CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Beleidsplan sociaal domein gemeente Sluis 2026-2030 - Bijlage a Beleidsplan sociaal domein gemeente Sluis 2026-2030

Raad 18 december 2025, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het Beleidsplan sociaal domein gemeente Sluis 2026-203013.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De agenda heeft als doel de jeugdhulp beter, effectiever en betaalbaarder te maken. De kernpunten spitsen zich onder meer toe op het versterken van de basis (zoals het onderwijs, wijkteams en huisartsen), het beperken van de toegang tot zwaardere jeugdhulp, het creëren van meer ruimte voor professionele afweging en het opzetten van een Stevig Lokaal Team (SLT). Een kanttekening wordt gemaakt door de deskundigencommissie van Ark, die concludeert dat de Hervormingsagenda te eenzijdig op jeugdhulp is gericht en het bijbehorende kader te optimistisch is. De commissie pleit voor een realistischere aanpak, een evenwichtige risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten, en versterking van de lokale teams als spil van het jeugdhulpstelsel. 21

Een andere belangrijke ontwikkeling is de (betere) afbakening van de Jeugdwet en duidelijke verantwoordelijkheden van gemeenten en inwoners, d.i. naar het pleidooi van deskundigencommissie Transformatie Jeugd, en een herijking van het juridisch kader. De jeugdzorgkosten lopen steeds verder op, en de Hervormingsagenda stelt dat we moeten normaliseren. Van daaruit rijst de centrale vraag: welke vormen van zorg en ondersteuning horen nog binnen de Jeugdwet, en waar moet de grens worden getrokken? Tot slot speelt ook het landelijk Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming een rol in de vormgeving van de jeugdhulp. Het scenario beoogt een integrale, meer gezinsgerichte benadering (0100 jaar) waarbij verschillende vormen van jeugdbescherming en -hulp beter op elkaar worden afgestemd. Het Toekomstscenario is gebaseerd op vier pijlers: eenvoudig, rechtsbeschermend en transparant, gezinsgericht en lerend. In overeenstemming met (de ontwikkelingen binnen) andere sociaal domeinwetten, staan ook bij het Toekomstscenario de mogelijkheden en hulpvraag van de cliënt/het gezin, vroegtijdige signalering, laagdrempelige ondersteuning en maatwerk centraal. N.B. Bij (ernstige) zorgen over de thuissituatie is het belang van het kind altijd de eerste afweging.

Dit alles maakt duidelijk dat de jeugdhulp in Nederland in een transitiefase zit: van een systeem dat vooral groeide in aanbod en specialisatie, naar een stelsel waarin normaliseren, demedicaliseren en samenwerking centraal staan. Actuele, lokale ontwikkelingen voor de Jeugdwet De landelijke ontwikkelingen binnen de jeugdhulp werken ook door op Zeeuws en lokaal niveau, binnen de gemeente Sluis. Op Zeeuws niveau werken we intensief samen. De Zeeuwse Regiovisie Jeugdhulp 2023–2028 vormt de regionale vertaling van de Hervormingsagenda en legt de basis voor gezamenlijke keuzes. Als robuuste regio kopen we gezamenlijk specialistische jeugdhulp in. We hebben voorbereidingen getroffen voor nieuwe contracten per 1 januari 2026. Daarnaast richten we ons op een nieuwe aanbesteding per 2028 waarin we de transformatie naar meer preventie en ondersteuning aan de voorkant willen vormgeven. Ook in de om- en afbouw van jeugdzorgPlus trekken we samen op en zoeken we alternatieven voor gesloten jeugdzorg, onder andere via een pilot waarbij we kleinschalige opvang beproeven. In de gemeente Sluis ontvangen ongeveer 600 jeugdigen en hun gezin ondersteuning vanuit de Jeugdwet. De meeste trajecten betreffen GGZ en ambulante ondersteuning. De grootste kosten zitten echter in verblijf: waar Zeeuws gemiddeld 26% van de uitgaven hieraan wordt besteed, ligt dit percentage in Sluis op 34%.

Voor de komende periode onderzoeken we daarom waarom in onze gemeente relatief veel gebruik wordt gemaakt van verblijf en of er passende alternatieven mogelijk zijn. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de pilot die in 2025 is gestart, waarin de kwaliteit, kosten en effectiviteit van de jeugdhulp in relatie tot de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda centraal staan. Op basis van de resultaten onderzoeken we welke veranderingen mogelijk zijn en werken we deze onderbouwd verder uit. Verder zetten we in op een betere samenwerking met het onderwijs. Een vindplaats voor jeugdigen met een ondersteuningsbehoefte. Samen met het project ‘Zeeuws-Vlaanderen De Beste Plek om op te groeien’ zetten we in op laagdrempelige ondersteuning in het onderwijs om zo aan inclusie en normaliseren bij te dragen.

4.3.2. Gewenst resultaat ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Jeugdigen groeien gezond en veilig op in een stabiele omgeving. We signaleren ondersteunings- en/of hulpvragen vroegtijdig bij jeugdigen en hun gezinnen. We voldoen aan de gestelde maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. We voeren de Jeugdwet uit binnen de hiervoor beschikbaar gestelde budgetten. Er is duidelijkheid welke vormen van zorg en ondersteuning binnen de Jeugdwet horen. We zorgen voor passende specialistische jeugdhulp. We verbinden jeugdzorg en onderwijs voor een inclusieve benadering.

22

4.3.3. Actie ➢

➢

➢

➢

➢

We zorgen voor een structurele en intensieve samenwerking met onze ketenpartners. Door regelmatig overleg en informatie-uitwisseling met zorgaanbieders, scholen, kinderopvang, huisartsen, politie, Veilig Thuis en welzijnsorganisaties ontstaat een sterker netwerk rond gezinnen en jeugdigen. Vaste overlegstructuren, gezamenlijke casusbesprekingen en korte communicatielijnen zorgen ervoor dat signalen snel worden opgepakt en passende hulp wordt geboden. Daarnaast sluit het actiepunt (evenals de acties onder 2 en 5 van dit hoofdstuk) aan bij het gedachtegoed van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. We werken volgens één gezin, één plan, één regisseur. Bij gezinnen met meerdere hulpvragen wordt gewerkt vanuit één integraal plan en met één vaste regisseur. Dit voorkomt versnippering, zorgt voor heldere communicatie en geeft het gezin één aanspreekpunt. Hierdoor ervaren gezinnen meer rust en overzicht, en kunnen professionals doelgericht en afgestemd ondersteuning bieden. We onderzoeken kleinschalige, thuisnabije verblijfsvormen We onderzoeken de mogelijkheden voor kleinschalige en thuisnabije verblijfsvormen voor jeugdigen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen. Het doel is om kinderen zo dicht mogelijk bij hun vertrouwde omgeving, school en sociaal netwerk te laten opgroeien, ook wanneer verblijf buiten het gezin noodzakelijk is.

Hierbij kijken we naar vormen zoals pleegzorg in de eigen gemeente, gezinshuizen en logeeropvang bij bekende volwassenen uit het netwerk. Zo willen we komen tot duurzame, warme en passende verblijfsvormen die bijdragen aan stabiliteit, veiligheid en het behoud van belangrijke relaties. We werken gezins-/systeemgericht en in gezamenlijkheid met het sociaal en professioneel netwerk aan blijvende veilige (thuis)situaties voor kinderen en volwassenen. We sluiten hiervoor aan bij de gestelde kaders en beschikbare handreikingen, zoals: de Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid, de leidraad Werken aan veiligheid en de nog verwachtte, nieuwe (Zeeuwse) Regiovisie voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Om de doelstellingen vanuit het Toekomstscenario te bereiken, investeren we in de benodigde expertise op het gebied van veiligheid (cf. Top 3-methodiek), de samenwerking met veiligheidspartners en de bekendheid en toepassing van de interne meldcode. We maken gebruik van de inzichten uit de Pilot jeugdhulp om in de toekomst gerichtere en onderbouwde impulsen te geven. In 2025 is een pilot gestart waarin de kwaliteit, kosten en effectiviteit van jeugdhulp in relatie tot de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda in kaart worden gebracht. Het doel is om te sturen op passende hulp: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig.

Op basis van de opgedane ervaringen zetten we waar mogelijk goedkopere en effectievere jeugdhulpvormen in, met nadruk op normaliseren, beschikkingsvrij werken en het versterken van de eigen kracht van gezinnen.

4.4 Participatiewet & Inburgering 4.4.1. Context Het doel van de Participatiewet is om zoveel mogelijk mensen te laten deelnemen aan de samenleving, door arbeidsparticipatie of re-integratie te bevorderen, aansluitend bij de persoonlijke mogelijkheden en bij voorkeur via betaald werk. De wet is bedoeld voor mensen die zonder ondersteuning niet zelfstandig aan het werk komen, waaronder mensen met een arbeidsbeperking. Voor mensen die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, biedt de wet een vangnet via de bijstandsuitkering. Dit garandeert een inkomen tot het sociaal minimum. In de gemeente Sluis wonen in vergelijking met landelijke cijfers relatief gezien bijna de helft minder inwoners met een bijstandsuitkering. Ten opzichte van 2021 is er tot 2024 een dalende trend van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering – zowel op lokaal als landelijk niveau. Het stimuleren van arbeidsparticipatie en (re-)integratie geven we vorm in samenwerking met het UWV, het WerkServicePunt Zeeuws-Vlaanderen (WSPZVL), de Zeeuwse Werkkamer en de Centrale Aan de Slag Zeeland. Ook een goede samenwerking met werkgevers is cruciaal. Naast de Participatiewet is de gemeente ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet Inburgering. Alle partijen in het inburgeringsstelsel werken gezamenlijk aan een goede start en integratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving.

Als gemeente bieden we begeleiding aan nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn. Dit doen we in samenwerking met partners als Piblw, Scalda en Vluchtelingenwerk, door o.a. het aanbieden van een passend inburgeringsprogramma. Het aantal inburgeraars is afhankelijk van het aantal statushouders dat in de gemeenten gehuisvest wordt. De afgelopen jaren zien we de taakstelling voor de te huisvesten statushouders stijgen. Wanneer 23

deze stijgende taakstelling gerealiseerd wordt, betekent dit dat het aantal inwoners met een inburgeringsplicht zal stijgen. Actuele ontwikkelingen voor de Participatiewet In april 2025 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel “Participatiewet in Balans” aangenomen, waarmee we toewerken naar meer bestaanszekerheid door een versoepeling van de wet- en regelgeving, het stimuleren van (arbeidsmatige en/of maatschappelijke) participatie en het vereenvoudigen van de uitvoering. Een aantal hardheden in de huidige wet worden weggenomen. We zetten inwoners centraal en we gaan uit van vertrouwen. Zodoende wordt beter aangesloten op wat inwoners (aan)kunnen en nodig hebben. Professionals krijgen meer ruimte om hen daarbij te helpen. Hier vermelden we ook nog specifiek het belang om de basisvaardigheden van de participatie-doelgroep te bevorderen. Uit onderzoek blijkt dat 2,5 miljoen Nederlanders tussen 16 en 75 jaar moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden. Hiervan heeft twee derde de Nederlandse taal als thuistaal. Basisvaardigheden zijn cruciaal in kader van zelfstandigheid en het deelnemen aan de samenleving. Voor laaggeletterden geldt bijvoorbeeld dat zij minder inkomsten uit werk behalen en hogere zorgkosten betalen. Volgens de meest recente berekening bedragen de maatschappelijke kosten voor laaggeletterdheid €1,13 miljard per jaar.

Ander onderzoek toont aan dat laaggeletterden jaarlijks €572 miljoen aan inkomsten mislopen.

4.4.2. Gewenst resultaat Onze visie is dat arbeidsmarktdeelname een grote, zo niet bepalende factor is in het welzijn en geluk van mensen. Participatie is de optimale vorm van meedoen. Daarom willen we zoveel mogelijk inwoners in de bijstand en niet-uitkeringsgerechtigden aan een baan helpen. Als dat niet lukt, bieden we een ander perspectief. We willen de volgende (deel)resultaten bereiken: ➢ We voldoen aan de (nieuwe) wettelijke verplichtingen. Het gaat om de verplichtingen vanuit de Participatiewet, de Participatiewet in Balans en het maken van de (professionele) cultuuromslag maken die hiervoor benodigd is. ➢ Inwoners kunnen naar vermogen deelnemen aan de samenleving. Indien nodig, worden ze ondersteund bij hun financiële zelfredzaamheid. Een voldoende en voorspelbaar inkomen is belangrijk om te kunnen voorzien in levensonderhoud. Als gemeente begeleiden we inwoners daarom, waar nodig, naar onderwijs, (aangepast) werk en/of een zinvolle dagbesteding. Dit geeft zin en inhoud aan het leven. Wanneer inwoners (tijdelijk) niet kunnen werken of wanneer inkomsten uit werk niet toereikend zijn, bieden we ondersteuning in kader van bestaanszekerheid. Op deze manier kunnen ze toch mee blijven doen in de samenleving. Hierbij geldt het uitgangspunt: een aanvraag voor een uitkering, is een vraag om ondersteuning bij het zoeken naar gepast werk.

➢ We voldoen aan de landelijke taakstelling Beschut Werk. ➢ We streven naar goede basisvaardigheden (waaronder het taalniveau, de leesvaardigheid en digitale vaardigheden) voor alle inwoners van de gemeente Sluis. In onze gemeente is 13% van de inwoners laaggeletterd. Dit kan het vinden van een baan of het grip krijgen op geldzaken bemoeilijken. Vanwege het generationeel effect, is vroegtijdige opsporing gekoppeld aan een preventieaanbod van groot belang. ➢ We begeleiden en huisvesten nieuwkomers.

4.4.3. Actie ➢

➢

We implementeren de nieuwe verplichtingen en het gedachtengoed vanuit de Participatiewet in Balans in onze verordening, beleidsregels, werkinstructies en -processen per 1 januari 2026. We werken zoveel mogelijk via de leidraad van de VNG in het essay “Bestaanszekerheid als belofte”. In ons handelen zetten we in op het toepassen van de menselijke maat en op het (meer) vanuit vertrouwen en empathie benaderen van onze inwoners. We waken voor een complexiteit aan regels en zorgen voor een goede toegankelijkheid van verschillende vormen van ondersteuning. We zetten inwoners in hun kracht en bieden de ruimte om (maatschappelijke) participatie zelf (mee) vorm te geven. We stimuleren arbeidsmarktdeelname en (re-)integratie voor alle inwoners. We bieden een duurzaam (breed) perspectief aan onze inwoners en specifiek aan hen die in de bijstand zitten. Dit doen we in de eerste plaats door de doelgroep naar langdurig, passend werk te leiden. Hierbij gaat werk voor op onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. Als 24

➢

➢

➢

➢

dat niet lukt, gaan we samen op zoek naar een zinvolle dagbesteding c.q. maatschappelijke participatie. We evalueren en maken indien nodig (vernieuwde) afspraken of intentieverklaringen met betrokken partners en werkgevers om de arbeidsmarkt dichter bij onze doelgroep te brengen. We monitoren de door- en uitstroom naar school en werk. Door het monitoren van de door- en uitstroom(cijfers) naar school en werk, van zowel inwoners met een uitkering als niet-uitkeringsgerechtigden, krijgen we inzicht in en kunnen we inspelen op veranderende behoeften van de doelgroep én ontwikkelingen in de samenleving. We zetten in op het voorkomen van financiële problemen en signaleren deze vroegtijdig. Als gemeente zijn we benaderbaar voor inwoners met geldzorgen. We handelen zoveel als mogelijk preventief. We geven voorlichting en advies en bieden de juiste, laagdrempelige ondersteuning. We verkennen de mogelijkheden om dit ook gebiedsgericht te doen. Inwoners met problemen begeleiden we tijdig naar de juiste vormen van hulp. We werken hierin nauw samen met maatschappelijke partners. Het minimabeleid is erop gericht om inwoners zoveel als mogelijk gelijke kansen te bieden. Er is speciale aandacht voor de positie van kinderen die opgroeien in gezinnen die minder te besteden hebben, op o.a. de gebieden onderwijs, sport, cultuur, het behalen van een zwemdiploma en mobiliteit.

We ondersteunen inwoners en specifiek statushouders met een achterstand in taal en andere basisvaardigheden. In 2026 implementeren we de Basismeter in onze gespreksvoering met klanten. De meter biedt een indicatie of een inwoner scholing nodig heeft. Na een jaar evalueren we de toepassing van de basismeter. Hierin nemen we ook de ervaringen uit de Zeeuws-Vlaamse pilot mee. Op basis van de uitkomsten, onderzoeken we de meerwaarde om de basismeter geheel of gedeeltelijk binnen de brede maatschappelijke dienstverlening te implementeren. Daarnaast bieden we in samenwerking met diverse partners een formeel en informeel aanbod aan voor het bevorderen van basisvaardigheden.

4.5 Schuldhulpverlening 4.5.1. Context De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is bedoeld om de kwaliteit en effectiviteit van hulp te verbeteren en versnippering in schuldhulpverlening tegen te gaan. De gemeente is verantwoordelijk voor een laagdrempelige toegang tot hulp voor inwoners met (dreigende) schulden. Een integrale aanpak staat centraal: de hulpverlening is niet alleen gericht op het aflossen van schulden, maar ook het aanpakken van onderliggende oorzaken zoals psychosociale problemen, verslaving of gezondheidsklachten. Om terugval te voorkomen, kan nazorg worden aangeboden. Sinds 2021 zijn gemeenten (ook) wettelijk verplicht om signalen van betalingsachterstanden bij vaste lasten (huur, energie en zorgverzekering) actief op te volgen met het oog op een vroegtijdig hulpaanbod. Actuele ontwikkelingen binnen de schuldhulpverlening Naar aanleiding van de landelijke kindertoeslagaffaire (2005-2019), bieden zowel de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) als gemeenten ondersteuning aan de rechthebbende ouders, hun gezinnen en ex-toeslagpartners aan. Dit wordt ook de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslag genoemd. Het aanbod van UHT bevat financiële compensatie, een schuldenaanpak en eventuele aanvullende schadecompensatie. Gemeenten kunnen helpen in het emotioneel herstel en het maken van een nieuwe start.

De gemeentelijke hulp is gericht op het behalen van de (rijksbrede) maatschappelijke doelstellingen op vijf levensgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg. In de zomer van 2024 is door VNG, NVVK en Divosa een landelijk actieplan gepubliceerd om de basisdienstverlening schuldhulpverlening te versterken en te uniformiseren. Aanleiding is dat steeds meer mensen in de problemen komen door hoge schulden. Gemeenten worden geacht de onderdelen uit het actieplan toe te passen, zodat inwoners in elke gemeente toegang hebben tot een minimaal, gelijkwaardig aanbod van (basis)elementen in het dienst- en schuldhulpverleningsaanbod. Voor vroegsignalering worden er landelijke tests uitgevoerd om de signalering uit te breiden met hypotheekachterstanden, gemeentelijke belastingschulden en achterstanden DUO. Het landelijk streven is om het aantal huishoudens met problematische schulden tegen 2030 te halveren en het verdubbelen van het aantal inwoners dat duurzaam schuldenvrij is met gemeentelijke ondersteuning.

25

4.5.2. Gewenst resultaat ➢ ➢ ➢

➢

We voldoen aan het landelijk kader basisdienstverlening schuldhulpverlening. Indien specifieke acties niet toepasbaar of uitvoerbaar zijn voor de gemeente Sluis, bijvoorbeeld vanwege de schaalgrootte of geldende (uitvoerings-)afspraken, motiveren we dat. We geven (verder) uitvoering aan de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslag. We zetten in op het voorkomen van financiële problemen, signaleren deze vroegtijdig en ondersteunen klanten waar nodig. Als gemeente zijn we benaderbaar voor inwoners met geldzorgen. We geven voorlichting en advies en bieden de juiste, laagdrempelige ondersteuning. We handelen als gemeente preventief. Hierdoor willen we voorkomen dat inwoners écht in de problemen raken. We benaderen inwoners actief, bijvoorbeeld bij signalen over (beginnende) schulden. We verkennen de mogelijkheden om dit ook gebiedsgericht te doen. Inwoners met problemen begeleiden we tijdig naar de juiste vormen van hulp. We werken hierin nauw samen met maatschappelijke partners. Inwoners worden, indien nodig, ondersteund bij hun financiële zelfredzaamheid. We bieden, in samenwerking met externe partners, ondersteuning bij administratie en het omgaan met geld. Dit geldt voor de hele schuldhulpverleningsketen: van preventie tot nazorg.

4.5.3. Actie ➢

➢

➢

➢

We werken uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 een plan uit om het landelijk kader basisdienstverlening gefaseerd te implementeren in onze dienstverlening. We maken hierbij gebruik van de beschikbare handreikingen (VNG) en vertalen het plan door in onze werkprocessen. We verzamelen onze data met betrekking tot het schuldendomein gestandaardiseerd en uniform via het landelijk dashboard (DDAS). Door aan te sluiten bij het DDAS en onze data actueel te houden, kunnen we onze dienstverlening waar nodig optimaliseren en vergelijken met landelijke gegevens. We monitoren specifiek de uitstroom van het aantal inwoners aan wie we ondersteuning hebben geboden bij de aanpak van schulden (conform de landelijke ambitie). Uitvoering Hersteloperatie Kinderopvangtoeslag Bij de uitvoering maken we gebruik van de kennis, ervaringen en handreikingen van het VNG en Zeeuwse gemeenten. Het uitgangspunt van de brede ondersteuning vanuit de Hersteloperatie is (altijd) maatwerk, tijdelijk van aard en toekomstgericht. De ondersteuning wordt dus afgestemd op de (huidige) individuele situatie en behoeften van de rechthebbende en diens gezin. Belangrijk is dat de ingezette ondersteuning noodzakelijk moet zijn om de doelen in het plan van aanpak te behalen, d.i. in functie van de gewenste, nieuwe start. De brede ondersteuning stopt wanneer de doelen zijn behaald of een inwoner niet gedupeerd lijkt.

Wanneer er langer ondersteuning nodig is, vindt er een warme overdracht plaats naar reguliere dienstverlening. We hebben aandacht voor specifieke doelgroepen als ondernemers en jongeren/jongvolwassenen met geldzorgen en/of schulden. We verkennen nieuwe samenwerkingsmogelijkheden, om ons aanbod voor specifieke doelgroepen uit te breiden. De aansluiting op en eventuele overdracht naar het bestaande, professionele vangnet is hierbij een vereiste

26

5 Communicatie 5.1 Context Effectieve communicatie is een essentiële randvoorwaarde voor een sterk en goed functionerend Sociaal Domein. Uit de recente evaluatie blijkt dat er op dit gebied ruimte is voor verbetering op verschillende vlakken. Als gemeente zetten we in op communicatie die duidelijk, toegankelijk en doelgericht is, zowel naar buiten toe als intern. Want we willen dat alle inwoners kunnen meedoen. Aandachtspunten communicatie Ten eerste is het belangrijk dat we onze inwoners beter informeren over het gemeentelijk aanbod binnen het Sociaal Domein. En dat we ons bereik vergroten. We bereiken nog niet altijd de mensen die onze ondersteuning het hardst nodig hebben. Daarom investeren we in het beter en gerichter communiceren van ons aanbod, via passende kanalen en in aansluiting op de leefwereld van onze doelgroepen. Dit willen we onder andere doen met de hulp van onze partners. Naast ons aanbod delen we ook graag succesvolle praktijkvoorbeelden. Daarnaast blijven we inzetten op het gebruik van begrijpelijke taal. Alle communicatie, van brieven tot gesprekken en van artikelen tot formulieren, moet helder, eenvoudig en voor iedereen te begrijpen zijn. Zo zorgen we ervoor dat inwoners weten waar ze aan toe zijn, wat ze kunnen verwachten en hoe ze gebruik kunnen maken van voorzieningen. Tot slot vraagt ook onze interne communicatie om aandacht.

Door informatie over nieuwe en eenduidige werkprocessen beter te delen, kunnen we effectiever samenwerken. Dat is nodig om integraal te kunnen handelen en zo beter aan te sluiten bij de vaak complexe vragen van inwoners. En om onze inwoners zo goed mogelijk te informeren. Uitgangspunten communicatie Om bovenstaande aandachtspunten te verbeteren, hanteren we de volgende vijf uitgangspunten in onze communicatie: 1. Persoonlijk We spreken onze doelgroepen zoveel als mogelijk op een persoonlijke manier aan. Denk aan direct contact, persoonlijke aanspreekvormen, betrokkenheid, aandacht voor de situatie en maatwerk waar nodig. 2. Eenvoudig We willen zoveel mogelijk mensen bereiken en we willen dat iedereen snapt waar het over gaat. 3. Herhalend Een boodschap blijft vaak pas echt hangen als iemand er vaker op wordt gewezen. Daarom willen we dat onze doelgroepen op verschillende manieren en momenten met onze informatie in aanraking komen. 4. Beeldend Beelden worden vaak beter begrepen en onthouden dan alleen woorden. We willen daarom zoveel mogelijk gebruik maken van beelden, illustraties en video's in onze communicatie. Zowel op zichzelf staand als ondersteunend bij complexe informatie. 5. Positief We willen juist laten zien wat wél kan en de kansen benadrukken voor onze inwoners. We willen hen vertrouwen geven in onze ondersteuning en in hun eigen kracht.

5.2 Gewenst resultaat ➢ We bereiken onze doelgroepen met passend en vindbaar aanbod Inwoners weten welke ondersteuning beschikbaar is binnen het Sociaal Domein en welke ondersteuning voor hen passend is. Ze ervaren geen drempel om contact met ons op te nemen of om van de ondersteuning gebruik te maken. Onze doelgroepen uit het Sociaal Domein zijn zeer divers. Dit varieert van kinderen tot ouderen en van minima tot mensen met schulden of hulpbehoevenden. We communiceren daarom op een manier die aansluit bij de situatie van de inwoner, met oog voor toon, timing en menselijke maat. ➢ Alle communicatie is begrijpelijk voor inwoners We willen zoveel mogelijk mensen bereiken. Daarvoor is heldere en begrijpelijke communicatie nodig. In de breedste zin van het woord: brieven, gesprekken, artikelen, formulieren, social media berichten, nieuwsbrieven, folders, flyers, enzovoort. Daarbij gebruiken we beelden, video's en illustraties om complexe informatie makkelijk uit te leggen. 27

➢ Communicatie aan externen is eenduidig en ondersteunend aan samenwerking Binnen de gemeente delen we informatie op een duidelijke en toegankelijke manier. Zo weet iedereen waar hij of zij verantwoordelijk voor is. En we zoeken de verbinding met elkaar. Dit bevordert integraal en efficiënt werken.

5.3 Actie ➢

➢

➢

➢

➢

➢

We ontwikkelen een klantreis Het toepassen van (een vorm van) een klantreis en dienstverlening kan helpen om de inwoner beter te informeren en op de hoogte te houden van de genomen en te nemen stappen. In de gesprekstafels kwam regelmatig aan bod dat inwoners veelal niet weten hoe een aanvraagproces (voor geïndiceerde zorg) verloopt, wanneer en op welke manier zij worden geïnformeerd. Samen met betrokken partijen zetten we meer in op communicatie over de algemene voorzieningen Een algemene voorziening is voor iedere inwoner van de gemeente beschikbaar. Dit is lang niet bij iedereen bekend. We stimuleren alle aanbieders om hier meer op in te zetten. We maken daarbij gebruik van korte testimonials of verhalen. Hierbij zou gebruik gemaakt kunnen worden van het volgende voorbeeld: ‘Wist je dat Sven dankzij de algemene voorziening hulp krijgt bij zijn administratie?’. Op deze manier gaat het meer leven bij de inwoners en begrijpen zij beter wat het inhoudt. En welke hulp er mogelijk is. We communiceren duidelijk en proactief over de rollen, kaders en verwachtingen bij participatietrajecten Bij burgerparticipatietrajecten is het essentieel dat inwoners, partners en betrokkenen precies weten waar ze aan toe zijn, waar hun invloed begint en eindigt en wat er met hun input gebeurt. Als dit niet duidelijk is, kan het uitlopen op een (wederzijdse) teleurstelling.

Dat willen we uiteraard voorkomen. Daarnaast stimuleren we burgerinitiatieven en ondersteunen de initiatiefnemers waar het kan én nodig is. We actualiseren het communicatieplan voor het minimabeleid en breiden dit uit tot een communicatieplan voor het Sociaal Domein In het communicatieplan werken we de acties uit dit beleidsplan verder uit. We beschrijven wie onze doelgroepen zijn en waar, wanneer en hoe we hen informeren en benaderen. Hiervoor onderzoeken we eerst waar onze doelgroepen zich bevinden. En we kijken in hoeverre we kunnen aansluiten op bestaande initiatieven, activiteiten en op de issuekalender. We benaderen onze partners om ons te helpen bij het bereiken van onze doelgroepen Zoals eerder beschreven zijn onze doelgroepen binnen het Sociaal Domein zeer divers. Daarbij zijn ze niet altijd even makkelijk te bereiken. Mede doordat een deel van de doelgroep zich schaamt om van een ondersteuning of voorziening gebruik te maken. We zetten daarom meer in op onze partners en vragen hen om ons te helpen bij het bereiken van de doelgroepen. Onze partners zoals de voedselbank, kledingbank, woningcorporaties, zorginstellingen, sportverenigingen en scholen weten beter waar onze doelgroepen zich bevinden en kunnen ondersteunen in het bereiken ervan.

We communiceren laagdrempelig waarbij we rekening houden met de basis- en taalvaardigheden van onze inwoners We herzien onze brieven, artikelen, teksten, formulieren, social media berichten, nieuwsbrieven, folders, flyers, enzovoorts op heldere en begrijpelijke taal. Daar waar nodig vragen we inwoners om input en feedback.

28

6 Monitoring, verantwoording en financieel kader In dit hoofdstuk lichten we nader toe wat we gaan doen om sturing te houden op de uitvoering van dit beleidsplan en hoe we dat gaan doen.

6.1 Monitoring en verantwoording Het is belangrijk om het effect van onze inzet op de hiervoor genoemde thema’s en speerpunten te meten en te volgen. We willen weten of we onze doelen bereiken. En willen tijdig kunnen bijsturen als dat niet het geval is. Tellen en vertellen Om te volgen of we de komende jaren vorderingen boeken in het behalen van de gewenste resultaten en acties werken we datagedreven. We stellen hiervoor kritische prestatie indicatoren op. Deze KPI’s worden de basis voor onze managementinformatie en de doorontwikkeling van de uitvoeringsplannen. Door het maken van afspraken met ketenpartners over dezelfde indicatoren en de keuze voor data gestuurd werken, houden we grip op de kwaliteit en de financiën van de ondersteuning die geboden wordt. Monitoring wordt vast onderdeel van onze (werk)processen. Conclusies op basis van alleen cijfers zijn niet genoeg. Ook ervaringen en inzichten van inwoners en partners zijn nodig. Het gaat om tellen (kwantitatief) én vertellen (kwalitatief). Voor het monitoren door te ‘vertellen’, blijven we in gesprek met onze inwoners en partners. We willen van hen horen wat zij goed en minder goed vinden gaan in het sociaal domein. En of ze concrete ideeën hebben ter verbetering. Het ophalen van deze ervaringen kan op diverse manieren.

Soms in de vorm van, speciaal voor dit doel, georganiseerde bijeenkomsten zijn, maar het kan ook gaan om reguliere bijeenkomsten of activiteiten waarbij we aansluiten. Verantwoording Verantwoording over dit Beleidsplan sociaal domein verwerken we in de jaarlijkse planning & controlcyclus.

6.2 Financieel kader De programmabegroting biedt het financieel kader voor het beleidsplan sociaal domein. De financiële middelen die nodig zijn om dit beleidsplan uit te voeren komen uit de algemene uitkering van het Rijk en de Brede SPUK-regeling. Het streven is om binnen de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten te blijven. Het denkkader in dit beleidsplan richt zich daarbij op het vinden van de balans tussen de investeringen in de sociale basis en de inzet van maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo, Jeugdwet en de Participatiewet. De realiteit leert ons dat het, gezien de inhoudelijke en financiële uitdagingen in het sociaal domein en de openeinderegelingen, voorkomt dat budgetten bijgesteld moeten worden. Een voorbeeld hiervan is de onvoorspelbaarheid van de ontwikkelingen in de jeugdzorg. De landelijke Hervormingsagenda Jeugd bevat maatregelen om de kosten van de jeugdzorg te beperken. Als deze hervormingsagenda onvoldoende resultaat brengt, dan zijn de kosten daar moeilijk te beheersen. Mocht er toch sprake zijn van tekorten vanwege de open einde regelingen dan kunnen er middelen onttrokken worden uit de reserve sociaal domein voor de uitvoering van dit beleidsplan. Een andere ontwikkeling is dat wij als gemeente steeds meer incidentele rijksbijdragen ontvangen in plaats van structurele middelen. Een voorbeeld hiervan zijn de middelen voor GALA en IZA.

Dit maakt het moeilijker voor de lange termijn financiële stabiliteit te waarborgen.

29

7 Tot slot Zoals vermeld in Hoofdstuk 1, vormt het evaluatierapport van december 2024 de basis voor het nieuwe, voorliggende Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030. De evaluatie heeft ons vijf specifieke uitgangspunten opgeleverd. Deze vijf punten hebben we op verschillende manieren verwerkt in het nieuwe beleidsplan. Aan het thema communicatie hebben we een afzonderlijk hoofdstuk gewijd, met concrete acties en resultaten die we de komende periode willen bereiken. Communicatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, we hebben daarin de betrokkenheid van en samenwerking met onze partners en inwoners hard nodig. De inzet van het community platform SamenSluis is daarbij van grote toegevoegde waarde. Daarnaast is preventie een belangrijke pijler. Het versterken en inzetten van de sociale basis voor alle inwoners vergt een integrale en gezamenlijke aanpak. We stimuleren betrokkenheid en samenkracht door meer ontmoetingsplekken in onze gemeente te faciliteren en/of te promoten. Het vormgeven van laagdrempelige en/of voorliggende voorzieningen is daarbij een pré. De gestelde doelen (gewenste resultaten) in het beleidsplan worden uitgewerkt in onder andere uitvoeringsplannen en subsidieregelingen. De aandacht voor jongeren en de herpositionering van het jongerenwerk wordt vormgegeven binnen het concept van één brede maatschappelijke dienstverlening.

We onderschrijven het belang ervan, maar in de uitvoeringsplannen besteden we gelijkwaardig aandacht aan de doorontwikkeling van alle huidige taken, rollen en functies binnen het gemeentelijk welzijnswerk. Zo werken we toe naar één stevige, integrale toegang voor het sociaal domein. We zetten het voorliggend en preventief hulp- en dienstverleningsaanbod op de voorgrond. De samenwerking met tal van vrijwilligers, organisaties of betrokken verenigingen/stichtingen is hierbij cruciaal. Waar het echt nodig is, kan geïndiceerde zorg worden ingezet. Hierbij zetten we de klant centraal, passende hulp en ondersteuning organiseren we rond de persoon en diens netwerk. De evaluatie heeft bevestigd dat de route die we hebben uitgestippeld, de juiste is. In het nieuwe beleidsplan scherpen we deze koers, waar nodig aan. Samen met inwoners, vrijwilligers(organisaties) en samenwerkingspartners brengen we de ombuiging van zorg naar preventie verder tot uitvoering.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=c6f2899c-0086-41ae-8028-ba7f7c1e676f