02 Beleidsplan sociaal domein gemeente Sluis 2026-2030 - Bijlage a Beleidsplan sociaal domein gemeente Sluis 2026-2030
Tekst van het document
Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030
Gemeente Sluis
DECEMBER 2025
1
Voorwoord Met trots presenteren we het beleidsplan voor het Sociaal Domein 2026-2030. Dit plan is mede gebaseerd op de evaluatie van december 2025. Samen met inwoners, maatschappelijke partners en gemeentelijke professionals hebben we gekeken naar wat nodig is om iedereen in de gemeente Sluis volwaardig te laten meedoen in onze samenleving – ongeacht leeftijd, achtergrond of ondersteuningsvraag. De kracht van dit plan lig bij onze inwoners zelf. Wij zijn er van overtuigd dat iedereen talenten en mogelijkheden heeft om bij te dragen aan de samenleving. Waar nodig bieden we (laagdrempelige) ondersteuning, maar altijd met oog voor wat mensen zelf kunnen en willen. In principe tijdelijk en steeds zo lang als nodig om zelfredzaamheid te bereiken. Het versterken van de samenkracht en sociale basis biedt ons kansen. Denk hierbij aan ontmoetingsplekken, culturele voorzieningen, het verenigingsleven en scholen. Vanuit ontmoeting kan echte verbinding tussen inwoners ontstaan, samenredzaamheid en het ontwikkelen van gezamenlijke initiatieven. Ook de betrokkenheid van onze vrijwilligers en mantelzorgers zijn van grote waarde. Ook de komende jaren zullen we moeten (blijven) inzetten op preventie; de ombuiging van zorg naar welzijn. Hiervoor staan we samen aan de lat. Alleen samen kunnen we bouwen aan een samenleving waarin iedereen zich gezien, gehoord en gesteund voelt, want
“Als we streven naar vitale inwoners en leefbare kernen in de gemeente Sluis, dienen we samen te werken aan een sterke sociale basis" Dit beleidsplan is daarmee geen eindpunt, maar een uitnodiging aan iedereen om mee te blijven denken, doen en beslissen. Alleen zo geven we vorm aan een sociaal domein dat dichtbij is, toegankelijk blijft en toekomstbestendig is – gedragen door de mensen om wie het gaat.
Patricia van de Vijver-van Deursen, Wethouder
2
Inhoudsopgave Voorwoord ..............................................................................................................................................2 Introductie ..............................................................................................................................................4 Leeswijzer ........................................................................................................................................4 1. Eén sociaal domein.......................................................................................................................6 1.1. Reikwijdte Beleidsplan Sociaal Domein .............................................................................6 1.2. Waar staan we nu? ............................................................................................................6 2. Strategische doelstellingen voor één sociaal domein ..............................................................8 3. Eén brede maatschappelijke dienstverlening. .........................................................................11 3.1. Context.............................................................................................................................11 3.2. Gewenst resultaat ............................................................................................................12 3.3.
Actie .................................................................................................................................12 4. Wettelijke taken sociaal domein ................................................................................................15 4.1 Sociale basis ..........................................................................................................................15 4.1.1. Context.................................................................................................................................15 4.1.2. Gewenst resultaat ................................................................................................................18 4.1.3. Actie .....................................................................................................................................18 4.2 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) .....................................................................19 4.2.1 Context..................................................................................................................................19 4.2.2. Gewenst resultaat ................................................................................................................20 4.2.3.
Actie .....................................................................................................................................21 4.3 Jeugdhulp ...............................................................................................................................21 4.3.1. Context.................................................................................................................................21 4.3.2. Gewenst resultaat ................................................................................................................22 4.3.3. Actie .....................................................................................................................................23 4.4 Participatiewet & Inburgering ...............................................................................................23 4.4.1. Context.................................................................................................................................23 4.4.2. Gewenst resultaat ................................................................................................................24 4.4.3.
Actie .....................................................................................................................................24 4.5 Schuldhulpverlening .............................................................................................................25 4.5.1. Context.................................................................................................................................25 4.5.2. Gewenst resultaat ................................................................................................................26 4.5.3. Actie .....................................................................................................................................26 5 Communicatie .............................................................................................................................27 5.1 Context.....................................................................................................................................27 5.2 Gewenst resultaat ....................................................................................................................27 5.3 Actie .........................................................................................................................................28 6 Monitoring, verantwoording en financieel kader
.....................................................................29 7 Tot slot .........................................................................................................................................30
3
Introductie Het sociaal domein van de gemeente Sluis heeft betrekking op alle activiteiten en voorzieningen die we samen met partnerorganisaties aanbieden in functie van hun welzijn en zelfredzaamheid. Het gaat om hulp en ondersteuning op het gebied van bestaanszekerheid (werk en inkomen), meedoen, welzijn, zorg, opvoeden en opgroeien. In het Beleidsplan Sociaal Domein leggen we vast wat onze gemeenschappelijke opdracht is, welke gemeente we willen zijn, wat we belangrijk vinden, en wat we willen doen. Met het beleidsplan stippelen we met andere woorden een richting uit, maar die is niet nieuw. Het is eerder een bevestiging van een pad dat we samen al zijn ingeslagen en een logische volgende stap naar een (meer) integraal sociaal domein. Het vastleggen van de gezamenlijke stip aan de horizon, waarbij we eenduidige begrippen en termen gebruiken en tot gedeelde uitgangspunten komen, bevordert het integraal samenwerken. Hierbij gaat het niet alleen over de samenwerking binnen de eigen gemeentelijke organisatie, maar zeker ook over de samenwerking met onze maatschappelijke partners.
Leeswijzer Voor u ligt het Beleidsplan Sociaal Domein voor de jaren 2026-2030. Dit document geeft ons een kompas om mee te bewegen met de veranderingen in de samenleving. En helpt ons om op koers te blijven. Het beleidsplan is de basis voor beleid en uitvoering in het sociaal domein voor de komende jaren (20262030). Als we “we” zeggen in dit document, dan bedoelen we de gemeente Sluis. In hoofdstuk 1 lichten we toe welke beleidsvelden onder het sociaal domein vallen en welke er direct mee in verbinding staan. Vervolgens behandelen we in hoofdstuk 2 de strategische doelstellingen voor het gehele Sociaal Domein. Deze strategische doelstellingen raken ook alle aanpalende beleidsvelden, zoals cultuur, sport en onderwijs. In hoofdstuk 3 staan we stil bij de brede maatschappelijke dienstverlening, ofwel een integrale toegang. Hoofdstuk 4 gaat dieper in op de sociale basis en de wettelijke (gemeentelijke) taken. Hierin schetsen we per beleidsveld c.q. wettelijke taak de context, de gewenste resultaten en daarbij horende acties. In hoofdstuk 5 staan we stil bij de communicatie. De opgesomde resultaten zijn niet één-op-één te koppelen aan de benoemde acties. Meerdere acties kunnen betrekking hebben op een resultaat en andersom.
4
5
1. Eén sociaal domein De centrale opgave in het sociaal domein is het bevorderen van welzijn en bestaanszekerheid zodat onze inwoners mee kunnen (blijven) doen in de maatschappij. Het stelsel is de afgelopen jaren steeds meer onder druk komen te staan. We zien het aantal hulpvragen en de kosten binnen het sociaal domein stijgen. Ook het tekort aan personeel versterkt de noodzaak om kritisch te kijken wanneer individuele hulp nodig is. In deze context kiezen we ervoor om ons te richten op het versterken van de zelfredzaamheid én samenkracht in de gemeenschap. De gemeentelijke opdracht in het sociaal domein is grotendeels vastgelegd in vijf wetten: de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de wet Schuldhulpverlening (Wgs), de Participatiewet (Pw) en de wet Inburgering. Het brede welzijnswerk behoort ook tot het sociaal domein. De vijf wetten bieden een vangnet voor inwoners die op eigen kracht en met evt. ondersteuning vanuit het eigen netwerk niet of onvoldoende kunnen participeren. Naast de wettelijke taken, hebben we te maken met de aanpalende beleidsvelden van onderwijs, sport, cultuur, inwonerparticipatie en gezondheidszorg. Ook het ruimtelijk domein, wonen, de spreidingswet, openbare orde en veiligheid zijn verbonden met het sociaal domein. Deze aanpalende beleidsvelden zorgen voor belangrijke randvoorwaarden en een stevig fundament.
Binnen het sociaal domein richten we ons dan ook op meer dan alleen hulpverlening. Juist door het sociaal domein te koppelen aan de aanpalende beleidsvelden komen we tot een integrale, brede aanpak. Het versterken van de eigen kracht en ook de zorg en ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben, speelt zich grotendeels af in de lokale gemeenschap. Die ondersteuning bieden we samen met vele partners op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau. Vertrouwen in elkaar, de overheid en instanties is daarbij belangrijk.
1.1.
Reikwijdte Beleidsplan Sociaal Domein
We kiezen ervoor om dit beleidsplan te richten op enerzijds de overkoepelende doelstellingen voor het volledige sociaal domein en de uitvoering daarvan, waarbij we anderzijds de wettelijke verantwoordelijkheden en werkzaamheden van de gemeente nader uitwerken. Het gaat om de verplichtingen die vallen onder de: • Jeugdwet; • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); • Participatiewet (Pw); en • Wet Inburgering. Het brede welzijnswerk behoort ook tot het sociaal domein. De gemeente is namelijk vanuit de Jeugdwet, Wmo, Pw, de Wgs en de wetgeving omtrent statushouders en inburgering opdrachtgever voor het welzijnswerk. Naast bovengenoemde wettelijke taken, behandelen we ook de (recente) verplichting vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) tot een visie op de sociale basis en relevante, lokale ambities. Voor de aanpalende beleidsvelden worden separate beleidsplannen opgesteld, zoals het sport- en sportaccommodatiebeleid; een beleidsplan cultuur en erfgoed; onderwijsbeleidsplan en geactualiseerd beleid voor inwonerparticipatie. Vanwege het onderlinge verband, werken we vanuit overkoepelende strategische doelstellingen voor het gehele sociaal domein (zie ook Hoofdstuk 2).
1.2.
Waar staan we nu?
De kosten in het sociaal domein zijn de afgelopen jaren gestegen. Deze kostenstijgingen drukken zwaar op de gemeentelijke begroting en vragen om maatregelen. Ondanks alle inspanningen zien we dat er een steeds groter beroep wordt gedaan op individuele voorzieningen. Hierbij dienen we rekening te houden met een aantal ontwikkelingen en feitelijkheden. Zo is er sprake van een dubbele vergrijzing. Mensen leven langer en méér mensen worden ouder. Het aandeel ouderen in de gemeente Sluis ligt hoger dan het landelijk aandeel. Wel neemt de vergrijzing op lokaal niveau minder hard toe dan op landelijk niveau. Ook zien we dat de vraag naar jeugdhulp stijgt en het aantal mantelzorgers (jong en oud) in onze gemeente, in tegenstelling tot de landelijke ontwikkeling, vrij groot is. Daartegenover staat een daling in het aantal vrijwilligers. Wat daarbij opvalt is dat het aantal ouderen (65+) dat vrijwilligerswerk verricht in onze gemeente de laatste jaren is gestegen. 6
Op het gebied van bestaanszekerheid, wordt de sociaal-economische status (SES) van onze inwoners licht hoger gescoord dan landelijk gezien. Meer specifiek scoren we beter op welvaart en arbeidsverleden, maar blijft het opleidingsniveau achter ten opzichte van de landelijke cijfers. Tot slot blijkt uit cijfers dat de leefbaarheid in de gemeente Sluis over het algemeen hoger ligt dan het landelijke gemiddelde. Dit is een relatief stabiele ontwikkeling. Op het gebied van voorzieningen scoren we lager dan landelijk. Naast dat méér kwetsbare inwoners aankloppen voor hulp en ondersteuning, zien we ook een tendens dat mensen hulp en ondersteuning zien als een recht en waar men voorbij gaat aan het nemen van eigen verantwoordelijkheid over het eigen leven en dat van hun naasten. Vanuit het professioneel werkveld is een tegenbeweging ontstaan van normalisering en de-medicalisering. Hulp en ondersteuning wordt zoveel mogelijk aangesloten bij wat als “normaal” of “gebruikelijk” wordt gezien in het dagelijks leven. Het gaat erom dat we niet meteen denken in termen van zorg of professionele hulp, maar eerst kijken naar wat inwoners zelf kunnen, wat hun netwerk kan bieden en wat de samenleving als geheel kan faciliteren. Uit de evaluatie van het Beleidsplan Sociaal Domein gemeente Sluis 2020 – 2024 zijn de volgende vijf belangrijke, terugkerende thema’s of conclusies naar voren gekomen: 1.
Verbeteren van de communicatie; 2. Inzetten op preventie door middel van laagdrempelige en/of voorliggende ondersteuning en voorzieningen; 3. Aandacht voor jongeren en de herpositionering van het jongerenwerk; 4. Versterken van de samenwerking en uitwisseling; 5. Indiceren: efficiënt, eenduidig, transparant en indien nodig op maat. Deze onderwerpen zijn verwerkt in voorliggend Beleidsplan Sociaal Domein voor de jaren 2026-2030. In hoofdstuk 5 is nog een extra hoofdstuk over communicatie opgenomen, aangezien dit als een belangrijke randvoorwaarde voortkwam uit de evaluatie. Ook hebben we de zienswijze van de Raad voor Maatschappelijke en Demografische Ontwikkelingen (RMDO) op de evaluatie van het beleidsplan sociaal domein meegenomen in deze nota. Daarnaast hebben de RMDO en de Adviesraad Sociale Zaken advies uitgebracht over het concept beleidsplan. Deze zienswijzen zijn, waar relevant, verwerkt in dit beleidsplan. Diverse beslispunten uit het Zeeuwse Inwonerakkoord Zorg hebben we, waar van toepassing, verwerkt in acties en resultaten. Als laatste zijn de resultaten uit de enquêtes, die zijn binnengekomen via SamenSluis, verwerkt.
7
2. Strategische doelstellingen voor één sociaal domein Op basis van de bestaande en nieuwe wettelijke verplichtingen; regionale afspraken; lokale ambities en het evaluatierapport (maart 2025), streven we naar een aantal overkoepelende strategische doelstellingen voor de jaren 2026-2030. Het zijn doelstellingen voor zowel de wettelijke taken binnen het sociaal domein als de aanpalende beleidsvelden. De strategische doelstellingen worden in alle beleidsvelden nader uitgewerkt tot specifieke (deel)resultaten en acties (zie Hoofdstuk 4). Een eenduidige communicatieaanpak (zie Hoofdstuk 5) is ondersteunend en zelfs een vereiste voor één sterk sociaal domein. 1. Alle inwoners doen en tellen mee In onze gemeente hechten we waarde aan gelijkheid en gelijke kansen. Inclusie is een basiswaarde, die we in een integraal perspectief bekijken. Het is belangrijk dat inwoners zich onderdeel voelen van de Sluisse gemeenschap en daar een bijdrage aan kunnen leveren, in welke vorm dan ook. Meedoen is voor iedereen anders, daarom besteden we extra aandacht aan kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwkomers en inwoners met onvoldoende basisvaardigheden richten we ons specifiek op het bevorderen van arbeidsmarktdeelname, een belangrijke welzijnsfactor. 2.
Inwoners tonen eigenaarschap en nemen verantwoordelijkheid Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun levensonderhoud en persoonlijk welzijn. Waar dat nodig is, stimuleren en faciliteren we hen om zelf oplossingen te vinden voor persoonlijke moeilijkheden of knelpunten in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld bij het verwerven van inzicht in het eigen functioneren, het ontwikkelen of reactiveren van competenties, vaardigheden en een sociaal netwerk. Inwoners kunnen, als lid van de gemeenschap, ook een bijdrage leveren aan het welzijn van de mensen om zich heen. Zij kijken naar elkaar om. Inwoners, partners en de gemeente werken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid aan vitale inwoners en leefbare kernen (zie doelstelling 3. Een stevige sociale basis).
3. Een stevige sociale basis in leefbare kernen Om de ombuiging van zorg naar welzijn te maken (cf. coalitieakkoord 2022-2026), zetten we in op vitale inwoners en leefbare kernen. De sociale basis vormt het fundament en als gemeente vinden we het belangrijk om ze te faciliteren. Meer nog, door het verstevigen van de sociale basis en het inzetten op preventie en vroegsignalering willen we het aantal maatwerkvoorzieningen op grond van de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en/of Participatiewet doen afnemen (zie ook doelstelling 5. De ondersteuningsbehoefte van de inwoner staat centraal). Een maatwerkvoorziening is een voorziening die door gemeenten wordt aangeboden, bedoeld voor inwoners die niet voldoende geholpen kunnen worden met algemene voorzieningen en die specifieke ondersteuning nodig hebben om zelfstandig te kunnen blijven functioneren in de samenleving. Voorbeelden zijn een uitkering, beschut werk, hulp in huis, vervoer, begeleiding.
8
Ons uitgangspunt is om faciliteiten en ondersteuning “zo nabij als mogelijk” te organiseren. Hierbij maken we de kanttekening dat we niet alle soorten voorzieningen in de eigen kern kunnen organiseren. Daarvoor is de schaalgrootte van de gemeente Sluis te klein. Dit vraagt om flexibiliteit en het maken van keuzes. Het voorliggend aanbod op het gebied van cultuur, sport, welzijn en onderwijs zien we als randvoorwaardelijk voor een stevige sociale basis. Prioritair is het verstevigen van het welzijns- en vrijwilligerswerk in combinatie met het faciliteren van ontmoetingskansen. 4. Samen sterk in Sluis Samen kunnen we meer dan alleen. Samenwerking is cruciaal binnen het sociaal domein. Alleen door samenwerking is het mogelijk om de inwoners de best passende ondersteuning te bieden. Het gaat hier niet alleen om de samenwerking binnen het gemeentelijk sociaal domein, maar ook (met) inwoners, andere organisaties en partijen. Denk bijvoorbeeld aan zorgprofessionals, vrijwilligersorganisaties, sport- en cultuurverenigingen en woningcorporaties. Inzetten op duurzame en integrale samenwerkingen is ons uitgangspunt. Integraal omdat we willen investeren in de uitwisselings- en samenwerkingskansen tussen verschillende doelgroepen, leeftijdsgroepen en activiteiten (bijvoorbeeld de combinatie van sport met sociale ontmoeting). 5.
De ondersteuningsbehoefte van de inwoner staat centraal Vroegsignalering, preventie en eigen kracht staan centraal, voor alle leeftijden, doelgroepen en hulpvragen. Zo voorkomen we dat inwoners intensievere en duurdere zorg nodig hebben. We gaan met inwoners in gesprek om hun persoonlijke mogelijkheden en ondersteunings- of hulpvraag in kaart te brengen. Normaliseren is hierbij het uitgangspunt. Nog te vaak wordt geredeneerd vanuit “waar iemand recht op heeft”. We werken toe naar “wat iemand nodig heeft om deel te nemen aan het gewone, dagelijks leven”. Dit houdt in dat niet elke hulpvraag een zorgantwoord nodig heeft: inwoners die daartoe in staat zijn, worden gestimuleerd om zelf actie te ondernemen, eventueel met ondersteuning vanuit de omgeving (zie doelstelling 2. Inwoners tonen eigenaarschap en verantwoordelijkheid). Als inwoners geen ondersteuning willen dan accepteren we dat. Alleen als de veiligheid van de inwoner of van de omgeving in gevaar is, grijpen we in. Om de ondersteuningsbehoefte van de inwoner centraal te stellen, werken we toe naar meer integraliteit in beleid en uitvoering binnen het Sociaal Domein. Dit doen we door middel van een integrale verordening, een integrale toegang en het structureel uitvoeren van een integrale toets c.q. brede uitvraag.
Het gedachtengoed van Positieve Gezondheid vormt hierbij de basis en passen we toe bij alle ondersteunings- en hulpvragen. Door een brede, integrale kijk op gezondheid leggen we het accent niet op ziekte, maar op de persoon en diens veerkracht. Indien nodig, bieden we individueel maatwerk aan (zie doelstelling 6. Toegankelijke en passende hulp en ondersteuning). 6. Toegankelijke en passende hulp en ondersteuning Inwoners van Sluis krijgen passende zorg en/of ondersteuning en weten deze te vinden. We bieden ondersteuning vanuit vrij toegankelijke, algemene voorzieningen (cf. het voorliggend aanbod). Tegelijkertijd garanderen we dat er altijd een vangnet blijft bestaan in de vorm van maatwerkvoorzieningen vanuit de Jeugdwet, Wmo, Wgs, Pw of wet Inburgering. Denk hierbij aan een uitkering, beschut werk, hulp aan huis, vervoer, begeleiding enzovoort. Een dergelijke maatwerkvoorziening is er voor inwoners die het, tijdelijk of permanent, niet op eigen kracht redden. De voorziening zetten we laagdrempelig en kortdurend in, maar zo lang als nodig om zelfredzaamheid en participatie te bereiken. Hierbij kunnen inwoners rekenen op deskundige, passende en toereikende ondersteuning. Waar van toepassing hanteren we specifieke methodieken, zoals de Doorbraakmethode1 en de Top 3-methodiek2. 7.
Data gestuurd werken We werken doelmatig, rechtmatig en zorgen dat ondersteuning maatschappelijk en financieel houdbaar blijft. Onder het begrip doelmatig verstaan we dat de ondersteuning veilig, efficiënt, effectief en cliëntgericht is zoals vermeld in de wet- en lokale regelgeving. Om doelmatig te kunnen werken is 1 Zie pagina 11
Deze methode helpt gezinnen en professionals samen te werken aan veiligheid in situaties van structureel huiselijk geweld of kindermishandeling. Het is gebaseerd op de visie "Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid" en speelt een centrale rol binnen het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. 2
9
rolzuiverheid een belangrijke voorwaarde. Als gemeente zijn we eindverantwoordelijk voor het dienstverleningsproces- en voor de kwaliteit van de ondersteuning die op basis van algemene- en maatwerkvoorzieningen geboden wordt aan de inwoners. Na vaststelling van het beleidsplan, werken we voor de doelstellingen binnen het sociaal domein relevante, kritische prestatie indicatoren uit. Deze KPI’s worden de basis voor onze managementinformatie en de doorontwikkeling van de uitvoeringsplannen. Door afspraken te maken met ketenpartners over dezelfde indicatoren en het inbedden van monitoring in werkprocessen, houden we grip op de kwaliteit en de financiën van de ondersteuning die geboden wordt (zie ook Hoofdstuk 7).
10
3. Eén brede maatschappelijke dienstverlening. 3.1.
Context
Om vorm te geven aan de opgaven voor één sociaal domein, moeten we investeren in passende dienstverlening en moderne werkprocessen voor uitvoeringsvraagstukken. De toekomstige dienstverlening werkt integraal en vanuit de behoefte en leefwereld van de inwoner of hulpvrager. Dit betekent dat we met een brede blik kijken naar de hulpvraag en persoonlijke situatie van de inwoner. We kijken dus niet alleen naar het directe probleem, maar ook naar onderliggende factoren en andere levensdomeinen. Dit alles om de inwoner regie te laten behouden of te nemen op het eigen leven. Een integrale benadering vraagt ook om een geïntegreerde aanpak: hulp en ondersteuning kan door verschillende organisaties worden aangeboden. We richten ons op het normaliseren van zorg, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het gewone, dagelijks leven. Niet elke hulpvraag hoeft tenslotte een zorgantwoord te krijgen. Zo streven we naar zelfredzame, vitale inwoners en leefbare kernen en blijven we als gemeente ook financieel gezond. Onze eerste stap is het vormgeven van één brede maatschappelijke dienstverlening. Het vormt de basis voor toegankelijke en passende zorg en ondersteuning aan inwoners. Dit sluit aan bij onze visie om een sluitende aanpak te realiseren voor inwoners van alle leeftijden. Of, zoals dit ook vaak wordt aangehaald: van 0 tot 100 jaar.
De brede maatschappelijke dienstverlening is onderdeel van de afdeling externe dienstverlening van de gemeente Sluis. Hierbij onderscheiden we twee verschillende, maar samenhangende sporen. Enerzijds de collectieve ondersteuning aan inwoners(doel)groepen, initiatieven, maatschappelijke verenigingen en organisaties (spoor collectief). Anderzijds de individuele ondersteuning aan inwoners met een hulpof ondersteuningsvraag (spoor individueel).
11
3.2.
Gewenst resultaat
Een brede maatschappelijke dienstverlening is cruciaal in onze ambitie tot het ombuigen van zorg naar welzijn. Daarnaast draagt het bij aan meer uniformiteit in ons dienstverleningsproces, een verbeterde toegankelijkheid en een efficiëntere klantreis. We streven naar de volgende deelresultaten: ➢ Er is uiterlijk 1 januari 2027 een loketfunctie voor collectieve ondersteuningsvragen van inwoners(doel)groepen, initiatieven, maatschappelijke verenigingen en organisaties. Eén team voor herkenbare, toegankelijke, laagdrempelige, geïntegreerde (digitale) dienstverlening aan inwoner- en kerninitiatieven, stads- en dorpsraden, sport- en cultuurverenigingen en kleinschalige organisaties. ➢ Er is uiterlijk 1 januari 2028 één integrale toegang voor voorliggende ondersteuning en geïndiceerde zorg bij individuele hulpvragen. Eén team voor herkenbare, toegankelijke, laagdrempelige, geïntegreerde dienstverlening aan (individuele) inwoners van 0 tot 100 jaar met een hulp- of ondersteuningsbehoefte. ➢ We hebben uiterlijk 1 januari 2028 een Stevig Lokaal Team (hierna: SLT) gevormd. Een SLT is een wettelijke verplichting vanuit de Hervormingsagenda Jeugd, Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De toegangsfunctie en het stevig lokaal team overlappen elkaar, maar zijn niet altijd hetzelfde.
Het SLT wordt integraal onderdeel van de brede maatschappelijke dienstverlening. ➢ We voldoen aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. We werken gezins-/systeemgericht en in gezamenlijkheid met het sociaal en professioneel netwerk aan blijvende veilige (thuis)situaties voor kinderen en volwassenen. ➢ Er zijn geen wachttijden voor essentiële hulp. ➢ We monitoren periodiek de ervaringen van inwoners met onze geïndiceerde dienstverlening. Door het breder inzetten van cliëntervaringsonderzoeken meten we periodiek de ervaringen van onze inwoners met onze geïndiceerde dienstverlening. Dit helpt ons om de dienstverlening aan te passen naar de behoeften van de inwoners en maakt inzichtelijk waar we kunnen doorontwikkelen. Daarbij helpt het om beleid, waar nodig, op onderdelen te herijken of nader uit te werken. Monitoring richt zich op zowel de ervaringen met betrekking tot communicatie, als het huidige aanbod van voorzieningen en hulp.
3.3. ➢
➢
Actie
We werken zoveel als mogelijk gelijktijdig dienstverlenings- en uitvoeringsconcepten uit voor de collectieve dienstverlening (prioriteit), één integrale toegang voor individuele ondersteuning en het stevige lokale team. Gezien de grote maatschappelijke opgave geven we prioriteit aan het vormgeven van de collectieve dienstverlening, weliswaar als onderdeel van en afgestemd op het geheel van de brede maatschappelijke dienstverlening. Voor de vormgeving van het SLT geldt specifiek dat we dienen te voldoen aan de wettelijke ingangsdatum per 1 januari 2028 en hiertoe (ook) nadere samenwerkingsafspraken maken dan wel dienstverleningsovereenkomsten of contracten afsluiten met stakeholders. Tot slot integreren we in de concepten ook wettelijke verplichtingen die volgen uit onder andere de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Onderdeel van de genoemde concepten zijn (nieuwe) uitvoeringsplannen. De uitvoeringsplannen beschrijven hoe de doelstellingen uit dit beleidsplan (gefaseerd) worden gerealiseerd. Volgend op het evaluatierapport van december 2025, wordt de versterking en herpositionering van het jongerenwerk (ook) uitgewerkt in de uitvoeringsplannen van Spoor Collectief. Het jongerenwerk maakt onderdeel uit van het welzijnswerk binnen de gemeente Sluis en dient dan ook in samenhang met andere taken op dit vlak te worden bekeken en herijkt.
12
Het jongerenwerk is een preventief, rechtstreeks toegankelijk en collectief aanbod voor jongeren in de gemeente Sluis. Het doel van het jongerenwerk is meerledig en steeds gericht op de ontwikkeling van zelfstandige, betrokken en veerkrachtige volwassenen. Het jongerenwerk wordt zowel ambulant als locatiegebonden vormgegeven. We geven uitvoering aan de verschillende (deel)taken van het jongerenwerk in samenwerking met andere welzijnswerkers én externe partners in het voorliggend veld.
➢
➢
➢
Concrete (deel)taken zijn: het activeren en/of versterken van participatie: jongeren worden gestimuleerd om actief deel te nemen aan de gemeenschap en om (leer)ervaringen op te doen. het versterken van empowerment: met name zelfvertrouwen, vaardigheden, talenten en sociale weerbaarheid. het stimuleren van ontmoeting en verbinding: met zowel leeftijdsgenoten als andere leeftijdsgroepen en interessegebieden, binnen de ruimere leefomgeving van de jongere, zoals school, het verenigingsleven, buurtinitiatieven, hulp- en dienstverlening. het bieden van laagdrempelige ondersteuning bij dagelijkse uitdagingen zoals vriendschappen en relaties, gevoelswereld, opleiding, vrijetijdsbesteding en bijvoorbeeld een weekend-/vakantiebaan; (collectieve) preventie van en signaalfunctie bij maatschappelijke problemen zoals schooluitval, psychische klachten of (risico’s op) criminaliteit. Binnen de collectieve dienstverlening gaan we per 1 januari 2026 ook een samenwerking aan met het Jongerenloket van gemeente Terneuzen. Het Jongerenloket is een voorliggend en vrij toegankelijk ondersteuningsaanbod voor jongvolwassenen (17-27 jaar) met vragen over onder andere wonen, opleiding, werk en geld. Voor de brede maatschappelijke dienstverlening stellen we de volgende drie kernwaarden centraal: nabij, integraal en met mandaat.
We herijken en versterken ons voorliggend veld, aansluitend bij de ombuiging van zorg naar welzijn. We stemmen ons aanbod af op de behoeften en mogelijkheden van de klant, de omgeving en die van onze partners. We kiezen voor een brede, integrale benadering. o De toegang tot hulp en ondersteuning is nabij: vindbaar en toegankelijk voor inwoners (volwassenen en jeugd) en samenwerkingspartners. We waarborgen een ambulant c.q. gebiedsgericht aanbod, met extra aandacht voor het gemeentelijk welzijns- en maatschappelijk werk. Binnen dit specifieke werkveld treedt de gemeente informerend, verbindend, stimulerend en waar nodig ondersteunend en/of faciliterend op. We zetten in op en maken gebruik van het netwerk en de gemeenschap (samenkracht en samenredzaamheid). Door de laagdrempeligheid, kan bovendien preventief worden gehandeld: eventuele zorgen, kwetsbaarheden en/of risicofactoren worden eerder gesignaleerd. o We onderzoeken de komende periode aan welke vormen en/of specifieke taken van het welzijnswerk nood is in onze gemeente. We starten hiermee uiterlijk in Q2 2026 en streven ernaar om het onderzoek uiterlijk 1 januari 2027 af te ronden. Belangrijk om te vermelden is dat het jongerenwerk, zoals omschreven in het tweede actiepunt, in dit ruimere perspectief wordt bekeken.
Hiervoor wordt binnen het welzijnswerk de samenwerking aangegaan dan wel versterkt met andere welzijnswerkers, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie. o Inwoners worden begeleid als ze er alleen en/of met ondersteuning vanuit het persoonlijk netwerk of de sociale basis niet uitkomen. Indien nodig, worden ze doorverwezen naar (tijdelijke) specialistische expertise, passende ondersteuning en/of hulp. Als de achterliggende problematiek vooral sociale oorzaken heeft, wordt er samenhangende hulp ingezet, met mandaat over de verschillende gemeentelijke domeinen. We voeren periodieke cliëntervaringsonderzoeken uit. Het uitvoeren van cliëntervaringsonderzoeken is een wettelijke taak van de gemeente. Hierbij wordt onder andere de cliëntervaring gemeten met de bereikbaarheid en vindbaarheid van de gemeentelijke toegang. Op basis van de resultaten kunnen we onze dienstverlening verbeteren. We zijn gestart met een vernieuwd, doorlopend cliëntervaringsonderzoek (continuemeting) binnen de Wmo. De continuemeting heeft betrekking op de ervaringen van Wmo cliënten met een (her)indicatie vanaf 2025. We evalueren de continuemeting elk kwartaal. Halverwege 2026 onderzoeken we de meerwaarde en impact van dit type meetinstrument voor cliëntervaringen binnen de andere wettelijke taken, zoals de Jeugd- en Participatiewet. 13
➢
➢
We evalueren en positioneren de (functie van) onafhankelijke cliëntondersteuning. We bepalen op basis van een Zeeuws-Vlaamse evaluatie de positionering van onafhankelijke cliëntondersteuning. Momenteel wordt Zeeuws-Vlaams uitvoering gegeven aan deze wettelijke taak. De toekomstige invulling kan in de toekomst mogelijk ook extern worden georganiseerd, dus buiten de sporen 1 en 2 van de brede maatschappelijke dienstverlening. We voeren vanaf 2026 de Doorbraakmethode in. Voor veel inwoners, vooral met multi-problematiek, werkt ons aanbod aan maatwerkvoorzieningen vaak onbedoeld belemmerend, in plaats van helpend. Soms is hierbij een uitzondering op de regel nodig: een doorbraak. De Doorbraakmethode is een beproefde manier van werken langs zes processtappen, waarmee sociaal professionals makkelijk en onderbouwd maatwerk kunnen leveren in het sociaal domein. De Doorbraakmethode stelt hen in staat gelegitimeerd, onderbouwd en goedkoper maatwerk te leveren zonder willekeur te veroorzaken.
14
4. Wettelijke taken sociaal domein 4.1 Sociale basis 4.1.1. Context Sinds 2023 hebben gemeenten een belangrijke taak in het bouwen aan het fundament voor een gerichte lokale en regionale aanpak van preventie, gezondheid en sociale basis. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) 2023 – 2026. Een van de verplichtingen uit dit landelijke akkoord is het lokaal uitwerken van een beleidsvisie op de Sociale Basis. Wij zien deze visie niet als een losstaand document, maar als integraal onderdeel en versterking van het gehele Sociaal Domein. In de gemeente Sluis zetten we ons samen met inwoners en partners in voor een sterke sociale basis in leefbare kernen. We streven naar een zelfredzame en betrokken samenleving. Naast het sociale netwerk, bestaat de sociale basis uit een aanbod van voorzieningen en activiteiten dat voor iedereen vrij toegankelijk is. Cultureel-, sport, onderwijs- en welzijnsaanbod zien wij hierbij als randvoorwaardelijk. We willen investeren in een aanbod van ondersteuning en zorg, waarbij de eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners wordt gestimuleerd. In onze gemeente is de sociale cohesie op veel plekken bovengemiddeld. Deze kracht kunnen we benutten in de doorontwikkeling van de sociale basis. Er zijn vier hoofdredenen waarom wij investeren in de sociale basis: 1.
Het inzetten op ontmoeting, meedoen, omkijken naar elkaar draagt bij aan een verhoogd welzijn van inwoners en versterkt de sociale samenhang. 2. Een sterke sociale basis helpt bij het vroegtijdig signaleren van (hulp)vragen van inwoners. Vragen en moeilijkheden zijn daarmee makkelijker te beantwoorden en/of door te verwijzen. De brede maatschappelijke dienstverlening, het aanbod van voldoende vrijwilligers en de inzet van mantelzorgers hangt hiermee samen. 3. Het welbevinden c.q. de mentale gezondheid van onze jongeren dient te worden versterkt. De positionering en het aanbod van het jongerenwerk is een belangrijk aandachtspunt. 4. Een sterke sociale basis kan bijdragen aan het verminderen van individuele zorgtrajecten. Daarmee kan het leiden tot minder (extra) zorgkosten. Een doorverwijzing vanuit de eerste- en tweedelijnszorg naar voorliggend en toegankelijk aanbod draagt er aan bij dat, inwoners ‘die echt zorg nodig hebben’ dit nu en in de toekomst kunnen blijven ontvangen. Wat is de sociale basis? Met de sociale basis bedoelen we de informele en formele contacten en relaties tussen inwoners, netwerken en organisaties/verenigingen in de lokale samenleving. Het gaat om wat mensen samendoen. Het is het deel van de samenleving waar mensen met elkaar de gemeenschap vormen.
De sociale basis kan onderverdeeld worden in drie soorten: de persoonlijke, gemeenschappelijke en institutionele sociale basis. De beïnvloedbare ruimte is voor de gemeente het grootst in de institutionele sociale basis en het kleinst in de persoonlijke sociale basis. De persoonlijke sociale basis richt zich op de inwoner en diens netwerk. Basisvoorzieningen, zoals wonen of onderwijs, dragen hieraan bij. De gemeenschappelijke sociale basis gaat over de omgeving waar een inwoner zich in bevind. Onder andere het aanbod van (sport)clubs en verenigingen maakt hier onderdeel van uit. Inzet van vrijwilligers/vrijwillige inzet van individuen, is een belangrijke pijler. Ook burgerinitiatieven zijn verbonden met de sociale basis en kunnen bijdragen aan het bereiken van onze doelstellingen. De institutionele sociale basis wordt gevormd door het aanbod aan (fysiek) plekken en organisaties waar inwoners samen kunnen komen. Denk bijvoorbeeld aan een dorpshuis of bibliotheek. Ook een formele voorziening zoals een welzijnsorganisatie wordt gezien als onderdeel voor de sociale basis. Belangrijk is dat het aanbod bekend, bereikbaar en beschikbaar is voor inwoners.
15
Een goede sociale basis betekent dat mensen prettig kunnen leven in hun omgeving. Om dit te bereiken, is het belangrijk om te investeren in vier pijlers, namelijk: • Voldoende geld en zekerheid (sociaaleconomische zekerheid) • Iedereen mag meedoen (sociale inclusie) • Mensen voelen zich verbonden met elkaar (sociale cohesie) • Mensen kunnen zelf keuzes maken en meedoen (sociale empowerment) We hebben deze vier pijlers doorheen dit beleidsplan nader uitgewerkt. Ook wordt er een koppeling gemaakt met de aanpalende beleidsplannen, zoals het beleidsplan cultuur en erfgoed, het onderwijsbeleid en het (inwoner)participatiebeleid.
Figuur 1 Uitwerking vormen sociale basis3.
Actuele ontwikkelingen in de Sluisse sociale basis Ontmoeting Het faciliteren van ontmoeting en samenzijn is een belangrijk aspect van de sociale basis. Ontmoetingsplekken kunnen we vormgeven in bestaande locaties, zoals dorpshuizen of MFC’s maar ook bijvoorbeeld culturele locaties. Het gaat hier dus om de institutionele sociale basis. Echter, ontmoeting vindt ook plaats buiten (vaste) fysieke ruimten. Denk bijvoorbeeld aan voorzieningen en activiteiten op het gebied van cultuur en sport. We hebben daarom een belangrijke en gezamenlijke verantwoordelijkheid met maatschappelijke organisaties en verenigingen in het stimuleren en faciliteren van ontmoeting. Ontmoeting zorgt voor meer kansen op het gebied van sociale verbondenheid en gemeenschapskracht. Inwoners uit verschillende groepen en met verschillende achtergronden kunnen van elkaar leren en elkaar ondersteunen. Tot slot kan ontmoeting ook leiden tot het bereiken/aantrekken van meer vrijwilligers. Dit heeft betrekking op de gemeenschappelijke sociale basis. In het streven naar (meer) samenkracht staan we positief tegenover burgerinitiatieven. Een initiatief kan ook buitenom de gemeente plaatsvinden. Indien nodig en passend binnen de geldende kaders, kunnen we dergelijke initiatieven ondersteunen vanuit de gemeente. Gestructureerd maatwerk is hierbij het uitgangspunt.
Het initiatief en bijgevolg het eigenaarschap behoort toe aan de initiatiefnemer(s). Stadsen dorpsraden kunnen hierbij een samenwerkingspartner zijn en/of een brugfunctie vervullen. We geven hier verdere invulling aan in het geactualiseerde inwonerparticipatiebeleid en door middel van het opbouwwerk. 3 Bron: A. Britt, M. Kwakernaak, et al. ‘Leven, sturen en verantwoorden in de sociale basis’, Verwey-Jonker Instituut (2022)
i.s.m. Jochum Deuten
16
Wat de persoonlijke sociale basis betreft, kan ontmoeting bijdragen aan het verminderen van het gevoel van eenzaamheid. Sinds 2021 zijn we aangesloten bij het landelijke programma “één tegen eenzaamheid”. Ook in het inwonerakkoord Zorg Zeeland wordt eenzaamheid als een belangrijk punt benoemd. Het gevoel van eenzaamheid heeft groot effect op het persoonlijk welbevinden. Het is dan ook één van onze belangrijkste speerpunten het komende jaar. We willen ons met nadruk niet alleen richten op de doelgroep ouderen. Ook onder (jong)volwassenen komt eenzaamheid veel te vaak voor. In de aanpak van eenzaamheid zetten wij in op zowel signalering als een specifiek activiteitenaanbod. Dat laatste doen we vooral door het subsidiëren van activiteiten gericht op ontmoeting en samenzijn. De samenwerking tussen formeel en informeel aanbod is een goed uitgangspunt. Preventief aanbod Het welzijnswerk speelt een cruciale rol in het behalen van onze doelen binnen het sociaal domein en specifiek de sociale basis. Als gemeente, maar evengoed voor externe welzijnspartners, is het belangrijk om zichtbaar voor en bekend te zijn onder inwoners en stakeholders, ook in de kernen. Samen zetten we ons, als onderdeel van de institutionele sociale basis, actief in voor het bevorderen van zelfredzaamheid, verbondenheid en welzijn van alle inwoners.
Dit draagt bij aan ons streven om mensen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen en het creëren van een hechte en betrokken gemeenschap. Zoals eerder beschreven is samenwerking met diverse partijen een belangrijke randvoorwaarde. Het starten met Kerngezond en de ontwikkelingen in het gremia “Toekomstige Zorg Zeeuws-Vlaanderen” zijn hiervan mooie voorbeelden. Hierin staat de gezamenlijke verantwoordelijkheid en het integraal samenwerken tussen het medisch- en sociaal domein centraal. We dragen bij aan het verhogen van de zelf- en samenredzaamheid van inwoners, met positieve gezondheid als uitgangspunt. In het preventief aanbod hebben we ook oog voor de basisvaardigheden van onze inwoners. In goede samenwerking met onze partners bieden we voor deze specifieke doelgroep een aantal algemene voorzieningen aan. Denk hierbij aan het WerkServicePunt en de leerroutes inburgering. De afgelopen jaren hebben we als gemeente concrete en zelfs innovatieve stappen gezet als het gaat om algemene voorzieningen in het preventieve aanbod. Zo zijn al onze dagbestedingslocaties omgevormd tot een algemene toegankelijke voorziening. Dit houdt in dat inwoners niet langer een indicatie nodig hebben, om gebruik te maken van de dagbesteding. Daarnaast zetten we in op het bieden van een aantal uur gratis kinderopvang (de Voorschool).
Dit biedt niet alleen gelijke ontwikkelingskansen voor kinderen, maar ook gelijke participatiekansen voor (werkende) ouders. Vrijwilligers en mantelzorg Preventie kunnen we niet bieden zonder de onmiskenbare inspanningen van vrijwilligers. We maken hierin onderscheid tussen vrijwilligers en mantelzorgers. Waar vrijwilligerswerk een keuze is van inwoners, is de taak van de mantelzorgers dit (vaak) niet. Daarnaast zijn vrijwilligers actief binnen de gemeenschappelijke sociale basis en mantelzorgers binnen de persoonlijke sociale basis. We hebben voldoende vrijwilligers nodig om laagdrempelige activiteiten en voorliggende voorzieningen te kunnen (blijven) bieden. Vanuit de evaluatie hebben we opgehaald dat een samenwerking met en uitwisseling tussen vrijwilligers van verschillende partijen en organisaties in de sociale basis kan helpen om het aantal vrijwilligers op peil te houden of zelfs te vergroten. Het op elkaar afstemmen van het activiteitenaanbod in de regio verlaagt mogelijk ook de druk op de vrijwilligers. Ook het gebruik en de doorontwikkeling van SamenSluis en/of een vacaturebank biedt kansen. Het mantelzorgpotentieel in onze gemeente daalt fors ten opzichte van het landelijke beeld. Dat houdt in dat er minder mantelzorgers zijn, onder andere door de sterke vergrijzing. Daarnaast raken steeds meer mantelzorgers overbelast.
Sinds vorig jaar hebben we extra aandacht besteed aan de week van de jonge mantelzorger. Ook bieden we activiteiten aan voor 17
mantelzorgers van diverse leeftijden. Uit de evaluatie blijkt dat dit aanbod aansluit, maar niet elke mantelzorger dit aanbod weet te vinden. Daarnaast hebben we als gemeente ook niet alle mantelzorgers in beeld. We blijven investeren in meer bekendheid van ons aanbod en de toegang tot hulp & ondersteuning.
4.1.2. Gewenst resultaat Als gemeente zetten wij de komende vier jaar in op het extra versterken van de sociale basis. Hiermee willen we de volgende resultaten bereiken: ➢ We bevorderen ontmoeting, sociale cohesie en het bestrijden van eenzaamheid in elke kern. Een belangrijk onderdeel van de sociale basis is het creëren/bieden van de mogelijkheid tot ontmoeting. De manier waarop kan in elke kern op eigen wijze worden vorm gegeven. ➢ Er is een passend activiteitenaanbod in de diverse kernen, gericht op ontmoeting, sociale cohesie en het bestrijden van eenzaamheid. Het activiteitenaanbod wordt actief gepromoot en is daardoor bekend bij alle inwoners. Een passend activiteitenaanbod is afhankelijk van de wensen en behoeften van inwoners. Daarbij is het bekend maken van aanbod een schakel wat niet gemist mag worden. De betrokkenheid en inzet van lokale organisaties/verenigingen en stichtingen hebben we daarbij hard nodig. ➢ We waarderen de inzet van mantelzorgers en vrijwilligers en ondersteunen hen waar nodig. Jaarlijks waarderen we onze (jonge) mantelzorgers. De manier waarop is een lokale keuze. Waardering voor onze jonge mantelzorgers heeft sinds een aantal jaar steeds meer aandacht. Dit zetten we de komende jaren door. ➢ Er is duidelijkheid over de inzet, meerwaarde en uitvoering van een signaalpunt met betrekking tot eenzaamheid.
Een van de mogelijkheden die een gemeente kan inzetten voor het ophalen van signalen over eenzaamheid is het opzetten van een signaalpunt. Dit kan zowel een fysiek als digitaal ingezet worden. ➢ We versterken het welbevinden van onze jongeren. De positionering en het aanbod van het jongerenwerk is een belangrijk aandachtspunt. ➢ We verstevigen het welzijnswerk, zowel ambulant als gebiedsgericht. We hebben oog voor het activiteitenaanbod en de samenwerking en subsidierelaties die we hierrond aan kunnen gaan met externe partners.
4.1.3. Actie Als gemeente kunnen we op diverse manieren werken aan de sociale basis; stimuleren, faciliteren en subsidiëren. ➢
➢
➢
We werken gefaseerd toe naar verschillende ontmoetingsplekken op kernniveau van onze gemeente, passend bij de wensen en behoeften van de desbetreffende kern en haar inwoners. We onderzoeken welke bestaande, al dan niet leegstaande, gebouwen ingezet kunnen worden als laagdrempelige ontmoetingsplek. Dit doen we “zo nabij als mogelijk” en uitsluitend in de dorpskernen waar behoefte is aan een dergelijke voorziening. Het bieden van ontmoeting hangt nauw samen met een nader uit te werken visie op het gebruik van accommodaties en gemeentelijk vastgoed met maatschappelijke functies zoals dorpshuizen, cultuur en sport. Daarnaast stellen we gemeentelijke gebouwen, binnen de subsidieverordening, om niet beschikbaar voor gebruik. Voor andere, niet-gemeentelijke gebouwen, maken we specifieke afspraken in de subsidieregeling Sociaal Domein en/of Voorzieningen. We werken een passend activiteitenaanbod op kernniveau uit in samenwerking met externe partners en vrijwilligers. Het aanbod wordt “zo nabij als mogelijk” georganiseerd, rekening houdend met de behoeften en mogelijkheden in de specifieke kernen. Het gemeentelijk welzijnswerk is hierbij faciliterend en/of ondersteunend, door o.a. het bereik te vergroten en het ondersteunen van vrijwilligers. In de subsidieregeling Sociaal Domein werken we verder uit hoe we (sociale) activiteiten en initiatieven subsidiëren.
Eén van de mogelijkheden is een budget per stad/dorp. Daarnaast verstrekken we geen aparte subsidie in het kader van leefbaarheid, omdat elke activiteit of elk aanbod bijdraagt aan het verhogen van de leefbaarheid in onze gemeente. We zien leefbaarheid als de som der delen.
18
➢
➢ ➢
➢
We hanteren een eenduidig overzicht voor de maatschappelijke uitdagingen waar we als gemeente aandacht aan willen besteden en actief op willen inzetten. We werken een zogenaamde issuekalender uit. We brengen daarmee in kaart aan welke maatschappelijke uitdagingen (prioriteiten) we aandacht besteden. We zorgen voor passend en voldoende aanbod van respijtzorg (denk aan logeerzorg en dagbesteding) en zorgen dat deze ondersteuningsvorm flexibel ingezet kan worden. We zorgen ervoor dat informatie en advies, speciaal gericht op mantelzorgers beter vindbaar is. Daarnaast besteden we extra aandacht aan de jonge mantelzorger en betrekken we hierbij ons netwerk. De wensen en behoeften van onze mantelzorgers halen we jaarlijks op. De manier waarop wordt nader uitgewerkt en kan flexibel zijn. We vergroten, in samenwerking met het buurtverbindersteam, het bereik en de bekendheid van het community platform SamenSluis. De gemeente kan hier aan bijdragen als gebruiker maar ook als beheerder van de participatiemodule. We brengen het platform ook onder de aandacht van onze samenwerkingspartners.
4.2 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 4.2.1 Context De Wmo biedt hulp en ondersteuning aan inwoners zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen en deel kunnen blijven nemen aan de maatschappij. De wet gaat uit van het idee dat inwoners in eerste instantie voor zichzelf en voor hun naasten moeten zorgen en wanneer dit niet mogelijk is de gemeente hen daarin ondersteunt. Ondersteuning is er in de vorm van algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijke diensten, activiteiten of zaken. Bieden deze voorzieningen niet voldoende hulp? Dan kan een maatwerkvoorziening een oplossing zijn. Maatwerkvoorzieningen zijn diensten of zaken die precies zijn afgestemd op de persoonlijke situatie. Voor een maatwerkvoorziening is een indicatie nodig. Voorbeelden zijn huishoudelijke hulp, woningaanpassingen of een rolstoel. Actuele, landelijke ontwikkelingen voor de Wmo De huidige zorg is op lange termijn onhoudbaar door personeelstekorten en vergrijzing In 2015 is de Wmo in werking getreden. Sindsdien is niet meer fundamenteel gekeken naar de werking van de Wmo 2015 als geheel. Het huidige stelsel en de uitvoering kennen beperkingen. Op de lange termijn knelt het, er is sprake van een sturingsvraagstuk en van krapte op de arbeidsmarkt.
Daarnaast zijn er zorgen op financieel vlak en staat de maatschappelijke houdbaarheid onder druk. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is daarom een onderzoekstraject gestart naar de toekomst en houdbaarheid van de Wmo. Het houdbaarheidsonderzoek is een gezamenlijk traject van Rijk en gemeenten en bestaat uit twee fasen. De eerste fase vormt een analysefase met verschillende deelstudies waaronder een historische analyse naar de Wmo, een onderzoek naar de sociale basis en een onderzoek naar de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. In de tweede fase is het de bedoeling te komen tot verschillende beleidsopties en mogelijke maatregelen om de houdbaarheid van de Wmo te bevorderen.
19
De uitdagingen van de toekomst, niet alleen door overheid en zorgprofessionals kan worden opgelost In het uitgevoerde onderzoek naar “Demografische en andere uitdagingen voor de Wmo 2015” blijkt dat het zorgaanbod in Nederland de groeiende zorgvraag niet bij lijkt te houden. Dat stelt grenzen aan de houdbaarheid van onder meer de Wmo. Er zijn minder (jonge) mensen die in de zorg of publieke sector kunnen werken en er zijn beperktere overheidsmiddelen. De overheid heeft daarom de visie dat mensen langer thuis moeten blijven wonen, met meer digitale zorg en mensen meer eigen regie over hun leven zouden moeten nemen. Landelijke besluitvorming over de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen loopt vertraging op. Eventuele effecten hiervan voor onze gemeente is op dit moment moeilijk te voorspellen. Actuele, lokale ontwikkelingen voor de Wmo Het aantal inwoners in Sluis dat een beroep doet op geïndiceerde ondersteuning vanuit de Wmo is de afgelopen jaren licht gestegen. Voor huishoudelijke hulp wordt deze mede veroorzaak door de invoering van het abonnementstarief in 2019. Deze groei stabiliseert vanaf 2025. Ook in het Wmo voorspelmodel van de VNG zien we dat in de prognose voor de komende jaren, het aantal Wmo gebruikers in Sluis achterblijft bij het gemiddelde voor Nederland.
Dit heeft aan de ene kant te maken met het feit dat we al vooropliepen met de vergrijzing, maar ook met de inzet van voorliggende en algemene voorzieningen en de (verhoogde) aandacht voor eigen kracht en vrijwilligers. Dat neemt niet weg dat de verschillende vormen van maatwerkondersteuning , ook in Sluis, steeds meer onder druk staan, met toenemende personeelstekorten en vergrijzing als voornaamste oorzaken. Gezien deze voortschrijdende ontwikkelingen is de verwachting dat de knelpunten rond de huishoudelijke hulp (en andere maatwerkondersteuning) alleen maar zullen toenemen. Het daarom noodzakelijk om het stelsel van maatwerkondersteuning in brede zin onder de loep te nemen en te hervormen tot een toekomstbestendig systeem. De invloed vanuit de Wmo is grofweg onder te verdelen in: • De sociale basis; • Algemene voorzieningen; • Maatwerkondersteuning. Er is een wisselwerking tussen deze drie onderdelen. Iedere inwoner in Sluis heeft belang bij een zo sterk mogelijke sociale basis. Die kan ervoor zorgen dat een inwoner geen gebruik hoef te maken van algemene voorzieningen of maatwerkondersteuning. Als de inzet toch nodig is, is het van belang dat inwoners de juiste ondersteuning tijdig kunnen vinden. Dit vraagt om een stevig aanbod, zichtbaarheid en goede onderlinge afstemming. Hierbij is de Wmo continu in beweging.
De Zeeuwse gemeenten werken samen in de realisatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang in de provincie. Daarvoor zijn gemeenschappelijke afspraken vastgelegd in de Regiovisie beschermd wonen en opvang Zeeland, en het Zeeuws Actieplan Dakloosheid 2026-2030. Voor steeds meer mensen is het moeilijk om een passende woonruimte te vinden. Sommige mensen hebben minder kansen, omdat zij zich in een kwetsbare situatie bevinden, zo ook de doelgroep beschermd wonen en opvang. Door de ontwikkelingen van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting mee te nemen, ontstaat er een integrale kijk op wonen voor aandachts- en urgentiegroepen.
4.2.2. Gewenst resultaat ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Ondersteuning vanuit de sociale basis is de standaard binnen de maatschappelijke ondersteuning. We zetten in op voorliggende (algemene) voorzieningen die de druk op de maatwerkvoorziening Wmo verminderen. We zorgen voor meer uniformiteit in de verstrekte maatwerkvoorzieningen. We leveren specifiek maatwerk voor inwoners die dat nodig hebben binnen de Wmo. Inwoners ontvangen ondersteuning om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen en volwaardig en veilig deel te nemen aan de maatschappij . Met het Zeeuws Actieplan Dakloosheid wordt de focus verlegd van opvang naar preventie en wonen met ondersteuning op maat. De ambitie uit het Nationaal Actieplan is dat er in 2030 geen sprake meer is van dakloosheid. We omarmen deze ambitie in Zeeland.
20
4.2.3. Actie ➢
➢
➢ ➢
➢
➢
We bieden Herstelgerichte Huishoudelijk ondersteuning (re-ablement) aan. Herstelgerichte huishoudelijke ondersteuning richt zich op het activeren en ondersteunen van mensen, zodat ze hun huishoudelijke taken zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven uitvoeren. Het doel is om mensen te helpen hun zelfredzaamheid te vergroten en langer thuis te kunnen blijven wonen. In plaats van het overnemen van taken, wordt er gefocust op het aanleren van nieuwe vaardigheden, het versterken van bestaande capaciteiten en het vinden van praktische oplossingen, zodat mensen hun huishoudelijke taken weer zelf kunnen oppakken. We evalueren het huidige aanbod aan algemene voorzieningen en zetten in op de realisatie van aanbod in de ontbrekende kernen en/of een uitbreiding van het aanbod, zoals bv. Wasen strijkservice. Uit de evaluatie en de jaarverslagen blijkt dat de aanbieders en de cliënten in het algemeen tevreden zijn over de algemene voorziening dagbesteding. De voorziening voldoet daarmee aan de verwachtingen. We willen nu een extra stap zetten door uitbreiding van het aanbod in de ontbrekende kernen (bv. Sluis) en/of een uitbreiding van het aanbod (bv. een Was- en strijkservice of een maatschappelijk restaurant). We gaan werken met de standaard indicatieprotocollen van HHM. We gaan werken met de protocollen voor Huishoudelijke hulp en begeleiding.
Deze protocollen zijn door de rechter gevalideerd. We voeren de Doorbraakmethode in. Voor veel inwoners, vooral met meerdere problemen, werkt ons aanbod aan maatwerkvoorzieningen vaak onbedoeld belemmerend, in plaats van helpend. Soms is hierbij een uitzondering op de regel nodig: een doorbraak. De Doorbraakmethode geeft onze professionals instrumenten om het maken van die uitzondering makkelijker, beter en goedkoper te maken. Er zijn voldoende woningen voor ouderen beschikbaar waardoor de vraag naar woningaanpassingen afneemt. Vanuit de uitgangspunten van de visie op Wonen en Zorg en door samen te werken met de woningcorporatie zette we ons in om de doorstroom te bevorderen en een passend woonaanbod te realiseren. We krijgen inzicht in de omvang van de doelgroep van dak- en thuislozen in Zeeland. We voeren de ETHOS light telling uit in 2026 uit om meer zicht te krijgen op de omvang van de doelgroep van dak- en thuislozen in Zeeland.
4.3 Jeugdhulp 4.3.1. Context Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor vrijwel alle jeugdhulp op basis van de Jeugdwet. Deze wet is ingevoerd om hulp dichter bij het kind en het gezin te organiseren, met meer aandacht voor preventie, eigen kracht en het benutten van het sociale netwerk. Gemeenten hebben daarmee de regie gekregen over ondersteuning, jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het doel van de Jeugdwet is dat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien in hun eigen omgeving, met zo min mogelijk inzet van zware zorg. Wanneer voorliggende voorzieningen of het sociale netwerk onvoldoende ondersteuning biedt, kunnen kind en het gezin een individuele voorziening krijgen. Het uitgangspunt van jeugdhulp is: zo licht als mogelijk, maar zo zwaar als nodig. Actuele, landelijke ontwikkelingen voor de Jeugdwet De jeugdhulp in Nederland staat al een lange tijd onder druk. De instroom in jeugdhulp is groot, de uitgaven blijven stijgen en veel professionals ervaren een hoge werkdruk. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de versnippering van hulp, wachtlijsten en het niet altijd passend zijn van zorg. De signalen hebben geleid tot landelijke afspraken om het jeugdhulpstelsel structureel te verbeteren. Hiervoor is onder andere de Hervormingsagenda Jeugd (2023–2028) (hierna: Hervormingsagenda) opgesteld.