CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen besluitvormende vergadering 18 april 2023.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 30 mei 2023, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen notulen 18 april 202317.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTULEN OPENBARE BESLUITVORMENDE VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN SLIEDRECHT, GEHOUDEN OP DINSDAG 8 APRIL 2023 Voorzitter: de heer J.M. de Vries Griffier: de heer R.P.A. van Aalst Verslag: mevrouw E. Verveer, bureau Getikt! (af audio) Aanwezige raadsleden:

(20) C. Ippel; A.W. de Mul-Donker; F.A. Mulder; J.H. Oostrom; A.E. Schild-de Jong; B.G. van Urk; J.P. Verweij; T.W. Pauw; M.T. Stam-Smeets; M. Verheul; G.J. Visser-Schlieker; B. van der Plas; A. Dubbeldamvan Beest; F.J. Dunsbergen; P.S. Kraaijeveld-le Pair; V.E. Prins; J.T.H. van Rossum; S. van Wijngaarden; B. Brandwijk; M.J.H. Jongeneel;

Afwezig:

C. Verheul; wethouder T.A. Spek

Namens het college:

J.M. de Vries, R. Bijderwieden, J.C. Paas

1. OPENING EN LOTING SPREKERSVOLGORDE De voorzitter Ik open deze besluitvormende vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Sliedrecht en heet u allen hartelijk welkom. Vanzelfsprekend onze leden van de raad, de burgerraadsleden, maar ook de aankomende burgerraadsleden, de heren Laurens Koppelaar en Christiaan Verheij. Fijn dat u er allebei bent. Maar dat niet alleen: ook nog familie. Welkom, ook zeer hartelijk welkom op deze bijzondere avond. Want u hoopt straks geïnstalleerd te worden tot burgerraadslid van deze gemeenteraad. Ook alle andere belangstellenden hartelijk welkom, onze medewerkers hartelijk welkom en in ieder geval ook iedereen die meekijkt. Alleen meekijken is mogelijk, maar al onze stukken zijn ook te lezen op raad.sliedrecht.nl., ook de stukken die eventueel worden toegevoegd aan de agenda. Wij hebben een relatief overzichtelijke agenda. We gaan die proberen op een ordentelijke manier door te lopen en ik wil u vragen om plaats te nemen en uw mobiel op stil te zetten, vanzelfsprekend. Het lotnummer is getrokken inmiddels en meneer Jongeneel, het is nummer 14 geworden. Ik kan u zeggen dat de voorzitter objectief het lot heeft getrokken en u treft het. Meneer Verheul vertrouwt het niet, maar het is toch echt - het lot heeft het bepaald. Ik ga over tot agendapunt 2. 2.

SPREEKRECHT BURGERS OVER GEAGENDEERDE ONDERWERPEN De voorzitter Dat is het spreekrecht voor de burgers over geagendeerde onderwerpen en er zijn geen burgers die zich daarvoor hebben aangemeld, dus we gaan snel over naar agendapunt 3. 3. VASTSTELLEN AGENDA De voorzitter Dat is het vaststellen van de agenda. Kunnen we de agenda zo vaststellen? Mevrouw Visser-Schlieker, gaat uw gang, namens de fractie van PRO Sliedrecht. Mevrouw Visser Voorzitter, wij willen aan het eind van de beraadslagingen een motie vreemd indienen. De voorzitter Kunt u iets duiden over het onderwerp? Mevrouw Visser Ja hoor: vieren en herdenken. De voorzitter Vieren en herdenken. Ik stel voor het voorstel van mevrouw Visser te volgen en dat toe te voegen aan de agenda. Dat betekent dat dat agendapunt 9 wordt en de sluiting dan nummer 10. Nee, andersom. Dan wordt het 10 en 11 wordt dan de sluiting. Nog een voorstel, de heer Verheul, bij de agenda? 1

De heer Verheul Voorzitter, wij hebben eerder vanmiddag doorgegeven dat één van onze raadsleden, als het goed is, afwezig is en normaal doet u het bij het punt hiervoor, dus het leek me even goed te melden. De voorzitter Had ik moeten melden. Dank u wel. Dat is mevrouw Verheul, zij heeft zich met kennisgeving afgemeld. Dat geldt ook voor wethouder Spek. Meneer Mulder, heeft u ook iets bij de agenda? De heer Mulder U zei dat punt 10 de motie vreemd werd en punt 11 de sluiting. Dat zou kunnen, maar dan mis ik een ander agendapunt. De voorzitter Ik ben ook dringend aan het zoeken, want ik moet u zeggen dat mijn geprinte versie uitgaat van 10 agendapunten en mijn digitale versie, die u ook heeft, van 9. Dus laten we gewoon afspreken dat we voor de sluiting de motie vreemd aan de orde hebben. Zullen we dat zo doen? Dan merken we wel welk nummer het is. De heer Mulder Een goed voorstel. De voorzitter Iemand anders nog bij het vaststellen van de agenda? Dat is niet het geval. Aldus vastgesteld. Dan gaan wij over naar agendapunt 4. 4. VASTSTELLEN NOTULEN 26 MAART 2023 De voorzitter Dat is het vaststellen van de notulen van 28 maart. Heeft één van de leden daar nog op- of aanmerkingen bij? Ze zijn niet gemeld aan de griffier. Zo niet, dan kunnen we instemmen met deze notulen. Aldus besloten. Dank u wel. Dan zijn we aangekomen bij agendapunt 5. 5.

MONDELINGE VRAGEN (ARTIKEL 38 RVO) De voorzitter Dat zijn de mondelinge vragen, zoals aangekondigd, van mevrouw Visser. Voor dit agendapunt geef ik graag het woord over aan onze plaatsvervangend voorzitter, de heer Pauw omdat ik zelf als portefeuillehouder mogelijk het woord daarover moet voeren. De vergadering is voor enige momenten geschorst. De heer Pauw vervangt burgemeester De Vries als voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter Dan is de vergadering weer heropend en komen we bij agendapunt nummer 5, waar mevrouw Visser van PRO Sliedrecht mondelinge vragen gaat stellen aan het college over de subsidie aan het Comité 4 en 5 mei Sliedrecht. Mevrouw Visser, gaat uw gang. Mevrouw Visser Dank u wel, voorzitter. Een korte toelichting is dat onze fractie begin maart een brandbrief heeft gekregen van - niet alleen onze fractie, maar volgens mij alle raadsleden of in ieder geval alle raadsfracties een brandbrief hebben gekregen van de Stichting 4 en 5 mei. Op 21 maart heeft onze fractie daar gebruik van gemaakt door de beschikking op te vragen waarop de subsidie van het Comité 4 en 5 mei is verstrekt. Op 30 maart hebben we een kopie van deze beschikking ontvangen en daar hebben we een viertal vragen over.

Waarom beschikt u eenmalig een aanvullende subsidie van €6.500,in plaats van de gevraagde €8.500,-? Bent u met ons van mening - en ons is de fractie van PRO Sliedrecht - dat in ieder geval het organiseren van een Dodenherdenking een wettelijke taak is en het vieren van een Bevrijding inderdaad aansluit op de sociale visie van Sliedrecht 2020? Wanneer kan de gemeenteraad kennis nemen van de te herijken subsidieregels? Want ook daarvan is sprake in de brief. En de laatste, en die is voor onze fractie misschien wel het meest prangend: is het college werkelijk van mening dat een stichting die zichzelf belast of in ieder geval inzet voor het herdenken van oorlogsslachtoffers, op zoek moet naar sponsoren? Dat waren de vragen van PRO Sliedrecht, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter Dank u wel, mevrouw Visser. Dan geef ik het woord aan burgemeester De Vries voor de beantwoording. Gaat uw gang. 2

Burgemeester De Vries Hartelijk dank, voorzitter. Ook hartelijk dank aan mevrouw Visser voor de vragen. Met uw welnemen, voorzitter, begin ik met vraag 2 waar mevrouw Visser vraagt: bent u met ons van mening dat in ieder geval het organiseren van een Dodenherdenking een wettelijke taak is en het vieren van een bevrijding inderdaad aansluit op de sociale visie van onze gemeente Sliedrecht? Voorzitter, ik kan u zeggen dat het voor het college en ook voor mij als burgemeester, vanzelfsprekend, zeker voor dit bijzondere doel - ook al zou de wet dit vragen; de wet vraagt dat niet, maar ook al zou de wet dit niet vragen - voor ons is dit in alle gevallen een belangrijke taak. Zelfs zonder dat de wetgever het vraagt vinden wij het belangrijk dat wij de Dodenherdenking op 4 mei in onze gemeente een plek geven en een plek blijven geven. Dat geldt, voorzitter, overigens niet alleen voor de Dodenherdenking op 4 mei, maar evenzeer voor het Bevrijdingsfeest op 5 mei. Wij zijn daar in Nederland een uitzondering in. Heel veel gemeenten, helaas, zeg ik u, zijn helaas niet gewoon om ook op 5 mei uitgebreid de bevrijding te vieren met elkaar. Dat doen wij gelukkig in Sliedrecht al jarenlang en wat betreft het college zal dat ook nog jarenlang het geval kunnen en moeten blijven.

Wij hopen eigenlijk dat 5 mei - dat is meer mijn persoonlijke mening, maar ik hoop dat het college mij daarin steunt - dat 5 mei ooit een nationale feestdag wordt, zodat alle inwoners van Sliedrecht dat voluit met ons kunnen vieren. En dat maakt ook, voorzitter en dan kom ik bij vraag 1, dat wij vanzelfsprekend eerder, en mevrouw Visser wees daar al over, met de Stichting Comité 4 en 5 mei Sliedrecht in gesprek zijn gegaan. Na het sturen van de brandbrief aan uw raad, maar ook het signaal wat ze aan ons college hebben afgegeven, dat ze met het bedrag wat ze zij al jarenlang ontvingen niet uit zouden kunnen komen en dat ze een beroep deden op u en daarmee ook op ons om een aanvullende subsidieregeling. Want wij vinden het belangrijk dat nu, maar ook later de herdenking op 4 mei en de viering op 5 mei door moeten kunnen gaan in Sliedrecht. Daarover hebben we een goed gesprek gehad met de stichting. Dat heeft ertoe geleid dat wij naast de subsidie van € 9.400,-, die al jarenlang aan deze stichting wordt verstrekt, hebben besloten om daar bovenop een extra bedrag van € 6.500,- te verstrekken. Dat is ruim twee derde extra bovenop de reguliere subsidie, die tot en met 2019 jaarlijks aan de stichting werd verstrekt.

Voor uw helderheid, voorzitter: in een lustrumjaar zijn wij gewoon overigens om deze stichting nog extra subsidie te verlenen zodat zij grotere activiteiten kunnen organiseren en we hebben daar allemaal vorig jaar van genoten. Dat was een uitgesteld lustrumjaar. Daarmee zijn wij in belangrijke mate de stichting tegemoet gekomen. Dat kon ook, omdat de stichting daarnaast gelukkig nog over andere gelden kon beschikken. Gelden die door de stichting De Kaai aan vele stichtingen en verenigingen in Sliedrecht ter beschikking zijn gesteld zodat zij op die manier, zo hebben zij dat ook met ons gedeeld, tot een goede inrichting, invulling van de activiteiten zouden kunnen komen. Voorzitter, dat is ook gebleken, want inmiddels heb ik begrepen, ook van de stichting, dat er een programma ligt. Inmiddels zijn ook onze inwoners uitgenodigd om bijvoorbeeld deel te nemen aan de vaartocht en is het mogelijk gebleken om een goed programma te organiseren. Een waardige herdenking en een mooie viering op 5 mei en dat is mooi om te merken. Dat daar natuurlijk aanpassingen in nodig zijn geweest, dat is begrijpelijk. Dat geldt voor veel verenigingen en stichtingen; niet alleen de stichting Comité 4 en 5 mei in Sliedrecht heeft te maken met stijgende kosten.

Dat geldt voor heel veel verenigingen, sportverenigingen, kunst- en cultuurverenigingen en andere stichtingen, die allemaal te maken hebben met hogere energielasten, inflatie, noem maar op. Zij allen worden geconfronteerd met dat feit en hebben dus ook de tering naar de nering te zetten. In die zin ook kritisch te kijken naar hun uitgaven. Dat heeft ook de stichting 4 en 5 mei gedaan en toch zijn ze in staat gebleken om een programma neer te zetten wat leidt tot een passende herdenking en een mooie viering. De stichting heeft vervolgens niet meer daarna bij ons aangeklopt en ook niet een aanvullend verzoek gedaan of aangegeven: meneer de burgemeester, het spijt ons, ondanks onze eerdere afspraak lukt het ons niet om tot een passend programma te komen. Voorzitter, daarmee kom ik bij de derde vraag en die vraagt naar de herijking van de subsidieregels. Begrijpelijk dat mevrouw Visser daar naar vraagt, want het is eigenlijk in het licht van wat ik net zeg: goed dat we die herijken. Het college heeft dat al eerder toegezegd. Wethouder Paas is als eerste portefeuillehouder daar verantwoordelijk voor en eind dit jaar, in het vierde kwartaal, dat staat ook in uw planning, zal het college met een voorstel daartoe komen. Dan zullen vast ook aspecten die ik net noemde rondom inflatie en dergelijke aan de orde komen. Dat durf ik wel te 3

zeggen, met een schuin oog kijkend naar de portefeuillehouder, omdat het natuurlijk een breed vraagstuk is wat hier ligt. Dat neemt niet weg en dat vind ik eigenlijk in dit geval, voor deze specifieke zaak, meneer de voorzitter, nog extra belangrijk, dat wij en dat hebben we al in de schriftelijke antwoorden, de heer Jongeneel heeft eerder schriftelijke vragen gesteld en ook aan hem gemeld, dat wij na 5 mei snel met de stichting om de tafel gaan zitten om al te spreken over de situatie voor 2024 en verder. Omdat we ook hebben gemerkt dat je zo’n gesprek over een subsidie voor een lopend jaar eigenlijk al in het jaar daarvoor moet hebben en dus wij eigenlijk al voor de zomer, voor het moment dat de nieuwe subsidieaanvraag moet worden ingediend door deze stichting en alle andere verenigingen, hierover helderheid willen hebben zodat in die zin voor de stichting en voor de gemeente vroegtijdig helder moet zijn waar ze aan toe zijn en dat we goede afspraken hebben gemaakt voor 2024 en verder. Voorzitter en dan tenslotte de laatste vraag. Laat ik helder zijn. Een herdenking op 4 mei mag niet afhankelijk zijn van sponsormiddelen. Daar ben ik het met mevrouw Visser helemaal eens. Dus op het moment dat om welke reden dan ook de herdenking op 4 mei in gevaar zou komen of alleen maar met externe middelen bekostigd zou kunnen worden, ja, dan zou u mij zeker aan uw kant hebben.

Dat vinden wij niet passend. Een herdenking op 4 mei moet volledig uit de middelen die wij als gemeente ter beschikking stellen, bekostigd kunnen worden. Waar het gaat om de viering op 5 mei ligt dat wat ons betreft genuanceerder. Dat geldt evenzeer voor de viering op Koningsdag. Ook de Oranjevereniging weet op allerlei andere manieren middelen te verzamelen die het mogelijk maken om grote festiviteiten te organiseren. Wat ons betreft kan het ook prima voor 5 mei gelden. De middelen van de stichting De Kaai zijn overigens daar ook een voorbeeld van. Het kan ook met sponsoring. In den lande, want u bent ook bekend met de 5 mei festivals, die worden voor een belangrijk deel gesponsord en wij denken, ook als college, dat er op zich helemaal niets mis mee is, maar het mag u helder zijn en mevrouw Visser had een terechte zorg, tenminste die klonk uit de vraag: dat zal niet gelden voor de herdenking op 4 mei. Die moet uit publieke middelen bekostigd kunnen worden. Voorzitter, daarmee heb ik alle vragen beantwoord. Tenminste, dat hoop ik. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter Dank u wel. Is er nog een aanvullende vraag van mevrouw Visser? Mevrouw Visser Voorzitter, ik heb geprobeerd goed te luisteren naar een lang verhaal. Daar hadden wat ons betreft ook korte antwoorden op gekund. A.

zijn het niet de zorgen van mevrouw Visser, maar het zijn de zorgen van de fractie van PRO Sliedrecht; ik heb namens de fractie die vragen gesteld. Mijn fractie betreurt het enorm dat de voorzitter als antwoord geeft, omdat toevallig een stichting er is in Sliedrecht, De Kaai, die verenigingen en stichtingen van tijd tot tijd iets extra gunt, dat dat nu vertaald wordt naar de functie: dan kan een subsidie wel een onsje minder. Dat is het eerste wat ik er over kwijt wil en ik hoef daar ook geen reactie op. De plaatsvervangend voorzitter Ik was op zoek naar de vraag. Mevrouw Visser Het tweede is, heb ik en mijn fractie het goed begrepen dat het college een onderscheid maakt tussen herdenken en vieren? De plaatsvervangend voorzitter Meneer De Vries. Mevrouw Visser Daar is alleen maar een ja- of nee antwoord op, denk ik, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter De heer De Vries gaat over zijn eigen beantwoording. Gaat uw gang. Burgemeester De Vries Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij vinden en dan herhaal ik kort wat ik in de eerste termijn al zei: herdenken en vieren zijn voor het college en ook voor de raad, ga ik vanuit, maar ook voor onze Sliedrechtse samenleving evenzeer allebei belangrijk. Maar voor het herdenken vinden wij het niet gewenst dat het daarvoor nodig is om van sponsorbedragen afhankelijk te zijn.

Voor vieren vinden we dat een hele reële optie, net zoals dat in het hele land gebeurt. En waar het gaat om - misschien mag ik toch 4

wel even het beeld even recht zetten, voorzitter, want we hebben niet iets op de subsidie in mindering gebracht. Jarenlang heeft de stichting met € 9.400,- de activiteiten kunnen organiseren. We hebben daar een substantiële extra bijdrage aan kunnen toevoegen, daarbij rekening houdend met het feit dat er ook een extra bijdrage via de stichting De Kaai binnen is gekomen en voor de stichting was het daarmee mogelijk en is het daarmee mogelijk een passende herdenking en een mooie viering te organiseren. We hebben van de stichting nog niet begrepen dat dat niet gelukt is. Ik heb zelfs het programma al mogen zien. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter Dank u wel. Zijn er nog meer mensen met een vraag? Ik zie de heer Dunsbergen, gaat uw gang. De heer Dunsbergen Dank u wel. Ik heb geprobeerd goed te luisteren naar de antwoorden van de portefeuillehouder, maar als het gaat om vraag 1, over dat verschil tussen die € 6.500,- en die € 8.500,-. Ik heb het ook even aan mijn fractiegenoot gevraagd, maar ik kon er even geen goed antwoord op geven wat nou maakt dat € 6.500,- is gegeven in plaats van € 8.500,-. Misschien dat de portefeuillehouder dat nog even kan toelichten. De plaatsvervangend voorzitter Meneer De Vries.

Burgemeester De Vries Voorzitter, misschien allereerst is het goed om op te merken dat het niet automatisch zo is, welke stichting of vereniging ons ook extra subsidie vraagt, dat dat automatisch gehonoreerd wordt. Wij vragen daar als gemeente een onderbouwing bij en wij vragen ook, en dat is heel logisch - ik zei u al, alle verenigingen en stichtingen worden met stijgende onkosten geconfronteerd - om dan allereerst zelf kritisch naar de uitgaven te kijken. Dus dat is in het gesprek duidelijk gemaakt. Daar heeft de stichting aangegeven dat te willen doen en daarnaast heeft de stichting aangegeven: we hebben ook een extra bedrag ontvangen van de stichting De Kaai en dat maakt het ons, alles bij elkaar, mogelijk om toch een passende herdenking en viering te organiseren. De plaatsvervangend voorzitter De heer Dunsbergen. Burgemeester De Vries Uiteindelijk, voorzitter, is het ook aan de stichting die dat organiseert om aan te geven om daar de keuzes in te maken. Niet aan het college, niet aan onze ambtenaren, maar aan de stichting zelf om daar de keuzes in te maken en dat is gelukkig gelukt. De plaatsvervangend voorzitter De heer Dunsbergen wilde nog een vraag stellen? Dat niet. De heer Van Wijngaarden zie ik en dan de heer Verheul. De heer Van Wijngaarden Voorzitter, ik hoor de burgemeester zeggen: het is gelukt.

Maar als het zo gelukt is, waarom worden we dan geconfronteerd met de vraag vanuit het comité voor meer geld? De plaatsvervangend voorzitter Meneer De Vries. Burgemeester De Vries Voorzitter, ik weet niet of u daar als raad - nou, blijkbaar bent u daarover benaderd. Ik ben daar zelf, wij als gemeente zijn daar niet voor benaderd. Dat zou ook de logische weg zijn. Mijn deur staat in dat opzicht altijd open en men weet ons heel goed te bereiken. We hebben veel contact en op het moment dat men zegt: het lukt toch niet, beste gemeente, dan kan men daar altijd over praten en dat is tot op heden niet gebeurd. Ik heb alleen begrepen dat er een programma ligt. Daar heeft men natuurlijk wel keuzes in moeten maken, maar nog steeds is het mogelijk gebleken om een passend programma te organiseren en daar ben ik blij mee. De plaatsvervangend voorzitter De heer Verheul en daarna de heer Dunsbergen.

5

De heer Verheul Voorzitter, ik denk dat in de beleving van het bestuur en de stichting de deur van de burgemeester toch iets moeilijker te vinden is dan het beeld wat hij net zelf schetst. Dat is even de opmerking die ik wil maken. Voorzitter, ik hoor de burgemeester een aantal keer zeggen het woord passend. En ja, er is nu een passend programma gemaakt, maar wel met dien verstande dat een aantal activiteiten die voor kinderen bedoeld waren geschrapt zijn uit het programma omdat ze simpel € 2.000,tekort komen. Dan is mijn vraag: is het nou echt zo dat het college uren, heel veel tijd spendeert, heel veel gesprekken voert voor een bedrag van € 2.000,- waar alle kinderen, die daar op die dag zullen zijn, gebruik van zouden kunnen maken? Want ja, het is passend, maar wel met een uitgeklede versie. De plaatsvervangend voorzitter Meneer De Vries. Burgemeester De Vries Voorzitter, het is allereerst aan de stichting, zo is de rolverdeling al jarenlang in Sliedrecht, dat zij kiezen welke activiteiten zij willen en kunnen organiseren. Zij zijn niet bij mij of bij één van onze medewerkers teruggekomen met: beste burgemeester of beste medewerker, het blijkt alsnog toch niet mogelijk te zijn om dat passend te doen. Dus dan ga ik er vanuit, totdat men zich bij mij meldt, dat dat toch gelukt is. Tot op heden hebben we dat bericht niet gehad.

Dus ik begrijp dat er zorg leeft bij een aantal van u als leden van de raad of bij fracties, maar die zorg is ons nog niet als college geworden en dat zou eigenlijk wel de logische weg zijn. Dat is de logische weg waar het gaat om de subsidies en zeker waar het gaat om de relatie met Comité 4 en 5 mei, gezien het bijzondere karakter, maar ook het feit, dat wij met hen en met u groot belang hechten aan deze activiteiten. De plaatsvervangend voorzitter Dank u wel. De heer Dunsbergen wilde nog een vraag stellen. Gaat uw gang. De heer Dunsbergen Toch nog even als laatste vraag. Stel dat bijvoorbeeld het comité vanavond nog even een belletje heeft met de burgemeester van joh, die € 2.000,-… Dat het toch bij de gemeente bekend wordt. Zou dat dan ook maken dat dan opeens bijvoorbeeld het programma nog wordt aangepast en dat soort dingen en zou de gemeente daar dan ook toe bereid zijn? Het is ook nog maar 2 weken, dus ik zit me ook af te vragen, wat is dan voor de stichting… Ik ben een beetje in de war, maar dat is dan even de vraag: zou het dan eigenlijk nog zin hebben? De plaatsvervangend voorzitter We gaan kijken of de heer Vries dat een beetje op kan lossen. Burgemeester De Vries Voorzitter, dank u wel. Nou, ik kan veel oplossen, maar ik kan die vraag niet beantwoorden omdat het aan de stichting is die zelf de activiteiten organiseert en ook het programma rond heeft, begreep ik.

Maar mocht de stichting vandaag of morgen bij mij aankloppen en zeggen van ‘burgemeester, het gaat echt niet lukken’ of ‘ik heb toch nog extra geld nodig’, ja, dan kijken wij daar natuurlijk naar. Dan staan wij daar welwillend tegenover, maar dan hebben we gesprekken over de vraag waarom niet, enzovoort. Laat men aankloppen, als dat nodig is. Tot op heden is dat niet gebeurd na het gesprek wat we eerder hebben gehad; daarover bent u als raad geïnformeerd. De plaatsvervangend voorzitter Ik zie mevrouw Stam nog met een vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Stam Dank u wel, voorzitter. Even voor mijn beeldvorming. Dus als ik het goed begrijp, als een stichting bij het college komt of bij de burgemeester komt van: we hebben niet genoeg geld en de burgemeester zegt: we hebben een x-bedrag, maar meer kunnen we niet geven, dan is het dus mogelijk voor een stichting om nog een keer terug te komen om extra geld te vragen. Geldt dat voor elke stichting, of alleen voor deze stichting? En hoe vaak kan een stichting terugkomen om toch nog extra geld te vragen? De plaatsvervangend voorzitter De heer De Vries. 6

Burgemeester De Vries Voorzitter, dank u wel. In uw vraag ligt al besloten dat dat eigenlijk niet de standaardprocedure zou behoeven te zijn. Daarom ook dat wij na 5 mei met de stichting in overleg gaan over de situatie vanaf 2024 en tegelijkertijd naar een herijking van het subsidiebeleid willen gaan voor alle verenigingen en stichtingen en alle maatschappelijke activiteiten in Sliedrecht. Maar voor dit geval: dat gesprek is er geweest en we zijn op een goede manier tot overeenstemming gekomen. Vervolgens heb ik begrepen dat er een programma ligt en mocht de stichting uiteindelijk zeggen: we komen niet uit, of: het gaat toch niet lukken, ja, dan weet men ons te vinden. Ik wil niet vooruitlopen op welk beslissing dan ook, maar wij hebben tot op heden welwillend met de stichting het gesprek gevoerd en dat is mijn intentie nog steeds. Want met u allen hoop ik en verwacht ik, vind ik het belangrijk dat de activiteiten kunnen doorgaan, maar ik vind het ook een verantwoordelijkheid voor de stichting - welke stichting dan ook, maar ook deze stichting - om kritisch te kijken naar de uitgaven, net zoals alle andere stichtingen en verenigingen dat moeten doen nu ze geconfronteerd worden met een kostenstijging. De plaatsvervangend voorzitter Dank u wel. Dan is er nog een laatste vraag van de heer Brandwijk. Gaat uw gang. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter.

Ik hoorde een paar keer de burgemeester zeggen, even in mijn eigen woorden: maar via de gebruikelijke weg, de kanalen. Soms kan een signaal ineens een signaal zijn wat op een andere manier wel kenbaar gemaakt wordt. Er wordt hier denk ik toch wel door meerdere fracties gezegd: we missen een € 2.000,-. Dit college wijkt zelf ook heel graag af van procedures; waarom kan er hier dan ook geen uitzondering gemaakt worden? De plaatsvervangend voorzitter Dat is een vraag die volgens mij al gesteld is, maar we gaan even kijken of het antwoord ook hetzelfde is. De heer De Vries. Burgemeester De Vries Voorzitter, het verzoek hebben wij van de stichting niet ontvangen. De subsidieverlening is de verantwoordelijkheid van ons college van B&W in zijn algemeenheid en daar zijn hele procedures voor. En deze en andere stichtingen weten ons daar heel goed over te vinden en ook te beargumenteren waarom ze al dan niet extra middelen nodig zouden moeten hebben. Daar hebben we overigens eerder gesprekken over gehad en op basis daarvan is het programma gemaakt. Dat is wat ik nu weet. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter Dank u wel. Bedankt voor de beantwoording. Dank voor de vraagstelling van mevrouw Visser en de beantwoording van de heer De Vries. Dan gaan we zo weer even kort schorsen voor een voorzitterswissel en dan gaan we kijken wat de rest van de avond oplevert.

Ik schors de vergadering. Schorsing Burgemeester De Vries neemt zijn plaats als voorzitter weer in. 6. INGEKOMEN STUKKEN De voorzitter Wij zijn gekomen aan agendapunt 6; dat zijn de ingekomen stukken. Er ligt een voorstel voor de afdoening van de ingekomen stukken. Er zijn geen opmerkingen door één van uw leden gemaakt, dus ik stel voor conform te besluiten. Aldus besloten. Dank u wel. 7. BES – BENOEMEN EN INSTALLEREN BURGERRAADSLEDEN PRO SLIEDRECHT EN VVD De voorzitter Dan gaan we over tot de benoeming en het installeren van twee burgerraadsleden. Ik zei het u al. Een heuglijke gebeurtenis voor hen, maar ook voor ons als raad. Het is mooi dat we weer aangevuld worden; dat we weer meer op sterkte zijn. Er is veel werk te verrichten, maar dat dan twee fracties twee burgerraadsleden hebben gevonden en daarmee ook weer investeren in hun toekomst, mag ik misschien wel zeggen en tegelijkertijd ook versterking van de raad bewerkstelligen. Voor PRO Sliedrecht is dit Christiaan Verheij en voor de VVD de heer Laurens Koppelaar en beiden zijn in ons 7

midden aanwezig. De commissie voor de geloofsbrieven is nog niet geïnstalleerd, maar heeft haar werk al verricht. Ik vraag in ieder geval of u goedkeuring wilt geven aan het benoemen van deze commissie. Dat zijn de leden Brandwijk, Dunsbergen en Van der Plas. Kunt u met dat voorstel instemmen? Aldus besloten. Dank u wel. Dan nodig ik graag de voorzitter van de commissie en dat is de heer Brandwijk, uit om het rapport van de commissie voor de geloofsbrieven uit te brengen. Gaat uw gang. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. De commissie uit de raad van de Gemeente Sliedrecht, in wier handen werden gesteld de geloofsbrieven en verder bij wet gevorderde stukken, ingezonden door C.G.C., Christiaan Verheij en L., Laurens Koppelaar, rapporteert de raad van de gemeente Sliedrecht dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat de kandidaat burgerraadsleden aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoen. De commissie adviseert de genoemde kandidaten te benoemen tot burgerraadslid van de raad van de gemeente Sliedrecht. De voorzitter Hartelijk dank. Blijft u nog even staan, meneer Brandwijk. Zijn er vragen aan de voorzitter van de commissie voor de geloofsbrieven? Dat is niet het geval. Dan dank ik u hartelijk en de overige leden van de commissie voor uw werkzaamheden en stel ik de raad voor de commissie nu ook te ontbinden.

Aldus besloten. Dank u wel. Dan gaan wij nu verder met de benoeming van de voorgedragen kandidaat burgerraadsleden. Ik stel voor de kandidaat burgerraadsleden Christiaan Verheij en Laurens Koppelaar bij acclamatie te benoemen. [Applaus] De voorzitter Hartelijk dank. Dan wil ik nu graag vragen of beide burgerraadsleden Verheij en Koppelaar naar voren willen komen en hiervoor plaats willen nemen. Ik wil u allen vragen om te gaan staan. We beginnen met de belofte voor burgerraadslid Verheij en vervolgens legt burgerraadslid Koppelaar de eed af. Meneer Verheij, ik lees de belofte voor. ‘Ik verklaar dat ik om tot burgerraadslid van de raad van Sliedrecht benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als burgerraadslid van de raad van Sliedrecht naar eer en geweten zal vervullen.’ De heer Verheij Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter Dank u wel. Meneer Koppelaar. Ik lees de eed voor.

‘Ik zweer dat ik om tot burgerraadslid van de raad van Sliedrecht benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als burgerraadslid van de raad van Sliedrecht naar eer en geweten zal vervullen.’ De heer Koppelaar Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! De voorzitter Dank u wel. Meneer Verheij en meneer Koppelaar, Christiaan en Laurens, van harte gefeliciteerd. Hartelijk welkom in onze raad als burgerraadsleden van deze raad. Ik wens u daarin heel veel succes en dat gaan we onderstrepen, deze felicitaties, met een bos bloemen. [Applaus] 8

De voorzitter Ik heb ook nog een boekje: een handboek voor raadsleden. Je hebt al, denk ik, heel veel raadsleden op afstand gevolgd, of heel veel raadsvergaderingen op afstand gevolgd. Je bent inmiddels al aardig bekend met ons werk, maar hier kun je nog veel meer kennis uit opdoen. En een belangrijk naambordje, zodat je ook op die manier gekend wordt. Maar wij hebben jou in de afgelopen tijd al leren kennen. We wensen je een hele goede start in onze raad. Nogmaals, dank je wel en heel veel succes. (…) Laurens, ook voor jou. Allereerst de prachtige bloemen en ook het boekje met het naambordje. Van harte gefeliciteerd. We zien uit naar de samenwerking met jou. [Applaus] De voorzitter Voel je thuis, maar afgelopen vrijdag dacht ik al te merken dat je je dat al snel voelt. Een hele goede tijd en veel succes als burgerraadslid in onze raad. Dank je wel. (…) Nu heb ik begrepen dat mogelijk ook de fractievoorzitters, meneer Van Wijngaarden en meneer Verheul misschien ook nog iets willen zeggen of iets willen overhandigen. Meneer Van Wijngaarden, u wilt zo te zien iets overhandigen. De heer Van Wijngaarden Voorzitter, ik wil inderdaad iets overhandigen. Traditiegetrouw spreken wij de heer Koppelaar tijdens de fractie toe met een goede borrel in de hand. Dank u wel. De voorzitter Daar wens ik u veel plezier bij.

De heer Verheul nodig ik graag uit om nog enkele woorden tot de heer Verheij en misschien ook wel een beetje naar meneer Koppelaar te richten. De heer Verheul Dank u wel voor het woord, voorzitter. Voorzitter, met de komst van de heer Verheij - ik ga hem gewoon Christiaan noemen vanaf nu - lijkt een soort van traditie te starten en dat is namelijk dat in mijn korte periode als fractievoorzitter de mensen die ik heb mogen verwelkomen in mijn fractie altijd jonger zijn geweest dan ik zelf ben. En ik hoop dat nog heel lang te mogen doen, want dat betekent namelijk dat PRO Sliedrecht blijkbaar aantrekkelijk is voor jongeren, ongeacht achtergrond, religie of wat dan ook. We zijn blijkbaar bereikbaar en vindbaar. Voorzitter, mij werd nog gevraagd om een kunstzinnige opmerking te maken over het overhemd van de heer Verheij, maar vervolgens moest ik wel eerst zelf even vragen wat het dan is en het bleek een Mondriaan te zijn. Dus, tot zover. Voorzitter, het mooie aan Christiaan is dat hij echt onder de jongeren is. Hij kent Sliedrecht, hij is heel erg actief in Sliedrecht en hij is bij ons gestart als fractieondersteuner. Dat is denk ik de mooiste manier van groeien, want je verplicht niet iemand. Nee, iemand groeit in interesse en die denkt van: hé, leuk, ik wil een stapje meer en het stapje meer is nu het burgerraadslid.

En ik kan u vertellen, beste collega’s, dat dit misschien niet eens het eindstation is van deze jongen. Want deze jongen houdt van debatteren. Ik hoop dat u er ook snel mee in aanraking mag komen. Voorzitter, ik ga het niet veel langer houden. Ik wil jullie alleen allemaal meegeven, het is nog een beetje geheim, maar ik mocht het zeggen, dat de heer Verweij ook uitgeroepen is tot best geklede docent van het Griendencollege. Ik vind het een prestatie. Dank u wel. [Applaus] De voorzitter Dank u wel, meneer Verheul. Nou, meneer Verheij, er is u veel toegedicht, maar met uw komst en met de komst van Laurens Koppelaar is de verjonging die al groot was in onze raad, nog verder doorgezet en dat is mooi. Niet alleen voor PRO Sliedrecht en de VVD, maar voor ons allemaal. Hartelijk welkom en veel succes en de heer Verheul heeft denk ik nog een cultuurcursus nodig als hij de Mondriaan niet ontdekte in het shirt van de heer Verheij. Wij gaan naar agendapunt 8, tenzij nog één van de andere leden hier het woord bij wil voeren, maar dat is niet het geval. 8. BES – FINANCIËLE VERORDENING 2023 26 minuten De voorzitter Gaan we naar agendapunt 8 en dat een debatstuk. Een debatstuk over de financiële verordening voor het jaar 2023. De agendacommissie heeft besloten, bij uitzondering doen we dat, om die zodanig te agenderen waarbij we oordeelsvormend en 9

besluitvormend tegelijkertijd laten plaatsvinden. Dat kan ook in dit geval, voor degenen die met ons meeluisteren of meekijken, omdat de Auditcommissie van Sliedrecht eerder op verzoek van de wethouder de financiële verordening heeft besproken. Daardoor kunnen we op één avond tot besluitvorming overgaan. Overigens, naar aanleiding van die bespreking in de Auditcommissie is het voorstel ook nog gewijzigd, maar dat heeft u allemaal kunnen zien. Er zijn geen technische vragen meer die open staan en dat betekent dat er alle ruimte is voor het debat over dit voorliggende voorstel. Ik wil in de eerste termijn het woord graag geven aan degenen die een amendement hebben ingediend en dat is raadslid Pauw van PRO Sliedrecht, samen met de heer Brandwijk van de fractie van Slydregt.NU. Dat heeft waarschijnlijk ieder van u al kunnen zien. Voor degenen die met ons meekijken: het is te vinden op raad.sliedrecht.nl. Om die reden geef ik nu allereerst graag het woord aan de heer Brandwijk, in dit geval. Of aan de heer Pauw, excuus, namens de fractie van PRO Sliedrecht. Gaat uw gang. De heer Pauw De jeugd heeft voorrang, hoor ik net, dus…. De voorzitter Als u zegt dat u daarom toch liever aan de heer Brandwijk het eerst het woord wil geven. De heer Pauw Nee hoor, voorzitter, want ik denk dat we zo klaar zijn. De voorzitter Gaat uw gang.

De heer Pauw De mensen thuis gaan we zeker niet vermoeien met een hele lange woordvoering over een financiële verordening en dat gaan we de collega’s in de raad ook niet aandoen. Daar hebben we namelijk een Auditcommissie voor, waar alles al in besproken is. De Auditcommissie doet heel veel, behalve politieke oordelen vellen; dat doen we hier in de besluitvormende raad. Het staat in de toelichting al aangegeven in het amendement Financiële verordening wat we aan willen geven: dat we in het besluit wat onder punt 3, de financiële verordening onder artikel 8 lid 5 staat, een verandering willen toepassen. Daar waar staat ‘tot € 50.000,-’, dat willen we aanpassen naar € 25.000,- en dat is eigenlijk de enige wijziging die we willen - hoewel we wel geschrokken zijn van de beantwoording van de overige vragen die we ontvangen hebben, maar dat komt op een later moment nog wel terug. Daar is de financiële verordening niet het goede moment voor, vinden wij. De voorzitter Dank u wel. Daarmee heeft u het amendement toegelicht. Daarmee is uw amendement ingediend en dat krijgt het stuknummer A8.1. Het is ingediend door de leden Pauw en Brandwijk en maakt onderdeel van de beraadslaging. Dat was uw termijn. Dan geef ik graag in deze eerste termijn nu het woord aan de andere indiener en dat is de heer Brandwijk namens de fractie van Slydregt.NU. Gaat uw gang.

De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. De financiële verordening van 2023. Sommige raadsleden zagen me al wat bedenkelijk kijken toen de voorzitter zei: we behandelen het oordeelsvormend en besluitvormend vanavond, maar dat waren ook precies de eerste drie zinnen van mijn woordvoering. We behandelen dit vanavond zowel oordeelsvormend als besluitvormend. Iets wat ook kan met dit onderwerp. Gelukkig leent het zich daarvoor. Maar de reden dat we dit doen, is omdat het college geen stukken had om een oordeelsvormende vergadering te vullen. Anders hadden we een oordeelsvormende vergadering moeten doen met alleen dit onderwerp. Bij Slydregt.NU vinden we dit om te huilen. Nu is de financiële verordening al besproken in de Auditcommissie, zoals ook de heer Pauw aangaf en zijn daar de zorgen al uitgesproken. Het raadsvoorstel is toen iets aangepast, maar is het duidelijker geworden of zijn de vragen beantwoord? Nee. Waar gaat het dan om? Ik zal er één verandering uitlichten. Daarvoor dienen we ook mede dit amendement in. Het college vraagt de gemeenteraad om het college te mandateren voor investeringskredieten van een omvang tot € 50.000,-. Waarom? Omdat er anders een moeilijk bestuurlijk proces omheen zou zitten, is de motivatie. Dat moeilijke proces is de gemeenteraad. Controle van de gemeenteraad is niet gewenst, want dat kan maanden duren, zoals er in staat.

Ja, als dit college geen voorstel indient en ze de vergadering kunnen schrappen, duurt het lang. Maar dat ligt 10

niet aan de raad, maar aan de snelheid van het college. Toch nog een aantal vragen voor de wethouder. Zou u mij dan toch een keer kunnen uitleggen waarom de verstrekking van een investeringskrediet van een omvang tot € 50.000,- nodig is? Hoe het gebruiken van dit krediet tot een minimum beperkt kan worden? Want geeft u dit krediet 10 keer uit, dan is er al € 500.000,- uitgegeven. Dus hoe wilt u dit tot een minimum beperken? En waar we dit als raad terug kunnen vinden als er investeringen gedaan worden, zodat wij deze investering ook kunnen controleren. En die is misschien wat technisch van aard, maar is denk ik wel belangrijk voor de discussie als het gaat om het controleren van deze uitgaven. Ik hoop toch dat de wethouder daar nog wat duidelijkheid over kan schetsen. De voorzitter Ik laat hem graag toe, de heer Brandwijk. De heer Brandwijk Dank u wel. De voorzitter Dat was uw inbreng? Hartelijk dank. Dan geef ik graag het woord in de eerste termijn aan de heer Dunsbergen namens de CDA-fractie. De heer Dunsbergen Voorzitter, dank u wel. Inderdaad, de financiële verordening. De heer Pauw noemde al dat we dat bij de Auditcommissie al uitvoerig besproken hebben. Daar is er ook een vrij technische verhandeling geweest daarover, dus ik wil me in deze woordvoering vooral beperken tot het amendement en me dan vooral richten op artikel 8 van de financiële verordening.

Want als ik het goed begrepen heb, tenminste, dat staat in dat artikel, is het zo dat we als raad besluiten over ons geld in de begroting. Dus eigenlijk alle investeringen die we doen, ongeacht de hoogte, daar besluiten we over in de begroting. Nu wil het natuurlijk nog wel eens voorkomen dat er dingen opeens oppoppen, dingen die we niet konden inschatten of niet konden voorzien en dat er toch nog geld nodig is. En wat we op dit moment hebben afgesproken, is dat in dat geval als het bedrag hoger is dan € 25.000,- dan moet de raad er over beslissen en als het lager is dan € 25.000,-, dan mag het college er over beslissen. Het voorstel wat voorligt is: we verhogen die grens naar € 50.000,-. We hebben toevallig net ook gezien dat inflatie in die zin niemand spaart. Stichtingen niet, maar ook de gemeente niet, dus ik kan me ook voorstellen dat we die grens wat omhoog trekken, ook uitgaande van het uitgangspunt dat alles wat met geld te maken heeft en alles wat we als gemeente uitgeven, dat we daar eigenlijk over beslissen in onze begroting. Dat het hier dus echt gaat om ad hoc bestedingen en dat die dus naar een grens gaat van € 50.000,-. Dat zijn even de overwegingen die wij hebben. Ik ben in die zin ook wel benieuwd naar een reflectie van de wethouder en natuurlijk ook van de andere fracties daarop. De voorzitter De heer Ippel heeft een vraag aan u. De heer Ippel, gaat uw gang.

De heer Ippel Dank u, voorzitter. Ik loop het risico dat ik wel een technische verhandeling ga krijgen, maar ik ga een poging doen. Ik hoor de heer Dunsbergen zeggen dat er nu al een investeringsruimte is tot € 25.000,- en dat dat opgetrokken wordt. Mijn indruk is tot op heden geweest dat er helemaal geen ruimte was voor extra investeringen; dat dat in principe altijd via de BOB-structuur gaat, dus een aanvraag en alleen als er overschrijdingen zijn binnen bepaalde programma’s, dat die pas tot vanaf € 25.000,gemeld worden. Maar dat is wel degelijk iets anders dan zo maar een investering van € 24.000,- er extra in fietsen. Is de heer Dunsbergen dat met mij eens, of hebben wij een verschil van inzicht? De voorzitter Dank u wel, meneer Ippel. De heer Dunsbergen. De heer Dunsbergen Voorzitter, dan ga ik als jurist in discussie met een accountant over cijfers. Dat is natuurlijk nooit een hele fijne uitgangspositie. Dan zou ik bijna op basis van kennis afgaan op wat de heer Ippel aangeeft. Ook omdat ik moet toegeven dat het gewoon heel technisch is. Het beeld wat ik heb, is dat we dus besluiten over ons geld in de begroting en dat als we dan opeens buiten de begroting geconfronteerd worden met een overschrijding, als ik dan de heer Ippel moet volgen, dat dat dan dus gaat over € 25.000,-, dat dan de raad dat moet beslissen. Dat is nu zo. We willen dat optrekken naar 11

€ 50.000,-. Ik kan daar wel inkomen, ook omdat ik het gevoel heb dat het echt om incidentele uitgaven gaat en ook om incidenten. Dus niet dat we opeens hele grote uitgaven gaan wegmoffelen, om het zo maar even te noemen. De voorzitter Dank u wel. De heer Ippel nog in tweede instantie? De heer Ippel Nee hoor. Ik zou bijna zeggen: fijn dat het CDA zo snel met me meedraait, maar ik zal die flauwe grap niet maken - maar toch heb ik het gezegd. De voorzitter Dat behoeft geen reactie van de heer Dunsbergen, maar de heer Brandwijk - u had hetzelfde punt? De heer Dunsbergen Die had dezelfde vraag, denk ik. Dan krijg ik dat ik met een bestuurskundige als jurist in debat ga. Dan ben ik wat zekerder. De voorzitter Dat was uw inbreng? Dank u wel, de heer Dunsbergen. Dan geven we graag het woord aan de heer Ippel namens de SGP-ChristenUnie-fractie. De heer Ippel Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt inderdaad de financiële verordening. Ik ga niet herhalen dat we het al zoveel keer besproken hebben, maar een punt van aandacht vind ik wel het volgende en daar heb ik eigenlijk een vraag over waar de wethouder misschien ook wel wat op toe zou kunnen lichten. Dat is wel degelijk een politieke kwestie. We gaan van de benaming eerste en tweede Turap af. Tot zover niets vreemds. Het wordt een Voorjaars- en een Winternota.

Hoe die heet vinden we niet zo spannend, maar het gaat ons natuurlijk om de inhoud van deze nota’s en nu staat er dat de voorjaarsnota vastgesteld wordt vlak voor het zomerreces. Ook dat is een bekend gegeven. Maar wat wij graag als fractie zouden willen - we hebben al jaren gepleit voor een vast tijdstip: doe het tot maart of tot april. Daar is duidelijk toelichting op gekomen dat dat wat fluïde is en dat daar een richting in bepaald wordt, maar omdat die voor het zomerreces vastgesteld wordt, zouden wij het als fractie ontzettend fijn vinden als er bij die cijfers over de eerste maanden met de afwijkingen ook een duiding zou zitten van de Meicirculaire. Ik snap dat dat niet in het stuk zelf kan, want het wordt al eerder aangeboden, dan zitten we met de maanden doorlooptijd, maar we zouden het op dat moment wel fijn vinden als er bijvoorbeeld een CIB met een duiding van de Meicirculaire op dat moment bij zou zijn. Dat zou een waardevolle aanvulling zijn. Ik begrijp dat we dat niet in de verordening gaan opnemen, dus we gaan dat ook niet amenderen, maar dat zou wellicht een goede toezegging kunnen zijn. De voorzitter Dat roept een vraag op van de heer Brandwijk. Gaat uw gang. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik wil niets voor de wethouder invullen, maar stel voor: de werkdruk is hoog. Dat is toch extra werk om erbij te doen.

Vindt de SGP-ChristenUnie dit belangrijk genoeg om het eventueel wel te amenderen? Want ik kan me best vinden in die toelichting erbij, maar ook als de wethouder zegt: ja, dat is wel extra werkdruk, toch te zeggen ‘maar dit is wel belangrijk genoeg om het toch te doen.’ Of wijkt u daar dan vanaf? Misschien is het te hypothetisch om er op in te gaan, maar dan ben ik benieuwd wat de wethouder zegt. De voorzitter De vraag is gesteld. De heer Ippel. De heer Ippel Op het moment dat je in april een overzicht maakt en dat gaat naar de agendacommissie, dan is die Meicirculaire nog niet bekend. Op het moment dat wij het vast gaan stellen in juni, op dat moment is die Meicirculaire met de gevolgen wel bekend. Dat die dan niet in het stuk zit, daarom ga ik het ook niet amenderen, maar het zou wel als duiding extra meegegeven kunnen worden. En datzelfde, dan trek ik gelijk het bruggetje naar de Najaarsnota, dat is natuurlijk een veegbesluit wat we dan nemen, maar op dat moment in november/december zou het ook wel fijn zijn als we al een stukje duiding over de Septembercirculaire zouden hebben, wat dat voor gevolgen heeft. Ik verwacht dat de portefeuillehouder daar nog wel op terugkomt. Voorzitter, dan had ik wat andere dingen over die investeringen, maar daar heb ik net al in de techniek met de heer 12

Dunsbergen over gesproken. Het amendement, daar hebben wij ook naar gekeken. Wij snappen dat deze keuze gemaakt wordt, omdat een rechtmatigheidsverklaring nu van het college zelf gevraagd moet worden. Die wordt in de financiële verordening ook ingebakken. Die rechtmatigheid getuigt er van dat je natuurlijk over al je uitgaven ook rechtmatig moet beslissen. Dan kun je zeggen: in het verleden was er, zoals meneer Dunsbergen dat aangaf, wellicht ruimte om een investering er tussen te fietsen en ergens in te zetten waar je nog wat over hebt. Dat vertrouwen denk ik dat we dat moeten geven, of dat wantrouwen heb je dat dat zo gebeurt. Nou, dat is een verschil van inzicht: hoe ga je met het college om? Maar die lijn dat wij alle investeringen nu achteraf te zien krijgen die daarin vermeld zijn en waarover we kunnen zeggen van, nou, daar hebben we al fiat voor gegeven op het moment dat je natuurlijk dat vooraf doet in de verordening om die ruimte te geven, maar als die lijst er dan komt, dan kunnen we wel vervolgens zien: welke dingen zijn er in gebeurd, en kunnen we in de toekomst wellicht onze keuzes maken om dat anders te doen. Dus voorzitter, wij vinden het voorstel van het college prima om dat tot € 50.000,- te doen. Ik weet ook dat er in andere gemeenten nog veel grotere bedragen zijn, maar - prima om te beginnen met € 50.000,-.

Een laatste punt is, voorzitter dat wij blij zijn dat er het afgelopen jaar ook een begin is gemaakt met het snoeien in alle kredieten en dat er door deze financiële verordening nu ook een besluit ligt dat kredieten die drie jaar lopen, waar nog geen begin is aangemaakt, automatisch terugvloeien, waardoor er dan een nieuw besluit genomen moet worden. Aan de hand daarvan hebben wij ook als fractie nog een soort van hartenkreet. De reserves, daarvan staat het één en ander opgenomen in artikel 11 en bij de Algemene Beschouwingen hebben we toen het punt ook al genoemd, dat we kunnen leven met de samengevoegde reserve van Koers 2030, maar dat er ook nog heel veel andere reserves in de jaarrekening staan waar wij onze vragen bij hebben van: zijn die wel allemaal volgens deze opsomming voldaan? De opsomming artikel 11 dat er een oorsprong moet zijn, dat er een doel moet zijn. Al die zaken, daar zouden we nog wel eens een keer over willen discussiëren en dat kan wellicht beter bij de jaarrekening 2022, waar we in juni over gaan spreken. Maar goed, dat is wellicht hetzelfde moment als de heer Pauw ook zijn dingen gaat doen. Dus dat wordt een interessant debat, zullen we maar zeggen. Misschien kan de portefeuillehouder aangeven wanneer we de verwachting hebben dat we ook over die reserves en de notitie die daarbij hoort, kunnen spreken.

Voorzitter, daar wilde ik het tot op heden bij laten. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer Ippel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van der Plas namens de PvdA-fractie. Gaat uw gang. De heer Van der Plas Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, voor ons ligt de financiële verordening 2023. Een nieuwe versie, omdat veranderde wet- en regelgeving, maar ook de nieuwe begrotingsopzet en inhoud daar om vragen. Daarnaast bevat de verordening een aantal nieuwe elementen waarvan er eentje, wat ons betreft, het meeste in het oog springt en dan hebben we het en het is al vaker genoemd vanavond, over artikel 8 lid 5 waarmee het college de bevoegdheid krijgt investeringen tot € 50.000,- te doen en die achteraf te verantwoorden. Dat dit artikel ook andere fracties bezighoudt moge blijken uit het amendement dat inmiddels door PRO Sliedrecht en Slydregt.NU is ingediend en waarin wordt voorgesteld dit bedrag te verlagen tot € 25.000,-. Voorzitter, allereerst wil ik opmerken dat de fractie van de PvdA dit een nuttig instrument vindt om het college in staat te stellen sneller en meer alert in te spelen op onverwachte situaties. Maar al te vaak wordt de gemeente verweten dat die alertheid ontbreekt, terwijl de reden daarvan vaak is dat je voor geld nu eenmaal eerst naar de gemeenteraad moet als je dat niet hebt begroot. Dat kost tijd.

Die bevoegdheid is voor ons nieuw en dus even wennen. Dan kun je je afvragen: wat is dan een redelijk bedrag waarvoor je dat mandaat verleent? Om daar een beeld van te krijgen hebben wij eens even gekeken hoe onze buurgemeenten dat hebben geregeld en daarbij hebben we het volgende geconstateerd. Gemeente Molenlanden: het college is bevoegd tot € 100.000,-. In Papendrecht € 100.000,-. Alblasserdam tot € 100.000,-, bedragen daarboven informatieplicht richting de raad en tot slot, Hardinxveld-Giessendam voor strategische aankopen € 750.000,- met een investeringsvoorstel aan de raad achteraf. Met deze wetenschap vinden wij het genoemde bedrag van € 50.000,- eigenlijk best wel bescheiden. De toelichting op het amendement straalt een zekere twijfel uit of het college hier wel goed mee om zal gaan 13

en of dat het voor de gemeenteraad allemaal wel controleerbaar blijft. Maar je kunt het natuurlijk ook omdraaien en eerst het vertrouwen geven tot € 50.000,- en als dat echt niet blijkt te werken, kan dat bedrag later, bijvoorbeeld bij het verantwoordingsmoment, alsnog worden bijgesteld. Onze fractie vertrouwt erop dat het college zorgvuldig en verstandig zal omgaan met deze bevoegdheid die ze door artikel 8 lid 5 krijgt. Wij zullen dan ook vóór het voorstel, maar tegen het amendement stemmen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter Dank u wel, meneer Van der Plas. Ik geef graag het woord aan de heer Van Rossum namens de VVD-fractie. De heer Van Rossum Dank u wel, voorzitter. Ik zal de intro even skippen. We hebben het besproken. Het meest relevante is die € 50.000,- en die € 50.000,- is wat de VVD betreft gewoon akkoord. Het is prima dat we het college hiermee het mandaat geven voor die uitgave. Maar in de Auditcommissie is een ander puntje wat ik in wil brengen. Daar merkte de heer Pauw terecht op, ik meen dat het de heer Pauw was, dat we hier maar slechts een deel van de overschrijdingen die genoemd werden in de najaarsnota mee zouden gedekt hebben; er bleef toch nog een deel over en daar zit ook nog iets anders bij. We zien namelijk dat de wereld vrij onrustig is de afgelopen jaren. Prijsstabiliteit lijkt iets uit het verleden.

Ik hoor net iets over een jurist en een accountant; ik ben historicus en dan kijk je ook wel eens terug. We zien dus nu in verschillende gemeenten wel een discussie ontstaan over: hoe gaan we nu om met overschrijdingen, met name bij grotere projecten en investeringen? En daar zie je dus ook dat nu de discussie ontstaat: moeten we behalve een bepaald vast bedrag ook kijken naar een bepaald percentage waarbij binnen grote projecten het college met mandaat door kan? Nou is dat niet iets waarvan ik zeg: dat moeten we hier gelijk gaan amenderen, maar het lijkt me wel een interessant punt om mee te nemen bij een volgende herziening. Dat was het, voorzitter. De voorzitter Dank u wel, meneer Van Rossum. Daarmee zijn we, als er geen vragen meer aan elkaar zijn, gekomen aan het einde van de eerste termijn van de raad. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken omdat ik een spoedeisende zaak heb. De vergadering is geschorst. Schorsing De voorzitter Ik wil u vragen om uw plaats weer in te nemen. Hartelijk dank voor uw geduld. De vergadering is heropend. Ja, dat kan gebeuren, dat je als burgemeester met je andere pet op nodig bent om even te handelen. Dat is gelukt. We zijn gekomen aan het einde van de eerste termijn van de raad en kunnen beginnen aan de eerste termijn van het college. Ik geef graag het woord aan de heer Paas, de portefeuillehouder. De heer Paas, gaat uw gang.

Wethouder Paas Dank u wel voor het woord, meneer de voorzitter. Allereerst dank aan de raad voor de inbreng. Uit het feit dat het alleen over artikel 8 gaat, over de investeringsruimte, merk ik op dat het een compliment is aan degene die keihard heeft gewerkt aan het opstellen van de financiële verordening om er zo’n mooi stuk van te maken. Het is een onderdeel in de herziening van het financiële stelsel wat we met elkaar hebben afgesproken, de continue verbetering en ik ben er blij mee. Tegelijkertijd zijn er vragen, eigenlijk van alle fracties, over: hoe zit het nou met artikel 8? De huidige stand van zaken is, meneer de voorzitter, dat we geen investeringsruimte hebben, anders dan en dat vond ik wel mooi dat de raad zeer scherp heeft - dat wij bij de begroting vaststellen welke budgetten, welke gelden er beschikbaar zijn en welke wij mogen uitgeven. Er is geen investeringsruimte. De voorzitter De heer Brandwijk heeft nog een vraag daarover, of ziet het mogelijk anders. De heer Brandwijk. De heer Brandwijk Er is inderdaad geen investeringsruimte, maar op de begroting staat wel ook heel vaak: we hebben ook gelden onder onvoorzien staan. De voorzitter Dat was uw vraag of opmerking? 14

De heer Brandwijk Dat is mijn opmerking, hoe dat zich dan daar tot verhoudt. Want het college heeft daaruit wel degelijk ruimte. De voorzitter Dank u wel. De heer Paas. Wethouder Paas Misschien heb ik me dan, meneer de voorzitter, iets onzorgvuldig geuit. Er is geen ruimte voor het college om investeringen te doen die niet in de begroting staan. Dat er op andere plekken ruimte is om naar bevind van zaken te handelen, dat klopt. Maar dit gaat over het doen van investeringen. We hebben ook met elkaar afgesproken, meneer de voorzitter, dat we iets pas een investering noemen of activeren als het hoger is dan € 10.000,-. Dat werd dus wel eens gebruikt; alles wat daar onder was hoefde je niet te activeren, niet te zien als een investering. Dus daarmee het bedrag van de € 10.000,-. Maar in de basis is er geen ruimte als in het investeringsoverzicht, het investeringsprogramma of het investeringsplan wat in de P&C-cyclus wordt genoemd, als het in de begroting niet staat, dan is die ruimte er niet. We beogen nu met name om ad hoc zaken, incidenten, om daar ruimte voor te creëren, om die te doen.

Betekent het dat wij als college u als raad niet meer informeren over investeringen? Want dat is ook de vraag die Slydregt.NU heeft gesteld, want: hoe beperkt u dat nou tot een minimum? Dan zeg ik: de investeringen gaan we natuurlijk via het investeringsprogramma doen, maar we zullen ook als college uiteraard rapporteren over de investeringen die wij onvoorzien hebben moeten doen, tot een grens van € 50.000,- en dat zult u zien in de (onverstaanbaar). De voorzitter Mevrouw Visser heeft een vraag hierover. Gaat uw gang. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser Voorzitter, één is geen één; twee of meer is wel iets. Dan zou het structuur kunnen zijn, of hoe je het noemen wilt. Als je zo’n artikel opneemt in een verordening heb je daar een reden voor en de vraag is eigenlijk: wat is nou de inschatting van deze portefeuillehouder hoe vaak hij een ad hoc investering van rond de € 50.000,nodig heeft in een jaar? De voorzitter Dank u wel. De heer Paas. Wethouder Paas Ik doe niet aan inschattingen en schattingen, meneer de voorzitter, maar ik kan wel terugkijken. Ik ben geen historicus, maar ik kan dat ook. In de tweede tussenrapportage ging het over, volgens mij, uit mijn hoofd, vier casussen, waarvan een paar net iets over de € 10.000,- en het maximale bedrag, uit mijn hoofd, meneer de voorzitter, via u, was volgens mij rond de € 30.000,-.

De voorzitter Dat leidt tot een vervolgvraag bij mevrouw Visser en de heer Pauw ondersteunt dat. Mevrouw Visser Zou de conclusie dan kunnen zijn, voorzitter, dat als er een begroting gepresenteerd zou worden met niet een post ‘onvoorzien’, maar een post ‘ad hoc investeringen tot € 100.000,-’ die daarna in de jaarrekening verantwoord wordt, heb je hetzelfde resultaat? De voorzitter Dank u wel. De wethouder. Wethouder Paas Nee, meneer de voorzitter, dan heb je niet hetzelfde resultaat. Als voorbeeld wat er genoemd is, dat er iets kapot kan gaan - ik meen me te herinneren dat de elektriciteitskast van de muziektent ergens stond; nou hebben we natuurlijk geen 10 of 20 muziektenten, maar het kan natuurlijk zijn dat er onverhoopt meerdere incidenten plaatsvinden die allemaal vragen, in ordegrootte van € 10.000,- of € 20.000,-, om actief en direct te handelen. Die ruimte is er nu niet en de formele weg zou bij dergelijke zaken zijn dat en dat is niet alleen het proces van de raad, want ik wil via u, meneer de voorzitter, wat de heer Brandwijk wel zegt, dat de raad soms akelig snel kan handelen en dat is ook fijn. Maar voordat we een voorstel hier besluitvormend in de raad kunnen presenteren wordt het voorbereid, wordt het behandeld in de organisatie, gaat het 15

college er over, gaat het naar de agendacommissie; al met al duurt dat bijzonder lang. Het antwoord op mevrouw Visser van PRO Sliedrecht… De voorzitter Dat roept vragen op. Allereerst bij de heer Brandwijk, die specifiek aangesproken werd en vervolgens de heer Pauw. De heer Brandwijk. De heer Brandwijk Dank u wel, meneer de voorzitter. Nu lijkt het mij sowieso een goed idee dat als er een investering gedaan wordt, dat er een goed plan op bedacht wordt. Dat ten eerste. Dat dan ook het college er nog over gaat lijkt me ook goed, dat het college dat ook nog behandelt. Maar het is dan toch ordentelijk om het ook via de agendacommissie en dan zou het in principe toch gewoon binnen drie weken, binnen een maand geregeld kunnen worden? Want u schetst iets alsof dit maanden zou duren en ik vind dat echt een oneerlijk beeld. De voorzitter Dat was uw opmerking? Dank u wel. De heer Paas, behoefte om daar op te reageren? Wethouder Paas Zeker, meneer de voorzitter. Ik vind het altijd vervelend om te zeggen van dat het een oneerlijk beeld is. Maar om de raad een beeld te geven: alle voorstellen die wij voor de zomer willen doen moeten voor 10 mei of voor begin mei klaar zijn, het college gepasseerd zijn, zodat ze voldoende op tijd, 22 mei, bij de Agendacommissie zijn. Alles wat na 22 mei gebeurt, dat zal niet eerder plaatsvinden in de besluitvorming dan in uw vergadering in het najaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/523/documents/6608