CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

GEW_Bijlage 3 was wordt lijst van 2019 - 2022.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 14 december 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 18: BES – Vaststellen APV 202225.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Artikel 3:13 Adverteren Het is verboden voor seksbedrijven te adverteren. Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. Artikel 3:15 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CEmarkering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e.

de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel

overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n.

de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende

seksinrichtingen beperkt wordt; p. de exploitant maatregelen onderneemt om te voorkomen dat in het bedrijf werkzame prostituees het slachtoffer zijn van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting; q. er toegang tot geneeskundige zorg en voorlichting is, met betrekking tot beroep gerelateerde ziektes, ten behoeve van de prostituees; r. het beleid ten aanzien van de veiligheid en gezondheid van de klanten. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1.

De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:

a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2°. de verhuuradministratie; 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g.

gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf; h. het bedrijfsplan zoals ingediend bij de vergunningaanvraag nageleefd wordt; i. in het prostitutiebedrijf geen

prostituees werkzaam zijn die slachtoffer zijn van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting; j. vermoedens van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting gemeld worden bij de politie; k. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met de bij of krachtens Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. Artikel 3:18 Raamprostitutie 1. Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden. Artikel 3:19 Straatprostitutie Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie. Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19 kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. 4. Het is een klant verboden gebruik te maken van de diensten van een prostituee die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt. Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:4 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

Tekstuele wijziging voorgesteld door de VNG

- onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 4. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 5. Bij de collectief aangewezen festiviteiten worden de geluidsnormen

als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit met 20 dB verhoogd. 6. De geluidsnorm, bedoeld in het vijfde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 7. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 00.00 uur beëindigd.

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal zes dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 met 20 dB(A) worden verhoogd, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. De geluidsnorm, bedoeld in het eerste lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Artikel 4:4 Evenementen en festiviteiten op zondag In afwijking van de artikelen 4:2 en 4:3 zijn op zondagen geen ruimere geluidnormen van toepassing. Indien een evenement, een herdenking of een festiviteit niet binnen een inrichting plaats vindt dan dient de geluidemissie van de geluidinstallatie zo te worden afgesteld dat het equivalente geluidniveau gedurende 3 minuten (LAeq,3min) op een afstand van 10 meter rond de bezoekers van het evenement, de herdenking of de festiviteit niet meer bedraagt dan 50 dB(A). Voor een evenement ten noorden van de rijksweg A15 mag het equivalente geluidniveau gedurende 3 minuten (LAeq,3min) op een afstand van 50m tot het evenement niet meer bedragen dan 60 dB(A).

Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit of Provinciale milieuverordening ZuidHolland. Artikel 4:6a (Geluid)hinder door dieren 1. Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 4:6b (wens)ballonnen 1. Het is verboden ballonnen op te laten stijgen; 2. Onder een ballon wordt verstaan: elke onbemande ballon die door middel van helium, open vuur of andere gassen in de lucht wordt gebracht, waarbij de richting en/of hoogte van de ballon niet door menselijk ingrijpen kan worden bepaald. Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, 2012 toegevoegd, het Bouwbesluit 2012 of Provinciale tekstuele wijziging milieuverordening Zuid-Holland. voorgesteld door de VNG.

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke. 1. Het is verboden op door het Artikel 4:13 Opslag voertuigen, college in het belang van het uiterlijk vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. 1. Het is verboden op door het college in aanzien van de gemeente, ter het belang van het uiterlijk aanzien van voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de gemeente, ter voorkoming of de openbare gezondheid opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet gezondheid aangewezen plaatsen, milieubeheer, in de openlucht of buiten een inrichting in de zin van de buiten de weg de volgende Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: of stoffen op te slaan, te plaatsen of a. onbruikbare of aan hun aanwezig te hebben: oorspronkelijke bestemming a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; voer- of vaartuigen of onderdelen b. bromfietsen en motorvoertuigen daarvan; of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of c. kampeermiddelen als bedoeld in onderdelen daarvan; artikel 4:17 of onderdelen daarvan, c.

kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor voor zover het plaatsen of aanwezig zover het plaatsen of aanwezig hebben hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins daarvan geschiedt voor verkoop of voor een commercieel doel; of verhuur of anderszins voor een d. mestopslag, gierkelders of andere commercieel doel; of verzamelplaatsen van vuil, een d. mestopslag, gierkelders of andere verzameling ingekuild gras, loof of verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp pulp of ingekuilde landbouwproducten, of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op Enz. is vervangen door en 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of situaties waarin wordt voorzien door dergelijke. Tekstuele aanpassing voorgesteld krachtens de Wet ruimtelijke ordening. of krachtens de Wet ruimtelijke ordening. door de VNG

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht, ernstige hinder ontstaat voor de omgeving of in strijd is met redelijke eisen van welstand. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 4:15a Verbod reclame in landelijk gebied 1. Het is verboden in de landelijke gebieden, waar de openheid als kwaliteit bescherming behoeft, opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, kennelijk voor reclame- of promotiedoeleinden gebezigde objecten, constructies ten behoeve daarvan, of kennelijk voor reclame- of promotiedoeleinden gebezigde transportmiddelen te plaatsen ofte doen plaatsen, welke zichtbaar zijn vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater, een spoorweg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats. 2.

Het is de eigenaar, andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van enige onroerende zaak in de in het eerste lid bedoelde gebieden, verboden deze zaak geheel of ten dele, al dan niet door middel van enige daarop aanwezige roerende zaak aan te wenden of de aanwending daarvan te gedogen voor opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, kennelijk voor reclame- of promotiedoeleinden gebezigde objecten, constructies ten behoeve daarvan, of kennelijk voor reclame- of promotiedoeleinden gebezigde transportmiddelen, welke zichtbaar zijn vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater, een spoorweg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats. 3. De in lid 1en 2 vervatte verboden zijn

niet van toepassing mits voldaan wordt aan de redelijke eisen van welstand.

Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht. Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid.

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente

Afdeling 1. Parkeerexcessen Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

Tekstuele wijziging, voorgesteld door de VNG.

Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod

Tekstuele wijziging, voorgesteld door de VNG.

Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren of te laten staan. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende zeven achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale caravan- en tentenverordening, het Provinciaal wegenreglement of de Verordening bescherming landschap en natuur ZuidHolland.

Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan zeven achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het eerste en tweede lid zijn voorts niet van toepassing van maandag tot en met zaterdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen 1.

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de

aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

Afdeling 1 A Commercieel aanbieden deelvoertuigen

Nieuw artikel

Artikel 5:12 A Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Deelvoertuig: een publiek toegankelijk voertuig, niet zijnde een auto, dat voor een korte duur (tijd) en tegen betaling in een netwerk wordt aangeboden door een commerciële aanbieder. b. Voertuigcategorieën: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of de Wegenverkeerswet of indien deze regelgeving geen uitsluitsel geeft, hetgeen daaronder verstaan wordt in het dagelijks gebruik. c. Vergunningenplafond: het maximum aantal vergunningen dat Voorstel van vakspecialist wordt verleend voor een verkeer. Door het voertuigcategorie. toevoegen van deze d. Voertuigenplafond: het maximum afdeling reguleren we het aantal deelvoertuigen van een aanbod van bepaalde categorie deelvoertuigen deelvoertuigen. Daarnaast waarvoor vergunning(en) wordt sluiten we aan bij de verleend. regionale regelgeving.

Nieuw artikel

Artikel 5:12 B Vergunningplicht deelvoertuigen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college deelvoertuigen op een openbare plaats ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden. 2. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op auto’s van een erkende autodateaanbieder. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor de concessiehouder die op grond van de Wet Personenvervoer 2000 in Sliedrecht openbaar vervoer met een bus aanbiedt. 4. Een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, wordt voor maximaal 2 jaar verleend. 5. Het college wijst voertuigcategorieën aan waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend kan worden. 6. Het college kan bij het gebruik van de bevoegdheid, als bedoeld in het vorige lid, voor een categorie een vergunningenplafond en/of een voertuigenplafond vaststellen. 7. Het college kan openbare plaatsen aanwijzen om deelvoertuigen als bedoeld in het eerste lid ter gebruik aan te bieden 8. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van het bepaalde in dit artikel.

Nieuw artikel

Artikel 5:12 C Weigerings – en intrekkingsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, wordt een vergunning in ieder geval geweigerd, indien het door het college vastgesteld vergunningenplafond of voertuigenplafond door verlenen van deze vergunning wordt overschreden; 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en 1:8 wordt de vergunning in ieder geval geweigerd cq. ingetrokken, indien de aanvrager c.q. de vergunninghouder niet voldoet aan het bepaalde in de nadere regels, als bedoeld in artikel 5:12 B lid 8.

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te van geld of goederen te houden of werven als daarbij te kennen wordt daartoe een intekenlijst aan te bieden, gegeven of de indruk wordt gewekt dan wel in het openbaar leden of dat de opbrengst geheel of ten dele donateurs te werven als daarbij te voor een liefdadig of ideëel doel is kennen wordt gegeven of de indruk bestemd. wordt gewekt dat de opbrengst geheel 2. Onder een inzameling als bedoeld of ten dele voor een liefdadig of ideëel in het eerste lid wordt mede doel is bestemd. verstaan het aanvaarden van geld of 2.

Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het goederen bij het aanbieden van aanvaarden van geld of goederen bij het diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of aanbieden van diensten of goederen, gedrukte stukken, als daarbij te waartoe ook worden gerekend kennen wordt gegeven of de indruk geschreven of gedrukte stukken, als wordt gewekt dat de opbrengst daarbij te kennen wordt gegeven of de geheel of ten dele voor een liefdadig indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een ideëel doel is bestemd. In dit onderdeel vervalt inzameling of werving die wordt 3. Het verbod geldt niet voor een ‘voor het betreffende gehouden: inzameling of werving die wordt kalenderjaar’ in artikel a. in besloten kring; of gehouden: b. door een instelling die is ingedeeld 5:13, derde lid, onder b. a. in besloten kring; of b. door een instelling die is ingedeeld in in het door het college vastgestelde Deze toevoeging had geen collecte- en wervingsrooster, mits de toegevoegde waarde.

Het het door het college voor het inzameling of werving betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en overeenkomstig dat collecteen collecte- en wervingsrooster, mits de wervingsrooster kan in de wervingsrooster en met inzameling of werving overeenkomstig loop van het jaar wijzigen. dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het Daarnaast wordt het college gegeven voorschriften inachtneming van de door het college woord ‘voorwaarden’ plaatsvindt. gegeven voorwaarden plaatsvindt. vervangen door 4. Op zondagen en maandag tot en met 4. Op zondagen en maandag tot en ‘voorschriften’. met zaterdag tussen 20.00 en 9.00 zaterdag tussen 20.00 en 9.00 uur mag Voorgesteld door de VNG. uur mag er niet worden er niet worden gecollecteerd. gecollecteerd.

Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17. Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden zonder vergunning van het college te venten. 2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a.

een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en wegens strijd met een geldend weigeringsgronden bestemmingsplan, 1. Het is verboden zonder vergunning beheersverordening, exploitatieplan van het college een standplaats in te of voorbereidingsbesluit. nemen of te hebben. 3. Onverminderd het bepaalde in 2. Het college weigert de vergunning artikel 1:8 kan de vergunning worden wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, geweigerd als: exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. a. de standplaats hetzij op zichzelf, 3. Onverminderd het bepaalde in artikel hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van 1:8 kan de vergunning worden welstand; of geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere in verband met de omgeving niet omstandigheden in de gemeente of voldoet aan redelijke eisen van in een deel van de gemeente welstand; of noodzakelijk is in verband met een b. een kwantitatieve of territoriale dwingende reden van algemeen beperking als gevolg van bijzondere belang. omstandigheden in de gemeente of in Door het toevoegen van een deel van de gemeente noodzakelijk 4.

Lid 2 is niet van toepassing op incidentele of dit lid hoeft een is in verband met een dwingende reden seizoensstandplaatsen. incidentele standplaats, van algemeen belang. zoals de 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van bevolkingsonderzoekbus, van de Algemene wet bestuursrecht de Algemene wet bestuursrecht geen ontheffing van het (positieve fictieve beschikking bij niet (positieve fictieve beschikking bij niet bestemmingsplan aan te tijdig beslissen) niet van toepassing. tijdig beslissen) niet van toepassing. vragen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Afdeling 6. Openbaar water en Afdeling 6. Openbaar water

waterstaatswerken

Tekstuele wijziging voorgesteld door de VNG

Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1.Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

NIEUW ARTIKEL

Op verzoek van de politie en OOV wordt dit artikel en artikel 5:30a toegevoegd. Momenteel is alleen de politie bevoegd 2.Het verbod geldt niet voor zover in tot handhaving op het daarin geregelde onderwerp zwemmen in de haven. wordt voorzien door het Door het toevoegen van Binnenvaartpolitiereglement, de Wet dit en het volgend artikel beheer rijkswaterstaatswerken of de kunnen ook BOA's en Vaarwegenverordening Provincie aangewezen ambtenaren Zuid-Holland. handhaven.

Nieuw artikel

Artikel 5:30a Zwemverbod Het is verboden te zwemmen in door het college aangewezen openbare wateren of gedeelten daarvan.

Op deze manier kan het college wateren aanwijzen waar een zwemverbod geldt en kunnen de BOA's hierop handhaven.

Afdeling 8. Verbod vuur te stoken

Afdeling 8. Vuurverbod

Tekstuele wijziging, voorgesteld door de VNG

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vierde lid, 2:11, tweede lid en 2:12, eerste lid. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: de in Sliedrecht bevoegde Buitengewoon Opsporingsambtenaren en de ambtenaren van de Nationale Politie. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene Plaatselijke Verordening

Artikel 6:4 Intrekken oude verordening

gemeente Sliedrecht 2016 wordt ingetrokken.

De Algemene plaatselijke verordening 2019 wordt ingetrokken.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Sliedrecht 2019.

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Sliedrecht 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/163/documents/2886