Bijlage 1 - Stedenbouwkundig Kader BHS.pdf
Tekst van het document
Stedenbouwkundig kader
Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht maart 2025
Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
Voorwoord Met trots presenteren wij het Stedenbouwkundig Kader Binnenstedelijke Herstructurering – een resultaat van intensieve samenwerking tussen de gemeente Sliedrecht, woningcorporatie Tablis Wonen en de grote betrokkenheid van onze inwoners. Dit document markeert een belangrijke volgende stap in de realisatie van de Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht (BHS), en bouwt voort op de fundamenten die zijn gelegd met de Stedenbouwkundige Visie Binnenstedelijke Herstructurering van oktober 2023. Dit stedenbouwkundig kader biedt heldere kaders om ruimtelijke ontwikkelingen in goede banen te leiden en ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. Het vormt een inspirerende leidraad voor onze bouwers en ontwikkelaars, met als uiteindelijke doel: een aantrekkelijk, leefbaar en toekomstbestendig Sliedrecht waar het voor iedereen goed wonen, werken en leven is. De eerder vastgestelde Visie schetste een ambitieus en realistisch toekomstbeeld voor ons dorp. Dit stedenbouwkundig kader brengt ons nu dichter bij die toekomst. De plannen worden concreter, vergunningen kunnen worden uitgewerkt en aangevraagd en het bouwen kan beginnen. We staan aan de vooravond van mooie veranderingen die ons dorp een nieuw leven inblazen. Samen geven we vorm aan een Sliedrecht waar we met trots kunnen wonen én leven – nu en voor de generaties die volgen.
We kijken uit naar de volgende stappen en de prachtige resultaten die we, met elkaar, gaan realiseren!
In opdracht van:
© Copywright afbeeldingen: Juurlink[+]Geluk BNSP Karl Weisbardstraat 7, 3024 EE Rotterdam
3
Leeswijzer Dit document stelt de stedenbouwkundige kaders vast voor de Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht (BHS): • Hoofdstuk 2: Analyse van de huidige situatie binnen en rondom de plangebieden, met aandacht voor mobiliteit, groen, architect uur en schaalverschillen. • Hoofdtsuk 3: Toelichting op de ruimtelijke uitgangspunten, zoals landschap, mobiliteit, gebouwtypologieën en ecologie. • Hoofdstuk 4: Beeldkwaliteitsregels voor de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. • Hoofdstuk 5: Stedenbouwkundige kaders per deellocatie. • Hoofdstuk 6: Overzicht van het grondgebruik in oppervlak voor de fase 1-locaties.
Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
4
Inhoud Voorwoord 3 Leeswijzer 4
4.2.5 Top 31
1. Inleiding 6
5.1 Maaslaan 32
1.1 Programma ruimtelijke vernieuwing 6 1.2 Doelstelling 6 1.3 Historische evolutie van Sliedrecht 7 1.4 Projectgebied en fasering 8 1.5 Woningbouwprogramma 9
2. Observaties 10 2.1 Mobiliteit 10 2.2 Groenstructuren 11 2.3 Architectuur en stedenbouw 12 2.4 Relatie privé en openbaar 13 2.5 Het grote schaalverschil tussen typische Sliedrechtse architectuur en gebouwcomplexen 14
3. Ruimtelijke ingrediënten
15
3.1 Totstandkoming 15 3.2. De Identiteit van BHS: Verdichten en vergroenen in de Sliedrechtse context 16 3.3 Landschappelijk raamwerk 17 3.3.1 Groene ruimtes en gemeenschapsvorming 3.3.2 Oplossingen voor waterbeheer 3.3.3 Natuurdaken en gebruiksdaken 3.3.4 Duurzame mobiliteit en parkeeroplossingen
3.4 Architectuur en stedenbouw
18 19 19 20
20
3.4.1 Vriendelijke architectuur 21 3.4.2 Gebouwtypologieën 21 3.4.3 Actieve begane grond 22 3.4.4 Ecologie 23
4. Beeldkwaliteitsplan 24 4.1 Inrichting openbare ruimte
25
4.2 Ontwerp van gebouwen
27
4.1.1 Landschap 25 4.1.2 Materialisatie en inrichtingselementen 26
5. Stedenbouwkundig kader deelgebieden 32 5.1.1 Gebiedsessenties 32 5.1.2 Ontwikkeling en huidige ruimtelijke context 33 5.1.3 Bouwenvelop 35 5.1.4 Mobiliteit en parkeren 37 5.1.5. Landschapsinrichting 38 5.1.6 Woonprogramma Maaslaan 39 5.1.7 Beelden op ooghoogte 40
5.2 Middeldiepstraat 42 5.2.1 Gebiedsessenties 42 5.2.2 Ontwikkeling en huidige ruimtelijke context 43 5.2.3 Bouwenvelop 45 5.2.4 Mobilteit en parkeren 47 5.2.5 Landschapsinrichting 48 5.2.6 Woonprogramma Middeldiepstraat 49 5.2.7 Beelden op ooghoogte 50
5.3 Valkweg 51 5.3.1 Gebiedsessenties 51 5.3.2 Ontwikkeling en huidige ruimtelijke context 52 5.3.3 Bouwenvelop 54 5.3.4 Mobilteit en parkeren 56 5.3.5 Landschapsinrichting 57 5.3.6 Woonprogramma Valkweg 58 5.3.7 Beelden op ooghoogte 59
5.5 Rembrandtlaan 69 5.5.1 Gebiedsessenties 69 5.5.2 Ontwikkeling en huidige ruimtelijke context 70 5.5.3 Uitgangspunten 72 5.5.4 Mobilteit en parkeren 74 5.5.5 Ambitie landschapsinrichting 75 5.5.6 Visie op de herinrichting van de Rembrandtlaan 75 5.5.7 Woonprogramma Rembrandtlaan 76 5.5.7 Beelden op ooghoogte 77
5.6 Dr. Schaepmanstraat 78 5.6.1 Gebiedsessenties 78 5.6.2 Ontwikkeling en huidige ruimtelijke context 79 5.6.3 Uitgangspunten 81 5.6.4 Mobilteit en parkeren 83 5.6.5 Ambitie landschapsinrichting 84 5.6.6 Woonprogramma Dr. Schaepmanstraat 85 5.6.7 Beeld op ooghoogte 86
5.7 Groene Stoep 87 5.7.1 Gebiedsessenties 87 5.7.2 Huidige ruimtelijke context 88 5.7.3 Uitgangspunten 88
6. Grondgebruik 89 6.1 Maaslaan 89 6.2 Middeldiepstraat 90 6.3 Valkweg 91
5.4 Thorbeckelaan 60 5.4.1 Gebiedsessenties 60 5.4.2 Ontwikkeling en huidige ruimtelijke context 61 5.4.3 Uitgangspunten 63 5.4.4 Mobilteit en parkeren 65 5.4.5 Ambitie landschapsinrichting 66 5.4.6 Woonprogramma Thorbeckelaan 67 5.4.7 Beelden op ooghoogte 68
4.2.1 Ruimtelijke inpassing 27 4.2.2 Kleur, materialisatie en tactiliteit 28 4.2.3 Plint 29 4.2.4 Middendeel 30
5
1. Inleiding
1.1 Programma ruimtelijke vernieuwing Het Project Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht (BHS) maakt deel uit van het bredere Programma Ruimtelijke Vernieuwing, dat zich richt op een duurzame en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente. Dit programma omvat onder meer de realisatie van een nieuwe wijk, Sliedrecht Noord, en de aanleg van een groene verbinding tussen deze wijk en het bestaande dorp. Een integrale aanpak staat hierbij centraal: we verbinden de maatschappelijke woningbouwopgave met ruimtelijke vernieuwing en het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte met een focus op Sliedrecht Oost. Gezien de uitdagingen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hevige regenval, wordt vergroening en een sterke groene dooradering van het buitengebied en de polder tot aan de rivier steeds crucialer. Binnen deze bredere context focust het project BHS op het realiseren van meer en een beter gevarieerd woningaanbod en het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit op zeven ontwikkellocaties. De uitvoering vindt plaats in drie fasen, verspreid over een periode van 15 jaar.
1.2 Doelstelling Sliedrecht is een fijne plek om te wonen, maar dat is niet vanzelfsprekend. Jongeren hebben moeite om betaalbare
woningen te vinden, veel sociale huurwoningen zijn verouderd en het gebrek aan groen en goede wandel- en fietsverbindingen beperkt onze leefkwaliteit en gezondheid. Tegelijkertijd staat Sliedrecht, net als de rest van Nederland, voor uitdagingen door klimaatverandering, zoals wateroverlast en hitte. Met dit stedenbouwkundig kader, gebaseerd op de Stedenbouwkundige Visie BHS 2023 en de Nota voor Stedenbouwkundige Transformatie en Verdichting 2023, zetten we concrete stappen om Sliedrecht toekomstbestendiger en aantrekkelijker te maken. De focus ligt op: • • •
•
Betaalbare en energiezuinige woningen voor diverse doelgroepen, waaronder starters en sociale huurders. Slim en efficiënt ruimtegebruik om het wooncomfort en de leefbaarheid te vergroten. Meer groen en betere verbindingen, met aantrekkelijke openbare ruimtes die bewegen en ontmoeten stimuleren. Sterkere sociale cohesie door buurten te creëren waar omwonenden en bewoners zich verbonden en thuis voelen.
Dit kader biedt een heldere koers voor het verbeteren van de leefomgeving en legt een stevige basis voor een vitaal, groen en betrokken Sliedrecht, nu en in de toekomst.
Luchtfoto van Sliedrecht Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
6
1.3 Historische evolutie van Sliedrecht Gefragmenteerde dorpsstructuur
Sliedrecht heeft zich in de afgelopen 70 jaar sterk ontwikkeld en uitgebreid. De groei van het oorspronkelijke dorp langs de Rivierdijk naar Sliedrecht-Oost heeft echter geleid tot een gefragmenteerde ruimtelijke structuur. Hierdoor bestaat Sliedrecht nu uit verschillende deelgebieden met elk een eigen karakter, maar zonder duidelijke onderlinge samenhang.
Sliedrecht 1952
Sliedrecht 1958
Sliedrecht 1969
Sliedrecht 1998
Dominante Oost-West opzet
Sliedrecht wordt verbonden door twee belangrijke oostwest routes: de Thorbeckelaan en de Rembrandtlaan. Langs de Rembrandtlaan, die door de Professorenbuurt loopt, is de ruimtelijke kwaliteit in de loop der tijd verminderd. De gesloten bebouwing met bergingen op de begane grond zorgt voor weinig interactie tussen de straat en de omliggende gebouwen en beperkt de sociale controle. De wandel- en fietspaden bij de afritten Sliedrecht-Oost en -West vormen daarentegen waardevolle groene verbindingen en belangrijke toegangsroutes naar nabijgelegen parken.
Stedenbouwkundige ontwikkeling
De te ontwikkelen locaties in Sliedrecht weerspiegelen een stedenbouwkundige aanpak die destijds passend was. Echter, vanuit hedendaags perspectief is een ontoegankelijke structuur ontstaan richting de omliggende wijken. Gesloten gebouwtypologieën en beperkt inclusieve, vaak versteende openbare ruimtes zorgen voor visuele en fysieke barrières. In het kader van het bredere Programma Ruimtelijke Vernieuwing, wordt met de beoogde ontwikkeling van deze BHS locaties toegewerkt naar een betere verbinding met de wijk en vergroening van de openbare ruimte.
Sliedrecht 2023 (kaarten afkomstig van Topotijdreis) 7
1.4 Projectgebied en fasering De individuele deellocaties binnen de BHS worden gefaseerd uitgevoerd. Dit stedenbouwkundig kader sluit aan op het tijdspad van de ontwikkeling en biedt per fase een passend niveau van uitwerking: concrete stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de eerstkomende ontwikkelingen, globalere uitgangspunten voor de middellange termijn en uitwerking op visieniveau voor de langere termijn.
Fase 1
Start circa 2025-2027 - Maaslaan - Middeldiepstraat - Valkweg
Uitwerking op concreet niveau: hier worden stedenbouwkundige en ruimtelijke raandvoorwaarden vastgesteld voor ontwikkeling op korte termijn.
Fase 2
Start circa 2027-2031
- Thorbeckelaan - Rembrandtlaan
Stedenbouwkundige uitwerking op globaal niveau: de voorgestelde stedenbouwkundige opzet vormt een logische invulling van de visie, ingrediënten en beeldkwaliteitseisen. De gepresenteerde tekeningen dienen als voorbeelden van hoe hier op termijn concreet invulling aan kan worden gegeven. Gezien het tijdspad van de ontwikkeling wordt, binnen de gestelde kaders, flexibiliteit geboden.
Fase 3
Start circa >2035
- Dr. Schaepmanstraat - Groene Long
De verschillende fasen van de Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
Kader stellend op visieniveau: hier worden stedenbouwkundige uitgangspunten op hoofdlijnen beschreven, waarmee op langere termijn concreter invulling kan worden gegeven aan de ontwikkeling. De gepresenteerde tekeningen dienen als voorbeelden. Gezien het tijdspad van de ontwikkeling wordt, binnen de gestelde kaders, flexibiliteit geboden. 8
1.5 Woningbouwprogramma Tot en met 2039 worden in samenwerking met Tablis Wonen ruim 705 woningen gebouwd. Dit omvat de sloop en vervanging van 438 sociale huurwoningen door betere en duurzamere woningen, evenals de toevoeging van ruim 44 extra sociale huurwoningen. Daarnaast worden minimaal 223 marktwoningen gerealiseerd. Met deze aanpak wordt ingezet op een toekomstbestendige woningvoorraad die aansluit op de behoeften van woningzoekenden in Sliedrecht. Met de BHS wordt ingezet op de realisatie van betaalbare woningen. Van de geplande nieuwbouw valt circa 90% binnen de betaalbaarheidsgrens van €405.000; een grens die jaarlijks door de NHG (in overleg met het Rijk) wordt vastgesteld en geactualiseerd. Wanneer we rekening houden met de sloop van bestaande sociale huurwoningen, valt van het netto aantal nieuw toe te voegen woningen circa 72% binnen deze betaalbaarheidsgrens.
Sociale huurwoningen
Marktwoningen
Maaslaan
43
73
Middeldiepstraat
26
Valkweg
42
Thorbeckelaan
168
69
Rembrandtlaan
160
Dr. Schaepmanstraat
85
39
Totaal
482
223
In de tabel is per deellocatie aangegeven hoeveel sociale huur- en marktwoningen worden gerealiseerd. Verderop in dit document wordt per deellocatie nader gespecificeerd om welke woningtypen en -groottes het gaat en welke doelgroepen hiermee worden bediend. Met dit stedenbouwkundig kader wordt het aandeel te realiseren betaalbare woningen en de verdeling tussen sociale huur- en marktwoningen per deellocatie vastgelegd. Gezien het tijdspad van de ontwikkeling is het echter van belang om binnen de fase 2- en fase 3-deellocaties enige flexibiliteit te behouden ten aanzien van woningtype, grootte en indeling. Dit biedt de mogelijkheid om in deze later te ontwikkelen deellocaties in te spelen op marktontwikkelingen en de eventueel veranderende woonvraag van de op dat moment relevante doelgroepen.
Voorbeeldproject waarbij verschillende typen woningen zijn gecombineerd 9
2. Observaties
2.1 Mobiliteit In Sliedrecht wordt momenteel veel langs de straat en op achterterreinen geparkeerd. Recente richtlijnen uit de Nota voor Stedenbouwkundige Transformatie en Verdichting omschrijven het belang om de visuele impact van parkeren op straat op de omgeving te beperken. Het verplaatsen van parkeerplaatsen uit het straatbeeld kan bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van de buitenruimte en aan vergroening.
Ontspannen
Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
Voor de BHS worden daarom oplossingen gezocht in parkeergarages, overdekte parkeervoorzieningen zoals parkeergarages met een daktuin en/of het landschappelijk inpassen van parkeerplaatsen door deze met groen te combineren.
Georganiseerd
10
2.2 Groenstructuren De huidige groenstructuur van Sliedrecht is gefragmenteerd, met beperkte ruimte voor recreatie, ontspanning en ontmoetingsplekken. Hoewel er enkele waardevolle groenvoorzieningen zijn, zoals de wandelpromenade langs de rivier, het Doctor Willem Dreespark en het Burgemeester Feitsmapark, is er in de woonwijken weinig groen. Bovendien worden groenvoorzieningen vaak door parkeerplaatsen van hun omgeving gescheiden, waardoor ze minder uitnodigend zijn voor gebruik.
Plekken
Randen
11
2.3 Architectuur en stedenbouw De architectuur van Sliedrecht weerspiegelt verschillende invloeden, van het historische dijklint tot de snelle groei na de Tweede Wereldoorlog en de recente bouw van BaanhoekWest. Oudere gebouwen zijn opgetrokken uit traditionele materialen zoals baksteen, in lijn met de historische bouwstijl van het dorp. Karakteristieke panden, zoals het Raadhuis onderscheiden zich door verfijnde baksteendetails.
Het klassieke dorp
Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
Daartegenover staan veel wooncomplexen uit de jaren zestig en zeventig, die vaak niet goed passen bij de schaal van het dorp en slecht aansluiten op de omgeving. Dit heeft een negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Hoewel recentere bouwprojecten hier meer oog voor hebben, worden vaak materialen gebruikt die niet aansluiten op het historische karakter van Sliedrecht.
Naoorlogse stedenbouw
Dorp op maaiveld
12
2.4 Relatie privé en openbaar In Sliedrecht speelt de relatie tussen het begane grondniveau van gebouwen en de openbare ruimte een belangrijke rol binnen de historische architectuur. Traditioneel hebben gebouwen kleine voortuinen die als buffer dienen tussen de gevel en de straat. Dit draagt niet alleen bij aan de uitstraling, maar zorgt ook voor een uitnodigende sfeer. Ook bij prominente gebouwen, zoals de kerk en het raadhuis, is de ruimte direct voor de gevel met zorg vormgegeven.
Het klassieke dorp
In de ontwikkelingen uit de jaren zestig en zeventig is deze aanpak echter veranderd. De verdieping op de begane grond wordt vaak gebruikt voor bergingen en logistieke doeleinden, waardoor er weinig interactie is met de openbare ruimte. Hierdoor missen deze gebouwen vaak de charme en toegankelijkheid die zo kenmerkend zijn voor de oudere architectuur van Sliedrecht.
Naoorlogse stedenbouw
Dorp op maaiveld
13
2.5 Het grote schaalverschil tussen typische Sliedrechtse architectuur en omvangrijke gebouwcomplexen Het dorp kent een mix van bouwstijlen en buurten, maar deze sluiten niet altijd goed op elkaar aan. Het historische dorpscentrum heeft een kleinschalige en uitnodigende uitstraling, terwijl latere wooncomplexen juist grootschaliger en functioneler zijn ontworpen, vaak omringd door open groene ruimte. Dit leidt tot een opvallend contrast in schaal en karakter binnen de bebouwde omgeving.
Het klassieke dorp
Door het gebrek aan verbinding tussen deze gebieden voelt het dorp op sommige plekken onsamenhangend aan, wat de mogelijkheden voor sociale interactie en een levendige openbare ruimte beperkt. Betere verbindingen, zoals voetpaden en gedeelde buitenruimtes, kunnen de verschillende delen van Sliedrecht beter met elkaar verbinden. Dit versterkt de samenhang van het dorp en draagt bij aan een prettige en uitnodigende leefomgeving.
Naoorlogse stedenbouw Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
14
3. Ruimtelijke ingrediënten
3.1 Totstandkoming De beoogde ontwikkeling van de BHS-locaties bouwt voort op eerder vastgestelde beleidskaders, waaronder de Stedenbouwkundige Visie Binnenstedelijke Herstructurering 2023 (hierna Stedenbouwkundige Visie) en de Nota voor Stedenbouwkundige Transformatie en Verdichting 2023 (hierna Verdichtingsnota). In een iteratief proces is een set ruimtelijke ingrediënten gemaakt. Deze zijn gebaseerd op de observaties zoals beschreven in hoofdstuk 2 en op dialogen met omwonenden
en belanghebbenden. De inzichten hieruit hebben geleid tot een uitwerking van het in de Stedenbouwkundige Visie vastgelegde woonprogramma. Het Stedenbouwkundig Kader sluit hiermee beter aan op de bestaande ruimtelijke context van Sliedrecht en de specifieke locaties. De beschreven ruimtelijke ingrediënten in dit hoofdstuk vormen de basis voor het uitgewerkte beeldkwaliteitsplan en de ontwerpen voor de BHS-locaties in de volgende hoofdstukken.
Een overzichtskaart van het Programma Ruimtelijke Vernieuwing. Onder dit programma valt de nieuwe wijk Sliedrecht-Noord’, de ‘Noord-Zuid verbinding’ en de BHS-locaties. 15
3.2. De Identiteit van BHS: Verdichten en vergroenen in de Sliedrechtse context De BHS richt zich op het versterken van de Sliedrechtse identiteit door een verbinding te leggen tussen het verleden en de toekomst. Waar naoorlogse ontwikkelingen binnen het dorp vooral inspeelden op de woningbehoefte, ging dat soms ten koste van de ruimtelijke samenhang. We streven met de nieuwe BHS-projecten naar een betere aansluiting op de bestaande omgeving.
Het klassieke dorp
Een belangrijk uitgangspunt is dat de nieuwe gebouwen in balans zijn met de menselijke schaal en de uitstraling van het dorp. Dit gebeurt door gebouwen toe te voegen die qua hoogte en vorm een overgang vormen tussen hoogbouw en twee-lagen-met-kap woningen. Daarnaast wordt ingezet op het creëren van kwalitatieve, groene ruimtes waar inwoners en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten. Hierbij wordt ook nadrukkelijk rekening gehouden met de mobiliteits- en parkeerbehoeften, zodat deze passend worden opgelost binnen de context van het dorp.
De BHS schaal
De BHS schaal
Naoorlogse stedenbouw Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
16
3.3 Landschappelijk raamwerk De ontwikkeling van de BHS-locaties volgt een landschapsgerichte aanpak, waarbij sociale en ecologische waarden van groen worden geïntegreerd in de dorpsstructuur. De nadruk ligt op het realiseren van een hogere dichtheid zonder verlies van de openbare ruimte of aantasting van de kwaliteit van openbare gebieden. Slimme parkeervoorzieningen creëren bijvoorbeeld meer ruimte voor ontmoetingsplekken op maaiveldniveau. De projecten dragen bij aan biodiversiteit en klimaatadaptatie door het toepassen van groene daken en gevels en sluiten aan bij het erfgoed van Sliedrecht met fijnmazige, op de menselijke schaal gerichte ontwerpen. Dit bevordert een levendig straatleven en versterkt de gemeenschapsvorming, met vier pijlers als uitgangspunt:
Groene ruimtes die uitnodigen tot ontmoeting
1. Duurzame mobiliteit- en parkeeroplossingen
3. Vriendelijke stedenbouw en architectuur
2. Groene ruimte en gemeenschapsvorming
4. Actieve begane grond
De openbare ruimte reflecteert de sfeer van het oude dijklint, met de nadruk op een levendig straatleven en actief gebruik van de
Vriendelijke architectuur waar klimaatadaptatie en biodiversiteit
gemeenschapsvorming.
openbare ruimte door bewoners en omwonenden.
onderdeel van zijn
Implementatie van duurzame mobiliteit- en parkeeroplossingen zorgen ervoor dat de groei van het aantal woningen in Sliedrecht niet ten kosten gaat van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Openbare en semiopenbare groene ruimtes bevorderen ontmoetingen tussen bewoners en omwonenden en dragen bij aan
Ontwerp van gebouwen en de openbare ruimte met een holistische benadering, waarbij biodiversiteit en klimaatadaptieve principes als onlosmakelijke elementen worden verweven.
17
3.3.1 Groene ruimtes en gemeenschapsvorming De nieuwe landschappelijke inrichting is erop gericht verbinding te maken met bestaande groene structuren om een samenhangend ecologisch netwerk te realiseren. Door strategisch geplaatste vegetatie ontstaat een geleidelijke overgang tussen private, semipublieke en publieke ruimtes. Dit bevordert een vloeiende ruimtelijke samenhang en draagt bij aan een harmonieuze interactie tussen verschillende gebieden. Hierdoor transformeert het landschap van een scheidende factor naar een integraal onderdeel van de omgeving en de gemeenschap. Drie belangrijke ontwerpprincipes staan hierbij centraal:
Groene ruimtes die uitnodigen tot ontmoeting
1. Aansluiting op bestaande groenstructuren
3. Groene ruimtes die uitnodigen tot ontmoeting
2. Versterken van bestaande groenstructuren
4. Zachte scheiding van private, semipublieke en publieke ruimte middels vegetatie
Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
Zachte scheiding van private en publieke ruimte middels vegetatie
18
3.3.2 Oplossingen voor waterbeheer
3.3.3 Natuurdaken en gebruiksdaken
Klimaatverandering leidt in Nederland tot langere perioden van droogte, afgewisseld met periodes van steeds intensievere neerslag. Het toepassen van slimme oplossingen voor waterbeheer is noodzakelijk, zowel om de openbare ruimte in het kader van verdichting zo efficiënt mogelijk te benutten als vanwege de beperkte infiltratiecapaciteit van de bodem in Sliedrecht.
Daken kunnen een belangrijke rol vervullen als gemeenschapsruimtes, natuurruimtes en voor energieproductie. Om deze functies effectief te benutten is het van belang deze te scheiden. Binnen de BHS wordt daarom onderscheid gemaakt tussen twee typen daken:
Op veel ontwikkellocaties worden daarom retentiedekken toegepast, die zich bovenop de gebouwde parkeervoorzieningen bevinden. Deze dekken fungeren als buffers: bij hevige neerslag vangen ze tijdelijk water op dat daarna gecontroleerd wordt afgevoerd. Zo wordt overbelasting van het riool voorkomen. Tijdens droge periodes zorgen de waterbuffers niet alleen voor verkoeling, maar ook voor de irrigatie van vegetatie die op de retentiedekken groeit.
Natuurdaken: deze daken worden ingericht met een vegetatielaag die bijdraagt aan verkoeling en het ondersteunen van flora en fauna. Het is mogelijk om dit te combineren met energieopwekking. Gebruiksdaken: voor daken van gebouw(delen) met maximaal vier verdiepingen, waarbij het dak direct grenst aan de gevel van een aangrenzende woonlaag, geniet het de voorkeur deze in te richten als gebruiksdak. Deze daken moeten fungeren als toegankelijke en functionele terrassen die bedoeld zijn voor gebruik door de bewoners.
Schematische weergave van een retentiedek
Schematische weergave van een gebruiksdak en natuurdak
Plein gesitueerd bovenop een retentiedek
Natuurdak gecombineerd met energieopwekking
Gebruiksdak ingericht als ontmoetingsruimte 19
3.4 Architectuur en stedenbouw
3.3.4 Duurzame mobiliteit en parkeeroplossingen Fietsparkeren wordt op alle BHS-locaties inpandig geregeld. Voor het parkeren van auto’s wordt, afhankelijk van de ruimtelijke context van elke locatie, een passende oplossing gekozen. Daarbij staan twee primaire benaderingen centraal:
de BHS. Daarom wordt in de meeste gevallen gekozen voor half verzonken parkeergarages of parkeergarages op begane grondniveau. Beide varianten bieden de mogelijkheid om op het dak collectieve tuinen voor bewoners te realiseren.
Met de BHS wordt ingezet op verdichting. Het is echter van belang dat de ontwikkeling zorgvuldig wordt afgestemd op de bestaande omgeving, zodat de beoogde nieuwbouw hiermee niet in conflict komt.
•
Gebouwde parkeeroplossingen met daarboven een groen retentiedek.
•
Parkeren op half verharde oppervlakken in de openbare ruimte.
Bij collectief parkeren op straatniveau worden de parkeerplaatsen zoveel mogelijk geconcentreerd op één locatie binnen het perceel. Dit creëert meer ruimte voor bewoners en omwonenden om de openbare ruimte actief te gebruiken. Wanneer concentratie niet haalbaar is, wordt het parkeren verdeeld en geïntegreerd in de groenstructuren. Het gebruik van halfverharde bestrating helpt bovendien om verstening te verminderen en draagt bij aan een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte.
Stedenbouwkundig betekent dit dat de bouwvolumes moeten aansluiten bij de bestaande schaal en structuur van de omgeving. Architectonisch wordt gestreefd naar een zekere ‘zachtheid’ in het ontwerp. Hierbij speelt de gelaagdheid van de gebouwen een belangrijke rol: zowel de plint (de begane grond) als de top (de bovenste verdiepingen) dienen zich in het ontwerp duidelijk te onderscheiden.
In veel bestaande wooncomplexen in Sliedrecht wordt parkeren opgelost met ondergrondse garages waardoor er meer ruimte op straat vrijkomt. Deze oplossing is echter relatief kostbaar en past niet altijd binnen het budget van
Huidige situatie: collectief parkeren op straatniveau
Voor de plint is een actieve begane grond een belangrijk uitgangspunt. Dit betekent dat deze zich richt op de schaal van de voorbijganger, wat de interactie tussen de bebouwing en de direct aangrenzende openbare ruimte bevordert. De stedenbouwkundige opzet van de individuele gebouwen moet deze gelaagdheid en transparantie versterken. Afzonderlijke gebouwen vormen een samenhangend geheel, maar onderscheiden zich tegelijkertijd van elkaar door een herkenbare eigen karakteristiek en identiteit.
Groene inpassing van half verharde parkeerplaatsen
Top Oplossing: gebouwde parkeeroplossing met groen retentiedek
Midden
Inpassing in het landschap
Plint
Inpandige fietsenstallingen Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
20
3.4.1 Vriendelijke architectuur In lijn met de Verdichtingsnota dient de architectuur binnen de BHS aan te sluiten bij de karakteristieke sfeer van Sliedrecht en in harmonie te zijn met de tactiliteit en het historische erfgoed van het dorp. Dit vertaalt zich niet alleen in het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen, maar ook in een gevarieerde materialisering, aandacht voor detaillering en het toepassen van neggen. De nadruk ligt op de menselijke schaal, wat wordt bereikt door het toepassen van fijnkorrelige architectuur. Dit houdt in dat de voorkeur wordt gegeven aan meerdere kleinere gebouwen in plaats van grootschalige complexen. Deze opzet maakt het mogelijk om het landschap op een natuurlijke wijze te integreren in de plannen en een aantrekkelijke openbare ruimte te creëren. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat vrijstaande gebouwen aan alle zijden een actieve of bewoonde plint hebben, zodat interactie met de omgeving wordt gestimuleerd en een levendige, toegankelijke sfeer ontstaat.
3.4.2 Gebouwtypologieën De Verdichtingsnota schrijft voor dat bij gebouwen hoger dan vier bouwlagen vanaf de vierde bouwlaag setbacks van minimaal twee meter moet worden toegepast. Dit betekent dat de gevels van de bovenste bouwlagen aan alle zijden twee meter terugspringen ten opzichte van de onderliggende vier bouwlagen. Maatwerk is hierin mogelijk, mits dit in relatie staat tot de omgevingsbebouwing. Hiermee wordt een geleidelijke overgang in schaal gecreëerd, wat bijdraagt aan een evenwichtige en harmonieuze inpassing van nieuwbouw in de bestaande stedelijke omgeving. Samengevat zijn de belangrijkste uitgangspunten: • Tactiliteit: variatie in materiaalgebruik met oog voor detail. • Fijnkorrelige architectuur: meerdere kleine gebouwen in plaats van massale complexen. • Setbacks: terugspringende gevels bij hogere gebouwen.
Twee belangrijke uitgangspunten staan centraal met betrekking tot de, per locatie, toe te passen gebouwtypologieën: het toepassen van fijnkorrelige typologieën en het zorgvuldig beheersen van de overgang in schaal tussen de bestaande bebouwing in Sliedrecht en de beoogde nieuwbouw. Afhankelijk van de specifieke kenmerken van elke locatie worden rijwoningen, quadrantwoningen met ingangen aan alle zijden en woonblokken met corridorontsluitingen toegepast, al dan niet in combinatie met elkaar. In sommige gevallen vereist de unieke situatie van een locatie het gebruik van speciale typologieën. Deze typologieën, met een meer uitgesproken vormvariatie, zorgen niet alleen voor een passende schaal en korrel, maar dragen ook bij aan de stedelijke kwaliteit van de omgeving.
Schematische weergave van links naar rechts: woonblok met coridorontsluiting, quadrantwoning en rijwoning
Variatie in materiaalgebruik met oog voor detail
Kleine gebouwen in plaats van grote complexen
Schematische weergave: special
Schematische weergave: special
Middeldiepstraat
Maaslaan 21
3.4.3 Actieve begane grond Een belangrijk kenmerk van de BHS is het creëren van een gezonde en evenwichtige relatie tussen de begane grond van woongebouwen en de aangrenzende openbare ruimte. In lijn met de Verdichtingsnota dragen de voorgeschreven kaders in dit document hieraan bij door de straat en de begane grond als één samenhangend geheel te benaderen. Dit houdt in dat voortuinen een passend niveau van privacy bieden, terwijl tegelijkertijd een groene inrichting op straatniveau voor de gevel wordt gerealiseerd. Dit draagt bij aan een uitnodigende en menselijke sfeer. Een open en actieve plint draagt bovendien bij aan de sociale veiligheid en de interactie met de openbare ruimte. Wonen op de begane grond bevordert sociale controle en zicht op de straat, wat een positief effect heeft op het veiligheidsgevoel. Transparantie en een directe relatie tussen de plint en de openbare ruimte versterken deze interactie.
Dorp op ooghoogte
Transparantie en een directe relatie met de openbare ruimte
Zoals beschreven in hoofdstuk 2 Observaties, leidt een gesloten of inactieve plint daarentegen juist tot een minder levendige omgeving en een verminderd gevoel van sociale veiligheid.
Een open en actieve plint draagt bij aan sociale veiligheid en interactie met de openbare ruimte Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
22
3.4.4 Ecologie De ontwikkeling van de BHS-locaties richt zich op een evenwichtige relatie tussen stedelijke ontwikkeling, natuur en leefbaarheid. Ecologie wordt geïntegreerd in openbare ruimten en bebouwing door het toepassen van inheemse beplanting, het aanleggen van groene corridors en het creëren van natuurlijke habitats. Groene zones, zoals parken, groene daken en dekken en gevelgroen, bieden schuil- en voedselplekken voor fauna en dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit. Er dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van fauna in de omgeving. Op basis hiervan wordt een plan opgesteld waarin: • •
•
bij de keuze van de toe te passen beplanting rekening wordt gehouden met het faciliteren van lokale fauna; natuurinclusieve oplossingen, zoals nestkasten, worden geïmplementeerd en afgestemd op de behoeften van de lokale fauna; bij het ontwerp van groene (gebruiks)daken wordt gekeken naar het creëren van een geschikte omgeving voor lokale fauna, waarbij lagere daken bijvoorbeeld geschikt zijn voor insecten en hogere daken aantrekkelijk worden gemaakt voor vogels.
Faciliteren van lokale fauna
Nestkast in de gevel
Lage daken zijn geschikt voor insecten en hogere daken zijn geschikt
Van ego naar eco: de mens als onderdeel van de natuur, niet
voor vogels
erboven
Toepassing van inheemse beplanting als gevelbegroeiing 23
4. Beeldkwaliteitsplan
Verankering in Sliedrecht: identiteit van BHS
De BHS-locaties verdienen een eigen identiteit en karakter die passen bij de huidige tijdgeest, maar openstaan voor toekomstige ontwikkelingen. Het is van belang dat deze ontwikkeling qua schaal en uitstraling aansluit bij de kernwaarden van Sliedrecht. De BHS-locaties zullen straks in Sliedrecht herkenbaar zijn, zowel door hun architectuur als door hun rol als verbindend puzzelstuk tussen de contrasterende schalen van de historische en naoorlogse bebouwing.
Beeldkwaliteit voor gebouw en openbare ruimte
In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke en architectonische kwaliteitseisen voor de te ontwikkelen BHS-locaties vastgelegd. De richtlijnen in dit beeldkwaliteitsplan dienen als toetsingskader voor bouwplannen. Na vaststelling door de gemeenteraad krijgt het beeldkwaliteitsplan een juridische status. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft het beoogde ambitieniveau, zowel in tekst als in beeld, en heeft als doel de ontwikkeling van een hoogwaardige leefomgeving te waarborgen. De randvoorwaarden bieden enerzijds houvast en anderzijds ruimte voor creatieve invulling. Het doel hiervan is om te komen tot een overkoepelend, samenhangend eindbeeld voor de BHS-ontwikkellocaties.
Naast de beeldkwaliteitseisen zoals vastgelegd in dit beeldkwaliteitsplan, zijn bij de beoordeling van een bouwwerk ook de algemene welstandscriteria van toepassing. Deze criteria zijn gebaseerd op universele kwaliteitsprincipes voor heel Sliedrecht. Ze vormen de basis voor elke planbeoordeling en omvatten een toelichting op algemene architectonische begrippen en aspecten.
Fasering van de BHS
Gezien de gefaseerde ontwikkeling van de BHS-locaties is flexibiliteit nodig voor de projectlocaties in fase 2 en 3. Toekomstige beleidswijzigingen, al dan niet voortkomend uit maatschappelijke ontwikkelingen, kunnen immers leiden tot een aanpassing in eisen ten aanzien van de beeldkwaliteit. Voor fase 2 en 3 kan actualisatie van dit beeldkwaliteitsplan daarom nodig zijn. Belangrijk uitgangspunt is dan ook dat eventuele wijzigingen van randvoorwaarden goed worden onderbouwd en dat het vastgelegde ambitieniveau voor de beeldkwaliteit niet wordt ondermijnd.
De voorgeschreven beeldkwaliteitseisen voor de BHS bouwen voort op principes uit de Nota voor Stedenbouwkundige Transformatie en Verdichting (hierna Verdichtingsnota). Het hoofdstuk Beeldkwaliteit behandelt twee hoofdthema’s:
Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
•
Inrichting van de openbare ruimte - Landschap - Ecologie - Materialisatie en inrichtingselementen
•
Beeldkwaliteit voor gebouwen - Kleur, materialisatie en tactiliteit van de gebouwen - Plint van de gebouwen - Middendeel van de gebouwen - Top van de gebouwen
24
4.1 Inrichting openbare ruimte
Toetsingscriteria
4.1.1 Landschap
De Verdichtingsnota biedt basisrichtlijnen die als belangrijke uitgangspunten voor de beeldkwaliteit van de landschapsinrichting gelden. Daarnaast zijn aanvullende regels van toepassing om te waarborgen dat een prettige, aantrekkelijke en functionele groene omgeving ontstaat:
Met de ontwikkeling van de BHS-locaties wordt ingezet op het realiseren van een gezonde leefomgeving waarin samenkomst en gemeenschapszin op verschillende manieren worden gefaciliteerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de landschapsinrichting van openbare ruimten en gemeenschappelijke, semi-private binnenterreinen.
•
Minimaal 100% van de footprint komt terug als horizontale buitenruimte, waarvan minimaal 40% is ingericht met groen dat bijdraagt aan de biodiversiteit.
•
Binnenterreinen en parkeerdekken worden voorzien van een grondpakket van minimaal 80 cm, zodat kwalitatieve beplanting en bomen van voldoende omvang kunnen wortelen.
•
Scheiding van openbare- en (semi)private binnenterreinen, niet middels hekken, maar middels een buffer van vegetatie: • Voor voortuinen geldt dat deze buffer een breedte heeft van 0,5 tot 1,5 meter en een maximale hoogte van 1 meter. • Voor achtertuinen heeft de vegetatieve buffer een breedte van 0,5 tot 1,5 meter en een minimale hoogte van 1 meter.
•
Gevels van parkeergarages worden zo veel mogelijk ingepast in bebouwing met een actieve plint.
•
Overige gevels van parkeergarages worden ingepast in het landschappelijk ontwerp: • Toepassen van een groen talud om het hoogteverschil te overbruggen naar het parkeerdek; • Groene gevels met een (deels) open begroeiing geven doorkijkjes in de parkeergarage.
•
Beplanting in het openbaar gebied en op de parkeerdekken wordt afgestemd op de behoeften van lokale fauna.
•
Parkeren op maaiveld is zo min mogelijk zichtbaar door het landschappelijk in te passen in de groenstructuur.
Schematische weergave van de vegatatiebuffer
Scheiding van openbare- en (semi)private ruimtes middels een vegetatiebuffer
Landschappelijke inpassing van maaiveldparkeren 25
4.1.2 Materialisatie en inrichtingselementen
Toetsingscriteria
Bij de materialisering van de openbare ruimte voor de BHSlocaties staan niet alleen uitstraling maar ook functionaliteit en duurzaamheid centraal. De materiaalkeuze dient aan te sluiten op de omgeving, zowel visueel als contextueel, met aandacht voor de lokale identiteit. Doordachte en harmonieuze materiaalkeuzes versterken de samenhang tussen gebouwen, straten en pleinen, verbeteren de gebruikskwaliteit en sluiten aan op de bestaande omgeving.
•
Er wordt zo min mogelijk verharding toegepast.
•
Parkeerplaatsen dienen te worden aangelegd met grasbetonstenen om een natuurlijke uitstraling te behouden en de waterdoorlatendheid te bevorderen. De keuze voor grasbetonstenen moet voldoen aan de technische eisen van de LIOR.
•
Voetpaden, fietspaden en wegen moeten aansluiten op de bestaande materialisering van de openbare ruimte op de verschillende locaties en conform de richtlijnen van de LIOR worden uitgevoerd. Daarbij vraagt de Middeldiepstraat om een andere materialisering ten opzichte van de andere locaties omdat deze onderdeel is van het centrumgebied van Sliedrecht.
•
Voetpaden op eigen terrein worden zoveel mogelijk in halfverharding uitgevoerd om een natuurlijke uitstraling te behouden en de waterdoorlatendheid te bevorderen.
•
Straatmeubilair en speelvoorzieningen worden uitgevoerd in duurzame, robuuste, natuurlijke materialen die passen bij de uitstraling van de omgeving.
•
Verlichting in de openbare ruimte moet zowel functioneel als esthetisch zijn en conform de LIOR worden uitgevoerd. De verlichting moet de veiligheid verbeteren zonder daarbij lichtvervuiling te veroorzaken. De armaturen worden afgestemd op de architectuur van BHS en, afhankelijk van de locatie, op de bestaande armaturen in de openbare ruimte.
Voor de inrichting van de openbare ruimte dient een Inrichtingsplan Openbare Ruimte (IPOR) te worden opgesteld, dat de richtlijnen van de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) volgt. Deze leidraad vormt de basis voor zowel de procedure van het opstellen als de beoordeling van het IPOR.
Grasbetonsteen voor parkeerplaatsen
Zo veel mogelijk halfverharde voetpaden op eigen terrein
Natuurlijke robuuste materialen voor straatmeubilair Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
Natuurlijke robuuste materialen voor speelvoorzieningen 26
4.2 Ontwerp van gebouwen 4.2.1 Ruimtelijke inpassing Met de ontwikkeling van de BHS-locaties wordt ingezet op het realiseren van een gezonde leefomgeving waarin samenkomst en gemeenschapszin op verschillende manieren worden gefaciliteerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de landschapsinrichting van openbare ruimten en gemeenschappelijke, semi-private binnenterreinen.
Toetsingscriteria
De richtlijnen uit de Verdichtingsnota vormen de basis voor de beeldkwaliteitseisen. Deze richtlijnen zijn aangevuld met de volgende eisen voor de ruimtelijke inpassing van de nieuwbouw: •
Vriendelijke architectuur
Naast een goede stedenbouwkundige opzet is ook architectonische inpassing in de bestaande ruimtelijke context van belang. Dit gebeurt door de massaliteit van gebouwen te beperken en ‘vriendelijke architectuur’ toe te passen. Plinten en toppen worden daarbij duidelijk onderscheiden van het overige bouwvolume. De plint is gericht op de schaal van de voorbijganger, met terugliggende gevels bij entrees, terrassen en een levendige, gevarieerde invulling van de bebouwing. Getrapte bouwvolumes en afwijkende materialisering voor de toppen van gebouwen beperken de massaliteit en creëren gelaagdheid, waardoor aansluiting met de omgeving wordt verbeterd. Binnen elke BHS-locatie dragen de individuele gebouwen bij aan deze gelaagdheid. De nieuwe gebouwen vormen een samenhangend geheel, maar onderscheiden zich tegelijkertijd van elkaar, zodat elk gebouw een herkenbare, eigen karakteristiek en identiteit heeft.
Vrijstaande gebouwen beschikken aan alle zijden over Minimale afstand tussen gebouwen
een actieve of bewoonde plint
Verdichting is, conform de Verdichtingsnota, toegestaan tot een maximum van zes tot acht bouwlagen op de BHS-locaties: • Tot en met vier bouwlagen mag het bouwvolume in één geheel worden opgetrokken, met aandacht voor het toepassen van ‘vriendelijke architectuur’; • Vanaf de vierde bouwlaag moeten setbacks van minimaal twee meter worden toegepast. Dit betekent dat de gevels van de bovenste bouwlagen aan alle zijden twee meter terugwijken ten opzichte van de onderliggende vier bouwlagen. Maatwerk is hierin mogelijk, mits dit in relatie staat tot de omgevingsbebouwing.
•
De stedenbouwkundige opzet van de nieuwbouw bestaat uit fijnkorrelige architectuur, wat betekent dat er meerdere gebouwen met een kleinere voetprint worden gerealiseerd in plaats van grootschalige complexen.
•
Tussen gebouwen van vier of meer verdiepingen moet altijd een minimale afstand van 12 meter worden aangehouden, waarbij rekening wordt gehouden met de bezonning van de gebouwen, bijvoorbeeld door het toepassen van verspringende rooilijnen.
•
Gebouwen van drie lagen of minder kunnen aan elkaar worden geschakeld. Indien deze worden gescheiden, dient hiertussen minimaal 4,8 meter afstand te worden gehouden.
•
Vrijstaande gebouwen beschikken aan alle zijden over een actieve of bewoonde plint: • Bovenstaande toetsingscriteria gelden als een richtlijn, elke locatie vraagt om maatwerk en met voldoende onderbouwing kan er afgeweken worden van de richtlijnen.
Fijnkorrelige stedenbouwkundige opzet
Setbacks vanaf de vierde bouwlaag
Afstand tussen gebouwen creëert lucht en ruimte 27
4.2.2 Kleur, materialisatie en tactiliteit
Toetsingscriteria
De kleur, materialisering en detaillering van de nieuwbouw op de BHS-locaties moeten op elkaar zijn afgestemd om onderlinge samenhang en de herkenbaarheid van de BHS-projecten te versterken. Hierbij is het van belang om op harmonieuze wijze aan te sluiten op de bestaande bebouwing in Sliedrecht.
•
Gebouwen moeten een duidelijke drielaagse opbouw hebben, waarbij de gevel van de plint, het middendeel en de top duidelijk van elkaar worden onderscheiden.
•
De beeldtaal van de architectuur is terughoudend, verfijnd en eigentijds.
Vriendelijke architectuur
•
Als hoofdmaterialisering worden bakstenen of hout toegepast en de kleurstelling van de materialisering dient aan te sluiten op de historische context van Sliedrecht.
Voor de BHS-projecten is een zorgvuldige detaillering van de bouwvolumes en gevels vereist om een ‘vriendelijke’ architectuur te realiseren die aansluit bij de schaal en het karakter van Sliedrecht. Als hoofdmaterialisering worden bakstenen of hout toegepast, die harmoniseren met het kleurenpalet, de identiteit en het karakter van het dorp. Dit versterkt de relatie tussen oud en nieuw en draagt bij aan een samenhangend straatbeeld. Door subtiele nuances in de kleur van de materialen en het metselwerk ontstaat een levendig en gelaagd gevelbeeld.
•
Kleurnuances worden gerealiseerd door het gebruik van verschillende tinten baksteen of hout, zowel binnen individuele gebouwen als tussen de verschillende gebouwen onderling.
•
Dieptewerking voegt tactiliteit toe aan de gevels en wordt gerealiseerd door het toepassen van elementen zoals neggen, erkers, luifels en een rijke textuur in het metselwerk.
•
Het gebruik en de toepassing van biobased materialen geniet een sterke voorkeur.
Dieptewerking voegt tactiliteit toe aan de gevels
Eigentijdse, terughoudende en verfijnde architectuur
De lokale kleur baksteen
Met de BHS wordt op eigentijdse wijze aansluiting gezocht bij bouwstijlen uit het verleden Voorkeur voor het gebruik van biobased materialen Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
28
4.2.3 Plint
Toetsingscriteria
De plint vormt de overgang tussen het gebouw en de straat; het is de plek waar architectuur en stedelijke ruimte elkaar ontmoeten en waar een goede aansluiting op het beoogde landschappelijke raamwerk tot stand komt. Een zorgvuldig ontworpen plint bevordert interactie, toegankelijkheid en een menselijke schaal. Dit wordt bereikt door het introduceren van transparantie, variatie in gevelindelingen, uitnodigende entrees en een gedetailleerde afwerking. Hierdoor ontstaat een levendige en aantrekkelijke uitstraling op straatniveau.
•
De vormgeving van de plint wijkt subtiel af van het middendeel van het gebouw, zonder de visuele eenheid van het geheel te verstoren. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door subtiele variaties in kleur en/ of afwijkingen in het metselwerk of aftimmering ten opzichte van de hoofdmaterialisatie van het gebouw.
•
De vormgeving van de plint wijkt subtiel af van het middendeel van het gebouw, zonder de visuele eenheid van het geheel te verstoren. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door subtiele variaties in kleur en/of afwijkingen in het metselwerk of aftimmering ten opzichte van de hoofdmaterialisatie van het gebouw.
•
Utilitaire functies, zoals parkeervoorzieningen, transformatorruimtes en technische installaties, worden bij het ontwerpen van de plint aan het zicht onttrokken vanuit de openbare ruimte en opgenomen in gebouwen.
•
Het ontwerp van de plint dient bij te dragen aan een goede interactie met de aangrenzende (semi)openbare ruimte. Houten pergola’s worden hiervoor als een geschikt middel beschouwd.
•
Plinten van woningen hebben een uitnodigende, minimale hoogte van 3,5 meter en plinten van voorzieningen hebben een minimale hoogte van 4 meter.
•
Gemeenschappelijke entrees (lobby’s) van appartementgebouwen worden uitnodigend vormgegeven, bijvoorbeeld door deze dubbelhoog te maken, een setback tot 1,5 meter breed, toe te passen of architectonisch te accentueren.
•
Ingangen van woningen op de begane grond worden van de straat gescheiden door een terras van 1,5 meter breed, gecombineerd met een 0,5 tot 1,5 meter brede vegetatieve buffer en gerealiseerd met een verdiepte ligging van 50 cm ten opzichte van de gevel.
•
Ingangen van woningen vanuit tuinen, binnenterreinen of parken worden van de groene ruimte gescheiden door een terras van 3 meter, dat verdiept kan worden geïntegreerd in de gevel met een diepte van 0,5 tot 1,5 meter.
•
Gesloten gevels dienen te worden omgeven door een minimale buffer van 80 centimeter voor het plaatsen van klimplanten of plantenbakken.
•
Het toepassen van houten pergola’s in de plint versterkt de interactie met de aangrenzende (semi)openbare ruimte en geniet daarom een sterke voorkeur.
Plinten wijken subtiel af van het middendeel van het gebouw door afwijkingen in het metselwerk of aftimmering
Voorbeelduitwerkingen plint
Voorbeelden van hoe groen geïntergreerd kan worden in de plint
Pergola’s geïntegreerd in de plint 29
4.2.4 Middendeel
Toetsingscriteria
Het middendeel vormt qua oppervlak het grootste deel van het gebouwvolume en speelt daarom een belangrijke rol in de beleving van het gebouw als geheel. De vormgeving van dit deel moet goed aansluiten bij de bestaande ruimtelijke context van de omgeving. Ten opzichte van de plint en de top van het gebouw dient het middendeel zich te onderscheiden, maar tegelijkertijd een coherent en logisch geheel te vormen met het gebouw als geheel.
•
Een deel van de gevels moet worden gereserveerd voor verticale beplanting, zoals klimplanten. Dit gebied dient zoveel mogelijk te zijn geclusterd.
Balkons worden maximaal half uitkragend uitgevoerd
Oplossingen voor geluidsbelasting op privé buitenruimtes worden ontworpen als intergraal onderdeel van de gevel Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
Het middendeel onderscheidt zich qua vormgeving van de top en de plint van het gebouw: • De afwijking in vormgeving ten opzichte van de plint is subtiel. De plint en het middendeel zijn duidelijk te onderscheien, maar sluiten in hun ontwerptaal goed op elkaar aan en vormen één coherent geheel; • De afwijking in vormgeving ten opzichte van de top is explicieter en wordt nader toegelicht bij de beeldkwaliteitsuitgangspunten voor de top.
•
Het middendeel wordt opgetrokken uit het basismateriaal, baksteen of hout, waarbij de mogelijkheid bestaat om rondom de gevelopeningen differentiatie aan te brengen door middel van textuur of nuances in materialisatie.
•
Dieptewerking voegt tactiliteit toe aan de gevels en wordt gerealiseerd door het toepassen van elementen zoals neggen en kleinschalige bouwdelen, die zorgen voor een open en uitnodigende uitstraling.
•
Een deel van de gevels moet worden gereserveerd voor verticale beplanting, zoals klimplanten. Dit gebied dient zoveel mogelijk te zijn geclusterd. Daarbij wordt de beplanting afgestemd op de behoefte van lokale fauna.
•
Privébuitenruimtes in de vorm van balkons worden niet volledig uitkragend uitgevoerd, maar dienen maximaal half uitkragend te zijn
•
De onderzijden van de balkons en uitkragingen worden mee ontworpen als integraal onderdeel van de gevel en mogen de visuele samenhang van het gevelontwerp niet verstoren.
•
Oplossingen voor geluidsbelasting op de gevel en op privé buitenruimtes mogen het gevelbeeld niet verstoren als losstaande addities, maar dienen als integraal onderdeel van het gebouw te worden ontworpen: • Situaties waarin privébuitenruimtes door geluidsbelasting niet gerealiseerd kunnen worden, worden bij voorkeur voorkomen door een slimme indeling van de gebouwplattegrond. • Iedere bewoner heeft recht op een kwalitatieve privébuitenruimte. Als dit door geluidsbelasting niet mogelijk is, wordt dit gecompenseerd met een hoogwaardige gemeenschappelijke buitenruimte op het dak.
Balkons en uitkragingen worden mee ontworpen als integraal onderdeel van de gevel
Staaldraden en rasters voor klimbeplanting
Verticale gevelbeplanting 30
4.2.5 Top De top, inclusief het dak, moet worden ontworpen als een integraal en gewaardeerd onderdeel van het gebouw. De top vormt namelijk de beëindiging van het bouwvolume en is daarmee bepalend voor de algehele uitstraling van het gebouw. Het is belangrijk om te voorkomen dat de top vanuit straatperspectief het gebouw visueel te zwaar maakt. Een doordacht ontwerp helpt de massaliteit te beperken en zorgt voor een lichtere uitstraling. Daarnaast bieden daken mogelijkheden voor klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en ontmoeting, welke dienen te worden benut.
Toetsingscriteria •
De top van het gebouw moet duidelijk afwijken van het middendeel en de plint. Een afwijking van de hoofdmaterialisatie geniet de voorkeur.
•
Daken worden ten alle tijden uitgevoerd als natuurdaken en dragen hiermee bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en natuurinclusiviteit:
•
In aanvulling hierop geldt dat voor daken van gebouwen met minder dan vier verdiepingen, waarbij het dak direct grenst aan de gevel van een aangrenzende woonlaag, het de voorkeur geniet om deze in te richten als groen gebruiksdak;
•
Begroeiing op de daken, bestaande uit kruidige vegetatie en bomen of struiken met substantieel volume, draagt bij aan ecologie en biodiversiteit. De beplanting dient afgestemd te worden op de lokale behoeften van fauna.
•
Opbouwen voor installaties worden vormgegeven als een integraal onderdeel van het dakenlandschap.
•
Opbouwen ten behoeve van installaties worden decentraal gepositioneerd, zodat maximaal gebruiksoppervlak beschikbaar blijft.
Groen gebruiksdak
Schuin natuurdak gecombineerd met energieopwekking
Dak ingericht als terras direct grenzend aan woning 31
5. Stedenbouwkundig kader deelgebieden
Maaslaan
Valkweg
Middeldiepstraat
5.1 Maaslaan 5.1.1 Gebiedsessenties De strategie achter het stedenbouwkundig plan voor de ontwikkeling aan de Maaslaan richt zich op aansluiting bij de kleinschalige woningbouw in de naastgelegen Rivierenbuurt en integratie met het Willem Dreespark. De aanpak omvat het concentreren van woningblokken richting het park en het plaatsen van eengezinswoningen langs de straat. Groene corridors versterken de sfeer en verbeteren de toegankelijkheid van het park, waardoor de straat en de achterliggende wijk op een natuurlijke wijze met de parkomgeving verbonden worden.
Twee belangrijke aspecten die uit het participatietraject met omwonenden en belanghebbenden naar voren kwamen, zijn het beperken van de bouwomvang tot de bestaande voetprint van de huidige bebouwing en verharding, en het minimaliseren van de massaliteit van de nieuwbouw. Het ontwerp speelt hierop in met een trapsgewijze opbouw vanaf de Maaslaan richting het park en een fijnkorrelige opzet van de gebouwen. Hierdoor wordt de massaliteit zoveel mogelijk beperkt en sluit de nieuwbouw aan op de bestaande schaal van de wijk. Er wordt niet buiten de voetprint van de huidige verharding en bebouwing gebouwd.
Stedenbouwkundige uitwerking en ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling van deelgebieden Maaslaan, Middeldiepstraat en Valkweg. Uitwerking op concreet niveau.
Legenda
Fase 1 Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
32
5.1.2 Ontwikkeling en huidige ruimtelijke context
Op de locatie aan de Maaslaan staan momenteel enkele gebouwen waarin voorheen een school, een fysiotherapiepraktijk en een kinderdagverblijf, sportschool en creatief centrum waren gevestigd. Deze gebouwen liggen tussen de Rivierenbuurt en het Doctor Willem Dreespark. Door de aanwezigheid van hekken en gesloten gevels vormt het gebied een onaantrekkelijke rand aan het park en belemmert het de verbinding tussen de wijk en het park. In de kaart hiernaast wordt getoond hoe de toekomstige ontwikkeling zich op hoofdlijnen verhoudt tot de huidige ruimtelijke situatie.
A Behoud van waardevolle bomen
Bij het opstellen van de stedenbouwkundige kaders en de bouwenvelop is rekening gehouden met het behoud van bestaande, waardevolle bomen. Sommige van deze bomen hebben een kruinomvang die zich binnen twee meter van de geplande bebouwing bevindt. Uit onderzoek blijkt dat veel van deze bomen behouden kunnen blijven, mits ze zorgvuldig worden gesnoeid. Deze maatregel draagt bij aan de gezondheid van de bomen en waarborgt tegelijkertijd de veiligheid en toegankelijkheid van de omliggende gebouwen en openbare ruimten. Ontwikkelaars worden gevraagd om vóór het opstellen van hun bouwplannen te onderzoeken welke bestaande waardevolle bomen behouden kunnen blijven. Indien behoud niet mogelijk is, dient de haalbaarheid van her- of verplant te worden onderzocht en onderbouwd. Het bouwplan moet hierop worden afgestemd, waarbij het behoud van ten minste de op tekening aangegeven bomen, eventueel door middel van snoeien, als belangrijk uitgangspunt geldt.
B
Legenda
0m
10m
25m
50m
33
Doorsnede A: bestaande situatie Maaslaan
Het Dr. Willem Dreespark
Doorsnede B: bestaande situatie Maaslaan
Huidige fietsroute door het Dr. Willem Dreespak
Huidige situatie: De Maaslaan Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
Te slopen bebouwing langs de Maaslaan 34
5.1.3 Bouwenvelop In afwijking van de richtlijnen uit de Nota voor Stedenbouwkundige Transformatie en Verdichting (hierna Verdichtingsnota) worden aan de Maaslaan setbacks toegepast van minimaal 0,60 meter in plaats van 2 meter. Vanwege de ligging aan de rand van het park is er voor deze maatwerk oplossing gekozen. Dit betekent dat de gevels van de bovenste bouwlagen aan alle zijden 0,60 meter terugliggen ten opzichte van de onderliggende vier bouwlagen. In plaats daarvan wordt voor de nieuwbouw aan de Maaslaan een getrapte gebouwopzet toegepast: •
De maximale bouwhoogte loopt getrapt toe naar een hoogteaccent van 6 bouwlagen (ca. 19 meter ) op 2 van de 5 woonblokken. Dit zorgt ervoor dat de nieuwbouw vanaf de Maaslaan minder massaal oogt. Deze hoogte sluit aan bij de grotere bomen in het park, waardoor ook aan de parkzijde met passende schaal wordt aangesloten op de omgeving.
Zuidelijk woonblok met corridorontsluitingen (special) •
Sociale woningen.
•
Terrasvormig gebouw met getrapte opbouw vanaf de Maaslaan richting het park, oplopend van 3 bouwlagen (ca. 10 meter) grenzend aan de Maaslaan tot maximaal 6 bouwlagen (ca. 19 meter) aan de parkzijde.
•
Terugliggende rooilijn aan de Maaslaan om beter aan te sluiten op de omgevende bebouwing, ruimte voor groen te reserveren en de integratie van het park met de wijk te versterken.
Legenda
0m
10m
25m
50m
35
Westelijke woonblokken met corridorontsluitingen •
Markt- en (midden)huurwoningen.
•
Het noordwestelijk woonblok kent een getrapte opbouw, oplopend van 4 bouwlagen aan de noordzijde tot 5 bouwlagen aan de zuidzijde, grenzend aan het zuidwestelijk bouwblok.
•
Het zuidwestelijk bouwblok kent een getrapte opbouw, oplopend van 5 bouwlagen grenzend aan het noordwestelijk bouwblok, tot 6 bouwlagen grenzend aan het zuidelijke sociale woonblok.
Rijwoningen •
Marktwoningen.
•
De rijtjeswoningen worden uitgevoerd in maximaal 3 bouwlagen (ca. 10 meter).
•
De rijwoningen worden niet als één aaneengesloten bouwvolume uitgevoerd, maar worden opgedeeld met minimaal één splitsing van ten minste 4,8 meter.
Maquette van de Maaslaan, gebruikt ter illustratie van de plannen tijdens participatiebijeenkomsten. Aan deze maquette kunnen geen afmetingen of rechten worden ontleend.
Doorsnede A: stedelijke inbedding toekomstige situatie Maaslaan
Doorsnede B: stedelijke inbedding toekomstige situatie Maaslaan Binnenstedelijke Herstructurering Sliedrecht Stedenbouwkundig kader
36
5.1.4 Mobiliteit en parkeren Om binnen de beperkte contouren van de huidige bebouwing een redelijke mate van dichtheid te bereiken en tegelijkertijd een kwalitatieve leefomgeving te realiseren, wordt een gebouwd parkeervoorziening op begane grondniveau voorgeschreven. Met uitzondering van het zuidelijke sociale woonblok worden de gebouwen rondom deze parkeeroplossing gegroepeerd. Bovenop de garage bevindt zich een groen retentiedek, ingericht als gedeelde tuin. Deze tuin op de eerste verdieping is direct toegankelijk voor de bewoners van de aangrenzende woonblokken. De parkeervoorziening is bestemd voor alle toekomstige bewoners van het plangebied, inclusief die van het zuidelijke sociale woonblok, dat niet direct aan de parkeergarage grenst. Daarnaast wordt in elk bouwblok een inpandige fietsenstalling op de begane grond voorgeschreven, waarbij de exacte locatie binnen het gebouw nog kan worden aangepast.
Uitgangspunten mobiliteit en parkeren • • •
•
•
• •
Gebouwd parkeergarage op begane grondniveau met retentiedek/gedeelde binnentuin op de eerste verdieping. Elk gebouw beschikt over een inpandige fietsenstalling op begane grondniveau. De huidige fietsroute door het park vervalt. In plaats daarvan komt er een directe route die aansluit op de noordelijke fietsverbinding langs de A15. Hiervoor wordt een fietsbrug over de bestaande watergang in het noorden van het Willem Dreespark aangelegd. Er dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen te worden gerealiseerd om te voldoen aan de vigerende parkeernorm. De inpassing van de bouwvlakken en de parkeergarage biedt voldoende ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners van het woonprogramma aan de Maaslaan; Langs de Maaslaan wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers. De logistieke route is opgezet en ontworpen in overeenstemming met de voorschriften uit het Bouwbesluit, zodat deze ook kan functioneren als calamiteitenroute.