Sport- en beweegbeleid - RK Sliedrecht - eindrapport.pdf
Tekst van het document
1.4.3 Een voorwaarde voor het behalen van de ambities is een kwalitatief goede sportinfrastructuur met toekomstbestendige accommodaties Ten derde heeft de gemeente een rol ten aanzien van de sportinfrastructuur. Een kwalitatief goede sportinfrastructuur die op veilige wijze gebruikt kan worden is een voor de gemeente een randvoorwaarde om te kunnen sporten en bewegen.45 In de sportnota benoemt de gemeente dat de sportinfrastructuur functioneel, kwalitatief op orde en duurzaam moet zijn. De accommodaties moeten aan de wensen van gebruikers voldoen en de voorzieningen moeten toekomstbestendig zijn. De openbare ruimte moet uitnodigen om te bewegen. Ook moeten sportaccommodaties rookvrij zijn.46 Sportaccommodaties en de huisvesting van sportaanbieders is geen onderdeel van dit onderzoek, omdat de rekenkamer eerder onderzoek heeft gedaan naar maatschappelijk vastgoed.47 Logischerwijs
40 Collegewerkprogramma, 44. 41 Sociale Visie, .11. 42 Sportnota, 9. 43 Sociale Visie, 9 44 Lokaal Sportakkoord II, 4. 45 Sportnota, 4 en 7. 46 Sportnota, 16. 47 Rekenkamer Sliedrecht, Rekenkamerrapport ‘Vastgoed, geen doel maar een middel’, 2024
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 25.
is de staat van de sportaccommodaties en de beschikbaarheid van huisvesting wel een onderwerp dat verenigingen en aanbieders vaak in gesprekken noemen. Sportaanbieders geven bijvoorbeeld aan dat het voor hen een blijvende uitdaging is om lange termijnplannen te maken en te investeren als er onduidelijkheid is over de huisvesting. Gebiedsontwikkelingen kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat sportaanbieders moeten verplaatsen, waarbij het soms lang kan duren voordat de precieze uitwerking daarvan duidelijk is.
1.5
Inzet van middelen
Kernbevinding: Op het gebied van sport en bewegen zet de gemeente middelen uit twee bronnen in: de subsidieregeling op basis van eigen middelen en de brede SPUK-regeling vanuit de Rijksoverheid. De gemeentelijke subsidieregeling is met name gericht op het ondersteunen van verenigingen. De SPUKgelden maken een groot deel van de uitvoering mogelijk en financieren de inzet van professionals. Deze middelen zijn tijdelijk, wat onzekerheid met zich meebrengt.
1.5.1 De gemeentelijke subsidieregeling is met name gericht op verenigingen De gemeente ondersteunt de uitvoering van het sport- en beweegbeleid onder meer met subsidies. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Subsidiebeleidsregels Sport 2019. De regeling biedt verschillende vormen subsidies. De regeling is vooral gericht op het ondersteunen van verenigingen. Zo worden verenigingen gedeeltelijk (maximaal 40%) tegemoetgekomen in de huur van accommodaties. Ook kan de gemeente subsidie verstrekken voor 5% van de contributie van jeugdleden. Verder kunnen sportverenigingen tot 25% van de kosten van een gediplomeerd sporttrainer gesubsidieerd krijgen. Voor de inzet van trainers van G-teams zijn maatwerkafspraken mogelijk. Er zijn ook incidentele bedragen beschikbaar via de subsidieregeling. Voor het organiseren van een sportactiviteit voor kwetsbare doelgroepen is tot €500 beschikbaar, voor een initiatief van inwoners tot €300 en voor een activiteit door scholen €500.48 Gesprekspartners geven aan dat deze subsidies helpen om activiteiten op te zetten, maar dat hiermee geen structurele inzet mogelijk wordt gemaakt. Initiatiefnemers kunnen in aanmerking komen voor een subsidie wanneer hun activiteiten bijdragen aan de doelen uit de sportnota en gericht zijn op breedtesport.
De activiteiten moeten plaatsvinden in een veilige omgeving en verenigingen met een eigen accommodatie worden gestimuleerd om duurzaamheidsmaatregelen te treffen. Daarnaast kijkt de gemeente naar sociale aspecten, zoals het beleid van verenigingen rondom betalingsachterstanden bij jongeren. Want sport moet volgens het beleid van de gemeente niet alleen fysiek toegankelijk zijn, maar ook financieel. Commerciële sportaanbieders kunnen geen aanspraak maken op de subsidieregeling.49
1.5.2 Brede SPUK-regeling is een aanvullende mogelijkheid voor de gemeente om lokale initiatieven financieel te steunen. Verder is de brede SPUK-regeling een belangrijke bron van middelen op het gebied van sport en bewegen. De Brede SPUK (specifieke uitkering) is in 2023 in het leven geroepen om de budgetten voor de uitvoering van verschillende landelijke regelingen – zoals het Sportakkoord II, de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) en het GALA – te bundelen in één financiële regeling. Gemeente kunnen het geld besteden aan een aantal thema’s: sport, bewegen en cultuur, gezondheid en sociale basis en ondersteunende onderdelen. Het lokaal sportakkoord en de brede regeling combinatiefunctionaris vallen onder het thema sport, bewegen en cultuur. Andere initiatieven op het gebied van terugdringen
48 Gemeente Sliedrecht, Subsidiebeleidsregels Sport 2019. 49 Subsidiebeleidsregels Sport 2019.
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 26.
gezondheidsachterstanden, kansrijke start, mentale gezondheid, aanpak overgewicht en valpreventie vallen bijvoorbeeld onder het thema gezondheid en sociale basis.50 De gemeente Sliedrecht zet de SPUK-gelden in om een belangrijk deel van de uitgaven te bekostigen. Zo worden onder meer de coördinator sport en preventie, de combinatiefunctionaris en de buurtsportcoaches (zie hoofdstuk 2) betaald vanuit de SPUK-gelden. Daarnaast zijn via deze regeling middelen beschikbaar voor de uitvoering van het lokaal sportakkoord.51 De gesprekspartners benoemen dat de kerngroep voor het lokaal sportakkoord (zie hoofdstuk 2) deze gelden beheert. Ook commerciële aanbieders kunnen hier aanspraak op maken. Op deze manier kan de gemeente hen toch financieel ondersteunen. Daarnaast zijn activiteiten op het gebied van onder meer valpreventie, aanpassingen in de buitenruimte en het fietsproject Doortrappen gefinancierd. Een groot deel van de uitvoering van het sport- en beweegbeleid is dus afhankelijk van de SPUK-gelden. De regeling is echter tijdelijk, wat onzekerheid met zich meebrengt en het minder mogelijk maakt om ondersteuning voor de lange termijn in te richten.
50 Gezond en Actief Leven Akkoord, 37. 51 Gezond en Actief Leven Akkoord, 47-48.
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 27.
2. Uitvoering en doelrealisatie Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoering van het sport- en beweegbeleid in Sliedrecht. Allereerst licht de rekenkamer de inrichting van de uitvoering toe, met een overzicht van de relevante functies en rollen. Vervolgens beschrijven we de ervaringen van de gemeente, betrokken professionals en de stuurgroep lokaal sportakkoord beschreven en geduid. Daarna gaat het hoofdstuk in op de perspectieven van sportaanbieders, hun maatschappelijke positie en ervaren knelpunten. Tot slot gaat de rekenkamer in op monitoring, zowel kwalitatief als kwantitatief. In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: 4. 5. 6. 7. 8. 9.
2.1
Hoe wordt de uitvoering van het sport- en beweegbeleid vormgegeven? Welke instrumenten heeft de gemeente tot zijn beschikking om bij te sturen op het sporten beweegbeleid? Hoe zijn de rollen en verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van het sport- en beweegbeleid verdeeld binnen de gemeente? Hoe werkt de gemeente samen met maatschappelijke partners en hoe draagt dit bij aan het behalen van de doelstellingen van het sport- en beweegbeleid? In hoeverre heeft de gemeente zicht op de toegankelijkheid van sport- en beweegaanbod voor verschillende doelgroepen? Hoe en in welke mate heeft de gemeente inzicht in het behalen van de beleidsdoelen middels monitoring en evaluatie?
Inrichting van de uitvoering
Kernbevinding: De gemeente heeft de uitvoering van het sport- en beweegbeleid belegd bij een netwerk aan professionals, die voor een belangrijk deel invulling geven aan de faciliterende, stimulerende en verbindende rol van de gemeente. Binnen de gemeente is de capaciteit beperkt tot één medewerker. De coördinator sport en preventie, werkzaam bij Stichting Welzijnswerk Sliedrecht, is primair aan zet voor de uitvoering van het lokaal sportakkoord. De combinatiefunctionaris en buurtsportcoaches, werkzaam bij Stichting Open Jeugdwerk Sliedrecht, spelen een belangrijke rol en richten zich met name op jeugd. Professionals en sportaanbieders vormen samen de kerngroep voor de uitvoering van het lokaal sportakkoord, die beslist over de inzet van de beschikbare middelen.
2.1.1 Een netwerk van professionals voert het sport- en beweegbeleid uit Om het sport- en beweegbeleid uit te voeren is er een netwerk aan professionals actief, zowel binnen als buiten de gemeente. Er is één beleidsmedewerker bij de gemeente in dienst voor het onderwerp sport en bewegen. Deze functie werd tot voor kort ingevuld door externe inhuur, maar is nu weer intern belegd. De beleidsmedewerker heeft contact met professionals buiten de gemeente en sportaanbieders en is onder andere betrokken bij de bijeenkomsten in het teken van het lokaal sportakkoord. Buiten de gemeentelijke organisatie zijn de coördinator sport en preventie, de combinatiefunctionaris, de buurtsportcoaches en de kerngroep lokaal sportakkoord de belangrijkste betrokkenen. De faciliterende, stimulerende en verbindende rol van de gemeente komt voor een belangrijk deel tot uiting door de inzet van deze professionals.
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 28.
2.1.2 De coördinator sport en preventie is aan zet om het lokaal sportakkoord uit te voeren De coördinator sport en preventie zorgt voor de uitvoering van het lokaal sportakkoord. Gemeenten moeten een coördinator sport en preventie aanstellen om aanspraak te kunnen maken op de gelden vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties.52 De gemeente Sliedrecht heeft deze functie ondergebracht bij Stichting Welzijnswerk Sliedrecht (SWS). Dit was in eerste instantie voor een jaar, na een evaluatie zou besloten worden over de toekomst.53 In de gesprekken kwam naar voren dat het inmiddels duidelijk is dat de functie bij SWS belegd blijft, maar is het aantal beschikbare uren nog niet definitief bepaald door de gemeente.54 De coördinator sport en preventie is onder andere belast met het toegankelijk en zichtbaar maken van het aanbod op het gebied van sport en bewegen. Het samenwerken met maatschappelijke partners, waaronder de kerngroep lokaal sportakkoord, is hiervoor van belang.55 De coördinator is in dienst van SWS, dat een belangrijke partner in het Bonkelaarhuis is. Wanneer een inwoner bij het Bonkelaarhuis binnenkomt met een vitaliteitsvraagstuk, kan de coördinator sport en preventie worden betrokken en de inwoner op weg helpen op het gebied van sport en bewegen. Gesprekspartners noemen dat voor het Bonkelaarhuis bewegen in het algemeen centraler staat dan sporten.
De stap om kwetsbare inwoners te laten bewegen is namelijk vaak kleiner dan de stap om te gaan sporten. De coördinator heeft onder meer als taak om te zorgen voor samenhang en verbinding met andere sectoren en bijvoorbeeld de landelijke regelingen vanuit het GALA.56 Vanuit het Bonkelaarhuis staat de coördinator dichtbij andere disciplines binnen het sociaal domein. De gesprekspartners benoemen dat de coördinator sport en preventie meermaals per jaar een bijeenkomst organiseert in het kader van het lokaal sportakkoord. Deze bijeenkomsten moeten bijdragen aan de kennisuitwisseling tussen aanbieders onderling en de gemeente en passen bij de verbindende rol van de gemeente.
2.1.3 De combinatiefunctionaris en buurtsportcoaches zijn ondergebracht bij jeugdwerk Bij de Stichting Open Jeugdwerk Sliedrecht (SOJS) is een combinatiefunctionaris werkzaam die zich bezighoudt met sport (1 fte) en een combinatiefunctionaris die zich richt op cultuur (0.4 fte). De gemeente subsidieert deze functie via de brede SPUK-gelden en de brede regeling combinatiefuncties. De combinatiefunctionaris heeft als doel om jongeren te stimuleren en te activeren om deel te nemen aan sportieve activiteiten en jongeren bekend te maken met aanbieders, zoals verenigingen.57 Daarnaast heeft de combinatiefunctionaris een verbindende rol tussen sportaanbieders en maatschappelijke organisaties. Daardoor kan de combinatiefunctionaris bijdragen aan het versterken van de samenwerking tussen onderwijs, (maatschappelijke) organisaties en sportverenigingen.58 Vanuit het lokaal sportakkoord overlapt deze rol deels met die van de coördinator sport en preventie. Uit de gesprekken blijkt dat de gemeente overwoog om de combinatiefunctionaris ook het lokaal
52 Landelijk Sportakkoord II. 70. 53 Gemeente Sliedrecht. (2024, 18 maart). Beschikking subsidie Stichting Welzijnswerk Sliedrecht 2024 54 In het ambtelijk wederhoor geeft de organisatie aan dat de inzet van de coördinator sport en preventie in 2026 voor hetzelfde
aantal uur wordt voortgezet. 55 Lokaal Sportakkoord II, 8. 56 Beschikking subsidie Stichting Welzijnswerk Sliedrecht 2024 57 Sportnota, 8. 58 Sportnota, 12
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 29.
sportakkoord te laten uit voeren, maar dit bleek niet mogelijk binnen de beschikbare uren van de combinatiefunctionaris. Daarnaast is bij SOJS een buurtsportcoach actief. Ook drie jongerenwerkers vervullen deels taken die passen bij het profiel van een buurtsportcoach. Buurtsportcoaches zijn professionals die als taak hebben een buurt te stimuleren om te gaan sporten en bewegen. Ook de buurtsportcoaches richten zich met name op de doelgroep jeugd. In Sliedrecht zijn de buurtsportcoaches aangewezen als ‘kartrekkers’ van thema’s uit het lokaal sportakkoord, met ieder een thema waar ze zich op richten.59 Dit betreft de thema’s: - Vitale sportaanbieders zijn gezond, succesvol, duurzaam - Vaardig in bewegen - Inclusie en diversiteit In Sliedrecht vervullen de buurtsportcoaches vanuit het sportakkoord een centrale en verbindende rol. Hun werkzaamheden zijn gericht op het versterken van samenwerking tussen sportaanbieders en andere maatschappelijke organisaties. Dat doen zij onder meer door systematisch in kaart welke mogelijkheden sport- en beweegaanbieders bieden. Ze inventariseren de wensen en behoeften die deze aanbieders hebben en delen dit met relevante partijen binnen het lokale netwerk. Andersom geldt dat de buurtsportcoaches ook actief ophalen op wat andere organisaties nodig hebben of verwachten van sport- en beweegaanbieders.
Op basis van deze gegevens zoeken de buurtsportcoaches gerichte koppelingen tussen organisaties. Verder onderhouden de buurtsportcoaches contacten met de verschillende aanbieders en organisaties in het netwerk en organiseren zij bijeenkomsten. 60 In de praktijk voert juist de coördinator sport en preventie veel van deze netwerktaken uit. De buurtsportcoach richt zich vooral op het uitvoeren van activiteiten met sportaanbieders. Een gevolg van het positioneren van de combinatiefunctionaris en de buurtsportcoaches bij SOJS is logischerwijs dat deze betrokkenen hun inzet richten op de doelgroep jeugd en jongeren. Gesprekspartners noemen de mogelijkheid om de inzet van deze functies te verbreden naar andere of meer algemene doelgroepen. De vraag is dan wel op welke plek de functie organisatorisch zou kunnen worden ondergebracht. Motie Jongeren op Gezond Gewicht De gemeenteraad heeft in 2019 per motie het college verzocht of de gemeente deel kon nemen aan de JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) aanpak. Het college koos ervoor dit niet te doen vanwege de financiële investering en de benodigde capaciteit. Het bleek ook niet kostenbesparend om dit samen met andere kleine gemeenten samen te doen.
Daarom is gekozen voor een alternatieve aanpak die beter past bij de lokale situatie in Sliedrecht, waarbij een medewerker van de GGD wordt vrijgemaakt om dit op te zetten met inzet van de juiste expertise. De rekenkamer heeft geen informatie over de huidige stand van zaken.
2.1.4 Professionals en sportverenigingen komen samen in de kerngroep lokaal sportakkoord Na het vaststellen van het eerste lokale sportakkoord (in 2020) is de kerngroep lokaal sportakkoord ingesteld. Bij het vaststellen van het Lokaal Sportakkoord II (2023) is de kerngroep voortgezet. De kerngroep bestaat uit vertegenwoordigers van sportverenigingen, de gemeente, de coördinator sport en preventie en de combinatiefunctionaris. Ook is een adviseur lokale sport vanuit het NOC*NSF 59 Lokaal Sportakkoord II, 8. 60 Lokaal Sportakkoord II, 8
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 30.
betrokken bij de kerngroep. Deze adviseur heeft een servicekaart in beheer met ondersteuningsmogelijkheden voor de lokale sportaanbieders.61 De kerngroep monitort de uitvoering van het lokale sportakkoord en stuurt hierop bij. De kerngroep richt zich in eerste instanties op de thema’s vitale sport- en beweegaanbieders, vaardig in bewegen en inclusie en diversiteit. De twee andere thema’s uit het lokaal sportakkoord - sociaal veilige sport en ruimte voor sport en bewegen worden vanaf het seizoen 2024-2025 opgepakt. De kerngroep dient daarnaast als klankbord voor de coördinator sport en preventie, de combinatiefunctionaris en de buurtsportcoaches.62 De kerngroep nam het voortouw bij het opstellen van het Lokaal Sportakkoord II. Gedurende dit proces werden twee brede bijeenkomsten georganiseerd: een bijeenkomst met sport en beweegaanbieders en een tweede bijeenkomst met aanbieders die op een andere manier interesse in sport en bewegen hadden. Het doel was om met de uitkomsten van deze bijeenkomsten sturing te geven aan het lokaal sportakkoord.63 De kerngroep komt elke zes weken bijeen. De kerngroep werkt met een jaarplan, waarin de acties en bijbehorende budgetten voor het komende jaar zijn opgenomen. De kerngroep is bevoegd om de gelden vanuit het lokale sportakkoord uit te geven. Sportaanbieders met initiatieven kunnen hier een aanvraag voor doen, zo geven gesprekspartners aan.
Ook commerciële aanbieders – die geen aanspraak maken op de subsidieregeling van de gemeente – kunnen aanvragen doen bij de kerngroep. De ervaring is dat dit een nuttig kanaal is om initiatieven te financieren. In gesprekken wordt echter aangegeven dat de kerngroep er niet in slaagt om alle middelen in te zetten, vanwege beperkte capaciteit in de uitvoering en een gebrek aan prioriteiten in het beleid.
2.2
Ervaringen van professionele betrokkenen
Kernbevinding: In de praktijk wordt in Sliedrecht bewegen in algemene zin steeds belangrijker ten opzichte van sporten, maar dit heeft de gemeente nog niet vertaald in beleid. Het netwerk aan professionals werkt goed en is van meerwaarde voor aanbieders. Veel taken zijn belegd bij een beperkt aantal personen, wat de uitvoering van het sport- en beweegbeleid kwetsbaar maakt. Momenteel komt daarom vooral de verbindende rol van de gemeente tot uiting door de inzet van deze professionals en blijft er minder capaciteit over voor de faciliterende en stimulerende rol. De gemeente geeft in de ervaring van professionals en sportaanbieders onvoldoende inhoudelijke richting, wat het lastig maakt om hun inzet te prioriteren en de uitvoering van het sportakkoord belemmert. Een lokaal sportplatform zou verder kunnen bijdragen aan het verbinden van aanbieders.
2.2.1 In de praktijk verschuift de focus van sporten naar bewegen Betrokkenen op het gebied van sport en bewegen in Sliedrecht zien een maatschappelijke ontwikkeling waarbij de focus op het sporten in groepsverband langzaam verschuift naar nieuwe vormen van sporten en bewegen in algemene zin. Naast het sporten bij de grotere verenigingen zijn nieuwe, vaak meer individuele en flexibele vormen van sporten en bewegen in opkomst. Voor veel inwoners is dit laagdrempeliger dan lid worden van een vereniging. Hoewel deze ontwikkeling nog niet in beleid is vertaald, spelen professionals in de praktijk al in op deze ontwikkeling. Dit doen ze door o.a. activiteiten te organiseren op het gebied van valpreventie en mentale gezondheid, maar ook door zelf samenwerking op te zoeken met partijen die op actief zijn op het gebied van welzijn. Zo proberen aanbieders zelf meer de link te leggen. Ook betrekken verenigingen steeds vaker commerciële partijen
61 Lokaal sportakkoord II, 9. 62 Lokaal Sportakkoord II, 8. 63 Lokaal Sportakkoord II, 3.
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 31.
bij initiatieven als het Sportcafé en gezamenlijke subsidieaanvragen zodat ook commerciële aanbieders onderdeel worden van het sportnetwerk. Sommige aanbieders experimenteren met strippenkaarten in plaats van lidmaatschappen. Deze ontwikkeling is ook zichtbaar in het Bonkelaarhuis. De partners in het Bonkelaarhuis willen inwoners ondersteunen met informatie, advies en praktische hulp wanneer zij dat zelf niet (meer) kunnen. De ervaring is dat het voor kwetsbare inwoners een kleinere stap is om te beginnen met bewegen in brede zin – bijvoorbeeld door te fietsen of te wandelen - dan om te beginnen met sporten. De focus is dus meer komen te liggen op het in beweging krijgen van inwoners in algemene zin. Dit sluit aan op de gemeentelijke doelen op het gebied van preventie. Gesprekspartners geven aan dat het nog lastig is om betrokkenen uit andere disciplines in te laten zien dat bewegen een belangrijke rol speelt in het halen van doelen op het gebied van preventie. De gemeente is voornemens in het nieuwe lokale sportbeleid (dat na publicatie van dit rekenkameronderzoek wordt opgesteld) op deze ontwikkeling in te spelen.
2.2.2 Het netwerk in de uitvoering functioneert goed, maar is kwetsbaar door afhankelijkheid van personen Uit de gesprekken komt naar voren dat de samenwerking tussen gemeente, professionals en aanbieders over het algemeen als positief wordt ervaren. De aanbieders zien de coördinator sport en preventie als een waardevolle toevoeging. Zij zien dat de coördinator veel investeert in het opbouwen van het netwerk tussen de aanbieders, gemeente en andere betrokkenen. Ook de ervaring met de combinatiefunctionaris is over het algemeen goed. Uit gesprekken blijkt dat de aanbieders en de professionals elkaar goed weten te vinden en veel samen afstemmen. Tegelijkertijd signaleren de gesprekspartners een structurele kwetsbaarheid in het feit dat veel taken belegd zijn bij een beperkt aantal personen. Dit brengt twee risico’s met zich mee. Ten eerste geldt dat als één van deze sleutelfiguren uitvalt, het sportnetwerk onder druk komt te staan. Een voorbeeld hiervan is de periode waarin de functie van beleidsmedewerker bij de gemeente niet vast ingevuld was. Voor zowel sportaanbieders als professionals betekende dit dat hun vaste aanspreekpunt vaak tijdelijk of afwezig was. Het contact met de gemeente verliep toen moeizamer en dit zorgde in sommige gevallen voor onduidelijkheid en vertraging, wat de gemeente ook erkent.
Inmiddels is er weer een vaste beleidsmedewerker aangesteld, wat als positief wordt gezien, maar de behoefte aan structurele bezetting blijft. Continuïteit is voor professionals en aanbieders belangrijk. Het tweede risico is dat de betrokken professionals overvraagd worden. Omdat de professionals nu veel taken op zich (moeten) nemen, blijven sommige onderdelen van het sport- en beweegbeleid onderbelicht. Een concreet voorbeeld is dat de combinatiefunctionaris nu veel organisatorische taken heeft, waardoor er minder capaciteit overblijft voor netwerken en uitvoering. Met het aanstellen van de coördinator sport en preventie is er meer capaciteit gekomen voor de uitvoering van het sportakkoord, tegelijkertijd is deze capaciteit beperkt. Het netwerk is door de verdeling van taken en verantwoordelijkheden nog kwetsbaar voor personele uitval, wisselingen en overbelasting.
2.2.3 Professionals en aanbieders hebben behoefte aan een sterkere verbindende rol van de gemeente en inhoudelijke prioriteiten De gemeente geeft in het beleid aan een faciliterende, stimulerende en verbindende rol in te willen spelen. In de gesprekken vullen betrokkenen bij de gemeente aan dat de gemeente zichzelf vooral als ondersteuner ziet, en niet als kartrekker. Uit gesprekken blijkt dat betrokkenen in de praktijk op twee manieren behoefte hebben aan een sterkere rol van de gemeente: enerzijds gaat dit over het meer
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 32.
mogelijk maken van verbinding, bijvoorbeeld via een meer uitgebreid sportplatform, anderzijds over het prioriteren en richting geven in doelen. Zoals aangegeven zien sportaanbieders en andere betrokken organisaties dat de verbinding in het netwerk steeds meer tot stand komt. Wel is er nog ruimte voor verbetering. Gesprekspartners geven aan dat vooral het contact tussen sportaanbieders en andere betrokken organisaties, zoals (para)medici en het onderwijs, verbeterd kan worden. Sportaanbieders zien graag dat de gemeente hier een sterkere rol in pakt. Dit zou het voor aanbieders beter mogelijk maken om een bredere maatschappelijke rol te spelen (zie paragraaf 2.3.2). Een meer uitgebreid lokaal sportplatform kan hier een middel voor zijn. Het landelijk sportakkoord II schrijft voor dat gemeenten een lokaal sportplatform opzetten.64 Een sportplatform dient ertoe om het sportaanbod in een gemeente inzichtelijk te maken, aanbieders en professionals met elkaar te verbinden en de zichtbaarheid te vergroten. Bij het vaststellen van het lokale sportakkoord was er in Sliedrecht nog geen lokaal sportplatform. In het lokale sportakkoord werd het opzetten van een sportplatform belegd bij de coördinator sport en preventie.
65 Gesprekspartners geven aan dat het realiseren van een sportplatform lastig bleek vanwege de kosten en omdat het complex bleek om een platform op te zetten dat gebruiksvriendelijk en nuttig was voor alle betrokken partijen. Sportaanbieders, professionals en andere betrokken organisaties geven aan wel behoefte te hebben aan een lokaal sportplatform. Inmiddels vervult Sliedrecht Doet de basisfuncties van een lokaal sportplatform. Sliedrecht Doet als eerste stap Gesprekspartners pleiten ervoor om voor het oprichten van een lokaal sportplatform de werkwijze van ‘Sliedrecht Doet’ te volgen of hierbij aan te sluiten. Sliedrecht Doet functioneert al als centraal platform voor lokale maatschappelijke initiatieven. Op de website kunnen inwoners hun evenementen en initiatieven delen en vrijwilligers zoeken.66 In het lokale sportakkoord is de ambitie opgenomen om ook op deze manier vrijwilligers te werven voor sportverenigingen. Inmiddels is op Sliedrecht Doet een groot deel van het sport- en beweegaanbod te vinden. Sliedrecht Doet geeft nog geen invulling aan andere functies die een sportplatform kan vervullen, zoals het faciliteren van verbinding tussen aanbieders, het werven van vrijwilligers voor sportaanbieders en het verzamelen van kennis en data.
Professionals en sportaanbieders zouden daarnaast graag meer inhoudelijke richting van de gemeente willen zien, zo geven gesprekspartners aan. Hoewel de gemeente beleid heeft vastgelegd en partners heeft betrokken bij het opstellen van het sportakkoord, is voor sommige betrokkenen niet duidelijk wat de gemeente nu zélf voor ogen heeft bij sport en bewegen. Partners hebben behoefte aan meer sturing van de gemeente door het stellen van prioriteiten binnen de doelstellingen en zien de gemeente in de praktijk als passief. Het ervaren gebrek hieraan maakt het voor betrokkenen lastig om keuzes te maken in hun inzet en maakt het soms onduidelijk wat de gemeente van verschillende partijen verwacht. Gesprekspartners geven aan dat dit de uitvoering van het sportakkoord belemmert. Een voorbeeld hiervan is het doel ‘veilig sporten’ uit het lokale sportakkoord. Dit was een van de doelen die later zou worden uitgewerkt, maar in de praktijk is dit nog weinig van de grond gekomen. Dit maakt het voor betrokkenen in de uitvoering lastig om aan deze thema’s concrete invulling te geven. Dit sluit aan op de eerder beschreven ervaring van de kerngroep, waarbij het gebrek aan inhoudelijke prioriteiten ervoor 64 Werkplan Landelijk Sportakkoord II, p. 11. 65 Lokaal Sportakkoord II, 13. 66 SliedrechtDoet.nl
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 33.
zorgt dat de beschikbare middelen niet optimaal worden benut. Inmiddels zijn voor het najaar van 2025 wel bijeenkomsten over de thema’s sociaal veilige sport en ruimte voor sport en bewegen gepland.
2.3
Ervaringen van aanbieders
Kernbevinding: Sportaanbieders werken voornamelijk los van elkaar. Onder meer de coördinator sport en preventie werkt aan meer verbinding, maar in de praktijk is dit lastig te realiseren door onder meer de beperkte capaciteit bij aanbieders. Sportaanbieders steunen de maatschappelijke doelen van de gemeente en willen hieraan bijdragen, maar merken dat de ondersteuning van de gemeente vooral is gericht op de traditionele vormen van sport. De stimulerende rol van de gemeente komt dus weinig tot wasdom.
2.3.1 Sportaanbieders werken vooral afzonderlijk Sportaanbieders zien dat er een actief en divers sportlandschap is in Sliedrecht, waar veel verschillende organisaties aan bijdragen. De aanbieders werken echter voornamelijk afzonderlijk, wat in gesprekken wordt omschreven als het werken op ‘eilandjes’. Dit maakt dat er ruimte is om elkaar beter te vinden en meer samenwerking te zoeken. Hoewel de coördinator sport en preventie en andere professionals zich inspannen om sportaanbieders samen te brengen, blijkt dit in de praktijk weerbarstig. Aanbieders zien mogelijkheden in verdere samenwerking, maar in de praktijk is het lastig om aanbieders aan tafel te krijgen. De opkomst bij netwerkbijeenkomsten blijft bijvoorbeeld achter. Dit hangt samen met de uitdagingen waar sportaanbieders mee te maken hebben: het is lastig om vrijwilligers en bestuursleden te vinden die hier een rol in kunnen pakken. In het verleden speelde de sportraad ook een rol in het verbinden van aanbieders, maar deze is opgeheven onder meer omdat er geen nieuwe vrijwilligers in het bestuur wilden stappen.67 Zoals eerder beschreven kan een lokaal sportplatform ook bijdragen aan deze samenwerking en verbinding.
2.3.2 Aanbieders zouden graag een bredere maatschappelijke rol vervullen, maar de ondersteuning van de gemeente is daar nog niet op ingericht Verenigingen en anders sportaanbieders spelen een belangrijke rol in het realiseren van de maatschappelijke doelen van de gemeente zoals vastgelegd in het beleid. Dat vraagt van verenigingen dat zij, naast hun reguliere activiteiten, inspelen op maatschappelijke trends. Dit gaat bijvoorbeeld over de eerder beschreven ontwikkeling van meer individueel en flexibel sport, het bereiken van bepaalde doelgroepen en gezondheidsproblemen als gevolg van levensstijl. Zo spelen volgens gesprekspartners bijvoorbeeld het Bonkelaarhuis, de spoedeisende hulp en de apotheken in Sliedrecht een signalerende rol bij mogelijke gezondheidsproblemen. Bij valpreventie zijn er vaste stappen. Zo kunnen ze mensen doorverwijzen naar de cursus In Balans, individuele begeleiding krijgen of een sportschool of sportvereniging. Sportaanbieders hebben behoefte aan meer verbinding met deze betrokkenen en zien graag dat de gemeente hier een rol in neemt. De gemeente wil hier vanuit haar stimulerende rol aan bijdragen. Sportaanbieders zijn gemotiveerd om een bredere maatschappelijke rol te spelen, maar kampen met beperkingen.
Het is voor aanbieders uitdagend om naast het organiseren van hun aanbod te werken aan aanvullende maatschappelijke doelen, zoals de gemeente vanuit het beleid verwacht. Een tekort aan vrijwilligers speelt hier een belangrijke rol in. Ook speelt mee dat de ondersteuning van de gemeente nog vooral is gericht op het sportlandschap dat Sliedrecht van oudsher kenmerkt en op bestaande initiatieven. Ook aan de kant van de gemeente wordt erkend dat het huidige sportlandschap nog niet optimaal aansluit bij de veranderende maatschappelijke behoeften en dat dit iets van aanbieders vraagt. De intentie van de gemeente is dan ook om aanbieders hierin te ondersteunen, door middel van het lokaal sportakkoord en het nieuwe sportbeleid dat na de publicatie van dit onderzoek zal worden opgesteld. 67 Raadsvoorstel ‘Opheffen Sportraad Sliedrecht’, 27 november 2018
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 34.
2.4
Monitoring
Kernbevinding: De gemeente monitort de voortgang op de doelstellingen van het sport- en beweegbeleid niet structureel. De beoogde maatschappelijke effecten uit het beleid zijn niet geprioriteerd en vertaald in meetbare doelen of KPI’s. De verantwoording over subsidies wordt niet gebruikt om maatschappelijke effecten te monitoren. Via het netwerk van professionals heeft de gemeente een goed kwalitatief beeld van het sportlandschap. Voor kwantitatieve informatie maakt de gemeente gebruik van openbare bronnen.
2.4.1 Structurele monitoring van het beleid ontbreekt, maar kwalitatief is het sportlandschap goed in beeld De gemeente monitort de uitvoering van het sport- en beweegbeleid niet op een structurele manier. De maatschappelijke doelen zijn niet vertaald in KPI’s en er is geen centrale plek waar gegevens samenkomen. Ook een prioritering in de maatschappelijke doelen ontbreekt. In de sportnota is een tabel met activiteiten opgenomen, maar deze zijn vrij globaal (‘Het sport- en beweegaanbod […] in kaart brengen en onder de aandacht brengen’) of terugkerend (‘Organiseren van een sportontmoeting’). Daarmee biedt dit geen basis voor het volgen van de uitvoering.68 Wel zijn in de P&C-cyclus enkele beleidsindicatoren opgenomen, zoals het percentage inwoners dat lid is van een sportorganisatie en het percentage inwoners dat buiten verenigingsverband sport of beweegt.69 Wel blijkt uit gesprekken dat aanbieders en partners wel behoefte hebben aan inzicht in het doelbereik. Dit zou het voor aanbieders makkelijker maken om te weten of hun inspanning bijdragen aan de beoogde doelen van de gemeente. Ook binnen de gemeente bestaat een behoefte aan betere monitoringsinformatie. De gemeente haalt kwalitatieve informatie over sport en bewegen vooral op via de betrokken professionals.
Dit gaat bijvoorbeeld over maatschappelijke ontwikkelingen die aanbieders zien of uitdagingen waar verenigingen mee te maken hebben. De gemeente heeft via de beleidsmedewerker, de combinatiefunctionaris en de coördinator sport en preventie het netwerk goed in beeld. Deze informatie is echter beperkt kwantitatief te verifiëren en wordt beperkt gekoppeld aan de beleidsdoelen. Ook bestaat dit beeld vooral bij specifieke personen en wordt dit niet of beperkt vastgelegd. De subsidies die de gemeente verstrekt in het kader van sporten en bewegen worden beperkt gebruikt om de effecten van het sport- en beweegbeleid te monitoren. De subsidies zijn vooral gebaseerd op statistieken zoals het aantal jeugdleden van een vereniging en zijn niet gekoppeld aan de maatschappelijke resultaten die verenigingen realiseren. Met professionele organisaties, zoals SWS en SOJS, vinden regelmatig evaluatiegesprekken plaats, maar er zijn op het gebied van sport en bewegen weinig prestatieafspraken gekoppeld aan de subsidies. De professionals benoemen dat evaluatie plaats vindt via afspraken met SWS en SOJS, maar resultaatverplichtingen zijn beperkt of algemeen geformuleerd. Zo is het sportakkoord niet opgenomen in de resultaatverplichtingen voor SOJS. Voor SOJS betekent dat dat de opdracht niet verder gaat dan jeugd onder 18 meer in aanraking te laten komen met sport en bewegen.
Ook voor het Bonkelaarhuis zijn er geen concrete resultaten op het gebied van sport en bewegen opgenomen in de subsidie. Wel zijn de eisen en verwachtingen voor de coördinator sport en preventie vastgelegd in een profiel.
68 Sportnota, 17. 69 Programmabegroting 2024, 25.
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 35.
2.4.2 De gemeente haalt kwantitatieve data uit openbare bronnen De gemeente monitort zelf weinig op kwantitatieve informatie en maakt daarvoor gebruik van bestaande, openbare informatiebronnen. Een voorbeeld hiervan is de monitoring van de doelen uit de lokale nota publieke gezondheid. Hierin staat het doel vermeld dat de percentages overgewicht zijn gedaald ten opzichte van 2022 en minstens gelijk aan het regionale gemiddelde van Zuid-Holland Zuid.70 De gemeente maakt hiervoor gebruik van gegevens die worden verzameld door Gezondheid & Jeugd Zuid Holland Zuid. Deze instantie verzamelt informatie over overgewicht in de regio. Een andere bron is de jeugdgezondheidszorg, die jaarlijks metingen uitvoert bij kinderen van verschillende leeftijdsgroepen (2 t/m 15 jaar) in de regio Zuid-Holland Zuid.71 Op basis van deze gegevens wordt het percentage jeugdigen met overgewicht berekend. Daarnaast wordt elke vier jaar via de Gezondheidsmonitor Volwassenen & Ouderen het BMI van inwoners vastgesteld. Deze gegevens geven inzicht in het aandeel volwassenen met overgewicht binnen de gemeenten van de regio.
70 Lokale Nota Publieke Gezondheid, 16. 71 Gezondheidsmonitor Jeugd 2023, GGD ZHZ.
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 36.
3. Rol van de gemeenteraad Dit hoofdstuk analyseert hoe de gemeenteraad tussen 2019 (sinds het vaststellen van de beleidsnota) en begin 2025 is geïnformeerd over sport- en beweegbeleid en welke instrumenten de raad heeft ingezet om dit beleid te sturen. Dit biedt inzicht in de rol van de raad op het gebied van sport en bewegen. In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: 10. 11.
3.1
In hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het beleid? In hoeverre geeft de gemeenteraad invulling aan de kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van het sport- en beweegbeleid?
Informatievoorziening aan de gemeenteraad
Kernbevinding: Het college informeert de gemeenteraad zowel via de P&C-cyclus als met collegeinformatiebrieven over sport en bewegen. De P&C-documenten gaan vooral over de financiële ontwikkelingen. Collegeinformatiebrieven brengen inhoudelijke verdieping en deelt het college doorgaans in reactie op de inzet van het raadsinstrumentarium. In de informatiestroom is – in aansluiting op het gebrek aan concrete en meetbare doelen – beperkt aandacht voor de voortgang op de doelen uit het beleid.
3.1.1 Informatievoorziening verloopt via P&C-cyclus en collegeinformatiebrieven De raad ontvangt vier keer per jaar informatie via de Planning & Control-cyclus (P&C), wat op alle beleidsterreinen een belangrijke bron van informatie voor de raad is. Deze P&C-stukken bevatten updates over voortgang en kosten van beleid en uitvoering. Voor sport en bewegen betekent dit doorgaans dat beleidsinitiatieven gesignaleerd worden – zoals de totstandkoming van het lokaal sportakkoord of de ontwikkeling van voorzieningen zoals wandelroutes en mountainbikeroutes.72 In de P&C stukken staat vooral een update over de kosten. Het geeft de raad dan ook geen diepgaand inhoudelijk inzicht. Waar de P&C-cyclus dus vooral financiële voortgang signaleert, bevatten collegeinformatiebrieven (CIB's) meer inhoudelijke verdieping. Deze brieven geven de raad informatie over onderwerpen waar geen besluit over hoeft te worden genomen; bijvoorbeeld over updates over beleid of de opvolging van moties. Indien er meer toelichting en gesprek nodig zijn kunnen ambtenaren een presentatie geven. Deze zijn niet structureel en geven vooral updates wanneer er concreet aanleiding voor is, bijvoorbeeld om te informeren dat een motie is afgedaan. Over het thema sport en bewegen zijn in de onderzochte periode de volgende brieven met de raad gedeeld:
72 Gemeente Sliedrecht, Begroting 2020, 20 en 22.
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 37.
Tabel 2. Overzicht collegeinformatiebrieven 2019-2025 Datum Document Inhoud 23-7-2019
Relatie raadsinstrument
CIB Enquête Regeling Diplomazwemmen
Deze brief is een tussenbericht over de evaluatie van de Regeling Diplomazwemmen n.a.v. een toezegging
12-11-2019 CIB Realisatie speel, sport- en ontmoetingsplekken 2020
Deze brief informeert de raad over de voortgang van het uitvoeringsbeleid speelen sportruimte
11-2-2020
CIB Sportformateur
12-5-2020
CIB Motie Jongeren op Gezond Gewicht
In deze brief informeert het college de raad over het aannemen van een formateur. Dit was een actiepunt vanuit de Sportnota. De formateur kreeg als opdracht het sportakkoord op te stellen. In deze brief licht het college toe waarom het niet aansluit bij de landelijke aanpak Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG), als afdoening van een motie.
12-4-2023
Presentatie ontwikkelperspectief gemeentelijke sportaccommodaties CIB Compensatie voor sportorganisatie met een eigen accommodatie als gevolg van hoge energieprijzen in 2022
Deze presentatie geeft de raad een overzicht en een ontwikkelperspectief voor de gemeentelijke sportaccommodaties in Sliedrecht. Informeert de raad over de compensatie voor een sportorganisatie met een eigen accommodatie vanwege de hoge energieprijzen in 2022, n.a.v. een motie.
4-12-2023
Memo Stand van zaken Onderhoud sport- en speelvoorzieningen
Dit memo geeft een update over het onderhoud van sport- en speelvoorzieningen.
N.a.v. toezegging en de motie bovenwijkse sport- en speelvoorzieningen
24-3-2024
CIB Motie bovenwijkse sport- en speelvoorzieningen
Deze brief licht toe hoe uitvoering is gegeven aan de motie Bovenwijkse Sporten speelvoorzieningen
N.a.v. motie bovenwijkse sport- en speelvoorzieningen
4-2-2025
CIB Stand van zaken SOJS en multifunctionele accommodatie Elektra
N.a.v. een toezegging
8-7-2025
CIB Uitstel opstellen nieuwe sportnota
Deze brief geeft een update over de Stichting Open Jeugdwerk Sliedrecht (SOJS) en de multifunctionele accommodatie Elektra, naar aanleiding van een open brief van SOJS Deze brief informeert de raad over het uitstellen van het opstellen van een nieuwe sportnota, in afwachting van dit rekenkameronderzoek.
20-6-2023
Als afdoening van een toezegging
N.a.v. de motie ‘Jongeren op Gezond Gewicht’
N.a.v. de Motie "Energie en Bewegen"
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 38.
Wat opvalt in deze inventarisatie is dat zes van de negen brieven/memo's in zes jaar tijd een directe reactie op een raadsinitiatief zijn – een toezegging, motie of vraag. Slechts drie brieven bevatten proactieve informatieverstrekking van het college. Daarmee is de informatievoorziening op het gebied van sport en bewegen vooral reactief. Dit sluit aan op het gebrek aan concrete en meetbare doelen in het beleid, wat tussentijdse updates minder vanzelfsprekend maakt.
3.2
Sturing door de raad
Kernbevinding: De gemeenteraad is op het gebied van sport en bewegen kaderstellend door het beleid vast te stellen. De raad zette sinds 2019 een aantal keer zijn instrumentarium in om bij te sturen, door het aannemen van moties en het indienen van vragen. Vanwege het gebrek aan toetsbare doelen krijgt de controlerende rol van de gemeenteraad beperkt vorm.
3.2.1 De raad is vooral kaderstellend, de controlerende rol krijgt minder vorm In deze paragraaf bekijken we de sturing van de raad. De gemeenteraad oefent invloed uit op sport- en beweegbeleid door het vaststellen van beleidsdocumenten, zoals de sportnota. Via deze weg kan de raad kaders stellen aan het beleid en het college opdrachten meegeven. Bij het opstellen van de sportnota werd de raad ook betrokken via een rondetafelgesprek. Op dit moment bereidt het college nieuw sport- en beweegbeleid voor. Dit biedt raadsleden opnieuw een moment om richting te geven en prioriteiten te verankeren, bijvoorbeeld door expliciete kaders en concrete doelen te stellen. Naast het stellen van kaders kan de raad het raadsinstrumentarium inzetten om meer informatie te krijgen of het college opdrachten te geven. De raad van Sliedrecht stuurt op het gebied van sport en bewegen beperkt via het raadsinstrumentarium. In vijf jaar tijd zijn er bijvoorbeeld drie moties ingediend en enkele keren vragen gesteld aan de ambtelijke organisatie (zie tabel 3). De raad stuurt vooral naar aanleiding van actuele ontwikkelingen en niet op het beleid of doelbereik. De raad kan beperkt op doelen controleren omdat er in het beleid weinig toetsbare doelen zijn gesteld waar de raad tussentijds op kan sturen. De raad oefent daardoor vooral tijdens het opstellen van beleid invloed uit.
In de inzet van het instrumentarium is zichtbaar dat de raad zoekende is naar zijn controlerende rol op dit onderwerp en dat de raad weinig zicht heeft op de belangrijkste uitgangspunten uit het sport- en beweegbeleid – het instrumentarium wordt namelijk niet ingezet om op de uitvoering van het beleid bij te sturen. Tabel 3. Ingezet raadsinstrumentarium 2019-2025 Datum Onderwerp Toelichting / Uitkomst Moties 10-122019
Motie ‘Jongeren op Gezond Gewicht’
De raad roept het college op om te onderzoeken in hoeverre Sliedrecht kan deelnemen aan de JOGG-aanpak. De uitkomst was dat het college dit niet gaat doen vanwege de te hoge kosten en capaciteit. Als alternatief wordt er tijd vrijgemaakt bij de GGD. Dit werd de raad kenbaar gemaakt via de eerdergenoemde CIB.
13-122022
Motie ‘Energie en Bewegen’
De raad roept het college op om de energiecontracten van verenigingen te inventariseren en uit te werken welke maatregelen de gemeente kan nemen om te voorkomen dat verenigingen hun contributie moeten verhogen vanwege hoge energielasten. Het college heeft bepaald dat organisaties zich allereerst dienen te wenden tot Rijksregelingen en kiest
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 39.
niet voor een generieke maatregel (zoals een noodfonds), maar is bereid om maatwerk te leveren waar nodig. 7-112023
Motie ‘Goede bovenwijkse sport- en speelvoorzieningen voor Sliedrechtse jongeren’
De raad roept het college op om met jongeren en de combinatiefunctionaris in gesprek te gaan over het oplossen van gebreken bij sport- en spelvoorzieningen. Het college heeft toegezegd dit te doen en de gebreken voor 31 maart 2024 op te lossen. (CIB Motie bovenwijkse sport- en speelvoorzieningen)
Schriftelijke vragen (art. 39 RvO) 17-022025
Wmo-hulp en sporttraject “Powerful Ageing”
Vragen van Slydregt.NU over de looptijd, kosten, procedures en besluitvorming bij de Sociale Dienst Drechtsteden over de pilot ‘Powerful Ageing’, gericht op het verbeteren van de fysieke zelfredzaamheid van ouderen. De vragen gingen over de opzet, kosten, werkwijze en besluitvorming rond de pilot. De antwoorden geven informatie over de looptijd (2 jaar), de kosten (€146.170), het Wmo-aanmeldproces en de overwegingen van het bestuur om met de pilot Powerful Ageing te starten.
Technische vragen (art. 40 RvO) 8-102020
Sociale visie
Vragen van PRO Sliedrecht over de sociale visie, met betrekking tot onder meer de inbreng van inwoners en de Adviesraad Sociaal Domein en de actualiteit van gebruikte cijfers. Als antwoord deelde het college het advies van de adviesraad en dat diverse ideeën van inwoners in de visie zijn verwerkt. De cijfers waren zo actueel mogelijk..
10-112023
Exploitatie zwembad & sporthal De Lockhorst
Vragen van Slydrecht.NU over de exploitatie van het zwembad en sporthal de Lockhorst. Over communicatie, betrokkenheid van belanghebbenden, bezoekersaantallen en het aanbod van zwemwater. Het college gaf beperkte informatie vanwege vertrouwelijkheid, maar gaf o.a. informatie over dalende bezoekersaantallen en het niet meewegen van zwemplassen als alternatief zwemwater.
04-122023
Exploitatie zwembad & sporthal De Lockhorst
Vragen van Partij van de Arbeid over het exploitatiebudget van de zwembad en sporthal de Lockhorst, over de reden voor de nieuwe aanbesteding van De Lockhorst en de juridische mogelijkheden om de exploitant aan de bestaande overeenkomst te houden. In het antwoord stelt het college dat er geen juridische basis om de bestaande overeenkomst voort te zetten.
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 40.
Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording Verloop van het onderzoek Het onderzoek is gestart op 10 maart 2025 met een startgesprek met de ambtelijke organisatie. In dit startgesprek zijn de onderzoeksopzet en het informatieverzoek toegelicht. De ambtelijke organisatie is vervolgens aan de slag gegaan om de benodigde informatie aan de onderzoekers aan te leveren. Op 1 april hebben de onderzoekers de documentatie en contactgegevens ontvangen. In april en mei hebben de onderzoekers de documentanalyse uitgevoerd. De documentatie bestond onder andere uit de beleidsstukken over sport en informatie over doelrealisatie en partners. De onderzoekers hebben de resultaten van de documentanalyse getoetst en verdiept in vijf gesprekken. Er is een gesprek geweest met de portefeuillehouder en beleidsambtenaren. Daarnaast is er een gesprek geweest met de professionals die aan het werk zijn op het gebied van sport en bewegen. Vervolgens zijn er drie groepsgesprekken geweest, waarvan twee met een afvaardiging van sportverenigingen en één met een afvaardiging van andere aanbieders op het gebied van sport en bewegen. Een overzicht van de gevoerde interviews is opgenomen in de bijlage. Op basis van de onderzoeksbevindingen uit documenten en gesprekken hebben de onderzoekers de nota van bevindingen geschreven.
De conceptversie van de nota van bevindingen is op 13 oktober 2025 aan de organisatie aangeboden voor ambtelijk wederhoor. Het ambtelijk wederhoor is een feitelijke check op de rapportage en is ontvangen op 10 november 2025. Hierna is de definitieve rapportage, bestaande uit een bestuurlijke nota en de nota van bevindingen op 14 november 2025 aan het college aangeboden voor een bestuurlijke reactie. Deze is op 18 december 2025 ontvangen en vervolgens opgenomen in de bestuurlijke nota. Hierna is de rapportage aangeboden aan de gemeenteraad van Sliedrecht.
Geraadpleegde bronnen De rekenkamer verwijst met voetnoten in de tekst naar de geraadpleegde schriftelijke bronnen.
Gevoerde interviews Datum gesprek
Naam/functie
Organisatie
2 juni 2025
Portefeuillehouder en beleidsmedewerkers
Gemeente Sliedrecht
2 juni 2025
Combinatiefunctionaris, coördinator sport en preventie, manager welzijn (SWS)
SOJS en SWS
11 juni 2025
Voorzitter kerngroep sportakkoord/penningmeester sportvereniging, eigenaar
Sportvereniging en commerciële aanbieder
25 juni 2025
Maatschappelijk partners sportakkoord
Zorgverlener, basisschool
3 juli 2025
Eigenaar
Commerciële sportaanbieder
Rekenkamer Sliedrecht | Sport- en beweegbeleid | 41.