CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting bestemmingsplan Sliedrecht Buiten Stationspark III.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 28 mei 2024, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 9: FYS – Vaststelling bestemmingsplan Sliedrecht Buiten en Stationspark III23.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN SLIEDRECHT BUITEN & STATIONSPARK III vastgesteld

ruimte voor ideeën

Sliedrecht Buiten & Stationspark III

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 8

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Huidig gebruik 2.2 Landschap 2.3 Groen- en waterstructuur 2.4 Verkeer

9 9 9 10 12

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Hoofdopzet 3.2 Programma 3.3 Verkeer en parkeren 3.4 Landschap

13 13 15 16 19

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Waterschap 4.5 Gemeentelijk beleid

23 23 24 32 33 35

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Archeologie 5.2 Ecologie 5.3 Stikstofdepositie 5.4 Water 5.5 Bodem 5.6 Geluid 5.7 Verkeer en parkeren 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Externe veiligheid 5.10 Bedrijven- en milieuzonering 5.11 Kabels, leidingen en spoorbaan 5.12 Lichthinder 5.13 M.e.r. beoordeling

41 41 42 43 43 47 49 49 51 52 53 55 55 55

Hoofdstuk 6 Juridische Planbeschrijving 6.1 Planvorm 6.2 Systematiek bestemmingen

57 57 57

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61 61 61

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

2 - 61

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

3 - 61

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

4 - 61

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding De gemeente Sliedrecht heeft de wens om een Recreatief Knooppunt Sliedrecht (hierna RKS) op de locatie Sliedrecht Buiten te realiseren. Ook in het Omgevingsprogramma Zuid-Holland, behorende bij het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland, is het recreatief knooppunt opgenomen als belangrijk transformatiegebied. Voor de ontwikkeling van het RKS is onderzoek gedaan naar de beste locatie en naar de wijze waarop dit RKS het beste vorm kan worden gegeven. De realisatie van het RKS wordt met dit bestemmingsplan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Het RKS bestaat uit meerdere functies zoals, een TOP (toeristisch overstap punt) met horeca, natuur, en sportvelden voor verschillende sporten zoals voetbal, tennis en padel. Het RKS krijgt de naam Sliedrecht Buiten. Het voornemen is om op de locatie Stationspark III (hierna STP III) een bedrijventerrein te ontwikkelen. De locatie ligt aan de Sportlaan in het noorden van Sliedrecht tussen de A15 en de spoorlijn in. Op de locatie zijn in de huidige situatie sportvelden en een parkeerplaats aanwezig. Door het uitplaatsen van deze velden naar de nog te ontwikkelen locatie Sliedrecht Buiten ten noorden van het Stationspark III, ontstaat er ruimte voor het ontwikkelen van het bedrijventerrein.

Omdat de ontwikkelingen van beide locaties met elkaar samenhangen, is besloten om de ontwikkelingen van de gronden Sliedrecht Buiten en Stationspark III tezamen planologisch mogelijk te maken in voorliggend bestemmingsplan.

1.2 Ligging plangebied De ontwikkellocatie Sliedrecht Buiten is een gebied dat ten noorden ligt van de kern Sliedrecht, in het buitengebied. Tussen het dorp en Sliedrecht Buiten ligt de A15, een strook met bedrijven en voorzieningen en de spoorlijn. Direct ten zuiden van de locatie ligt de spoorlijn van de Betuweroute en verbinding Dordrecht-Geldermalsen. De locatie STP III ligt ten zuiden van Sliedrecht Buiten, in de strook van bedrijventerreinen en voorzieningen tussen de snelweg A15 en de spoorlijn en nabij het station Sliedrecht.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

5 - 61

Figuur: Sliedrecht met globale aanduiding plangebied met aan de noordzijde Sliedrecht Buiten en aan de zuidzijde STP III De locatie Sliedrecht Buiten is bedoeld als een sport-natuurcluster dat wordt begrensd door de Kweldamweg en bestaande agrarische percelen (noord), een poldersloot (oost), het spoor (zuid) en de N482 (west). In de noordwest hoek ligt een hoekje van de locatie geïsoleerd, afgesneden door de Kweldamweg. In het zuidelijke deel van de locatie is een hogedrukgasleiding gelegen. De locatie voor STP III beslaat de gronden die in gebruik zijn door V.V. Sliedrecht met de bijbehorende parkeerplaatsen en in gebruik zijn door de Sliedrechtse Lawn Tennisclub. STP III wordt begrensd door de Sportlaan (noord), het bedrijventerrein Noord-Oost Kwadrant (oost), de A15 (zuid) en het zwembad De Lockhorst (west).

1.3 Vigerende bestemmingsplannen Sliedrecht Buiten De locatie Sliedrecht Buiten ligt binnen het vigerende bestemmingsplan Buitengebied, welke op 9 december 2014 is

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

6 - 61

vastgesteld door de raad van de gemeente Sliedrecht. In 2016 is een herziening van dit bestemmingsplan vastgesteld, maar deze is niet van toepassing op de locatie. Het betreft een aanpassing van de bestemming agrarisch voor een aantal percelen, er heeft geen aanpassing plaatsgevonden ter plaatse van het plangebied en daarmee is dit niet van invloed op voorliggend bestemmingsplan. De locatie is in het vigerende bestemmingsplan bestemd voor 'Agrarisch'. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor onder meer; agrarisch gebruik, bedrijfsmatige nevenactiviteiten, extensief recreatief medegebruik. Onder extensief recreatief medegebruik wordt verstaan: ter ondersteuning van het extensief recreatief medegebruik zijn recreatieve voorzieningen, zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d., toegestaan in het gehele gebied. Er mogen op deze gronden agrarische bedrijfsgebouwen en één bedrijfswoning per bouwvlak worden gebouwd, binnen de grenzen van de locatie Sliedrecht Buiten zijn geen bouwvlakken aanwezig. Ten behoeve van nevenactiviteiten mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De gasleiding aan de zuidkant is bestemd met 'Leiding - Gas'.

Het realiseren van het planvoornemen voor Sliedrecht Buiten past niet binnen het vigerende bestemmingsplan omdat de beoogde sportfuncties en recreatiedoeleinden niet passen binnen de bestemmingsomschrijving 'Agrarisch'. Aan de zuidkant van de locatie is een gebied gelegen waar de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologisch Monument' geldt. Het gaat om het gebied waarvoor 'plusjes' zijn ingetekend in de verbeelding, zie hiervoor onderstaand figuur. De voor ´Waarde - Archeologisch Monument´ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de vastgestelde archeologische waarden in de vorm van een archeologisch monument, en de bij deze dubbelbestemming behorende voorziening.

Figuur: Uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied Stationspark III De locatie STP III ligt binnen het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein Noord-Oost Kwadrant, welke op 16 april 2014 is vastgesteld door de raad van de gemeente Sliedrecht. De planlocatie is bestemd voor 'Sport'. Op deze gronden is onder meer het uitoefenen van sportactiviteiten en ondergeschikte horeca toegestaan. Ter plaatse van de aangeduide

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

7 - 61

bouwvlakken is het realiseren van gebouwen toegestaan. Het realiseren van een bedrijventerrein op de locatie past niet in de bestemmingsomschrijving 'Sport'. Aan de noordkant van deze locatie is een deel van de gronden bestemd voor 'Waarde-Archeologie'. Het gaat om het gebied waarvoor 'plusjes' zijn ingetekend in de verbeelding, zie hiervoor onderstaande figuur. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de archeologische waarden.

Figuur: Uitsnede vigerend bestemmingsplan Noord-Oost Kwadrant Parapluherziening Ter plaatse van het plangebied geldt ook de Parapluherziening Parkeernormen (2018). In deze herziening is geregeld dat er een eenduidige regeling voor het aspect parkeren geldt voor het gehele gemeentelijk grondgebied. De regels ten aanzien van parkeren zijn in dit bestemmingsplan overgenomen.

1.4 Leeswijzer Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en in Hoofdstuk III komt de planbeschrijving aan bod. Volgend hierop wordt in Hoofdstuk 4 het beleidskader geschetst met daarin het relevante beleid voor het planvoornemen. In Hoofdstuk 5 worden de onderzoeken naar verscheidene omgevingsaspecten toegelicht. In de Hoofdstuk 6 staat de juridische planopzet beschreven en in Hoofdstuk 7 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

8 - 61

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

2.1 Huidig gebruik Sliedrecht Buiten De locatie Sliedrecht Buiten is in de huidige situatie in gebruik voor landbouw. In de historie is de landbouw in het buitengebied van Sliedrecht verschoven van gemengde landbouw naar veehouderij/weidebouw. Intensieve veehouderij komt in het plangebied niet voor. De meeste bedrijven hebben een bescheiden uitstraling. Langs de Kweldamweg komen ook grotere agrarische complexen voor. Binnen het gedeelte van het plangebied Sliedrecht Buiten bevindt zich geen bebouwing. Stationspark III De locatie STP III is in de huidige situatie in gebruik door de voetbalvereniging V.V. Sliedrecht voor de voetbalvelden en de Sliedrechtse Lawn Tennisclub voor de tennisvelden. Ook is in het plangebied de parkeerplaats behorend bij deze functies gesitueerd en een kleinschalige bedrijfslocatie (opslag). Binnen het plangebied zijn 6 voetbalvelden gelegen, waarvan 2 in kunstgras, een smal trainingsveld en de kantine van V.V. Sliedrecht. Ter plaatse van de tennisvereniging zijn 7 banen en een kantine aanwezig.

2.2 Landschap Sliedrecht Buiten Het plangebied ligt aan de rand van het Groene Hart aan de noordrand van de gemeente Sliedrecht. Vanaf de hogere gronden werden langs de verschillende rivieren smalle stroken land uitgegeven en ontgonnen, terwijl voor een goede waterhuishouding weteringen en sloten gegraven en kaden opgeworpen werden. Dit hele occupatieproces heeft ertoe geleid dat het open veenweidegebied van de Alblasserwaard vanaf de Merwededijk, ter hoogte van Sliedrecht, met stedelijke functies is gepenetreerd. De aanleg van de A15, de Betuweroute en de spoorlijn Geldermalsen - Dordrecht hebben zowel een initiërende als beperkende invloed gehad hierop. Op dit moment vormen de spoorlijnen een duidelijke en scherpe begrenzing van het landelijke en stedelijke gebied. Het ten noorden van de spoorlijnen resterende, vrij homogene open veenweidegebied, waar een deel van het plangebied onderdeel van uitmaakt, vertoont mede dankzij die scherpe functionele begrenzing nog duidelijk alle karakteristieken van de Alblasserwaard. Zo ook de planlocatie Sliedrecht Buiten dat zich kenmerkt als een regelmatig verkaveld open polderlandschap, waarbij de Provinciale weg met zijn hoog opgaande bosplantsoenen en het dijklichaam voor de kruising met het spoor een duidelijke grens aan de westzijde van het plangebied vormt.

Het oostelijk van de Provinciale weg gelegen deel van het buitengebied, waar de planlocatie Sliedrecht Buiten onderdeel van uitmaakt, is onder andere als gevolg van de in ruilverkavelingsverband aangelegde Kweldamweg, minder grootschalig dan de rest van het buitengebied. Deze Kweldamweg vormt samen met een ander landschappelijk karakteristieke element, de Middelwetering, deels de noordelijke grens van de locatie Sliedrecht Buiten. Aan de Wetering benadrukt een enkele populier of wilg de openheid van het buitengebied. De zuidrand van de locatie Sliedrecht Buiten wordt bepaald door de spoorbaan van de Betuweroute en de parallel hieraan lopende watergang. De overige grenzen worden bepaald door bestaande poldersloten. Ten zuiden van de Betuweroute ligt de planlocatie STP III. Aan de zuidzijde van de locatie Sliedrecht Buiten liggen aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie welke niet verplaatsbaar zijn. Deze leidingen mogen ook niet voorbelast worden. Dit houdt in dat op deze strook geen tot weinig veranderingen kunnen plaatsvinden. Stationspark III Het gebied behorende bij STP III was oorspronkelijk onderdeel van het veenweidegebied en in gebruik voor melkveehouderij. Door de aanleg van de A15 is het plangebied afgesneden van het stedelijk gebied van Sliedrecht. Met

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

9 - 61

de komst van de Betuwelijn verdween de relatie met het Groene Hart, waarmee het terrein onderdeel is gaan uitmaken van een op zichzelf staande zone ten noorden van Sliedrecht. Deze zone bestaat hoofdzakelijk uit (gemengde) bedrijventerreinen, kantoren, sportaccommodaties en het stationsgebied. De locatie STP III ligt op een zichtlocatie aan de A15. De ruimtelijke relatie met de kern Sliedrecht en het Groene Hart is beperkt. Door een gedeelte van de locatie STP III loopt aan de zuidzijde een watertransportleiding en een ondergrondse hoogspanningsleiding, die niet verplaatsbaar zijn. Deze watertransportleiding mag ook niet voorbelast worden. Dit houdt in dat ook op deze strook geen tot weinig veranderingen kunnen plaatsvinden.

Figuur: Ligging plangebied t.o.v. Groene Hart en Sliedrecht

2.3 Groen- en waterstructuur Sliedrecht Buiten De locatie Sliedrecht Buiten is in de huidige situatie agrarisch gebied. Het bestaat uit grasland met hiertussen poldersloten. Langs de Kweldamweg staan enkele bomen, niet op vaste afstand, maar verspreid langs de weg. Het plangebied voor Sliedrecht Buiten en het gebied ten oosten daarvan zijn qua aantallen soorten en aantal broedparen per soort het rijkste weidevogelgebied van Gemeente Sliedrecht. Ook zit in het gebied een belangrijke concentratie aan heikikkers. Binnen het plangebied van Sliedrecht Buiten bevinden zich geen bomen. De locatie wordt omzoomd door watergangen, met uitzondering van de noordelijke grens halverwege de agrarische kavels. Aan de noordzijde ligt de landschappelijk karakteristieke Middelwetering. Deze is variërend in breedte, maar beduidend breder dan de andere watergangen en is binnen de legger van het waterschap aangemerkt als A-watergang. De watergang aan de zuidzijde is ook een A-watergang. Aan de westzijde en zuidzijde liggen de sloten evenwijdig met de weg en het spoor. Daarnaast liggen er in het dit gedeelte van het plangebied verschillende smalle poldersloten van noord naar zuid, in de richting van de historische verkavelingsstructuur. Één daarvan vormt ook de oostelijke grens van het sport-natuurcluster.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

10 - 61

Figuur: Foto's locatie Sliedrecht Buiten, foto 1 gezien vanaf de provinciale weg, foto 2 gezien vanaf de Kweldamweg Stationspark III De locatie STP III is opgenomen in het Groenbeleidsplan en de groenstructuren aan de noord-, zuid- en westzijde van het plangebied zijn onderdeel van de hoofdgroenstructuur (zie paragraaf 4.5.4). Grotendeels bestaat het groen binnen het plangebied STP III uit voetbalvelden. Daarnaast zijn de sportvelden omringd door bomenrijen. De zuidelijke bosplantsoenstrook en bomenrij is een belangrijke migratieroute voor vleermuizen. Binnen dit gedeelte van het plangebied is beperkt water aanwezig. Alleen enkele smalle sloten rondom het plangebied scheiden de sportvelden van de overige functies en de tennis- en voetbalvelden van elkaar, in de zone tussen spoor en

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

11 - 61

A15. In de huidige situatie is het plangebied een apart watersysteem ten opzichte van de omgeving, dit wordt tot stand gebracht door een onderbemaling.

2.4 Verkeer Sliedrecht Buiten De locatie Sliedrecht Buiten wordt aan twee zijden begrensd door wegen en aan één zijde door spoor. De westzijde wordt begrensd door de Provinciale weg N482. De provinciale weg verbindt de kern Sliedrecht met het buitengebied en met de kern Bleskensgraaf in de gemeente Molenwaard. De weg bestaat uit 2 rijstroken met vrijliggende fietspaden in beide richtingen. Aan de noordzijde ligt de Kweldamweg (voor een gedeelte van het plangebied), dit is een polderweg die is ontstaan in de tijd van de ruilverkaveling. Deze weg bestaat uit een smalle rijstrook met passeerstroken, zonder apart fietspad. Deze weg sluit aan op de Provinciale weg. Het eerste stukje van deze weg loopt tussen 2 plandelen door. De zuidelijke grens van deze locatie wordt gevormd door de spoorlijn met de Betuweroute en de spoorlijn Geldermalsen - Dordrecht. Kruisingen van doorgaande wegen met de Betuweroute zijn over het algemeen vormgegeven als tunnel of als viaduct, zo ook de kruising met de provinciale weg N482. Stationspark III De locatie STP III wordt aan de zuidzijde begrensd door de A15 en aan de noordzijde door de Sportlaan met daarachter het spoor. De Sportlaan bestaat uit 2 rijstroken met een vrijliggend fietspad aan de zijde van het plangebied in twee richtingen. De ontsluiting van dit deel van het plangebied vindt plaats vanaf de Sportlaan.

Er zijn binnen het plangebied 4 inritten vanaf de Sportlaan. De meest oostelijke is de toegang tot het tennispark, in principe voor fietsers, maar ook te gebruiken voor auto's bij calamiteiten of onderhoud. In het midden liggen twee inritten die de parkeerplaats ontsluiten. Iets ten westen hiervan ligt de entree van het terrein van V.V. Sliedrecht, die wordt gebruikt door fietsers. Maar deze kan, indien nodig, ook door auto's worden gebruikt, bijvoorbeeld voor calamiteiten en onderhoud. De westelijke ontsluiting is een parallelweg aan de Sportlaan (ook Sportlaan genaamd) vanaf waar het zwembad en Stationspark 2 worden ontsloten. Deze weg sluit bij het Stationspark weer aan op Stationsplein, welke in het verlengde van de Sportlaan is gelegen. Binnen het plangebied zijn verder geen (openbare) wegen of langzaam verkeerspaden gelegen.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

12 - 61

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Hoofdopzet Sliedrecht Buiten De ontwikkeling van de nieuwe sport- en recreatielocatie wordt als voorziening op het huidige landschap geplaatst. Hierdoor blijft het huidige landschap zichtbaar en leesbaar. De oude koppen van de kavels met de slootpatronen welke nu grenzen aan de Betuweroute, blijven optisch behouden. Sliedrecht Buiten vormt een zachte overgang tussen de bebouwde kom en het relatief open veenweidelandschap van de Alblasserwaard. Hiermee wordt een nieuwe en meer natuurlijke overgangszone gecreëerd tussen stad en platteland. De basis van deze nieuwe overgangszone vormt het eeuwenoude cultuurhistorische veenweidelandschap. Met de kenmerkende slagen, smalle langgerekte percelen. Door dit slagenlandschap in het ontwerp van Sliedrecht Buiten zoveel mogelijk te behouden, te versterken en daar waar mogelijk door te trekken en in te vullen met streekeigen landschapselementen, worden de sportaccommodaties, paden, wegen, parkeerplaatsen en overige recreatievoorziening op een verantwoorde manier ingepast in het landschap. De landschapselementen zijn kenmerkend voor de streek en bestaan uit gebiedseigen beplanting in de vorm van landschapselementen. Veel van deze beplanting is lijnvormig en kunnen zodanig worden ingepast dat het kenmerkende noord-zuid gesitueerde slagenlandschap wordt versterkt. De zogenaamde groenblauwe dooradering.

De noordelijke grens van Sliedrecht Buiten bestaat uit een nieuwe ‘Tiendweg’. Een Tiendweg is een streekeigen cultuurhistorische kade met aan weerszijde knotbomen en/of andere streekeigen beplanting zoals wilg, els, berk en es. De parallel aan de Tiendweg lopende oost-west wetering vormt de grens met het meer open polderlandschap. De combinatie van deze landschapselementen zorgt ervoor dat er een fijnmazig groenblauw netwerk ontstaat dat zowel aansluit op het groen in de bebouwde kom als de groenblauwe dooradering in de polder. Sliedrecht Buiten is gelegen in de oksel van de opgang van het viaduct N482 met de spoorlijnen. De huidige beplanting, welke deze opgang begeleidt, vormt een kamer in het open landschap. Mede hierdoor is er aanleiding om het nieuwe recreatiepark oost-west te oriënteren. De nieuwe accommodatie wordt als een eigentijdse nieuwe ontwikkeling in het landschap geplaatst. Hierbij wordt rekening gehouden met het landschap door benodigde hogere ligging minimaal te houden. Het landschap blijft aan alle zijden zichtbaar.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

13 - 61

Figuur: Planopzet Sliedrecht Buiten Stationspark III Het voorstel is om het nieuwe bedrijventerrein op een dusdanige manier in te vullen dat de wateropgave en de nieuwe, beplanting een meerwaarde vormen voor werknemers van de omringende bedrijventerrein(en) en een aanzet zijn voor herstel van het oude polderpatroon. Hiervoor is ingezet op een compacte verkeerscirculatie, om minder verharding aan te brengen ten opzichte van traditionele ontwikkelingen. In het profiel van de ontsluitingsweg is ruimte om bomen te planten. Deze dragen bij aan de groene beleving als ook aan het voorkomen van hittestress in het openbaar gebied. Er wordt niet geparkeerd in de openbare ruimte. Al het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Door de ligging, centraal van de rijbaan met de kavels er omheen gelegen, biedt dit kansen om een goede uitstraling te maken naar de A15, Sportlaan, de huidige zwembadlocatie en naar de overige bedrijven op Noord-Oost-Kwadrant. Door deze opzet is het mogelijk om het leidingentracé te behouden. Ook biedt het een kans om vooruitlopend op de transformatie van sportpark naar bedrijvenpark, nieuwe aanplant van inheemse soorten te gaan uitvoeren (rekening houdend met de waterpeilstijging). Dit is vooral van belang voor de ecologische waarde van de huidige beplantingssingel parallel aan de A15.

Door nieuwe, inheemse, soorten aan te planten wordt ruimte geboden om de boomsingel in fases te transformeren tot een duurzame structuur. Door het verhogen van de waterstand en het huidige gebruik zal de transitie van de huidige beplanting naar toekomstige clusters van bomen in fases worden gerealiseerd. Dit voorkomt kaalslag en zorgt voor een gestage overgang. Het voordeel hiervan is dat de huidige vleermuisroute in alle fases in stand gehouden kan worden. Het plan kent aan de oost- en westzijde grote kavels. De tussenliggende kavels zijn, afhankelijk van de behoefte, breder of smaller te maken. De vorm van de kavel is zoveel mogelijk haaks, met uitzondering van de aansluiting op de Sportlaan en op de bestaande sloten aan de oost- en westzijde. Van belang is om de bestaande doorgaande boomsingel parallel aan de A15, aan de zuidzijde van het plangebied, zo

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

14 - 61

min mogelijk aan te tasten door ophoging van de bodem. De voorzijde van de kavels is gericht naar Sportlaan, A15 en de nieuwe ontsluitingsroute over het bedrijvenpark zelf.

Figuur: Planopzet Stationspark III

3.2 Programma 3.2.1 Sliedrecht Buiten Binnen dit deel van het plangebied zijn verschillende sportfuncties zoals voetbal, tennis en padel opgenomen in een raamwerk van landschap. Binnen dit bestemmingsplan zijn deze functies mogelijk gemaakt in de bestemmingen Natuur en Sport-Veldsport. Per functie gelden er voorwaarden waar aan voldaan moet worden. De verplaatsing van de sportvelden vormt de start van de ontwikkeling van het plangebied. 3.2.1.1 V.V. Sliedrecht De voetbalvereniging V.V. Sliedrecht krijgt een nieuw complex in Sliedrecht Buiten, bestaande uit 6 velden en een kantine met tribune. De velden bestaan uit III kunstgrasvelden en 3 grasvelden en liggen in de richting van het landschap. 3.2.1.2 Sliedrechtse Lawn Tennisclub De Sliedrechtse Lawn Tennisclub krijgt een nieuw complex in Sliedrecht Buiten, bestaande uit 4 tennisvelden, 4 padelbanen en een clubgebouw. De padelbanen liggen aan de zuidzijde tegen het landschap om geluidshinder voor omliggende woningen te voorkomen. 3.2.1.3 Sportschool Ook voor andere sportscholen wordt ruimte gegeven binnen het bestemmingsplan. Indien gewenst kunnen zij zich ook vestigen in hetzelfde gebouw als de Sliedrechtse Lawn Tennisclub. 3.2.1.4 TOP en horeca Nabij de N482 en de Kweldamweg ligt een deel van de locatie dat zeer goed voor verkeer, fiets en voetganger bereikbaar is.

Dit is een passende locatie voor een zogenaamde TOP; een Toeristisch opstappunt. De parkeergelegenheid van de sportvelden biedt de benodigde parkeergelegenheid om daarna op de fiets of wandelend verder te gaan richting het buitengebied in met recreatieve routes. Hiervoor worden in het plangebied meerdere paden aangelegd en wordt natuur/landschap toegevoegd. Aansluitend op de TOP wordt hier een horecavoorziening mogelijk gemaakt. Deze is met de TOP, Tennis, padel en eventuele andere sportschool locatie geïntegreerd.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

15 - 61

Binnen de bestemming Sport - Veldsport wordt horeca mogelijk gemaakt als aanvulling op deze TOP. 3.2.1.5 Recreatienatuur Rondom het sportterrein ligt recreatienatuur. De recreatienatuur vormt de overgang van het sportterrein naar het landschap. In de oksel van de Kweldamweg wordt een extra stuk natuur gerealiseerd. Aan de zuidzijde is ruimte voor natuur ontstaan door de ligging van de leidingen die andere ontwikkelingen op dit deel van de locatie onmogelijk maken. De landschappelijke inpassing en kleine landschapselementen waarmee Sliedrecht Buiten wordt aangekleed zijn streekeigen en meer specifiek bij de overgangszone tussen de weidse polders van de Alblasserwaard en verstedelijkte zone langs de Merwede. Door de diverse inrichting en aangepast (extensieve en gefaseerd) beheer zal de biodiversiteit toenemen, zeker als dit wordt vergeleken met de huidige situatie, die bestaat uit intensief beheerd grasland met eentonig Engels raaigras. De natuurvriendelijke oevers en overgangen tussen bloemrijke graslanden, knot- en elzenhagen, rietkragen/landjes en bosschages zorgen voor een diverse insectenstand, waar veel andere soorten zoals vogels, amfibieën en vleermuizen van profiteren.

3.2.2 Stationspark III Stationspark III wordt een nieuw bedrijventerrein met een flexibele inrichtingsmogelijkheid. Een variatie aan kavelgroottes biedt ruimte aan verschillende soorten bedrijven. In het zuidelijke deel zijn bedrijven tot en met categorie 3.2 toegestaan en in het noordelijk deel bedrijven tot en met categorie 4.2. Door één ontsluiting centraal in het gebied aan te leggen ontstaat er zowel aan de A15 als aan de Sportlaan kavels met goede zichtlocaties. De breedte van de kavels is dan variabel en daarmee is het gebied flexibel verkavelbaar. Op de beide kopse kanten van de locatie bevinden zich grotere kavels.

3.3 Verkeer en parkeren 3.3.1 Auto-ontsluiting Sliedrecht Buiten De verbinding tussen Sliedrecht en Sliedrecht Buiten is de Provinciale weg. Deze doorgaande route verbindt de kern Sliedrecht met het buitengebied en met de kern Bleskensgraaf in de gemeente Molenwaard. De Provinciale weg ligt ter hoogte van het zuidelijk deel van het plangebied op een talud omdat hier de Betuweroute wordt gekruist. De weg loopt af naar beneden en ter plaatse van de rotonde is het maaiveld bereikt. Op de Provinciale weg kan op de rotonde de afslag worden genomen naar de Kweldamweg. Vanaf deze weg wordt Sliedrecht Buiten ontsloten. De inrit komt uit op één centrale parkeerplaats. Binnen de locatie Sliedrecht Buiten is naast de parkeerplaats geen autoverkeer mogelijk, behalve voor onderhoudswerkzaamheden bij de sportvelden. Stationspark III Voor de ontsluiting van het beoogde bedrijventerrein zijn twee aansluitingen voorzien, waarvan één zo te noemen calamiteitenontsluiting. Deze wordt alleen opengesteld voor regulier verkeer in geval van een wegomleiding en is normaliter alleen toegankelijk voor nood- en hulpdiensten. Het bedrijventerrein wordt via één aansluiting ontsloten in combinatie met de ventweg Sportlaan op de hoofdrijbaan Sportlaan aan de westzijde van het plangebied. Laden en lossen Idealiter vindt laden en lossen door vrachtverkeer op eigen terrein plaats.

De in te stellen parkeerverbodszone op Stationspark III maakt onmiddellijk laden en lossen niet onmogelijk. De rijbaanbreedte van de wegen op Stationspark III is 7 meter. Incidenteel kan het voorkomen dat een vrachtwagen op de openbare weg opstelt om te laden en lossen. In die situatie, blijft er minimaal 3,50 meter rijbaan beschikbaar om te passeren. Dat is ruim voldoende voor een verkeersveilige afwikkeling van het verkeer.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

16 - 61

3.3.2 Langzaam verkeer Om Sliedrecht bereikbaar te houden, moeten we onze omgeving anders in gaan richten. Dit vraagt ook wat van onze leefstijl en gewoontes. Daarom hanteren we het STOMP-principe. Bij het STOMP-principe staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar gaan we eerst uit van de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), OV en MaaS. Als laatste wordt de privé auto meegenomen in de inrichting. Sliedrecht Buiten De inrichting van de locatie Sliedrecht Buiten is grotendeels gericht op het gebruik door langzaam verkeer. Bereikbaarheid wandelen De recreatienatuur is geheel ingericht met wandelpaden en dus niet bereikbaar voor auto of ander gemotoriseerd verkeer. De bereikbaarheid van dit deel van het plangebied is voor zowel de fiets als lopend via het bestaande fietspadennetwerk. Voor voetgangers wordt er een trap met fietsgeleiding gemaakt vanaf het dijklichaam nabij de natuurspeelplaats. Vanaf de TOP is middels verschillende fiets- en wandelroutes het buitengebied te bereiken. Er wordt aangesloten op het uitgebreide recreatienetwerk. Bereikbaarheid fiets De sportvelden zijn nu gelegen aan de Sportlaan en voor fietsers ontsloten via het tweerichtingsfietspad dat aan de zuidzijde van de Sportlaan gelegen is.

Fietsers vanuit de meer oostelijk gelegen woonwijken in Sliedrecht rijden de route Rivierdijk-Zwijnskade-Sportlaan (vice versa) via vrij liggende tweerichtingsfietspaden. Sporters en bezoekers vanuit de meer centraal en westelijk gelegen woonwijken maken gebruik van de aanwezige fietsinfrastructuur en passeren de rijksweg A15 hoofdzakelijk via de Stationsweg. De nieuwe locatie Sliedrecht Buiten blijft via de huidige fietsroutes op dezelfde wijze bereikbaar voor fietsers. De afstand voor fietsers die via de Sportlaan vanuit het oosten blijven rijden neemt toe. Voor fietsers die via de onderdoorgang bij de Stationsweg blijven rijden blijft de afstand naar de nieuwe locatie Sliedrecht Buiten nagenoeg gelijk ten opzichte van het huidige Sportpark De Lockhorst. De stedenbouwkundige visie 'Binnenstedelijke herstructurering Sliedrecht' (augustus 2023) voorziet onder meer in de zogenoemde nieuwe noord-zuidverbinding, die uitgaat van een gecombineerde verbinding voor fiets- en autoverkeer tussen de Thorbeckelaan en een rotonde op het kruispunt Sportlaan/Stationsplein/N482. Het fietsnetwerk krijgt daarmee een nieuwe directere verbinding om de barrière rijksweg A15 bovenlangs te kruisen. Stationspark III STP III wordt ook door langzaam verkeer bereikt via de Sportlaan. Bereikbaarheid wandelen Langs de hoofdontsluiting in STP III wordt aan één zijde een trottoir opgenomen.

Aan de zuidzijde langs het water is ruimte voor een struinpad. Bereikbaarheid fiets De huidige sportvelden zijn nu gelegen aan de Sportlaan en voor fietsers ontsloten via het tweerichtingsfietspad dat aan de zuidzijde van de Sportlaan gelegen is. Fietsers vanuit de meer oostelijk gelegen woonwijken in Sliedrecht rijden de route Rivierdijk-Zwijnskade-Sportlaan (vice versa) via vrij liggende tweerichtingsfietspaden. Sporters en bezoekers vanuit de meer centraal en westelijk gelegen woonwijken maken gebruik van de aanwezige fietsinfrastructuur en passeren de rijksweg A15 hoofdzakelijk via de onderdoorgang bij de Stationsweg. De toekomstige bedrijven op Stationspark III zijn via de huidige fietsroutes op dezelfde wijze bereikbaar voor fietsers, zoals nu Sportpark De Lockhorst te bereiken is. De stedenbouwkundige visie 'Binnenstedelijke herstructurering Sliedrecht' (augustus 2023) voorziet onder meer in de zogenoemde nieuwe noord-zuidverbinding, die uitgaat van een gecombineerde verbinding voor fiets- en autoverkeer tussen de Thorbeckelaan en een rotonde Sportlaan/Stationsplein/N482. Het fietsnetwerk krijgt daarmee een nieuwe directere verbinding om de barrière rijksweg

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

17 - 61

A15 bovenlangs te kruisen. In aansluiting op de noord-zuidverbinding komt er een tweerichtingsfietspad dat aansluit op de westelijke entree van Stationspark III. Daarmee komt er voor fietsers (afhankelijk van herkomst en bestemming) een veel directere verbinding met de bedrijven op Stationspark II en III ten noorden van de rijksweg A15. Doordat de noord-zuidverbinding over de rijksweg A15 heen gaat en bovenop het viaduct Stationsplein aansluit, komen fietsers via deze route op niveau aan en overbruggen zij geleidelijk het hoogteverschil. Het huidige met verkeerslichten geregelde kruispunt wordt in de toekomst vervangen Verkeerkundige beoordeling/onderbouwing Sliedrecht Buiten door een rotonde. Voor fietsers vanuit het oosten die blijven kiezen voor een route via de Sportlaan is Stationspark III goed bereikbaar via de oostelijke entree, die alleen toegankelijk is voor fietsers.

Figuur: Huidig en toekomst fietsnetwerk (BHS, augustus 2023)

Figuur: Impressie noord-zuidverbinding in aansluiting op rotonde viaduct Stationsplein (BHS, augustus 2023)

3.3.3 Openbaar vervoer Het plangebied ligt nabij het station Sliedrecht van de spoorlijn Dordrecht - Geldermalsen. Bij dit treinstation stoppen ook meerdere buslijnen. Bij het plangebied wordt geen bushalte gerealiseerd.

3.3.4 Parkeren Sliedrecht Buiten Voor het sport-natuurcluster Sliedrecht Buiten zijn de beoogde 350 parkeerplaatsen meer dan voldoende, waarmee ook piekmomenten opgevangen kunnen worden. Dit is voor zowel V.V. Sliedrecht, de TOP inclusief horeca, tennis en padel en de recreatienatuur. In deze aantallen is rekening gehouden met gebruik van parkeerplaatsen voor bussen voor op bezoek komende voetbalclubs. Ook is er rekening gehouden met het dubbelgebruik van de parkeerplaatsen door de verschillende functies. Deze parkeerplaatsen worden verdeeld over één langgerekte en groen ingepakte grote

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

18 - 61

parkeerplaats bij de TOP, tennis, padel en recreatieterrein en de voetbal bij V.V. Sliedrecht. Stationspark III Het plan STP III gaat uit van verplicht parkeren op eigen terrein. Op de openbare weg op het bedrijventerrein mag niet worden geparkeerd. Hiervoor zal een parkeerverbodszone worden ingesteld. De rijbaan blijft daardoor gevrijwaard van geparkeerde voertuigen, zodat de volledige breedte van 7 meter beschikbaar is voor de afwikkeling van het verkeer. Voor de parkeeropgave per bedrijf zijn de vigerende parkeernormen van toepassing en moet de inrichting van het eigen terrein per bedrijf voorzien in voldoende parkeerplaatsen conform de bij het type bedrijf behorende parkeeropgave. Binnen het gehele plangebied moet voldaan worden aan de gemeentelijke parkeernormen zoals benoemd in subparagraaf 4.5.6 en de onderbouwing in paragraaf 5.7.2.

3.4 Landschap Groen en water zijn belangrijke onderdelen van de nieuwe invulling in het plangebied. Met water en een variatie aan groene inrichting wordt het gebied vormgegeven. Het sport-natuurcluster wordt ingericht met groen en water, met aan de noord- en westzijde extra ruimte voor recreatienatuur. Zie voor de inrichting van de recreatienatuur de landschappelijke inpassing in Bijlage 1. Sliedrecht Buiten Sliedrecht Buiten vormt een zachte overgang tussen de bebouwde kom en het relatief open veenweidelandschap van de Alblasserwaard. Hiermee wordt een nieuwe en meer natuurlijke overgangszone gecreëerd tussen stad en platteland. De inpassing van het nieuwe sport- en recreatiecomplex Sliedrecht Buiten wordt zoveel mogelijk uitgevoerd met respect voor het eeuwenoude slagenlandschap van de Alblasserwaard. De basis van deze nieuwe overgangszone wordt gevormd door het eeuwenoude cultuurhistorische veenweidelandschap. Zo wordt de oude verkavelingsstructuur, die grenst aan de Betuweroute, zo veel mogelijk geaccentueerd, waarmee de cultuurhistorische waarden in het nieuwe landschap zichtbaar blijven. Dit wordt versterkt door op een verantwoorde manier streekeigen landschapselementen toe te passen bij de inpassing van de sportaccommodaties, de paden, wegen, parkeerplaatsen.

De landschapselementen zijn kenmerkend voor de streek en bestaan uit gebiedseigen beplanting in de vorm van landschapselementen. Veel van deze beplanting is lijnvormig en kunnen zodanig worden ingepast dat het kenmerkende noord-zuid gesitueerde slagenlandschap wordt versterkt. De zogenaamde groenblauwe dooradering. Zo wordt de overgang aan de noordzijde van het sport- en recreatiecomplex gevormd door een (nieuwe) Tiendweg, een streekeigen cultuurhistorische kade met aan weerszijde knotbomen en/of andere streekeigen beplanting zoals wilg, els, berk en es. Hiermee wordt de overgang naar de polder verzacht en een nieuwe en meer natuurlijke overgangszone gecreëerd tussen stad en platteland. Een nieuwe dorpsrand. Andere landschapselementen die in Sliedrecht Buiten worden gebruikt zijn kenmerkend voor de streek en bestaan uit gebiedseigen beplanting in de vorm van knot- en elzensingels, natuurvriendelijke oevers, rietlandjes, poelen en griendjes. Veel van deze landschapselementen zijn lijnvormig en kunnen zodanig worden ingepast dat het kenmerkende noord-zuid gesitueerde slagenlandschap wordt versterkt. De zogenaamde groenblauwe dooradering. De combinatie van deze landschapselementen zorgt ervoor dat er een fijnmazig groenblauw netwerk ontstaat dat zowel aansluit op het groen in de bebouwde kom als de groenblauwe dooradering in de polder.

Voor de inpassing in de polder zijn er verschillende landschapselementen mogelijk; hout-, elzensingel, [knot]bomen al dan niet in een rij, solitaire [knot]bomen, heggen, struweel, [hakhout]bosje, griendje, poel, natuurvriendelijke oever, rietpercelen en verbrede sloten. Deze landschapselementen komen voort uit de huidige inrichting van Alblasserwaard. In de polder zijn deze uiteenlopende landschapselementen te vinden. Vanuit het Aanvalsplan Landschap zijn deze in te zetten met meerdere doelen, zowel om de landschappelijke kwaliteit te vergroten als ook om de biodiversiteit te verbeteren. Door het behouden van zichten door het landschap over bestaande, verbrede sloten watergangen, wadi’s en

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

19 - 61

groenstroken worden delen van de sportaccommodaties in losse elementen opgesplitst. Hierdoor blijft de landschapsstructuur zichtbaar voor bezoekers van Sliedrecht Buiten. Dit wordt versterkt door de wandelpaden door de landschapselementen en ingepaste delen van het huidige polderlandschap. Landschapselementen In het plan komen bijna alle relevante landschapselementen voor. In de verdere uitwerking zal gericht worden gekeken naar de inpassing van onder andere; houtwal en -singel, Elzensingel, [knot]bomen rijen en solitaire [knot]bomen, knipen scheerhaag, struweel/struweelranden, diverse soorten bosjes, griendt, en mogelijk andere elementen. Natuurwaarden De landschappelijke inpassing en kleine landschapselementen waarmee Sliedrecht Buiten wordt aangekleed zijn streekeigen en kenmerkend voor de overgangszone tussen de weidse polders van de Alblasserwaard en verstedelijkte rivier de Merwede. Door de diverse inrichtingsmaatregelen en een aangepast (extensieve en gefaseerd) beheer zal de biodiversiteit toenemen, zeker als dit wordt vergeleken met de huidige situatie, die bestaat uit intensief beheerd en bemest gras- en maisland. De natuurvriendelijke oevers en overgangen tussen bloemrijke graslanden, knot- en elzenhagen, rietkragen/landjes en bosschages zorgen voor een diverse insectenstand, waarvan ook veel andere soorten zoals vogels, amfibieën en vleermuizen profiteren.

Afbeelding Ontwerpschets Sliedrecht Buiten (onder voorbehoud dat deze op ondergeschikte onderdelen nog kan wijzigen)

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

20 - 61

Profiel Voorbeeldschets nieuwe landschapselement ‘Tiendweg’ [doorsnede; zicht op het westen gericht] Stationspark III In het voorgestelde inrichtingsplan van STP III wordt fasering toegepast om de belangrijke bestaande groenstructuur langs de A15 in de tijd te laten transformeren van een dichte boomsingel met vooral essen naar een open coulisselandschap met streekeigen landschapselementen, die beter bestand zijn tegen een variabel waterpeil en veranderende klimatologische omstandigheden. De nieuwe bosschages en boomgroepen worden dusdanig gesitueerd dat deze de magazijnen aan het oog onttrekken, maar de kantoren juist versterken. In het parkachtige landschap tussen de bosschages is ruimte voor bloemrijk grasland met streekeigen kruiden, die gefaseerd en extensief wordt beheerd. Door de nieuwe parkachtige zuidrand van STP III kronkelt een wandelpad en zijn er lunchhoekjes voor de werknemers en bezoekers van bedrijventerrein. Het wandelpad wordt verbonden met andere bedrijventerreinen, zodat tijdens de lunchpauze een ommetje kan worden gemaakt. Tussen wandelpad en de nieuwe bedrijven ligt in de luwte een waterplas met rietkragen, natuurvriendelijke oevers en bosschages. Het water van de plas is verbonden met de overige watergangen op en langs het terrein, die onderdeel vormen van een groter watersysteem.

De watergangen op STP III hebben, daar waar mogelijk, natuurvriendelijke oevers en/of worden beplant met streekeigen bomen (zoals zwarte els, es, knotwilg). Verspreid langs de oevers staan knotwilgen, elzen en brede rietkragen. Langs de infrastructuur op STP III worden bomen en bosschages ingepast, die de werkomgeving aantrekkelijker maken en op warme dagen voor verkoeling zorgen. Een deel van de bermen wordt ingezaaid met een streekeigen kruidenmengsel en ecologisch beheerd. Daarnaast worden de nieuwe gebruikers van het bedrijventerrein door de gemeente Sliedrecht gestimuleerd, om in overeenstemming met het beleid dat op dat moment geldt, hun bedrijfsterrein en gebouw(en) natuurinclusief en klimaatadaptief in te richten. Natuurwaarden De brede groenbuffer aan de zuidrand van Stationspark III wordt ingericht met kleine bosschages met streekeigen beplanting zoals els, wilg, berk, meidoorn, sleedoorn en vlier, populier, etc. De watergang langs de snelweg blijft gehandhaafd, mogelijk wordt de noordelijke oever waar mogelijk is, flauwer of krijgt een plasdras strook om een verrijking met flora te krijgen, dit is een verdere verbetering voor de flora en fauna. Er wordt nieuwe watergang/waterpartij wordt tussen het wandelpad en de bedrijven aangebracht.

Dit water krijgt aan de noordzijde meanderende natuurvriendelijke oevers (flauw talud en rietoevers), die op een speelse manier zorgen voor meer oeverlengte en daarnaast zorgen voor meer biodiversiteit en bijdragen aan de waterkwaliteit. Gecombineerd met groepjes bomen bij de bedrijven ontstaat er een aantrekkelijke uitstraling die voor mens, flora en fauna een goed verblijf, leef en werkomgeving vormen. Langs de noord-zuid georiënteerde watergangen en langs de toegangsweg aan de noordzijde van bedrijventerrein worden (streekeigen) bomen geplaatst die ervoor moeten zorgen dat dieren zoals vleermuizen via het bedrijventerrein kunnen migreren naar de zone langs het spoor en Sliedrecht Buiten en polder ten Noorden van Stationspark III. Ter versterking van hun foerageergebied. De weg tussen de bedrijven is voorzien van een wandelpad, brede groenbermen met lage heesters en een bomen rij aan 1 zijde. Deze zorgt in de toekomst voor voldoende schaduw om hittestress in de openbare ruimte te voorkomen.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

21 - 61

Landschapselementen In de opzet is gebruik gemaakt van landschapselementen als [knot]bomen rijen, groepjes bomen of bosjes, knip/scheerhaag, kruidenrijke grasland, natuurvriendelijke oevers, korte of langere houtwallen/houtsingels, en dergelijke. Zelfs is er de mogelijkheid om een rietveld te realiseren mits dit voor de waterkwaliteit en de biodiversiteit beter is.

Afbeelding ontwerpschets Stationspark III Biodiversiteit Variatie is belangrijk voor de biodiversiteit. Door in de nieuwe situatie een gevarieerder aanbod aan (inheemse) bomen, struiken en kruiden te gebruiken, met geleidelijke overgangen van laag naar hoog (zoom/mantel) in combinatie met bloemrijk grasland is gedurende het hele seizoen voedsel (nectar/stuifmeel) voor insecten beschikbaar. Door dit ecologisch te beheren zijn er altijd schuilmogelijkheden en voortplantingsplekjes, waarvan niet alleen vlinders, libellen en zweefvliegen en wilde bijen profiteren, maar ook tal van andere dieren zoals vogels. Langs de A15 zal worden getracht om een aantal oude (afstervende en dode) bomen te behouden en in te passen in de nieuwe groenstructuren. Tal van insecten en vogels zoals spechten, kauwen en spreeuwen, zullen gebruik maken van de holtes ontstaan in het dode hout. Die ook weer aantrekkelijk zijn als verblijfplaats voor vleermuizen en hun foerageergebied. Door meer openheid (coullise) te creëren kan het zonlicht de bodem/water beter bereiken. Dit zal positieve gevolgen hebben voor de oever- en watervegetatie op de (natuurvriendelijke) oevers en hiermee de waterkwaliteit. Door de bosschages te combineren met natuurvriendelijke oevers, laanbeplanting, rietzomen en andere kleine landschapselementen ontstaat een gevarieerd biotoop met meer kansen voor veel dier- en plantsoorten.

Dit is in lijn van artikel 6.10h kansen voor biodiversiteit van de omgevingsverordening Zuid-Holland. Zie paragraaf 4.2.2 voor de uitgebreidere onderbouwing van dit artikel.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

22 - 61

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en Afwentelen wordt voorkomen. Specifiek beleid ten aanzien van het planvoornemen is niet opgenomen, daarom wordt de Nationale Omgevingsvisie niet nader toegelicht.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals Rijksvaarwegen, kustfundament, de Waddenzee, buisleidingen van nationaal belang, de Ecologische hoofdstructuur en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het plangebied is niet gelegen binnen een in het Barro aangewezen gebied.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is met ingang van 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen (artikel 3.1.6 lid 2). Deze schrijft voor dat gemeenten bij iedere nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting bij een bestemmingsplan moeten beschrijven (en onderbouwen) dat een voorgenomen ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. En vervolgens moet er aangetoond worden dat die behoefte kan worden voorzien door benutting van gronden in bestaand stedelijk gebied door herstructurering, transformatie of anderszins. Als dat niet mogelijk is dan is onderbouwing noodzakelijk waarom de ontwikkeling past buiten stedelijk gebied. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, is: De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Het planvoornemen is getoetst aan de ladder. Deze toetsing is opgenomen in subparagraaf 4.1.4.

4.1.4 Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking De voor het bestemmingsplan opgestelde ladderonderbouwingen zijn als Bijlage 2 en Bijlage 3 toegevoegd. Op basis van de ladderonderbouwingen wordt gesteld dat: Ladderonderbouwing planvoornemen Sliedrecht Buiten Het plan heeft voor de sportaccommodaties kwantitatief gezien vooral betrekking op vervanging van bestaande accommodatie. De behoefte is met name kwalitatief van aard: de bestaande accommodatie is verouderd en aan vervanging toe. Er zijn binnen het bestaand stedelijk gebied van Sliedrecht geen alternatieve locaties beschikbaar voor de nieuwe sportaccommodatie. Met het planologisch mogelijk maken van de ontwikkeling Sliedrecht Buiten, zoals deze op dit moment door de gemeente wordt voorgestaan, kunnen geen negatieve effecten ontstaan die in strijd met een goede ruimtelijke ordening kunnen zijn, zoals onaanvaardbaar leegstandsrisico. Daarmee voldoet het plan aan de vereisten die vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking worden gesteld aan het door een overheid mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

23 - 61

Ladderonderbouwing planvoornemen Stationspark III De totale ruimtevraag voor de periode tot en met 2030 bedraagt 7 tot 18 hectare in het primaire marktgebied. Het aanbod voor de doelgroep in dit marktgebied zonder ontwikkeling van Stationspark III bedraagt 11,5 hectare. Dit is inclusief 10 hectare aanbod op ’t Oog in gemeente Hardinxveld-Giessendam, waarvan de ontwikkeling van 4 hectare onherroepelijk is vastgelegd (eerste fase) en de overige 6 hectare zacht planaanbod betreft (tweede fase). In het hoge scenario, waarvan volgens de Behoefteraming Zuid-Holland 2021 mag worden uitgegaan, is er dus sprake van aanbodtekort. Dit betekent dat wanneer bedrijventerrein Stationspark III niet ontwikkeld wordt, er in het marktgebied een tekort aan ruimte voor lokale bedrijvigheid dreigt te ontstaan. Wanneer daarnaast de specifieke lokale binding van veel ondernemers in de gemeente Sliedrecht in ogenschouw genomen wordt, wordt duidelijk dat de ontwikkeling van Stationspark III noodzakelijk is om lokale bedrijvigheid van voldoende (uitbreidings)ruimte te kunnen blijven voorzien. STP III kan voor het grootste deel ruimte bieden aan reguliere bedrijvigheid. Hier is in het primaire marktgebied ook het meeste ruimtevraag naar.

Daarnaast zijn ook gemengd stedelijke bedrijvigheid en HMC (tot en met milieucategorie 4.2) werkmilieus waarvan regionaal sprake is van aanbodtekort en waar Stationspark III ruimte voor kan bieden. Gebaseerd op de huidige behoefteraming en aanbodcijfers, luidt de conclusie dat gezien de verwachte ruimtevraag in de periode tot en met 2030, de ontwikkeling van Stationspark III nodig is om voldoende ruimte te bieden aan de bedrijvigheid in Sliedrecht. Conclusie Het planvoornemen voor zowel Stationspark III als Sliedrecht Buiten is getoetst aan de ladder en voldoet hieraan.

4.1.5 Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is vastgelegd in het omgevingsbeleid, bestaande uit de omgevingsvisie en omgevingsverordening, vastgesteld op 1 april 2019 en deze is op 1 april 2023 geconsolideerd. Relevant voor het planvoornemen is het beleid ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied, behouden en versterken landschappen, bedrijven en ruimtelijke kwaliteit. Dit wordt onderstaand toegelicht.

4.2.1 Omgevingsvisie In de omgevingsvisie zijn zes ambities gedefinieerd. Naast de ambities is het algemene doel van de omgevingsvisie het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in provincie. Onder 'omgevingskwaliteit' wordt het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen verstaan. Het samenvoegen van het beleid heeft tot een opsomming van twaalf beleidskeuzes geleid: Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen; Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond;

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

24 - 61

Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken. Van alle beleidskeuzes is aangegeven op basis van welke specifieke beleidsdocumenten die gebaseerd zijn. Planspecifiek Het planvoornemen om onder andere sport en bedrijven te faciliteren, is in aansluiting met het beleid van de Provincie doordat het plan bijdraagt aan een gezonde leefomgeving door verschillende vormen van sport en recreatie aan te bieden. Verder versterkt het planvoornemen de vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie door het toevoegen van nieuwe bedrijven zoals is onderbouwd bij de ladderonderbouwing zie paragraaf 4.1.4. Verder kunnen niet alle stedelijke ontwikkelingen binnen het bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd worden. Deze ontwikkeling vindt plaats aansluitend op bestaand stads- en dorpsgebied en is landschappelijk ingepast, zie hiervoor Bijlage 1.

4.2.2 Omgevingsverordening In de voorgaande paragraaf is het beleid ten aanzien van een aantal aspecten toegelicht die relevant zijn voor het voorliggende plan. In deze subparagraaf worden de regels ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit, stedelijke ontwikkeling (ladder voor duurzame verstedelijking), ruimtelijke kwaliteit, bedrijven en archeologie toegelicht. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Deze kaart beslaat het gehele grondgebied van de provincie Zuid-Holland. Voor de gehele provincie geldt Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit: 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop.

Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen. b. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen. c. De ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.

(vastgesteld) Sliedrecht Buiten & Stationspark III NL.IMRO.0610.SBSTPIII-3001

25 - 61

6.

Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9.

Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g. 11. Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10. De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/723/documents/9208