CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Ontwerp BP Buijzenpolderdijk 7 Breskens.pdf

Raad 25 maart 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Buijzenpolderdijk 7 Breskens22.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Buijzenpolderdijk 7 Breskens

Toelichting Buijzenpolderdijk 7 Breskens

Opsteller: Verhage-Lemahieu A.B. (Bram) Verhage Rondweg 1 4524 JL Sluis E: bram@verhage-lemahieu.nl T: 0117-760160 Versie: 16 november 2020 Status: Ontwerp IMRO: NL.IMRO.1714.bpbznpolderdijk7-ON01

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

1

INHOUD

1. 1.1 1.2 1.3

Inleiding ................................................................................................................ 3 Huidige situatie ..................................................................................................... 3 Het plan ............................................................................................................... 4 Leeswijzer ............................................................................................................ 5

2. 2.1 2.2 2.3

Planologisch beleidskader ...................................................................................... 5 Rijksbeleid ............................................................................................................ 5 Provinciaal beleid ................................................................................................... 6 Gemeentelijk beleid ............................................................................................... 6

3. Sectorale aspecten ................................................................................................. 8 3.1 Natuur ................................................................................................................. 8 3.2 Cultuurhistorie ..................................................................................................... 10 3.3 Archeologie .......................................................................................................... 11 3.4 Mobiliteit en parkeren............................................................................................ 11 3.5 Technische infrastructuur ....................................................................................... 11 3.6 Bodem ................................................................................................................ 12 3.7 Geluid ................................................................................................................. 12 3.8 Luchtkwaliteit ....................................................................................................... 13 3.9 Externe veiligheid ................................................................................................. 14 3.10 Omliggende functies .............................................................................................

14 3.11 Waterparagraaf .................................................................................................... 14 4. 4.1 4.2 4.3

Juridisch .............................................................................................................. 17 Algemeen ............................................................................................................ 17 Verbeelding.......................................................................................................... 17 Regels ................................................................................................................. 17

5.

Economische uitvoerbaarheid .............................................................................. 17

6. 6.1 6.2

Maatschappelijke haalbaarheid ............................................................................ 18 Procedure ............................................................................................................ 18 Conclusie ............................................................................................................. 18

Bijlage 1. Quickscan Natuurwetgeving Bijlage 2. Stikstofdepositie Aerius-berekening

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

2

1. Inleiding Initiatiefnemer heeft aan de Buijzenpolderdijk 7 een woning met bijgebouw in eigendom. De huidige bebouwing is sterk verouderd en dient gesloopt te worden. Initiatiefnemer zou graag een woning met bijgebouw realiseren welke voldoet aan de huidige eisen van deze tijd. Met andere woorden een woning welke voldoet aan de huidige wooneisen en maatvoeringen conform de geldende regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening. De nieuwbouw van een woning is al mogelijk op het perceel echter is het bestaande perceel zeer klein en biedt dit perceel niet de mogelijkheden om de woning met bijgebouw te realiseren. Om het initiatief wel uit te voeren dient het vlak voor woondoeleinden te worden vergroot. De regels behorende

bij

het

bestemmingsplan

Buitengebied

2e

herziening

blijven

van

toepassing.

Initiatiefnemer heeft per brief het college van Burgemeester en Wethouders verzocht hieraan medewerking te verlenen. Het college heeft vervolgens positief gereageerd op dit verzoek. Om het bouwvlak te vergroten, dient op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening een partitiële herziening van het bestemmingsplan te worden opgesteld. Het bestemmingsplan dient aantoonbaar te maken dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In onderhavige toelichting wordt een afweging gemaakt waarbij alle ruimtelijke relevante aspecten met betrekking tot het initiatief inzichtelijk gemaakt worden. Uit dit rapport zal blijken dat aan deze voorwaarden voldaan kan worden en dat er daardoor medewerking verleend kan worden.

1.1

Huidige situatie

De Buijzenpolderdijk 7, kadastraal bekend gemeente Oostburg, sectie L nummer 1396, is gelegen in het buitengebied van de gemeente Sluis. Op de locatie staat momenteel een oud woonhuis met aangebouwd bijgebouw. Aan de westzijde van het plangebied, direct aangrenzend, is de (burger)woning Buijzenpolderdijk 5 gelegen. De afstand tussen de woning op nummer 5 en de woning op nummer 7 bedraagt circa 35 meter. Ten noorden van het plangebied ligt een paardenbak welke in eigendom is van Buijzenpolderdijk 1. Ten oosten ligt een weide die in bezit is van initiatiefnemer. Aan de zuidzijde, de overzijde van de Buijzenpolderdijk, liggen de burgerwoningen Buijzenpolderdijk 4 en 6. Alle omliggende objecten zijn bestemd voor woondoeleinden.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

3

Figuur 1: Buijzenpolderdijk 7 (Kadastralekaart.com).

1.2

Het plan

Het initiatief is er op gericht om het bouwvlak te vergroten waardoor het mogelijk wordt een nieuwe woning en bijgebouw op het perceel te realiseren. De uitbreiding vindt plaats op een gedeelte van perceel Oostburg, sectie L nummer 1774, zie figuur 2. De locatie van de nieuwe woning en bijgebouw is nog niet nader bepaald. De regels welke opgenomen zijn in het bestemmingsplan Buitengebied blijven van toepassing op dit perceel waardoor de bouwmogelijkheden niet wijzigen. De regels voor bebouwing zijn overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening. Uitgangspunten zijn voor de woning: goothoogte 6 meter, nokhoogte 10 meter en maximaal 40% van het bouwperceel met een maximale inhoudsmaat van 1.000 m 3. Een bijgebouw heeft een goothoogte van 4 meter, een nokhoogte van 8 meter en ten hoogte 40% van het zij- en achtererf met een maximum van 120 m2. Alle regels met betrekking tot bouwen en gebruik zijn opgenomen in de regels behorende bij het bestemmingsplan.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

4

Figuur 2: uitbreiding bouwvlak Buijzenpolderdijk 7 (Kadastralekaart.com).

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden eerst de beleidskaders van het Rijk, de provincie Zeeland en de gemeente Sluis uiteengezet. In hoofdstuk 3 worden de sectorale aspecten zoals flora en fauna, cultuurhistorie, archeologie, Wetgeluidhinder, luchtkwaliteit en de waterparagraaf worden toegelicht. Hoofdstuk 4 geeft vervolgens de juridische componenten van het bestemmingsplan weer. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 6 de procedure nader aangeduid.

2.

Planologisch beleidskader

2.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid in Nederland en vervangt onder andere de Nota Ruimte. In deze Structuurvisie stelt het Rijk heldere ambities voor Nederland in 2040. Dit doet het Rijk op basis van de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven zowel bovengronds en ondergronds richting 2040 bepalen. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Deze waarden zijn vastgelegd in de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS). Deze RHS beslaat de gebieden in Nederland die een belangrijke functie vervullen op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Ten aanzien van deze gebieden is beleid geformuleerd om de kwaliteiten ervan te behouden. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Rijk heeft in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) nationaal ruimtelijk beleid geborgd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

5

van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Barro omvat 14 onderwerpen. De gewenste ontwikkeling is niet strijdig met een van deze 14 onderwerpen. De gewenste ontwikkeling is niet strijdig met nationaal ruimtelijk beleid.

2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. In dit Omgevingsplan zijn de hoofdlijnen voor het provinciaal ruimtelijk beleid uiteengezet. De provincie zet in op een sterke economie, goed woon- en leefklimaat en kwaliteit van water en het landelijk gebied. Evenwichtig duurzaam en innovatief zijn de pijlers waar de provincie zich op richt. Woningbouw wordt in het Omgevingsplan met het volgende doel omschreven: ‘Een goed woonklimaat en een goed werkende woningmarkt in steden, dorpen en op het platteland en met voldoende omvang, kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad. Ruimtelijk staan bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik voorop’. De gewenste ontwikkeling betreft de vergroting van een reeds bestaand bouwvlak bestemd voor woondoeleinden. De gronden waar de uitbreiding op plaats vindt zijn bestemd voor agrarische doeleinden. Er worden geen woningen toegevoegd. Het huidige bestemmingsvlak biedt reeds de mogelijkheid voor de bouw van 4 woningen, na deze bestemmingswijziging blijven dat er 4. Het plan past daarmee binnen de regionale woningmarktafspraken. De provincie Zeeland heeft geen specifieke regelgeving omtrent de oppervlakte van bouwvlakken.

Wel stelt zij dat zorgvuldig ruimtegebruik, zeker in het buitengebied, belangrijk is en dat landschappelijke waarden zoveel als mogelijk gerespecteerd moeten worden. Gezien de gestelde voorwaarden vanuit de gemeente Sluis, zijnde het niet verstoren van de huidige structuur van lintbebouwing en het aangesloten houden van het bestemmingsvlak wonen, wordt tegemoetgekomen aan behoud van de landschappelijke waarden. Er is geen sprake van strijdigheid met provinciaal beleid. Verordening Ruimte Naast regelgeving omtrent bouwen in het buitengebied duidt de Verordening gebieden met een bijzondere verwachtingswaarde aan. Bij het opstellen van dit wijzigingsplan zijn de kaarten behorend bij de Verordening Ruimte geraadpleegd. De locatie is wel gelegen in de nabijheid van een gebied welke is aangeduid in de artikelen 2.23 tot en met 2.27 en de daarbij behorende kaartmaterialen. Echter betreft de Buijzenpolderdijk een binnendijk waardoor de afwegingszone van 100 meter (artikel 2.27) niet van toepassing is. Aangaande de omgevingskwaliteiten worden in deze toelichting alle ruimtelijke factoren afgewogen. Geconcludeerd

kan

worden

dat

de

gewenste

ontwikkeling

zich

niet

verzet

tegen

de

omgevingskwaliteiten. De gewenste ontwikkeling is niet in strijd met provinciaal beleid.

2.3

Gemeentelijk beleid

Bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening Op de gronden van de woning aan de Buijzenpolderdijk 7 is het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening (vastgesteld 28 mei 2015) van toepassing. In dit bestemmingsplan is de locatie gelegen

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

6

binnen de bestemming “Wonen’ en zijn maximaal 4 wooneenheden toegestaan. De uitbreiding van het bouwvlak vindt plaats op de enkelbestemming Agrarisch, zie figuur 4. De aanduiding wro-zone – wijzigingsgebied 2 is in de 2e herziening geschrapt.

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied

Figuur 4: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied

Het perceel van initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om één woning op het perceel te realiseren. Enkel bij sloop van de bestaande woning kan een nieuwe woning gerealiseerd worden. Het aantal van 4 wooneenheden mag niet toenemen. Er zijn momenteel ook vier woningen binnen de bestemming Wonen aanwezig. Om een nieuwe woning op de locatie te realiseren dient het huidige bestemmingsvlak te worden vergroot en dient voor ingebruikname van de nieuwe woning de oude woning te worden afgebroken.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

7

3. Sectorale aspecten

3.1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Soortenbescherming Beschermde

natuurwaarden dienen op

basis van de

Wet

natuurbescherming

te

worden

gerespecteerd. De uitbreiding van het bouwvlak vindt plaats op een weide welke wordt begraasd. Voor het initiatief dienen geen bomen of struiken te worden verwijderd. Voor de te slopen bebouwing is een quickscan natuurwetgeving opgesteld, welke is bijgevoegd als bijlage 1. In de quickscan wordt geconcludeerd dat voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden dient geen rekening gehouden te worden met beschermde natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming. Het plangebied bestaat uit bebouwing. Het is de intentie de bebouwing te slopen. In de te slopen bebouwing zijn geen broedvogels te verwachten. Er zijn geen toegangen tot het gebouw. Vleermuizen komen voor in het plangebied. Het te slopen gebouw is niet geschikt als dagverblijf voor vleermuizen. Er zijn geen toegangen tot spouwmuren. Er zijn geen dakpannen. Er zijn geen boeiboorden of gevelbeplating. Voor andere soortgroepen is het plangebied ongeschikt leefgebied, of ze komen niet voor in de omgeving van het plangebied. Er is geen significante verstoring van op beschermde natuurwaarden. Gebiedsbescherming De reikwijdte van de tijdelijke verstoring blijft beperkt tot het plangebied. Beschermde natuurgebieden liggen op ruime afstand. Er is geen ruimtebeslag op deze gebieden. Het plangebied is geen beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1.

De afstand tot een Natura 2000 gebied bedraagt circa 2,4 kilometer. Dit betreft het Natura 2000 gebied Westerschelde & Saeftinghe. De geplande activiteiten worden uitgevoerd op geruime afstand van de Natura 2000 gebieden. De gewenste ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de kwalificerende waarden. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Een berekening naar de uitstoot van stikstof is uitgevoerd en bijgevoegd (bijlage 2). Het plangebied ligt direct naast een gebied dat is begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland. Dit betreft de Buijzenpolderdijk die is aangeduid als binnendijk, zie figuur 5. Het natuurdoel op deze dijk is kruiden- en faunarijk grasland. Dichtstbijzijnde natuurgebied waarvoor op basis van artikel 2.27 van de Omgevingsverordening Zeeland een afwegingszone van 100 meter van toepassing is, is gelegen op circa 119 meter, zie figuur 6. De werkzaamheden hebben geen ruimtebeslag op het natuurnetwerk (bouwmaterialen worden opgeslagen op eigen terrein). Ze zijn relatief kleinschalig en er vinden geen grondwateronttrekkingen plaats. Er worden geen negatieve effecten verwacht op de kwaliteiten van het natuurnetwerk.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

8

Figuur 5: Uitsnede Natuurnetwerk Zeeland, aangrenzende binnendijk

Figuur 6: Uitsnede Natuurnetwerk Zeeland, bestaande natuur op circa 119 meter.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

9

Gezien de aard van het plan en gezien het huidige gebruik van de locatie, zijn er geen invloeden op de aanwezige vogelsoorten te verwachten. Compenserende of mitigerende maatregelen worden dan ook niet noodzakelijk geacht.

3.2

Cultuurhistorie

Op 1 januari 2012 is door middel van aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening bepaald dat cultuurhistorische belangen moeten worden meegewogen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen. Het waarborgen van cultuurhistorische belangen en het meewegen van deze belangen is belangrijk. Hiervoor is een omschrijving van het plangebied noodzakelijk. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Sluis, tegen de Buijzenpolderdijk. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door burgerwoningen en open agrarisch landschap. Het plangebied zelf is niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol of als Rijksmonument. De Buijzenpolderdijk is een kenmerkend landschappelijk element zie figuur 4. De karakteristieke lintbebouwingsstructuur is aan te merken als landschappelijk waardevol, maar heeft tevens een cultuurhistorische waarde in het gebied. Vergroting van het bestemmingsvlak heeft echter geen invloed op de bestaande structuur nu de vergroting van het bestemmingsvlak is gelegen op het vlakke achtergelegen gebied en niet in het talud van de dijk zelf. Hiermee blijft de evenwichtige bebouwingsstructuur

zo

goed

mogelijk

behouden

en

blijft

de

ruimtelijke

kwaliteit

en

cultuurhistorische waarde gewaarborgd.

Figuur 7: Uitsnede CHS-kaart (Geoweb Zeeland)

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

10

3.3

Archeologie

In 1992 is het Verdrag van Valletta (Malta) door de landen van de EU, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden ex situ worden bewaard. Het verdrag van Valletta is doorvertaald in de Nederlandse wetgeving, thans de Erfgoedwet. De gemeente Sluis heeft haar archeologiebeleid vastgelegd, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 28 september 2017. Dit archeologiebeleid is vervolgens verwerkt in het bestemmingsplan Parapluplan archeologie De bouwplannen welke ten grondslag liggen aan deze bestemmingsplanprocedure betreft het vergroten van het bestemmingsvlak. De gronden binnen het plangebied zijn aangeduid met een lage archeologische verwachtingswaarde. Nader archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. In geval van toevalsvondsten bij de graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw dient dit conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet gemeld dienen te worden bij de minister dan wel het bevoegde gezag de gemeente Sluis.

3.4

Mobiliteit en parkeren

De ontsluiting van de locatie verloopt via de Buijzenpolderdijk, een plaatselijke ontsluitingsweg, welke in westelijke richting uitkomt aan de Kruisdijk, de paralelweg tussen Schoondijke en Breskens en in oostelijke richting Sasput/Hoofdplaat. De Buijzenpolderdijk beschikt niet over een fysieke scheiding tussen fiets- en autoverkeer en kent enkel een functie voor bestemmingsverkeer. Het plan leidt niet tot een toename van verkeer aangezien het aantal wooneenheden gelijk blijft. De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van de woning zijn inpasbaar in het lokale verkeersbeeld. Op de locatie zelf zijn voldoende parkeervoorzieningen aanwezig en er is er zodoende geen overlast te verwachten voor parkeren op de openbare weg. Er is voldoende gelegenheid om parkeervoorzieningen te realiseren voor minimaal twee auto’s.

3.5

Technische infrastructuur

De omgeving is aangesloten op alle gangbare nutsvoorzieningen (riool, gas, water, elektra). Ten behoeve van de woning is de bestaande woning reeds aangesloten op deze aanwezige voorzieningen. Riolering Er ligt een gemeentelijke riolering tot aan de bestaande woning. Mocht initiatiefnemer kiezen voor nieuwbouw van de woning op een andere locatie binnen het plangebied dan zijn deze aanlegkosten voor rekening van initiatiefnemer. De huidige woning sluit momenteel aan op drukriolering. Drukriolering is bedoeld voor de inzameling van al het huishoudelijk afvalwater vanuit de woning. De vuilwaterafvoer loopt naar het gemeentelijk rioolgemaal nabij Buijzenpolderdijk 5. De nieuwe woning moet hierop aansluiten. Het hemelwater zal worden opgevangen in een nog aan te leggen kikkerput.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

11

3.6

Bodem

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van het vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek. Bodemgebruiksfuncties nemen af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico's toenemen. Sanerende maatregelen kunnen daardoor nodig zijn. In het onderliggende geval betreft dit de vergroting van het bouwvlak voor woondoeleinden op nu nog agrarisch bestemde gronden. Op de bodemkwaliteitskaart Zeeland is de locatie aangeduid als “buitengebied

en

achtergrondwaarde,

naoorlogse

woonwijken”

zie

8.

figuur

en

Binnen

heeft

conform

het

plangebied

deze

zonering

van

de

kwaliteit

initiatiefnemer

zijn

geen historische-milieuinformatie aanwezig en dient geconcludeerd te worden dat de bodem geschikt is voor deze woonfunctie. Grondafvoer moet worden uitgevoerd conform het Besluit Bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.

Figuur 8: Uitsnede kaart Bodemkwaliteitskaart Zeeland (Geoweb 2018)

3.7

Geluid

De mate waarin geluid, bijvoorbeeld veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Wgh en Bgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen, worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige bestemmingen: 1. Woningen 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal)

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

12

3.

Ziekenhuizen

en

verzorgingstehuizen,

verpleeghuizen psychiatrische

en

daarmee

inrichtingen,

gelijk

medische

te

stellen

centra,

voorzieningen

poliklinieken,

zoals

medische

kleuterdagverblijven, etc. Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op de geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt na sloop van de bestaande woning een nieuwe burgerwoning opgericht. De gevelbelasting op een woning mag niet hoger zijn dan de wettelijke norm van 48 deciBell (dB). Tevens is een ontheffing mogelijk tot 53 dB. Voor de Buijzenpolderdijk geldt een maximale snelheid van 60 kilometer per uur. Het aantal verkeersbewegingen zal bij de voorgenomen ontwikkeling niet toenemen. Tevens is een goede ontsluiting naar de openbare weg reeds gerealiseerd. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden geen geluidsoverlast veroorzakende inrichtingen opgericht. Hiermee is er geen sprake van een toename van het eventueel veroorzaakte industrielawaai van de planlocatie aan de omgeving. Aan de gestelde norm van 48 dB kan worden voldaan.

3.8

Luchtkwaliteit

De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Vooral hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit, staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’. De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak

zorgt

voor

een

flexibele

koppeling

tussen

ruimtelijke

activiteiten

en

milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld dat bij één ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen niet in betekenende mate van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijnstof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: 

jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;

daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3;

aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.

De vergroting van het bestemmingsvlak betreft een zeer kleinschalige ontwikkeling welke op basis van bovenstaande gegevens niet leidt tot een gewijzigde situatie aangaande de luchtkwaliteit.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

13

3.9

Externe veiligheid

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient zorg gedragen te worden dat er een scheiding in acht genomen wordt tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicoveroorzakende bedrijven en/of transportassen. De locatie is niet gelegen binnen de invloedsfeer van objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt (zoals industrie vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen BEVI) volgens de Risicokaart van de Provincie Zeeland. Ook is er geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving of buisleidingen met een toetsingszone. Geconcludeerd kan worden dat de bouw van de woning niet binnen de plaatsgebonden risicocontour en/of het invloedsgebied van het groepsrisico van een risicovolle activiteit is gelegen. Een verdere uitwerking van de veiligheidsparagraaf is dan ook niet noodzakelijk. In de directe omgeving zijn geen kabels of leidingen gelegen.

3.10

Omliggende functies

Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies, dient rekening te worden gehouden met eventuele hinder veroorzakende (bedrijfs-)activiteiten in de omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van hindergevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Afstemming van bestaande en nieuwe functies is mogelijk door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie, blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. Binnen een straal van 200 meter zijn geen bedrijven gelegen. Aan de VNG-richtafstanden wordt voldaan. Ter plaatse van de nieuwe woning zal geen onacceptabele milieuhinder ontstaan. Eveneens levert de woning geen beperking op voor de omliggende bedrijfsactiviteiten.

3.11

Waterparagraaf

Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. De watertabel is toegezonden aan Waterschap Scheldestromen en heeft deze beoordeeld.

Thema en water(beheer)doelstelling

Het plan is gelegen naast een regionale

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Uitwerking waterkering (Buijzenpolderdijk). Er wordt niet gebouwd binnen de invloedssfeer van het waterstaatswerk dan wel zone. Er is een vrije strook opgenomen op de verbeelding.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

14

huidige

na

situatie

realisa tie

dakopper vlak

160

250

1

0

100

2

0

0

3

0

0

4

dichte bodemver harding doorlaten

Voorkomen overlast door oppervlaktewater

de bodemver

Het plan biedt voldoende ruimte voor het

harding

vasthouden, bergen en afvoeren van water.

wateropp

Waarborgen van voldoende bouwpeil om

ervlak

overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Het bouwvlak staat de bouw van een woning en bijgebouw toe op de locatie. Op de locatie staat een woning met aangebouwd bijgebouw van 160 m2. Het bouwvlak biedt straks ruimte aan een bijgebouw van standaard 120 m2, een woonhuis van circa 130 m2 en verharding van circa 100 m2. Hierdoor is er een toename van bebouwd en verhard oppervlak. Extra waterberging is noodzakelijk voor de toevoeging van 190 m2 zijnde 190x0,147=27,93 m3. Aangrenzend aan het plangebied ligt een weide waar een waterberging in de vorm van een kikkerput zal worden gerealiseerd. De ‘kikkerput’ wordt gedimensioneerd op het verhard oppervlak dat hier op afwatert

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken

Vuilwater vanuit de bestaande woning is aangesloten op de riolering. De nieuwe woning wordt tevens aangesloten op de riolering.

in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Thema en water(beheer)doelstelling Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van

Uitwerking De locatie is niet gelegen in een bufferzone rondom een natuurgebied.

grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Er wordt geen grondwater onttrokken, schoon hemelwater wordt door infiltratie toegevoegd aan het grondwater. Er is geen sprake van grondwateroverlast. Het plangebied wordt gekenmerkt door beperkte infiltratiemogelijkheden.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

15

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede

Bij de bouw worden geen uitlogende materialen

grondwaterkwaliteit. Denk aan

gebruikt.

grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de

Tijdens de bouw worden geen uitlogende materialen

veerkracht van het watersysteem. Toepassing

gebruikt.

van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Er wordt een kikkerput gerealiseerd op de naastgelegen weide. Deze is droogvallend in de zomer. Verdrinkingsgevaar wordt daarmee voorkomen. Het plangebied is aangeduid als weinig zettingsgevoelig gebied. Extra maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke

In de directe omgeving is geen bestemming met de

gevarieerde en natuurlijk karakteristieke

functie natte natuur.

aquatische natuur. De Buijzenpolderdijk is een dijk met aan beide kanten beneden aan de dijk woningen. De sloot blijft bereikbaar voor onderhoud. De afstand van

Onderhoud oppervlaktewater

vijf meter tot aan de sloot wordt gerespecteerd.

Oppervlaktewater moet adequaat

Door het plangebied loopt een polderwaterriool.

onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Deze is aan weerszijden beschermt met een zone in het lader van Keur Watersysteem van het waterschap. Hier moet bij de locatie van de gebouwen en de inrichting van het plangebied rekening worden gehouden.

Andere belangen waterbeheer De locatie is gelegen aan een polderwaterriool.

Relatie met eigendom waterbeheerder

Deze heeft een beschermingszone. Op de het

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de

gedeelte waar het bouwvlak wordt vergroot wordt

werking van objecten (terreinen,

een strook opgenomen waarbinnen niet gebouwd

milieuzonering)

mag worden. Daarmee is een bebouwingsvrije

van de waterbeheerder niet belemmeren.

zone binnen de beschermingszone A van het Waterschap gewaarborgd.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)

Ja, ten tijde van de bouw van de woning zal

* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen?

Buijzenpolderdijk. Deze transporten zijn echter

tijdelijk transport plaatsvinden over de beperkt en enkel noodzakelijk voor het afleveren van bouwproducten.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

16

* na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

Nee op dit moment is reeds een woonhuis

* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en

De woning zal bereikt worden via de

voetgangers uw plan kunnen bereiken.

gewijzigd.

Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?

Ja, er wordt op eigen terrein geparkeerd.

* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van

aanwezig, de ontwikkeling resulteert niet in een extra verkeersaantrekkende werking.

Buijzenpolderdijk. Er worden geen uitwegen

Nieuwe gebouwen worden niet gebouwd binnen 20 meter van de weg.

een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.

Juridisch

4.1

Algemeen

Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente, een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven. Voor de planlocatie is het noodzakelijk om aansluiting te zoeken bij de vigerende bebouwingsregels van het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening. De regels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.

4.2

Verbeelding

Het plangebied behoudt de bestemming ‘Wonen’ inclusief de aanduiding wooneenheden maximaal 4. Het bouwvlak voor woondoeleinden wordt vergroot.

4.3

Regels

De regels zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening van de gemeente Sluis. De regels beschrijven de bestaande regelingen voor ‘Wonen’. Tevens bevatten zij regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. De betreffende bestemmingsregels voor het plangebied zijn: Artikel 3 Wonen De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. 5.

Economische uitvoerbaarheid

Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

17

Grondexploitatie Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publieksrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12, eerste en tweede lid, Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 6.2.1. Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan met vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan of besluit waarop het betrekking heeft. Dat kan een bestemmingsplan, een wijzigingsplan, een projectbesluit en een buiten toepassingsverklaring van een beheersverordening zijn. Bij de realisatie van een of meer woningen is een exploitatieplan verplicht. Voor onderhavige situatie is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waardoor het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden. 6.

Maatschappelijke haalbaarheid

6.1

Procedure

Het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg aan de vooroverlegpartners toegezonden. In het geval er opmerkingen door de vooroverlegpartners worden ingediend dan worden deze aanvullingen opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan zal overeenkomstig de wettelijke procedure in de Wet ruimtelijke ordening, gedurende zes weken ter visie worden gelegd. Gedurende deze termijn kan eenieder zienswijzen indienen bij de gemeenteraad van de gemeente Sluis.

6.2

Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.

Buijzenpolderdijk 7 Breskens

18

Regels

bestemmingsplan “Buijzenpolderdijk 7, Breskens”

Planstatus:

concept

Datum:

20-12-2019

Plan identificatie:

NL.IMRO.1714.bpbznpolderdijk7-ON01

Auteur:

Adromi

Adromi B.V.

Pagina 1 van 26

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1 Inleidende regels................................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................. 13 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................. 15 Artikel 3 Wonen ................................................................................................................................. 15 Artikel 4 Waterstaat - Waterkering .................................................................................................... 21 3 Algemene regels ................................................................................................................................. 23 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel..............................................................................................................

23 Artikel 6 Algemene bouwregels ......................................................................................................... 23 Artikel 7 Algemene gebruiksregels .................................................................................................... 23 Artikel 8 Algemene afwijkingsregels .................................................................................................. 24 Artikel 9 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................... 24 Artikel 10 Overige regels .................................................................................................................... 25 4 Overgangs- en slotregels..................................................................................................................... 26 Artikel 11 Overgangsrecht ................................................................................................................. 26 Artikel 12 Slotregel ............................................................................................................................ 26

Adromi B.V.

Pagina 2 van 26

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML - bestand (nummer NL.IMRO.1714.bpbznpolderdijk7-ON01) met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.2 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge deze regels, ten aanzien van het gebruik en / of het bebouwen van deze gronden, regels worden gesteld. 1.3 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.4 Aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.5 Aan - huis - gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.6 Achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.7 Agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en / of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. grondgebonden agrarisch bedrijf: 1.

akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen; 3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; 4. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond waarvoor in de bedrijfsvoering de weidegang essentieel is; 5. paardenhouderij: het fokken van paarden, het houden, stallen of africhten van paarden ten behoeve van de vlees- en / of melkproductie, handel en / of de gebruiksgerichte paardenhouderij; 6. sierteelt: de teelt van siergewassen op open grond al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; b. niet - grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; 2. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen; Adromi B.V.

Pagina 3 van 26

3. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet of in beperkte mate afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; c. aquacultuur: de teelt van (zout)watergebonden organismen waaronder begrepen zagers, schelpdieren en vissen, al dan niet in gebouwen; d. overige teelten van gewassen of dieren, al dan niet in gebouwen. 1.8 Agrarische deskundige de agrarische adviescommissie van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten dan wel een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige, of commissie van deskundigen, op het gebied van landen tuinbouw. 1.9 Agrarisch hulp- en nevenbedrijf een bedrijf gerelateerd aan de agrarische sector, nader te onderscheiden in: a. een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van landbouwwerktuigen en landbouwapparatuur (zoals loonbedrijven); b. een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van landbouwwerktuigen of –apparatuur (zoals landbouwmechanisatiebedrijven); c.

een bedrijf dat uitsluitend of overwegend is gericht op het opslaan en leveren van goederen aan agrarische bedrijven en / of het opslaan en verwerken van producten, die afkomstig zijn van agrarische bedrijven waaronder begrepen mestverzamelsilo's met een regionale functie; d. hoveniersbedrijven. 1.10 Antenne - installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11 Archeologisch deskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek. 1.12 Archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.13 Archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.14 Bebouwing een of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.15 Bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.

Adromi B.V.

Pagina 4 van 26

1.16 Bedrijfs- of dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.17 Bedrijfsvloeroppervlakte intensieve veehouderij de gezamenlijke oppervlakte van vaste vloeren in gebouwen, mestdoorlatende vloeren daaronder begrepen, die worden gebruikt voor de huisvesting van dieren, ten behoeve van intensieve veehouderij, bestaande uit de ruimten waar de dieren worden gehuisvest, waaronder worden begrepen de hok- of stalruimten, inclusief scheidingswanden en gangpaden. 1.18 Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wabo. 1.19 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.20 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21 Bevi - inrichtingen bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.22 Bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.23 Boerderij- en streekproducten al dan niet bewerkte agrarische producten waaronder begrepen exotische fruit- en groentensoorten danwel overige producten afkomstig van het eigen bedrijf of van andere agrarische bedrijven in de streek. 1.24 Boog- en gaaskassen al dan niet verplaatsbare gebouwen, overtrokken met en omsloten door lichtdoorlatend materiaal anders dan glas, ten behoeve van de teelt van gewassen. 1.25 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.26 Bouwgrens de grens van een bouwvlak.

Adromi B.V.

Pagina 5 van 26

1.27 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.28 Bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel 1.29 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.30 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.31 Bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.32 Brutovloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of (horeca)bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.33 Café een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar / dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid. 1.34 Cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en / of historische gaafheid.

1.35 Dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.36 Dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.37 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan diegenen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Adromi B.V.

Pagina 6 van 26

1.38 Detailhandel in volumineuze goederen detailhandel in de volgende categorieën: a. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen; c. tuincentra; d. grootschalige meubelbedrijven, al dan niet – in ondergeschikte mate – in combinatie met woninginrichting en stoffering; e. bouwmarkten. 1.39 Dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen. 1.40 Discotheek of dancing een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, in combinatie met het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen, feesten en andere daarmee vergelijkbare evenementen. 1.41 Evenementen gebeurtenissen, gericht op een groot publiek, op het gebied van kunst, sport, ontspanning en cultuur. 1.42 Extensieve dagrecreatie niet - gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.

1.43 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.44 Gebruiksgerichte paardenhouderij alle vormen van paardenhouderij, al dan niet gecombineerd met het aanbieden van paardrijactiviteiten, die niet zijn gericht op agrarische productie. 1.45 Geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.46 Hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

Adromi B.V.

Pagina 7 van 26

1.47 Horecabedrijf een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en / of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. 1.48 Hoveniersbedrijf een bedrijf, gericht op de aanleg, de inrichting en het onderhoud van tuinen en groen, met gebruikmaking van de daarbij behorende materialen en gereedschappen, zonder dat detailhandel wordt uitgeoefend. 1.49 Kampeermiddelen tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.50 Kampeerseizoen de periode van 1 januari tot en met 31 december. 1.51 Kantoor voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.52 Kassen gebouwen van glas (ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering) met een hoogte van 1,5 m of meer. 1.53 Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning of bijgebouw door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.

1.54 Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie, sporten en toestellen voor buitenfitness. 1.55 Kleinschalig kampeerterrein een terrein of plaats, gelegen op een (voormalig) agrarisch bouwvlak en/of op direct daaraan grenzende en volgens het bestemmingsplan Buitengebied als agrarische bestemde gronden, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens de inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen van maximaal 25 standplaatsen ten behoeve van recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

Adromi B.V.

Pagina 8 van 26

1.56 Kleinschalige sportieve dagrecreatieve activiteiten activiteiten gericht op een sportieve dagbesteding, die in omvang en publieksaantrekkende werking niet als grootschalig zijn aan te merken zoals in- en outdoor - sportactiviteiten in de vorm van bijvoorbeeld een klimmuur, tokkelen, touwbanen en mountainbiken. 1.57 Landschaps- en natuurdeskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake het landschapwaarden, cultuurhistorische waarden en / of natuurwaarden. 1.58 Landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet - levende natuur. 1.59 Manege een bedrijf dat gericht is op het lesgeven in paardrijden en daarvoor paarden en / of pony's houdt, in combinatie met een of meer van de volgende hiermee samenhangende activiteiten of voorzieningen: het in pension houden van paarden en / of pony's, horeca (kantine, foyer en dergelijke), verenigingsaccommodatie en het houden van wedstrijden of andere evenementen. 1.60 Milieudeskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake milieuhygiëne.

1.61 Monumentencommissie een door het bevoegd gezag aan te wijzen commissie van deskundigen inzake monumenten en cultuurhistorische panden. 1.62 Natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna. 1.63 NED nieuwe economische drager: een nevenactiviteit die bij een agrarisch bedrijf, of als zelfstandige activiteit bij een voormalig agrarisch bedrijf met de bestemming Wonen-2, of als zelfstandige activiteit bij de bestemming Wonen, mag worden ondernomen. 1.64 NEN door de Stichting Nederlands Normalisatie - instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. 1.65 Nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

Adromi B.V.

Pagina 9 van 26

1.66 Nevenactiviteit niet - agrarische activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een (voormalig) agrarisch bouwvlak. 1.67 Neventak een agrarische bedrijfstak op een agrarisch bedrijf die wat productieomvang betreft ondergeschikt is aan de agrarische hoofdtak. 1.68 Omgevingskwaliteit kwaliteiten die van belang zijn voor een goede leefomgeving; bij de beoordeling van de omgevingskwaliteit worden tenminste de volgende aspecten in ogenschouw genomen: luchtkwaliteit, geur, geluid, lichtvervuiling, bereikbaarheid en veiligheid, bodem- en waterkwaliteit (waterbodems en grondwater daaronder begrepen), waterkwantiteit, ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. 1.69 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.70 Paardrijactiviteiten het houden van paarden en / of pony's ten behoeve van verhuur en eigen gebruik, alsmede het bieden van gelegenheid aan derden om hun paarden en / of pony's in pension te stallen en te weiden. 1.71 Peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg of de kruin van een dijk grenzen: de hoogte van die weg respectievelijk kruin van de dijk; b. bij ligging in het water en voor strandpaviljoens op gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - strandpaviljoen': het Normaal Amsterdams Peil (NAP); c.

in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.72 Permanente standplaats een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten, gedurende het gehele jaar. 1.73 planologische samenhang van een planologische samenhang zoals bedoeld in artikel 3 lid 4, is sprake indien de woning en de bijgebouwen (schuur) zowel bestemmingsplanmatig als juridisch (dezelfde eigenaar) bijeen horen. 1.74 Praktijkruimte een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied.

Adromi B.V.

Pagina 10 van 26

1.75 Reëel agrarische bedrijf een agrarisch bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan tenminste een halve arbeidskracht (afhankelijk van het aantal dieren, aard van de gewassen de hoeveelheid grond en inrichting van het bedrijf), waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is. 1.76 Ruimtelijke kwaliteitswinst ruimtelijke meerwaarde die bestaat uit de inrichting van het erf, landschaps- en / of natuurontwikkeling, herstel of herkenbaar maken van cultuurhistorische waarden of het vergroten van de toegankelijkheid van het agrarisch gebied ten behoeve van extensieve dagrecreatie. 1.77 Seizoensgebonden standplaats een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij het kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten, uitsluitend gedurende het kampeerseizoen. 1.78 Seksinrichting het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of een verblijfsmiddel, verrichten van seksuele handelingen. 1.79 Staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt. 1.80 Staat van Horeca bedrijven de Staat van Horeca bedrijven die van deze regels onderdeel uitmaakt.

1.81 Standplaats een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten. 1.82 Teeltondersteunende voorzieningen bouwwerken, ten behoeve van de bescherming van teeltgewassen en / of de voorkweek van ten behoeve van het eigen bedrijf benodigd plantmateriaal en / of de voorkoming van de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, ten behoeve van grondgebonden agrarische teelten, nader te onderscheiden in: a. boog- en gaaskassen: al dan niet verplaatsbare gebouwen overtrokken met en omsloten door lichtdoorlatend materiaal anders dan glas; b. afdekfolie: folie die op de bodem wordt aangebracht; c. containervelden: al dan niet verharde of met worteldoek afgedekte percelen ten behoeve van de teelt van planten in potten; d. overkappingconstructies: bouwwerken zonder wanden, geen gebouwen zijnde, overtrokken met lichtdoorlatend materiaal anders dan glas, zoals hagelnetten; e. stellingen: bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarop planten worden geteeld. 1.83 Verduurzaming in relatie tot intensieve veehouderij het treffen van maatregelen die verder gaan dan hetgeen bij of krachtens de wet is voorgeschreven ten aanzien van milieu en dierenwelzijn en die strekken tot:

Adromi B.V.

Pagina 11 van 26

a. milieuwinst en; b. het versterken van de omgevingskwaliteiten. 1.84 Volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan tenminste één volledige arbeidskracht die een hoofdberoep, hoofdbestaan en volledige dagtaak in het bedrijf vindt (afhankelijk van het aantal dieren, aard van de gewassen de hoeveelheid grond en inrichting van het bedrijf), waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is. 1.85 Voorgevelrooilijn de lijn gelegen: a. evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een (bedrijfs)woning; b. dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg): evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een (bedrijfs)woning. 1.86 Voorzieningen voor opslag op agrarisch bedrijf voorzieningen voor de opslag van onder andere voer, (kunst)mest, water, warmte, CO2of daarmee vergelijkbare stoffen, nader te onderscheiden in: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals mestsilo's, voerdersilo's, sleufsilo's, mestzakken, watertanks en CO2 - opslagtanks; b. voorzieningen, niet zijnde bouwwerken, zoals mestzakken, drijvende afdekkingen of foliebassins maar geen verhardingen. 1.87 Vrij kamperen vorm van kamperen met tenten, waarbij behalve een waterkraan of pomp geen voorzieningen op het terrein aanwezig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=e2785ccc-a560-4fa5-94d9-2a2e7279c53e