01 (Mosseldijk 15 Nieuwvliet) - Ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
Figuur 18: Uitsnede bodemkwaliteitskaart Zeeland
Verlorendorpweg 9 Eede De locatie aan de Verlorendorpweg wordt omgezet van Agrarisch naar Wonen. Bij een functiewijziging is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat bij drie boringen onbekende puinvermenging is geconstateerd, geadviseerd wordt nader onderzoek naar asbest uit te voeren. De overige onderzoeksresultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek, zie bijlage 6. Het specifiek onderzoek naar asbest is vervolgens uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat nader asbestonderzoek niet noodzakelijk is, zie bijlage 7.
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
29
3.7
Geluid
De mate waarin geluid, bijvoorbeeld veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Wgh en Bgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen, worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige bestemmingen: 1.
Woningen
2.
Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal)
3.
Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals
verzorgingstehuizen,
psychiatrische
inrichtingen,
medische
centra,
poliklinieken,
medische
kleuterdagverblijven, etc. Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op de geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Het aantal verkeersbewegingen aan de Mosseldijk zal bij de voorgenomen ontwikkeling zeer beperkt toenemen. Voor wat betreft de verkeersbewegingen is dit nader uitgewerkt in de paragraaf mobiliteit en parkeren. De Mosseldijk biedt in westelijke richting een goede ontsluiting naar de openbare weg. Op eigen terrein is voldoende gelegenheid om te keren en te parkeren. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden drie burgerwoningen opgericht. De gevelbelasting op een woning mag niet hoger zijn dan de wettelijke norm van 48 deciBell (dB). Tevens is een ontheffing mogelijk tot 53 dB. De woningen worden zowel ten opzichte van de Mosseldijk als van de Sint Bavodijk op ruime afstand van de weg gerealiseerd. De dichtstbijzijnde afstand van een woning tot de Sint Bavodijk bedraagt circa 70 meter. Tussen de weg en het bouwvlak zijn nog andere burgerwoningen en groenaanplant gelegen (bomen en struiken). In combinatie met de vereisten vanuit het Bouwbesluit zullen de woningen voldoen aan de wettelijke norm van 48 deciBell.
3.8
Luchtkwaliteit
De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Vooral hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe titel 2 bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’. De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak
zorgt
voor
een
flexibele
koppeling
tussen
ruimtelijke
activiteiten
en
milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld dat bij één ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen niet in betekenende mate van invloed zijn op de luchtkwaliteit.
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
30
Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijnstof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: •
jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;
•
daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3;
•
aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.
De bouw van drie woningen betreft een zeer kleinschalige ontwikkeling welke op basis van bovenstaande gegevens niet leidt tot een gewijzigde situatie aangaande de luchtkwaliteit.
Figuur 19: NIBM-tool
3.9
Externe veiligheid
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient zorg gedragen te worden dat er een scheiding in acht genomen wordt tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicoveroorzakende bedrijven en/of transportassen. De locatie aan de Mosseldijk is niet gelegen binnen de invloedsfeer van objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt (zoals industrie vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen BEVI) volgens de Risicokaart van de Provincie Zeeland. Ook is er geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving of buisleidingen met een toetsingszone. Geconcludeerd kan worden dat de bouw van de woning niet binnen de plaatsgebonden risicocontour en/of het invloedsgebied van het groepsrisico van een risicovolle activiteit is gelegen. Een verdere uitwerking van de veiligheidsparagraaf is dan ook niet noodzakelijk. In de omgeving van het plangebied zijn geen kabel of leidingen gelegen.
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
31
3.10
Omliggende functies
Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies, dient rekening te worden gehouden met eventuele hinder veroorzakende (bedrijfs-)activiteiten in de omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van hindergevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Afstemming van bestaande en nieuwe functies is mogelijk door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. In de omgeving van de nieuw te realiseren burgerwoningen zijn twee recreatieterreinen gelegen. Aan de noordzijde van het plangebied is een kampeerterrein (sbi-552) gelegen en aan de zuidzijde een kleinschalig kampeerterrein, de VNG hanteert voor kampeerterreinen een minimale richtafstand van 50 meter voor het onderdeel geluid. De VNG-brochure stelt deze richtafstand met een trede kan worden verlaagd. In dit specifieke geval van 50 meter naar 30 meter. In onderhavig geval is er gezien het omliggende gebied sprake van functiemenging. In de omgeving van de nieuwe woningen komen andere functies voor zoals recreatieterreinen en is sprake van lintbebouwing langs de Sint Bavodijk.
Daarnaast is de Sint Bavodijk tevens een drukke ontsluitingsweg voor het kustgebied. De bouwvlakken voor de drie woningen zijn gelegen op minimaal 30 meter van deze terreinen. Andere bedrijvigheid is in de omgeving niet aanwezig. Omliggende burgerwoningen zijn eveneens op voldoende afstand gelegen. Aan de richtafstanden wordt voldaan.
3.11
M.e.r.-beoordeling
Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Indien een bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt die in de D-lijst van het Besluit m.e.r. is opgenomen, maar onder de daarin genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r. beoordeling benodigd. Voor bestemmingsplannen die ontwikkelingen mogelijk maken die onder de drempelwaarde van de activiteiten in de D-lijst vallen en waarvan het bestemmingsplan als besluit in kolom 4 is genoemd (zoals bij D11.2 stedelijk ontwikkelingsproject), dient getoetst te worden aan de criteria uit bijlage 111 bij de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De hoofdcriteria bestaan uit: •
de kenmerken van het project;
•
de plaats van het project;
•
de kenmerken van de potentiële effecten.
Daarbij dient onderzocht te worden of er sprake is van cumulatie met (milieueffecten van) andere ontwikkelingen in de omgeving, het risico op zware ongevallen en/of rampen en er dient nu ook ingegaan te worden op maatregelen die genomen worden om de effecten doeltreffend te verminderen. Waar mogelijk dienen deze maatregelen in het bestemmingsplan geborgd te zijn. Het initiatief omvat de realisatie van een woning. In het Besluit m.e.r. is geen ondergrens opgenomen, maar er moet wel sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject. Ook daarvan is geen definitie beschikbaar. Dit is afhankelijk van de ruimtelijke impact die het plan heeft ten opzichte van de omgeving. De nieuwe woningen worden gerealiseerd aan de rand van de kern. De ontwikkeling is
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
32
qua grootte en schaal klein en heeft nauwelijks ruimtelijke impact. In onderhavig geval is er geen sprake van aanzienlijke milieugevolgen. Daarnaast is door de gemeenteraad op 21 juni 2018 besloten dat voor ontwikkelingen kleiner dan 12 woningen geen besluit in het kader van het Besluit m.e.r. noodzakelijk is. De milieutechnische gevolgen zijn eveneens beschreven in voorgaande (milieu-) paragrafen. Het doorlopen van een plan m.e.r. is niet noodzakelijk. 4.
Waterparagraaf
4.1
Watertabel
Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. Aangaande de aspecten omtrent water zal een watertoets worden opgesteld en worden toegezonden aan Waterschap Scheldestromen.
Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Waarborgen
van
het
veiligheidsniveau
en
rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen de Beschermingszone B Primair. Nieuwe bebouwing wordt echter buiten deze zone gerealiseerd. huidige
na
situatie
realisa tie
dakopper vlak
150
720
1
740
1155
2
0
0
3
0
0
4
dichte bodemver harding doorlaten de
Voorkomen overlast door oppervlaktewater
bodemver
Het plan biedt voldoende ruimte voor het
harding
vasthouden, bergen en afvoeren van water.
wateropp
Waarborgen van voldoende bouwpeil om
ervlak
overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende Rekening
situaties
houden
met
te de
voorkomen. gevolgen
van
klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
De
ontwikkeling
van
de
locaties
aan
de
Verlorendorpweg en Bosdijk betreffen beide een afname
van
verhard
oppervlak.
Voor
de
Verlorendorpweg de sloop van minimaal 1971 m2 dakoppervlak en bij de Bosdijk circa 60 m2. Bij mogelijke wijzigiging van vuilwaterlozing aan de Verlorendorpweg zal met het Waterschap in overleg worden getreden. Aan de Mosseldijk is er wel sprake van de toename van verharding. Voor de nieuwe bebouwing, drie woningen met bijgebouw wordt 720 m2 ingeschat. De te slopen bebouwing bedraagt 150 m2. Hemelwater op de huidige bebouwing infiltreerde in de bodem. Op
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
33
het terrein is reeds verharding aanwezig. Van deze verharding wordt 245 m2 verwijderd en wordt 660 m2 extra verharding gerealiseerd. Dit betekent een toename van 1875-890=985 m2 verhard oppervlak. De
noodzakelijke
985x0,147=145
m3 .
waterberging
bedraagt
De waterberging zal voorzien
worden door de aanleg van 3 waterpoelen, een poel per woning en in totaliteit 760 m2 op maaiveldniveau. In de regels behorende bij het bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de benodigde en toekomstige waterberging. Tevens zijn de poelen opgenomen op het plan voor landschappelijke inpassing.
Voorkomen
overlast
door
hemel-
optimale
werking
en
afvalwater Waarborgen
van
de
zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke)
De nieuwe woningen worden aangesloten op de
rioleringen.
riolering. Hemelwater wordt geloosd op de nieuw aan
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken
te leggen waterpoelen aan de achterzijde van het
in verband met de reductie van hydraulische
terrein.
belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen
en
tegengaan
van
grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van
klimaatverandering.
Beschermen
van
infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
De locatie is niet gelegen in een bufferzone rondom een natuurgebied. Er wordt geen grondwater onttrokken, schoon hemelwater wordt toegevoegd aan
het
grondwater.
grondwateroverlast.
Er is geen Het
sprake
plangebied
van
wordt
gekenmerkt door ruime infiltratiemogelijkheden.
Grondwaterkwaliteit Behoud
of
realisatie
van
grondwaterkwaliteit.
een
goede
Denk
aan
Bij de bouw worden geen uitlogende materialen gebruikt.
grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud
of
realisatie
van
goede
oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing
Tijdens de bouw worden geen uitlogende materialen gebruikt.
van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en
plagen.
Voorkomen
verdrinkingsgevaar/-risico’s
via
van o.a.
de
De waterpoelen zullen in de zomerperiode ondiep zijn wat verdrinkingsgevaar zal verkleinen.
daarvoor benodigde ruimte.
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
34
Bodemdaling Voorkomen
van
maatregelen
maaiveldsdalingen
in
die
(extra)
zettinggevoelige
Het
plangebied
is
aangeduid
als
weinig
zettingsgevoelig gebied.
gebieden kunnen veroorzaken.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming gevarieerde
en
van
natuurlijk
een
rijke
karakteristieke
In de directe omgeving is geen bestemming met de functie natte natuur.
aquatische natuur.
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden
In de planvorming is rekening gehouden met
worden. Rekening houden met obstakelvrije
behoud van voldoende afstand tot de sloten (5
onderhoudsstroken
meter) welke zijn gelegen rondom het plangebied.
vrij
van
bebouwing
en
opgaande (hout)beplanting.
Andere belangen waterbeheer De locatie is gelegen in de directe omgeving van
Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke
ontwikkelingen
mogen
de
werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
objecten van de waterbeheerder. Rondom de sloten
wordt
geen
beplanting
of
bebouwing
toegevoegd waardoor voldaan kan worden aan de afstandscriteria uit de Keur.
Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)
Ja, ten tijde van de bouw van de woningen zal
* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken.
tijdelijk transport plaatsvinden over de Mosseldijk. Deze transporten zijn echter beperkt en enkel noodzakelijk
voor
het
afleveren
van
bouwproducten. De nieuwe woningen resulteren in een zeer geringe toename van extra verkeer. De woningen worden bereikt langs de Mosseldijk. In overleg met het waterschap wordt momenteel
Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?
bezien om een extra uitrit te realiseren, dit tevens
* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van
Ja, er wordt op eigen terrein geparkeerd.
een
weg gebouwd.
waterschapsweg
een
bouwwerk
te
ter ontlasting van de bestaande uitrit.
De woningen worden niet binnen 20 meter van de
(ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
35
5.
Juridisch
5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven voor te ontwikkelen gronden binnen het plangebied. Voor de gronden van de planlocatie is aansluiting gezocht bij de vigerende bebouwingsregels voor Wonen in het buitengebied. De planregels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.
5.2
Verbeelding
Mosseldijk 15A Nieuwvliet Het plangebied verkrijgt gedeeltelijk de bestemming ‘Wonen’ en gedeeltelijk Agrarisch met aanduiding
landschappelijke
inpassing.
Tevens
wordt
over
het
gehele
plangebied
de
dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie 2 opgenomen. Verder is de voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing opgenomen. Verlorendorpweg 9 Eede De bestemming Agrarisch wordt gewijzigd in Wonen. Tevens wordt de maximale maat aan bijgebouwen, 271 m2, en de dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 2 opgenomen op de verbeelding. Verder zijn de voorwaardelijke verplichtingen landschappelijke inpassing en slopen opgenomen. Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke De bestemming Wonen wordt gewijzigd in Agrarisch en is de voorwaardelijke verplichting slopen opgenomen.
5.3
Regels
De regels zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan 2 e herziening bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Sluis. De regels van het bestemmingsplan bevatten de regels met betrekking tot de te hanteren definities, en het bouwen en gebruiken van de grond en de gebouwen. 6.
onomische uitvoerbaarheid
Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Grondexploitatie Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publieksrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12, eerste en tweede lid, Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 6.2.1. Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan of besluit waarop het betrekking heeft. Dat kan een bestemmingsplan, een wijzigingsplan, een projectbesluit en een buiten toepassingsverklaring van een beheersverordening zijn. Bij de uitbreiding van gebouwen met tenminste 1000 m2 is een exploitatieplan verplicht. Dit geldt ook voor het planvoornemen. Voor onderhavige situatie is een intentie- en anterieure overeenkomst gesloten
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
36
waardoor het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden. In de anterieure overeenkomst worden eveneens voorwaarden vastgelegd omtrent planschade en de sloop van de schuren aan de Verlorendorpweg te Eede en de vervallen woning te IJzendijke. 7.
Maatschappelijke haalbaarheid
7.1
Procedure
In het kader van het vooroverleg wordt het ontwerp naar de vooroverlegpartners Waterschap Scheldestromen en de provincie Zeeland toegezonden. Deze reacties van de vooroverlegpartners worden verwerkt in het definitieve ontwerpbestemmingsplan. Overeenkomstig de wettelijke procedure in de Wet ruimtelijke ordening, wordt vervolgens het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter visie gelegd. Na deze zes weken worden zienswijzen behandeld en wordt het ontwerpbestemmingsplan ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad van Sluis. Na vaststelling wordt het vastgestelde bestemmingsplan wederom zes weken ter inzage gelegd. In die periode kan beroep worden ingediend bij de Raad van State.
7.2
Conclusie
Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.
Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede
37
Regels
bestemmingsplan “Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede ”
Planstatus:
ontwerp
Versiedatum:
30 september 2023
Vaststellingsdatum: Plan identificatie:
NL.IMRO.1714.bpmosseldijk15a-ON01
Auteur:
Adromi
Adromi B.V.
Pagina 1 van 37
INHOUDSOPGAVE 1 Inleidende regels................................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................... 9 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................. 11 Artikel 3 Agrarisch .............................................................................................................................. 11 Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden .................................................................... 18 Artikel 5 Wonen ................................................................................................................................. 23 Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 ....................................................................................................... 27 Artikel 7 Waarde - Cultuurhistorie- 2 .................................................................................................
30 3 Algemene regels ................................................................................................................................. 33 Artikel 8 Anti-dubbeltelregel.............................................................................................................. 33 Artikel 9 Algemene bouwregels ......................................................................................................... 33 Artikel 10 Algemene gebruiksregels .................................................................................................. 34 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels ................................................................................................ 34 Artikel 12 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................. 35 Artikel 13 Parkeren ............................................................................................................................ 35 4 Overgangs- en slotregels..................................................................................................................... 37 Artikel 14 Overgangsrecht .................................................................................................................
37 Artikel 15 Slotregel ............................................................................................................................ 37
Adromi B.V.
Pagina 2 van 37
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen
1.1 Plan Het bestemmingsplan Mosseldijk 15A Nieuwvliet, Bosdijk/Sint Pietersdijk IJzendijke en Verlorendorpweg 9 Eede van de gemeente Sluis. 1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML bestand NL.IMRO.1714.bpmosseldijk15a-ON01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge deze regels, ten aanzien van het gebruik en / of het bebouwen van deze gronden, regels worden gesteld. 1.4 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 Aan-huis-geboden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.6 Aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.7 Agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en / of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a.
grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen; 3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; 4. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond waarvoor in de bedrijfsvoering de weidegang essentieel is; 5. paardenhouderij: het fokken van paarden, het houden, stallen of africhten van paarden ten behoeve van de vlees- en / of melkproductie, handel en / of de gebruiksgerichte paardenhouderij;
Adromi B.V.
Pagina 3 van 37
6. sierteelt: de teelt van siergewassen op open grond al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; b.
niet - grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; 2. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen; 3. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet of in beperkte mate afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel;
c.
aquacultuur: de teelt van (zout)watergebonden organismen waaronder begrepen zagers, schelpdieren en vissen, al dan niet in gebouwen;
d.
overige teelten van gewassen of dieren, al dan niet in gebouwen.
1.8 Acceptabele loopafstanden Acceptabele loopafstanden zoals benoemd in het beleid parkeernormen. 1.9 Antenne - installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.10 Archeologisch deskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek. 1.11 Archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.12 Archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.13 Bebouwing een of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.14 Bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. 1.15 Bedrijfs- of dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.
Adromi B.V.
Pagina 4 van 37
1.16 Beleid parkeernormen Het beleid parkeernormen van de gemeente Sluis zoals dat is opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, of diens opvolger. 1.17 Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktema 1.18 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wabo. 1.18 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.19 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20 Bevi - inrichtingen bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.21 Bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.22 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.23 Bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.24 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25 Bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel.
1.26 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.27 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.28 Bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. Adromi B.V.
Pagina 5 van 37
1.29 Brutovloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of (horeca)bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.30 Cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.31 Dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.32 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.33 Dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.34 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35 Geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
1.36 Hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.37 Horecabedrijf een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en / of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. 1.38 Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën, natuurobservatie, sporten en toestellen voor buitenfitness.
Adromi B.V.
Pagina 6 van 37
1.39 Landschaps- en natuurdeskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake het landschapwaarden, cultuurhistorische waarden en / of natuurwaarden. 1.40 Landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet - levende natuur. 1.41 Natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna. 1.42 Nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.43 Nevenactiviteit niet - agrarische activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een (voormalig) agrarisch bouwvlak. 1.44 Neventak een agrarische bedrijfstak op een agrarisch bedrijf die wat productieomvang betreft ondergeschikt is aan de agrarische hoofdtak.
1.45 Omgevingskwaliteit kwaliteiten die van belang zijn voor een goede leefomgeving; bij de beoordeling van de omgevingskwaliteit worden tenminste de volgende aspecten in ogenschouw genomen: luchtkwaliteit, geur, geluid, lichtvervuiling, bereikbaarheid en veiligheid, bodem- en waterkwaliteit (waterbodems en grondwater daaronder begrepen), waterkwantiteit, ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. 1.46 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.47 Parkeerbehoefte Het aantal benodigde parkeerplaatsen per eenheid van een functie in een gebied. 1.48 Parkeergelegenheid Een plek waar iemand zijn of haar auto mag parkeren, dit kan zowel betaald als onbetaald zijn. 1.49 Peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg of de kruin van een dijk grenzen: de hoogte van die weg respectievelijk kruin van de dijk; b. bij ligging in het water en voor strandpaviljoens op gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - strandpaviljoen': het Normaal Amsterdams Peil (NAP);
Adromi B.V.
Pagina 7 van 37
c. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.50 Planologische samenhang van een planologische samenhang zoals bedoeld in artikel 5 lid 4, is sprake indien de woning en de bijgebouwen (schuur) zowel bestemmingsplanmatig als juridisch (dezelfde eigenaar) bijeen horen. 1.51 Ruimtelijke kwaliteitswinst ruimtelijke meerwaarde die bestaat uit de inrichting van het erf, landschaps- en / of natuurontwikkeling, herstel of herkenbaar maken van cultuurhistorische waarden of het vergroten van de toegankelijkheid van het agrarisch gebied ten behoeve van extensieve dagrecreatie. 1.52 Staat van Horeca bedrijven de Staat van Horeca bedrijven die van deze regels onderdeel uitmaakt. 1.53 Voorgevelrooilijn de lijn gelegen: a. evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een (bedrijfs)woning; b. dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg): evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een (bedrijfs)woning. 1.54 Weidegang gedurende een substantieel gedeelte van het jaar, nagenoeg dagelijks buiten laten lopen van dieren, op een substantiële oppervlakte landbouwgrond, waarbij een deel van de voerbehoefte door de dieren buiten verzameld wordt en waarbij meer dan 50% van de betreffende landbouwgrond is begroeid.
1.55 Wgh - inrichtingen bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.56 Windturbine een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding. 1.57 Zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel. 1.58 Woning een (gedeelte van een) gebouw bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.59 Wonen het gehuisvest zijn in een woning
Adromi B.V.
Pagina 8 van 37
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 Afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn. 2.2 Bouwhoogte van een antenne - installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne - installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne - installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne - installatie: tussen de voet vn de (schotel)antenne - installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne installatie. 2.3 Bouwhoogte van een bouwwerk, geen antenne - installatie zijnde vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 Goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot / de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten: a.
indien zich aan de voorgevelzijde een goot / druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde; b. indien zich – in geval van een lessenaarsdak – aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot / druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte. 2.6 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en / of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en / of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 Hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (rotor)as van de windturbine.
Adromi B.V.
Pagina 9 van 37
2.9 Vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
Adromi B.V.
Pagina 10 van 37
2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van grondgebonden agrarischebedrijven; b. niet - grondgebonden agrarische neventakken enaquacultuur; c. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatievevoorzieningen; d. tuinen behorende bij aangrenzendebestemmingen; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen enparkeervoorzieningen.
3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Buiten het bouwvlak a. buiten bouwvlakken zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, – met uitzondering van overkappingen, stellingen,paardenbakken, stapmolens, schokgolfgeneratoren en voorzieningen voor opslag - toegestaan met inachtneming van het bepaalde onder b en c; b. per bedrijf is ten hoogste 50 m² aan bedrijfsgebouwen en / of overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan met inachtneming van hetvolgende: 1. de bouw is noodzakelijk voor een doelmatige agrarischebedrijfsvoering; c. sleufsilo's zijn aansluitend aan het bouwvlak toegestaan; wateropslag is buiten het bouwvlak toegestaan waarbij de bouwhoogte en de inhoud per wateropslag ten hoogste 2,5 m respectievelijk 200 m3 mag bedragen; d. de goot-en bouwhoogte van de bebouwing als bedoeld onder b bedraagt tenhoogste 4m respectievelijk 8m; e. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Overkappingconstructies als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 voor het bouwen van overkappingconstructies als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende:
a. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 4m; b. indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt;
Adromi B.V.
Pagina 11 van 37
c. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; d. ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten,met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis'; e. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijkeinpassing; f. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; g. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 3.3.2 Stellingen als teeltondersteunendevoorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van de bouw van stellingen als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met inachtneming van het volgende:
a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend voor stellingen grenzend aan hetbouwvlak; b. de oppervlakte van de stellingen bedraagt ten hoogste 1ha; c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 1,5m; d. indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; e. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; f. ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis'; g. medewerkingwordtslechtsverleendindieneenprivaatrechtelijkeovereenkomstwordtgeslotenov erde aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijkeinpassing; h. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; i.
verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegenpercelen. 3.3.3 Boog- en gaaskassen als teeltondersteunendevoorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van de bouw van boog- en gaaskassen als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met inachtneming van het volgende:
Adromi B.V.
Pagina 12 van 37
a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend voor boog- en gaaskassen grenzend aan het bouwvlak; b. de oppervlakte van de boog- en gaaskassen bedraagt ten hoogste 1ha; c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5m; d. indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; e. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; f. ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met eenlandschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis'; g. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; h. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; i.
verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegenpercelen; j. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; het bevoegd gezag vraagt hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de omgevingsvergunning teverlenen. 3.3.4 Bouw installatie opwekken duurzame energie (co -vergistingsinstallatie) Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 voor de bouw van een installatie voor het opwekken van duurzame energie ten behoeve van het eigen bedrijf, met in achtneming van het volgende: a. de bouwhoogte van silo's en vergistingsinstallaties bedraagt ten hoogste 12 m; b. indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; c. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige toename van de automobiliteit; d. de verkeersveiligheid wordt niet negatief beïnvloed; e. de reststof (het digestaat) is een meststof; f.
ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met eenlandschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis'; g. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; h. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf en tot een omvang die is afgestemd op de productie van het agrarisch bedrijf of op de omvang van de gronden die bij het bedrijf behoren; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover schriftelijk advies van de agrarischdeskundige;
Adromi B.V.
Pagina 13 van 37
i.
verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover schriftelijk advies van demilieudeskundige.
3.3.5 Paardenbak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2, ten behoeve van het bouwen van een paardenbak en / of stapmolen buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende:
a. de omgevingsvergunning wordt verleend voor de gronden aansluitend aan het bouwvlak of voor gronden grenzend aan bestemmingsvlakken van andere bestemmingen waar een woning toegestaan en aanwezig is; b. de omgevingsvergunning wordt niet verleend binnen een afstand van 50 m ten opzichte van de meest nabij gelegen woning van derden; c. indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; d. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegenpercelen. 3.3.6 Schokgolfgeneratoren Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2. onder a ten behoeve van een schokgolf generator buiten het bouwvlak, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend voor de plaatsing van schokgolf generatoren in fruitteeltpercelen en percelen met bijzondere teelten die kwetsbaar zijn voorhagelschade; b. de omgevingsvergunning wordt niet verleend in of binnen een afstand van 1.000 m van de Natura 2000 gebieden 'Zwin & Kievitteplder', 'Groote Gat' en 'Westerschelde &Saeftinghe'; c.
de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien ter plaatse van de uitbreiding voorzien wordt in een adequate landschappelijke inpassing waartoe ook bestaande windschermen wordengerekend; d. de bouwhoogte van een schokgolf generator bedraagt ten hoogste 10m; e. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien de afstand tenminstebedraagt: 1. tot een enkele woning of een weg: 350m; 2. tot een woonkern: 700m; 3. tot een andere schokgolf generator: 3.600m. 3.3.7 Grotere wateropslag Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 voor het vergroten van de maximale inhoud van een wateropslag, met in achtneming van het volgende: a. de totale inhoud van een wateropslag bedraagt ten hoogste 5.000 m³; b. verlening van de omgevingsvergunning is noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover schriftelijk advies van de agrarisch deskundige; c. ter plaatse de wateropslag wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een Adromi B.V.
Pagina 14 van 37
landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeenteSluis'; d. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; e. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegenpercelen. 3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. bij een paardenbak en / of stapmolen is het gebruik van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van bovenafdekking, niet toegestaan; b. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in permanente tunnel- of boogkassen is niet toegestaan; c. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in kassen waarvan gevel en dak aan de binnenzijde niet volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling, is niet toegestaan; d.
het gebruiken van een deel van de woning of een aan- of uitbouw van de woning ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is toegestaan; e. het gebruik van gebouwen, opslagvoorzieningen en installaties, anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf is niet toegestaan, met uitzondering van het bepaalde onder i; f. voorzieningen voor opslag, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten bouwvlakken niet toegestaan; g. in afwijking van het bepaalde onder g geldt dat voorzieningen ten behoeve van wateropslag wel buiten het bouwvlak, mits aansluitend aan het bouwvlak of op gronden ten behoeve van fruitteelt zijn toegestaan met dien verstande dat de realisatie van een waterbassin niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; h. de opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een bouwvlak, is niettoegestaan; i. de opslag van agrarische producten anders dan ten behoeve van het eigen agrarisch bedrijf en de opslag van caravans, boten en inboedels, landbouwmachines en andere landbouw gerelateerde materialen al dan niet van derden is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan, met dien verstande dat tijdelijke opslag van agrarische producten buiten gebouwen wel is toegestaan; j.
opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 8 m is niet toegestaan; k. het huisvesten van seizoensarbeiders is niet toegestaan; l. containervelden en bassins voor aquacultuur zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; m. het gebruik van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode langer dan 8 maanden is niettoegestaan; n. het stallen van kampeermiddelen ter plaatse van een kleinschalig kampeerterrein buiten het kampeerseizoen is niet toegestaan; o. detailhandel is niet toegestaan met uitzondering van het gebruik van ten hoogste 150 m² brutovloeroppervlakte voor de verkoop van boerderij- of streekproducten; p. het uitoefenen van een aan - huis - gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten met een oppervlak van meer dan 50 m² per agrarische bedrijfswoning is niet toegestaan; q. het gebruik van (een deel van) de gebouwen als seksinrichting is niet toegestaan; r. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van logies met ontbijt per agrarische bedrijfswoning is niettoegestaan;
Adromi B.V.
Pagina 15 van 37
s. het aanbieden van overnachtingsmogelijkheden is uitsluitend toegestaan indien aangetoond wordt dat er op het betreffende perceel voldoende toezicht wordt gehouden en in noodgevallen snel kan worden ingegrepen; t. het gebruik van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (kleinschalige kampeerterreinen daaronder inbegrepen) ten behoeve van nieuwe fruitteeltboomgaarden is niettoegestaan; u. Wgh - inrichtingen zijn niettoegestaan; v. het gebruik van gronden binnen een bouwvlak ten behoeve van tuinen is toegestaan. 3.4.1 Voorwaardelijke verplichting a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing' dient binnen een jaar na ingebruikname van de woningen de landschappelijk inpassing, zoals opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij de regels, gerealiseerd te zijn en in stand te worden gehouden; b. Voor het plangebied aan de Mosseldijk 15 A te Nieuwvliet mag geen omgevingsvergunning worden verleend voor de bouw van nieuwe woningen, alvorens is voldaan aan de opgegeven te slopen m2 van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch voorwaardelijke verplichting slopen' en de aanduiding 'specifieke vorm van wonen voorwaardelijke verplichting slopen'. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Weidegang Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 inzake weidegang als criterium voor grondgebonden agrarische bedrijven voor melkveebedrijven die in plaats van weidegang, voldoende ruwvoer telen, met inachtneming van het volgende: a. uit het te overleggen ondernemersplan inzake de nieuwe bedrijfssituatie, blijkt het volgende: 1. de gronden zijn in overwegende mate in de directe omgeving van het bedrijf gelegen; 2. de gronden behoren feitelijk tot het bedrijf; 3. de gronden worden feitelijk voor ruwvoerteelt voor het bedrijf gebruikt; 4. de oppervlakte gronden is toereikend voor voerteelt in relatie tot de omvang van de veestapel; 5. er wordt voldoende voer geteeld voor de voerbehoefte van het eigen bedrijf, zodanig dat het niet gaat om bijvoedering maar om een hoofdbestanddeel in de voervoorziening; 6. gewassen worden integraal voor voedering van vee gebruikt; 7. bewerking van de gewassen vindt slechts in ondergeschikte mate plaats en in ieder geval op het bedrijf; b. toepassen van weidegang is vanuit de bedrijfssituatie niet mogelijk of niet gewenst; c. de continuïteit van voerteelt is ook op langere termijn verzekerd; d. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als over de aspecten zoals genoemd onder a tot en met c een schriftelijke overeenkomst met het bedrijf wordt gesloten.
3.5.2 Fruitteelt Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4 onder t ten behoeve van een boomgaard op een kleinere afstand onder de voorwaarde dat de
Adromi B.V.
Pagina 16 van 37
omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien de boomgaard aanvaardbaar is uit oogpunt van milieuhygiëne en volksgezondheid.
Adromi B.V.
Pagina 17 van 37
Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch met waarden - Landschapswaarden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven; b. behoud, versterking en ontwikkeling van aanwezige landschaps- en cultuurhistorische waarden; c. niet - grondgebonden agrarische neventakken en aquacultuur; d. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; e. kleinschalig kamperen voor zover in overeenstemming met de Verordening kleinschalig kamperen Sluis; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1 Buiten het bouwvlak a. buiten bouwvlakken zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, – met uitzondering van overkappingen, stellingen, paardenbakken, stapmolens en voorzieningen voor opslag toegestaan met inachtneming van het bepaalde onder b en c; b. per bedrijf is ten hoogste 50 m² aan bedrijfsgebouwen en / of overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan met inachtneming van het volgende: 1. de bouw is noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; c.
sleufsilo's zijn aansluitend aan het bouwvlak toegestaan; wateropslag is buiten het bouwvlak toegestaan, waarbij de bouwhoogte en de inhoud per wateropslag ten hoogste 2,5 m respectievelijk 200 m3 mag bedragen; d. de goot- en bouwhoogte van de bebouwing als bedoeld onder b bedraagt ten hoogste 4 m respectievelijk 8 m; e. de bouwhoogte van erfafscheidingen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering (afrasteringen) en drinkgelegenheden bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Grotere wateropslag Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 voor het vergroten van de maximale inhoud van een wateropslag, met in achtneming van het volgende: a. de totale inhoud van een wateropslag bedraagt ten hoogste 5.000 m³; b. verlening van de omgevingsvergunning is noodzakelijk voor eendoelmatige agrarische bedrijfsvoering; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover schriftelijk advies van de agrarisch deskundige;
Adromi B.V.
Pagina 18 van 37
c. ter plaatse de wateropslag wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis'; d. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijkeinpassing; e. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegenpercelen. 4.3.2 Paardenbak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2, ten behoeve van het bouwen van een paardenbak en / of stapmolen buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt verleend voor de gronden aansluitend aan het bouwvlak of voor gronden grenzend aan bestemmingsvlakken van andere bestemmingen waar een woning toegestaan en aanwezig is; b.