheden om een traplift te installeren, niet bekend zijn. De hierop gebaseerde vergelijking geeft inzicht in de urgente behoefte, versus de daarbij passende voorraad en bestaat uit de volgende bouwstenen: Behoefte 2017
Huishoudens met beperkingen 2017: • Matig (rollator)
•
Verzorgd wonen
Zwaar (rolstoel)
•
Overige geschikte woningen
Huishoudens met beperkingen 2020,
• •
Toegankelijke woningen Verzorgd wonen + 30 nieuwbouw (De Stelle) Overige geschikte woningen
• 2020, 2025, 2030
Aanbod • Toegankelijke woningen
2025, 2030: • Matig (rollator) •
•
Zwaar (rolstoel)
Tabel 6. Match behoefte (rollator + rolstoel) en voorraad variant 2 (urgent) Jaar
Behoefte
Voorraad
Tekort
2017
1.045
971
-74
2020
1.075
1.001
-74
2025
1.175
1.001
-174
2030
1.235
1.001
-234
Als wij uitgaan van de urgente behoefte is er in 2017 een tekort die verder oploopt in de komende 20 jaar. Er zijn zo op het oog onvoldoende toegankelijke woningen om alle huishoudens met een matige of zware mobiliteitsbeperking adequaat te huisvesten. Wij hebben echter voornamelijk de huurwoningen goed in het vizier. In de koop en particuliere huursector zijn ongetwijfeld woningen die ook rollator- of zelfs rolstoeltoegankelijk zijn. Het daadwerkelijke huidige tekort zal daardoor lager liggen. Vanwege de groeiende behoefte aan toegankelijke woningen is het gewenst om de voorraad aan toegankelijke woningen uit te breiden door (sloop en) nieuwbouw. Het gaat om 100 woningen in de periode 2020-2025 (groei van 1.075 naar 1.175 huishoudens). Op de korte termijn wordt de verwachte groei in behoefte aan toegankelijke woningen opgevangen door de plannen in Stelle en Burghtkwartier (+ 40 woningen).
Scenario 3: Actuele behoefte Bij de vergelijking van behoefte en voorraad moeten we ons realiseren dat niet ieder huishouden dat tot de doelgroep behoort in een passende woning woont en, andersom, dat niet elke passende woning door de doelgroep wordt bewoond. Zo worden appartementen ook door jongere huishoudens bewoond. Hetzelfde geldt voor ruime eengezinswoningen die recent gebouwd zijn (potentieel geschikte woningen). We kunnen deze match niet exact maken, omdat niet bekend is waar de huishoudens met beperkingen wonen. Wel is bekend waar 75-plussers wonen. Daarom is voor deze groep geanalyseerd
7
in hoeverre zij passend wonen in toegankelijke huurwoning, verzorgd wonen, potentieel toegankelijke eengezinswoningen 3). Tabel 7: Aandeel 75-plushuishoudens in toegankelijke en potentieel toegankelijke woningen 4 In toegankelijke woningen (inclusief verzorgd wonen)
In potentieel toegankelijke woningen
In niettoegankelijke woningen
Totaal
Aardenburg
42
31
27
100
Breskens
23
54
23
100
Cadzand
3
81
17
100
Eede
6
81
13
100
Groede
5
90
5
100
Hoofdplaat
7
76
17
100
IJzendijke
6
63
32
100
Nieuwvliet
0
62
38
100
Oostburg
15
57
28
100
Retranchement
10
86
4
100
Schoondijke
10
84
6
100
Sint Kruis
0
85
15
100
Sluis
11
55
34
100
Waterlandkerkje
0
80
20
100
Zuidzande
2
88
10
100
Totaal gemeente Sluis
15
60
24
100
(420)
(1.650)
(670)
(2.740)
Bron: Inventarisatie woningvoorraad (zie paragraaf 2.2.) en BasisregistratiePersonen gemeente Sluis
Uit de vergelijking blijkt dat 15% van de 75-plushuishoudens in een toegankelijke woning 5 woont en 60% in een potentieel toegankelijke woning. Deze woningen zijn mogelijk al aangepast of er zijn aanpassingen nodig indien huishoudens met beperkingen te maken hebben of krijgen. Een kwart van alle 75-plushuishoudens woont in een woning die niet toegankelijk is. Verhuizen naar een toegankelijke woning is voor hen de enige mogelijkheid als zij een woning willen die geschikt is voor hun beperking. Dat is vooral het geval in Nieuwvliet, IJzendijke en Sluis. In Breskens en Aardenburg is het aandeel 75-plushuishoudens in een toegankelijke woning het hoogst. In Sluis en Oostburg ligt dat aandeel rond het gemeentelijke gemiddelde. In de andere kernen ligt het aandeel (fors) lager. 75-plussers wonen relatief vaak in een potentieel toegankelijke woning, met name in de kleinere kernen. In deze kernen is de potentie om woningen op te plussen het hoogst. In Breskens, Oostburg en Sluis is het aandeel 75-plussers in potentieel toegankelijke woningen relatief het laagst.
3
Inclusief overige toegankelijke woningen.
4
In de factsheets zijn ook cijfers per kern voor 65-plussers opgenomen en uitsplitsing naar huur en koop.
5
Van alle toegankelijke woningen (inclusief verzorgd wonen) wordt 47% bewoond door een huishouden van 75 jaar of ouder.
8
Sluis springt in tabel 7 er uit met relatief veel 75-plussers in niet-toegankelijke woningen in combinatie met een lager dan gemiddeld aandeel 75-plussers in (potentieel) toegankelijke woningen.
2.4 Conclusie De scenario’s laten zien dat de opgave sterk samenhangt met de breedte van de doelgroep en de gehanteerde veronderstellingen: • Ten behoeve van het totale aantal geraamde huishoudens met mobiliteitsbeperkingen in 2025 is er een opplusopgave in vooral de particuliere eengezinswoningvoorraad van ongeveer 1.725 woningen. De potentieel toegankelijke woningen zijn geschikt te maken voor huishoudens met lichte beperkingen. • Het ligt voor de hand om hierin als eerste in te zetten op de potentieel geschikte voorraad die door 75-plushuishoudens wordt bewoond: circa 1.610 woningen (tabel 7). Deze woningen zijn te beschouwen als het directe aanpassingspotentieel. • Voor huishoudens met matige tot ernstige beperkingen is de voorraad toegankelijke woningen (voor zover bekend) in de bestaande voorraad onvoldoende. Voor de groei van deze groep huishoudens is het gewenst om de voorraad toegankelijke woningen in de periode 2020-2025 met 100 woningen uit te breiden. Op de korte termijn wordt de verwachte groei in behoefte aan toegankelijke woningen opgevangen door de plannen in Stelle en Burghtkwartier (+ 40 woningen). • Een kwart van de huishoudens van 75 jaar en ouder woont in een niet-toegankelijke woning. Verhuizen naar een toegankelijke woning is voor hen de enige mogelijkheid als zij in een woning willen wonen die geschikt is voor hun beperking.
Dat is vooral het geval in Nieuwvliet, IJzendijke en Sluis. De opgave is tweeledig: • doorstroming bevorderen van huishoudens met beperkingen in niet-toegankelijke woningen • realiseren van nieuwbouw die in omvang gelijk is aan de groei van het aantal huishoudens met beperkingen. Bij toevoeging van meer toegankelijke woningen wordt de aanpassings- en doorstromingsopgave kleiner.
9
Hoofdstuk 3
WONEN VOOR ZORGDOELGROEPEN: BEHOEFTE 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk ramen wij de kwantitatieve behoefte van zorgdoelgroepen aan intramurale en extramurale woonvormen. Deze cijfermatige analyse is aangevuld met informatie uit de marktconsultatie. Wij onderscheiden bij de analyse van de behoefte de volgende doelgroepen: V&V-sector: 1) Mensen met een somatische aandoening (SOM) 2) Mensen met een psychogeriatrische aandoening (PG) Gehandicaptensector: 3) Mensen met een verstandelijke beperking (VG) 4) Mensen met een zintuiglijke beperking (ZG) 5) Mensen met een lichamelijke beperking (LG) Geestelijke gezondheidszorg: 6) Mensen met een psychische aandoening (PSY) Daarnaast is informatie uit de marktconsultatie over huisvesting van jongeren met Jeugdhulp en over Maatschappelijke Opvang opgenomen in dit hoofdstuk. De behoefte aan woonvormen voor zorgdoelgroepen wordt sterk beïnvloed door het overheidsbeleid (extramuralisering, indicering) en door de kwaliteit van het vastgoed. Veranderingen in wet- en regelgeving en het (regionale) aanbod beïnvloeden de behoefte aan woonvormen in een gemeente.
10
Toelichting grafieken Voor de zes zorgdoelgroepen zijn 3 grafieken opgenomen:
• De eerste grafiek ‘stroomdynamiek’ toont de in- en doorstroom op peilmoment 1 januari en de uitstroom op peildatum 31 december. Oftewel het aantal personen in een jaar dat een indicatie krijgt (instroom), de indicatie behoudt (doorstroom) of (meestal door overlijden, maar ook mogelijk door wijziging van de gezondheidssituatie van de geïndiceerde) geen indicatie meer heeft (uitstroom). In de figuur wordt het aantal mensen met een indicatie per jaar weergegeven door instroom en doorstroom (bij elkaar op te tellen).
• In de tweede grafiek staat de ontwikkeling naar zorgzwaartepakket/zorgprofiel. • In de derde grafiek is de ontwikkeling van de behoefte aan intramurale en extramurale woonvormen aangegeven. Daarin is ook aangegeven hoeveel mensen hun indicatie niet verzilveren. Er is rekening gehouden met de huidige beleidslijnen van het ministerie van VWS ten aanzien van extramuralisering (zie bijlage 1). Extramurale woonvormen Tussen intramuraal verblijf en regulier wonen in een huur- of koopwoning is er een steeds grotere variatie aan woonvormen op de woningmarkt voor mensen met een ondersteunings- of zorgvraag. Deze ‘tussenvormen’ onderscheiden zich van een reguliere woning door hun geclusterde vorm en het aanbod aan diensten, ondersteuning en zorg. Wij onderscheiden twee vormen: verzorgd wonen (ouderensector) en wonen met begeleiding (gehandicaptensector en GGZ-sector). De behoefte aan extramurale woonvormen is:
• Voor mensen met een somatische aandoening bepaald op basis van de omvang van de groep mensen die vanwege de extramuralisering niet meer voor een Wlz-indicatie voor verblijf in aanmerking komen (VV01 t/m VV03).
• Voor de doelgroepen met grondslag PG en LG bepaald op basis van het aantal mensen met een indicatie voor persoonlijke verzorging. Vanwege hun beperking en de omvang van hun ondersteuning- en zorgvraag zal vooral deze groep behoefte hebben aan ‘verzorgd wonen’.
• Voor mensen met een verstandelijke beperking (VG) en psychische stoornis (GGZ) bepaald op het aantal mensen met een indicatie voor individuele begeleiding⁵. Deze doelgroep kan behoefte hebben aan een vorm van begeleid zelfstandig wonen. Verzilveren van indicaties Bekend is dat niet alle mensen met een indicatie voor intramurale zorg daadwerkelijk hun indicatie verzilveren in een intramurale instelling. Dat kan meerdere redenen hebben: men kan er voor kiezen niet in een instelling te gaan wonen en de zorg thuis te ontvangen met een volledig pakket thuis (vpt) of modulair pakket thuis (mpt) of de zorg zelf te regelen met een persoonsgebonden budget (pgb) of men wacht mogelijk op zorg (vrijwillig, dan wel noodgedwongen) en ontvangt in de tussentijd overbruggingszorg.
11
3.2 Huishoudensprognose Figuur 1. Huishoudensprognose naar leeftijd
Bron: Kernenprognose Rigo
In gemeente Sluis neemt het aantal huishoudens af na 2025. Die afname doet zich voor bij alle leeftijdsklassen, behalve bij 75-plussers. Het aantal 65-74-jarigen neemt op korte termijn toe, om daarna vanaf 2020 af te nemen in omvang.
3.3 Leeftijd mensen met een CIZ-indicatie Senioren maken een groot deel uit van de zorgbehoevenden. 70% van de indicaties in gemeente Sluis is afgegeven aan mensen vanaf 65 jaar (figuur 2). De helft daarvan gaat naar 85-plussers.
12
Figuur 2. Leeftijd personen met een CIZ-indicatie per 1 januari 2015
Bron: CIZ
De indicaties worden voornamelijk afgegeven aan zorgbehoevenden met een somatische grondslag. In figuur 3 is ook de onderverdeling tussen intramurale en extramurale CIZ-indicaties per grondslag aangegeven. Mensen met dementie en volwassenen met een verstandelijke beperking hebben vooral een intramurale indicatie, terwijl de andere doelgroepen vooral een extramurale indicatie hebben. Figuur 3. CIZ-indicaties naar grondslagen en leeftijd, intramuraal en extramuraal, 1 januari 2015
Bron: CIZ
13
3.4 V&V-sector Mensen met een somatische aandoening Figuur 4. Stroomdynamiek van mensen met een somatische aandoening met een Wlz-indicatie in een intramurale instelling
Bovenstaande figuur geeft de stroomdynamiek aan voor de doelgroep mensen met een somatische aandoening. Hierin wordt de in- en doorstroom op peilmoment 1 januari en de uitstroom op peildatum 31 december getoond. Oftewel het aantal personen in een jaar dat een indicatie krijgt (instroom), de indicatie behoudt (doorstroom) of (meestal door overlijden, maar ook mogelijk door wijziging van de gezondheidssituatie van de geïndiceerde) geen indicatie meer heeft (uitstroom). Instroom en doorstroom (licht- en donkerblauw) moeten bij elkaar opgeteld worden om tot het totaal aantal mensen in een bepaald jaar met een (verzilverde) indicatie in een intramurale instelling te komen. In bovenstaande figuur is te zien dat het aantal mensen met een somatische aandoening met een intramurale indicatie (die zij verzilveren voor verblijf in een intramurale instelling) in de afgelopen drie jaar is afgenomen als gevolg van de extramuralisering. Er is sprake van een hoog aantal mutaties (in- en uitstroom) bij deze doelgroep. Als gevolg van de vergrijzing zal -bij ongewijzigd beleid- vanaf circa 2023 het aantal mensen met een intramurale indicatie bij deze doelgroep licht toe gaan nemen en net iets meer zijn dan in 2015 (90 personen; instroom en doorstroom bij elkaar opgeteld).
14
Figuur 5. Ontwikkeling doelgroep van mensen met een somatische aandoening naar zwaartepakket
De stroomdynamiek in de vorige figuur geeft weer hoe de doelgroep zich ontwikkelt in omvang. Maar er is ook onderscheid te maken in de zwaarte van de zorgvraag. De lagere ZZP’s (VV01 t/m VV03) worden niet meer toegekend en komen over een aantal jaren niet meer voor. In de komende jaren heeft men vooral een VV04 (intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging) en VV06 (intensieve zorg en verpleging) zorgprofiel.
15
Figuur 6. Ontwikkeling groep mensen met een somatische aandoening naar intra- en extramurale woonvorm
In bovenstaande figuur staat de volgende informatie over de groep mensen met een somatische aandoening: • Met een Wlz-indicatie in een intramurale instelling (rode stippellijn), zoals eerder weergegeven in de twee voorgaande figuren. • Met een Wlz-indicatie die deze indicatie niet in natura verzilveren. Zij wonen extramuraal en ontvangen overbruggingszorg of krijgen zorg via vpt, mpt of pgb (groene stippellijn). • Die vanwege de extramuralisering niet meer voor een Wlz-indicatie voor verblijf in aanmerking komen (VV01 t/m 03), doorgerekend naar de toekomst (paarse lijn). • Met een indicatie voor persoonlijke verzorging (blauwe lijn). Uit bovenstaande figuur kunnen wij concluderen dat de groep mensen met een somatische aandoening die zelfstandig thuis woont met ondersteuning/zorg de komende jaren fors toeneemt (groene en blauwe lijn). Voor de raming van de vraag naar verzorgd wonen houden wij er rekening mee dat lang niet iedereen met een indicatie voor persoonlijke verzorging ook behoefte heeft aan een dergelijke woonvorm. Wij gaan ervan uit dat vooral de groep die vroeger in aanmerking kwam voor intramurale zorg (verzorgingshuis), maar nu niet meer, hieraan behoefte heeft (paarse lijn).
Hiervoor zagen wij al dat het aantal personen met somatische zorg met een intramurale indicatie (rode stippellijn) op korte termijn licht daalt en vanaf circa 2022 weer gestaag toe zal nemen naar het niveau van 2015. Zo’n 15 tot 20 mensen hebben een indicatie voor intramuraal verblijf maar verzilveren deze indicatie niet (groene gestippelde lijn).
16
Mensen met een psychogeriatrische aandoening Zo’n 590 inwoners van gemeente Sluis hadden in 2015 een psychogeriatrische aandoening (dementie). Dat aantal neemt de komende jaren toe naar 630 in 2020, 720 in 2025, 840 in 2030 en 1.000 in 2040 6. Landelijk woont 70% van het aantal mensen met dementie thuis; 40% van hen is alleenstaand. In gemeente Sluis hadden in 2015 175 mensen met een psychogeriatrische aandoening hun indicatie voor Wlz-verblijf verzilverd, oftewel 30% van het totaal aantal mensen met dementie (vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde). Figuur 7. Stroomdynamiek van mensen met een psychogeriatrische aandoening met een Wlz-indicatie in een intramurale instelling
Vanwege de vergrijzing neemt het aantal mensen met een psychogeriatrische aandoening met een intramurale indicatie de komende jaren toe van 175 in 2015 naar 255 in 2025 en 285 in 2035 (instroom en doorstroom bij elkaar opgeteld). Het gaat om personen die intensieve dementiezorg nodig hebben en die hun indicatie verzilveren. Het aantal mutaties (in- en uitstroom) ligt hoog.
6
Bron: Alzheimer Nederland.
17
Figuur 8. Ontwikkeling doelgroep van mensen met een psychogeriatrische aandoening naar zwaartepakket
Mensen met een psychogeriatrische aandoening met een Wlz-indicatie hebben overwegend een VV05 (intensieve dementiezorg) indicatie en in mindere mate een VV04 (intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging) indicatie. Het aantal mensen met een VV07 (zeer intensieve zorg, nadruk op begeleiding) indicatie zal beperkt blijven.
18
Figuur 9. Ontwikkeling groep mensen met een psychogeriatrische aandoening naar intra- en extramurale woonvorm
Het aantal mensen met een extramurale zorgindicatie voor persoonlijke verzorging is en blijft vrij beperkt (circa 35) bij deze doelgroep. Veel van de zorg wordt opgevangen door mantelzorgers. Vaak wordt pas professionele zorg ingeschakeld (en toegekend) als het niet langer meer gaat voor de mantelzorger.
Ervaringen zorgaanbieders en zorgkantoor Warmande en ZorgSaam schetsen de volgende marktontwikkelingen: • Ouderen gaan later dan voorheen naar het verpleeghuis. Men woont langer zelfstandig om diverse redenen (men is gehecht aan het bezit van een koopwoning, men is gewend om in een laagbouw woning in plaats van appartement te wonen, echtparen zorgen voor elkaar). • Men woont langer zelfstandig. Het is daarom van belang om voldoende levensloopbestendige woningen te hebben, bij voorkeur in een schil rondom het centrum waar voorzieningen zijn. • Als men naar een verpleeghuis gaat is er sprake van behoefte aan hoog complexe zorg. Dit vergt veel expertise van het personeel (snel handelen, juiste zorg). • De gemiddelde leeftijd is hoog in een intramurale instelling (Warmande: 87+). • De gemiddelde verblijfsduur in een verpleeghuis is korter dan een jaar. • De behoefte aan extramurale zorg neemt toe en wordt complexer. • Er is een toenemende vraag naar dagopvang en kortdurende opvang als gevolg van de extramuralisering (onder andere ter ontlasting van de mantelzorger).
19
Zorgkantoor CZ stimuleert het zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen met behulp van wijkverpleging en Wlz-thuis. Zij zetten in op persoonsvolgende financiering, waarbij de cliënt volledig eigen keuze heeft om de indicatie te verzilveren voor een verblijf bij een zorginstelling of te kiezen voor een vpt, mpt of pgb. Het zorgkantoor gaat binnenkort monitoren of zorgaanbieders deze keuzen expliciet aanbieden aan nieuwe cliënten, ook in de kleine kernen. Voorbeeld: MeanderGroep, Zuid-Limburg In de proeftuin Mijn Zorg is de MeanderGroep (grootste thuiszorgorganisatie in Zuid-Limburg) overgegaan van productiefinanciering naar persoonsvolgende financiering. Zij krijgen één vast tarief voor alle klanten. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar zwaarte van de zorg en het aantal keren dat er zorg wordt geleverd. Zij gaan uit van de eigen kracht van de klanten en stimuleren hen om datgene te doen wat zij zelf nog kunnen. De wijkverpleegkundige speelt een cruciale rol, samen met preventie en huishoudelijke hulp. Door meer synergie te behalen uit deze drie-eenheid wordt gewerkt aan substitutie van dure naar goedkopere zorg.
3.5 Gehandicaptensector Mensen met een verstandelijke beperking Figuur 10. Stroomdynamiek van mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie in een intramurale instelling
20
Momenteel hebben circa 85 inwoners met een verstandelijke beperking een Wlz-indicatie (instroom en doorstroom bij elkaar opgeteld). Deze doelgroep neemt de komende jaren in omvang toe naar zo’n 155 mensen in 2035. De instroom ligt net iets hoger dan de uitstroom en mensen met een verstandelijke beperking worden vaker ouder dan voorheen. Figuur 11. Ontwikkeling doelgroep van mensen met een verstandelijke beperking naar zwaartepakket
Mensen met een verstandelijke beperking zullen in de toekomst vooral een VG04-zorgprofiel hebben. De zorgprofielen VG06, VG05 en VG03 komen in de toekomst in ongeveer dezelfde mate voor. Zorgaanbieders geven aan dat VG08 een groeiende groep is. Deze groep komt echter uit het cijfermateriaal van CIZ voor gemeente Sluis niet naar voren.
21
Figuur 12. Ontwikkeling groep mensen met een verstandelijke beperking naar intra- en extramurale woonvorm
Het aantal mensen met een verstandelijke beperking die de indicatie niet verzilveren voor een verblijf in een Wlz-instelling ligt in vergelijking met de ouderensector hoog met zo’n 30 tot 50 mensen. In deze sector is het over het algemeen meer gebruikelijk om gebruik te maken van een pgb. Zo’n 60 tot 70 mensen hebben een extramurale indicatie voor individuele begeleiding. Dit aantal neemt nauwelijks toe de komende jaren. Deze doelgroep kan mogelijk behoefte hebben aan én baat hebben bij een geclusterde wonen met begeleiding.
22
Mensen met een lichamelijke beperking Figuur 13. Stroomdynamiek van mensen met een lichamelijke beperking met Wlz-indicatie in een intramurale instelling
In gemeente Sluis hebben zo’n 60 mensen met een lichamelijke beperking een Wlz-indicatie, die zij verzilveren voor een verblijf in een instelling (instroom en doorstroom bij elkaar opgeteld). Deze doelgroep groeit tot 2025 om daarna vrij constant in omvang te blijven (circa 85 mensen).
23
Figuur 14. Ontwikkeling doelgroep van mensen met een lichamelijke beperking naar zwaartepakket
De doelgroep met lichamelijke beperkingen heeft vooral een indicatie voor VV06 7. Als gevolg van de vergrijzing neemt deze doelgroep ook in omvang toe. Het aantal LG-indicaties blijft vrij stabiel de komende jaren (ruim 20).
7
Sinds 1 januari 2011 kan iemand met grondslag LG gemakkelijker dan voorheen een ZZP uit een VV-reeks kiezen met behoud van grondslag LG (voorheen werd grondslag LG veranderd in grondslag SOM). Wij hebben gerekend met de lokale verhouding binnen de doelgroep VV06 naar LG en SOM.
24
Figuur 15. Ontwikkeling groep mensen met een lichamelijke beperking naar intra- en extramurale woonvorm
Zo’n 15 tot 25 mensen hebben een Wlz-indicatie maar verzilveren de indicatie niet. Circa 20 mensen hebben een extramurale indicatie voor persoonlijke verzorging.
Mensen met een zintuiglijke beperking In gemeente Sluis zijn geen of nauwelijks Wlz-indicaties verstrekt voor mensen met een zintuiglijke beperking (auditief of visueel). Tevens zijn er minder dan 5 mensen met een zintuiglijke beperking nu en in de komende jaren die extramurale zorg afnemen (individuele begeleiding).
Ervaringen zorgaanbieders en zorgkantoor Zorgorganisaties Okkernoot en Tragel schetsen de volgende ontwikkelingen: • Okkernoot groeit organisch mee met de vraag. • Bij Okkernoot staan circa 8 mensen op de wachtlijst. Voor hen is uitbreiding gewenst (zie plannen). Hiervoor zijn (oudere) seniorenwoningen of eengezinswoningen geschikt. • Tragel geeft aan dat zij graag een beschutte woonomgeving creëren voor hun doelgroep (wooncomplex met inpandige gangen) met mogelijkheden tot ontwikkeling naar meer zelfstandigheid en deelname aan de maatschappij. Voorbeelden: Amberboomstraat in Terneuzen, De Sluys Kreek in Hulst. • Cliënten van Okkernoot maken veel gebruik van de voorzieningen in Schoondijke en cliënten van Tragel van de voorzieningen in Oostburg. Ook voor deze doelgroep stimuleert Zorgkantoor CZ persoonsvolgend budget. In deze sector is het meer dan in de ouderensector gebruikelijker om gebruik te maken van vpt of pgb.
25
Zorgkantoor CZ maakt bij de wachtlijst onderscheid in drie soorten wachtenden: • Actieve wachtenden (binnen 13 weken). • Wens wachtenden (wil zorg alleen ontvangen van voorkeuraanbieder en kan daar maximaal 1 jaar op wachten). • Slaap wachtenden. Het aantal actief en wens wachtenden is in geheel Zeeland vrij beperkt. Het zorgkantoor onderschrijft de berekende ontwikkeling van de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking. Deze doelgroep neemt al jaren in omvang toe en deze trend zet zich de komende jaren voort. Voor deze trend zijn een aantal redenen 8: • Deze doelgroep wordt steeds ouder, leeft langer en doet daardoor een langer beroep op zorg. • De maatschappij wordt complexer, waardoor er een beroep wordt gedaan op ondersteuning. • Het aanbod van begeleidings- en behandelingstrajecten is gevarieerder geworden. Hierdoor wordt begeleiding/behandeling ingezet bij mensen bij wie de zorgvraag voorheen niet zichtbaar was. Daarnaast gaat het zorgkantoor uit van een toename van het aantal mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) als gevolg van de vergrijzing.
3.6 GGZ-sector Mensen met een psychische aandoening Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor beschermd wonen. De financiering daarvan verloopt via de centrumgemeenten. Per 1 januari 2020 gaan de financiële middelen verdeeld worden over alle gemeenten.
8
Bron: Marktanalyse CZ Zorgkantoor.
26
Figuur 16. Stroomdynamiek van mensen met een psychische aandoening met een indicatie voor Beschermd Wonen (in een BW-instelling)
Zo’n 20 inwoners van gemeente Sluis hebben vanwege hun psychische aandoening een indicatie voor beschermd wonen (en verzilveren deze). Deze doelgroep blijft de komende jaren in omvang constant 9. Hierbij is geen rekening gehouden met wijzigingen in beleid rondom beschermd wonen op basis van de te ontwikkelen visie op beschermd wonen in de regio. Op basis van het advies van commissie Dannenberg mag verwacht worden dat in het algemeen de omvang van het aantal indicaties voor beschermd wonen zal afnemen (verlaging van de instroom en bevorderen van de doorstroom). Anderzijds zien zorgorganisaties door de afbouw van klinische bedden een verzwaring van de doelgroep binnen het beschermd wonen, die baat hebben bij een dergelijke woonvorm.
9
De geringe toename in bovenstaande figuur heeft te maken met een iets hogere instroom dan uitstroom (op basis van landelijke kengetallen), die door de kleine aantallen (afronding) niet goed zichtbaar is in de figuur.
27
Figuur 17. Ontwikkeling doelgroep van mensen met een psychische aandoening naar zwaartepakket
De indicatie voor Beschermd Wonen vindt niet meer plaats door het CIZ maar door de centrumgemeente. In bovenstaande figuur staat de doorrekening van de voormalige CIZ-indicaties. Dit geeft een beeld van de doelgroep die aanspraak zal maken van Beschermd Wonen. Het gaat daarbij vooral om mensen die voorheen een GGZ03C (intensieve begeleiding) zouden krijgen 10.
10
De voormalige CIZ-indicaties zijn doorgerekend naar de toekomst. Mogelijk dat door de zorgorganisaties gesignaleerde verzwaring van de problematiek er in de praktijk verschuiving plaats gaat vinden naar een zwaarder zorgprofiel.
28
Figuur 18. Ontwikkeling groep mensen met een psychische aandoening naar intra- en extramurale woonvorm
Er is een klein aantal mensen (5 à 10 mensen) die hun indicatie voor Beschermd Wonen niet verzilveren voor een verblijf bij een zorginstelling (groene lijn). Zo’n 100 mensen met een psychische aandoening heeft extramurale zorg (individuele begeleiding). Dat aantal neemt in gemeente Sluis zeer beperkt toe naar zo’n 120 mensen in 2035. Wij gaan er in onze vraagprognose vanuit dat 20% tot 25% 11 van hen een geclusterde vorm van wonen met begeleiding wenst.
Ervaringen zorgaanbieders Zorgorganisaties Emergis en Zeeuwse Gronden schetsen de volgende ontwikkelingen: Emergis • De omvang van de doelgroep is in provincie Zeeland, en dus ook in alle gemeenten, beperkt. Daardoor komt het voor dat mensen met verschillende problemen bij elkaar in één wooncomplex wonen, terwijl het verbijzonderen naar problematiek soms meer gewenst is. • Door afbouw van klinische bedden is de doelgroep in beschermd wonen complexer geworden (complexe en meervoudige problemen, onder andere op zwarte lijst van corporatie waardoor ze niet/moeilijk aan een huurwoning kunnen komen). • Er is een toename van het aantal mensen met verslaving binnen de GGZ-doelgroep. Vanuit die ontwikkeling is het gewenst om een beschermd wonen complex te hebben voor dubbele diagnose problematiek (psychische stoornis èn verslaafd) in provincie Zeeland.
11
Aangegeven door zorgaanbieders in projectgroepoverleg.
29
Zeeuwse Gronden • De omvang van de doelgroep voor beschermd wonen blijft in de toekomst constant. • Voorzieningen (met name supermarkt) dienen op loopafstand van woonplek te zijn. Bureau CZW onderschrijft de constante omvang van de doelgroep op basis van de demografische ontwikkeling.
3.7 Jeugdhulp Momenteel worden in gemeente Sluis 15 kinderen gehuisvest (Jeugdhulp met verblijf) in de zorgboerderij van Juutsom. Als kinderen 18 jaar worden gaan zij terug naar hun ouderlijk huis, naar een andere zorginstelling (VGof GGZ-sector) of zij gaan zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Voor uitstroom naar een zelfstandige woonvorm is er behoefte aan een kleine, betaalbare woning (bijvoorbeeld een HATwoning). Juutsom merkt een toenemende vraag naar logeeropvang en dagbesteding vanwege de verzwaring van de problematiek onder de doelgroep. Emergis gaat voor 18-23-jarigen 5 appartementen realiseren waar deze doelgroep gedurende maximaal twee jaar kan wonen om daarna elders zelfstandig te gaan wonen.
30
Hoofdstuk 4
WONEN VOOR ZORGDOELGROEPEN: VOORRAAD 4.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk is de vraag van zorgdoelgroepen geschetst. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welk aanbod er in gemeente Sluis is voor alle doelgroepen. De gegevens over het aanbod bestaan uit het huidige aanbod en de plannen voor uitbreiding of afbouw van capaciteit. In het cijfermateriaal zijn alleen die plannen meegenomen waarvan concrete aantallen woningen bekend zijn. In de begeleidende tekst worden ook een aantal minder concrete plannen benoemd. Alle plannen die nu bekend zijn, zijn meegenomen bij het toekomstige aanbod in 2022. Mogelijk dat in de praktijk een deel van de plannen dan nog niet gerealiseerd is. Bij de vergelijking van het verwachte aanbod met de verwachte vraag (zie hoofdstuk 5) wordt zo echter wel helder waar zich eventuele knelpunten voor gaan doen op de woning- en zorgvastgoedmarkt.
4.2 Mensen met somatische aandoening Tabel 8. Aanbod voor mensen met somatische aandoening Kern
Complexnaam
Verzorgd Wonen
Aardenburg
Coensdike
85
Breskens
Hooge Platen
69
Goedertijt
31
IJzendijke
Emmaus
9
Oostburg
Stelle
32 36 80
Burght Sluis
Intramuraal verblijf
27
Rozenoord
60
Toren van Bourgondië Totaal
21 242
Bron: Opgave zorgorganisaties en Woongoed Zeeuws-Vlaanderen (bewerking Atrivé)
31
208
Voor mensen met een somatische beperking zijn er in gemeente Sluis bijna 210 intramurale plaatsen/woningen en ruim 240 ‘verzorgd wonen’. In werkelijkheid ligt de voorraad ‘verzorgd wonen’ mogelijk hoger omdat aanbod in de koopsector en particuliere huur niet is geïnventariseerd (o.a. KWL-gebouw). Hooge Platen (Breskens) is een combinatie van huur- en koopappartementen en een Wlzverpleegunit. Voor dit complex is een wachtlijst. In appartementencomplexen Goedertijt (Breskens) en Burght (Oostburg) heeft Warmande een zorgsteunpunt. Bewoners van deze appartementen die zorg nodig hebben, ontvangen deze zorg van Warmande 12. Ook in het KWL-gebouw (Oostburg) heeft Warmande een zorgsteunpunt, maar bewoners in dat appartementencomplex hebben de vrijheid om bij een andere zorgaanbieder zorg af te nemen. Rozenoord (Sluis) biedt Wlz-verblijf en is een combinatie van een verzorgings- en verpleeghuis. Rozenoord groeit vanwege de verzwaring van de zorgvraag steeds meer toe naar een verpleeghuis (VV04 t/m VV06 zorgprofielen). Naast Rozenoord staat het huur- en koopappartementencomplex Toren van Bourgondië die ZorgSaam heeft twee complexen: Coensdike (Aardenburg) en Emmaus (IJzendijke). Bij beide complexen levert ZorgSaam zorg aan bewoners die daar behoefte aan hebben (koppelbeding). Bij Emmaus worden intramurale appartementen omgezet naar extramurale verhuur.
De uitdaging in de ouderensector (en andere zorgsectoren) is het behoud van (zorg)voorzieningen (financieel mogelijk?) vanwege de lage bevolkingsdichtheid. Plannen • Verpleeghuis Stelle in Oostburg wordt gesloopt. De nieuwbouw bestaat uit 42 individuele appartementen voor mensen met een psychogeriatrische aandoening waar kleinschalige zorg wordt verleend (eigendom vastgoed: Warmande) en 30 appartementen voor mensen met een somatische aandoening (eigendom vastgoed: Woongoed Zeeuws-Vlaanderen). Hierdoor wordt het mogelijk dat echtparen dicht bij elkaar kunnen blijven wonen als een van beiden dementeert. Planning: oplevering eind 2019. • In het Burghtkwartier worden 10 woningen voor mensen met een somatische aandoening gerealiseerd (na opkoop en sloop van koopwoningen). • Kortdurend verblijf. In ZorgSaam ziekenhuis locatie Antonius (Oostburg), naast De Stelle, gaan ZorgSaam en Warmande per 1 september 2017 16 plaatsen kortdurend verblijf aanbieden ‘seniorenkliniek’. Voor mensen die uit het ziekenhuis ontslagen worden, maar (tijdelijk) geen mantelzorger hebben of voor mensen die kort verpleging nodig hebben en daarna zelfstandig kunnen wonen met thuiszorg. Voor 9 plaatsen is momenteel financiering geregeld (6 plaatsen
12
Er is sprake van een koppelbeding in het huurcontract. Als men een woning huurt in deze appartementencomplexen wordt de zorg door Warmande geleverd.
32
revalidatie en 3 plaatsen kortdurend verblijf). Hiermee wordt het huidige aanbod uitgebreid van formeel 3 13 naar 16. • Het ZorgSaam ziekenhuis locatie Antonius (Oostburg) wordt momenteel verbouwd. Op de begane grond komt een gezondheidscentrum (apotheek, huisartsenpost- en praktijk, fysiotherapie, thuiszorg, medische fitness).
4.3 Mensen met psychogeriatrische aandoening Tabel 9. Aanbod voor mensen met psychogeriatrische aandoening Kern
Complexnaam
Intramuraal verblijf
Aardenburg
Coensdike
16
Breskens
Hooge Platen
20
IJzendijke
Emmaus
8
Sluis
Rozenoord
20
Totaal
64
Bron: Opgave zorgorganisaties en Woongoed Zeeuws-Vlaanderen (bewerking Atrivé)
Het aanbod voor mensen met een psychogeriatrische aandoening bestaat uit 64 intramurale verblijfsplaatsen verdeeld over vier complexen waar ook aanbod is voor mensen met een somatische beperking. Plannen • Uitbreiding van het aanbod in verpleeghuis Stelle (Oostburg) met 42 individuele appartementen
voor mensen met een psychogeriatrische aandoening waar kleinschalige zorg wordt verleend (eigendom vastgoed: Warmande). • Het aantal plaatsen voor mensen met een psychogeriatrische aandoening (pg) in Emmaus in IJzendijke is te klein (8 plaatsen) voor een financieel gezonde zorgexploitatie. Ook zijn de woningen te klein voor (verhuur aan) senioren. Over circa vijf jaar zal ZorgSaam de strategie bepalen voor Emmaus (in relatie tot ander aanbod voor senioren in West Zeeuws-Vlaanderen).
4.4 Mensen met een verstandelijke beperking Tabel 10. Aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking (VG) Kern
Complexnaam
Wonen met begeleiding
Intramuraal verblijf
Breskens
Hooge Platen
2
2
Oostburg
Poolster en Regulus
Schoondijke
25
De Okkernoot
1
De Okkernoot
23
40
26
67
Totaal
Bron: opgave zorgorganisaties en Woongoed Zeeuws-Vlaanderen (bewerking Atrivé)
13
Warmande krijgt formeel financiering voor 3 plaatsen maar biedt gemiddeld 10 plaatsen.
33
Voor mensen met een verstandelijke beperking zijn 67 intramurale plaatsen en 26 woningen met begeleiding 14. 60% van het intramurale aanbod bestaat uit eengezinswoningen of appartementen waar meerdere bewoners per woning worden gehuisvest (groepswonen). Okkernoot biedt aan circa 65 mensen met een verstandelijke beperking huisvesting in Schoondijke (circa 55 Wlz en ruim 10 via scheiden wonen en zorg) en aan 4 mensen in Hooge Platen (Breskens). Tragel heeft twee woonlocaties (Poolster en Regulus), beiden in Oostburg. In tegenstelling tot hun andere aanbod in Zeeuws-Vlaanderen worden in Oostburg -vanwege de beperkte omvang van de doelgroep- meerdere doelgroepen binnen de VG-sector in één complex gehuisvest. Daarnaast biedt Tragel aan 15 bewoners ambulante begeleiding die zelfstandig in gemeente Sluis wonen. Okkernoot biedt zelf geen dagbesteding; cliënten maken gebruik van dagbesteding van andere aanbieders. Tragel geeft aan dat het aanbod van dagbesteding door de diverse aanbieders (nog) beter benut kan worden (‘gebruikmaken van elkaars stenen’) en er gebruikgemaakt kan worden van elkaars voorzieningen (keuken/kookruimte, snoezelruimte). Plannen • Okkernoot wil graag uitbreiden door voor 3 mensen met een verstandelijke beperking huisvesting (via Woongoed Zeeuws-Vlaanderen) aan te bieden. • Tragel wil het woonaanbod in Oostburg uitbreiden en centreren.
Ook het vervoer naar dagbesteding kan dan efficiënter worden geregeld. • Tragel wenst een woonlocatie met mogelijkheden voor intramuraal wonen in een appartement of groepswonen. Daarnaast woonmogelijkheden voor ambulante cliënten, in hetzelfde complex of in een zorgcirkel rond een locatie. • Tragel wil voor haar cliënten in Oostburg dagbesteding dichterbij, het liefst in samenwerking met andere aanbieders van dagbesteding om mogelijkheden voor gezamenlijk gebruik van faciliteiten te vergroten. De zorgorganisatie wil onderzoeken of er behoefte is aan wonen en dagbesteding voor andere doelgroepen in de gehandicaptensector (kinderen/ jongeren met een verstandelijke beperking en de groep licht verstandelijk beperkte jongeren zonder of met lichte gedragsproblematiek).
4.5 Mensen met een lichamelijke beperking Mensen met een LG-indicatie worden volgens gegevens van het zorgkantoor vooral gehuisvest in verpleeghuizen.
14
Waarvan circa 10 scheiden wonen en zorg.
34
4.6 Mensen met een psychische aandoening Tabel 11. Aanbod voor mensen met een psychische aandoening Kern
Complexnaam
All-inclusive beschermd wonen
Oostburg
BW Oostburg
15
Totaal
15
Bron: Opgave zorgorganisaties en Woongoed Zeeuws-Vlaanderen (bewerking Atrivé)
• Emergis biedt in gemeente Sluis de hele keten aan zorg (preventie, ambulante begeleiding,
werkleerbedrijf, beschermd wonen, specialistische behandeling, maatschappelijke opvang (sociaal pension)). Zij hebben in 5 groepswoningen aan 15 mensen all-inclusive beschermd wonen en 1 logeerplek. • Zeeuwse Gronden heeft momenteel geen huisvestingsaanbod in gemeente Sluis, maar heeft er wel plannen voor. Zeeuwse Gronden biedt kleinschalige zorg (wonen, behandeling, dagbesteding) waarbij familie een belangrijke rol heeft. Zij hanteren verslaving (drugs) als contra-indicatie voor de woonlocaties. Dat betekent dat mensen met een dubbele diagnose problematiek alleen bij Emergis terecht kunnen. • Voor de uitstroom uit het beschermd wonen en maatschappelijke opvang: • Emergis: 8 appartementen/eengezinswoningen per jaar (individuele betaalbare huurwoningen, huurprijs € 200,- à € 300,- netto per maand). • Zeeuwse Gronden: 2 woningen per jaar. • Voor moeilijk plaatsbare bewoners is behoefte aan 2 woningen per Zeeuwse gemeente (bijvoorbeeld ‘skaeve huse’). Plannen Emergis: • Moderniseren van beschermde woonvorm in Oostburg (ombouw naar individuele appartementen). • Uitbreiding van het Werkleerbedrijf met een pand op het industrieterrein in Oostburg. • Pastorie (eigendom gemeente) naast kerk wordt verbouwd (5 appartementen/studio’s om korter dan twee jaar te wonen voor 18-23-jarigen).
Zeeuwse Gronden: • De Burcht (Oostburg): 12 woningen begeleid wonen (en idealiter 24 cliënten met ambulante begeleiding). Oplevering 2020. • Breskens: 12 woningen begeleid wonen. Oplevering 2019.
4.7 Jeugd Juutsom is de enige aanbieder in gemeente Sluis van Jeugdhulp met verblijf. Juutsom biedt huisvesting aan 15 kinderen (kamer met eigen sanitair) en sinds kort kamertraining (6 kamers) op de zorgboerderij in Waterlandkerkje. Daarnaast is er logeeropvang en dagbesteding voor kinderen (in Waterlandkerkje) en volwassenen (in Waterlandkerkje of in Groede).
35
Als kinderen 18 jaar worden gaan zij terug naar hun ouderlijk huis, naar een andere zorginstelling (VGof GGZ-sector) of zij gaan zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Voor uitstroom naar een zelfstandige woonvorm is er behoefte aan een kleine, betaalbare woning (bijvoorbeeld een HATwoning). Juutsom merkt een toenemende vraag naar logeeropvang en dagbesteding vanwege de verzwaring van de problematiek onder de doelgroep.
4.8 Maatschappelijke opvang Emergis biedt wonen met begeleiding (sociaal pension) aan De Mars in Oostburg: 11 woningen en 1 kantoor.
36
Hoofdstuk 5
WONEN VOOR ZORGDOELGROEPEN: CONFRONTATIE BEHOEFTE EN VOORRAAD 5.1 Inleiding De geschetste behoefteontwikkeling in hoofdstuk 3 wordt in dit hoofdstuk geconfronteerd met de voorraad uit hoofdstuk 4. Welke tekorten en potentiële overschotten constateren wij op basis van de cijfers?
5.2 Vraag en aanbod voor mensen met een somatische aandoening Tabel 12. Vraag en aanbod voor mensen een somatische aandoening Verzorgd Wonen
Intramuraal verblijf
Behoefte
85
72
Voorraad
242
209
Tekort/overschot
+157
+137
Behoefte
100
66
Voorraad
282 15
129 16
Tekort/overschot
+182
+63
2017
2022
Ruim 70 mensen met een somatische aandoening hebben een intramurale indicatie (die zij verzilveren), terwijl het aanbod bestaat uit 209 plaatsen/woningen. Hierdoor is er een cijfermatig overschot. Hierbij zijn de volgende kanttekeningen te maken: 15
Verschil t.o.v. 2017: Stelle (30), Burghtkwartier (10).
16
Verschil t.o.v. 2017: Stelle (-80).
37
• Ook mensen met een lichamelijke beperking worden gehuisvest in verpleeghuizen. In 2017 hebben
60 personen met een lichamelijke beperking een intramurale indicatie; in 2022 80 personen (zie tabel 15). • Ook mensen met grondslag dementie verblijven in intramuraal verblijf voor somatiek. • Het aanbod van intramuraal verblijf voor mensen met een somatische aandoening wordt de komende jaren kleiner door sloop van het huidige verzorgingshuis Stelle (-80). Hierdoor komt de voorraad op korte termijn meer in evenwicht met de behoefte van mensen met een somatische aandoening en lichamelijke beperking (neigend naar een licht tekort van 15 intramurale plaatsen). In de jaren na 2022 neemt de intramurale behoefte van beide doelgroepen echter verder toe, waardoor behoud en uitbreiding van de intramurale capaciteit gewenst is. De behoefte aan verzorgd wonen is kleiner dan het (bij ons bekende) aanbod. Deze behoefte is bepaald op basis van de omvang van de groep mensen die vanwege de extramuralisering niet meer voor een Wlz-indicatie voor verblijf in aanmerking komen (VV01 t/m VV03). Wij gaan er vanuit dat deze groep behoefte heeft aan een geclusterde woning met diensten en zorg in de nabijheid. Deze groep groeit de komende vijf jaar met circa 15 mensen. De uitbreiding van het aanbod in Stelle en Burghtkwartier is (ruim) voldoende om deze groei op te vangen.
5.3 Vraag en aanbod voor mensen met een psychogeriatrische aandoening Tabel 13. Vraag en aanbod voor mensen een psychogeriatrische aandoening Verzorgd Wonen
Intramuraal verblijf
Behoefte
30
205
Aanbod
-
64
Tekort/overschot
-30
-140
Behoefte
35
240
Aanbod
-
106 17
Tekort/overschot
-35
-135
2017
2022
Voor mensen met een psychogeriatrische aandoening is de voorraad intramuraal verblijf fors lager dan de behoefte op basis van het aantal indicaties. De zorgorganisaties geven aan dat zij verblijven in intramuraal verblijf voor mensen met een somatische grondslag. Er is een geringe behoefte -op basis van de indicatie persoonlijke verzorging- om voor mensen met dementie verzorgd wonen aan te bieden.
17
Verschil t.o.v. 2017: Stelle (42).
38
5.4 Vraag en aanbod voor mensen met een (verstandelijke) beperking Tabel 14. Vraag en aanbod voor mensen met een beperking (VG) Wonen
met
Intramuraal verblijf
begeleiding 2017 Behoefte
60
85
Voorraad
26
67
Tekort/overschot
-34
-18
Behoefte
65
120
Voorraad
26
72 18
Tekort/overschot
-39
-48
2022
Het aantal mensen met een intramurale indicatie (die zij verzilveren) is groter dan het aanbod. Als gevolg van de groei van de doelgroep en de beperkte uitbreiding van het aanbod, zal het tekort verder toenemen. Naast intramuraal verblijf is er ook behoefte aan wonen met begeleiding, deels geclusterd, waar mensen met een verstandelijke beperking zelfstandig kunnen wonen.
5.5 Vraag en aanbod voor mensen met een lichamelijke beperking Mensen met een LG-indicatie worden volgens gegevens van het zorgkantoor vooral gehuisvest in verpleeghuizen. Er is geen specifiek aanbod voor mensen met een lichamelijke beperking. Zie paragraaf 5.2. Tabel 15. Vraag en aanbod voor mensen met een lichamelijke beperking (LG) Wonen
met
Intramuraal verblijf
begeleiding 2017 Behoefte
15
60
Voorraad
-
-
Tekort/overschot
-15
-60
Behoefte
15
80
Voorraad
-
-
Tekort/overschot
-15
-80
2022
18
Verschil t.o.v. 2017: Okkernoot (5).
39
5.6 Vraag en aanbod voor mensen met een psychische aandoening Tabel 16. Vraag en aanbod voor mensen met een psychische aandoening Wonen
met
All-inclusive
begeleiding
wonen
Behoefte
20
20
Voorraad
0
15
Tekort/overschot
-20
-5
Behoefte
25
25
Voorraad
24
20 19
Tekort/overschot
-1
-5
beschermd
2017
2022
Zorgaanbieders hebben aangegeven dat 20% tot 25% van de mensen met indicatie voor individuele begeleiding een geclusterde woonvorm wensen, oftewel 20 mensen in 2017 en 25 mensen in 2022. Op dit moment is er een tekort aan wonen met begeleiding en in beperkte mate ook aan all-inclusive beschermd wonen. Met de uitbreiding van het aanbod komt in de komende vijf jaar vraag en aanbod voor mensen met een psychische aandoening vrijwel in evenwicht.
5.7 Conclusie Sec een vergelijking per doelgroep tussen vraag en aanbod constateert tekorten en overschotten die er in de praktijk niet zijn. Het vastgoed wordt steeds meer flexibel ingezet voor meerdere doelgroepen, vooral binnen de eigen sector. Zo biedt intramuraal verblijf voor somatiek ook voor mensen met een lichamelijke beperking en voor mensen met dementie huisvesting. Daarnaast wordt steeds vaker flexibel omgegaan met de verhuursituatie (extramuraal of intramuraal), waardoor de strikte scheiding tussen deze beide financieringsvormen minder gaat worden. De opgaven voor huisvesting van zorgdoelgroepen zijn: • Uitbreiding van intramurale plaatsen ouderensector of goed alternatief bieden in thuissituatie middels vpt of mpt. Uitgaande van het huidige beleid rondom indicering en extramuralisering is er in de ouderensector een tekort aan intramuraal verblijf als wij de cijfers voor somatiek, dementie en lichamelijke beperking bij elkaar optellen. Per saldo is er een tekort van 65 plaatsen, oplopend naar 150 in de komende vijf jaar als gevolg van de vergrijzing. Als de extramuralisering forser ingezet wordt en/of meer mensen kiezen voor een vpt, mpt of pgb zal het tekort aan intramurale plaatsen teruglopen, maar zal het zelfstandig thuis wonen met professionele zorg gefaciliteerd moeten worden.