CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

RA1668 - Gemeente Sliedrecht - jaarrekening 2021 incl controleverklaring (getekend door BDO).pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 5 juli 2022, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 10: BES – Vaststellen Jaarstukken 202137.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Het voorkomen van ondermijning; Het vergroten van de fysieke veiligheid; De aanpak van woonoverlast en kwetsbare locaties Het verhogen van sociale stabiliteit; Het stroomlijnen en intensiveren van handhaving in wijken, op bedrijventerreinen en in de openbare ruimte.

Op welke wijze willen we dit bereiken (speerpunt)? We willen inzetten op het voorkomen van ondermijning door ervoor te zorgen dat Sliedrecht onaantrekkelijk is voor het uitvoeren van ondermijnende activiteiten.

Jaarstukken 2021

Wat gingen we ervoor doen in 2021? • We voeren regelmatig integrale en BRP controles uit. • We actualiseren het ondermijningsbeleid. • We zetten in op een transparant, helder en weerbaar systeem tegen bedreigingen van ondermijning

Wat hebben we bereikt? • Er hebben in 2021 twee integrale controles plaatsgevonden, waarbij meerdere bedrijven zijn bezocht. De BRP-controles hebben, voor zover kon onder de geldende coronamaatregelen, doorgang gevonden. • In 2021 zijn er vooral (werk)afspraken op uitvoeringsniveau gemaakt in de (integrale) samenwerking, die niet Pagina | 49

bij gemeenteraad, bestuurders en het ambtelijk apparaat, maar ook op het vergroten van de deskundigheid en de bewustwording van de problematiek die speelt. • De uitbreiding van de wet Bibob met onder andere vastgoed en omgevingsvergunningen wordt geïmplementeerd. • We werken samen met het meldpunt Meld Misdaad Anoniem om de meldingsbereidheid van inwoners te vergroten en meer informatie te verkrijgen. • We zetten in op het beter leren kennen van de risico’s van kwetsbare gebieden zoals bedrijventerreinen. • We versterken de samenwerking met de regiogemeenten voor gemeentegrens-overstijgende problematiek.

We pakken woonoverlast en kwetsbare locaties aan zodat mensen prettig en met een veilig gevoel in Sliedrecht kunnen wonen. De focus ligt daarbij op sociale problematiek, (geluids)overlast van buren, vervuilde tuinen en woningen, overlast van dieren, verloederde en vervallen panden, drugshandel of spookbewoning.

Jaarstukken 2021

• •

•

We continueren van de aanpak buurtbemiddeling via MEE We gaan de bevoegdheden uit de Wet Aanpak Woonoverlast implementeren (waarbij er aandacht is voor het onderscheid tussen koop- en huurwoningen). We gaan spookbewoning tegen.

hebben geleid tot formelen beleidsstukkken die ter besluitvorming aan de raad dienen te worden voorgelegd. • Tijdens het MT-overleg is er, in samenwerking met het RIEC, een presentatie gegeven over ondermijning om een beeld te geven van ondermijning en ondermijnende activiteiten binnen de gemeentegrenzen en de bewustwording te vergroten op dit gebied. Tevens is er, vanuit een behoefte van het districtelijk veiligheidsoverleg (DVO), een regionale werkgroep van start gegaan, waarbij Sliedrecht de kartrekker is. In deze werkgroep wordt een plan van aanpak opgesteld om de interne en uiteindelijk ook de externe bewustwording op het gebied van ondermijning te vergroten. • De samenwerking met meldpunt MMA heeft daadwerkelijk vorm gekregen en heeft bovendien geleid tot concrete meldingen vanuit inwoners. • In samenwerking met het RIEC hebben we een invulsessie voorbereid met onze ketenpartners om de risico's op onze bedrijventerreinen in beeld te brengen. We hebben nog meer samenwerking gezocht met de regiogemeenten, zowel op procesmatig als inhoudelijk gebied. • We hebben de aanpak buurtbemiddeling via MEE gecontinueerd. • In het regieoverleg woonoverlast wordt integraal samengewerkt aan een plan van aanpak bij complexe woonoverlast-casuïstiek. Dit betreft zowel koop- als huurwoningen.

Bij het vormen van de aanpak is aandacht voor het implementeren van de bevoegdheden uit de Wet Aanpak Woonoverlast. • Middels de LAA-controles is spookbewoning aangepakt.

Pagina | 50

We versterken de aanpak tussen zorg en veiligheid bij complexe problematiek van personen. Hiervoor continueren we de inzet van de wijk-GGD-er en verdubbeling het aantal beschikbare uren. • We zetten in op vergroten van de deskundigheid van professionals.

We willen maatschappelijke onrust, sociale spanningen, polarisatie, radicalisering en extremisme voorkomen en de signaleringspositie van de gemeente en haar partners vergroten. We zetten in op het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid van de samenleving.

•

We zetten in op het verhogen van de fysieke veiligheid. Belangrijkste elementen zijn verkeersveiligheid (grote zorg bij inwoners), verwerking en vervoer van gevaarlijke stoffen en waterveiligheid.

•

Ook in 2021 willen wij inzetten op het verder verbeteren van de veiligheid in Sliedrecht. Speciale aandacht heeft daarbij het faciliteren van het buurttoezicht. Verder dient de inzet op de handhaving vergroot te worden om gevolg te kunnen geven aan zaken die geconstateerd worden.

Jaarstukken 2021

We zetten in op het intensiveren van de samenwerking met (veiligheids)partners om risicobeheersing te optimaliseren en het optreden bij incidenten verder te professionaliseren. • We ronden de doorontwikkeling van de crisisorganisatie (van de VRZHZ) af en investeren in kennis en vertrouwen bij lokale medewerkers in hun (nieuwe) nevenfunctie. • In samenwerking met de stichting 'Maak een punt van 0 verkeersslachtoffers' en het regionale ondersteuningsbureau verkeersveiligheid zetten we extra in op campagnes t.a.v. veilig gedrag in het verkeer. • We geven opvolging aan handhavingsacties en zorgen dat deze zorgvuldig en tijdig afgehandeld worden. • In Sliedrecht is buurttoezicht actief. De vrijwilligers van buurttoezicht zijn de ogen en oren van Sliedrecht en hebben een belangrijke taak als het gaat om het voorkomen van overlast en criminaliteit. We hechten belang aan de inzet van buurttoezicht en faciliteren de vrijwilligers van buurttoezicht in het uitvoeren van hun taak.

De voorgenomen acties zijn uitgevoerd.

•

Zowel bij incidenten als bij de reguliere veiligheidsvraagstukken is intensief samengewerkt met (veiligheids)partners.

•

De samenwerking en verbinding met Buurttoezicht is bestendigd door de invoering van een structureel overleg, waarbij de burgemeester, alle vrijwilligers en de politie uitgenodigd is. Daarnaast is buurttoezicht verder gefaciliteerd door de coördinator(en) de beschikking te geven over een telefoon en er is een centraal gelegen locatie voor buurttoezicht geregeld waar zij kunnen samenkomen, vergaderen en (de-)briefen.

•

Pagina | 51

3.4.4 Wat heeft het gekost? Overzicht financiële afwijking programma bestuur, veiligheid en organisatie (x € 1.000) Omschrijving

Begroting 2021

Lasten N 15.201 Baten V 750 Saldo N 14.450 A. Toelichting op Wijziging begroting 2021: 1. Bedrijfsvoering 2. Begroten en verantwoorden 3. Bestuur 4. Communicatie en voorlichting 5. Dienstverlening 6. Fysieke veiligheid 7. Sociale cohesie 8. Overhead Totaal B. Toelichting op Verschil 2021: 1. Bedrijfsvoering 2. Begroten en verantwoorden 3. Bestuur 4. Communicatie en voorlichting 5. Dienstverlening 6. Fysieke veiligheid 7. Sociale cohesie 8. Overhead Totaal C. Mutaties in reserves: 1. Stortingen 2. Onttrekkingen Totaal D. Gerealiseerd resultaat Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Totaal

Jaarstukken 2021

Wijziging begroting 2021 N 1.866 N 42 N 1.908

Totale Rekening Verschil begroting 2021 2021 N 17.067 N 17.113 N 46 V 709 V 1.190 V 482 N 16.358 N 15.922 V 436 Lasten Baten Saldo N 0 N 0 N 0 N 65 N 0 N 65 N 283 N 0 N 283 N 0 N 0 N 0 N 88 N 0 N 88 N 4 N 0 N 4 N 75 N 0 N 75 N 1.351 N 42 N 1.393 N 1.866 N 42 N 1.908 Lasten Baten Saldo V 193 N 0 V 193 V 13 N 0 V 13 V 79 V 271 V 350 V 22 V 7 V 28 N 90 V 31 N 59 N 97 N 29 N 126 V 83 V 20 V 103 N 249 V 182 N 67 N 46 V 482 V 436 Totale Rekening begroting 2021 2021 N 669 N 200 V 1.078 V 512 V 410 V 312 Totale begroting 2021 N 16.358 V 410 N 15.949

Verschil V N N

468 566 98

Rekening 2021

Verschil

N V N

V N V

15.922 312 15.610

Pagina | 52

436 98 338

3.4.5 CUP-gelden Voor het programma bestuur, organisatie en veiligheid zijn bij de begroting 2021 extra middelen vrijgemaakt voor de speerpunten. Deze posten zijn integraal onderdeel van de verantwoording op thema niveau (zie paragraaf 5.3). In de onderstaande tabel worden deze posten apart weergegeven. Overzicht besteding CUP-gelden programma Bestuur, veiligheid en organisatie (x €1.000)

Thema

Omschrijving

Bedrijfsvoering

Verh.opleidingsbudget stimul eigen ontw.

Bestuur

Monitoringsinstrument opvolg. Moties etc

16

0

16

Communicatie en voorlichting Uitbreiding gebruik communicatiemiddelen

50

18

32

116

38

78

Totaal

Begroting Werkelijk Verschil 2021 2021 50 20 30

3.4.6 Beleidsindicatoren Naam indicator 4a 4b 4c 4d 4e

Historische Waarde 8 10% (2018) 80% (2018)

Meest recente Waarde Sliedrecht 8,5 (2021) 7,7 (2021) 7,1 (2020) 5,47% (2021) 80% (2018)

Streefwaarde

Cijfer tevredenheid: KTO (dienstverlening) 8 Realisatie servicenormen (dienstverlening) 8 Cijfer tevredenheid medewerkers (organisatie) 8 % ziekteverzuim personeel (organisatie) <6% % inwoners dat zich veilig voelt in eigen straat of 90% in 2022 buurt en in geheel Sliedrecht (veiligheid) Sinds de begroting 2021 werkt Sliedrecht met de voornoemde beleidsindicatoren voor dit programma. Daar waar een historisch verloop van de waarde van de indicator bekend is, is deze opgenomen zodat trends inzichtelijk worden gemaakt. 4a t/m 4b Dienstverlening loopt als een rode draad door de hele organisatie, het is iets van alle medewerkers. Elke medewerker heeft te maken met het leveren van diensten. Dit kan voor een interne- of externe klant zijn, maar uiteindelijk werken wij allemaal voor de inwoners en ondernemers van de gemeente Sliedrecht. In het CUP is richting gegeven aan de manier waarop wij onze diensten willen leveren en hoe wij als betrouwbare partner willen (samen)werken. Gemiddeld geven de bezoekers van de gemeentewinkel een 8,5, voor telefonisch contact een 7,8 en voor vragen via het web een 7,5. 4c Medewerkers die tevreden zijn over hun werk en de organisatie presteren beter en dragen bij aan het succes van de organisatie.

Een medewerkerstevredenheidsonderzoek is een indicator die weergeeft of medewerkers betrokken, gemotiveerd of tevreden zijn en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn zoals verzuim, verloop en effectiviteit. Voor 2021 zijn geen nieuwe cijfers beschikbaar. 4d De laatste jaren is actief sturing gegeven op de uitvoering van het verzuimbeleid. Aanleiding om hier extra op te investeren is het percentage van 10% dat in 2018 is gemeten. Het verzuimpersentage is in 2021 ligt gestegen ten opzichte van 2020. In het eerste half jaar van 2021 zien we een laag verzuimcijfer van gemiddeld 3% in de tweede helft van 2021 zien we een stijging naar 5,47%. Dit is te verklaren door de hoge corona besmettingscijfers in deze periode en de weder opstart van de reguliere medische zorg. 4e Het veiligheidsbelevingsonderzoek dat over 2018 is uitgevoerd laat zien dat 2 op de 10 inwoners zich regelmatig of vaak zorgen maken over de veiligheid in eigen straat en/of buurt en in geheel Sliedrecht. Jaarstukken 2021

Pagina | 53

3.5 Programma 5 financiën en belastingen Reguliere taken

• • •

Beheer van de gemeentefinanciën conform (wettelijke) kaders Belastingheffing en –invordering Tijdig bijwerken van beheer verordeningen

3.5.1 Inleiding De algemene inkomsten van de begroting verantwoorden wij in het programma Financiën & Belastingen. De hoofddoelstelling is een sluitende begroting te presenteren. Daarnaast bewaken wij binnen dit programma de (financiële) soliditeit op langere termijn. Belangrijk hierbij is tijdig in te spelen op financiële ontwikkelingen in relatie tot de noodzaak voor het creëren van financiële ruimte voor inhoudelijke ontwikkelingen. In de tweede tussenrapportage 2021 is het beeld dat gemeenten onvoldoende aan haar verplichtingen kan voldoen doordat zij onvoldoende rijksmiddelen ontvangen om al haar taken naar behoren uit te kunnen voeren bijgesteld. Na doorrekening van de september- en decembercirculaire 2021 is sprake van een ruimer financiële armslag. Om meer grip te krijgen op de vaak complexe financiële processen hebben we de financiële functie tegen het licht gehouden.

3.5.2 Wat hebben we gedaan? In juni 2021 hebben wij voorstellen gedaan voor het verstevigen van de financiële functie, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. In de raad van 13 juli 2021 heeft de raad ons voorstel aangenomen en is €400.000 vrijgemaakt om de financiële functie op het gewenste niveau te krijgen. Naast het aantrekken van meer menskracht hebben we geïnvesteerd in de formatie van het team Financieel Advies en Beleid. Er is samen met het team een nieuw formatieplan opgesteld met een herdefiniëring van functies als business-controllers en financial controllers. De business controllers richten zich met name op de (financieel) beleidsmatige en strategische aspecten en de financial controllers op de inhoudelijk financiële en tactische aspecten. Dit met de volgende doelstellingen: -

Functiescheiding en duidelijke rolverdeling Efficiënte werkwijze: Een ieder komt op deze wijze meer in zijn of haar kracht Het vroegtijdig anticiperen op toekomstige ontwikkelingen

Naast dat de formatie en bezetting is gewijzigd, is ook een verbeterplan met verbeteracties opgesteld. Een belangrijk deel van dat plan is gericht op 'basis op orde krijgen' en het borgen dat processen in de toekomst beter gaan lopen. Op deze wijze geven wij invulling aan de strategische doelstellingen van de kernopgaven en ambities voor "Koersvast 2030" en groeien we als slagvaardige organisatie. Wij hebben tussentijds uw raad op deze ontwikkelingen meegenomen.

3.5.3 Speerpunten 17. Financiën Wat willen we bereiken? Het huishoudboekje van de gemeente Sliedrecht is en blijft op orde. Resultaten in 2021 Wat gingen we ervoor doen in 2021? Specifieke taakmutaties en Voor zover nodig deze middelen coronacompensatie vanuit de ingezet voor het specifieke algemene uitkering uit het beleidsdoel. gemeentefonds gereserveerd.

Jaarstukken 2021

Wat hebben we bereikt? In verband met corona en de hiermee gepaard gaande moeilijkheden voorkomen dat er sprake is van onnodige budgetoverschrijdingen.

Pagina | 54

3.5.4 Wat heeft het gekost? Overzicht financiële afwijking programma Financiën (x € 1.000) Omschrijving

Begroting 2021

Lasten N 789 Baten V 48.694 Saldo V 47.906 A. Toelichting op Wijziging begroting 2021: 1. Algemene heffingen Totaal B. Toelichting op Verschil 2021: 1. Algemene heffingen Totaal C. Mutaties in reserves: 1. Stortingen 2. Onttrekkingen Totaal D. Gerealiseerd resultaat Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Totaal

Wijziging begroting 2021 V 418 V 2.782 V 3.200

Totale begroting 2021 N 371 V 51.476 V 51.106 Lasten V 418 V 418 Lasten N 83 N 83 Totale begroting 2021 N 1.252 V 2.453 V 1.201 Totale begroting 2021 V 51.106 V 1.201 V 52.307

Rekening 2021

Verschil

N V V

454 52.253 51.799 Baten V 2.782 V 2.782 Baten V 777 V 777

N V V

Rekening 2021

Verschil

N V V

V N V

57 1.411 1.354

83 777 694 Saldo V 3.200 V 3.200 Saldo V 694 V 694

Rekening 2021

Verschil

V V V

V V V

51.799 1.354 53.154

3.5.5 Beleidsindicatoren Naam indicator

Historische Meest recente Streefwaarde Waarde waarde Sliedrecht 5a Netto schuldquote 48% (2019) 26% (2021) 90% - 130% 5b Solvabiliteitsratio 33% (2019) 50% (2021) 20% - 50% 5c Structurele exploitatieruimte -1% (2019) 1,0% (2021) 0% 5d Weerstandsvermogen 0,8 (2019) 1,56 (2021) >1,0 Sinds de begroting 2020 werkt Sliedrecht met de voornoemde beleidsindicatoren voor dit programma. Daar waar een historisch verloop van de waarde van de indicator bekend is, is deze opgenomen zodat trends inzichtelijk worden gemaakt. 5a De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt landelijk gezien als norm "Voldoende" en wordt voor Sliedrecht als streefwaarde gehanteerd. Sliedrecht scoort op dit moment beter dan haar streefwaarde. 5b De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Er is geen harde norm voor dit kengetal maar een percentage van 20% tot 50% wordt doorgaans als voldoende gezien.

Jaarstukken 2021

1.195 1.042 153

Pagina | 55

694 153 847

5c De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening of begroting. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte. 5d Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan in hoeverre Sliedrecht in staat is haar risico's op te vangen binnen haar beschikbare weerstandscapaciteit.

Jaarstukken 2021

Pagina | 56

4 Jaarstukken 2021

PARAGRAFEN

Pagina | 57

4.1 Paragraaf Lokale heffingen en belastingen 4.1.1 Inleiding In deze paragraaf geven wij inzicht in de tarieven en de tariefontwikkeling met betrekking tot de lokale heffingen en belastingen. De lokale heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Deze inkomsten worden voor het merendeel opgebracht door burgers en voor een kleiner deel door bedrijven. De heffing vindt plaats op basis van verordeningen welke door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Deze ‘Paragraaf lokale heffingen’ geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen. De lokale heffingen onderscheiden we in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hiervan kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting.

Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op: • ontwikkelingen en rijksbeleid; • overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen; • heffingen woonlasten (lokale lastendruk); • overige lokale heffingen; • kwijtscheldingen; • kostendekkendheid.

4.1.2 Evaluatie nieuwe ontwikkelingen en rijksbeleid Om de meest getroffen ondernemers in Sliedrecht enigszins tegemoet te komen in de coronacrisis, heeft de raad - met terugwerkende kracht - twee belastingverordeningen aangepast in de raadsvergadering van 30 maart 2021: (1) verordening reclamebelasting Kerkbuurt 2021 en (2) de verordening precariobelasting 2020. Naast een gezondheidscrisis en een sociaal-maatschappelijke crisis is de coronacrisis ook een economische crisis. Met name horeca en detailhandel worden direct getroffen door de maatregelen die nodig zijn om de verspreiding van het virus te beperken. In 2020 heeft het college in samenspraak met het bedrijfsleven daarom al diverse tegemoetkomingen gedaan, zoals de mogelijkheid tot uitstel van betaling van lokale belastingen (via de GBD), tijdelijke verruiming van de terrasruimte, extra promotie van lokale winkelgebieden, coulance in de huur van gemeentelijk vastgoed, etc. Ook heeft de raad in december 2020 ingestemd met een aanpassing van precariobelasting 2019 (te heffen in 2020), waarbij de tarieven voor terrassen, reclameborden en uitstallingen op € 0,- werden gesteld. Bij de precariobelasting 2020 werd besloten tot het niet heffen van belasting over de tijdelijke extra terrasruimte.

Omdat de economische effecten van de coronacrisis zich uitstrekken tot ver in 2021, is het college begin dit jaar opnieuw in gesprek gegaan met de Vereniging Sliedrechtse Ondernemingen (VSO) en de drie winkeliersverenigingen om te bezien of en hoe de gemeente het effect van de crisis voor de meest getroffen ondernemers enigszins zou kunnen verlichten. Naast afspraken over een verdere inzet op de promotie van de lokale winkelgebieden en opnieuw opties voor maatwerk bij betaling van belastingen via de GBD, deed de winkeliersvereniging van de Kerkbuurt het verzoek de reclamebelasting voor dit gebied in 2021 eenmalig te verlagen. Met alle verenigingen is besproken om over 2020 (betaling in 2021) opnieuw de precariobelasting te beperken voor dezelfde categorieën als over 2019: terrassen, reclameborden en uitstallingen. Jaarstukken 2021

Pagina | 58

4.1.3 Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen Onderstaande tabel is een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten (leges) over 2021 en, ter vergelijking, 2020. Wij merken op dat de verschillen tussen de verantwoording over 2020 en 2021 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar wel van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen bij de onroerendezaakbelastingen een belangrijke rol. Meer of minder afgegeven omgevingsvergunningen kunnen de opbrengst leges sterk beïnvloeden.

Overzicht inkomsten uit algemene middelen (x € 1.000)

Onroerende zaakbelastingen

Werkelijk 2020 € 3.942

Begroting 2021 € 3.961

Werkelijk 2021 € 3.914

Hondenbelasting

€

93

€

91

€

102

Precariobelasting

€

715

€

788

€

750

Algemene dekkingsmiddelen

Overzicht inkomsten uit specifieke middelen (x € 1.000)

Lijkbezorgingsrechten

Werkelijk 2020 € 681

Begroting 2021 € 669

Werkelijk 2021 € 736

Afvalstoffenheffingen huisvuil

€

2.302

€

2.770

€

2.793

Containerrechten bedrijfsvuil

€

339

€

353

€

329

Marktgelden

€

45

€

47

€

53

Rioolheffingen

€

2.864

€

3.020

€

3.066

Havengelden, incl. huur watersportvereniging

€

65

€

65

€

47

Leges bouwvergunningen

€

733

€

617

€

709

Gebonden heffingen

4.1.4 Heffingen woonlasten (lokale lastendruk) De lokale woonlasten bestaan uit OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen grotendeels de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde (= de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in euro’s weergegeven over 2021 en de twee voorgaande jaren. Tevens zijn hierin de geldende tarieven voor de afvalstoffen- en de rioolheffing opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. Woonlasten meerpersoonshuishouden

2019

2020

2021

Gemiddelde WOZ-waarde

€ 198.000

€ 220.000

€ 239.000

OZB eigenaren woningen

€

185

€

193

€

197

Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishoudens

€

210

€

246

€

293

Rioolheffing, eigenarendeel

€

155

€

156

€

168

Rioolheffing, gebruikersdeel

€

79

€

80

€

86

Totaal

€

629

€

675

€

743

% stijging t.o.v. vorig jaar

7,3%

10,1%

Bij de berekening van de woonlasten is uitgegaan van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin. De gemiddelde woningwaarde is de basis voor berekening van de aanslag OZB. Deze waarde is berekend naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarden 2021 zijn dus Jaarstukken 2021

Pagina | 59

berekend naar de waardepeildatum 1 januari 2020. De gemiddelde WOZ-waarden zijn ontleend aan de geactualiseerde gegevens uit de WOZ-administratie. Bij de berekening van de woonlasten voor 2021 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Afvalstoffenheffing Reinigingsrecht Rioolheffing Marktgelden, havengelden, leges bouwvergunningen en begrafenisrechten Precariorechten Hondenbelasting Rechten en tarieven (legesverordening)

Kostendekkendheid max. 100% Kostendekkendheid max. 100% Kostendekkendheid max. 100% Kostendekkendheid max. 100% Inflatieniveau gebaseerd op meicirculaire 2020 Inflatieniveau gebaseerd op meicirculaire 2020 Kostendekkendheid max. 100% Bron: Kadernota 2021

Hieronder vindt u per heffing een toelichting.

Onroerendezaakbelasting

De onroerende-zaakbelastingen (OZB) is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Deze heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor de WOZ-waarden 2021 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2020. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De volgende tabel geeft weer hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Tarieven OZB Gemiddelde WOZ-waarde

2017

2018

2019

2020

2021

Eigenaar woning

0,1030

0,0979

0,0933

0,0879

0,0823

Eigenaar niet-woning

0,1606

0,1647

0,1681

0,1676

0,1605

Gebruiker niet-woning

0,1247

0,1186

0,1220

0,1316

0,1265

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht. De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1): Tarieven afvalstoffenheffing

2017

2018

2019

2020

2021

Meerpersoonshuishoudens

195,48 *

195,48 *

209,64 *

246,36

292,80

Eenpersoonshuishoudens

139,56 *

139,56 *

149,64 *

175,80

208,80

Wijziging

-1,8%

0,0%

7,2 %

17,5%

18,8%

* Dit is inclusief onttrekking van € 100.000 aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing.

Rioolheffing

Op basis van artikel 228a van de Gemeentewet hebben gemeenten de mogelijkheid om de kosten van zorgplicht voor het afvalwater alsmede de kosten van de zorg voor het hemel- en grondwater te Jaarstukken 2021

Pagina | 60

verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald, dient met het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) te zijn vastgesteld. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht. De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1): Tarieven rioolheffing

2017

2018

2019

2020

2021

Eigenaar woning

151,08

151,08

154,68

156,48

168,00

Gebruiker niet-woning

77,04

77,04

78,84

79,80

85,68

Wijziging

0,9%

0,0%

2,4%

1,2%

7,4%

Wij heffen van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie per 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven. Dit is met ingang van 2015 ook een vast bedrag per jaar. Tot 2015 was dit afhankelijk van het waterverbruik. Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2021 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden voor zowel eigenaren-bewoners als huurders weer. De woonlasten in 2021 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaande schema's (x € 1). NB: Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenaar.

Sliedrecht

Riool Tarief OZB heffing OZB eigenaar e/g 254 239.000 0,0823 196

Dordrecht

226.000 0,1020

231

Papendrecht

258.000 0,1065

274

Alblasserdam

251.000 0,1084

272

Hardinxveld-G'dam

268.000 0,1172

314

H.I. Ambacht

307.000 0,1053

323

Zwijndrecht *

236.000 0,1052

248

Tarieven

Afval stoffen heffing 293

Totaal

202

301

734

53

158

327

759

92

159

358

789

127

237

309

860

229

188

351

862

232

302

386

914

298

Gemidd WOZ

Rangnr meerp. Huis 743 64

201 305 811 Landelijk gemiddelde 309.000 0,1043 305 * Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten. De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

4.1.5 Overige lokale heffingen Hondenbelasting

In de Gemeentewet is bepaald dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. Hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelastingen, vloeit naar de algemene middelen van de gemeente.

Reinigingsrechten

Voor het ophalen van afval bij niet-woningen (winkels, bedrijven, buurtcentra, etc.) kunnen gemeenten reinigingsrecht heffen. Uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt. In tegenstelling tot het inzamelen van huishoudelijk afval hebben gemeenten niet de verplichting om afval bij bedrijven in te zamelen. Bedrijven moeten zelf zorgdragen voor het afvoeren van hun afval en kunnen hiervoor een contract aangaan met een erkende afvalinzamelaar of met de gemeente. Jaarstukken 2021

Pagina | 61

Precariobelasting

Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het is een zuivere belasting, ofwel een ongebonden heffing. Door de controle gaat van deze belasting ook een regulerende werking op het gebruik van de openbare ruimte uit. Het is een zuivere belasting. De opbrengst is sterk afhankelijk van wisselende activiteiten in de openbare buitenruimte. In verband met de coronacrisis is in 2021 – evenals in het jaar 2020 - de horeca opnieuw ontzien en zijn middels een wijzigingsverordening de tarieven op nihil gesteld. Met ingang van 2016 heft onze gemeente deze belasting ook over kabels en leidingen van nutsbedrijven in gemeentegrond. Voorheen was dit niet mogelijk omdat dit was geregeld middels concessieovereenkomsten. Met ingang van 2022 vervalt de mogelijkheid om precariobelasting van nutswerken te heffen. In de begroting 2020 hebben we maatregelen genomen om de vrijvallende inkomsten vanaf 2022 op te vangen.

Reclamebelasting

Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg reclamebelasting heffen. De reclamebelasting is een algemene belasting. De reclamebelasting kan mede worden gezien als een profijtbelasting, wanneer zij geheven wordt naar de mate waarin particulieren en bedrijven profiteren van overheidsvoorzieningen die het doen van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mogelijk maken. Zo is bijvoorbeeld vanuit de profijtgedachte een hoger tarief denkbaar in het (winkel)centrum van een gemeente, waar immers het meeste effect wordt verwacht van de openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Ook kan regulering worden nagestreefd met deze heffing door deze bijvoorbeeld te beperken tot - of een hoger tarief te hanteren in - bepaalde wijken, teneinde wildgroei van openbare aankondigingen tegen te gaan. Verder kan de reclamebelasting zich beperken tot een deel van de gemeente, mits daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. In overleg met de desbetreffende ondernemersverenigingen heeft uw raad op 30 januari 2018 drie reclamebelastingen ingevoerd, namelijk voor Winkelgebied Kerkbuurt, Winkelgebied Burgemeester Winklerplein en Woonboulevard Sliedrecht. Deze reclamebelastingen zijn 1 februari 2018 ingegaan.

Het doel is om met een ondernemersfonds het ondernemers- en verblijfsklimaat en daarmee de duurzame economische vitaliteit van de gebieden te versterken. De opbrengst van deze belasting wordt gestort in ondernemersfondsen voor deze gebieden. Afspraken hierover zijn vastgelegd in overeenkomsten tussen de verenigingen en de gemeente. De belasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak zijnde niet-woningen in het desbetreffende gebied. Als de onroerende zaak leeg staat en er wordt een reclame-uiting gevoerd dan zal de aanslag worden opgelegd aan de eigenaar. De jaartarieven zijn als volgt: Winkelgebied Kerkbuurt: € 360 per onroerende zaak zijnde niet-woning; Winkelgebied Burgemeester Winkelplein: € 350 per onroerende zaak zijnde niet-woning;

Jaarstukken 2021

Pagina | 62

Voor Woonboulevard Sliedrecht is het aanslagbedrag afhankelijk van de WOZ-waarde van de onroerende zaak, namelijk:

Lijkbezorgingsrechten

WOZ-waarde in € t/m 200.000 200.001 t/m 500.000 500.001 t/m 1.500.000 meer dan 1.500.000

Tarief € 1.000 € 1.500 € 2.000 € 3.000

Ook heffen we rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Ook hiervoor is het uitgangspunt dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht. De overige tarieven worden verhoogd met 1,7%, zoals vastgesteld in de kadernota.

Havengelden

Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken, alsmede voor het gebruik van alle binnen deze gemeente gelegen openbare wateren wordt door de gemeente havengeld geheven. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt.

4.1.6 Kwijtscheldingen Als een belastingplichtige wegens financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de 100%norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Wel vindt een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen is geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen. Gemeenten mogen wel zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Er kan kwijtschelding worden aangevraagd voor: -

Onroerendezaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond)

De volgende tabel geeft weer hoeveel kwijtschelding voor 2021 is geraamd en verleend. Kwijtschelding

Raming

Werkelijk

Verschil

Afvalstoffenheffing

147

149

2

Rioolheffing

46

52

6

Hondenbelasting

5

4

-1

198

205

7

Totaal

Jaarstukken 2021

Pagina | 63

4.1.7 Kostendekkendheid Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In onderstaande tabel is de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2021 inzichtelijk gemaakt. De kostendekkendheid wordt overeenkomstig de regelgeving bepaald per verordening. Bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid % Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Inkomsten taakveld(en) excl. Heffingen -/Netto kosten taakvelden Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten (a) Opbrengst heffingen (b) Dekking (b/a*100)

AfvalstoffenHeffing

Riool heffing

Haven Lijkbegelden zorging

Bouw leges

Leges burgerzaken

Reinigings rechten

2.759

2.413

53

443

420

279

872

576

7

34

14

-

36

-

2.183

2.406

19

429

420

243

872

955

263

32

524

308

199

-

223

488

-

-

-

-

-

3.360

3.157

51

953

728

442

872

2.793 (1)

3.060 (1)

47 (2)

736

720

329

284

83%

97%

93%

77%

99%(3)

74%

33%

(1) Dit is inclusief de kwijtschelding (2) Dit is exclusief opbrengst pleziervaart van €19.000. De kosten hebben alleen betrekking op de beroepshavens. Voor pleziervaartuigen worden nagenoeg geen directe kosten gemaakt. (3) De overdekking van bouwleges is het gevolg van realisatie van incidentele bouwleges en de incidentele extra inzet hiervoor in 2021. Over de kostendekkendheid wordt opgemerkt dat er voor gekozen is; 1. overhead toe te rekenen op basis van personeelslasten; 2. één systematiek van toerekening van overhead; 3. toegroeien naar 100% kostendekkendheid; 4. de kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing.

Jaarstukken 2021

Pagina | 64

4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding Het weerstandsvermogen is bedoeld om financiële tegenvallers te kunnen opvangen die zich onverwacht voordoen. De benodigde hoogte van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de omvang van de risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen, zoals het vormen van voorzieningen, of het afsluiten van verzekeringen. Het weerstandsvermogen is mede van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. De raad heeft in september 2020 de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders opgenomen die richting geven aan de uitvoering van het gemeentelijk risicomanagement in Sliedrecht. De paragraaf is opgebouwd uit een viertal onderdelen: het risicoprofiel, de weerstandscapaciteit en de daaruit volgende weerstandsratio. Het laatste onderdeel betreft de financiële kengetallen.

4.2.2 Risicoprofiel gemeente Sliedrecht Het risicoprofiel wordt bottom-up opgebouwd. Alle risico's met een inschatte impact van meer dan € 10.000 worden hierbij meegenomen. Per risico wordt vervolgens bepaald of het een incidenteel, of een structureel risico betreft. Een structureel risico wordt voor 2,5 jaar opgenomen in het risicoprofiel. Er is daarmee 2,5 jaar 'tijd beschikbaar' om voor een dergelijk risico een structurele oplossing te vinden. Dit is nodig omdat de weerstandscapaciteit niet structureel kan worden aangesproken. Per risico wordt vervolgens bepaald hoe groot de kans van optreden is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vier klassen: I II III IV

'Onwaarschijnlijk' 'Mogelijk' 'Aanzienlijk' 'Waarschijnlijk'

12,5% 37,5% 62,5% 87,5%

Dit levert vervolgens per risico een bedrag op. Met behulp van acht risicogebieden zijn deze in onderstaande tabel weergegeven: Bedragen x € 1.000

Nr . Risicogebied 1 Organisatierisico's 2 Algemene uitkering 3 Verbonden partijen 4 Garantstellingen 5 Dividend en renterisico 6 Projectrisico's 7 Overige risico's TOTAAL ONGEWOGEN RISICO

Aantal Risico's B2021* JR2020 5 77 42 1 1.310 1.310 6 1.449 2.046 1 538 538 1 183 183 9 2.756 2.788 10 202 458 33 6.515 7.364

B2022 JR2021 99 211 3.281 3.281 2.384 2.393 230 209 47 47 2.701 2.611 163 294 8.906 9.046

* Het totaal van de ongewogen risico's is een moment opname. Het gevolg hiervan is dat wanneer je de B2021 vergelijkt met de JR2021 je niet de meest recente informatie gebruikt. Na de B2021 is de berekening op nog twee peilmomenten uitgevoerd, namelijk bij de JR2020 en de B2022. Vandaar dat deze ook worden weergegeven.

BENODIGDE WEERSTANDSCAPACITEIT (80% van het ongewogen risico)

7.237

Het laatste risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht is vastgelegd in de Begroting 2022. Het totale risico bedroeg op dat moment € 8,9 miljoen. Het totaal van de risico's is daarmee € 0,1 miljoen verzwaard. De vier grootste risico's lichten we nader toe (dit zijn dezelfde vier risico's als bij de Begroting 2022), hiermee is 87% van het totale risico mee gemoeid. 1. Algemene uitkering, € 3.281.000 (risicogebied Algemene uitkering) Op en 17 februari 2022 is een CIB verschenen over de ontwikkelingen ten aanzien van de herijking van het gemeentefonds. Jaarstukken 2021

Pagina | 65

Deze ontwikkelingen hebben niet geleid tot het aanpassen van het opgenomen risico. Het opgenomen risico is gebaseerd op een korting van € 60 per inwoner met een 'waarschijnlijke kans' van 87,5%. 2. Projecten, € 2.611.000 (Projectrisico's) Het succesvol uitvoeren van projecten gaat naast het realiseren van je inhoudelijke doelstellingen over het kunnen beheersen van je risico's. Het uitvoeren van projecten gaat inherent gepaard met risico's. Deze risico's bestaan bijvoorbeeld uit: - Risico's die verband houden met de aard van het plan, bijvoorbeeld omdat er technisch complexe onderdelen inzitten waarbij zich onvoorziene kosten kunnen voordoen; - Risico's die verband houden met het tijdstip van realisatie van het plan, hierdoor kunnen zich nieuwe omstandigheden voordoen waarop geanticipeerd moet worden; - Risico's die verband houden met gehanteerde parameters, bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden. 3. Begroting GR Sociaal, € 1.145.000 (Verbonden partijen) Het risico met betrekking tot de GR Sociaal betreft de gehanteerde bandbreedte van de kosten De begroting van de SDD is gebaseerd op de onderkant van deze bandbreedte. Het verschil met de bovenkant van deze bandbreedte is opgenomen als risico (voor het aandeel van Sliedrecht). 4.

Verbonden partijen, € 822.000 (verbonden partijen) Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een Gemeenschappelijke Regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de eigenaren, de gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2022 naar verwachting € 35,1 miljoen. In het risico houden we rekening met een overschrijding van 2,5% van deze bijdrage.

4.2.3 Bepaling van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit het saldo van de algemene reserve, de niet beklemde bestemmingsreserves en de opgenomen post voor onvoorzien. Daarnaast wordt voor de weerstandscapaciteit (20% van de niet benutte belastingcapaciteit) en 20% van de stille reserves meegeteld. Dit resulteert in de volgende beschikbare weerstandscapaciteit:

Onderdeel 1 Algemene reserve (incl. rekening resultaat) 2 Reserve Weerstandsvermogen 3 Overige niet beklemde reserves 4 Onvoorzien 5 20% van de stille reserve 6 20% van de onbenutte belastingcapaciteit Totaal

BG2021* 3.516 0 659 61 1.394 476 6.106

JR2021 3.153 4.751 859 0 1.689 604 11.056

* De kolom BG2021 is één-op-één overgenomen uit het boekwerk Begroting 2021. De feitelijke stand van de reserves op 1 januari 2021 wijkt af van de bij de begroting verwachte stand per 1 januari 2021 en is terug te vinden onder de toelichting op de balans in deze jaarrekening.

1. Algemene reserve De stand algemene reserve bevat de stand van de algemene reserve op 31 december 2021 plus het gedeelte van het resultaat waarvan wordt voorgesteld het toe te voegen aan de algemene reserve. 2. Reserve Weerstandsvermogen De gewenste omvang van de reserve weerstandsvermogen bedraagt 75% van de gewogen risico's minus hoogte van de som van de niet-beklemde reserves en de post onvoorzien. Dit resulteert in gewenste stand van € 4,5 miljoen. De stand in de jaarrekening is € 4,7 miljoen. 3. Overige niet beklemde reserves De reserves Frictiebudget reorganisatie, Klimaatmiddelen, Kleinschalige herontwikkeling, Sociaal domein en Herplantfonds vormen samen de overige niet beklemde reserves. Voor een totaaloverzicht van de reserves verwijzen we naar paragraaf 5.8 in deze jaarrekening.

Jaarstukken 2021

Pagina | 66

4. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt in de jaarrekening nihil. Het gemoeide bedrag is onderdeel geworden van het resultaat 2021. 5. 20% van de stille reserves Doordat bezittingen tegen historische kostprijs moeten worden opgenomen op de balans (voorschrift BBV) ontstaan er zogenaamde 'stille reserves'. We onderkennen een tweetal stille reserves: het vastgoed bezit en het aandelen bezit.

Stille reserve vastgoed

De panden die de gemeente in bezit heeft zijn op te delen in een tweetal categorieën. De eerste categorie betreft panden (denk aan kantoren) in een zogenaamde redelijke markt. Dit wil zeggen een markt waarin sprake is van 'normale' vraag en aanbod. Daarnaast zijn er de panden die zich bevinden in een beperkte markt (denk aan zwembaden, sportcomplexen). Dit zijn panden die niet eenvoudig te verhandelen zijn. De stille reserve vastgoed wordt bepaald door de WOZ-waarde (voor panden in een beperkte markt 70% van de WOZ-waarde) te verminderen met de boekwaarde. De totale stille reserve vastgoed bedraagt € 6,1 miljoen, waarvan € 1,2 miljoen is meegenomen in de weerstandscapaciteit (20%).

Stille reserve aandelen

De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen en Stedin. In 2021 is het belang in Stedin met € 1,1 miljoen toegenomen. Hierdoor blijft het investeringsprogramma voor Stedin betaalbaar, zie raadsbesluit 25 mei 2021. De aandelen BNG hebben volgens het jaarverslag 2020 een waarde van € 78 per aandeel. Uitgaande van deze waarde bestaat een stille reserve van € 2,4 miljoen, waarvan € 0,5 miljoen is opgenomen in de weerstandscapaciteit. De overige aandelen hebben naar verwachting geen hogere waarde dan de verkrijgingsprijs. 6. 20% van de onbenutte belastingcapaciteit De wijze waarop het gemoeide bedrag van de onbenutte belastingcapaciteit moet worden bepaald is beschreven in de regelgeving omtrent een eventuele artikel 12 status van een gemeente. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de OZB opbrengst eerst worden verhoogd tot 120% van het landelijk gemiddelde. Het bepalen van de onbenutte belastingcapaciteit betreft een complexe berekening welke voor Sliedrecht resulteert in een bedrag van € 3,0 miljoen. Dit resulteert in een bijdrage aan de weerstandscapaciteit van € 0,6 miljoen.

4.2.4 Bepaling van het weerstandsvermogen Om te bepalen hoe de verhouding is tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit gebruik je de weerstandsratio. De weerstandsratio bereken je door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is voldoende wanneer de beschikbare weerstandscapaciteit groter dan, of gelijk is aan de benodigde weerstandscapaciteit. Als streefwaarde voor het weerstandsvermogen streeft Sliedrecht een ratio van minimaal 1,0 na. Daarmee is voldoende dekking aanwezig voor het risicoprofiel en wordt niet onnodig beslag gelegd op middelen die ten behoeve van beleidsdoelstellingen kunnen worden ingezet. De berekening van de ratio van het weerstandsvermogen ziet er als volgt uit:

Jaarstukken 2021

Pagina | 67

Onderdeel 1 Totaal ongewogen risico's (zie paragraaf 4.2.2) 2 Afslag 20% 3 Benodigde weerstandcapaciteit (1-2)

BR2021 6.515 -1.303 5.212

JR2021 9.046 -1.809 7.237

4 Beschikbare weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.2.3)

6.106

11.056

5 Ratio weerstandsvermogen (4/3)

1,17

1,53

De ontwikkeling van de weerstandsratio is weergegeven in onderstaande grafiek inclusief een doorkijk naar de verwachte ontwikkeling op basis van de Begroting 2022.

4.2.5 Financiële kengetallen In de P&C documenten moet een gemeente verplicht ingaan op de financiële kengetallen. Deze kengetallen geven een beeld van de financiële situatie waarin een gemeente zich bevindt. Het betreft de volgende kengetallen: netto schuldquote, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, strcuturele exploitatie ruimte en de gemeentelijke belastingcapaciteit. Netto schuldquote De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt gezien als voldoende. Een lagere netto schuldquote dan 90% wordt gezien als goed. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op de langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Een percentage van 20% tot 50% wordt als voldoende gezien. Jaarstukken 2021

Pagina | 68

Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het geeft een indicatie of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd, geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als goed. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit maakt inzichtelijk welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het genereren van hogere baten. Dit kengetal geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde worden afgezet tegen het landelijke gemiddelde. Is het kengetal lager dan 100% dan zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil tussen het kengetal en 100% geeft de ruimte aan om de belastingen te verhogen tot het gemiddelde. In de volgende tabel zijn deze normeringen schematisch weergegeven: Kengetal

Categorie A Categorie B Categorie C

1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden

< 90%

90-130%

> 130%

< 90%

90-130%

> 130%

2. Solvabiliteitsratio

> 50%

20-50%

< 20%

3. Grondexploitatie

< 20%

20-35%

> 35%

4. Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

5. Belastingcapaciteit

< 95%

95-105%

> 105%

Bij de Jaarrekening 2021 horen de volgende financiële kengetallen:

Financiële kengetallen 2021 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Netto schuldquote

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Rekening 2020

Jaarstukken 2021

Solvabiliteitsratio

Begroting 2021

Grondexploitatie

Rekening 2021

Pagina | 69

Sliedrecht Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2020 19% 17%

49%

3% 1,24% 87%

Begroting 2021 37% 34% 49% 5% 1,00% 87%

Rekening 2021 28% 26% 49% 3% 2,80% 92%

Beschouwing financiële kengetallen Eén kengetal in een enkel jaar geeft op zich nog niet veel informatie. De kengetallen moeten in samenhang worden gezien en naast de stand is vooral het verloop relevant. Met uitzondering van de solvabiliteitsratio (deze zit 1% onder categorie A en daarmee in categorie B) zitten alle kengetallen in categorie A, wat betekent dat er sprake is van een laag risico. Netto schuldquote Ten opzichte van de Rekening 2020 is deze ratio wat verslechterd. Dat is niet het gevolg van een toename van schuld, maar het gevolg van het gegeven dat de schuld wordt uitgedrukt in een percentage van de totale baten. Deze zijn in 2021 aanzienlijk lager dan in 2020. Solvabiliteitsratio Het eigen vermogen is in 2021 licht toegenomen net als het balanstotaal. Per saldo geeft de solvabiliteitsratio daardoor een heel stabiel beeld. Grondexploitatie De reeds in grondexploitatie opgenomen kosten bedragen een heel klein deel van de totale baten. Belastingscapaciteit De woonlasten voor een gemiddeld gezin (met een eigen woning) bedroegen in Sliedrecht in 2021 € 743. In Nederland was het gemiddelde in 2021 € 811. Op de lijst van gemeenten staat Sliedrecht hiermee op plaats 64, hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

Jaarstukken 2021

Pagina | 70

4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente beheert de openbare ruimte waarin een groot aantal activiteiten plaatsvindt, zoals wonen, werken en recreëren. Voor deze activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Dit onderdeel van de jaarrekening geeft aan voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen, inclusief de financiële consequenties hiervan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau is van invloed op de lasten. Het beleid op de kapitaalgoederen wordt vastgesteld met beleidsnota’s. Deze nota’s bieden de mogelijkheid om algemene beleidslijnen vast te stellen voor inhoudelijke kaders (de visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) en procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening). Het beleid van de gemeente voor het onderhoud van kapitaalgoederen is o.a. opgenomen in: • • • • • • • • • •

het beheerplan Vastgoed 2021-2024 (vastgesteld in 2021); het onderhoudsbeleid Vastgoed 2021-2030 (vastgesteld in 2021); het Vastgoedbeleid 2021-2028 (vastgesteld in 2021); het gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (vastgesteld in 2018); het Beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 (vastgesteld in 2014) en het Onderhoudsplan Wegen 2021 tm 2025 (vastgesteld in 2021); de notitie Uitgangspunten onderhoud openbare verlichting 2015 -2025 (vastgesteld in 2014); het Beheerplan onderhoud bruggen 2022-2026 (vastgesteld in 2021); het Beheerplan onderhoud binnenhaven 2022-2026 (vastgesteld in 2021); het Groenbeleidsplan 2021-2025 (vastgesteld in 2021); het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte Sliedrecht (vastgesteld in 2016).

Op basis van beheerplannen ramen we jaarlijks budgetten voor het onderhoud dat in het begrotingsjaar moet worden uitgevoerd. Uitgangspunt is dat voldoende wordt gereserveerd (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat investeringsbesluiten genomen worden voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud. Hierna gaan we nader in op de beleidsvelden.

4.3.2 Openbaar groen en speelvoorzieningen In september 2021 is het Groenbeleidsplan 2021-2025 door de raad vastgesteld. Het besteedt onder andere aandacht aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, exoten en plaagdieren. De gemeente Sliedrecht vindt het van belang dat de gemeente voldoende groen heeft en behoudt. Om te bewaken dat er voldoende bomen blijven, houden we bij hoeveel kapvergunningen verleend worden en hoeveel bomen worden aangeplant. Ook hebben we aandacht voor de biodiversiteit en werken we in een aantal stappen toe naar 10% meer bomen in Sliedrecht, conform de opgave uit het coalitieakkoord. Voor de groenprojecten volgen we Integrale meerjaren operationele planning. In 2021 zijn de volgende gebieden aangepakt/voorbereid: • • • • • • • • •

Revitalisering Vogelbuurt (samen met de aanleg van het warmtenet), uitvoering t/m 2023; Rivierenbuurt Zuid, uitvoering t/m 2022; Elzenhof West, uitvoering t/m 2022; Staatliedenbuurt (in aansluiting op de nieuwbouw), uitvoering t/m 2022; Jacob Catsstraat Zuid, uitvoering t/m 2022; Uitbreiding begraafplaats, uitvoering 2021-2022; Stationspark 2; Waterberging en natuurlijke inrichting Reinenweer, uitgevoerd in 2021; Aanleg tiny forest Deltalaan, uitgevoerd in 2021; Jaarstukken 2021

Pagina | 71

• • • • •

Craijensteijn (herinrichting en aanleg warmtenet), uitvoering 2021-2022; Deltalaan (aanleg warmtenet), uitvoering 2022; Stormrand, uitvoering 2022; Ziekenhuislocatie, uitvoering 2021-2022; Buitenruimte gebouw Elektra (Stationsweg 4), uitvoering in 2022.

Vanuit de CUP gelden is in 2021 een extra bedrag beschikbaar voor het 'vergroenen' van een aantal doorgaande wegen. Hiervoor zijn opgeknapt: • de noordelijk zijbermen langs de Thorbeckelaan, ter hoogte van de Vogelenzang, met vasteplanten; • de middenbermen langs de Deltalaan, tussen de Rijnstraat en de Maaslaan, met bloembollen. Speelvoorzieningen Op 10 mei 2016 heeft de gemeenteraad het besluit genomen in vijf jaar tijd de speelplekken in Sliedrecht op te knappen en om te vormen tot uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplekken. Elke buurt heeft meerdere speelplekken met uitdagende speeltoestellen en is de focus komen te liggen op ontmoeting tussen jong en oud in de buurt. Er is ruim een miljoen Euro geïnvesteerd in de looptijd van het project. In 2022 is het project afgerond met de uitvoering van de speelplekken in de Staatsliedenbuurt. Daarmee zijn alle buurten voor de komende tien tot vijftien jaar weer voorzien van uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplekken. In 2021 hebben we het reguliere onderhoud uitgevoerd aan de overige speelplaatsen. Verder is er uitvoering gegeven aan de motie ‘Wipkip’, die de raad op 29 september 2020 heeft aangenomen. In overleg met inwoners is het aantal speeltoestellen voor jonge kinderen uitgebreid.

4.3.3 Riolering In 2021 is een deel van de riolering geïnspecteerd, waaronder de Rivierenbuurt-noord en delen van het centrum (omgeving Winklerplein). Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd om de toestand van het riool in beeld te brengen. Op basis van de geconstateerde toestand van de riolering wordt in de komende jaren de scope van de eventuele rioleringswerkzaamheden bepaald. Naast het reguliere beheer en onderhoud van de riolering, is in 2021 gewerkt aan de voorbereiding en/of uitvoering van diverse projecten, zoals de rioolvervaning in de Vogelbuurt, de Rivierenbuurt-zuid en de Elzenhof.

4.3.4 Waterbeheer Het stedelijk waterbeheer is een gezamenlijke verantwoordelijk van de gemeente Sliedrecht en het Waterschap Rivierenland. Waterschap Rivierland is sinds 2015 voor een groot deel van de watergangen eigenaar; de zogenoemde A-watergangen. Dit betreft circa 75% van het totale stedelijke water in de gemeente Sliedrecht. Van het overige water is de gemeente Sliedrecht overwegend eigenaar en over het algemeen onderhoudsplichtig. De gemeente Sliedrecht voert het onderhoud van de eigen watergangen en de watergangen in eigendom van het Waterschap Rivierenland uit. Voor het onderhoud van de watergangen van het waterschap ontvangt de gemeente jaarlijks een vergoeding. Dit is ook het geval voor het kroosruimen in het watersysteem. De gemeente Sliedrecht heeft de verplichting om waterberging te realiseren. Deze waterberging is nodig om bij extreme neerslag het huidige stedelijk watersysteem te ontlasten. De werkzaamheden voor het realiseren van deze waterberging aan de Kweldamweg in polder Sliedrecht zijn in 2021 uitgevoerd. In 2022 worden de laatste werkzaamheden afgerond. Jaarstukken 2021

Pagina | 72

4.3.5 Wegen Eind 2014 is het Beleidsplan Onderhoud Wegen 2015-2025 vastgesteld. Hiervan zijn de belangrijkste uitgangspunten: • • •

het voorkomen van kapitaalsvernietiging; het voorkomen van te grote hoogteverschillen met betrekking tot toegankelijkheidseisen; het voorkomen van schadebeelden waarbij het risico van schadeclaims van toepassing is.

Hiernaast heeft de gemeenteraad in 2021 het Onderhoudsplan Wegen 2021 t/m 2025 vastgesteld met daarin opgenomen het onderhoudsniveau, de kosten en de planning. In 2019 is het contract voor klein onderhoud elementenverharding verlengd met 2 jaar. Voor asfalt is in 2020 een meerjarig onderhoudscontract afgesloten. Hiermee was het reguliere onderhoud van wegen in 2021 geregeld. Vanuit het Integrale MeerJaren Operationele Programma (IMJOP) hebben in 2021 de volgende projectmatige activiteiten plaatsgevonden ten aanzien van groot onderhoud en vernieuwing wegen: • voorbereiding en uitvoering P.C. Hooftlaan, in aansluiting op de ontwikkeling op de Rivierdijk-west (locatie Lanser); • uitvoering en afronding van Molendijk-west/Baanhoek-oost, in het verlengde van Molendijkoost/Kerkbuurt-west volgens de Dijkvisie; • gefaseerde uitvoering Vogelbuurt: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet; • voorbereiding van Jacob Catsstraat-zuid en omgeving: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met groen en ontwikkeling Groen van Prinstererlocatie; • uitvoering fietspad Stationsweg-noord: vernieuwen en verbeteren fiets- en voetpad in combinatie met vervanging brug naar het Stationsplein; • uitvoering Rivierenbuurt-zuid: vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen; • voorbereiding Elzenhof-west:

vernieuwen en herinrichten van wegen in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden en groen; • Voorbereiden Overlaat-Stormrand en omgeving: nieuwe aanleg met hergebruik bestaande materialen in combinatie met verkeerswensen en groen. Ten opzichte van de begroting 2021 zijn de volgende activiteiten uitgesteld: • uitvoering Parallelweg langs Nijverwaard: groot asfaltonderhoud in combinatie met verkeersmaatregelen. Dit project is uitgesteld, omdat hierover nog geen raadsbesluit is voorgelegd. Dit besluit is afhankelijk van het onderzoek naar de verplaatsing van het fietspad naar de Leeghwaterstraat; • gefaseerde uitvoering Professorenbuurt: grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet. Dit project sluit aan op Vogelbuurt-zuid en is uitgesteld, onder andere vanwege onderzoek van het warmtenet. Groot (vervangings-) onderhoud aan wegen is projectmatig aangepakt en afgestemd op grote projecten in de openbare ruimte. Bewonersparticipatie is hierbij een vast onderdeel.

4.3.6 Bruggen In 2021 zijn de bruggen binnen Sliedrecht geïnspecteerd en op basis daarvan is het onderhoudsprogramma geactualiseerd. Eind 2021 is het beheer- en onderhoudplan voor het groot onderhoud van de bruggen 2022-2026 vastgesteld.

4.3.7 Openbare verlichting De gemeente Sliedrecht heeft het beheer en onderhoud van de openbare verlichting ondergebracht bij Stadsbeheer Dordrecht (SBD). Jaarstukken 2021

Pagina | 73

In 2014 zijn de uitgangspunten voor openbare verlichting vastgesteld. De toepassing van energiezuinige ledverlichting is hierbij een van de speerpunten. In 2021 is bijna de gehele Werenbuurt voorzien van ledverlichting. Daarmee is inmiddels 48% van de verlichtingsarmaturen in led uitgevoerd. Het aantal lampstoringen van de openbare verlichting in 2021 bedroeg 234 en is met 119 (een derde) afgenomen ten opzichte van 2020. Het 'verledden' van de openbare verlichting lijkt zich daarmee, naast energiebesparing, ook uit te betalen in minder storingen, omdat ledverlichting minder storingsgevoelig is dan een conventionele verlichting. Ook draagt hieraan bij dat er minder kabelstoringen waren van Stedin (71 in 2021 ten opzichte van 81 in 2020). Het aantal Fixi-meldingen voor openbare verlichting was in 2021, net als in 2020, ongeveer twee keer zo hoog als het aantal storingen. Dit komt omdat meldingen vaak dubbel worden gedaan. Met Fixi is het melden van storingen gemakkelijker geworden voor onze inwoners. Hiermee helpen zij ons om eerder te signaleren en daarmee ook de storingen sneller op te lossen. Jaarlijks worden de afspraken met team Openbare Verlichting geactualiseerd, waarbij de vervangingsplannen van de openbare verlichting integraal worden afgestemd op de uitvoering van projecten in de openbare ruimte, zo ook in 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/267/documents/4586