Bijlage 5 - Renvooi weergave - was-word bestand - OP 1.0.pdf
Tekst van het document
Omgevingsplan gemeente Sliedrecht Besluit tot wijziging van het omgevingsplan, Omgevingsplan 1.0 De GEMEENTERAAD van Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van dd mmmm 2025; gelet op de artikelen 2.4, 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet; overwegende dat: overeenkomstig artikel 16.30 Omgevingswet en afdeling 3.4 Awb, het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en er in die periode geen zienswijzen zijn ontvangen BESLUIT:
Artikel I Het omgevingsplan Sliedrecht te wijzigen zoals is weergegeven in Bijlage A.
Artikel II Dat dit wijzigingsbesluit in werking treedt op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. Aldus besloten in de vergadering d.d. 14 oktober 2025 De secretaris, N.H. Kuiper mca mcm De burgemeester, mr. drs. J.M. de Vries
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
1
Bijlage A artikel I A Na artikel 1.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 1.2 Algemene indieningsvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit, als bedoeld in dit omgevingsplan worden in aanvulling op de algemene indieningsvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling, in ieder geval de volgende bescheiden verstrekt: a. de naam en woonplaats van de aanvrager; b. een kopie van een geldig legitimatiebewijs; c. een handtekening van aanvrager; d. indien relevant een onderbouwing waaruit blijkt dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. B Artikel 5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.6 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Detailhandel' uit te voeren, buiten de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond'.
2.
Het eerste lid geldt niet voor de activiteit 'Detailhandel' binnen de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond'.
C Artikel 5.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.15 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Algemene regels 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. de activiteit 'Ambulante handel' uit te voeren; of b. een standplaats ten behoeve van de activiteit 'Ambulante handel' in te nemen of te hebben. De activiteit 'Ambulante handel' is toegestaan binnen de locatie 'standplaats'.
2.
Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik van gronden voor ambulante handel op een standplaats conform het bepaalde in de vergunning.
D Artikel 5.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.16 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.
2
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.15 wordt, voor zover het gaat om een vaste standplaats, verleend als: a. de locatie binnen de locatie 'vaste standplaats' is gelegen; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6; c. de standplaats ten behoeve van de activiteit 'Ambulante handel' niet in strijd is met andere regels van dit omgevingsplan; d. de standplaats ten behoeve van de activiteit 'Ambulante handel' hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet aan de redelijke eisen van welstand; en
e.
er geen kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
2.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.15wordt, voor zover het gaat om een seizoengebonden standplaats, verleend als: a. de locatie niet bezet is door vaste standplaatsen, als bedoeld onder het eerste lid, of de locatie niet bezet is door een evenement waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend; b. uit advies van een verkeersdeskundige blijkt dat voldoende parkeergelegenheid in de omgeving van de locatie, waar de aanvraag betrekking op heeft, beschikbaar is en de activiteit niet leidt tot belemmeringen voor de verkeersveiligheid.
3.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.15 kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; of d. de bescherming van het milieu.
4.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.15 kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. [Vervallen] E Artikel 5.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.17 Indieningsvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit, als bedoeld in het toepassingsbereik in artikel 5.14, worden, voor zover het gaat om standplaatsen, als bedoeld in artikel 1.1, in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier; b. de naam, adres en woonplaats van de aanvrager; c. het telefoonnummer en e-mailadres van de aanvrager; d. de gewenste locatie inclusief locatiekaart; e. de voorkeurs dag(en) en tijdsperiode dat de standplaats ingenomen wordt; f. het doel van de inname van de standplaats (ook de branche/productgroep); g. de afmetingen van de verkoopinrichting; h. een uittreksel van de handelsregistratie Kamer van Koophandel van het bedrijf, waarvan de natuurlijke persoon de eigenaar is en waarvoor hij/zij een standplaats wil innemen; en i. een handtekening aanvrager. [Vervallen] F Artikel 5.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.18 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit, als bedoeld in artikel 5.14 is, voor zover het gaat om een vaste standplaats, alleen toegestaan als het aantal maximum vergunningen per gebied, maximum standplaatsen per dag per locatie en maximum standplaatsen per branche, zoals opgenomen in tabel 5.18.1 niet wordt overschreden.
3
Table 5.18.1 Gebied
Locatie
Maximum omgevingsvergunningen per gebied
Maximum standplaatsen per dag en locatie
Maximum standplaatsen per branche per week
Maximum standplaatsen per branche per dag
Kerkbuurt: winkelstraat
Merwedeplein
3
2
1
1
Kerkbuurt": entree noordzijde
Frans Halsstraat / Jacob Catsstraat / Joost van den Vondelstraat
3
1
1
-
Bonkelaarplein
Bonkelaarplein
3
3
1
-
[Vervallen] G Artikel 5.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.19 Uitzondering incidentele of seizoensstandplaats Het bepaalde in artikel 5.15, sub b geldt niet voor incidentele of seizoensstandplaatsen. [Vervallen] H Artikel 5.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.20 Uitzondering provinciaal wegenreglement Het bepaalde in artikel 5.15, sub b geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement. [Vervallen] I Het opschrift van artikel 5.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.21 5.16 Toepassingsbereik J Het opschrift van artikel 5.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.22 5.17 Algemene regels K Het opschrift van artikel 5.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.23 5.18 Toepassingsbereik L
4
Het opschrift van artikel 5.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.24 5.19 Algemene regels M Artikel 5.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.25 5.20 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' uit te voeren buiten de locatie 'horeca-categorie 2'. N Artikel 5.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.26 5.21 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.25 5.20 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. O Het opschrift van artikel 5.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.27 5.22 Toepassingsbereik P Het opschrift van artikel 5.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.28 5.23 Algemene regels Q Artikel 5.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.29 5.24 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie horecacategorie 3' uit te voeren buiten de locatie 'horeca-categorie 3'. R Artikel 5.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.30 5.25 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.29 wordt verleend als de activiteit 'Horeca in categorie 3' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.24 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied';
5
b.
wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
S Het opschrift van artikel 5.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.31 5.26 Toepassingsbereik T Het opschrift van artikel 5.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.32 5.27 Algemene regels U Artikel 5.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.33 5.28 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4' uit te voeren buiten de locatie 'horeca-categorie 4'. V Artikel 5.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.34 5.29 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.33 5.28 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in categorie 4' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. W Het opschrift van artikel 5.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.35 5.30 Toepassingsbereik X Artikel 5.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.36 5.31 Algemene regels
Y
6
1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 5'.
2.
Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten.
3.
In aanvulling op het eerste lid geldt dat de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' binnen de locatie 'horeca-categorie 5 - bovenste eerste verdieping' alleen is toegestaan op de bovenste eerste verdieping.
Artikel 5.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.37 5.32 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' uit te voeren buiten de locatie 'horeca-categorie 5'. Z Artikel 5.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.38 5.33 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.37 5.32 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in categorie 5' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. AA Het opschrift van artikel 5.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.39 5.34 Toepassingsbereik BB Het opschrift van artikel 5.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.40 5.35 Algemene regels CC Het opschrift van artikel 5.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.41 5.36 Toepassingsbereik DD Artikel 5.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.42 5.37 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit 'Ondergeschikte zaalhuur' is alleen toegestaan als: a. de ondergeschikte zaalhuur ondersteunend is aan maatschappelijke activiteiten, als bedoeld in artikel 5.53 5.50 ; b. de ondergeschikte zaalhuur niet zelfstandig wordt uitgevoerd; en c. de ondergeschikte zaalhuur plaatsvindt binnen de locatie 'ondergeschikte zaalhuur'. EE Het opschrift van artikel 5.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.43 5.38 Toepassingsbereik FF
7
Het opschrift van artikel 5.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.44 5.39 Algemene regels GG Artikel 5.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.45 5.40 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Terras' uit te voeren buiten de locatie 'terrassen'. HH Artikel 5.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.46 5.41 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.45 5.40 wordt verleend als: a. de activiteit 'Terras' binnen de locatie 'kernwinkelgebied' plaatsvinden; b. wordt voldaan aan de Beleidsregel 'Terrasvergunningen Sliedrecht' of een rechtsopvolger daarvan, zoals die geldt ten tijde van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; en c. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. II Na artikel 5.46 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.42 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.40 worden in aanvulling op de algemene indieningsvereisten uit artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.41, sub b. JJ Het opschrift van artikel 5.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.47 5.43 Toepassingsbereik KK Het opschrift van artikel 5.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.48 5.44 Algemene regels LL Het opschrift van artikel 5.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.49 5.45 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
8
MM Artikel 5.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.50 5.46 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.49 5.45 wordt kan worden verleend als: a. het kantoor niet ligt in een gebied dat primair is aangewezen voor de activiteit wonen; a b. de brutovloeroppervlakte van het kantoor ten hoogste 1.000 m2 bedraagt; de kantooractiviteit voldoet aan ten minste één van de volgende criteria: 1°. het betreft een kleinschalig zelfstandig kantoor met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.000 m² per vestiging, waarbij geen clustering van meer dan vijf zelfstandige kantoren binnen een straal van 250 meter ontstaat; 2°. het betreft een kantoor dat in overeenstemming is met de regionale behoefte aan kantoren waarover bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd; 3°. het betreft een kantoor van een gemeentelijke dienst of hulpdienst; 4°. het betreft een bedrijfsgebonden kantoor waarvan de bruto-vloeroppervlakte minder bedraagt dan 50% van het totale bruto-vloeroppervlakte van het bedrijf; b c. het kantoor een lokaal verzorgingsgebied heeft; en indien sprake is van een kleinschalig zelfstandig kantoor als bedoeld onder b onder 1 dan moet het kantoor een lokaal verzorgingsgebied hebben en aantoonbaar bijdragen aan de versterking van de lokale economie; en c d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
NN Na artikel 5.50 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.47 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.45 worden in aanvulling op artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond waaruit blijkt dat het brutovloeroppervlak van een kleinschalig zelfstandig kantoor ten hoogste 1.000 m2 is of waaruit blijkt dat het brutovloeroppervlak van een bedrijfsgebonden kantoor minder is dan 50% van het totale brutovloeroppervlak van het bedrijf; b. een onderbouwing waaruit blijkt dat het kantoor een lokaal verzorgingsgebied heeft en aantoonbaar bijdraagt aan de versterking van de lokale economie. OO Het opschrift van artikel 5.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.51 5.48 Toepassingsbereik PP Het opschrift van artikel 5.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.52 5.49 Algemene regels QQ Het opschrift van artikel 5.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.53 5.50 Toepassingsbereik
9
RR Het opschrift van artikel 5.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.54 5.51 Algemene regels SS Het opschrift van artikel 5.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.55 5.52 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen TT Het opschrift van artikel 5.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.56 5.53 Toepassingsbereik UU Het opschrift van artikel 5.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.57 5.54 Algemene regels VV Het opschrift van artikel 5.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.58 5.55 Toepassingsbereik WW Het opschrift van artikel 5.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.59 5.56 Algemene regels XX Het opschrift van artikel 5.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.60 5.57 Toepassingsbereik YY Het opschrift van artikel 5.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.61 5.58 Algemene regels ZZ
10
Het opschrift van artikel 5.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.62 5.59 Toepassingsbereik AAA Het opschrift van artikel 5.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.63 5.60 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen BBB Artikel 5.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.64 5.61 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.63 5.60 , eerste lid, wordt verleend als: a. de toevoeging van woningen naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanvaardbaar is uit onder andere stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig oogpunt; en b. het aantal toe te voegen woningen niet meer dan 15 is; c. de te realiseren woningen passen binnen de regionale afspraken; en b d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. CCC Na artikel 5.64 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.62 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.60 worden in aanvulling op artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waaruit de stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige en milieukundige inpasbaarheid van de activiteit blijkt. DDD Het opschrift van artikel 5.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.65 5.63 Toepassingsbereik EEE Artikel 5.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.66 5.64 Algemene regels
11
1.
Het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' is alleen toegestaan op locaties met de functie wonen.
2.
Bij de uitvoering van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' moet voldaan worden aan: a. het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' vindt plaats in de woning of een daarbij bijbehorend bouwwerk; b. de oppervlakte bedraagt maximaal 30% van de woning of een daarbij bijbehorend bouwwerk;
c. d. e. f.
de oppervlakte bedraagt maximaal 40 m2; het uitvoeren van de activiteit is alleen toegestaan als dit geen onevenredige milieuhygienische hinder voor omwonenden veroorzaakt; het uitoefenen van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' heeft geen nadelige invloed op de normale verkeersafwikkeling; en bij het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' in voldoende mate ruimte is aangebracht voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen, als bedoeld in de gemeentelijke parkeernormennota, zoals die geldt op het moment van starten van de activiteit. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6.
FFF Het opschrift van artikel 5.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.67 5.65 Toepassingsbereik GGG Na artikel 5.67 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.66 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit 'Mantelzorg' is toegestaan als: a. op hetzelfde perceel de activiteit 'wonen' plaatsvindt; b. het gebouw waarin de activiteit plaatsvindt, rechtmatig is gebouwd; c. het perceel waarop de activiteit plaatsvindt niet grenst aan een perceel waar de volgende activiteiten kunnen worden uitgevoerd: 1°. activiteit 'Bedrijf'; 2°. activiteit 'Detailhandel'; 3°. activiteit 'Dienstverlening'; 4°. activiteit 'Horeca-horecacategorie 1', 'Horeca-horecacategorie 2', ''Horeca-horecacategorie 3', 'Horeca-horecacategorie 4' en ''Horeca-horecacategorie 5'; 5°. activiteit 'Kantoor'; 6°. activiteit 'Maatschappelijk'; 7°. activiteit 'Sport' d. het perceel niet valt binnen een aandachts- of beperkingengebied als gevolg van een milieubelastende activiteit. HHH Artikel 5.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.68 5.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bestaand bouwwerk te gebruiken voor huisvesting in verband met mantelzorg dat niet voldoet aan het bepaalde in artikel 5.66 . III Artikel 5.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.69 5.68 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De in artikel 5.68 5.67 bedoelde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het gebouw rechtmatig is gebouwd; b. het geluid op het gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is; en
12
c.
het gebruik van het bestaande bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten, bedoeld in paragraaf 11.2.2
JJJ Na artikel 5.69 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.69 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.67 worden in aanvulling op artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een berekening waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de normen voor geluidbelasting; b. een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteit niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 11. KKK Artikel 6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.1 Normadressaat 1.
De persoon Degene die de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' en de activiteit 'In in stand houden van een bouwwerk' uitvoert, moet zich houden aan de regels die dit hoofdstuk aan deze activiteiten stelt, behalve waar dit hoofdstuk bepaalt dat die regels niet gelden.
2.
Degene die de activiteit(en) uitvoert, zorgt dat hij of zij zich tijdens uitvoering van de activiteit(en) aan de regels houdt.
LLL Artikel 6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.2 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over de activiteit "Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' waaronder wordt verstaan: a. Bouwen van een bouwwerk, waaronder wordt verstaan: bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw; 1°. bouwen van een hoofdgebouw; 2°. bouwen van een bijbehorend bouwwerk; 3°. bouwen van een ander bouwwerk. b. bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk; b c. In stand houden van een bouwwerk, waaronder wordt verstaan: bouwen en in stand houden van een ander bouwwerk. 1°. In stand houden van een hoofdgebouw; 2°. In stand houden van een bijbehorend bouwwerk; 3°. In stand houden van een ander bouwwerk. MMM Artikel 6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.3 Verboden bouwactiviteiten
13
1.
Het is verboden om de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' en de activiteit 'In in stand houden van een bouwwerk' uit te voeren, als dat niet toegestaan wordt in dit hoofdstuk.
2.
In aanvulling op het eerste lid zijn de volgende bouwactiviteiten verboden: a. Het bouwen van nieuwe gebouwen binnen de locatie 'beperkingengebied - dijk - 1'.
3.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid geldt niet voor bestaande bouwwerken.
NNN Na artikel 6.10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 6.11 Maatwerkvoorschrift controle rooilijnen Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in artikel 6.10, eerste lid sub a en bepalen dat het verboden is om te beginnen met de bouw van een bouwwerk totdat: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen zijn gecontroleerd door bevoegd gezag; en b. het straatpeil is gecontroleerd door bevoegd gezag. OOO Het opschrift van artikel 6.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.11 6.12 Aansluiting distributienet voor elektriciteit PPP Het opschrift van artikel 6.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.12 6.13 Aansluiting distributienet voor gas QQQ Het opschrift van artikel 6.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.13 6.14 Aansluiting distributienet voor drinkwater RRR Het opschrift van artikel 6.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.14 6.15 Aansluiting voor afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater SSS Het opschrift van artikel 6.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.15 6.16 Bluswatervoorziening TTT Het opschrift van artikel 6.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.16 6.17 Bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen UUU
14
Artikel 6.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.17 6.18 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1.
Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
2.
Het eerste lid geldt niet: a. voor een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 vierkante meter en een vuurbelasting van maximaal 500 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090; b. voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 vierkante meter; c. voor een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van maximaal 150 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen verlangt.
3.
De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of artikel 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als een brandweeringang niet aanwezig is, de afstand tot een toegang van het bouwwerk is maximaal 40 meter.
4.
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte als bedoeld in artikel 6.16 6.17 , derde lid vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
5.
Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
VVV Het opschrift van artikel 6.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.18 6.19 Meetbepalingen WWW Artikel 6.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.19 6.20 Vergunningsvrij veranderen bouwwerken Het is toegestaan om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Veranderen van een bouwwerk' uit te voeren, op voorwaarde dat het niet gaat om een: a. uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; b. uitbreiding van het bouwvolume; of c. bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen. ; of d. wijziging van een constructie van een bouwwerk. XXX Artikel 6.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.20 6.21 Specifieke aanvraagvereisten indieningsvereisten Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' als bedoeld in artikel 6.27 6.29 , en de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' als bedoeld in artikel 6.53 6.54 , artikel 6.60 6.61 en artikel 6.64 6.65 , worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten;
15
b. c. d.
e. f. g.
h.
het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waar de aanvraag over gaat; een opgave van de bruto-inhoud in kubieke meters en de brutovloeroppervlakte in vierkante meters van het deel van het bouwwerk waar de aanvraag over gaat; een situatietekening van de bestaande toestand en een situatie van de nieuwe toestand met daarop: 1°. de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak; 2°. de ligging van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3°. de manier waarop de locatie wordt ontsloten; 4°. de aangrenzende locaties en de daarop aanwezige bebouwing; 5°. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; de volgende gegevens voor de toetsing van de regels over het uiterlijk van bouwwerken, beoordeeld volgens paragraaf [welstand]: 1°. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van aangrenzende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de omgeving past; 2°. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3°. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; 4°.
een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; 5°. het bepaalde onder iv geldt alleen voor hoofdgebouwen; en overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
YYY Artikel 6.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.21 Redelijke eisen van welstand - [gereserveerd] 1.
Dit artikel geldt binnen de locatie 'welstandsgebied' voor: a. de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk'; en b. de activiteit 'In stand houden van een bouwwerk'.
2.
Dit artikel geldt niet voor een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.
3.
Het uiterlijk van een bouwwerk mag niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.
4.
De redelijke eisen van welstand, bedoeld in het derde lid worden beoordeeld aan de beeldkwaliteitscriteria, als beschreven in het welstandsbeleid zoals dat geldt op het moment van een ontvankelijke aanvraag van een omgevingsvergunning.
5.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld voor de uitwerking van de toepassing van het derde lid. [Vervallen] ZZZ Na artikel 6.20 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 6.22 Redelijke eisen van welstand voor bouwen bouwwerk - [gereserveerd]
16
1.
Dit artikel geldt voor de activiteit 'bouwen van een bouwwerk' binnen de locatie 'welstandsgebied'.
2.
Dit artikel geldt niet voor: a. een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is;
b.
bouwwerken die op grond van het Bbl of dit omgevingsplan vergunningvrij gebouwd mogen worden in de locatie 'achtererfgebied'.
3.
Het uiterlijk van een bouwwerk mag niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.
4.
De redelijke eisen van welstand, bedoeld in het derde lid worden beoordeeld aan de welstandscriteria, als beschreven in het welstandsbeleid zoals dat geldt op het moment van een ontvankelijke aanvraag van een omgevingsvergunning.
5.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld voor de uitwerking van de toepassing van het derde lid.
Artikel 6.23 Redelijke eisen van welstand voor in stand houden bouwwerk [gereserveerd] 1.
Dit artikel geldt voor het in stand houden van een bouwwerk binnen de locatie 'welstandsgebied'.
2.
Dit artikel geldt niet voor een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.
3.
Het uiterlijk van een bouwwerk mag niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.
4.
De redelijke eisen van welstand, bedoeld in het derde lid worden beoordeeld aan de welstandscriteria voor excessen, als beschreven in het welstandsbeleid.
AAAA Artikel 6.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.22 6.24 Vergunningplicht binnen locatie welstand Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen dat niet voldoet aan het bepaalde in artikel 6.21 6.22 . BBBB Artikel 6.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.24 Aanvraagvereisten binnen locatie welstand In aanvulling op artikel 6.20 worden bij de aanvraag in ieder geval de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk en van de gevels van aangrenzende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking. [Vervallen] CCCC Artikel 6.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.23 6.25 Beoordelingsregels omgevingsvergunning binnen de locatie welstand De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.22 6.24 wordt verleend als: a. het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand; of
17
b.
naar het oordeel van hetcollegede het college de omgevingsvergunning in afwijking van sub a toch moet worden verleend.
DDDD Na artikel 6.23 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 6.26 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.25 worden in aanvulling op artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk en van de gevels van aangrenzende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking. EEEE Artikel 6.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 6.25 6.27 Hemelwaterafvoer bij bouwwerken 1.
Dit artikel gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' als bedoeld in afdeling 6.2 en afdeling 6.3 voorzover het gaat om: a. bouw van nieuwe gebouwen; b. verbouw van bestaande gebouwen na 1 januari 2024 als de verbouw leidt tot uitbreiding van het bebouwd oppervlak.
2.
Het bepaalde in eerste lid geldt niet als: a. de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen voor 1 januari 2024 is aangevraagd; b. voor 1 januari 2024 afspraken over (mogelijke) herontwikkeling gemaakt zijn; of c. op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving geen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen nodig is.
3.
Hemelwater dat op een gebouw als bedoeld in eerste lid en het perceel waarop dat gebouw staat, valt wordt vastgehouden en verwerkt op dat perceel.
4.
Als niet voldaan kan worden aan het bepaalde in derde lid vindt de activiteit 'Lozen van afvloeiend hemelwater' vanaf een gebouw als bedoeld in eerste lid en het perceel waarop dat gebouw staat plaats als volgt: a. bovengronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of een lokale groenvoorziening; b. ondergronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of een lokale groenvoorziening via een hemelwaterstelsel; of c. afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie, samen met het huishoudelijk afvalwater en/of bedrijfsafvalwater.
5.
Bij maatwerkvoorschrift kan in ieder geval worden bepaald: a. wanneer afgeweken kan worden van de regels als bedoeld in het derde lid en vierde lid; b. of en hoe wateroverlast in de openbare ruimte of schade aan naburige percelen en gebouwen door de activiteit 'Lozen van afvloeiend hemelwater' voorkomen kan worden.
FFFF Artikel 6.47 wordt verplaatst van paragraaf 6.3.1 naar paragraaf 6.2.1. Paragraaf 6.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.2.1 Algemeen
18
[Red: Artikel 6.47 verplaatst van paragraaf 6.3.1 naar paragraaf 6.2.1. ]
Artikel 6.47 6.28 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'Wonen' als bedoeld in artikel 6.38 en gaat over de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In stand houden van een bijbehorend bouwwerk'. Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw'.
2.
Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6.29, sub a tot en met sub o en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In stand houden van een bijbehorend bouwwerk' als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk anders dan een bijbehorend bouwwerk bij alleen de activiteit 'Wonen'.
Artikel 6.26 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw'.
Artikel 6.27 6.29 Vergunningplicht bouwen en in stand houden Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In in stand houden van een hoofdgebouw' te verrichten.
Artikel 6.28 6.30 Aanvraagvereisten Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 6.20 6.21 verstrekt. GGGG Paragraaf 6.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.2.2 Hoofdgebouw anders dan wonen Artikel 6.29 6.31 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In in stand houden van een hoofdgebouw' voor: a. de activiteit 'Bedrijf'; b. de activiteit 'Detailhandel'; c. de activiteit 'Dienstverlening'; d. de activiteit 'Groen'; e. de activiteit 'Handel in volumineuze goederen'; f e. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 1' [gereserveerd]; g f. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'; h g. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'; i h. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'; j i. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'; k j. de activiteit 'Kantoor'; l k. de activiteit 'Maatschappelijk'; m. de activiteit 'Supermarkt'; n l. de activiteit 'Sport' [gereserveerd]. o m. de activiteit 'Wonen' in combinatie met een activiteit zoals bedoeld onder a tot en met n l, alleen waar deze combinatie toegestaan is in hoofdstuk 5 .
Artikel 6.30 6.32 Beoordelingsregels - algemeen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 6.29 wordt verleend als: a. het hoofdgebouw in de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedraagt dan binnen de locatie 'maximum bebouwingspercentage' met de omgevingsnorm 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven; c. de goothoogte niet meer is dan:
19
d.
e.
1°. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2°. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen bestaat; 3°. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw uit 3 of meer bouwlagen bestaat; 4°. de goothoogte binnen de locatie 'maximum goothoogte' die met de omgevingsnorm 'maximum goothoogte' is aangegeven, als geen sprake is van gevallen onder 1tot en met 3. - [gereserveerd] de bouwhoogte niet meer is dan: 1°. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2°. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag met kap, of 2 bouwlagen zonder kap bestaat; 3°. 10 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen met kap bestaat; 4°. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; 5°. 10 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; 6°. de bouwhoogte die binnen de locatie 'maximum bouwhoogte' met de omgevingsnorm 'maximum bouwhoogte' is aangegeven, als geen sprake is van gevallen onder 1 tot en met 5; 7°. 3 meter voor garageboxen.
bij de combinatie van wonen met een andere functie als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub o wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.30 6.32 , sub a tot en met sub e.
Artikel 6.31 6.33 Specifieke beoordelingsregels 1.
Binnen de locatie 'plat dak' wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 6.29 verleend als de bovenkant van een hoofdgebouw plat afgedekt is. - [gereserveerd]
2.
Binnen de locatie 'groen' wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 6.29 verleend als de diepte van een hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de bestaande diepte.
3.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 6.29 wordt verleend als het hoofdgebouw voor de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horecacategorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor' en de activiteit 'Maatschappelijk': a. met de voorgevel in of maximaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak wordt gebouwd; b. op niet minder afstand van de zijdelingse perceelsgrens staat dan de bestaande afstand; c. niet dieper is dan de bestaande diepte.
4.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 6.29 wordt verleend als binnen de locatie: a. 'onderdoorgang - 1' een ruimte vrij wordt gehouden van bebouwing met een hoogte van ten minste de bestaande verdiepingshoogte minus de constructiehoogte vanaf peil; en b. 'onderdoorgang - 2' een ruimte vrij wordt gehouden van bebouwing met een hoogte van ten minste 2,5 meter.
Artikel 6.32 6.34 Uitzondering nutsvoorziening Het verbod als bedoeld in artikel 6.27 6.29 geldt niet als het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening wordt gebouwd en deze: a. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; b. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en c. binnen of buiten de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd.
Artikel 6.33 6.35 Uitzondering bouwen binnen bouwvlak 1.
20
Een hoofdgebouw voor de activiteit 'Bedrijf', de activiteit 'Detailhandel' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub o mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.30 6.32 , sub a, buiten het bouwvlak worden gebouwd als: a. de oppervlakte van het deel van het hoofdgebouw dat buiten het bouwvlak ligt, maximaal 10 m2 bedraagt; en b. de bouwhoogte van het deel van het hoofdgebouw dat buiten het bouwvlak ligt, maximaal de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen;
2.
Als de bestaande maten van het deel van het bouwwerk dat buiten het bouwvlak ligt, meer bedragen dan bedoeld in het eerste lid, sub a of b, dan gelden de bestaande maten als maximum.
Artikel 6.34 6.36 Uitzondering bebouwingspercentage Bij het bouwen van een hoofdgebouw voor de activiteit 'Bedrijf'', de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Maatschappelijk' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub o m mag het bouwvlak, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.30 6.32 , sub b, volledig worden bebouwd.
Artikel 6.35 6.37 Uitzondering goothoogte De goothoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.30 6.32 , sub c: a. voor de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horecacategorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'Maatschappelijk' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub o m maximaal 7 meter bedragen, in het geval dat artikel 6.30 6.32 , sub c niet van toepassing is; of b. maximaal de bestaande goothoogte bedragen in het geval dat deze goothoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.30 6.32 , sub c.
Artikel 6.36 6.38 Uitzondering bouwhoogte De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.30 6.32 sub d: a. voor de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horecacategorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'Maatschappelijk' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub o m maximaal 10 meter bedragen; b. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' maximaal 4 meter bedragen, gemeten vanaf de bovenkant van de straat Kerkbuurt; of c. binnen de locatie 'garage' maximaal 3 meter bedragen; of c d. maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen in het geval dat deze bouwhoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.30 6.32 , sub d.
Artikel 6.37 6.39 Uitzondering diepte gebouw De diepte van een hoofdgebouw mag voor de activiteit 'Detailhandel', de activiteit 'Dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'Maatschappelijk' of de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.29 6.31 , sub o m in afwijking van het bepaalde in artikel 6.31 6.33 , derde lid, meer bedragen dan de bestaande diepte in het geval dat: a. het hoofdgebouw binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 2' ligt; b. er geen afbreuk wordt gedaan aan de toegestane gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. de uitbreiding van het hoofdgebouw noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering; en d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte als bedoeld in afdeling 7.6 . HHHH Paragraaf 6.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.2.3 Hoofdgebouw wonen Artikel 6.38 6.40 Toepassingsbereik 1.
21
Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'Wonen' en gaat over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In in stand houden van een hoofdgebouw' .
2.
Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteit 'Wonen' in combinatie met een andere functie als bedoeld in artikel 6.30 6.31 , sub o m, en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw' als er sprake is van een combinatie van de activiteit 'Wonen' met een andere functie.
Artikel 6.39 6.41 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.27 6.29 wordt verleend als: a. het hoofdgebouw in de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. de bestaande inhoudsmaat van het hoofdgebouw niet wordt vergroot; c. het hoofdgebouw met de voorgevel in of maximaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak wordt gebouwd; d. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens niet meer minder bedraagt dan de bestaande afstand; e. de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de bestaande diepte; f. de goothoogte niet meer is dan: 1°. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2°. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen bestaat; 3°. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw uit 3 of meer bouwlagen bestaat; g. de bouwhoogte niet meer is dan: 1°. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2°. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag met kap, of 2 bouwlagen zonder kap bestaat; 3°. 10 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen met kap bestaat; 4°. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; 5°.
10 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; en h. de bouwhoogte van parkeergarages, met uitzondering van in- en uitritten, maximaal 2 meter bedraagt; i. de bovenkant van een hoofdgebouw plat afgedekt is binnen de locatie waarvoor de omgevingsnorm 'plat dak' geldt - [gereserveerd]; j. binnen de locatie 'onderdoorgang - 2' minimaal een ruimte met een hoogte van 2,5 meter vrij wordt gehouden van bebouwing; k. binnen de locatie 'dove gevel' de geveldelen van gebouwen vanaf een bouwhoogte van 3,5 meter als dove gevel worden uitgevoerd - [gereserveerd]; l. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' uitspringende geveldelen niet voorkomen boven een goothoogte van 12 meter; m. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 2' de begane grondvloer van hoofdgebouwen minimaal 0,5 meter boven de hoogte van de direct naastgelegen weg ligt; n. binnen de locatie [geluidaandachtsgebied Molendijk - Industrieweg] als de geluidbelasting op de woning als gevolg van milieubelastende activiteiten op het industrieterrein Molendijk/Industrieweg niet hoger is dan [PM] - [gereserveerd].
Artikel 6.40 6.42 Uitzondering nutsvoorziening Het verbod als bedoeld in artikel 6.27 6.29 geldt niet als het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening wordt gebouwd en: a. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; b. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en c. binnen of buiten de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd.
Artikel 6.41 6.43 Uitzondering vergroting hoofdgebouw De bestaande inhoudsmaat van het hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.39 6.41 , sub j, worden vergroot als: a. er sprake is van een vergroting door: 1°. dakkapellen; 2°. aanbouwen die toegestaan zijn op grond van paragraaf 6.3.1; of 3°. vervangende nieuwbouw; en b. de inhoudsmaat binnen de locatie 'inhoud' over twee bouwlagen wordt vergroot door het hoofdgebouw met maximaal 1,10 meter aan de achterzijde uit te breiden. - [gereserveerd]
22
Artikel 6.42 6.44 Uitzondering diepte hoofdgebouw - [gereserveerd] De diepte van hoofdgebouwen voor wonen in het dijklint binnen de locatie 'wonen in dijklint' mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.39 6.41 , sub f e, worden vergroot tot een diepte van 10 meter als de bestaande diepte minder dan 10 meter bedraagt.
Artikel 6.43 6.45 Uitzondering goothoogte De goothoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.39 6.41 , sub g f: a. maximaal de bestaande goothoogte bedragen in het geval dat deze goothoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.39 6.41 , sub g f; b. maximaal de bestaande goothoogte bedragen, vermeerderd met maximaal 3 meter, binnen de locatie 'gevelopbouw' of de locatie 'dakopbouw'; of - [gereserveerd] c. alleen waar dit is aangeduid met de omgevingsnorm 'plat dak' maximaal de bouwhoogte bedragen. - [gereserveerd]
Artikel 6.44 6.46 Uitzondering bouwhoogte De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.39 6.41 , sub h g: a. maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen in het geval dat deze bouwhoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.39 6.41 , sub h g; b. alleen binnen de locatie 'dakopbouw' maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen, vermeerderd met maximaal 3 meter; of - [gereserveerd] c. alleen waar dit is aangeduid met de omgevingsnorm 'plat dak' maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen. - [gereserveerd] IIII Artikel 6.66 wordt verplaatst van paragraaf 6.3.5 naar paragraaf 6.2.4. Paragraaf 6.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.2.4 Hoofdgebouw voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte [Red: Artikel 6.66 verplaatst van paragraaf 6.3.5 naar paragraaf 6.2.4. ]
Artikel 6.66 6.47 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van een erker of serre aan de voorgevel van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een erker of serre aan de voorgevel van een hoofdgebouw' voor: a. de activiteit 'Detailhandel'; b. de activiteit 'Dienstverlening'; c. de activiteit 'Horeca in horeca - categorie 2'; d. de activiteit 'Horeca in horeca - categorie 3'; e. de activiteit 'Horeca in horeca - categorie 4'; f. de activiteit 'Horeca in horeca - categorie 5'; g. de activiteit 'Kantoor'; h. de activiteit 'Maatschappelijk'; i. de activiteit 'Wonen'. Deze paragraaf gaat over een nutsvoorziening in de openbare ruimte waarbij sprake is van de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw'.
Artikel 6.45 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over een nutsvoorziening in de openbare ruimte waarbij sprake is van de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw'.
Artikel 6.46 6.48 Uitzondering Het verbod als bedoeld in artikel 6.27 6.29 geldt niet als: a. het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening:
23
b.
1°. wordt gebouwd binnen de locatie 'nutsvoorziening'; 2°. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; 3°. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en overstekende delen van een hoofdgebouw voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte gebouwd worden, waarbij in de openbare ruimte een hoogte van drie meter, gemeten vanaf peil, vrij blijft van bebouwing.
JJJJ Artikel 6.68 wordt verplaatst van paragraaf 6.4.1 naar paragraaf 6.3.1. Paragraaf 6.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.3.1 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor wonen [Red: Artikel 6.68 verplaatst van paragraaf 6.4.1 naar paragraaf 6.3.1. ]
Artikel 6.68 6.49 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'Wonen' als bedoeld in artikel 6.40 en gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk'.
2.
Deze paragraaf gaat over het in de openbare ruimte uitvoeren van de activiteit 'Bouwen van andere bouwwerken' en de activiteit 'In stand houden van andere bouwwerken'. Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6.31, sub a tot en met sub l en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk anders dan een bijbehorend bouwwerk bij alleen de activiteit 'Wonen'.
Artikel 6.48 6.50 Algemene regels bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk Het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan binnen de locatie 'bouwvlak' in het achtererfgebied ; b. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de voorgevellijn; c. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de zijerfgrens als deze aan de openbare weg ligt; d. de goothoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 3 meter; e. de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 5 meter; f. de diepte van op de grond staande aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde van het hoofdgebouw is niet meer dan 4 meter; g. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt: 1°. bij een bebouwingsgebied van 100 m2 of meer minder: niet meer dan 50% van dat bebouwingsgebied; 2°. bij een bebouwingsgebied tussen de 100 m2 en 300 m2: niet meer dan 50 m2 plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; of 3°. bij een bouwvlak van meer dan 300 m2: 90 m2 plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2 tot niet meer dan 150 m2; en h.
de afstand tussen op de grond staande bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen en in de vorm van bijgebouwen op het achtererf is niet minder dan 2 meter.
Artikel 6.49 6.51 Verbod bouwen van een op de grond staand bouwwerk - [gereserveerd] Het is, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.48 6.50 , onder a, verboden om bijbehorende bouwwerken te bouwen binnen de locatie 'bijgebouwen bijbehorend bouwwerk uitgesloten'.
Artikel 6.50 6.52 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk binnen locatie bijgebouw [gereserveerd] 1.
24
Bijbehorende bouwwerken mogen, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.48 6.50 , onder b, voor de voorgevellijn gebouwd worden op voorwaarde dat: a. het bijbehorend bouwwerk binnen de locatie 'bijgebouw 1' staat; b. de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk maximaal 6 m2 bedraagt;
c. d. 2.
de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag bedraagt; en het bijbehorend bouwwerk een berging is.
Bijbehorende bouwwerken mogen, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.48 6.50 , onder b, voor de voorgevellijn gebouwd worden op voorwaarde dat: a. de bijbehorende bouwwerken binnen de locatie 'bijgebouw 2' staan; b. de bijbehorende bouwwerken in de periode vóór 6 augustus 2015 tot en met 16 september 2015 14 maart 2016 in de voortuin gebouwd zijn; c. het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken maximaal 40% van de oppervlakte van het gezamenlijk voorerf bedraagt, met een maximum van 25 m2; d. de bijbehorende bouwwerken op maximaal 2 meter afstand van de voorerfgrens worden gebouwd; e. achter de voorgevellijn maximaal 1 vrijstaand bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd; f. de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk als bedoeld onder e maximaal 6 m2 bedraagt; g. een aangebouwd bijbehorend bouwwerk achter de achtergevel van het hoofdgebouw mag worden gebouwd; h. de diepte van het aangebouwde bijbehorend bouwwerk als bedoeld onder g maximaal 2 meter bedraagt; en i. de afstand tussen de bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn en de zijerfgrens minimaal 1 meter bedraagt.
Artikel 6.51 Afwijkende hoogte van een bijbehorend bouwwerk binnen de locatie 'garage' In afwijking van het bepaalde in artikel 6.48 bedraagt de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk binnen de locatie 'garage' maximaal 2,5 meter.
Artikel 6.52 6.53 Afwijkende oppervlakte bijbehorende bouwwerken achter voorgevelrooilijn Maximaal 50% van de oppervlakte van gronden achter de voorgevellijn mogen, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.48 6.50 , onder g, bebouwd worden met bijbehorende bouwwerken.
Artikel 6.53 6.54 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' en de activiteit 'In in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' te verrichten als dat bijbehorend bouwwerk niet voldoet aan de regels als bedoeld in artikel 6.48 6.50 .
Artikel 6.54 6.55 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.53 6.54 kan worden verleend als: a. het bijbehorend bouwwerk binnen de locatie het achtererfgebied 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. het bouwen niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van: 1°. de bezonningssituatie op de aangrenzende erven; 2°. de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven; 3°. het woon- en leefklimaat; c. het te behouden erf zoveel mogelijk zijn gebruikswaarde behoud; d c. het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en e d. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 50 m2 bedraagt. KKKK Paragraaf 6.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.3.2 Dakkapel op een woning Artikel 6.56 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van een dakkapel die niet voldoet aan artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
25
Artikel 6.55 Algemene regels 1.
In afwijking van de algemene regels voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk als bedoeld inartikel 6.48 geldt dit artikel voorde activiteit 'Bouwen van een dakkapel op een woning'.
2.
Dit artikel geldt alleen voor het bouwen van een dakkapel die niet aangewezen is in artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
3.
Een dakkapel wordt voorzien van een plat dak.
4.
Een dakkapel is niet hoger dan 1,75 meter.
5.
De voet van een dakkapel ligt ten minste 0,5 meter hoger dan de goothoogte van het gebouw.
6.
De voet van een dakkapel ligt niet hoger dan 1 meter boven de goothoogte van het gebouw.
7.
Een dakkapel ligt ten minste 0,5 meter onder de bouwhoogte van het gebouw.
8.
Een dakkapel ligt ten minste 0,5 meter van de perceelgrens.
9.
Een dakkapel ligt ten minste 0,5 meter van de zijkant van het dak.
Artikel 6.56 6.57 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakkapel te bouwen die niet voldoet aan de regels bedoeld in artikel 6.55 artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 6.57 6.58 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.56 6.57 , kan worden verleend als: niet voldaan wordt aan de maatvoeringseisen zoals bepaald in artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar de afwijking naar het oordeel van bevoegd gezag aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig oogpunt en passend is in het straatbeeld. a. de dakkapel, in afwijking van het bepaalde inartikel 6.55, niet wordt voorzien van een plat dak, maar deze afwijking naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig oogpunt en passend is in het straatbeeld; of b. de dakkapel niet voldoet aan de maatvoeringseisen zoals bepaald in artikel 6.55, maar de afwijking naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig oogpunt en passend is in het straatbeeld. LLLL Paragraaf 6.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd: