CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025.pdf

Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 30 september 2025, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 12: SOC – Verordening Huisvesting Onderwijs en Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Sliedrecht 202518.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Gemeente Sliedrecht 2025

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 1

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................. 3 Inleiding................................................................................................................................. 5 Wettelijk kader ....................................................................................................................... 8 3.1 Wet primair onderwijs (WPO), Wet voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC)................................................................................................................ 8 3.2

De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Sliedrecht ..........................................10

3.3

Regelgeving passend onderwijs .........................................................................................10

3.4

Wet kinderopvang ............................................................................................................10

3.5

Frisse scholen en het bouwbesluit .....................................................................................11

3.6

Het klimaatakkoord en verduurzaming schoolgebouwen .....................................................11

3.7

VN-verdrag Handicap ........................................................................................................12

Onderwijs- en huisvestingsvisie ..............................................................................................15 4.1

Algemeen ........................................................................................................................15

4.2

Onderwijsvisie en -ambitie ................................................................................................15

4.3

Huisvestingsvisie en -ambitie ............................................................................................17

Onderwijshuisvesting gemeente Sliedrecht ..............................................................................22 5.1

Onderwijsinfrastructuur gemeente Sliedrecht .....................................................................22

5.2

Leerlingenprognoses en ruimtebehoefte totaal ...................................................................23

5.3

Leerlingenprognoses en ruimtebehoefte scholen ................................................................25

Huisvestingsvraagstukken en -scenario’s .................................................................................40 6.1

Algemeen ........................................................................................................................40

6.2

Huisvestingsvraagstukken .................................................................................................40

6.3

Huisvestingsagenda 2025 – 2028, 2029 en verder ..............................................................46

Uitvoerings- en investeringsagenda.........................................................................................48 7.1

Uitgangspunten uitvoeringsagenda en investeringsagenda ..................................................48

7.2

Uitgangspunten investeringsagenda ..................................................................................48

7.3

Uitvoerings-/investeringsagenda ........................................................................................49

Conclusies .............................................................................................................................57 8.1

Primair onderwijs .............................................................................................................58

8.2

Speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ..........................................................................60

8.3

Voortgezet onderwijs ........................................................................................................60

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 2

Voorwoord De gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht te voorzien in passende onderwijshuisvesting voor basisscholen, speciale basisscholen, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. In onze gemeente gaat het dan om 12 scholen. Deze wettelijke verantwoordelijkheid voeren we graag uit, niet omdat de wetgever dat vraagt, maar vanwege het belang dat de gemeente Sliedrecht hecht aan goede schoolgebouwen. Goede schoolgebouwen zijn immers een belangrijke voorwaarde voor het geven van goed onderwijs in onze gemeente. Wij willen alle leerlingen en medewerkers in onze scholen een veilige, toekomstbestendige en uitdagende leer- en werkomgeving bieden, waardoor zij zich verder kunnen ontwikkelen en er een stevige en goede basis wordt gelegd voor hun verdere leven. Investeren in de onderwijshuisvesting zien wij dan ook als een investering in de kinderen en jeugd van Sliedrecht. Bovengenoemde ambitie blijvend te investeren in de vernieuwing van de scholen in onze gemeente heeft het college van Burgemeester en Wethouders zich ook opgelegd. Op meerdere terreinen wil de gemeente samen bouwen aan de toekomst. In ons Collegewerkprogramma 2022 - 2026 hebben we de ambitie opgenomen te zullen werken aan een sterke en veerkrachtige samenleving door blijvend te investeren.

Dit bouwt voort op Koers 2030 waarin we door middel van een aantal kernopgaven zullen blijven werken aan een inclusiever en levendiger Sliedrecht. In het Collegewerkprogramma 2022 2026 hebben we daartoe een aantal speerpunten benoemd, waaronder het sterker verbinden van gezondheid, sport, welzijn en onderwijs. Dit dient bij te dragen aan het versterken van de bestaanszekerheid en ontwikkelkansen van onze inwoners. Het voorzien in passende onderwijshuisvesting is hierin een belangrijk instrument. In het Collegewerkprogramma 2022 - 2026 hebben we dan ook aangegeven dat onderwijsfaciliteiten of voorzieningen een belangrijk speerpunt blijven om een kwalitatief onderwijsklimaat te borgen. Deze ambitie en opgave kunnen we echter niet alleen en ook niet in één keer realiseren. We zien het als een gezamenlijke maatschappelijke en onderwijskundige opgave van de gemeente en de schoolbesturen om door goed onderwijs en veilige en goede schoolgebouwen zich maximaal hiervoor in te zetten. De door de schoolbesturen opgestelde onderwijsvisie Sliedrecht “Samen kinderen naar hun vermogen ontwikkelen en tot bloei brengen” ondersteunt de gemeentelijke ambities om te komen tot een sterke en inclusieve samenleving. Dit is reden waarom de onderwijsvisie in dit IHP ook een belangrijke plaats inneemt. De gemeentelijke verantwoordelijkheid houdt ook niet op bij alleen de schoolgebouwen.

In het basisonderwijs is de verbinding met voorschoolse voorzieningen zoals kinderopvang van groot belang voor een doorlopende ontwikkeling van kinderen. Wij willen dan ook samen met betrokkenen daar waar mogelijk en wenselijk integrale kindcentra realiseren voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Maar ook de samenwerking in bijvoorbeeld het speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs met jeugdzorg en andere maatschappelijke organisaties verdient ondersteuning. Deze verbreding zal vooral aan de orde zijn bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw. Daar waar leegstand is in bestaande gebouwen en deze niet nodig is voor het onderwijs, kan dit vanzelfsprekend ook ingezet worden voor aanvullende kindfuncties. Met het nu voorliggende IHP pakken we als gemeente en schoolbesturen weer een aantal vernieuwingsprojecten op waarin bovenstaande ambities gerealiseerd én gefaciliteerd worden. Daarmee zorgen we ervoor dat we continu blijven werken aan de vernieuwing van de schoolgebouwen in onze gemeente. Dat we daarin keuzes moeten maken en niet alles tegelijk kunnen realiseren, is ook begrijpelijk. De vernieuwing van scholen gaat immers gepaard met hoge investeringen, terwijl de middelen die de gemeente en ook schoolbesturen daarvoor hebben beperkt zijn. Belangrijk vinden we dat we gezamenlijk fasegewijs blijven werken aan onze gezamenlijke opgave en inspanning.

We zijn dan ook blij dat we in de afgelopen periode in overleg met de betrokken schoolbesturen consensus hebben bereikt over het voorliggende IHP. Dat we het eens zijn over de huisvestingsprojecten voor de periode 2025 – 2028, wetende dat daarmee de vernieuwing van de onderwijshuisvesting nog niet klaar is. Gezien het constructieve overleg in de afgelopen periode M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 3

hebben we er echter veel vertrouwen in dat we in de verdere toekomst gezamenlijk zullen blijven werken aan het investeren in kwalitatief goede schoolgebouwen voor de kinderen en jeugd van onze gemeente en alle medewerkers die zich dagelijks inspannen om de kinderen en jeugd een stevige basis te geven voor hun verdere leven.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 4

Inleiding Voor u ligt het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs voor de Gemeente Sliedrecht (opgesteld door M3V Advies) met als uitvoeringsfase 2025 - 2028 (en een doorkijk naar de jaren 2029 en verder). Hiermee stelt de gemeente Sliedrecht een meerjarenperspectief op voor de lange termijn van onderwijshuisvesting. In tegenstelling tot het oude IHP is hierin een financiële vertaalslag gemaakt voor de diverse projecten. Dit plan dient zorg te dragen voor een duurzame en toekomstbestendige voorzieningenstructuur en bouwt voort op het in 2019 vastgestelde IHP. In dit vorige IHP is o.a. de vernieuwing van OBS De Wilgen en CBS Prins Willem-Alexander, locatie Valkweg (hierna: PWA Valkweg) opgenomen alsmede de uitbreiding van de Anne de Vriesschool in BaanhoekWest. Deze projecten zijn gerealiseerd dan wel in uitvoering. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor de onderwijshuisvesting. In Sliedrecht betreft dit 7 scholen voor basisonderwijs (waarbij de Anne de Vriesschool en CBS Prins Willem-Alexander twee locaties hebben), 1 school voor speciaal basisonderwijs, 2 scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (waarbij de school voor SO en VSO Bleyburgh op twee verschillende locaties is gehuisvest) en twee scholen voortgezet onderwijs. Er zijn 5 bevoegde gezagsorganen.

De wijze waarop de gemeente Sliedrecht vormgeeft aan de zorgplicht is onder andere gebaseerd op de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs uit 2015 en het Integraal Huisvestingsplan uit 2019. Het is de ambitie vanaf 2025 te werken met een geactualiseerd IHP dat een periode van circa 20 jaar bestrijkt en aansluit bij de lokale ambities en uitdagingen zoals opgenomen in Koers 2030 en het Collegewerkprogramma 2022 - 2026, de Sociale Visie, de lokale onderwijsvisie van de schoolbesturen en de gemeentelijke verordening. Op basis hiervan moeten de nodige ontwikkelingen plaatsvinden en is het van belang om een volgende kwaliteitsslag te maken in de vernieuwing en versterking van de lokale onderwijsvoorzieningenstructuur. De veroudering van het scholenbestand speelt hierin ook een belangrijke rol. Zo vraagt de huisvesting van o.a. de Johannes Calvijnschool, Praktijkschool De Sprong en het Griendencollege/VSO Bleyburgh aandacht vanwege de technische en functionele staat. Maar er zijn ook capaciteitsvraagstukken van o.a. de Anne de Vriesschool locatie Baanhoek West, CBS OranjeNassau en OBS Roald Dahl die aandacht vragen. Dit zijn actuele huisvestingsvraagstukken naast de reeds voorziene vernieuwbouw van o.a. CBS Prins Willem-Alexander en OBS De Wilgen, locatie Valkweg.

Hiernaast leidt de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk in Sliedrecht Noord tot een toenemende behoefte aan onderwijsvoorzieningen. In de meest actuele leerlingenprognoses is deze ontwikkeling meegenomen. In de stedenbouwkundige ontwikkeling van Sliedrecht Noord dient hier nu reeds rekening mee te worden gehouden. De huisvestingsconsequenties van bovenstaande zijn verwerkt in het voorliggende IHP. Een belangrijk aandachtspunt is het streven naar een evenwichtige spreiding van onderwijs in Sliedrecht. De gemeente en de schoolbesturen vinden het belangrijk dat alle kinderen thuisnabij onderwijs kunnen volgen. Het IHP is tot stand gekomen op basis van overleg met de schoolbesturen en de betrokken kinderopvangorganisaties. De inhoudelijke, beleidsmatige en huisvestelijke ambities en vraagstukken zijn geïnventariseerd door middel van overleggen, onderzoek en gezamenlijk overleg. Door de opstelling van dit IHP geven de gemeente en de schoolbesturen gezamenlijk invulling aan deze gedeelde verantwoordelijkheid. Hierbij dienen de wetgeving met betrekking tot onderwijshuisvesting en de onderwijsverordening van de gemeente als fundament en leidraad. Het IHP bepaalt de koers voor het uit te voeren huisvestingsbeleid in de komende jaren. Het moet richtlijnen bieden voor keuzes en afwegingen met betrekking tot de voorzieningenstructuur voor onderwijs.

Ad-hoc beslissingen voor afzonderlijke projecten moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Gezien de opgaven is samenwerking zowel tussen de gemeente en de schoolbesturen en overige maatschappelijke partners (kinderopvang) als tussen de schoolbesturen onderling gewenst en noodzakelijk om te komen tot een toekomstgerichte en toekomstbestendige voorzieningenstructuur.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 5

Status IHP Het IHP heeft op dit moment nog geen formele afdwingbare juridische rechtskracht, maar is ook niet geheel vrijblijvend (wijziging van wetgeving is aanstaande om de opstelling van een IHP op te nemen in de wetgeving zodat sprake is van een formele status). De gemeente en schoolbesturen hebben op basis van het IHP een ‘inspanningsverplichting’ om tot realisering van de in het IHP opgenomen huisvestingprojecten i.c. de uitvoeringsagenda te komen. Het IHP is leidend voor de maatregelen en fasering van de huisvestingsprojecten. Voor ieder huisvestingsproject uit het IHP vindt nog afzonderlijke bestuurlijke besluitvorming plaats door de gemeenteraad (op grond van haalbaarheidsstudies per project ten behoeve van o.a. beschikbaarstelling van de noodzakelijke investeringen).

Looptijd IHP Het IHP heeft een looptijd tot (circa) 2040, zodat wordt aangesloten bij de aankomende wettelijke verplichting om een IHP voor minimaal 16 jaar op te stellen. Deze looptijd stelt ook de gemeente en de schoolbesturen in staat tijdig middelen te reserveren voor de uitvoeringsagenda. Er kan door partijen tijdig worden geanticipeerd op diverse onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen. De gemeente en de schoolbesturen kunnen hiermee ook (strategisch) sturen op de instandhouding van de gebouwen i.c. de exploitatie alsmede de onderwijskundige vernieuwingen, het onderhoud en hiervoor benodigde aanpassingen in het gebouw. Vanzelfsprekend zal het voorliggende IHP periodiek worden geactualiseerd aan de dan aan de orde zijnde ontwikkelingen en vraagstukken, waarbij het de wens is van de schoolbesturen dit zo mogelijk om de twee jaar te doen.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 6

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 7

Wettelijk kader Scholen hebben een belangrijke positie in de samenleving en kunnen een brede maatschappelijke functie in de wijk of kern hebben. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting en organisatie van het onderwijsproces. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor het bieden van adequate onderwijshuisvesting. Dat wil zeggen zorgen voor voldoende (functionele) capaciteit, een goede kwaliteit van de gebouwen wat betreft o.a. veiligheid en het leer- en werkklimaat. De gemeente faciliteert de huisvesting van onderwijsorganisaties op basis van haar verordening huisvesting en hanteert hierin landelijke normen, uniforme regelgeving en financiering. Voor de uitvoering van deze taak heeft de gemeente drie kaderstellende instrumenten beschikbaar, te weten: a. De verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs 2015 is aangepast (hierna de verordening genoemd). In de verordening is vastgelegd welke verantwoordelijkheden de gemeente en de schoolbesturen hebben ten aanzien van de huisvesting van de binnen de gemeente gevestigde scholen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs. De verordening geeft aan op welke voorzieningen de schoolbesturen aanspraak kunnen maken en welke procedures er gelden. Het betreft dus een procedureel kaderstellend instrument. b.

De kadernota van de gemeente Sliedrecht, hetgeen een financieel instrument is om integrale afwegingen te maken. De kadernota is niet besluitvormend, investeringen moeten worden verwerkt in de gemeentelijke begroting. Voorstellen in het IHP kunnen onderdeel uitmaken van de kadernota. c.

Het integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP), dit is vooral een inhoudelijk kaderstellend instrument.

In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op het wettelijk kader. Voor het IHP zijn zowel relevante wetten als beleidskaders van de gemeente Sliedrecht van belang. Achtereenvolgens komen aan bod: • Wet op het primair onderwijs (inclusief de wetswijziging onderhoud en aanpassing), de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra; • De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Sliedrecht 2015; • Regelgeving Passend onderwijs; • Wet kinderopvang; • Frisse scholen en bouwbesluit; • Het klimaatakkoord en verduurzaming schoolgebouwen; • VN-verdrag Handicap.

3.1

Wet primair onderwijs (WPO), Wet voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC)

In de WPO, WVO en WEC is de verantwoordelijkheid van gemeenten en schoolbesturen ten aanzien van de onderwijshuisvesting geregeld. Per 1 januari 2015 zijn de WPO en de WEC gewijzigd. De wetswijziging houdt in dat de zorgplicht voor onderhoud en aanpassing voor alle schoolgebouwen voor de gemeente is vervallen. Vanaf 1 januari 2015 ontvangen de schoolbesturen van het primair en speciaal onderwijs evenals het voortgezet onderwijs (het VO al sinds 2005) de hiervoor benodigde vergoeding rechtstreeks van het Ministerie van OCW. Naast de verantwoordelijkheden die de schoolbesturen al hadden, hebben ze nu ook een financiële verantwoordelijkheid ten aanzien van het onderhoud en de functionele aanpassingen van gebouwen (wetsvoorstel doordecentralisatie onderhoud en functionele aanpassingen 2015). De verdeling van verantwoordelijkheden tussen de gemeenten en schoolbesturen ziet er nu als volgt uit.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 8

Taken en verantwoordelijkheden gemeenten De gemeente is sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor bekostiging van de volgende voorzieningen: •

(Vervangende) Nieuwbouw en eerste inrichting;

•

Uitbreiding;

•

Medegebruik (verhuur);

•

Constructiefouten en locatie gebonden kosten (o.a. asbest);

•

Herstel in geval van bijzondere omstandigheden/calamiteiten zoals brand, diefstal, storm- en waterschade;

•

Voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs.

De gemeenten zijn dus verantwoordelijk voor de aanwezigheid van voldoende onderwijshuisvestingscapaciteit. Met een nieuw wetsvoorstel wordt renovatie van schoolgebouwen daar in de nabije toekomst (beoogde invoering 2025) als voorziening aan toegevoegd (schoolbesturen kunnen dan ook een aanvraag voor renovatie indienen bij de gemeenten). Voor de taken ontvangen gemeenten middelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken (onderdeel van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds). Reeds meerdere jaren vindt overleg plaats over de hoogte van de middelen voor onderwijshuisvesting. In 2023 is door de VNG, PO- en VO-raad nog gepleit voor extra middelen voor onderwijshuisvesting. Om te komen tot een verantwoorde onderwijshuisvesting zou er circa € 1,2 miljard jaarlijks toegevoegd moeten worden aan de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.

Taken en verantwoordelijkheden schoolbesturen De schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid onderwijs te verzorgen, de huisvesting inclusief de schoolterreinen in stand te houden en als goed rentmeester deze te onderhouden en te exploiteren. Ook moeten de schoolbesturen tussentijdse functionele aanpassingen en kwaliteitsverbeteringen zelf bekostigen en zijn ze verantwoordelijk voor de vervanging van de eerste inrichting. De schoolbesturen ontvangen voor deze verantwoordelijkheden middelen van het ministerie van OCW. Hoewel deze verantwoordelijkheid bij de schoolbesturen is neergelegd, is het ook bekend dat de middelen die schoolbesturen hiervoor krijgen veelal onvoldoende zijn voor instandhouding, laat staan voor kwaliteitsverbeteringen, zeker niet met de huidige technische eisen m.b.t. binnenklimaat, duurzaamheid. Het juridisch eigendom van het schoolgebouw ligt doorgaans bij het schoolbestuur (volgens het Burgerlijk Wetboek is het schoolbestuur formeel eigenaar en ook verantwoordelijk voor zaken die plaatsvinden in het gebouw en op het schoolterrein). De gemeente behoudt het zogenaamde economisch claimrecht op de schoolgebouwen en de grond, inhoudende dat wanneer de onderwijsbestemming verdwijnt het gebouw ‘terugvalt’ naar de gemeente en de gemeente de mogelijkheid heeft hier een andere bestemming aan te geven.

Volgens de onderwijswetgeving heeft het schoolbestuur de regie bij het realiseren dan wel renoveren van schoolgebouwen. Het schoolbestuur is in beginsel bouwheer, dat wil zeggen opdrachtgever van een huisvestingsproject, tenzij met het college van B en W is overeengekomen dat de gemeente als bouwheer optreedt. Voor de bekostiging van onderwijshuisvesting heeft het schoolbestuur te maken met twee financieringsstromen: één vanuit de gemeente voor de realisatie en één vanuit het ministerie voor de instandhouding van de schoolgebouwen.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 9

3.2

De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Sliedrecht

De verordening vertaalt de wettelijke regelgeving ten aanzien van onderwijshuisvesting naar de situatie in Sliedrecht. De verordening bevat o.a. kaders over het gebruik van leerlingenprognoses, berekening van de normatieve ruimtebehoefte en beschikbare capaciteit, bijbehorende noodzakelijke investeringen en klokuren bewegingsonderwijs. In de verordening staan normbedragen voor de diverse voorzieningen en de gehanteerde indexering. In 2018 heeft de VNG de normbedragen eenmalig met 40 % verhoogd in verband met de stijgende bouwkosten. In 2020 zijn de bedragen opnieuw verhoogd in verband met de aanscherping van de eisen in het bouwbesluit om Bijna Energie Neutraal (BENG) te bouwen vanaf 2021. In de gemeente Sliedrecht worden de jaarlijks door de VNG geactualiseerde normbedragen gehanteerd. Met de normbedragen wordt het maximaal te vergoeden investeringsbedrag berekend. In 2022 en 2023 zijn de normbedragen ook aanzienlijk verhoogd. Ondanks deze verhogingen laten aanbestedingen nog steeds zien dat deze normbedragen onvoldoende zijn voor de vernieuwing van de onderwijshuisvesting. De daadwerkelijke bedragen per vierkante meter BVO liggen als gevolg van de ontwikkelingen in de bouwmarkt nog steeds ruim boven de VNG-normering. Wat betreft de normkosten is uitgegaan van prijspeil 2025.

3.3

Regelgeving passend onderwijs

In de vernieuwing van de onderwijshuisvesting in Sliedrecht wordt in overleg met de schoolbesturen bezien welke aanpassingen en/of toevoegingen wenselijk of nodig zijn om de scholen inclusiever en passender te maken. Onderzocht zal worden op welke wijze in concrete vernieuwingsprojecten hieraan invulling gegeven wordt. Hierin moeten echter keuzes worden gemaakt vanwege financiële beperkingen, dit betekent dat bestaande schoolgebouwen, die op korte termijn niet in aanmerking komen voor renovatie en/of nieuwbouw, wellicht de nodige beperkingen zullen behouden m.b.t. passend onderwijs en inclusiviteit. Dit kan betekenen dat schoolbesturen ook afspraken moeten maken over het opvangen van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte op die locaties die daarvoor geschikt en/of aangepast zijn. Per project zal er gekeken moeten worden wat er mogelijk en betaalbaar is. De “natuurlijke” vernieuwingsmomenten van schoolgebouwen zullen aangewend worden om deze zo mogelijk tegelijkertijd passender en inclusiever te maken. Inclusief en passend onderwijs heeft gevolgen voor de onderwijshuisvesting voor zowel de leerlingenaantallen als de kwaliteit. Op termijn zullen meer leerlingen op de ‘reguliere’ school onderwijs volgen, waardoor er minder kinderen naar het speciaal (basis)onderwijs gaan.

Ook moeten scholen maximaal toegerust zijn op een veranderende ‘onderwijsvraag’, bijvoorbeeld voor wat betreft toegankelijkheid, veiligheid, MIVA-toiletten, lift, zorgruimten etc. Dit alles heeft nog niet geleid tot aanpassingen van de regelgeving of de vergoedingen rondom onderwijshuisvesting.

3.4

Wet kinderopvang

De Wet kinderopvang heeft tot doel de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. Beoogd wordt ook doorgaande ontwikkelingslijnen te stimuleren voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand. Dit gebeurt onder andere door het aanbieden van een passend aanbod vooren vroegschoolse educatie (VVE). Het peuterspeelzaalwerk valt ook onder deze wetgeving. Het onderscheid tussen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven is verdwenen, hoewel ze niet op dezelfde wijze worden gefinancierd (ouders kunnen hiervoor kinderopvangtoeslag ontvangen). Dit zorgt voor meer duidelijkheid en een betere aansluiting op de basisschool. Ook de gemeente Sliedrecht ondersteunt de ambitie inzake het beschikbaar houden en continueren van doorgaande leerlijnen. Dit wordt zo mogelijk gerealiseerd door het ruimtelijk combineren van school, kinderopvang en peuterwerk en eventueel voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Door middel van de onderwijshuisvesting wil de gemeente Sliedrecht binnen haar ruimtelijke en financiële mogelijkheden de schoolbestuurlijke ambities inzake de vorming van kindcentra en doorgaande ontwikkelingslijnen stimuleren. Ook hier geldt dat op “natuurlijke” vernieuwingsmomenten gestreefd wordt naar het ruimtelijk combineren van onderwijs en aanvullende kindfuncties.

In de vernieuwing van OBS De Wilgen en PWA-locatie Valkweg wordt hierin reeds voorzien door ook ruimte te realiseren M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 10

voor kinderopvang. De gemeente financiert deze ruimten voor en door middel van huurpenningen wordt deze voorfinanciering terugbetaald. Deze voorfinanciering zal gelden voor alle nieuwbouwprojecten. Per project is echter sprake van maatwerk, waarbij onderzocht moet worden in welke omvang er behoefte is aan aanvullende kindfuncties en op welke wijze dit kan worden ingevuld.

3.5

Frisse scholen en het bouwbesluit

Een frisse school is een schoolgebouw met een laag energiegebruik en een gezond binnenmilieu als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Om dit te verbeteren is het Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen ontwikkeld, dat gebruikt kan worden voor het ontwerpen van het binnenklimaat voor nieuwbouw of voor het verbeteren van bestaande schoolgebouwen. Het helpt onder andere om een ambitieprofiel voor energie en binnenmilieu vast te stellen, eisen op te nemen voor het ontwerp en het bestek en eisen te stellen aan monitoring, beheer en onderhoud. Het PvE Frisse Scholen onderscheidt drie ambitieniveaus voor de diverse thema’s, namelijk klasse A zeer goed, klasse B goed en klasse C acceptabel. Klasse C is het basisniveau, dat in het bouwbesluit tot 2012 van kracht was. In 2012 en 2015 zijn de eisen in het Bouwbesluit voor nieuwbouw zodanig verzwaard, dat bij nieuwbouw voor de thema’s energie en lucht minimaal klasse B moet worden gerealiseerd. Dit is ook het uitgangspunt in het voorliggende IHP. Met schoolbesturen is afgesproken per project te bekijken of (onderdelen van) Frisse Scholen klasse A haalbaar zijn, eventueel met een mogelijkheid tot cofinanciering. Ook in Sliedrecht is het binnenklimaat niet in alle schoolgebouwen op orde.

Voorbeelden hiervan zijn de Johannes Calvijnschool, waar op basis van metingen is geconstateerd dat het binnenklimaat te wensen over laat, en OBS Henri Dunant. In het voorliggende IHP wordt voorgesteld de Johannes Calvijnschool te renoveren. Onderdeel van deze levensduurverlengende renovatie is ook de verbetering van het binnenklimaat, de energiehuishouding e.d. Hoewel OBS Henri Dunant qua binnenklimaat wellicht te wensen overlaat, komt dit gebouw door de jonge leeftijd nog niet in aanmerking voor levensduurverlenging. Dit betekent dat dit gebouw voorlopig nog in stand moet worden gehouden door het schoolbestuur inclusief de maatregelen die nodig zijn voor de verbetering van o.a. het binnenklimaat. In het kader van de vernieuwing van scholen vormt het PvE Frisse Scholen een belangrijk uitgangspunt. Dit uitgangspunt geldt uiteraard ook wanneer bestaande gebouwen worden gerenoveerd.

3.6

Het klimaatakkoord en verduurzaming schoolgebouwen

De internationale klimaatconferentie van Parijs in 2015 heeft als doelstellingen de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, terug te dringen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Wereldwijd willen we in 2030 bijna de helft (49 %) minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Elk land moet eigen, nationale maatregelen nemen om het wereldwijd afgesproken doel te halen. In Nederland hebben daarom alle betrokken partijen gezamenlijk het nationale Klimaatakkoord gesloten om de energievoorziening van Nederland duurzamer te maken. Ook de gemeente Sliedrecht wil minder en slimmer energie verbruiken. Daartoe zijn de komende decennia extra inspanningen en investeringen noodzakelijk. Gezien de taak- en budgetverdeling zullen gemeenten en scholen voor deze opgave nauw moeten samenwerken en vormt verduurzaming van de schoolgebouwen een onderdeel van het IHP. De verduurzaming wordt echter altijd gekoppeld aan de momenten van renovatie en/of vervangende nieuwbouw (bij vervangende nieuwbouw zal het gebouw sowieso moeten voldoen aan de dan geldende duurzaamheidseisen). De verduurzaming heeft conform de toekomstvisie onderwijs betrekking op de bewustwording bij de leerlingen en het verduurzamen van de schoolgebouwen zelf. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, gelden vanaf 1 januari 2021 nieuwe eisen.

Alle gebouwen in Nederland, inclusief schoolgebouwen, die dan nieuw gebouwd worden, dienen een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG te zijn. Hiervoor zijn de eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving aangescherpt.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 11

De sectorale routekaart en Scholen op Koers 2030 Om de totale opgave en voortgang van het Klimaatakkoord voor Nederland van december 2018 scherp te krijgen, is aan verschillende sectoren binnen het maatschappelijk vastgoed gevraagd een routekaart op te stellen. Het primair en voortgezet onderwijs hebben gezamenlijk met de VNG hiertoe een routekaart ingeleverd. Volgens deze routekaart kent een duurzaam schoolgebouw meer aspecten dan alleen CO2-uitstoot of het energieverbruik. Het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, een gezond binnenklimaat heeft, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig, toegankelijk en inclusief is. Deze routekaart vormt ook een meetlat voor de vernieuwing van de huisvesting in de gemeente Sliedrecht. In het algemeen laat de kwaliteit en duurzaamheid van schoolgebouwen nu te wensen over. Een landelijke inventarisatie laat zien dat de gebouwenvoorraad in het primair en voortgezet onderwijs is verouderd (gemiddeld 40 jaar oud, voor de Sliedrechtse scholen is sprake van een gemiddelde leeftijd van 36 jaar), vaak een slecht binnenklimaat heeft en niet duurzaam is.

(Bron: sectorale routekaart PO en VO november 2020) De gebouwen zijn in te delen naar bouwperioden. Dit geeft inzicht in de kwaliteit van de gebouwenvoorraad. Er zijn vier bouwperioden te onderscheiden: de vooroorlogse voorraad (van voor 1946), de wederopbouwvoorraad (1946-1978), de Londovoorraad (1978-1992) en de Bouwbesluitvoorraad (1992-2015). In Sliedrecht valt alleen CBS Oranje-Nassau (1930) onder de vooroorlogse voorraad. Verder komen de meeste scholen uit de wederopbouwvoorraad en de Londovoorraad. De nieuwste scholen zijn SBO De Akker en ZML De Rank (2011 met uitbreiding in 2021). De Anne de Vriesschool en OBS Roald Dahl locatie Deltalaan en de Anne de Vriesschool en SO Bleyburgh locatie Baanhoek West dateren uit respectievelijk 2014 en 2016.

3.7

VN-verdrag Handicap

In 2016 is in Nederland het VN-verdrag Handicap in werking getreden. Doel van het verdrag is het beschermen en bevorderen van de mensenrechten van mensen met een beperking. De overheden van de VN-leden worden daartoe verplicht maatregelen te nemen. Om die reden is in Nederland de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, aangepast. Naast diverse andere toevoegingen staat in deze wet sinds 1 januari 2017 een norm die handelt over de algemene toegankelijkheid van openbare gebouwen. Hieronder vallen bijvoorbeeld ziekenhuizen, publieke instellingen, bibliotheken, gemeentehuizen en winkels, maar ook onderwijsgebouwen.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 12

Met deze algemene norm toegankelijkheid van 1 januari 2017, moeten openbare gebouwen voortaan verplicht toegankelijk zijn voor mensen met een beperking of handicap. Zij moeten, zo stelt de wet ‘naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen verrichten’. Het uiteindelijke doel is om een samenleving te creëren waarin toegankelijkheid voor iedereen niet langer als een extra service of uitzondering gezien wordt, maar als iets dat vanzelfsprekend is. Deze norm wordt ook in Sliedrecht in nieuwbouwprojecten meegenomen. De schoolgebouwen van voor die tijd voldoen niet altijd aan de nieuwe norm voor toegankelijkheid. Indien renovatie c.q. levensduurverlenging aan de orde is (zoals bijvoorbeeld voor de Johannes Calvijnschool), zal de planvorming ook getoetst worden op algemene toegankelijkheid.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 13

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 14

Onderwijs- en huisvestingsvisie 4.1

Algemeen

In het Collegewerkprogramma 2022 – 2026 wil het college van B&W blijven werken aan inclusieve en veilige buurten met veerkrachtige inwoners, die voor zichzelf en voor elkaar zorgen. Om dit te realiseren wil de gemeente zorgen voor een blijvend krachtige sociale structuur waarin onderwijs ook een belangrijke plaats inneemt. Iedereen moet mee kunnen doen en zich veilig en geaccepteerd voelen in de gemeente. De gemeente en de schoolbesturen willen de kinderen en de jeugd kansen bieden voor hun verdere ontwikkeling. Ieder kind en iedere jongere moet in Sliedrecht zijn of haar talenten maximaal kunnen ontwikkelen in een veilige en eigentijdse leeromgeving. In dit hoofdstuk wordt op een aantal uitgangspunten met betrekking tot de onderwijsvisie en huisvestingsvisie verder ingegaan. Deze uitgangspunten worden hieronder themagewijs op hoofdlijnen beschreven. Deze uitgangspunten komen ook terug in de 5 themagebieden van de bovengenoemde onderwijsvisie: zorg en inclusiever onderwijs, (I)KC-vorming, doorgaande lijnen, sociale veiligheid en duurzaamheid.

4.2

Onderwijsvisie en -ambitie

Iedereen doet mee De gemeente en de schoolbesturen hebben de gezamenlijke opgave dat alle kinderen in de gemeente in een veilige en kansrijke omgeving kunnen opgroeien. Iedereen moet toegang hebben tot goed onderwijs. Door aan te sluiten bij de ontwikkelingsfase en ontwikkelingsmogelijkheden moet ieder kind en iedere jongere in de gemeente zijn of haar talenten maximaal kunnen ontwikkelen in een veilige leeromgeving. De gemeente en de schoolbesturen zien het als hun maatschappelijke en onderwijskundige opgave om via goed onderwijs zich maximaal in te zetten voor de talentontwikkeling van ieder kind en iedere jongere in de gemeente Sliedrecht. Voor ieder kind in de gemeente is er een passende plek om op te groeien en zich te ontwikkelen. Belangrijk hierin is dat er wordt gestreefd naar versterking van de onderwijsketen waarin diensten in samenhang worden gebracht, zodanig dat een sluitend netwerk bereikt wordt van expertises, activiteiten en voorzieningen, voor kinderen en ouders, waarbij voldoende keuzemogelijkheden zijn. Hierbij moet er niet alleen een verbinding worden gelegd tussen de scholen onderling, maar ook met o.a. overige kindfuncties c.q. kinderopvang, logopedie, opvoedingsondersteuning, schoolmaatschappelijk werk e.d.

en de maatschappelijke omgeving voor de versterking en voortzetting van de ontwikkelingslijnen en –kansen, zoals ook beschreven is in de onderwijsvisie en het onderwijsachterstandenbeleid. In de onderwijshuisvesting wordt daar waar mogelijk dan ook gepleit voor brede voorzieningen i.c. de vorming van IKC’s. Deze voorzieningen kunnen ook breder worden ingezet voor andere maatschappelijke functies. Vice versa kunnen ook andere voorzieningen, zoals sportvelden, ingezet worden voor het onderwijs.

Pluriform aanbod Om iedereen mee te laten doen, dient het onderwijsaanbod in de gemeente pluriform, toegankelijk en bereikbaar te zijn. Er is voldoende keuzemogelijkheid in onderwijsconcepten en/of levensbeschouwelijke achtergronden (zowel keuzemogelijkheid voor bijzonder en openbaar onderwijs). In de vernieuwing van de onderwijshuisvesting wordt gestreefd dit pluriforme aanbod te behouden of te versterken. Omdat Sliedrecht onderdeel is van de Drechtsteden is het wellicht wenselijk in de toekomst te komen tot regionale afstemming van het onderwijsaanbod. Zo maken nu veel leerlingen uit Sliedrecht gebruik van voorzieningen in Papendrecht en vice versa. Soms is onderwijs in de andere gemeente thuisnabijer dan in de eigen gemeente. Door een pluriform aanbod wordt de talentontwikkeling gestimuleerd en de kansenongelijkheid teruggedrongen. Dit vraagt een voorzieningenstructuur van onderwijs, opvoeding en opvang die meer dan in het verleden op elkaar is afgestemd om voor alle kinderen en leerlingen doorlopende ontwikkelingslijnen te bevorderen en te ondersteunen. Er wordt gestreefd om dit te faciliteren en te M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 15

versterken, waarbij er vanzelfsprekend ruimte is voor maatwerk en derhalve verschillen per wijk van de gemeente. In het onderwijsaanbod binnen de gehele gemeente dient sprake te blijven van een verantwoorde balans tussen identiteit en keuzevrijheid, het garanderen van onderwijskundige kwaliteit en het financieel kunnen handhaven van een gespreide en bereikbare voorzieningenstructuur voor alle kinderen en leerlingen.

Thuisnabij passend en inclusief onderwijs Onderwijs dat thuisnabij en passend is, betekent ook dat de scholen toegankelijk moeten zijn voor iedereen. Iedereen moet kunnen meedoen. Er is onderwijs voor alle kinderen, ongeacht de herkomst, handicap en/of beperking. Dit stelt eisen aan de huisvesting, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van ruimten voor individuele begeleiding, verzorging dan wel overige onderwijsondersteuners. Deze specifieke keuzes worden aan de schoolbesturen overgelaten om binnen het ruimtebudget inclusiever onderwijs te realiseren. In vernieuwing van de huisvesting wordt elke Sliedrechtse school inclusiever, waarbij flexibiliteit het uitgangspunt is bij de nieuwbouw. Tegelijkertijd is er het besef dat het beste onderwijs voor sommige kinderen niet altijd het meest dichtbij is. Passend onderwijs kan ook betekenen dat sommige leerlingen een andere onderwijsomgeving vragen om zich te kunnen ontwikkelen. Het speciaal basisonderwijs of het SO of VSO in Sliedrecht of naburige gemeenten is soms beter passend. Het inclusiever ontwikkelen van de voorzieningenstructuur is echter een belangrijk uitgangspunt wanneer sprake is van vernieuwing van de huisvesting.

Onderwijsachterstandenbeleid 2025-2028 In 2025 en verder zal er gewerkt worden aan onderwijs waar de kinderen in Sliedrecht hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen en waarbij taalachterstanden voorkomen en bestreden kunnen worden. Door de samenwerking tussen basisonderwijs, de kinderopvang en de bibliotheek te versterken, wordt de leerling vroegtijdig gestimuleerd en geprikkeld om meer met boeken en lezen bezig te zijn. Zo wordt er bijgedragen aan het opgroeien van een nieuwe generatie die volwaardig kan deelnemen aan de samenleving en de arbeidsmarkt.

(Integrale) Kindcentra (I)KC In het basisonderwijs in Sliedrecht wordt reeds aangesloten bij onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder de koppeling met voorschoolse voorzieningen (kinderopvang). (I)KCvorming wordt gestimuleerd zodat kinderen (en daarna leerlingen) een doorgaande leerlijn ervaren, waarbij bijvoorbeeld taalachterstanden gecontinueerd verholpen en bestreden kunnen worden. In de ambitie van thuisnabij passend en inclusief onderwijs neemt de (I)KC-vorming een belangrijke plaats in. De gemeente en de schoolbesturen onderschrijven het belang van de (I)KC-vorming. De schoolbesturen hebben een voorkeur voor de vorming van brede(re) voorzieningen c.q. (I)KC’s zodat sprake is van netwerken voor kinderen idealiter onder één dak. Echter ook in elkaars nabijheid moet het mogelijk zijn samen te werken aan de inhoudelijke ambities en doelstellingen, zoals o.a. geformuleerd in het onderwijsachterstandenbeleid. Met de (I)KC-vorming worden betere randvoorwaarden gecreëerd voor een gezamenlijke visie op de ontwikkeling van kinderen van 0 – 12 jaar en wordt de overgang van voorschoolse voorzieningen naar basisonderwijs vergemakkelijkt.

Sport, bewegen en gezondheid Gemeente en schoolbesturen streven ernaar om met bewegen en spelen een goede gezondheid te stimuleren. Er wordt gestreefd naar het realiseren van meer groene schoolpleinen, die de uitdagend en avontuurlijk zijn. Bij een groot aantal scholen wordt het schoolterrein ook al na schooltijd intensief gebruikt. Dit vraagt wel nadere afspraken over eigendom en verantwoordelijkheden (overlast, vernieling en (vervangings-)onderhoud). Vanuit het belang van bewegen, sporten en spelen is het belangrijk dat er nabij de scholen ook voldoende voorzieningen voor bewegingsonderwijs beschikbaar zijn (zowel binnen als buiten). Daarnaast kunnen ook de sportvelden hiervoor ingezet worden, door deze meer toegankelijk te maken.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 16

Vrijheid van schoolkeuze versus beschikbare capaciteit De ambitie inzake thuisnabij onderwijs betekent dat de capaciteit van de voorzieningen zoveel mogelijk moet aansluiten bij de onderwijsbehoefte in de betreffende wijken van Sliedrecht. De capaciteit en vernieuwing van de huisvesting wordt afgestemd op de aanwezige basisgeneratie i.c. het aantal kinderen in de leeftijd 4 - 12 jaar; de ruimtebehoefte is mede gebaseerd op het aantal te verwachten kinderen in een wijk. Dit kan echter op gespannen voet staan met het uitgangspunt voor de vrije schoolkeuze. Nieuwbouw heeft vaak een aantrekkende werking op de leerlingenaantallen, waardoor leegstand ontstaat in bestaande schoolgebouwen. De capaciteit van de bestaande schoolgebouwen moet zo efficiënt en duurzaam mogelijk ingezet worden. Conform de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs zal bij groei van het aantal leerlingen in eerste instantie gebruik moeten worden gemaakt van de beschikbare capaciteit elders alvorens uitbreiding plaatsvindt. Het uitgangspunt is behoud van een vrije schoolkeuze. In de praktijk betekent dit dat scholen over voldoende capaciteit moeten beschikken voor de aanwezige basisgeneratie in een bepaald gebied. Door de voorstellen in het voorliggende IHP wordt beoogd om ook in Baanhoek West voldoende capaciteit te realiseren voor het regulier basisonderwijs.

Behoud onderwijsaanbod speciaal (basis-)onderwijs en voortgezet onderwijs In het kader van “iedereen doet mee”, kansengelijkheid, talentontwikkeling voor alle jongeren in de gemeente, streven de gemeente en de gezamenlijke schoolbesturen naar het behoud van het aanwezige gespecialiseerde onderwijs en het voortgezet onderwijs (praktijkonderwijs en VMBO). In beginsel moeten veel leerlingen in de leeftijd 12 – 16/18 jaar de mogelijkheid hebben hun schoolloopbaan binnen de gemeentegrenzen te kunnen afronden met uitzondering van leerlingen die zijn aangewezen op gespecialiseerde voorzieningen en voortgezet onderwijs die nu niet aanwezig zijn in Sliedrecht. Het is niet de bedoeling het huidige onderwijsaanbod VO uit te breiden, maar het huidige aanbod te behouden en te versterken.

4.3

Huisvestingsvisie en -ambitie

Kwalitatief goede schoolgebouwen zijn nodig voor de onderwijsprestaties van de leerlingen, het welbevinden van de medewerkers, het werkklimaat, de leefbaarheid van de diverse wijken en dragen in algemene zin bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De voorzieningenstructuur onderwijs moet toegankelijk, bereikbaar, functioneel, veilig, gezond en duurzaam zijn. Alle leerlingen en medewerkers moeten kunnen leren en werken in een aantrekkelijke leer- en werkomgeving. Iedereen ‘verdient’ een passende huisvesting. Bovenstaande betekent voor Sliedrecht een tweeledige opgave: a. het fasegewijs vernieuwen van de bestaande onderwijshuisvesting en b. de capaciteit passend maken qua ruimtebehoefte voor de huidige en toekomstige leerlingenaantallen en de onderwijskundige ambities inzake o.a. de (I)KCvorming, passend en inclusief onderwijs. Voorkomen moet ook worden dat er te veel capaciteit in stand wordt gehouden, omdat dit leidt tot onnodige kosten voor zowel de schoolbesturen als de gemeente. Anderzijds biedt overcapaciteit mogelijkheden aanvullende functies toe te voegen die van belang zijn voor de talentontwikkeling van kinderen en jongeren. In de vernieuwing van de onderwijshuisvesting zal ook gekeken kunnen worden in hoeverre de gebouwen multifunctioneler ingezet kunnen worden voor andere doeleinden, wanneer het onderwijs de ruimten niet nodig heeft.

De gemeente streeft naar optimalisering van het gebruik van al haar maatschappelijk vastgoed. Vanzelfsprekend vindt dit plaats in overleg met de schoolbesturen, die juridisch eigenaar zijn van de gebouwen. De bovengenoemde ‘dubbele’ opgave vindt plaats vanuit een aantal uitgangspunten met betrekking tot het huisvestingsbeleid. Een belangrijk uitgangspunt is dat de huisvestingsverordening het formele toetsingskader blijft. In deze paragraaf wordt nog ingegaan op een aantal aanvullende uitgangspunten.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 17

Omvang scholen en dislocaties Het ministerie van OC&W heeft voor elke gemeente een minimale omvang voor basisscholen ingesteld. De stichtingsnorm voor de gemeente Sliedrecht bedraagt 288 leerlingen, de opheffingsnorm is 173 leerlingen. De gemiddelde schoolgrootte in Nederland bedraagt circa 220 leerlingen. Scholen met minder dan 145 leerlingen worden aangemerkt als ‘kleine school’ en ontvangen een zogeheten ‘kleine scholentoeslag’ van de Rijksoverheid (tot iets meer dan € 100.000 per jaar). Op deze wijze worden kleine scholen extra gefaciliteerd voor het bieden van kwalitatief goed onderwijs en de instandhouding van het schoolgebouw. Een aantal scholen heeft 2 locaties (Anne de Vriesschool, CBS Prins Willem-Alexander, SO & VSO Bleyburgh). Daarnaast zijn OBS Roald Dahl en OBS De Wilgen formeel één school (beide scholen hebben hetzelfde brinnummer). Deze scholen functioneren echter als zelfstandige basisscholen. De stichtingsprocedure leidde ertoe dat de Anne de Vriesschool en CBS Prins Willem-Alexander een hoofd- en dislocatie hebben; op grond van de stichtingsprocedure was het niet mogelijk een nieuwe zelfstandige school te realiseren en moest er gewerkt worden met een dislocatie. Hoewel het onderwijskundig, organisatorisch en financieel een dislocatie een aantal nadelen heeft, is er geen aanleiding de dislocaties af te stoten.

Concentratie van alle leerlingen op een unilocatie van de betreffende scholen is niet mogelijk. Voor de SO en VSO Bleyburgh is een onderwijskundige en organisatorische keuze gemaakt de beide doelgroepen te splitsen over 2 locaties.

Combinatie van functies Het heeft bij de vernieuwing van het scholenlandschap de voorkeur om kindfuncties (kinderopvang) te integreren in de schoolgebouwen. Dit sluit aan bij de onderwijsvisie van de gezamenlijke schoolbesturen. Dit betreft echter geen recht of plicht. Soms is het qua kosten of aantal verwachte kinderen niet haalbaar dit te organiseren en soms kunnen gebouwen in de nabijheid van de school deze kindfuncties ook op een goede wijze huisvesten. De huisvesting van kindfuncties is daardoor altijd maatwerk. In de ontwikkeling van de onderwijsvoorzieningenstructuur in de uitbreidingswijk Sliedrecht Noord streven de gemeente en de schoolbesturen naar de vorming van voorzieningen waarin (minimaal) kinderopvang en basisonderwijs participeren. In het kader van inclusief en thuisnabij onderwijs kan overwogen worden om in de planontwikkeling ook het SBO, SO en eventueel VSO te betreken. De conceptontwikkeling hiervoor dient in deze IHP-planperiode vorm en inhoud te krijgen. Voor zover leegstand in schoolgebouwen niet nodig is voor de scholen zelf, kan deze met instemming van het college van B&W worden verhuurd aan de kinderopvang dan wel andere organisaties. Het beleid met betrekking tot medegebruik en verhuur onderwijshuisvesting is hiervoor van toepassing (verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Sliedrecht).

Op dit moment wordt voorzien in ruimte voor de kinderopvang ter grootte van minimaal 90 m². Bij groei van de school blijft deze ruimte behouden voor de kinderopvang. In de vernieuwing van de onderwijshuisvesting door renovatie, levensduurverlenging of vervangende nieuwbouw zal echter sprake zijn van maatwerk daar waar het gaat om de omvang van de voorzieningen voor de kindfuncties. Het kan zijn dat in bepaalde gebieden de behoefte aan kinderopvang immers aanzienlijk groter is dan in andere wijken. Dit zou bijvoorbeeld van toepassing kunnen zijn voor een nieuwbouwwijk in Sliedrecht Noord, waar ouders wellicht een grotere behoefte hebben aan kinderopvang dan in de bestaande wijken van Sliedrecht. Het is van belang met deze wisselende behoefte rekening te houden en te komen tot maatwerk per project.

Renovatie Renovatie is nog geen voorziening in de huisvestingsverordening. Het is de bedoeling dat ook levensduurverlenging c.q. renovatie een voorziening wordt in de regelgeving, omdat het in bepaalde situaties een goed en volwaardig alternatief is voor vervangende nieuwbouw. Renovatie is een grootschalige en integrale aanpak van een bestaand schoolgebouw, waarmee de levensduur wordt verlengd met tenminste 25 jaar en het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 18

Bij de vraag of renovatie of nieuwbouw in een bepaalde situatie het beste past, zijn er verschillende afwegingen te maken. Van belang zijn: •

Het voorkomen van kapitaalvernietiging (restant boekwaarde);

•

De huidige bouwkundige conditie (in beeld gebracht door middel van een bouwkundige schouw/NEN-meting);

•

De huidige onderwijskundige functionaliteit;

•

Te behalen voordelen op het gebied van energieverbruik, onderhoud en binnenklimaat;

•

Mogelijkheid om leegstand terug te dringen.

Hierbij is het ‘Afwegingskader renovatie’ van de PO-raad een hulpmiddel dat toegepast kan worden. Een businesscase van beide scenario’s alsmede een multicriteria-analyse zijn van belang om een weloverwogen afweging te maken. Voor ieder huisvestingsproject gaat het echter om maatwerk, waarbij in beginsel: •

De kosten voor de technische aanpassingen noodzakelijk voor een levensduurverlenging van minimaal 25 jaar voor rekening van de gemeente zijn;

•

De kosten voor de functionele aanpassingen voor rekening van de schoolbesturen zijn (schoolbesturen ontvangen hiervoor sinds 2015 middelen van het ministerie van OCW als onderdeel van het wetsvoorstel doordecentralisatie onderhoud en functionele aanpassingen);

•

De kosten voor onderhoud, die reeds in het MJOP waren voorzien, maken onderdeel uit van de renovatie en zijn voor rekening van het schoolbestuur (reservering onderhoud).

Binnen deze hoofdlijn zal er altijd sprake zijn van maatwerk per project. Er kunnen omstandigheden zijn waarom afgeweken kan worden van bovenstaande indeling. Zo kan de sociaal-maatschappelijke of sociaaleconomische omgeving van een school of kindcentrum aanleiding zijn tot extra investeringen door de gemeente vanwege de betekenis van de voorziening ook voor de wijkontwikkeling. Tevens kan worden onderzocht in hoeverre een betere huisvestingskwaliteit voordelen biedt voor de dagelijkse exploitatie. Eventuele besparingen kunnen eventueel onderdeel zijn van het dekkingsplan van de renovatie (en ook van vervangende nieuwbouw). Indien sprake is van vernieuwing worden met het schoolbestuur afspraken gemaakt over de bijdrage van het schoolbestuur. Denkbaar is dat eventueel beschikbare middelen voor onderhoud ingezet worden voor de renovatie/nieuwbouw. Door het verminderen van het onderhoudsniveau (tot bijvoorbeeld ‘het voorkomen van gebreken’) kan eventueel geld worden bespaard, dat voor de vernieuwing ingezet kan worden. De hoogte van de bijdrage van zowel de gemeente als het schoolbestuur zal per project verder worden uitgewerkt. Uitgangspunt van de gemeente is dat de vergoeding het mogelijk moet maken ook tijdens renovatie een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) te kunnen realiseren.

Duurzaamheid Bij de vernieuwing van voorzieningen wordt – vanzelfsprekend - gekeken naar duurzaamheidsmaatregelen die aansluiten bij hedendaagse en toekomstige ambities hierin. Immers, de nu te realiseren renovaties moeten ook in belangrijke mate bijdragen aan de reductie van de CO2uitstoot in 2030 en 2050 (reductieafspraken conform de Klimaatwet en de afspraken in de Routekaart primair en voortgezet onderwijs). Verduurzaming, zoals onder andere is uitgewerkt in de duurzaamheidsagenda van de gemeente Sliedrecht, is derhalve een onlosmakelijk onderdeel van een renovatie c.q. levensduurverlenging. Voor nieuwe voorzieningen zullen de duurzaamheidsambities veelal gemakkelijker te realiseren zijn dan in situaties van levensduurverlenging. Het landelijk kwaliteitskader onderwijshuisvesting is ook van toepassing voor de vernieuwing van de onderwijshuisvesting in de gemeente Sliedrecht. Voor nieuwbouw en renovatie wordt gestreefd naar ENG en gasloos. Voor nieuwbouw wordt in overleg met de schoolbesturen overlegd over aanvullende investeringen ten behoeve van de realisatie van energieneutraliteit. Wat betreft het programma Frisse Scholen wordt gestreefd naar een score van M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 19

Frisse Scholen klasse A voor de onderdelen licht, lucht en geluid (met als uitgangspunt dat per project de ambities in deze kunnen differentiëren). Het verduurzamen van de onderwijshuisvesting vindt plaats op “natuurlijke” momenten, hetgeen momenten van levensduurverlenging c.q. renovatie en/of vervangende nieuwbouw zijn. Schoolbesturen zijn vanzelfsprekend autonoom om ook binnen de financiële mogelijkheden maatregelen te nemen voor het verduurzamen van de eigen schoolgebouwen.

Cofinanciering & TCO De gemeente heeft een specifieke verantwoordelijkheid als het gaat om de financiering van schoolgebouwen. In de toekomst kan binnen de kaders van de wet- en regelgeving echter sprake zijn van cofinanciering door schoolbesturen in zowel situaties van renovatie als nieuwbouw. Het schoolbestuur kan bijdragen in nieuwbouw vanwege de optimalisering van de exploitatie. Cofinanciering in de vernieuwing van de huisvesting in het primair en (voortgezet) speciaal onderwijs is op dit moment nog niet wettelijk toegestaan. Het is echter wel een te verdedigen uitgangspunt voor de vernieuwing van de huisvesting. Op projectniveau kunnen nadere afspraken worden gemaakt tussen de gemeente en de schoolbesturen over het bijdragen in de vernieuwing door de schoolbesturen. Cofinanciering kan gekoppeld worden aan het ontwikkelen van onderwijshuisvesting op basis van een zogenaamde TCO-benadering (Total Costs of Ownership), waarbij ook schoolbesturen bijdragen aan de vernieuwing van de onderwijshuisvesting en de kosten en baten over de gehele levensduur in kaart worden gebracht. Schoolbesturen ontvangen middelen voor de instandhouding van hun gebouwen. Deze middelen kunnen ook (gedeeltelijk) worden ingezet als investeringen in de onderwijshuisvesting onder voorwaarde dat hiermee er een gunstigere exploitatie ontstaat (lager dan de vergoeding die zij ontvangen).

Dit geldt vanzelfsprekend ook voor andere functies die eventueel onderdeel uitmaken van de voorziening. Ook zij kunnen bijdragen om een betere TCO te bereiken. Met de schoolbesturen zal verder beleid worden ontwikkeld m.b.t. cofinanciering.

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 20

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 21

Onderwijshuisvesting gemeente Sliedrecht De gemeente Sliedrecht telt circa 26.000 inwoners. De komende 20 jaar zal het aantal inwoners groeien met de komst van de nieuwe wijk in Sliedrecht-Noord. Het is het voornemen hier ook onderwijsvoorzieningen te realiseren zodat hier ook sprake is van thuisnabij onderwijs voor de kinderen van 4 – 12 jaar. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het huidige onderwijsveld, dat wordt gevormd door basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs in Sliedrecht. Op dit moment vindt vernieuwing plaats van de basisschool PWA Valkweg en OBS De Wilgen. Op de huidige locatie van OBS De Wilgen wordt een nieuwe voorziening gerealiseerd voor onderwijs, kinderopvang, een sporthal en andere maatschappelijke functies. OBS De Wilgen en PWA Valkweg gaan het basisonderwijs in dit IKC aanbieden. Hiernaast is er in het nieuwe IKC keuze tussen kinderopvang van Partou en van Wasko. Deze vernieuwde locatie in Sliedrecht-Oost zal een waardevolle toevoeging zijn voor de gemeenschap en de buurt. De locatie PWA Waalslaan is per juli 2025 uitgebreid. Een aantal scholen vraagt aanpassingen in de onderwijshuisvesting die in dit IHP vorm gaan krijgen.

Een paar scholen kampen met ruimtetekort en/of een technisch en functioneel gedateerd gebouw (zo is onder andere bij de Johannes Calvijnschool uit metingen naar voren gekomen dat het binnenklimaat te wensen over laat en dat verbetering noodzakelijk is). De bouwjaren van de scholen in Sliedrecht lopen ook vrij uiteen. Zo is de CBS Oranje-Nassau gebouwd in 1930 (en gerenoveerd in 2008) terwijl in Baanboek-West een scholencomplex staat uit 2016 waarin de Anne de Vriesschool (basisonderwijs) en SO Bleyburgh zijn gehuisvest. De gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen in Sliedrecht is 36 jaar. Zonder vernieuwing zal het kwaliteitsniveau van een aantal schoolgebouwen verder afnemen. Het is daarom belangrijk om een planmatige- en integrale aanpak te hanteren om stapsgewijs de verouderde gebouwen te vernieuwen. De gemeente streeft ernaar om deze geleidelijke vernieuwing de komende jaren verder te ontwikkelen.

5.1

Onderwijsinfrastructuur gemeente Sliedrecht

De gemeente Sliedrecht heeft een pluriform en breed onderwijsaanbod verspreid over de gemeente. Dit betreft onder andere primair onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs.

Onderwijsveld In het primair, (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs in Sliedrecht is er sprake van 12 scholen: - 7 basisscholen - 1 School voor speciaal basisonderwijs (SBO) - 2 (V)SO scholen - 2 VO-scholen Deze scholen zijn gehuisvest zijn op 10 locaties. Een aantal scholen zijn gehuisvest op twee locaties, waaronder de Anne de Vriesschool en SO Bleyburgh in Baanhoek West, de Anne De Vriesschool en OBS Roald Dahl aan de Deltalaan, het VSO Bleyburgh en het Griendencollege en SBO De Akker en ZML De Rank. De scholen worden bestuurd en beheerd door vijf schoolbesturen: •

Stichting Christelijk Onderwijs Papendrecht en Sliedrecht (SCOPS) 1. Anne de Vriesschool Baanhoek 2. Anne de Vriesschool Deltalaan 3. CBS Oranje-Nassau 4. CBS Prins Willem-Alexander Waalslaan 5. CBS Prins Willem-Alexander Valkweg

M3V Advies – IHP Sliedrecht 2025

Pagina | 22

•

Openbaar Primair Onderwijs Papendrecht en Sliedrecht (OPOPS) 1. OBS Roald Dahl 2. OBS Henri Dunant 3. OBS De Wilgen

•

Specialisten in Passend Onderwijs (SPON) 1. SO Bleyburgh Baanhoek 2. VSO Bleyburgh locatie Griendencollege 3. Griendencollege 4. Praktijkschool De Sprong

•

Stichting Reformatorisch Speciaal Onderwijs Randstad 1. SBO De Akker 2. ZML De Rank

•

Johannes Calvijn (eigen bestuur) 1. Johannes Calvijnschool

SCOPS bestuurt en beheert de meeste scholen in Sliedrecht (5), gevolgd door SPON (4) en OPOPS (3). De overige schoolbesturen besturen in Sliedrecht één of twee scholen. Een aantal van deze schoolbesturen heeft ook in andere gemeenten scholen. Hoewel alle locaties in het SO en VSO als zelfstandige scholen functioneren, is er sprake van hoofdlocaties en dislocaties. Deze scholen hebben van Rijkswege eenzelfde zogenaamd brinnummer (bekostigingsnummer). Het voortgezet onderwijs wordt vormgegeven door praktijkschool De Sprong en het Griendencollege. Het onderwijsaanbod varieert van praktijkonderwijs, vmbo tot en met mavo. Het bevoegd gezag bestuurt en beheert ook het SO en VSO van de Bleyburgh.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/995/documents/12839