Bijlage 1 - Groenbeheerplan 2023-2026 Sliedrecht.pdf
Tekst van het document
GROENBEHEERPLAN 2023 - 2026 Sliedrecht
Groenbeheerplan 2023-2026
Pagina 1 van 32
Colofon Groenbeheerplan 2023-2026 Opdrachtgever
Gemeente Sliedrecht Industrieweg 11 3361 HJ Sliedrecht
Contactpersoon
M. Bouman
Steller
G. Mostert, Levende Ruimte adviseurs
Status Versie
Definitief concept
Datum
oktober 2023
Groenbeheerplan 2023-2026
Pagina 2 van 32
Inhoudsopgave Inleiding......................................................................................... 5
3.3.1
Gras ruw ........................................................................... 13
3.3.2
Kruidenrijk grasland ........................................................... 14
1.1
Aanleiding .............................................................................. 5
3.3.3
Kruidenrijk gras talud......................................................... 14
1.2
Doelen en afbakening ............................................................. 5
3.3.4
Ruw gras, berm ................................................................. 14
1.3
Karakter beheerplan ............................................................... 6
3.3.5
Gazon (incl. wadi gazon) met en zonder bollen ................... 15
1.4
Leeswijzer .............................................................................. 6
3.3.6
Harde graskant ................................................................. 15
Doelen uit het groenbeleidsplan vertaald naar beheer ....................... 7
3.3.7
Zachte graskant ................................................................ 15
2.1
Samenvatting beleid ............................................................... 7
3.3.8
Gras- en kruidenbegroeiing tussen grasbetonstenen ............ 15
2.2
Groen met hogere natuurwaarde ............................................. 7
3.3.9
Wadi natuurvriendelijk ....................................................... 16
2.3
Groen inzetten voor klimaatadaptatie ....................................... 8
3.3.10
Beschoeide oever, natuurlijke vegetatie .......................... 16
2.3.1
Schaduw en verkoeling ........................................................ 8
3.3.11
Onbeschoeide oever, natuurlijke vegetatie ...................... 16
2.3.2
Waterinfiltratie .................................................................... 8
3.3.12
Open water ................................................................... 17
2.4
Meer grote bomen .................................................................. 9
3.3.13
Bomen .......................................................................... 17
2.5
Natuurvriendelijke oevers ........................................................ 9
3.3.14
Hakhout ........................................................................ 20
2.6
Invasieve exoten, ziekten en plagen ........................................ 9
3.3.15
Bosplantsoen ................................................................. 20
2.7
Beter inspelen op bodemdaling .............................................. 10
3.3.16
Haag ............................................................................. 21
2.8
Hergebruik van vrijkomend materiaal ..................................... 10
3.3.17
Sierheesters .................................................................. 21
Beheer, nu en in de toekomst ........................................................ 11
3.3.18
Botanische rozen ........................................................... 21
3.1
Huidig beheer in grote lijnen ................................................. 11
3.3.19
Bodembedekkende heesters ........................................... 21
3.2
Inleiding beheergroepen ....................................................... 12
3.3.20
Vaste planten ................................................................ 22
3.2.1
Functies ........................................................................... 12
3.3.21
Wisselperk ..................................................................... 22
3.2.2
Beheergroepen, nu en in de toekomst - leeswijzer .............. 12
3.3.22
Wadi beplant ................................................................. 22
Beschrijving beheergroepen en beheer .................................. 13
3.3.23
Bloembak ...................................................................... 22
3.3
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Pagina 3 van 32
3.3.24
Faunapassage/kleinwildtunnel ........................................ 22
4.2.1
Wijzigingen in het beheersysteem ...................................... 24
3.3.25
Takkenril....................................................................... 22
4.2.2
Jaarcyclus ......................................................................... 25
3.3.26
Nestkast ....................................................................... 23
4.2.3
Groeninrichting en -renovatie ............................................. 25
3.3.27
Werkzaamheden, niet voor één beheergroep .................. 23
4.2.4
Bomen .............................................................................. 25
3.3.28
Eenmalige werkzaamheden aan een beheergroep ........... 23
4.3
Financiën & verantwoording .................................................. 26
3.4
Meldingen ............................................................................ 23
4.4
Communicatie over de veranderingen ..................................... 27
3.5
Circulariteit ........................................................................... 23
4.5
Risico’s & kansen .................................................................. 27
Werkwijze .................................................................................... 24 4.1
Assetmanagement ................................................................ 24
4.2
Werkwijze, processen & inhoud ............................................. 24
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Planning ....................................................................................... 28 Bijlage 1 .......................................................................................... 29
Pagina 4 van 32
Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeenteraad van Sliedrecht heeft in september 2021 het Groenbeleidsplan 2021-2025 vastgesteld, een plan met nieuwe doelen voor groen. Het beheer en het beeld gaan van sober naar aantrekkelijk. Er komt onder andere meer aandacht voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezonde bomen. Veel van de gestelde doelen worden via groenbeheer gerealiseerd. Hoewel het groen in Sliedrecht er over het algemeen verzorgd uitziet is er onder de uitvoerende groenmedewerkers behoefte om meer grip te hebben op het complexe beheerproces. En vanuit andere delen van de gemeentelijke organisatie komen signalen dat het wenselijk is – onder andere vanuit Koers 2030 - dat het groenbeheer beter aansluit op andere beheerprocessen en projecten die er spelen. De gemeente wil daarom een planmatiger – meer gestructureerde – manier van werken, een werkwijze die beter ingebed is in de gemeentelijke organisatie en die leidt tot realisatie van de doelen uit het groenbeleidsplan. 1.2
Doelen en afbakening
Dit beheerplan is opgesteld om die doelen te verwezenlijken: 1. Realisatie van de in het groenbeleidsplan gestelde beheerdoelen; 2. Structurering van het groenbeheer, met: a. heldere lijnen tussen beleid en beheeruitvoering en b. goede afstemming met andere beleidsvelden en projecten. 3. Voldoende inzicht in de beheergroepen, beheermaatregelen en kosten, zodat beheermaatregelen goed tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Ad 1. Het groenbeleidsplan bevat beheerdoelen en doelen die niet via beheer gerealiseerd worden maar bijvoorbeeld via inrichting, via regelgeving of via communicatie. Dit beheerplan is een uitwerking van alleen die beheerdoelen: doelen die via de regelmatig terugkerende Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
beheerwerkzaamheden gerealiseerd worden. De overige gestelde doelen uit het groenbeleidsplan worden gepland in een uitvoeringsplan. Om die beheerdoelen te bereiken: 1. beschrijft dit plan de huidige beheergroepen en beheerprocessen; 2. maakt het plan beheerdoelen uit het Groenbeleidsplan 20212025 concreet in
gewijzigde
beheerprocessen en nieuwe beheergroepen; 3. beschrijft het plan een planmatig, cyclisch beheerproces, gericht op het behalen van kwaliteits-doelstellingen, dat aansluit op de gemeentelijke meerjarenplanning; 4. bevat dit plan een stappenplan dat aangeeft hoe de nieuwe wijze van groenbeheer in enkele jaren geïntroduceerd zal worden. Ad 2. Om de basis op orde te brengen en te houden is dit plan ontwikkeld in nauwe samenhang met een beheertabel, waarvan in Bijlage 1 een samenvatting is opgenomen. De beheertabel is de basis voor de geautomatiseerde beheerkaart, die in de toekomst de koppeling moet vormen tussen het beheer buiten en het beleid. Ad 3. Die beheerkaart is ook bedoeld voor de verwezenlijking van het derde doel: Grip op de werkzaamheden en inzicht in de consequenties, financieel en functioneel, van de beheerkeuzes. Daarmee is dit plan gericht op regie in het groenbeheer. Wel is als voorwaarde gehanteerd dat de ruimte voor het groene vakmanschap blijft. Pagina 5 van 32
Het beheerplan handelt over het openbare groenareaal van Gemeente Sliedrecht, zo'n, 107 hectare. Het groenareaal op 1 januari 2023 is bij berekeningen als uitgangspunt genomen. Het plan gaat niet in op het beheer van gemeentelijke gronden die niet openbaar zijn. Verder hebben de kinderboerderij en de begraafplaats hun eigen beheer en budgetten, vanwege hun afwijkende werkwijzen. Ze worden niet in dit beheerplan behandeld. Het beheer van de bomen op die beide locaties wordt - vanuit praktische overwegingen en vanwege de wettelijke zorgplicht - wel in dit beheerplan meegenomen.
• •
Het levende groen leidt relatief vaker tot onverwachte situaties, waar de beheerorganisatie op moet inspelen: snelle groei, droogte, ongewenste soorten, stormschade, enz. Het beheer van veel andere assets wordt in Sliedrecht in belangrijke mate uitbesteed. Voor het groenbeheer (en afval en kleine andere beheerswerkzaamheden) heeft de gemeente een grote eigen werkorganisatie, die werkt vanaf de gemeentewerf.
Het beheer van onkruid op elementenverhardingen (klinkers, tegels) valt onder het team Afval en Reiniging en wordt in dit plan ook niet behandeld, het beheer op grasbetonstenen wordt vanuit praktische overwegingen wel meegenomen.
Samengevat: korte cycli in het groen tegenover lange cycli bij andere assets. Als gevolg van die verschillen ligt de nadruk in dit plan meer op de jaarlijkse beheercyclus en veel minder op een meerjarenplanning op basis van degradatie. Voor boombeheer en plantvakken is wel een meerjarenplanning nodig. Ook bevat dit groenbeheerplan een planning voor de omvorming van het beheer. En ook dat is een meerjarenplanning.
1.3
1.4
Karakter beheerplan
Het beheer van groen is vaak anders dan het beheer van andere – vaak harde en dode – assets (eigendommen) van de gemeente, zoals vastgoed, bestrating, wegmeubilair, speeltoestellen en riolering. Enkele verschillen zijn: •
•
•
Harde assets hebben vaak een levensduur, die van tevoren redelijk ingeschat kan worden. Bij groenvakken is die levensduur minder duidelijk en zeer sterk afhankelijk van het beheer. Groen dat mede is aangelegd vanwege de biodiversiteit zou bij voorkeur nooit vervangen moeten worden. Harde assets veranderen (verslijten, degenereren) in de loop van de tijd. Onderhoud vindt plaats op basis van inspecties. Groen verandert in de meeste gevallen veel sneller dan de harde assets. Dat gebeurt in de jaarlijkse groeicyclus, terwijl vooral bomen daarnaast een langzamere levenscyclus hebben van groei, volwassenheid, aftakeling en dood. De grote kosten van groen zitten daarom in de jaarlijkse beheercyclus. De kosten voor aanplant en vervanging maken slechts een klein deel uit van het jaarbudget.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 werkt de nieuwe beheerdoelen uit het groenbeleidsplan uit. Die doelen worden gerealiseerd via beheer van de verschillende beheergroepen, die de gemeente beheert. Hoofdstuk 3 beschrijft de beheergroepen en de beheermethoden die nodig zijn om de beleidsdoelen te verwezenlijken. In het hoofdstuk wordt duidelijk welke beheergroepen momenteel (2023) gehanteerd worden, welke beheergroepen toegevoegd of geschrapt worden en welke beheerwijzigingen worden doorgevoerd. Zo ontstaat een vernieuwde reeks aan beheergroepen op een vernieuwde beheerkaart met her en der een bijgesteld beheer. Natuurlijk groenbeheer vraagt een andere manier van kijken naar en omgaan met groen. Daarvoor zijn soms andere vaardigheden nodig, andere kennis en soms andere machines. Op die praktische vertaling wordt nader ingegaan in hoofdstuk 4. Die praktische vertaling moet gepland worden in de tijd. Die tijdsplanning is te vinden in hoofdstuk 5.
Pagina 6 van 32
Doelen uit het groenbeleidsplan vertaald naar beheer 2.1
• • •
Samenvatting beleid
Het Groenbeleidsplan 2021-2025 bouwt voort op het Groenbeleidsplan 2015. De groenstructuurniveaus en de beeldkwaliteitsniveaus uit dat plan blijven in stand. Natuurlijk beheer en boombeheer zijn in het Groenbeleidsplan 2021-2025 verder uitgewerkt en zijn gericht op zowel een toename van de biodiversiteit als klimaatadaptatie. Ook de aandacht voor de beeldkwaliteit neemt toe. Het Groenbeleidsplan 2015 streefde naar een integraal en sober beheer. Ook het Groenbeleidsplan 2021-2025 gaat uit van integraal werken maar heeft als doel: duurzaam en aantrekkelijk groen. Dat uitgangspunt vertaalt het groenbeleidsplan in de volgende visie:
Sliedrecht zet in op een groene leefomgeving die niet alleen nu, maar ook in de toekomst voor alle Sliedrechters veilig, gezond, prettig, duurzaam en inspirerend is. De gemeente wil duurzaam en aantrekkelijk groen ontwikkelen en in stand houden, dat diverse maatschappelijke doelen dient. We werken aan een leefomgeving waarin groen multifunctioneel is en in belangrijke mate bijdraagt aan een goede afstemming van de functies van het openbare gebied op elkaar. Daartoe werken we efficiënt en duurzaam samen, intern, met inwoners, organisaties en andere gemeenten. Zo is Sliedrecht over 30 jaar nòg meer met trots het groene baggerdorp van Nederland! Deze visie is de komende jaren de basis voor het beheer van het Sliedrechtse groen en leidt tot de volgende beheerdoelen: • • • •
Streven naar een hogere natuurwaarde, meer biodiversiteit (2.2); Groen inzetten voor klimaatadaptatie (2.3); Meer grote bomen (2.4); Meer natuurvriendelijke oevers (2.5);
Groenbeheerplan 2023-2026
2.2
Een lagere ziekte- en plaagdruk (2.6); Beter inspelen op bodemdaling (2.7); Circulair werken (2.8). Groen met hogere natuurwaarde
Sliedrecht wil een hogere biodiversiteit bereiken met haar groen. Die soortenrijkdom willen we bereiken op het bestaande openbare groenareaal. Uiteraard wordt het groenareaal hier en daar groter door uitbreiding (b.v. Baanhoek-west). Toch zal de toename van de soortenrijkdom vooral moeten komen in het groenareaal dat er nu is. Dat valt te bereiken met (1) een goed aaneengesloten ecologisch netwerk, een (2) grotere variatie in soorten en (3) meer inheemse soorten. Ad 1. Het ecologische netwerk vraagt een planmatige aanpak. Daarbij is kennis nodig van planten- en dierpopulaties binnen Sliedrecht en moet een plan ontwikkeld en uitgevoerd worden dat populaties met elkaar verbindt. Dat zal verder uitgewerkt worden in het uitvoeringsplan, dat naast dit beheerplan opgesteld wordt. Het wordt in dit plan niet verder behandeld. Ad 2 en 3. Als het gaat om inheemse soorten en variatie in soorten, dan spreken we vooral over de soortkeuze bij het inzaaien of aanplanten. Over de soortkeuze spreken we uiteraard vooral als groenvakken voor het eerst of opnieuw ingeplant of ingezaaid worden. Daarbij zal de stelregel zijn: inheems tenzij.
Pagina 7 van 32
Daarnaast kunnen ook spontaan meer inheemse soorten komen op plaatsen waar de natuur meer de eigen gang kan gaan. Bij spontaan opkomende planten hangt de soortenrijkdom van een terrein onder meer samen met de variatie (gradiënten), voedselrijkdom en rust in dat terrein. Hoe meer variatie in bijvoorbeeld grondsoorten, hoog-laag, nat-droog, schaduw-licht enz. hoe hoger het aantal soorten. En in grasland krijgen kruiden veel meer kans als de bodem minder voedselrijk is. Verschraling van de grond leidt tot meer plantensoorten. Hetzelfde geldt voor rust. Hoe meer rust er in een terrein is (in vaktermen: hoe lager de milieudynamiek), hoe groter de soortenrijkdom en hoe groter de kans op zeldzamere soorten. Het groenbeheer van Gemeente Sliedrecht zal die hogere soortenrijkdom dus vooral moeten bereiken door een inheemse soortkeuze bij aanplant/inzaaien en door een goed beheer: natuurlijk beheer wordt de standaard. Voortaan geldt: natuurlijk beheer, tenzij…. Natuurlijk beheer is gericht op een hoge natuurlijke soortenrijkdom in flora en fauna. Daartoe sluit het zo goed mogelijk aan bij natuurlijke processen. Het is altijd terug te voeren op de twee al genoemde principes: meer variatie (gradiënten) en meer rust (extensiever beheer) in het groen. Ook regelmaat (jaarlijks dezelfde beheeringrepen op ongeveer dezelfde momenten) is een vorm van rust.
In hoofdstuk 3 worden de beheergroepen die Sliedrecht hanteert uitgewerkt, bijvoorbeeld gazon, bloembak, bosplantsoen, enz. Daar zal duidelijk worden dat natuurlijk beheer in elke beheergroep anders is. Ook zijn er beheergroepen waar natuurlijk beheer niet of maar beperkt mogelijk is. Als de gemeente streeft naar zo natuurlijk mogelijk beheer, dan is het vanzelfsprekend dat de gemeente voldoet aan de Wet Natuurbescherming. Daarvoor moet bekend zijn waar beschermde soorten zitten en moet – waar nodig – gewerkt worden volgens ecologische werkprotocollen, die van plek tot plek kunnen verschillen. Ook niet-beschermde soorten moeten volgens de wet overigens zorgvuldig behandeld worden. En in veel gevallen wil de gemeente verder gaan dan alleen voorkomen dat regels uit de wet overtreden worden.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
2.3
Groen inzetten voor klimaatadaptatie
2.3.1
Schaduw en verkoeling
Groen geeft verkoeling op warme dagen en doet dat door – via verdamping – vocht in de lucht te brengen en door schaduw. Verkoeling kan op twee manieren bevorderd worden: door meer onverhard (groen) oppervlak te realiseren en door groen hoger te laten worden. Onverharde grond warmt minder snel op dan een weg, stoep of plein. En ruw gras verkoelt meer dan gazon. Een hoge boom of bosschage geeft de meeste verkoeling. De oppervlakte groen moet vooral via inrichting van de openbare ruimte bereikt worden. Bij de hoogte van het groen heeft het beheer een duidelijke rol, in gras en kruiden, in heesters en bosplantsoen en in bomen. 2.3.2
Waterinfiltratie
De infiltratie van water in de bodem is van belang, zowel bij wateroverlast door zware buien als bij 'normale' neerslag. Het is van belang dat het neerslagwater op de juiste manier vertraagd wordt geïnfiltreerd naar het grondwater en zo min mogelijk in het riool of rechtstreeks in het oppervlaktewater terecht komt. Afvoer naar het grondwater lukt vrijwel alleen op onverharde bodem. En dan bij voorkeur een bodem die niet te veel verdicht is (grote infiltratiecapaciteit). Beplanting draagt via de wortels en humusvorming bij aan het openhouden van de bodem. En verder breken bladeren de val van regendruppels en houden regenwater vast, zodat het pas later op de grond valt. Daardoor slaat de bodem minder snel dicht (verslemping) en komt het water meer gespreid in de tijd op de bodem terecht, waardoor meer water in de grond kan zakken. Infiltratie kan verder bevorderd worden door plantvakken te creëren die lager liggen dan de omgeving. Bij piekbuien wordt het water daar dan opgevangen en kan het vervolgens wegzakken naar het grondwater. Al met al streeft Gemeente Sliedrecht naar meer onverhard en groen oppervlak met her en der laag liggende plantvakken, bedoeld voor tijdelijke wateropvang. Deze doelen worden via inrichting bereikt. Het beheer is gericht op hogere vegetaties, zodat er voldoende schaduw en verkoeling is en de bodem open blijft.
Dat doel zal bij de behandeling van de beheergroepen in hoofdstuk 3 terugkomen. Pagina 8 van 32
2.4
Meer grote bomen
Gemeente Sliedrecht wil graag bomen die gezond groot en oud worden. Dat sluit ook aan op de gewenste hogere vegetaties uit paragraaf 2.3. Verder geldt het principe 'inheems, tenzij' als het om bomen gaat. Bij bomen is de grootste winst te behalen bij de aanplant. Bij de aanplant moet de juiste boom op de juiste plaats komen. Een aanzienlijk aantal van de bomen binnen Sliedrecht wordt geplant tijdens de vele projecten die in het dorp plaatsvinden. Regelmatig doen aannemers die aanplant. Een nòg groter deel van de bomen wordt aangeplant door de gemeentelijke buitendienst zelf. In vrijwel alle gevallen bepaalt het team Beheer en Openbare Ruimte (BOR) de soortkeuze, de locatiekeuze en de groeiplaatsinrichting. Hoewel aanplant iets anders is dan beheer, gaat dit beheerplan bij bomen op beide in, omdat zowel aanplant als beheer van groot belang zijn voor gezonde bomen. Het groenbeleidsplan geeft aan dat het gewenst is om boomsoorten meer te mengen, bijvoorbeeld twee of meer boomsoorten in één straat. Dat verhoogt de biodiversiteit en verkleint de kans op ziektes en plagen. De gemeente zal bij aanplant en inboet toewerken naar de gewenste menging van bomen, volgens het principe ‘inheems, tenzij’. 2.5
Natuurvriendelijke oevers
Gemeente Sliedrecht wil meer natuurlijke en natuurvriendelijke oevers. Ook wil de gemeente zorgen dat inwoners het water blijven zien en beleven. De oeverbegroeiing moet daarom niet te hoog en te dicht worden. Het maken van een natuurvriendelijke oever is een kwestie van inrichting: beschoeiing verwijderen en de oever anders inrichten. Dat kan niet overal, mede vanwege de eisen van het waterschap. Om de natuurvriendelijke oevers goed te kunnen beheren wordt in hoofdstuk 3 Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
twee nieuwe beheergroepen geïntroduceerd, waarbij het beheer gericht is op natuurlijke en soortenrijke oevers met voldoende zicht op het water. 2.6
Invasieve exoten, ziekten en plagen
Een planten- of diersoort wordt een exoot genoemd als hij niet op eigen kracht maar door de mens in Nederland terecht is gekomen. Veel stadsbomen, heesters, tuin- en perkplantensoorten zijn exoten. Exotische planten komen dus veel voor in Nederland. Ze worden – ondanks de lagere bijdrage aan biodiversiteit - vaak ingezet omdat ze voordelen hebben boven de inheemse soorten, bijvoorbeeld eetbaarheid (groenten), klimaatrobuustheid, ziekteresistentie, grootte, vorm of beeld. Over het algemeen kunnen exoten goed toegepast worden in Nederland. Dat geldt echter niet voor invasieve exoten. Een soort wordt invasief genoemd vanwege zijn explosieve verspreiding en de negatieve gevolgen daarvan voor natuur, volksgezondheid, veiligheid en economie. Invasieve planten- en diersoorten zijn dan ook ongewenst. Juist vanwege hun invasieve karakter is uitroeien niet realistisch en dus ook geen doel van de gemeente. We stellen als doel om invasieve exoten beheersbaar te maken en te houden. Veel invasieve exoten staan op de Europese Unielijst invasieve exoten. Gemeenten zijn verplicht om populaties van soorten op die lijst staan op te sporen en te verwijderen. Lukt dat niet? Dan moeten zij de populatie zodanig beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Over het algemeen wordt voor die laatste werkwijze gekozen. Ook Gemeente Sliedrecht doet dat.
Enkele bestrijdingsmethoden van veel voorkomende invasieve exoten, ziekten en plagen: • •
Reuzenberenklauw: Bloei voorkomen (koppen verwijderen), zodat geen zaad gevormd wordt, of 15 à 20 cm onder de grond afsteken/afschoffelen, of 5 x per jaar afmaaien. Japanse Duizendknoop (niet op de Unielijst). Het Landelijk protocol omgaan met Aziatische duizendknopen wordt gevolgd: 1. Inventariseren, 2. Uit regulier maaibeheer halen, 3. Intensief maaien bij langdurig droog weer → uitputten.
Pagina 9 van 32
• • •
• • •
2.7
Reuzenbalsemien: vóór de zaadzetting (juni/begin juli) maaien of handmatig verwijderen. Paardenkastanjemineermot (niet op Unielijst). Moeilijk te bestrijden. Goed bladruimen vermindert de aantallen. Bloedingsziekte (o.a. paardenkastanje): De ziekte kan bestreden worden met warmte, een dure methode. Door te werken aan een goede conditie van de boom kan een boom de ziekte vaak zelf overwinnen. Kleine waterteunisbloem: verwijderen en afvoeren van de plant. Massaria (platanen): aangetaste takken tijdig verwijderen. Eikenprocessierups. De gemeente plaatst nestkasten om koolmezen (bestrijder) te lokken. Ook streeft de gemeente naar een beplantingssamenstelling die zo veel mogelijk huisvesting biedt aan natuurlijke belagers. Op risicoplekken (bv langs voetpaden, fietspaden en bij speelplaatsen) worden de nesten vanuit een hoogwerker met een zuiginstallatie verwijderd. Beter inspelen op bodemdaling
De bodem in Sliedrecht daalt, door een combinatie van veen in de ondergrond en een grondwaterspiegel die relatief laag gehouden wordt. Dat heeft gevolgen voor het groen in Sliedrecht. Bomen die het eerst goed doen, zakken na verloop van jaren met hun wortels steeds dieper het grondwater in en sterven daardoor langzaam af. Vanwege de bodemdaling worden complete wijken regelmatig opgehoogd, wat ook grote gevolgen voor het groen in die wijken heeft. Om het groen beter aan te passen aan de bodemdaling wil de gemeente diverse methoden toepassen, zowel in inrichting als in beheer:
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
1. Bomen worden waar mogelijk verhoogd aangeplant, bijvoorbeeld op een heuveltje of in een verhoogde 'bak'. Bij ophoging – na enkele tientallen jaren – kunnen ze dan in de meeste gevallen blijven staan. Probeer wortelopdruk te voorkomen als de verhoogde aanplant dicht bij verharding plaatsvindt. 2. Plantvakken, variërend van gazons tot heestervakken, worden bij ophoging van een wijk niet altijd mee-opgehoogd. Die liggen dan lager dan hun omgeving en dienen als wateropvang en infiltratiezone na zware buien. Bovendien kan de beplanting in het plantvak dan soms gehandhaafd worden, als de soortensamenstelling geschikt is voor 'natte voeten'. Ook in die plantvakken is het goed als bomen verhoogd staan, zie 1. 3. Bij aanplant en beheer van bomen wordt vaker gekozen voor vochtminnende soorten, die als hakhout beheerd worden. Daartoe wordt een nieuwe beheergroep 'hakhout' geïntroduceerd. 2.8
Hergebruik van vrijkomend materiaal
Hergebruik van materialen is een nieuw doel dat de gemeente zich in het groenbeleidsplan gesteld heeft. Het gaat in eerste instantie om hergebruik van vrijkomend groenafval, zoals afgemaaid gras, blad en hout. Voor het hergebruik van hout bestaan al enkele ideeën, zoals het maken van takkenrillen (zie 3.3.25), hergebruik als houtsnippers en gebruik van hout voor (buiten-)meubels of speelobjecten. De ideeën van hergebruik van hout als houtsnippers en meubelhout dienen wel nader doordacht te worden. Ook het hergebruik van andere materialen, zoals maaigras, blad en slootafval vraagt meer onderzoek Die uitwerking zal in gang gezet worden via het uitvoeringsplan.
Pagina 10 van 32
Beheer, nu en in de toekomst 3.1
Huidig beheer in grote lijnen
Gemeente Sliedrecht heeft een eigen uitvoeringsdienst die het grootste deel van de werkzaamheden in het openbare groen uitvoert. De dienst is opgedeeld in vier ploegen met elk een voorman. Elke ploeg voert het groenbeheer in een deel van het dorp uit. Een aantal werkzaamheden worden uitbesteed aan Drechtwerk Groen. Ook maken een aantal medewerkers van Drechtwerk Groen deel uit van de gemeentelijke ploegen. Aannemers voeren soms de meer specialistische werkzaamheden uit, waaronder werkzaamheden in het boombeheer.
Onderhoudsniveaus Bij het beheer maakt de gemeente onderscheid in de onderhoudsniveaus A, B en C. A (rood op de kaart, intensief) is het niveau met de hoogste beeldkwaliteitseisen. In het winkelcentrum wordt bijvoorbeeld onderhoudsniveau A gehanteerd, zie de kaart hieronder. Dat betekent onder meer dat er weinig onkruid zichtbaar is (goed onderhouden/schoon). In woonwijken en op de bedrijventerreinen geldt meestal onderhoudsniveau B (geel, standaard). Dit betekent onder andere dat er beperkt onkruid mag staan maar dat onkruid het beeld niet mag overheersen (voldoende/verzorgd straatbeeld). Grote delen van de
Onderhoudsniveaus groen: Intensief → beeldkwaliteit A, standaard → beeldkwaliteit B, extensief → beeldkwaliteit C. Kaart wordt nog geüpdatet. Groenbeheerplan 2023-2026
Pagina 11 van 32
parkenzone staan met onderhoudsniveau C (groen, extensief) op de kaart. In de praktijk blijkt onderhoudsniveau B vaak goed haalbaar. De parken zien er verzorgd uit maar het onderhoud is wel extensiever (minder frequent), wat een natuurlijker beeld oplevert. Plantensoorten die spontaan opgeschoten zijn, worden hier vaak als gewenste begroeiing beschouwd, terwijl ze in onderhoudsniveau A en B als onkruid worden gezien. In voorjaar, zomer en herfst ervaren de meeste inwoners dat natuurlijke beeld als fraai. In de winter kan het groen wat rommeliger of ‘verdord’ ogen. De natuurwaarde is dan nog steeds hoog maar niet alle inwoners vinden het beeld even fraai. Het gewenste onderhoudsniveau bereiken we door een hogere of lagere onderhoudsfrequentie. Uitgangpunt is de frequentie, zoals op te nemen op de beheerkaart (zie ook bijlage 1). Als blijkt dat in een jaar meer of minder onderhoudsbeurten nodig zijn voor het gewenste onderhoudsniveau, dan verhoogt of verlaagt de gemeente de frequentie. In dit plan gaan we uit van de onderhoudsfrequentie, zoals weergegeven op de beheerkaart. Structuurniveaus Naast onderhoudsniveaus maakt gemeente Sliedrecht in het groen ook onderscheid in structuurniveaus.
Het structuurniveau geeft aan voor welk deel van de Sliedrechtse bevolking een groenstructuur van belang is: de hele bevolking (hoofdgroenstructuur) een wijk (wijkgroenstructuur) of een straat of buurt (woon- en buurtgroen). Dit onderscheid wordt vooral gebruikt bij beslissingen over grootschalige herinrichting of verkoop van groen en de inzet van inwoners bij de aanleg en het onderhoud van groen, dus niet bij beheerkeuzes. 3.2
Inleiding beheergroepen
3.2.1
Functies
Groen vervult vele maatschappelijke functies, zoals de verschillende vormen van klimaatadaptatie (waterinfiltratie, verkoeling, paragraaf 2.3), biodiversiteit (paragraaf 2.2). Ook biedt groen ruimte voor ontspanning, recreatie en spelen, met positieve gevolgen voor sociale interacties, gezondheid en werkprestaties (vitamine G). Vaak is alleen het zien van groen daarvoor al genoeg. Verder draagt groen bij aan de identiteit en Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
aantrekkelijkheid van het dorp, soms door de versterking van cultuurhistorische waarden. Groen fungeert ook regelmatig als afscherming van minder fraaie gebouwen of terreinen. Ook verhoogt groen economische waarden. Woningen en andere gebouwen in een groene omgeving zijn meer waard. Verder verbetert groen milieuwaarden: het dempt geluid, breekt de wind en filtert fijn stof uit de lucht. Er zijn vele soorten groen, zoals gazons, vaste plantenvakken, heestervakken, en bomen met elk weer andere functies. Dergelijke soorten groen worden beheergroepen genoemd. Alle groenvakken van de gemeente staan overzichtelijk op een beheerkaart en aan elk vak is een beheergroep en een onderhoudsniveau (zie paragraaf 3.1) toegekend. De beheergroepen staan op de beheerkaart als vlak, lijn of punt. Die beheerkaart is de basis voor het beheer. Niet elke beheergroep vervult alle functies in dezelfde mate. Zo draagt een bloembak relatief weinig bij aan de biodiversiteit en heeft een gazon in een woonwijk meestal geen grote cultuurhistorische functie. 3.2.2
Beheergroepen, nu en in de toekomst - leeswijzer
In de paragrafen hierna worden de beheergroepen stuk voor stuk behandeld. Het betreft de nieuwe beheergroepen, die dit plan introduceert. Het zijn aanzienlijk meer beheergroepen dan op de oude beheerkaart, zoals die tot 2023 werd gehanteerd. De basisgedachte is namelijk: andere beheermethode = andere beheergroep. In het oude beheer kon bijvoorbeeld ruw gras op de ene plek 2x per jaar geklepeld worden, terwijl op een ander vak met ruw gras hooilandbeheer werd toegepast. Dat leidde tot onduidelijkheid en soms tot willekeur. Ook was het lastiger om het beheer te begroten. Zulke beheergroepen worden in dit plan dus opgesplitst. Soms worden in de nieuwe indeling bestaande beheergroepen juist samengevoegd. De beheergroepindeling is gebaseerd op de huidige inzichten en kan in de loop van de tijd op basis van voortschrijdend inzicht nog veranderen. Elke beheergroepbeschrijving heeft de volgende opbouw:
Pagina 12 van 32
Definitie Hier worden de kenmerken van de beheergroep zo goed mogelijk beschreven. Doelen en functies Per beheergroep worden de belangrijkste doelen (zie hoofdstuk 2) en functies ervan opgesomd. Als de gemeente ernaar streeft om een bepaald doel of een bepaalde functie van de beheergroep te versterken, dan staat daarachter een . Situatie 2023 Hier staan de arealen per 1 januari 2023, zowel het aantal vakken als – indien van toepassing – de totale oppervlakte. Ook hier geldt: als we streven naar een groter aantal vakken of een groter oppervlak, dan staat er een . Als de gemeente streeft naar een afname, dan staat er . Als er geen van beide tekens staat, dan staat de gemeente neutraal tegenover een toe- of afname. In deze tekst wordt ook duidelijk gemaakt of een beheergroep in vergelijking met de bestaande beheergroepen in 2023 nieuw is, of hij misschien opgesplitst wordt, of dat enkele bestaande beheergroepen worden samengevoegd. Beheermethode Onder dit kopje staat beschreven hoe de beheergroep momenteel onderhouden wordt en daarna – indien van toepassing – wat er in de beheermethode zal veranderen. Eventuele veranderingen in de beheermethode zijn gericht op de nieuwe doelen en/of een betere functievervulling van de beheergroep of op een efficiënter beheer. Zoals al in paragraaf 3.1. gezegd is de beheerfrequentie die per beheergroep genoemd wordt een indicatie.
Jaarlijks wordt de werkelijke beheerfrequentie bepaald aan de hand van de eisen aan het onderhoudsniveau en de groei in het betreffende jaar: plan – do – check – act (zie paragraaf 4.2). Een samenvatting van de onderstaande paragrafen staat in Bijlage 1.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Voor bomen ligt het verhaal anders. De gemeente beheert bomen niet volgens een vast jaarlijks stramien. Het beheer kan elk jaar anders zijn. Bij het beheer wordt onderscheid gemaakt tussen jeugdsnoei (0 tot 10 jaar) begeleidingssnoei (bomen in ontwikkeling, 10 tot 30 jaar), onderhoudssnoei (volwassen bomen, lage snoeifrequentie, vooral dood hout verwijderen) en snoei in de aftakelingsfase. De gemiddelde snoeifrequentie voor bomen in Sliedrecht is eens in de 5 jaar. De frequentie kan echter per boom verschillen op basis van de BVC (Boomveiligheidscontrole, zie 4.3.4). 3.3
Beschrijving beheergroepen en beheer
3.3.1
Gras ruw
Definitie: Ruw gras is gras dat lang mag worden. Tussen het gras kunnen ruigtekruiden groeien. Doelen/functies: Biodiversiteit/natuurwaarde, waterinfiltratie , verkoeling (luchtvochtigheid), inspelen op bodemdaling, kijkgroen, recreëren, aantrekkelijkheid/identiteit, vastgoedwaarde. Situatie 2023: 317 vakken. In totaal zo'n 15,5 ha . Van deze oppervlakte wordt in het nieuwe beheer afgesplitst: • • •
Kruidenrijk grasland (3.3.2) waar we juist meer van willen hebben Kruidenrijk gras talud (3.3.3) en Ruw gras, berm (3.3.4)
Daar tegenover zet de gemeente (delen van) gazons juist om in ruw gras of kruidenrijk grasland. Daardoor kunnen we niet zeggen of de oppervlakte ruw gras zal toe-of afnemen. Bij klepelen wordt het gras afgeslagen en blijft het ter plekke liggen en verteert daar. De bodem behoudt daarmee zijn voedselrijkdom met de bijbehorende lage soortenrijkdom. Ook voor de fauna is klepelen minder goed omdat veel insecten en andere kleine dieren bij het klepelen omkomen. Daar tegenover staat dat de methode snel, efficiënt en dus Pagina 13 van 32
goedkoop is. De gemeente heeft geen plannen om deze beheermethode te veranderen, echter wel om het aantal vakken en het oppervlak dat geklepeld wordt, te wijzigen en zo mogelijk te verkleinen. Zie daarvoor 3.2.2., 3.2.3. en 3.2.4. Als ruw gras langs een trottoir of weg ligt, wordt de eerste meter langs de verharding vaker gemaaid, om zicht voor het verkeer te behouden en het opruimen van hondenuitwerpselen mogelijk te maken. 3.3.2
Kruidenrijk grasland
Definitie: Kruidenrijk grasland groeit over het algemeen op een schrale bodem. De grassen zijn minder dominant, waardoor diverse kruiden een kans krijgen. Dat levert in het zomerhalfjaar regelmatig een bloemrijk beeld op. Doelen/functies: Biodiversiteit/natuurwaarde , waterinfiltratie , verkoeling (luchtvochtigheid) , ziekte- en plaagdruk, inspelen op bodemdaling , kijkgroen , aantrekkelijkheid/identiteit , vastgoedwaarde. Situatie 2023: Zie 3.3.1. Streven: Op enkele plekken is de gemeente al gestart met hooilandbeheer: grasmaaien, vervolgens enige tijd laten liggen en dan opruimen, dus vergelijkbaar met het winnen van hooi. Dat zal op termijn leiden tot een voedselarmere bodem en daarmee tot een soortenrijkere vegetatie. Bovendien blijven bij deze methode meer van het insectenleven en de zaadvoorraad in het gras gespaard. De gemeente experimenteert momenteel (2023) met enkele verschillende beheermethoden: 2x maaien zonder ruimen, 1x maaien met ruimen Op basis van de bevindingen zal voor de beste maaimethode gekozen worden. De gemeente zal in de toekomst een grotere oppervlakte beheren via maaien en ruimen, en verwacht uiteindelijk 10 à 15% van het bestaande ruwgrasareaal op deze manier te beheren.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
3.3.3
Kruidenrijk gras talud
Definitie: Dit is het gras op taluds van dijken en viaducten, dat wat langer mag worden. Dankzij het beheer ontwikkelt het zich tot kruidenrijk grasland. Doelen/functies: Biodiversiteit/natuurwaarde , verkoeling (luchtvochtigheid), kijkgroen, stabiliteit dijk, aantrekkelijkheid/identiteit , vastgoedwaarde. Situatie 2023: Kruidenrijk gras op taluds staat niet apart op de beheerkaart en valt onder het aantal vakken en oppervlak van ruw gras (3.3.1). Vanwege de extra functie (stabilisatie talud met de wortels) en de helling hebben dijktaluds hun eigen beheer. De grasmat mag niet te schraal en te open worden omdat de stabiliserende werking van de wortels daarmee afneemt. Vanwege de steilte wordt gemaaid met een eenassige werktuigdrager met vingerbalkmaaier. Omdat de gemeente op de dijkhellingen toch meer biodiversiteit en meer kleur wil bereiken, is ze op zoek naar een evenwicht tussen die verschillende doelen. De gemeente experimenteert met tijdstip en frequentie van het maaien en zal op basis daarvan de beste frequentie en tijdstippen kiezen. 3.3.4
Ruw gras, berm
Definitie: Dit is het gras in midden- en zijbermen van wegen tot 1 meter vanaf de rijbaan. Vanwege de verkeersveiligheid wordt het gras hier korter gehouden. Doelen/functies: Verkeersveiligheid, biodiversiteit/natuurwaarde , waterinfiltratie, verkoeling (luchtvochtigheid), ziekte- en plaagdruk, kijkgroen, aantrekkelijkheid/identiteit , vastgoedwaarde. Situatie 2023: Ruw gras op bermen staat momenteel niet apart op de beheerkaart en valt onder ruw gras (3.3.1.).
Pagina 14 van 32
De strook wordt twee keer per jaar gemaaid met een tractor met een klepelmaaier op een maaiarm. De tractor is voorzien van verkeersaanwijzingen. 3.3.5
Gazon (incl. wadi gazon) met en zonder bollen
Definitie: Kort gemaaid gras, vooral bedoeld voor het groene, geschoren beeld. Daarnaast is het speel- en verblijfsruimte voor inwoners. Doelen/functies: Waterinfiltratie , verkoeling (luchtvochtigheid), inspelen op bodemdaling , kijkgroen, recreëren, aantrekkelijkheid/ identiteit, vastgoedwaarde. Situatie 2023: 1152 vakken . In totaal 33 hectare . In het beheersysteem staan 6 vakken (in totaal 153 m2) gazon met bollen. In werkelijkheid is die oppervlakte met bollen groter. De gemeente maait gazons op basis van beeldkwaliteit: een maximale lengte. In de praktijk komt dat erop neer dat het gazon in de meeste gevallen zo'n 26 à 27 keer per jaar gemaaid wordt. Op gazons maaien we het gras rond bomen bij, waar dat voor de netheid (beeldkwaliteit) nodig is. Op plekken waar een gewone gazonmaaier niet goed kan komen, maaien we het gazon in handkracht. Gazons met bollen beheren we jaarlijks vanaf juni als normaal gazon, daarvoor wordt het niet gemaaid. Het aantal maaibeurten komt daarmee op gemiddeld 16. Een wadi in gazon ziet eruit als een laagte in een gazon. De wadi wordt meegenomen in het reguliere gazon-maaibeheer. In de bodem van een wadi zitten een filterlaag, een infiltratielaag en een drainbuis. Dichtslibben daarvan dient moeten we voorkomen. Daarom dienen blad en zwerfvuil uit de wadi verwijderd te worden. Het gazonbeheer blijft in de toekomst gelijk.
Vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie en toename biodiversiteit werkt de gemeente aan hogere vegetaties (zie 2.3.1) en dus omzetting van gazon naar ruw gras of kruidenrijk grasland, bijvoorbeeld het lang laten groeien van gras onder bomen. Het oppervlak aan gazon in de openbare ruimte zal dus afnemen.
3.3.6
Harde graskant
Definitie: Bij harde graskanten gaat het om de randen van gazons en ruw gras, die grenzen aan verharding. Op de beheerkaart is het een lijnvormig element, dus geen vlak. Doelen/functies: kijkgroen, aantrekkelijkheid/identiteit. Situatie 2023: Harde graskanten: 97,7 km. De gemeente steekt harde graskanten machinaal. Omdat het gaat om grote lengtes gebeurt dat alleen waar het nodig is voor de beeldkwaliteit. 3.3.7
Zachte graskant
Definitie: Bij zachte graskanten gaat het om de randen van gazons en ruw gras, die grenzen aan beplanting. Op de beheerkaart is het een lijnvormig element, dus geen vlak. Doelen/functies: kijkgroen, aantrekkelijkheid/identiteit. Situatie 2023: Zachte graskanten: 77,8 km. De gemeente steekt zachte graskanten meestal met een geduwde graskantensteker. Omdat het gaat om grote lengtes gebeurt dat alleen waar het nodig is voor de beeldkwaliteit en om ingroei en concurrentie in de rand van de beplanting te voorkomen. 3.3.8
Gras- en kruidenbegroeiing tussen grasbetonstenen
Definitie: elementenverharding met grote openingen, bedoeld om plantengroei en waterinfiltratie mogelijk te maken. Doelen/functies: waterinfiltratie , kijkgroen, biodiversiteit/natuurwaarde. Situatie 2023: Gras- en kruidenbegroeiing tussen grasbetonstenen staat momenteel niet op de beheerkaart. Formeel is dit onderdeel van de weg, dus geen groenvak. Desondanks moeten we plekken waar gras en kruiden te hoog worden af en toe maaien. Dat doen de groenmensen met de bosmaaier, in het naseizoen. We zetten daarom grasbetonstenen als beheergroep op de beheerkaart.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Pagina 15 van 32
3.3.9
Wadi natuurvriendelijk
Definitie: een laagte in een grasveld of andere vegetatie waar de vegetatie zich spontaan mag ontwikkelen. De bodem van een wadi is meestal voorzien van een filterlaag, een infiltratielaag en een drainbuis. Doelen/functies: Waterinfiltratie , biodiversiteit/natuurwaarde Verkoeling (luchtvochtigheid), kijkgroen, aantrekkelijkheid/identiteit. Situatie 2023: Momenteel kent het beheersysteem deze beheergroep niet. Sliedrecht heeft geen natuurvriendelijke wadi's. De vegetatie in een natuurvriendelijke wadi is feitelijk een oevervegetatie. Desondanks is het onderhoud anders dan een natuurvriendelijke oever. De vegetatie wordt jaarlijks machinaal gemaaid en daarna verwijderd. Dichtslibben en bodemverrijking van de wadi zullen we voorkomen door blad en zwerfvuil te verwijderen. Ook het maaien en afvoeren van de beplanting draagt daaraan bij.
instandhoudingsbeheer: jaarlijks maaien in het najaar, eveneens met de maaibalk. Om overwinterende insecten overlevingskansen te geven laat de gemeente jaarlijks een deel van de oevervegetatie in de winter staan. 3.3.11
Onbeschoeide oever, natuurlijke vegetatie
Definitie: vegetaties die vrij hoog kunnen worden en meestal soortenrijk zijn, op een onbeschoeide en flauwe oever. Doelen/functies: verkoeling (luchtvochtigheid), natuurvriendelijke oevers , kijkgroen, biodiversiteit/natuurwaarde , aantrekkelijkheid/identiteit , afvoer- en bergingscapaciteit, vastgoedwaarde. Situatie 2023: Momenteel kent de beheerkaart deze beheergroep niet. In de gemeente liggen veel oevers die als natuurvriendelijke oever kunnen worden aangemerkt of ingericht. We inventariseren waar we met andere oevervormen kunnen werken, zoals onderwaterbeschoeiing en vooroevers:
3.3.10
Beschoeide oever, natuurlijke vegetatie
Definitie: Vegetatie boven beschoeide oevers, vaak soortenrijk, die relatief lang mag worden. Doelen/functies: natuurvriendelijke oevers , kijkgroen, biodiversiteit/natuurwaarde , aantrekkelijkheid/identiteit, vastgoedwaarde. Situatie 2023: Momenteel kent de beheerkaart deze beheergroep niet. In de gemeente liggen veel oevers die als natuurvriendelijke oever kunnen worden aangemerkt of ingericht: Het onderhoud van groen boven de beschoeiing heeft weinig relatie met het water en valt daarom volledig onder het team BOR groen. Een nieuwe natuurlijke oever verschralen we eerst via selectief ontwikkelingsbeheer: jaarlijks tweemaal maaien of afschrapen van de bestaande zode. Na die verschraling zal de gemeente overschakelen op Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Het onderhoud van de watergangen en natuurvriendelijke oevers is in eerste instantie gericht op instandhouding van de afvoer- en bergingscapaciteit. Functies als kijkgroen en natuurwaarde volgen daarop maar kunnen een aanzienlijke kwaliteit bereiken. Een nieuwe natuurlijke oever moet idealiter eerst verschraald worden via ontwikkelingsbeheer: tweemaal per jaar maaien en schonen in het najaar. Na die tijd zal de gemeente overschakelen op instandhoudingsbeheer: jaarlijks maaien en schonen in het najaar. Het ontwikkelingsbeheer is niet in alle gevallen haalbaar. De aannemer voert het onderhoud uit, tegelijk met het onderhoud van de watergang, met een maaikorf aan een trekker met hydraulische knikarm. Om overwinterende insecten overlevingskansen te geven laat hij jaarlijks een deel van de oevervegetatie staan. Het oeverbeheer heeft sterke raakvlakken met waterbeheer. In nauw overleg met de waterbeheerder stuurt het team groen de aannemer aan die de waterlopen en oevers onderhoudt.
Pagina 16 van 32
3.3.12
Open water
Definitie: Hiertoe behoren alle open wateroppervlaktes die bij de gemeente in beheer zijn. Doelen/functies: Verkoeling (luchtvochtigheid), recreëren, aan- en afvoer water, waterberging, kijk'groen', biodiversiteit/natuurwaarde , aantrekkelijkheid/identiteit , vastgoedwaarde. Situatie 2023: Momenteel staan de waterlopen niet als beheergroep op de groenbeheerkaart. Watergangen die in beheer bij de gemeente zijn worden 2x per jaar geschoond: de eerste keer alleen het doorstroomprofiel en de tweede keer ook de oevers. Dat doet een aannemer, meestal met een maaikorf aan een trekker met hydraulische knikarm. Waar nodig wordt kroos verwijderd. Watergangen zijn formeel geen groen. In de praktijk buiten vragen ze een aanzienlijke capaciteit van het team groen. Ze worden daarom als nieuwe beheergroep toegevoegd. De samenwerking tussen 'groen' en water is zoals beschreven onder 3.3.11. 3.3.13
Bomen
Definitie: een houtig opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met één of meer stammen (definitie Bomenverordening Sliedrecht 2023). Doelen/functies: Biodiversiteit/natuurwaarde , verkoeling , afscherming, windbreking, geluidsdemping, luchtzuivering, grote bomen, Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
ziekte- en plaagdruk, kijkgroen, recreëren, aantrekkelijkheid/identiteit , vastgoedwaarde. Situatie 2023: Deze wordt verderop in deze paragraaf per categorie van bomen vermeld. Nieuwe indeling beheergroepen bomen Momenteel wordt op de beheerkaart onderscheid gemaakt in bomen in verharding, bomen in gras en bomen in beplanting. In principe maakt de standplaats van een boom niet zo veel uit voor de beheermethode. Alleen vragen bomen in verharding vaak om intensiever beheer. Verder kan de bereikbaarheid van een boom enige gevolgen hebben voor het beheer en de beheerkosten. De leeftijd van de boom is een veel belangrijker criterium voor het beheer. Daarom wordt in dit beheerplan onderscheid gemaakt tussen jonge bomen, halfwas bomen en volwassen bomen. Jonge bomen krijgen begeleidingssnoei, zodat ze uiteindelijk de juiste, gewenste vorm voor hun standplaats aannemen. De bomen hebben nog nauwelijks een BVC (boomveiligheidscontrole, zie paragraaf 4.3.4.) nodig. Bij halfwas bomen (10 tot 22 jaar) gaat de begeleidingssnoei over in onderhoudssnoei. De snoei is steeds minder gericht op de juiste vorm van de boom en steeds meer op veiligheid en gezondheid van de boom. Bij volwassen bomen gaat de onderhoudssnoei door. De nadruk ligt dan meer op het verwijderen van dood hout. Bovendien moet het werk dan op hoogte gebeuren.
Het leven van een boom binnen de gemeente begint meestal met zijn aanplant op een bepaalde plek. De aanplant van jonge bomen wordt in veel gevallen door het team BOR Groen uitgevoerd. Een goede standplaatskeuze en aanplant is van cruciaal belang voor een goede groei van de boom waarbij gedurende het leven van de boom niet te veel ingrepen nodig zijn. Daarom wordt ook de aanplant van bomen in dit beheerplan behandeld. Keuze standplaats en soort Zoals eerder gezegd is bij bomen een goed begin – het planten – het halve werk. Bomen worden geplant met het eindbeeld in gedachten. De standplaatskeuze van een boom bepaalt in belangrijke mate de verdere groei ervan en de hoeveelheid onderhoud die de boom gedurende zijn Pagina 17 van 32
leven nodig zal hebben. Standplaats en boomsoortkeuze hangen sterk met elkaar samen. In dat eindbeeld past op de ene plek een grote boom en is op de andere plek een kleine boom beter. Daarbij houdt de gemeente rekening met de aanwezige en te verwachten bebouwing, wegen en paden, bodemkwaliteit, grondsoort, bodemdaling, grondwaterstand, aanwezige kabels en leidingen, waaronder riolen, en – bij bomen langs waterlopen – het onderhoud van die waterloop. De gemeente beperkt de aanplant van bomen in verharding tot een minimum omdat onder verharding minder voedsel, water en lucht beschikbaar is. Bomen in verharding groeien vaak slechter, zijn meer vatbaar voor ziektes en staan meestal op intensiever gebruikte gebieden, waardoor juist hogere eisen aan de vorm en de veiligheid van de boom gesteld worden Bomen langs wegen en paden dienen voldoende opgekroond te zijn en mogen niet veel dood hout bevatten. Op plaatsen waar de grondwaterstand erg hoog is, kiest de gemeente voor soorten die daar tegen kunnen. Soms zal de gemeente die bomen afzagen zodat ze vervolgens uitgroeien als hakhout, zie 3.3.14 Ook verhoogd aanplanten van bomen (zie paragraaf 2.7) is voor Sliedrecht een goede methode. Gevarieerd bomenbestand Sliedrecht wil een gemengder bomenbestand met als het even kan inheemse bomen. Ook wil Sliedrecht altijd een goede verdeling van Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
voldoende en grote bomen over het dorp. Dat leidt onder meer tot voldoende plekken met schaduw (klimaatadaptatie). Andere doelen in het groenbeleid zijn een hoge biodiversiteit en minder boomziektes. Vanuit die doelen komt het groenbeleidsplan uit op drie richtlijnen voor de keuze van soort en standplaats: 1. inheems, tenzij…. 2. variatie in soort 3. variatie in leeftijd. Dat vraagt een goed doordacht boombeheer, dat begint bij het plannen van de te planten van de bomen. Om te komen tot een goede variatie in leeftijd en soort, kiest de gemeente ervoor om op één locatie zo mogelijk niet alle bomen in één keer te vervangen maar een aantal (toekomst)bomen in stand te houden, zodat er zowel oudere als jonge bomen staan. • •
Bij vervanging van bomen in boombeplantingen waar één soort de overhand heeft, dient de vervangende boom bij voorkeur inheems te zijn en van een andere soort dan de bomen die er staan. Bij het overwegen van kap van een gemeentelijke boom houdt de gemeente rekening met de bomen in de omgeving: blijven er voldoende grote bomen over of zijn er bomen die op korte termijn voldoende groot worden? In dit verband overweegt de gemeente om toekomstbomen aan te wijzen: bomen die sowieso bedoeld zijn om oud en groot te worden.
Inheemse bomen Een boomsoort is inheems als hij op eigen kracht – dus zonder bedoelde of onbedoelde hulp van de mens – naar Nederland is gekomen. Dat kan alleen als de soort goed is aangepast aan de klimatologische en bodemomstandigheden van Nederland. De meeste inheemse bomen komen al vele eeuwen in Nederland voor en leveren een belangrijke bijdrage aan de natuur en biodiversiteit van Nederland. IVN heeft een Inheemse Bomenwaaier samengesteld, waarin alle inheemse bomen van Nederland beschreven worden. Pagina 18 van 32
Jonge boom, tot 10 jaar
Volwassen boom, 1e grootte
Situatie 2023: 1514 jonge bomen
Een boom van de 1e grootte is in volwassen toestand hoger dan 15 meter. Snoeiwerkzaamheden zijn vooral gebaseerd op de uitkomsten van de BVC. De snoei bestaat uit het verwijderen van dood hout en andere ongewenste of aangetaste takken. Er wordt gesnoeid m.b.v. een motorkettingzaag en hoogwerker.
In de afgelopen jaren zijn in Sliedrecht bijna 1000 nieuwe bomen geplant. Sliedrecht heeft nu dan ook veel jonge bomen. Recent aangeplante bomen krijgen in droge perioden water. Jonge bomen krijgen hun begeleidingssnoei, met een snoeischaar of een handzaag, waarmee we ze leiden naar de gewenste groeivorm. In veel gevallen gaat dat om een duidelijke 'doorgaande spil' en een opkroonhoogte. BVC is bij jonge bomen nog nauwelijks aan de orde.
Dode boom/boomstomp
Situatie 2023: staan niet in het beheerssysteem. Er zijn er 3 bekend.
Bij halfwas bomen sturen we het onderhoud al meer vanuit de BVC. De snoei gaat in de loop van de tijd over van begeleidingssnoei (bv opkronen) naar onderhoudssnoei.
De gemeente laat soms dode bomen staan, bijvoorbeeld omdat ze van belang zijn voor de biodiversiteit. Deze bomen nemen we jaarlijks mee in de BVC-controle. Bij gevaar worden ze gesnoeid of verwijderd. Ook blijven her en der nog levende boomstompen staan, die dan weer vanaf de stam uitlopen. Ook boomstompen worden meegenomen in de reguliere BVC. Ze leveren meestal niet veel gevaar op omdat ze geen zware takken meer hebben.
Volwassen boom
Fruitbomen
Situatie 2023: 5018 volwassen bomen
Situatie 2023: 159 fruitbomen
Volwassen boom, 3e grootte
Voor de fruitbomen zet de gemeente jaarlijks een fruitbomenspecialist in, die samen met medewerkers van de gemeente de bomen snoeit op vruchtzetting en instandhouding van de boom.
Halfwas boom, 11 tot 22 jaar
Situatie 2023: 2120 halfwas bomen
e
Bomen van de 3 grootte zijn kleine bomen. Ze zijn in volwassen toestand tussen de 6 en 10 meter hoog. We baseren de snoeiwerkzaamheden vooral op de uitkomsten van de BVC. De snoei bestaat uit het verwijderen van dood hout en andere ongewenste of aangetaste takken. Soms wordt een hoogwerker ingezet. Volwassen boom, 2e grootte Een boom van de 2e grootte is in volwassen toestand tussen de 10 en 15 meter hoog. De snoeiwerkzaamheden worden vooral gebaseerd op de uitkomsten van de BVC. De snoei bestaat uit het verwijderen van dood hout en andere ongewenste of aangetaste takken. Regelmatig wordt een hoogwerker ingezet.
Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
Knotbomen
Situatie 2023: 1331 knotbomen We knotten gemeentelijke knotbomen meestal eens in de 3 jaar. Dat gebeurt gefaseerd: elk jaar ongeveer 1/3 van de bomen, waarbij vaak alle bomen op één locatie tegelijk geknot worden. Deze beheermethode blijft in de toekomst gelijk, met één groot verschil: we knotten niet alle bomen op dezelfde locatie in hetzelfde jaar. Daardoor zijn er altijd knotbomen in de buurt die nog wel een kroon hebben. Dat komt de biodiversiteit ten goede: aantrekkelijk voor vogels, insecten, vleermuizen. Momenteel (2023) zit de gemeente in een overgangsfase naar deze beheervorm.
Pagina 19 van 32
Vormbomen
Situatie 2023: 46 dak- en leibomen Vormbomen (meestal dakvormbomen of leibomen) worden jaarlijks teruggezet op de knot. 3.3.14
Hakhout
Definitie: Hakhout is een boom of struik die kort boven de grond wordt afgezaagd. De boom of struik vormt vanuit de overgebleven stomp nieuwe takken of stammen, zodat een meerstammig beeld ontstaat. Doelen/functies: inspelen op bodemdaling, kijkgroen, waterinfiltratie , verkoeling (schaduw, luchtvochtigheid), biodiversiteit/natuurwaarde , aantrekkelijkheid/identiteit, afscherming, windbreking, geluidsdemping, luchtzuivering, vastgoedwaarde. Situatie 2023: Hakhout komt nog niet op de beheerkaart voor. Bij hakhoutbeheer wordt het hout regelmatig dicht bij de grond afgezaagd, waarna de boom meerstammig terugkomt. De frequentie van het afzagen hangt af van het doel dat men met het afgezaagde hout heeft en van de groeisnelheid van de boom. Bij els en wilg ligt deze frequentie vrij hoog: eens in de 1 tot 4 jaar. Daarmee is het hakhoutbeheer een relatief arbeidsintensieve beheermethode, die in Sliedrecht wel kan leiden tot meer opgaand groen en een hogere biodiversiteit. Het is nog niet duidelijk welke oppervlakte aan Groenbeheerplan Gemeente Sliedrecht, 2023 - 2026
hakhout in Sliedrecht realiseerbaar is. Deze nieuwe beheergroep is mede ingegeven door de bodemdaling in Sliedrecht. De gemeente wil deze beheergroep vooral introduceren voor houtsoorten die zich thuis voelen op natte grond, zoals els en wilg. Op deze manier kunnen deze houtsoorten langer gehandhaafd worden op laag liggende en dalende bodem, waar dan broekbosachtige vegetaties ontstaan. Waar complete bomen – door gebrek aan grip van de wortels – zouden kunnen omvallen, kan hakhout veel langer blijven staan, omdat het zwaartepunt lager ligt. 3.3.15
Bosplantsoen
Definitie: Bosplantsoen is hoog opgaand groen, vaak in de vorm van singels, bestaande uit inheemse struiken en bomen zoals meidoorn, kardinaalsmuts, hazelaar, kornoeljesoorten, Gelderse roos, eiken en elzen, Ook naaldhout kan in bosplantsoen staan. Bosplantsoen heeft de neiging om een natuurlijke vorm te ontwikkelen met mantel, zoom en kernbeplanting Doelen/functies: grote bomen, lagere ziekte- en plaagdruk, inspelen op bodemdaling, waterinfiltratie , verkoeling (schaduw, luchtvochtigheid), kijkgroen, biodiversiteit/natuurwaarde , aantrekkelijkheid/identiteit, afscherming, windbreking, geluidsdemping, luchtzuivering, vastgoedwaarde. Situatie 2023: 166 vakken, samen 7,8 ha. De gemeente onderhoudt delen van het bosplantsoen via onderhoudssnoei. In andere vakken zagen we de heesters elke 5 jaar bij de grond af. Het is de bedoeling om het 5-jaarlijkse afzetten te verminderen. De onderhoudssnoei zal dan op meer vakken toegepast worden. In de toekomst bestaat er één beheergroep bosplantsoen, die grotendeels onderhouden wordt via onderhoudssnoei. Maximaal 10% wordt kort gezet. Waar genoeg ruimte is, ontwikkelen we de natuurlijke vorm met mantel, zoom en kernbeplanting.
Pagina 20 van 32
3.3.16
Haag
Definitie: Een haag is een dichte rij struiken die vaak in vorm (meestal blokvorm) geschoren wordt. Doelen/functies: Biodiversiteit/natuurwaarde , ziekte- en plaagdruk, kijkgroen, spelen, recreëren, aantrekkelijkheid/identiteit, afscherming, windbreking, geluidsdemping, vastgoedwaarde.
We kunnen de schoffelfrequentie verlagen door een stabiele inheemse ondergroei te accepteren of door bodembedekkers onder de heesters te planten. Dat leidt ook tot meer biodiversiteit. Als de gemeente daarvoor kiest, dan is onder de heesters weinig zwarte grond meer zichtbaar. Dat moeten we goed naar de inwoners communiceren. 3.3.18
Botanische rozen
Situatie 2023: 450 hagen, samen 1,03 ha. Schatting totale lengte: 20 à 25 km
Definitie: Botanische rozen zijn losse, struikvormige rozen. Ze heten botanisch omdat ze niet gekruist zijn en ook in de vrije natuur voorkomen.
We knippen blokhagen meestal 2x per jaar. De gemeente heeft geen voornemens om deze beheermethode te veranderen. Een aantal hagen worden als losse haag beheerd en worden minder vaak gesnoeid.