CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

03 BB Beleidsplan Wonen 2024.docx

Commissie Ruimte/AB 6 juni 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het Beleidsplan Wonen gemeente Sluis 2023- 2032 en de Huisvestingsverordening gemeente Sluis 202436.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

2023 2033 Ontwikkeling 2023-2033

Somatisch

Psychogeriatrisch

Psychiatrisch

44 53 +9

78 92 +14

13 15 +2

Lichamelijk gehandicapt 17 19 +1

Verstandelijk gehandicapt 57 72 +14

Zintuigelijk gehandicapt 2 2 0

Bron: Primos2022, CBS (2022, cijfers 2021), bewerking Stec Groep (2023).

Wlz extramuraal (vpt, mpt, pgb) Niet alle personen met een indicatie Wlz ontvangen de zorg binnen een instelling. Zorg kan ook thuis (extramuraal) geleverd worden. De begeleiding, verzorging en/of behandeling wordt dan thuis geleverd waardoor cliënten thuis kunnen blijven wonen en niet in een (zorg-)instelling. ‘Thuis’ omvat onder meer een aanleunwoning, een al dan niet aangepaste woning en een geclusterde woning die de geïndiceerde zelf huurt of waar hij eigenaar van is. Extramurale zorg vanuit de Wlz wordt geregeld via een volledig pakket thuis (vpt), modulair pakket thuis (mpt) of een persoonsgebonden budget (pgb) (zie C.3 voor een toelichting). Wie de zorg volledig zelf wil regelen doet dat via een pgb. Wel moet de situatie het toelaten zodat het verantwoord en doeltreffend is om zorg aan huis te verlenen. Daarnaast wordt er eerst gekeken of de kosten voor zorg aan huis niet hoger uitvallen dan bij verblijf in een instelling. Ons model toont tot 2033 een toename van circa 10 mensen die zorg thuis ontvangen.

60 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Tabel C8: Aandeel Wlz zorg in een instelling en thuis in de gemeente Sluis In een instelling Zorg thuis Totaal

2023 211 58 269

2033 252 69 321

Ontwikkeling +41 +11 +52

Bron: Primos2022, CBS (2022, cijfers 2021), bewerking Stec Groep (2023).

MOGELIJK STERKE TOENAME VAN GEBRUIK VPT, MPT EN PGB De groei van het aantal cliënten met een Wlz-indicatie is de afgelopen jaren vooral buiten de traditionele intramurale instellingen opgevangen. Vooral het gebruik van een volledig pakket thuis (vpt), modulair pakket thuis (mpt) of persoonsgebondenbudget (pgb) neemt toe. Deze verschuiving hangt samen met de veranderende (woon-)voorkeur van cliënten en het feit dat ouderen steeds vaker thuis blijven wonen en de zorg thuis ontvangen. Zorgaanbieder Zorgsaam herkent deze verwachting. Wel geven ze aan dat de zorg wel moet meebewegen en aansluiten op deze ontwikkeling. Het is belangrijk dat we deze ontwikkeling goed te monitoren.

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) Hulp en ondersteuning (thuis) (extramuraal) De Wmo2015 regelt hulp en ondersteuning (thuis) zodat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Twee soorten voorzieningen vanuit de Wmo2015 worden onderscheiden: algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen.33 Onder algemene voorzieningen wordt verstaan het “aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning”. Onder maatwerkvoorzieningen valt “op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1) ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2) ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3) ten behoeve van beschermd wonen en opvang” (art. 1.1 lid 1 Wmo2015).

We gaan in deze paragraaf specifiek in op de maatwerkvoorzieningen die tegemoetkomen aan de individuele behoeften (zie C.4 voor een toelichting op deze voorzieningen).

33 Wanneer iemand aanspraak wil maken op voorzieningen uit de Wmo2015 kunnen gemeenten aanvullende voorwaarden stellen.

Over het algemeen wordt er geen Wmo2015-voorziening toegekend als: iemand niet woonachtig is in de gemeente, de voorziening algemeen gebruikelijk is (het gaat dan om producten en diensten die voor iedereen gebruikelijk (normaal) zijn om zelf (in) te kopen zoals een elektrische fiets, een elektrisch verstelbaar bed, of hulp in de huishouding (omdat je ouder wordt en het zelf niet meer kan doen), er geen aantoonbare meerkosten zijn, er sprake is van een voorliggende voorziening, de kosten voor de voorziening al gemaakt zijn, de voorziening al eerder is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken (Bron: Judex).

61 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

BEPALING TOEKOMSTIGE ZORGBEHOEFTE VANUIT WMO-CLIËNTEN Om het huidig en toekomstig aantal huishoudens met minimaal één Wmo2015-cliënt te bepalen, maken we gebruik van de meest recente cijfers over extramuraal zorggebruik van het CBS en de provinciale prognose van de provincie Zeeland (2022). Dit doen we op de volgende wijze: Als basis gebruiken we de gegevens van het CBS over het aantal Wmo2015-cliënten per leeftijdsgroep in de gemeente Sluis uit 2021. Hierbij maakt het CBS tevens onderscheid naar typen maatwerkarrangementen. Daarnaast is ook het totale aantal huishoudens met tenminste één Wmo2015-cliënt bekend via het CBS per gemeente. Ook deze gegevens zijn beschikbaar tot 2021. Om het aantal huishoudens naar leeftijdsgroep in 2023 te berekenen wordt de provinciale prognose (2022) gebruikt. Hierbij worden dezelfde verhoudingen en totalen aangehouden zoals deze in de CBS cijfers zijn genoteerd. Ook voor het verwachte aantal huishoudens met tenminste één Wmo2015-cliënt wordt de provinciale prognose (2022) aangehouden. Veranderingen in aantallen zijn hierdoor afhankelijk van demografische veranderingen. De gegevens uit CBS over het aantal Wmo2015-cliënten per leeftijdsgroep in de gemeente Sluis uit 2021 zijn gebaseerd op zorg die in natura geleverd is. De huishoudens die middels een persoonsgebonden budget (pgb) de eigen Wmo-zorg regelen zijn niet in deze aantallen opgenomen.

In 2023 ontvangen circa 1.955 huishoudens hulp en ondersteuning (thuis) vanuit Wmo2015 In de gemeente Sluis zijn er in 2023 1.955 huishoudens waar tenminste één persoon onder de Wmo2015 valt en daardoor extramurale zorg kunnen ontvangen. Deze huishoudens omvatten 17% van het totale aantal huishoudens in de gemeente. Uitgesplitst naar zorgbehoefte (huishoudens kunnen meerdere typen zorg ontvangen) zien we dat er met name naar hulp bij het huishouden en hulpmiddelen en diensten relatief veel vraag is. Tabel C9: Aantal huishoudens met minimaal één Wmo2015-cliënt in gemeente Sluis in 2023, naar leeftijd (links) en type zorgbehoefte (rechts) Leeftijdsgroep 15-25 25-35 35-45 45-55 55-65 65-75 75-85 85+ Totaal

Aantal 2023 12 85 103 184 229 228 615 496 1.953

Aandeel 2023 1% 4% 5% 9% 12% 12% 31% 25% 100%

Ondersteuning thuis (398) 16%

13% 31%

37%

2%

Hulp bij het huishouden (916) Verblijf en opvang (69) Hulpmiddelen en diensten (1106) Generieke toewijzing (464)

Bron links: Provinciale prognose 2022, bewerking Stec Groep (2023). Bron rechts: CBS (2022, cijfers 2021), bewerking Stec Groep (2023). Percentages afgerond op hele getallen. Omdat personen meer maatwerkvoorzieningen tegelijkertijd kunnen gebruiken, is het totaal per type voorziening hoger (het totaal in de cirkeldiagram) dan het totaal aantal cliënten dat vermeld is in de tabel.

Prognose: aantal Wmo2015-cliënten neemt toe met circa 200 huishoudens tot 2033 Op basis van Primos2022 verwachten we dat het aantal huishoudens met tenminste één Wmo2015-cliënt tot 2033 zal toenemen met circa 200 huishoudens, tot een totaal van circa 2.155 huishoudens. Deze toename wordt met name veroorzaakt door een forse toename van het aantal 85-plus huishoudens tot 2033 (Primos, 2022). Wanneer we kijken naar de ontwikkeling over de periode 2023 tot 2033 dan zien we dat er relatief meer vraag is naar hulp bij het huishouden (circa +110) en hulpmiddelen en diensten (circa +100).

62 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Tabel C 10: Aantal huishoudens met minimaal één Wmo2015-cliënt in gemeente Sluis in 2033, naar leeftijd (links) en type zorgbehoefte (rechts) Leeftijdsgroep 15-25 25-35 35-45 45-55 55-65 65-75 75-85 85+ Totaal

Aantal 2023 11 82 112 167 199 224 665 695 2.155

Aandeel 2023 1% 4% 5% 8% 9% 10% 31% 32% 100%

Ontwikkeling 2023-2033 -1 -3 10 -17 -30 -4 50 199 203

15%

13%

32%

38%

2%

Ondersteuning thuis (419) Hulp bij het huishouden (1044) Verblijf en opvang (69) Hulpmiddelen en diensten (1223) Generieke toewijzing (498)

Bron links: Provinciale prognose 2022, bewerking Stec Groep (2023). Bron rechts: CBS (2022, cijfers 2021), bewerking Stec Groep (2023). Percentages afgerond op hele getallen. Omdat personen meer maatwerkvoorzieningen tegelijkertijd kunnen gebruiken, is het totaal per type voorziening hoger (het totaal in de cirkeldiagram) dan het totaal aantal cliënten dat vermeld is in de tabel.

Tabel C11: Ontwikkeling type zorgbehoefte bij huishoudens met minimaal één Wmo2015 cliënt, gemeente Sluis

2023 2033 Ontwikkeling 2023-2033

Ondersteuning (thuis) 398 419 +21

Hulp bij huishouden

Verblijf en opvang

916 1.044 +128

69 69 -1

Hulpmiddelen en diensten 1.106 1.223 +117

Generieke toewijzing 464 498 +34

Bron: Provinciale prognose 2022, CBS (2022, cijfers 2021), bewerking Stec Groep (2023).

RECENTE ONTWIKKELINGEN BINNEN VERBLIJF EN OPVANG Op dit moment zijn er twee ontwikkelingen gaande binnen verblijf en opvang uit de Wmo2015. Verblijf en opvang bestaat uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en spoedopvang. Deze twee ontwikkelingen zijn 1) de Wlzmigratie en 2) de overgang van beschermd wonen naar beschermd thuis. Afgelopen jaren heeft de Wlz-migratie plaatsgevonden. Dit is de overheveling van de Wmo2015 beschermd wonen naar de Wlz voor mensen die langdurig aangewezen zijn op 24-uurszorg.Personen die in de BW blijven hebben daarmee perspectief op doorstroming naar een vorm van zelfstandig wonen. Dit maakt dat het aantal personen met ‘verblijf en opvang’ uit de Wmo2015 kleiner kan worden. Volgens het Rijk gaat het om zo’n 23% van de BWpopulatie. De Wlz-migratie is zoveel mogelijk afgerond. De overgang van beschermd wonen naar beschermd thuis betekent 34dat mensen steeds meer in hun eigen woning kunnen blijven wonen en de nodigde zorg thuis ontvangen. Dit kan bijvoorbeeld doordat een vorm van toezicht aanwezig is of begeleiding nabij en goed bereikbaar. Door de overgang van beschermd wonen naar beschermd thuis zullen steeds meer mensen uit de intramurale zorg binnen de reguliere woningvoorraad landen.

Jeugdwet Vanuit de Jeugdwet wordt ondersteuning, hulp en zorg voor jeugdigen (tot 18 jaar en bij uitzondering tot 23 jaar) en hun families geboden bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. De verantwoordelijkheid van de taken zoals beschreven in de Jeugdwet 2014 vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten.

34 https://vng.nl/nieuws/wetsvoorstel-woonplaatsbeginsel-bw-nu-bij-tweede-kamer (Het wetsvoorstel regelt dat niet alleen de 43

centrumgemeenten maar alle 342 gemeenten verantwoordelijk worden voor beschermd wonen voor hun eigen inwoners).

63 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Binnen de Jeugdwet vormt jeugdzorg de verzamelnaam voor alle vormen van geïndiceerde vormen van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering waarvan jeugdhulp het grootste deel uit maakt. In deze paragraaf wordt enkel ingegaan op jeugdhulp.35 In 2023 zijn er circa 595 personen die jeugdhulp ontvangen in Sluis We beschrijven in deze paragraaf de huidige en toekomstige zorgbehoefte van jeugdigen tot 18 jaar in de gemeente Sluis. Dit doen we op basis van CBS-gegevens over jeugdzorg op gemeentelijk niveau en de ontwikkeling van de bevolking op basis van de Provinciale prognose 2022. Op basis hiervan analyseren we dat er in 2023 circa 595 personen in Sluis jeugdhulp ontvangen. Het gaat voornamelijk om jeugdhulp zonder verblijf. Prognose: aantal jeugdigen met jeugdhulp in Sluis neemt tot 2033 af met circa 13 personen Op basis van de demografische ontwikkeling van jeugdigen in de gemeente Sluis tot 2033 in combinatie met het huidige gebruik van jeugdhulp in de gemeente brengen we de toekomstige behoefte aan jeugdhulp in beeld. Demografisch gezien zien we een afname van het aantal jeugdigen in de gemeente Sluis (ontgroening). In de prognose gaan we uit van een gelijkblijvend aandeel jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg.

Gezien de ontgroening en een gelijkblijvend aandeel jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg, verwachten we dat in 2033 circa 580 personen gebruik zullen maken van jeugdhulp. Hierdoor neemt het aantal personen in de jeugdhulp in de gemeente tot 2032 af met 10 tot 15 personen. Tabel C12: Ontwikkeling aantal jeugdigen met jeugdhulp periode 2023-2033, gemeente Sluis Vormen van jeugdhulp Jeugdhulp met verblijf (intramuraal) Jeugdhulp zonder verblijf (extramuraal) Pleegzorg (extramuraal) Totaal jeugdhulp

Aantal personen 2023 30 484 80 594

Aantal personen 2033 29 474 78 582

Ontwikkeling 2023 - 2033 -1 -10 -2 -13

Bron: CBS, Primos2022. Cijfers afgerond op vijftallen, hierdoor kunnen optellingen afwijken.

MONITOR ONTWIKKELINGEN BINNEN JEUGDHULP GOED EN STUUR BIJ WAAR NODIG. De prognose is gebaseerd op een gelijkblijvend aandeel jeugdigen dat in gemeente Sluis gebruik maakt van jeugdhulp. Landelijk zien we dat het aandeel jeugdigen in de jeugdzorg toeneemt. Mede door toename van het aantal jongeren met complexe problemen en de tekorten in de jeugdzorg, maar ook als gevolg van COVID-19 neemt deze druk toe. Het is dan ook belangrijk deze ontwikkelingen in onze gemeente goed te monitoren.

35 Er zijn verschillende vormen van jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. Bij ‘jeugdhulp zonder verblijf’ verblijft

(overnacht) de jeugdige formeel thuis, in het eigen gezin of een gezinssituatie zoals pleegzorg, leef- en gezinshuizen. Bij ‘jeugdhulp met verblijf’ verblijft de jeugdige in een residentiële instelling van een jeugdzorgplusinstelling.

64 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

C3: Wettelijk kader Tabel C13: De vier stelselwetten van het zorgstelsel Wet Omschrijving

Zvw De Zorgverzekeringswet (Zvw) is een wet die de verplichte basisverzekering regelt voor verzekerden. De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Zvw. De vergoeding van curatieve zorg wordt geregeld vanuit de Zvw. Inwoners van Nederland zijn verplicht een (basis)zorgverzekering af te sluiten.

Belangrijke partijen/ organisaties

Het Rijk, zorgverzekeraars, zorgverleners, verzekerden organiseren de zorg.

Voorbeelden

Een afspraak bij de huisarts, toegang tot geneesmiddelen of wijkverpleging, of opname in het ziekenhuis.

Wlz De Wet langdurige zorg (Wlz) is voor mensen die permanent toezicht of 24uurszorg in de nabijheid nodig hebben. Iemand kan zorg vanuit de Wlz aanvragen als er 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Hier is bijvoorbeeld sprake van bij een ernstige lichamelijke of verstandelijke beperking Bijvoorbeeld in geval van ouderen met vergevorderde dementie, ernstig verstandelijk of lichamelijk beperkte mensen en mensen met langdurige psychiatrische aandoeningen. Het Rijk, CIZ, CAK, zorgkantoren en zorgaanbieders organiseren de zorg. Bij permanent toezicht of 24uurszorg.

Wmo2015

Jeugdwet

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) is voor mensen met een beperking die ondersteuning nodig hebben. Volwassen personen die bij zelfstandig thuis wonen zorg of ondersteuning (thuis) nodig hebben kunnen aanspraak maken op de Wmo2015.

Voor Jeugdigen is er de Jeugdwet. In deze wet is bijna alle zorg en ondersteuning geregeld voor jeugdigen onder de 18 jaar. De Jeugdwet is voor ondersteuning, hulp en zorg voor jeugdigen en hun families bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen voor kinderen en jeugdigen onder de 18 jaar. In sommige gevallen wordt hulp en zorg verlengd tot 23 jarige leeftijd. Wat niet onder Jeugdwet valt, wordt geregeld vanuit de Zvw, Wlz of, in het geval van hulpmiddelen, vanuit de Wmo2015.

Ondersteuning vanuit de Wmo2015 is doorgaans enkel bedoeld voor personen vanaf 18 jaar. Voor personen tot 18 jaar wordt de ondersteuning gefinancierd vanuit de jeugdzorg.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor organisatie en uitvoering van de zorg (of met inzet van zorgaanbieder). Hulp bij huishoudelijke taken, een rolstoel of begeleiding (dagbesteding).

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor organisatie en uitvoering van de zorg (of met inzet van zorgaanbieder). Bij opvoedproblemen of hulp en ondersteuning van kinderen en gezinnen

Bron: Ministerie van VWS, Het Nederlandse Zorgstelsel (2018), bewerking Stec Groep (2022).

Een andere relevante wet binnen het domein van wonen en zorg is de Participatiewet. Deze wet heeft als doel mensen te activeren en hen waar mogelijk te begeleiden naar betaald werk. Tabel C14: Leveringsvormen zorg ‘thuis’ via vpt, mpt en pgb Vpt Bij een vpt wordt alle zorg die in het zorgprofiel past, geleverd door één zorgaanbieder en valt dus onder de verantwoordelijkheid van één Wlzinstelling. Er worden afspraken gemaakt over de gewenste zorg en over de tijden waarop zorgverleners langskomen. Persoonlijke verzorging en verpleging Begeleiding Huishoudelijke hulp Noodzakelijke geneeskunde of paramedische zorg* Vervoer naar behandeling en begeleiding Verstrekken van maaltijden en drinken Schoonmaken woning cliënt Logeeropvang

Mpt Met een mpt kan de cliënt de zorg thuis laten leveren door één of meerdere zorgaanbieders middels zorg in natura. Voor bepaalde zorgvormen, zoals persoonlijke verzorging en verpleging, is het ook mogelijk om zorg zelf in te kopen met een pgb. Persoonlijke verzorging en verpleging Begeleiding Huishoudelijke hulp Noodzakelijke geneeskunde of paramedische zorg* Vervoer naar behandeling en begeleiding Logeeropvang

pgb Hiermee kan een cliënt zelf zorg inkopen bij een zorgverlener.

Persoonlijke verzorging en verpleging Begeleiding Huishoudelijke hulp Logeeropvang

Bron: Zorgwijzer.nl, bewerking Stec Groep (2022). * Algemene geneeskundige zorg, zoals psychiatrische zorg, medicijnen en mondzorg zijn geen onderdeel van het vpt. De cliënt is voor dit soort zorgvormen aangewezen op zijn/haar zorgverzekering. Een combinatie tussen een MPT en pgb is ook mogelijk.

65 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Financiering van Wlz zorg De Wlz is een volksverzekering. Iedereen die in Nederland woont (of werkt), heeft recht op zorg uit de Wlz mits hij / zij aan de voorwaarden voldoet die hiervoor gelden / een indicatie heeft. De Wlz zorg wordt betaald met de premiegelden van verzekerden. Daarnaast betaalt iedereen vanaf 18 jaar een eigen bijdrage voor de Wlz zorg. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van de leveringsvorm, het inkomen en de sociale situatie. De eigen bijdrage betaalt de verzekerde aan het CAK. Het CAK berekent ook de hoogte van het bedrag. De zorgkantoren zijn feitelijk verantwoordelijk voor uitvoering van de Wlz en hebben daartoe een zorgplicht. Het zorgkantoor moet daarom voldoende en goede zorg inkopen bij zorgaanbieders én de persoonsgebonden budgetten (pgb) regelen. Een persoon met een Wlz-indicatie bepaalt zoveel mogelijk zelf waar en hoe hij / zij zorg krijgt. Wat de zorgt vanuit de Wlz is, hangt af van de leveringsvorm: zorg in een instelling of met behulp van de verschillende leveringsvormen zorg ‘thuis’. In geval van zorg ‘thuis’ huurt/bezit de zorgvrager zelfstandig een woning of onzelfstandige eenheid en ontvangt de ‘intramurale’ zorg daar. Het verzekerde pakket van de Wet langdurige zorg (Wlz) omvat onder andere persoonlijke verzorging, begeleiding en verpleging als vormen van zorg.

Deze vormen van zorg zijn onderdeel van de aanspraak in alle leveringsvormen: verblijf in een instelling, volledig pakket thuis (vpt), modulair pakket thuis (mpt) en persoonsgebonden budget (pgb). Als de cliënt verblijft in een Wlz-instelling en ook behandeling krijgt van deze instelling, vallen een aantal andere vormen van zorg, zoals huisartsenzorg, farmaceutische zorg en hulpmiddelen ook onder het verzekerde pakket van de Wlz. Verschil vergoeding zorg- en woonlasten Wlz zorg met verblijf in instelling of thuis via vpt, mpt, pgb Het grootste verschil tussen Wlz zorg op basis van verblijf in een instelling en de Wlz zorg thuis (vpt, mpt, pgb) is de verantwoordelijkheid en bekostiging van de huisvesting. Bij verblijf in een instelling worden ook de woonlasten en alles wat daarmee samenhangt vergoed. Er wordt hiervoor geen huurovereenkomst afgesloten. Daarnaast worden bij verblijf in een instelling (met of zonder behandeling) ook de hulpmiddelen voor individueel gebruik vergoed uit de Wlz. Zorg thuis wordt ook wel Wlz-zorg zonder verblijf genoemd. Bij deze vorm van zorg woont de persoon met Wlzindicatie thuis en ontvangt daar de zorg via een vpt, mpt of pgb. Bij een vpt, mpt of pgb is men zelf verantwoordelijk voor (de bekostiging van) de huisvesting en ontvangt hier geen vergoeding voor vanuit de Wlz (vpt, mpt of pgb).

De geïndiceerde dient daarom de woning zelf gehuurd of gekocht te hebben. Onder zorg thuis vallen ook aanleunwoningen, woonzorgcomplexen, serviceflats, al dan niet aangepaste woningen en geclusterde woningen. Voor deze woningen kan een separaat huurcontract worden afgesloten. Wanneer men niet verblijft in een instelling maar zorg ontvangt via een vpt, pgb of mpt is men voor de hulpmiddelen aangewezen op de Wmo (gemeente) of de Zvw (zorgverzekeraar). Wmo2015-voorzieningen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie, beschikbaarheid en uitvoering van de voorzieningen (met of zonder de inzet van een zorgaanbieder). Om aanspraak te doen op deze voorzieningen voert de persoon met ondersteuningsvraag daarom een gesprek met de gemeente. De gemeente wijst de algemene en/of maatwerkvoorziening toe. Dit verloopt via zorg in natura of een pgb. Ook kijkt de gemeente wat er vanuit het eigen sociale netwerk van de persoon met ondersteuningsvraag georganiseerd kan worden. Zie de tabellen op de volgende pagina voor een toelichting en voorbeelden van algemene en maatwerkvoorzieningen. Tabel C15: Verschillen algemene en maatwerkvoorzieningen in Wmo2015 Algemene voorziening Het aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat gericht is op maatschappelijke ondersteuning.

Maatwerkvoorziening Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen ten behoeve van zelfredzaamheid (daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger), participatie (daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede

66 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Voorliggend op een maatwerkvoorziening: Als de gemeente een goede oplossing kan bieden met een algemene voorziening, dan is een maatwerk voorziening niet aan de orde of slechts aanvullend. Geen indicatie voor nodig. Subsidie voor huur, activiteiten. Inwoner betaalt eventueel een bijdrage in de onkosten voor bijvoorbeeld een kopje koffie of een activiteit. Dit mag nooit meer zijn dan de werkelijke kosten. Let op: eventuele stapeling van kosten. En let wel: Indien er sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie, dan geldt ook het abonnementstarief Voorbeelden: vrijwilligersdiensten en ontmoetingsruimten.

hulpmiddelen en andere maatregelen) en beschermd wonen en opvang. Maatwerkvoorziening kan een oplossing zijn wanneer algemene voorzieningen niet meer (alleen) voldoende compenserend zijn. Een indicatie voor nodig. Financiering door de gemeente via een dienstverleningsovereenkomst. Inwoner betaalt een eigen bijdrage conform de Verordening Wmo2015 (2022): maximaal €19 per maand.

Tabel C16: Voorbeelden Wmo2015 voorzieningen Algemene voorzieningen Een boodschappendienst Een maaltijdservice (bijvoorbeeld tafeltje-dekje) Organiseren van activiteiten, bijvoorbeeld in een ontmoetingsruimte of buurt- of dorpshuis Maatschappelijke opvang en meldpunten, bijvoorbeeld in het geval van huiselijk geweld Personenalarmering

Maatwerkvoorzieningen Individuele begeleiding Vervoersvoorziening en vervoer in de regio Huishoudelijke hulp: opruimen en schoonmaken (dit kan in sommige gemeenten een algemene voorziening zijn) Aanbouw van de woning Aanpassingen in de woning, zoals een traplift, verbreding van deuren of het wegnemen van obstakels in de woning Toilet- en badkamer voorzieningen Antislip douche en een speciale douche-zit Dagbesteding

Bron: Zorgwijzer.nl; Rijksoverheid, bewerking Stec Groep (2022).

Tabel C17: Indeling Wmo2015-maatwerkvoorzieningen in hoofdgroepen en subcategorieën / voorzieningen Ondersteuning (thuis) Begeleiding Persoonlijke verzorging Kortdurend Verblijf Overige ondersteuning gericht op het individu of huishouden/gezin Dagbesteding Overige groepsgerichte ondersteuning Overige maatwerkarrangementen

Hulp bij huishouden Hulp bij het huishouden

Verblijf en opvang Beschermd wonen Maatschappelijke Opvang Spoedopvang

Hulpmiddelen en diensten Woondiensten Vervoersdiensten Rolstoelen Vervoersvoorzieningen Woonvoorzieningen Overige hulpmiddelen

Bron: CBS (2021), bewerking Stec Groep (2022). Begeleiding en dagopvang kan zowel individueel als in groepen georganiseerd zijn (CBS gebaseerd op iWmo, standaardproductcodelijst WMO021).

67 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

tabel C15: Forensische zorgwijzer

Bron: Dienst Justitiële Inrichtingen, oktober 2021.

Specifieke zorgvraag: forensische zorg heeft resocialisatie als doel Forensische zorg kent verschillende behandel- en beveiligingsniveaus (zie zorgwijzer hierboven) met veelal als doel een veilige terugkeer in de maatschappij (Bron: Dienst Justitiële Inrichtingen, DJI). Forensische zorg bestaat uit geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg. Het is zorg dat onderdeel is van een straf of maatregel opgelegd door de strafrechter. De justitiabele wordt een forensische zorgtitel opgelegd die de financieringsgrondslag voor vergoeding is door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.36 Financiering vindt plaats door zowel OM (voor verblijf) als Divisie Forensische Zorg en Justitiële Jeugdinrichtingen (onderdeel van Dienst Justitiële Inrichtingen) (voor diagnostiek en onderzoek). DJI koopt de forensische zorg in bij zorgaanbieders (Bron: Programma Bestuurlijke Agenda Forensische Zorg, n.d.). Procedures opstarten op basis van verschillende wetten • Wet forensische zorg (Wfz): sinds 1 januari 2020 hebben de officier van justitie en de rechter meer mogelijkheden om mensen sneller een passende verplichte zorg op te leggen. Daarnaast zorgt de wet voor een goede aansluiting tussen het strafsysteem en de geestelijke gezondheidszorg.

• Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): als er sprake is van een psychische stoornis bij een verdachte of veroordeelde dan kan de officier van justitie een zorgmachtiging opstarten op basis van de Wvggz. • Wet zorg en dwang (Wzd): als er sprake is van een veroordeelde of verdachte met een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening dan volgt voorbereiding van een rechtelijke machtiging op grond van Wzd.37 De Wvggz- of Wzd- procedure kan gelijk lopen met een strafzaak van de justitiabele, maar hoeft niet. Bij beëindiging van een straf of maatregel (bijvoorbeeld TBS) kan ook Wvggz of Wzd gestart worden. Daarnaast kan het ook zijn dat een betrokkene zorg krijgt in plaats van een straf.

36 “Er zijn 28 forensische zorgtitels: 24 strafrechtelijke titels, twee vormen van forensisch psychiatrisch toezicht (fpt),

verdiepingsdiagnostiek en de voorgenomen indicatiestelling van de reclassering. De laatste titel kan onder bepaalde voorwaarden gebruikt worden om een verdachte zorg te bieden voordat er sprake is van één van de strafrechtelijke titels.” (Bron: Dji, n.d.) 37 Is er geen sprake van een strafbaar feit? Dan heeft het OM geen rol bij onvrijwillige zorg onder de Wzd. Aanvragen voor verplichte zorg moeten dan worden ingediend bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) (Bron: OM, n.d.)

68 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

C.4: Capaciteit en spreiding van wonen, zorg en voorzieningen in de gemeente Sluis In het rapport ‘Conclusies en advies Vitaal West Zeeuws Vlaanderen: verkenning en haalbaarheid’ (p. 15 tot en met 17) is de capaciteit en spreiding van de huidige situatie en de toekomstige situatie weergegeven in de onderstaande kaarten. Er wordt ongeveer 10 jaar vooruit gekeken.

Ouderenzorg Figuur C4: Spreidingskaart ouderenzorg bestaand Op dit moment wordt er in 5 kernen complexe verpleeghuiszorg door ZorgSaam aangeboden (in een intramurale setting). De aantallen zijn echter te klein om de zorg rendabel en kwalitatief hoogwaardig te kunnen organiseren.

Figuur C5: Spreidingskaart ouderenzorg beoogd In de toekomst wordt de complexe verpleeghuiszorg geconcentreerd in twee kernen: Oostburg en Breskens. In 5 kernen is een zorgwijk gerealiseerd met minstens 64 woningen (in een hofjesstructuur) om ook daar 24uurs zorg te kunnen garanderen.

69 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

GGZ Figuur C6: Spreidingskaart GGZ bestaand Het bestaande GGZ aanbod bestaat uit 24 eenheden Beschermd Wonen (intramuraal) en 11 eenheden Sociaal Pension (extramuraal). Beiden van Emergis,

Figuur: C7 Spreidingskaart GGZ beoogd In de toekomst worden er – in verband met de verdere extramuralisering van het Beschermd Wonen – 12 eenheden van Zeeuwse Gronden toegevoegd naast het bestaande aanbod van Emergis. Deze uitbreiding moet aan de toekomstige vraag kunnen voldoen.

Gehandicaptenzorg Figuur C8: Spreidingskaart gehandicaptenzorg Op dit moment zijn de voorzieningen voor gehandicaptenzorg geconcentreerd in Oostburg en Schoondijke. In de beoogde situatie zijn er plannen om de bestaande capaciteit in Schoondijke organisch door te ontwikkelen, onder andere rekening houdend met de vergrijzing. In Oostburg wordt beoogd om op termijn de huidige voorzieningen onder te brengen onder één dak.

70 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Huisartsenzorg en farmacie Figuur C9: Spreidingskaart huisartsen en apotheken bestaand Op dit moment zijn er 6 zelfstandige huisartsenpraktijken, 3 volwaardige apotheken, één apotheekhoudende huisarts, één apotheekvoorziening (uitgiftepunt) en drie spreekuurlocaties voor huisartsenzorg (aangestuurd vanuit Breskens).

Figuur C10: Spreidingskaart huisartsen en apotheken beoogd In de toekomst is er een medisch centrum met geïntegreerd gezondheidscentrum (inclusief apotheek) in Oostburg. In Breskens is er een gezondheidscentrum. Een huisartsenpraktijk met apotheekvoorziening is aanwezig in kernen met een zorgwijk. En spreekuurlocaties in 4 andere kernen, waarbij de spreekuurlocatie in Cadzand in het hoogseizoen kan worden opgeplust vanwege het hoge aantal toeristen dat hier dan verblijft (‘kustdokter’).

71 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Bijlage D: opgave per deelgebied D.1 Kwantitatieve woningbehoefte Huishoudensontwikkeling en woningbehoefte verder uitgesplitst naar deelgebieden De huishoudensontwikkeling en daarmee samenhangende kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte voor de gemeente Sluis hebben we verder onderverdeeld naar de verschillende kernen in de gemeente. In de basis gebruiken we hiervoor de aantallen uit de provinciale prognose. De verdeling naar kernen valt te maken op basis van doelgroepenverdelingen in de Primos-prognose. Hierdoor ontstaan verschillen in de huishoudensgroei per kern. Dit is sterk afhankelijk van nieuwbouwontwikkelingen in het verleden. Om een robuuster beeld te geven van de huishoudensontwikkeling en woningbehoefte, hebben we de verwachte ontwikkelingen per kern opgeteld tot vijf deelgebieden. De deelgebieden bestaan uit één hoofdkern en (een) enkele kleine kern(en). De verdeling is visueel gemaakt in onderstaande kaart. Figuur D1: Verdeling naar deelgebieden in de gemeente Sluis

Bron: Stec Groep (2023).

Op basis van basisprogramma lichte krimp of groei in deelgebieden, op basis van ambitieprogramma overal behoefte aan toevoeging We zien op basis van het basisprogramma dat het aantal huishoudens in alle deelgebieden licht krimpt tot groeit. Deze verschillen worden met name veroorzaakt door nieuwbouwontwikkelingen in het verleden. Hierdoor was er in sommige kernen namelijk sprake van een grotere migratie-instroom dan in andere kernen. In het ambitieprogramma streeft de gemeente Sluis ernaar woningen toe te voegen in alle kernen. Op basis van de grootte van de deelgebieden

72 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

en de uitkomsten van het basisprogramma brengen we echter wel enig onderscheid aan. In onderstaande tabel is de verwachte huishoudensontwikkeling per deelgebied op basis van beide programma’s te zien. Tabel D1: Huishoudensontwikkeling per deelgebied tot 2031 Deelgebied Aardenburg Deelgebied Breskens Deelgebied IJzendijke Deelgebied Oostburg Deelgebied Sluis Totaal

Stand 2022 1.705 3.315 1.530 3.420 1.340 11.310

Ontw. 2022-2031 +35 (+2%) tot +165 (+10% -50 (-2%) tot +175 (+5%) +50 (+3%) tot +160 (+10%) -30 (-1%) tot +215 (+6%) +30 (+2%) tot +120 (+9%) +40 (0%) tot +845 (+7%)

Stand 2031 1.755 tot 1.870 3.270 tot 3.495 1.580 tot 1.690 3.395 tot 3.635 1.355 tot 1.460 11.360 tot 12.145

Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). Primos2022. Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen en hele procenten.

Kwantitatieve woningbehoefte per deelgebied opgedeeld naar kernen op basis van kerngrootte We hebben de huishoudensontwikkeling per deelgebied op basis van het ambitieprogramma vertaald naar een kwantitatieve woningbehoefte per kern. We hebben hierbij rekening gehouden met de grootte van de kern. We adviseren immers om grotendeels in te zetten op het toevoegen van woningen in de grotere kernen met een hoger voorzieningenniveau. Deze kernen sluiten immers beter aan op de woonwensen van ouderen. Andere doelgroepen wensen ook vaker in de kleinere kernen te wonen. We adviseren hier kleinschaligere projecten op te pakken, waarin zowel jong als oud bediend kan worden. Verder hanteren we ook een bandbreedte per kern. Op deze manier blijft er ruimte om keuzes te maken aan de hand van kansen die zich voordoen. Tabel D2: Kwantiatieve woningbehoefte per kern o.b.v. ambitieprogramma Kernen

Indicatieve kwantitatieve woningbehoefte (bandbreedte) tot en met 2031

Deelgebied Aardenburg

155 tot 180

Aardenburg

115 tot 120

Eede Sint Kruis Deelgebied Breskens

20 tot 30 20 tot 30 160 tot 195

Breskens

85 tot 90

Cadzand

30 tot 40

Groede

30 tot 40

Nieuwvliet

15 tot 25

Deelgebied IJzendijke

150 tot 170

IJzendijke

110 tot 120

Hoofdplaat

40 tot 50

Deelgebied Oostburg

200 tot 240

Oostburg

115 tot 125

Schoondijke

45 tot 55

Waterlandkerkje

20 tot 30

Zuidzande

20 tot 30

Deelgebied Sluis

110 tot 130

Sluis

95 tot 105

Retranchement

15 tot 25

Gemeente Sluis

775 tot 915

Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). Primos2022. Bewerking Stec Groep (2023).

73 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Verdeling van het transitie-programma: extramuralisering van 210 woningen: grotendeels Oostburg, rest verspreid over kernen De gemeente Sluis is van plan om naast het ambitieprogramma ook te sturen op het extramuraliseren van de zorgbehoefte. In totaal zou dit er voor moeten zorgen dat 200 huidige cliënten in een intramurale zorgwoning extramuraal in de reguliere woningvoorraad komen te wonen. We adviseren om een groot deel hiervan in Oostburg, dichtbij voorzieningen, onder te brengen. De overige cliënten kunnen verspreid over de overige kernen een plek krijgen. Dit hangt grotendeels af van de woonbehoefte van de cliënten en de beschikbare plekken in de kernen.

D.2 Kwalitatieve woningbehoefte (netto woningbouwopgave) Overal vraag naar nultredenwoningen, wel verschillen in reguliere grondgebonden segment We hebben per deelgebied ook de kwalitatieve woningbehoefte in beeld gebracht op basis van de drie programma’s (zie onderstaande figuren). Hieruit blijkt dat in alle deelgebieden in het basisprogramma een duidelijk theoretisch overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen zal ontstaan. Volgens het ambitieprogramma met meer midden- en hoge inkomens zien we dat dit omslaat in een behoefte. Enkel in Oostburg (-35) is het saldo ook dan nog negatief. Verder zien we in Breskens en Oostburg een relatief negatieve behoefte aan grondgebonden sociale huurwoningen. Dit komt deels doordat dit type al relatief meer in de huidige voorraad aanwezig is. In de overige kernen bestaat volgens de ambitieprogramma’s nog wel een vraag naar dit type. Naar nultredenwoningen, zowel sociale huur, vrijesectorhuur als koop, ontstaat overal een behoefte in elk van de drie programma’s. We zien dit type woning dan ook als een ‘no-regret’ keuze. Ongeacht welk programma of deelgebied, toevoeging van dit type is een nuttige toevoeging aan de woningvoorraad. Figuur D2: Kwalitatieve woningbehoefte deelgebied Aardenburg tot 2031 -100

-80

-60

-40

-20

0

20 15

SH GGB

60

25 25

-90

-5

0 55

SH NULT. VSH NULT. KOOP NULT.

80

-5 -5 -5

VSH GGB KOOP GGB

40

65 65

30 30 30 45 45 45

Woonvoorkeuren trendscenario Woonvoorkeuren ambitiescenario Ambitie +25% midden- en hoge inkomens Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). Primos2022. WoOn2015, WoOn2018 & WoOn2021. Bewerking Stec Groep (2023).

74 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Figuur D3: Kwalitatieve woningbehoefte deelgebied Breskens tot 2031 -200

-150

-100

-50 -40

SH GGB VSH GGB

0 -10 -20 -10

100

150

0 0

-145

KOOP GGB

50

0

15 110 130 120

SH NULT. 30 35 35

VSH NULT. 10

KOOP NULT. Woonvoorkeuren trendscenario

Woonvoorkeuren ambitiescenario

25 25

Ambitie +25% midden- en hoge inkomens

Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). Primos2022. WoOn2015, WoOn2018 & WoOn2021. Bewerking Stec Groep (2023).

Figuur D4: Kwalitatieve woningbehoefte deelgebied IJzendijke tot 2031 -100

-80

-60

-40

-20

0

20 10

SH GGB

40

60

80

20 20

10 10 10

VSH GGB -75

KOOP GGB

10

15 50 55 50

SH NULT. 25 25 25

VSH NULT.

35

KOOP NULT. Woonvoorkeuren trendscenario

Woonvoorkeuren ambitiescenario

40 40

Ambitie +25% midden- en hoge inkomens

Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). Primos2022. WoOn2015, WoOn2018 & WoOn2021. Bewerking Stec Groep (2023).

Figuur D5: Kwalitatieve woningbehoefte deelgebied Oostburg tot 2031 -250

-200

-150

-100

-50 -45

SH GGB

0

100

150

-10 -20 10 20 15

VSH GGB KOOP GGB

50

-210

-50

-35 110 135 125

SH NULT. 60 65 65 50 60 60

VSH NULT. KOOP NULT. Woonvoorkeuren trendscenario

Woonvoorkeuren ambitiescenario

Ambitie +25% midden- en hoge inkomens

Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). Primos2022. WoOn2015, WoOn2018 & WoOn2021. Bewerking Stec Groep (2023).

200

75 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Figuur D6: Kwalitatieve woningbehoefte deelgebied Sluis tot 2031 -80

-60

-40

-20

0

20

-5

SH GGB -20

VSH GGB -70

KOOP GGB

10

40

60

80

15

-15 -15 -10

0 45

SH NULT.

55 55

25 30 25 30 30 30

VSH NULT. KOOP NULT. Woonvoorkeuren trendscenario

Woonvoorkeuren ambitiescenario

Ambitie +25% midden- en hoge inkomens

Bron: Provinciale prognose Zeeland (2022). Primos2022. WoOn2015, WoOn2018 & WoOn2021. Bewerking Stec Groep (2023).

B.5 Kwetsbaarheidsanalyse woningvoorraad (vernieuwingsopgave) Relatief veel kwetsbare woningen in deelgebieden Breskens en Oostburg We hebben per deelgebied de omvang van de relatieve kwetsbare voorraad in beeld gebracht op basis van onze Monitor toekomstwaarde woningvoorraad. Hieruit blijkt dat vooral in de deelgebieden Breskens en Oostburg een relatief groot deel van de kwetsbare voorraad staat. Dit zijn voornamelijk grondgebonden koopwoningen. In de overige deelgebieden is het aantal kwetsbare woningen aanzienlijke kleiner. Verder valt op dat in Breskens ook relatief veel appartementen vallen binnen het segment dat relatief kwetsbaar is. Figuur C7: Kwetsbare woningvoorraad deelgebied Aardenburg 0 SH GGB VSH GGB KOOP GGB SH APP/NULT VSH APP/NULT KOOP APP/NULT Bron: Analyses Stec Groep (2023).

200

400

600

800

1.000

1.200

76 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Figuur D8: Kwetsbare woningvoorraad deelgebied Breskens 0

200

400

600

800

1.000

1.200

800

1.000

1.200

800

1.000

1.200

SH GGB VSH GGB KOOP GGB SH APP/NULT VSH APP/NULT KOOP APP/NULT Bron: Analyses Stec Groep (2023).

Figuur D9: Kwetsbare woningvoorraad deelgebied IJzendijke 0

200

400

600

SH GGB VSH GGB KOOP GGB SH APP/NULT VSH APP/NULT KOOP APP/NULT Bron: Analyses Stec Groep (2023).

Figuur D10: Kwetsbare woningvoorraad deelgebied Oostburg 0 SH GGB VSH GGB KOOP GGB SH APP/NULT VSH APP/NULT KOOP APP/NULT Bron: Analyses Stec Groep (2023).

200

400

600

77 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Figuur D11: Kwetsbare woningvoorraad deelgebied Sluis 0

200

400

600

800

1.000

1.200

SH GGB VSH GGB KOOP GGB SH APP/NULT VSH APP/NULT KOOP APP/NULT Bron: Analyses Stec Groep (2023).

Methodologie: benchmark woningen op woningniveau Met behulp van onze Monitor toekomstwaarde woningvoorraad geven we inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve opgave in de bestaande voorraad. De monitor stelt ons in staat objectieve woninggegevens om te zetten naar een kwetsbaarheidsscore. Om tot een kwetsbaarheidsscore voor iedere woning te komen, kijken we naar woningkenmerken en omgevingskenmerken. Beide pijlers bestaan uit 4 indicatoren. De gecombineerde woningscore en buurtscore resulteren in een relatieve kwetsbaarheidsscore op een schaal van 1 (sterk beneden gemiddeld) tot 5 (sterk bovengemiddeld). De woningen met een beneden gemiddelde score (1 of 2 op een schaal tot 5) beschouwen we als kwetsbaar. Dit zijn echter niet per definitie incourante woningen die direct leeg staan of onttrokken moeten worden. Het zijn woningen die relatief beneden gemiddeld scoren binnen de gemeente, en dus naar verwachting als eerste aandacht vereisen in de totale bestaande voorraad. Opbouw analysebestand benchmark Voor de analyse is gebruik gemaakt van het BAG bestand 2022 voor Sluis. Deze is door Stec Groep verreikt met gegevens uit het WOZ-register 2022. Zo is vastgesteld wat de WOZ-waarde is van een woning. Om vast te stellen of het om een koop- particuliere huur- of corporatiehuurwoning gaat is het oudere WOZ-register 2018 gebruikt.

Aan de hand van referenties op Funda, gekoppeld aan de WOZ-waarde van de betreffende woningen, is bepaald wat een reële huurprijs is voor huurwoningen. Uitgangspunten voor de analyse: • We hebben alle reguliere woningen meegenomen (dus exclusief intramurale voorraad). • In de analyse is op provincieniveau zo’n 95% van alle woningen zoals opgenomen in het BAG voorraadbestand meegenomen. Voor het resterende deel van de woningen waren onvoldoende gegevens beschikbaar (geen WOZwaarde, energielabel, et cetera.). • De reële huurprijs op woningniveau is ingeschat aan de hand van een rendementspercentage. Het rendementspercentage is berekend met behulp van een steekproef van diverse woningtypen op Funda. De gevraagde huren zijn voor deze woningen afgezet tegen de WOZ-waarden van de woningen. De monitor werkt als een benchmark: telkens worden waarden op woningniveau per indicator gescoord ten opzichte van de waarden van alle andere woningen binnen de gemeente. Hieruit volgt een relatieve score (schaal 1 tot 5). De relatieve scores op de 4 indicatoren onder woningkenmerken worden bij elkaar opgeteld en de optelsom wordt wederom relatief gewaardeerd ten opzichte van de optelsom van alle woningen. Hieruit volgt een relatieve woningscore. Woningen worden op een vergelijkbare wijze (relatief) op omgevingskenmerken gescoord.

Uit de relatieve omgevingsscore en de relatieve woningscore samen wordt de relatieve kwetsbaarheidsscore berekend.

78 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Woningkenmerken • Energielabel en gasverbruik • Levensloopgeschiktheid • Aansluiting op behoefte • WOZ-ontwikkeling ’19-’22

Omgevingskenmerken • Voorzieningenniv. (’20 en ’14-’20) • Fys. inrichting (’20 en ’14-’20) • Veiligheid (’20 en ’14-’20) • Sociaaleconomisch (gem. inkomen, werkloosheid, aandeel actieven)

Relatieve woningscore (vijfpuntsschaal 1 t/m 5)

Relatieve kwetsbaarheidsscore (vijfpuntsschaal 1 t/m 5)

Relatieve omgevingsscore (vijfpuntsschaal 1 t/m 5)

79 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Bijlage E toelichting huisvestingsverordening E1. Inleiding Naast het voorliggende Beleidsplan Wonen is aanvullend beleid randvoorwaardelijk om te komen tot een evenwichtige woningmarkt. Met dit doel stellen we als gemeente Sluis een Huisvestingsverordening op. Met de huisvestingsverordening kunnen we sturen op wijzingen in de bestaande woningvoorraad. Onderwerpen de in huisvestingsverordening worden gereguleerd zijn deeltijd wonen en woningvorming en splitsing. Daarnaast gaat er een registratieplicht en meldingsplicht voor toeristische verhuur gelden. De huisvestingsverordening wordt ingericht conform een verbod op deeltijdwonen, en woningvorming en splitsing behoudens vergunning. Onttrekkingsvergunning voor deeltijdwonen Op grond van het schaarsteonderzoek en de consultatie van inwoners in de dorpen en stadjes komt naar voren dat deeltijd wonen een belangrijke rol speelt in de schaarste aan betaalbare woningen in gemeente Sluis. In de huisvestingsverordening nemen we daarom in de kernen een onttrekkingsvergunning voor deeltijdwonen op, om de betaalbare woningvoorraad voldoende beschikbaar te houden.

Registratieplicht toeristische verhuur zou illegale verhuur kunnen inperken Op basis van inventarisatie van toeristische verhuur en de consultatie die in het kader van het opstellen van het Beleidsplan Wonen heeft plaatsgevonden komt naar voren dat toeristische verhuur van woonruimte een significante rol speelt binnen de woningvoorraad van de gemeente Sluis. We handhaven daarom een registratieplicht van toeristische verhuur, zodat illegale verhuur van woningen verminderd en voeren daarnaast een meldingsplicht in. We zien daarmee voldoende aanleiding dat dit instrument een effectief en passend middel is om schaarste aan betaalbare woningen terug te dringen.

E2. Toelichting instrumentarium De volgende paragrafen bevatten een overzicht van instrumenten die bij kunnen dragen aan een betaalbare woningvoorraad in gemeente Sluis. Ook geven we een inschatting van de ambtelijke inzet bij invoering en uitwerking van een instrument.

80 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Tabel E1: Globale beoordeling mogelijkheden ter bevordering van betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen in Sluis Instrument

Betaalbaar maken

Betaalbaar houden

Beschikbaar maken

Beschikbaar houden

Woningsplitsen reguleren Zelfbewoningsplicht Anti-speculatiebeding Anterieure overeenkomst Bron: Stec Groep, 2022.

Tabel E2: Afweging instrumenten naar (mate van benodigde) inzet gemeente Op- en vaststellen

Vergunnen

Monitoren

Handhave n

Financieel

Inzet in tijd

Ja, verplicht Ja, verplicht Ja, verplicht Niet verplicht

Visievorming

Woningsplitsen reguleren Zelfbewoningsplicht Anti-speculatiebeding Anterieure overeenkomst

Markt- of schaarsteOnderzoek

Instrument

Ja Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Nee

Ja Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Ja

€€ €€ €€ €

++ ++ ++ +

Bron: Stec Groep, 2022.

Huisvestingsverordening kan breed worden ingezet De huisvestingsverordening wordt vastgesteld op grond van de Huisvestingswet (2014) en de Wabo. Het geeft bepalingen over de woonruimteverdeling en heeft voornamelijk betrekking op de bestaande (of gebouwde) woningvoorraad. De huisvestingsverordening kan breed worden ingezet en vormt daarmee de kapstok waaraan verschillende instrumenten hangen. Regulering toeristische verhuur, splitsen, onttrekken zijn hier voorbeelden van. Aangetoonde schaarste of leefbaarheidsproblematiek ten grondslag Voor de vaststelling van een huisvestingsverordening moet er schaarste of leefbaarheidsproblematiek worden aangetoond in (delen van) de gemeente. In de praktijk vindt de vaststelling van een huisvestingsverordening vooral plaats op basis van schaarste omdat effecten op de leefbaarheid moeilijker aan te tonen zijn. Leefbaarheid is namelijk onderhevig aan verschillende factoren. Een directe oorzaak-gevolgrelatie is daarmee moeilijker hard te maken. Wanneer schaarste is aangetoond, kan een huisvestingsverordening worden opgesteld. Het is aan de gemeente zelf om te bepalen wat hierin wordt geregeld. Motivering noodzakelijkheids- en subsidiariteitsvereiste van belang Wel moet de gemeente aantonen dat hetgeen dat men wil reguleren ook daadwerkelijk de oorzaak is van de schaarste.

Met andere woorden: draagt het aanpakken van een bepaalde ‘situatie’ (voldoende) bij aan het oplossen van schaarste? En hoe zwaar mag dan het instrument zijn dat je als gemeente inzet? De principes van ‘noodzakelijkheid’ en ‘subsidiariteit’ moeten worden beargumenteerd. Als deze motivering ontbreekt, kan een huisvestingsverordening onverbindend (ongeldig) worden verklaard. Dit is dan ook een belangrijk aandachtspunt bij het schaarsteonderzoek.

81 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Bijlage F: Afspraak aanpak plancapaciteit (provincie Zeeland) Probleemstelling Gemeente Sluis heeft bestemmingsplannen voor woningbouw die inmiddels de procedure zijn doorlopen (soms meer dan tien jaar geleden) en die soms nog niet zijn gerealiseerd. Deze plannen duiden we aan als harde plancapaciteit. Een deel van deze plannen past niet goed bij de kwantitatieve en/of kwalitatieve vraag. Echter omdat het gaat om plannen die planologisch zijn vastgesteld, kunnen deze plannen het toelaten van nieuwe – beter bij de actuele vraag passende plannen- in de weg zitten. Omdat we als gemeente Sluis willen meewerken aan passende initiatieven voor woningbouw, is het belangrijk om bestaande (niet-passende) initiatieven weg te halen. December 2022 heeft Sluis volgens het Dashboard Ladderruimte van provincie Zeeland op basis van de Planmonitor een overschot van -521 aan vastgestelde plannen, inclusief reserveringen (van door de gemeente gewenste plannen). Het schrappen van ongewenste plantitels is nodig om kwalitatief gewenste woningbouwplannen te kunnen laten doorgaan. Met dit doel hebben gemeente Sluis en Gedeputeerde Staten van provincie Zeeland gezamenlijke woningmarktafspraken vastgesteld. In deze woningmarktafspraken zijn de stappen vastgelegd die nodig zijn om plannen te kunnen schrappen.

In het beleidsplan Wonen staan deze stappen uitgewerkt bij de ruimte-scheppende maatregelen, dit vormt het juridische startpunt voor het deprogrammeren.

82 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende vaststelling Plan van aanpak plancapaciteit gemeente Sluis 2020 Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland d.d. 14 juli 2020, kenmerk 20023896, houdende vaststelling ‘Plan van aanpak plan capaciteit gemeente Sluis 2020’.

Gedeputeerde Staten van Zeeland, maken bekend dat de provincie Zeeland en de gemeente Sluis gezamenlijk, de gemeente op 14 juli 2020 en de provincie op 30 juli 2020, het ‘Plan van aanpak plancapaciteit gemeente Sluis 2020’ hebben vastgesteld. Het plan ziet op een aanpak gericht op het mogelijk maken van kwalitatieve toevoegingen woningbouw door deprogrammering van overtollige woningbouwplannen. Het plan van aanpak vloeit voort uit de beleidsnotitie “Ruimte voor Woonkwaliteit” die gedeputeerde staten op 12 mei 2020 hebben vastgesteld en waarin is onderbouwd hoe gemeenten ondanks een overcapaciteit aan woningbouwplannen, onder voorwaarden toch nieuwe woningbouwplannen kunnen toevoegen aan de plancapaciteit. Het plan van aanpak is in te zien op de website van de Provincie Zeeland.

Plan van aanpak Plancapaciteit gemeente Sluis 2020 Aanpak gericht op het mogelijk maken van kwalitatieve toevoegingen woningbouw door deprogrammering van overtollige woningbouwplannen. 1. Inleiding De gemeente Sluis heeft in het voorjaar van 2020 een bestemmingsplan in procedure gebracht waarmee de bouw van appartementen in een kerkgebouw in Sluis mogelijk wordt gemaakt. Omdat met dit plan de ladderruimte overschreden werd, heeft de Provincie met de gemeente Sluis overlegd hoe met deze situatie omgegaan moet worden. Het plan voorziet wel in een kwalitatieve behoefte (woningtype en locatie), maar in kwantitatieve zin vergroot dit plan het overschot aan woningbouwplannen. Eerder dit jaar speelde eenzelfde geval in de gemeente Terneuzen. Dit heeft geleid tot het opstellen van de beleidsnotitie “Ruimte voor Woonkwaliteit” als basis voor een Plan van aanpak voor de gemeente Terneuzen om de overtollige plancapaciteit terug te gaan dringen. De beleidsnotitie en Plan van aanpak zijn op 12 en

83 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

19 mei 2020 vastgesteld door het college van gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen. De gemeente Sluis en de Provincie Zeeland hebben gelijktijdig afgesproken dat er voor de gemeente Sluis ook een Plan van aanpak voor het terugdringen van overtollige woningbouwplannen zal worden gemaakt. De gemeente Sluis heeft per brief aangegeven een dergelijk Plan van Aanpak te zullen vaststellen en zodat hierop vooruitlopend geen zienswijze ingediend zou worden tegen het bestemmingsplan voor het verbouwen van de kerk in Sluis tot appartementen. De Provincie Zeeland heeft aan dit verzoek voldaan en heeft dit bevestigd per brief aan de gemeente Sluis. Deze brievenwisseling vormt de aanleiding om te komen tot het voorliggende ‘Plan van aanpak Plancapaciteit gemeente Sluis 2020’. Dit plan van aanpak is gebaseerd op de eerder genoemde beleidsnotitie ‘Ruimte voor Woonkwaliteit’ van de Provincie Zeeland. Het doel van het plan van aanpak is om woningbouw mogelijk te maken ondanks een gebrek aan ladderruimte, ofwel een kwantitatief overschot aan woningbouwplannen.

2. Probleemstelling De gemeente heeft veel bestemmingsplannen voor woningbouw die inmiddels de procedure zijn doorlopen (soms meer dan tien jaar geleden) en die om verschillende redenen nog niet tot uitvoering zijn gebracht. Op basis van prognoses is de ladderruimte vastgesteld (de ruimte om nieuwe woningbouwplannen hard te maken). De reeds vastgestelde plannen (de zogenaamde harde plancapaciteit) zorgen ervoor dat nieuwe initiatieven niet kunnen worden gehonoreerd vanwege te weinig ladderruimte. De gemeente Sluis heeft met diverse kleinschalige woningbouwplannen die tot stand zijn gekomen vóór invoering van de zogenaamde SER-ladder en zijn opvolger de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’, een aanzienlijke ‘erfenis’ meegenomen naar die nieuwe systematiek (aantonen behoefte via Laddertoets en financiële uitvoerbaarheid) met bijbehorende regionale woningmarktafspraken. Volgens de gemeente én de Provincie passen de nieuwe initiatieven vaak veel beter in de behoeftevraag (kwaliteit). Hier dient dan ook een oplossing voor te worden gevonden. Het streven is om te komen tot een oplossing waarmee kwalitatief gewenste woningbouwplannen toch doorgang kunnen vinden. Daarnaast zijn op 21 januari 2020 de woningmarktafspraken voor de regio Zeeuws-Vlaanderen door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Dit was op basis van de afspraken die de drie gemeenten onderling hebben gemaakt.

Om de ladderruimte te kunnen bepalen, wordt gebruik gemaakt van de Provinciale bevolkings- en huishoudenprognose 2019 en de woningbouwplannen die verzameld zijn in de Planmonitor Wonen. Het ‘Dashboard Ladderruimte Zeeuws-Vlaanderen’ geeft op basis van deze gegevens de actuele (dagelijks ververst) stand van zaken weer van de omvang van de ladderruimte van Sluis.

84 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

In de gemeente Sluis is sprake van een hoog aantal woningen dat in gebruik is als tweede woning/deeltijdwoning. In de economische hoogtijdagen die achter ons liggen is de vraag naar dergelijke woningen toegenomen. De lage rente speelt hierbij ook een belangrijke rol. Op die manier heeft het kunnen gebeuren dat in de gemeente Sluis 238 woningen aan de woningvoorraad zijn toegevoegd (het saldo van nieuwbouw, sloop, samenvoeging, splitsing en functieveranderingen) in de periode 2013 tot en met 2018 terwijl er maar 79 huishoudens zijn bijgekomen. Het inwoneraantal is met 499 afgenomen in deze periode. Tegelijkertijd spelen er in veel dorpen in Sluis leefbaarheidsproblemen door botsende leefstijlen en door de verdringing van starters door ‘deeltijdwoners’ met beter gevulde portemonnees. Hierdoor wordt de bevolkingsdaling van Sluis in de hand gewerkt. Omdat het overschot aan woningbouwplannen hiermee verband houden, , is het nodig het beleid voor deeltijdwonen in Sluis te betrekken bij de acties voor het wegwerken van overschotten aan woningbouwplannen. 3. Beleidsnotitie: “Ruimte voor Woonkwaliteit” Het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland heeft een beleidsnotitie “Ruimte voor Woonkwaliteit” vastgesteld. Hierin is onderbouwd hoe gemeenten ondanks een overcapaciteit aan woningbouwplannen, onder voorwaarden toch nieuwe woningbouwplannen kunnen toevoegen aan de plancapaciteit.

Als er een bestuurlijk geaccordeerd Plan van aanpak is, waarin onderbouwd wordt op welke manier de harde plancapaciteit teruggebracht wordt (inclusief tijdpad), is dit te gebruiken als argument om vooruitlopend op de acties van het Plan van aanpak kwalitatief goede toevoegingen aan de harde plancapaciteit toe te staan, ook al is er geen ladderruimte meer. De Provincie Zeeland wil zich hier hard voor maken, omdat dit uiteindelijk bijdraagt aan het gezamenlijke doel van het woonbeleid. Wanneer een in kwalitatief opzicht gewenst woningbouwplan (zie hoofdstuk 5) in procedure wordt gebracht door de gemeente Sluis, zullen Gedeputeerde Staten onder verwijzing naar dit plan van aanpak reageren met instemming. Er wordt op die manier namelijk bijgedragen aan de gezamenlijk doelstelling op het gebied van wonen en er is sprake is van een goede onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De deprogrammeeropgave wordt hierdoor wel verhoogd met het aantal woningen dat door het in kwalitatief opzicht gewenste plan wordt mogelijk gemaakt.

4. Acties De volgende acties maken deel uit van het Plan van aanpak, waardoor er meer ruimte ontstaat voor nieuwe initiatieven: 1.

Voorkomen dat ongewild plancapaciteit ontstaat of blijft bestaan: dit kan gedaan worden door: a.

De acties uit “Regionale woningmarktafspraken Zeeuws-Vlaanderen: de spelregels” uit te voeren, inclusief criteria voor het behandelen van nieuwe plannen en verzoeken.

85 Woondoelen Waarmaken in Sluis- bindende basis voor de uitvoering 22.156

b.

Een ‘parapluplan’ maken om te voorkomen dat er meerdere woningen gebouwd kunnen worden op een perceel met een bestemming waarbinnen wonen mogelijk is.

c.

Bij nieuwe woningbouwplannen werken met globale plannen en wijzigingsbevoegdheden die afhankelijk van de ladderruimte ingezet kunnen worden.

2.

Plancapaciteit compleet in beeld krijgen: om het probleem aan te pakken, is het nodig een compleet en actueel overzicht te krijgen van het aanbod aan plannen in de Planmonitor Wonen en de privaatrechtelijke overeenkomsten die er aan ten grondslag liggen. Ook de 'verborgen plancapaciteit' in geldende ruimtelijke plannen is hierbij belangrijk om de regie op de woningvoorraad te behouden. Het ligt voor de hand om dit door een externe partij te laten doen. Omdat de kwalitatieve behoefte steeds belangrijker wordt en beter in beeld is, is het goed om dit aspect ook bij de plancapaciteit mee te nemen, omdat dit een deel van de oplossing kan vormen. Het gaat dus om huur, koop, prijzen, levensloopbestendigheid etc. Als dat nog niet duidelijk is (‘onbekend’), dan is dat ook belangrijke informatie. Bij verzoeken voor nieuwe initiatieven zou dit sowieso gevraagd moeten worden (zie 1a)

3.

Bestaande plannen scannen op woontypes die mogelijk niet drukken op de behoefte en daardoor de ladderruimte, bijvoorbeeld bejaardentehuisachtige woningen voor mensen met een zwaar zorgprofiel en afname substantieel zorgpakket, of doorstroomwoningen voor tijdelijk gebruik van expats die later doorstromen naar reguliere woningen (flexibele schil).

4.

De sloopopgave goed in beeld brengen: de sloop door corporaties is goed in beeld te brengen aan de hand van prestatieafspraken. Herstructureringsplannen die bij de bewoners van complexen van woningbouwverenigingen nog niet bekend zijn, kunnen in overleg apart in de planmonitor opgenomen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=f03408f9-5895-418b-a724-97ea28d9621c