02 (Catsand Island) - Ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage.
5.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod van lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 5.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; d. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 5.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. 5.4.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder(s) of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 5.4.3 wordt voldaan.
Adromi B.V.
Pagina 16 van 21
3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen, waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist, buiten beschouwing.
Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van het bestemmingsplan worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 7.2 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als tenminste toelaatbaar worden aangehouden; c.
in geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt;
d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken zoals opgenomen in 'Overgangsrecht bouwwerken' niet van toepassing.
7.3 Zonnepanelen Zonnepanelen buiten het bouwvlak zijn uitsluitend toegestaan aansluitend aan een bouwvlak en zijn uitsluitend toegestaan als ze landschappelijk ingepast worden conform bijlage 1 Inrichtingsplan en blijven. 7.4 Afstanden van woningen tot wegen Ingeval van herbouw van een (bedrijfs-, dienst-)woning elders op een bestemmingsvlak of bouwvlak mag de afstand van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot de as van de weg - ter beperking van geluidhinder - niet worden verkleind.
Adromi B.V.
Pagina 17 van 21
Artikel 8 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels luiden als volgt: a. het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels; b. het bevoegd gezag wijkt af van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Geringe afwijkingen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; c. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 9.2 Herbouw van gebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7 lid 7.2 onder c teneinde herbouw van gebouwen op een andere locatie toe te staan, met in achtneming van het volgende: a. b. c. d. e.
herbouw dient op hetzelfde perceel plaats te vinden; herbouw dient binnen een bouwvlak plaats te vinden; er dient sprake te zijn van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; de herbouw is stedenbouwkundig aanvaardbaar; de nieuwe situering van de bebouwing leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; f. de nieuwe situering van de bebouwing leidt niet tot extra belemmeringen voor de omliggende natuur; g. indien de (bedrijfs)woning op een ander locatie herbouwd wordt mag de geluidsbelasting aan de gevel ten gevolge van weg- en railverkeer de voorkeursgrenswaarde, zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder, niet worden overschreden.
Adromi B.V.
Pagina 18 van 21
Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Artikel 11 Overige regels 11.1 Voldoende parkeergelegenheid a. Een nieuw bouwwerk, verandering van een bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk (anders dan rechtstreeks toegestaan) of van gronden - al dan niet gecombineerd -, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van het vastgestelde 'beleid parkeernormen' bepaald wat de parkeerbehoefte is en of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. c. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien op eigen terrein voorzien kan worden in de benodigde parkeergelegenheid. d. In het geval van verbouw, vervangende nieuwbouw of een functiewijziging van een bestaand pand waarbij de parkeerbehoefte maximaal met 2,0 parkeergelegenheden toeneemt is het niet nodig dat in deze extra parkeergelegenheid wordt voorzien. 11.2 Afwijkingsbevoegdheid parkeergelegenheid a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 sub c als niet op eigen terrein kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid of dit vanuit ruimtelijk of stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst is maar parkeren kan worden opgevangen door benutting van bestaande parkeerruimte in de openbare ruimte.
Inzichtelijk moet zijn gemaakt wat de parkeerdruk in die openbare ruimte is en acceptabele loopafstanden moeten in acht zijn genomen. Getoetst wordt aan het beleid parkeernormen. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 sub c als niet op eigen terrein kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid of dit vanuit ruimtelijk of stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst is en parkeren ook niet kan worden opgevangen door benutting van bestaande parkeerruimte in de openbare ruimte, maar de aanleg van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte binnen acceptabele loopafstanden wel is gewaarborgd. Getoetst wordt aan het beleid parkeernormen. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen acceptabele loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar gebruik wordt gemaakt van mobiliteitsalternatieven. Gemotiveerd dient te worden dat minder parkeerplaatsen nodig zijn omdat gebruik wordt gemaakt van mobiliteitsalternatieven. Dit moet in vergunningsvoorwaarden worden gewaarborgd. d.
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de
Adromi B.V.
Pagina 19 van 21
openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Gemotiveerd dient te worden dat er aantoonbare bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van de parkeernorm rechtvaardigen. e. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar het parkeren op gebiedsniveau wel kan worden verbeterd. In een dergelijk geval dient een financiële bijdrage te worden geleverd voor aanleg en verbetering van parkeervoorzieningen elders.
Adromi B.V.
Pagina 20 van 21
4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwen luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 0. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 1. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.
Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam Regels van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Catsand Island'.
Adromi B.V.
Pagina 21 van 21
Plangebied Catsand Island
Enkelbestemmingen N
Natuur
W
Wonen
Dubbelbestemmingen L-W
Leiding - Water
Functieaanduidingen (sw-lan)
specifieke vorm van wonen - landgoed
W 2500 w
(sw-lan) [sba-1]
Bouwvlakken N
bouwvlak
(sw-lan)
W 1500
Bouwaanduidingen [sba-1]
w
(sw-lan)
W
specifieke bouwaanduiding - 1
2500
(sw-lan)
w
[sba-1]
W 1500 w
(sw-lan)
Maatvoeringen r 1000
maximum volume (m3) W 1500
2500 w
(sw-lan)
w
minimum volume (m3) L-W
Figuren
W r 1000
hartlijn leiding - water W (sw-lan)
1500 w
W r 1000
W r 1000
W r 1000
Bestemmingsplan:
Datum:
Schaal:
1:2750 25-04-2022
Bestemmingsplan Catsand Island
Formaat:
Versie:
A3
4.0
Gemeente:
Sluis IMRO code:
Planstatus:
NL.IMRO.1714.bplgCatsandisland-ON01
Ontwerp
ADROMI GROEP
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island Project:
Zeeland Estates BV Industrieweg 3 4524 JJ Sluis
Datum: Projectnummer:
21 januari 2022 305
NOORD
locatie
Zeeuws-Vlaanderen is ontstaan door de inpoldering vanuit enerzijds het hoger gelegen vasteland in het zuiden en anderzijds door de inpolderingen vanuit de zandplaten die verder zeewaarts gelegen waren. Door de inpoldering groeiden de zandplaten uit tot eilanden zoals onder meer het eiland van Cadzand en het eiland Zuidzande. De grootte van de eilanden wijzigde in de loop van de eeuwen, de eilanden groeiden enerzijds door verdere inpoldering en anderzijds groeiden eilanden zelfs aan elkaar vast. Echter door stormvloeden en militaire inundaties nam de omvang soms ook weer af. Door de inpoldering van de zeegeulen zien we in het huidige landschap nog altijd het voormalige eiland met concentrische polders waarbij de dijken de verschillende schillen rondom het oorspronkelijke eiland zichtbaar maken. De naam van het landgoed ‘Catsand Island’ verwijst naar de ontstaansgeschiedenis van dit stukje Zeeuws-Vlaanderen.
Topografische kaart met aanduiding locatie. (topografische kaart: www.pdok.nl)
1
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
Inrichtingsplan De locatie is gelegen in de Tiendhonderdpolder ten zuiden van de kern Cadzand-Bad. De polder wordt omringt door de hoge duinen aan de noordzijde en de grotendeels beplante dijken aan de overige zijdes. In het gebied tussen deze dijken zien we voornamelijk landbouwgronden en enkele beplante erven die als groene eilanden in het open polderlandschap liggen. Door de gemeente Sluis is de Tienhonderdpolder gedeeltelijk aangewezen als potentieel landgoederengebied. In de structuurvisie Tienhonderdpolder zijn de uitgangspunten beschreven voor dit gebied. Om tot een goede landschappelijke inpassing te komen is het van belang om een sterke ruimtelijke en landschappelijke structuur aan te brengen die karakter geeft aan het gebied.
wijzigingsgebied nieuwe landgoederen
dijk
dse der
on ienh
Er dient een samenhang te zijn tussen de verschillende landgoederen om te komen tot een aaneengesloten natuurgebied dat qua maat en schaal past in de omgeving. Ook de wandelroutes dienen op elkaar aan te sluiten waardoor de nieuwe natuur ook een recreatieve meerwaarde krijgt.
T
Landgoed Catsand Island
Landgoed Nooren
In het gebied liggen reeds twee plannen voor een landgoed. Ten noordwesten van de locatie is het landgoed Nooren gelegen, de twee landgoederen sluiten direct op elkaar aan. Ter plaatse wordt een verbinding gemaakt door aan te sluiten op de inrichting en de wandelroute die reeds aanwezig zijn op landgoed Nooren.Ten zuidwesten van de locatie ligt er het plan voor landgoed Cadesand, de twee landgoederen sluiten niet direct op elkaar aan, de verbinding tussen beide gebeurd in de huidige situatie via landgoed Nooren.
eg nw
e idd
eM
jk gdi
Rin
on
nh
ord
No
Tie
s rd de
NOORD
Landgoed Cadesand
Luchtfoto met aanduiding van de verschillende landgoederen. (luchtfoto: www.scheldestromen.nl)
2
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
Inspiratie Om tot een goede landschappelijke inpassing te komen die past in de omgeving is het van belang om streekeigen elementen te gebruiken. In de omgeving zijn diverse natuurgebieden aanwezig die in het open agrarische landschap zijn ingebed en een meerwaarde vormen voor het aanwezige landschap. Zoals bijvoorbeeld de natuurontwikkeling in de Verschepolder ten oosten van Retranchement en het natuurgebied Bos van Erasmus/de Knokkert ten zuiden van de locatie. De toegepaste landschappelijke elementen vormen samen een ruimtelijk spel met een afwisseling van openheid en beslotenheid. Diverse streekeigen landschappelijke elementen die zijn waargenomen in de omgeving vormen de basis voor dit plan en bieden ruimte om voor zowel mens als dier een aangename verblijfsplek te creëren.
Sfeerbeelden uit de omgeving.
3
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
Onderverdeling plangebied Het landgoed is in te delen in een drietal zones: de weide, de kreek en het kruidenrijk grasland. De weide ligt aan de rand van het plangebied en vormt een aaneengesloten zone van droog grasland. Deze weide gaat geleidelijk over in de nieuwe kreek, een expressieve zone die doorheen het gebied meandert met aan weerszijde moeras- en rietzones. Aan de overzijde van de kreek is een zone gelegen die ingevuld wordt als kruidenrijk grasland. Deze zone zal een meer besloten karakter krijgen door het samenspel van bomen en struwelen.
dijk
dse der
on ienh
T
eg nw
e idd
eM
s rd
e
eid W
Deze zones sluiten naadloos op elkaar aan maar onderscheiden zich ook door de landschappelijke invulling en de mate van openheid. De weide en de kreek spelen een belangrijke rol bij de vrije zichtvelden in het gebied.
o
nh
Tie
e nd
k
ee Kr
d
lan
ijk
nr
e uid
as gr
Zichtvelden Het huidige landschap ter plaatse kent een open karakter. Als gevolg van de mogelijke landgoedontwikkeling zal het huidige landschap veranderen en zal de visuele openheid deels verdwijnen. Om de beleving van de maat van de polder en het zicht op het omliggende landschap te bewaren zijn een aantal zones benoemd als open zichtveld in de Structuurvisie Tienhonderdpolder.
Kr
NOORD
Vanaf de Ringdijk Noord blijft een vrij zicht in noordoostelijke richting behouden. Dit zichtveld biedt uitzicht op de zeedijk van de Herdijkte Zwarte Polder en maakt de maat en schaal van de polder beleefbaar. Het tweede zichtveld is aanwezig vanaf de Tienhonderdsedijk richting het zuiden. De nieuwe kreek en het bestaande restant van de kreek die uitkomt op de Tienhonderdsedijk liggen in dit zichtveld. In beide zichtvelden kent het landschap een open karakter en zijn de opgaande groene elementen in deze zones strategisch geplaatst om de natuurwaarden te versterken en de beleving van de bezoeker te vergroten. Als laatste zichtveld voor deze locatie wordt de open zone aan de noordzijde van de Tienhonderdse Middenweg benoemt waardoor het beeld van de vrijliggende polderweg wordt behouden.
Ruimtelijke indeling met aanduiding zichtvelden.
4
De weide De weide vormt een aangesloten zone waar de runderen zich vrij kunnen bewegen. Om de natuur en de runderen niet te storen is het wandelpad buiten de weide gelegen. De weide wordt echter slechts afgezet door een simpele paal met draad waardoor de beleving en het zicht op de weide behouden blijft. Het wandelpad wordt grotendeels uitgevoerd als gemaaid pad en op enkele stukken als karrespoor. Het wandelpad vormt een aaneengesloten route en sluit aan op het bestaande wandelpad op het naastgelegen Landgoed Nooren en op de Tiendhonderdse Middenweg. Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
Ter plaatse van de aansluiting op de Tiendhonderdse Middenweg worden enkele parkeerplaatsen voorzien die de recreatieve toegankelijkheid van het gebied vergroten. Indien er op het westelijk gelegen perceel alsnog plannen voor een landgoed tot ontwikkeling komen, kan hier aangesloten worden op de omliggende wandelroute. De weide krijgt een lichte glooiing, doormiddel van flauwe taluds die een natuurlijke dynamiek aan het gebied toevoegen. Aan de randen van deze taluds worden her en der een rij knotwilgen geplant. De knotwilgen vormen subtiele lijnen in het landschap. Daarnaast staan er een aantal solitaire bomen in de weide. Bomen maken de weide nog aantrekkelijker voor vogels. De bomen voorzien in zitplekken voor de vogels van waaruit ze kunnen jagen. Het begrazen van de weide is hierbij een pluspunt omdat hierdoor de prooidieren makkelijker beschikbaar komen. Daarnaast bieden de bomen op langere termijn geschikte nestholtes.
eg nw
e idd
eM
s rd
o
nh
Tie
e nd
De weide aan de oostzijde heeft een minimale breedte van 24 meter en is voorzien van een grondlichaam en voorzien van een flauw talud en enkele bomen. Deze zone zorgt voor een zachte overgang richting de naastgelegen gronden. Aan de noordzijde wordt het natuurgebied begrensd door een dijklichaam en een dubbele bomenrij. Deze elementen benadrukken het zichtveld in noordoostelijke richting en vormen een groene begrenzing van het gebied. Hier zijn tevens twee poelen gelegen met natte oeverzones met moerasvegetatie. Aan de noordzijde van de poel wordt een struweel voorzien. De poel en het struweel vormen samen een aangename verblijfsplek voor amfibieën. Aan de westzijde sluit de weide naadloos aan op de weide die reeds aanwezig is op landgoed Nooren. De kreek De nieuwe kreek vormt een belangrijke schakel tussen de weide die de locatie omzoomt en het centraal gelegen kruidenrijk grasland. De nieuwe watergang verwijst naar de ontstaansgeschiedenis en de kreekrestanten in het gebied. De kreek levert een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de nieuwe recreatienatuur en de beleving van het gebied.
NOORD
P
De kreek vormt een langgerekt waterelement met aan weerszijden flauwe taluds voorzien van moeras- en rietzones. De watergang meandert doorheen het gebied en varieert in breedte waardoor de dynamiek van dit ruimtelijk element wordt versterkt. Aan de rand van kreek staan her en der verspreid solitaire bomen en struwelen. Deze opgaande beplanting voorziet in een landbiotoop voor amfibieën en biedt een schuilplaats voor vogels en insecten.
Plan met aanduiding recreatieve route.
5
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
Het kruidenrijk grasland Het centraal gelegen deel wordt ingezaaid als kruidenrijk grasland. Deze zone kent een hoge biodiversiteit doordat het verschillende grassen, vlinderbloemigen en kruiden bevat. Deze zone krijgt een meer gesloten karakter door de toepassing van struwelen en solitaire bomen. De struwelen worden zo vormgegeven dat er enerzijds groene kamers ontstaan en anderzijds doorzichten behouden blijven. De struwelen bestaan uit inheemse, streekeigen soorten. Het kruidenrijk grasland, de struwelen en de bomen bieden samen een verblijfsplek voor insecten en zoogdieren. Aan de zuidzijde, evenwijdig aan de Tienhonderdse Middenweg, zien we een glooiing in kruidenrijkgrasland. Dit grondlichaam met enkele struwelen zorgt voor een eenduidige structuur die het zicht op de nieuwe bebouwing beperkt.
eg nw
e idd
eM
s rd
o
nh
Tie
e nd
Tussen de struwelen en bomen zijn open ruimtes gelegen waarin de woningen worden voorzien. De struwelen zijn gelegen op flauwe taluds tot 1,5 meter hoog en zorgen voor privacy tussen de verschillende kavels. Daarnaast ontneemt het opgaande groen het zicht gedeeltelijk op de woningen gezien vanuit de omgeving. Het is echter niet de bedoeling om de nieuwe bebouwing volledig te verstoppen achter de struwelen. De nieuwe bebouwing wordt hoogwaardig vormgegeven en kent een grote interactie met de omliggende natuur. De tien landgoedkavels zijn niet duidelijk herkenbaar in het landschap en worden slechts op enkele plaatsen subtiel gemarkeerd. Hierdoor ontstaat er visueel een grotere eenheid en wordt de interactie tussen de bebouwing en de omliggende natuur vergroot.
NOORD
De woningen zijn gelegen in de natuur, de private tuin nabij de woning zal dan ook beperkt zijn. De terrassen rond de woning sluiten grotendeels direct aan op het omliggende kruidenrijk grasland. Eén betrekkelijk kleine zone kan in aansluiting op het terras voorzien worden als private tuin en wordt ruimtelijk begrenst door een lichte glooiing van het kruidenrijk grasland waardoor er geen abrupte overgang met de omliggende natuur ontstaat. Daarnaast wordt de ligging van de private tuin strategisch ingepast tussen de struwelen zodat deze een zeer beperkte invloed heeft op de beleving vanuit het omliggende landschap.
Plan met aanduiding open ruimtes tussen de struwelen en de ontsluiting van de landgoedkavels.
6
Ontsluiting De landgoedkavels worden ontsloten vanaf de Tienhonderdse Middenweg door middel van twee duikers in de nieuwe verbrede sloot. Evenwijdig aan de nieuwe sloot is een smalle rijbaan gelegen met aan beide zijde doorgroeistenen zodat het mogelijk is om elkaar veilig te passeren. Vanaf deze smalle rijbaan wordt het grondlichaam vijf maal doorsneden en wordt vanaf hier elk landgoedkavel ontsloten door middel van een individueel karrespoor. De ontsluitingsstructuur kent een ingetogen karakter waardoor de ruimtelijke impact beperkt zal zijn.
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
eN rsned
o pedo princi oord nede
doors
prin
cipe
doo
rsne
de
Oost
We st
weg idden
rse M
onde
Tienh
D OR NO
id
de Zu orsne
ipedo
princ
P
Inrichtingsplan Landgoed Catsand Island.
7
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
perceelsgrens
1,8+NAP maaiveld
1,8+NAP maaiveld
NAP 0,8-NAP streefpeil zomer
PRINCIPEDOORSNEDE NOORD
10 m
2m
bestaand struweel met bomenrij
NAP 0,8-NAP streefpeil zomer
13,5 m
9,5 m
circa 21,1 m
circa 23,7 m
dijklichaam 3 m hoog
dubbele bomenrij met karrespoor
weide met glooiend talud
oever nieuwe kreek
droog grasland struweel
droog grasland
droog grasland
flauw talud moerasmengsel met rietplanten
circa 38,2 m
circa 15 m
circa 5,7 m
nieuwe kreek
oever nieuwe kreek
kruidenrijk grasland
flauw talud moerasmengsel
perceelsgrens
onderhoudsstrook
128,7 m
1,8+NAP maaiveld
1,5+NAP maaiveld
NAP 0,8-NAP streefpeil zomer
circa 3,6 m
circa 14 m
circa 11,8 m
circa 10,7 m
circa 25,5 m
3m
kruidenrijk grasland
oever nieuwe kreek
nieuwe kreek
oever nieuwe kreek
weide
flauw talud moerasmengsel met rietplanten
grondlichaam tot 3 m hoog droog grasland struweel
gemaaid wandelpad
flauw talud moerasmengsel
1,8+NAP maaiveld NAP 0,8-NAP streefpeil zomer
PRINCIPEDOORSNEDE ZUID kruidenrijk grasland
circa 11 m
7m
13 m
10 m
kruidenrijk grasland
onderhoudsstrook sloot
nieuwe primaire sloot
vrije zone persleiding
grondlichaam tot 2,5 m hoog
kasseienweg (3m) met aan weerszijden doorgroeistenen
talud 1:2 bodembreedte: 1m bodemdiepte: 1,2 -NAP
weide droog grasland
perceelsgrens
perceelsgrens
PRINCIPEDOORSNEDE OOST
1,2+NAP maaiveld
PRINCIPEDOORSNEDE WEST verbreding wegberm door demping bestaande sloot gemaaid wandelpad
Tienhonderdse Middenweg
1,8+NAP maaiveld
NAP 0,8-NAP streefpeil zomer
bestaande primaire sloot
5,6 m
7m
circa 13,5 m
circa 10 m
circa 9 m
circa 13 m
verbreding primaire sloot
onderhoudsstrook sloot
weide met glooiend talud
oever nieuwe kreek
nieuwe kreek
oever nieuwe kreek
droog grasland karrespoor
droog grasland minimaal 5 meter breed
flauw talud moerasmengsel met rietplanten
talud 1:2 bodembreedte: 1m bodemdiepte: 1,2 -NAP
kruidenrijk grasland
flauw talud moerasmengsel
Principedoorsnedes inrichtingsplan.
8
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
dijklichaam met struwelen dubbele bomenrij
poel met moerasvegetatie struweel
afsluiting weide knotwilg glooiend talud weide
gemaaid wandelpad afsluiting weide struweel weide grondlichaam talud met moerasmengsel nieuwe kreek
gemaaid wandelpad solitaire boom struweel weide
talud met moerasmengsel nieuwe kreek verbreding bestaande sloot onderhoudsstrook sloot met karrespoor afsluiting weide
rij knotwilgen glooiend talud weide
veerooster duiker weg idden
grondlichaam
rse M
onde
Tienh
kasseienweg zonnepanelen nieuwe bebouwing
nieuwe primaire sloot weide/vrije zone persleiding
indicatie verharding bij woning struweel tussen de woningen op een flauw talud karrespoor
OR
kruidenrijk grasland
NO
struweel
D
grondlichaam P
onderhoudsstrook sloot
Inrichtingsplan Landgoed Catsand Island.
9
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
Beplantings- en beheersplan Uitgangspunt van het plan is om tot een goede landschappelijke inpassing te komen die past in de omgeving. Er worden dan ook streekeigen elementen gebruikt en logischer wijs streekeigen soorten. Daarbij spelen nog twee belangrijke gegevens een rol voor de keuze van de soorten, namelijk de specifieke bodemgesteldheid en de aanwezige zilte zeewind. 1. Droog grasland Het droog grasland vormt een aangesloten zone aan de buitenzijde van het perceel en bestaat uit 40% grassen en 60% kruiden. Een groot deel zal in gebruik zijn als weide.
1
3
2
Soorten Het drooggrasland bestaat uit onder andere de volgende soorten: - Pinksterbloem - Gewone rolklaver - Echte koekoeksbloem - Smalle weegbree - Kruipende boterbloem - Veldzuring - Witte klaver - Engels raaigras - Veldbeemdgras Cultivateren van het in te zaaien terrein en vlak voor het zaaien de bodem frezen. Beheer Het drooggrasland wordt twee keer per jaar gemaaid. Het maaien en het afvoeren van maaisel wordt gedaan om de bodem te verschralen en daarmee de bloemrijkheid te stimuleren. Geadviseerd wordt om het droog grasland gefaseerd te maaien waardoor een bloeispreiding wordt voorzien waardoor bijen en vlinders voldoende nectar en stuifmeel op het terrein kunnen vinden. Daarnaast wordt een groot deel van het droog grasland begraast door runderen waardoor natuurlijk beheer zal plaatsvinden.
2. Kruidenrijk grasland Een mengsel van grassen, kruiden en bloemen wordt ingezaaid op het centrale gelegen deel van het terrein. Soorten Het kruidenrijk grasland bestaat uit onder andere de volgende soorten: - Duizendblad - Gewone Margriet - Smalle Wegbree - Gewone brunel - Scherpe boterbloem - Kleine ratelaar - Boerenwormkruid - Gele morgenster - Rode klaver - Vogelwikke Cultivateren van het in te zaaien terrein en vlak voor het zaaien de bodem frezen. Beheer Het kruidenrijk grasland wordt het eerste jaar drie keer gemaaid en wordt daarna ieder jaar één maal gemaaid. Het maaien en het afvoeren van maaisel wordt gedaan om de bodem te verschralen en daarmee de bloemrijkheid te stimuleren. Geadviseerd wordt om het kruidenrijk grasland gefaseerd te maaien waardoor een bloeispreiding wordt voorzien waardoor bijen en vlinders voldoende nectar en stuifmeel op het terrein kunnen vinden.
3. Moeraszone De laaggelegen zones op het talud tussen water en land, langs de kreek en rond de poelen, wordt ingezaaid met een bloemrijk moerasmengsel. Soorten Het moerasmengsel bestaat uit onder andere de volgende soorten: - Struisgras - Grote waterweegbree - Geknikte vossenstaart - Gewone engelwortel - Gewoon reukgras - Gewoon barbarakruid - Adderwortel - Gewone dotterbloem - Pinksterbloem - Knolribzaad - Kale jonker - Wilgenroosje - Koninginnekruid - Rietzwenkgras - Moerasspirea - Knikkend nagelkruid - Gevleugeld hertshooi - Gele lis - Veldrus - Greppelrus - Pitrus - Zeegroene rus - Moerasrolklaver - Rietgras - Moerasbeemdgras - Grote pimpernel - Grote lisdodde Cultivateren van het in te zaaien terrein en vlak voor het zaaien de bodem frezen. Beheer De moeraszone wordt het eerste jaar drie keer gemaaid en wordt daarna ieder jaar één keer gemaaid. Het maaien en het afvoeren van maaisel wordt gedaan om de bodem te verschralen en daarmee de bloemrijkheid te stimuleren. Geadviseerd wordt om de moeraszone gefaseerd te maaien waardoor een bloeispreiding wordt voorzien waardoor bijen en vlinders voldoende nectar en stuifmeel op het terrein kunnen vinden.
Uitsnede inrichtingsplan.
10
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
4. Struweel Het struweel is een opgaande dichte beplanting bestaande uit diverse soorten inheemse struiken aangevuld met enkele boomvormers. De struwelen zijn zowel te vinden nabij de woningen als aan de noordzijde van de kreek en de poelen. 6
4
6
5
Soorten De struwelen bestaan uit onder andere de volgende soorten: - Sleedoorn - Meidoorn - Haag liguster - Gelderse roos - Gele Kornoelje - Rode Kornoelje - Hazelaar - Grauwe wilg Ter plaatse van de struwelen wordt grondverbetering voorzien en doorgespit met de bestaande grond. Vooraf de aanplant wordt de grond gefreesd. Uitgangspunt is twee stuks per vierkante meter.
4
De aanplant van de soorten gebeurt in groepen van 3 tot 8 per soort, zonder verband of ritme tussen de groepen. Er wordt spontaan geplant om zo een zo afwisselend en natuurlijk mogelijk beeld te krijgen. Beheer De eerste twee jaar na aanplant het struweel in droge periodes van voldoende water voorzien. Daarnaast het eerste jaar het struweel extra bemesten. Na circa drie jaar wordt het struweel gedund, drie jaar later wordt een tweede dunning uitgevoerd. Vervolgens wordt het struweel om de twee jaar gesnoeid.
5. Bomen Over het hele terrein worden her en der bomen aangeplant, solitair of in kleine groepjes van twee tot drie bomen. Soorten Onder andere de volgende soorten bomen worden op het terrein als solitair of in kleine groepjes voorzien: - Zomer eik - Gewone wilg - Schiet wilg - Kraak wilg - Zwarte els - Witte abeel - Ratel populier - Canadese populier Ter plaatse wordt een ruim plantgat gegraven en de nodige grondverbetering doorgemengd met de gebiedseigen grond. De boom wordt voorzien van boompalen met boomband. De bomen in de weide worden voorzien van een bescherming tegen de runderen. Beheer De eerste twee jaar na aanplant de bomen in droge periodes van voldoende water voorzien. Daarnaast het eerste jaar de bomen extra bemesten. Twee tot drie jaar na aanplant vindt een begeleidingssnoei van de bomen plaats, om te komen tot een solide stam en een goed ontwikkelde kroon. Dit in het vijfde of zesde jaar herhalen en vervolgens elke vijf jaar een onderhoudssnoei van de bomen voorzien.
6. Bomenrij Naast het dijklichaam aan de noordzijde van het terrein wordt een dubbele rij bomen aangeplant waartussen het wandelpad zal liggen. Ook aan de oostzijde wordt een onderbroken bomenrij voorzien aan beide zijden van het grondlichaam Soorten De bomenrij zal telkens uit één soort bomen bestaan om de eenheid te versterken. De bomenrijen kunnen uit onder andere de volgende soorten bestaan: - Ratel populier - Iep - Knotwilg Ter plaatse wordt een ruim plantgat gegraven en wordt de nodige grondverbetering doorgemengd met de gebiedseigen grond. De boom wordt voorzien van boompalen met boomband. De bomen in de weide worden voorzien van een bescherming tegen de runderen. Beheer De eerste twee jaar na aanplant de bomen in droge periodes van voldoende water voorzien. Daarnaast het eerste jaar de bomen extra bemesten. Twee tot drie jaar na aanplant vindt een begeleidingssnoei van de bomen plaats, om te komen tot een solide stam en een goed ontwikkelde kroon. Dit in het vijfde of zesde jaar herhalen en vervolgens elke vijf jaar een onderhoudssnoei van de bomen voorzien. De knotwilgen de eerste twee jaar na aanplant regelmatig opsnoeien zodat de stam vrij blijft van takjes en de kroon zich kan ontwikkelen. Als de boom twee a drie jaar oud is kan deze voor de eerste keer geknot worden, daarna om de vier jaar.
Uitsnede inrichtingsplan.
11
Inrichtings- en beheersplan Landgoed Catsand Island - 21 januari 2022
Landgoed Catsand Island
dijk
dse der
on ienh
T
Landgoed Nooren
g we en
idd
eM
s rd
o
nh
Tie
e nd
jk
di ng
Ri
NOORD
d or
No
0
50
100
250
OVERZICHT LANDGOEDEREN TIENHONDERDPOLDER- 26 januari 2022
Landgoed Nooren
oppervlakte totaal: 14 hectare 2.000m2
oppervlakte bestemming natuur: 12 hectare (86%) oppervlakte bestemming wonen: 2 hectare (14%)
2.000m2 2.000m2
2.000m2
Landgoed Catsand Island
dijk
dse der
oppervlakte totaal: 16 hectare
on ienh
T
2.000m2
oppervlakte bestemming natuur: 14,28 hectare (89 %) oppervlakte bestemming wonen: 1,72 hectare (11%)
1.300m2 3.000m2
3.000m2
3.000m2
3.000m2
2.000m2
4.000m2
1.300m2
1.300m2
g we en
m
2
4.000m2
1.3
00
idd
eM
s rd
o
nh
Tie
e nd
jk
di ng
Ri
NOORD
d or
No
0
50
100
250
OVERZICHT OPPERVLAKTES BESTEMMING NATUUR EN WONEN LANDGOEDEREN TIENHONDERDPOLDER- 26 januari 2022
Landgoed Nooren
oppervlakte totaal: 14 hectare oppervlakte concentratie bestemming wonen: 4,19 hectare (30%) oppervlakte overige bestemming natuur: 9,81 hectare (70%)
Landgoed Catsand Island
dijk
dse der
oppervlakte totaal: 16 hectare
on ienh
T
oppervlakte concentratie bestemming wonen: 3,58 hectare (22%) oppervlakte overige bestemming natuur: 12,42 hectare (78%)
g we en
idd
eM
s rd
o
nh
Tie
e nd
jk
di ng
Ri
NOORD
d or
No
0
50
100
250
OVERZICHT OPPERVLAKTES CONCENTRATIE BESTEMMING WONEN LANDGOEDEREN TIENHONDERDPOLDER- 26 januari 2022
OVERZICHT VOLUME BESTAANDE BEBOUWING TER PLAATSE VAN LANDGOED CATSAND ISLAND - 26 januari 2022
dijk
dse der
on ienh
T
3.650m3
3.150m3 3.650m3 3.150m3
3.150 m3
1.685m3
Landgoed Catsand Island
bouwvolume in bestaande situatie: 26.214 m3 3.150m3
bouwvolume nieuw te bouwen woningen en bijgebouwen: 26.640 m3
1.685m3
g we en
nd
ho
n Tie
idd
M
NOORD
1.6 8
5m 3
1.685 m3
e ds er
toename bouwvolume: 426 m3 (2%)
OVERZICHT NIEUWE BOUWVOLUMES LANDGOED CATSAND ISLAND - 26 januari 2022
Beeldkwaliteitsplan Catsand Island 22 april 2021 Inleiding Catsand Island is een landgoed gelegen aan de Tienhonderdse Middenweg. Op Catsand Island worden 10 landhuizen gerealiseerd met bijbehorende bijgebouwen:
1. 2. 3.
Type 1: 4 stuks van 1000m3 met bijgebouw van 120m2; Type 2: 4 stuks van 1900m3 met bijgebouw van 200m2; Type 3: 2 stuks van 2500m3 met een bijgebouw 70m2 en 130m2; (totaal aan bijgebouwen 200m2)
Landschappelijke inpassing Voor het gehele plangebied van Catsand Island is een landschappelijk inrichtingsplan uitgewerkt. De groenaanleg vormt één groot natuurgebied met daarin de inbedding van de landgoederen. Uitgangspunt is dat na enkele jaren de natuurlijke inpassing volledig de boventoon voert en de landhuizen ondergeschikt worden aan deze natuur. Zie hiervoor de bijgevoegde uitwerking van OMNA.
Een woning met bijgebouw gelegen aan het Jagerspad in Knokke is de referentie voor de realiseren beeldkwaliteit.
Bebouwing woning als langgerekt volume. Een laag volume met kap maximaal 2 bouwlagen.
Bebouwing als ondergeschikt onderdeel in het landschap.
Ontsluiting bebouwing is een geheel met het landschap.
Bebouwing De bebouwing van elk landhuis krijgt een eigen herkenbare uitstraling. De daken van de landhuizen en bijgebouwen vormen hierin een belangrijk onderdeel. De woningen worden uitgewerkt als langgerekte volumes bestaand uit 1 bouwlaag met kap. Dakhelling van 45 tot 60 graden zijn toegestaan. Door middel van de bijgebouwen wordt verschil gemaakt tussen de verschillende types. De vorm van het dak is een belangrijk
onderdeel voor de integratie in het landschap. Kenmerkend hieraan zijn de lessenaarsdaken, wolfseinden en mansarde daken. Per dakvlak mag maximaal 1 dakkapel worden toegepast. De dakkapel is onderdeel van het dak. Voor de verschillende types zijn specifieke uitgangspunten bedacht om verschil tussen de types te waarborgen. Bij type 1 zijn landhuis en bijgebouw architecturaal op elkaar afgestemd. Er wordt wel differentiatie aangebracht in dakvorm en kleuren en materialen van de daken en gevels tussen de 4 verschillende uitvoeringen van type 1 onderling. De landhuizen van type 2 worden vormgegeven als een langgerekt eenduidig hoofdvolume. Er wordt differentiatie aangebracht in dakvorm en kleuren en materialen van de daken en gevels. De bijgebouwen van type 2 worden uitgewerkt in een hedendaagse vertaling van de typologie van de Zeeuwse schuur. Verschil wordt gemaakt door variatie in afwerking van gevels en daken. De bijgebouwen van type 2 krijgen een kloeke kap die hoger is dan de woning. Bij de landhuizen van type 3 wordt gewerkt met 2 bijgebouwen om hier een duidelijk “boerenerf” te realiseren. De landhuizen worden uitgewerkt in langgerekte volumes. Er wordt differentiatie aangebracht in dakvorm en kleuren en materialen van de daken en gevels. De twee bijgebouwen worden anders uitgewerkt ter versterking van de uitstraling van het erf.
Ook hier wordt verschil gemaakt door variatie in afwerking van gevels en daken. Voor de materialisering van de woningen en bijgebouwen wordt gebruik gemaakt van rieten daken en dakpannen. De gevels worden uitgewerkt in wit of grijs gekeimd metselwerk. Accenten in de gevels van de woningen en de gevels van de bijgebouwen mogen worden uitgevoerd in hout. Hout kan in zwarte kleur of naturel worden toegepast. De beslotenheid van de landgoedkavels (beschutting, privacy) wordt bereikt door beplantingen en glooien met struwelen in het landschap toe te voegen. Schuttingen en hekken rondom de percelen zijn niet nodig en ook niet gewenst. Op het landgoed zijn enkel sobere afrasteringen voor vee toegestaan. De beplanting is streekeigen en bij voorkeur authentiek. Daarbij is in de privétuin ruimte voor eigen inbreng. Staalkaart materialen De materialisering van de woningen en bijgebouwen dient te passen binnen een staalkaart van materialen. De staalkaart van materialen is bedoelt om rust te creëren in het landschap en uitspattingen in kleurgebruik te voorkomen. Hierna zijn de verschillende materialen omschreven:
Metselwerk Metselwerk wordt voorzien van keimwerk en toegepast in de kleuren wit en lichte grijs tinten. Verfijningen in de vorm van plinten in zwart schilderwerk of hardsteen mogen worden toegepast.
Dakbedekking Hoofdgebouwen worden bij voorkeur voorzien van rieten dakbedekking voor de bijgebouwen kan worden gewerkt met dakpannen in rood- en grijstinten. Ook zwarte leien mogen worden toegepast.
Houten gevelbekleding De woningen en bijgebouwen mogen worden voorzien van een houten gevelbekleding. Gevelbekleding in lichte kleuren zoals eiken en donkere zwarte houten delen. Hout mag horizontaal als verticaal worden toegepast.
BIJLAGE AERIUS Wnb Nota van uitgangspunten
Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen
+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl
kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01
Catsand Island Tienhonderdse Middenweg 2 4506 HS Cadzand
Titel : Bijlage Nota van uitgangspunten AERIUS calculator Versie : 1.1 Datum : 10 februari 2022
Pagina 2 van 23
Inhoud 1.
Gegevens inrichting ..................................................................................................................... 4 1.1
Inrichtinghouder en correspondentieadres ........................................................................ 4
1.2
Vestigingsadres bedrijf ......................................................................................................... 4
2.
Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4
3.
Gegevens huidige gebruik .......................................................................................................... 5
4.
Gegevens verandering ................................................................................................................. 6
5.
Bouwvrijstelling............................................................................................................................. 6
6.
Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7
7.
Conclusie en afweging................................................................................................................. 7
BIJLAGE: AERIUS-bestand huidige gebruik........................................................................................ 9 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 16
Pagina 3 van 23
1. Gegevens inrichting 1.1
Inrichtinghouder en correspondentieadres
Statutaire naam
: Minicamping 10-100
Adres
: Tienhonderdse Middenweg 2
Postcode
: 4506 HS
Contactpersoon
: M.J. Kielman
Telefoon
: 0117 – 391 968
1.2
Plaats:
Cadzand mail:
Kools.Cadzand@agroweb.nl
Vestigingsadres bedrijf
Handelsnaam
: Maatschap Kools en Kielman
Adres
: Tienhonderdse Middenweg 2
Postcode
: 4506 HS
Vestigingsnr.
: 000037223623
Kadastrale ligging : Oostburg
Plaats:
Cadzand KVK nr.:
68817568
Sectie:
W
Nr(s):
46, 1022, 1023, 1024, 2002, 2003
2. Gegevens locatie Voor de bestemmingswijziging van een perceel met een volwaardig agrarisch bedrijf met minicamping en loonwerk- en grondverzetbedrijf, naar een natuurgebied met een tiental luxe woningen binnen de gemeente Sluis dienen de effecten van de sloop, aanleg, bouw en het gebruik van een terrein op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een huiskavel van circa 16 hectare aan de Tienhonderdse Middenweg te Cadzand met in het bouwvlak twee grote loodsen voor opslag en twee loodsen voor machineberging van het loonwerk en grondverzetbedrijf. Verder is er een buitenterrein voor opslag van materieel, grond, zand, puin, groen en dergelijke en is er een minicamping met circa 25 plaatsen een parkeerplaats en eigen toegangsweg. Verder is er een sanitaire voorziening en een speelplaats aanwezig. Omdat de huidige gebouwen en voorzieningen zullen worden verwijderd ten behoeve van de 10 woningen met bijgebouwen is een wijziging van de bestemming noodzakelijk.
Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de sloop-, aanlegen bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden.
Pagina 4 van 23
3. Gegevens huidige gebruik Het betreft een akkerbouwlocatie, minicamping en loonwerk- en grondverzetbedrijf met een grondgebruik welke afgelopen jaren in hoofdlijnen bestond uit granen, aardappelen, uien, wortelen en gras. Het bedrijf beschikt over een uitvoerige eigen mechanisatie waarmee nagenoeg alle werkzaamheden in eigen beheer en voor derden kunnen worden uitgevoerd. Tabel 1: mobiele en stationaire bronnen in de huidige bedrijfsvoering Algemeen
NOx
NH3 verm- lastEmissiefactor Emissie BedrijfsEmissie Activiteit ogen factor* stage III* stage III duur Emissie factor* Emissie kW % g/kWh g/uur uur/jaar kg/jaar g/kWh kg/jaar Tractor International 845 1981 62 0,6 9,2 342,24 100 34,22 0,0028 0,01 Tractor International 724 1972 55 0,6 9,2 303,60 100 30,36 0,0028 0,01 Tractor International 1246 1980 Tractor CasePuma 225 2009 Tractor CasePuma 230 2012 Tractor CasePuma 240 2013 Tractor Steyer 6195 2006 Bietenrooier Hexa12 2011 Bietenrooier Hexa12 2011 Bietenrooier DeWulf 7000 1993 Maaidorser NewHolland840 2003 Dumper Volvo A30 2003 kraan Volvo EW250E 2015 kraan Volvo EW160B 2004 kraan Atlas 150w 2013 kraan Takeuchi TB153FR 2015 verreiker JCB 935-35 2015 vrachtwagen Scania 164V8 2003 Sleepwagen 10-100 2010 Terragator 2104 2001
147 165 172 176 143 404 404
0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6
9,2 4 2 2 4 2 2
811,44 396,00 206,40 211,20 343,20 484,80 484,80
100 100 100 100 100 50 50
81,14 39,60 20,64 21,12 34,32 24,24 24,24
0,0028 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026
0,02 0,03 0,03 0,03 0,02 0,03 0,03
220
0,6
9,2
1214,40
50
60,72
0,0026
0,02
290 220 158 103 95 29 59
0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6
6 6 0,4 4 3,3 0,4 0,4
1044,00 792,00 37,92 247,20 188,10 6,96 14,16
50 100 100 100 100 100 250
52,20 79,20 3,79 24,72 18,81 0,70 3,54
0,0026 0,0026 0,0024 0,0026 0,0026 0,0026 0,0024
0,02 0,03 0,02 0,02 0,01 0,00 0,02
352 121 202
0,6 0,6 0,6
6 3,3 9,2
1267,20 239,58 1115,04
200 100 50
253,44 23,96 55,75
0,0026 0,0026 0,0026
0,11 0,02 0,02
maaier Grasshopper 2018 2003 9 0,6 6 32,40 250 8,10 0,0024 0,00 wagen Kubota 900 2010 13 0,6 3,3 25,74 250 6,44 0,0026 0,01 International 1456 1971 170 0,6 9,2 938,40 100 93,84 0,0028 0,03 CasePuma 230 2011 172 0,6 2 206,40 100 20,64 0,0026 0,03 Vrachtwagens extern stationair 172 108,75 500 54,38 0,003 0,00 TOTAAL: 1070,11 0,57 *bron: het TNO-rapport 'Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en zeevaart', met het kenmerk TNO 2020 R11528, 8 oktober 2020
De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen op de bouwplaats zijn gebaseerd op het TNOrapport "Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet (EMMA)", met het kenmerk TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML, november 2009 (te vinden op de website www.emissieregistratie.nl van de Rijksoverheid). Voor de Pagina 5 van 23
ammoniakemissie bij mobiele bronnen is gebruik gemaakt van het TNO-rapport 'Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en zeevaart', met het kenmerk TNO 2020 R11528, van 8 oktober 2020. Hierin wordt voor vrachtverkeer 0,003 g/uur en bij motoren afhankelijk van de leeftijd afgerond 0,0024 tot 0,0028 g/kWh aangehouden. Hierbij is er vanuit gegaan dat de tractoren gemiddeld genomen een kwartier per dag over het terrein rijden en daarom 100 uur per jaar. De vrachtwagen zal de dubbele uren stationair draaien en bij externe vrachtwagens is aangehouden dat er gemiddeld 4 externe vrachtwagens in een doordeweekse dag een half uur stationair draaien en bij de grasmaaier en Kubota die vooral op eigen terrein worden ingezet is 250 uur aangehouden op aangeven van de inrichtinghouder.
4. Gegevens verandering De bouwplannen bestaan uit de bedrijfsbeëindiging op deze locatie en de herbouw van woningen in een parkachtige omgeving met veel natuur. De verwachte bouwtijd bedraagt 12 maanden. Eerst zullen een kraan en loader vooraf gedurende vier weken het sloopwerk doen, waarbij 200 m3 puin wordt verwacht en nog 100 m3 restfracties van hout en ijzer. Het betreffen dus totaal 20 vrachtwagens en 100 uur werk met de kraan en loader. Vervolgens zal het grondwerk plaatsvinden met de kraan en loader, waarbij de huidige sloten worden gedempt en een nieuwe grotere sloot en kreek wordt aangelegd. Al de afgegraven grond blijft in het werk en wordt in het landschap verwerkt met glooiingen en een dijklichaam. Er wordt alleen granulaat/zand aangevoerd voor grondverbetering waar gebouwd gaat worden. In totaal is hier zes werkweken mee gemoeid, waarbij de kraan en loader ongeveer respectievelijk 200 en 150 uur effectief werkzaam zijn en er zullen een dertigtal vrachtwagens het terrein aandoen voor aanvullen met zand voor de fundering (verbeterd grondwerk). Daarna komen 9 maanden dagelijks maximaal 10 busjes en 4 auto’s per werkdag om de 10 woningen te bouwen.
Bij het leggen van een van de tien te realiseren dekken zal een kraan een dag aanwezig zijn gedurende 10x6 uur werkzaam en gemiddeld komen elke week vier vrachtwagens materiaal lossen of een container ophalen, waarbij pieken bestaan bij lossen van wapening en los daarvan zijn in het begin telkenmale bij de stort continue betonwagens aan het pendelen met 14 m3 beton. De grootste stort zijn de vloeren van de begane grond en bijgebouw van circa 750 m2 per woning die ze in een keer doen bij de bouw. Het gaat hier om een stort van 1.500 m3 oftewel 108 vrachtwagens op die dag. Uitgaande van een gemiddelde afwerkvloerdikte van 20 cm per dek en zo’n 450 m2 vloeroppervlak en bij 10 dekken in de woningen totaal 900 m3 oftewel 65 vrachtwagens. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 12 maanden er 130 uur beton storten en 117 uur overig vier vrachtwagens op terrein stationair of met een lage snelheid mobiel over het terrein rijden. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan, loader en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.
5. Bouwvrijstelling Sinds 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming gewijzigd. Hierin is in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, Pagina 6 van 23
veranderen en verwijderen van een werk. Hiermee wordt voor deze activiteit de vergunningplicht uit artikel 2.7, tweede lid uitgezonderd. voor de gevolgen van stikstofdepositie door in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering activiteiten in de bouwsector aan te wijzen. Dit besluit wijzigt het Besluit natuurbescherming door daarin een nieuw artikel 2.5 op te nemen: "Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: 1. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; 2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." 3. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." De partiële vrijstelling omvat de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats, de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, mobiele puinbrekers, baggerwerk- of baggervaartuigen et cetera) en eventuele tijdelijke omrij- en omvaar-effecten als gevolg van de werkzaamheden.
De vrijstelling omvat niet de productie van bouwmaterialen of de winning van bouw- of grondstoffen.
6. Emissies na ingebruikname In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de planlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is namelijk enkel het verkeer nog relevant. De inrichting wordt duurzaam opgezet waarbij de gebouwen worden verwarmd met warmtepomp en zonnepanelen en ook van het aardgas afgekoppeld. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase wordt bij een grote vrijstaande woning uitgegaan van drie auto’s die dagelijks af- en aanrijden. Voor de bepaling van de effecten van de vrijstaande woning op de stikstofdepositie is de beoogde situatie onderzocht. Ook hier wordt uitgegaan van een ontsluiting in de richting van Ringdijk Noord. Als rekenjaren is het jaar 2022 gehanteerd. Het geplande jaar van vaststelling van het bestemmingsplan. Tabel 4: aantal transportmiddelen na in gebruik name
Licht verkeer (personenauto’s)
Bewegingen 30x2/dag
Bewegingen project (jaar) 21.900
7. Conclusie en afweging Voor een bestemmingswijziging is gekeken naar het effect van de sloop-, bouw- en aanlegfase en de gebruiksfase. Bij de gebruiksfase is gekeken naar situatie waarbij het beoogde project
Pagina 7 van 23
per saldo zelf niet leidt tot een significante N-depositie ten opzichte van de omliggende beschermde gebieden binnen de begrenzing van het project of de locatie. Uit de AERIUS berekening blijkt dat het projecteffect op omliggende gebieden in de gebruiksfase geen effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. De beoogde sloop, aanleg en bouw is niet relevant. Uit de AERIUS berekening blijkt dat er ten opzichte van het huidige gebruik een afname plaats zal vinden in depositie op de omliggende gebieden. Vanuit de nieuwe gebruiksfase is de stikstofdepositie nihil. Een Wet natuurbeschermingsvergunning is, gelet op de recente jurisprudentie rondom intern salderen (AbRS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71) voor de gebruiksfase dan ook niet noodzakelijk.
Pagina 8 van 23
BIJLAGE: AERIUS-bestand huidige gebruik
Pagina 9 van 23
Pagina 10 van 23
Pagina 11 van 23
Pagina 12 van 23
Pagina 13 van 23
Pagina 14 van 23
Pagina 15 van 23
BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase
Pagina 16 van 23
Pagina 17 van 23