CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Vaststelling uitvoeringsplan Regionale Energie Strategie (RES).PDF

Commissie Ruimte/AB 5 oktober 2021, gemeente SluisBij agendapunt: D-brieven (kennisnemen van de antwoorden en mededelingen vanuit het college)17.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

32

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan RES 1.0

43.

Communicatie

Doelstelling Vanuit communicatie wordt er in de uitvoering van de RES ingezet op zowel publiekscommunicatie als op netwerkcommunicatie. Doel is om de doelgroepen bewust te maken van de noodzaak en de urgentie van de Zeeuwse energietransitie, een bijdrage te leveren aan het draagvlak voor de projecten en activiteiten die plaats zullen (gaan) vinden én het stimuleren tot actief bijdragen aan de uitvoering van de RES, onder de merknaam ZEA. Daarbij speelt het informeren, (actief), betrekken en concreet een helpende hand bieden een belangrijke rol. Communicatie heeft ook tot doel een bijdrage te leveren aan de integratie van de uitvoering van de programma's en overige thema’s.

S* ÿŵļįļjįįjfei

3ÊŞ&Ě&

Gezien het maatschappelijke karakter van het ZEA wordt qua communicatie breed ingezet: immers, de energietransitie en de RES is van ons allemaal en treft elke Zeeuw. Vanuit publiekscommunicatie wordt ingezet op Zeeuwse inwoners, bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Vanuit de netwerkcommunicatie ligt de focus op het politieke, bestuurlijke en ambtelijke niveau om verankering van de RES in lokaal overheidsbeleid en

uitvoering (menskracht, financiën) van de RES te waarborgen. In de netwerkcommunicatie spelen eveneens vele Zeeuwse stakeholders een rot. Tevens worden zij middels de programma's en sectortafels betrokken en geïnformeerd. ZEA communicatiestrategie In samenwerking met de Zeeuwse gemeenten en ZEA-partners is de gezamenlijke ZEA communicatiestrategie 2021-2022 (zie bijlage) opgesteld, welke tevens door de ZEA Stuurgroep geaccordeerd is. In de communicatie­ strategie worden de rollen en verantwoordelijkheden van de ZEA-partners, het gezamenlijk communicatie fundament, de belangrijkste communicatieactiviteiten en het samenwerkingsproces beschreven. In 2020 en tot nu toe ín 2021 is gebleken dat er vanuit de ZEA-partners veel ZEAļ RES gerelateerde communicatie plaatsvindt richting inwoners en bedrijven. Er zijn immers zeer veel projecten, trajecten en processen waarover deze doelgroepen (en subdoelgroepen) geïnformeerd dienen te worden. Naarmate de uitvoering vordert zal de communicatie alleen maar toenemen. Het risico hierbij is dat zowel afzender (ZEA-partners, marktpartijen) als ontvanger (inwoners, bedrijven) overspoeld

33

04 Integralìteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan RES 1.0

raken en door de bomen het bos niet meer zien. Om deze reden wordt in 2021 het ZEA brand book ontwikkelt. Hierin zal helder worden vastgelegd hoe het ZEA merk eruitziet en toegepast wordt met het doel een sterke en eenduidige communicatie te waarborgen. In de communicatiestrategie is afgesproken dat alle ZEA/RES projecten of communiceren middels de ZEA huisstijl,

PRIORITEIT la Publiekscommunicatie 1b lc

2a Netwerkcommunicatre

2b 2c

of communiceren in de huisstijl van de leidende partij waarbij het nieuw te ontwikkelen ZEA stempel toegepast wordt. Prioriteiten RES 1.0 In de RES 1.0 zijn geen communicatiedoelstellingen opgenomen waaruit prioriteiten gedestilleerd kunnen worden. Vooralsnog is gebleken dat de communicatieprioriteiten liggen bij:

SUB-PRIORITEITEN Bewustwording noodzaak/urgentie energietransitie/ uitvoering van de RES Vergroten draagvlak voor de energietransitie/ uitvoering van de RES Stimuleren tot actief bijdragen aan de uitvoering van de RES/ handreikingen doen Bewustwording wettelijke primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de RES Verankering en borging van de RES in overheidsbeleid Stimuleren tot uitvoering van de RES/ ambassadeurschap

34

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan RES 1.0

Rollen en verantwoordelijkheden Communicatie is altijd verbonden aan bepaalde communicatíedoelstellingen, gelinkte program­ ma’s, trajecten en/ of processen. Hierbij wordt communicatie ten behoeve van de RES/ het ZEA in algemene/overkoepelende zin onderscheiden van communicatie ten behoeve van een RESprogramma of project In de uitvoering van de RES is communicatie een belangrijk middel. Daarom kan communicatie niet separaat gezien of aan­ gevlogen worden. De partijen die wetteiijk verantwoordelijk zijn voorde programma's,trajecten en/of processen zijn hiermee

ook verantwoordelijk voor de bijbehorende communicatie. Het ZEA neemt in de uitvoering een faciliterende en verbindende rol op zich: het ZEA ontwikkelt de ZEA communicatiestrategie en is presterend in een aantal communicatieactiviteiten ten behoeve van het ZEA en de RESprogramma's. Tevens wordt vanuit communicatie de brug geslagen met de communicatieactiviteiten vanuit de landelijke programma's en initiatieven zoals het Klimaat akkoord, Nationaal Programma RES (NP-RES) en het Landelijk Communicatie Netwerk Klimaat (LCNK).

Het ZEA communicatieteam legt, middels de ZEA communicatiemanager, verantwoording af aan het ZEA kernteam, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Het ZEA communicatieteam bestaat uit een vertegenwoordiging van de 13 Zeeuwse gemeenten, Enduris, het Waterschap en de Provincie Zeeland, De ZEA communicatie­ strategie is in samenwerking met deze partijen opgesteld en zij geven samen invulling aan de uitvoering. Activiteiten In onderstaand overzicht staan de activiteiten beschreven, gelinkt aan de prioriteiten.

Wat

Wanneer

Wie

Concrete activiteiten

Afronding/ oplevering injaar

Wettelijk verantwoordelijke/ uitvoerende partij

la, 1b

ZEA digitale ontsluiting middels: website, social, nieuwsbrief Jaarlijkse meting

2021

n.v.t.

la, lb

ZEA jaarlijkse campagne

2021-2023

n.v.t.

la, lb

Serie regionale media, persberichten, klimaatdag ! klimaatweken

2021-2023

n.v.t.

i, 2c

Jaarlijks Zeeuws-breed (participatie) event

2021-2023

n.v.t.

1c

Communiceren energiebesparende maatregelen en subsidies

2021-2023

n.v.t.

2a

Uitvoeringsplan RES 1.0

2021

n.v.t.

2b

Versterken proces overlegstructuren: OZO, Raden, B&W en ambtenaren

2021

n.v.t.

2c

Ontwikkeling tools voor ZEA-partners (o.a. communica­ tiestrategie, brand book, communicatieparaplu)

2021-2022

n.v.t.

35

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema’s Uitvoeringsplan RES1.0

řl

RolZEA

Daadwerkelijke uitvoering door

Presterend, netwerkend

ZEA

Presterend, netwerkend

ZEA

Presterend, netwerkend

ZEA

Presterend, netwerkend

ZEA

Presterend, netwerkend

ZEA

Presterend, netwerkend

ZEA

Presterend, netwerkend

ZEA

Presterend, netwerkend

ZEA

36

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema’s Uitvoeringsplan RESl.0

4.4.

Participatie

Doelstelling De betrokkenheid van inwoners(collectieven), bedrijven, maatschappelijke organisaties en maatschappelijke instellingen is van onmisbare waarde geweest tijdens de ontwikkeling van de RES 1.0. Via verschillende sectortafels zijn zij ook betrokken geweest bij de ontwikkeling van onderliggend uitvoeringsplan. Zoals aangegeven

zijn deze partijen zelf (mede) verantwoordelijk voor het bereiken van de doelstellingen van de RES. Het ZEA heeft er groot belang bij hen actief te informeren over en betrekken bij relevante ontwikkelingen binnen hun aandachtsgebied. Tegelijkertijd wil het ZEA doorlopend onderzoeken hoe ook daadwerkelijk samen op te trekken en hoe initiatieven en initiatiefnemers met elkaar te verbinden.

Zeeuwse participatieladder Binnen de participatieladder worden verschillende vormen van participatie onderscheiden, welke terugkomen in het ontwikkelde participatiebeleid van de Zeeuwse overheden. In de uitvoering van de RES 1.0 wordt ernaar gestreefd, om middels maatwerk, zo hoog mogelijk op de ladder te klimmen.

Laag

Hoog Zelfbestuur Eigen planvorming

Delegeren Overdragen van zaken Mate van participatie

Coproduceren I samenwerken Gezamenlijke planvorming bijvoorbeeld in projectgroep

Aantal betrokkenen

Consulteren Formele dialoog bijvoorbeeld in klankbordgroep of workshop

Inspreken Verkrijgen van respons uit bijvoorbeeld inspraakreacties of enquête

Informeren Verstrekken van informatie met bijvoorbeeld persbericht of nieuwsbrief Laag

v,

Figuur 2: Participatieladder

ļ Hoog

04 Integralíteit, doorsnijdende en overige thema’s

37

Uitvoeringsplan RES1.0

Prioriteiten RES 1.0 De prioriteiten waarop vanuit participatie ingezet wordt zijn:

PRIORITEITEN 1

Overheden voeren beleid om bijdragen en ideeën van burgers en lokale bedrijven liefst zo vroeg mogelijk in het proces mee te nemen. Actieve inwonerpartícipatie is hier onderdeel van

2 Streven is om, bij projecten ten behoeve van duurzame opwekking, 5096 lokaal eigendom te realiseren 3 Zeeuwind bevordert financiële vormen van burgerparticipatie in wind-, zon- en aardgasvrije projecten 4 De Zeeuwse Participatiecoaltitie (Zeeuwind en ZMf) ondersteunt en faciliteert regio's en gemeenten bij het betrekken van inwoners bij de energietransitie 5 ZMf organiseert kennisbijeenkomsten om burgers en politiek bewust te maken van ecologische en ruimtelijke aspecten. Marktpartijen worden benaderd om ‘best practices' te presenteren op het gebied van landschappelijke inpassing en meervoudig landgebruik 6 Marktpartijen, ZMf en Zeeuwind blijven deelnemen aan de relevante sectortafels van de Zeeuwse RES 0

7 Jongerenparticipatie zal plaatsvinden middels het betrekken van JouwZeeiand, jongerenraden van verschillende gemeenten en onderwijsinstellingen

38

04 Integraîiteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan RES 1.0

Rollen en verantwoordelijkheden WetteÜjke rollen en verantwoorde­ lijkheden komen veelal pas naar voren op lokaal plan- en projectniveau. Zoals het vaststellen van provinciaal/lokaal omgevingsbeleid, de ontwikkeling van een Transìtievlsie Warmte en het verstrekken van vergunningen. Vanuit hun natuurlijke verantwoordelijkheid komt dit veelal naar voren bíj de 13 Zeeuwse gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor het opstellen van participatiebeleid waarin kaders opgenomen zijn ten behoeve van de uitvoering van de RES. Focus ligt hierbij op enerzijds duurzame opwekking en anderzijds de ontwikkeling en uitvoering van de Transitie Visie Warmte. Participatie, ten behoeve van de uitvoering van de RES 1.0, zal in verschillende vormen plaatsvinden zoals procesparticipatie, financiële participatie en inwonerparticipatie. Belangrijke rollen hierin zijn weggelegd voor de Zeeuwse participatie- en inwonerscollectieven zoals de Zeeuwse Participatiecoalitie, Zeeuwind, de Zeeuwse Milieu Federatie, Dorpen voor Morgen, de Zeeuwse Vereniging van Kleine Kernen, JongRES en ĴouwZeeland. Het ZEA neemt, in samenwerking met de ZEApartners, de verantwoordelijkheid voor de naleving van de gemaakte afspraken en zal hierbij zelf een faciliterende en netwerkende rol op zich nemen. Zij zal deze partners ook actief betrekken in de dóórontwikkeling naarde RES2.0.

Activiteiten In onderstaand overzicht staan de activiteiten, gelinkt aan de prioriteiten, beschreven.

Wat Concrete activiteiten

Activiteiten gelinkt aan de prioriteiten 1

Ontwikkelen participatiebeleid (proces en financieel) gericht op energietransitie Uitvoeren participatiebeleid. Overheden betrekken burgers en lokale bedrijven zo vroeg mogelijk Uitvoeren participatiebeleid t.b.v. warmtetransitīe Overheden voeren ieder jaar RES “particípatiedialogen" met Zeeuwse participatie initiatieven. Doel is onderlinge samenwerking verbeteren, inzichtelijk maken rollen, verantwoordelijkheden, processen, initiatieven en behoeften Ĵaarlijks Zeeuws-breed (participatie) event

2

Uitvoeren participatiebeleid t.b.v. opwekking duurzame energie, met streven naar 500z6 financieel eigenaarschap

3, 4

De Zeeuwse Participatiecoaltitie (Zeeuwind en ZMf) ondersteunt en faciliteert regio's en gemeenten bij het betrekken van inwoners bíj de energietransitie

5

ZMf organiseert kennisbijeenkomsten om burgers en politiek bewust te maken van ecologische en ruimtelijke aspecten. Marktpartijen worden benaderd om ‘best practices' te presenteren op het gebied van landschappe­ lijke inpassing en meervoudig landgebruik

5,6 Zichtbaar maken particīpatie-initiatieven op ZEA.nl 6

Marktpartijen, ZMf en Zeeuwind blijven deelnemen aan de relevante sectortafels van de Zeeuwse RES

7

Toepassing KinderRES in gastcolleges op Zeeuwse basisscholen en het voortgezet onderwijs

Begeleiden casussen in het hoger en middelbaar onderwijs

39

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan RES1.0

Wanneer

wie

Afronding/ oplevering in jaar

Wettelijk verantwoordelijke/ uitvoerende partij

RolZEA

RolZEA

2021-2022

Zeeuwse overheden

Faciliterend

Zeeuwse overheden

2021-2022

Zeeuwse overheden

Faciiiterend

Zeeuwse overheden

2021-2022

Zeeuwse gemeenten

Faciliterend

Zeeuwse gemeenten

2021-2022

n.v.t.

Faciliterend, presterend

ZEA

2022

n.vt.

Faciliterend, presterend

ZEA

2021-2022

Zeeuwse gemeenten

Faciliterend

Zeeuwse gemeenten

2021-2022

n.v.t.

n.v.t.

ZPC

2021-2022

n.v.t.

n.v.t.

ZMf

2021-2022

n.v.t.

Faciliterend, verbindend

ZEA

2021-2022

n.v.t.

Faciliterend, verbindend

ZEA, markt­ partijen, ZMF, Zeeuwind

2021-2022

n.v.t.

Verbindend

NME, Marjan Clas en Jeroen Verschelling

2021-2022

n.v.t.

Faciliterend

ZEA en partners

40

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan RES 1.0

4.5.

Arbeidsmarkt en scholing

Om de Zeeuwse energietransitie daadwerkelijk uit te kunnen voeren, is kennis en menskracht nodig. De komende járen zal in alle provincies de vraag naar arbeid in de energietransitie stijgen. In Zeeland wordt, in vergelijking met de andere provincies, een grotere spanning op de arbeidsmarkt verwacht. De SER stelt dat het huidige opleidingsen scholìngsaanbod nog onvoldoende is toegerust om in deze veranderende behoeften te voorzien.

Rollen en verantwoordelijkheden Besloten is om op dit thema verbindend op te treden en niet te veel regie naar het ZEA toe te trekken. We zetten hier instrumenten vanuit communicatie en participatie in, en sluiten aan bij de acties die de Provincie Zeeland (Aanvalsteam Arbeidsmarkt en Campus Zeeland) op dit gebied al doet. De Provincie Zeeland, vanuit het Aanvalsteam Arbeidsmarkt, is de schakel tussen het ZEA en de SER, NP-RES, JFT pust Transition Fund), Techniek Nederland, Topsector Energie en Zeeuwse initiatieven.

Prioriteiten RES 1.0 Uit de mogelijkheden zoals beschreven in de RES TO, met betrekking tot het thema arbeidsmarkt en scholing, zijn de volgende prioriteiten geselecteerd:

PRIORITEITEN 1

Arbeidsmarkt en Scholing zijn de achilleshiel van de RES Er is dringend behoefte aan focus en sturing om ervoor te zorgen dat we daadwerkelijk de handen, de kennis en de ervaring hebben (of toegang hebben tot) om de energietransitie in de verschillende sectoren te realìseren. Er moet een programmamanager arbeidsmarkt en scholing komen die voor Zeeland in kaart brengt wat nodig is, partijen bij elkaar krijgt, en die mandaat heeft om de transitie van de arbeidsmarkt in gang te zetten.

2 Er moet fors geïnvesteerd worden om ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkt de huidige en toekomstige eisen voor scholing en kwalificaties in relatie tot de energietransitie aankan. 3 Zeeland moet aan de sectortafels in kaart brengen welke eisen dat specifiek zijn voor de verschillende sectoren

41

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema’s Uitvoeringsplan RES 1.0

Activiteiten De doelstellingen vertalen zich naar de volgende acties

Wat

Wanneer

Wie

Afspraken gemaakt in de RES * vertaald naar concrete activiteiten

Afronding/ oplevering in jaar

Wettelijk verantwoordelijke/ uitvoerende partij

RolZEA

2022

Markt, opleidingsinstituten, gefaciliteerd door het Aanvalsteam Arbeidsmarkt

Verbindend

Activiteiten gelinkt aan de prioriteiten 1

Aanbrengen focus en sturing middels aanstellen van een programmamanager

2

Het in kaart brengen van de vereisten (capacitei­ 2022> ten) en prognoses (aantal banen) per sector

Programmamanager

Verbindend

Het ontwikkelen van nieuwe opleidingen die aansluiten op de vraag vanuit de sector

2021 >

Markt, opleidingsinstituten, gemeente(n) (Vlissingen)

Verbindend

Het geven van input aan het te ontwikkelen Delta Kennis Centrum (thema energie)

2021 >

Onderwijsinstellingen, Aanvalsteam Arbeidsmarkt, markt

Monitorend

Zeeuwse onderwijsinstellingen nemen zitting aan de sectortafels Mobiliteit en Gebouwde Omgeving

2021

3

-i

Mï.

Mi

Facíliterend

42

4.6.

04 fntegraliteit, doorsnijdende en overige thema’s Uitvoeringsplan RES1.0

Industrie

Verduurzamîng van de industrie wordt in Zeeland aangepakt door het samenwerkingsplatform Smart Delta Resources (SDR). De industrie is de grootste CO2-uitst0ter van Zeeland, maar ook de grootste energiegebruiker. Vanuit met name het Programma Elektriciteit wordt de verbinding gemaakt met SDR om zo de duurzame ontwikkelingen in de industrie te volgen. Om dit te waarborgen neemt een vertegenwoordiger van SDR-deel aan het -programmateam Elektriciteit. Om deze reden is in het Programma Elektriciteit doelstelling 3c opgenomen;

deze correspondeert met de doelstellingen van de industrie, gerelateerd aan de opwek van duurzame energie t.b.v. de industrie, de elektrificatie van de industrie en de integratie van de nieuwe energie infrastructuur. Rollen en verantwoordelijkheden In de RES leggen we actief de verbinding met de industrie maar hebben hier geen wettelijke bevoegdheden/rol in. De SDRprog ram ma lijnen zijn leidend voor de Zeeuwse aanpak. De programmadirecteur SDR ís verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. Vanuit ZEA zijn we op afstand betrokken en zorgen we voor goede borging in

program mateam Elektriciteiten waar van toepassing met de andere programma's (zoals Gebouwde Omgeving in het geval van de Regionale Structuur Warmte). Prioriteiten RES 1.0 Uit de mogelijkheden zoals beschreven in de RES 1.0, met betrekking tot het thema industrie, zijn de volgende prioriteiten geselecteerd:

Prioriteiten la Er wordt ingezet op elektrificatie van de industrie, maar dat vraagt om grote aanpassingen in bedrijfsprocessen en het elektriciteitsnetwerk. Ook zijn veel onderzoeken en pilots nodig. 2a Aanleg van een buisleidingeninfrastructuur is voorwaarde voor verdere COĵ-reductíe in de industrie (CUST). We kijken o.a. naar gebruik van industriële restwarmte voor verwarming van gebouwen. 3a Uit de systeemstudie blijkt dat: - Het ontbreekt aan een 380kV-aansluiting in de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone om in grootschalig elektrificatie en elektrolyse te voorzien 3b - Interconnectie met België in de Zeeuws-Viaamse Kanaalzone onderzocht moet worden 3c - Onderzoek moet starten naar verzwaring van de 150 kV-verbinding onder de Westerschelde 3d - Eiektrificatie in de industrie in Sas van Gent voor het middenen laagspanningsnet al voor 2030 tot knelpunten kan leiden 3e - In de overgangsfase rond 2030 er gezien de huidige gasleidingen een buis te weinig ligt in zowel Zuid-Beveland als Zeeuws-Viaanderen

43

04 întegraliteit, doorsnijdende en overige thema’s Uitvoeringsplan RËSI.0

Activiteiten In onderstaand overzicht staan de activiteiten, gel inkt aan de prioriteiten, beschreven.

Wat

Wanneer

Wie

Afspraken gemaakt in de RES * vertaald naar concrete activiteiten

Afronding/ oplevering in jaar

Wette lijk verantwoordelijke/ uitvoerende partij

Rol ZEA

Daadwerkelijke uitvoering door

SDR i.s.m. de Provincie Zeeland en Enduris

Geen

SDR

Bijdragen aan de CES

MiEK/TenneT

Ia

Onderzoeken pilots ten behoeve van de elektrificatie van de industrie

2a, 3e

Aanleg nieuwe energie* infrastructuur: focus op buisleidingen

3a

Realisatie 380 kV Zeeuws-Vlaanderen Verkennen mogelijkheden toepassing industriële rest­ warmte t.b.v. verwarming van de gebouwde omgeving

3b

Onderzoeken interconnectie met België

3d

Mitigeren congestie Sas van Gent

Gefaseerd SDR i.s.m. de Provincie Realisatie Zeeland, Enduris, TenneT, Zeeuwse TIKI/ MIEK, gemeenten infra 2030. Aansluiting op landelijk systeem: 2035

RSW 2021 CES 2021

«2030

NSP, ministerie EZK, Ten neT, gemeenten

Geen

RSW: ZEA CES: SDR

RSW: Leidend

NSP, ministerie EZK, TenneT

Geen

Enduris

Geen

Enduris

44

04 Integralīteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan RES1.0

4.7,

Waterstof

De strategie uit de RES legt prioriteit bij industriële productie en toepassing van groene (en in de overgangsfase ook blauwe) waterstof. Hiervoor is de SDR-

programmalijn waterstof leidend. Het onderwerp zal ook behandeld en afgestemd worden binnen het programmateam Elektriciteit waarin SDR-zittíng heeft. Tevens wordt de Zeeuwse waterstofladder toegepast.

1

Absolute prioriteit

2

Veelbelovend

COj.vrije waterstof ais grondstof in de industrie

Op termijn Waterstof als bron voor hoge temperatuur {boven 600 “C ín de industrie)

Reeds omvang­

5 Markt volgen

Seizoensopslag duurzame elektriciteit

rijke bestaande vraag

Geen prioriteit Zwaar transport Verwarming van historische binnensteden

Studie nodig

Auto's Bussen Verwarming overige woningen

Behoefte neemt na 2030 toe Reeds omvang­ rijke bestaande vraag

Figuur 3: Zeeuwse waterstofladder

Financieel en energetisch niet aantrekkelijk

45

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema’s Uitvoeringsplan RES1.0

Prioriteiten RES 1.0 Uit de mogelijkheden zoals beschreven in de RES 10, met betrekking tot het thema waterstof, zijn de volgende prioriteiten geselecteerd:

PRIORITEITEN 1 Toepassing Zeeuwse waterstofladder 2 Zeeland zet in op een eerste, grootschalige elektrolysefabriek 3 We verkennen de toepassing van een waterstof voor hoge temperatuur warmte 4 Het toepassen van waterstof als regelbaar C02-vrij vermogen en energieopslag voor langere perioden is een interessante ontwikkeling. Na 2030 zal de kans op deze toepassing toenemen; dit houden we in de gaten en waar mogelijk proberen we hierop te anticiperen 5 We leggen t.a.v. waterstof prioriteit bij het uitvoeren van de programmalijn waterstof van platform SDR: het groen produceren (of importeren) van waterstof voor de industriële toepassingen die al plaatsvinden

46

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan PE51.0

Rollen en verantwoordelijkheden De SDR-programmalijn waterstof is leidend voor onze aanpak. De programmamanager waterstof is verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. Vanuit ZEA zijn we op afstand betrokken en zorgen we voor goede borging in programmateam Elektriciteit.

Activiteiten In onderstaand overzicht staan de activiteiten, gelinkt aan de prioriteiten, beschreven.

Wat Afspraken gemaakt in de RES * vertaald naar concrete activiteiten

2a

Realisatie pilot elektrolyzer Realisatie grootschalige elektrolyzer Aanlanding voldoende wind op zee

4a

In de gaten houden ontwikkeling toepassing van water­ stof als regelbaar C02-vrij vermogen en energieopslag

5a

Prioriteren waterstofprogamma SDR “Hydrogen Delta"

me. i*

. -

I

U*JÉI1UM

47

C

04 Integraliteit, doorsnijdende en overige thema's Uitvoeringsplan RES1.0

Wanneer

Wie

Afronding/ oplevering in jaar

Wette lijk verantwoordelijke/ uitvoerende partij

Rol ZEA

Daadwerkelijke uitvoering door

2025

SDR

Geen

Markt

2030

SDR i.s.m. Provincie Zeeland

Geen

Markt

2030

Provincie Zeeland en gemeenten

Geen

Provincie Zeeland en gemeenten

SDR, Provincie Zeeland, 13 Zeeuwse gemeenten

Geen

SDR

2030ŵ Heden - 2050

4.8.

Landbouw

Alle beschreven doelen en acties inde paragraaf over de landbouw, vallen reeds onder de bestaande programma’s elektriciteit, mobiliteit en gebouwde omgeving Een afzonderlijke aansturing vanuit thema landbouw is hierbij onlogisch.

lUUUttj

#* j7«»ř-

Rollen en verantwoordelijkheden Het ZEA heeft geen wettelijke verantwoordelijkheid m.b.t. het verkennen en kapitaliseren van kansen voor duurzame opwekking binnen de agrarische sector. Deze verantwoordelijkheid is belegd bij de Zeeuwse Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO). Het ZEA heeft geen rol in de uitvoering, op de ontwikkeling van een zon-op-dak loket na. De gemeenten en de Provincie zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen van het ruimtelijk beleid en de afgifte van vergunningen.

48

05 Financiën Uitvoeringsplan RES 1.0

05 Financiën De ZEÀ-partners hebben gezamen­ lijk voor de periode 2019-2021 middelen beschikbaar gesteld om de ontwikkeling van de RES 1.0 te bekostigen. Flet ZEA bereidt allerlei zaken voor, streeft draagvlak in de samenleving na, brengt activiteiten in beweging, brengt partijen bij elkaar en faciliteertde uitvoering. De primaire verantwoordelijkheid voor uitvoering ligt echter elders.

-~a»

•w*»

Wij onderscheiden daarom drie financiële sporen 1. Geld voor uitvoering van de energietransitie bij overheden 2. Financiële ondersteuning voor woningeīgenaren en bedrijven 3. Geld voor de uitvoering en dóórontwikkeling van de RES

49 ! 05 Financiën I

5.1.

Uitvoeringsplan RES 1.0

Geld voor uitvoering van de energietransitie bij overheden

Het Kiimaatakkoord bevat allerlei doelen en acties die bij decentrale overheden terecht komen. Voorbeelden zijn het ruimtelijk mogelijk maken van duurzame energieopwekking (wind en zon), het opstellen en vaststellen van transitievisies warmte en het maken van plankaarten voor laadinfrastructuur. Deze zaken blijven de verantwoordelijkheid van gemeenten. HetZEAkan dit niet uit handen nemen van gemeenten, maar kan wel de uitvoering makkelijker, sneller en goedkoper maken door de samenwerking te bevorderen, slim inkopen te ondersteunen en partijen en doelen te verbinden.

De betrokken overheden willen ook het goede voorbeeld geven. Door bijvoorbeeld hun eigen vastgoed en wagenpark te verduurzamen, zelf duurzame energie op te wekken op de eigen daken en gronden. Net als woningeigenaren en bedrijven moeten zij hier flink in investeren en net als bij deze doelgroepen hebben ook overheden financiële steun nodig. Vanuit het ZEA kunnen wij hier, behalve voor pilot- en onderzoeksprojecten, niet in investeren. Wij lobbyen wel actief bij het Rijk voor ondersteuning van overheden en onderzoeken met de betrokken overheden andere beschikbare financīeringsopties. Financièle steun van de rijks­ overheid aan decentrale overheden is een essentíėle voorwaarde voor het uitvoeren van het Kiimaatakkoord.

ļįu. . - ,

«OSSte

50

05 Financiën Uitvoeringsplan RES 1,0

5.2.

Financiële onder­ steuning woningeigenaren en bedrijven

Om de energietransitie ook daadwerkelijk te realiseren, zullen ook woningeigenaren en bedrijven stevig moeten investeren, om hun energiegebruik terug te dringen, en meer duurzame energie op te wekken. Dit kan in exploitatie en onderhoud financieel voordeel opleveren, maar ook bijvoorbeeld meer wooncomfort geven. De aanvankelijke investering is soms hoog en voor sommige Zeeuwen en bedrijven moeilijk op te hoesten. De verwachting is dat er maatregelen zijn die zích moeilijkterugverdĩenen, en dat er doelgroepen zijn die financiële ondersteuning nodig hebben. Hoewel lokale en regionale overheden hier zeker een rol in kunnen spelen is dit allereerst een verantwoordelijkheid van het Rijk. Wij zullen actief lobbyen bij het Rijk om deze financiële ondersteuning ook beschikbaar te stellen. Zodat iedereen mee kan in de energietransitie en deze haalbaar en betaalbaar is.

5.3.

Geld voor uitvoering en dóórontwikkeling RES

Voor de ontwikkeling en uitvoering van de RES is de afgelopen járen een netwerkorganisatie op poten gezet. Het is essentieel deze organisatie in stand te houden. Vanuit het ZEA worden integraal initiatieven en activiteiten ontwikkeld die op regionaal niveau de energietransitie versnellen. Naast de inzet van ondersteunend personeel kan dit gaan om uit te voeren onderzoeken, het organiseren van afstemming waardoor we uitvoeringskosten beperkt houden, ontwikkelen van communicatiemiddelen en allerhande praktische hulp voor gemeenten en initiatiefnemers. Zodat alle betrokkenen kunnen profiteren van eikaars expertise, ook buiten Zeeland, en niet alles zelf hoeven te ontwikkelen. In de periode 2018-2021 heeft het ZEA deze kosten weten te dragen door een eigen bijdrage van de partners (gemeenten, provincie, waterschap en netbeheerder), aangevuld met een rijksbijdrage. Een opgestelde meerjarenbegroting laat zien dat ook voor de periode 2022-2025 deze bijdragen noodzakelijk zijn. Daarom wordt de bijdrage van de (vooralsnog) vier regiopartners, voor de periode 2022-2025, gehandhaafd zodat de minimaal benodigde organisatie gefinancierd kan worden. Voor de járen 2022-2025 is er helaas nog geen duidelijkheid over een rijksbijdrage. Met onze partnerorganisaties zullen wij

actief bij het Rijk lobbyen voor deze middelen. We voelen ons hierin gesteund door het advies van de Raad Openbaar Bestuur (ROB) die heeft becijferd dat decentrale overheden vele miljoenen perjaar nodig hebben om het Klimaat akkoord uít te voeren. Capaciteit en middelen voorde ontwikkeling en uitvoering van de RES zijn in het ROB-advies overigens ook nadrukkelijk benoemd. Prioriteiten en startprojecten De prioriteiten komen voort uit de RES 1.0 (zie overzicht bij de programma's) en de daarin omschreven activiteiten en (start)projecten. De prioriteiten kennen veelal wet een iets ander abtstractieniveau omdat ze niet per definitie als project met een concreet eindresultaat zijn te karakteriseren. Dit kan de vraag oproepen hoe prioriteiten en startprojecten zich tot elkaar verhouden. De lijst met startprojecten van de tafel mobiliteit kent bijvoorbeeld circa zestig startprojecten. Er zijn drie prioritaire thema’s benoemd (zie paragraaf 3.3). Die startprojecten die direct aan de prioritaire thema zijn te verbinden hebben daarmee vanzelf­ sprekend een andere status dan de projecten die daarbuiten vallen. Dit betekent niet dat op deze projecten geen activiteiten kunnen worden ontwikkeld, maar wel met een lagere urgentie, ook wat betreft de toekenning van financiële middelen en capaciteit.

De jaarlijkse verdeling van middelen over de verschillende programma’s wordt op basis van een activiteiten­ plan door het ambtelijke kernteam

51

05 Financiën Uitvoeringsplan RES 1,0

voorbereid en door de bestuurlijke kerngroep vastgesteld, leder jaar wordt vastgesteld welke budget per programma benodigd en beschikbaar is. De programma­ managers en de communicatie­ manager dienen hiertoe ieder jaar een begroting in. Deze is in samenwerking met de programmateams opgesteld. De penningmeester brengt dit samen tot een voorstel voor de totale begroting. Het ambtelijk kernteam en het bestuurlijk kernteam fiatteren deze begroting en communiceren deze via het OZO met de partnerorganisaties. Onvoorziene bestedingen worden vooraf voorgelegd aan het ambte­ lijk kernteam en wanneer wenselijk

aan het bestuurlijk kernteam. Verstrekken van opdrachten en/ of het werven van personeel verloopt altijd in samenwerking met de penningmeester en de gemeente Goes. Rijksbijdrage Een belangrijk deel van de inkomsten komt op dit moment vanuit een Rijksbìjdrage. In de periode 2019-2021 bedroeg deze C 374.000 per jaar. Om uitvoering te kunnen geven aan het uitvoeringsplan 2022-2025 is een minimale Rijksbijdrage van C 1.200.000 per jaar noodzakelijk. Dit is dan ook het uitgangspunt voor de lobbyactiviteiten richting ministeries, NP-RES,

brancheorganisaties en de politiek. Bij iedere bijdrage lager dan dit bedrag moeten wij onze begroting bijstellen door kosten te verlagen of andere inkomsten te genereren. Lukt dat niet, dan zullen we activiteiten en doelen bij moeten stellen. Partnerbijdrage Zoals omschreven is het voor de continuïteit essentieel om de organisatie overeind te houden en hier zekerheid in te kunnen bieden. Dit doen wij door de partnerbijdrage op het huidige niveau (2021) te continueren in de periode 2022-2025:

PARTNERBIJDRAGE 2022-2025 P/JR

BIJDRAGE

Gemeenten (VZG)

C

140.000

Provincie

c

130.000

Waterschap

C

16.850

DNWG

C

130.000

Totaal

C 416.850

'W '

52

05 Financiën Uitvoeringsplan RES 1.0

5.4.

Meerjarenbegrotĩngn

De begroting voor dit uitvoerings­ plan heefteen looptijd van vier jaar (2022-2025). Zo sluiten we aan bij de begrotingssystematiek van de partners en kunnen we de continuïteit van de samenwerking en de organisatie borgen. Voor het bepalen van de kosten houden wij de uitvoering van de RES 1.0 en de vastgestelde prioritering als leidraad. Op basis hiervan komen

wij op de volgende standaard begroting die onze leidraad vormt voor de meerjarenbegroting 2022-2025. Deze begroting laat zien hoe de verhouding is tussen benodigde capaciteit en middelen enerzijds en laat anderzijds zien op welke thema's het zwaartepunt van de uitdaging ligt. Zoals omschreven wordt deze begroting jaarlijks vastgesteld zodat optimaal ingespeeld kan worden op de actualiteiten.

KOSTEN Algemeen Voorzitter, PMO en monitoring (1,7 fte) Overige

C C

150.000 50.000

c

200.000

c c

150.000 50.000

c

200.000

c e e

100.000 450.000 100.000

c

650.000

e c c

60.000 175.000 115.000

c

350.000

c c

150.000 75.000

C

225.000

Communicatie Progammamanager en ondersteunende capaciteit {1.5 fte) Website, bijeenkomsten, materialen e.a. Gebouwde omgeving Prog rammamanager CO Projectleiders en PMO (4,5 fte) Uítvoeringsbudget gebouwde omgeving Mobiliteit Programmamanager mobiliteit (0,6 fte) Projectleiders en PMO (1,5 fte) Uitvoeringsbudget mobiliteit Elektriciteit Projectleiders en PMO (1,5 fte) Uitvoeringsbudget elektricteit

Totaal

C 1.625.000

05 Financiën

53 i

Uitvoeringsplan RES 1.0

Inkomsten Er zijn verschillende baten die wij tegenover de kosten kunnen plaatsen. In de voorliggende periode bestonden deze voornamelijk uit bijdragen van de partners en de Rijksbijdrage. Inkomsten uit subsidies en fondsen kunnen aanvullende inkomstenbronnen vormen worden. Wij streven er naar meer van dit type inkomsten te genereren. Aangezien nu nog niette voorzien is of en hoeveel van dit type inkomsten gegenereerd kunnen worden, maken zij geen onderdeel uit van de begroting. Hoewel deze eveneens onzeker is maakt de rijksbijdrage nadrukkelijk wel onderdeel uit van onze meerjarenbegroting

BEGROTING BATEN

2022

VZG

C

140.000

C

Provincie

e

130.000

Waterschap

c

DNWG

2023

2024

2025

140.000

e

140.000

C

140.000

e

130.000

e

130.000

e

130.000

16.850

c

16.850

G

16.850

C

16.850

c

130.000

c

130.000

C

130.000

C

130.000

Rijksbijdrage

c

1.208.150

c

1.208.150

c

1.208.150

C

1.208.150

Totaal

C 1.625.000

G 1.625.000

C 1.625.000

C 1.625.000

54

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Bijlagen Bijlage A:

Organisatie en wijze van samenwerken

Eén van de belangrijkste succes­ factoren van het tot stand komen van de RES 1.0 was de goede en intensieve samenwerking tussen de vele betrokken partijen. De samenwerking tussen de 5 partners (“founding fathers”) in het kernteam, maar vooral de brede betrokkenheid van maatschappelijke

organisaties, overheden, bedrijven, brancheverenigingen, inwonerscollectieven, kennis­ instellingen, het onderwijs en andere partijen Door deze samenwerking is het ZEA 1.0 werkelijk Zeeuws geworden Deze kwaliteit willen we ook bij de uitvoering en de ontwikkeling van RES 2.0 behouden

55

C

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

A.l

Taken volgens het ROB

Vanuit het ROB rapport worden de taken voor de gemeenten, provincies en waterschappen als volgt schematisch weergegeven:

Overkoepelend

1.1 Monitoren en herijken RES

1.2 Vergoeden planschade

Gebouwde ongeving

2.1 Opstellen wijkuitvoeringsplan

2.2 Opstellen wijkuitvoeringsplan, begeleiden bewoners

2.3 Samenwerken met corporaties en VvE's

2.4 Vergunningverlenen, handhaven, toezicht

Mobiliteit

3.1 Onderzoeken energie­ behoefte laadinfra

3.2 Aansluiten bij regionale aanbesteding laadinfra

3.3 Opstellen regionaal programma emíssieloos

3.4 Vormgeven zeroemissiezones*

3.5 Handhaven zeroemissiezones*

Mobiliteit

3.6 Extra aanpassen stede lijke infrastructuur

3.7 Stimuleren deelconcepten

3.8 Verduurzamen eigen mobiliteit

3.9 Klimaatneutraal inkopen Grond-WegWaterwerken

3.10 Handhaven C02norm mobiliteit

Industrie

4.1 Handhaven C02-besparingsplicht

Landbouw

5.1 Aansluiten bíj programma veenweide­ gebied

5.2 Ondersteunen landbouw­ bedrijven

5.3 Vergroten areaal natuur (ook op eigen grond)

5.4 Aanpakken voedsetverspilling

Elektriciteit

6.1 Stimuleren zonneweides

6.2 Stimuleren windparken

Onder­ steunende processen

7.1 HR

7.2 Facilitair en ICT

7.3 Juridische zaken

7.4 Financiën en control

Figuur 4: Taken voor gemeenten

7.5 Implementatie­ kosten

56

I

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Overkoepelend

1.1 Monitoren en herijken RES

1.2 Vergoeden planschade

Gebouwde ongevíng

2.1 Ontwikkelen warmtebronnen

2.2 Verduurzamen eigen vastgoed

Mobiliteit

3.1 Aanwijzen locaties snellaadinfra

3.2 Aan bested en laadpunten

3.3 Inzetten eigen infra voor energie­ opwekking

3.4 Klimaatneutraal inkopen Crond-WegWaterwerken

3.5 Inrichten en versterken reg. mobiliteitsplatform

Mobiliteit

3.6 Opstellen regionaal programma emissieloos

3.7 Facilĩteren zero-emissie busvervoer

3.8 Stimuleren deelconcepten

3.9 Verduurzamen eigen mobiliteit

3.10 Aanpakken onderwijstijden en hyperspits

Industrie

4.1 Handhaven verbreding energiebespringsplícht

4.2 Verlenen vergunningen

4.3 Inpassen warmtenetten in infrastructuur

Landbouw

5.1 Uitvoeren en monitoren veenweidegebied

5.2 Ondersteunen landbouwbed rijven

Elektriciteit

6.1 Stimuleren zonneweides

6.2 Stimuleren wind parken

Onder­ steunende processen

7.1 HR

7.2 Facilitair en ICT

7.4 Financiën en control

75 Implementatie­ kosten

Figuur 5: Taken voor provincies

co2maatregelen

5.3 Voeren van klimaatgericht natuurbeleid

7.3 Juridische zaken

57

C

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Overkoepelend

1.1 Meekijken monitoren en herijken RES

Gebouwde ongeving

2.1 Ontwikkelen warmtebronnen en -netten

2.2 Inzetten biogas en groen gas voor warmte

Mobiliteit

3.1 Klimaatneutraal inkopen Grond-WegWaterwerken

3.2 Verduurzamen eigen mobiliteit

Industrie

4.1 Reduceren energie­ behoefte installaties

4.2 Reduceren emissies water­ zuivering

Landbouw

5.1 Uitvoeren en monitoren veenweidegebied

5.2 Verkennen potentie groen op eigen grond

Elektriciteit

6.1 Beschikbaar stellen grond voor duurzame energie

6.2 Verlenen vergunningen voor duurzame energie

6.3 Organiseren communicatie en participatie

Onder­ steunende processen

7.1 HR

7.2 Facilitair en ICT

7.3 Juridische zaken

2.3 Inzetten aquathermie voor warmte

2.4 Verduurzamen eigen vastgoed

7.4 Financiën en control

7.5 Implementatie­ kosten

Figuur 6: Taken voor waterschappen

Op basis hiervan concludeert het rapport dat er voor deze d rie betrokken overheden een rol ín de uitvoering en herijking van de RES voorzien blijft.

58

Bijlagen í

Uitvoeringsplan RES 1.0

A.2

Kwadrantenmodel van der Steen

Bij het bepalen van de rol en verantwoordelijkheden van de betrokken overheden en het Zeeuws Energìe-akkoord wordt gebruik gemaakt van het kwadrantenmodel uit de publicatie "Expliciete Politiek’’ van Martijn van

der Steen (NSOB). Hiermee kan per thema of programma en per partner duidelijk worden gemaakt wie wanneer welke rol heeft. In veel gevallen zal er tegelijkertijd tussen meerdere rollen tegelijkertijd worden geschakeld. Een voorbeeld ís dat facîüteren soms niet mogelíjk is zonder ook regelgeving in te zetten.

VANUIT RESULTATEN NAAR RANDVOORWAARDEN

VANUIT DE OVERHEID NAAR DE SAMENLEVING

Presterende overheid Overheid stelt concrete doelen en stelt in veste ringsbudget ter beschikking Subsidiëren innovatie Inzet projectleiders -* Taken van gemeenten overnemen, indien nodig Lobbyen bewustwordingscampagnes

s\x Netwerkende overheid

Regelgevende overheid Overheid stelt concrete doelen, kaders en grenswaardes Forse inzet op VTH Lobbyen voor wetten, regels en Rijksregeüngen Maximale inzet op omg evin gsve rorde n i ng

Faciliterende overheid •* Verbinden Markt volgen-aansluiten waar reeds energie is Onderzoeken doen en de basis/feíten op orde Meer inzet omgevingsverordeníng Belemmeringen opruimen Bedríjfslobby ondersteunen \z

Verbinden en sterke governance leveren (formeren van coalities) Leiding nemen in strategiebepaling en kaders, maar exacte doelen aan markt laten Inzet projectleiders Faciliteren innovaties Lobbyen participatiecampagnes

VANUIT RANDVOORWAARDEN NAAR RESULTATEN

Figuur 7: Kwadrantenmodel van der Steen

VANUIT DE SAMENLEVING NAAR DE OVERHEID

61

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 10

met de samenwerkende over­ heden en overige partijen. Dit gebeurt zowel via de lijn van de publieke stuurgroep, het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) en het Regiobureau als rechtstreeks met de individuele overheden en de netbeheerder.

Kernteam bestaat uit: Simon Nieuwkoop (voorzitter) ■* Leo Kasse (secretaris, Waterschap)

Niels Elshof (Provincie) Martin Martens (manager Elektriciteit, Enduris) ■» Marcel Aanen (VZG) Carola Helmendach (manager GO, Impuls) Jasmijn Visser (communicatiemanager) Tom Stuîj (manager Mobiliteit)

Het ambtelijk kernteam is op een vergelijkbare wijze opgebouwd, namelijk een vertegenwoordiger per betrokken partij. Het kernteam is als het ware de penvoerder van het ZEA, en de individuele leden vormen de link naar de "werkvloer" van de achterban. De betrokkenen van het kernteam wijzen uit hun midden een voorzitter aan.

Bestuurlijke kernteam bestaat uit: Jo-Annes de Bat (voorzitter, Provincie) Koen Verbogt (Enduris) Dick ten Voorde (Impuls) Joost de Goffau (Gemeente Goes) Peter Ploegaert (Gemeente Sluis) Gert van Kralingen (Waterschap) Martin Verbrugge (Economie Board/Verbrugge) John Dane (Economic Board/HZ)

Bestuurlijke kernteam en ambtelijk kernteam hebben grofweg drie taken: 1 Stimuleren van de uitvoering van de RES 1.0 en hierover rapporteren 2. De (door)ontwīkkeling naar de RES 2.0 3. Vertegenwoordigen lokale en regionale overheden en bewaken publieke belangen

»* V'

62

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Stimuleren van de uitvoering van de RES 1.0 en hierover rapporteren Het bestuurlijk- en ambtelijk kernteam zijn met de Publieke Stuurgroep in staat om de uitvoering van de RES 1.0 op regionaal niveau te initiëren organiseren, stimuleren, monitoren, faciliteren en te communiceren over de resultaten. Zij zijn in staat om bovenlokaal activiteiten te ontwikkelen en op die wijze een versnelling in de energietransitie teweeg te brengen, bovenlokale belangen te waarborgen, efficiëntie te ontwikkelen in de aanpak, kosten te besparen en nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. Zij kunnen waar wenselijk startprojecten ontwikkelen namens de gezamenlijke partners. Zij zijn echter niet verantwoordelijk voor de uitvoering van de projecten en het bereiken van de doelstelling­ en als geheel. Zij nemen verant­ woordelijkheden van partijen niet over, maar ondersteunen hen. Hoewel het kan voorkomen dat projecten worden ontwikkeld, is het ZEA geen projectbureau Namens de gezamenlijke organisaties zal de uitvoering van de RES zich op regionaal niveau richten op de hiervoor reeds genoemde taken, op de monitoring en evaluatie van de RES 1.0 en de hieronder vallende startprojecten. Dóórontwikkeling naarde RES 2.0 Kerntaak van het ZEA is het uitzetten van de strategie en het in gang brengen (en houden) van een beweging. Na verloop van tijd zal worden gestart met de ontwikkeling van de RES 2.0.

De strategiebepaling in de

energietransitie is immers nog lang niet klaar, en we zullen ons moeten blijven aanpassen aan de veranderende wereld. Rollen en verantwoordelijkheden bij het ontwikkelen van de RES 2.0 zullen vergelijkbaar zijn met die van de ontwikkeling van de RES 1.0. Overeenkomstig de landelijke afspraken wordt de RES 2.0 uiterlijk in april 2023 vastgesteld. Eind 2021 wordt gestart met de ontwikkeling van de RES 2.0.

Vertegenwoordiging Het bestuurlijk en ambtelijk Kernteam en de Publieke Stuurgroep vertegenwoordigen de belangen en wensen van de deelnemende organisaties, maar het ZEA neemt geen verantwoordelijkheden over van de afzonderlijke partijen. Ook heeft het ZEA (uiteraard) geen mandaat om beslissingen te nemen over beleid en begroting van deze afzonderlijke partijen.

63 1 Bijlagen

I Uitvoeringsplan RES 1.0

A.4

Bestuurlijk overleg en afstemming

Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) De twee wethouders in het bestuur­ lijk kernteam vertegenwoordigen de gezamenlijke dertien gemeenten, maar kunnen de eigen besluitvorming in gemeenteraden en colleges van B&W natuurlijk niet overstemmen. Samen met de bestuurders van de Provincie en het Waterschap doen zij verslag van de RES in het themaoverleg Energie van het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) en kunnen zij voorstellen aan de 13 gemeenten voorleggen Gemeentelijke besluit­ vorming kan op deze manier worden voorbereid, maar blijft noodzakelijk voor bijvoorbeeld besluiten over locatiekeuzes of financiën. Daarnaast wordt er een publieke stuurgroep ingesteld Voor de rol van deze Stuurgroep wordt verwezen naar paragraaf 2.4, "Governance ontwikkeling". Overeenkomstig de doelen van het OZO is het themaoverleg Klimaat, Energie en Milieu zoveel mogelijk een strategisch overleg Dit overleg wordt ambtelijk voorbereid door de gemeentelijk vertegenwoordiger in het kernteam van het ZEA, met input van de beleidsmedewerkers energie van gemeenten en de andere ZEA-kernteamleden. Het ambtelijk secretariaat van het OZO-themaoverleg Klimaat, Energie en Milieu ligt bij de gemeente Borsele (Marcel Aanen). Dit overleg wordt voorgezeten door wethouder Witkam (gem

Borsele) en kent een bestuurlijke kopgroep waarin naast wethouder Witkam en wethouder De Goffau (Goes) ook de wethouders Smit (Schouwen-Duiveland) en Van Assche (Terneuzen) plaatsnemen. Deze bestuurlijke kopgroep is beschikbaar voor tussentijdse voorbereiding van de OZObijeenkomsten. Er is viermaal per jaar een OZOthemaoverleg Klimaat, Energie en Milieu I In overleg zal bezien worden of de frequentie van dit overleg in relatie tot de ontwikkeling van de governance (zie paragraaf 2.4) aangepast moet worden Minimaal eens per jaar krijgen de programmamanagers van de programma's Gebouwde omgeving, Mobiliteit en Elektriciteit gelegenheid om persoonlijk de stand van zaken binnen hun programma toe te lichten en strategische thema's aan te dragen. In samenwerking met het regiobureau wordt daarnaast ruimte gezocht bij OZO-vergaderingen van andere beleidsvelden, zoals wonen, ruimte en mobiliteit. Op deze wijze wordt de sectoroverstijgende afstemming gezocht Vanuit het OZO-themaoverleg Klimaat, Energie en milieu worden besluiten van individuele gemeenten, het waterschap en de provincie voorbereid. Zie voor een andere omschrijving hieromtrent de paragraaf Governance (2 4) Het OZO heeft zelf geen besluitvormende bevoegdheden. Volksvertegenwoordigers Overheden kennen een verschil tussen dagelijks bestuur en

64

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

algemeen bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit direct gekozen volksvertegenwoordigers; dit zijn de gemeenteraden, Provinciale Staten (PS) en de algemene ledenvergadering (AV) van het Waterschap. Dit algemeen bestuur gaat over de kaders van beleid en financiën. Binnen de vastgestelde kaders, verzorgt het dagelijks bestuur de uitvoering. Het dage­ lijks bestuur wordt bij de provincie gevormd door Gedeputeerde Staten, bij gemeenten het college van B&W en bij het Waterschap door de gezworenen. De RES10 bepaalt beleidskaders, en is daarom destijds vastgesteld door de volksvertegenwoordiging. Dit uitvoeringsplan wordt vast­ gesteld door de dagelijkse besturen, omdat het uitvoering binnen deze vastgestelde kaders betreft.

Het is natuurlijk essentieel dat de volksvertegenwoordigers wel goed worden geïnformeerd over de uitvoering. Volksvertegenwoordigers hebben immers een volksvertegen­ woordigende en controlerende taak en moeten - wanneer nodig - bijsturen op beleidskaders en/of financiën. Hier ligt een belangrijke taak voor de colleges van B&W. Zij informeren de gemeenteraden actief en doen voorstellen om geld of personeel vrij te maken voor uitvoering, (onderdelen van) de RES 1.0 te vertalen naar eigen gemeentelijk beleid, of naar concrete projecten. In het belang van de continuïteit van de RES willen wij bindende afspraken maken over de beschikbaarstelling van middelen (geld en capaciteit) voor de totstandkoming van de RES en uitvoering daarvan voor de periode tot 2030

ZEA treedt niet in verantwoordelijk­ heden en van colleges, raden, staten en AV. Gemeenten gaan bijvoorbeeld onverkort over locatiekeuzes voor duurzame energieopwekking, de provincie is leidend in de concessie voor openbaar vervoer, etc. Vanuit het ZEA zullen overheden uiteraard wel worden uitgedaagd om samen de goede dingen te doen, op het juiste moment af te stemmen, afspraken te maken, het tempo te bepalen en waar wenselijk bij te sturen

PW'

*

Vanuit het bestuurlijk en ambtelijk kernteam en de Publieke Stuur­ groep worden de gemeenteraden, gedeputeerde staten en de algemene ledenvergadering actief geïnformeerd over de voortgang, actuele ontwikkelingen enz. Hier gebruiken wíj ook onze nieuwsbrief voor. Aanvullend hierop zullen wij ieder jaar een webinar of symposium aanbieden namens de verschillende programma's en hen via onze monitoringstools actief informeren over de resultaten. Mogelijk kunnen we hierbij gebruikmaken van de jaarlijkse plenaire sessies van het OZO. Wanneer mogelijk/wenselíjk zullen wij lokale en regionale bijeenkomsten rondom de RES organiseren, Het verzorgen van presentaties en persoonlijke toelichtingen in de verschillende raden, staten en AV van het waterschap is mogelijk en zal zeker in de ontwikkeling van de RES 2.0 worden toegepast.

- **

CS3S**

65

A.5

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Budgetbeheer

De gemeente Coes is budget­ houder van het ZEA. Zij beheert de middelen en vanuit de gemeentelijke organisatie wordt informatie omtrent de begroting van het ZEA actief meegenomen in de budgetcyclus. Vanuit het kernteam wordt een vaste penningmeester aangewezen. Deze voert maandelijks voortgangsoverleg met de afdeling financiën van de gemeente Goes. De ZEAorganisatie levert wanneer wenselijk een bijdrage ten behoeve van de budgetcyclus. Aansluitend hierop wordt vanuit het ZEA het inkoopen aanbestedingsbeleid van de gemeente Goes gevolgd. Budgethoudersregeling Het budgethouderschap ligt vast bij de gemeente Goes. Er is geen mandaat tot het aangaan van verplichtingen bij de ZEA-organisatie. Het mandaat tot het aangaan van verplichtingen is vastgelegd in het inkoop en aanbestedingsbeleid van de gemeente Goes

Inkoop- en aanbestedingsbeleid Wij volgen het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente Goes en zorgen dat er via de penningmeester van het ZEA een actieve koppeling ligt tussen het ZEA en deze gemeente. Aangezien het ZEA geen juridische entiteit heeft en er geen mandaat is om zelfstandig opdrachten te verstrekken, loopt dit altijd via de gemeente Goes. Op basis hiervan houden wij de volgende werkafspraken aan: - Programmamanager of kernteamlid stemt inkoopplan af met penningmeester kernteam en zij bespreken gezamenlijk of het in begroting past - Offerteaanvraag product/dienst levering vanuit het ZEA en/of gemeente Goes (per brief/e-mail), op naam van de gemeente Goes - Ontvangst offerte door contact ZEA/gemeente Goes (op naam van de gemeente Goes) - Inhoudelijke offerte door contactpersoon ZEA - Voorstel tot opdrachtverstrekking contactpersoon ZEA. Via penningmeester naar budgethouder gemeente Goes - Opdrachtverstrekking namens budgethouder gemeente Goes (door medewerker gemeente Goes)

De te volgen inkoopprocedure is vastgelegd in inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente Goes. Voor leveringen een diensten is deze o.a vastgelegd in een inkoopkaart Voorwaarden omtrent regionaal aanbesteden, toe te passen duurzaamheidseisen, EMVI-richtlijnen e.a. zijn vastgelegd in het inkoop- en aanbestedings­ beleid. Bij bestedingen vanaf C 30.000 wordt tevens het inkooptrajectformulier van de gemeente Goes gebruikt Subsidieaanvragen Het ZEA is een samenwerkings­ verband vormgegeven als een netwerkorganisatie, maar heeft geen wettelijke grondslag voor wat betreft bevoegdheden en verantwoordelijkheden Het ZEA als organisatie kan geen subsidieaanvragen doen en/of subsidies verstrekken. Via de ZEApartners wordt ernaar gestreefd om meer dan voorheen externe financieringsbronnen aan te boren. Zowel voor de uitvoering van initiatieven door ZEAorganisatie zelf als voor projecten van de partners. Dit laatste wordt gestimuleerd door ondersteuning te bieden bij subsidieaanvragen. In het verlengde hiervan onderzoekt het ZEA de toepasbaarheid en haalbaarheid van andere financieringsconstructies zoals leningen, fondsen, e.a.

66

A.6

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Overige processen

Lobby Zeeuwse overheden voeren een gezamenlijke lobbyagenda. Deze wordt vanuit het OZO ontwikkeld ten behoeve van de Zeeuwse lobbyisten in Den Haag en Brussel. In overleg met het OZO en de lobbyisten wordt door­ lopend gekeken hoe de Zeeuwse lobbyagenda en het ZEA elkaar versterken. Vanuit het ZEA wordt een jaarlijks afstemmingsoverleg met de lobbyisten geïnitieerd om actuele ontwikkelingen met elkaar te delen. Werven personeel Voor de uitvoering van werkzaam­ heden is voldoende capaciteit nodig. Capaciteit kan op verschillende manieren worden geworven. In het geval van opdrachten en inhuur van capaciteit via bijvoorbeeld een adviesbureau kan de procedure voor leveringen en diensten worden gevolgd. Wanneer er sprake is van detachering en in dienst nemen van personeel wordt naast het inkoop- en aanbestedingsbeleid ook het personeelsbeleid van de gemeente Goes gevolgd. In overleg met de afdeling personeelszaken van de gemeente Goes/GR de Bevelanden wordt in die gevallen besloten op welke wijze capaciteit geworven kan worden en welke procedure hierop van toepassing is. Detachering van medewerkers uit een van de lokale overheden of in dienst nemen van personeel kan om financiële redenen de voorkeur genieten. In die gevallen zal altijd een detacher! ngsovereenkomst

worden gesloten. In geval van arbeidsongeschiktheid of ontslag heeft de voormalig werknemer bepaalde rechten die een financieel risico voor de gemeente Goes met zich meebrengen. In het tweede kwartaal van 2021 zullen de deelnemende partners nadere afspraken maken over het verdelen van deze risico’s.

Gemeenteraadsverkiezingen Op 16 maart 2022 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Het ZEA zal nieuwe raadsleden en wethouders actief informeren over het Zeeuws Energieakkoord, de RES 1.0 en actuele ontwikkelingen. Een voorstel hiertoe zal in het derde kwartaal van 2021 worden behandeld in de stuurgroep.

.

*

IJ

-

,

67

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Bijlage B:

Monitoring en rapportage

In de RES1.0 zijn doelen, prio­ riteiten, startprojecten en acties benoemd voor de drie sectoren mobiliteit, gebouwde omgeving en elektriciteit. Waar het Klimaatakkoord einddoelen kent voor 2050, richt de RES zich in eerste instantie op doelen voor 2030. Voor de duurzame energieontwikkeling geldt hierop aanvullend 2025 als ìjkmoment. In het Klimaatakkoord is immers afgesproken dat duurzame

energieopwekking die in 2030 moet produceren, in 2025 over vergunningen beschikt.

Monitoring Overkoepelende monitoring is belegd bij het Waterschap.

Voortgangrapportage Per sectortafel worden overzichten gemaakt met de voortgang van alle projecten en acties. Deze voort­ gangsrapportages worden in de stuurgroep besproken en hierover zal actief worden gecommuniceerd. Voor de monitoring van belangrijke indicatoren zoals CCVuítstoot, sluiten we aan bij de landelijke moni­ toring die nog in ontwikkeling is.

Financieel jaarverslag Vanuit het kernteam wordt ieder jaar, uiterüjk in februari, een financieel jaarverslag opgesteld Deze wordt ter vaststelling aan de stuurgroep voorgeîegd en ter informatie gedeeld met de betrokken partners (Gemeenten, Provincie, Waterschap, Impuls en Enduris).

68

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Bijlage C:

Risicoanalyse

Op basis van de prioriteiten én de gewenste uitvoeringsorganisatie versus de huidige situatie is een risicoanalyse gemaakt. De belangrijkste risico’s zijn in kaart gebracht in onderstaande tabel en zullen in 2021 opgepakt worden.

Beschrijving risico Beschikbaar­ heid resources (mankracht kennis en budget)

Mitigatie

Wie

1. Akkoord meerjaren­ begroting ZEApartners 2.ZEA-partners vacante posities recruiten (voorkeur heeft aannemen boven inhuur)

1. ZEA-partners op bestuurlijk niveau 2. ZEA-partners op ambtelijk niveau

1. ZEA-stakeholderaanpak ontwikkelen 2. Frequent dialoog met (key) stakehol­ ders onderhouden

1. ZEA-kernteam 2. ZEA-partners

++

1. Borgen RES, in eigen organisaties, op bestuurlijk en ambtelijk niveau

2. ZEA-partners, ZEA-kernteam monitoren

**

Risico op verlies efficiëntie en slagkracht

1. Verantwoordelijk­ heden, doelstel­ lingen en processen inzichtelijk maken

2. ZEA-partners i.s.m. ZEA-kernteam

++ Nog niet aan de orde Risico op verlies efficiëntie en slagkracht

1. Verantwoordelijk­ heden, doelstel­ lingen en processen inzichtelijk maken

2. Programma managers ZEA-kernteam

Kans dat het gaat gebeuren (schaal 0-3)

Impact op niet behalen einddoel (schaal 0-3)

Actueel in 2021 en 2022

Maatschappelijk ++ draagvlak kalft Actueel in 2021 af, ook onder en 2022 stakeholders Borging RES in beleid

Integrale aan­ pak overheden

Integrale aanpak in de uitvoering van de RES vanuit het RESkernteam

+ Komt langzaam opgang

Nog niet inzichtelijk

+

69

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1.0

Bijlage D:

Communicatie­ strategie

In deze bijlage worden een aantal elementen van de ZEA communicatiestrategie 2021-2022 "Parijs op z'n Zeeuws" beschreven. Het betreft de gezamenlijke communicatieopgave, de doel­ groepen, het gezamenlijk communicatiefundament en de rollen/verantwoordelijkheden van de ZEA-partners in de ontwikkeling en uitvoering.

Gezamenlijke communicatieopgave De RES is van ons allemaal! Het vergoten van gezamenlijke verantwoordelijkheid, van de urgentie/bewustwordíng van en het draagvlak voor én het stimuleren tot actief bijdragen aan de uitvoering van de RES, onder de merknaam ZEA.

Intern: verankering van de RES in lokaal overheidsbeleid en heldere uitdraging van draagvlak voor de uitvoering van de RES Extern: bewustwording (aanjagen) Zeeuwse inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven van de Zeeuwse energietransitie + handvatten bieden t.b.v. de uitvoering (toegankelijk maken)

ZEA DOELGROEPEN

Interne bewustwording ä verankering Politiek bestuurlijk Zeeland

Extern bewustwording en draagvlak -

Zeeuwse inwoners » Inwoners generiek 0 Burgerinitiatieven » Jongeren en onderwijsinstellingen: primair onderwijs, voortgezet onderwijs

-

Zeeuws bedrijfsleven o Zeeuws MBK, bedrijven Zeeuwse maatschappelijke organisaties - Zeeuwse brancheverenigingen » Zeeuwse participatieorganisaties

Besturen partners -» Raadsleden, AB-leden gemeenten -» Staten Algemene vergadering Waterschap Burgermeesters en wethouders -» Ambtelijk Zeeland Beleidsmedewerkers overheden, communicatiemedewerkers ■* Medewerkers andere disciplines waarbij

duurzaamheid geïntegreerd kan worden

70

Bijlagen Uitvoeringsplan RE510

Gezamenlijk communicatiefundament

HOE

Pijler 1

Pijler 2

Pijler 3

Processen

Communicatie toolkit

Digitale ontsluiting

1: Processen onderlinge samenwerking, interne verankering, escalatie 2: Toolkit: ZEA brand/ communicatiekít, KinderRES, templates •* 3: Digitaal, online aanwezigheid/ vindbaarheid en ontsluiting aanbod * aanbod aanpassen naar doelgroep: inwoners/bedrijven/ ambtenaren ZEA communicatieactiviteiten

WAT í WIE Diverse aan (gezamenlijke) communicatieboodschappen en activiteiten

Inzichtelîjk maken gelaagdheid en welke positìonering/branding naar welke doelgroepen ZEA hoofdboodschap en storyline

WAAROM Gezamenlijke communicatieopgave

Figuur 9: Gezamenlijk communjcatìefundament

Twee sporen: intern (verankering beleid + urgentie) en extern (bewustwording/urgentie) Communicatiefunnel: bewustwording -draagvlak - actief bijdragen

71

Bijlagen Uitvoeringsplan RES 1-0

Rollen en verantwoordelijkheden ZEA-partners

ZEA Communicatie­ strategie -t

Ontwikkeling

ZEA partners

Uitvoering

Bewustwording intern (intern draagvlak RES * verankering eigen rol/ mandaat t.b.v. uitvoering RES)

Bewustwording extern

- Presterend - De RES is van voor ZEA allemaal! - Faciliterend (Vergroten bewustwording voor de ontslui­ is een gezamen­ ting lijke opgave van het ZEA, de - Presterend ZEA partners, eigen website de markt, iedereen)

Zeeuws Energieakkoord

' Presterend

- Faciliterend

Provincie Zeeland

* Co-creatie

- Presterend - Eigen verant­ woordelijkheid

Digitale ontsluiting

- De rol die het ZEA pakt is tot op zekere hoog­ te presterend - Kader wordt bepaald door doelen en resources

ZEA communi­ catie traject, welke rol voor welk traject

- Presterend: generieke ZEA communicatie, RES sectortafel trajecten geleid door RES - Netwerkend: bewustwording jongeren - Faciliterend: RES uitvoering middels programma Energie Si Klimaat, enquête, road­ show, uitrol

- Presterend eigen website

- Presterend: TW, Energieke gemeenten - Faciliterend: uitrol subsidies, roadshow, enquête

- Presterend . Eigen verant­ woordelijkheid

- Presterend eigen website

- n v t.

- Co-creatie

- Presterend - Eigen verant­ woordelijkheid

- Presterend eigen website

Open data energietransitie beschikbaar­ heid netcapaciteit, cijfers duurzame opwek

- n.v.t.

- Presterend - Eigen verant­ woordelijkheid

- Presterend eigen website

- Energie­ besparing bed rijven

13 Zeeuwse gemeenten (verenigd middels VZG)

- Co-creatie

' Presterend - Eigen verant­ woordelijkheid

Waterschap Scheldestromen

- Co-creatie

Endurĩs

Impuls Zeeland (geen overheids­ rol)

Figuur 10: Rollen en verantwoordelijkheden ZEA-partners

ENERGIE AKKOORD

Uitvoeringsplan RES 1.0 | RES-regîo Zeeland

O

2021 - 2023

ZEEUWS

RECYCLED Papter gemaakt van gerecycled materiaal

FSC* C007225

à klimaatneutraal ruTireOffiw.com | Nl-001-İP1BNM4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=7af2ac2f-06a0-4816-b564-ca4308527a77