GEW (Definitief) Jaarstukken 2024.pdf
Tekst van het document
189 (2023)
75 (2025)
3e
Percentage van het totale huishoudelijke afval wat per jaar wordt gescheiden (duurzaamheid)
59% (2023)
Meer dan 75% in 2025
53
3a In de lokale uitvoeringsparagraaf wonen staat dat we in de periode 2016 tot 2025 met 1000 woningen willen groeien. Dat betekent dat we tot 2025 streven naar totaal 12.000 woningen (gegevens: 36 waarstaatjegemeente.nl). Het aantal woningen betreft het aantal geregistreerde woningen in de gemeente (CBS). 3b Hernieuwbare energie is schone, duurzame en onuitputtelijke energie die het leefmilieu niet schaadt. Voorbeelden zijn windenergie, zonne-energie, biomassa, waterkracht en geothermische energie. In het percentage hernieuwbare energie wordt rekening gehouden met biobrandstof vervoer, hernieuwbare warmte en hernieuwbare energie. De indicator wordt ontleend aan de in de klimaatmonitor opgenomen waarden in de databank. 3c Een duurzaam warmtenet draagt bij aan een forse CO2-reductie en draagt daarmee bij aan onze duurzaamheidsdoelstellingen. Het warmtenet is een ondergronds leidingnet dat warmte verspreidt om huizen, bedrijven en instellingen te verwarmen. Op lange termijn verdwijnt het gas als warmtebron uit de huizen in Nederland. Restwarmte, bijvoorbeeld uit de industrie, maar ook geothermie of warmtepompen bieden een duurzaam alternatief. Het streven is om in 2026 2500 woningen op het warmtenet te hebben aangesloten.
3d - 3e De streefwaarde van het aantal kilo restafval per inwoner per jaar en het percentage afval dat wordt gescheiden wordt vastgelegd in het te actualiseren afvalbeleidsplan.
Bijdrage van verbonden partijen aan dit programma Smart Delta Drechtsteden Smart Delta Drechtsteden is de merknaam voor de ruimtelijk-economische samenwerking in de Drechtsteden. Binnen Smart Delta Drechtsteden wordt door de gemeenten Alblasserdam, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Zwijndrecht, Papendrecht, Sliedrecht, Dordrecht en Hendrik-Ido-Ambacht samengewerkt aan beleid en projecten op de volgende domeinen: bouwen en ruimtelijke ontwikkeling, wonen en volkshuisvesting, bereikbaarheid en mobiliteit, werken en economie en energie en duurzaamheid’. Soms wordt er ook in wisselende, kleinere verbanden samengewerkt wanneer de onderwerpen en de belangen van de gemeenten daarom vragen. Een voorbeeld van zo’n meervoudig lokale samenwerking is de isolatieactie die de gemeenten Alblasserdam, HardinxveldGiessendam, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht in januari 2025 op hebben gezet om de komende 4 jaar ongeveer 3.800 huiseigenaren te ontzorgen bij het isoleren van hun woning. Naast beleidsvorming en het initiëren en managen van projecten is Smart Delta Drechtsteden ook aan zet om namens de gezamenlijke Drechtsteden te lobbyen bij het rijk en de provincie Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (GR) De Omgevingsdienst verricht in mandaat adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de zorg voor het milieu en de leefomgeving.
De omgevingsdienst voert VTH-taken uit op het gebied van milieu. Daarnaast adviseert de Omgevingsdienst over onderwerpen zoals geluid, lucht, externe veiligheid en bodem bij projecten en in individuele gevallen.
54
ROM-D N.V. ROM-D N.V. versterkt de economische ontwikkeling van de Drechtsteden. MerwedeLingeLijn BV MerwedeLingeLijn BV (her)ontwikkelt (omgevingen van) treinstations. GEVUDO/NV Huisvuilcentrale NH (GR) GEVUDO/NV Huisvuilcentrale NH (GR) verwerkt het huishoudelijk afval van Sliedrecht en levert daarmee vanuit het oogpunt van milieuverantwoord afvalbeheer een bijdrage aan een duurzame leefomgeving. De gemeente zamelt het afval zelf in en transporteert dat naar de HVC opvanglocatie in Dordrecht.
Overzicht van baten en lasten
Voor de toelichting op de tabel, zie het onderdeel "Analyse van de financiele afwijkingen per programma" onder het hoofdstuk "Jaarrekening".
55
Programma 4 - Bestuur en organisatie Onze visie Om slagvaardig te kunnen werken aan de kernopgaven, is de organisatie gericht op "samen realiseren in Sliedrecht". De gemeente werkt opgavegericht en wendbaar en werkt graag voor én samen met de inwoners aan de resultaten die voor de Sliedrechtse samenleving merkbaar zijn.
Inleiding Programma 4 Bestuur en Organisatie omvat alle beleidsvelden van de gemeente Sliedrecht op het gebied van organisatie en bestuur. Vanuit programma 4 werken we daarmee primair aan de randvoorwaarde voor de kernopgaven: Een slagvaardige organisatie die het mogelijk maakt om de ambities voor Sliedrecht waar te maken.
Ambities en ontwikkelingen Om de ambities binnen Koers 2030 te realiseren is een slagvaardige organisatie een randvoorwaarde. Sliedrecht wil een stabiele, flexibele, lerende en opgavegerichte organisatie zijn die meebeweegt met veranderingen in de maatschappij. Een organisatie die aansluit op behoeften en meedenkt en meewerkt aan goede initiatieven van inwoners en waar met plezier wordt samengewerkt met en voor de Sliedrechtse samenleving. We zijn in 2024 doorgegaan waarmee we in 2020 gestart zijn: de ontwikkeling naar de toekomst is gericht op het duurzaam en werkenderwijs optimaliseren en het kwalitatief en kwantitatief versterken van de organisatie. Daarmee maken we het mogelijk om de ambities voor Sliedrecht waar te maken. In 2024 hebben wij (verder) gewerkt aan de hand van de volgende drie ambities: A. In 2026 is onze dienstverlening mensgericht, transparant en helder en weten inwoners/ondernemers wat zij van ons kunnen verwachten. B. In 2026 participeren inwoners actief in onze plannen en hebben we een sterk netwerk van partners waarmee we samen werken aan Koers 2030. C. In 2026 heeft Sliedrecht een prettige, professionele en flexibele organisatie.
Wat hebben we gedaan? In 2024 is op verschillende manieren gewerkt aan het behouden, verbeteren en ontwikkelen van ons dienstverleningsniveau. Er is gewerkt aan het formuleren van een concept visie op Dienstverlening voor de uitvoeringsorganisatie. Voor de totstandkoming van het concept is gebruik gemaakt van input vanuit de organisatie en inwoners. In onze communicatie uitingen is gewerkt op basis van het vastgestelde communicatiebeleid. Op basis hiervan is ingezet op het transparant en in begrijpelijk taal informeren van onze inwoners en partners door aan te sluiten op de door hen meest gebruikte kanalen. Daarnaast is ingezet op het verbeteren van het klant contact met inwoners. Een verbetertraject voor de inzet en het gebruik van Fixi en de afhandeling van web en telefonie is ingezet. Hierdoor worden inwoners in het eerste contact beter geholpen en weten zij nog beter wat ze van ons kunnen verwachten. Zowel in beleid- als planontwikkeling heeft in 2024 op verschillende manieren actief en intensief inwonerparticipatie plaatsgevonden. Gesprekken zijn gevoerd met inwoners en belangengroepen. Ook vindt daarvoor actieve afstemming plaats met de Adviesraad Sociaal Domein en de Maatschappelijke adviesgroep. Daarnaast hebben dorpsgesprekken plaatsgevonden als input voor het opstellen van een plan van aanpak voor de wijk en buurtagenda's.
56
De regionale communicatieaanpak 'Focus op communicatie' borgen we binnen de projectaanpak en passen we na evaluatie, waar nodig aan. De omvang en de complexiteit van onze opgaven nemen toe en vraagt andere benaderingen en werkwijzen dan we gewend waren. Brede samenwerking is noodzakelijk, zeker gezien de schaalgrootte van onze organisatie. Dit betekent ook iets voor hoe we als organisatie denken en doen. En voor de kwaliteit en competenties die we in huis hebben of willen halen. Met het oog op de krappe arbeidsmarkt is het niet eenvoudig de organisatie kwalitatief en kwantitatief op sterkte te hebben en te houden. Beide zijn echter nodig om de Koers 2030 te realiseren. Daarnaast zal de organisatie mee moeten (kunnen) groeien met de groei van Sliedrecht. In 2024 hebben we belangrijke stappen gezet om de stabiliteit en samenwerking binnen onze organisatie te versterken. Een belangrijke mijlpaal was de afronding van de bezetting binnen het managementteam, wat zorgt voor meer continuïteit en het beter kunnen inspelen op de complexe opgaven voor Sliedrecht. Tegelijkertijd is gestart met een leiderschapsprogramma dat managers ondersteunt in contextgericht werken en integraal samenwerken, zodat zij verbindingen kunnen versterken en teams beter aansturen.
Daarnaast hebben we de eerste stappen gezet naar een lerende organisatie, waarin we continu evalueren en verbeteren om toekomstbestendig te blijven. Op basis van de uitkomsten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek, waarin werkdruk een centraal thema was, zijn maatregelen in gang gezet om deze problematiek aan te pakken. We hebben een Sociaal Medisch Overleg opgericht, waarin HR en de arbodienst regelmatig samenwerken met managers om ziekteverzuim en verzuimrisico’s te bespreken. Daarnaast hebben we een HR-dashboard ontwikkeld om continu inzicht te bieden in belangrijke thema’s zoals werkdruk, verzuim en duurzame inzetbaarheid. Dit geeft ons beter stuurinformatie om gericht verbeteringen door te voeren. Tot slot blijft de samenwerking binnen de regio Drechtsteden een belangrijke pijler. We nemen deel aan initiatieven zoals het mobiliteitsprogramma, het integriteitsbeleid en het traineeprogramma, waarmee we onze organisatie versterken en bijdragen aan een gezamenlijke regionale aanpak. Deze inspanningen dragen bij aan het behalen van een prettige, professionele en flexibele/ wendbare organisatie.
Ambities Ambitie 1: Onze dienstverlening is mensgericht, transparant en helder Als gemeente zijn we er voor onze inwoners en ondernemers. We leveren daarbij tal van diensten. Indirect via diverse (algemene) voorzieningen, beheer/onderhoud van de openbare ruimte, realiseren van allerlei projecten, etc. Maar vaak ook direct door het verstrekken van paspoorten, afgeven van vergunningen, verlenen subsidies, doorverwijzen naar zorg of ondersteuning, etc. Het is belangrijk dat onze dienstverlening voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk is. En dat mensen weten waar ze terecht kunnen met (hulp)vragen en wat ze van ons kunnen verwachten. En dat wij daarover transparant en helder zijn (ook als iets niet kan). Het betekent dat we actief feedback ophalen en luisteren naar de individuele behoefte van mensen . Waar mogelijk houden we daar rekening mee. Het uitleggen en steevast terugkoppelen van afwegingen en keuzes is daar belangrijk in. 'We zeggen wat we doen (en waarom) en we doen wat we zeggen'. Het is een cliché, maar uiteindelijk wel de essentie om als betrouwbare partner van onze inwoners te functioneren. Om dit vorm te geven gaan we concreet aan de slag met de volgende beleidslijnen en projecten.
57
Speerpunten We ontwikkelen een kwaliteitshandvest met daarin een set beloften (servicenormen) over onze kwaliteit van dienstverlening. Wat wilden we gaan doen: In 2023 zijn er servicebeloftes geformuleerd over wat inwoners, ondernemers en organisaties van de gemeente mogen verwachten met betrekking tot klantgerichtheid, responstijd, toegankelijkheid, helder taalgebruik, tijdige participatie etc. Een belangrijk project daarbinnen is een aanpak voor het afhandelen van verzoeken, vragen en meldingen van inwoners (regie op klantcontact). Om te achterhalen of we onze servicebeloftes in de praktijk realiseren, verzamelen en analyseren we klantsignalen over de kwaliteit van onze dienstverlening en onze contacten met inwoners en ondernemers. Deze data en signalen halen we op binnen klanttevredenheidsonderzoeken, de berichtgeving op (social) media, de klachtenafhandeling, uitgevoerde 'klantreizen', enz.
Wat hebben we bereikt:
In 2024 is een concept visie voor de uitvoering van de gemeentelijke dienstverlening opgesteld waarin de basis bestaat uit een set van servicebeloften. Dit met als doel om de gemeentelijke organisatie te laten werken vanuit gemeenschappelijke waarden en uitgangspunten. De geformuleerde servicebeloften zijn het resultaat van een interactief proces tussen medewerkers, management, bestuur en waarbij gebruik gemaakt is van input van inwoners doormiddel van rapportages en afstemming met de adviesraden.
We stroomlijnen de afhandeling van verzoeken, vragen en meldingen. Wat wilden we gaan doen:
In 2023 is een nieuwe visie op dienstverlening ontwikkeld met als doel dat deze mensgericht, transparant en helder is. In een actieprogramma zijn projecten benoemd om concrete stappen te zetten om de dienstverlening te verbeteren. Een belangrijk project daarbinnen is een aanpak voor het afhandelen van verzoeken, vragen en meldingen van inwoners (regie op klantcontact).
Wat hebben we bereikt: In 2024 is een concept visie voor de gemeentelijke dienstverlening opgesteld. Onderdeel van de totstandkoming betrof het verkrijgen van inzicht in en op onze dienstverleningsprocessen en het in beeld brengen van mogelijke verbeteringen. Daarvoor hebben we in 2024 meerdere acties in gang gezet. We hebben een klantreis ingezet voor Fixi. Fixi is de website en App waar inwoners een melding kunnen doen over zaken in de buitenruimte of die de gemeente aangaan. Als gevolg van de klantreis hebben we in 2024 de borging van het afhandelen van meldingen verbeterd. Binnen de organisatie zijn verschillende teams sessies georganiseerd over de concept servicebeloftes. In deze sessies is stilgestaan bij het concept dienstverlening en hoe de geformuleerde servicebeloftes zich daartoe verhouden en wat dit betekent in het dagelijks 58
werk van de medewerkers. Vanuit Dienstverlening Drechtsteden is aan de organisatie een presentatie geven over hoe we de kwaliteit van dienstverlening aan inwoners verder kunnen verhogen door het delen en beschikbaar stellen van de juiste informatie voor de afdeling Web en Telefonie. Zij zijn verantwoordelijk voor ene groot deel van het eerste lijn contact met onze inwoners. Daarnaast wordt actief zicht gehouden en regie gevoerd op ons zaaksysteem zodat aanvragen van inwoners en organisaties tijdig afgehandeld worden.
We communiceren transparant en helder over wat we doen, waarom en wanneer. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
We werken volgens het communicatiebeleid 2023-2026 zodat we onze inwoners tijdig en helder informeren via het kanaal dat zij gebruiken. Hierbij wordt de regionale communicatieaanpak 'Focus op communicatie' vanuit de SGD gehanteerd die zorgt dat de capaciteit ingezet wordt op projecten en ontwikkelingen waar we met communicatie echt het verschil kunnen maken.
In 2024 hebben gewerkt op basis van het vastgestelde communicatiebeleid. Op basis hiervan is actief ingezet op het transparant en in begrijpelijk taal informeren van onze inwoners en partners door aan te sluiten op de door hen meest gebruikte kanalen (sociale en lokale media). In communicatie hebben we vanuit de strategie 'Focus op communicatie' ingezet op berichtgeving op dossiers als duurzaamheid, programma ruimtelijke vernieuwing, PFAS en de totstandkoming voor een Plan van Aanpak voor de buurtagenda’s.
Ambities Ambitie 2: Inwoners participeren actief in onze plannen en we hebben een sterk netwerk van partners waarmee we samen werken aan Koers 2030 We hebben iedereen nodig om onze plannen te laten slagen. Om nieuwe ideeën en initiatieven te creëren, om andere inzichten en invalshoeken te krijgen en (soms) om tegengestelde belangen inzichtelijk te maken. Participatie is daarom belangrijk. Aan de voorkant van beleidsvorming, projecten en ontwikkelingen. Een gedegen en transparant proces leidt tot zorgvuldige afwegingen, ook als dat betekent dat niet iedereen tevreden kan worden gesteld. Het creëren van draagvlak en/of begrip bij belanghebbenden aan de voorkant levert in het verdere proces veel voordeel op. Vaak gaat het ook verder dan alleen participeren. Bij de uitvoering van onze taken is actieve samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners, etc. aan de orde van de dag. Om dit succesvol te doen is investeren in het netwerk noodzakelijk. We moeten elkaar actief opzoeken, weten wat er speelt, welke belangen en agenda's iedereen heeft en hoe we die kunnen koppelen. Vanuit een open en constructieve houding om gezamenlijk aan doelen te werken en elkaar successen te gunnen. In een dergelijke samenwerking is ook ruimte voor een eerlijke en kritische kanttekening als daar aanleiding toe is. 59
Als bestuur willen we het goede voorbeeld te geven door elkaar in positie te brengen. Dat vraagt vertrouwen, rolbewustzijn en goede communicatie tussen college, gemeenteraad en ambtelijke organisatie.
Speerpunten We werken voor en samen met onze inwoners om de resultaten voor Sliedrecht te realiseren. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
De gemeente heeft iedereen nodig om plannen te laten slagen. De ambitie is daarom dat inwoners actief participeren in de gemeentelijke plannen en dat samengewerkt wordt met een netwerk van partners aan Koers 2030. Het in 2022 vastgestelde participatiebeleid wordt in 2024 doorontwikkeld. Met als doel actief de samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners op te zoeken. We gebruiken daarbij de ervaringen die we in 2023 hebben opgedaan met het nieuwe beleid en de inzichten van medewerkers die participatietrainingen hebben gevolgd. We zoeken ook aansluiting met de Buurtagenda’s voor inzicht wat er leeft in de Sliedrechtse buurten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar hoe inwoners kunnen participeren, maar juist ook hoe de gemeente kan helpen om plannen uit de buurten te realiseren. We gaan daarvoor experimenteren met verschillende vormen van participatie om zo te ontdekken wat werkt voor Sliedrecht.
In 2024 zijn we gestart met het opstellen van een plan van aanpak voor het uitvoering van buurtagenda’s in Sliedrecht. Dit doen we in samenspraak met onze inwoners. Hiervoor hebben we eind 2024 twee interactieve sessies georganiseerd in de vorm van dorpsgesprekken. In 2024 is vanwege het ontbreken van de benodigde capaciteit nog niet gestart met het ontwikkelen van nieuw participatiebeleid.
We ontwikkelen het raadhuis als centrum van de democratie en samenleving. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
Na afronding van de aanbestedingsprocedure starten we in 2024 met de restauratie van het Raadhuis.
In 2024 is verder gegaan met de voorbereidingen voor de renovatie van het raadhuis. Naast het aanvragen van de benodigde vergunningen, zijn ook subsidies aangevraagd en gedeeltelijk toegekend. Omdat het raadhuis tijdens de renovatie niet beschikbaar is als trouwlocatie, zijn het Baggermuseum en het Sliedrechts Museum aangewezen als alternatieve trouwlocaties.
60
Sliedrecht draagt bij aan de regio, en de regio draagt bij aan Sliedrecht. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
Onderzoeken en benutten van (nieuwe) kansen voor meervoudig lokale samenwerkingsverbanden.
De ruimtelijk-economische samenwerking in de Drechtsteden wordt in 2025 uitgebreid met Gorinchem. Daarnaast hebben we gewerkt aan twee projecten in het kader van de tweede regiodeal die het Rijk begin 2024 aan de Drechtsteden plus Gorinchem heeft toegekend; Groen-Blauwe Verbindingen in de Alblasserwaard en De Driehoek. Groen-Blauwe Verbindingen gaat over het realiseren van recreatieve fiets- en wandelpaden in een natuur- en waterrijke omgeving. De geografische scope van het project reikt vanaf de oever van de Merwede met uitzicht op de Biesbosch tot aan de landelijke polder van de Alblasserwaard. Dit project pakken we samen met Papendrecht op. De Driehoek, tenslotte, realiseert duurzame energieopwekking in het gebied van circa 12 hectare dat ingesloten ligt tussen de Betuweroute, Merwede Linge-lijn en de A15. Eind 2024 is een begin gemaakt met een inventarisatie van de overlegplatformen in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. In 2025 kijken we waar we zelf aan tafel moeten zitten en waar we ons kunnen laten vertegenwoordigen door andere gemeenten. Door allianties te smeden met andere gemeenten proberen we, wanneer onze belangen gelijklopen, onze capaciteit slim in te zetten.
Onderzoeken en benutten van externe subsidiemogelijkheden om onze doelen kracht bij te zetten.
Een belangrijke stap in het versterken van de financiële basis voor regionale ambities is gezet met de uitvoering van een uitgebreide subsidiescan door ERAC. Deze scan biedt inzicht in de beschikbare financieringsmogelijkheden en sluit aan op de prioritaire thema’s van Smart Delta Drechtsteden, waaronder maritieme industrie en infrastructuur. Daarnaast is er succesvol gebruik gemaakt van middelen uit het MIRT-programma, waarmee substantiële financiële ondersteuning is gerealiseerd voor projecten die bijdragen aan de ontwikkeling van ‘de bereikbaarheid de regio. Door deze resultaten worden de mogelijkheden voor verdere samenwerking en nieuwe financieringskansen vergroot.
61
Ambities Ambitie 3: Werken aan een prettige, professionele en flexibele organisatie. Om te werken aan een prettige, professionele en flexibele organisatie is het van belang om kwantitatief en kwalitatief op sterkte zijn. De krapte op de huidige arbeidsmarkt stelt ons, als relatief kleine organisatie, voor uitdagingen en dat kan gevolgen hebben voor onze beleid- en uitvoeringskracht en ons ontwikkelvermogen. Door te investeren in het versterken van onze organisatie, goed werkgeverschap, portfoliomanagement en ondersteunende bedrijfsvoering, willen we de uitdagingen op de huidige arbeidsmarkt zoveel mogelijk het hoofd bieden en onszelf in staat stellen onze ambities waar te maken. Daarmee ontwikkelen we ons naar een prettige, professionele en flexibele organisatie, waar mensen graag willen en blijven werken. Waar zij zich in hun kracht gezet en gewaardeerd voelen. Waar zij prettig kunnen werken met een goede werkplek, systemen, informatie en processen die hen ondersteunen. Waar duidelijkheid is waar we als organisatie naartoe werken, wat er van hen wordt verwacht en wat zij van ons kunnen verwachten.
Speerpunten Sliedrecht is een aantrekkelijke werkgever die erin slaagt geschikte mensen te werven en te binden. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
We gaan aan de slag met de resultaten van het Medewerkerstevredenheidsonderzoek
In 2024 zijn de resultaten van het tussentijdse medewerkersonderzoek besproken met de teams. Per team wordt gekeken naar de specifieke behoeften, waarbij maatwerk wordt toegepast om werkdruk en andere aandachtspunten aan te pakken.
Er is extra aandacht voor talentontwikkeling in de organisatie, door inzet van trainees en junioren.
Gemeente Sliedrecht is een organisatie waar junioren zich kunnen ontwikkelen. Er is ruimte voor onboarding en opleiding. In 2024 is verdere invulling gegeven aan het onboardingsproces.
We benaderen de arbeidsmarkt, samen met onze buurgemeenten, actief om voldoende gekwalificeerde mensen te werven en te binden.
In 2024 zijn 33 vacatures geplaatst voor medewerkers in loondienst en 29 vacatures zijn vervuld door een proactieve benadering van de arbeidsmarkt, in samenwerking met buurgemeenten.
We vernieuwen het gemeentekantoor.
Op 5 maart 2024 is het uitvoeringskrediet voor de herinrichting van het gemeentekantoor beschikbaar gesteld. De uitwerking van het definitief ontwerp naar een technisch ontwerp en de aanbesteding heeft eind 2024 plaatsgevonden.
62
We ontwikkelen een aanpak waarbij we 'sturen en realiseren via portfoliomanagement'. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
We evalueren de manier waarop we portfoliomanagement voeren, zoals we dat in 2023 zijn gestart. We onderzoeken daarbij of en hoe deze manier van sturen ons helpt om meer grip te hebben op het realiseren van onze ambities en waar nodig stellen we onze werkwijze bij.
De werkwijze is geevalueerd en vertaald naar een Sliedrechtse werkwijzer.
We evalueren de instrumenten die ondersteunend zijn aan prgrammatisch werken en professioneel opdrachtgever- en opdrachtnemerschap en stellen waar nodig onze werkwijze bij en/of investeren in training en ontwikkeling van onze medewerkers.
Er heeft een training opdrachtgeverschap opdrachtnemerschap plaatsgevonden.
We implementeren data-gedreven werken en bedden dit breed en structureel in binnen de organisatie. Wat wilden we gaan doen: Data gedreven werken wordt verder in onze organisatie ingebed door nieuwe projecten en initiatieven. Goed gebruik van data leidt tot heldere en nieuwe inzichten wat helpt bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid. We willen data nadrukkelijk betrekken in onze werkwijze zoals we dat al doen bij team Samenleving, Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid en Vastgoed.
Wat hebben we bereikt:
In 2024 is beperkt inzet geweest op data gedreven werken. Er is geconstateerd dat er onvoldoende capaciteit is om hier voortgang op te boeken. Op regionaal niveau is en wordt er wel gewerkt aan een dashboard ten behoeve van data gedreven werken.
Waar nodig en (financieel) mogelijk versterken we de organisatie, kwalitatief en kwantitatief. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
We houden doorlopend inzicht in de capaciteit die aanwezig en nodig is om de ambities te bereiken naast de uitvoering van het reguliere werk. Portfoliomanagement helpt ons daarbij.
Het capaciteitsoverzicht is ieder kwartaal, in het kader van portfoliomanagement, geactualiseerd.
Het nieuwe organisatie en sturingsmodel hebben we in 2023 onder leiding van de kwartiermakers samen met de organisatie verder uitgewerkt in o.a. teamplannen, rol- en functieprofielen en samenwerkingsafspraken. Ook dit evalueren we in 2024 en stellen we waar nodig bij. Evalueren en bijstellen zal een continue proces zijn in onze 63
organisatieontwikkeling.
Reguliere werkzaamheden en overige ontwikkelingen
Beleidsindicatoren Naam indicator
Meest recente waarde Sliedrecht
Streefwaarde
4a
Cijfer tevredenheid: KTO (1e lijn dienstverlening)
8,3
8
4b
% realisatie servicenormen (1e lijn dienstverlening) balie % realisatie servicenormen (1e lijn dienstverlening) telefonie
91% 68%
80% 70%
92%
80%
16*
0
% realisatie servicenormen (1e lijn dienstverlening) web 4c
eNPS-score medewerkerstevredenheid • •
•
4a* Dit is opgebouwd uit 3 verschillende onderdelen: balie 9; telefonie 7,8 en web 8,3 (cijfers Sliedrecht derde kwartaal 2024). 4b* Servicenormen zijn opgebouwd uit 3 onderdelen: balie , telefonie en web. Voor balie geldt de norm dat op afspraak de klant binnen 5 minuten wordt geholpen, voor inloop is dat 15 minuten. Voor telefonie geldt de norm dat een gesprek binnen 25 seconden wordt beantwoord. Voor web geldt een toegankelijkheidsscore middels een monitoringtool die onder andere de toegankelijkheid, bruikbaarheid, geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en vindbaarheid van de aangeboden informatie meet (cijfers Sliedrecht derde kwartaal 2024). 4c* Dit is het resultaat uit het tussentijds MTO van juni 2024.
4a t/m 4b Dienstverlening loopt als een rode draad door de hele organisatie, het is iets van alle medewerkers. Elke medewerker heeft te maken met het leveren van diensten.
64
Dit kan voor een interne- of externe klant zijn, maar uiteindelijk werken wij allemaal voor de inwoners en ondernemers van de gemeente Sliedrecht. In het CWP is richting gegeven aan de manier waarop wij onze diensten willen leveren en hoe wij als betrouwbare partner willen (samen)werken. Om te toetsen of Sliedrecht als organisatie op de goede weg is, wordt een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Daarnaast wordt geleerd van de ervaringen van onze klanten en partners zodat onze dienstverlening blijft verbeteren. 4c Medewerkers die tevreden zijn over hun werk en de organisatie presteren beter en dragen bij aan het succes van de organisatie. Een medewerkers tevredenheidsonderzoek is een indicator die weergeeft of medewerkers betrokken, gemotiveerd of tevreden zijn en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn zoals verzuim, verloop en effectiviteit. Tot 2023 werd de medewerkerstevredenheid gemeten met een gemiddeld rapportcijfer. Dit cijfer gaf een algemeen beeld, maar gaf weinig inzicht in de verdeling tussen tevreden en ontevreden medewerkers. Om beter inzicht te krijgen in de medewerkerstevredenheid en betrokkenheid is de organisatie overgestapt naar de eNPS-methode. De eNPS (Employee Net Promoter Score) is een methode om medewerkerstevredenheid en loyaliteit te meten.
Het werkt op basis van één vraag: "Hoe waarschijnlijk is het dat je deze organisatie als werkgever zou aanbevelen aan anderen?" Medewerkers geven een score van 0 tot 10, waarna ze worden ingedeeld in drie groepen: • • •
Promoters (9-10): Zeer tevreden medewerkers die de organisatie actief aanbevelen. Neutralen (7-8): Neutrale medewerkers, tevreden maar niet enthousiast. Criticasters (0-6): Ontevreden medewerkers die mogelijk negatief over de organisatie praten.
De eNPS-score wordt berekend als: % promotors -/- % criticasters. De eNPS-score van juni 2024 is 16, wat een lichte verbetering is ten opzichte van het vorige onderzoek van september/oktober 2023 (-19).
Bijdrage van verbonden partijen aan dit programma De bijdrage aan de Servicegemeente Dordrecht wordt toegelicht in de Paragraaf Bedrijfsvoering.
65
Overzicht van baten en lasten
Voor de toelichting op de tabel, zie het onderdeel "Analyse van de financiele afwijkingen per programma" onder het hoofdstuk "Jaarrekening".
66
Programma 5 - Financiën van Sliedrecht Onze visie Om de inhoudelijke doelstellingen te kunnen realiseren en het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de voorzieningen in stand te kunnen houden dienen de gemeentelijke financiën structureel in evenwicht te zijn.
Inleiding Het programma Financiën van Sliedrecht is ten opzichte van de vier eerder genoemde programma's een afwijkend programma . In dit programma worden de onderdelen met betrekking tot de algemene dekkingsmiddelen, onvoorzien en vennootschapsbelasting toegelicht en wordt inzicht gegeven in de reguliere werkzaamheden en overige ontwikkelingen. In het collegewerkprogramma is de ambitie opgenomen dat er vanaf 2026 sprake is van een structureel sluitende meerjarenbegroting en afdoende weerstandsvermogen.
Wat hebben we gedaan? Ambities Ambitie 1: In 2026 en verder is er sprake van een structureel sluitende meerjarenbegroting en afdoende weerstandsvermogen De Begroting 2024 is niet meer sluitend vanaf 2026. We zijn gestart met het proces om bij de kadernota 2025 en vervolgens bij de kadernota 2026 voorstellen te doen die leiden tot een sluitende meerjarenbegroting. Tegelijkertijd spelen er aanzienlijke risico's, waardoor de bandbreedte waarbinnen het exploitatiesaldo moet worden bezien zich bevindt tussen € 4,0 miljoen positiever en € 4,0 miljoen negatiever, dan het exploitatiesaldo. De uitdaging voor de lange termijn is aan de structureel sluitende kant van deze bandbreedte te blijven.
Speerpunten We volgen ontwikkelingen ten aanzien van het gemeentefonds op de voet en anticiperen hierop in de P&C-cyclus. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
We continueren onze lobby (samen met de Drechtsteden/VNG) richting het Rijk om te komen tot een afdoende financiering voor aan gemeenten opgedragen taken.
In 2024 wordt er door de VNG op alle mogelijke manier gelobbyd richting het Rijk voor 'afdoende' financiering van de toegekende taken. Focus ligt hierbij op een afdoende financiering voor aan gemeenten opgedragen taken. Daarnaast loopt de specifieke lobby op het vervolg van de herijking van het gemeentefonds. Er zijn diverse onderzoeken toegezegd door het ministerie, deze worden opgestart. Een van de onderzoeken betreft die naar de zogenaamde 'instellingsgemeenten'.
67
We verfijnen het denken in scenario's / bandbreedten ten aanzien van het exploitatiesaldo van de meerjarenbegroting, zodat we niet verrast worden door nieuwe ontwikkelingen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar risico's maar ook naar kansen.
Dit is een standaard onderdeel geworden van de P&C producten begroting en jaarrekening.
We houden het financiële beheersinstrumentarium (Financiële Verordening en bijbehorende nota's) op orde. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
We geven invulling aan de door de accountant genoemde verbeterpunten in het Accountantsverslag 2022.
We hebben de verbeterpunten van de accountant, zoals opgenomen in het accountantsverslag en de managementletter, samengevat en uitgewerkt in de verbeteragenda. Met deze verbeteragenda pakten wij de verbeterpunten van de accountant op.
We laten de lokale lasten op verantwoorde wijze meebewegen met de economische ontwikkeling en inhoudelijke ambities. Wat wilden we gaan doen:
Wat hebben we bereikt:
De onroerend zaakbelasting (OZB) opbrengst wordt naast de reguliere indexatie van 3,1% met een extra percentage van 6% verhoogd. Deze opbrengst maakt het mogelijk om ambities te realiseren.
De onroerende zaakbelasting is naast de reguliere indexatie verhoogd overeenkomstig het collegewerkprogramma.
Er wordt gewerkt aan een nieuw Gemeentelijke Rioleringsplan 2024 - 2028. Duidelijk is dat er in deze periode extra investering noodzakelijk zijn. De effecten op het tarief worden in beeld gebracht.
De tarieven rioolheffing zijn met 10% verhoogd over het jaar 2024. Het nieuwe WRP heeft er toe geleid dat de in 2024 vastgestelde belastingverordeningen voor 2025 voor de rioolheffing geen stijging van het tarief kent.
Onvoorzien en vennootschapsbelasting De verplichte overzichten onvoorzien en vennootschapsbelasting maken onderdeel uit van de Financiën van Sliedrecht. Gemeente Sliedrecht begroot jaarlijks € 61.100 onder de titel onvoorzien. Voor te betalen vennootschapsbelasting is geen bedrag geraamd. De reden hiervoor is een verschil van inzicht tussen gemeenten en de Belastingdienst ten aanzien van diverse onderwerpen. Voor gemeente Sliedrecht heeft dit bijvoorbeeld betrekking op de vergoeding die we ontvangen voor de reclame op de driehoeksborden langs de toegangswegen. Jaarlijks ontvangt gemeente Sliedrecht een aanslag van circa € 10.000 voor de vennootschapsbelasting op de reclamebelasting. De fiscaal adviseur van gemeente Sliedrecht verrekend echter de reclameopbrengsten met een verlies op de grexen en doet derhalve een aangifte van € 0. De fiscaal adviseur van gemeente Sliedrecht stuurt
68
jaarlijks bezwaren naar de Belastingdienst namens gemeente Sliedrecht voor de aanslagen die de Belastingdienst gemeente Sliedrecht oplegt.
Reguliere werkzaamheden en overige ontwikkelingen
Beleidsindicatoren Naam indicator
Meest recente waarde Sliedrecht
Streefwaarde
1
Netto schuldquote (zonder correctie)
37% (B2024)
< 90%
2
Solvabiliteitsratio
54% (B2024)
< 50%
3
Grondexploitatie
-3% (B2024)
< 20%
4
Structurele exploitatieruimte
0,16% (B2024)
> 0%
5
Belastingcapaciteit
94% (B2024)
< 100%
Dit betreft dezelfde beleidsindicatoren zoals (verplicht) opgenomen onder de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. De nadere toelichting op deze indicatoren is in breder perspectief daar opgenomen.
Bijdragen van verbonden partijen aan dit programma Servicegemeente Dordrecht voert voor de Financiën van Sliedrecht onder andere de volgende taken uit: de financiële administratie, de treasury functie en het innen van de gemeentelijke belastingen. Ook levert Servicegemeente Dordrecht expertise op de diverse aspecten van te betalen belastingen (denk hierbij aan BTW). Meer specifiek voor Gemeentebelastingen en Basisinformatie Drechtsteden (GBD) betreft dit: 1. De efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft. 2. De uitvoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) waaronder ook wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.
69
Overzicht van baten en lasten
Voor de toelichting op de tabel, zie het onderdeel "Analyse van de financiele afwijkingen per programma" onder het hoofdstuk "Jaarrekening".
70
Basisset beleidsindicatoren Landelijke indicatoren Gemeenten nemen een uniforme basisset beleidsindicatoren op in hun begroting en jaarverslag. De set behandelt een breed spectrum van onderwerpen, van misdrijven en afval tot bijstandsuitkeringen en nieuwbouwwoningen. Zo kunt u zich een helder beeld vormen van de beleidsresultaten van de gemeente.
71
72
73
Het meerjarig vergelijk van bovenstaande indicatoren is te raadplegen via de website: https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/Besluit-Begroting-en-Verantwoording Naam indicator
Peildatum
Waarde
Formatie gemeente Sliedrecht per 1.000 inwoners
31-12-2024
5,56
Bezetting gemeente Sliedrecht per 1.000 inwoners
31-12-2024
5,22
Apparaatskosten gemeente Sliedrecht per inwoner
31-12-2024
€ 354
Externe inhuur gemeente Sliedrecht (% van totale loonsom + totale kosten inhuur externen)
31-12-2024
18,44%
Overhead gemeente Sliedrecht (% van totale lasten)
31-12-2024
11,71%
74
Paragrafen
75
Paragraaf Lokale heffingen en belastingen Inleiding In deze paragraaf geven we inzicht in de tarieven en tariefontwikkeling voor de lokale heffingen en belastingen. De lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Hondenbelasting is in de wet geregeld. De inkoop van poepzakjes, het legen van afvalbakken, de aanschaf, onderhoud en bediening van de hondenpoepzuiger worden gedekt uit deze inkomsten. Deze paragraaf gaat over gebonden en ongebonden heffingen. We gaan achtereenvolgens in op: • • • • • •
ontwikkelingen en rijksbeleid, overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen, heffingen woonlasten (lokale lastendruk), overige lokale heffingen, kwijtscheldingen, kostendekkendheid.
Ontwikkelingen en rijksbeleid a. Herziening gemeentelijk belastinggebied In het Coalitieakkoord 2021 – 2025 “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” staat dat partijen een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden willen uitwerken voor de periode na 2025. Daardoor wordt een stabielere financiering voor de medeoverheden gerealiseerd en wordt hun autonomie vergroot. Ook de mogelijkheid voor een groter gemeentelijk belastinggebied wordt hierin betrokken, inclusief alternatieven voor OZB. Eind 2024 bleek er in de tweede kamer geen meerderheid voor uitbreiding van het lokale belastinggebied. b.
Kostendekkendheid heffingen
Het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)’ schrijft voor dat inzichtelijk gemaakt moet worden • • •
hoe we er bij de berekening van tarieven van heffingen voor zorgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, welke beleidsuitgangspunten ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.
Wij hanteren de volgende uitgangspunten voor de kostendekkendheid: 1. overhead toerekenen op basis van personeelslasten; 2. één systematiek van toerekening van overhead; 76
3. maximaal 100% kostendekkendheid; 4. toegroeien naar maximaal 100% kostendekkenheid van de lijkbezorgingsrechten in het jaar 2025 (conform de uitgangspunten van de begroting 2020); 5. de kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing. c. Ontwikkeling bezwaarschriften Landelijk is sprake van een forse toename van het aantal ingediende bezwaarschriften op de WOZwaarde. Het uitgangspunt is dat de gemeente alleen kostendekkend producten levert aan inwoners. Dat er nu verschillende bedrijven op basis van No-cure No-Pay bezwaar maken tegen de WOZ aanslag zorgt er voor dat de gemeente veel extra kosten moet maken om deze bezwaarschiften te behandelen. Omdat we onze ervaren regionale samenwerkingspartner inzetten is het aantal toekenningen op bezwaarprocedures procentueel minder dan voorgaande jaren. De extra kosten voor alle procedures moet de gemeente helaas wel ten koste laten gaan van de mooie dingen die we voor Sliedrecht en de Sliedrechters kunnen doen.
Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen Onderstaande tabel is een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten (leges) over 2024 en, ter vergelijking, 2023. Wij merken op dat de verschillen tussen de verantwoording over 2023 en 2024 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar wel van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen bij de onroerende zaakbelastingen een belangrijke rol.
Bij de opbrengst van de niet-woningen is rekening gehouden met de opbrengst van het ondernemersfonds .
77
Heffingen woonlasten (lokale lastendruk) De lokale woonlasten bestaan uit OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen grotendeels de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde (= de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in euro’s weergegeven over 2024 en de twee voorgaande jaren. Tevens zijn hierin de geldende tarieven voor de afvalstoffen- en de rioolheffing opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage.
Bij de berekening van de woonlasten is uitgegaan van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin. De gemiddelde woningwaarde is de basis voor berekening van de aanslag OZB. Deze waarde is berekend naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarden 2024 zijn dus berekend naar de waardepeildatum 1 januari 2023. De gemiddelde WOZ-waarden zijn ontleend aan de geactualiseerde gegevens uit de WOZ-administratie. Bij de berekening van de woonlasten voor 2024 hanteerden we de volgende uitgangspunten:
Onroerendezaakbelastingen
+ 3% voor inflatie en verhoging conform collegewerkprogramma begroting 2024
Afvalstoffenheffing
maximaal 100% kostendekkend
Rioolheffing
maximaal 100% kostendekkend
Onroerendezaakbelasting De onroerende-zaakbelastingen (OZB) is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Deze heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor de WOZ-waarden 2024 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2023. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De volgende tabel geeft weer hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld
78
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht. De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):
Rioolheffing Op basis van artikel 228a van de Gemeentewet kunnen gemeenten de kosten van de zorgplicht voor afval-, hemel- en grondwater verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing verhaald worden, moet in het Water Rioleringsprogramma (WRP) vastgesteld zijn. De berekening van
de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.
Sliedrecht legt eigenaren van panden een vast bedrag aan heffingen per jaar op. Daarbij is de situatie per 1 januari bepalend. Ook gebruikers van panden ontvangen een rioolheffing. De tarieven ontwikkelden zich de afgelopen jaren als volgt (x € 1):
Vergelijking andere gemeenten We vergelijken de woonlasten in Sliedrecht met die van andere Drechtstedengemeenten. De vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2024 op www.coelo.nl en betreft de woonlasten van meerpersoonshuishoudens (x € 1). Het betreft hier koopwoningen. De gemiddelde waarde voor alle woningen, waarvan in de tabel 'Woonlasten meerpersoonshuishouden' is uitgegaan, ligt lager
79
Benchmark lokale lasten Tot en met 2019 gold de zogenoemde 'macronorm'. Dit was een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid over de maximale stijging van de landelijke opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB). Deze macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen en stamde uit 2007. In 2014 is uit onderzoek gebleken dat de macronorm geen effectief instrument is, omdat de norm niet heeft bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling, daar de besluitvorming over tarieven in gemeenten in de eerste plaats geënt is op lokale afwegingen. Sinds die tijd is de vergelijking van de lokale lasten, OZB, afvalstoffen- en rioolheffing, tussen gemeenten volgens het Rijk beter mogelijk geworden. Onder meer door de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentebegroting de ontwikkelingen toe te lichten. Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning.
De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. In de benchmark voor 2024, opgenomen in de Coelo atlas 2024 vanaf pagina 188, wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Middels de (grafische) vergelijking voor Zuid-Holland op pagina 197 worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente, minus de tegemoetkoming in de woonlasten (heffingskorting) voor 2024 en de tariefswijzigingen per gemeente ten opzichte van 2023.
80
De figuren bieden de mogelijkheid om de gemeenten op verschillende punten te vergelijken. De positie op de x-as (hoe ver naar rechts staat de gemeente?) geeft informatie over de hoogte van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met die van de andere gemeenten in de provincie. De horizontale rode lijnen laten zien in hoeverre de gemeentelijke woonlasten en de mutatie afwijken van het gemiddelde in Nederland (doorgetrokken rode lijn) en de provincie (gestippelde rode lijn). Het gemiddelde voor Nederland bedraagt € 994 en voor Zuid-Holland is dit € 1.038. Het stijgingspercentage ten opzichte van 2023 bedraagt landelijk 5,2% en voor Zuid-Holland ruim 6,3%. Verder kan de hoogte van de ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden vergeleken. Enkele gemeenten hanteren een korting op de totale aanslag (heffingskorting). De hoogte van de heffingskorting wordt weergegeven met een oranje balkje. Het bedrag van de heffingskorting is verrekend met de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing in de gemeente door het gekorte bedrag te delen door drie en dit in mindering te brengen op de drie betaalde bedragen.
Overige lokale heffingen Hondenbelasting In de Gemeentewet is bepaald dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. Hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelastingen, vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. Reinigingsrechten Voor het ophalen van afval bij niet-woningen (winkels, bedrijven, buurtcentra, etc.) kunnen gemeenten reinigingsrecht heffen. Uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt. In tegenstelling tot het inzamelen van huishoudelijk afval hebben gemeenten niet de verplichting om afval bij bedrijven in te zamelen. Bedrijven moeten zelf zorgdragen voor het afvoeren van hun afval en kunnen hiervoor een contract aangaan met een erkende afvalinzamelaar of met de gemeente. 81
Reclamebelasting Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg reclamebelasting heffen.
De reclamebelasting is een algemene belasting. De reclamebelasting kan mede worden gezien als een profijtbelasting, wanneer zij geheven wordt naar de mate waarin particulieren en bedrijven profiteren van overheidsvoorzieningen die het doen van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mogelijk maken.
Zo is bijvoorbeeld vanuit de profijtgedachte een hoger tarief denkbaar in het (winkel)centrum van een gemeente, waar immers het meeste effect wordt verwacht van de openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Ook kan regulering worden nagestreefd met deze heffing door deze bijvoorbeeld te beperken tot - of een hoger tarief te hanteren in - bepaalde wijken, teneinde wildgroei van openbare aankondigingen tegen te gaan.
Verder kan de reclamebelasting zich beperken tot een deel van de gemeente, mits daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat.
In overleg met de desbetreffende ondernemersverenigingen heeft uw raad op 30 januari 2018 drie reclamebelastingen ingevoerd, namelijk voor Winkelgebied Kerkbuurt, Winkelgebied Burgemeester Winklerplein en Woonboulevard Sliedrecht. Deze reclamebelastingen zijn 1 februari 2018 ingegaan en sindsdien jaarlijks verlengd.
Het doel is om per gebied met een ondernemersfonds het ondernemers- en verblijfsklimaat en daarmee de duurzame economische vitaliteit van de gebieden te versterken.
De opbrengst van deze belasting wordt gestort in ondernemersfondsen voor deze gebieden, die beheerd worden door de betreffende ondernemersverenigingen. Afspraken hierover zijn vastgelegd in overeenkomsten tussen de verenigingen en de gemeente.
De belasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak zijnde niet-woningen in het desbetreffende gebied. Als de onroerende zaak leeg staat en er wordt een reclame-uiting gevoerd dan zal de aanslag worden opgelegd aan de eigenaar. Per 2023 is een nieuw, gemeente-breed ondernemersfonds ingesteld, maar dit staat los van de reclamebelasting. Havengeld Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken en voor het gebruik van alle binnen onze gemeente gelegen openbare wateren heft de gemeente havengeld. Het uitgangspunt daarbij is dat dit maximaal kostendekkend gebeurt. Lijkbezorgingsrechten Als gemeente heffen wij rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt.
82
Kwijtscheldingen Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de Rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Wij hanteren de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is de administratieve lasten voor de burger te verminderen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Wij verlenen kwijtschelding voor: • • • •
Onroerendezaakbelastingen; Afvalstoffenheffing; Rioolheffing; Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond).
De volgende tabel geeft weer hoeveel kwijtschelding voor 2024 verstrekt:
Kostendekkendheid Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In de onderstaande tabel hebben we de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2024 inzichtelijk gemaakt.
83
Gemiddeld genomen zijn de kostendekkendheidpercentages lager dan in de begroting opgenomen. De realisatie laat zien dat de toe te rekenen ambtelijke uren hoger zijn uitgevallen dan vooraf begroot. Bij de rioolheffing zijn de kosten lager uitgevallen, het WRP is gedurende 2024 vastgesteld. Aangezien de rioolheffing een gesloten systeem is, wordt het verschil (voordeel) gestort in de voorziening. Het dekkingspercentage van de Leges Hoofdstuk 3 valt op door de relatief lage hoeveelheid toe gerekende kosten (geen toerekening ambtelijke uren). Over de kostendekkendheid wordt opgemerkt dat er voor gekozen is: 1. overhead toe te rekenen op basis van personeelslasten; 2. één systematiek van toerekening van overhead; 3. toegroeien naar 100% kostendekkendheid; 4. de kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing; 5. bij het bepalen van de tarieven van de lokale heffingen wordt geen rekening gehouden met dotaties en onttrekkingen aan reserves; 6. de afkoopbedragen zoals opgenomen binnen de Verordening begrafenisrechten 2024 gemeente Sliedrecht worden direct in het verantwoordingsjaar als baat verantwoord. Het gevolg hiervan is dat de kostendekkendheid hierdoor positief beïnvloed wordt, dit is een consistente gedragslijn met eerdere jaren.
84
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt ingegaan op de bestaande risico's binnen de gemeente en het vermogen om deze risico's (financieel) op te vangen op het moment dat ze zich daadwerkelijk voordoen. De relevante kaders zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vastgesteld september 2020) en de nota Reserves en voorzieningen (vastgesteld in juni 2023). De paragraaf is onderverdeeld in zes blokken: • • • • • •
Het risicoprofiel, hier wordt ingegaan op de bestaande risico's; De weerstandscapaciteit, hier wordt bepaald wat de ruimte is om risico's op te vangen; De ratio weerstandsvermogen, hier wordt beoordeeld in hoever de risico's in verhouding staan tot de weerstandscapaciteit; De financiële kengetallen, hier wordt bovenstaande in een breder (vanuit het BBV) verplicht perspectief geplaats; De bandbreedte, hier wordt het exploitatiesaldo in een bandbreedte geplaatst; De reserve Koers 2030
Risicoprofiel Het risicoprofiel wordt bottom-up opgebouwd. Alle risico's met een ingeschatte impact van groter dan € 10.000 worden hierbij meegenomen. Per risico wordt vervolgens bepaald of het een incidenteel, of een structureel risico betreft. Een structureel risico wordt voor 2,5 jaar opgenomen in het risicoprofiel. Er is daarmee 2,5 jaar (gewogen) budget gereserveerd om voor een dergelijk risico een structurele oplossing te vinden. Dit is nodig omdat de weerstandscapaciteit niet structureel kan worden aangesproken. Naast risico's worden er indien aanwezig ook kansen opgevoerd.
Per risico wordt vervolgens bepaald hoe groot de kans van optreden is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vier klassen:
Dit levert vervolgens per risico een bedrag op. Met behulp van zeven risico gebieden zijn deze in onderstaande tabel weergegeven:
85
Het laatste risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht staat in de Begroting 2025. Het totale risico bedroeg op dat moment € 10,0 miljoen. Er is nu is voor € 11,8 miljoen aan risico's geïdentificeerd. Het totaal van de risico’s stijgt daarmee met € 1,8 miljoen. De verklaring daarvoor ligt in het risico ten aanzien van de algemene uitkering (toegenomen) en de projectrisico's (afgenomen). Per abuis is in de Begroting 2025 het risico ten aanzien van de herijking gemeentefonds - suppletieuitkering gepresenteerd onder overige risico's in plaats van onder Algemene uitkering, dat is gecorrigeerd. We lichten hier de vijf grootste risico's nader toe. Daarmee is 96% van het totale risico gemoeid. 1. Herijking gemeentefonds – suppletieuitkering, € 5.494.000 (Algemene uitkering) De herijking van het gemeentefonds is doorgevoerd. Het effect werd in eerste instantie beperkt tot € 37,50 per inwoner met behulp van een zogenaamde suppletie uitkering binnen het gemeentefonds. Dit is ook het bedrag waarmee de uitkering voor Sliedrecht is verlaagd. De onderbouwing voor deze beperking tot € 37,50 per inwoner is een politieke afspraak. Wanneer afspraken anders komen te liggen dan bestaat het risico dat de suppletie uitkering wegvalt, danwel lager wordt. In het voorjaar 2025 is duidelijk geworden dat de politieke afspraak aan het schuiven is.
De kans dat het risico optreedt is daarom verhoogt van 'mogelijk' naar 'aanzienlijk'. 2. Projecten, € 2.902.000 (Project risico's) Het succesvol uitvoeren van projecten gaat naast het realiseren van doelstellingen over het beheersen van risico's. Bij het uitvoeren van projecten bestaan er altijd risico's, denk aan: • • •
risico's die verband houden met de aard van het plan (bijvoorbeeld omdat er technisch complexe onderdelen inzitten waarbij zich onvoorziene kosten kunnen voordoen); risico's die verband houden met het tijdstip waarop het plan gerealiseerd wordt (er kunnen zich nieuwe omstandigheden voordoen waarop geanticipeerd moet worden); risico's die verband houden met gehanteerde parameters (bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden).
3. Rente, € 2.063.000 (Dividend en rente risico's) De in de begroting opgenomen ambities kennen een groot liquiditeitsbeslag, er is veel geld nodig. Geld dat niet allemaal op de bank staat. De uiteindelijk te betalen rente is afhankelijk van twee factoren. Het tempo waarmee investeringen gerealiseerd worden en de stand van de rente. Beide factoren zijn verre van stabiel en resulteren bij elke nieuwe berekening weer in een nieuwe waarde. Wanneer de rente hoger uitvalt dan begroot (ruim 3,0%) en wanneer alle investeringen conform planning worden gerealiseerd dan ontstaan er meer rentekosten dan begroot.
86
4. Gemeenschappelijke regelingen, € 1.338.000 (Verbonden partijen) Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een gemeenschappelijke regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de eigenaren, de gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2025 naar verwachting € 57,1 miljoen. In het risico houden we rekening met een overschrijding van 2,5% van deze bijdrage. Dit komt bovenop het risico zoals genoemd onder 5. 5. Budget GR Sociaal, € 518.000 (Verbonden partijen) Er is sprake van een dubbele vergrijzing (er komen meer senioren en mensen worden gemiddeld ouder). Dit heeft een stijgende tendens in de kosten van GR Sociaal tot gevolg. Het inschatten van deze stijging is een complexe aangelegenheid door de grote hoeveelheid variabelen. Er is daarom een risico opgenomen voor mogelijk hogere kosten dan begroot. Dit komt bovenop het risico zoals genoemd onder 4.
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit het saldo van de algemene reserve, de niet beklemde bestemmingsreserves en de opgenomen post voor onvoorzien. Daarnaast tellen we voor de weerstandscapaciteit 20% van de niet benutte belastingcapaciteit en 20% van de stille reserves mee. Dat resulteert in de volgende beschikbare weerstandscapaciteit:
1. Algemene reserve De stand algemene reserve bevat de stand van de algemene reserve op 31 december 2024 (€ 9,5 miljoen) en het rekeningresultaat zoals dat over 2024 gerealiseerd is (€ 6,1 miljoen). Op basis van de het voorstel resultaat bestemming wordt dit bedrag nog nader verdeeld. 2. Niet beklemde reserves Deze regel is nog enkel opgenomen voor de vergelijkende cijfers vanuit de JR2023. Er zijn geen niet beklemde reserves meer. 3. Onvoorzien De post onvoorzien is in de jaarrekening niet meer aanwezig. Het gemoeide bedrag is onderdeel geworden van het resultaat 2024. 4. 20% van de stille reserves Er ontstaan zogenaamde 'stille reserves' doordat bezittingen tegen historische kostprijs moeten worden opgenomen op de balans (voorschrift BBV). We onderkennen twee stille reserves, namelijk het vastgoed- en het aandelenbezit.