CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020.pdf

Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 22 juni 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 11: BES – Vaststellen jaarstukken 202029.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het doel is om met een ondernemersfonds het ondernemers- en verblijfsklimaat en daarmee de duurzame economische vitaliteit van de gebieden te versterken. De opbrengst van deze belasting wordt gestort in ondernemersfondsen voor deze gebieden. Afspraken hierover zijn vastgelegd in overeenkomsten tussen de verenigingen en de gemeente. De belasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak zijnde niet-woningen in het desbetreffende gebied. Als de onroerende zaak leeg staat en er wordt een reclame-uiting gevoerd dan zal de aanslag worden opgelegd aan de eigenaar. De jaartarieven zijn als volgt: Winkelgebied Kerkbuurt: € 360,- per onroerende zaak zijnde niet-woning; Winkelgebied Burgemeester Winkelplein: € 350 per onroerende zaak zijnde niet-woning; Voor Woonboulevard Sliedrecht is het aanslagbedrag afhankelijk van de WOZ-waarde van de onroerende zaak, namelijk: WOZ-waarde in € t/m 200.000 200.001 t/m 500.000 500.001 t/m 1.500.000 meer dan 1.500.000

Tarief € 1.000 € 1.500 € 2.000 € 3.000

Lijkbezorgingsrechten Ook heffen we rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Ook hiervoor is het uitgangspunt dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht. De overige tarieven worden verhoogd met 1,4%, zoals vastgesteld in de kadernota.

Havengelden

Jaarstukken 2020

Pagina | 67

Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken, alsmede voor het gebruik van alle binnen deze gemeente gelegen openbare wateren wordt door de gemeente havengeld geheven. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt.

4.1.6 Kwijtscheldingen Als een belastingplichtige wegens financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de 100%norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Wel vindt een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen is geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen. Gemeenten mogen wel zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Er kan kwijtschelding worden aangevraagd voor: -

Onroerende-zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond)

De volgende tabel geeft weer hoeveel kwijtschelding voor 2020 is geraamd en verleend.

Kwijtschelding

Raming Werkelijk Verschil

Afvalstoffenheffing

96

117

21

Rioolheffing

43

45

2

Hondenbelasting

3

4

1

142

166

24

Totaal

Jaarstukken 2020

Pagina | 68

4.1.7 Kostendekkendheid Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In onderstaande tabel is de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2020 inzichtelijk gemaakt. De kostendekkendheid wordt overeenkomstig de regelgeving bepaald per verordening.

Bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid % Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Inkomsten taakveld(en) excl. Heffingen -/-

Afvalstoffenheffing

Riool heffing

Haven gelden

2.641

5.730

604

3.365

Netto kosten taakvelden Overhead incl. (omslag)rente BTW

2.037

2.366

909

Totale kosten (a) Opbrengst heffingen (b) Dekking (b/a*100)

Lijkbezorging

37

Reiniging s rechten

Bouw leges

Leges burgerzaken

382

433

-

-

34

382

433

254

816

299

31

493

276

190

-

254

459

-

-

-

-

-

3.200

3.124

64

875

709

444

816

2.306 (1)

2.788 (1)

41 (2)

681

736

339

235

72%

89%

63%

78% 104%(3)

76%

29%

4

266 12

816 -

(1) Dit is inclusief de kwijtschelding (2) Dit is exclusief opbrengst pleziervaart van €19.000. De kosten hebben alleen betrekking op de beroepshavens. Voor pleziervaartuigen worden nagenoeg geen directe kosten gemaakt. (3) De overdekking van bouwleges is het gevolg van realisatie van incidentele bouwleges en de incidentele extra inzet hiervoor in 2020. Over de kostendekkendheid wordt opgemerkt dat er voor gekozen is; 1. overhead toe te rekenen op basis van personeelslasten; 2. één systematiek van toerekening van overhead; 3. Toegroeien naar 100% kostendekkendheid 4. de kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing.

Jaarstukken 2020

Pagina | 69

4.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen, zoals het vormen van voorzieningen of het afsluiten van verzekeringen. Het weerstandsvermogen is mede van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. De raad heeft in september 2020 de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders opgenomen die richting geven aan de uitvoering van het gemeentelijk risicomanagement in Sliedrecht. De paragraaf is opgebouwd uit een drietal blokken: het risicoprofiel Sliedrecht, de weerstandscapaciteit en als laatste de weerstandsratio.

4.2.1 Risicoprofiel gemeente Sliedrecht Bedragen X € 1.000

Risicogebied Organisatierisico's Onzekerheden algemene uitkering Verbonden partijen Garantstellingen Dividend en renterisico Projectrisico's, waardering vastgoed en grondexploitaties Overige risico's TOTAAL ONGEWOGEN RISICO

Zie A B C D E F G

TOTAAL BENODIGDE WEERSTANDSCAPACITEIT I 'Onwaarschijnlijk' II 'Mogelijk' III 'Aanzienlijk' IV 'Waarschijnlijk'

Structureel/ KansRisico Incidenteel klasse* bedrag 0 I 42 S II 1.310 S II/III/IV 2.046 I IV 538 I /S II / IV 183 I I/II/III/IV 2.788 I/S

II / III / IV

458 7.364

80%

5.891

12,5% 37,5% 62,5% 87,5%

Het laatste risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht is vastgelegd in de begroting 2021 die door de raad op 10 november 2020 is vastgesteld. Deze bedroeg € 6,5 mln. Het risicoprofiel in deze jaarrekening is ingeschat op afgerond € 7,4 mln. Ten opzichte van de begroting 2021 is de stijging van de € 0,5 mln. van het risicoprofiel vooral ingegeven door verhoging van het risicoprofiel voor de DG&J. Dit als het gevolg van de vertraging in de realisatie van haar taakstelling. Daarnaast is een kleine € 0,3 mln. toegevoegd aan het risicoprofiel als mogelijk gevolgen in de inbaarheid van huurinkomsten als gevolg van corona.

Jaarstukken 2020

Pagina | 70

Daarnaast heeft de uitbraak van COVID-19 (corona) eind februari 2020 een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen. Het coronavirus heeft financiële gevolgen. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren hierbij onze risico’s. Onze organisatie loopt echter geen risico voor de continuïteit. Om inzicht te verkrijgen in de mogelijke financiële effecten van het coronavirus op de begroting is een impact- analyse gemaakt op viertal assen. Deze assen bestaan uit een analyse op het financiële effect op onze bezittingen (waardering op onze balans), op onze inkomsten en op onze uitgaven (begrotingssaldo) en op onze garantstellingen (niet uit de balans blijkende verplichtingen). Op deze wijze ontstaat er een volledig beeld van de mogelijke risico's. Het daadwerkelijke financiële effect hiervan zal in 2021 verder onderzochten inzichtelijk worden gemaakt. Voor de financiële impactanalyse wordt volledigheidshalve verwezen naar de corona-bijlage.

4.2.2 Toelichting risicoprofiel gemeente Sliedrecht A. Organisatierisico’s (programma Bestuur, veiligheid en organisatie) Dit betreffen financiële risico's op het gebied van mobiliteit van personeel. B. Risico’s algemene uitkering (Ondersteunend programma Financiën en belastingen) Met ingang van het jaar 2023 ondergaat de verdeling van het gemeentefonds een forse wijziging. Er lopen hiervoor twee onderzoeken. Voor Sliedrecht betreft dit een groot risico als potentiele nadeelgemeente in deze herverdeling. De invloed die Sliedrecht hierop kan uitoefenen is minimaal. Het inzetten van PAUW (een systeem voor de berekening van de algemene uitkering), het op orde zijn van de basisregistraties, de lobby via de VNG en het tijdig signaleren van ontwikkelingen die kunnen leiden tot afwijkingen zijn de belangrijkste beheersmaatregelen. C. Risico’s bij verbonden partijen (Alle programma’s) Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een gemeenschappelijke regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de deelnemende gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2021 naar verwachting € 34,8 miljoen. Uitgaande van een maximaal 2,5% overschrijding van de begroting van de gemeenschappelijke regelingen is het maximale risico afgerond € 0,9 miljoen. De mate van beïnvloedbaarheid voor Sliedrecht is beperkt.

De beheersmaatregelen zijn gericht op het houden van toezicht op risicomanagement bij de verbonden partijen (tijdig beoordelen van financiële documenten, signaleren van afwijkingen en verwerken naar de raad). Daarnaast bestaat een specifiek risico's: - op oninbaarheid van een verstrekte lening van de GR Drechtwerk aan een partner - voor frictiekosten bij de GR VRZHZ. - op basis van de kosten sociaal domein bij de GRD en de DG&J - voor de extra gelden jeugdzorg na 2022. D. Risico’s garantstellingen (Alle programma’s) De gemeente Sliedrecht staat garant voor diverse instellingen. De gewaarborgde geldleningen bedragen naar ultimo 2020 € 133 mln. In dit bedrag zijn ook leningen meegenomen van woningcorporatie Stichting Tablis Wonen voor een bedrag van € 107 miljoen. De gemeente is hier niet de eerste garantsteller, maar achtervang voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De huidige beleidslijn is dat 2,5% van het bedrag waarvoor de gemeente eerste garantsteller is wordt aangemerkt als risico. Daarnaast worden de risico's in de garantstellingen individueel beoordeeld door de jaarlijkse toets van de jaarrekeningen van belangrijke garantstellingen, op aspecten als solvabiliteit en liquiditeit. Daarnaast maakt dit onderdeel uit van de verbijzonderde interne controle.

Jaarstukken 2020

Pagina | 71

E. Risico dividenden en rente (Algemene dekkingsmiddelen) De gemeente Sliedrecht bezit aandelen in het nutsbedrijf Stedin waarbij jaarlijks dividend wordt ontvangen. Het risico bestaat op balansdatum dat dit dividend in enig jaar niet wordt gerealiseerd of uitgekeerd vanwege stijgende tarieven door netbeheerder TenneT die door regelgeving twee jaar later doorbelast kunnen worden. F. Projectrisico's, waardering vastgoed en grondexploitaties (Alle programma's) Na het treffen van beheersmaatregelen blijft altijd een risico bestaan bij de waardering van vastgoed en projecten en grondexploitaties. Dat is inherent aan het karakter van deze posten. Deze risico’s kunnen bestaan uit: -

-

Risico’s die verband houden met de aard van het plan, bijvoorbeeld omdat er woningen zijn geprogrammeerd die niet goed in de markt liggen; Risico’s die verband houden met het tijdstip van realisatie van het plan: veel plannen schuiven door, in afwachting van betere tijden. Dit kan leiden tot hogere rentekosten en werken door in de waarde van het plan; Risico’s die verband houden met gehanteerde parameters, bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden; Overige risico’s, bijvoorbeeld wanneer sprake is van onzekere subsidies, bodemverontreiniging, planschades, claims e.d.

G. Overige risico's Alle risico's die niet te categoriseren zijn in een van de voornoemde risicogebieden worden hier opgenomen. Het gaat hier bijvoorbeeld om financiële risico's ten aanzien van het beheer van de openbare ruimte en afval of risico's voortvloeiend uit corona.

Jaarstukken 2020

Pagina | 72

4.2.3 Bepaling van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat conform onze nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in Sliedrecht uit het saldo van de algemene reserve, de niet beklemde bestemmingsreserves en de opgenomen post voor onvoorzien. Daarnaast wordt voor de weerstandscapaciteit in Sliedrecht 20% van de niet benutte belastingcapaciteit en 20% van de stille reserves gerekend. Reserves en onvoorzien: De reserves voor de weerstandscapaciteit en de post voor onvoorzien bestaat uit: bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit Algemene reserve Niet beklemde bestemmingsreserves Onvoorzien Stand 31 december 2020

2020 1.321 4.886 61 6.268

Voor een volledig overzicht van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 5.8 in deze jaarrekening. Stille reserve en onbenutte belastingcapaciteit

Stille reserve vastgoed Op vastgoed is een verschil te maken tussen vastgoed waarvoor een, wat de omvang betreft, redelijke markt is zoals voor woningen en kantoren, en vastgoed waarvoor een beperkte markt is zoals voor zwembaden en sportvoorzieningen. Voor de inschatting van de stille reserve vastgoed kan een vergelijking gemaakt worden van de WOZ-waarde en de boekwaarde. Hierbij is de WOZ-waarde voor het vastgoed waarvoor een beperkte markt is, uit voorzichtigheidsprincipe uitgegaan van een executiewaarde van 70% van de WOZ-waarde. Op basis van bovenstaande uitgangspunten bestaat een stille reserve vastgoed van afgerond € 4,7 mln. Deze stille reserve kan als volgt uitgesplitst worden: bedragen x € 1.000

Type vastgoed Redelijke markt Beperkte markt Totaal stille reserve vastgoed

Stille reserve 2.412 2.256 4.668

Stille reserve aandelen De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen en Stedin. De aandelen BNG kennen volgens het jaarverslag 2019 van de BNG een waarde van afgerond € 75,- per aandeel. Uitgaande van deze waarde bestaat een stille reserve in de aandelen BNG van afgerond € 2,3 miljoen.

Onbenutte belastingcapaciteit Voor Sliedrecht bestaat deze onbenutte belastingcapaciteit uit het volgende: bedragen x € 1.000

Omschrijving Capaciteit OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit

Bedrag 2.430 2.430

Dit houdt in dat structureel ruim € 2,4 mln. aan extra belastingopbrengsten gegenereerd kan worden binnen de Financiële verhoudingswet. Totaal beschikbare weerstandscapaciteit Jaarstukken 2020

Pagina | 73

Bovenstaande betekent dat er 20% van voornoemde stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit meetelt voor de weerstandscapaciteit. Dit komt neer op de volgende weerstandscapaciteit voor Sliedrecht: bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit Algemene reserve Niet beklemde bestemmingsreserves Onvoorzien 20% stille reserve 20% onbenutte belastingcapaciteit

2020 1.321 4.886 61 1.394 486

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

8.148

4.2.4 Bepaling van het weerstandsvermogen Om te bepalen hoe de verhouding is tussen benodigde weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandscapaciteit wordt de term weerstandsvermogen gebruikt. Deze wordt als volgt berekent: Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigd weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is voldoende wanneer de beschikbare weerstandscapaciteit groter dan of gelijk is aan de benodigde weerstandscapaciteit. Er is hiervoor geen norm vanuit de wetgever gesteld. Voor de beoordeling van de uitkomst van de ratio weerstandsvermogen wordt uitgegaan van de veel gebruikte waarderingstabel van de Universiteit Twente en het Nederlands Adviesbureau voor Risicobeheersing zoals vastgelegd in onze nota weerstandsvermogen en risicobeheersing: Categorie A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 ≤ x ≤ 2,0 1,0 ≤ x ≤ 1,4 0,8 ≤ x ≤ 1,0 0,6 ≤ x ≤ 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Als streefwaarde voor het weerstandsvermogen streeft Sliedrecht een ratio van 1,0 na. Daarmee is voldoende dekking voor het risicoprofiel aanwezig en wordt niet onnodig beslag gelegd op middelen die ten behoeve van de beleidsdoelstellingen kunnen worden ingezet.

Jaarstukken 2020

Pagina | 74

De berekening van de ratio weerstandsvermogen ziet er als volgt uit: Bedragen X €1.000

Nr

Omschrijving

Berekening

Bedrag

1 Benodigde weerstandscapaciteit

5.891

2 Beschikbare weerstandscapaciteit: 3 - algemene reserve 4 - niet beklemde reserves 5 - Post voor onvoorzien 6

1.321 4.886 61 (3+4+5)

6.268

7 20% van stille reserve 8 20% van onbunutte belastingcapacteit 9 (7+8)

1.394 486 1.880

10 Totaal weerstandscapaciteit

(6+9)

8.148

11 Ratio weerstandsvermogen

(10/ 1)

1,38

Uit bovenstaande berekening is af te leiden dat Sliedrecht met haar ratio weerstandsvermogen van 1,38 voldoet aan de streefwaarde van 1,0 zoals is vastgelegd in de nota weerstandsvermogen en risicobeheering. Op 10 november 2020 is daarbij additioneel besloten de algemene risicoreserve te handhaven op 75% van de benodigde weerstandscapaciteit onder aftrek van de post onvoorzien en de overige niet beklemde middelen. Op basis van bovenstaande tabel betekent dit dat de hoogte van de algemene risicoreserve € 3,3 mln. (75% van € 5,8 mln. -/- € 1,3 mln. -/- € 0,061mln.) moet bedragen. De hoogte van de algemene risicoreserve bedraagt nu € 3,7 miljoen.

4.2.5 Financiële kengetallen

Financiële kengetallen 2020 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Netto schuldquote

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

Rekening 2019

Jaarstukken 2020

Begroting 2020

Solvabiliteitsratio

Grondexploitatie

Rekening 2020

Pagina | 75

Sliedrecht Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Ratio weerstandsvermogen

Rekening Begroting 2019 2020 48% 42% 45% 39% 33% 45% 4% 6% -1,00% -0,11% 85% 87% 0,80 0,75

Rekening 2020 19% 18% 48% 3% 1,24% 87% 1,38

De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt gezien als voldoende. Een lagere netto schuldquote dan 90% wordt gezien als goed. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Er is geen harde norm voor dit kengetal maar een percentage van 20% tot 50% wordt doorgaans als voldoende gezien. Het kengetal grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het geeft een indicatie of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd, geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als goed. De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Een kengetal groter dan 0 wordt gezien als goed. De belastingcapaciteit maakt inzichtelijk welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het genereren van hogere baten.

Dit kengetal geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Dit wordt gezien als goed. De ratio weerstandscapaciteit geeft de verhouding weer tussen de benodigde weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandscapaciteit. Een waarde > 1 is volgens de nota weerstandsvermogen en reisicobeheersing voldoende.

Conclusie Eén kengetal in een enkel jaar geeft op zich nog niet veel informatie. Deze moeten vooral in samenhang worden gezien. Op basis van de kengetallen kan geconcludeerd worden dat Sliedrecht een laag risicoprofiel heeft. Er is een relatief goede ratio ten aanzien van schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie, structurele exploitatieruimte, belastingcapaciteit en weerstandsvermogen. De toezichthouders hebben voor de kengetallen onderstaande signaleringswaarden vastgesteld om trends te kunnen ontdekken. Aan deze categorieën is geen kwalificatie gegeven omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan over het algemeen worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Jaarstukken 2020

Pagina | 76

Kengetal 1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit 6. Ratio weerstandsvermogen

Categorie A

Categorie B

Categorie C

< 90% < 90% > 50% < 20% > 0% < 95% >1

90-130% 90-130% 20-50% 20-35% 0% 95-105%

> 130% > 130% < 20% > 35% < 0% > 105% <1

Over het geheel genomen scoort Sliedrecht in de minst risicovolle categorie A.

Jaarstukken 2020

Pagina | 77

4.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente beheert de openbare ruimte waarin een groot aantal activiteiten plaatsvindt zoals wonen, werken en recreëren. Voor deze activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan, is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. In dit onderdeel van de jaarstukken wordt aangegeven voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen, inclusief de financiële consequenties hiervan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau is van invloed op de lasten. In dit deel van de jaarstukken wordt ook aangegeven wat in 2020 is bereikt. Het beleid op de kapitaalgoederen wordt door middel van beleidsnota's vastgesteld. Dergelijke nota’s bieden de mogelijkheid om algemene beleidslijnen met betrekking tot de inhoudelijke kaders (de visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) en procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening) vast te stellen. Het beleid van de gemeente voor het onderhoud van kapitaalgoederen is o.a. opgenomen in:       

de Nota onderhoud gebouwen (vastgesteld in 2006); het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (vastgesteld in 2018); het Beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 (vastgesteld in 2014); het Beleidsplan openbare verlichting (vastgesteld in 2014); het Beheerplan onderhoud bruggen (vastgesteld in 2014); het Groenbeleidsplan (vastgesteld in 2015); het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte Sliedrecht (vastgesteld in 2016).

Als uitgangspunt geldt dat op basis van beheerplannen jaarlijks budgetten worden geraamd voor het onderhoud dat in het begrotingsjaar moet worden uitgevoerd en dat voldoende wordt gereserveerd (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat investeringsbesluiten genomen worden voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud. Hierna gaan we nader in op de specifieke beleidsvelden.

4.3.2 Openbaar groen en speelvoorzieningen De gemeenteraad heeft op 31 maart 2015 het Groenbeleidsplan Sliedrecht vastgesteld. Het Groenbeleidsplan vormt de basis voor het groenbeheer en toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot groen in Sliedrecht. Op basis van dit plan wordt door middel van het regulier groenbeheer en renovatieprojecten consequent naar de vastgelegde kwaliteiten en eindbeelden toegewerkt. Aanpassingen van het groen worden op basis van dit plan op verantwoorde wijze gedaan. Het plan vormt ook een belangrijk toetsingskader bij de belangenafwegingen tussen groene en overige functies en geeft de nieuwe beleidskaders voor verkoop en verhuur van gemeentelijk groen. In dit plan zijn tevens de beeldkwaliteiten van het beheer in de verschillende gebieden van Sliedrecht opgenomen. In 2020 is verder gewerkt aan de evaluatie van het Groenbeleidsplan en nieuw beleid op het gebied van klimaatdoelstellingen en biodiversiteit. De nieuwe Groenbeleidsplan zal in 2021 aan de raad ter besluitvorming worden aangeboden. De gemeente Sliedrecht vindt het van belang dat de gemeente voldoende groen heeft en behoudt. Om te bewaken dat er voldoende bomen in de gemeente blijven, wordt bijgehouden hoeveel kapvergunningen verleend worden en hoeveel gemeentelijke bomen worden aangeplant.

Ook hebben we aandacht besteed aan de biodiversiteit en zijn bomen gepland voor de realisatie van 10% meer bomen in Sliedrecht conform de opgave uit het College Uitvoeringsprogramma. Voor de groenprojecten is de meerjarenplanning "Integrale meerjaren operationele planning" gevolgd. In 2020 is gewerkt aan de volgende gebieden: Jaarstukken 2020

Pagina | 78

   

de Middenveer (integraal met de herbestrating) is afgerond; de Vogelbuurt Noord (samen met de aanleg van het warmtenet) loopt door in 2021; Parallelweg langs Benedenveer (afronding project Benedenveer) is de beplanting aangebracht; De Professorenbuurt (in aansluiting op de nieuwbouw) loopt door in 2021.

In het College Uitvoeringsprogramma was voor 2020 een extra bedrag opgenomen voor het 'vergroenen' van een aantal doorgaande wegen. De zuidelijke zijbermen van de Maaslaan tot aan de Elzenhof, de Populierenhof en de Wilgenhof zijn in 2020 voorzien van vaste planten. Speelvoorzieningen Op 10 mei 2016 heeft de gemeenteraad het besluit genomen in vijf jaar tijd de speelplekken in Sliedrecht op te knappen en om te vormen tot uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplekken. Elke buurt krijgt meerdere speelplekken met uitdagende speeltoestellen, passend bij deze tijd. Naast spelen en sporten komt de focus ook te liggen op ontmoeting tussen jong en oud in de buurt. Er is ruim een miljoen euro geïnvesteerd in de looptijd van het project en dit is in 2020 nagenoeg afgerond. In 2020 zijn de buurten de Weren, de Hoven en de Nijverwaard aangepakt. Alleen de speelplaatsen in de Staatsliedenbuurt worden vanwege het daar lopende renovatieproject in 2021 uitgevoerd. Daarmee zijn alle buurten voor de komende tien tot vijftien jaar weer voorzien van uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplekken.

4.3.3 Riolering De gemeentelijke taken op het gebied van de riolering zijn gebaseerd op de Waterwet. Voor de uitvoering van deze wettelijke verplichting is gemeentelijke autonome beleidsruimte beschikbaar. Naast de waterwet moet voldaan worden aan de richtlijnen van de waterkwaliteitsbeheerders (Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat). Goede aanleg en beheer van de riolering is van groot belang voor de gezondheid van onze inwoners en een van de hoofdtaken van de gemeente. Eind 2018 is het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2019-2023 door de gemeenteraad vastgesteld. In het GRP is beschreven hoe de gemeente Sliedrecht invulling geeft aan de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het GRP is de koers van de afgelopen jaren gecontinueerd, waarbij ook de rioolheffing – behalve indexatie – de komende jaren niet wordt verhoogd. In 2020 is een deel van de riolering geïnspecteerd, waaronder de Nijverwaard, de Grienden en Middenveer. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd om de toestand van het riool in beeld te brengen. Op basis van de geconstateerde toestand van de riolering wordt in 2021 de scope van de eventuele rioleringswerkzaamheden bepaald. Naast het regulier beheer en onderhoud van de riolering, is in 2020 gewerkt aan uitvoering en voorbereiding van de onderstaande projecten:     

Uitvoering werkzaamheden riolering Baanhoek/ Molendijk; Uitvoering rioolherstel en rioolvervanging Gantelweg; Voorbereiding en uitvoering rioolvervanging Vogelbuurt; Voorbereiding rioolvervanging Professorenbuurt; Voorbereiding rioolvervanging Rivierenbuurt.

4.3.4 Waterbeheer Voortvloeiend uit het Stedelijk Waterplan Plan (SWP) zijn de afgelopen jaren maatregelen getroffen om de waterkwaliteit te verbeteren. Dit plan is, na een evaluatie met het Waterschap in 2011, voor onbepaalde tijd verlengd.

Jaarstukken 2020

Pagina | 79

Het Waterschap stelt middelen beschikbaar voor verbeteringen aan de waterhuishouding. Particulieren kunnen sinds 2018 ook gebruik maken van een subsidieregeling voor klimaatmaatregelen die ertoe bijdragen dat hemelwater vastgehouden wordt op eigen terrein. Het stedelijk waterbeheer is een gezamenlijke verantwoordelijk van de gemeente Sliedrecht en het waterschap Rivierenland. Waterschap Rivierland is sinds 2015 voor een groot deel van de watergangen eigenaar; de zogenoemde A-watergangen. Dit betreft circa 75% van het totale stedelijke water in de gemeente Sliedrecht. Van het overige water is overwegend de gemeente Sliedrecht eigenaar. In de overdracht is afgesproken dat de gemeente Sliedrecht eigenaar blijft van alle duikers in watergangen en beschoeiingen langs watergangen, mits niet volledig in eigendom bij derden. De gemeente Sliedrecht doet het onderhoud van de eigen watergangen en de watergangen in eigendom van het waterschap Rivierenland. Voor het onderhoud van de watergangen van het waterschap Rivierenland ontvangt de gemeente Sliedrecht jaarlijks een vergoeding. In de watergangen binnen de gemeente Sliedrecht is relatief veel kroos aanwezig. Overtollige kroosgroei geeft een ongewenste waterbeleving en is slecht voor de waterkwaliteit. Het waterschap draagt financieel bij om kroos uit de watergangen te verwijderen.

De gemeente Sliedrecht heeft de verplichting om waterberging te realiseren. Deze waterberging is nodig om bij extreme neerslag het huidige stedelijk watersysteem te ontlasten. De werkzaamheden voor het realiseren van deze waterberging aan de Kweldamweg in polder Sliedrecht zijn in 2020 gestart en worden begin 2021 afgerond.

4.3.5 Wegen Eind 2014 is het Beleidsplan Onderhoud Wegen 2015-2025 vastgesteld. Hiervan zijn de belangrijkste uitgangspunten:   

Het voorkomen van kapitaalsvernietiging; Het voorkomen van te grote hoogteverschillen met betrekking tot toegankelijkheidseisen; Het voorkomen van schadebeelden waarbij het risico van schadeclaims van toepassing is.

In 2019 is het contract voor onderhoud elementenverharding verlengd met 2 jaar en is er in 2020 een meerjarig onderhoudscontract voor asfalt afgesloten. Hiermee wordt het reguliere onderhoud van zowel elementen- als asfaltverharding geregeld. Vanuit het Integrale Meer Jaren Operationele Programma (IMJOP) hebben in 2020 de volgende projectmatige activiteiten plaatsgevonden ten aanzien van groot onderhoud en vernieuwing wegen:          

Voorbereiding P.C. Hooftlaan (in aansluiting op ontwikkeling Rivierdijk-west; locatie Lanser); Uitvoering Molendijk-west/Baanhoek-oost (in combinatie met doelstellingen uit de Dijkvisie); Uitvoering diverse straten Staatsliedenbuurt (in combinatie met woningrenovatie en vernieuwing Tablis Wonen); Uitvoering en afronding Middenveer en Erasmusplaats; Voorbereiding Parallelweg langs Nijverwaard (in combinatie met verkeersmaatregelen); Voorbereiding Vogelbuurt (gefaseerde aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet); Voorbereiding Professorenbuurt (gefaseerde aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet); Voorbereiding van Jacob Catsstraat-zuid en omgeving (afgestemd op ontwikkeling locatie Groen van Prinstererschool); Voorbereiding Fietspad Stationsweg-noord (in combinatie met verkeer en verbreding brug); Voorbereiding Rivierenbuurt-zuid (in combinatie met groen, riolering, herinrichting);

Jaarstukken 2020

Pagina | 80

Voorbereiding Craijensteijn (onderdeel van veilige fietsverbinding).

Groot (vervangings-) onderhoud aan wegen is projectmatig aangepakt en afgestemd op grote projecten in de openbare ruimte. Bewonersparticipatie is hierbij een vast onderdeel.

4.3.6 Bruggen Er is op initiatief van de raad een meerjarenonderhoudsprogramma opgesteld om alle bruggen in de gemeente Sliedrecht te herstellen en te behouden. Bruggen zijn onderhouden conform het meerjarenonderhoudsprogramma. In 2021 wordt een nieuwe beheerplan bruggen opgesteld.

4.3.7 Openbare verlichting De gemeente Sliedrecht heeft het beheer en onderhoud van de openbare verlichting ondergebracht bij Stadsbeheer Dordrecht (SBD). In 2014 zijn de uitgangspunten voor openbare verlichting vastgesteld. De toepassing van energiezuinige ledverlichting is hierbij een van de speerpunten. In 2020 zijn de volgende straten voorzien van ledverlichting: Baanhoek, Molendijk, Rivierdijk, Rietlanden, Havenstraat en Scheldelaan. Daarmee is inmiddels 40% van de verlichtingsarmaturen in led uitgevoerd. In het bijzonder zijn de Rivierdijk, Molendijk en Baanhoek voorzien van nieuwe masten en armaturen volgens de Dijkvisie. Het aantal lampstoringen van de openbare verlichting is in 2020 bedroeg 353 en is met 72 toegenomen ten opzichte van 2019. Dit is het resultaat van meer ontvangen meldingen in Fixi waarmee het melden makkelijker is geworden. Tevens tonen bewoners zich hiermee betrokken en kunnen zo ook meer storingen worden opgelost. Het aantal meldingen voor openbare verlichting in Fixi ligt ongeveer op het dubbele van het aantal storingen. Dit komt omdat meldingen vaak dubbel worden gedaan en omdat er in 2020 81 kabelstoringen waren. Jaarlijks worden de afspraken met team Openbare Verlichting geactualiseerd waarbij de vervangingsplannen van de openbare verlichting integraal worden afgestemd op de uitvoering van projecten in de openbare ruimte, zo ook in 2020.

4.3.8 Gebouwen Door middel van de nota 'Onderhoud alleen als het nodig is' welke is vastgesteld in de raad van 18 december 2006, wordt een onderbouwing gegeven van de onderhoudsbudgetten voor gebouwen in de begroting van Sliedrecht. Deze nota is inmiddels herijkt in het Beheerplan Vastgoed 2021-2024. Dit beheerplan geeft inzicht in het (bouw)technisch onderhoud van het gemeentelijk vastgoed en de daarvoor benodigde middelen. Voor de financiële verantwoording wordt wel uitgegaan van een doorkijk op basis van de meerjarenonderhoudsplanningen die in 2020 zijn opgesteld met een looptijd van 20 jaar (tot 2040). Het beheerplan zal naar verwachting in het tweede kwartaal 2021 ter besluitvorming worden behandeld in de raad. Verder wordt in 2021 gewerkt aan het herijken van het in 2017 vastgestelde Integraal Accommodatiebeleid (IAP). Het herijkte, nieuwe Vastgoedbeleid geeft niet alleen inzicht in de totale vastgoedportefeuille en de organisatie rondom het vastgoedbeheer, maar het geeft ook het afwegingskader voor eigendom of afstoten van vastgoed. Het herijkte, nieuwe vastgoedbeleid wordt naar verwachting in het derde kwartaal 2021 ter besluitvormig voorgelegd aan de Raad.

Jaarstukken 2020

Pagina | 81

4.3.9 Binnenhaven Hieronder valt het op diepte houden van de gemeentehaven en het daarvoor periodiek peilen, het onderhouden van de steigers en de walstroomvoorziening. Eens per tien jaar dient rekening te worden gehouden met een hoge piek aan kosten voor baggerwerkzaamheden. In 2020 zijn peilingen uitgevoerd om te bepalen hoeveel bagger in de haven ligt. De peilingen gaven geen aanleiding tot het uitvoeren van baggerwerkzaamheden in 2020. In 2021 wordt een nieuw beheerplan onderhoud binnenhaven opgesteld.

4.3.10 Aanlegsteiger waterbus Het vervoer door de Waterbus is geregeld in het contract tussen de Provincie en Aquabus BV. De gemeente Sliedrecht betaalt hiervoor jaarlijks een bijdrage aan Bureau Drechtsteden. Het (groot) onderhoud van de aanmeerplaats (ponton) verloopt volgens een overeenkomst met het Havenbedrijf Dordrecht. De onderhoudsmaatregelen zijn verwerkt in de voorziening onderhoud ponton Waterbus. In 2021 gaat groot onderhoud plaatsvinden aan de aanmeervoorziening.

Jaarstukken 2020

Pagina | 82

4.3.11 Reserveringen voor onderhoud In het kader van de jaarrekening is het van belang dat wordt aangegeven dat er voldoende wordt gereserveerd voor toekomstig onderhoud. De omvang van de verschillende voorzieningen op 31 december 2020 wordt aangegeven in het hoofdstuk 'Jaarrekening'. In 2020 zijn de volgende stortingen gedaan in de diverse onderhoudsvoorzieningen:

Omschrijving

Categorie ProBBV gramma

Zalencentrum De Lockhorst

Gebouwen

1

21.804

21.804

Diverse multifunctionele accommodaties

Gebouwen

1

17.055

17.055

Binnensportaccommodaties

Gebouwen

1

30.660

30.660

Zwemaccommodatie De Lockhorst

Gebouwen

1

29.909

29.909

Recreatie voorzieningen

Groen

1

4.384

4.384

103.812

103.812

Subtotaal Programma 1

Begroting Jaarrekening 2020 2020

Begraafplaats (gebouw)

Gebouwen

3

882

882

Kinderboerderij (gebouw)

Gebouwen

3

3.753

3.753

Watergangen en sloten

Water

3

8.972

8.972

Onderhoud riolering

Riolering

3

1.474.500

1.422.000

Onderhoud wegen

Wegen

3

242.915

242.915

Bruggen

Wegen

3

62.862

62.862

Openbare verlichting

Wegen

3

7.336

7.336

Binnenhaven

Water

3

5.802

5.802

Ponton waterbus

Water

3

4.290

4.290

Toren NH-kerk met uurwerk

Gebouwen

3

1.837

1.837

Jaarstukken 2020

Pagina | 83

Klok en carillon raadhuis

Gebouwen

3

1.462

1.462

Standplaatsen woonwagens

Gebouwen

3

5.260

5.260

Woonwagens

Gebouwen

3

1.328

0

1.821.199

1.767.371

Subtotaal Programma 3 Raadhuis

Gebouwen

4

10.331

10.331

Vlaggen

Overig

4

265

265

Brandweerkazerne (incl. dienstwoningen) Gebouwen

4

5.002

5.002

Gemeentekantoor

Gebouwen

4

27.438

27.438

Gemeentewerf

Gebouwen

4

5.947

5.947

48.983

48.983

1.973.994

1.920.166

Subtotaal Programma 4 Totaal generaal

Jaarstukken 2020

Pagina | 84

4.4 Paragraaf financiering 4.4.1 Inleiding In deze paragraaf wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury. Hierbij wordt ingegaan op de manier waarop de gemeente met het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen, zowel op korte als op langere termijn, is omgegaan. Tevens worden de risico’s in beeld gebracht en eventuele genomen maatregelen om deze risico’s te beheersen vermeld. De advisering over en de uitvoering van de gemeentelijke financieringstaken wordt verzorgd vanuit het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Besluitvorming over de financiering blijft bij de gemeente behalve als het specifiek gemandateerd is. De toedeling van de bevoegdheden (wie autoriseert, wie voert uit) is vastgelegd in het gemeentelijke Financieringsstatuut. Hierbij is het jaar 2020 op het gebied van Treasury een bijzonder jaar geweest omdat in 2020 de gemeente Sliedrecht haar lening portefeuille heeft geherfinancierd.

Economische ontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in december bekend gemaakt dat het opkoopprogramma (PEPP) om de negatieve gevolgen van de corona pandemie te bestrijden met negen maanden wordt verlengd. Het steunprogramma loopt nu minimaal tot maart 2022 en wordt met EUR 500 miljard opgehoogd tot EUR 1.850 miljard. De rente op de kapitaalmarkt vertoonde over het algemeen in 2020 een constante neerwaartse lijn. De rente van een 10-jarige staatslening bedroeg begin januari 2020 ongeveer 0,21%, door het jaar heen zakte de rente geleidelijk waardoor het in december het niveau van ongeveer -/-0,26% bereikte. De 3-maands Euribor begon het jaar met een rente van circa -/- 0,39%. Door een geleidelijke daling bedroeg de 3-maands Euribor eind december 2020 ongeveer -/- 0,54%. Door onder andere de ontvangst eind maart 2020 van de verkoop Eneco-aandelen was het voor de gemeente Sliedrecht niet nodig kasgeldleningen af te sluiten. Met deze ontvangst heeft de gemeente leningen geherstructureerd, zie verderop in deze paragraaf onder Financiering. De financieringsfunctie van de gemeente dient uitsluitend de publieke taak. Zij voert een prudent beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). De ontwikkeling van de rente gedurende 2020 kan als volgt worden weergegeven:

Renteverloop 1 jan 2020 - 1 jan 2021 0,50%

10-jaars IRS

0,00%

-0,50%

-1,00%

Jaarstukken 2020

Pagina | 85

Indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen, geldt een opslag bovenop het IRStarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedroeg dit eind 2020 circa 0,25%.

Interne rente Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we conform onze begroting een omslagrente van 1,0%. De BBV-notitie rente schrijft voor dat indien de werkelijke rentelasten die over een jaar afwijken van de rentelasten op basis van de begrote renteomslag, de gemeente kan besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%. Voor 2020 is deze afwijking als gevolg van de herfinanciering groter dan 25% geweest. Daarom is in de realisatie 2020 en daarmee deze jaarrekening gerekend met de gecorrigeerde 0,7% rente. Door de herfinanciering van onze lening portefeuille eind 2020 is de gemiddelde rente over onze leningen per eind 2020 gedaald naar -0,12% tegenover 1,26% per ultimo 2019. In onderstaand renteschema worden de werkelijke rentelasten uiteengezet, die gezamenlijk het renteresultaat bepalen.

Renteschema

Bedragen x € 1.000

Werkelijk 2020

Omschrijving a Externe rentelasten over korte en lange financiering b Externe rentebaten

-/-

€ 291

c Saldo rentelasten en rentebaten (a - b) d Rente aan grondexploitatie door te rekenen e Rente van projectfinanciering f De rentebaat van doorverstrekte leningen

€ 320 € 29

€ 21 €0 €0 -/-

€ 21

g Aan taakvelden toe te rekenen externe rente (d+e+f)

€ 270

h Rente over eigen vermogen i Rente over voorzieningen

€ 198 €0

j

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (g+h+i)

€ 467

k De aan taakvelden toegerekende rente (omslagrente)

€ 462

Renteresultaat op taakveld treasury (k-j)

-€ 6

Renteresultaat op taakveld treasury procentueel)

-1%

4.4.2 Relatiebeheer De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de gemeente Sliedrecht. Naast de BNG houdt de gemeente een rekeningcourant aan bij de Rabobank.

4.4.3 Uitzettingen Uitzettingen zijn binnen de Wet fido gedefinieerd als verstrekte geldleningen en beleggingen. De gemeente heeft geen beleggingen. In 2020 zijn er geen nieuwe leningen verstrekt, wel zijn een Jaarstukken 2020

Pagina | 86

tweetal leningen geherfinancierd. Voor een specificatie van de totale portefeuille aan lopende uitzettingen zie verderop in deze paragraaf onder Kredietrisico's.

4.4.4 Financiering Met de ontvangst van de verkoop Eneco-aandelen heeft de gemeente diverse leningen geherstructureerd. Twee relatief dure leningen (met een rente van 4,6% en 1,7%) van totaal € 12,4 miljoen zijn volledig afgelost, hiertegenover is een nieuwe lineaire lening van € 10.760.000 met een looptijd van 20 jaar aangetrokken tegen een rente van 0,07%. De totale langlopende schuld van de gemeente Sliedrecht bedroeg per 31 december 2020 afgerond € 28,8 miljoen. Dit betreft 2 leningen. De gemiddelde rente over deze leningen bedroeg per eind 2020 0,12% tegenover 1,26% per ultimo 2019.

4.4.5 Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2020 (€ 74,0 miljoen) betekende dit dat de gemeente Sliedrecht haar financiële huishouding voor maximaal circa € 6,3 miljoen met kort geld mocht financieren. In onderstaande tabel is het verloop van de gemeentelijke kortlopende middelen in 2020 ten opzichte van de kasgeldlimiet weergegeven. Uit deze tabel blijkt dat de gemeente Sliedrecht deze limiet niet heeft overschreden. Overzicht kasgeldlimiet per kwartaal (x € 1.000,=) 1. Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag Bedrag

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

8,50% 6.294

8,50% 6.294

8,50% 6.294

8,50% 6.294

0 940

0 147

0 595

0 918

1.427

21.956

24.674

20.337

-487 6.294 6.780

-21.809 6.294 28.102

-24.080 6.294 30.373

-19.419 6.294 25.712

2. Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schuld

3. Vlottende middelen

Contanten in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden korten dan 1 jaar Totaal vlottende middelen 4. Toets kasgeldlimiet Totaal netto-vlottende schuld (2-3) Toegestane kasgeldlimiet Ruimte in kasgeldlimiet

In 2020 zijn er geen kasgeldleningen opgenomen als gevolg van de ontvangen gelden voor de verkoop van de aandelen Eneco.

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het Jaarstukken 2020

Pagina | 87

begrotingstotaal. In 2020 bedroeg de renterisiconorm van de gemeente Sliedrecht € 14,8 miljoen. Uit onderstaande berekening blijkt dat de gemeente Sliedrecht in 2020 de renterisiconorm niet heeft overschreden. Overzicht renterisiconorm (x € 1.000,=)

1. Renteherzieningen op leningen o/g 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico 4. Begrotingstotaal 2020 5a Het bij Ministeriele Regeling vastgestelde percentage 5b Regeling 5. Renterisiconorm Ruimte renterisiconorm (5-3)

Begroot 2020 0 3.640 3.640 74.041 20% 0 14.809

Realisatie 2020 0 14.400 14.400 74.041 20% 0 14.809

11.169

409

Verschil 0 -10.760 -10.760

Kredietrisico’s De gemeente Sliedrecht loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. Overzicht kredietrisico's (x € 1.000,=) Categorie Uitzettingen Borgstellingen direct Borgstellingen indirect Totaal

Per 01-01-2020 2.078 25.055 98.465 129.926

Per 31-12-2020 2.074 24.406 106.811 133.291

Het in bovenstaande tabel weergegeven bedrag aan uitzettingen per 31 december 2020 van € 2.074.000,- kan als volgt worden gespecificeerd: 

Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (revolving fund, startersleningen, duurzaamheidslening en blijversleningen): € 2.049.000,Diverse renteloze leningen t.b.v. lokale maatschappelijke organisaties: € 25.000,-.

Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2020 voor in totaal € 106,8 miljoen indirect garant. Dit is een stijging van € 8,4 mln. in 2020 als gevolg van het aantrekken van een viertal leningen en de reguliere aflossing erop. Deze indirect gerantstelling heeft betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond dat fonds gebouwde zekerheidsstructuur is hieraan een relatief laag risico verbonden. De achtervangovereenkomst tussen de gemeente en het WSW loopt van 1 juli 2019 tot 1 juli 2023 en is gelimiteerd tot Stichting Tablis Wonen. Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per eind 2020 € 24,4 miljoen. Als gevolg van reguliere aflossing is dit bedrag in 2020 € 0,6 mln. afgenomen ten opzichte van directie borgstellingen eind 2019. De directe borgstellingen zijn als volgt te specificeren: • • • • • •

Stichting Drechtstreek: € 8,5 miljoen HVC Alkmaar (1,12%-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo): € 6,9 miljoen Stichting Waardeburgh: € 4,8 miljoen Stichting Sportaccommodatie Benedenveer: € 2,2 miljoen Voetbalvereniging Sliedrecht: € 1,4 miljoen Overige partijen: € 0,6 miljoen.

Jaarstukken 2020

Pagina | 88

Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2020 volledig binnen het drempelbedrag van (afgerond) € 556.000,- is gebleven. Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren (x € 1.000,=) Berekening drempelbedrag Schatkistbankieren 2019 Begrotingstotaal Wettelijk percentage Drempelbedrag Buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Op dagbasis buiten 's-Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

74.041 0,75 % 556 1e Kwartaal 308 556 248 -

2e Kwartaal 439 556 117 -

3e Kwartaal 516 556 40 -

4e Kwartaal 127 556 429 -

.

Jaarstukken 2020

Pagina | 89

4.5 Paragraaf bedrijfsvoering 4.5.1 Inleiding Deze paragraaf gaat in op ontwikkelingen binnen de organisatie, die gericht zijn op een zo goed mogelijke dienstverlening aan de inwoners, instellingen en bedrijven en het garanderen van een zorgvuldige besluitvorming. We beschrijven in deze paragraaf relevante cijfers en voorgenomen activiteiten voor 2020 op het gebied van organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering. Deze activiteiten staan in het licht van verschillende trends en ontwikkelingen in maatschappelijke zin, nieuwe technologieën en financiële opgaven. Organisatieontwikkeling Terwijl de uitgangspunten van "route 22" nog lopen hebben we in 2020 een grondige analyse gedaan naar onze manier van (samen)werken en de manier waarop onze organisatie is ingericht. Onze visie op de organisatie en ambities voor de toekomst hebben een plek gekregen in de kadernota (Koers 2030: Groei en Ontwikkeling) en in de begroting 2021. Daarin is opgenomen dat we op het gebied van onze organisatie een flinke ontwikkelopgave hebben geformuleerd die randvoorwaardelijk is voor het realiseren van de kernopgaven. We gaan ons de komende jaren ontwikkelen tot een flexibele, lerende en opgavegerichte organisatie waar met plezier wordt samengewerkt met onze inwoners, bedrijven en partners aan het verbeteren van Sliedrecht. Daarbij zijn 5 waarden leidend in de manier waarop we samenwerken:     

We werken samen We werken integraal, opgavegericht en planmatig We werken vanuit een duidelijke rol We werken transparant en zichtbaar We werken met trots, plezier en waardering voor elkaar

In 2020 zijn we gestart met ontwikkeltafels waarin gezamenlijk wordt verkend hoe we onze ontwikkeling handen en voeten kunnen geven op de gemeentebrede thema's "werkgeversschap", "slagvaardigheid in het ruimtelijk domein", samenwerking in de regio" en "basis op orde".

4.5.2 Besturing en beheersing De reguliere Planning & Control cyclus (P&C) is het belangrijkste instrument voor besturing en beheersing van vastgestelde doelen en resultaten. Het begrotingsproces is in 2020 anders aanpakt dan anders. In de eerste plaats door de omstandigheden en onzekerheden rondom corona. Maar ook gezien de veranderingen in het college in maart en het vooruitzicht van de zogenaamde Enecogelden. Daarom is ervoor gekozen om voor de zomer te werken met een 'beleidsarme' kaderbrief. Daarmee is tijd gewonnen om goed vooruit te kijken en toe te werken naar een beleidsrijke kadernota in september.

Jaarstukken 2020

Pagina | 90

De volgende besturings- en rapportagedocumenten hebben wij verzorgd in 2020:  Kaderbrief 2021  Kadernota 2021  Begroting 2021  Jaarrekening 2019  Twee tussentijdse rapportages 2020  Presentatie voortgang projecten Verkiezingen Op 17 maart 2021 vinden de Tweede Kamer verkiezingen plaats. De voorbereidingen daarop zijn al volop gestart in 2020. Om de verkiezingen Coronaproof te laten verlopen treffen we de nodige maatregelen. Denk aan mondkapjes en kuchschermen en het organiseren van extra stemdagen, het mogelijk maken van briefstemmen voor 70-plussers, een aangepaste inrichting van de stembureaus en extra stembureauleden. Dit brengt extra kosten met zich mee. De uitkering vanuit het Rijk is hiervoor tweemaal bijgesteld; 1x in de september-circulaire (2020) en 1x in de december-circulaire (2020). Het lijkt er op dit moment op dat daarmee alle extra kosten betaald kunnen worden.

4.5.3 Personeel en Organisatie Hieronder geven wij in een overzicht de omvang van onze organisatie weer. Aantal fte Reguliere formatie College van b&w* Griffie Totaal

2019 111,84 4,70 2,16 118,70

2020 112,17 4,70 2,16 119,03

* In de primaire begroting 2019 was de formatie 4,00 fte. Met de vaststelling van het CUP is dit aangepast naar 4,70 fte.

De stijging in de reguliere formatie houdt verband met een aantal correcties op bestaande functies (0,33 fte). Personeel Wij zijn trots op onze medewerkers en waarderen hun flexibiliteit en inzet in dit bijzondere jaar. De Coronacrisis heeft voor vele uitdagingen gezorgd. Niet alleen inhoudelijk en in wat we te organiseren hadden in ons dorp n.a.v. de Coronamaatregelen. Maar ook heeft het impact gehad op onze manier van (samen)werken. We moesten op innovatieve manieren elkaar opzoeken en werken op afstand. In een thuiswerkomgeving waarin ieder zijn eigen uitdagingen kent (werkplekinrichting, huisonderwijs, mantelzorg et cetera.). Met zijn allen hebben de boel draaiende weten te houden. De Coronamaatregelen hebben er ook voor gezorgd dat verschillende opleidingen niet door zijn gegaan en later (2021) zullen worden opgepakt. Ondanks deze omstandigheden zijn verschillende opleidingen wel gewoon door gegaan zoals het MT-traject. Ook hebben we behoorlijk wat nieuwe collega's mogen verwelkomen in 2020. We hebben relatief veel inhuur, maar in 2020 hebben we extra inzet gedaan op kwalitatief goede en vaste invulling van vacatures. En dat was best lastig gezien de krappe arbeidsmarkt en de Coronacrisis, maar we zijn er toch in geslaagd. Voor de zomer hebben we een Medewerkerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Met de resultaten gaan we op verschillende manieren aan de slag.

Voor een deel komen de thema's terug aan de ontwikkeltafels, die in 2020 zijn gestart en voor een deel is het input voor teamontwikkelingen waarmee de teams gezamenlijk aan de slag gaan begin 2021.

Jaarstukken 2020

Pagina | 91

Ziekteverzuim In 2020 is er actief ingezet op het verminderen en voorkomen van verzuim. Na het eerste kwartaal zien we een sterke daling in Q2 en Q3. Een verklaring hiervoor zouden de overheidsmaatregelen om het COVID-19 virus te beperken zijn, waaronder thuiswerken (ArboNed). Ondanks de initiele afname van verzuim zijn er zorgen voor psychische klachten als gevolg van het coronavirus en de nieuwe werksituatie. Alertheid en contact met werknemers, duidelijke kaders en op tijd hulp inschakelen van experts is het devies voor 2021.

Verzuimcijfers 2020 8,0% 7,0%

6,0% 5,0% 4,0%

3,0% 2,0% 1,0% 0,0%

Q4 2019

Q1 2020

Q2 2020

Q3 2020

Q4 2020

Ontwikkeling in automatisering Het Drechtstedenbestuur heeft in december 2018 het Transitieplan ICT Verandert vastgesteld. In dit transitieplan wordt de nieuwe werkwijze voor het inrichten en uitvoeren van onze Informatisering- en automatiseringsopgaven beschreven. Hiermee is de organisatie beter dan nu in staat om met behulp van informatietechnologie een bijdrage te leveren aan de inhoudelijke ambities, mee te bewegen op maatschappelijke trends en de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren. Het 'Eindbeeld' dat hiermee wordt geschetst in het transitieplan is richtinggevend voor alle transitieactiviteiten die onderdeel zijn van de meerjarige transitie waarin de voorgenomen veranderingen worden uitgevoerd. Dit wordt gedaan op basis van jaarplannen die jaarlijks door het Drechtstedenbestuur worden getoetst aan de kaders die zijn vastgesteld in het transitieplan. Het jaarplan 2020 was de volgende stap in deze meerjarige transitie. In deze periode is er onder andere veel werk verzet om het SCD verder voor te bereiden op het voeren van regie op leverancier middels de I-organisatie SCD. In het kader van ketenregie is de afstemming daarover met de andere partijen in het netwerk opgestart (gemeenten, GRD dochters). Daarnaast zijn de eerste SaaS migraties en implementaties uitgevoerd onder andere naar het Microsoft platform (Microsoft Mail Online en Teams).

Met Centric is intensief gewerkt aan de plannen en uitwerking van de SaaS transitie van Centric kernapplicaties. In het ICT Verandert jaarplan 2020 zijn de ambities zoals beschreven in het transitieplan vertaald naar prioriteiten en concrete activiteiten en projecten. Hierbij is onderscheid gemaakt in 4 sporen: applicatie strategie en SaaS transformatie, uitwerken van het IV-regiemodel, inrichten van de SCD Iorganisatie en de sourcing van ICT. 90% van de geplande resultaten in 2020 zijn gerealiseerd. Een beperkt aantal activiteiten is nog onderhanden en wordt in januari/februari afgerond. Dit past binnen de kaders van de tweejarige transitie en is geen belemmering in het behalen van de overall doelstellingen.

Jaarstukken 2020

Pagina | 92

Daarnaast heeft adviesbureau Metri in 2020 twee aanvullende onderzoeken uitgevoerd als vervolg op twee eerder uitgevoerde onderzoeken in 2017. Een onderzoek om de door KPMG geprognosticeerde financiële resultaten te herijken en te actualiseren en een onderzoek om de formatie van de Iorganisatie binnen het SCD te valideren. Naar aanleiding van deze onderzoeken zal in 2021 een voorstel ter besluitvorming -met de daarbij behorende financiële effecten- worden voorgelegd aan het DSB. In 2020 hebben we weer het jaarlijkse onderzoek uitgevoerd naar de inrichting, de werking, en de beveiliging van de Basisregistratie Personen (BRP) en naar de beveiliging rond reisdocumenten. Uit de zelfevaluatie BPR blijkt dat gemeente Sliedrecht 97% scoort . En heeft en daarmee de hoogste classificatie 'goed' behaald. Uit de zelfevaluatie Reisdocumenten hebben we een gemiddelde score van 93% behaald. Dit betekent dat de beveiligingsmaatregelen rondom het aanvraag- en uitgifte proces op orde zijn. Om voor beide te komen tot 100% is er een actie- en aanbevelingslijst opgesteld, waarmee we aan de slag gaan. Ontwikkelingen in de gemeenschappelijke regeling Allereerst heeft in 2020 de coronacrisis en daarbij horende beheersmaatregelen een groot effect op de samenleving en economie. Bij de GRD is dat met name zichtbaar bij de sociale dienst en de gemeentebelastingen.

Via de bestuursrapportages worden de (mogelijke) effecten ingeschat en inzichtelijk gemaakt.

In 2020 is door de colleges van de Drechtstedengemeente via drie conferenties gesproken over de toekomstige samenwerking binnen de GRD. Dit traject heeft op 27 oktober 2020 geleid tot een richtinggevend principebesluit. In dit besluit wordt voorgesteld de GRD te transformeren tot een 'klassieke' GR-sociaal. De bedrijfsvoeringstaken worden ondergebracht bij servicegemeente Dordrecht. Deze taken kunnen door de andere gemeenten worden ingekocht. In 2021 volgt een proces van verdere uitwerking, definitieve besluitvorming en implementatie. Tot slot is in 2020 de taakstelling van 5 mln. op de GRD-begroting (besluit Drechtraad juli 2019) verder ingevuld en geëffectueerd.

Jaarstukken 2020

Pagina | 93

4.6 Paragraaf verbonden partijen 4.6.1 Inleiding De uitvoering van een aantal gemeentelijke taken is overgedragen aan verbonden partijen De gemeente blijft verantwoordelijk, maar voert de taken zelf niet meer uit. Deelname is gekoppeld aan specifieke doelstellingen. De gemeente neemt deel in verbonden partijen om bepaalde taken efficiënter of met meer kwaliteit te kunnen uitvoeren Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft (art. 1 BBV = Besluit Begroting en Verantwoording). Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen deelnemingen door de gemeente in publiekrechtelijke samenwerkingsorganisaties (gemeenschappelijke regelingen), privaatrechtelijke samenwerkingsorganisaties (N.V.’s, B.V.’s, stichtingen, verenigingen etc.) en publiek-private samenwerkingsorganisaties (PPS-constructies). Het college bestuurt en beheert de Verbonden Partijen conform de kaders die de raad in 2017 in de Nota Verbonden Partijen heeft vastgelegd. De gemeente Sliedrecht heeft in de Nota Verbonden Partijen vastgesteld dat de paragraaf Verbonden Partijen van de Begroting fungeert als vigerend register van de regelingen waaraan een gemeente deelneemt.

Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en de mogelijk hieruit voortvloeiende risico’s, besteden wij in de begroting en jaarrekening expliciet aandacht aan de verbonden partijen. In deze paragraaf verbonden partijen is, rekening houdend met de wettelijk verplichte informatie die het moet bevatten, het volgende opgenomen.  Naam en Vestigingsplaats  Deelnemers  Type organisatie  Doelstelling (openbaar belang)  Financieel belang van de gemeente: o bij GR Gevudo en de privaatrechtelijke samenwerkingen; o de financieel bijdrage aan de overige GR-en is separaat in een tabel opgenomen; o een overzicht van de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partijen in het begrotingsjaar is separaat in een tabel opgenomen; o een overzicht van de financiële positie (inclusief eigen en vreemd vermogen aan het begin en einde van het begrotingsjaar) van de verbonden partijen is separaat in een tabel opgenomen.  Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente  Bestuurlijk vertegenwoordiger  Relatie met programmabegroting  Ontwikkelingen  Uittredingsregeling De inhoudelijke bijdrage vanuit de GR-en aan de beleidsdoelen van de gemeente is in de programmakaarten opgenomen. De risico's zijn in paragraaf 3.2 'Weerstandvermogen en risicobeheersing' opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/114/documents/1491