02 Bijlage Visie op wonen, zorg, welzijn en voorzieningen
Tekst van het document
1
Visie op wonen, zorg, welzijn & voorzieningen
Gemeente Sluis 2024-2028
2
1 Aanleiding 1.1 Zorg is een wettelijke taak van de gemeente en is urgent Onze ambitie is dat inwoners ondersteuning en zorg op maat ontvangen, passend bij de eigen situatie. Langer thuis wonen en meedoen in de samenleving wordt zo gestimuleerd, net als zelfredzaamheid en regie over je eigen leven. De behoefte aan zorg en ondersteuning is individueel en specifiek. Wensen, behoeften en een zorg- of ondersteuningsvraag verschillen van persoon tot persoon. In het zoeken naar balans en een toekomstbestendig zorglandschap zijn we genoodzaakt verder te kijken dan sec het individu. Met de ambities in deze visie werken we toe balans in de driehoek van welzijn, zorg en gebouwen in de gemeente Sluis (zie hoofdstuk 2). Wonen, zorg en welzijn een steeds belangrijker thema Zorgdragen voor onze inwoners is belangrijk en een wettelijke taak van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor het inkopen en de uitvoering van lokale zorg op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), de Jeugdwet en andere regelingen. Ook vanuit landelijk beleid wordt de uitvoering rondom zorg, welzijn en voorzieningen steeds meer bij gemeenten belegd. Ten grondslag hiervan liggen de kaders in de Nationale Woon- en Bouwagenda (2022) waarin drie kerndoelen zijn geformuleerd: beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit.
Dit betekent: voldoende woningen voor iedereen, woonlasten die aansluiten bij het inkomen en duurzame huisvesting voor aandachtsgroepen1 en ouderen. Aantrekkelijke woongemeente voor iedereen Sluis is en blijft de komende jaren een aantrekkelijke woongemeente voor iedereen. We hebben daarom extra aandacht voor die inwoners die dat nodig hebben. In de Wet versterken regie volkshuisvesting zijn deze aandachtsgroepen geduid met daarbinnen aangewezen urgentiecategorieën. Achtereenvolgens behandelen we de aandachtsgroepen en doelgroepen met urgentie. De definities worden nog verder gespecificeerd bij ministeriële regeling. Let wel, omdat het hier gaat over specialistische doelgroepen is de omvang en ontwikkeling op lokaal niveau (nog) niet altijd te duiden. Daarom geldt dat we voor deze doelgroepen lokale en regionale afstemming vinden om nu en in de toekomst passende huisvesting te kunnen bieden (zie ambitie 3 in paragraaf 3.3). Hieronder een schets van de verschillende aandachtsgroepen die in onder deze wettelijke taak van de gemeente valt en hoe we hier als gemeente Sluis mee omgaan. Aandachtsgroepen:
•
Arbeidsmigranten: Binnen Zeeuws-Vlaanderen speelt vooral in de gemeente Terneuzen een huisvestingsvraagstuk voor arbeidsmigranten. De gemeente Terneuzen stelt daarom de gemeenten Sluis en Hulst regelmatig op de hoogte van ontwikkelingen. Tegelijkertijd worden tijdelijke arbeidsmigranten tijdens het toeristisch seizoen steeds vaker ingezet. Daarom is de ‘Beleidsnotitie huisvesting tijdelijke werknemers’ van kracht. Onderscheid wordt hierin gemaakt tussen huisvesting van werknemers die naar Nederland zijn gekomen om zich hier definitief te vestigen en werknemers die tijdelijk in Nederland werken om daarna terug te keren. Huisvesting van ‘definitieve’ tijdelijke werknemers gaat via de reguliere woningmarkt, dus via koop of huur. Voor de huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten geldt de beleidsregel ‘planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Sluis’. Kaderstellend blijft de Beleidsnotitie huisvesting tijdelijke werknemers bij nieuwe ontwikkelingen.
1 Aandachtsgroepen zijn: mantelzorgverleners en -ontvangers, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke
beperking, mensen met een psychische kwetsbaarheid, (dreigende) dakloze mensen, mensen die uitstromen uit maatschappelijke opvang, beschermd wonen, ggz-instelling, vrouwenopvang, jeugdinstelling, detentie of forensische zorg, stoppende sekswerkers, ouderen, arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners.
3
•
• •
•
Uitwonende (deels internationale) studenten: Een huisvestingsvraagstuk voor uitwonende studenten speelt in onze gemeente een beperkte rol. Als gemeente hebben we dan ook geen spelregels rondom verkamering of splitsen opgenomen in ons beleid. Jongeren die een HBO- of WO studie willen volgen verhuizen veelal naar Middelburg of gaan de grens over naar België. We blijven deze ontwikkelingen monitoren. Woonwagenbewoners: Samen met de woningcorporaties stemmen we de verantwoordelijkheden rondom standplaatsen voor woonwagenbewoners af. We borgen deze afspraken in de jaarlijkse prestatieafspraken. Statushouders: We hebben ook aandacht voor de huisvesting van statushouders. Het Rijk bepaalt ieder half jaar hoeveel statushouders elke gemeente moet huisvesten. In Sluis gaat het momenteel om 36 statushouders (5% van de totale taakstelling van de provincie Zeeland). Samen met onze partners maken we er werk van deze taakstelling te halen. Statushouders worden waar dit kan in reguliere sociale huurwoningen gehuisvest. In tijden dat de taakstelling groot is en een druk op sociale huurwoningen bestaat, kijken we ook naar andere tijdelijke oplossingen. We maken met de woningcorporaties prestatieafspraken over de toewijzing van statushouders.
Asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen: Net als voor statushouders zoeken we naar geschikte en passende huisvesting voor asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen via de reguliere woningmarkt of met tijdelijke oplossingen.
Aandachtsgroepen met urgentie2
•
•
•
•
• •
Mantelzorgers en mantelzorgontvangers: Momenteel is de Nota Mantelzorgbeleid van kracht welke in 2025 herzien wordt. Bij herziening besteden we extra aandacht aan de omgang met initiatieven voor (pre)mantelzorgwoningen. Ook monitoren we de ontwikkelingen binnen de mantelzorg en gaan hierover regelmatig in gesprek met zorg- en welzijnsorganisaties. Mantelzorg en een sterk sociaal netwerk bij onze inwoners is namelijk van groots belang om de formele zorg te ondersteunen de aankomende jaren. Ernstig chronisch zieken en/of woningzoekenden met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking: PTG-advies verwacht een groei in het aantal intramurale inwoners met een indicatie (ZZP 1 t/m 9) in de periode 2020 tot 2040. In 2020 zijn er in totaal 270 mensen met een indicatie in de gemeente Sluis. In de huidige situatie is de capaciteit van het vastgoed kleiner dan de zorgvraag. Aantrekkingskracht van omliggende gemeenten en verhuizingen zijn mogelijk oorzaken van dit verschil. Dit verschil betreft circa 20 plaatsen. Afhankelijk van het scenario beweegt de zorgvraag en de benodigde capaciteit van het vastgoed. In 2040 is het aantal inwoners met een indicatie gestegen tot 365 inwoners. Het aantal mensen met een indicatie groeit per saldo dus met 95 (+35%).3 Ambities 1 en 2 gaan in op passende huisvesting voor deze doelgroep de aankomende jaren.
Ambitie 3 van deze visie is randvoorwaardelijk. Woningzoekenden die uitstromen na een intramuraal verblijf: Aandacht geven we aan woningzoekenden die uitstromen na een intramuraal verblijf. Eerste uitgangspunt is om hen in een geschikte woning in de reguliere woningmarkt te huisvesten. In gesprek met woningcorporaties maken we hierover afspraken en houden we oog op deze doelgroep. Uitstroom dakloze personen uit de maatschappelijke opvang: Geen verblijf aangewezen in de gemeente voor deze doelgroep momenteel. In regionaal verband stemmen we deze woningvraag af en zoeken we naar passend aanbod. Uitstroom slachtoffers huiselijk geweld: Geen verblijf aangewezen in de gemeente voor deze doelgroep momenteel. In regionaal verband stemmen we deze woningvraag af en zoeken we naar passend aanbod. Uitstroom uit beschermd wonen instelling: Er is een vestiging van beschermd wonen in Oostburg. Hier zijn verblijfsplaatsen beschikbaar voor 15 personen. In de praktijk is de financiering vanuit zowel de Wlz als de Wmo geregeld, ongeveer half om half. Verder ontvangt een enkele persoon een beschermd wonen voorziening thuis. Een extra locatie voor beschermd wonen wordt momenteel onderzocht. Hiermee verwachten we als gemeente de toekomstige vraag voor beschermd wonen op te kunnen vangen. Ook gezien de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis.
Regionaal trekken we samen op zodat spreiding en aantallen van beschermd wonen beter
2 Met de Wet versterken regie volkshuisvesting is het verplicht deze urgentiecategorieën op te nemen in de
Huisvestingsvergunning. 3 Zie bijlage B voor een verdieping op de zorgindicaties van inwoners uit de gemeente Sluis met een Wlz-indicatie in 2023 en 2033.
4
• •
• • •
verdeeld worden. De uitstroom kunnen we vanuit onze eigen locatie(s) monitoren. Dit bespreken we regionaal. Ook blijven we hierover in gesprek met de woningcorporaties. Uitstroom uit klinische GGZ: In regionaal verband stemmen we passende huisvesting voor deze doelgroep af. Uitstroom uit jeugdzorg: Jeugdzorgorganisaties hebben in een stakeholdersessie aangegeven dat passende woningen voor kwetsbare jongeren ontbreken. Specifiek voor de doelgroep 18 tot en met 27 jaar.4 In samenwerking met jeugdzorgorganisaties en woningcorporaties onderzoeken we als gemeente de mogelijkheden voor zelfstandig wonen met begeleiding. Uitstroom uit forensische zorg met verblijf: Geen verblijf aangewezen in de gemeente voor deze doelgroep momenteel. In regionaal verband stemmen we deze woningvraag af en zoeken we naar passend aanbod. Uitstroom uit instelling voor detentie en jeugddetentie: Geen verblijf aangewezen in de gemeente voor deze doelgroep momenteel. In regionaal verband stemmen we deze woningvraag af en zoeken we naar passend aanbod. Uitstroom sekswerkers uit seksbranche: Geen verblijf aangewezen in de gemeente voor deze doelgroep momenteel. In regionaal verband stemmen we deze woningvraag af en zoeken we naar passend aanbod.
Het Rijk werkt aan een wettelijke grondslag voor een integrale visie op wonen, zorg en welzijn Vanuit de Nationale Woon- en Bouwagenda zijn in totaal zes volkshuisvestingsprogramma’s ontwikkeld. De programma’s ‘wonen en zorg voor ouderen’ en ‘een thuis voor iedereen’ zijn daarbij specifiek gericht op wonen, zorg en welzijn. In deze programma’s is opgenomen (en uitgewerkt) dat alle gemeenten de vastgestelde woonzorgopgave moeten vertalen in concrete uitvoeringsprogramma´s met initiatieven en locaties. Gemeenten zijn hierbij primair aan zet. Aan de wettelijke verankering wordt momenteel gewerkt via de Wet versterking regie volkshuisvesting. Deze wet is momenteel nog niet inwerking getreden, maar benadrukt het belang om toe te werken naar een integrale visie met de koppeling tussen wonen, zorg en welzijn nadrukkelijk. Bij inwerkingtreding van de wet moeten alle gemeenten deze namelijk per 1 januari 2026 vastgesteld hebben in de vorm van een Volkshuisvestingsprogramma. Het is daarom verstandig nu al toe te werken naar een duidelijke visie op wonen, zorg en welzijn. Sowieso helpt het hebben van een actueel beleid met ambities, uitgangspunten en kaders voor gemeenten om te sturen en te versnellen. Met voorliggende visie sorteren we hierop voor.
1.2 Demografische ontwikkelingen en geografie van gemeente Sluis duiden noodzaak Al sinds jaar en dag is een visie op wonen, zorg, welzijn en voorzieningen een speerpunt Wonen, zorg, welzijn en voorzieningen zijn belangrijke thema’s voor de gemeente Sluis. Naar de toekomst toe worden deze alleen nog maar belangrijker. Demografisch bezien is er een relatief hoge grijze druk in de gemeente Sluis van . Dat betekent dat er meer ouderen (65+ers) zijn ten opzichte van de het aantal 20 tot 64 jarigen. Aankomende jaren neemt deze druk verder toe door de dubbele vergrijzing waarmee onze gemeente te maken heeft. Ook is er sprake van ontgroening, er worden steeds minder kinderen geboren, en huishoudensverdunning. Deze trends zijn niet uniek en worden landelijk herkend. Daarnaast voldoet het zorgvastgoed niet meer aan de eisen en wensen van deze tijd. De demografische druk samen met de personeelskrapte in de zorg is van invloed op de bereikbaarheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Het opleiden van werknemers in de zorg en het aantrekken van meer arbeidskrachten biedt onvoldoende soelaas om zorgkloof te dichten. De autoafhankelijkheid in en tussen de kernen alsook de spreiding van de (woon)zorglocaties daarbinnen maakt het bestaande zorglandschap kwetsbaar.
1.3 Totstandkoming Al jaren zijn we extra alert. Steeds stellen we onszelf de vraag: hoe richten we het zorglandschap van de toekomst in? Hieraan hebben we afgelopen jaren richting gegeven samen met inwoners, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, het zorgkantoor en regiogemeenten. Op bestaand beleid en eerder gemaakte afspraken bouwen we voort in deze visie op wonen, zorg, welzijn en voorzieningen. Belangrijk zijn het Programma Toekomstige Zorg (West) Zeeuws-Vlaanderen (2021), Krachtig Verbonden (2021) en Vitaal WZV (2021-2022) waarin het zo efficiënt mogelijk kunnen leveren van zorg en ondersteuning in nabijheid van voorzieningen centraal staat. Ook wordt er 4 Zie bijlage B voor een verdieping op de verwachte ontwikkelingen binnen jeugdhulp aankomende tien jaar.
5
rekening gehouden met landelijke kaders, zoals het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Voorliggende visie vormt zelfstandig onderdeel binnen het Beleidsplan Wonen 2023-2032 Het Beleidsplan Wonen 2023-2032 is bedoeld als een ‘allesomvattend beleidsplan’. Daarom wordt de visie op wonen, zorg, welzijn en voorzieningen als zelfstandig onderdeel opgenomen in het beleidsplan. Concrete acties om onze ambities uit de visie op wonen, zorg, welzijn en voorzieningen tot uitvoering te brengen zijn gebundeld in een uitvoeringsprogramma. In dit uitvoeringsprogramma staat wat we wanneer willen doen en welke samenwerkingspartners we daarbij betrekken. Stakeholderssessies waren belangrijke momenten voor het visietraject Stakeholderbijeenkomsten hebben een centrale rol gespeeld in het visietraject. Verschillende gesprekken met dorpsen stadsinwoners in gemeente Sluis zijn gevoerd in 2022 en 2023 in het kader van het Beleidsplan Wonen. Ook heeft afstemming plaatsgevonden met zorgpartijen en corporaties (zie ook de hoofdtekst van het Beleidsplan Wonen). Op 3 oktober 2023 en 11 januari 2024 zijn aanvullend stakeholdersessies gehouden waar verschillende organisaties vanuit wonen, zorg en welzijn aanwezig waren. Tijdens de stakeholderssessies is het gesprek gevoerd over de ambities en uitvoeringsacties uit voorliggende visie.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 staat onze visie op wonen, zorg, welzijn en voorzieningen. Aan de hand van drie ambities en actiepunten voor vervolg is deze visie uitgewerkt. In hoofdstuk 3 ‘Uitvoeringsprogramma’ staan deze actiepunten toegelicht om met de visie aan de slag te gaan aankomende jaren. Tot slot staat achtergrondinformatie opgenomen in de bijlagen. Achtereenvolgens is dit een toelichting op de gehanteerde definities en afkortingen (bijlage A), de ontwikkeling van de zorgbehoefte in de periode 2023-2033 (bijlage B) en een beschrijving van het wettelijk kader (bijlage C).
6
2 Visie op wonen, zorg en welzijn en voorzieningen Toewerken naar balans in de driehoek van wonen, zorg en welzijn In deze visie – als bouwsteen van het Beleidsplan Wonen – staan de ambities centraal die positief bijdragen aan de wisselwerking tussen ‘welzijn, zorg en gebouwen’ (figuur 1). Onder welzijn verstaan we de persoonlijke aandacht op individueel niveau, het sociale netwerk, maar ook de mate van leefbaarheid in de eigen omgeving. Onder zorg verstaan we de levering van zorg door professionals en het aanbod en netwerk waarin zij zich begeven in de gemeente. De gebouwen vormen de ruimtelijke kant. Dit heeft betrekking op de gebouwen waarin zorg geleverd wordt of mensen met een zorgvraag wonen. Om tot een balans in de driehoek te komen is het belangrijk: • dat er voldoende passende woningen voor mensen met een (toekomstige) zorgvraag zijn; • de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoners versterkt wordt door sociale netwerken en de aanwezigheid van voorzieningen; • de inrichting van onze openbare ruimte bijdraagt aan een inclusieve, toegankelijke en gezonde woon- en leefomgeving.
Bron: Stec Groep.
Als gemeente hebben we deze doelen vertaalt in de volgende drie ambities: 1. Het efficiënter organiseren van zorg door wonen, zorg en voorzieningen te clusteren (paragraaf 2.1). 2. Goed wonen voor iedereen door in te zetten op doorstroming op de woningmarkt (paragraaf 2.2). 3. Het actief uitbouwen en versterken van lokale en regionale samenwerkingen met relevante woon, zorg en welzijnspartijen en regiogemeenten (paragraaf 2.3).
7
Achtergrond en uitgangspunten voor de visie op wonen, zorg en welzijn De visie begint niet bij nul, maar is mede gebaseerd op demografische ontwikkelingen en eerder uitgevoerde onderzoeken naar de vraag- en aanbodontwikkeling binnen het woon-zorglandschap in de gemeente Sluis. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de opgaven die we binnen de driehoek van wonen, zorg en welzijn kunnen verwachten en daarmee ook op de visie op deze opgaven.
Het aantal inwoners in de gemeente Sluis neemt af, het aandeel ouderen groeit (vergrijzing) Het aantal inwoners in de gemeente Sluis neemt tussen 2020 en 2040 af. In deze periode krimpt het aantal inwoners met circa 800 inwoners, een krimp van circa 3%. Het aantal oudere inwoners neemt wel toe. Het aantal ouderen 75+ groeit in dezelfde periode namelijk van 3.200 in 2022 naar 4.200 in 2040, een groei van circa 30%. Het aantal inwoners tussen 20 en 60 jaar krimpt in deze periode sterk met circa 11%. Doordat de beroepsbevolking krimpt en het aantal ouderen groeit, vindt er vergrijzing plaats.
Tot 2030 groeit het aantal huishoudens, vooral het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe In de periode tot 2030 neemt het aantal huishoudens naar verwachting nog toe. In de periode van 2030 tot 2040 zal vervolgens een afname plaatsvinden, waarbij in 2040 de verwachting is dat het aantal huishoudens nagenoeg gelijk is gebleven ten opzichte van 2020. Het aantal huishoudens in de leeftijdsgroep 75+ zal tot 2040 wel met circa 28% groeien. De grootste groei vindt plaats in het aantal eenpersoonshuishoudens, dit aantal zal met circa 32% groeien. Het aantal meerpersoonshuishoudens groeit in de periode tot 2040 met circa 15%. Verwachting is dat het aantal alleenstaande ouderen in deze periode sterk zal groeien.
Kwalitatieve verschuivingen in de woonbehoefte De huidige woningvoorraad in de gemeente Sluis bestaat uit circa 70% koopwoningen en circa 30% huurwoningen. Van de totale huurvoorraad bevindt zich 68% in de categorie ‘tot aftoppingsgrens5’. Op basis van de analyses op gemeenteniveau uit de woon- en zorgvraagontwikkeling Zeeland (april 2023) wordt verwacht dat de huursector in de gemeente Sluis de komende jaren krimpt. Deze krimp wordt veroorzaakt door de afname van de behoefte voor woningen met een huur tot aftoppingsgrens (-260) en de huur tot liberalisatiegrens6(-30). Er is juist in toenemende mate een behoefte voor woningen met een huur vanaf liberalisatiegrens (+90). In de koopsector is sprake van een behoefte van circa 180 woningen. Deze groei bestaat grotendeels uit de woonbehoefte van woningen tot € 360.000 waar circa 120 woningen extra benodigd zijn. Vergrijzing leidt tot behoefte aan meer passende/geschikte woonvormen Binnen de woningmarkt vinden er ook kwalitatieve verschuivingen plaats, door de benoemde vergrijzing en door de groei van het aantal huishoudens van 75+. De behoefte naar aangepaste woningen stijgt tot 2035 met circa 10 woningen (+2%). De behoefte aan geclusterde woningen krimpt in de gemeente. Voor nultredenwoningen geldt in 2035 een behoefte van circa 20 (+1%) extra woningen.
Naast de groei van de woningmarkt zal er ook sprake zijn van verschuiving van de behoefte aan het type woningen.
5 De maximale huurprijs waarbij de huurder nog een huurtoeslag kan krijgen.
6 De liberalisatiegrens bij huurwoningen is de grens die bepaalt of een huurwoning binnen de sociale huur of de vrije sector valt.
8
Huisvesting in relatie tot zorg Het aantal inwoners met een Wlz-indicatie groeit in de periode 2020 tot 2040. In 2020 zijn dit in totaal 270 personen, waarvan 250 intramurale zorg ontvangen door ZorgSaam. In de huidige situatie is de capaciteit van het vastgoed kleiner dan de zorgvraag. Aantrekkingskracht van omliggende gemeenten en verhuizingen zijn mogelijk oorzaken van dit verschil. Het betreft circa 20 personen die via Wlz-VPT geëxtramuraliseerde zorg ontvangen. Afhankelijk van het scenario beweegt de zorgvraag en benodigde capaciteit van het vastgoed tot 2040. PTG-advies (2023) raamt dat in 2040 het aantal inwoners met een Wlz-indicatie stijgt tot 365 inwoners. Het aantal mensen met een indicatie groeit per saldo dus met 95 (+35%). Bij een gelijkblijvend aantal intramurale plaatsen van 270, zal de zorg voor de +95 cliënten extramuraal, in de vorm van VPT, geleverd moeten worden. Bij een afname van de intramurale zorgplekken is de extramuraliseringsopgave hoger.
2.1 Ambitie 1: Het efficiënter organiseren van zorg door wonen, zorg en voorzieningen te clusteren Zorg, welzijn en voorzieningen geclusterd organiseren De gemeente Sluis wil de zorgkloof dichten door de zorg efficiënter in te richten en wonen, zorg en voorzieningen dichter bij elkaar te brengen (zie ook paragraaf 4.3 van het beleidsplan Wonen).7 Het doel is om de zorg organiseerbaar te maken, betaalbaar en toegankelijk (in nabijheid) te houden. Met een clustering van wonen, zorg en voorzieningen worden onnodige vervoersbewegingen van inwoners en zorgpersoneel teruggedrongen. Er is een ontmoetingsruimte aanwezig waar mensen samen kunne komen. Bij inwoners neemt de zelfredzaamheid toe door de nabijheid tot essentiële, dagelijkse voorzieningen, en sociaal contact door de aanwezige ontmoetingsruimte(n). Deze clustering is ook noodzakelijk. Het zorgkantoor en ZorgSaam zijn omwille van kosten en personeelstekorten genoodzaakt om de zware, intramurale (verpleeghuis)zorg terug te brengen van vijf naar twee kernen. Als we de nietplanbare zorg thuis- en ouderenzorg in de huidige vijf kernen willen behouden, is een alternatief nodig in de resterende drie kernen. We vinden deze in het realiseren van zorgwijken (zie tabel 1). In een zorgwijk worden de voorzieningen geboden die voorheen binnen het verzorgingshuis georganiseerd waren.
Denk aan het aanbieden van 24-uurs zorg, dagbesteding, ruimte voor ontmoeting en fysiotherapie in de wijk (zie tabel 2). In het Masterplan Voorzieningen, visiedocument Krachtig Verbonden en de programma’s Toekomstige Zorg West Zeeuws-Vlaanderen (TZWZV) en Vitaal WZV is voor het dichten van de zorgkloof al eerder besloten tot een clustering van wonen, zorg en voorzieningen in de in vijf grootste kernen; Oostburg, Breskens, Sluis, IJzendijke en Aardenburg.8 Concreet betekent dit dat de intramurale zorg in de twee kernen Oostburg en Breskens wordt ondergebracht. Naar type zorgvraag vloeit het aanbod van zorg en ondersteuning verder uit over de kernen. Voor realisatie van de clustering is de ombouw van vastgoed nodig (zie paragraaf 2.2). Tabel 1: Ruimtelijke gevolgen voor de clustering van wonen, zorg en voorzieningen Woonzorgconcepten
Kernen in de gemeente Sluis
Thuis in de wijk
Alle kernen
Zorgwijk
Aardenburg, Breskens, Sluis,
Toelichting
Type zorgbehoefte
Voor alle kernen in de gemeente Sluis geldt dat zorg en ondersteuning in de wijk kan worden geboden. Het gaat daarbij vooral om zorg en ondersteuning op planbare momenten en is niet 24 uur per dag aanwezig.
Vooral planbare thuiszorg (Zvw) en Wmo.
De zorgwijk is een wijk waar mensen met én zonder zorgvraag door elkaar wonen en de omstandigheden zo zijn dat mensen
Vooral thuiszorg (Zvw), Wlz-zorg zonder behandeling (vpt), Wmo.
7 In de visie gaat het behoud van kwalitatief hoogwaardige voorzieningen verder dan alleen zorg. Concentratie is ook nodig voor
andere functies zoals onderwijs, sport en cultuur (bron: Conclusies en advies Vitaal WZV: verkenning en haalbaarheid). 8 De Okkernoot zet in beginsel haar 24-uurs zorgvoorziening in Schoondijke voort.
9
IJzendijke en Oostburg Centrum voor wonen en zorg
Oostburg en Breskens
die zorg nodig hebben er zo lang mogelijk (zelfstandig) kunnen blijven wonen. Centra van wonen en zorg leveren intensieve complexe verpleeghuiszorg (intramuraal). Hierbij is een specifieke omgeving en organisatie noodzakelijk om bewoners de juiste zorg te bieden.
Wlz-zorg met en zonder behandeling, Wmo en thuiszorg (Zvw).
Bron: Bureau HHM, Zorginhoudelijke visie Vitaal West Zeeuws Vlaanderen (2021); Eindrapport Conclusies en advies Vitaal WZV.
Tabel 2: Kenmerken van een zorgwijk Kenmerk Zorg
Toelichting Zorg is 24 uur per dag in de nabijheid of op afroep beschikbaar. Dit betekent dat zorgprofessionals adequaat moeten kunnen reageren op een hulpvraag en tijdig ter plaatse moeten kunnen zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met kwalitatieve uitgangspunten die gelden voor veilige en verantwoorde zorg.
Afmetingen
De diameter van een zorgwijk in combinatie met een Centrum voor Wonen en Zorg is maximaal 500 meter, waarbij de 10 minuten aanlooptijd randvoorwaardelijk zijn. De maximale loopafstand tussen voorzieningen, voor hulpbehoevende ouderen, is 100 meter.
Voorzieningen
Een supermarkt bevindt zich bij voorkeur in of tegen de rand van de zorgwijk. Hetzelfde geldt ook voor voorzieningen als een postagentschap, pinautomaat, apotheekvoorziening, huisartsenpraktijk of -spreekuurlocatie, steunpunt, wijkverpleging, buurtcentrum/multifunctioneel centrum en welzijnsvoorzieningen (dagvoorziening/besteding en eetgelegenheden). Deze zijn bij voorkeur op loopafstand te bereiken, binnen een toegankelijke, autoluwe en dementievriendelijke omgeving. Een toegankelijke aansluiting op het openbaar vervoer bevindt zich binnen 5 minuten lopen.
Bereikbaarheid
Omgeving
Daarnaast kenmerkt de directe woonomgeving zich als autoluw en dementievriendelijk.
Clustering
Als zorgwoningen in een zorgwijk een clustering hebben, is het belangrijk toevallige ontmoeting te faciliteren en te stimuleren. Dit kan door bijvoorbeeld voordeuren uit te laten komen op een gezamenlijk hofje/pleintje. In het geval van appartementen kan worden gekozen voor kleine galerijen van maximaal 5 woningen. Om ontmoeting en participatie verder te stimuleren is het belangrijk dat in de zorgwijk ook mogelijkheden zijn voor ontmoeting en dat complexen beschikken over gemeenschappelijke ruimtes. Om een tijdelijke intensieve zorgvraag te kunnen ondersteunen is kortdurend verblijf wenselijk.
Ontmoeting
Aantal woningen
Om organisatorisch en bedrijfsmatig een zorgwijk draaiend te kunnen houden zijn er minimaal 64 woningen nodig waar zorg aan ouderen wordt geleverd.9 Indien de zorg en benodigde zorginfrastructuur ook kan worden gecombineerd met andere kwetsbare doelgroepen, zoals bijvoorbeeld inwoners met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking of inwoners die te maken hebben met psychosociale problematiek heeft dat een positief effect op de bedrijfsvoering en organisatorische inrichting van de zorgwijk.
Bron: Bureau HHM, Zorginhoudelijke visie Vitaal West Zeeuws Vlaanderen (2021).
9 Dit is een minimale omvang vanuit organisatorisch en bedrijfsmatig oogpunt om zorg te organiseren in een zorgwijk.
10
Figuur 1: Visie zorgwijk gemeente Sluis
Bron: Conclusies (en advies) Vitaal West Zeeuws Vlaanderen: verkenning naar haalbaarheid (p.9).
Er zijn zorgwijken voorzien in de kernen Oostburg, Aardenburg, Breskens, IJzendijke en Sluis. De zorgwijken komen in de plaats van de verzorgingshuizen. Het is de bedoeling om alle verzorgingshuizen (en delen van de verpleeghuiszorg) om te bouwen naar zorgwijken, te beginnen in Oostburg en IJzendijke. Inzet op toegankelijkheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid van zorg en ondersteuning Naast het clusteren van wonen, zorg en voorzieningen zetten we in op 1) een integrale toegang tot zorg, 2) een integratie van de eerste, tweede en derde lijn en 3) aandacht voor opleiding en arbeidsmarkt (VWZV, 2021). Ontwikkelen van medisch- en gezondheidscentra Volgens de visie van zorgverzekeraar CZ Groep is er in de gemeente ruimte voor 1,6 gezondheidscentra op basis van het vast inwonersaantal in de gemeente. Vanwege het grote aantal tijdelijke inwoners ligt de focus op twee hoofdcentra waar zorg integraal geleverd kan worden (bron: Eindrapport conclusies en advies Vitaal West ZeeuwsVlaanderen). Tabel 3: Verschil gezondheidscentrum en medisch centrum met geïntegreerd gezondheidscentrum Type centrum Beoogde voorzieningen
Kern Locatie
Gezondheidscentrum10 In een gezondheidscentrum werken de volgende functies en voorzieningen samen: geclusterde huisartsenpraktijken met ondersteuning, apotheek, wijkverpleging, sociaal domein en paramedische diensten. Breskens
Medisch centrum (met geïntegreerd gezondheidscentrum) Een medisch centrum bevat (tenminste) diagnostiek en multifunctionele (spreek)ruimte voor het poliklinische spreekuur van medisch specialisten (en mogelijk kleine, poliklinische ingrepen). Tevens is er een Huisartsenpost (HAP) gekoppeld aan het medisch centrum met geïntegreerd gezondheidscentrum. Oostburg Een gezondheidscentrum bevindt zich bij voorkeur in of aan de rand van de zorgwijk.
Bron: Eindrapport conclusies en advies Vitaal WZV: verkenning en haalbaarheid (p. 14).
10 Naar model en ontwikkelingen gezondheidscentra Vlissingen vanuit ’Wind in de zeilen’.
11
De kaarten op de volgende pagina’s tonen de huidige situatie van de capaciteit en spreiding van zorg en voorzieningen in de gemeente Sluis. Tegelijkertijd wordt er steeds circa 10 jaar vooruitgekeken.. De kaarten zijn gebaseerd op het rapport ‘Conclusies en advies Vitaal West Zeeuws Vlaanderen: verkenning en haalbaarheid’ (p. 15 tot en met 17)
Huisartsenzorg en farmacie Figuur: Spreidingskaart huisartsen en apotheken bestaand Op dit moment zijn er zes zelfstandige huisartsenpraktijken, twee volwaardige apotheken, één apotheekhoudende huisarts, twee apotheekvoorzieningen (uitgiftepunt) en drie spreekuurlocaties voor huisartsenzorg (aangestuurd vanuit Breskens).
Figuur: Spreidingskaart huisartsen en apotheken beoogd In de toekomst is er een medisch centrum met geïntegreerd gezondheidscentrum (inclusief apotheek) in Oostburg. In Breskens is er een gezondheidscentrum (inclusief apotheek). Een huisartsenpraktijk met apotheekvoorziening is aanwezig in alle kernen met een zorgwijk. Mogelijk aangevuld met een spreekuurlocaties in vier andere kernen, waarbij de spreekuurlocatie in Cadzand in het hoogseizoen kan worden opgeplust vanwege het hoge aantal toeristen dat hier dan verblijft (‘kustdokter’).
Toewerken naar preventie vanuit de domeinen van positieve gezondheid Tegelijkertijd hebben we naast curatieve zorg voldoende aandacht voor positieve gezondheid voor alle inwoners. Curatieve zorg is gericht op genezing, terwijl positieve gezondheid gericht is op preventie. Preventieve houdt het voorkomen van gezondheidsproblemen in. Daarom besteden we vanuit een brede blik aandacht voor het bestaande sociale netwerk van de inwoner, het belang van eigen veerkracht en de term ‘een betekenisvol leven’ staat centraal bij positieve gezondheid.
POSITIEVE GEZONDHEID: EEN BREDE BLIK OP GEZOND ZIJN Positieve gezondheid biedt een bredere kijk op gezondheid. Het is een visie en concept ontwikkeld door Machteld Huber. Hierin wordt verder gekeken dan de WHO-definitie van gezondheid. Gezondheid, zo stelt WHO, betekent het ontbreken van klachten en gezondheidsproblemen. Positieve gezondheid gaat veel verder. De uitdaging is om mensen niet te benaderen vanuit een diagnose. Ruimte voor de persoon en omgeving is belangrijk. Desondanks ligt de focus in de gezondheidszorg toch vaak op diagnoses.
12
Wat geeft iemand betekenis? Wat maakt een leven betekenisvol? In beantwoording van deze vragen kunnen mensen bewuster de regie over hun eigen leven krijgen. Met zes dimensies kunnen mensen reflecteren op hun eigen gezondheid: • lichaamsfuncties (fitheid, slapen, eten); • mentaal welbevinden (communiceren, veerkracht); • zingeving (zinvol leven, blijven leren); • kwaliteit van leven (genieten, balans, veilig voelen); • meedoen (sociaal participeren, contacten, steun); • dagelijks functioneren (zorgen voor jezelf, werken, hulp kunnen vragen). Door een brede blik ontstaat het vermogen om te gaan met fysieke emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Naast een visie is positieve gezondheid ook een methode voor zorgverleners.
INTEGRAAL ZORG AKKOORD (IZA) Het Integraal Zorg Akkoord is opgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en een groot aantal zorgpartijen. Focus ligt op de transformatie van de zorg. Het doel is om de zorg voor alle Nederlanders toegankelijk, kwalitatief goed en betaalbaar te houden. Daarom is het uitgangspunt van het IZA: passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met de nadruk op (positieve) gezondheid.
GEZOND EN ACTIEF LEVEN AKKOORD (GALA) Het Gezond en Actief Leven Akkoord is opgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, gemeenten, GGD ’en zorgverzekeraars. Het is gericht op een integrale lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Het doel is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving, waarin sprake is van een sterke sociale basis. Positieve gezondheid is de basis voor een gezonde leefomgeving.
Inzet op een inclusieve en groene leefomgeving Met de inzet op preventie moet ook breder gekeken worden naar de leefomgeving. We vinden het belangrijk dat onze inwoners zich veilig en op hun gemak voelen in de eigen woon- en leefomgeving. Je overdag en ’s avonds vrij kunnen bewegen op straat, hier jezelf kunnen zijn en samenhorigheid ervaren vallen daaronder. Elkaar herkennen, erkennen en elkaar weten te vinden draagt bij aan een ‘wij-gevoel’. Het is dé basis voor inclusieve wijken. Dit vraagt een bijdrage van iedereen. Namelijk, door je in elkaar te verdiepen, elkaar te respecteren en te waarderen. Verder draagt het inspelen op de verschillende behoeften in het gebruik van de omgeving en openbare ruimte hieraan bij. In het straatontwerp zorgen we voor duidelijke bewijzering, prettige zichtlijnen en voldoende rustplekken. Bij nieuwbouwontwikkelingen en herinrichting van de bestaande (openbare) ruimte volgen we onze ambities en wettelijke taak rondom toegankelijkheid. Ons gemeentelijk toegankelijkheidsbeleid is hiervoor het uitgangspunt. Om het gevoel van veiligheid in de wijken te versterken houden we samen met onze partners in de wijken een oogje in het zeil.
13
Een groene omgeving zorgt daarnaast voor een leefbare omgeving. We kijken daarom naar de kwalitatieve bouw van huizen en woningen, alsook naar de omgeving waarin we ook rekeninghouden met toegankelijkheid in de buitenruimte. Een groene en natuurlijke omgeving is van grote invloed op lichamelijk en geestelijk welzijn van mensen. Als gemeente willen we dan ook zorgen voor vergroening van de omgeving en het tegengaan van verstening van de leefomgeving. Een uitgangspunt kan de 3-30-300 regel zijn. Dit houdt in dat mensen minimaal 3 bomen moeten kunnen zien vanuit huis, een wijk moet voor minimaal 30% uit bladerdek bestaan, en er dient een maximale afstand van 300 meter tot een park of groene ruimte te gelden (bron: Netwerk Maak Ruimte voor Gezondheid). Integrale benadering van belang door gelaagdheid in de ervaren gezondheid Kortom, het is van belang de mens centraal te zetten met een brede kijk op de opgave. De (ervaren) gezondheid van mensen is namelijk gelaagd: 1. persoonsgebonden kenmerken; 2. leefstijl en gewoonten; 3. woon- en leefomgeving. Figuur 3: Achterliggende oorzaken voor verschillen in de ervaren gezondheid in percentages Bestaanszekerheid 7% 10%
Leefomstandigheden 35% Sociaal netwerk, kennis en vaardigheden
19%
Goede, betaalbare en begrijpelijke zorg 29%
Werksituatie
Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2023) in Gezond en Actief Leven Akkoord.
ACTIES VOOR VERVOLG • • • • • • • •
We stimuleren de zelfredzaamheid van bewoners in de gemeente. We hebben een sterke afstemming binnen het ruimtelijke en sociale domein in de gemeente. We houden zicht op de capaciteit binnen de eerstelijnszorg (huisarts, tandarts, wijkverpleging). We creëren duidelijke kaders door eenduidige definities te hanteren. We onderzoeken de inzet op de 3-30-300 regel in onze gemeente om te komen tot een groene, gezonde en leefbare omgeving. We ondersteunen initiatieven voor sociale verbinding. Inclusiviteit als norm hanteren in organisaties, verenigingen en clubs. We stimuleren onze inwoners om te kijken naar elkaar.
De actiepunten zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 4 ‘Uitvoeringsprogramma’.
14
2.2 Ambitie 2: Goed wonen voor iedereen door in te zetten op doorstroming op de woningmarkt In de inleiding hebben wij reeds geschetst welke aandachtsgroepen onder deze wettelijke taak van de gemeente vallen en hoe wij hiermee omgaan. Omwille van de omvang en de eerder geschetste urgentie zoomen wij hieronder vooral nader in op de ouderenhuisvesting. 2.2.1. Rijksopgave voor ouderenhuisvesting Het samenbrengen van wonen en zorg vraagt om meer dan cijfers. De terminologie en het jargon vanuit overheid, zorginstellingen, woningcorporaties en bouwondernemingen verschillen soms. Toch is het belangrijk dat deze partijen gaan samenwerken op het gebied van wonen, zorg en voorzieningen en een gezamenlijke taal en visie hebben. En duidelijke (prestatie)afspraken met elkaar maken. Daarom geeft het Rijk duidelijkheid over definities en te ontwikkelen woonconcepten. BZK en VWS hebben definities opgesteld van de drie woningtypen uit het programma. Deze definities zijn vastgesteld met goedkeuring van de landelijke stuurgroep. Deze woningtypen zijn hieronder met een * aangeduid. In onze visie sluiten we aan bij de definities uit het Afsprakenkader van BZK. Daarnaast hebben we gemeente- en/of regio- specifieke afspraken gemaakt met bijbehorende terminologie. Hieronder een overzicht van de gehanteerde definities.
Vervolgens geven we aan wat onze visie en ons beleid is ten aanzien van de verschillende woningtypen en welke concrete doelen we daaraan koppelen, alsmede een duiding van de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. •
•
•
•
•
Levensloopbestendige woningen zijn (eengezins)woningen die aangepast en toegankelijker gemaakt zijn. Denk aan de plaatsing van een traplift of het verplaatsen van de slaapkamer en badkamer naar de begaande grond. Nultredenwoningen* zijn reguliere woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Geclusterde woonvormen* beslaan woningen die voldoen aan de uitgangspunten voor nultredenwoningen*. Daarnaast zijn deze woonvormen ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. Er moet een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn en de woonvorm is wordt voor minimaal 50% bewoond door 55+’ers. Bij geclusterde woonvormen kan worden gedacht aan onder andere hofjeswoningen, serviceflats en seniorenflats. Landelijk wordt bij clustering uit van een schaal van minimaal 12 woningen. De schaal voor clustering kan op het platteland of in kleine kernen lager liggen. Het verdient aanbeveling dat de woningen dementievriendelijk ingericht worden. Zorggeschikte woningen* zijn zelfstandige woningen die onderdeel zijn van een geclusterde vorm waarin verpleegzorg geleverd kan worden / WLZ-zorg (afkorting) geleverd wordt voor bewoners.
Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer (ARBO-eisen zorgpersoneel). Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica. Een zorgwijk bestaat uit de clustering van meerdere zorggeschikte woningen en diverse welzijns-, zorg-, paramedische en maatschappelijke voorzieningen, zoals een winkel voor dagelijkse boodschappen, postagentschap, geldautomaat, apotheekvoorziening, spreekuurlocatie huisarts, steunpunt wijkverpleging, ontmoetingsruimte en dagbesteding. Deze voorzieningen zijn op loopafstand bereikbaar, binnen een toegankelijke, autoluwe en dementievriendelijke omgeving. De zorgwijken bieden daarmee alle voorzieningen die voorheen werden aangeboden in een verzorgingshuis, maar dan in een wijkvorm. In een zorgwijk is 24 uur per dag niet planbare zorg beschikbaar d.w.z. dat er een zorgverlener tijdig aanwezig is, rekening houdend met de kwalitatieve uitgangspunten die gelden voor veilige en verantwoorde zorg. Om 24-uurs zorg te kunnen bieden bestaat een zorgwijk uit circa 64 zorggeschikte woningen. De zorgwijk ligt bij voorkeur in een straal van 250 meter vanaf het Centrum voor Wonen met Zorg.
15
•
Het Centrum voor Wonen met Zorg is een specifieke woonzorgvoorziening waar intensieve complexe verpleeghuiszorg wordt geboden, waarvoor gespecialiseerd personeel en speciale apparatuur nodig is. Het Centrum voor Wonen met Zorg kan de vorm hebben van een traditioneel verpleeghuis of – met het oog op de toekomst en flexibiliteit – gebouwd worden als een complex van meerdere zorggeschikte woningen.
In de Zeeuwse woondeal 2023-2030 staat een opgave van 342 nultredenwoningen. Dat is bijna twee keer zoveel dan de 185 nultredenwoningen die het Rijk voor de gemeente Sluis benoemt. Op regionaal niveau maken gemeenten en de provincie Zeeland daarom afspraken over de daadwerkelijk te realiseren aantallen per gemeente. Deze regionale afspraken zijn in lijn met de beoogde Wet versterken regie Volkshuisvesting. Tabel 4: Opgave ouderenhuisvesting tot en met 2030 Ouderenwoningen Zorggeschikt Geclusterd Nultreden Totaal
Nederland
Zeeland 40.000 80.000 170.000 290.000
Gemeente Sluis 970 1.600 3.000 5.570
40 15 185 240
Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2024.
2.2.1 Transformatieprogramma zorgt voor huisvesting passend bij de vraag van nu Het transformatieprogramma zet in op de transitie van de bestaande infrastructuur van verzorgings- en verpleeghuiszorg. Dit gebeurt door sloop-nieuwbouw of woningverbetering (zie ook paragraaf 4.3 van het beleidsplan Wonen). Zoals bij ambitie 1 is genoemd, leidt deze transformatieslag tot zorgwijken in de vijf grootste dorpen en twee centra voor wonen en zorg. Dit programma brengt een nieuwbouw van circa 210 wooneenheden in Sluis met zich mee, zonder dat netto sprake is van een uitbreiding. Het gaat namelijk om het transformeren van bestaande zorginfrastructuur naar een nieuwe zorginfrastructuur. We hopen door het aanbieden en toevoegen van een interessant, geclusterd aanbod van wonen, zorg en voorzieningen oudere inwoners te verleiden om naar dit gebied te verhuizen. Hierdoor komen er in andere wijken woningen vrij voor starters en (jonge) gezinnen. Binnen de gemeente Sluis is één ouderenzorgorganisatie actief die huisvesting aanbiedt, te weten ZorgSaam. In totaal zijn erop dit moment vijf locaties waar intramurale zorg verleend wordt. Deze vijf locaties hebben in totaal een capaciteit van 250 plaatsen.
Naar verwachting zal erin de komende jaren een herontwikkelingsopgave ontstaan om de kwaliteit van huisvesting en de zorg op deze locaties op niveau te houden.11 De kaarten op de volgende pagina’s tonen de huidige situatie van de capaciteit en spreiding van woonzorgvoorzieningen in de gemeente Sluis. Tegelijkertijd wordt er steeds circa 10 jaar vooruitgekeken. Uitzondering hierop is de doorkijk tot 2040 bij de ouderenzorg, met zo’n 15 jaar vooruit. De kaarten zijn gebaseerd op het rapport ‘Conclusies en advies Vitaal West Zeeuws Vlaanderen: verkenning en haalbaarheid’ (p. 15 tot en met 17) en een ambitiecijfers van ZorgSaam tot 2040. In bijlage B staat een verdere verdieping op de zorgbehoefte in de periode 2023-2033 in de gemeente Sluis.
11 Bron: PTG-advies.nl, Analyse woon-en zorgvraagontwikkeling Zeeland (april 2023).
16
Ouderenzorg Figuur: Spreidingskaart ouderenzorg bestaand Op dit moment wordt erin 5 kernen complexe verpleeghuiszorg door ZorgSaam aangeboden (in een intramurale setting). De aantallen zijn echter te klein om de zorg rendabel en kwalitatief hoogwaardig te kunnen organiseren.
Breskens 2040: 65 intramuraal 145 extramuraal
Sluis 2040: 0 intramuraal 64 extramuraal
Oostburg 2040: 114 intramuraal 112 extramuraal
Aardenburg 2040: 0 intramuraal 93 extramuraal
GGZ
IJzendijke 2040: 0 intramuraal 97 extramuraal
Figuur: Spreidingskaart ouderenzorg beoogd In de toekomst wordt de complexe verpleeghuiszorg geconcentreerd in twee kernen: Oostburg en Breskens. In vijf kernen is een zorgwijk gerealiseerd om ook daar 24-uurs zorg (VPT) te kunnen garanderen. In de kaart hiernaast staan de aantallen die ZorgSaam hanteert in haar doorkijk tot 2040 (bron: ZorgSaam, februari 2024).
Figuur: Spreidingskaart GGZ bestaand Het bestaande GGZ aanbod bestaat uit 24 eenheden Beschermd Wonen (intramuraal) en 11 eenheden Sociaal Pension (extramuraal). Beide van Emergis.
17
Figuur: Spreidingskaart GGZ beoogd In de toekomst worden er – in verband met de verdere extramuralisering van het Beschermd Wonen – 12 eenheden van Zeeuwse Gronden toegevoegd naast het bestaande aanbod van Emergis. Deze uitbreiding moet aan de toekomstige vraag kunnen voldoen.
Gehandicaptenzorg Figuur: Spreidingskaart gehandicaptenzorg Op dit moment zijn de voorzieningen voor gehandicaptenzorg geconcentreerd in Oostburg en Schoondijke. In de beoogde situatie zijn er plannen om de bestaande capaciteit in Schoondijke organisch door te ontwikkelen, onder andere rekening houdend met de vergrijzing. In Oostburg wordt beoogd om op termijn de huidige voorzieningen onder te brengen onder één dak. Nabijheid tot gespecialiseerde ouderenzorg is belangrijk voor organisaties in de gehandicaptenzorg, zo is genoemd in de stakeholderssessies. Het is randvoorwaardelijk om (op een toekomstbestendige manier) de zorg te kunnen blijven leveren in de gemeente Sluis aankomende jaren.
2.2.2 Heb bij nieuwbouw oog voor de eisen van de te bouwen woningen. In het project Vitaal West Zeeuws Vlaanderen (Vitaal WZV) wordt specifiek ingezet op nieuwbouw van zorggeschikte woningen en zorgwijken in de vijf grootste kernen. Het beleid is er opgericht om alle verzorgingshuizen (en delen van de verpleeghuiszorg) om te bouwen naar zorggeschikte woningen. Enerzijds vanuit het perspectief van inwoners om een meer huiselijke omgeving en meer zelfstandigheid te bieden. Anderzijds vanuit het perspectief van de vastgoedportefeuille van zorgaanbieders in combinatie met demografische ontwikkelingen, investeringsmogelijkheden en verduurzamingsopgaven. Fasering is hierbij noodzakelijk in verband met het spreiden van de investeringslasten en de organisatorische capaciteit van (kleine) zorginstellingen en woningcorporaties De urgentie is echter dermate hoog (door personeelstekort om de zorg te blijven bieden) dat er weinig ruimte is voor enige fasering.
Het Rijk ondersteunt woningcorporaties en zorgaanbieders bij de transformatie van de ouderenhuisvesting via de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen. Daarnaast stimuleren we zorgaanbieders en woningcorporaties om de benodigde investeringen voor de ombouw van verpleeg- en verzorgingshuizen naar zorggeschikte woningen, inclusief planning/fasering, boekwaardes huidige verpleeg- en verzorgingshuizen, onrendabele top zorggeschikte woningen ten opzichte van reguliere woningen, etc. in beeld te brengen om eventueel via de Regiodeal of Elke Regio Telt een apart (financieel) arrangement te treffen voor de ombouw.
18
Tabel 5: Kenmerken van een zorggeschikte woning Kenmerk Omvang
Toelichting • Het betreft een woning voor minimaal 2 personen met een oppervlakte van (minimaal) 55 tot 60 m2 en beschikt over individuele buitenruimte.12
Type woning
• De woning is gelijkvloers en bevat geen drempels. Deuren zijn dermate breed (90 tot 100cm) dat doorgang met een rolstoel mogelijk is.
Ruimtes
• De woning bevat een inpandige opbergruimte voor hulpmiddelen, zoals een rolstoel. • De woonkamer en de volwaardige keuken zijn met elkaar verbonden. • De badkamer is zo opgezet dat ook inwoners met somatische beperking hier goed terecht kunnen. (o.a. voldoende ruimte om vanaf twee zijden zorg te kunnen verlenen bij douche, toilet en wastafel, en draaicirkel rolstoel). • De woning is gereed gemaakt voor de installatie van zorgtechnologie (alarmering, sensortechnologie, beeldzorg, etc.), domotica (bijvoorbeeld centrale bediening, beveiliging/toegang tot de woning, etc.) en fysieke woningaanpassingen (bijvoorbeeld handgrepen in sanitaire ruimtes).
Domotica
Zorg
Aanvullend bij een zware complexe zorgvraag
Bewoners wonen in de eerste plaats zelfstandig en ontvangen de zorg vanuit een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Indien er sprake is van Wlz-zorg kan de bewoner deze zorg ook verzilveren door middel van een zogeheten Volledig Pakket Thuis (vpt).13 • Als er sprake is van bewoners met dementie zijn dwaaldetectiecirkels (voor de woning, het complex/gebouw en de directe omgeving) noodzakelijk. • Als zorg voor mensen die bedlegerig zijn nodig is, is toegankelijkheid van ruimten met een verrijdbaar bed wenselijk. Dit geldt dan zowel voor de woonruimte, eventueel gezamenlijke ruimten, liften, gangen etc. In algemene zin geldt dat hulpmiddelen tijdens de bouw van de zorgwoning zoveel mogelijk aangebracht of voorbereid worden. • Extra geluidwering van de woningen als bewoners luidruchtig kunnen zijn.
Bron: Bureau HHM, Zorginhoudelijke visie Vitaal West Zeeuws Vlaanderen (2021).
2.2.3 Faciliteren van alle doelgroepen door het op gang brengen van doorstroming Naast woonzorgvoorzieningen en zorggeschikte (WLZ) woningen vanuit instellingen is ook een transformatie nodig van de woningvoorraad van particulieren en corporaties. Het realiseren van voldoende woningen waar huishoudens zo zelfstandig mogelijk thuis oud kunnen worden is hard nodig. Langer thuis betekent hier niet per definitie ‘in dezelfde woning’. Een thuis kan ook gecreëerd worden in een andere (zelfstandige) woning die beter bij de levensfase past. Voor een deel van de toekomstige zorgbehoevenden geldt dat zij in een reguliere woning willen en kunnen blijven wonen. Zij hoeven niet te verhuizen naar een specifieke woonzorgvoorziening, maar mogelijk wel naar één van de vijf zorgkernen / kernen met een zorgwijk. Als gemeente sturen we zowel op geschikte nieuwbouw (zie tabel 5 voor de kenmerken van een zorggeschikte woning), als op aanpassing van de bestaande woningvoorraad (bv. via het Volkshuisvestingfonds). Het voorzien in voldoende nieuwbouwwoningen en transformatie van de bestaande voorraad is een majeure kwalitatieve opgave op de woningmarkt en essentieel voor het functioneren ervan. Het vergroot de doorstroomkansen voor (toekomstige) ouderen en draagt direct bij aan de beschikbaarheid van woningen voor jonge huishoudens die nu geen plek kunnen vinden op de woningmarkt.
Dit zijn twee zijden van dezelfde medaille.
12 Bouwen voor minimaal 2 personen betekent niet dat de woning uitsluitend door 2 personen of meer bewoond moet worden.
Ook eenpersoonshuishoudens kunnen hier wonen. 13 Zie C3 voor een toelichting op de stelselwetten en specifieke vormen van de Wlz (zoals vpt).
19
Doorstroming heeft grote invloed op het kunnen realiseren van woonwensen. Doorstroming zorgt er namelijk voor dat bestaande woningen vaker beschikbaar komen en dat de woningvoorraad efficiënter wordt benut. Meer huishoudens kunnen daardoor – wanneer slim wordt bijgebouwd – in kwalitatief gewenste en voor hen geschikte woningen wonen. Ter illustratie: nieuwbouwwoningen voor ouderen kunnen tot wel vijf verhuizingen leiden. Een starterswoning in de regel tot maximaal één. Bij een gemiddelde verhuisketen van circa 2,5 verhuisbeweging als gevolg van het toevoegen van één nieuwbouwwoning, is het effect van levensloopbestendige woningen dubbel zo groot als wanneer een rijwoning wordt toegevoegd. Bovendien zit aan het einde van iedere verhuisketen weer een starterswoning. De impuls van levensloopbestendige woningen toevoegen is dan ook kwantitatief en kwalitatief het meest gewenst. Meer dan de helft van de bestaande voorraad aanpasbaar voor ouderen, maar ook omgeving speelt een rol Zoals eerder benoemd speelt vergrijzing een belangrijke rol in de toekomst van de gemeente Sluis. Hier zal de woningvoorraad op aangepast moeten worden. Dit kan enerzijds door nieuwbouw, maar anderzijds liggen er ook mogelijkheden in de bestaande woningvoorraad. Om die laatste reden hebben we de aanpasbaarheid van de huidige woningvoorraad in beeld gebracht.
Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van onderzoek van TNO (2016). Zij hebben de gehele woningvoorraad van Nederland op basis van diverse kenmerken ingedeeld naar de geschiktheid voor huishoudens met een lichamelijke beperking (met name ouderen). We zien dat op dit moment dat 20% van de woningvoorraad van de gemeente Sluis al aangepast is en daarmee geschikt is voor deze doelgroep. Daarnaast zien we dat echter ook een groot deel van de woningen in potentie aanpasbaar is, vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde (circa 50%). Dit betekent dat er bijvoorbeeld een traplift geïnstalleerd kan worden. Niet in alle gevallen is dit de meest ideale oplossing. Soms zijn meer aanpassingen nodig, die niet altijd binnen de eigen woning mogelijk zijn en ook de omgeving speelt een belangrijke rol in de keuze om woningen aan te passen. Zo is de nabijheid van (zorg)voorzieningen en het openbaar vervoer voor veel ouderen belangrijk. Figuur 4: Aanpasbaarheid woningvoorraad gemeente Sluis (buitenste ring) en Nederland (binnenste ring)
18%
20%
23% 10%
23%
Nultreden Aanpasbaar
3%
Niet-aanpasbaar Onbekend
51% 52%
Bron: TNO (2016). Bewerking Stec Groep (2024). Via het Volkshuisvestingsfonds willen we particuliere woningeigenaren, die voldoen aan specifieke eisen en die een kwetsbare woning bezitten, stimuleren om hun (bestaande) woning om te bouwen tot levensloopbestendige woningen, nultredenwoningen of zelfs volledig zorggeschikte woningen (indien ze binnen de contouren / clustering van de zorgwijk vallen). We zien dit als een verantwoordelijkheid van de gemeente (gesteund met rijksmiddelen).
20
Voor toekomstbestendige kernen is een gemengd voorzieningenaanbod interessant Voor een toekomstbestendige gemeente is, naast een passend woningaanbod, ook een kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau belangrijk. Hieronder vallen onder andere onderwijs, sport, cultuur en zorg. Om hoogwaardige kwaliteit te waarborgen zet het Masterplan Voorzieningen, visiedocument Krachtig Verbonden en de programma ‘s Toekomstige Zorg West Zeeuws-Vlaanderen (TZWZV) en Vitaal WZV in op clustering van voorzieningen in de vijf grootste kernen (Oostburg, Breskens, Sluis, IJzendijke en Aardenburg). Wonen, zorg en detailhandel versterken elkaar op deze manier.14 In de stakeholdersessie op 3 oktober is aanvullend opgeroepen voldoende voorzieningen gericht op jeugdigen en gezinnen te organiseren. Activiteiten, zoals jeugdkampen, biedt namelijk kansen. Jongeren kunnen zo met elkaar in contact gebracht worden en in de weg naar zelfstandigheid in een grotendeels digitale wereld is dit belangrijk voor de ontwikkeling. Ook is voldoende aandacht voor voorzieningen voor gezinnen, zoals kinderopvang, benoemd. Uitwerking van de clustering van wonen, zorg, welzijn en voorzieningen wordt momenteel middels een participatief proces uitgewerkt in het programma Vitaal WZV, waaronder het Masterplan Oostburg en het Masterplan IJzendijke.
Verschillende varianten worden uitgewerkt wat leidt tot een definitief ruimtelijk ontwerp, begroting en een planning. ACTIES VOOR VERVOLG • • • • • • •
Kennis over wonen, zorg en welzijn delen we breed met inwoners. We moedigen particuliere eigenaren aan hun huis aan te passen. We werken nauw samen met Woongoed Zeeuws-Vlaanderen en ZorgSaam op het gebied van het Centrum voor Wonen met Zorg en geclusterde zorggeschikte woningen in een zorgwijk. Clustering als uitgangspunt bij nieuwbouw. We zetten in op het in gang zetten van een ‘doorstroomketen’ bij nieuwbouw. Aandacht voor aandachtsgroepen en urgentiecategorieën. Herzien mantelzorgbeleid in 2025.
De actiepunten zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 4 ‘Uitvoeringsprogramma’.
2.3 Ambitie 3: Het actief uitbouwen en versterken van lokale en regionale samenwerkingen met relevante woon, zorg en welzijnspartijen en regiogemeenten Met de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting wordt de verplichting geïntroduceerd om een integrale en gekwantificeerde woonzorgvisie te hebben voor alle inwoners, inclusief de aandachtsgroepen. Hieraan wordt ook direct het maken van prestatieafspraken met corporaties, zorgaanbieders en welzijnsorganisaties gekoppeld. De lokale prestatieafspraken zoals we deze momenteel kennen kunnen daarmee dus verbreed worden. Naast afspraken over wonen moeten er ook afspraken gemaakt worden over de levering van zorg- en ondersteuning. De zorg wordt dan partner bij deze afspraken. Dit vraagt om een andere en intensievere lokale samenwerkingsvorm dan die momenteel bestaat. We zetten daarom in op het uitbreiden en verbeteren van de bestaande samenwerkingsstructuur op het gebied van wonen, zorg, welzijn en voorzieningen. In de programma’s TZWZV en Vitaal WZV is hiermee al een goed begin gemaakt. Afspraken bestaan tussen de gemeente en zorgaanbieders, de stap naar een uitvoeringsprogramma (capaciteit en spreiding en randvoorwaarden/ borging in ruimtelijke instrumenten) is al gezet en er wordt specifiek gesproken over de samenwerking tussen de eerste-, tweede- en derdelijns zorg in de gemeente Sluis.
14 Bron: Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen (2021). Conclusies en advies: verkenning naar haalbaarheid.
21
Daarnaast wordt, bij de inwerkingtreding van de Wet versterking regie volkshuisvesting, de regionale afstemming van specialistische zorg verplicht. Denk daarbij aan afstemming zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere instellingen in de regio. Zorg overschrijdt immers de gemeentegrenzen. Regionale samenwerking is daarnaast interessant bij initiatieven en plannen die niet direct invulling geven aan de eigen lokale behoefte, maar wel voorzien in de regionale behoefte. We zetten daarom in op de verdere versterking en uitbreiding van de deze samenwerking. Regionaal is hiermee een begin gemaakt met het programma TZWZV. Ook op provinciaal niveau is hier in de Zeeuwse Zorgcoalitie aandacht aan besteed. 13F
Tot slot ligt er ook een oproep voor onze eigen inwoners. Om sociale netwerken levendig te houden is ondersteuning en hulp aan naasten belangrijk. Als gemeente en zorg- en welzijnsorganisaties vinden we het belangrijk eenzaamheid tegen te gaan. Dit kunnen we niet alleen en hebben hierbij hulp nodig van buren, mantelzorgers en andere betrokkenen.
ACTIES VOOR VERVOLG • • • •
We zoeken samenwerking met andere gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen bij woonzorginitiatieven die van regionaal belang zijn. We stellen met regiogemeenten een regionale woonzorgvisie met regionaal uitvoeringsprogramma op. We organiseren terugkerende Woonzorgtafels. We onderzoeken de mogelijkheden om het instrument van brancheregelingen ook voor de zorg in te zetten.
De actiepunten zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 4 ‘Uitvoeringsprogramma’.
22
Uitvoeringsprogramma Om uitvoering te geven aan onze visie op wonen, zorg, welzijn en voorzieningen onderscheiden we de verschillende actiepunten. Deze actiepunten staan toegelicht. Aangegeven is: hoe we het doen, wie hiervoor verantwoordelijk is en wanneer de uitvoering beoogd is.
2.4 Actiepunten ambitie 1: Het efficiënter organiseren van zorg door wonen, zorg en voorzieningen te clusteren Wat? 1. We stimuleren de zelfredzaamheid van bewoners in de gemeente
2. We hebben een sterke afstemming binnen het ruimtelijke en sociale domein in de gemeente 3. We houden zicht op de capaciteit binnen de eerstelijnszorg
4. We creëren duidelijke kaders door eenduidige definities te hanteren 5. We onderzoeken de inzet op de 3-30-300 regel