Bijlage 1 - Groenbeheerplan 2023-2026 Sliedrecht.pdf
Tekst van het document
Doelen/functies: waterinfiltratie, kijkgroen, aantrekkelijkheid/identiteit, vastgoedwaarde.
3.3.17
Sierheesters
Definitie: Sierheesters zijn houtige planten die vanaf de bodem vertakken en winterhard zijn. Ze worden geplant vanwege hun sierwaarde. Doelen/functies: inspelen op bodemdaling, waterinfiltratie, verkoeling (schaduw, luchtvochtigheid), kijkgroen , biodiversiteit/natuurwaarde , aantrekkelijkheid/identiteit, afscherming , windbreking, geluidsdemping, luchtzuivering, vastgoedwaarde. Situatie 2023: 1661 vakken, 13,45 ha. Momenteel wordt een deel van de sierheesters onderhouden via onderhoudssnoei. Andere sierheestervakken worden elke 5 jaar afgezet, waarna ze opnieuw uitgroeien. Deze laatste methode is goedkoper maar is minder gunstig voor de biodiversiteit en geeft elke 5 jaar een kaal beeld. De gemeente wil selectiever omgaan met het afzetten van sierheesters, meer afhankelijk van de soort. Het streven is om een groter deel van de sierheesters te gaan onderhouden via onderhoudssnoei, met als gevolg een stabieler beeld en een hogere biodiversiteit. We schoffelen sierheesters daarnaast gemiddeld 7 keer per jaar. Het aantal keren schoffelen per jaar hangt af van de gewenste beeldkwaliteit en de groeisnelheid van het onkruid.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Situatie 2023: Botanische rozen staan in 2023 niet apart op de beheerkaart. Botanische rozen snoeien we eens in de vier jaar. Daarnaast worden ze gemiddeld 7 keer per jaar geschoffeld. Het aantal keren schoffelen hangt af van de gewenste beeldkwaliteit en de groeisnelheid van het onkruid. 3.3.19
Bodembedekkende heesters
Definitie: Bodembedekkende heesters zijn struiken die zeer goed in de breedte groeien. Dat leidt tot een groen beeld en wat minder onderhoud. Doelen/functies: kijkgroen, waterinfiltratie, verkoeling (luchtvochtigheid), kijkgroen, biodiversiteit/natuurwaarde , aantrekkelijkheid/identiteit, vastgoedwaarde. Situatie 2023: 60 vakken, ongeveer 3000 m2. We schoffelen bodembedekkende heesters gemiddeld 7 keer per jaar, meestal op beeldkwaliteit B. Deze beheergroep en de bijbehorende beheermethode zullen in de toekomst gehandhaafd blijven. Net als bij sierheesters is het mogelijk om enige ondergroei te accepteren, zie 3.3.17.
Pagina 21 van 32
3.3.20
Vaste planten
Definitie: Winterharde planten, in perken geplant vanwege hun sierwaarde en de bijdrage aan biodiversiteit. Doelen/functies: waterinfiltratie , biodiversiteit ,kijkgroen, aantrekkelijkheid/identiteit, vastgoedwaarde. Situatie 2023: 256 vakken, ongeveer 1,05 ha. In vaste planten verwijderen jaarlijks zo'n 7 keer het onkruid, waarbij we het uitharken. Elk voorjaar maaien en bemesten we de planten, waarna ze weer met fris groen terugkomen. De gemeente zoekt mogelijkheden om het onderhoudsniveau te handhaven bij een lagere frequentie. Vaak wordt het onkruid getrokken/gewied, dus niet geschoffeld. Dat gebeurt zeker bij vaste planten in lava. Incidenteel wordt de lava aangevuld. 3.3.21
Wisselperk
Definitie: Sierperk, waar de beplanting jaarlijks meerdere keren gewisseld wordt, vaak vanwege een bepaalde gelegenheid. Doelen/functies: kijkgroen, aantrekkelijkheid/identiteit. Situatie 2023: Op de beheerkaart staan twee wisselperken met een oppervlakte van 56 m2. Er zijn er inmiddels meer. We beplanten wisselperken jaarlijks meerdere keren met wisselende soorten, vaak eenjarigen en bolgewassen Deze beheergroep en de bijbehorende beheermethode zullen gehandhaafd blijven. 3.3.22
Wadi beplant
Definitie: een laagte, bedoeld voor wateropvang en -infiltratie. De bodem van een wadi is meestal voorzien van een filterlaag, een infiltratielaag en een drainbuis. Een beplante wadi ziet eruit als een laaggelegen vasteplantenvak. Doelen/functies: Waterinfiltratie , kijkgroen, biodiversiteit/natuurwaarde, verkoeling (luchtvochtigheid), aantrekkelijkheid/identiteit, vastgoedwaarde. Situatie 2023: Momenteel kent de beheerkaart deze beheergroep niet. Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
De vaste planten in de wadi worden jaarlijks gemaaid en geruimd. Verder worden blad en zwerfvuil uit de wadi verwijderd. Dichtslibben van de wadi dient voorkomen te worden. 3.3.23
Bloembak
Definitie: Losse (verplaatsbare) plantenbak, met gesloten bodem, meestal geplaatst op veel bezochte plekken (b.v. centrum). Doelen/functies: kijkgroen, aantrekkelijkheid/identiteit, vastgoedwaarde. Situatie 2023: De losse bloembakken staan nu niet op de beheerkaart. Het beheer van bloembakken bestaat uit water geven, bemesten, planten onderhouden en planten vervangen. Zowel de beheergroep als de beheermethode zullen in de toekomst gehandhaafd blijven. 3.3.24
Faunapassage/kleinwildtunnel
Definitie: Een faunapassage is een voorziening waarmee wild veilig en ongedwongen een weg kan oversteken, zonder dat het verkeer gehinderd wordt. Voorbeelden zijn faunatunnels, looprichels onder bruggen, amfibiegoten en ecoducten (laatste n.v.t. in Sliedrecht). Doelen/functies: biodiversiteit/natuurwaarde , Situatie 2023: Momenteel kent de beheerkaart deze beheergroep niet. De gemeente heeft één faunatunnel in beheer. Momenteel heeft Sliedrecht geen beheermethode voor faunapassages/ kleinwildtunnels. In de toekomst zal dat wel nodig zijn. Afhankelijk van de vorm van de passage zal het beheer bestaan uit jaarlijkse inspectie en onderhoud: obstakels voor migratie van kleine zoogdieren, amfibieën, verwijderen, duszorgen dat de passage open blijft en blijft functioneren. 3.3.25
Takkenril
Definitie: Een takkenril is een stapel dood snoeihout, opgestapeld of gevlochten tussen palen. Doelen/functies: biodiversiteit/natuurwaarde , afscherming. Pagina 22 van 32
Situatie 2023: Momenteel kent de beheerkaart deze beheergroep niet.
3.4
Omdat in Sliedrecht nog geen takkenrillen aanwezig zijn, heeft Gemeente Sliedrecht geen beheermethode. De komende jaren zullen takkenrillen aangelegd worden. Het beheer zal bestaan uit jaarlijks aanvullen met nieuw snoeihout.
Regelmatig melden inwoners van Sliedrecht via het meldingensysteem Fixi mankementen in de openbare ruimte van Sliedrecht. We verdelen de meldingen naar wijk en vakgebied (straatreiniging, infra, groen).
3.3.26
Nestkast
Definitie: Kastje, meestal van hout, dat is opgehangen om holenbroedende vogelsoorten broedgelegenheid te bieden. Er bestaan ook kasten voor vleermuizen. Doelen/functies: biodiversiteit/natuurwaarde . Situatie 2023: Momenteel staan nestkasten niet op de beheerkaart. Nestkasten worden één keer per jaar in het najaar gecontroleerd en zo nodig schoon en leeg gemaakt, zeker als er vogels in gebroed hebben. 3.3.27
Werkzaamheden, niet voor één beheergroep
De medewerkers van de groenploegen voeren ook werkzaamheden uit die niet direct gekoppeld worden aan een beheergroep. Ze ruimen in de herfst het blad en doen klein onderhoud aan speeltoestellen, hekken, bankjes, afvalbakken en een gemaal. Ze ruimen zwerfvuil in beplanting en werken mee bij schade door storm, een ongeval of vandalisme. En in de zomer kunnen ze water geven aan zowel jonge bomen, jonge heesters, bosplantsoen als vaste planten. Ook de bestrijding van invasieve exoten koppelen we meestal niet aan een beheergroep. Verder doen de groenmedewerkers het voor- en nawerk bij diverse festivals of plechtigheden. Dergelijke niet-beheergroepgerelateerde werkzaamheden vragen ruim 16% van de tijd van de mensen die in het groen werken. 3.3.28
Eenmalige werkzaamheden aan een beheergroep
In de voorgaande subparagrafen is het planten van bomen al behandeld. Ook andere beheergroepen onderhouden we niet alleen, maar we realiseren of vervangen ook beplanting. De groenploegen zijn bezig met rooien, planten zaaien, enz., binnen de verschillende beheergroepen. Deze werkzaamheden vragen 4 à 5% van hun tijd. Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Meldingen
Afhankelijk van de urgentie beslist de opzichter of een melding op korte termijn afgehandeld wordt of op een actielijst komt, die binnen enkele weken afgehandeld wordt. Hij koppelt dat terug naar de melder, als die daarom gevraagd heeft. Dankzij de meldingen zijn een aantal mannen van de groenploeg regelmatig bezig met het oplossen van meldingen en dus niet met het reguliere groenwerk. Naar schatting gaat het om 6 à 7% van de werkuren van de groenmedewerkers. 3.5
Circulariteit
Groenbeheer leidt tot diverse afvalstromen, zoals maai-afval, bladafval, houtsnippers, zaaghout, snoei-afval, slootafval en schoffelvuil. Soms merkt de gemeente weinig van dat afval omdat het – bijna ongemerkt – ter plekke circulair verwerkt wordt. Gazongras of geklepeld gras blijft ter plekke liggen en verteert daar. Ook slootvuil ruimen we niet altijd en blijft dan op de oever liggen of wordt daar verspreid. Desondanks blijven er flinke groenafvalstromen die afgevoerd moeten worden. In de beheerperiode van dit groenbeheerplan zal de gemeente een vervolgstap zetten in de circulariteit en de af te voeren afvalstromen verkleinen door groen 'afval' te hergebruiken. Door bladafval waar mogelijk te laten liggen wordt de bodem verbeterd, wat weer leidt tot gezonder groen. Door snoeihout te verwerken in takkenrillen hoeft er minder snoeihout afgevoerd te worden en komen er nieuwe kansen voor biodiversiteit. Hout is een grondstof die op verschillende manieren nuttig gebruikt kan worden. De gemeente zoekt een bedrijf of persoon die van Sliedrechts hout meubels of andere voorwerpen kan maken. Uiteraard blijven er groen-afvalstromen die wel afgevoerd moeten worden. De gemeente brengt de in deze beheerperiode de mogelijkheden in kaart om die afvalstromen binnen of buiten de gemeente duurzaam her te gebruiken. Pagina 23 van 32
Werkwijze 4.1
Assetmanagement
Gemeente Sliedrecht wil haar eigendommen (assets) beheren volgens het principe van het assetmanagement: risico gestuurd, planmatig en samenhangend. Het Engelse woord assetmanagement betekent in het Nederlands vermogensbeheer. De bezittingen (assets) van de gemeente zijn zeer divers en verdeeld over schillende vakdisciplines, zoals verhardingen, riolering, openbare verlichting, groen en afval. Dit groenbeheerplan handelt alleen over de 'asset' groen en bomen en neemt vanuit praktische overwegingen een deel van het oppervlaktewaterbeheer en de grasbetonverhardingen mee. De groene assets worden beheergroepen genoemd en zijn beschreven in paragraaf 3.3. Elk van de 26 beschreven beheergroepen komt voor op verschillende locaties binnen de gemeente en heeft overal weer iets andere eigenschappen. De algemene richtlijnen zoals die per beheergroep in paragraaf 3.3. staan, vragen overal weer een iets andere toepassing. De keuzes op het lokale niveau van de concrete groenelementen blijven een zaak van het vakmanschap van de beheerder en de groenmedewerkers buiten. Die keuzes worden altijd gemaakt in samenhang met de plannen die er zijn voor andere assets die invloed kunnen hebben op het groenelement. Daarvoor wordt regelmatig overlegd met de andere vakdisciplines. Ieder moet van elkaar weten waar de ander mee bezig is. Daarmee worden de kansen en risico's voor een groenelement duidelijk.
Op basis daarvan en op basis van de beheerdoelen die vanuit het groenbeleidsplan per beheergroep gesteld zijn (zie paragraaf 3.3.), maakt de beheerder – in overleg met toezichthouder en voormannen - concrete plannen en beheerrichtlijnen per groenelement. Die plannen en richtlijnen ontstaan in een cyclisch proces, dat zowel toepasbaar is op één groenobject als op een complete beheergroep. Kort samengevat zijn de stappen plan–do–check–act. Het belangrijkste is dat er doelen gesteld worden, dat op basis van die doelen plannen worden Groenbeheerplan 2023-2026
gemaakt en uitgevoerd (plan-do). En vervolgens wordt via monitoring (inspecties op basis van doelen) en analyse geëvalueerd of met het uitgevoerde plan het gestelde doel inderdaad gehaald is (check). Op basis daarvan kan – indien nodig – het beheer bijgesteld worden (act). Door bewust te werken volgens deze zogenaamde pdca-cyclus, verbetert de kwaliteit van het groenonderhoud in de loop van de tijd. 4.2
Werkwijze, processen & inhoud
4.2.1
Wijzigingen in het beheersysteem
Als onderlegger voor dit beheerplan is een beheertabel opgesteld, waarvan een sterk vereenvoudigde versie in bijlage 1 is opgenomen. De gegevens uit die beheertabel worden via de zogenaamde IMBOR-systematiek verwerkt in het beheersysteem (de beheerkaart), zodat iedereen kan terugvinden wat de bedoeling is. Dat zal leiden tot nieuwe punten, lijnen of vlakken op de kaart. Denk aan de nestkasten en de faunapassages. Vaak zullen vlakken op de kaart opgedeeld moeten worden in meerdere vlakken. Dat leidt ook tot gewijzigde uitvoeringsaanwijzingen per beheergroep. En aan die uitvoeringaanwijzingen worden nog de uren en bedragen gekoppeld, die nu in de beheertabel staan. Het is dan mogelijk om via de beheerkaart een schatting van uren en kosten te maken. Ook de invasieve exoten moeten worden geïnventariseerd en in de kaart verwerkt worden. Omdat invasieve exoten zich zelden aan de grenzen van de beheergroepen houden, zal het een aparte laag in de kaart worden, die over de beheergroepen heen gelegd kan worden. Als de beheerkaart voldoende op orde is, dan kan hij ingezet worden om beheerwijzigingen in gang te zetten, in de gewenste richting. Dat kan eenvoudig door aan een vak, of een deel van een vak, een andere beheergroep toe te wijzen. Zo kan een vlak dat nu gazon of ruw gras is toegevoegd worden aan de beheergroep kruidenrijk grasland.
Omdat Kruidenrijk grasland andere uitvoeringsaanwijzingen heeft, leidt dat tot ander beheer en uiteindelijk tot een ander beeld buiten. Pagina 24 van 32
Voor een snel inzicht moeten de voormannen, opzichter(s) en de beheerder ook in het veld toegang hebben tot het beheersysteem, bijvoorbeeld via een app op de mobiele telefoon, zodat ze direct van de beheerkaart kunnen lezen welk beheer voor een vak geldt. 4.2.2
Jaarcyclus
De groenwerkzaamheden zijn seizoensgebonden, aansluitend op de natuurlijke processen van groei, bloei en aftakeling. In de winter zijn snoeien en planten belangrijke werkzaamheden. In het voorjaar en de zomer verschuift dat naar maaien, onkruidbestrijding, hagen knippen en – bij droogte – water geven. In het najaar vraagt het bladruimen veel tijd van de groenmedewerkers. Zoals beschreven in paragraaf 3.1. werkt de gemeente gedurende die jaarcyclus op beeldkwaliteit, gebaseerd op onderhoudsniveaus. De beeldkwaliteit wordt nu vooral ‘al doende’, gecheckt door de beheerder, de opzichter en de voormannen. Ze kunnen de kwaliteit toetsen aan de CROW-normen. We bevelen aan dat de beheerder, opzichter en de voormannen regelmatig (eens in het kwartaal?) een gezamenlijke controle op de beeldkwaliteit doen, aan de hand van de CROW-normen. Dat is dan de regelmatige 'check' in de pdca-cyclus (zie 4.2). 4.2.3
Groeninrichting en -renovatie
De voormannen inventariseren zelf elk najaar welke plantvakken ze willen inboeten (= dode planten vervangen) of vervangen en welke soorten ze daarvoor willen gebruiken. Dat gebeurt in nauw overleg met de beheerder, die de plannen toetst aan de beheerdoelstellingen en aan ruimtelijke beleidskeuzes (bijvoorbeeld groene longen) en projecten die in het dorp spelen of gepland zijn. De groenbeheerder dient daarom de projectenkaart van de gemeente goed te kennen. Wijzigingen in de inrichting van groenobjecten komen meestal voort uit projecten van andere vakdisciplines, bijvoorbeeld wegen, riolering of een renovatie/ophoging van een wijk. Regelmatig ontstaan door een project kansen voor groen, die er eerder niet waren. Zulke kansen moeten we zien en grijpen. Grote groenrenovaties, bijvoorbeeld van een park, dienen op
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
de projectenkaart gezet te worden. In zulke gevallen volgen de andere 'assets' het initiatief vanuit groen. Ook buiten de grote projecten om voeren de mensen van groenbeheer kleinere inrichtingsmaatregelen uit om de doelen uit dit beheerplan te realiseren. Enkele voorbeelden: •
•
•
4.2.4
Dode bomen laten liggen. Wellicht is het op enkele plekken mogelijk om een gekapte boom te laten liggen. In grotere bosplantsoenvakken en wellicht heestervakken kunnen kleinere stukken dood hout blijven liggen, om de biodiversiteit te verhogen. Realisatie van hakhout. Zeker in de parkzone kan meer reliëf gecreëerd worden, waarbij de meer droogteminnende boom- en heestersoorten op de hoogtes geplant kunnen worden, terwijl in de natte laagtes een broekbos- of griendachtige situatie kan komen met hakhoutbeheer. Ook het aanleggen van takkenrillen is een wijziging in inrichting, die doordacht moet gebeuren. De ligging moet zo gekozen worden dat de takkenril voldoende meerwaarde heeft voor de natuur en dat hij het beheer nergens in de weg zit. Bomen
Aanplant van bomen Een goede aanplant van een boom leidt tot minder problemen in groei en onderhoud van de boom. De gemeente zorgt voor de juiste boom op de juiste plaats (zie 3.3.13) en plant bomen daarna zorgvuldig aan. Gemeente Sliedrecht koopt haar bomen bij een boomkwekerij. Als de bomen besteld zijn, gaan medewerkers van de gemeente al vóór de levering bij de kwekerij langs om de gereserveerde bomen te keuren. Bij levering worden de bomen ingekuild, zodat ze hun vitaliteit behouden. Bij de aanplant zet de gemeente meestal een graafmachine in. Die maakt plantgaten van een voldoende formaat, vult die gaten met lokale grond of bomengrond of – onder verhardingen – boomgranulaat. Ook laat de machine de boom rustig in het gat zakken, zonder schade aan takken of wortels.
Pagina 25 van 32
Boomveiligheidscontrole Boomonderhoud vindt lang niet altijd in een vaste regelmaat plaats. De basis ervoor is een boomveiligheidscontrole (BVC). Gecertificeerde medewerkers van de gemeente controleren elke boom regelmatig visueel op gebreken. Daarbij wordt gelet op onder andere rottende snoeiwonden, plakoksels, spechtengaten, zwamaantastingen, de dichtheid van de kroon, ziekteverschijnselen en bastbeschadigingen. Op basis van de BVC-worden de bomen waarvoor dat voorgeschreven is nader onderzocht. Ook dat onderzoek leidt tot adviezen voor bepaalde maatregelen. In principe worden bomen alleen gekapt als dat nodig is vanwege veiligheid of ziekte, of als ze in een project niet meer te handhaven zijn. Soms kan de gemeente ervoor kiezen om een boom die doodgegaan is te laten staan – vaak vanwege de natuurwaarde. Het moet dan wel duidelijk zijn dat het veilig is dat die boom blijft staan. Daarom maken ook dode bomen deel uit van de BVC-controle. Er zijn vele ziektes en plagen bekend die in bomen kunnen voorkomen, zoals bloedingsziekte (vaak in kastanjes), paardenkastanjemineermot, massaria (platanen), iepziekte, essentaksterfte, eikenprocessierups (zie paragraaf 2.6). enz. Al deze ziektes en plagen worden tijdens de BVCcontrole herkend en meegenomen in de boordeling en de beheeraanwijzingen. 4.3
Financiën & verantwoording
Kosten op basis van beheergroepen Het groenbeheer van de gemeente wordt gepland en beheerd met behulp van een beheersysteem, die het beheer 'vertaalt' naar een beheerkaart. De basis van dit beheersysteem is de beheertabel, waarin per beheergroep de specifieke uitvoeringsrichtlijnen en de doelstellingen van de gemeente zijn vastgelegd. In paragraaf 3.3 van dit plan staan gedetailleerde beschrijvingen van de verschillende beheergroepen, de doelen die we ermee hebben en de daarbij behorende beheermethode.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Om de financiële aspecten van groenbeheer in kaart te brengen, hebben we de huidige werkwijze van onze onderhoudsploegen geanalyseerd, en met gebruik van normenboeken (Wageningen Environmental Research, 2022), daar uren en kosten aan toegewezen. Het kostenplaatje omvat zowel arbeidskosten als overige uitgaven. Op basis van de berekening van de oppervlaktes van de verschillende beheergroepen voor het jaar 2023, komen we tot een geschatte totale kostprijs van € 1,746 miljoen en een benodigd aantal uren van 20 FTE. Dat is inclusief eenmalige werkzaamheden en taken die niet direct gekoppeld zijn aan een beheergroep (zoals beschreven in 3.2.27 en 3.2.28). Het is de bedoeling om in het beheer geleidelijk toe te werken naar de doelen die zijn vastgesteld in het groenbeleidsplan 2021-2025. We streven ernaar in 2026 een groot deel van de doelen gerealiseerd te hebben. We verwachten dan een benodigde kostprijs van € 1,837 miljoen en 21,5 FTE aan uren. De impact van inflatiecorrectie en mogelijke uitbreiding van het areaal zijn daarin niet meegerekend. Begrote kosten De begrote kosten voor het groenonderhoud in het jaar 2024 bedragen € 1.142 miljoen. In dit bedrag zijn kosten voor groenbeheer, tractie, onderhoud van bomen en waterbeheer opgenomen. De personeelskosten zijn nog niet verwerkt in deze begroting.
Als we de loonkosten voor medewerkers die buiten in het groen werken apart beschouwen, komen we uit op ongeveer € 700.000, -. Samengevoegd bedragen de begrote kosten voor groenonderhoud, inclusief personeelskosten, grofweg € 1,842 miljoen. In vergelijking met het benodigde bedrag van € 1,837 miljoen voor 2026, kunnen we concluderen dat het begrote bedrag toereikend is, ook om de beoogde beheerwijzigingen tot 2026 te dekken. Het is van belang op te merken dat de gemeenteraad heeft besloten om het budget voor groenbeheer jaarlijks aan te passen op basis van het te beheren oppervlak. Deze aanpassingen zijn nog niet in de budgetbehoefte verwerkt. We kunnen daarom niet uitsluiten dat er in de toekomst toch een lichte toename van de budgetbehoefte voor groenbeheer zal zijn.
Pagina 26 van 32
4.4
Communicatie over de veranderingen
Over de veranderingen in het beheer moet zowel intern als extern goed gecommuniceerd worden. Het beeld van het groen gaat in de loop van de jaren veranderen. Het natuurlijkere beeld zal naar de bevolking goed uitgelegd moeten worden. Verder zal het groen in steeds grotere mate diverse beleidsdoelen gaan vervullen. Dat zullen we zowel extern als intern communiceren. We streven naar een planmatige communicatie over ecologisch beheer en de bijbehorende beeldkwaliteit. Communicatie kan soms gekoppeld worden aan groene initiatieven van gemeente en/of bewoners, zoals boomfeestdag, boomspiegelfeest of diverse buurtinitiatieven.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
4.5
Risico’s & kansen
Onder de groenmedewerkers van de gemeente bestaat veel belangstelling voor ecologisch groenbeheer. De verwachting is dan ook dat de – gedeeltelijk – nieuwe beheermethode goed opgepakt zal worden. Het wagen- en machinepark is al redelijk up to date. Op dat punt is er geen belemmering om meer ecologisch beheer in te voeren. Het beheerssysteem moet aan de nieuwe beheergroepen aangepast worden. Daarvoor moeten de nieuwe beheergroepen (lagen) in het systeem aangemaakt worden en zal tekenwerk verricht moeten worden aan diverse groenvakken. De komende tijd zal dat de nodige inzet vragen.
Pagina 27 van 32
Planning Het nieuwe beheer kan niet van het ene op het andere moment ingevoerd worden. Allereerst moet de vernieuwde reeks beheergroepen voldoende correct in het beheersysteem staan. Daarnaast moeten op diverse plekken groenvakken niet allen in het systeem maar ook in de praktijk worden omgezet van de ene beheergroep naar de andere. Dat gebeurt òf via een ander beheer via een nieuwe inrichting (vaak beplanting), waarna een ander beheer volgt. Ook kleine wijzigingen in het machinepark kunnen nodig zijn. Via de volgende stappen kan het beheer in een aantal jaren aangepast worden aan het nieuwe beleid: 2023/begin 2024: Basis op orde • • • • • •
Plannen van assetmanagement (PDCA) in het werk; Budget reserveren voor actualisatie bomenbestand, monitoring en werkprotocollen. Maken ecologische werkprotocollen; Beheerkaart aanpassen met de nieuwe beheergroepen erop; Projectenkaart inzetten bij planning vervanging en inboet; Opzetten monitoring resultaten natuurlijk beheer.
2024: Starten vernieuwing beheer • •
Groenvakken omzetten naar een nieuwe beheergroep; Beheerkaart in gebruik bij groenbeheerder en voormannen;
Groenbeheerplan 2023-2026
• • • • • • • •
Inzicht in de aanwezige flora en fauna, zowel beschermd als nietbeschermd; Implementatie van het werken volgens ecologische werkprotocollen (Opleidingen Wet Natuurbescherming); Opleidingen natuurlijk beheer; Starten/experimenteren met de nieuwe voorgestelde beheervormen; Invoeren kwartaalinspecties; Monitoring 1e resultaten; Bijsturen beheerplanning op basis van monitoringresultaten; Najaar: evaluatie werkwijze en (monitoring-)resultaten.
2025: Uitbouwen nieuw beheer • • • • •
Doorgaan met en verbeteren van de nieuwe beheervormen. Extra plantvakken omzetten naar de nieuwe beheereenheden Uitbouwen en verbeteren kwartaalinspecties Monitoring resultaten Najaar: evaluatie werkwijze en (monitoring-)resultaten
2026: Evaluatie en consolidatie • •
Evaluatie werkwijze, tijdsinzet, (monitoring-)resultaten. Eventuele verbeteringen formuleren en doorvoeren.
Pagina 28 van 32
Bijlage 1 Beheergroep tot 2023
Beheergroep vanaf 2024
Paragraaf
Aantal
Oppervlakte/ lengte
Doel
Uitvoeringsaanwijzing
Levensverwachting
Gras ruw
Gras ruw
3.3.1
317
15,44 ha
2 keer per jaar klepelen
Onbeperkt
Kruidenrijk grasland
3.3.2
20
0,97 ha
2 keer per jaar maaien en ruimen
Onbeperkt
Kruidenrijk gras, talud
3.3.3
7
0,04 ha
-
2 keer per jaar maaien met maaibalk en ruimen
Onbeperkt
Ruw gras, berm
3.3.4
50
21500 m
-
2 keer per jaar 1e meter klepelen met klepelmaaier aan arm
Onbeperkt
Gazon (incl. wadi in gazon), met en zonder bollen
3.3.5
441
47,7 ha
27 x maaien
Onbeperkt
489
17,7 ha
18 x maaien (vanaf juni)
Onbeperkt
196
13,1 ha
8 x maaien
Onbeperkt
Gazon, gazon handkracht, gazon met bollen Harde graskanten
Harde graskant
3.3.6
4797
97,7 km
-
Waar nodig 1x per jaar steken
Onbeperkt
Zachte graskant
Zachte graskant
3.3.7
3614
83,6 km
-
Waar nodig 1x per jaar steken
Onbeperkt
Graskant langs water
Beschoeide oever, natuurlijke vegetatie
3.3.10
704
41,6 km
1x per jaar maaien
Onbeperkt
Onbeschoeide oever, natuurlijke vegetatie
3.3.11
37
2,2 km
1x per jaar maaien/schonen
Onbeperkt
-
Gras- en kruidenbegroeiing tussen grasstenen
3.3.8
?
?
Waar nodig maaien met gazonmaaier
Levensduur van bestrating
-
Wadi natuurvriendelijk
3.3.9
0
0
Beplanting jaarlijks maaien en afvoeren, blad en zwerfvuil verwijderen.
Onbekend
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Pagina 29 van 32
Beheergroep tot 2023
Beheergroep vanaf 2024
Paragraaf
Aantal
Oppervlakte/ lengte
Doel
Uitvoeringsaanwijzing
Levensverwachting
-
Beschoeide oever, natuurlijke vegetatie
3.3.10
?
?
Maaien
Levensduur beschoeiing
-
Onbeschoeide oever, natuurlijke vegetatie
3.3.11
?
?
Maaien 1 werkgang, maaibalk
Onbeperkt
-
Open water
3.3.12
?
43,8 km
-
Jaarlijks schonen, waar nodig kroos verwijderen.
Onbeperkt
Boom in beplanting/Boom in gras/boom in verharding/fruitboom
Jonge boom
3.3.13
1514
n.v.t.
Begeleidingssnoei, Beheer conform 3- of 5jaarlijkse BVC
10 jaar (tot hij halfwas is)
Halfwas boom
3.3.13
2120
n.v.t.
Begeleidingssnoei, Beheer conform 1- of 3jaarlijkse BVC
12 jaar (tot hij volwassen is)
Volwassen boom
3.3.13
5018
n.v.t.
Onderhoudssnoei. Beheer conform 1- of 3jaarlijkse BVC
20 tot 200 jaar
Dode boom
3.3.13
3
n.v.t.
Jaarlijks op veiligheid controleren
5 jaar
Fruitboom
Fruitboom
3.3.13
159
n.v.t.
-
Snoeien op vruchtzetting
20 – 40 jaar
Knotboom
Knotboom
3.3.13
1331
n.v.t.
-
Per locatie jaarlijks 1/3 van de bomen knotten
40 tot 80 jaar
Leiboom
Vormboom
3.3.13
46
n.v.t.
-
Jaarlijks takken verwijderen
40 tot 80 jaar
-
Hakhout
3.3.14
0
0
Elke 1 tot 4 jaar dicht bij de grond afzetten.
Onbeperkt: verjongt zichzelf
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Pagina 30 van 32
Beheergroep tot 2023
Beheergroep vanaf 2024
Paragraaf
Aantal
Oppervlakte/ lengte
Doel
Uitvoeringsaanwijzing
Levensverwachting
Bosplantsoen
Bosplantsoen
3.3.15
166
7,8 ha
-
3-jaarlijkse onderhoudssnoei, afzetten verminderen
50 jaar
Haag
Haag
3.3.16
450
1,03 ha, 20 à 25 km
-
2 x per jaar knippen
40 jaar
Sierheesters en botanische rozen
Sierheesters
3.3.17
1661
13,45 ha
-
3- jaarlijkse onderhoudssnoei, 7 keer per jaar schoffelen
30 jaar
Botanische rozen
3.3.18
?
?
-
Jaarlijks snoeien, 7 keer per jaar schoffelen
20 jaar
Bodembedekkende heesters
Bodembedekkende heesters
3.3.19
60
3000 m2
7 keer per jaar schoffelen
30 jaar
Vaste planten
Vaste planten
3.3.20
254
1,07 ha
-
Jaarlijks klepelen en bemesten, onkruid verwijderen
10 jaar
Wisselperk
Wisselperk
3.3.21
2
56 m2
-
Jaarlijks meerdere keren beplanten en rooien
Onbeperkt
-
Wadi beplant
3.3.22
0
0
Beplanting jaarlijks maaien en afvoeren, blad en zwerfvuil verwijderen.
Onbekend
Bloembak los
Bloembak
3.3.23
52
400 tot 600 m2
-
Water geven, bemesten, planten onderhouden en vervangen
10 jaar
-
Faunapassage/kleinwildtunnel
3.3.24
1
n.v.t.
Jaarlijks inspectie en onderhoud: openhouden
20 jaar
-
Takkenril
3.3.25
0
0
Jaarlijks aanvullen met nieuw snoeihout
Min. 5 jaar, afhankelijk van onderhoud
Bloembak vast
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Pagina 31 van 32
Beheergroep tot 2023
Beheergroep vanaf 2024
Paragraaf
Aantal
Oppervlakte/ lengte
Doel
Uitvoeringsaanwijzing
Levensverwachting
-
Nestkast
3.3.26
?
?
In het najaar controleren/schoonmake n
10 jaar
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Pagina 32 van 32