01 (Duinhof Noord Cadzand-Bad) - ontwerpbestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand Bad.pdf
Tekst van het document
Gelet op het feit dat er al veel bebouwing heeft gestaan, er recent een stevige zeewaartse versterking heeft plaatsgevonden en er in de directe nabijheid diverse herontwikkelingen hebben plaatsgevonden, is er geen reden om aan te nemen dat waterkeringstechnische eisen voor belemmeringen gaan zorgen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Scheldestromen.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 25
N
Figuur 17. Ligging binnen bebouwingscontour (Waterschap Scheldestromen, 2020)
Waterberging De voorgenomen ontwikkeling betreft de vervanging van verouderde bebouwing door appartementen op dezelfde plek. Het terrein is in de huidige situatie vrijwel volledig verhard op een klein deel van de achtertuin van nummer 6 na. In de nieuwe situatie wordt het grootste deel van het perceel onderkelderd en wordt een nieuwe koppeling naar het pad de duinen op gerealiseerd, zodat per saldo het onverharde deel afneemt met 150 m² (figuur 18). Type Gebouw/dak Verharding Duin Tuin/berm Totaal plangebied
Bestaande situatie 1.100 2.560 540 150 4.350
Nieuwe situatie 2.330 1.480 540 0 4.350
Figuur 18. Berekening benodigde waterberging (Van Kerkhoff Maatwerk, 2019)
Saldo + 1.230 - 1.080 0 -150 0
Bij een maatgevende bui is op basis van de toename van verharding 11,25 m³ (150*0,075) aan waterberging nodig. Deze waterberging kan op eigen terrein worden opgelost. Mogelijke oplossingen zijn overdimensionering van de riolering, infiltratiekratten, waterberging op het plein, of een buffer onder de inrit van de parkeerkelder. Initiatiefnemer stemt dit nader af met de gemeente Sluis en Waterschap Scheldestromen. Een deel van het plein is immers (nog) eigen terrein. Op het moment dat de herinrichting van het plein aan de orde is, wordt een geïntegreerde oplossing voorgestaan, waarbij de waterberging van plein een aangrenzende bebouwing wordt opgelost. Riolering In de huidige situatie wordt het hemelwater op het dak en het vuilwater afgevoerd naar de riolering onder de Boulevard de Wielingen. Ook de riolering van de zomerwoningen op het duin ligt door het plangebied. Voordat de bouw van de parkeerkelder begint moet de bestaande riolering, net als andere nutsleidingen, worden omgelegd. De omlegging wordt zo vormgegeven dat de vuilwaterafvoer van het nieuwe gebouw direct kan worden aangesloten. Hemelwater van het nieuwe gebouw en van de verharding wordt gescheiden afgevoerd, waarbij in beginsel wordt uitgegaan van infiltratie met een overloop op het gemeentelijk HWA-riool.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 26
Wateradvies Aan het waterschap is een wateradvies gevraagd, een verplicht onderdeel van de procedure. De watertoetstabel en het wateradvies zijn in bijlage 4 opgenomen. Het wateradvies wordt betrokken bij de verdere voorbereiding en verankerd in de diverse vergunningaanvragen.
4.5 Verkeer en parkeren Verkeer In de huidige situatie is sprake van verouderde bebouwing dat deels leeg staat en deels in gebruik is voor horeca. In de nieuwe situatie is sprake van maximaal 46 appartementen en een multifunctionele ruimte van maximaal 1.700 m² bedrijfsvloeroppervlak op de begane grond. Per appartement dient rekening gehouden te worden met 4,1 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit kental is afgeleid van kencijfers uit publicatie 381 van het CROW 2. Recreatieappartementen staan in die uitgave niet genoemd. De twee meest gelijkende functies zijn bungalows in een recreatiepark en koopappartementen in het middensegment. Koopappartementen lijken qua type het meest op het beoogde aanbod, maar er is sprake van een recreatieve bestemming, waarbij Cadzand-Bad inspeelt op de behoefte van mensen om even weg te zijn. Een regulier autogebruik vanuit permanente bewoning past daar niet bij, omdat mensen veel meer geneigd zijn gebruik te maken van de horeca en de omgeving van de badplaats. Een gemiddelde tussen de twee kencijfers geeft daarmee een realistisch beeld van de verkeersgeneratie. Er is sprake van een niet stedelijke gemeente en een locatie in de rest van de bebouwde kom. De kentallen zijn onderstaand in figuur 19 aangegeven. Met het gemiddelde daarvan (4,1 motorvoertuigbewegingen per etmaal) is verder gerekend.
De appartementen genereren derhalve 189 verkeersbewegingen. Functie Koop appartement midden Bungalowpark
Minimum 5,6 2,1
Maximum 6,4 2,3
Figuur 19. Kentallen verkeersgeneratie per appartement respectievelijk bungalow (CROW, 2018)
Gemiddeld 6 2,2
De ruimte op de begane grond zal verkeersbewegingen vanuit personeel met zich mee brengen. Klanten van commerciële ruimtes komen niet speciaal voor deze ruimtes naar Cadzand-Bad gereden. Het aantal verkeersbewegingen van personeel is af te leiden van de verkeersgeneratie in een stadsdeelcentrum. Kentallen van het CROW (ASVV 2012) geven aan dat per 100 m² bvo maximaal 68,5 verkeersbewegingen plaatsvinden, waarvan 94% bezoekers. Dat betekent dat rekening gehouden moet worden met 6% van 68,5 ofwel 4,11 bewegingen per 100 m² voor personeel. Op maximaal 1.700 m² multifunctionele ruimte betekent dat 70 verkeersbewegingen. De verwachte verkeersgeneratie in de beoogde situatie wordt dan ook gesteld op 259 motorvoertuigen per etmaal. Deze verkeersgeneratie is niet gelijk aan de toename van verkeer. Ook in de huidige situatie genereert het bestaande gebruik verkeer. Het huidige gebruik bestaat uit 850 m² multifunctionele ruimten en drie bovenwoningen. De daarmee gepaard gaande verkeersgeneratie bedraagt, rekening houdende met de kentallen 4,11 bewegingen per 100 m² voor personeel en 6 bewegingen per bovenwoning 53 motorvoertuigen per etmaal. De toename van verkeer bedraagt derhalve 206 motorvoertuigen per etmaal.
2
CROW, Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen, december 2018.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 27
De afwikkeling van het verkeer vindt volledig plaats via de Ringdijk Noord. Verkeer vanuit Nederland komt via de Westerscheldetunnel en Oostburg naar Cadzand-Bad en verkeer vanuit België komt via Brugge en Knokke en komt via de Hazegrasstraat Nederland binnen. Vervolgens voert de snelste route (op basis van routeplanners) door Retranchement naar Cadzand en van daar uit over de Ringdijk-Noord naar Cadzand-Bad. Verkeer binnen de badplaats met de auto vindt nauwelijks plaats, in een badplaats komen mensen juist voor ontspanning en beweging in de vorm van wandelen of fietsen. Het aantal verkeersbewegingen op de Boulevard de Wielingen neemt als gevolg van het initiatief niet toe. De gevolgen van de toename van verkeersbewegingen op de Ringdijk Noord zijn onderzocht. Daarbij zijn alle op stapel staande ontwikkelingen in Cadzand-Bad verdisconteerd. De verkeersgeneratie van deze ontwikkelingen zijn inclusief en exclusief de ontwikkeling van Duinhof-Noord in een bestaand verkeersmodel inzichtelijk gemaakt voor het jaar 2030. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 5.
Op basis van de gehanteerde uitgangspunten worden de volgende conclusies getrokken voor de situatie in 2030 in het hoogseizoen na uitvoering van alle ontwikkelingen inclusief Duinhof-Noord: • Op de Boulevard de Wielingen ter hoogte van het plangebied bedraagt de maximaal wenselijke verkeersintensiteit circa 4.000 motorvoertuigen per etmaal. De geraamde verkeersintensiteiten laten een restcapaciteit van 300 motorvoertuigen per etmaal zien. • Op de Ringdijk Noord ten zuiden van de Tienhonderdsedijk bedraagt de streefwaarde, gelet op de functie van een erftoegangsweg, circa 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Gelet op de samenstelling van het verkeer en de breedte van het profiel kan de verkeersintensiteit van circa 7.000 motorvoertuigen per etmaal afgewikkeld worden waarbij de kans op bermschade klein is. • Op de rotonde Ringdijk Noord – Tienhonderdsedijk neemt de verliestijd niet toe als gevolg van de ontwikkeling. Ook na realisatie van de ontwikkeling, kan het verkeer veilig afgewikkeld worden. In alle gevallen maakt de ontwikkeling van Duinhof-Noord een relatief beperkt deel uit van de totale groei van het wegverkeer. Ook zonder de ontwikkeling van Duinhof-Noord ligt de verkeersintensiteit op de Ringdijk Noord ten zuiden van de Tienhonderdsedijk ruim boven de streefwaarde.
Parkeren De gemeente Sluis heeft in bijlage 10 bij het Ontwikkelingsplan Cadzand-Bad de volgende parkeernormen voor de badplaats Cadzand-Bad vastgesteld: Categorie/functie
Parkeernorm
Winkel Café/bar/disco/restaurant Woning/appartement Hotelkamer Kantoren met baliefunctie*
3,2 parkeerplaats 5,0 parkeerplaats 1,2 parkeerplaats 1,2 parkeerplaats 0,6 parkeerplaats
Waarvan bezoekersaandeel 80% 90% 25% 25% 5%
Per eenheid Per 100 m² bvo Per 100 m² bvo Per woning/appartement Per hotelkamer Per 100 m² bvo
*deze parkeernorm is niet opgenomen in het Ontwikkelingsplan maar is later in een raadsvoorstel toegevoegd.
Figuur 20. Parkeernormen Cadzand-Bad (Gemeente Sluis, 2010)
Het bezoekersaandeel is een relevant gegeven. Immers in Cadzand-Bad worden bij nieuwe ontwikkelingen veelal parkeerkelders gebouwd die niet zijn ontworpen als publieksgarages maar als stallingsgarages. Deze stallingsgarages zijn wel geschikt voor bewoners en hun bezoek, hotelgasten en personeel van de commerciële ruimte, maar niet voor de toevallige bezoekers van winkels, horeca en kantoren. Hierbij is veelal sprake van kort bezoek, waarbij een parkeerplaats in de openbare ruimte wordt gezocht of in een publieksgarage.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 28
De gasten van horeca en detailhandel in Cadzand-Bad zullen: • voor het grootste deel bestaan uit mensen die in de verblijfsaccommodaties van Cadzand-Bad overnachten; in die gevallen is reeds voorzien in een parkeerplaats bij de verblijfsaccommodatie, hetzij in een nieuw gebouwde garage hetzij in een vergunningensysteem (omgeving Duindorp); • voor een ander deel bestaan uit mensen die een dagje naar het strand gaan; in die gevallen parkeren de mensen op de grote parkeerplaatsen bij de invalsroutes van Cadzand-Bad, te weten de Zwinparking of de Strandparking; • voor een deel bestaan uit gasten die specifiek en op reservering komen eten bij een etablissement; in dat geval kan desgewenst een voucher worden gegeven voor het gebruik van de stallingsgarage die onder het etablissement is gelegen. Er wordt dan gebruik gemaakt van plaatsen die op dat moment niet gebruikt worden door de eigenaren/gasten van de bovengelegen recreatieappartementen; • voor een klein deel bestaan uit passanten (let wel: Cadzand-Bad is een bestemming, geen onderdeel van een route) die gedurende kortere tijd in de openbare ruimte parkeren. Hiervoor is beperkt ruimte langs de Boulevard en beperkt op een aantal aangewezen plaatsen, bijvoorbeeld bij Duinhof Zuid, naast de Résidence en op de Leeuwerikenlaan. Het verdient aanbeveling op die locaties het tarief hoger te maken en de maximale parkeerduur kort.
• Op dit moment biedt ook Duinhof nog parkeerruimte, maar deze ruimte zal na de herinrichting sterk verminderen. Voor passanten blijft er plek over (bij voorkeur alleen kort parkeren), voor gasten die langer blijven is de Strandparking de aangewezen plaats. Deze ligt op slechts 200 meter afstand.
Figuur 21. Huidig ontwerp parkeerkelder (Van der Poel, 2019)
Hoe ziet de parkeerbalans voor het plan Duinhof Noord eruit? In het programma wordt rekening gehouden met maximaal 46 appartementen en maximaal 1.700 m² multifunctionele ruimte op de begane grond. Het parkeren ten behoeve van appartementen inclusief bezoek en het parkeren ten behoeve van personeel van commerciële ruimte moet worden opgevangen in een
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 29
parkeervoorziening op eigen terrein. Parkeren voor personeel dient niet alleen getalsmatig te kloppen, maar ook in contracten te worden vastgelegd, zodat commerciële ruimten beschikken over parkeerplaatsen. In het worst case scenario vanuit parkeren wordt de volledige begane grond ingevuld met winkels. Voor het personeel van winkels is immers 0,64 parkeerplaats per 100 m² bvo nodig, tegen 0,5 voor horeca en 0,57 voor kantoren. De minimale parkeercapaciteit op eigen terrein bedraagt – om te voldoen aan het worst case scenario - 66 parkeerplaatsen (46*1,2+17*0,64). In de parkeerkelder zijn 64 parkeerplaatsen opgenomen alsmede voldoende bergingen en een fietsenstalling (figuur 21). De overige 2 parkeerplaatsen worden gevonden in de recent door dezelfde initiatiefnemer gerealiseerde parkeergarages van Duinhof-Zuid en Duinhof-Oost (overcapaciteit). Deze parkeergarages liggen op een afstand van ruim minder dan 200 meter van de beoogde appartementen. Dit is een zeer aanvaardbare loopafstand. Daarmee is de parkeerbalans sluitend. Verkeer en parkeren vormt geen belemmering.
4.6 Flora en fauna
Het plangebied heeft betrekking op gronden die vrijwel volledig verhard zijn. In de afgelopen jaren is het terrein in gebruik geweest voor horeca en detailhandel. Er heeft een quick scan plaatsgevonden naar de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden. Deze quick scan is opgenomen in bijlage 6. Mogelijk verstorende werkzaamheden hebben betrekking op de sloop van de bestaande bebouwing, het verleggen van het pad en de nieuwbouw ter plaatse van een klein stuk met beplanting. In het plangebied zijn zoogdieren te verwachten die mogelijk een nadelig effect ondervinden. Dit betreft kleine marterachtigen en vleermuizen. Of deze soorten ook daadwerkelijk voorkomen in het plangebied en wat de functie van het plangebied is, dient nog nader onderzocht te worden. Marters kunnen vastgesteld worden met behulp van een marterbox in het voorjaar van 2021. Voor vleermuizen geldt een jaarrond onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2017. Vleermuizen kunnen verblijven in bebouwing of in holtes in de beplanting. Ze gebruiken deze locaties dan mogelijk als dagverblijf, winterverblijf, paarverblijf, kraamkolonie, zomerverblijf. In het plangebied zijn broedvogels te verwachten die mogelijk een nadelig effect ondervinden. Dit betreft soorten die in beplanting broeden en soorten die in bebouwing broeden. Mogelijk dat Ransuil, Huismus en Gierzwaluw in het plangebied voorkomen.
Dit dient nog nader onderzocht te worden aankomend broedseizoen. In de ruimere omgeving (circa 100 meter) komen voortplantingswateren van de Boomkikker voor. In het plangebied zelf zijn geen voortplantingswateren. Wel is er beplanting die mogelijk een functie heeft als landbiotoop voor de Boomkikker. Er dient nader bepaald te worden wat de functie is h voor de Boomkikker. Nader onderzoek zal derhalve uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van de aanwezigheid van kleine marterachtigen, vleermuizen, broedvogels en boomkikker. Indien aanwezig, dan dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Beplanting dient dan verwijderd te worden in een periode dat Boomkikkers er geen gebruik van maken. Verder dienen dan alternatieve verblijfplaatsen of voorzieningen aangelegd te worden voor de periode tijdens de bouw. Deze voorzieningen dienen een ruime periode voor aanvang van de sloop of kap geplaatst te zijn zodat dieren voldoende tijd hebben om deze te ontdekken. In de nieuwbouw dienen eveneens voorzieningen aangebracht te worden. Bovendien moeten maatregelen getroffen worden die voorkomen dat dieren gedood of broedende vogels verstoord worden tijdens de werkzaamheden.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 30
4.7 Natuur Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied (figuur 22). Het Natura 2000 gebied Westerschelde &Saeftinghe ligt op circa 350 meter; de grens ligt bij de vloedlijn. Verstoring is geen issue, omdat de nieuwbouw grotendeels schuilgaat achter het duin en de daarop gerealiseerde bebouwing van het Badhuis en van de bestaande zomerwoningen. Het Beschermde Natuurmonument Verdronken Zwarte Polder ligt op meer dan 2 kilometer afstand. Het Natura2000-gebied Zwin en Kievittepolder ligt op een afstand van circa 1,3 kilometer ten westen van het plangebied.
Vlakte van de Raan
Westerschelde&Saeftinghe Verdronken Zwarte Polder
Zwin & Kievittepolder Zwin Figuur 22. Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Pdok, 2019)
N
De herontwikkeling van bestaand vastgoed met winkels en horeca naar vastgoed met commerciële functies en recreatieappartementen kan op die grote afstand geen significant effect hebben door verstoring of via grondwaterstromen. Alleen externe werking door stikstofdepositie (door de lucht) zou aan de orde kunnen zijn. Op 29 mei 2019 heeft de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) beslist dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet ten grondslag mag worden gelegd aan de toestemmingverlening voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Voor nieuwe bestemmingsplannen geldt de verplichting voor de gemeenteraad om te beoordelen of als gevolg van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen relevante stikstofdeposities kunnen optreden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. In bijlage 7 is een passende beoordeling inclusief Aeriusberekening opgenomen. Daarin zijn zowel de gebruiksfase als de realisatiefase beoordeeld. Hieruit blijkt met zekerheid dat geen sprake kan zijn van een significant negatief effect op een Natura 2000-gebied. Er is geen vergunning op grond van Wet natuurbescherming nodig. Natuur Netwerk Zeeland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Zeeland.
De dichtstbij gelegen delen van het Natuur Netwerk die niet tot het Natura 2000 gebied behoren liggen circa 100 meter ten westen van het plangebied. Het gaat om relatief beperkte percelen met poelen in de duinen. De geplande activiteit heeft geen nadelig effect op het Natuur Netwerk.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 31
4.8 Milieuzonering
Door afstand te houden tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen kan de milieuhinder ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. In het initiatief zijn multifunctionele ruimtes op de begane grond van in totaal maximaal 1.700 m² opgenomen. Gelet op de functie van dit deel van Boulevard de Wielingen als een gemengd gebied, zijn vormen van detailhandel, lichte horeca en dienstverlening zeer wel mogelijk. Dit past ook bij de reeds omliggende activiteiten, zoals een restaurant, een cafetaria en een winkel voor strandbenodigdheden.
4.9 Geluid
De geluidbelasting op de appartementen is afkomstig van het verkeer. De Boulevard de Wielingen is een 30-kilometerweg. Er is gebruik gemaakt van Standaard Rekenmethode I van bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, bedoeld om voor eenvoudige situaties de geluidberekeningen uit te voeren (figuur 23). Daaruit komt naar voren dat zonder de correcties volgens artikel 110g Wgh en volgens artikel 3.5 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 de geluidbelasting op de gevel van het nieuwe gebouw (Lden) 52 dB bedraagt (figuur 18). Na aftrek van 5 dB conform artikel 110g Wgh gaat het om 47 dB. Dit is onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Figuur 23. Resultaat geluidberekening (Infomil, 2019)
4.10 Luchtkwaliteit
Elke ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in de Wet luchtkwaliteit zijn opgenomen voor luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Met name de
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 32
stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) worden beleidsmatig relevant geacht. Eventueel onderzoek beperkt zich dan ook veelal tot deze twee stoffen. Het ruimtelijk besluit kan worden genomen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: • door het besluit, al dan niet in combinatie met maatregelen, de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechtert (maximaal 1,2 μg/m³), ofwel dat; • de luchtkwaliteit door het besluit, al dan niet in combinatie met de maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft, ofwel dat; • bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege het besluit de luchtkwaliteit in een gebied rondom het plangebied per saldo verbetert. De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, ofwel dat; • er geen grenswaarden worden overschreden. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie 2021 Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) 206 Aandeel vrachtverkeer 1,0% Maximale bijdrage extra verkeer NO2 in μg/m3 0,17 PM10 in μg/m3 0,03 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 1,2 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 24.
Resultaat NIBM-tool (NIBM-tool, versie 28-03-2019)
In het Besluit en de Regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Hierin is bepaald dat de concentratiebijdragen NO2 en PM10 als NIBM mogen worden beschouwd wanneer deze het jaargemiddeld maximaal 1,2 μg/m3 bedragen. Gebruik makend van de NIBM-tool (figuur 24) met de extra verkeersbijdrage van 206 motorvoertuigbewegingen (zie paragraaf 4.5) blijkt dat het project niet “in betekenende mate” bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Toetsing aan de grenswaarden kan dus achterwege kan blijven.
4.11 Externe veiligheid
Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen. Er is geen route gevaarlijke stoffen aangewezen in of nabij het plangebied. Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen in of rond het gebied. De Westerschelde is een relevante risicobron voor het plangebied. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied (1% letaliteit) van het vervoer gevaarlijke stoffen over de Westerschelde. Hierdoor is officieel een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Door TNO is in opdracht van de Provincie Zeeland een rapport opgesteld aangaande de eenmalige afweging groepsrisico Westerschelde. Volgens dit rapport moet, om te bepalen of een beperkte verantwoording of uitgebreide verantwoording noodzakelijk is, berekend worden of het groepsrisico hoger wordt dan 10% van de oriëntatiewaarde en of het groepsrisico meer dan 10% toe neemt. Door de herontwikkeling is de stijging van het aantal continue aanwezige personen beperkt significant. Immers de in het vigerende en nieuwe bestemmingsplan toegestane activiteiten op de begane grond komen overeen met ruimte voor horeca, detailhandel en dienstverlening. Dit kan leiden tot het aantrekken van groepen bezoekers tegelijk, maar daarin zit geen verschil met de huidige planologische situatie. De verandering wordt gevormd door de ruimte voor mensen om er langere tijd te verblijven inclusief overnachting.
In de bestaande situatie kon het daarbij gaan om 2
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 33
tot 4 huishoudens, alhoewel dit niet als zodanig is vastgelegd. In de beoogde situatie gaat het om maximaal 46 huishoudens. De personendichtheid tijdens nachten in de zomermaanden zal dan ook toenemen van 8 personen naar 138 personen. Er zijn redelijkerwijs geen ruimtelijk relevante maatregelen te nemen om het risico vanuit het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde te verminderen. De Veiligheidsregio Zeeland heeft per brief van 6 april (bijlage 8) geadviseerd om tijd en energie te investeren in veiligheidsmaatregelen bij de verdere ontwikkeling van het plangebied: 1. Vanwege het transport van toxische stoffen worden ter bevordering van de zelfredzaamheid, uitschakelbare of afsluitbare ventilatie toegepast in de bebouwing. Door deze maatregelen worden aanwezigen beter beschermd tegen de mogelijke effecten van calamiteiten met giftige stoffen. 2. In de noodplannen van het gebouw (conform Bouwbesluit) wordt het scenario van een toxische dreiging van buitenaf opgenomen. Daartoe worden bedrijfshulpverleners geïnstrueerd om ramen en deuren te sluiten en de mechanische ventilatie uit te schakelen. 3. Voorlichting wordt gegeven aan aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. 4.
Bij de verdere uitwerking van het plan in een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aandacht besteed aan brandveiligheid (compartimentering en de mogelijkheid voor een binnenaanval door de brandweer in geval van brand) en beheersbaarheid tijdens calamiteiten (bereikbaarheid, opstelplaatsen en bluswater). In vooroverleg met de Veiligheidsregio worden deze punten opgepakt.
4.12 Afval
De te realiseren recreatieappartementen zijn bedoeld voor huishoudens. Deze huishoudens vallen onder de wettelijke inzamelplicht van de gemeente voor het inzamelen van huishoudelijk afval. De door de gemeente aangewezen inzameldienst gaat het van de appartementen afkomstige huishoudelijk afval inzamelen. De eigenaren van de appartementen gaan een aanslag afvalstoffenheffing ontvangen van de gemeente. In het Grondstoffenplan dat op 24 oktober 2019 is vastgesteld, is opgenomen dat de gemeente aan de kust, dus ook in de Cadzand-Bad, het huishoudelijk afval gescheiden gaat inzamelen met ondergrondse containers. De start van het ondergrondse inzamelen is voorzien op 1 juli 2021. Voor die tijd moeten de locaties en het soort containers per locatie bepaald zijn. De gemeente plaatst voor eigen rekening de ondergrondse containers en is er eigenaar van. Bij het bepalen van de locaties voor de ondergrondse containers wordt al rekening gehouden met de appartementen in Duinhof Noord. Bij voorkeur worden de ondergrondse containers geplaatst in de openbare ruimte (van de gemeente), omdat we dan niet afhankelijk zijn van de medewerking van derden. Het verdient de voorkeur de inzamelplaats mee te nemen in de uitwerking van het ontwerp van het plein.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 34
H5. Juridische planopzet 5.1 Plansystematiek
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormen het wettelijk kader voor het bestemmingsplan. Nieuwe ruimtelijke plannen moeten digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. In het Bro is verankerd dat een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP 2012. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming geldt voor de betreffende gronden en waar bebouwing is toegestaan. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Tevens wordt in een onderhoek op de analoge verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad en renvooi op een schaal van 1:1.000.
Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde: • In hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald. • In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven. • Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel, een procedureregel, dan wel regels die voor de nodige flexibiliteit kunnen zorgen, zoals algemene afwijkingsregel of wijzigingsbevoegdheden. • Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) ten slotte geeft overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2, Bestemmingsregels) wordt als volgt opgebouwd: • bestemmingsomschrijving; • bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheden. Een bestemmingsartikel behoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming.
Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 35
5.2 Bestemmingen Inleidende regels (hoofdstuk 1, artikel 1 en 2) Hoofdstuk 1 bestaat uit begripsbepalingen en de wijze van meten. Voor de begripsbepalingen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbepalingen uit de SVBP2012. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. In de wijze van meten is aangegeven hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, dienen te worden gemeten. Hoofdbestemming Gemengd (hoofdstuk 2, artikel 3) Het plangebied wordt grotendeels voorzien van de bestemming ‘Gemengd’. Binnen de bestemming Gemengd worden appartementen mogelijk gemaakt in de categorieën ‘additionele migratie’, ‘deeltijdwonen’ en ‘verplichte verhuur’ (zie paragraaf 3.4). Het aantal appartementen is gemaximeerd op 46. Verder worden een parkeergarage en op de begane grond commerciële voorzieningen mogelijk gemaakt. In de bestemming is een bouwvlak opgenomen, zodat het pad naar de ingang van de parkeergarage en naar de zomerwoningen op het duin niet bebouwd kan worden. Buiten het bouwvlak is de ingang van een parkeergarage mogelijk gemaakt.
In het bouwvlak is de maximale goot- en nokhoogte in twee verschillende maten weergegeven ten opzichte van het peil, de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte maaiveld aan de zijde van Boulevard de Wielingen. Hoofdbestemming Verkeer (hoofdstuk 2, artikel 4) Het terrein voor de bebouwing is voorzien van de bestemming ‘Verkeer’. Ter plaatse zijn paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water, terrassen/balkons en inritten mogelijk gemaakt. De ondergrondse parkeergarage die deels onder het plein steekt is met behulp van een functieaanduiding weergegeven. Hoofdbestemming Waterstaat-Waterkering (hoofdstuk 2, artikel 5) Het terrein achter de bebouwing in het duin is voorzien van de bestemming ‘WaterstaatWaterkering’. De bestemming is overgenomen van het omliggende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Binnen de bestemming is het mogelijk het pad naar de zomerwoningen en bijbehorende infrastructurele werken te realiseren. Algemene regels (hoofdstuk 3) In dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen. Artikel 6 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 van het Bro in het bestemmingsplan opgenomen. Artikel 7 bevat algemene bouwregels en artikel 8 algemene afwijkingsregels.
Artikel 9 biedt zekerheid dat in de beschermingszone A van de waterkering niet zonder goedkeuring van de waterkeringbeheerder bouwactiviteiten kunnen plaatsvinden. Artikel 10 regelt de verwijzing naar wettelijke regelingen. Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 4) In dit hoofdstuk is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het bestemmingsplan geregeld. In lid 1 van artikel 11 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Van de mogelijkheid die artikel 3.2.3 Bro biedt om hieraan een persoonsgebonden overgangsrecht te koppelen, is geen gebruik gemaakt. Artikel 12 geeft ten slotte aan dat dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als “Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad”.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 36
H6. Uitvoerbaarheid
6.1 Financieel
Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het bestemmingsplangebied is circa 4.350 m² groot. De percelen kadastraal bekend als Oostburg sectie EC nummer 101 en 607 zijn in eigendom van de gemeente. Het perceel kadastraal bekend als Oostburg sectie EC nummer 1519 is in eigendom van een particulier. Er ligt een koopovereenkomst, waardoor het voorste gedeelte van het perceel waar bebouwing komt te staan, na de bestemmingsplanprocedure in eigendom komt van de initiatiefnemers. In die afspraken is tevens meegenomen dat op kosten van het initiatief het pad naar de zomerwoningen wordt aangepast. Een deel van het eigendom van de initiatiefnemer kan worden ingezet voor de herinrichting van het plein. Afspraken over de daarmee gepaard gaande eigendomsoverdracht van initiatiefnemers naar gemeente, de integrale aanpak van de waterberging en de verdeling van de kosten van herinrichting tussen gemeente en initiatiefnemers worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemers en gemeente. In deze overeenkomst wordt ook het kostenverhaal vastgelegd.
Derhalve is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk. In de anterieure overeenkomst wordt het risico van planschade bij de initiatiefnemer neergelegd. Tevens wordt een overeenkomst gesloten inzake niet-gesprongen explosieven, waarin wordt vastgelegd dat zolang de rijksregeling bestaat het onder enkele voorwaarden mogelijk is om 70% van de kosten via de gemeente bij het rijk terug te vorderen. De vereveningsbijdrage wordt eveneens vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Deze bijdrage is groter dan op grond van het provinciale beleid maximaal kan worden gevraagd. Daarmee wordt voldaan aan het principe van verevening zoals in het Omgevingsplan Zeeland 2018 is opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate is verzekerd.
6.2 Handhaving
Handhaving van regelgeving vraagt om actuele regels. Regels die zijn gebaseerd op gedateerde inzichten, hebben hun geloofwaardigheid verloren en kunnen in redelijkheid ook niet meer afgedwongen worden. Door verouderde regels neemt de kans op misbruik daarvan ook toe. De regels van het bestemmingsplan leggen een ruimtelijk relevante norm vast, met in bepaalde gevallen een daaraan gekoppelde bevoegdheid tot afwijken, die het bestuur de mogelijkheid geeft in te spelen op de dynamiek van de samenleving. Op die wijze wordt ook de gelegenheid geboden een belangenafweging te maken van de individuele belangen ten opzichte van het algemeen belang. Afwijkingsbevoegdheden zijn echter gelimiteerd. Daar waar geen afwijkingen meer mogelijk zijn begint de handhaving. Handhaving van bestemmingsplannen en ruimtelijke regelgeving is de laatste jaren in een steeds verder toenemende belangstelling komen te staan van bestuurlijk Nederland. Door het plaatsvinden van enkele ingrijpende incidenten is de handhaving in een stroomversnelling gekomen. In toenemende mate spreken burgers de gemeente aan op het handhaven van de (eigen) regels. Ook in de jurisprudentie is een verandering tot stand gekomen. De rechter spreekt zich nadrukkelijk uit over
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 37
het handhaven van de regelgeving en neemt zelfs in beginsel een plicht tot handhaving aan. Daarnaast krijgt de rechtszekerheid van bestemmingsplannen bij de rechterlijke toetsing een steeds belangrijkere rol. Voor een aanvaardbaar handhavingsbeleid wordt in de eerste plaats gestreefd naar een voldoende draagvlak voor het bestemmingplan en de daarin opgenomen regels. Een bestemmingsplan met weinig draagvlak houdt immers het risico in dat het slecht wordt nageleefd en is dan weinig zinvol. In verband hiermee is het bestemmingsplan zodanig opgezet dat het voor zoveel mogelijk betrokkenen een duidelijke, toegankelijke en op de hedendaagse behoeften en eisen afgestemde bestemmingsregeling bevat. Verder wordt informatie verstrekt omtrent de inhoud van het bestemmingsplan. Hiermee wordt onder andere beoogd het begrip bij de burger te vergroten. Het geven van voorlichting vormt daarmee ook een belangrijke schakel in de handhavingsactiviteiten. Van gemeentewege worden hiertoe de nodige activiteiten ondernomen, waaronder een informatieavond en een inspraakbijeenkomst. Daarnaast worden de regels in de praktijk toegepast en gehandhaafd. Ten aanzien van overtredingen zal een actief handhavingsbeleid worden gevoerd. Getracht wordt de controlewerkzaamheden ten aanzien van geconstateerde overtredingen op een intensieve manier uit te voeren.
Handhavingsactiviteiten worden zoveel mogelijk onderling afgestemd. Controle in het kader van het bestemmingsplan wordt gekoppeld aan controle in het kader van milieuwetgeving en omgekeerd. Dit is van belang om de benodigde inzet van extra middelen zo beperkt mogelijk te houden, maar ook om tot een samenhangend handhavingsbeleid te komen. Tegen activiteiten, die in strijd zijn met het bestemmingsplan zal het gemeentebestuur, administratiefrechtelijk optreden, op grond van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Wanneer eenmaal sancties moeten worden getroffen, zal dit op consistente wijze, maar met oog voor de juridische spelregels, worden gedaan. Indien de activiteiten niet kunnen worden gelegaliseerd, zullen de instrumenten van aanschrijving, stillegging bouw, bestuursdwang en dwangsom worden toegepast. De uitvoering van de strafrechtelijke vervolging ligt in handen van het Openbaar Ministerie. De uitvoering en voortgang van de handhaving wordt jaarlijks vastgelegd in een verslag, dat bestuurlijk wordt vastgesteld.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg toegezonden aan de provincie, het waterschap en Rijkswaterstaat. Van een inspraakprocedure op grond van de gemeentelijke inspraakverordening kan worden afgezien, nu de beoogde ontwikkeling onderdeel uitmaakt van het Ontwikkelingsplan Cadzand-Bad, dat aan inspraak onderhevig is geweest. Op het vaststellingsbesluit van dit bestemmingsplan is de Crisis- en herstelwet van toepassing. In afdeling 6 wordt daarin de versnelde uitvoering van bouwprojecten geregeld. Het gaat om projecten met minimaal 12 en maximaal 1.500 woningen; hiervan is in dit geval sprake. Voor de rechtsgang betekent de toepasselijkheid van de Crisis- en herstelwet dat belanghebbenden in het beroepschrift moeten aangeven welke beroepsgronden aangevoerd worden tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd.
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 38
Bijlagen bij de toelichting
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 39
Bijlage 1. Historische foto’s Bron: Provincie Zeeland
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 40
Figuur 1. Situatie circa 1959 (Provincie Zeeland, 2019)
Figuur 2. Situatie 1970 (Provincie Zeeland, 2019)
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 41
Figuur 3. Situatie circa 2005 (Provincie Zeeland, 2019)
Figuur 4. Situatie circa 2015 (Provincie Zeeland, 2019)
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 42
Bijlage 2. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Boulevard de Wielingen 4-6 Mitec, 02-04-2020
Bestemmingsplan Duinhof Noord Cadzand-Bad - 43
VERKENNEND BODEM- EN ASBEST ONDERZOEK Locatie Boulevard de Wielingen 4-6, Cadzand-Bad
Opdrachtgever:
Projectnummer: Status rapport: Datum:
Aannemersbedrijf Van der Poel Terneuzen Dhr. R. Tazelaar Hughersluys 31 4536 HM Terneuzen 20MIT012.10 Definitief V.01 2 april 2020
Autorisatie: (mede)auteur Naam: Dhr. J.A. Booij Paraaf:
projectleider: Naam: Mevr. C.C.M. Braat
Datum: 2 april 2020
Datum: 2 april 2020
I N H O U D:
SAMENVATTING
3
1
INLEIDING
5
2
VOORONDERZOEK
6
2.1Inleiding
6
2.2Huidige situatie
6
2.3Historie
6
2.4Geohydrologie
8
2.5Conclusie vooronderzoek
8
2.6Onderzoeksstrategie
9
3
11
VERRICHTE WERKZAAMHEDEN
3.1Veldwerkzaamheden
11
3.2Zintuiglijke waarnemingen en metingen grondwater
11
3.3Laboratoriumonderzoek
12
4
14
RESULTATEN
4.1.1
Toetsingskader bodem
14
4.1.2
Toetsingskader asbest
14
4.2Grond en grondwater
15
5
17
CONCLUSIES EN ADVIES
5.1Conclusies
17
5.2Advies
17
6
19
RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID
6.1Restrisico
19
6.2Betrouwbaarheid
19
BIJLAGEN: 1: Regionale situatieschets 2: Situatieschets met situering boringen en peilbuis 3: Foto’s 4: Profielbeschrijvingen grondboringen 5: Analyseresultaten grond en grondwater 6: Toetsingskader grond en grondwater 7: Historische gegevens
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
2
20MIT012.10
SAMENVATTING In opdracht van Aannemersbedrijf Van der Poel Terneuzen heeft Mitec Advies B.V. in maart 2020 een verkennend bodem- en asbest in puin onderzoek conform de NEN 5740 en de NEN5897 uitgevoerd ter plaatse van een deel van de locatie Boulevard de Wielingen 4-6 te Cadzand-Bad, kadastraal bekend als de gemeente Oostburg, sectie EC, nummers 99, 100, 405, 1519 (ged.), 1692 en 1693. Doel van het verkennend bodem- en asbest in puin onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor een omgevingsvergunningaanvraag voor de nieuwbouw van appartementen met parkeerkelder (keldervloer tot 3,35 m-mv). Op basis van de verkregen informatie van de gemeente Sluis en de opdrachtgever is de hypothese gesteld dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging is te verwachten, met uitzondering van asbest in grond/puin. De onderzoekslocatie is derhalve aangemerkt als een onverdachte locatie en in het kader van de onderzoeksnorm NEN 5740, vooralsnog uitgaande van de onderzoeksstrategie NEN ONV-NL (onverdacht, niet lijnvormig). Er is een verdachte deellocatie aan te merken op de locatie. Dit betreft het puinpad richting de duinen. Deze deellocatie is verdacht op asbest in grond/puin.
Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5897 als uitgangspunt gehanteerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 4 maart 2020 en 13 maart 2020. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn zintuiglijk bijzonderheden waargenomen. Deze zintuiglijk waargenomen bijzonderheden staan weergegeven in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 van onderhavige rapportage. Grond en grondwater Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in mengmonster 1 (MM1), van de bovengrond, voor de onderzochte parameters zink en PAK een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetoond. In mengmonster 2 (MM2), van de bovengrond, is voor de onderzochte parameter PAK een overschrijding van de achtergrondwaarde aangetoond. In separaatmonster 11.2 (M11.2), van de ondergrond, zijn voor de onderzochte parameters zink, lood en PAK een overschrijding van de achtergrondwaarde aangetoond. In mengmonster 3 (MM3), van de ondergrond, en in mengmonster 4 (MM4), van de diepere ondergrond blijkt dat voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetoond. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in het ondiepe grondwater uit peilbuis 2B (02BPb02B-1) voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de streefwaarde is aangetoond.
Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese “onverdachte locatie” voor de locatie formeel te worden verworpen. Asbest in puin Ter plaatse van het puinpad richting de duinen waar een verhardingslaag is aangetroffen is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De gehalten worden getoetst aan de grenswaarde voor nader onderzoek (0,5 x de interventiewaarde). Ter plaatse van de inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal (>2cm) aangetroffen.
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
3
20MIT012.10
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de inspectiegaten in de halfverharding geen totaalgehalten aan asbest worden aangetoond die de grenswaarde voor nader asbestonderzoek van 50 mg/kg ds. overschrijden. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek en de resultaten van het asbestonderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de huidige en voorgenomen activiteiten op de onderzoekslocatie. Er zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond. De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Op basis van het verkennend asbest onderzoek kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de halfverharding geen aanleiding is tot het uitvoeren van een nader asbestonderzoek. Op basis van de resultaten van dit verkennend bodem- en asbest in puin onderzoek wordt geadviseerd dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de omgevingsvergunning voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het is echter aan het bevoegd gezag, te weten de gemeente Sluis en/of regionale uitvoeringsdienst Zeeland, om aan te geven of het uitvoeren van een nader te bepalen vorm van onderzoek en/of maatregelen noodzakelijk is/zijn. Dit onderzoek kan niet gebruikt worden om grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, elders toe te passen.
Hiervoor dienen de toepassingseisen van het Besluit bodemkwaliteit in acht genomen te worden. Dit onderzoek kan wel gebruikt worden om grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, af te voeren naar een erkend verwerker.
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
4
20MIT012.10
1
INLEIDING In opdracht van Aannemersbedrijf Van der Poel Terneuzen heeft Mitec Advies B.V. in maart 2020 een verkennend bodem- en asbest in puin onderzoek conform de NEN 5740 en NEN5897 uitgevoerd ter plaatse van een deel van de locatie Boulevard de Wielingen 4-6 te Cadzand-Bad, kadastraal bekend als de gemeente Oostburg, sectie EC, nummers 99, 100, 405, 1519 (ged.), 1692 en 1693. In bijlage 1 is de globale ligging van de onderzoekslocatie aangegeven in een regionale situatieschets. Reden voor het uitvoeren van het verkennend bodem- en asbest in puin onderzoek is een omgevingsvergunningaanvraag voor de nieuwbouw van appartementen met parkeerkelder (keldervloer tot 3,35 m-mv). Doel van het verkennend bodem- en asbest in puin onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor een omgevingsvergunningaanvraag voor de nieuwbouw van appartementen met parkeerkelder (keldervloer tot 3,35 m-mv). Op basis van de verkregen informatie van de gemeente en de opdrachtgever is een onderzoeksprogramma opgesteld.
Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Het verkennend asbest onderzoek volgt de NEN 5897. De NEN 5897 is van toepassing voor de bepaling van asbest in puin en halfverhardingen met een volumepercentage van meer dan 50% bijmenging aan bouwen sloopafval. Het veldwerk is uitgevoerd door de heren J.A. Booij en S. Rijk, gecertificeerde en erkende veldwerkers van Mitec Advies B.V. Dit alles conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek), inclusief de onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018. Het procescertificaat van Mitec Advies B.V. en het daarbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Als referentiekader bij de beoordeling van de analyseresultaten wordt het laatst aangepaste toetsingskader van het Ministerie van V.R.O.M gebruikt (Circulaire Bodemsanering 2013 d.d. 1 juli 2013). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Mitec Advies B.V. of gerelateerde zusterbedrijven.
Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven functiescheiding geborgd. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden. Het vooronderzoek op basis van de NEN 5725 is geïntegreerd in onderhavig rapport als hoofdstuk 2. Vervolgens bevat hoofdstuk 3 de verrichte werkzaamheden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het onderzoek weergegeven. In hoofdstuk 5 wordt een conclusie getrokken en een advies gegeven. Tot slot worden in hoofdstuk 6 het restrisico en de betrouwbaarheid van het onderzoek besproken.
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
5
20MIT012.10
2 2.1
VOORONDERZOEK Inleiding Voor het historisch onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens verkregen uit: - kadastrale kaarten; - grondwater kaarten; - topografische kaarten; - historische kaarten; - eerder uitgevoerd bodemonderzoek; - een locatie bezoek; - www.bodemloket.nl; - www.zeeuwsbodemvenster.nl; - www.topotijdreis.nl - Nazca-i provincie Zeeland; - informatie van het bevoegd gezag; - informatie van de opdrachtgever. Voor de geo(hydro)logische gegevens zijn de betreffende grondwaterkaarten en topografische kaarten van het Instituut voor grondwater en Geo-Energie (Dienst Grondwaterverkenning T.N.O.) te Delft geraadpleegd.
2.2
Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen op de locatie Boulevard de Wielingen 4-6 te Cadzand-Bad. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Oostburg, sectie EC, nummer 99, 100, 405, 1519 (ged.), 1692 en 1693. De totale onderzoekslocatie (voorgenomen nieuwbouwvlak parkeerkelder met appartementen en omliggende tuin) heeft een oppervlakte van circa 177 m2 en is ten tijde van het uit te voeren verkennend bodem- en asbest in puin onderzoek deels bebouwd en deels verhard met beton. De onderzoekslocatie is gelegen aan de kust van Cadzand-Bad.
2.3
Historie De locatie is grotendeels bebouwd (café, disco, woning en opslagruimten). Op het meest noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een bunker uit de tweede wereldoorlog aanwezig. Deze bunker loopt door tot in de duinen. Het overige terrein is verhard met klinkers, tegels en vlonders (voor café). De omgeving is in gebruik als winkel- en woongebied. Uit historische kaarten kan worden opgemaakt dat omstreeks 1910 en 1960 op de locatie bebouwing aanwezig is. Uit een eerder op de locatie uitgevoerd bodemonderzoek blijkt dat van 1949 tot 1963 op de locatie een benzine station aanwezig is geweest. Op het terrein bevonden zich vier ondergrondse brandstoftanks (drie benzine tanks en één HBO-tank). De tanks zijn allen verwijderd. Direct na de tweede wereldoorlog zijn ten zuiden van de bebouwing putten gegraven welke zijn afgevuld met munitieresten en puin. Er hebben, voor zover beken op het terrein geen calamiteiten plaats gevonden die de bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. Van de onderzoekslocatie zelf zijn bij de gemeente Sluis met betrekking tot milieu en bodem historische gegevens bekend. Er zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. In 1998 is een Oriënterend onderzoek aan de Boulevard de Wielingen 4 te Cadzand-bad uitgevoerd (Tukkers milieu-onderzoek, Projectnummer: HER/CD98/1352/40252-2, 25
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
6
20MIT012.10
augustus 1998).In de grond zijn op een diepte van 0,5 m-mv tot circa 1,0 m-mv puinresten en sintels aangetroffen. Van de geanalyseerde stoffen zijn alleen xylenen nabij twee benzinetanks (10 m3 en 6 m3) aangetoond boven de streefwaarde. Alle andere geanalyseerde stoffen zijn aangetoond beneden de streefwaarden. In het grondwater zijn géén van de onderzochte stoffen in verhoogde concentraties aangetroffen. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de aangenomen hypothese, namelijk dat het een heterogeen verdachte locatie betreft onjuist is, aangezien de vooraf als verdacht aangeduide locaties niet of nauwelijks verontreinigd blijken te zijn. Uit dit onderzoek blijkt dat er ter plaatse van de voormalige HBO-tank en de voormalige benzinetanks en de pompen geen verder onderzoek noodzakelijk is. De algemene bodemkwaliteit van de locatie is niet bepaald. In 2011 is een verkennend bodem onderzoek aan de Boulevard de Wielingen 4 te Cadzandbad uitgevoerd (SMA, Projectnummer: 23100243, 27 januari 2011). In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie aangetroffen. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogde gehalte aan vinylchloride aangetroffen.
In 2001 heeft een Asbestinventarisatie (Type A) plaats gevonden, voorafgaande aan de gedeeltelijke sloop van kantoorpand Boulevard de Wielingen 4 te Cadzand-bad (SMA, Projectnummer: 23103080, 27 januari 2011). In deze asbestinventarisatie is asbestverdachte leidingisolatie rond cv-leidingen onderzocht. Deze bleek na analyse niet asbesthoudend te zijn. Op het dak van de garage ligt 14 m2 aan asbestverdachte golfplaten. Onder het asbest verdachte dak zitten goten. Op de berging ligt een stapel van circa 15 asbestverdachte golfplaten. De binnenriolering is mogelijk deels van Eterniet buizen gemaakt. Voornoemde drie bronnen zijn niet verder onderzocht omdat het pand nog in gebruik is. Verder zijn met de geleverde onderzoeksinspanning geen asbestverdachte materialen of bouwdelen aangetroffen op de onderzochte locaties. Van enkele nabijgelegen locaties zijn bij de gemeente Sluis en Nazca-i met betrekking tot milieu en bodem ook historische gegevens bekend. In 2005 is een beschikking afgegeven op de evaluatie van een sanering van het parkeerterrein met midgetgolfterrein dat gelegen is tussen Boulevard de Wielingen en de Noorddijk te Cadzand (Provincie Zeeland Gedeputeerde staten, ZL171402486, 5 juli 2005).
Het evaluatieverslag heeft betrekking op de sanering op de locatie Boulevard de Wielingen te Cadzand, kadastraal bekend gemeente Oostburg, sectie EC, nummers 1343 (thans omgenummerd in nummers 1849 en 1860) en 1672 (thans 1849). (in het nazca-i rapport is aan de overzijde van straat een op circa 5 meter afstand een saneringslocatie bekend, naar alle waarschijnlijkheid gaat het om deze locatie). Aanleiding voor de sanering is het realiseren van appartementen met siertuin. Onder de appartementen komt een parkeergarage. Uit de resultaten van een nader bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond verontreinigd is met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). De verontreiniging is te relateren aan de aanwezigheid van een voormalige stoomtram. Hierdoor zijn brokjes teeras in de grond terechtgekomen. Op het zuidelijke deel van het terrein is plaatselijk een sterke verontreiniging met lood in de bovengrond aangetroffen. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd. Er is ontgraven over een oppervlak van 9000 m2 tot een diepte van ca. 0,3 m-mv. De sanering is in voldoende mate uitgevoerd volgens het besluit uniforme saneringen categorie H1. Nazorg was niet meer nodig. Met dit evaluatieverslag is ingestemd.
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
7
20MIT012.10
De volgende mogelijke potentiele bronnen van bodemverontreiniging blijken uit historisch onderzoek (locatie, afstand, parameters): - voormalige benzine tank (voorzijde van locatie) met als verdachte parameters minerale olie en aromaten. (op de onderzoekslocatie). - 2 voormalige benzine tanks (voorzijde van locatie) met als verdachte parameters minerale olie en aromaten. (op de onderzoekslocatie). - voormalige hbo tank (achterzijde van locatie) met als verdachte parameters minerale olie. (op de onderzoekslocatie). Aangezien deze deellocaties met voormalige tanks in een voorgaand onderzoek al zijn onderzocht en hierbij geen tot lichte verontreinigingen zijn aangetroffen, wordt het niet noodzakelijk geacht deze nogmaals als deellocatie te onderzoeken. De tanks waren ten tijde van het voorgaande onderzoek reeds buiten gebruik. Bij de gemeente Sluis en de opdrachtgever is de milieuhygiënische kwaliteit van de op een deel van de onderzoekslocatie in de bovengrond aangetroffen puin, de locatie van herkomst van het puin, op welk moment dit puin is geproduceerd dan wel in de bodem terecht is gekomen en de ouderdom van het puin niet bekend.
Volgens de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Sluis is: - de onderzoekslocatie gelegen in zone A Buitengebied en naoorlogse woonwijken en heeft de onderzoekslocatie de bodemfunctie “Wonen”; - op de onderzoekslocatie de bovengrond (bodemlaag van 0-50 cm-mv) te classificeren als zijnde bodemkwaliteitsklasse “Achtergrondwaarde”. Dit gebaseerd op toetsing aan het generieke kader; - op de onderzoekslocatie de ondergrond (bodemlaag van 50-200 cm-mv) te classificeren als zijnde bodemkwaliteitsklasse “Achtergrondwaarde”. Dit gebaseerd op toetsing aan het generieke kader; - de onderzoekslocatie niet gelegen in een voormalig fruitteeltgebied. Indien grond toegepast gaat worden op locaties waar gebiedsspecifiek beleid (gebiedsspecifiek kader) van toepassing is dan dient de Nota Bodembeheer van de desbetreffende gemeente te worden geraadpleegd of contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag. Bij het Bodemloket zijn van de onderzoekslocatie geen aanvullende (bodem)gegevens bekend. Voor nadere informatie verwijzen wij u naar bijlage 7 van onderhavige rapportage. 2.4
Geohydrologie Uit de grondwaterkaart van Nederland (DGV-TNO) blijkt dat de regionale bodem-opbouw alsmede de geohydrologische situatie als volgt kan worden omschreven: De bodem bestaat vanaf het maaiveld tot circa 8 m-mv uit een deklaag. Hieronder bevindt zich het eerste watervoerend pakket tot circa 20 m-mv. De primaire scheidende laag (dikte circa 5 meter) bevindt zich op een diepte van 20 m-mv. Het hieronder liggende tweede watervoerende pakket wordt op circa 40 m-mv afgesloten door een slecht doorlatende basis. Volgens de grondwaterkaart van Nederland (DGV-TNO) is de primaire stromingsrichting van het grondwater noordelijk gericht.
2.5
Conclusie vooronderzoek Op basis van de verkregen informatie van de gemeente Sluis en de opdrachtgever is de hypothese gesteld dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging is te verwachten. De onderzoekslocatie is derhalve aangemerkt als een onverdachte locatie. Verdachtheid locatie (gemeente Sluis)
Mitec Advies B.V. www.mitecadvies.nl info@mitecadvies.nl
8
20MIT012.10
-
Op de huidige locatie zijn in de historische gegevens aanwijzingen gevonden, die mogelijk duiden op asbest in of op de bodem, puinpad richting de duinen. Op de locatie of een deel daarvan wordt geen geval van ernstige bodemverontreiniging vermoed. De milieu hygiënische kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend. Gezien er geen eerder (recentelijk geen) bodemonderzoek heeft plaats gevonden op de onderzoekslocatie, wordt een bodemonderzoek noodzakelijk geacht.
Op basis van de verkregen informatie van de gemeente Sluis en de opdrachtgever is de hypothese gesteld dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging is te verwachten, met uitzondering voor asbest in puin. De onderzoekslocatie is derhalve aangemerkt als een onverdachte locatie en in het kader van de onderzoeksnorm NEN 5740, vooralsnog uitgaande van de onderzoeksstrategie NEN ONV-NL (onverdacht, niet lijnvormig). Er is een verdachte deellocatie aan te merken op de locatie. Dit betreft het puinpad richting de duinen. Deze is verdacht op asbest in puin. 2.6
Onderzoeksstrategie Overige terreindelen Ter plaatse van de overige terreindeel wordt voorafgaand aan het onderzoek geen verontreiniging verwacht. De onderzoeksstrategie volgt de onderzoeksstrategie NEN ONVNL (onverdacht, niet lijnvormig) van de NEN 5740. Half verharding De halfverharding met puinbijmenging is verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Het onderzoek naar asbest volgt de strategie voor een verkennend onderzoek asbest conform de NEN 5707 of NEN 5897. De NEN 5897 is van toepassing voor de bepaling van asbest in puin en halfverhardingen met een volumepercentage van meer dan 50% bijmenging aan bouw- en sloopafval. Bij minder dan 50% bijmengingen zal de NEN5707 worden gevolgd. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op een verontreiniging met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. De onderzoeksopzet volgt de strategie voor een verkennend onderzoek op een kleinschalige onverdachte (ONV) locatie. Daar waar puin aangetroffen wordt zal een inspectie gat worden gegraven van 0,3x0,3x0,5m. De uitkomende grond wordt geïnspecteerd op asbestverdachte materialen > 2 cm.