CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

01 (Mosseldijk 15 Nieuwvliet) - Ontwerpbestemmingsplan

Commissie Ruimte/AB 4 juni 2024, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Jodi Sintepier’ - Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede27.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

de omgevingsvergunning wordt niet verleend binnen een afstand van 50 m ten opzichte van de meest nabij gelegen woning van derden;

c.

indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt;

d.

verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;

e.

verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van landschaps- en cultuurhistorische waarden.

4.3.3 Sanitair en / of recreatieruimte op een kleinschaligkampeerterrein Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 voor het bouwen van sanitaire voorzieningen, privésanitair en/of een recreatieruimte ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein buiten een bouwvlak met in achtneming van het volgende: a. de bouwhoogte van het sanitairgebouw, privésanitair en/of recreatieruimte bedraagt ten hoogste 4 m; b. het totale oppervlak van het sanitairgebouw, privésanitair en/of recreatieruimte bedraagt ten hoogste 100 m²; c. sanitairgebouwen en privésanitair mogen uitsluitend direct grenzend aan het bouwvlak gerealiseerd worden; d. de gezamenlijke oppervlakte voor privésanitair bedraagt per kleinschalig kampeerterrein ten hoogste 25 m²; e. de omgevingsvergunning wordt niet verleend binnen een afstand van 50 m ten opzichte van de meest nabij gelegen woning van derden; f. indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt;

Adromi B.V.

Pagina 19 van 37

g. verlening van een omgevingsvergunning voor een sanitairgebouw en / of recreatieruimte is noodzakelijk omdat de bestaande bebouwing niet geschikt is om te dienen als sanitaire voorziening of alsrecreatieruimte; h. medewerking voor een sanitairgebouw en / of recreatieruimte wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijkeinpassing; i. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van naastgelegenpercelen. 4.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. bij een paardenbak en / of stapmolen is het gebruik van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van bovenafdekking, niettoegestaan; b. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in permanente tunnel- of boogkassen is niettoegestaan; c. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in kassen waarvan gevel en dak aan de binnenzijde niet volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling, is niettoegestaan; d.

het gebruiken van een deel van de woning, of een aan- of uitbouw van de woning ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg istoegestaan; e. het gebruik van gebouwen, opslagvoorzieningen en installaties, anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf is niet toegestaan, met uitzondering van het bepaalde onder i; f. voorzieningen voor opslag, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten bouwvlakken niettoegestaan; g. in afwijking van het bepaalde onder g geldt dat voorzieningen ten behoeve van wateropslag wel buiten het bouwvlak, mits aansluitend aan het bouwvlak of op gronden ten behoevevan fruitteelt zijn toegestaan met dien verstande dat ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing' h. de opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een bouwvlak, is niet toegestaan; i.

de opslag van agrarische producten anders dan ten behoeve van het eigen agrarisch bedrijf en de opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan; j. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 8 m is niet toegestaan; k. het huisvesten van seizoensarbeiders is niettoegestaan; l. de opslag van dierlijke mest ten behoeve van handelsdoeleinden, is niet toegestaan; m. containervelden en bassins voor aquacultuur zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; n. het gebruik van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode langer dan 8 maanden is niettoegestaan; o. het stallen van kampeermiddelen ter plaatse van een kleinschalig kampeerterrein buiten het kampeerseizoen is niet toegestaan; p. detailhandel is niet toegestaan met uitzondering van het gebruik van ten hoogste 150 m² brutovloeroppervlakte voor de verkoop van boerderij- ofstreekproducten; q. het uitoefenen van een aan - huis - gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten met een oppervlak van meer dan 50 m² per agrarische bedrijfswoning is niet toegestaan;

Adromi B.V.

Pagina 20 van 37

r. het gebruik van (een deel van) de gebouwen als seksinrichting is niet toegestaan; s. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van logies met ontbijt per agrarische bedrijfswoning is niet toegestaan; t. het aanbieden van overnachtingsmogelijkheden is uitsluitend toegestaanindien aangetoond wordt dat er op het betreffende perceel voldoende toezicht wordt gehouden en in noodgevallen snel kan worden ingegrepen; u. het gebruik van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie kleinschalige kampeerterreinen daaronder inbegrepen) ten behoeve van nieuwe fruitteeltboomgaarden is niettoegestaan; v. Wgh - inrichtingen zijn niettoegestaan.

4.4.1 Weidegang Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 onder a juncto lid 1.50 inzake weidegang als criterium voor grondgebonden agrarische bedrijven voor melkveebedrijven die in plaats van weidegang, voldoende ruwvoer telen, met inachtneming van het volgende: a. uit het te overleggen ondernemersplan inzake de nieuwe bedrijfssituatie, blijkt het volgende: 1. de gronden zijn in overwegende mate in de directe omgeving van het bedrijf gelegen; 2. de gronden behoren feitelijk tot het bedrijf; 3. de gronden worden feitelijk voor ruwvoerteelt voor het bedrijf gebruikt; 4. de oppervlakte gronden is toereikend voor voerteelt in relatie tot de omvang van de veestapel; 5. er wordt voldoende voer geteeld voor de voerbehoefte van het eigen bedrijf, zodanig dat het niet gaat om bijvoedering maar om een hoofdbestanddeel in de voervoorziening; 6. gewassen worden integraal voor voedering van vee gebruikt; 7. bewerking van de gewassen vindt slechts in ondergeschikte mate plaats en in ieder geval op hetbedrijf; b. toepassen van weidegang is vanuit de bedrijfssituatie niet mogelijk of niet gewenst; c. de continuïteit van voerteelt is ook op langere termijn verzekerd; d. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als over de aspecten zoals genoemd onder a tot en met c een schriftelijke overeenkomst met het bedrijf wordt gesloten.

4.4.2 Fruitteelt Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.4 onder u ten behoeve van een boomgaard op een kleinere afstand onder de voorwaarde dat de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien de boomgaard aanvaardbaar is uit oogpunt van milieuhygiëne en volksgezondheid. 4.4.3 Voorwaardelijke verplichting a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing' dient binnen een jaar na ingebruikname van de woningen de landschappelijk inpassing, zoals opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij de regels, gerealiseerd te zijn en in stand te worden gehouden;

Adromi B.V.

Pagina 21 van 37

b. Voor het plangebied aan de Mosseldijk 15 A te Nieuwvliet mag geen omgevingsvergunning worden verleend voor de bouw van nieuwe woningen, alvorens is voldaan aan de opgegeven te slopen m2 van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch voorwaardelijke verplichting slopen' en de aanduiding 'specifieke vorm van wonen voorwaardelijke verplichting slopen'. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden Landschapswaarden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

a. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting met uitzondering van het rooien van boomgaarden; b.

het graven en dempen van sloten.

4.5.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod van lid 4.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

a. b. c. d.

uitgevoerd worden op bouwvlakken; normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

4.5.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschappelijke en / of cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 4.5.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 4.5.3 wordt voldaan.

Adromi B.V.

Pagina 22 van 37

Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen met aan - huis - gebonden beroepen, kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en de opslag van agrarische machines en aanverwante materialen en producten; b. landschappelijke inpassing; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen hoofdgebouwen (woningen) met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. per bestemmingsvlak is ten hoogste één woning toegestaan, tenzij met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangegeven; c. op bestemmingsvlakken waar tevens een bouwvlak is aangegeven worden gebouwen en overkappingen binnen bouwvlakken gebouwd; d. per woning is ten hoogste één paardenbak en / of stapmolen toegestaan; e. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 3 m; f. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van tenminste 3 m; g. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de bestemming Verkeer bedraagt tenminste 40 m bij de volgende wegen; 1. N253 (Rondweg, Oostburgseweg, Nieuwstraat, Commerswerveweg, Lange Heerenstraat); 2.

N675 (Sterreboschweg, Nieuwvlietseweg, Voorstraat, Provincialeweg, Hoogstraat); 3. N61 (Willemsweg, Middenweg); 4. N251 (Draaibrugseweg, Beekmanstraat, Rijksweg); 5. N674 (Mariastraat, Oostburgsestraat, Oude Haven); 6. Zuidzandseweg; h. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de bestemming Verkeer van de overige wegen bedraagt tenminste 20 m; i. de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en / of inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste: bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

oppervlakte/inhoud

hoofdgebouwen

6 m tenzij

10 m

ten hoogste 40% van het

(inclusief aan- en

anders

bouwperceel met een

uitbouwen)

aangegeven

maximum van 1000 m³

/woning bijgebouwen en

4m

8m

ten hoogste 40% van het

overkappingen bij

zij- en achtererf met een

de woning

maximum van 120 m2*

Adromi B.V.

Pagina 23 van 37

paardenbak en/of

1200 m2

2m

stapmolen erfafscheidingen

1m

voor de voorgevel erfafscheidingen

2m

elders overige

3m

bouwwerken, geen gebouwen zijnde windturbines

15 m; in afwijking van het

één per bouwperceel

bepaalde in 2.8 wordt de bouwhoogte van deze windturbines gemeten vanaf het peil tot aan het uiteinde of de tip van de rotor in de hoogste stand

j.

*tenzij met de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen' anders is aangegeven. k. de maximale oppervlakte ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding oppervlakte bijgebouwen (m2)’ bedraagt de waarde zoals aangegeven in onderstaande tabel: Grootte perceel Kleiner dan 500 m

Toegestane oppervlakte bijgebouwen 2

60 m2

Perceel tussen 500 m2 - 4999 m2

90 m2

Perceel groter dan 5000 m2

120 m2

k. bijgebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd l. de goothoogte van woningen mag worden overschreden door dakkapellen, indien 1. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak tenminste 0,5 m bedraagt; 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt; 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van de woning ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt; 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van de woning ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.

Adromi B.V.

Pagina 24 van 37

5.3 Afwijken van de bouwregels

5.3.1 Bouwen grotere bijgebouwen Het bevoegd gezag kan uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder i voor het vergroten van de maximaal toelaatbare oppervlakte bijgebouwen ten behoeve van het stallen van (klein)vee of de opslag van materieel ten behoeve van het onderhoud van het aangrenzende perceel tot een gezamenlijk oppervlakte van de bijgebouwen van: a. ten hoogste 200 m², onder de voorwaarde dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend voor bouwpercelen met een omvang van meer dan 3.500 m²; b. ten hoogste 250 m², onder de voorwaarde dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend voor bouwpercelen met een omvang van meer dan 1 ha; c. ten hoogste 350 m², onder de voorwaarde dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend voor de realisatie van dierenverblijven op bouwpercelen met een omvang van meer dan 1 ha; met dien verstande dat: d. het aangrenzende perceel ten dienste moet staan van de bestemming Wonen; e. het bijgebouw binnen het bestemmingsvlak met de bestemming Wonen gerealiseerd dient te worden.

5.3.2 Bouwen tot perceelsgrens Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder e voor de bouw van een aan- of uitbouw of bijgebouw op een kleinere afstand tot of in de zijdelingse perceelsgrens, mits verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 5.3.3 Bouwen nabij de bestemming verkeer Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder g voor het bouwen van een gebouw of overkapping binnen een afstand van 20 m tot de bestemming Verkeer, met in achtneming van het volgende: a. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een verkeersonveilige situatie; b. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot aantasting van de verkeersplanologische functie van de weg. 5.3.4 Hogere erfafscheiding Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 voor erfafscheidingen hoger dan 1 m voor de voorgevel, met in achtneming van het volgende: a. de bouwhoogte van de erfafscheiding mag niet meer dan 2 m bedragen; b. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een verkeersonveilige situatie; c. verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;

Adromi B.V.

Pagina 25 van 37

d. medewerking wordt uitsluitend verleend indien de erfafscheiding passend is in het landschap en met beplanting wordt ingekleed. 5.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de woningen dienen uitsluitend voor permanente bewoning en tweedewoninggebruik gebruikt te worden; b. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 50 m²; c. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van logies met ontbijt per woning is niet toegestaan; d. het aanbieden van overnachtingsmogelijkheden is uitsluitend toegestaan indien er op het betreffende perceel gewoond wordt en er sprake is van een planologische samenhang tussen de woning en de logiesfunctie; e. het gebruiken van een deel van de woning, of een aan- of uitbouw van de woning ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is toegestaan; f. de opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan; g. bij een paardenbak en / of stapmolen is het gebruik van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van bovenafdekking, niet toegestaan; h. detailhandel is niet toegestaan.

5.4.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing' dient binnen een jaar na ingebruikname van de woningen de landschappelijk inpassing, zoals opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij de regels, gerealiseerd te zijn en in stand te worden gehouden. 5.4.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Binnen een jaar na ingebruikname van de nieuw te bouwen bebouwing dient voorzien te zijn in de berekende watercompensatie. Bij toekomstige toename in verhardingen dient de watercompensatie voor ingebruikname opnieuw berekend en toegepast te worden. 5.4.3 Voorwaardelijke verplichting slopen Voor het plangebied aan de Mosseldijk 15 A te Nieuwvliet mag geen omgevingsvergunning worden verleend voor de bouw van nieuwe woningen, alvorens is voldaan aan de opgegeven te slopen m2 van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting slopen' en de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting slopen'.

Adromi B.V.

Pagina 26 van 37

Artikel 6 Waarde - Archeologie 2

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels

6.2.1 Bouwwerken ten behoeve van deze bestemming a. Op de in artikel 6 lid 6.1.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd; 6.2.2 Andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere voor deze gronden geldende bestemming(en)

a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, tenzij de grond-of graafwerkzaamheden dieper gaan dan 0,40 meter beneden het maaiveld en hierbij het te verstoren oppervlak dieper dan 0,40 meter beneden het maaiveld groter is dan 500 m²; b. het bepaalde onder artikel 6.2 lid 6.2.2 sub a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 6.3 Afwijken van de bouwregels

6.3.1 Algemene afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via een omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, sub 1 Wabo af te wijken van het bepaalde onder artikel 6 lid 6.2.2 sub a ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 500 m² dieper dan 0,40 meter beneden het maaiveld, indien de aanvrager van de vergunning artikel 2.1, lid 1 sub a Wabo een archeologisch rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld. 6.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder artikel 6 lid 6.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning:

Adromi B.V.

Pagina 27 van 37

a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.3.3 Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6 lid 6.3.1, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologische deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.4.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1 sub b Wabo) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,40 meter beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, diep woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage met kettingtechniek; b. het ophogen van de bodem met meer dan 2,00 meter waartoe wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan0,40 meter beneden het maaiveld; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan 0,40 meter beneden het maaiveld bedraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 0,40 meter beneden het maaiveld; f. het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g.

het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 0,40 meter beneden het maaiveld; h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 0,40 meter beneden het maaiveld. 6.4.2 Uitzonderingsregel Het in artikel 6 lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 500 m², of een verstorend oppervlak onder 0,40 meter beneden het maaiveld te hebben van minder dan 500 m²; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. betreffen het aanbrengen van drainage middels sleufloze technieken;

Adromi B.V.

Pagina 28 van 37

d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 6.4.3 Voorwaarden a. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in artikel 6 lid 6.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden; b. Voor zover de in artikel 6 lid 6.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de oprichting van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c.

De vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een archeologisch rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 6.4.4 Advies Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in artikel 6 lid 6.4.3. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.

6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 2', als bedoeld in artikel 6 lid 6.1.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Adromi B.V.

Pagina 29 van 37

Artikel 7 Waarde - Cultuurhistorie- 2

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Cultuurhistorie - 2 aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de functionele, cultuurhistorische en landschapswaarde van een molen. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mag ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming niet worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met in achtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van het volgende: 1. binnen een afstand van 100 meter tot het middelpunt van de molen worden ten behoeve van de onderliggende bestemmingen geen omgevingsvergunningen voor afwijken verleend of wijzigingsbevoegdheden toegepast voor het oprichten van nieuwe bebouwing of de verhoging van bouwhoogten; 2. indien in de zone tussen 100 en 400 m vanaf het middelpunt van de molen ten behoeve van de onderliggende bestemmingen bij omgevingsvergunningen wordt afgeweken of wijzigingsbevoegdheden worden toegepast gelden voor de genoemde afstanden tot het middelpunt van de molen de volgende maximale bouwhoogten; met dien verstande dat: c.

het bepaalde onder b1 en b2 niet van toepassing is op gronden behorende bij molens die enkel bestaan uit een molenromp. Molen

molen Nooitgedacht vh

bouwhoogte op 100

bouwhoogte op 200

bouwhoogte op 300

- 200 m afstand

- 300 m afstand

- 400 m afstand

4,5

5,2

5,9

6,6

8,6

10,6

4,3

5,1

5,8

5,4

6,8

8,1

5,7

7,1

8,4

11,9

11,9

11,9

De Kat, Cadzand molen, naamloos, Retranchement, molen, naamloos, Zuidzande molen, naamloos, Nieuwvliet Hulstermolen, Schoondijke De Witte Juffer,

Adromi B.V.

Pagina 30 van 37

IJzendijke De Brak, Sluis

11,3

11,3

11,3

d. indien op grond van de artikelen geldend voor de onderliggende bestemmingen een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge het bepaalde onder 2, prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van de betreffende artikelen; e. het bepaalde onder 2 met betrekking tot de molen in Nieuwvliet is niet van toepassing op de gronden met de bestemming Horeca en de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie minicamping'. 7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 onder a en b, indien: a. de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de nieuw op te richten bebouwing.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

7.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie - 2 en gelegen binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande begroeiing; een en ander met inachtneming van het volgende: b. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden wordt niet verleend voor beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting die als zij volgroeid is, hoger is dan de onderste punt van de verticaal staande wiek. 7.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van 7.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. b. c. d.

werken en / of werkzaamheden die normaal beheer of onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; plaatsvinden op gronden behorende bij molens die enkel bestaan uit een molenromp.

Adromi B.V.

Pagina 31 van 37

7.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien het huidige en / of toekomstige functioneren van de molen als werktuig en / of de waarde van de molen als cultuurhistorisch en landschapsbepalend element niet onevenredig wordt of kan worden aangetast.

Adromi B.V.

Pagina 32 van 37

3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen, waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist, buiten beschouwing.

Artikel 9 Algemene bouwregels

9.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van het bestemmingsplan worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 9.2 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als tenminste toelaatbaar worden aangehouden; c. in geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken zoals opgenomen in 13.1 niet van toepassing.

9.3 Afstanden van woningen tot wegen Ingeval van herbouw van een (bedrijfs-, dienst-)woning elders op een bestemmingsvlak of bouwvlak mag de afstand van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot de as van de weg - ter beperking van geluidhinder - niet worden verkleind. 9.4 Zonnepanelen Zonnepanelen buiten het bouwvlak zijn uitsluitend toegestaan aansluitend aan een bouwvlak en zijn uitsluitend toegestaan als ze landschappelijk ingepast worden en blijven met dien verstande dat de maximum oppervlakte ten hoogste 500 m2 bedraagt.

Adromi B.V.

Pagina 33 van 37

Artikel 10 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels luiden als volgt: a. het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels. b. het bevoegd gezag wijkt af van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels

11.1 Geringe afwijkingen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. c. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 11.2 Herbouw van gebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10 lid 10.2 onder c teneinde herbouw van gebouwen op een andere locatie toe te staan, met in achtneming van het volgende: a. b. c. d. e.

herbouw dient op hetzelfde perceel plaats te vinden; herbouw dient binnen een bouwvlak plaats te vinden; er dient sprake te zijn van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; de herbouw is stedenbouwkundig aanvaardbaar; de nieuwe situering van de bebouwing leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; f. de nieuwe situering van de bebouwing leidt niet tot extra belemmeringen voor de omliggende natuur; g. indien de (bedrijfs)woning op een ander locatie herbouwd wordt mag de geluidsbelasting aan de gevel ten gevolge van weg- en railverkeer de voorkeursgrenswaarde, zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder, niet worden overschreden.

Adromi B.V.

Pagina 34 van 37

Artikel 12 Algemene wijzigingsregels

12.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

Artikel 13 Parkeren

13.1 Voldoende parkeergelegenheid a. Een nieuw bouwwerk, verandering van een bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk (anders dan rechtstreeks toegestaan) of van gronden - al dan niet gecombineerd -, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van het vastgestelde 'beleid parkeernormen' (Bijlage 1) bepaald wat de parkeerbehoefte is en of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. c. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien op eigen terrein voorzien kan worden in de benodigde parkeergelegenheid. d. In het geval van verbouw, vervangende nieuwbouw of een functiewijziging van een bestaand pand waarbij de parkeerbehoefte maximaal met 2,0 parkeergelegenheden toeneemt is het niet nodig dat in deze extra parkeergelegenheid wordt voorzien. 13.2 Afwijkingsbevoegdheid parkeergelegenheid a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub c als niet op eigen terrein kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid of dit vanuit ruimtelijk of stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst is maar parkeren kan worden opgevangen door benutting van bestaande parkeerruimte in de openbare ruimte.

Inzichtelijk moet zijn gemaakt wat de parkeerdruk in die openbare ruimte is en acceptabele loopafstanden moeten in acht zijn genomen. Getoetst wordt aan het beleid parkeernormen. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub c als niet op eigen terrein kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid of dit vanuit ruimtelijk of stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst is en parkeren ook niet kan worden opgevangen door benutting van bestaande parkeerruimte in de openbare ruimte, maar de aanleg van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte binnen acceptabele loopafstanden wel is gewaarborgd. Getoetst wordt aan het beleid parkeernormen. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen Adromi B.V.

Pagina 35 van 37

voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen acceptabele loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar gebruik wordt gemaakt van mobiliteitsalternatieven. Gemotiveerd dient te worden dat minder parkeerplaatsen nodig zijn omdat gebruik wordt gemaakt van mobiliteitsalternatieven. Dit moet in vergunningsvoorwaarden worden gewaarborgd. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Gemotiveerd dient te worden dat er aantoonbare bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van de parkeernorm rechtvaardigen. e. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar het parkeren op gebiedsniveau wel kan worden verbeterd.

In een dergelijk geval dient een financiële bijdrage te worden geleverd voor aanleg en verbetering van parkeervoorzieningen elders.

Adromi B.V.

Pagina 36 van 37

4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht

14.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwen luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam Regels van het bestemmingsplan Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede .

Adromi B.V.

Pagina 37 van 37

Plangebied Mosseldijk 15a, Nieuwvliet

Enkelbestemmingen A AW-LW W

W

(sw-vvli) (sw-vvs)

AW-LW WR-A2 (sa-vvs)

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Wonen

Dubbelbestemmingen WR-A2

Waarde - Archeologie 2

WR-C2

Waarde - Cultuurhistorie 2

m

(sa-vvli)

Agrarisch

271

Functieaanduidingen (sa-vvli)

specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

(sa-vvs)

specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting slopen

(sw-vvli)

specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

(sw-vvs)

specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting slopen

Bouwvlakken bouwvlak

Bouwaanduidingen [sba-1]

specifieke bouwaanduiding - 1

[sba-ob]

specifieke bouwaanduiding - oppervlakte bijgebouwen (m2)

Maatvoeringen 1

maximum aantal wooneenheden

m 271

maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)

r 500

maximum volume (m3)

r

1:1000

500 1 [sba-1]

A

WR-C2 (sa-vvli)

[sba-ob]

1

W (sw-vvli)

[sba-ob]

1

A (sa-vvs)

Bestemmingsplan:

Schaal:

Datum:

Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede

-

29-09-2023

Formaat:

Versie:

A3

9.0

Gemeente:

1:1250

1:1500

Sluis IMRO code:

Planstatus:

NL.IMRO.0714.bpmosseldijk15a-ON01

Ontwerp

ADROMI GROEP

Landschappelijke inpassingsschets Verlorendorpweg 9 Eede

NOORD

locatie

Topografische kaart 2021 met aanduiding locatie. (topografische kaart www.pdok.nl)

1

Project:

Maatschap E.J.G. Buyck Verlorendorpweg 9 4529 PZ Eede

Datum: Projectnummer:

28 september 2022 387

Nieuweweg pweg

Verlorendor

Kraaiputseweg

A

B

C

D

F

E

G

weg Nieuwe

H

Overzicht oppervlakte te slopen gebouwen

NOORD

A. 128 m2 B. 262 m2 C. 247 m2 D. 230 m2 E. 451 m2 F. 180 m2 G. 73 m2 H. 400 m2

0

10

20

50

Luchtfoto bestaande situatie. (luchtfoto www.scheldestromen.nl)

2

Landschappelijke inpassingsschets Verlorendorpweg 9 Eede - 28 september 2022

De bestaande woning met zicht op de knotwilgen langs de Kraaiputseweg.

De solitaire bomen en het hekwerk markeren de toegang tot het erf en de woning.

Zicht over de Nieuweweg in noordelijke richting.

3

Sfeerbeelden bestaande bedrijfsbebouwing en omliggende ruimte.

Landschappelijke inpassingsschets Verlorendorpweg 9 Eede - 28 september 2022

Nieuweweg

bestaande haag pweg

Verlorendor

Kraaiputseweg

bestaande inrit met hekwerk en twee solitaire bomen die de inrit naar de woning markeren

tuin

woning

nieuwe haag, de hagen markeren de tuin en het erf bij de woning

erf

struweel met streekeigen soorten

bestaande bomen en struiken nieuwe 00 m2)

schuur (2

te amoveren bebouwing

bestaande inrit, toegang tot weide en nieuwe schuur

weide met enkele solitaire bomen

weg Nieuwe

NOORD

struweel met streekeigen soorten en enkele bomen

0

10

20

50

Landschappelijke inpassingsschets.

4

Landschappelijke inpassingsschets Verlorendorpweg 9 Eede - 28 september 2022

1. Nieuwe bebouwing

Nieuweweg

2. Haag De nieuwe haag is een beukenhaag. Aan de voorzijde van de woning is reeds een beukenhaag aanwezig. De plant behoud in de winter haar (bruine) bladeren en is daardoor ook in de winter als ruimtelijk element herkenbaar. Er worden 4 planten per strekkende meter voorzien en de haag is minstens 2 rijen breed (80 cm). Nadat de planten aan de groei zijn tweemaal paar jaar snoeien, in juni en in september.

pweg

Verlorendor

Het struweel wordt ingevuld met streekeigen soorten zoals haagbeuk, meidoorn, gewone vlier en hondsroos. Voor de bomen in het struweel wordt voorgesteld om zomereik toe te passen. Het struweel wordt eenmaal per 2 jaar gesnoeid. Het is dus geen strak gesnoeide haag maar een haag met een robuust karakter. Hoe minder vaak een struweel gesnoeid wordt hoe meer bloemen en bessen erin zullen komen. Het struweel is een natuurlijk element met een seizoensgebonden dynamiek die bijdraagt aan de vergroting van het leefgebied voor vogels en andere kleine diersoorten.

Kraaiputseweg

2 3 1

4

3. Struweel Het struweel bestaat uit een opgaande beplanting van 3 meter breed en een hoogte van circa 3 tot 4 meter. De aanplant van de soorten gebeurt in groepen van 3 tot 8 per soort, er is echter geen verband of ritme tussen de verschillende groepen, er wordt spontaan geplant om een zo afwisselend en natuurlijk mogelijk beeld te verkrijgen.

4. Weide met solitaire bomen In de weide achter de woning worden een aantal solitaire bomen voorzien. De bomen hebben een landelijke uitstraling en markeren door hun verschijningsvorm de weide als onderdeel van het perceel. De bomen worden in een los patroon geplaatst en vormen dus geen lijnvormig element op het perceel. De toe te passen bomen zijn streekeigen, zoals zomereik of zwarte els.

3

3

NOORD

weg Nieuwe

0

10

20

50

Landschappelijke inpassingsschets met aanduiding nieuwe elementen.

5

Landschappelijke inpassingsschets Verlorendorpweg 9 Eede - 28 september 2022

Nieuweweg pweg

Verlorendor

Kraaiputseweg

NOORD

weg Nieuwe

0

10

20

50

Luchtfoto bestaande met projectie landschappelijke inpassingsschets. (luchtfoto www.scheldestromen.nl)

6

Landschappelijke inpassingsschets Verlorendorpweg 9 Eede - 28 september 2022

Ruimtelijk plan Project:

locatie zorgboerderij Jodi Sintepier Mosseldijk 15A 4504 SH Nieuwvliet

8 mei 2023 Datum: Projectnummer: 384

Op de locatie is momenteel een zorgboerderij gesitueerd. Aan de Mosseldijk zijn enkele gebouwen en de inrit naar het achterliggende terrein gelegen. Het grootste deel van de locatie bestaat uit weides met diverse dierenverblijven. Tussen de verschillende weides is een eenduidige ontsluitingsstructuur aanwezig, grotendeels omzoomd door diverse soorten streekeigen bomen. Door de aanwezige weides en het opgaande groen kent de locatie een groen karakter.

NOORD

LOCATIE

Topograrische kaart met aanduiding locatie (topografische kaart www.pdok.nl)

1

De locatie is gelegen aan de voet van de Mosseldijk en de Sint Bavodijk. Evenwijdig aan deze twee oude dijken kunnen we een aantal zones benoemen die bepalend zijn voor de ruimtelijke structuur ter plaatse. De eerste zone bestaat uit de omliggende dijkwoningen met bijbehorende tuinen. Achter de tuinen van het omliggende bebouwingslint is een sloot gelegen die een duidelijke ruimtelijke begrenzing vormt van het perceel. Evenwijdig hieraan zijn weides gelegen van circa 15 meter diep die enerzijds een vrije ruimte markeert tussen de activiteiten op het terrein en de omliggende tuinen en anderzijds voldoende ruimte biedt om de sloot te onderhouden. De sloot maakt geen onderdeel uit van het perceel, deze is in eigendom van Waterschap Scheldestromen.

Mo

sse ldi

jk

De volgende zone bestaat uit een ontsluitingsroute waar langs diverse streekeigen bomen aanwezig zijn. Deze infrastructuur vormt een lus met twee aansluitingen richting de Mosseldijk. Nabij de bestaande bebouwing is de hoofdtoegang van het terrein gelegen en in noordelijke richting is er een calamiteitenontsluiting die tevens toegankelijk is voor wandelaars. De bestaande ontsluitingsstructuur wordt deels behouden en verbreed tot een smalle rijbaan. De ontsluitingsroute wordt ontworpen als een wandelroute doorheen een groene omgeving waarbij het autoverkeer naar de drie nieuwe woning te gast is. Hoewel de ontsluitingsroute verbreed zal moeten worden tot een éénrichtingsweg, is het uitgangspunt om waar mogelijk het omliggende opgaande groen te behouden. De meest oostelijk gelegen lus van de ontsluitingsroute wordt verwijderd.

Sin tB

av od

NOORD

ijk

Luchtfoto met projectie ruimtelijke structuur (luchtfoto www.scheldestromen.nl).

Ruimtelijk plan locatie zorgboerderij Jodi Sintepier - 8 mei 2023

Het groen en de ontsluitingsstructuur worden grotendeels behouden en als ruimtelijke kwaliteit behouden. Voor zowel de nieuwe bewoners als de dorpsgenoten. Enerzijds als groene buffer richting de omliggende bebouwing, maar tevens als nieuwe wandelroute. De diverse dierenverblijven, die nu in alle vormen en maten aanwezig zijn, worden verwijderd wat ten goede zal komen van de ruimtelijke kwaliteit. Het overige deel van het terrein is nu in gebruik als weides.

2

Sfeerbeelden locatie.

3

Ruimtelijk plan locatie zorgboerderij Jodi Sintepier - 8 mei 2023

jk sse ldi Mo

Calamiteitenontsluiting en wandelroute. Bestaande weide, te behouden als ruimtelijke buffer tussen de omliggende dijkwoningen en de nieuwe woonpercelen. Bestaande sloot.

Hoofdtoegang.

Bestaande groenstructuur, met diverse streekeigen soorten bomen, waar mogelijk te behouden. Te amoveren ontsluitingsroute.

Te amoveren bebouwing. 3 nieuwe woonpercelen

NOORD

Bestaande weide, te behouden als ruimtelijke buffer tussen de omliggende dijkwoningen en de nieuwe woonpercelen.

0

Sin tB 10

20

50

Ruimtelijke structuur met aanduiding elementen.

av od

ijk

Ruimtelijk plan locatie zorgboerderij Jodi Sintepier - 8 mei 2023

Ontsluitingsroute woonpercelen, bestaande route verbreden tot een smalle rijbaan

4

sse ldi Mo

Per perceel wordt een poel met natuurvriendelijke oevers voorzien. De vrijkomende grond word ter plaatse verwerkt in enkele grondlichamen die zorgen voor een zachte glooiing op het terrein. De grondlichamen zijn maximaal 1 meter hoog en kennen een flauw talud. Daarnaast worden in het grasland streekeigen bomen en struwelen voorzien. Deze landschappelijke elementen filteren het zicht vanuit de omgeving op de nieuwe bebouwing maar belemmeren niet het uitzicht vanaf de nieuwe woonkavels op het omliggende landschap. Aan de zuidoostzijde van het perceel wordt deze zone doorgezet als ruimtelijke buffer tussen de nieuwe woning en de naastgelegen camping.

jk

Aan de oostzijde van het perceel worden in de nieuwe situatie drie woonkavels gesitueerd. Door de hierboven benoemde ruimtelijke structuur te behouden komen de nieuwe woningen op ruime afstand van de omliggende dijkwoningen te liggen. Aan de noordoostzijde van het perceel wordt een zachte overgang naar het open landschap voorzien. Deze zone wordt vrijgehouden van bebouwing en wordt ingericht als grasland met diverse streekeigen elementen.

Aan de voorzijde van de nieuwe percelen, evenwijdig aan de ontsluitingsstructuur, wordt een geschoren haag voorzien van circa 1 meter hoog. Tussen de percelen onderling worden struweelhagen voorzien om de nodige privacy te creëren en het groene karakter te versterken.

Struwelen en bomen, streekeigen soorten. Geschoren haag. r ete

Poel

5m

2 in.

m

Struweelhaag ter plaatse van zijdelingse perceelsgrens. Grasland met diverse streekeigen landschapselementen.

r ete

0m

5 in.

m

m in. 25 m

NOORD

0

Sin tB 10

20

50

Ruimtelijke structuur met aanduiding nieuwe landschappelijke elementen.

av od

ijk

Ruimtelijk plan locatie zorgboerderij Jodi Sintepier - 8 mei 2023

er et

Grasland met diverse streekeigen landschapselementen.

5

Mo

sse ldi

jk

In de tekening is een suggestie gedaan voor drie woningen en een bijgebouw. De footprint en ligging zijn indicatief.

bij w

ou

b ge

P g nin 3 wo 0 m 0 5

uw

ebo bijg

P

ing won m3 00 1.0 uw

ebo bijg

P

0

Sin tB 10

20

50

Ruimtelijke structuur met suggestie nieuwe bebouwing.

av od

ijk

Ruimtelijk plan locatie zorgboerderij Jodi Sintepier - 8 mei 2023

NOORD

g nin 3 wo 00 m 1.0

6

Twee tot drie jaar na aanplant vindt een begeleidingssnoei van de bomen plaats, om te komen tot een solide stam en een goed ontwikkelde kroon. Dit in het vijfde of zesde jaar herhalen en vervolgens elke vijf jaar een onderhoudssnoei van de bomen voorzien.

Het uitgangspunt is om tot een goede landschappelijke inpassing te komen die aansluit bij omgeving. Zowel bij het omliggende landschap als bij de aanwezige groenstructuur op het perceel. Er worden dan ook streekeigen elementen en soorten toegepast. 1. Meidoornhaag De nieuwe woonpercelen worden aan de voorzijde begrenst door een meidoornhaag. Deze plant heeft een landelijk karakter en wordt van oudsher gebruikt op boerenerven. De uiteindelijke hoogte is 100 cm en er worden 4 planten per strekkende meter voorzien.

4. Poel Per nieuw woonperceel wordt een poel voorzien, een landschappelijk element dat tevens dienst zal doen als waterberging. De oevers zijn flauw en hebben een minimale helling van 1:3. Met name de oever aan de noordkant van de put loopt bij voorkeur heel flauw af. In de zomer moet er minstens een halve meter water in de put staan. De samenstelling van de bodem en de stand van het grondwater bepalen grotendeels de vorm van de put.

2. Struweelhaag Tussen de percelen wordt een struweelhaag voorzien, een opgaande dichte beplanting bestaande uit diverse soorten inheemse struiken aangevuld met enkele boomvormers. De toe te passen soorten zijn streekeigen zoals meidoorn, liguster, gelderse roos, kardinaalsmuts, hazelaar en grauwe wilg.

Drinkputten vergen regelmatig terugkerend onderhoud om te voorkomen dat ze dichtgroeien en de kwaliteit achteruitgaat. Ongeveer één keer in de acht jaar wordt de drinkput geschoond, modder en planten worden eruit gehaald en de oevers opgeschoond. Bij voorkeur worden de werkzaamheden tussen half augustus en half oktober uitgevoerd.

Circa drie jaar na aanplant wordt het struweel gedund, drie jaar later wordt een tweede dunning uitgevoerd. Vervolgens wordt het struweel om de twee jaar gesnoeid. Het is dus geen strak gesnoeide haag maar een haag met een robuust karakter. Hoe minder vaak een struweel gesnoeid wordt hoe meer bloemen en bessen erin zullen komen. 3. Bomen In de weide achter de woning worden her en der bomen aangeplant, solitair of in kleine groepjes. De toe te passen soorten zijn streekeigen zoals zwarte els, grauwe abeel, schietwilg en zomereik. De bomen en de struwelen zijn natuurlijke elementen met een seizoensgebonden dynamiek die bijdragen aan de vergroting van het leefgebied voor vogels en andere kleine diersoorten.

1 4

2 3

1 4

3

Luchtfoto met projectie ruimtelijk plan (luchtfoto www.scheldestromen.nl).

Ruimtelijk plan locatie zorgboerderij Jodi Sintepier - 8 mei 2023

NOORD

2

7

BIJLAGE Stikstofrapportage

Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen

+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl

kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01

bestemmingswijziging Mosseldijk 15a 4504 SH Nieuwvliet

Titel : Bijlage stikstofrapportage Versie : 1.3 Datum : 16 september 2023

Pagina 2 van 24

Inhoud 1.

Gegevens project.......................................................................................................................... 4 1.1

Opdrachtgever ...................................................................................................................... 4

1.2

Locatienaam ......................................................................................................................... 4

2.

Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4

3.

Gegevens verandering ................................................................................................................. 4

4.

Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5

5.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 6

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 7

Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7 5.1

6.

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 8

Conclusie en afweging................................................................................................................. 8

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase .................................................................................................. 9 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 17

Pagina 3 van 24

1. Gegevens project 1.1

Opdrachtgever

Statutaire naam

: Vlaming & De Zeeuw

Adres

: Boulevard de Wielingen 33

Postcode

: 4506 JJ

Contactpersoon

: De heer A.B. (Bram) Verhage

Telefoon

: 0117 – 700 550

1.2

Plaats:

Cadzand Mail:

bram@vlamingendezeeuw.nl

Locatienaam

Naam

: bestemmingswijziging

Adres

: Mosseldijk 15a

Postcode

: 4504 SH

Plaats:

Kadastrale ligging : Oostburg

Nieuwvliet Sectie:

S

Nr(s):

1292

2. Gegevens locatie Voor een bestemmingsplan en de bestemmingswijziging bij een zorgboerderij om te zetten naar een woonbestemming achter op het perceel achter Mosseldijk 15a in het dorp Nieuwvliet binnen de gemeente Sluis dienen de effecten van de bouw en het gebruik van drie vrijstaande burgerwoningen op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een locatie in Nieuwvliet, op het perceel achter de zorgboerderij met twee ontsluitingen naar de Mosseldijk en een aan de Sint Bavodijk waar nu een terrein met bestemming “Agrarisch” en 'specifieke bouwaanduiding - 1', waar dierenverblijven en schuilgelegenheden zijn toegestaan tot een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 150 m2. Het agrarische perceel wordt hiervoor opnieuw ingericht en ter plaatse worden drie nieuwe woningen toegevoegd. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden. Op 1,6 km ten noorden van de locatie ligt het Natura2000 gebied Westerschelde & Saeftinghe en ten zuiden ligt Groote Gat op 6,3 km.

3. Gegevens verandering Het betreft een locatie gelegen in het buitengebied van Nieuwvliet waar initiatiefnemer voornemens is het agrarische terrein met schuilgelegenheden achter de boerderij opnieuw in te richten voor woonbestemming ten behoeve van drie vrijstaande ruimte-voor-ruimte woningen. Deze huizen worden gebouwd door sloop van oude gebouwen op twee locaties Pagina 4 van 24

elders. Bij Verlorendorpweg 9 Eede wordt alle bedrijfsbebouwing gesloopt. Aan de Bosweg te IJzendijke wordt een schuur gesloopt. De bestemming van de locatie wordt omgezet in burgerwoningen en alle agrarische bouwwerken ter plaatse worden gesloopt. De extra burgerwoningen kunnen met ruimte-voor-ruimte planologisch gerealiseerd worden door middel van het opstellen van een bestemmingsplan. De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van het toevoegen van de drie woningen op de locatie zal toenemen en is in de verdere rapportage afgewogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=33901422-4d21-4199-a521-6a6866896d3e