Bijlage 5 - Renvooi weergave - was-word bestand - OP 1.0.pdf
Tekst van het document
Paragraaf 6.3.3 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk behorend bij een bedrijf Artikel 6.58 6.59 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'Bedrijf' als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub a en gaat over de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In in stand houden van een bijbehorend bouwwerk'.
2.
De paragraaf is niet bedoeld voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub b tot en met sub o l en de activiteit 'Wonen' als bedoeld in artikel 6.38 6.40 , en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk anders dan bij de activiteit 'Bedrijf'.
Artikel 6.59 6.60 Algemene regels Het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan binnen de locatie 'bouwvlak';
26
b. c.
d.
de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorend bouwwerken is niet meer dan 3 meter; bijbehorende bouwwerken staan: 1°. in de zij- of achtererfgrens, of 2°. minimaal 1 meter uit de zij- of achtererfgrens; en de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt: 1°. bij een bebouwingsgebied van 100 m2 of meer minder: niet meer dan 50% van dat bebouwingsgebied; 2°. bij een bebouwingsgebied tussen de 100 m2 en 300 m2: niet meer dan 50 m2 plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; of 3°. bij een bouwvlak van meer dan 300 m2: 90 m2 plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot niet meer dan 150 m2.
Artikel 6.60 6.61 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' te verrichten als dat bijbehorend bouwwerk niet voldoet aan de regels als bedoeld in artikel 6.48 6.60 .
Artikel 6.61 6.62 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.60 6.61 kan worden verleend als: a. het bijbehorend bouwwerk binnen de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. het bouwen niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van: 1°. de bezonningssituatie op de aangrenzende erven; 2°. de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven; 3°. het woon- en leefklimaat; c. het te behouden erf zoveel mogelijk zijn gebruikswaarde behoudt; d c. het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en e d. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 50 m2 bedraagt. MMMM Paragraaf 6.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.3.4 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk anders dan bij bedrijf en wonen Artikel 6.62 6.63 Toepassingsbereik
27
1.
Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' voor: a. de activiteit 'Detailhandel'; b. de activiteit 'Dienstverlening'; c. de activiteit 'Groen'; d. de activiteit 'Handel in volumineuze goederen'; e d. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 1' [gereserveerd]; f e. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'; g f. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'; h g. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'; i h. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'; j i. de activiteit 'Kantoor'; k j. de activiteit 'Maatschappelijk'; l. de activiteit 'Supermarkt'; m k. de activiteit 'Sport' [gereserveerd]; n l. de activiteit 'Wonen' in combinatie met een activiteit zoals bedoeld onder a tot en met l k, alleen waar deze combinatie toegestaan is in hoofdstuk 5 .
2.
Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteit 'Bedrijf' als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub a en de activiteit 'Wonen' als bedoeld in artikel 6.38 6.40 , en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In stand instand houden van een bijbehorend bouwwerk' als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk bij de activiteit 'Bedrijf' of de activiteit 'Wonen' zonder combinatie met een andere functie als bedoeld in eerste lid, sub a tot en met m k.
Artikel 6.63 6.64 Algemene regels Het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan binnen de locatie 'bouwvlak' in het achtererfgebied ; b. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de voorgevellijn; c. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de zijerfgrens als deze aan de openbare weg ligt; d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt: 1°. bij een bebouwingsgebied van 100 m2 of meer: niet meer dan 50% van dat bebouwingsgebied; 2°. bij een bebouwingsgebied tussen de 100 m2 en 300 m2: niet meer dan 50 m2 plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; of 3°. bij een bouwvlak van meer dan 300 m2: 90 m2 plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot niet meer dan 150 m2; e. de goothoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 3 meter; f. de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 5 meter; g. de diepte van op de grond staande aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 4 meter; en h.
de afstand tussen op de grond staande bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen en in de vorm van bijgebouwen op het achtererf is niet meer dan 2 meter.
Artikel 6.64 6.65 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' te verrichten als dat bijbehorend bouwwerk niet voldoet aan de regels als bedoeld in artikel 6.48 6.64 .
Artikel 6.65 6.66 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.64 6.65 kan worden verleend als: a. het bijbehorend bouwwerk binnen de locatie het achtererfgebied 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. het bouwen niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van: 1°. de bezonningssituatie op de aangrenzende erven; en 2°. de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven; 3°. het woon- en leefklimaat; c. het te behouden erf zoveel mogelijk zijn gebruikswaarde behoudt; d c. het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en e d. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 50 m2 bedraagt. NNNN Paragraaf 6.3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.3.5 Bouwen van erkers en serres Artikel 6.67 Algemene regels Het bouwen van een erker of serre mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. een erker of serre voor de voorgevellijn staat maximaal 2 meter buiten de voorgevellijn; b. a.de breedte van de erker of serre is maximaal twee-derde van de breedte van het hoofdgebouw; c. a.de afstand tussen de voorste perceelsgrens en de erker of serre is minimaal 2 meter; d. een erker of serre wordt alleen op de begane grondlaag gebouwd.
Artikel 6.67 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een erker of serre aan de voorgevel van een hoofdgebouw' voor: a. de activiteit 'Detailhandel'; b. de activiteit 'Dienstverlening'; c. de activiteit 'Horeca in horeca - categorie 2';
28
d. e. f. g. h. i.
de activiteit 'Horeca in horeca - categorie 3'; de activiteit 'Horeca in horeca - categorie 4'; de activiteit 'Horeca in horeca - categorie 5'; de activiteit 'Kantoor'; de activiteit 'Maatschappelijk'; de activiteit 'Wonen'.
Artikel 6.68 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een erker of serre aan de voorgevel van een hoofdgebouw' te verrichten.
Artikel 6.69 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.68 wordt verleend als: a. een erker of serre voor de voorgevellijn maximaal 2 meter buiten de voorgevellijn staat; b. de breedte van de erker of serre maximaal twee-derde van de breedte van het hoofdgebouw is; c. de afstand tussen de voorste perceelsgrens en de erker of serre minimaal 2 meter is; d. een erker of serre alleen op de begane grondlaag gebouwd wordt; en e. naar het oordeel van bevoegd gezag aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig oogpunt en passend is in het straatbeeld. OOOO Paragraaf 6.4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.4.1 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken in de openbare ruimte Artikel 6.70 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het in de openbare ruimte uitvoeren van de activiteit 'Bouwen en in stand houden van andere bouwwerken'.
Artikel 6.69 6.71 Algemene regels Het bouwen van een ander bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de activiteit 'Verkeer' is maximaal 6 meter; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de activiteit 'Water' is maximaal 5 meter; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een luifel is maximaal 4 meter; d. de bouwhoogte van geluidschermen is maximaal 6,5 meter; e. de bouwhoogte van masten en palen is maximaal 10 meter; f. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor nutsvoorzieningen is maximaal 4 meter en de oppervlakte is maximaal 25 vierkante meter m2 ; g. de hoogte van speeltoestellen is maximaal 4 meter; g h. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet genoemd zijn in sub a tot en met f g en binnen de locatie 'groen' liggen, is maximaal 6 meter; h i. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet genoemd zijn in sub a tot en met f g is maximaal 3 meter.
Artikel 6.70 6.72 Uitzondering bouwwerken halte waterbus Binnen de locatie 'halte waterbus' zijn lichtmasten, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.67 6.71 , sub a en b, met een hoogte van maximaal 10 meter zonder omgevingsvergunning toegestaan. PPPP Artikel 6.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
29
Artikel 6.71 6.73 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het buiten de openbare ruimte uitvoeren van de activiteit 'Bouwen van andere bouwwerken' en de activiteit 'In in stand houden van andere bouwwerken'. QQQQ Het opschrift van artikel 6.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.72 6.74 Algemene regels ander bouwwerk RRRR Artikel 6.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.73 Uitzondering erf- en terreinafscheiding buiten bouwvlak en voor voorgevel Erf- en terreinafscheidingen buiten de locatie 'bouwvlak' en voor het (verlengde van) de voorgevel zijn, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.72, sub b met een hoogte van maximaal 1 meter zijn zonder omgevingsvergunning toegestaan. [Vervallen] SSSS Artikel 6.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.74 6.75 Uitzondering erf- en terreinafscheiding bij bedrijf Erf- en terreinafscheidingen binnen en buiten het bouwvlak voor de activiteit 'Bedrijf' zijn, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.72 6.74 , sub b en artikel 6.73 met een hoogte van maximaal 3 meter zijn zonder omgevingsvergunning toegestaan. TTTT Het opschrift van artikel 6.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.75 6.76 Toepassingsbereik UUUU Het opschrift van artikel 6.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.76 6.77 Verbod veranderen bouwwerk VVVV Het opschrift van artikel 6.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.77 6.78 Vergunningplicht slopen WWWW Artikel 6.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
30
Artikel 6.78 6.79 Uitzondering Het verbod als bedoeld in artikel 6.77 6.78 geldt niet voor: a. normale sloop- of onderhoudsactiviteiten die gericht zijn op de instandhouding van de bebouwing en daarvoor noodzakelijk zijn; b. werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, in het geval dat door burgemeester en wethouders is aangegeven dat voor die werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het slopen is vereist; c. de activiteit 'Slopen van een bouwwerk' als voor die activiteit al een omgevingsvergunning is verleend; d. het beperken van de directe gevolgen van calamiteiten; en e. het terugbouwen van oorspronkelijke cultuurhistorische waarden van het bouwwerk. XXXX Artikel 6.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.79 6.80 Beoordelingsregels De vergunning als bedoeld in artikel 6.77 6.78 kan alleen worden verleend als: a. de karakteristieke waarde van het bouwwerk zo min mogelijk wordt aangetast; of b. het niet redelijk is om een aanvraag van de vergunning te weigeren omdat het behouden van het karakteristieke bouwwerk tot onevenredig hoge kosten leidt. YYYY Artikel 6.80 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.80 6.81 Vergunningvoorschriften Aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.77 6.78 kunnen door het college van burgemeester en wethouders voorwaarden verbonden worden. ZZZZ Artikel 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.2 Beoordelingsregels 1.
Als op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5 of hoofdstuk 6 een omgevingsvergunning nodig is, wordt die omgevingsvergunning alleen verleend als in voldoende mate ruimte is aangebracht voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen.
2.
Of in voldoende mate ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen is aangebracht, toetst het bevoegd gezag aan de gemeentelijke parkeernormennota, zoals die geldt op het moment van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag;
3.
In afwijking van het bepaalde in eerste lid geldt binnen de locatie 'parkeren appartementen centrumgebied' de beleidsregel 'Verlagen van de parkeernormen Kerkbuurt voor nieuwe appartementen' en wordt bij de bouw van appartementen getoetst aan deze beleidsregel of een rechtsopvolger daarvan zoals die geldt op het moment van de ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning. In afwijking van het bepaalde in tweede lid kan worden afgeweken van de gemeentelijke parkeernormennota als deze vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig bezwarend zijn.
4.
In afwijking van het bepaalde in tweede lid kan worden afgeweken van de gemeentelijke parkeernormennota als deze vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig bezwarend zijn.
AAAAA
31
Artikel 7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
Als op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5 of hoofdstuk 6 een omgevingsvergunning nodig is, wordt die omgevingsvergunning alleen verleend als in voldoende mate ruimte is aangebracht voor het parkeren of stallen van fietsen.
2.
Of in voldoende mate ruimte voor het parkeren of stallen van fietsen is aangebracht, toetst het bevoegd gezag aan de 'Fietsparkeerkencijfers 2019' van CROW-Fietsberaad gemeentelijke parkeernormennota, of de rechtsopvolger hiervan, zoals die geldt op het moment van de ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning.
3.
Bij het bepalen van de hoeveelheid ruimte voor parkeren of stallen van fietsen, als bedoeld in het tweede lid, geldt binnen de locatie 'centrum' dat de parkeerkencijfers behorend bij 'centrum en schil' en 'centrum' aangehouden moeten worden. - [gereserveerd]
4.
Bij het bepalen van de hoeveelheid ruimte voor parkeren of stallen van fietsen, als bedoeld in het tweede lid, geldt binnen de locatie 'rest bebouwde kom' dat de parkeer kencijfers behorend bij 'rest bebouwde kom', 'schil centrum', 'binnen de bebouwde kom' en 'rand bebouwde kom' aangehouden moeten worden. - [gereserveerd]
5.
In afwijking van het bepaalde in eerste lid kan worden afgeweken van de Fietsparkeerkencijfers als deze vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig bezwarend zijn.
BBBBB Artikel 8.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken' binnen het de locatie ' beperkingengebied archeologie'. CCCCC Artikel 8.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.4 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.2, wordt verleend als: a. uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de bouwactiviteiten niet leiden tot verstoring van archeologische waarden; of b. uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de bouwactiviteiten kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden, maar deze verstoring kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning één of meer van de vergunningvoorschriften, bedoeld in artikel 8.6 te verbinden. DDDDD Het opschrift van artikel 8.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.5 Aanvraagvereisten Specifieke indieningsvereisten EEEEE Artikel 8.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
32
Artikel 8.6 Vergunningvoorschriften Aan een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.2, kunnen de volgende vergunningvoorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, zodat archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. FFFFF Artikel 8.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.7 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten binnen de activiteit locatie 'Aanlegactiviteiten binnen het beperkingengebied archeologie'. GGGGG Artikel 8.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.8 Aanwijzing vergunningplicht 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten activiteit 'diepwortelende beplanting of bomen plaatsen' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie :. a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen; c. het graven, vergraven, vergroten evenals het dempen van watergangen en waterpartijen; d. het ophogen van gronden; e. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; of f. het verhogen of het verlagen van de grondwaterstand.
2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'grondwerkzaamheden verrichten' uit te voeren binnen het beperkingengebied archeologie.
3.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'dempen van een watergang of waterpartij' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie.
4.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'graven of verbreden van een watergang of waterpartij' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie.
5.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'ophogen van gronden' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie.
6.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'aanleggen van verhardingen' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie.
7.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'waterpeil wijzigen' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie.
HHHHH Artikel 8.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.9 Uitzondering op de vergunningplicht Het verbod De verboden, bedoeld in artikel 8.8, geldt gelden binnen de locatie 'beperkingengebied archeologie' niet voor: a. aanlegactiviteiten activiteiten die normaal onderhoud en/of gebruik betreft; of
33
b.
aanlegactiviteiten activiteiten die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde niet van ingrijpende betekenis zijn.
IIIII Artikel 8.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.10 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.8, wordt verleend als: a. uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de aanlegactiviteiten niet leiden tot verstoring van archeologische waarden; of b. uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de aanlegactiviteiten kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden, maar deze verstoring kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning één of meer van de vergunningvoorschriften, bedoeld in artikel 8.12 te verbinden; en c. door burgemeester en wethouders schriftelijk advies is ingewonnen bij een archeologisch deskundige. JJJJJ Artikel 8.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.12 Vergunningvoorschriften Aan een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.8, kunnen de volgende vergunningvoorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, zodat archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. KKKKK Artikel 11.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.9 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie 1.
Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen grond of baggerspecie toegepastals toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen en bijbehorende zones als bepaald in tabel 11.9.1. Tabel 11.9.1 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie
34
Zones
Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)
Alle zones
pH pH waarde is minimaal 5 en maximaal 9
Alle zones
Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride chloride
Alle zones
Maximaal 920 mg/kg droge stof barium barium
Wonen
Maximaal 90 mg/kg droge stof lood lood
Volks-/Moestuin
Maximaal 50 mg/kg droge stof lood lood
Asbestgevoelige locatie
Maximaal 10 mg/kg droge stof asbest (gewogen gehalte) asbest
Zones
Kwaliteitseisen (voor standaardbodem) (gewogen gehalte)
2.
Met het oog op het gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stof nikkel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie'; en c. voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.9.2 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast Tabel 11.9.2 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Zones
Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)
Wonen
Maximaal 56 mg/kg droge stof nikkel nikkel
a. b. c.
voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie'; en voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.9.2 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast
LLLLL Artikel 11.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen PFOA (perfluoroctaanzuur), PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en overige PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: Tabel 11.14.1 afwijkende kwaliteitseisen zone B Zones
Stof
Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof)
Landbouw/natuur
PFOA
0,0023
Landbouw/natuur
PFOS
0,0024
Moestuinen en Volkstuinen
PFOA
0,0023
Moestuinen en Volkstuinen
PFOS
0,0024
a. b. c.
voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; afkomstig is uit en toegepast wordt binnen het gebied 'zone B PFAS zonekaart'; en voor de stoffen PFOA en PFOS voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.14.1 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast.
Tabel 11.14.1 afwijkende kwaliteitseisen zone B
35
Zones
Stof
Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof)
Landbouw/natuur
PFOA
0,0023
Zones
Stof
Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof)
Landbouw/natuur
PFOS
0,0024
Moestuinen en Volkstuinen
PFOA
0,0023
Moestuinen en Volkstuinen
PFOS
0,0024
MMMMM Artikel 11.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 11.46 Toepassingsbereik nazorg Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als: a. saneren van de bodem heeft plaatsgevonden, waarbij een afdeklaag is aangebracht die blootstelling van mensen aan verontreiniging op of in de bodem voorkomt, op grond van: 1°. het Besluit activiteiten leefomgeving; 2°. dit omgevingsplan; 3°. een omgevingsvergunning; of 4°. een maatwerkvoorschrift; of of b. tijdelijke beschermingsmaatregelen zijn getroffen, die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet. NNNNN Artikel 14.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 14.1 Toepassingsbereik - [gereserveerd] Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken' binnen het de locatie 'beperkingengebied waterbergingsgebied'. OOOOO Artikel 14.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 14.5 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken' binnen het de locatie ' beperkingengebied waterkering'. PPPPP Artikel 14.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 14.8 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14.7, wordt verleend als: a. wordt voldaan aan de regels voor bouwactiviteiten, bedoeld in hoofdstuk 6; b. door de bouwactiviteiten de waterkerende functie niet wordt aangetast. QQQQQ Artikel 15.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
36
Artikel 15.9 Bestrijding van boomziekten 1.
Als het college van burgemeester en wethouders beoordeelt dat een boom of houtopstand gevaar oplevert voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van ziekteverspreiders zoals insecten, is de persoon degene die over de boom of houtopstand kan beschikken, als hij hierover door het college is aangeschreven, verplicht om binnen de termijn zoals vastgesteld in de aanschrijving: a. de boom te kappen of de houtopstand te vellen; en b. volgens de richtlijnen uit de aanschrijving en binnen de door de gemeente gestelde termijn de gekapte boom of gevelde houtopstand op een die manier te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.
2.
Het niet voldoen aan de aanschrijving als bedoeld in het eerste lid leidt tot het toepassen van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden door of namens de gemeente kunnen worden verricht, voor risico en voor rekening van de persoon degene die is aangeschreven.
3.
Het is verboden om gekapte bomen of gevelde houtopstanden of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren als er een wezenlijke kans bestaat dat deze bomen of delen daarvan een boomziekte verspreiden.
4.
Het derde lid geldt niet voor de afvoer van de bomen of delen daarvan direct na de kap.
RRRRR Artikel 22.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
37
1.
Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1°. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2°. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3°. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
4.
Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
5.
In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.
Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen
1
ADR-klasse ADR-klasse 1
Omschrijving
Verpakkingsgroep
Toegestane maximum hoeveelheid
2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas
Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)
n.v.t.
50 kg
3
Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton
II
25 liter
3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C
Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten
III
50 liter
4.1, 4.2, 4.3
4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide
II en III
50 kg
5.1
Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide
II en III
50 liter
5.2
Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en dipropionyl peroxide
n.v.t.
1 liter
Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).
SSSSS Artikel 22.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.88 Trillingen: waarden voor continue trillingen 1.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 22.3.9.
2.
Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 22.3.9. Tabel 22.3.9 Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten Soort
38
waarden 07.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
07.00 – 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
A1 trillingssterkte Vmax
0,1
0,1
A2 trillingssterkte Vmax
0,4
0,2
Soort
A3 trillingssterkte Vper
waarden 07.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
0,05
0,05
TTTTT Artikel 22.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten Artikel 22.98, eerste lid, is niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.11, tot de volgende geurgevoelige objecten: Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig object met functionele binding of geen functionele binding meer op of na 19 maart 2000 en ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000
Afstand
Gelegen binnen de bebouwde kom
100 m
Gelegen buiten de bebouwde kom
50 m
a. b. c.
d.
een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan; een geurgevoelig object dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan; een geurgevoelig object met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd: 1°. op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf; 2°. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en 3°. in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten; en een geurgevoelig object dat aanwezig is op een locatie waar een geurgevoelig object met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd.
Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig object met functionele binding of geen functionele binding meer op of na 19 maart 2000 en ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000
Afstand
Gelegen binnen de bebouwde kom
100 m
Gelegen buiten de bebouwde kom
50 m
UUUUU Artikel 22.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
39
Artikel 22.117 Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand 1.
Dit artikel is van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m2 of een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 2.500 m3.
2.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin vanaf het dichtstbijzijnde punt van het mestbassin tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.20. Tabel 22.3.20 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin
Afstand tot geurgevoelig gevoelig object
Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving
Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving
Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving
Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving
Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m2
50 m
25 m
Gezamenlijke oppervlakte 350 m2 tot en met 750 m2
100 m
50 m
VVVVV Artikel 22.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater 1.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.
2.
Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.27. Tabel 22.3.27 Emissiegrenswaarden Stof
Representatief etmaalmonster
Steekmonster
Representatief etmaalmonster
Steekmonster
Biochemisch zuurstofverbruik
30 mg/l
60 mg/l
Chemisch zuurstofverbruik
150 mg/l
300 mg/l
Onopgeloste stoffen
30 mg/l
60 mg/l
3.
Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.
4.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.
WWWWW
40
Emissiegrenswaarden in mg/l
Hoofdstuk 28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 28 Overgangsrecht [Gereserveerd]
Afdeling 28.1 Eerbiedigend overgangsrecht Paragraaf 28.1.1 Overgangsrecht gebruik Artikel 28.1 Overgangsrecht gebruik 1.
Het gebruik van gronden en bouwwerken voor een bestaande activiteit dat bestond op het tijdstip waarop een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden en daarmee in strijd is, mag worden voortgezet.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat voorafgaand aan wijziging van dit omgevingsplan reeds in strijd was met de voorheen geldende regels over gebruik in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.
3.
Het is verboden het strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen in een ander met het omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot.
4.
Indien het strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wijziging voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Paragraaf 28.1.2 Overgangsrecht bouwen Artikel 28.2 Overgangsrecht bouwen
41
1.
Een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is en afwijkt van het omgevingsplan na wijziging, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
2.
Onder een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is, wordt in dit artikel tevens verstaan een bouwwerk dat in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de voorheen geldende regels over bouwwerken in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.
4.
Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.
XXXXX Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage I Begripsbepalingen omgevingsplan
omgevingsplan gemeente Sliedrecht.
aanbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
aansluitafstand
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt.
achtererf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
achtererfgebied
het achtererfgebied zoals bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
achtererfgrens
de van de weg afgekeerde grens van een perceel; indien er meerdere zijden van het perceel van de weg zijn afgekeerd wijst het bevoegd gezag een achterste erfgrens aan.
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.
ambulante handel
de verkoop en het te koop aanbieden alsmede de uitstalling daarvan van waren aan consumenten buiten vestigingen onder ambulante handel wordt mede verstaan weekmarkten en standplaatsen buiten de markten, onder ambulante handel wordt niet verstaan het venten.
ander ondergeschikt onderdeel van een onderdeel van een gebouw die uitsluitend gerealiseerd gebouw wordt of gerealiseerd is bij een gebouw en daar zowel functioneel als naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is.
42
asbestgevoelige locatie
openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volkstuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken.
AS SIKB 2000
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018.
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken.
bebouwingsgebied
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.
bebouwingsgrens
een grens van een bouwperceel welke niet door bouwwerken mag worden overschreden.
bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.
begane grond
de bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld is gelegen waarop in de meeste gevallen de
hoofdtoegang van het gebouw is gesitueerd en waaronder zich een kruipruimte kelder of souterrain kunnen bevinden.
43
beroep of bedrijf aan huis
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, uitgeoefend door de hoofdbewoner, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publiekstrekkend zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning grotendeels haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die past bij de woonfunctie.
beschikken
de bevoegdheid hebben om te beslissen over een boom, krachtens zakelijk recht (bijvoorbeeld eigendom) of krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid (bijvoorbeeld gemeentelijk groenbeheerder).
bestaand bouwwerk
een bouwwerk dat gebouwd is of mag worden op basis van een omgevingsvergunning, of een bouwwerk dat gebouwd is of mag worden volgens de geldende regels.
bestaand gebruik
gebruik dat plaats mag vinden op basis van een omgevingsvergunning of volgens de geldende regels.
bestaande afstands-, hoogte-, inhoudsen oppervlaktematen
afstands- hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die zijn of mogen worden op basis van een omgevingsververgunning, of volgens de geldende regels.
bindmiddelen
niet-vormgegeven stoffen die aan de bodem worden toegevoegd met als resultaat dat samen met de in de bodem aanwezige grond een stabilisaat ontstaat, waaronder in ieder geval kalk, cement en gips.
bodemfunctieklassen
de klassen die zijn vastgelegd in de bodemfunctiekaart. De meest actuele versie van de bodemfunctiekaart is te vinden via de website www.ozhz.nl.
bodemgevoelige locatie
een bodemgevoelige locatie als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving in artikel 5.89h.
bodemkwaliteitsklassen
de klassen die zijn vastgelegd in de bodemkwaliteitskaarten. De meest actuele versie van de bodemkwaliteitskaarten is te vinden via de website www.ozhz.nl.
bodemonderzoek
onderzoeken als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
bomeneffectanalyse
een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
bomendeskundige
iemand met grote kennis bomen, aantoonbaar vanuit ervaring of via certificaten, zoals VCA, BVC of ETW.
boom
een houtig opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met één of meer stammen.
boom in publiek eigendom
een boom die staat op grond die eigendom is van een Nederlands overheidsorgaan of een woningbouwvereniging, voor zover die grond publiek toegankelijk is.
boomstructuur
een aantal bomen die in een samenhangende vorm geplant zijn, zoals een laan, bomenrij of boomgroep.
boomwaarde
de financiële waarde van een boom wordt getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen of met de meest recente Nederlandse versie van het programma i-Tree.
bouwen
bouwen zoals bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.
44
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen.
bouwwerk
bouwwerk zoals bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met dak.
bijzonder waardevolle boom
bijzondere beschermwaardige boom met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere ecologische, cultuurhistorische, landschappelijke of zeldzaamheidswaarde, die vermeld wordt op de lijst Bijzonder waardevolle bomen van Gemeente Sliedrecht.
bouwwerken bedoeld voor waterzuivering en waterberging
bouwwerken die nodig zijn voor een goede aan- en afvoer van water ten behoeve van waterberging of waterzuivering, zoals stuwen, inlaten, sluizen, dammen, duikers en gemalen.
branchering van standplaatsen
De gemeente Sliedrecht maakt bij de branchering onderscheid tussen food en non-food (deze lijst is niet volledig): Food • Aardappelen, groente en fruit; • Kaas en andere zuivelproducten; • Snacks, friet en ijs; • Vis en visproducten; • Brood, koek en banket; • Gebak en oliebollen; • Snoepgoed; • Vlees en vleeswaren; • Wild en gevogelte; • Kruidenierswaren; • IJs. Non-food • Bloemen en planten; • Kleding en dergelijke; • Huishoudelijke artikelen; • Drogisterij artikelen; • Doe-het-zelf artikelen; • Dierenbenodigdheden; • Posters en schilderijen; • Kerstbomen.
BRL SIKB 2000
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013.
BRL SIKB 7000
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015.
brutovloeroppervlak
bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580.
BVC-cyclus
de cyclus van regelmatige boomveiligheidscontroles, uitgevoerd door gecertificeerde BVC-controleurs.
cultuurhistorische waarde
belang in geschiedkundig opzicht, onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het occupatiepatroon en de bebouwing.
cultuurhistorische waarde (boom/houtopstand)
de waarde van een boom als overblijfsel van / of herinnering aan de ruimtelijke situatie zoals die op én rond de locatie van de boom 50 of meer jaren geleden was of de waarde van een boom als herdenkingsboom.
concentratiegebied geurhinder en veehouderij
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied.
dendrologische waarde
a. b. c.
45
van een gemeentelijk dan wel landelijk zeldzame soort; van wetenschappelijk belang, bijvoorbeeld een moederboom van een soort; met een bijzondere groeivorm als gevolg van natuurlijke oorzaken, bijvoorbeeld tweestammig, meerstammig.
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen. Seksinrichtingen worden hiertoe niet gerekend.
distributienet voor warmte
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater.
dove gevel
een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen als bedoeld in Bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
eerste bouwlaag
een bouwlaag waarvan de vloer op gelijke of bij benadering gelijke hoogte als het peil ligt.
erf
het al dan niet bebouwde perceelsgedeelte, direct gelegen bij hoofdgebouw, ingericht ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw.
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
geurgevoelig object
a.
gebouw: i. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, en ii. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. en
b.
46
iii. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.
gezoneerd industrieterrein
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
grondstabilisatie
het stabiliseren van de bodem tot een stabilisaat als gevolg van de toevoeging van bindmiddelen aan de bodem.
grondwatergevoelige locatie
een locatie als bedoeld in artikel 7.28 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
grondwatergevoelig gebouw
een gebouw als bedoeld in artikel 7.27 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
grondwaterverontreiniging
een verontreiniging als bedoeld in artikel 7.30 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening (ZHOV).
hakhout
loofboomstronk of - stobbe, met nieuw uitgroeiende takken, die in een meerjarige cyclus verwijderd of geoogst worden.
Handel in volumineuze goederen
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair.
hoogovenslak
slak die is vrijgekomen bij de bereiding van ruwijzer in een hoogoven.
horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden: a. Horeca in horeca-categorie 1: hotel: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken daaraan ondergeschikt is; b. Horeca in horeca-categorie 2: restaurant: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken daaraan ondergeschikt is; c. Horeca in horeca-categorie 3: een horeca-activiteit die qua openingstijden vergelijkbaar is met detailhandelsactiviteiten, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiehuis, koffieshop en ijssalon; d. Horeca in horeca-categorie 4: cafetaria: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kleine eetwaren, niet zijnde maaltijden; e. Horeca in horeca-categorie 5: cafés, bars, avond- en nachtgelegenheid: een horeca-activiteit die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of het gelegenheid bieden voor dansen.
herplantplicht
de verplichting die het bevoegd gezag kan opleggen aan degene die over een boom mag beschikken om op of bij de locatie van een te vellen of gevelde boom één of meer vervangende bomen te planten.
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie
van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkste is.
47
houtopstand
een verzameling van meerdere bomen, boomvormers of andere houtige gewassen op één locatie.
huishouden
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren.
incidentele standplaats
een tijdelijke standplaats die slechts af en toe en niet met regelmaat wordt ingenomen. Het gaat hier om verkoop of promotie van commerciële producten of diensten. Een incidentele standplaats kan voor één dag(deel) en maximaal drie aaneensluitende dagen worden ingenomen.
in stand houden van een bouwwerk
het uitvoeren van alle werkzaamheden die nodig zijn, zodat het bouwwerk zijn functie kan blijven vervullen.
ISO 11423-1
ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997.
kandelaberen
het drastisch inkorten van de hoofdtakken van een boom, waarbij weinig of geen rekening gehouden wordt met de zijtakken en waarmee de kroon van de boom met tenminste 50% verkleind wordt.
kantoor
Gebruiksfunctie voor administratie.
kappen
het verwijderen van de bovengrondse delen van een boom, waarbij de stobbe en het wortelgestel intact blijven.
knotboom
boom die op 1 tot 2,5 meter boven maaiveld is afgezaagd, met daarop nieuw uitgroeiende takken, die in een meerjarige cyclus verwijderd of geoogst worden.
landbouwhuisdieren met geuremissiefactor
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: i. rundvee tot 24 maanden, ii. kalkoenen, iii. eenden, of iv. parelhoenders.
landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
landschappelijke waarde
de visuele waarde van de boom als onderdeel van zijn omgeving, vaak in samenhang met andere landschapselementen, zoals andere groenelementen, wegen, open water en gebouwen. De boom kan bijvoorbeeld een landschapsstructuur (b.v. weg of waterloop) accentueren, onderdeel zijn van een boomstructuur of een herkenningspunt zijn in het landschap.
LD-staalslak
slak die vrijkomt bij de bereiding van staal volgens de methode van Linz-Donawitz.
leiboom
een boom waarvan de takken in een bepaalde richting geleid worden. De boom wordt jaarlijks teruggesnoeid tot op de hoofdtakken.
maatschappelijke functie
voorziening op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening, of een daarmee vergelijkbare voorziening.
48
lokaal verzorgingsgebied
het geografische gebied dat bestaat uit de gemeente Sliedrecht en de direct aangrenzende gemeenten waarin het merendeel van de gebruikers van een voorziening woonachtig is.
natuurwaarde
gebruikswaarde van de boom voor diverse Nederlandse planten- en diersoorten, zoals voortplantingslocatie, (winter-)verblijfplaats, foerageergelegenheid, zaadbron (genetische waarde) of als onderdeel van een ecologische verbinding.
maatschappelijke functie
voorziening op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening, of een daarmee vergelijkbare voorziening.
metaalslakken
metaalslakken zoals hoogovenslak, fosforslak, gieterijslak, koperslak of LD-staalslak.
natuurwaarde
gebruikswaarde van de boom voor diverse Nederlandse planten- en diersoorten, zoals voortplantingslocatie, (winter-)verblijfplaats, foerageergelegenheid, zaadbron (genetische waarde) of als onderdeel van een ecologische verbinding.
NEN 5725
NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.
metaalslakken
metaalslakken zoals hoogovenslak, fosforslak, gieterijslak, koperslak of LD-staalslak.
NEN 5740
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.
NEN 5725
NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.
NEN 6090
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.
NEN 5740
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.
NEN 6589
NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.
NEN 6090
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.
NEN 6578
NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.
NEN 6589
NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.
NEN 6600-1
NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.
NEN 6578
NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.
NEN 6965
NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005.
49
NEN 6600-1
NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.
NEN 6966
NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006.
NEN 6965
NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005.
NEN-EN 858-1/A1
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.
NEN 6966
NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006.
NEN-EN 858-2 1/A1
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003. NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.
NEN-EN 872
NEN-EN 872:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen - Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005
NEN-EN 858-2
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.
NEN-EN 1825-1
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006
NEN-EN 872
NEN-EN 872:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen - Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005
NEN-EN 1825-2 1
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002. NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006
NEN-EN 12566-1
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016
NEN-EN 1825-2
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.
NEN-EN 12673
NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999.
NEN-EN 12566-1
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016
50
NEN-EN 16693
NEN-EN 16693:2015: Water - Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015.
NEN-EN 12673
NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999.
NEN-EN-ISO 2813
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.
NEN-EN 16693
NEN-EN 16693:2015: Water - Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015.
NEN-EN-ISO 5667-3 2813
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018. NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.