01 (Praatvlietweg 1 Sluis) - Ontwerpbestemmingplan
Tekst van het document
5.
Toetsing aan de criteria/toetsingsvragen
a)
Elementen van kwaliteitsverbetering -
-
-
-
b)
Er is sprake van een beperkte kwaliteitsverbetering op de bestaande camping. Deze bestaat in feite uit enige standplaatsvergroting door de opheffing van 12 kampeerplekken op het oude terrein, waardoor de overige kampeerplaatsen tot minimaal 150 m2 kunnen worden vergroot. Het wandelproduct in het bestaande natuurgebied wordt versterkt met zitelementen, informatiebord en nestkasten. Het concept is gebaseerd op de weidsheid van de agrarische omgeving en het ontbreken van voorzieningen. De tarieven op het bedrijf zijn relatief laag en daarmee trekt de camping ook gasten aan met een beperkte beurs. Gelet op de oververtegenwoordiging van de doelgroep ouderen is het van belang na te denken over wat ouderen prettig vinden voor hun verblijf. Denk aan aangepast sanitair, medisch (defibrillator) en dergelijke, rolstoltoegankelijkheid. Het huidig aanbod van toeristische plaatsen wordt voor het overgrote deel ingevuld met vaste gasten, zodat er in feite meer sprake is van een vaste standplaatsenbedrijf (met toercaravans). Het uitbreidingsplan met de 29 chalets voor vaste gasten versterkt deze bedrijfsfilosofie. Dit is gelet op de ligging begrijpelijk en er is duidelijk vraag naar. Maar een uitbreiding met 29 kampeerplaatsen met chalets is aanzienlijk en staat in de ogen van de commissie niet in verhouding tot de voorgestane kwaliteitsverbetering op het huidige bedrijf.
Het is met name ingegeven vanuit versterking van de bedrijfseconomische basis om bedrijfsopvolging meer kansrijk te maken. Elementen van productdifferentiatie voor het bedrijf zelf
-
-
-
Met de aanleg van chalets is er sprake van productdifferentiatie op het bedrijf. De chalets worden verkocht aan gasten voor eigen gebruik en de standplaatsen worden verhuurd (jaarplaatsen). Ondernemers geven aan mogelijk ook zelf enige chalets aan te schaffen en te gaan verhuren. Zij opteren in dat geval liever voor langverhuur (1-2 jaren) dan kort toeristisch verhuur. Advies is om de huidige verhuurstacaravan te laten vervallen en deze op te nemen in het chaletprogramma. Dit bevordert de eenduidige uitstraling van het bedrijf. De grootte van de nieuwe standplaatsen (300 m2) is ruim en passend bij de vraag op deze locatie. Ondernemers kiezen voor een type chalet dat qua materiaal en kleurstelling passend is in de omgeving. Van groot belang acht de commissie dat deze uniformiteit bewaakt wordt en dat het geen uitbreiding wordt met allerlei verschillende nieuwe en oude stacaravans. De commissie is het met ondernemers eens dat hiervoor de tijd genomen moet worden als dat nodig is. Belangrijk acht de commissie ook dat de ondergrond in handen blijft van de ondernemers. Dit is ook het voornemen, maar vraag is of dit nog ergens vastgelegd kan worden.
8
-
-
c)
Ondernemers gaan voor de verkoop van de nieuwe chalets de gasten screenen of ze passen bij het bedrijf. Ofschoon hiervoor weinig zekerheden zijn in te bouwen, ziet de commissie dit als positief. Met de chalets krijgt het bedrijf een jaarrondexploitatie. De inrichting van het nieuwe terreingedeelte is traditioneel: twee rijen met chalets. Er is geen verbinding of integratie met het huidige terrein. Op zich is dat jammer, maar de opzet van de huidige camping maakt dat dit een logische keuze is. Wellicht is er wel via beplanting meer samenhang te krijgen. Aspecten van natuur en landschap (omgevingskwaliteiten)
-
-
-
De versterking van de recreatieve wandelroutestructuur met zaken als bankjes, informatiebord en nestkasten versterkt de relatie met het landschap en het omliggende agrarische polders. Met de aanleg van een gemaaid wandelpad van 550 m wordt aansluiting gezocht op het bestaande wandelknooppuntensysteem. Via de aanleg van een eveneens gemaaid wandelpad op de uitbreiding van de camping wordt het mogelijk een rondje te lopen. Het huidige natuurgebied wordt vooral bezocht door de huidige gasten. Met de aansluiting op het wandelknooppuntensysteem wordt er hopelijk meer gewandeld door externen. Het zou mooi zijn als de nieuwe wandelstructuur onderdeel kan worden van een verdere aanpassing van het bewegwijzerde wandelknooppuntensysteem. Als het lukt om meer aan te sluiten op de aanwezige landschappelijke groenstructuren (zie onderstaand kaartbeeld) wordt het gebied nog aantrekkelijker voor wandelaars van buiten. Dit is iets dat ondernemers zelf niet in de hand hebben (er zijn ook gronden van derden mee gemoeid) en naar de commissie begrijpt is het ook al eerder verkend, maar het blijft de moeite waard hiervoor aandacht te vragen.
9
-
-
-
d)
Bijdrage aan de voorgestane ontwikkeling in de kustvisie/toegevoegde waarde van het plan voor West Zeeuws-Vlaanderen -
e)
Het bedrijf laat zien dat er ook voor recreatie in het achterland van West ZeeuwsVlaanderen mogelijkheden liggen en dat niet alle focus op de kust hoeft te liggen. Het bedrijf is een voorbeeld hoe om te gaan met routes en landschapsbeleving in de directe omgeving. Samenwerking
f)
Om de aanloop van derden te bevorderen zou meer dan in de plannen is opgenomen de focus op vogelaars gelegd kunnen worden bijvoorbeeld in de vorm van kijkwanden (ondernemers noemen ook zelf het voorbeeld bij Waterdunen). Ook kan er meer informatie over vogels e.d. gegeven worden. Ook ondernemer zelf heeft interesse in en kennis van vogels. Kortom vogelaars zouden als onderscheidende doelgroep voor de camping en als wandelaars meer aandacht kunnen krijgen. Aandachtspunt is de landschappelijke inpassing aan de zuidzijde van het bedrijf bij de uitbreiding. In de ogen van de commissie is deze in de plannen onvoldoende (gelet op zichtbaarheid op de chalets in de winterperiode). De geplande hoogte is 1-2 meter en de breedte 2 m. Er is ruimte voldoende voor een meer robuuste inpassing. In plaats van een haag opteert de commissie voor een houtwal van minimaal 5 m breed en 2 m hoog. Daarin kunnen ook enkele bomen worden opgenomen worden. De houtwal hoeft niet aaneengesloten te zijn en kan ook doorzichten bieden door middel van (grotere) onderbrekingen. Er is aandacht voor duurzaamheid en klimaatadaptatie met lozing van afvalwater op een helofytenfilter en natuurlijke zuivering en de aanleg van zonnepanelen.
In feite is er geen sprake van samenwerking. Haalbaarheid (financieel, qua ondernemerschap, grondeigendommen e.d: niet planologisch) - Ondernemers geven aan dat er interesse is bij de zoon en diens vriendin in kader van bedrijfsopvolging. - De noodzaak voor uitbreiding is niet onderbouwd. De uitbreiding wel draagt bij aan de continuïteit van het bedrijf voor de bedrijfsopvolgers. - Er is geen inzicht in de financiën verkregen. Als indicatie voor de kosten van de nieuwe chalets is € 60.000-€ 90.000,- aangegeven. Duidelijk is dat de bouw van chalets op dit moment in Nederland lange wachttijden kent. Dit heeft een prijsverhogend effect en is daarmee wel een aandachtspunt. - De investeringen lijken haalbaar, zeker gelet op de termijn die hiervoor is uitgetrokken (5-10 jaren). - De benodigde gronden voor de aanleg van de uitbreiding en het aan te leggen wandelpad zijn in eigendom.
10
6.
Advies van de commissie
De commissie kan zich niet helemaal vinden in de plannen en de voorgestane ontwikkeling van het bedrijf. De kwaliteitsslag op het bestaande bedrijf is beperkt en staat niet in verhouding tot de gevraagde uitbreiding met 29 chalets. Een uitbouw met 20% van het huidig aantal aanwezige eenheden betekent 17 eenheden extra. Dit zou in de ogen van de commissie kunnen in de vorm van 17 chalets. Hiermee krijgt het bedrijf een steviger bedrijfseconomische basis ook met het oog op de bedrijfsopvolging. De commissie koppelt hieraan wel de voorwaarde dat de standplaatsen op het huidige bedrijf allemaal minimaal 150 m2 groot worden. Op de uitbreidingslocatie kunnen dan naast de 17 chalets ook de 12 kampeerplaatsen komen die als gevolg van de standplaatsvergroting op het bestaande terrein vervallen. De landschappelijke inpassing dient in de ogen van de commissie op enkele punten te worden versterkt. Met name voor de zuidzijde van de uitbreiding opteert de commissie voor een robuuste houtwal in plaats van een haag. De houtwal kan worden voorzien van (grotere) onderbrekingen om voldoende de relatie met het omliggende gebied te behouden. Sterke punten van het bedrijf zijn de ligging in het weidse achterland, de focus op relatief oudere gasten die komen voor de rust en de uitbreiding van het wandelproduct in de omgeving.
Het bedrijf ontwikkelt zich meer en meer tot een vaste standplaatsbedrijf met seizoenplaatsen en chalets op jaarplaatsen. De commissie hecht eraan dat het toeristisch karakter van het bedrijf ook op deze locatie in het achterland voor een deel wordt behouden. Ook voor rustzoekers die voor een kort verblijf komen, is de locatie interessant. In dit kader doet de commissie de suggestie om veel meer dan op dit moment een extra accent op vogelaars te leggen. Ook is meer aandacht gewenst voor voorzieningen/aanpassingen voor de doelgroep ouderen, die in grote meerderheid op het bedrijf een kampeerplek/chalet hebben/krijgen. Mogelijk dat de bedrijfseconomische ontwikkeling van het bedrijf op termijn een verdere omzetting van de 12 kampeerplaatsen naar 12 chalets op vaste plaatsen nodig maakt. Hiermee zou in het ruimtelijke spoor al rekening gehouden kunnen worden. Maar de commissie is nog niet zo ver. Er is al met al sprake van een aantrekkelijk bedrijf in het achterland van ZeeuwsVlaanderen.
11
BIJLAGE AERIUS Wnb Nota van uitgangspunten
Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen
+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl
kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01
Camping Polderzicht Praatvlietweg 1 4524 KR Sluis
Titel : Bijlage Nota van uitgangspunten AERIUS calculator Versie : 1.1 Datum : 25 februari 2023
Pagina 2 van 26
Inhoud 1.
Gegevens inrichting ..................................................................................................................... 4 1.1
Opdrachtgever ...................................................................................................................... 4
1.2
Locatie ................................................................................................................................... 4
2.
Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4
3.
Gegevens verandering ................................................................................................................. 5
4.
Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5 4.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 6
4.2
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 6
5.
Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7
6.
Conclusie en afweging................................................................................................................. 8
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase ................................................................................................ 10 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 18
Pagina 3 van 26
1. Gegevens inrichting 1.1
Opdrachtgever
Statutaire naam
: Verhage-Lemahieu
Adres
: Rondweg 1
Postcode
: 4524 JL
Contactpersoon
: De heer A.B. (Bram) Verhage
Telefoon
: 0117 – 760 160
1.2
Plaats:
Sluis Mail:
bram@verhage-lemahieu.nl
Locatie
Projectnaam
: Landschapscamping Polderzicht v.o.f.
Adres
: Praatvlietweg 1
Postcode
: 4524 KR
Telefoon
: 0117 – 461 388
Website:
www.camping-polderzicht.nl
Vestigingsnr.
: 000034705740
KVK nr.:
66045762
Sectie:
N
Kadastrale ligging : Sluis
Plaats:
Sluis
Nr(s):
459
2. Gegevens locatie Voor een bestemmingsplan voor de uitbreiding van een landschapscamping en akkerbouwbedrijf met enkele plaatsen binnen de gemeente Sluis dienen de effecten van de bouw en het gebruik van een terrein voor een camping op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een camping met een akkerbouwbedrijf met 85 standplaatsen voor kamperen en chalets aan de Praatvlietweg in Sluis, waar een deel van de akkers wordt omgezet voor de camping met 17 extra standplaatsen. Daarnaast worden 29 bestaande plaatsen worden voor gebouwen en bouwwerken voor recreatief nachtverblijf omgezet. Om de reguliere camping te realiseren dient de bestemming te worden gewijzigd en het bestemmingsvlak te worden vergroot. Op het gedeelte van de uitbreiding worden 32 plaatsen gerealiseerd. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de sloop- en bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden.
Op 7,9 km ten noorden van de locatie het Natura2000 gebied Zwin & Kievittepolder, op 8,3 km ten noordoosten van de locatie ligt Groote Gat en ten noorden ligt Vlakte van de Raan en Westerschelde & Saeftinghe op 10,7 km. Daarnaast ligt ten westen van de locatie op circa 700 meter net over de grens het Belgische gebied Poldercomplex.
Pagina 4 van 26
3. Gegevens verandering Het betreft een locatie met een camping en een akkerbouwbedrijf waarbij de camping wordt uitgebreid met recreatieve gebouwen en bijgebouwen, waarvan 17 nieuwe plaatsen, maar in totaal 32 recreatieve gebouwen. Op de locatie zijn in de huidige situatie een woonhuis, een grote loods, 2 trekkershutten, een appartement en 85 toeristische plaatsen aanwezig. De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van het toevoegen van de standplaatsen op de locatie zal toenemen en is in de verdere rapportage afgewogen.
4. Emissies tijdens de bouwfase Sinds 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming gewijzigd. Hierin is in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Hiermee wordt voor deze activiteit de vergunningplicht uit artikel 2.7, tweede lid uitgezonderd voor de gevolgen van stikstofdepositie door in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering activiteiten in de bouwsector aan te wijzen. Dit besluit wijzigt het Besluit natuurbescherming door daarin een nieuw artikel 2.5 op te nemen: "Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: 1. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; 2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." De partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn 1 op 2 november 2022 vernietigd. Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw.
Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan. Tijdens de bouwfase van de recreatiegebouwen en bijbehorende voorzieningen vinden extra emissies plaats. Er worden 29 standplaatsen voorzien van gebouwen en bouwwerken voor recreatief nachtverblijf. Van de 29 gebouwen en bouwwerken voor recreatief verblijf worden er totaal 9 op het bestaande terrein gerealiseerd en 20 op de uitbreidingslocatie. Dit is ook van toepassing bij de sloop van schuur. De verwachte bouwtijd bedraagt 2 maanden (8 weken in het recreatief laagseizoen). Eerst zal het grondwerk plaatsvinden met een kraan, waarbij in totaal 16 uur gemoeid is en een achttien trekkers het terrein zullen aandoen voor verwijderen van teelaarde en aanvullen met r.o. 49. Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets. Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1
Pagina 5 van 26
zand en granulaat voor de nieuwe weg en fundering voor de chalets. Gemiddeld komt dagelijks een bestelauto of busje elke werkdag. Verder zal een wielkraan per chalet de aanleg verzorgen van een rioolaansluiting en nutsvoorzieningen, voor dit graafwerk is eveneens 16 uur aangehouden. De 29 chalets worden met vrachtwagens gebracht en geplaatst. Deze vrachtwagens zijn voorzien van een eigen kraan om deze te lossen en zijn gemiddeld genomen gedurende een uur op het terrein actief. Voor de aanleg van het terrein en de voorzieningen zijn verder dagelijks 3 bestelbussen per werkdag gemiddeld aanwezig voor de afmonteren en overige werkzaamheden. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.
4.1
Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)
In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen van het gehele project van 8 weken meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de bouwplaats
Bewegingen Licht verkeer (bus/auto) Zwaar verkeer dieplader
6/werkdag 36 grond 58 chalets
Bewegingen project/8 weken t.b.v. AERIUS calculator 240 bestelbussen 36 trekkers grond en granulaat 58 vrachtwagens chalets
De bewegingen zijn gemodelleerd van de nieuw aan te leggen weg op de bouwplaats tussen de chalets richting Praatvlietweg, over de Heilleweg via de Kruisdijk en Heilleweg tot aan de provinciale Rondweg bij Sluis (N253). Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg vanuit deze weg geen filevorming kent. Voor het wegverkeer is “buitenweg” aangehouden, omdat het hier een goed begaanbare en overzichtelijke weg in het buitengebied betreft. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief.
4.2 Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen) De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 8 weken die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat
Pagina 6 van 26
de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar) Wielkraan grondwerk 125
Bedrijfstijd (uur/jaar) *
Trekker met gronddumper
140
178 50
Wielkraan nutsvoorziening Vrachtwagen chalets
80 380
117 1.905
Cilinderinhoud (liter) ** 16 3,8 4 7,0 16 58
3,8 15,6
* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20
5. Emissies na ingebruikname In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de planlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is namelijk enkel het verkeer van de extra recreanten nog relevant. Daar staat tegenover dat er akker verloren gaat waar recreatie en natuur voor terug komt. Dit is echter verder buiten beschouwing gelaten. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase is echter nog geen Wet natuurbeschermingsvergunning verleend, daarom worden de activiteiten bij de uitbreiding van camping in de gebruiksfase enkel beschouwd. Voor wat betreft het extra aantal verkeersbewegingen wordt er voor de camping aangehouden dat de 17 extra plaatsen straks per standplaats dagelijks gemiddeld vier bewegingen plaatsvinden bij maximaal 250 dagen per jaar en daarmee totaal 17.000 bewegingen. Op elke standplaats is het namelijk mogelijk om twee auto’s naast het chalet te parkeren. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn de totale transportbewegingen van het gehele project jaarrond meegenomen in de berekening. Tabel 3: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de projectlocatie
Licht verkeer (auto’s)
Voertuigen 68/dag
Voertuigenbewegingen project (jaar) 17.000 bezoekers (bestel)auto’s
De bewegingen zijn evenals bij de bouwfase gemodelleerd van de nieuw aan te leggen weg tussen de chalets richting Praatvlietweg, over de Heilleweg via de Kruisdijk en Heilleweg tot aan de provinciale Rondweg bij Sluis (N253). Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van wegtype “buitenweg” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief. Als rekenjaren is het jaar 2023 gehanteerd. Het geplande jaar van ingebruikname. Pagina 7 van 26
6. Conclusie en afweging Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect niet relevant is op Nederlandse gebieden, maar wel op de Belgische. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik niet toe door het toevoegen van de extra standplaatsen. Uit de berekening van de beoogde situatie van de oprichting van de extra standplaatsen blijkt de stikstofdepositie op omliggende gebieden inclusief de Belgische gebieden nihil is en heeft daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten en daarom bestaat op basis van artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht voor deze wijziging en oprichting. België heeft voor de tijdelijke extra depositie tijdens de bouwfase een eigen toetsingskader waar voor de stikstofdepositie een praktische wegwijzer is gemaakt. Vergunningplicht is van toepassing bij een betekenisvolle aantasting. Indien er wordt gesproken over een betekenisvolle aantasting of betekenisvol effect wordt hiermee bedoeld de betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de SBZ zoals omschreven in artikel 36 ter §3 van het Natuurdecreet2. Het habitatrichtlijngebied de Polders overlapt met de vogelrichtlijngebieden Poldercomplex, Krekengebied en Het Zwin.
Volgens de Overschrijdingskaart vermestende depositie vind een overschrijding plaats van de minimale waarde van de kritische depositiewaarde (KDWeutrofiëring).
In de betekenis van de definitie zoals omschreven in het Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (21/10/1997 artikel 2 30°: betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone: een aantasting die meetbare en aantoonbare gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone, in de mate er meetbare en aantoonbare gevolgen zijn voor de staat van instandhouding van de soort(en) of de habitat(s) waarvoor de betreffende speciale beschermingszone is aangewezen of voor de staat van instandhouding van de soort(en) vermeld in bijlage III van dit decreet voor zover voorkomend in de betreffende speciale beschermingszone). 2
Pagina 8 van 26
Op vorenstaande kaart is te zien waar natuurwaarden een overschrijding ondervinden. Het dichtstbijgelegen punt ligt op 2,0 ten westen van de inrichting aan de Groenendijk in Damme, zoals hieronder in de figuur met geel is aangegeven. De KDW van 22 kg N/ha/jaar van het voorkomende habitat 1330, waarmee met een molaire massa van 14,01 g/mol de KDW 1.570 mol bedraagt. De onderwaarde van het betekenisvol effect (<0,1% KDW) ligt daarmee op 1,57 mol/ha/jaar. Op dit punt vind in de bouwfase echter geen toename plaats. Ter plaatse is de depositie kleiner dan 0,00 mol/ha/jaar en is daarmee als niet significant te beschouwen voor het Habitatgebied de Polders.
Pagina 9 van 26
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase
Pagina 10 van 26
Pagina 11 van 26
Pagina 12 van 26
Pagina 13 van 26
Pagina 14 van 26
Pagina 15 van 26
Pagina 16 van 26
Pagina 17 van 26
BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase
Pagina 18 van 26
Pagina 19 van 26
Pagina 20 van 26
Pagina 21 van 26
Pagina 22 van 26
Pagina 23 van 26
Pagina 24 van 26
Pagina 25 van 26
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
Quickscan natuurwetgeving project Uitbreiden camping Polderzicht Sluis
1
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
Quickscan natuurwetgeving project Uitbreiden camping Polderzicht Sluis
Opdrachtgever: Datum: 5 mei 2023 Uitgevoerd en opgesteld door: Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169
© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
2
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
INHOUD 1
Inleiding ............................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ...................................................................... 4 1.2 Kader............................................................................................................ 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ........................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling ...................................................................................... 10 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten................................. 11 3 Soortenbescherming ......................................................................................... 13 3.1 Zoogdieren ................................................................................................. 13 3.2 Vogels ........................................................................................................ 14 3.2.1 Broedvogels ............................................................................................ 14 3.2.2 Watervogels ............................................................................................ 15 3.3 Reptielen en Amfibieën ..............................................................................
15 3.4 Vissen ........................................................................................................ 16 3.5 Ongewervelden .......................................................................................... 16 3.6 Vaatplanten ................................................................................................ 16 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ)............................................................................. 18 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ............................................... 20
Bijlage 1 Bijlage 2
Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland
3
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel onderzoek
Gepland is de bestaande camping Polderzicht een uitbreiding te realiseren van 17 eenheden tot in totaal 102 eenheden. Het plangebied bestaat uit grasland. Een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk om te bepalen of hierbij beschermde natuurwaarden een nadelig effect ondervinden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze beoordeling worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •
1.2
Tot welke (mogelijke) effecten leidt het realiseren van 17 recreatieve eenheden op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?
Kader
Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.
Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord.
4
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
Overige ‘nationaal beschermde’ soorten:
5
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht.
Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt.
6
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen.
Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3.
Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.
7
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
1.3
Afbakening plangebied en werkwijze
Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (blauw aangegeven).
8
Quickscan natuurwetgeving project uitbreiden camping Polderzicht Sluis
Figuur 1. Plangebied (rood).
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied.
Het plangebied is bezocht op 12 april 2023. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.
9