CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 -bijlage bij de toelichting ontwerplan.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 12 mei 2026, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 9: FYS – Wijziging omgevingsplan blok B Burgemeester Winklerplein25.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In theorie is er een aanzienlijke onbenutte plancapaciteit aan een commercieel programma want de beoogde functies (detailhandel, horeca en commerciële dienstverlening) zijn doorgaans vrij vergund in centrumgebieden12. Echter, deze plancapaciteit is veelal benut met andere functies.

Koopstromen en bezoekgedrag 11

Koopstromenonderzoek, Randstad en Noord-Brabant 2021, door I&O Research, Sweco en BRO (Movares).

12

Dat geldt ook in Sliedrecht. Voor het centrumgebied (Kerkbuurt oost) geldt grotendeels de bestemming gemengd 1, waarbinnen de 3 functies mogelijk zijn. (gemeente Sliedrecht, bestemmingsplan Kerkbuurt-Oost 2014).

10

3

Toelichting distributieplanologische berekening (DPO) Voor het verzorgingsgebied is een DPO-berekening opgesteld. Dit is een modelmatige verrekening van vraag en aanbod. Deze methode is ook vastgelegd en toegelicht in de Notitie Omzetkengetallen 202413. BRO sluit aan op de landelijke standaard en gemaakte afspraken tussen bureaus. • De berekening is opgesteld voor de sector dagelijkse artikelen en kijkt naar de huidige situatie (2025) en de toekomstige verwachte situatie (2035)14. • We stellen geen berekening op voor de niet-dagelijkse detailhandel. Dat laat zich veel minder goed voorspellen dan boodschappen, zeker op dit specifieke schaalniveau. • De berekening geeft inzicht in het economisch functioneren van het bestaande aanbod in de huidige en toekomstige situatie. Dit uit zich in de totale omzet en de gemiddelde vloerproductiviteit. Ook geeft de berekening inzicht in de distributieve uitbreidingsruimte door het economisch functioneren af te zetten tegen een ‘norm voor goed functioneren’. De ‘norm’ wisselt sterk per verzorgingsgebied en regio. In tabel 2 (volgende pagina) is conform landelijke afspraken het huidig winkelaanbod opgenomen. Hierdoor kan de behoefte bepaald worden. • Het DPO is gericht op algemene kengetallen en voorspelt de toekomstige situatie. Variabelen kunnen 13

zich anders ontwikkelen dan vooraf verwacht. Ook de ‘norm’ voor goed functioneren is niet altijd eenduidig te bepalen. De berekeningen en de uitkomsten zijn daarom indicatief. De duiding en kwalitatieve nuances die BRO geeft bij de uitkomsten van de modelmatige berekening zijn daardoor minstens zo belangrijk.

Behoefte- en effecten analyse

Meest actueel, uitgave 2025.

RKO-25007642 / P08601 / Concept / 25-07-2025

Economisch functioneren en kwantitatieve behoefte • Huidige situatie: de tabel toont de besteding van inwoners in de gemeente Sliedrecht aan dagelijkse

artikelen. Zij zijn goed voor € 67,9 mln. aan gebonden bestedingen. Ook komen er bestedingen van elders (toevloeiing). Dit betreft € 8,4 mln. in totaal zijn er € 76,3 mln. aan bestedingen (zie rij ‘totale besteding’ in tabel 2). Het winkelaanbod functioneert momenteel met een vloerproductiviteit die hoger is dan het Nederlands gemiddelde. Dit is een indicatie dat het huidige aanbod goed functioneert. Hierdoor is er ook sprake circa. 350 m² wvo aan kwantitatieve uitbreidingsruimte in de sector dagelijkse artikelen.

Tabel 2: gemeente Sliedrecht, dpo-benadering dagelijkse artikelen

14

2025

2035

Aantal inwoners

26.601

26.601

Winkelomzet per hoofd (5-jaarlijks gemiddelde) (€)

2.835

2.835

Bestedingspotentieel (€ mln.)

75,4

75,4

Koopkrachtbinding

90%

94%

Gebonden bestedingen (€ mln.)

67,9

70,9

Koopkrachttoevloeiing

11%

11%

Bestedingen door toevloeiing (€ mln.)

8,4

8,8

Totale besteding / omzet (€ mln.)

76,3

79,7

Huidig winkelaanbod (m² wvo)

8.541

8.541

Omzet per m² wvo (€)

8.950

9.350

Norm vloerproductiviteit (5-jaarlijks gemiddelde) (€)

8.571

8.571

Haalbaar winkelaanbod (m² wvo)

8.900

9.300

Distributieve uitbreidingsruimte afgerond (m² wvo)

350

750

Distributieve uitbreidingsruimte afgerond(m² bvo)

450

950

Een 10 jaarstermijn is gebruikelijk in de toets aan de Ladder.

11

•

•

Toekomstige situatie: bij een versterking van het aanbod kan er meer koopkracht worden gebonden. De totale omzetpotentie neemt toe tot 79,7 mln. en de distributieve uitbreidingsruimte bedraagt 750 m² wvo15. De conclusie is dat er nu en in de toekomst ruimte is voor versterking van het dagelijks aanbod. Dat loopt in lijn met andere bevindingen.

Horeca Voor horeca kan enig inzicht in de omzetpotentie worden gegeven, maar dit is al meer indicatief dan voor dagelijkse detailhandel. Uitgaande van het aantal inwoners in gemeente Sliedrecht en de gemiddelde besteding aan horeca is er een bestedingspotentie van € 36,2 mln. 16 In de gemeente Sliedrecht zijn er 36 horecazaken. Uitgaande van de gemiddelde omzet per horecazaak is dat een omzetclaim van circa € 21,6 mln.17. Dat betekent dat er in beginsel meer bestedingspotentie is dan de totale omzetclaim18. Dat is een indicatie dat een groter horecaaanbod mogelijk is. Voor commerciële dienstverleners zijn er geen omzetcijfers en kunnen er geen uitspraken worden gedaan o.b.v. omzetpotentie. De benchmarkanalyses zijn leidend. Effectenanalyse Ontwikkeling van nieuw commercieel programma aan winkels, horeca of dienstverlening, kan effect hebben op andere voorzieningen. In de ruimtelijke ordening gaat het echter niet om economische effecten op andere voorzieningen. Het gaat erom of die effecten dusdanig zijn dat er leegstand verwacht wordt en vervolgens of die leegstand ruimtelijk aanvaardbaar is vanuit het goede 15 16

Dit moet vermoedelijk nog worden gecorrigeerd met het plan van Aldi. Uitgaande van 26.601 inwoners en een besteding van 1.359,- per jaar. Bron CBS, cijfers over 2023 (meest actueel).

RKO-25007642 / P08601 / Concept / 25-07-2025

woon-, leef- en ondernemersklimaat (zie ook figuur 2, p.14). Movares dat van onaanvaardbare leegstandseffecten geen sprake zal zijn. Hierbij is het volgende relevant: • Het betreft een kleinschalig programma van maximaal circa 585 m² bvo (ofwel circa 460 m² wvo). Dat is een uitbreiding van circa 2% van het commercieel programma van centrum Sliedrecht. • Er bestaat zelfs een kans dat er minder dan 500 m² bvo wordt gerealiseerd. In dat geval is ook de Ladder niet verplicht als toetsingsinstrument. • Daarbij wordt voorzien in een verdeling van de functies (winkels, horeca, dienstverlening) al waarvoor naar gelang de meeste marktbehoefte is. • Het nieuwe programma zal daarom niet tot dusdanige concurrentie met andere soortgelijke voorzieningen leiden, dat er zaken zullen verdwijnen. • Daar komt bij dat zowel kern als centrum Sliedrecht verhoudingsgewijs relatief weinig commercieel programma hebben. De verwachting is dat er ook na de beperkte toevoeging van programma voldoende omzet te behalen is voor alle aanbieders. Ook blijkt uit de dpo-benaderingen voor dagelijks winkelaanbod en horeca dat er potentie is voor uitbreiding van het aanbod. • Wel bestaat er altijd de kans dat er voorzieningen zullen verplaatsen naar de nieuwe marktcourante units. Als dat solitaire voorzieningen zijn is dat prima.

Als er voorzieningen vanuit elders in centrum Sliedrecht verplaatsen, kan dat eventueel leiden tot tijdelijke leegstand. Dat is ruimtelijk gezien niet erg en is reguliere marktdynamiek. In dat geval is sprake van

17

Uitgaande van een omzet per zaak van circa 600.000,-. Bron CBS, cijfers over 2023 (meest actueel).

versterking. Voorzieningen verhuizen omdat zij daar meer perspectief hebben.

18

We benadrukken dat deze methodiek geen rekening houdt met in- of uitgaande bestedingen of het verschil in omzet tussen horecazaken.

12

RKO-25007642 / P08601 / Concept / 25-07-2025

13

Bijlage 1 Begrippenlijst Buurthub, winkelgebied of centrumgebied Een buurthub, winkelgebied of centrumgebied is een concentratie- c.q. centrumgebied in een buurt of wijk, waar diverse voorzieningen samenkomen die primair een functie hebben voor inwoners in de buurt of wijk. De term beschrijft bovendien het proces van verkleuring van traditionele pure winkelgebieden naar meer gemengde centrumgebieden op lokaal niveau met naast één of enkele winkels ook ambachten, diensten, horeca, zorg, maatschappelijk, etc. Op basis van de definitie van Locatus is sprake van een winkelgebied vanaf 5 winkels die min of meer aaneengesloten liggen. BVO/WVO • Bruto vloeroppervlak: Het bruto vloeroppervlak is de oppervlakte van een ruimte of groep van ruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Meten vindt plaats op basis van NEN 2580 • Winkelverkoop vloeroppervlak: alleen de voor het publiek toegankelijke ruimten (dus exclusief magazijn, kantoor, etalage, etc.), conform de definitie van Locatus. Detailhandel (als activiteit) Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke gebruiker of verbruiker. Dagelijkse sector Voedings- en genotmiddelen (vgm) en artikelen op het gebied van persoonlijke verzorging.

In de praktijk gaat het hierbij om

RKO-25007642 / P08601 / Concept / 25-07-2025

supermarktaanbod, aanbod in vgm-speciaalzaken, drogisterij- en parfumeriezaken.

toonbankbestedingen, dus daarom is dit afvloeiing exclusief online.

Niet-dagelijkse sector Winkels die artikelen verkopen met een doorgaans lagere koopfrequentie dan dagelijkse artikelen. In de praktijk gaat hierbij om winkels in huishoudelijke artikelen, kleding, mode, schoenen, sport, rijwielen, bruin- en witgoed, rijwielen, doe-hetzelf, wonen, tuinartikelen en dierenartikelen. Binnen deze sector maken we vaak onderscheid in subsectoren. • Recreatief winkelen: geredeneerd vanuit het bezoekmotief met winkels op het gebied van mode, luxe en vrije tijd. • Doelgericht winkelen: geredeneerd vanuit het bezoekmotief met winkels op het gebied van in/om het huis en overige detailhandel.

Koopkrachttoevloeiing Mate waarin inwoners van buiten een bepaald gebied detailhandelsbestedingen plaatsen bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn (aandeel omzet van buiten).

Bestedingspotentieel Totaal aan toonbankbestedingen in winkels die door de inwoners van een bepaald gebied gedaan kunnen worden. Gebaseerd op inwoneraantal en gemiddelde (landelijke) netto omzet per hoofd van de bevolking. (Hoofd)detailhandelsstructuur De concentratiegebieden c.q. (winkel)centra waar beleidsmatig op wordt ingezet. Koopkrachtbinding Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen verrichten bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn. In DPO onderzoek rekenen we altijd met toonbankbestedingen, dus daarom is dit koopkrachtbinding exclusief online. Koopkrachtafvloeiing Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun detailhandelsbestedingen plaatsen bij gevestigde winkels buiten dat gebied. In DPO onderzoek rekenen we altijd met

Koopstroomgegevens Onderzoeksresultaten uit koopstromenonderzoek. In de basis wordt hiermee de koopkrachtbinding, -afvloeiing en –toevloeiing bedoeld. Ook kunnen kwalitatieve aspecten worden bedoeld, zoals koopmotieven, beoordelingen en persoonskenmerken. Leegstand (op basis van Locatus) Locatus registreert een pand als leegstand indien het redelijkerwijs de verwachting is dat in het (leegstaande) pand een verkooppunt in de detailhandel, horeca of consument gerichte dienstverlening zal terugkomen. Het betreft dus leegstand van verkooppunten en niet leegstand van uitsluitend winkels. Plancapaciteit (hard) In principe wordt met plancapaciteit de harde plancapaciteit bedoeld, tenzij expliciet anders vermeld. Harde plancapaciteit zijn de directe vestigingsmogelijkheden voor detailhandel die zijn vastgelegd in een juridisch bindend planologisch kader, zoals vastgestelde bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, gebieden zonder bestemmingsplan (witte vlekken) en verleende (kruimel) omgevingsvergunningen. Vloerproductiviteit Gemiddelde omzet in gevestigde winkels per m² winkelvloeroppervlak (wvo).

14

Bijlage 2 Beleidskaders Provinciaal: Omgevingsvisie (geconsolideerde versie april 2023) De provincie concentreert en bundelt nieuwe detailhandel primair in de centra van wijken, dorpen en steden. De provincie hecht veel waarde aan vitale, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra en wil om dat te bereiken de detailhandelsstructuur versterken door deze vooral kwalitatief te verbeteren en ook de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het woon-, werk- en leefklimaat in Zuid-Holland. Detailhandel is een belangrijk bezoekmotief voor centra, ondanks dat in veel gebieden het draagvlak voor winkels afneemt door overaanbod, veranderend consumentengedrag en demografische ontwikkelingen. Provincie Zuid-Holland: Omgevingsverordening (geconsolideerd februari 2025) Artikel 7.48 (detailhandel) 1 Een omgevingsplan voorziet alleen in detailhandel in gebieden: a. binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; c. binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie.

19

2 De detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen: a. de ontwikkeling is in overeenstemming met het in bijlage IX, onder C, beschreven ontwikkelings- perspectief voor de daarin opgenomen te consolideren centra, te herpositioneren centra, te optimaliseren centra en de overige centra; b. aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat; c. voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 4.000 m² bruto-vloeroppervlakte in de binnensteden van Rotterdam en Den Haag of 2.000 m² brutovloeroppervlakte in de andere centra, is ook met het oog op de eisen a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. Provincie Zuid-Holland: Omgevingsprogramma Ruimte, Overige centra ((geconsolideerd februari 2025) Centrum Sliedrecht wordt beschouwd als een overig centrum19. De overige centra vervullen een lokale functie, zijn belangrijk voor de bereikbaarheid van het dagelijks aanbod en hebben een meerwaarde voor de leefbaarheid van kleine kernen, wijken en buurten. Het toekomstperspectief is divers: sommige centra functioneren goed, andere centra komen in aanmerking voor een facelift, herprofilering, (gedeeltelijke) transformatie of samenvoeging.

Voor deze categorie centra kan eventuele beperkte groei van het winkeloppervlak aan de orde zijn om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Beperkte groei van het aanbod in de overige centra is ook mogelijk indien dit aanbod geen gelijke tred houdt met een sterke

bevolkingsgroei die recent heeft plaatsgevonden, of aanstaande is, bij achterstand in het voorzieningenniveau of bij feitelijke en planologische saldering van aanwezige detailhandel uit hetzelfde verzorgingsgebied. Indien het draagvlak van een verzorgingsgebied te klein is voor een compleet winkelcentrum, kan een supermarkt de functie van centrale aankoopplaats vervullen. Herallocatie overig centrum Een winkelconcentratie kan op een andere centrale en goed bereikbare locatie binnen hetzelfde verzorgingsgebied geaccommodeerd worden indien bij de achterblijvende locatie sprake is van sanering van detailhandel. Hier zou sprake van kunnen zijn op het moment dat meerdere locaties worden samengevoegd op een nieuwe locatie of bij opheffing en verplaatsing van een slecht functionerende aankoopplaats. Herallocatie zal in de praktijk alleen aan de orde zijn bij ‘overige centra’. Er gelden wel een aantal voorwaarden. Voor de achterblijvende locatie dient er zicht te zijn op zowel feitelijke als planologische sanering van detailhandel. Indien er als gevolg van de verplaatsing bovengemeentelijke effecten optreden, of er is per saldo sprake van een toename van het winkelareaal, gelden dezelfde toelichtingsvereisten voor het omgevingsplan zoals beschreven onder ‘toelaatbaarheid nieuwe ontwikkelingen’.

Economische visie Sliedrecht 2021 De detailhandel, horeca en recreatieve voorzieningen in het centrum – met name op het Burgemeester Winklerplein als locatie voor dagelijkse boodschappen en

Dat blijkt uit eerder advies van de Adviescommissie detailhandel. https://adviescommissiedetailhandel.nl/gemeente-sliedrecht-conceptontwerpbestemmingsplan-burgemeester-winklerplein-7-maart-2022/

RKO-25007642 / P08601 / Concept / 25-07-2025

15

op de Kerkbuurt als locatie voor recreatief winkelen – hebben allereerst een lokale functie, als belangrijke voorziening voor inwoners, maar ook als belangrijke werkgever. Tegelijkertijd dienen beide winkelclusters regionaal aantrekkelijk te zijn om een solide economische basis te hebben. Daarbij gaat de lokale functie verder dan alleen de economische: de vitaliteit van het centrum is van groot belang voor het voorzieningsniveau in het dorp en daarmee de aantrekkelijkheid van Sliedrecht als woon en werkgemeente. De belangrijkste opgave voor beide genoemde winkelgebieden is de ruimtelijke kwaliteit en de transformatie van verouderd incourant vastgoed, op de Kerkbuurt aangevuld met bestrijding van de leegstand. De focus voor detailhandel ligt op de beide winkelgebieden, van waaruit voor elders in woonwijken verspreid liggende winkels wordt gezocht naar kansen voor transformatie naar wonen. Om de economische aantrekkingskracht van het centrum te vergroten is ten slotte inzet nodig op de recreatieve mogelijkheden in en nabij het dorpshart. Instrumenten: • Collectieve acties en promotie via gezamenlijke ondernemersfondsen. Voor de opzet van nieuwe collectieve inzet is provinciale subsidie beschikbaar. • Inzet op ruimtelijke kwaliteit, vastgoedtransformatie en leegstandbestrijding in en rondom de winkelgebieden.

• Met de nieuwe Recreatievisie 2021 worden de recreatieve en toeristische mogelijkheden in het centrum en daaromheen van een basis voor verdere benutting en versterking voorzien, inclusief de daarbij behorende promotie.

20

Omgevingsvisie Sliedrecht We kiezen voor een levendig en aantrekkelijk centrum. We bieden ruimte aan horeca, detailhandel en evenementen voor de levendigheid en investeren gezamenlijk in de kwaliteit van de ruimte. Aandachtspunt is de relatie met de recreatiehaven die nu nog onderbenut is. De aantrekkelijkheid van de haven zelf en de route er naartoe zijn daarbij belangrijke opgaven. Verder is er ruimte voor verdichting in de randen in aansluiting op de nieuwe groene verbinding richting Sliedrecht-Noord. De aantrekkelijkheid van deze verbinding is van groot belang. Gebiedsopgaven • Verbinding Recreatiehaven aantrekkelijker maken • Blijvend investeren in de beeldkwaliteit en kwaliteit van de openbare ruimte • Vergroenen • Vitaal houden detailhandel • Mate van functiemenging verhogen - ruimte voor transformaties • Ruimte voor evenementen • Verbeteren verbindingen langzaam verkeer Station, Sliedrecht-Noord en Watertorenterrein Actualisatie detailhandelsvisie Kerkbuurt (2019)20 Er bestaat voor de Kerkbuurt in algemene zin geen distributieve uitbreidingsruimte meer voor uitbreiding van het winkelaanbod, ook omdat het Burgemeester Winklerplein ingrijpend wordt versterkt en het (dagelijkse) winkelaanbod wordt uitgebreid. Alleen voor branches c.q.

winkelformules die nadrukkelijk complementair zijn aan het bestaande aanbod en/of nieuwe doelgroepen trekken, bestaan in de Kerkbuurt nog aanvullende marktpotenties.

Een kernwinkelgebied moet idealiter bovenal overzichtelijk en ‘levendig’ zijn, met een bij voorkeur onderbroken winkellint. De Kerkbuurt is te lang om in de toekomst in haar geheel te functioneren als kernwinkelgebied: de afstand van Kerkstraat tot P.C. Hooftlaan meet 550 meter. De (toenemende) winkelleegstand aan met name het westelijke uiteinde duidt reeds op een verzadigde winkelmarkt. Voor een optimaal winkelklimaat moet in de Kerkbuurt dan ook worden gestreefd naar een compact, herkenbaar en levendig kernwinkelgebied, dat direct aansluit op de trekkers Jumbo en Hema en de belangrijkste parkeergelegenheid. Het Merwedeplein moet worden versterkt als ‘ontmoetingsplein’; middels een ingrijpende ruimtelijke en stedenbouwkundige herontwikkeling en een nieuwe invulling van de oostzijde met winkels en representatieve horeca. Juist deze locatie leent zich goed voor vestiging van een extra, laagdrempelige winkelformule met meerwaarde voor het gehele centrum. In de westelijke en oostelijke ‘uitlopers’ van de Kerkbuurt (tussen Kerkstraat en PC Hooftlaan) bestaat vooral perspectief voor functiemenging. Aan de westzijde kunnen zich meer horecazaken en dienstverleners vestigen; hiervoor bestaat lokaal immers in principe wel marktruimte. Belangrijke voorwaarde is (ook hier) een ingrijpende ruimtelijke en stedenbouwkundige versterking.

De oostzijde van de Kerkbuurt heeft een toenemende woonfunctie, die hier in betekenis kan toenemen. Relatie planinitiatief met beleidskaders Het planinitiatief voldoet aan de gestelde voorwaarden van de provinciale omgevingsverordening (voor detailhandel):

Dit is geen vastgesteld beleid, maar heeft de status van onderzoeksrapport.

RKO-25007642 / P08601 / Concept / 25-07-2025

16

•

•

•

•

21

Het plan voorziet in een beperkte toevoeging van planologische meters aan detailhandel, aansluitend aan het Burgemeester Winklerplein dat als boodschappencentrum een ‘overig centrum’ is 21. Een beperkte groei kan nodig zijn om dynamiek in de dagelijkse detailhandel te faciliteren (1), of (2) bij een achterstand in het voorzieningenniveau. Movares stelt dat de doorontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein invulling aan beide voorwaarden geeft. Het boodschappencentrum wordt geoptimaliseerd in een grotere gebiedsontwikkeling (1) en (2) uit voorliggend onderzoek blijkt dat het dagelijks winkelaanbod qua omvang achterblijft bij soortgelijke centra. Verder blijkt uit voorliggend onderzoek dat er geen onaanvaardbare leegstandseffecten te verwachten zijn. Het opvragen van advies van de Adviesomissie detailhandel is niet nodig, omdat het plan (circa 585 m² bvo) ruim onder de grens van 2.000 m² blijft. Het plan sluit aan op de ambities van de omgevingsvisie (vitaal houden detailhandel) en de economische visie. Namelijk het Burgemeester Winklerplein als boodschappencluster binnen centrum Sliedrecht.

(On)benutte harde plancapaciteit en zachte plannen Conform jurisprudentie dienen nieuwe plannen in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking afgewogen te worden tegen het bestaande aanbod. Dit betreft zowel bestaand feitelijk aanbod als harde plancapaciteit. De harde plancapaciteit is onder te verdelen in twee vormen. • Benutte plancapaciteit is een locatie die in gebruik is voor detailhandel en volgens het bestemmingsplan ook zo mag worden gebruikt. Dit is het aanbod op basis van Locatus. • Onbenutte (harde) plancapaciteit is een locatie met vestigingsmogelijkheden voor detailhandel die niet zodanig wordt gebruikt (leegstand of ander gebruik). De kwantitatieve behoefte voor detailhandel wordt op basis van landelijke afspraken (Notitie Omzetkengetallen 2022, Retailinsiders) berekend op basis van distributief planologisch onderzoek (DPO). De koopstromen zijn gebaseerd op feitelijk koopgedrag bij feitelijk aanbod, en zijn een belangrijke bron voor deze berekening. Detailhandel creëert in algemene zin altijd een eigen vraag. Het simpelweg aftrekken van de harde plancapaciteit van de distributieve uitbreidingsruimte is modelmatig onjuist. Dit doet geen recht aan een verschuiving van koopstromen. Nieuw aanbod kan zorgen voor een hogere binding en/of toevloeiing. Deze nuance is relevant bij de afweging van de harde plancapaciteit.

BRO houdt in de kwantitatieve behoefte rekening met het scenario dat alle harde plancapaciteit wordt ingevuld. Daarnaast wordt de harde plancapaciteit in de effectenanalyse afgewogen. Het is juridisch niet verplicht zachte plannen mee te wegen in de behoefteraming. Gemeenten vragen vaak toch dit wel mee te nemen in de analyse. Om die reden neemt BRO zachte plannen vaak wel mee in de effectenanalyse, mits dit concreet en voorzienbaar is.

Dat blijkt uit eerder advies van de Adviescommissie detailhandel. https://adviescommissiedetailhandel.nl/gemeente-sliedrecht-conceptontwerpbestemmingsplan-burgemeester-winklerplein-7-maart-2022/

RKO-25007642 / P08601 / Concept / 25-07-2025

17

RKO-25007642 / P08601 / Concept / 25-07-2025

18

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht

Bijlage 5 Aanmeldnotitie

82

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

Rapport

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

Versie: 1 Status: Vaststelling Datum: 18-03-2026 Kenmerk: MDO-25009545

Autorisatieblad Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

Naam Opgesteld door Gecontroleerd door Vrijgegeven door

Akkoord

MDo, TSc

Datum 07-11-2025

Versiehistorie Versie

Naam

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

Datum

Korte toelichting

2/15

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

4 4 5 5 6

Aanleiding Toetsing Omgevingswet Toets aan het omgevingsplan Mer-beoordeling Leeswijzer

2

Effecten op het milieu

7

3

Toetsing

9

3.1 3.2 3.3

9 11 12

4

Kenmerken van het project Plaats van het project Kenmerk van het potentiële effect

Conclusie en advies

Colofon

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

13 14

3/15

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het voornemen bestaat om het braakliggende terrein gelegen aan de Christiaan Huygensstraat, Professor Lorentzlaan en de Antoine van Leeuwenhoekstraat in Sliedrecht te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw, waarbij er 55 woningen worden gerealiseerd. Daarnaast wordt er ruimte geboden voor max. 585 m2 BVO commerciële functies in de plint. Daarbij wordt er voorzien in parkeergelegenheid. Deze ontwikkeling past niet in het omgevingsplan. Er wordt door de gemeente Sliedrecht een wijziging van het omgevingsplan voorbereid middels TAM-IMRO om de ontwikkeling mogelijk te maken. Onderdeel van deze wijziging is de toets of er sprake is van een mer-plicht op basis van de Omgevingswet. 1.2 Toetsing Omgevingswet De regels met betrekking tot milieueffectrapportage zijn opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een mer-plicht of mer-beoordelingsplicht geldt. Nr.

Projecten

Gevallen waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow)

J11

Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen

Niet van toepassing

Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de Ow) Aanleg, wijziging of uitbreiding

Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit

Het omgevingsplan

In kolom 1 zijn de categorieën van projecten aangewezen, waaronder een ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’ (J11). Voor deze categorie project is een mer-plicht, zoals genoemd in artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing (kolom 3). Echter, bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ geldt een mer-beoordelingsplicht (kolom 4). Dit houdt in dat de initiatiefnemer een mededeling dient te doen bij het bevoegd gezag. De mededeling (aanmeldnotitie) bevat een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten. Het bevoegd gezag beslist op basis van de aanmeldnotitie of een milieueffectrapport nodig is. Of daadwerkelijk een merbeoordelingsplicht geldt, is afhankelijk van of het project te definiëren is als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ Of een project als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt beschouwd, hangt af van de specifieke omstandigheden van dat project. Aspecten zoals de aard, omvang, locatie, en omgeving van de ontwikkeling, de toename van bebouwd oppervlak, en het al dan niet plaatsvinden van een functiewijziging spelen hierbij een rol. Dit is niet uitsluitend gebaseerd op de vraag of er (netto) aanzienlijke negatieve milieueffecten kunnen optreden.

Het kan variëren per regio of een beoogde ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt aangemerkt. Met dit planvoornemen worden woningbouw en commerciële voorzieningen mogelijk gemaakt. Het betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor een stedelijk ontwikkelingsproject is een mer-plicht niet van toepassing. Er is sprake van aanleg, wijziging of uitbreiding, waarvoor een mer-beoordelingsplicht geldt (zie bovenstaande tabel,

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

4/15

kolom 3). Onderzocht is of er aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Hiertoe is voorliggende aanmeldnotitie opgesteld.

Figuur: Globale ligging en begrenzing plangebied 1.3 Toets aan het omgevingsplan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gelden alle huidige bestemmingsplannen van rechtswege als het tijdelijke deel van het omgevingsplan van iedere gemeente (art. 22.1, onder a Omgevingswet; artikel 4.6, lid 1 Invoeringswet). Het bestemmingsplan ‘Woongebied 2016’ wordt een ‘omgevingsplan van rechtswege’ genoemd en is onderdeel van het tijdelijke deel van het ‘Omgevingsplan gemeente Sliedrecht’ (verder te noemen als omgevingsplan). Ter plaatse van het projectgebied vigeert het van rechtswege verkregen ‘Omgevingsplan gemeente Sliedrecht’, in werking vanaf 1 januari 2024. Onderliggend ruimtelijk kader betreft het voormalige bestemmingsplan ‘Woongebied 2016’, vastgesteld door de gemeenteraad Sliedrecht op 26 januari 2016. Voor het projectgebied zijn bestemmingen ‘Wonen-1’, ‘Maatschappelijk’ en ‘Verkeer’ van toepassing. Binnen de bestemming ‘Wonen-1’ en ‘Maatschappelijk’ zijn bouwvlakken opgenomen. Het initiatief om een appartementencomplex te realiseren met commerciële ruimte op de begane grond is in strijd met de geldende regels op de locatie. De voorgenomen nieuwbouw past qua omvang, maatvoering en functies niet binnen de bestemmingen ‘Wonen-1’, ‘Maatschappelijk’ en ‘Verkeer’ en de bouwvlakken zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Sliedrecht.

1.4 Mer-beoordeling Het bevoegd gezag (gemeente) beoordeelt of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. De merbeoordeling kan tot twee conclusies leiden: • aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; • aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

5/15

Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een milieueffectrapport gemaakt moet worden. 1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de mer-beoordeling.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

6/15

2

Effecten op het milieu

De effecten op het milieu kunnen door het bevoegd gezag worden bepaald op basis van een mededeling (aanmeldnotitie) door de initiatiefnemer. In artikel 11.10 Omgevingsbesluit is geregeld wat de mededeling in ieder geval moet bevatten. De aanmeldnotitie bevat: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten. 2. Een beschrijving van de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn. 3. De mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project en voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project als gevolg van: • de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en • het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. 4. Er wordt rekening gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten. Als onderdeel van de aanmeldnotitie kan een beschrijving worden verstrekt om mogelijk aanzienlijke milieueffecten te vermijden of te voorkomen. Deze aanmeldnotitie is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan.

In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd van bijlage III bij de mer-richtlijn. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van het potentiële effect.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

7/15

Kenmerken van het project • Omvang van het project • Cumulatie met andere projecten • Gebruik van natuurlijke hulpbronnen • Productie van afvalstoffen • Verontreiniging en hinder • Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Plaats van het project • Bestaand grondgebruik • Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied • Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: • wetlands, oeverformatie en riviermondingen • kustgebieden en het mariene milieu • berg- en bosgebieden • reservaten en natuurparken • gebieden die in de Nederlandse wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd • speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG) (= Habitatrichtlijn) • gebieden waarin de bij wetgeving van de Unie vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden • gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid • landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effect • Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) • Grensoverschrijdende karakter van het effect • Orde van grootte en de complexiteit van het effect • Waarschijnlijkheid van het effect • Duur,

frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

8/15

3

Toetsing

3.1

Kenmerken van het project

Kenmerken van het project Criteria Omvang van het project Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder • Verkeersgeneratie, afwikkeling en parkeren

•

Activiteiten en milieuzonering

•

Omgevingsveiligheid

Toets Het projectgebied staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Sliedrecht, sectie I, nummers 8317, 5177 en 7031. De oppervlakte bedraagt ca. 3.400 m² Het bevoegd gezag beoordeelt cumulatie op basis van de feiten die op het moment van het nemen van het m.e.r.-beoordelingsbesluit voldoende concreet en toetsbaar zijn. Alleen projecten die bestaand, vergund of voldoende concreet uitgewerkt zijn om hun milieugevolgen objectief vast te stellen, worden op grond van vaste jurisprudentie in de cumulatietoets betrokken. Dit betekent dat alleen ontwikkelingen waarvan programma, omvang en milieugevolgen betrouwbaar en verifieerbaar zijn, worden meegenomen in de beoordeling. Binnen en in de directe omgeving van het Burgemeester Winklerplein is naast Blok B geen enkele andere ontwikkeling aanwezig die aan deze criteria voldoet. Er zijn geen vergunde projecten met relevante milieueffecten, geen ontwerpplannen die ter inzage zijn gelegd en geen initiatieven waarvoor door het bevoegd gezag een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen, waaronder Blok C of andere verkenningen in het gebied, bevinden zich in een stadium waarin geen sprake is van objectief bepaalbare milieugevolgen.

Voor deze initiatieven zijn geen aanvragen inhoudelijk beoordeeld, geen ontwerpbesluiten beschikbaar en ontbreken voldoende uitgewerkte gegevens over programma, omvang en milieueffecten. Dergelijke globale of onzekere plannen worden niet als voldoende concreet beschouwd om in een cumulatietoets te betrekken. n.v.t. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. Naast het reguliere afval van de toekomstige woningen en commerciële functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Door de (her)ontwikkeling van bedraagt de verkeerstoename 567 mvt / etmaal. Door verschillende éénrichtingswegen zal het extra gemotoriseerde verkeer gelijkmatig worden verdeeld richting verschillende hoofdroutes. De hoofdroutes (Thorbeckelaan, Rembrandtlaan en Simon Stevinstraat) kunnen het extra verkeer goed verwerken. Deze verbindingen ontsluiten immers het winkelcentrum Burgemeester Winklerplein met de andere gebiedsontsluitingswegen van Sliedrecht. Er worden 64 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein, aanvullend zijn er extra parkeerplaatsen benodigd in het openbaar gebied. Met onderhavige ontwikkeling worden gevoelige functies gerealiseerd. De projectlocatie voldoet aan de vaste afstanden.

Er kan dus geconcludeerd worden dat er gesproken kan worden van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De relevante risicobronnen in de omgeving zijn geïnventariseerd. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsgebieden van inrichtingen transportlijnen of buisleidingen. Voor het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

9/15

Kenmerken van het project Criteria • Luchtkwaliteit

•

Geluid

•

Geurhinder

•

Flora en fauna

•

Stikstofdioxide

•

Bodem

•

Weging waterbelang

Risico van ongevallen

Toets Om de invloed van het planvoornemen op de luchtkwaliteit te bepalen is de NIBMberekening uitgevoerd. Uit de NIBM-tool volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekend mate van invloed is op de omgeving. Uit een inventarisatie van de CIMLK kaart blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is, er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Voor het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Voor een aantal rekenpunten wordt de standaardwaarde overschreden. Conform het geluidbeleid van de gemeente Sliedrecht kan een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde worden toegestaan. Voor het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het projectgebied is centraal in de kern Sliedrecht gelegen. Rondom de planlocatie zijn diverse andere geurgevoelige gebouwen gelegen. In de omgeving van het projectgebied zijn er geen veehouderijen die een negatieve invloed kunnen hebben op het woon- en leefklimaat wat betreft het aspect geur. Voor het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. . In het verleden is onderzoek gedaan naar flora en fauna ten behoeve van de destijds te slopen woningen en apotheek.

Uit dat onderzoek bleek dat er een ontheffing nodig was van om te mogen slopen. Die ontheffing is verleend, waarna de woningen en de apotheek zijn gesloopt. Momenteel is er sprake van een braakliggend terrein in het centrum van Sliedrecht. De voorgenomen ontwikkeling zal geen negatieve effecten hebben op flora en fauna. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling, de realisatie van o.a. woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Er is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de NOX uitstoot in de toekomstige gebruiksfase 49,6 kg per jaar en in de aanlegfase 36,5 kg per jaar bedraagt. De berekening met de AERIUS calculator laat zien dat er in de aanlegfase en in de gebruiksfase sprake is van een beperkte depositie op de Natura 2000-gebied De Biesbosch (andere gebieden worden niet getroffen). Om die reden is een ecologische voortoets opgesteld. Hieruit volgt samenvattend het volgende: voor de getroffen hexagonen/habitattypen kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten aan de hand van een aantal criteria genoemd in de handreiking voortoets stikstof. Een passende beoordeling is niet nodig.

Er is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem conform NEN 5725 uitgevoerd in voorbereiding op de ontwikkeling van het appartementencomplex. Nader bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Voor het aspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er heeft een weging van het waterbelang plaatsgevonden. Voor watercompensatie in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi’s of ondergrondse infiltratiekratten, geldt als vuistregel dat er 664 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. Voorafgaand aan de realisatie van de nieuwbouw dient de hemel- en afvalwatervoorzieningen nader uitgewerkt te worden. De definitieve benodigde hemelwatervoorziening zal in afstemming met het Waterschap Rivierenland bepaald worden. Er is met de realisatie van de woningen en commerciële functies geen sprake van een nieuwe risicobron.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

10/15

3.2

Plaats van het project

Plaats/locatie van het project Criteria Toets Bestaande (en H et plangebied waar het appartementencomplex beoogd is, is braakliggend terrein. goedgekeurde) Deze locatie is momenteel niet in gebruik. grondgebruik Relatieve rijkdom aan N.v.t. beschikbaarheid, kwaliteit en het regeneratieve vermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: n.v.t. • wetlands n.v.t. • kustgebieden n.v.t. • berg- en bosgebieden n.v.t. • reservaten en natuurparken Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ bevindt zich op circa 900 • gebieden die in de meter afstand, het planvoornemen heeft hier geen invloed op. wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij wetgeving van de • speciale Unie vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden. beschermingszones, gebieden waarin de bij wetgeving van de Unie vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden • gebieden met een hoge Het plangebied ligt in de kern van Sliedrecht, dit is geen gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.

bevolkingsdichtheid Volgens de cultuurhistorische kaart van de provincie Zuid-Holland zijn erin en nabij • landschappen en plaatsen van historisch, het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen gelegen. De voorgenomen ontwikkeling vormt daarmee geen belemmering. cultureel of Conform de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Zuid-Holland kent het archeologisch belang plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde. Er is een kleine kans op archeologische sporen. De beoogde ontwikkeling vormt daarmee geen bedreiging voor archeologische waarden.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

11/15

3.3

Kenmerk van het potentiële effect

Soort en kenmerken van het potentiële effect Criteria Toets Orde van grootte en het Het betreft een kleinschalige en niet-complexe ontwikkeling in de kern van ruimtelijk bereik van de gemeente Sliedrecht, waarbij er een appartementencomplex met commerciële effecten (bijvoorbeeld functies wordt gerealiseerd. De effecten van de ontwikkeling zijn beperkt tot de geografisch gebied en locatie zelf. De effecten zijn daarmee zeer beperkt. omvang van de bevolking die getroffen kan worden) Grensoverschrijdende Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het Er zijn geen nadelige effecten op flora en fauna, landschap, cultuurhistorie, effect archeologie, externe veiligheid, geluid, bodem, lucht en water te verwachten. Waarschijnlijkheid van enig effect is daarom niet aan de orde. Verwachte aanvang, duur, Er is sprake van het realiseren van een nieuw appartementencomplex met 55 frequentie en appartementen en 585 m2 BVO aan commerciële functies. De effecten zijn blijvend. omkeerbaarheid van het Zoals echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat effect sprake is van een onevenredige aantasting.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

12/15

4

Conclusie en advies

Het doel van deze aanmeldnotitie is het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. In deze aanmeldnotitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieueffecten van de ontwikkeling Windroos Blok B te Sliedrecht. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie en de kenmerken van de potentiele effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. De effecten blijven beperkt tot het projectgebied en de directe omgeving ervan. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Voorgesteld wordt dan ook om geen een milieueffectrapport voor het TAM-omgevingsplan Windroos Blok B te Sliedrecht op te stellen.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

13/15

Colofon Opdrachtgever

ABB Bouwgroep B.V.

Uitgave

Movares l BRO Adviseurs B.V. Willemsplein 2 ‘s-Hertogenbosch

Telefoon

+31 (0)73 - 208 91 55

Ondertekenaar

MDo

Projectnummer

P08467

Kenmerk

MDO-25009545

© 2026, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

14/15

Aanmeldnotitie Windroos Blok B, Sliedrecht

15/15

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Windroos blok B, Sliedrecht

Bijlage 6 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

98

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/1110/documents/14674